Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J. Geils Band - "Live" Full House (1972)

5,0
0
geplaatst: 25 juni 2008, 21:26 uur
LIVE FULL HOUSE
Onweerstaanbaar eerste live album
met alle bekende tracks uit hun twee eerste albums ...
En wat meer is ... de live versies zijn tien keer sterker dan de studio versies.
Een must!!!
Onweerstaanbaar eerste live album
met alle bekende tracks uit hun twee eerste albums ...
En wat meer is ... de live versies zijn tien keer sterker dan de studio versies.
Een must!!!
J. Geils Band - Nightmares ...and Other Tales from the Vinyl Jungle (1974)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 16:19 uur
NIGHTMARES
was een stap voorwaarts ten opzichte van Ladies Invited.
Minder explorerend en resoluut funk invloeden integrerend.
Nochtans mist het album de live drive van de band.
DETROIT BREAKDOWN zou een live klassieker worden.
De band is van Boston (nabij Detroit) en deze shuffle wordt hun anthem.
GIVIN' IT ALL UP is de voor de hand liggende singel.
Misschien iets te radiovriendelijk om voldoende vuist te maken.
MUST OF GOT LOST is nochtans de echte klassieker hier.
Een meezingbare ballad met akkoestische begeleiding.
LOOK ME IN THE EYE grijpt terug naar Ladies Invited.
Maar deze keer blijf het funky nummer overtuigend overeind.
NIGHTMARES is de grap van de plaat.
Zou de groep meer doen: een geschifte afsluiter van kant 1.
STOOP DOWN #39 is die met de briljante mondharmonica intro.
Magic Dick neemt ons even op sleeptouw in Whammer Jammer stijl.
I'LL BE COMING HOME komt rechtstreeks uit cafetaria van het baanrestaurant.
Een ballad die zich diep in je ziel nestelt dankzij Wolfs doorleefde vocalen.
FUNKY JUDGE is de enige cover op deze plaat.
Geeft het album meteen een inkzwarte funk injectie.
GETTIN' OUT werd vreemd genoeg op singel uitgebracht.
Weer zo'n shuffle met een aanstekelijk thema, maar weinig hitpotentie.
Detroit Breakdown, Must of got lost en Stoop Down #39
zijn alle drie op live albums verkrijgbaar in een nog sterkere versie.
was een stap voorwaarts ten opzichte van Ladies Invited.
Minder explorerend en resoluut funk invloeden integrerend.
Nochtans mist het album de live drive van de band.
DETROIT BREAKDOWN zou een live klassieker worden.
De band is van Boston (nabij Detroit) en deze shuffle wordt hun anthem.
GIVIN' IT ALL UP is de voor de hand liggende singel.
Misschien iets te radiovriendelijk om voldoende vuist te maken.
MUST OF GOT LOST is nochtans de echte klassieker hier.
Een meezingbare ballad met akkoestische begeleiding.
LOOK ME IN THE EYE grijpt terug naar Ladies Invited.
Maar deze keer blijf het funky nummer overtuigend overeind.
NIGHTMARES is de grap van de plaat.
Zou de groep meer doen: een geschifte afsluiter van kant 1.
STOOP DOWN #39 is die met de briljante mondharmonica intro.
Magic Dick neemt ons even op sleeptouw in Whammer Jammer stijl.
I'LL BE COMING HOME komt rechtstreeks uit cafetaria van het baanrestaurant.
Een ballad die zich diep in je ziel nestelt dankzij Wolfs doorleefde vocalen.
FUNKY JUDGE is de enige cover op deze plaat.
Geeft het album meteen een inkzwarte funk injectie.
GETTIN' OUT werd vreemd genoeg op singel uitgebracht.
Weer zo'n shuffle met een aanstekelijk thema, maar weinig hitpotentie.
Detroit Breakdown, Must of got lost en Stoop Down #39
zijn alle drie op live albums verkrijgbaar in een nog sterkere versie.
J. Geils Band - The Morning After (1971)

3,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 17:59 uur
THE MORNING AFTER
met die schitterende band foto op de hoes is een status quo.
Vanaf nu zal Bill Szymczyk de groep een zestal platen lang producen .
Het geluid is wel vetter, maar de trackkeuze iets zwakker.
I DON'T NEED YOU NO MORE was de eerste, mislukte singel.
Het nummer overtuigt niet echt: b-kant Dead Presidents was leuker.
WHAMMER JAMMER aka het huzarenstukje van Magic Dick.
Bekender in de live-versie, maar al een hit als b-kant van Looking for a Love.
SO SHARP zal live herhaald worden op Blow your Face out.
Eén van de weinige covers waar de groep onvoldoende greep op kreeg.
THE USUAL PLACE is een weer zo'n huilende Wolf ballad.
Een aardige cover die geen potten breekt, maar met hitpotentie.
GOTTA HAVE YOUR LOVE is het tweede nummer van de groep zelf.
Net als de albumopener geen beklijvende compositie.
LOOKING FOR A LOVE is het prijsnummer hier.
Hun eerste singel met enig chartsucces en een meezingbare liveknaller.
GONNA FIND ME A NEW LOVE is weer van de band zelf.
Een vlotte song die misschien net iets te veel kopieert.
CRY ONE MORE TIME is gelukkig wel raak.
Een mooie ballad in die typische J. Geils Band traditie.
FLOYD'S HOTEL is opnieuw een wat sterker nummer.
Blues van de band zelf met heerlijke soli van de muzikanten.
IT AIN'T WHAT YOU DO is funky blues van Juke Joint Jimmy.
Niet te verwarren met de hit van Fun Boy Three & Bananarama.
Deze Morning after toont een prima geöliede band.
Maar de eigen composities vertonen nog te weinig potentie.
Whammer Jammer en Looking for a Love staan ook
op de live plaat Full House (1972) die eigenlijk een perfecte best of is van hun twee eerste, terreinverkennende albums.
Pas met Bloodshot (1973) krijgt de groep een eigen identiteit.
met die schitterende band foto op de hoes is een status quo.
Vanaf nu zal Bill Szymczyk de groep een zestal platen lang producen .
Het geluid is wel vetter, maar de trackkeuze iets zwakker.
I DON'T NEED YOU NO MORE was de eerste, mislukte singel.
Het nummer overtuigt niet echt: b-kant Dead Presidents was leuker.
WHAMMER JAMMER aka het huzarenstukje van Magic Dick.
Bekender in de live-versie, maar al een hit als b-kant van Looking for a Love.
SO SHARP zal live herhaald worden op Blow your Face out.
Eén van de weinige covers waar de groep onvoldoende greep op kreeg.
THE USUAL PLACE is een weer zo'n huilende Wolf ballad.
Een aardige cover die geen potten breekt, maar met hitpotentie.
GOTTA HAVE YOUR LOVE is het tweede nummer van de groep zelf.
Net als de albumopener geen beklijvende compositie.
LOOKING FOR A LOVE is het prijsnummer hier.
Hun eerste singel met enig chartsucces en een meezingbare liveknaller.
GONNA FIND ME A NEW LOVE is weer van de band zelf.
Een vlotte song die misschien net iets te veel kopieert.
CRY ONE MORE TIME is gelukkig wel raak.
Een mooie ballad in die typische J. Geils Band traditie.
FLOYD'S HOTEL is opnieuw een wat sterker nummer.
Blues van de band zelf met heerlijke soli van de muzikanten.
IT AIN'T WHAT YOU DO is funky blues van Juke Joint Jimmy.
Niet te verwarren met de hit van Fun Boy Three & Bananarama.
Deze Morning after toont een prima geöliede band.
Maar de eigen composities vertonen nog te weinig potentie.
Whammer Jammer en Looking for a Love staan ook
op de live plaat Full House (1972) die eigenlijk een perfecte best of is van hun twee eerste, terreinverkennende albums.
Pas met Bloodshot (1973) krijgt de groep een eigen identiteit.
Jan De Wilde - De Bende van (1987)

5,0
1
geplaatst: 31 oktober 2008, 22:52 uur
DE BENDE VAN 1987
is de tweede comeback plaat van Jan De Wilde.
Door vriend Urbanus aangespoord om weer muziek te maken.
Dit is voor mijn part Jan De Wildes beste album.
Hier klinkt een rijpe zanger met steeds zwaarder wordend stemgeluid,
maar evenzeer met steeds beter wordende teksten en liedjes.
Er is Anneke Weemaes, de oprechte ode aan een gehandicapt meisje.
De losers in Jans liedjes worden minder cynisch of ironisch bezongen.
Jan is milder geworden en zijn warme hart klopt nadrukkelijker.
De Bende Van is Jans zoveelste ik-ben-een-sukkel liedje.
Ik zag het in 1992 live met Prima La Musica en stoorde me enorm
aan de manier waarop hij zichzelf onwaardig achtte om naast
een klassiek kamerorkest te mogen optreden ... niet meer doen, Jan.
Communisten is heerlijk link(s) en zet enkele communistische
iconen in hun hemdje, een paar jaar voor Gorbatsjov er perestroika
en glasnost gewijs zelf een einde aan zou maken ... Jan, de ziener.
Aaigem is deel 1 in een trilogie over het vermeende Oostvlaamse dorpje,
waarin Jan van alle moderne beschaving verstoken een huisje bewoont.
Otomobiel is een favoriet van mij, of hoe in een paar rake woorden
Jan het thuis-bij-de-haard gevoel van de modale Vlaming weet op te roepen.
Dag Meneer De Wilde is net als De Luie Naald autobiografisch.
Zonder ironie of zelfspot, dit keer, maar oprecht en ontroerend.
Sint-Maarten is een leuke ode aan de in sommige Vlaamse streken
vervanger van Sint Nicolaas ... Urbanus zou een jaartje later aandraven
met De Vaas van Sinterklaas, een opvallend, gelijkaardig nummer.
Zussen is de radiohit van het album, al werden heel wat liedjes
van deze uitstekende plaat op de radio gedraaid ... het lied doet me
soms net iets te veel denken aan Matador van Garland Jeffreys.
Op Poolijskap stapt Jan De Wilde onverhoed in de politiek.
Met die campagnelied was Gore en niet Bush president geworden.
Jan, de grote Ziener, eens te meer ...
vrienden,
de poolsijskap smelt langzaam
het is welhaast geraadzaam
om lieslaarzen te kopen
we zullen
niet lang meer kunnen lopen
we zullen moeten roeien ...
tenzij, vrienden, tenzij:
stem voor mij, vrienden
stem voor mij
en ik zorg voor reddingsboeien
Na Nieuwjaar is een heel mooie ode aan Jans vrouw, Lieve.
Eindelijk, na la die jaren zingen over imaginaire zussen, eert Jan
zijn eigen wederhelft, die hem al van in den beginne heeft bijgestaan.
Gelukkig integraal op CD verkrijgbaar.
Stem op Jan De Wilde, voor het te laat is.
is de tweede comeback plaat van Jan De Wilde.
Door vriend Urbanus aangespoord om weer muziek te maken.
Dit is voor mijn part Jan De Wildes beste album.
Hier klinkt een rijpe zanger met steeds zwaarder wordend stemgeluid,
maar evenzeer met steeds beter wordende teksten en liedjes.
Er is Anneke Weemaes, de oprechte ode aan een gehandicapt meisje.
De losers in Jans liedjes worden minder cynisch of ironisch bezongen.
Jan is milder geworden en zijn warme hart klopt nadrukkelijker.
De Bende Van is Jans zoveelste ik-ben-een-sukkel liedje.
Ik zag het in 1992 live met Prima La Musica en stoorde me enorm
aan de manier waarop hij zichzelf onwaardig achtte om naast
een klassiek kamerorkest te mogen optreden ... niet meer doen, Jan.
Communisten is heerlijk link(s) en zet enkele communistische
iconen in hun hemdje, een paar jaar voor Gorbatsjov er perestroika
en glasnost gewijs zelf een einde aan zou maken ... Jan, de ziener.
Aaigem is deel 1 in een trilogie over het vermeende Oostvlaamse dorpje,
waarin Jan van alle moderne beschaving verstoken een huisje bewoont.
Otomobiel is een favoriet van mij, of hoe in een paar rake woorden
Jan het thuis-bij-de-haard gevoel van de modale Vlaming weet op te roepen.
Dag Meneer De Wilde is net als De Luie Naald autobiografisch.
Zonder ironie of zelfspot, dit keer, maar oprecht en ontroerend.
Sint-Maarten is een leuke ode aan de in sommige Vlaamse streken
vervanger van Sint Nicolaas ... Urbanus zou een jaartje later aandraven
met De Vaas van Sinterklaas, een opvallend, gelijkaardig nummer.
Zussen is de radiohit van het album, al werden heel wat liedjes
van deze uitstekende plaat op de radio gedraaid ... het lied doet me
soms net iets te veel denken aan Matador van Garland Jeffreys.
Op Poolijskap stapt Jan De Wilde onverhoed in de politiek.
Met die campagnelied was Gore en niet Bush president geworden.
Jan, de grote Ziener, eens te meer ...
vrienden,
de poolsijskap smelt langzaam
het is welhaast geraadzaam
om lieslaarzen te kopen
we zullen
niet lang meer kunnen lopen
we zullen moeten roeien ...
tenzij, vrienden, tenzij:
stem voor mij, vrienden
stem voor mij
en ik zorg voor reddingsboeien
Na Nieuwjaar is een heel mooie ode aan Jans vrouw, Lieve.
Eindelijk, na la die jaren zingen over imaginaire zussen, eert Jan
zijn eigen wederhelft, die hem al van in den beginne heeft bijgestaan.
Gelukkig integraal op CD verkrijgbaar.
Stem op Jan De Wilde, voor het te laat is.
Jan De Wilde - Eigen Kweek (2001)
Alternatieve titel: 1967-2000

4,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 23:31 uur
EIGEN KWEEK 2001
is een wat onevenwichtig samengstelde anthology van Jan De Wilde.
Uitgebracht door zijn huidige werkgever EMI, en daarom iets minder
sterk citerend uit Jans periode bij Philips tussen 1970 en 1980.
Interessant zijn wel tracks 1, 16 en 26 die nooit op album verschenen.
Op Ballade van de Zeven VIngers horen we nog een piepjonge
Jan De Wilde uit 1967.
Het lied is afkomstig van een compilatie waarop artiesten staan die samen
langs Vlaamse wegen trokken (ook met Ferre Grignard en Wannes Van de Velde).
In de Zomer, een tweede Jan De Wilde liedje van dat album, ontbreekt.
Mijn favoriete 18 track verzamelaar ziet er als volgt uit.
Ik Kan het Ma / Joke / Slaapliedje / Een Vrolijk Lentelied /
Jan de Grote Griezel / Walter Ballade van een Goudvis / Rolstoel /
Morgen is het Feest / Lieve Loemoemba Klotepa /
Anneke Weemaes / De Bende van / Communisten / Zussen /
Eerste Sneeuw / Hé Hé / Fanfare van Honger en Dorst /
Favoriete Beest / Wakker naast Jou
Maar dan ben ik ook nog heel wat moois vergeten te selecteren ...
Met Na de Zondvloed en Golden Retriever maak ik er een 20tracker van.
is een wat onevenwichtig samengstelde anthology van Jan De Wilde.
Uitgebracht door zijn huidige werkgever EMI, en daarom iets minder
sterk citerend uit Jans periode bij Philips tussen 1970 en 1980.
Interessant zijn wel tracks 1, 16 en 26 die nooit op album verschenen.
Op Ballade van de Zeven VIngers horen we nog een piepjonge
Jan De Wilde uit 1967.
Het lied is afkomstig van een compilatie waarop artiesten staan die samen
langs Vlaamse wegen trokken (ook met Ferre Grignard en Wannes Van de Velde).
In de Zomer, een tweede Jan De Wilde liedje van dat album, ontbreekt.
Mijn favoriete 18 track verzamelaar ziet er als volgt uit.
Ik Kan het Ma / Joke / Slaapliedje / Een Vrolijk Lentelied /
Jan de Grote Griezel / Walter Ballade van een Goudvis / Rolstoel /
Morgen is het Feest / Lieve Loemoemba Klotepa /
Anneke Weemaes / De Bende van / Communisten / Zussen /
Eerste Sneeuw / Hé Hé / Fanfare van Honger en Dorst /
Favoriete Beest / Wakker naast Jou
Maar dan ben ik ook nog heel wat moois vergeten te selecteren ...
Met Na de Zondvloed en Golden Retriever maak ik er een 20tracker van.
Jan De Wilde - Hè Hè (1990)

5,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 23:04 uur
HE HE 1990
is een naar Jan De Wilde normen verrassend snelle plaat.
Amper drie jaar na zijn voorganger en met een fraaie gastmuzikanten.
Henny Vrienten is de producer en hij heeft de bijna voltallige
bezetting van zijn Magnificent Seven meegebracht.
The Magnificent Seven deed omstreeks 1990 een tournee
door Nederlandse en Vlaamse zalen met eigen arrangementen
van bekende (teken)film themaatjes ... aan boord bevonden zich
onder ander Fay Lovskey, Jan Pijnenburg en Joost Belinfante.
Jan herziet twee oude klassiekers: Een Vrolijk Lentelied
en Walter Ballade van een Goudvis. Vooral dat eerste nummer
lijkt nu verdacht veel op een lekker swingend Doe Maar liedje.
Naakte Man is een cover van Jans idool Randy Newman.
En ook Pik het en Slik is een cover, ditmaal van John Prine.
Tel daarbij nog drie nummers die geschreven werden
door de schuchtere liedjesmaker Lieven Tavernier en meteen
wordt duidelijk waarom De Wilde zo snel klaar was met Hé Hé.
Tavernier leverde het ijzingwekkende mooie Eerste Sneeuw,
waarin de ik-figuur mijmert bij het graf van zijn overleden moeder.
Fanfare van Honger en Dorst is een ongekend krachtige klassieker.
Een nummer dat voorbijsleept als een psalm van Tom Waits.
In 2008 trouwens nog meesterlijk gecoverd door Thé Lau ...
Hier in Aaigem is het tweede, uptempo luik van de Aaigem trilogie
en Golden Retriever, weer een ode aan vrouwlief, het hondnummertje.
Zouden we bijna de titelsong Hé Hé nog vergeten, waarin Jan
zich bijzonder beschaafd aan een potje scheldwoordslingeren waagt
waarin Kapitein Haddock nog een behoorlijk puntje kan zuigen.
Integraal op CD verkrijgbaar en met de ogen toe kopen.
is een naar Jan De Wilde normen verrassend snelle plaat.
Amper drie jaar na zijn voorganger en met een fraaie gastmuzikanten.
Henny Vrienten is de producer en hij heeft de bijna voltallige
bezetting van zijn Magnificent Seven meegebracht.
The Magnificent Seven deed omstreeks 1990 een tournee
door Nederlandse en Vlaamse zalen met eigen arrangementen
van bekende (teken)film themaatjes ... aan boord bevonden zich
onder ander Fay Lovskey, Jan Pijnenburg en Joost Belinfante.
Jan herziet twee oude klassiekers: Een Vrolijk Lentelied
en Walter Ballade van een Goudvis. Vooral dat eerste nummer
lijkt nu verdacht veel op een lekker swingend Doe Maar liedje.
Naakte Man is een cover van Jans idool Randy Newman.
En ook Pik het en Slik is een cover, ditmaal van John Prine.
Tel daarbij nog drie nummers die geschreven werden
door de schuchtere liedjesmaker Lieven Tavernier en meteen
wordt duidelijk waarom De Wilde zo snel klaar was met Hé Hé.
Tavernier leverde het ijzingwekkende mooie Eerste Sneeuw,
waarin de ik-figuur mijmert bij het graf van zijn overleden moeder.
Fanfare van Honger en Dorst is een ongekend krachtige klassieker.
Een nummer dat voorbijsleept als een psalm van Tom Waits.
In 2008 trouwens nog meesterlijk gecoverd door Thé Lau ...
Hier in Aaigem is het tweede, uptempo luik van de Aaigem trilogie
en Golden Retriever, weer een ode aan vrouwlief, het hondnummertje.
Zouden we bijna de titelsong Hé Hé nog vergeten, waarin Jan
zich bijzonder beschaafd aan een potje scheldwoordslingeren waagt
waarin Kapitein Haddock nog een behoorlijk puntje kan zuigen.
Integraal op CD verkrijgbaar en met de ogen toe kopen.
Jan De Wilde - Knikkerterrorist (1974)

4,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 22:23 uur
KNIKKERTERRORIST 1974
is de derde in een eerste reeks Jan De Wilde platen.
Daarna zou het heel lang stil worden rond Vlaanderens bard.
Tracks 2, 4, 5, 6, 10, 11 en 12 verschenen ooit op CD.
De rest nog niet en heb ik daarom maar van mijn vinyl geript.
Weinig nieuws onder de zon, tenzij een kleine accentverschuiving
naar een wat meer elektrische begeleiding en iets betere productie.
Weinig nummers die er echt uitspringen, deze keer, al blijft
De Wilde vooral op tekstueel vlak groeien en worden zijn observaties
af en toe eerder cynisch dan ironisch ... toch ook een flinke dosis humor.
Rolstoel is misschien wel een van Jans allerbeste nummers.
Het beschrijft een dag in het leven van iemand die gekluisterd zit
aan een rolstoel en aan zijn ondertussen bejaarde ouders.
Ook in E & E De Vos, Jeanne en Louis of het EInde van een Mooie Dag
maken we kennis met modale Jan De Wilde typetjes ... soms ook ontroerend.
In De Goede Nor gaat Jan ook tersluiks politiek en je weet als luisteraar
niet goed of hij het moderne, progressieve gevangeniswezen looft of hekelt.
Jan slaat en zalft in zijn liedjes en blijft zo politiek correct aan de zijlijn.
Dit keer ook weer een liedje over een hond, een dode weliswaar.
En in Giechel biedt hij zelfs ruimte voor zijn eigen privé klopgeest.
Jans mooie liedjes duren nooit lang (zoals het spreekwoord het wil).
De muziek is vaak louter een instrumentaal kader om een tekst te dichten.
Eens de tekst aan zijn einde komt, eindigt ook het lied in kwestie.
Een mooie uitzondering op die regel is Morgen Is het Feest,
waarin Jan zich een kleine vreugdedans laat ontglippen door
aan het eind een bijzonder fraai strijkarrangement te schrijven.
Ook op Moeke Medelij, een prachtig liedje van soulmate Urbanus,
komt Jan De Wilde zelfs met een wonderschoon blokfluit arrangement.
De Wilde zal tussen 1974 en 1978 de platen van Urbanus producen.
is de derde in een eerste reeks Jan De Wilde platen.
Daarna zou het heel lang stil worden rond Vlaanderens bard.
Tracks 2, 4, 5, 6, 10, 11 en 12 verschenen ooit op CD.
De rest nog niet en heb ik daarom maar van mijn vinyl geript.
Weinig nieuws onder de zon, tenzij een kleine accentverschuiving
naar een wat meer elektrische begeleiding en iets betere productie.
Weinig nummers die er echt uitspringen, deze keer, al blijft
De Wilde vooral op tekstueel vlak groeien en worden zijn observaties
af en toe eerder cynisch dan ironisch ... toch ook een flinke dosis humor.
Rolstoel is misschien wel een van Jans allerbeste nummers.
Het beschrijft een dag in het leven van iemand die gekluisterd zit
aan een rolstoel en aan zijn ondertussen bejaarde ouders.
Ook in E & E De Vos, Jeanne en Louis of het EInde van een Mooie Dag
maken we kennis met modale Jan De Wilde typetjes ... soms ook ontroerend.
In De Goede Nor gaat Jan ook tersluiks politiek en je weet als luisteraar
niet goed of hij het moderne, progressieve gevangeniswezen looft of hekelt.
Jan slaat en zalft in zijn liedjes en blijft zo politiek correct aan de zijlijn.
Dit keer ook weer een liedje over een hond, een dode weliswaar.
En in Giechel biedt hij zelfs ruimte voor zijn eigen privé klopgeest.
Jans mooie liedjes duren nooit lang (zoals het spreekwoord het wil).
De muziek is vaak louter een instrumentaal kader om een tekst te dichten.
Eens de tekst aan zijn einde komt, eindigt ook het lied in kwestie.
Een mooie uitzondering op die regel is Morgen Is het Feest,
waarin Jan zich een kleine vreugdedans laat ontglippen door
aan het eind een bijzonder fraai strijkarrangement te schrijven.
Ook op Moeke Medelij, een prachtig liedje van soulmate Urbanus,
komt Jan De Wilde zelfs met een wonderschoon blokfluit arrangement.
De Wilde zal tussen 1974 en 1978 de platen van Urbanus producen.
Jan De Wilde - Oude Maan (2000)

3,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 23:12 uur
VOLLE MAAN 2000
is voorlopig het laatste teken van leven
aan het platenfirmament van Jan De Wilde.
Het was ondertussen 10 jaar geleden dat hij nog nieuw materiaal uitbracht.
Dit keer laat hij zich omringen door enkele, nieuwe, jongere goden.
Luc De Vos op Wij Houden Stand bijvoorbeeld, dat hoedanook niet veel anders
klinkt dan een doorsnee Gorki lied ... Jan drukt te weinig zijn stempel.
En dat laatste geldt voor nog een aantal nummers op Oude Maan.
Hij herneemt ook Slaapliedje (10 U Waarborg) van zijn allereerste album Zzrrrrooo,
en waarlijk "slapen" of "niet uit bed geraken" zijn hier een thema.
Bijvoorbeeld in Wakker Naast Jou dat meteen het meest hitpotente
liedje van het album is, al komt Favoriete Beest aardig in de buurt.
En in Mannen met klinkt Jan weer lekker donker, bijna als
een Vlaamse versie van Johnny Cash zou ik haast schrijven.
Jammer dat het lied zo aan Communisten uit 1987 doet denken.
Voor de aardigheid zingt Jan dit keer eens over een kat in Kat en Ik.
Ik ben niet echt kapot van Volle Maan.
Het album klinkt daarvoor net iets te veel als een kopie van Jan De Wilde.
En met alle respect, maar Jan De Wilde moet beter kunnen dan dat.
is voorlopig het laatste teken van leven
aan het platenfirmament van Jan De Wilde.
Het was ondertussen 10 jaar geleden dat hij nog nieuw materiaal uitbracht.
Dit keer laat hij zich omringen door enkele, nieuwe, jongere goden.
Luc De Vos op Wij Houden Stand bijvoorbeeld, dat hoedanook niet veel anders
klinkt dan een doorsnee Gorki lied ... Jan drukt te weinig zijn stempel.
En dat laatste geldt voor nog een aantal nummers op Oude Maan.
Hij herneemt ook Slaapliedje (10 U Waarborg) van zijn allereerste album Zzrrrrooo,
en waarlijk "slapen" of "niet uit bed geraken" zijn hier een thema.
Bijvoorbeeld in Wakker Naast Jou dat meteen het meest hitpotente
liedje van het album is, al komt Favoriete Beest aardig in de buurt.
En in Mannen met klinkt Jan weer lekker donker, bijna als
een Vlaamse versie van Johnny Cash zou ik haast schrijven.
Jammer dat het lied zo aan Communisten uit 1987 doet denken.
Voor de aardigheid zingt Jan dit keer eens over een kat in Kat en Ik.
Ik ben niet echt kapot van Volle Maan.
Het album klinkt daarvoor net iets te veel als een kopie van Jan De Wilde.
En met alle respect, maar Jan De Wilde moet beter kunnen dan dat.
Jan De Wilde - PVBA Koekejoe en Cie (1980)

3,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 22:37 uur
PVBA KOEKEJOE & CIE 1980
is de vierde langspeler van Jan De Wilde.
Na een aantal Urbanus albums te hebben geproducet,
neemt hij in 1980 zelf weer plaats achter gitaar en microfoon.
Onder andere op De Aarde, een prachtig liedje van Urbanus,
die zich vanaf dan, net als Jan, zal laten producen door Jean Blaute.
Maar ook op een fonkelnieuw album, waarvan de hoes boekdelen spreekt.
Jan verdiept zich in allerlei sprookjesboeken en zal aan het vinyl
zijn eigen verzinsels en hersenspinsels toevertrouwen.
Tracks 1, 2, 5, 6, 9 en 12 verschenen ooit op CD.
De rest is alleen verkrijgbaar op de moeilijk vindbare vinyl editie.
Opvallend is dat de liedjes van De Wilde steeds korter worden.
Te kort, zou ik durven zeggen als je even naar de totale albumtijd kijkt.
Het album klinkt gelukkig wel stukken beter in de productie.
En het liedjesniveau is bevredigend, al dreigt het déja entendu.
Mijn favorieten zijn Na de Zondvloed, Despootjes en het laatste,
bijna obligatoire hondlied Lieve Loemoemba Klotepa.
Na de Zondvloed schetst in ijzersterke, quasi poëtische bewoordingen
de koude oorlog en de dreiging van de bom ... maar hoe anders,
bijna lichtvoetiger dan Herman Van Veen deed in De Bom Valt Nooit.
Despootjes is een cynische beschrijving van het vaderschap.
Of hoe kleine ettertjes van baby's je hele leven overhoop kunnen halen.
En met Lieve Loemoemba Klotepa verplaatst Jan zich in de schoenen
van een achtjarig jongetje dat zijn vader verafschuwt omdat die
zonder verpinken het hondje des huizes heeft doen inslapen.
Zie ook wat C-Moon er eerder al over schreef ...
Gek genoeg zal het dit nummer zijn dat Jan De Wilde 7 jaar later
een tweede comeback doet maken, omdat (alweer) Urbanus het lied
opneemt in zijn liveshows en zo Jan uit zijn immer luie zetel schopt.
is de vierde langspeler van Jan De Wilde.
Na een aantal Urbanus albums te hebben geproducet,
neemt hij in 1980 zelf weer plaats achter gitaar en microfoon.
Onder andere op De Aarde, een prachtig liedje van Urbanus,
die zich vanaf dan, net als Jan, zal laten producen door Jean Blaute.
Maar ook op een fonkelnieuw album, waarvan de hoes boekdelen spreekt.
Jan verdiept zich in allerlei sprookjesboeken en zal aan het vinyl
zijn eigen verzinsels en hersenspinsels toevertrouwen.
Tracks 1, 2, 5, 6, 9 en 12 verschenen ooit op CD.
De rest is alleen verkrijgbaar op de moeilijk vindbare vinyl editie.
Opvallend is dat de liedjes van De Wilde steeds korter worden.
Te kort, zou ik durven zeggen als je even naar de totale albumtijd kijkt.
Het album klinkt gelukkig wel stukken beter in de productie.
En het liedjesniveau is bevredigend, al dreigt het déja entendu.
Mijn favorieten zijn Na de Zondvloed, Despootjes en het laatste,
bijna obligatoire hondlied Lieve Loemoemba Klotepa.
Na de Zondvloed schetst in ijzersterke, quasi poëtische bewoordingen
de koude oorlog en de dreiging van de bom ... maar hoe anders,
bijna lichtvoetiger dan Herman Van Veen deed in De Bom Valt Nooit.
Despootjes is een cynische beschrijving van het vaderschap.
Of hoe kleine ettertjes van baby's je hele leven overhoop kunnen halen.
En met Lieve Loemoemba Klotepa verplaatst Jan zich in de schoenen
van een achtjarig jongetje dat zijn vader verafschuwt omdat die
zonder verpinken het hondje des huizes heeft doen inslapen.
Zie ook wat C-Moon er eerder al over schreef ...
Gek genoeg zal het dit nummer zijn dat Jan De Wilde 7 jaar later
een tweede comeback doet maken, omdat (alweer) Urbanus het lied
opneemt in zijn liveshows en zo Jan uit zijn immer luie zetel schopt.
Jan De Wilde - Vogelenzang, 5 (1972)

4,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 21:56 uur
VOGELENZANG 5
Tracks 1, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 verschenen ooit op CD.
Vogelenzang 5 ligt volledig in het verlengde van Zzrrrrooo, Jans debuut.
Hetzelfde geluid, dezelfde observaties ... soms nog morbider.
Een Vrolijk Lentelied (het feit dat hij het zelf "vrolijk" noemt,
is al een manier om een onderscheid te maken met de veelal
zwartgallige ironie op de meeste andere nummers) is een klassieker
met een bijzonder goed gevonden tekst ... een meezinger zelfs.
Hij zal het samen met Walter Ballade van een Goudvis hernemen
op het album Hé Hé uit 1990, zei het in een nog frivolere versie
.
Goudvis Walter is een ander paar mouwen, zelden werd een
zo schrijnend verhaal van een naar adem happende, doorsnee loser
op muziek gezet ... Randy Newman is niet toevallig De Wildes idool.
Mijn favoriet op deze plaat is echter Jan de Grote Griezel, dat tussen
de regels een beetje over het hypochonder De Wilde gaat, maar tegelijk
ook een heerlijke sneer is naar de vraatzuchtige moderniteit.
Mieke Crick en Tillie zijn opnieuw ondeugende liefdesliedje,
zoals Joke er al eentje was op zijn eerste album ... nog zo'n kenmerk
van Jans muziek: denkbeeldig vreemdgaan met mooie meisjesnamen.
In nummers zoals Apocalyps gaat De Wilde naar mijn smaak te veel gebukt
onder het katholieke juk van zijn opvoeding ... klinkt vandaag dan ook gedateerd.
Quasi onvindbaar op vinyl vandaag en daarom door ondergetekende
op amateuristische, doch verdienstelijke wijze tot mp3 omgetoverd.
Tracks 1, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 verschenen ooit op CD.
Vogelenzang 5 ligt volledig in het verlengde van Zzrrrrooo, Jans debuut.
Hetzelfde geluid, dezelfde observaties ... soms nog morbider.
Een Vrolijk Lentelied (het feit dat hij het zelf "vrolijk" noemt,
is al een manier om een onderscheid te maken met de veelal
zwartgallige ironie op de meeste andere nummers) is een klassieker
met een bijzonder goed gevonden tekst ... een meezinger zelfs.
Hij zal het samen met Walter Ballade van een Goudvis hernemen
op het album Hé Hé uit 1990, zei het in een nog frivolere versie
.
Goudvis Walter is een ander paar mouwen, zelden werd een
zo schrijnend verhaal van een naar adem happende, doorsnee loser
op muziek gezet ... Randy Newman is niet toevallig De Wildes idool.
Mijn favoriet op deze plaat is echter Jan de Grote Griezel, dat tussen
de regels een beetje over het hypochonder De Wilde gaat, maar tegelijk
ook een heerlijke sneer is naar de vraatzuchtige moderniteit.
Mieke Crick en Tillie zijn opnieuw ondeugende liefdesliedje,
zoals Joke er al eentje was op zijn eerste album ... nog zo'n kenmerk
van Jans muziek: denkbeeldig vreemdgaan met mooie meisjesnamen.
In nummers zoals Apocalyps gaat De Wilde naar mijn smaak te veel gebukt
onder het katholieke juk van zijn opvoeding ... klinkt vandaag dan ook gedateerd.
Quasi onvindbaar op vinyl vandaag en daarom door ondergetekende
op amateuristische, doch verdienstelijke wijze tot mp3 omgetoverd.
Jan De Wilde - Zzrrrrôôô (1970)

4,0
1
geplaatst: 31 oktober 2008, 21:31 uur
Ik heb Jans eerst vier platen deze week van vinyl geript.
Want ze zijn helaas slechts fragmentarisch op CD verkrijgbaar.
ZZRRRROOO 1970
Tracks 1, 2, 5, 6, 10 en 11 zijn ooit op CD verschenen.
En daar zitten een aantal klassiekers tussen.
Ik Kan het Ma bijvoorbeeld. Niet zo verwonderlijk dat Jan De Wilde
zijn eerste plaats start als zelfverklaarde kluns, een thema waarop hij
tijdens zijn hele carrière eindeloos zal op blijven variëren.
Samen met Joke, zijn eerste lentefris liefdesliedje, getuigt
De Wilde van zijn door akoestische folk beïnvloede kleinkunst geluid.
De teksten van De Wilde zijn vaak pareltjes van woordkunstenarij.
Al valt hij op zijn eerste albums wel eens door de mand omwille van
de soms net iets te ver gezochte woordengoochelarij.
Niet zo in het heerlijke Slaapliedje (10 Uur Waarborg) waar de eenvoud van zowel
de tekst als de rustig kabbelende melodie het lied boven de middelmaat tillen.
Jan zal Slaapliedje hernemen op zijn in 2000 verschenen album Volle Maan.
Dat Jan De Wilde een zelfverklaard luilak is merk je ook aan de albumtitel.
In liedjes zoals Hein en het Meisje en De Boeman flirt Jan graag
met de lugubere, zeg maar morbide kant van het menselijk bestaan.
Nog zo'n constant thema in zijn slechts 7 albums tellende oeuvre.
Ook een derde stokpaardje, de trouwe viervoeter die we allen hond
noemen, is al aanwezig op Zzrrrrooo in het leuke liedje Loebeke.
In het meer dan 7 minuten durende epos M'n Tant' Odile gunt
De Wilde ons een pseudo-biografisch blik achter de schermen.
Belangrijker is dat zijn hoofdfiguren steevast losers zijn, slachtoffers
van een (veelal katholiek) tijdsgewricht waarin ze stram verkrampen.
De productie van Zzrrrrooo is hopelijk gedateerd.
Maar daar maal ik niet om. Nog zeer moeilijk te vinden op vinyl.
Want ze zijn helaas slechts fragmentarisch op CD verkrijgbaar.
ZZRRRROOO 1970
Tracks 1, 2, 5, 6, 10 en 11 zijn ooit op CD verschenen.
En daar zitten een aantal klassiekers tussen.
Ik Kan het Ma bijvoorbeeld. Niet zo verwonderlijk dat Jan De Wilde
zijn eerste plaats start als zelfverklaarde kluns, een thema waarop hij
tijdens zijn hele carrière eindeloos zal op blijven variëren.
Samen met Joke, zijn eerste lentefris liefdesliedje, getuigt
De Wilde van zijn door akoestische folk beïnvloede kleinkunst geluid.
De teksten van De Wilde zijn vaak pareltjes van woordkunstenarij.
Al valt hij op zijn eerste albums wel eens door de mand omwille van
de soms net iets te ver gezochte woordengoochelarij.
Niet zo in het heerlijke Slaapliedje (10 Uur Waarborg) waar de eenvoud van zowel
de tekst als de rustig kabbelende melodie het lied boven de middelmaat tillen.
Jan zal Slaapliedje hernemen op zijn in 2000 verschenen album Volle Maan.
Dat Jan De Wilde een zelfverklaard luilak is merk je ook aan de albumtitel.
In liedjes zoals Hein en het Meisje en De Boeman flirt Jan graag
met de lugubere, zeg maar morbide kant van het menselijk bestaan.
Nog zo'n constant thema in zijn slechts 7 albums tellende oeuvre.
Ook een derde stokpaardje, de trouwe viervoeter die we allen hond
noemen, is al aanwezig op Zzrrrrooo in het leuke liedje Loebeke.
In het meer dan 7 minuten durende epos M'n Tant' Odile gunt
De Wilde ons een pseudo-biografisch blik achter de schermen.
Belangrijker is dat zijn hoofdfiguren steevast losers zijn, slachtoffers
van een (veelal katholiek) tijdsgewricht waarin ze stram verkrampen.
De productie van Zzrrrrooo is hopelijk gedateerd.
Maar daar maal ik niet om. Nog zeer moeilijk te vinden op vinyl.
Jan De Wilde & Prima La Musica - Jan de Wilde & Prima La Musica (1992)

4,0
0
geplaatst: 31 oktober 2008, 23:25 uur
& PRIMA LA MUSICA 1992
is een live-registratie van Jan De Wilde die een aantal
van zijn vooral meest recente liedjes klassiek liet arrangeren
door het kamerorkest Prima La Musica ... een geslaagd huwelijk.
Twee nieuwe nummers staan er op dit album.
De Aaigemberg, het laatste luik in zijn Aaigem trilogie,
(waarvan de twee eerste delen ook aanwezig zijn) en Hoe Noemdegij,
dat het verloederd taalgebruik op de Vlaamse radio en televisie hekelt.
Tracks 1, 7 en 13 zijn korte, klassieke intermezzo's.
Ik ben niet zeker of het album eigenlijk nog verkrijgbaar is in de handel.
Wel heb ik in de plaatselijke discotheek een CDsingeltje gevonden,
waarop ook een Prima La Musica versie van Poolijskap stond.
Samen met de cover Bo Diddley uit 1988, het Aalsterse carnavallied
Abadja uit 1980 en Pillen en Poeders, een samenwerkingsverband
met Waalse troubadour Andree Bialek, een colletor's itempje ...
is een live-registratie van Jan De Wilde die een aantal
van zijn vooral meest recente liedjes klassiek liet arrangeren
door het kamerorkest Prima La Musica ... een geslaagd huwelijk.
Twee nieuwe nummers staan er op dit album.
De Aaigemberg, het laatste luik in zijn Aaigem trilogie,
(waarvan de twee eerste delen ook aanwezig zijn) en Hoe Noemdegij,
dat het verloederd taalgebruik op de Vlaamse radio en televisie hekelt.
Tracks 1, 7 en 13 zijn korte, klassieke intermezzo's.
Ik ben niet zeker of het album eigenlijk nog verkrijgbaar is in de handel.
Wel heb ik in de plaatselijke discotheek een CDsingeltje gevonden,
waarop ook een Prima La Musica versie van Poolijskap stond.
Samen met de cover Bo Diddley uit 1988, het Aalsterse carnavallied
Abadja uit 1980 en Pillen en Poeders, een samenwerkingsverband
met Waalse troubadour Andree Bialek, een colletor's itempje ...
Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980)

5,0
0
geplaatst: 4 juni 2009, 21:29 uur
GENTLEMEN TAKE POLAROIDS 1980
Belangrijkste verschil tussen dit album en zijn voorganger
is het terugdingen van de gitaarpartijen. Staat Quiet Life nog
met één been in de 70s artrock traditie, dan richt Gentlemen Take
Polaroids zich nadrukkelijker op het komende, 80s synthpop tijdperk.
In de titelsong en single Gentlemen Take Polaroids hoor ik
bijvoorbeeld de zeilboot van Duran Duran en de hobo van China Crisis.
Dit is een klasse popsong die in albumformaat en met een licht
zeurende Sylvian misschien toch een pietsje te lang duurt.
Interessant in dit hitpotente nummer is de manier waarop bas
en synths de compositie voorzichtig inkleuren zonder zich op te dringen.
Vindingrijke arrangementen zijn het handelsmerk van Japan.
Swing danst op een funky bas en om een gefloten melodie.
Vergt enige luisteroefening, maar maakt zich uiteindelijk van je meester.
Het valt me op hoe ik bij Japan veel meer naar de muzikale vormgeving luister
en David Sylvians vocalen slechts een begeleidende rol vertolken.
Burning Bridges is een sfeervolle semi-instrumental
met weliswaar een zeer typische, vroege jaren 80 synthgeluid.
Met een hoog new age gehalte, maar daarom niet minder beklijvend.
My New Career is een aardige albumtrack
met een muzikaal thema dat zich graag in het oor nestelt.
Opvallend ook hoe de nummers op dit album haast naadloos
in elkaar overvloeien (geen crossfading, maar organische trackorde).
Op Gentleman Take Polaroids slaagt Japan er in
de soms overduidelijke Roxy Music en David Bowie referenties
naast zich neer te leggen en met een meer eigen geluid uit te pakken.
De songs op Quiet Life zijn misschien sterker,
maar het totaalgeluid op Gentleman is dan weer rijker.
Methods of Dance (tevens de naam van een in die tijd verschenen
tweedelige Virgin sampler met new wave dance tracks) is een hoogtepunt.
Hier bevind je je als luisteraar in een volstrekt unieke Japan wereld.
Met rollende percussie, hypnotiserende vibrafoon (doet denken
aan Change van Tears For Fears), stevige saxofoonstoten
en vrouwelijke backing vocalen als wuivende sirenen.
Ain't That Peculiar zegt me het minst. Tot ik na raadpleging
van de literatuur vaststelde dat het om een Smokey Robinson cover gaat.
En inderdaad, het is (vooral vocaal) zoeken naar enige Japan connectie.
Het fameuze Nightporter, dat hier al menigmaal
met tonnen lof beladen werd is een wonderschone ballad.
Voor het eerst mag de piano weer de boventoon voeren op dit album.
Nightporter steunt compositorisch op Eric Saties Gymnopedies,
maar dat hoor je pas als je echt op het bijna walsende ritme gaat letten.
Sferisch is het weerom hoogstaande Japan muziek.
Ik moet bij de titel Nightporter ook aan The Chauffeur denken
van Duran Duran. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom Duran Duran
op het Rio tekstvel bij enkele songs data plaatste die teruggaan tot 1978.
Onlangs las ik dat beide groepen elkaar tijdens studiosessies ontmoetten.
En inderdaad, de sferische, langere composities op de twee eerste
Duran Duran platen, zijn duidelijk geïnspireerd op het langere Japan werk.
Japan bouwt doorgaans een album op aan de hand van acht langere composities.
Die lengte verveelt zelden en draag zelfs bij tot de magie van de nummers.
Ze sluipen traag maar onomkeerbaar je ziel in, na een paar draaibeurten.
Taking Islands in Africa speelt met electronische new wave
snufjes die anno 1980 door meerdere, opkomende bands ontdekt werden.
Opnieuw een zeer mooi muzikaal thema en samen met de titelsong
een terechte, maar ondergewaardeerde single kandidaat.
Tijd voor gewijde stilte.
The Experience of Swimming is voor mij het subliemste nummer
van deze langspeler (alleen op de CD remaster als bonus toegevoegd).
Ik moet denken aan Dead Can Dance die op hun eerste platen
een brug smeedden tussen wave en klassiek. Japan kon het ook.
Op het eerder vermelde Nightporter en op hun meeste instrumentals.
The Width of a Room mag er om diezelfde reden ook wezen.
Iets lichtvoetiger wellicht, maar opnieuw zeer fraai vormgegeven.
Bonustracks 8 en 9 tillen dit album, met hier en daar toch een wat
meer naar de mainstream synthpop neigende compositie
(zoals de beide singles) boven alle concurrentie uit.
Ik weet trouwens nu al dat Roxy Music en Brian Eno,
net als deze Japan, dringend moeten heropgevist worden.
Dazzler goes seventies ... eindelijk, het heeft lang genoeg geduurd.
Maar eerst nog maar eens naar Tin Drum gaan luisteren.
Het enige album dat ik echt kende. Hoe blijft het overeind na
de ontdekking van Quiet Life en Gentlemen Take Polaroids?
Belangrijkste verschil tussen dit album en zijn voorganger
is het terugdingen van de gitaarpartijen. Staat Quiet Life nog
met één been in de 70s artrock traditie, dan richt Gentlemen Take
Polaroids zich nadrukkelijker op het komende, 80s synthpop tijdperk.
In de titelsong en single Gentlemen Take Polaroids hoor ik
bijvoorbeeld de zeilboot van Duran Duran en de hobo van China Crisis.
Dit is een klasse popsong die in albumformaat en met een licht
zeurende Sylvian misschien toch een pietsje te lang duurt.
Interessant in dit hitpotente nummer is de manier waarop bas
en synths de compositie voorzichtig inkleuren zonder zich op te dringen.
Vindingrijke arrangementen zijn het handelsmerk van Japan.
Swing danst op een funky bas en om een gefloten melodie.
Vergt enige luisteroefening, maar maakt zich uiteindelijk van je meester.
Het valt me op hoe ik bij Japan veel meer naar de muzikale vormgeving luister
en David Sylvians vocalen slechts een begeleidende rol vertolken.
Burning Bridges is een sfeervolle semi-instrumental
met weliswaar een zeer typische, vroege jaren 80 synthgeluid.
Met een hoog new age gehalte, maar daarom niet minder beklijvend.
My New Career is een aardige albumtrack
met een muzikaal thema dat zich graag in het oor nestelt.
Opvallend ook hoe de nummers op dit album haast naadloos
in elkaar overvloeien (geen crossfading, maar organische trackorde).
Op Gentleman Take Polaroids slaagt Japan er in
de soms overduidelijke Roxy Music en David Bowie referenties
naast zich neer te leggen en met een meer eigen geluid uit te pakken.
De songs op Quiet Life zijn misschien sterker,
maar het totaalgeluid op Gentleman is dan weer rijker.
Methods of Dance (tevens de naam van een in die tijd verschenen
tweedelige Virgin sampler met new wave dance tracks) is een hoogtepunt.
Hier bevind je je als luisteraar in een volstrekt unieke Japan wereld.
Met rollende percussie, hypnotiserende vibrafoon (doet denken
aan Change van Tears For Fears), stevige saxofoonstoten
en vrouwelijke backing vocalen als wuivende sirenen.
Ain't That Peculiar zegt me het minst. Tot ik na raadpleging
van de literatuur vaststelde dat het om een Smokey Robinson cover gaat.
En inderdaad, het is (vooral vocaal) zoeken naar enige Japan connectie.
Het fameuze Nightporter, dat hier al menigmaal
met tonnen lof beladen werd is een wonderschone ballad.
Voor het eerst mag de piano weer de boventoon voeren op dit album.
Nightporter steunt compositorisch op Eric Saties Gymnopedies,
maar dat hoor je pas als je echt op het bijna walsende ritme gaat letten.
Sferisch is het weerom hoogstaande Japan muziek.
Ik moet bij de titel Nightporter ook aan The Chauffeur denken
van Duran Duran. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom Duran Duran
op het Rio tekstvel bij enkele songs data plaatste die teruggaan tot 1978.
Onlangs las ik dat beide groepen elkaar tijdens studiosessies ontmoetten.
En inderdaad, de sferische, langere composities op de twee eerste
Duran Duran platen, zijn duidelijk geïnspireerd op het langere Japan werk.
Japan bouwt doorgaans een album op aan de hand van acht langere composities.
Die lengte verveelt zelden en draag zelfs bij tot de magie van de nummers.
Ze sluipen traag maar onomkeerbaar je ziel in, na een paar draaibeurten.
Taking Islands in Africa speelt met electronische new wave
snufjes die anno 1980 door meerdere, opkomende bands ontdekt werden.
Opnieuw een zeer mooi muzikaal thema en samen met de titelsong
een terechte, maar ondergewaardeerde single kandidaat.
Tijd voor gewijde stilte.
The Experience of Swimming is voor mij het subliemste nummer
van deze langspeler (alleen op de CD remaster als bonus toegevoegd).
Ik moet denken aan Dead Can Dance die op hun eerste platen
een brug smeedden tussen wave en klassiek. Japan kon het ook.
Op het eerder vermelde Nightporter en op hun meeste instrumentals.
The Width of a Room mag er om diezelfde reden ook wezen.
Iets lichtvoetiger wellicht, maar opnieuw zeer fraai vormgegeven.
Bonustracks 8 en 9 tillen dit album, met hier en daar toch een wat
meer naar de mainstream synthpop neigende compositie
(zoals de beide singles) boven alle concurrentie uit.
Ik weet trouwens nu al dat Roxy Music en Brian Eno,
net als deze Japan, dringend moeten heropgevist worden.
Dazzler goes seventies ... eindelijk, het heeft lang genoeg geduurd.
Maar eerst nog maar eens naar Tin Drum gaan luisteren.
Het enige album dat ik echt kende. Hoe blijft het overeind na
de ontdekking van Quiet Life en Gentlemen Take Polaroids?
Japan - Quiet Life (1979)

5,0
1
geplaatst: 2 juni 2009, 10:26 uur
QUIET LIFE 1979
Dit is voor mij de ontdekking van het jaar (de laatste jaren).
Ik kende Tin Drum en flarden van Gentlemen Take Polaroids.
Pastelkleurige, bijna impressionistische synthpop.
Maar Quiet Life helpt me de definitie bij te stellen: synthrock it is.
Op meersterlijke wijze slaagt Japan erin om alle ingrediënten
uit de jaren 70 rock (Roxy Music, Brian Eno, David Bowie en Lou Reed)
te integreren in een soort blauwdruk voor de jaren 80 synthpop.
De single Quiet Life (gek dat ie geen hogere ogen gooide)
is meteen de perfecte kennismaking met het hitpotente Japan.
Dit is de originele Duran Duran sound: zelfde door Giorgio Moroder
geïnspireerde, electronische beat, zelfde gitaarlikjes, zelfde synthesizer toets
en bovenal ook zelfde kreunstem ... wie dit niet hoort is doof.
Fall in Love with Me rockt recht voor zich uit en laat de invloed
van de reeds vermelde groepen (Roxy Music in het bijzonder) horen.
Dit album is daarom de ware scharnierplaat tussen jaren 70 en 80.
Despair vind ik één van de allerbeste songs hier.
Die spaarzame piano doet me denken aan Depeche Mode,
wanneer Martin Gore in een sentimentele bui verkeert.
Ik hoor in de ritmebox zelfs Anne Clark op Changing Places.
Despair (wanhoop) verklankt de weemoed van de new wave.
In de verte kermt een warme saxofoon op mellotron akkoorden.
In Vogue klinkt als Roxy Music op Avalon (ahead of time dus).
Melodische glijdende bas en fris borrelende synthesizers
doen zelfs aan de pastelwave van Cocteau Twins (Garlands) denken.
Op Quiet Life is Japan, meer nog dan Bowie, de kameleon
van de toekomstmuziek. Een zeer rijk gearrangeerd palet.
Halloween laat horen waar Duran Duran en Roxy Music
elkaar vinden. Zeer merkwaardig hoe een groep als Duran Duran
er nauwelijks drie jaar later in slaagt om met vergelijkbare synthpop
wel de internationale hitstatus te bereiken. Japan kwam te vroeg.
Abba en Boney M zwaaiden nog steeds de plak in 1979.
All Tomorrow's Parties is gedoemd om in het niets
te verglijden naast het origineel van Velvet Underground.
Maar het gebeurt niet, integendeel. Japan doet wat het een heel
album lang bevestigt. Alle ingrediënten uit het verleden die bepalend
zullen zijn voor de new wave met veel verve herinterpreteren.
Deze cover is de beste VU cover die ik ooit hoorde.
Alien neemt ons mee onder water, waar een bevreemdende
bas de boventoon voert. Kan het dat ik hier sporen hoor die me
naar The Cure brengen. De basgitaar op deze plaat heeft
veel van de kronkelende baslijnen van Simon Gallup.
Boven op die baslijn hoor ik eens te meer Duran Duran.
The Other Side of Love sluit het album magistraal af.
Opnieuw speelt de grand piano de hoofdrol in dit bijzonder
geraffineerd gearrangeerd stukje muziek. Een bijzonder geladen
ballad die als een verloren schakel elke jaren 80 new wave act
schatplichtig maakt aan het meer avantgardistische jaren 70 geluid.
Leg deze orchestratie naast ABCs Lexicon of Love bijvoorbeeld.
David Sylvian moet oppassen dat hij zichzelf niet in slaap kreunt.
Meteen het enige minpuntje van het album aangehaald.
Te veel focus op het slepen van Sylvians stem kan indigestief werken.
Net zoals het dat ook doet bij Morrissey: weeping singers.
Op de remaster, krijg je naast de gestroomlijnde single edits
van Quiet Life en All Tomorrow's Parties, ook nog een klein juweeltje
cadeau in de vorm van de instrumental A Foreign Place.
Hier wordt de aanzet gegeven naar het oosters getinte geluid
waarvan Japan zich op Tin Drum zal bedienen.
Dit album hoort eigenlijk in mijn top 10 thuis. Heerlijk.
Dit is voor mij de ontdekking van het jaar (de laatste jaren).
Ik kende Tin Drum en flarden van Gentlemen Take Polaroids.
Pastelkleurige, bijna impressionistische synthpop.
Maar Quiet Life helpt me de definitie bij te stellen: synthrock it is.
Op meersterlijke wijze slaagt Japan erin om alle ingrediënten
uit de jaren 70 rock (Roxy Music, Brian Eno, David Bowie en Lou Reed)
te integreren in een soort blauwdruk voor de jaren 80 synthpop.
De single Quiet Life (gek dat ie geen hogere ogen gooide)
is meteen de perfecte kennismaking met het hitpotente Japan.
Dit is de originele Duran Duran sound: zelfde door Giorgio Moroder
geïnspireerde, electronische beat, zelfde gitaarlikjes, zelfde synthesizer toets
en bovenal ook zelfde kreunstem ... wie dit niet hoort is doof.
Fall in Love with Me rockt recht voor zich uit en laat de invloed
van de reeds vermelde groepen (Roxy Music in het bijzonder) horen.
Dit album is daarom de ware scharnierplaat tussen jaren 70 en 80.
Despair vind ik één van de allerbeste songs hier.
Die spaarzame piano doet me denken aan Depeche Mode,
wanneer Martin Gore in een sentimentele bui verkeert.
Ik hoor in de ritmebox zelfs Anne Clark op Changing Places.
Despair (wanhoop) verklankt de weemoed van de new wave.
In de verte kermt een warme saxofoon op mellotron akkoorden.
In Vogue klinkt als Roxy Music op Avalon (ahead of time dus).
Melodische glijdende bas en fris borrelende synthesizers
doen zelfs aan de pastelwave van Cocteau Twins (Garlands) denken.
Op Quiet Life is Japan, meer nog dan Bowie, de kameleon
van de toekomstmuziek. Een zeer rijk gearrangeerd palet.
Halloween laat horen waar Duran Duran en Roxy Music
elkaar vinden. Zeer merkwaardig hoe een groep als Duran Duran
er nauwelijks drie jaar later in slaagt om met vergelijkbare synthpop
wel de internationale hitstatus te bereiken. Japan kwam te vroeg.
Abba en Boney M zwaaiden nog steeds de plak in 1979.
All Tomorrow's Parties is gedoemd om in het niets
te verglijden naast het origineel van Velvet Underground.
Maar het gebeurt niet, integendeel. Japan doet wat het een heel
album lang bevestigt. Alle ingrediënten uit het verleden die bepalend
zullen zijn voor de new wave met veel verve herinterpreteren.
Deze cover is de beste VU cover die ik ooit hoorde.
Alien neemt ons mee onder water, waar een bevreemdende
bas de boventoon voert. Kan het dat ik hier sporen hoor die me
naar The Cure brengen. De basgitaar op deze plaat heeft
veel van de kronkelende baslijnen van Simon Gallup.
Boven op die baslijn hoor ik eens te meer Duran Duran.
The Other Side of Love sluit het album magistraal af.
Opnieuw speelt de grand piano de hoofdrol in dit bijzonder
geraffineerd gearrangeerd stukje muziek. Een bijzonder geladen
ballad die als een verloren schakel elke jaren 80 new wave act
schatplichtig maakt aan het meer avantgardistische jaren 70 geluid.
Leg deze orchestratie naast ABCs Lexicon of Love bijvoorbeeld.
David Sylvian moet oppassen dat hij zichzelf niet in slaap kreunt.
Meteen het enige minpuntje van het album aangehaald.
Te veel focus op het slepen van Sylvians stem kan indigestief werken.
Net zoals het dat ook doet bij Morrissey: weeping singers.
Op de remaster, krijg je naast de gestroomlijnde single edits
van Quiet Life en All Tomorrow's Parties, ook nog een klein juweeltje
cadeau in de vorm van de instrumental A Foreign Place.
Hier wordt de aanzet gegeven naar het oosters getinte geluid
waarvan Japan zich op Tin Drum zal bedienen.
Dit album hoort eigenlijk in mijn top 10 thuis. Heerlijk.
Japan - Tin Drum (1981)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2009, 22:44 uur
TIN DRUM 1981
Once I was young, once I was smart
Now I'm living on the edge of my nerves
The things we said weren't quite so tough
When we were young
Well I'm burning, I'm burning buildings
I'm building this time
Zou de rammelende album opener en moeilijk single
The Art of Parties iets zeggen over de new romantic beweging
die anno 1981 middels lookalikes Duran Duran, Spandau Ballet,
Visage en zelfs Ultravox door het Britse muzieklandschap trok?
Ik ging te raden bij de tekst, maar bleef vol vraagtekens.
Verloren onschuld vind ik wel tussen de regels. Japan probeert
zichzelf op Tin Drum voor een laatste maal opnieuw uit te vinden.
De reeds vermelde groepen zijn ondertussen met de muzikale
en stilistische erfenis van David Sylvian en ço aan de haal.
Hoe blijft het moederschip Japan hiertussen overeind.
Dat Japan China als concept kiest is een eerste paradox.
Als ik naar The Art of Parties luister hoor ik de integratie van
etnische percussie. Remain in Light van Talking Heads ligt op de loer.
Ik herlees de tekst van The Art of Parties.
Burning down the house?
De tekst past heel mooi in het prille jaren 80 idioom.
Blijven we treuren om de nucleaire dreiging of dansen we ons frustraties weg
op die nieuwe, synthesizer muziek die overal opmars maakt?
Laat maar vallen want het komt er toch wel van ...
Talking Drum laat de fretless bas nog eens glijden.
Ik moet hier toch meteen weer aan China Crisis denken.
Er is natuurlijk die groepsnaam, maar op hun eerste album
Difficult Shapes and Passive Rhythms wordt er ook aardig
geëxperimenteerd met oosterse ritmiek en schuifbas.
Talking Drum vind ik een matige Japan song.
Klanktapijten worden klankschalen op Tin Drum.
Dat tinnen drumgeluid is ook echt alomtegenwoordig.
Maar op Ghosts overheerst de boeddhistische contemplatie.
Een van de weinige nummers op dit album dat aanleunt bij de grotere
sfeerstukken op de voorgangers Quiet Life en Gentlemen Take Polaroids.
Canton is een symbiose van een catchy synthpop compositie
en een Chinees volkswijsje. Die jeukende basgitaar wijst rechtstreeks
richting Talk Talk. Maar ook percussieve synthpop bands als de Thompson Twins
aten hoorbaar rijst uit de hand van het immer invloedrijke Japan.
Still Life in Mobile Homes stuitert mij bijna tegen de borst.
Struikelt deze compositie over haar eigen overgearrangeerde ritmiek?
Ik ben geneigd van ja te knikken, maar gun het nummer groeitijd.
Visions of China had de eerste single van het album kunnen zijn.
Heeft iets meer hitpotentie dan The Art of Parties en plaatst zich daardoor
naast de oudere singles Life in Tokyo / European Son.
De tinnen drum heeft soms burundi drum (Adam & the Ants) allures.
Sons of Pioneers is een van mijn favorieten.
Weer sferischer van aanpak en zo hoor ik de groep het liefst.
Opnieuw zijn Sylvians vocalen slechts penseeltoetsen en schijnt
de ware kracht van het nummer doorheen de instrumentale inkleuring.
Cantonese Boy heeft een lekker fluitje ingeslikt.
Het lijkt wel of Japan hier even op electronica trein springt.
Een aardig nummer, maar geen echte klassesong meer.
Het valt me trouwens op hoe in 1981 met ritmes wordt geëxperimenteerd.
Ik vermelde al Remain in Life van Talking Heads, maar ook Kraftwerk
levert met Computer World haar meest percussieve album.
En New Order ontdekt Everything's Gone Green.
Op Tin Drum blijft Japan voor mij net iets te nadrukkelijk
in het ritmische experiment steken. Er is zo te weinig ruimte
voor de sferische klanktapijten waar de groep een patent op had.
Made in China dit keer. Ik verlaag naar 4 sterren.
Bonustrack Life Without Buildings (een titel die aansluit
bij het tekstfragment uit The Art of Parties hierboven) grijpt
gelukkig wel weer terug naar het vertrouwdere Japan geluid.
En ook hier zijn de heren hun tijd weer even vooruit.
Ik hoor flarden Wailing Wall en The Top van The Cure.
In de verte timmert het piepjonge Depeche Mode aan de weg.
zoals te horen is op Pipeline (Construction Time Again).
De pijp van Japan is met Tin Drum echter definitief uit.
Het is heel, heel, heel mooi geweest. Onaards mooi zelfs.
Amen.
Once I was young, once I was smart
Now I'm living on the edge of my nerves
The things we said weren't quite so tough
When we were young
Well I'm burning, I'm burning buildings
I'm building this time
Zou de rammelende album opener en moeilijk single
The Art of Parties iets zeggen over de new romantic beweging
die anno 1981 middels lookalikes Duran Duran, Spandau Ballet,
Visage en zelfs Ultravox door het Britse muzieklandschap trok?
Ik ging te raden bij de tekst, maar bleef vol vraagtekens.
Verloren onschuld vind ik wel tussen de regels. Japan probeert
zichzelf op Tin Drum voor een laatste maal opnieuw uit te vinden.
De reeds vermelde groepen zijn ondertussen met de muzikale
en stilistische erfenis van David Sylvian en ço aan de haal.
Hoe blijft het moederschip Japan hiertussen overeind.
Dat Japan China als concept kiest is een eerste paradox.
Als ik naar The Art of Parties luister hoor ik de integratie van
etnische percussie. Remain in Light van Talking Heads ligt op de loer.
Ik herlees de tekst van The Art of Parties.
Burning down the house?
De tekst past heel mooi in het prille jaren 80 idioom.
Blijven we treuren om de nucleaire dreiging of dansen we ons frustraties weg
op die nieuwe, synthesizer muziek die overal opmars maakt?
Laat maar vallen want het komt er toch wel van ...
Talking Drum laat de fretless bas nog eens glijden.
Ik moet hier toch meteen weer aan China Crisis denken.
Er is natuurlijk die groepsnaam, maar op hun eerste album
Difficult Shapes and Passive Rhythms wordt er ook aardig
geëxperimenteerd met oosterse ritmiek en schuifbas.
Talking Drum vind ik een matige Japan song.
Klanktapijten worden klankschalen op Tin Drum.
Dat tinnen drumgeluid is ook echt alomtegenwoordig.
Maar op Ghosts overheerst de boeddhistische contemplatie.
Een van de weinige nummers op dit album dat aanleunt bij de grotere
sfeerstukken op de voorgangers Quiet Life en Gentlemen Take Polaroids.
Canton is een symbiose van een catchy synthpop compositie
en een Chinees volkswijsje. Die jeukende basgitaar wijst rechtstreeks
richting Talk Talk. Maar ook percussieve synthpop bands als de Thompson Twins
aten hoorbaar rijst uit de hand van het immer invloedrijke Japan.
Still Life in Mobile Homes stuitert mij bijna tegen de borst.
Struikelt deze compositie over haar eigen overgearrangeerde ritmiek?
Ik ben geneigd van ja te knikken, maar gun het nummer groeitijd.
Visions of China had de eerste single van het album kunnen zijn.
Heeft iets meer hitpotentie dan The Art of Parties en plaatst zich daardoor
naast de oudere singles Life in Tokyo / European Son.
De tinnen drum heeft soms burundi drum (Adam & the Ants) allures.
Sons of Pioneers is een van mijn favorieten.
Weer sferischer van aanpak en zo hoor ik de groep het liefst.
Opnieuw zijn Sylvians vocalen slechts penseeltoetsen en schijnt
de ware kracht van het nummer doorheen de instrumentale inkleuring.
Cantonese Boy heeft een lekker fluitje ingeslikt.
Het lijkt wel of Japan hier even op electronica trein springt.
Een aardig nummer, maar geen echte klassesong meer.
Het valt me trouwens op hoe in 1981 met ritmes wordt geëxperimenteerd.
Ik vermelde al Remain in Life van Talking Heads, maar ook Kraftwerk
levert met Computer World haar meest percussieve album.
En New Order ontdekt Everything's Gone Green.
Op Tin Drum blijft Japan voor mij net iets te nadrukkelijk
in het ritmische experiment steken. Er is zo te weinig ruimte
voor de sferische klanktapijten waar de groep een patent op had.
Made in China dit keer. Ik verlaag naar 4 sterren.
Bonustrack Life Without Buildings (een titel die aansluit
bij het tekstfragment uit The Art of Parties hierboven) grijpt
gelukkig wel weer terug naar het vertrouwdere Japan geluid.
En ook hier zijn de heren hun tijd weer even vooruit.
Ik hoor flarden Wailing Wall en The Top van The Cure.
In de verte timmert het piepjonge Depeche Mode aan de weg.
zoals te horen is op Pipeline (Construction Time Again).
De pijp van Japan is met Tin Drum echter definitief uit.
Het is heel, heel, heel mooi geweest. Onaards mooi zelfs.
Amen.
Johan Verminnen - 'k Voel Me Goed (1981)

3,0
0
geplaatst: 5 november 2008, 21:49 uur
'K VOEL ME GOED 1981
is een stap terug voor Johan.
Het is een bijzonder zonnig album,
maar het bevat te veel doorsnee materiaal.
Natuurlijk kan je niet naast een kanjer als de titelsong kijken.
Een Zuidamerikaanse cover die Johan helemaal naar zijn hand zet.
'k Voel Me Goed was een grot hit, al vertaalde het zich eerder
in draaibeurten op de Vlaamse radio dan in verkoopcijfers ...
Twijfels was een tweede single, een aardig uptempo liedje,
maar meteen wordt de achilleshiel van deze plaat blootgelegd.
Verminnen laat zich net iets te graag verleiden om elektronische
klanken toe te voegen aan zijn muziek ... soms wat misplaatst.
De Hemel Vol Sterren klinkt als een kraakheldere avond.
Zeer sobere instrumentatie en een traag voorbij sluipend liedje.
Eentje voor het slapengaan ... een lullaby als een muziekdoos.
is een stap terug voor Johan.
Het is een bijzonder zonnig album,
maar het bevat te veel doorsnee materiaal.
Natuurlijk kan je niet naast een kanjer als de titelsong kijken.
Een Zuidamerikaanse cover die Johan helemaal naar zijn hand zet.
'k Voel Me Goed was een grot hit, al vertaalde het zich eerder
in draaibeurten op de Vlaamse radio dan in verkoopcijfers ...
Twijfels was een tweede single, een aardig uptempo liedje,
maar meteen wordt de achilleshiel van deze plaat blootgelegd.
Verminnen laat zich net iets te graag verleiden om elektronische
klanken toe te voegen aan zijn muziek ... soms wat misplaatst.
De Hemel Vol Sterren klinkt als een kraakheldere avond.
Zeer sobere instrumentatie en een traag voorbij sluipend liedje.
Eentje voor het slapengaan ... een lullaby als een muziekdoos.
Johan Verminnen - Als Mijn Gitaar Mij Helpt (1978)

4,0
0
geplaatst: 5 november 2008, 21:30 uur
ALS MIJN GITAAR ME HELPT 1978
is een kleine stap vooruit voor Verminnen.
Hier slaagt hij erin om zijn eigen sound te consolideren.
Opnieuw enkele diamantjes tussen andere kwaliteitsliederen.
Er wordt maar één single uit het album getrokken.
Maar eindelijk wordt er ook voor het radiovriendelijkste lied gekozen.
De titelsong zal niet weg te branden zijn van de Vlaamse radio.
Als Mijn Gitaar Me Helpt is een Verminnen klassieker.
Evenzo zal het Bar Tropical vergaan, waarin Johan
voor het eerst een imaginaire reis om de wereld maakt.
Zowel muzikaal als tekstueel gaat hij multcultureel, een beweging
die hij succesvol op quasi elk volgend album zal herhalen.
Tussen Spelers en Drinkers zal (toepasselijkerwijs)
door muzikanten en collega's geciteerd worden als een
van de meest tekenende odes aan het artiestenbestaan.
Johan zal zich in een latere fase van zijn carrière trouwens
verdienstelijk maken in de strijd om een eervol artiestenstatuut.
Het album wordt een paar maanden later opgevolgd
door één van Johans allergrootste hits: In de Rue des Bouchers.
Een soort Bourgondische folksong over Brussels meest
gastronomische straat ... Johan houdt van eten en drinken.
Ondertussen breekt Johans poulain Raymond VH Groenewoud
in Vlaanderen door met Meisjes (1977), Vlaanderen boven (1978),
Trek het Je Niet aan (1979) en natuurlijk Je Veux de L'Amour (1980.
Johan brengt een verzamelaar uit met een nieuwe single.
Vertel Me Geen Verhaaltjes heeft een Groenewoudse rock drive.
is een kleine stap vooruit voor Verminnen.
Hier slaagt hij erin om zijn eigen sound te consolideren.
Opnieuw enkele diamantjes tussen andere kwaliteitsliederen.
Er wordt maar één single uit het album getrokken.
Maar eindelijk wordt er ook voor het radiovriendelijkste lied gekozen.
De titelsong zal niet weg te branden zijn van de Vlaamse radio.
Als Mijn Gitaar Me Helpt is een Verminnen klassieker.
Evenzo zal het Bar Tropical vergaan, waarin Johan
voor het eerst een imaginaire reis om de wereld maakt.
Zowel muzikaal als tekstueel gaat hij multcultureel, een beweging
die hij succesvol op quasi elk volgend album zal herhalen.
Tussen Spelers en Drinkers zal (toepasselijkerwijs)
door muzikanten en collega's geciteerd worden als een
van de meest tekenende odes aan het artiestenbestaan.
Johan zal zich in een latere fase van zijn carrière trouwens
verdienstelijk maken in de strijd om een eervol artiestenstatuut.
Het album wordt een paar maanden later opgevolgd
door één van Johans allergrootste hits: In de Rue des Bouchers.
Een soort Bourgondische folksong over Brussels meest
gastronomische straat ... Johan houdt van eten en drinken.
Ondertussen breekt Johans poulain Raymond VH Groenewoud
in Vlaanderen door met Meisjes (1977), Vlaanderen boven (1978),
Trek het Je Niet aan (1979) en natuurlijk Je Veux de L'Amour (1980.
Johan brengt een verzamelaar uit met een nieuwe single.
Vertel Me Geen Verhaaltjes heeft een Groenewoudse rock drive.
Johan Verminnen - Gezongen Landschap (1988)

5,0
0
geplaatst: 7 november 2008, 11:13 uur
GEZONGEN LANDSCHAP 1988
perfectioneert het geluid van zijn voorganger Traag Is Mooi.
Vooral Tars Lootens heeft de klavieren perfect onder controle.
De liedjes zijn soms wat complexer, maar behouden hun troeven.
Gezongen Landschap opent muzikaal schilderachtig.
Johan gaat op dit album ook weer nadrukkelijker autobio.
Paulien is de veelgedraaide ode aan Johans dochter.
Dit radiovriendelijke lied, lijdt wel een beetje onder die typische
digitale productie van de late jaren 80 ... bewust steriografisch clean.
Brieven uit Latem borduurt verder op de muzikale patronen
van de titelsong ... bijzonder emotioneel hoe Johan de verscheurdheid
tussen zijn Brusselse heimat en zijn nieuwe stek in Latem bezingt.
Zingen tot Morgenvroeg had van Paul Simon kunnen zijn.
El Condor Pasa, of beter nog, Duncan ... zuidamerikaanse
inkleuring van een ode aan de zingende verhaalkunst.
Café de Reisduif is het vijfde prijsnummer van dit album.
In een jazzy stijl die we ook kunnen horen bij Zjef Vanutysel
of Wigbert ... met een klarinet en een solerende gitaar die ons
qua geluid ook altijd dicht bij Willem Vermandere brengen.
Op CD krijgen we er nog een nieuwe versie van Brussel
en de erg geslaagde bonustrack Een Simpel Lied bij.
Wie Melancholie, Traag Is Mooi en Gezongen Landschap
naast elkaar legt heeft meteen de beste albums van Verminnen.
Zoek daarnaast ook nog naar de 2005 versie van de Master Serie
en je hebt alle belangrijke leidjes uit zijn eerste periode (1970-1983).
perfectioneert het geluid van zijn voorganger Traag Is Mooi.
Vooral Tars Lootens heeft de klavieren perfect onder controle.
De liedjes zijn soms wat complexer, maar behouden hun troeven.
Gezongen Landschap opent muzikaal schilderachtig.
Johan gaat op dit album ook weer nadrukkelijker autobio.
Paulien is de veelgedraaide ode aan Johans dochter.
Dit radiovriendelijke lied, lijdt wel een beetje onder die typische
digitale productie van de late jaren 80 ... bewust steriografisch clean.
Brieven uit Latem borduurt verder op de muzikale patronen
van de titelsong ... bijzonder emotioneel hoe Johan de verscheurdheid
tussen zijn Brusselse heimat en zijn nieuwe stek in Latem bezingt.
Zingen tot Morgenvroeg had van Paul Simon kunnen zijn.
El Condor Pasa, of beter nog, Duncan ... zuidamerikaanse
inkleuring van een ode aan de zingende verhaalkunst.
Café de Reisduif is het vijfde prijsnummer van dit album.
In een jazzy stijl die we ook kunnen horen bij Zjef Vanutysel
of Wigbert ... met een klarinet en een solerende gitaar die ons
qua geluid ook altijd dicht bij Willem Vermandere brengen.
Op CD krijgen we er nog een nieuwe versie van Brussel
en de erg geslaagde bonustrack Een Simpel Lied bij.
Wie Melancholie, Traag Is Mooi en Gezongen Landschap
naast elkaar legt heeft meteen de beste albums van Verminnen.
Zoek daarnaast ook nog naar de 2005 versie van de Master Serie
en je hebt alle belangrijke leidjes uit zijn eerste periode (1970-1983).
Johan Verminnen - Johan Verminnen (1973)

3,0
0
geplaatst: 5 november 2008, 20:59 uur
JOHAN VERMINNEN 1974
is misshien wel het echte debuut van Verminnen.
Zijn eerste drie albums dragen allemaal zijn naam als titel.
Alsof hij tot tweemaal toe een nieuwe start wilde maken.
Ze Zingt Nanana was de enige single hier.
Ik weet niet wie de singles van Verminnen koos,
maar meestal waren het niet de songs met de meeste hitpotentie.
Het lied zit ergens tussen Verminnen en van het Groenewoud.
En da's ook niet verwonderlijk, want Johan lanceerde Raymond.
Met Zeven aan Tafel zal mettertijd het bekendste liedje
van dit album worden: grijsgedraaid op de Vlaamse radio,
en later in een nieuwe versie hernomen op verzamelalbums.
Met zijn derde elpee probeerde Johan verder te borduren
op het onverwachte hitsucces van Laat Me Nu Toch Niet Alleen,
de single die het album voorafging, maar er niet op terecht kwam.
Dat lukt hem aardig met een lied als Eén of Andere Dag.
Het zal een jaar later als b-kantje van een single terugkeren.
Eén of Andere Dag is al helemaal Verminnen: breed zingend
over Vlaanderen met de allures van een volleerd Frans chansonier.
Hier en daar klinkt Johan nog als een kleinkunstenaar
of een protestzanger (zoals op zijn twee voorgaande albums).
Kapitein Eenoog is een goed voorbeeld van een Verminnen
die muzikaal nog iets te veel kind van zijn (kleinkunst)tijd is.
is misshien wel het echte debuut van Verminnen.
Zijn eerste drie albums dragen allemaal zijn naam als titel.
Alsof hij tot tweemaal toe een nieuwe start wilde maken.
Ze Zingt Nanana was de enige single hier.
Ik weet niet wie de singles van Verminnen koos,
maar meestal waren het niet de songs met de meeste hitpotentie.
Het lied zit ergens tussen Verminnen en van het Groenewoud.
En da's ook niet verwonderlijk, want Johan lanceerde Raymond.
Met Zeven aan Tafel zal mettertijd het bekendste liedje
van dit album worden: grijsgedraaid op de Vlaamse radio,
en later in een nieuwe versie hernomen op verzamelalbums.
Met zijn derde elpee probeerde Johan verder te borduren
op het onverwachte hitsucces van Laat Me Nu Toch Niet Alleen,
de single die het album voorafging, maar er niet op terecht kwam.
Dat lukt hem aardig met een lied als Eén of Andere Dag.
Het zal een jaar later als b-kantje van een single terugkeren.
Eén of Andere Dag is al helemaal Verminnen: breed zingend
over Vlaanderen met de allures van een volleerd Frans chansonier.
Hier en daar klinkt Johan nog als een kleinkunstenaar
of een protestzanger (zoals op zijn twee voorgaande albums).
Kapitein Eenoog is een goed voorbeeld van een Verminnen
die muzikaal nog iets te veel kind van zijn (kleinkunst)tijd is.
Johan Verminnen - Melancholie (1984)

4,0
0
geplaatst: 6 november 2008, 13:58 uur
MELANCHOLIE 1984
is een uit verdriet en melancholie geboren album.
Alhoewel Verminnen in close up op de hoes is afgebeeld,
is dit de eerste plaat in een reeks van drie waarop toestenist
Tars Lootens ook compositorisch zijn stempel zal drukken.
Beide heren staan op de achterkant van de hoes naast elkaar.
Er is Een Vriend Zien Huilen, de sublieme vertaling van het Brellied
... later zal Herman Van Veen Johans vertaling dankbaar overnemen.
En er is Vierhoog in de Wolken dat, hoewel geen single,
zal uitgroeien tot het meest bekende liedje van deze langspeler.
Wim verschijnt wel op single en is één van de weinig uptempo
nummers ... Johan gaat op zoek naar zijn klasgenoten van weleer.
Een liedje dat heel goed de hand van Tars Lootens verraadt.
Vakantie aan Zee is ook zeer mooi ... intimistisch zelfs,
en opnieuw maak ik een vergelijking met Raymond VH Groenewoud,
die een paar jaar later op Intiem een vergelijkbare sfeer zal creëren.
Als ik één minpuntje op dit album mag aanhalen, dan is het
misschien wel het feit dat er iets te weinig drive inzit, het kabbelt
allemaal rustig verder ... sober en met heel prachtige teksten.
Niemand Weet is zoals reeds door C-Moon geschreven
het sleutelnummer: een ode aan Johans overleden broer Bert.
Lof aan C-Moon trouwens, die (het mag wel eens gezegd)
al heel wat lansen brak voor de Vlaamstalige muziek op MuMe.
is een uit verdriet en melancholie geboren album.
Alhoewel Verminnen in close up op de hoes is afgebeeld,
is dit de eerste plaat in een reeks van drie waarop toestenist
Tars Lootens ook compositorisch zijn stempel zal drukken.
Beide heren staan op de achterkant van de hoes naast elkaar.
Er is Een Vriend Zien Huilen, de sublieme vertaling van het Brellied
... later zal Herman Van Veen Johans vertaling dankbaar overnemen.
En er is Vierhoog in de Wolken dat, hoewel geen single,
zal uitgroeien tot het meest bekende liedje van deze langspeler.
Wim verschijnt wel op single en is één van de weinig uptempo
nummers ... Johan gaat op zoek naar zijn klasgenoten van weleer.
Een liedje dat heel goed de hand van Tars Lootens verraadt.
Vakantie aan Zee is ook zeer mooi ... intimistisch zelfs,
en opnieuw maak ik een vergelijking met Raymond VH Groenewoud,
die een paar jaar later op Intiem een vergelijkbare sfeer zal creëren.
Als ik één minpuntje op dit album mag aanhalen, dan is het
misschien wel het feit dat er iets te weinig drive inzit, het kabbelt
allemaal rustig verder ... sober en met heel prachtige teksten.
Niemand Weet is zoals reeds door C-Moon geschreven
het sleutelnummer: een ode aan Johans overleden broer Bert.
Lof aan C-Moon trouwens, die (het mag wel eens gezegd)
al heel wat lansen brak voor de Vlaamstalige muziek op MuMe.
Johan Verminnen - Stilte Als Refrein (1976)

3,0
0
geplaatst: 5 november 2008, 21:15 uur
STILTE ALS REFREIN 1976
laat een groeiende Verminnen horen.
Maar opnieuw is het nog te veel een collectie
van doorsnee albumtracks en enkele juweeltjes.
Daar Gaat Ze staat vreemd genoeg niet op het album.
Een zeer hitpotente single die een paar maanden eerder uitkwam.
Zaterdagavond is de eerste single, maar heeft te weinig appeal.
Een doorwrochte song die aandacht vraagt en je niet zomaar meeneuriet.
Brussel was de tweede single en meteen stoten we
op één van de allerbeste Verminnen nummers uit zijn oeuvre.
Hij zong dikwijls over zijn geboortestad, maar deze ode is zo puur
dat hij voor mijn part het gelijknamige lied van Brel overtroeft.
Er is verder ook nog het café chanson in Kom Jeanine.
Autobiografisch lied over Johans kotmadam en toeverlaat.
Swingt de pan uit en doet ook weer even aan Raymond denken.
Tussen dit en het volgende album verschijnt de single Bokser.
Een studio opname die het in 1977 verschenen live album vergezelt.
laat een groeiende Verminnen horen.
Maar opnieuw is het nog te veel een collectie
van doorsnee albumtracks en enkele juweeltjes.
Daar Gaat Ze staat vreemd genoeg niet op het album.
Een zeer hitpotente single die een paar maanden eerder uitkwam.
Zaterdagavond is de eerste single, maar heeft te weinig appeal.
Een doorwrochte song die aandacht vraagt en je niet zomaar meeneuriet.
Brussel was de tweede single en meteen stoten we
op één van de allerbeste Verminnen nummers uit zijn oeuvre.
Hij zong dikwijls over zijn geboortestad, maar deze ode is zo puur
dat hij voor mijn part het gelijknamige lied van Brel overtroeft.
Er is verder ook nog het café chanson in Kom Jeanine.
Autobiografisch lied over Johans kotmadam en toeverlaat.
Swingt de pan uit en doet ook weer even aan Raymond denken.
Tussen dit en het volgende album verschijnt de single Bokser.
Een studio opname die het in 1977 verschenen live album vergezelt.
Johan Verminnen - Traag Is Mooi (1986)

5,0
0
geplaatst: 7 november 2008, 11:02 uur
TRAAG IS MOOI 1986
vind ik het beste album van Verminnen.
Hier is alles in evenwicht: sterke songs, mooie teksten
en vaak verbluffende arrangementen ... Johan en Tars zijn een team.
Er is de laverende opener Zeiler Ver van Huis
waarin Johan het ruime sop kiest en mijmert over
het spreekwoordelijk bevaren van de zeven wereldzeeën.
Traag Is Mooi, zo tragisch mooi als de woordspeling in de titel.
Ik heb leren roeien met riemen van stro ... want traag is soms mooi.
Johan gooit zijn anker op dit album, komt tot bezinning, een keerpuntplaat.
Ik vind Mooie Dagen lang niet zo slecht als c-moon beweert.
Een zeer radiovriendelijke single die de ontmoeting tussen Johan
en zijn vrouw in mooie verzen optekent ... een huwelijk dat op het
volgend album een dierbare vrucht zal opleveren ... Paulien.
Vanwaar de Wolken Komen is briljant.
Hier haalt Verminnen opnieuw het niveau van Brel.
Een ode aan België die in deze communautaire tijden van pas komt.
De grijze wolken op de hoes trekken op en een glimlachende zon
ontfermt zich over alles waar dit dubbele landje klein en groot is.
Ik Wil de Wereld Zien is opnieuw een juweeltje.
Een reislied waar Johan sedert Bar Tropical een patent op heeft.
Er zit een regenjas met mij op het terras.
Toch doet zo'n regenjas dromen dat het zomer was.
Op Café Mazout en vooral op het gedurfde Tango van Malando
proberen Verminnen Lootens nieuwe muzikale horizonten te verkennen.
Voor het vocale arrangement van die laatste song doe ik mijn hoed af.
De CD versie van Traag Is Mooi voegt Een Vriend Zien Huilen
en Vierhoog in de Wolken van het vorige album Mélancholie toe.
Twee liedjes die inderdaad volledig opgaan in de sfeer van deze CD.
vind ik het beste album van Verminnen.
Hier is alles in evenwicht: sterke songs, mooie teksten
en vaak verbluffende arrangementen ... Johan en Tars zijn een team.
Er is de laverende opener Zeiler Ver van Huis
waarin Johan het ruime sop kiest en mijmert over
het spreekwoordelijk bevaren van de zeven wereldzeeën.
Traag Is Mooi, zo tragisch mooi als de woordspeling in de titel.
Ik heb leren roeien met riemen van stro ... want traag is soms mooi.
Johan gooit zijn anker op dit album, komt tot bezinning, een keerpuntplaat.
Ik vind Mooie Dagen lang niet zo slecht als c-moon beweert.
Een zeer radiovriendelijke single die de ontmoeting tussen Johan
en zijn vrouw in mooie verzen optekent ... een huwelijk dat op het
volgend album een dierbare vrucht zal opleveren ... Paulien.
Vanwaar de Wolken Komen is briljant.
Hier haalt Verminnen opnieuw het niveau van Brel.
Een ode aan België die in deze communautaire tijden van pas komt.
De grijze wolken op de hoes trekken op en een glimlachende zon
ontfermt zich over alles waar dit dubbele landje klein en groot is.
Ik Wil de Wereld Zien is opnieuw een juweeltje.
Een reislied waar Johan sedert Bar Tropical een patent op heeft.
Er zit een regenjas met mij op het terras.
Toch doet zo'n regenjas dromen dat het zomer was.
Op Café Mazout en vooral op het gedurfde Tango van Malando
proberen Verminnen Lootens nieuwe muzikale horizonten te verkennen.
Voor het vocale arrangement van die laatste song doe ik mijn hoed af.
De CD versie van Traag Is Mooi voegt Een Vriend Zien Huilen
en Vierhoog in de Wolken van het vorige album Mélancholie toe.
Twee liedjes die inderdaad volledig opgaan in de sfeer van deze CD.
Johan Verminnen - Tweemaal Woordwaarde (1983)

3,0
0
geplaatst: 5 november 2008, 22:04 uur
TWEEMAAL WOORDWAARDE 1983
is wat mij betreft in hetzelfde bedje ziek als zijn voorganger.
De soms wat geforceerde integratie van het vroege synthgeluid
doet het album vandaag behoorlijk gedateerd klinken.
Het is natuurlijk nooit goed om je plaat te beginnen
met Meneer Middelmaat (de tweede single uiteindelijk).
Want zo klinkt Johan op een aantal albumtracks.
De eerste single 't Is Amor Amor haakt helemaal in
op het Zuidamerikaanse succesgeluid van 'k Voel Me Goed.
Het nummer kan er mee door, al is de truk te doorzichtig.
Neem dan liever Vakantie in Mijn Straat, het enige lied
dat echt boven de middelmaat uitstijgt en mag ingedeeld
worden in het rijtje van onvergetelijke Verminnen nummers.
Als de liefde van de man door de maag gaat, dan moet
de allochtone keuken de sleutel tegen racisme zijn.
Zal nooit de bende extreem rechtse studenten uit Leuven
vergeten die, na een betoging tegen het vreemde gespuis,
de benen strekte in een pitta restaurant ... oordeel zelf.
Op geslaagde nummers als Balzaal van Mijn Jeugd
breidt Verminnen verder aan de autobiografische draad
die doorheen heel zijn oeuvre verwezen zit, alleen slaagt
hij er op dit album (en zijn voorganger) niet echt in
om muzikaal echt blijvende liedjes te schrijven.
Daar komt bij de volgende drie albums verandering in.
is wat mij betreft in hetzelfde bedje ziek als zijn voorganger.
De soms wat geforceerde integratie van het vroege synthgeluid
doet het album vandaag behoorlijk gedateerd klinken.
Het is natuurlijk nooit goed om je plaat te beginnen
met Meneer Middelmaat (de tweede single uiteindelijk).
Want zo klinkt Johan op een aantal albumtracks.
De eerste single 't Is Amor Amor haakt helemaal in
op het Zuidamerikaanse succesgeluid van 'k Voel Me Goed.
Het nummer kan er mee door, al is de truk te doorzichtig.
Neem dan liever Vakantie in Mijn Straat, het enige lied
dat echt boven de middelmaat uitstijgt en mag ingedeeld
worden in het rijtje van onvergetelijke Verminnen nummers.
Als de liefde van de man door de maag gaat, dan moet
de allochtone keuken de sleutel tegen racisme zijn.
Zal nooit de bende extreem rechtse studenten uit Leuven
vergeten die, na een betoging tegen het vreemde gespuis,
de benen strekte in een pitta restaurant ... oordeel zelf.
Op geslaagde nummers als Balzaal van Mijn Jeugd
breidt Verminnen verder aan de autobiografische draad
die doorheen heel zijn oeuvre verwezen zit, alleen slaagt
hij er op dit album (en zijn voorganger) niet echt in
om muzikaal echt blijvende liedjes te schrijven.
Daar komt bij de volgende drie albums verandering in.
Johan Verminnen - Volle Maan (1990)

3,0
0
geplaatst: 8 november 2008, 22:20 uur
VOLLE MAAN 1990
ligt in het verlengde van Iets om in te Geloven,
de opvallend commericeel klinkende single die
nieuw was op de verzamelaar Mooie Dagen uit 1989.
Heel wat liedjes lijken op het hitgevoelige publiek te mikken.
We schrijven 1990 en het VTM programma Tien Om Te Zien zorgt
voor een onverwachte revival van het Vlaamse chanson.
Is er plaats voor Johan tussen Will Tura, Clouseau,
Willy Sommers, Helmut Lotti, Luc Steeno en Bart Kaell?
Antwoord is neen.
Nochtans scoorde hij medio jaren 80 niet onaardig
met commerciëler werk als Mooie Dagen en Paulien.
Met de singles van Volle Maan wilde het echter niet lukken.
Misschien mede omdat Ik Wil Gelukkig Zijn, het lied dat het meest
in aanmerking komt om breed te scoren, pas de derde single werd.
Fatima (Johans cous cous kreten) en Volle Maan (een half geslaagde
titelsong en albumopener) gingen vooraf op 45 toeren.
De betere liedjes zitten echter aan het einde van de plaat.
Hoeveel Brieven is een pakkende opsteker voor Amnesty International.
En in Madeleine La Marolliëne bezingt Johan op grootste wijze
zijn Brussel in de figuur van deze oude autochtoonse.
Johan blaast zelf 40 Kaarsen uit op track 7.
Maar weg is de gelaagde muziek van zijn drie meesterplaten
uit de jaren 80 (Melancholie, Traag Is Mooi en Gezongen Landschap).
Weg is ook Tars Lootens die zich op de televisie (VTM) profileert
als professioneel begeleider van kindertalent in De Kinderclub.
Het is niet meer wat het geweest is,
en het zal nooit meer zijn zoals het was.
ligt in het verlengde van Iets om in te Geloven,
de opvallend commericeel klinkende single die
nieuw was op de verzamelaar Mooie Dagen uit 1989.
Heel wat liedjes lijken op het hitgevoelige publiek te mikken.
We schrijven 1990 en het VTM programma Tien Om Te Zien zorgt
voor een onverwachte revival van het Vlaamse chanson.
Is er plaats voor Johan tussen Will Tura, Clouseau,
Willy Sommers, Helmut Lotti, Luc Steeno en Bart Kaell?
Antwoord is neen.
Nochtans scoorde hij medio jaren 80 niet onaardig
met commerciëler werk als Mooie Dagen en Paulien.
Met de singles van Volle Maan wilde het echter niet lukken.
Misschien mede omdat Ik Wil Gelukkig Zijn, het lied dat het meest
in aanmerking komt om breed te scoren, pas de derde single werd.
Fatima (Johans cous cous kreten) en Volle Maan (een half geslaagde
titelsong en albumopener) gingen vooraf op 45 toeren.
De betere liedjes zitten echter aan het einde van de plaat.
Hoeveel Brieven is een pakkende opsteker voor Amnesty International.
En in Madeleine La Marolliëne bezingt Johan op grootste wijze
zijn Brussel in de figuur van deze oude autochtoonse.
Johan blaast zelf 40 Kaarsen uit op track 7.
Maar weg is de gelaagde muziek van zijn drie meesterplaten
uit de jaren 80 (Melancholie, Traag Is Mooi en Gezongen Landschap).
Weg is ook Tars Lootens die zich op de televisie (VTM) profileert
als professioneel begeleider van kindertalent in De Kinderclub.
Het is niet meer wat het geweest is,
en het zal nooit meer zijn zoals het was.
Johan Verminnen - Zeven Levens (1992)

3,0
0
geplaatst: 9 november 2008, 00:22 uur
ZEVEN LEVENS 1992
De plaat waardoor ik afhaakte.
De magie is zoek, al komt Johan af en toe sterk uit de hoek.
Maar zonder Tars Lootens werd het allemaal toch wat mainstreamer.
Verminnen probeert op Mambo King nieuwe stijlen te verkennen.
Hij zal zich nog later bijvoorbeeld ook in big band swing verdiepen.
Mambo King is vooral veelbelovend, maar net geen winnaar.
Dat is De Musette dan weer wel.
Voor mijn part Verminnens laatste, echt grote lied.
Boordevol nostalgie, een soort Vierhoog in de Wolken.
Over de platenkoffer van zijn vader waarin het Frans chanson
Johans hart blijvend veroverde ... Verminnen op zijn sterkts.
Maar daarmee doe ik dan ook het Verminnen boek toe.
Een grote meneer, die de laatste jaren toch wat op de dool is.
Zag hem vorig jaar nog meedoen aan een televisie liedjeswedstrijd
en laatste eindigen met een Nederlandstalige cover naar keuze.
Een beetje onverdiend, maar zielig tegelijk ...
De plaat waardoor ik afhaakte.
De magie is zoek, al komt Johan af en toe sterk uit de hoek.
Maar zonder Tars Lootens werd het allemaal toch wat mainstreamer.
Verminnen probeert op Mambo King nieuwe stijlen te verkennen.
Hij zal zich nog later bijvoorbeeld ook in big band swing verdiepen.
Mambo King is vooral veelbelovend, maar net geen winnaar.
Dat is De Musette dan weer wel.
Voor mijn part Verminnens laatste, echt grote lied.
Boordevol nostalgie, een soort Vierhoog in de Wolken.
Over de platenkoffer van zijn vader waarin het Frans chanson
Johans hart blijvend veroverde ... Verminnen op zijn sterkts.
Maar daarmee doe ik dan ook het Verminnen boek toe.
Een grote meneer, die de laatste jaren toch wat op de dool is.
Zag hem vorig jaar nog meedoen aan een televisie liedjeswedstrijd
en laatste eindigen met een Nederlandstalige cover naar keuze.
Een beetje onverdiend, maar zielig tegelijk ...
John Cale - Paris 1919 (1973)

5,0
2
geplaatst: 24 september 2011, 22:02 uur
PARIS 1919 - 1973
Ik schrijf bij deze een recensie op verzoek.
Want deze plaat verdient alle aandacht van zodra de herfst zijn intrede doet.
Ik zit op een trein en rijd doorheen Europa met een boek op de schoot.
Vraag me niet waarover het boek gaat, want ik lees geen romans.
Toch zit ik met dat boek op mijn schoot omdat ik Paris 1919 met boeken associeer.
Met de geur van herfstbladeren en met de geur van een oud doorbladerd boek.
Herfst
De wind bladert door de bomen.
Het laatste hoofdstuk van een boeiend jaar.
Verder dan die ene vers kwam ik niet als student in 1992,
maar ik schreef het wel in de tijd dat ik dit album leerde kennen.
Ik heb een zwak voor John Cale. Niet dat ik zijn oeuvre aanbid,
maar hij heeft een paar liedjes gemaakt die mij zeer diep weten te raken.
Die liedjes doen met mij wat de muziek van Joy Division met mij doet.
Fear (Is a Man's Best Friend)
YouTube - John Cale - Child's Christmas in Wales
Straks lachen er weer pompoenen voor deuren en ramen
en zijn we begonnen aan een reeks van gebruiken en feesten
die vooral bedoeld zijn om de koude, de angst en de dood te verbannen.
Om ons dan uiteindelijk te warmen aan het licht van een pasgeboren kind.
YouTube - John Cale - Hanky Panky Nohow
Een nummer in typische Cale stijl. Je hoort in het arrangement
dat de man een klassieke scholing heeft genoten. Cale verlaat gezwind
het rock 'n' roll pad en schrijft een lied in de ware traditie van het woord.
In de achtergrond slaat de bas de maat. Een ode aan de onschuld.
YouTube - John Cale - The Endless Plain of Fortune
Als een ontheemde troubadour zit Cale tegenover me op de trein.
Hij is gehuld in een regenjas die aan Leonard Cohen doet denken.
Buiten glijden landschappen voorbij die ademen in de november lucht.
YouTube - John Cale - Andalucia
Als een teder wiegelied neemt de melodie van Andalucia me mee
naar warmere oorden. Straks is er een kom warme soep bij de kachel.
Heel het album is doordrongen van een zachte weemoed die me beklijft.
YouTube - John Cale - Macbeth
John Cale was een kwart van The Velvet Underground.
Het is hard zoeken naar sporen van dat verleden op Paris 1919.
Macbeth swingt als de beesten. Het boek op mijn schoot is van Shakespeare.
YouTube - John Cale - Paris 1919
De titelsong klinkt als de hit van het album die er nooit geweest is.
Een schijnbaar zorgeloos liefdeslied krult zich in de oren. En ik moet denken
aan die andere herfstplaat die bovenaan mijn seizoenslijstje staat: Ting van Nits.
Geniaal in het gebruik van de piano. Robert-Jan Stips en John Cale zijn helden.
YouTube - John Cale - Graham Greene
Graham Greene klinkt als een Kinks song die flirt met reggae.
Paris 1919 laat zich ook opmerken in de portrettering van (bekende) figuren.
De plaat moet je beluisteren als een songcyclus met kop en staart.
YouTube - John Cale - Half Past France
En nu haal ik voorzichtig mijn zakdoek boven. Want geen enkel lied
beschrijft beter de kilometers die ik als student op de trein doorbracht
om in het grijze Brussel tussen de eerste sneeuwvlokken op zoek te gaan
naar een nieuwe plaat, een spannend stripverhaal of een vleugje cultuur.
YouTube - John Cale - Antarctica Starts Here
Paris 1919 (1973) is voor John Cale wat Berlin (1973) voor Lou Reed was.
Een reis door Europa, een zoektocht naar culturele wortels en bovenal
een staalkaart van een veelzijdig talent. Berlin werd een klassieker.
Mag Paris 1919 de volgende keer ook op uw stem rekenen?
Voor wie John Cale op een gelijkaardige manier aan het werk wil horen ...
John Cale - Music for a New Society (1982)
John Cale - Fragments of a Rainy Season (1992)
Die laatste is een live plaat met enkel een piano en een bloemlezing uit zijn beste werk.
Ik schrijf bij deze een recensie op verzoek.
Want deze plaat verdient alle aandacht van zodra de herfst zijn intrede doet.
Ik zit op een trein en rijd doorheen Europa met een boek op de schoot.
Vraag me niet waarover het boek gaat, want ik lees geen romans.
Toch zit ik met dat boek op mijn schoot omdat ik Paris 1919 met boeken associeer.
Met de geur van herfstbladeren en met de geur van een oud doorbladerd boek.
Herfst
De wind bladert door de bomen.
Het laatste hoofdstuk van een boeiend jaar.
Verder dan die ene vers kwam ik niet als student in 1992,
maar ik schreef het wel in de tijd dat ik dit album leerde kennen.
Ik heb een zwak voor John Cale. Niet dat ik zijn oeuvre aanbid,
maar hij heeft een paar liedjes gemaakt die mij zeer diep weten te raken.
Die liedjes doen met mij wat de muziek van Joy Division met mij doet.
Fear (Is a Man's Best Friend)
YouTube - John Cale - Child's Christmas in Wales
Straks lachen er weer pompoenen voor deuren en ramen
en zijn we begonnen aan een reeks van gebruiken en feesten
die vooral bedoeld zijn om de koude, de angst en de dood te verbannen.
Om ons dan uiteindelijk te warmen aan het licht van een pasgeboren kind.
YouTube - John Cale - Hanky Panky Nohow
Een nummer in typische Cale stijl. Je hoort in het arrangement
dat de man een klassieke scholing heeft genoten. Cale verlaat gezwind
het rock 'n' roll pad en schrijft een lied in de ware traditie van het woord.
In de achtergrond slaat de bas de maat. Een ode aan de onschuld.
YouTube - John Cale - The Endless Plain of Fortune
Als een ontheemde troubadour zit Cale tegenover me op de trein.
Hij is gehuld in een regenjas die aan Leonard Cohen doet denken.
Buiten glijden landschappen voorbij die ademen in de november lucht.
YouTube - John Cale - Andalucia
Als een teder wiegelied neemt de melodie van Andalucia me mee
naar warmere oorden. Straks is er een kom warme soep bij de kachel.
Heel het album is doordrongen van een zachte weemoed die me beklijft.
YouTube - John Cale - Macbeth
John Cale was een kwart van The Velvet Underground.
Het is hard zoeken naar sporen van dat verleden op Paris 1919.
Macbeth swingt als de beesten. Het boek op mijn schoot is van Shakespeare.
YouTube - John Cale - Paris 1919
De titelsong klinkt als de hit van het album die er nooit geweest is.
Een schijnbaar zorgeloos liefdeslied krult zich in de oren. En ik moet denken
aan die andere herfstplaat die bovenaan mijn seizoenslijstje staat: Ting van Nits.
Geniaal in het gebruik van de piano. Robert-Jan Stips en John Cale zijn helden.
YouTube - John Cale - Graham Greene
Graham Greene klinkt als een Kinks song die flirt met reggae.
Paris 1919 laat zich ook opmerken in de portrettering van (bekende) figuren.
De plaat moet je beluisteren als een songcyclus met kop en staart.
YouTube - John Cale - Half Past France
En nu haal ik voorzichtig mijn zakdoek boven. Want geen enkel lied
beschrijft beter de kilometers die ik als student op de trein doorbracht
om in het grijze Brussel tussen de eerste sneeuwvlokken op zoek te gaan
naar een nieuwe plaat, een spannend stripverhaal of een vleugje cultuur.
YouTube - John Cale - Antarctica Starts Here
Paris 1919 (1973) is voor John Cale wat Berlin (1973) voor Lou Reed was.
Een reis door Europa, een zoektocht naar culturele wortels en bovenal
een staalkaart van een veelzijdig talent. Berlin werd een klassieker.
Mag Paris 1919 de volgende keer ook op uw stem rekenen?
Voor wie John Cale op een gelijkaardige manier aan het werk wil horen ...
John Cale - Music for a New Society (1982)
John Cale - Fragments of a Rainy Season (1992)
Die laatste is een live plaat met enkel een piano en een bloemlezing uit zijn beste werk.
John Hiatt - Bring the Family (1987)

5,0
4
geplaatst: 23 september 2013, 00:51 uur
BRING THE FAMILY 1987
John Hiatt maakt al decennia lang muziek die bij mij zelden op het menu staat.
Tijdens zijn passage bij A&M (periode 1987-1993) roerde hij wat pop door zijn songs.
En zie, de albums uit die periode vallen bij mij in de smaak met Bring the Family op kop.
Hiatt heeft zich gewapend met doorwinterde gastmuzikanten en dat hoor je meteen.
Memphis in the Meantime strompelt als een huifkar met de blues de woonkamer binnen.
De wijze waarop de drums en de elektrische gitaar accenten aanbrengen intrigeert me.
Alone in the Dark drijft op een broeierige gitaar, een gitaar als een mondharmonica.
John vertolkt met dichtgeknepen keel de lotgevallen van een tot eenzaamheid veroordeelde.
Die strot van hem wordt zo een instrument op zich. Witte man kreunt de blues.
Een vlotte uptempo song die Thing Called Love heet, verscheen op single.
Daar moet het meezingbare refrein voor iets hebben tussen gezeten, denk ik dan.
Toch ploeteren de strofes iets te graag in de modder om de radio-luisteraar te bekoren.
Lipstick Sunset zou alleen voor de metafoor in de titel vijf sterren moeten krijgen.
En deze weeping ballad lost zijn belofte helemaal. De cowboy met zijn paard werpen
een ellenlange schaduw op de prairie wanneer ze de zonsondergang tegemoet schommelen.
Het is die schuivende gitaar die met zijn dikke rode strepen aan haar lippen doet denken.
Het verhaal wil dat John niet zo tevreden was over het muzikale arrangement
van zijn pensioennummer Have a Little Faith in Me. Op de een of andere manier
stonden de instrumenten de radeloosheid van de protagonist in de weg.
Een man en een piano. Vraag maar aan Billy Joel hoe beproefd dit muzikale recept is.
Gek genoeg deed Raymond van het Groenewoud het Hiatt al eens voor op Je Veux de l'Amour.
Draaien we de langspeler om dan horen we met Thank You Girl
een single die qua hitpotentie in het verlengde met Thing Called Love ligt.
Een catchy refrein en met iets meer klemtoon op het country element.
De tweede plaatkant telt iets meer ingetogen nummers.
Tip of My Tongue is een gevoelige ballad die geen krachtpatserij duldt.
Het nummer laat zelfs horen dat de keel van Hiatt ook erg goed kan zingen.
Eentje om na het laatste rondje van de avond het licht uit te doen.
Bring the Family kwam tot stand op een breekpunt in Hiatts leven.
Een gebroken hart dat na een zwervend bestaan terugkeert naar zijn wortels.
Spijt is een vaak terugkerende gedachte in de songs.
Your Dad Did heeft een heerlijk brommende basgitaar.
Hiatts genialiteit zit in de manier waarop hij country en rock aan elkaar weet te paren.
Je hoort voortdurend beide muziekstijlen symbiotisch om elkaar heen strengelen.
Vocaal beheerst hij zowel de zwarte pijnkreet als de cowboy jodel.
De laatste twee nummers van de plaat kondigen een voorzichtige ommekeer aan.
Stood Up speelt subtiel met de verrijzenisgedachte. Hoe op te staan uit je eigen verdriet?
Hier primeert de tekst op de muzikale omlijsting. De catharsis is nu niet ver af meer.
Learning How to Love You. Leren gebeurt altijd met vallen en opstaan.
En zo gaat het ook in de liefde. Harten worden gebroken en opnieuw gelijmd.
Wie wil doordringen tot de essentie van Bring the Family heeft het tekstvel nodig.
Met op kant één de muzikaal meer toegankelijke nummers
en op kant twee de meer autobiografische liedjes wist blues cowboy John Hiatt
de onschuldige voorbijganger die ik was, behoorlijk diep in het muzikale hart te treffen.
John Hiatt maakt al decennia lang muziek die bij mij zelden op het menu staat.
Tijdens zijn passage bij A&M (periode 1987-1993) roerde hij wat pop door zijn songs.
En zie, de albums uit die periode vallen bij mij in de smaak met Bring the Family op kop.
Hiatt heeft zich gewapend met doorwinterde gastmuzikanten en dat hoor je meteen.
Memphis in the Meantime strompelt als een huifkar met de blues de woonkamer binnen.
De wijze waarop de drums en de elektrische gitaar accenten aanbrengen intrigeert me.
Alone in the Dark drijft op een broeierige gitaar, een gitaar als een mondharmonica.
John vertolkt met dichtgeknepen keel de lotgevallen van een tot eenzaamheid veroordeelde.
Die strot van hem wordt zo een instrument op zich. Witte man kreunt de blues.
Een vlotte uptempo song die Thing Called Love heet, verscheen op single.
Daar moet het meezingbare refrein voor iets hebben tussen gezeten, denk ik dan.
Toch ploeteren de strofes iets te graag in de modder om de radio-luisteraar te bekoren.
Lipstick Sunset zou alleen voor de metafoor in de titel vijf sterren moeten krijgen.
En deze weeping ballad lost zijn belofte helemaal. De cowboy met zijn paard werpen
een ellenlange schaduw op de prairie wanneer ze de zonsondergang tegemoet schommelen.
Het is die schuivende gitaar die met zijn dikke rode strepen aan haar lippen doet denken.
Het verhaal wil dat John niet zo tevreden was over het muzikale arrangement
van zijn pensioennummer Have a Little Faith in Me. Op de een of andere manier
stonden de instrumenten de radeloosheid van de protagonist in de weg.
Een man en een piano. Vraag maar aan Billy Joel hoe beproefd dit muzikale recept is.
Gek genoeg deed Raymond van het Groenewoud het Hiatt al eens voor op Je Veux de l'Amour.
Draaien we de langspeler om dan horen we met Thank You Girl
een single die qua hitpotentie in het verlengde met Thing Called Love ligt.
Een catchy refrein en met iets meer klemtoon op het country element.
De tweede plaatkant telt iets meer ingetogen nummers.
Tip of My Tongue is een gevoelige ballad die geen krachtpatserij duldt.
Het nummer laat zelfs horen dat de keel van Hiatt ook erg goed kan zingen.
Eentje om na het laatste rondje van de avond het licht uit te doen.
Bring the Family kwam tot stand op een breekpunt in Hiatts leven.
Een gebroken hart dat na een zwervend bestaan terugkeert naar zijn wortels.
Spijt is een vaak terugkerende gedachte in de songs.
Your Dad Did heeft een heerlijk brommende basgitaar.
Hiatts genialiteit zit in de manier waarop hij country en rock aan elkaar weet te paren.
Je hoort voortdurend beide muziekstijlen symbiotisch om elkaar heen strengelen.
Vocaal beheerst hij zowel de zwarte pijnkreet als de cowboy jodel.
De laatste twee nummers van de plaat kondigen een voorzichtige ommekeer aan.
Stood Up speelt subtiel met de verrijzenisgedachte. Hoe op te staan uit je eigen verdriet?
Hier primeert de tekst op de muzikale omlijsting. De catharsis is nu niet ver af meer.
Learning How to Love You. Leren gebeurt altijd met vallen en opstaan.
En zo gaat het ook in de liefde. Harten worden gebroken en opnieuw gelijmd.
Wie wil doordringen tot de essentie van Bring the Family heeft het tekstvel nodig.
Met op kant één de muzikaal meer toegankelijke nummers
en op kant twee de meer autobiografische liedjes wist blues cowboy John Hiatt
de onschuldige voorbijganger die ik was, behoorlijk diep in het muzikale hart te treffen.
Jona Lewie - Heart Skips Beat (1982)

4,0
0
geplaatst: 11 september 2008, 22:25 uur
HEART SKIPS BEAT
zal de tweede en laatste Stiff plaat van Jona Lewie zijn.
Opnieuw een verzameling singles en leuke albumtracks.
Om duimen en vingers bij af te likken als je gevoel voor humor hebt.
Jona Lewie is een bijzonder ondergewaard talent.
Zijn liedjes worden gekenmerkt door boogie en folk invloeden.
Teksten zijn altijd tongue-in-cheek en de arrangementen subliem.
In 1992 verscheen dit 11 tracks tellende album eenmalig op CD
met maar liefst 9 bonustracks (blij dat ik hem heb gevonden).
Eerst even naar de hitjes luisteren.
Stop the Cavalry / Laughing Tonight is Jona's pensioennummer.
Ik dacht vroeger altijd dat het Mike Oldfield was met een folky kerstsingle.
Het b-kantje staat op het vorige album ... lees daar verder.
Louise / It Never Will Go Wrong was de opvolger en zowaar
Jona's interpretatie van een volbloed synth wave nummer.
Bijzonder meezingbaar refrein en soulvolle backings.
Ik zit te dansen op mijn bureaustoel van plezier.
You're the one I like, 'cos we get it - ooh ah - 'cos we get it right.
De b-kant is een soort synth boogie interpretatie van hetzelfde thema.
Shaggy Raggy / Shaggy Raggied haalde het album niet.
De single flopte, maar is desalniettemin een meesterlijke
karikatuur van een reggae nummer ... moet je horen ...
De b-kant is een boogie dubversie van de a-kant (echt waar).
Rearranging the Deck Chairs on the Titanic / I'll Be Here
was een wel heel bizarre single keuze, want het betreft hier
een instrumental waarin Jona de draak steekt met James Last.
De b-kant is duidelijk een wat kleurloos restnummer ...
I Think I'll Get My Hair Cut / What Have I Done is gelukkig weer top.
Opnieuw een radiohitje in typische Lewie stijl, inclusief folk brugje.
De titel en de tekst verwijzen naar de new romantics en hun mode fixatie.
De b-kant staat ook op het album, maar klinkt mainstreamer dan ooit.
Love Detonator / The Baby She's on the Streets
is Jona's allerlaatste single ... en een wat voor eentje.
Een vuurwerk van studio hoogstandjes ... boeiend van a tot z.
De b-kant was Jona's allereerste single en staat op het vorige album.
Cream Jacqueline Strawberry is een tapdans nummer (echt waar).
Maar hier is het arrangement zo opgeklopt dat het de slagroom verzuurt.
Ab-ra-ca-da-bra lijdt aan een soortgelijke kwaal en is matig,
al wordt er wel overtuigend met de muzikale toverstaf gezwaaid.
The Seed That Always Died is een beter album nummer.
Een Lewie ode aan de hoerenloperij ... wink wink nudge nugde.
Eigenlijk heeft zijn muziek soms wel wat van Monty Python.
Heart Skips Beat vind ik echt onwaarschijnlijk geniaal.
Een frivole piano boogie met folkdans en synthesizer fanfare.
Na regen komt altijd zonneschijn, vooral met Jona's muziek.
Yo-Go had een single kunnen zijn, een sterke rocker
die in het refrein als een zeepbel zo breekbaar openspat.
Guessing Games is een verdienstelijke albumtrack.
Klinkt weer wat mainstreamer dan we gewoon zijn van Lewie.
Tracks 19 en 20 zijn van een gratis promosingle
en voegen weinig toe aan deze expanded collectie.
Jona Lewie is een goudmijn voor de echte muziekliefhebber.
Geen klassiekers met eeuwigheidswaarde, maar wel erg slimme
voorbeelden van hoe een creatief gearrangeerd liedje kan klinken.
zal de tweede en laatste Stiff plaat van Jona Lewie zijn.
Opnieuw een verzameling singles en leuke albumtracks.
Om duimen en vingers bij af te likken als je gevoel voor humor hebt.
Jona Lewie is een bijzonder ondergewaard talent.
Zijn liedjes worden gekenmerkt door boogie en folk invloeden.
Teksten zijn altijd tongue-in-cheek en de arrangementen subliem.
In 1992 verscheen dit 11 tracks tellende album eenmalig op CD
met maar liefst 9 bonustracks (blij dat ik hem heb gevonden).
Eerst even naar de hitjes luisteren.
Stop the Cavalry / Laughing Tonight is Jona's pensioennummer.
Ik dacht vroeger altijd dat het Mike Oldfield was met een folky kerstsingle.
Het b-kantje staat op het vorige album ... lees daar verder.
Louise / It Never Will Go Wrong was de opvolger en zowaar
Jona's interpretatie van een volbloed synth wave nummer.
Bijzonder meezingbaar refrein en soulvolle backings.
Ik zit te dansen op mijn bureaustoel van plezier.
You're the one I like, 'cos we get it - ooh ah - 'cos we get it right.
De b-kant is een soort synth boogie interpretatie van hetzelfde thema.
Shaggy Raggy / Shaggy Raggied haalde het album niet.
De single flopte, maar is desalniettemin een meesterlijke
karikatuur van een reggae nummer ... moet je horen ...
De b-kant is een boogie dubversie van de a-kant (echt waar).
Rearranging the Deck Chairs on the Titanic / I'll Be Here
was een wel heel bizarre single keuze, want het betreft hier
een instrumental waarin Jona de draak steekt met James Last.
De b-kant is duidelijk een wat kleurloos restnummer ...
I Think I'll Get My Hair Cut / What Have I Done is gelukkig weer top.
Opnieuw een radiohitje in typische Lewie stijl, inclusief folk brugje.
De titel en de tekst verwijzen naar de new romantics en hun mode fixatie.
De b-kant staat ook op het album, maar klinkt mainstreamer dan ooit.
Love Detonator / The Baby She's on the Streets
is Jona's allerlaatste single ... en een wat voor eentje.
Een vuurwerk van studio hoogstandjes ... boeiend van a tot z.
De b-kant was Jona's allereerste single en staat op het vorige album.
Cream Jacqueline Strawberry is een tapdans nummer (echt waar).
Maar hier is het arrangement zo opgeklopt dat het de slagroom verzuurt.
Ab-ra-ca-da-bra lijdt aan een soortgelijke kwaal en is matig,
al wordt er wel overtuigend met de muzikale toverstaf gezwaaid.
The Seed That Always Died is een beter album nummer.
Een Lewie ode aan de hoerenloperij ... wink wink nudge nugde.
Eigenlijk heeft zijn muziek soms wel wat van Monty Python.
Heart Skips Beat vind ik echt onwaarschijnlijk geniaal.
Een frivole piano boogie met folkdans en synthesizer fanfare.
Na regen komt altijd zonneschijn, vooral met Jona's muziek.
Yo-Go had een single kunnen zijn, een sterke rocker
die in het refrein als een zeepbel zo breekbaar openspat.
Guessing Games is een verdienstelijke albumtrack.
Klinkt weer wat mainstreamer dan we gewoon zijn van Lewie.
Tracks 19 en 20 zijn van een gratis promosingle
en voegen weinig toe aan deze expanded collectie.
Jona Lewie is een goudmijn voor de echte muziekliefhebber.
Geen klassiekers met eeuwigheidswaarde, maar wel erg slimme
voorbeelden van hoe een creatief gearrangeerd liedje kan klinken.
Jona Lewie - On the Other Hand There's a Fist (1978)

5,0
0
geplaatst: 11 september 2008, 21:45 uur
ON THE OTHER HAND THERE'S A FIRST
verscheen in 1979 en 1980 met verschillende tracklijst.
De zeldzame CD versie uit 1991 (godzijdank heb ik die gevonden)
volgt de versie uit 1980 en voegt er 8 bonustracks aan toe.
Voor liefhebbers van pubrock met een kwinkslag.
Jona Lewie is een muzikale duizendpoot die houdt van veel muziekjes.
Bijzonder geestige teksten en briljant gearrangeerde liedjes.
Kitchen at Parties is zijn op één na bekendste nummer.
Interessant omdat er drie typische Lewie kenmerken in terug te vinden zijn:
humoristische tekst, creatief gebruik van de synthesizer en een folk bruggetje.
The Baby She's on the Street was de eerste solo-hit op Stiff.
Een aanstekelijke en rijk gearrangeerde pub boogie.
Big Shot - Momentarily was de opvolger van Kitchen at Parties.
Een prettige folksong waarin Jona de draak steekt met het sterdom.
Doet denken aan Mike Oldfield en Jona's eigen Stop the Cavalry.
A Bit Higher en Vous et Moi worden beide gedragen door gitaren.
Twee stukjes die echter weinig meer zijn dan interessante studies.
God Bless Whoever Made You is de enige uitschuiver hier.
Hoorbaar niet volledig van Jona's hand ... een fletse single flop.
Hallelujah Europa is misschien bekend van de radio.
Moest Jona's tweede single worden voor Stiff, maar werd weerhouden.
Prachtige melodie en opnieuw een bijzonder creatief arrangement.
Feeling Stupid was een b-kantje dat eens te meer drijft
op de zelfironie die Jona voortdurend in zijn nummers legt.
Muzikaal best leuk, maar minder beklijvend zoals tracks 4 en 5.
On the Road heeft het ritme van een postkoets en doet
op die manier zijn titel alle eer aan ... aardig zonder meer.
I'll Get By in Pittsburgh klinkt als Tom Waits in een saloon.
Schiet niet op de pianist, maar geniet van deze dronken boogie.
Laughing Tonight is zydeco op een warme zomeravond.
Inclusief folk bruggetje en bijzonder aanstekelijk uitgevoerd.
Bang-a-lang-a-boom-er-rang-man is zo lui als een hangmat.
Met de ogen half toe gezongen en een sfeervolle intro op ...
... The Fairground Ride waarin Jona weer alle folkregisters opentrekt.
Hierop is het heerlijk een beentje of twee te strekken ... doen gewoon.
Bureaucrats is een mooi staatlje pubrock musical.
Klinkt op zekere manier eigenlijk behoorlijk new wave.
Police Trap is een muzikaal hoorspel op plaat.
Opnieuw een bijzonder vindingrijk gearrangeerde boogie.
The Last Supper at the Masquerade is een sublieme party closer.
Met puntige bas en mooie keyboard akkoorden en naar het einde toe
een piano die op de voorgrond treedt tussen een gospel achtergrond.
Denny Laine's Valet was de b-kant van de eerste single.
Een liedje dat lichtjes verdrinkt in een te gecompliceerd arrangement.
Be Stiff is eigenlijk een promoliedje voor het Stiff label.
Met Jona aan de piano en op lead vocals ... een coda zeg maar.
De 1979 release van dit album zag er qua tracklijst als volgt uit.
The Baby She's on the Street / Laughing Tonight /
Bang-a-lang-a-boom-er-rang Man / The Fairground Ride / On the Road /
Vous et Moi / I'll Get By in Pittsburgh / Bureaucrats / Hallelujah Europa /
Police Trap / Feeling Stupid / The Last Supper at the Masquerade
De singles uit deze periode waren ...
The Baby She's on the Streets / Denny Laine's Valet
Hallelujah Europa / Police Trap (deleted, behalve in Duitsland)
God Bless Whoever Made You / Feeling Stupid
You'll Always Fine Me in the Kitchen at Parties / Bureaucrats
Big Shot - Momentarily / I'll Get By in Pittsburgh
In 1980 verscheen het album opnieuw met een tracklijst
van 10 nummers (waaronder alle singles) zoals op MM aangegeven.
verscheen in 1979 en 1980 met verschillende tracklijst.
De zeldzame CD versie uit 1991 (godzijdank heb ik die gevonden)
volgt de versie uit 1980 en voegt er 8 bonustracks aan toe.
Voor liefhebbers van pubrock met een kwinkslag.
Jona Lewie is een muzikale duizendpoot die houdt van veel muziekjes.
Bijzonder geestige teksten en briljant gearrangeerde liedjes.
Kitchen at Parties is zijn op één na bekendste nummer.
Interessant omdat er drie typische Lewie kenmerken in terug te vinden zijn:
humoristische tekst, creatief gebruik van de synthesizer en een folk bruggetje.
The Baby She's on the Street was de eerste solo-hit op Stiff.
Een aanstekelijke en rijk gearrangeerde pub boogie.
Big Shot - Momentarily was de opvolger van Kitchen at Parties.
Een prettige folksong waarin Jona de draak steekt met het sterdom.
Doet denken aan Mike Oldfield en Jona's eigen Stop the Cavalry.
A Bit Higher en Vous et Moi worden beide gedragen door gitaren.
Twee stukjes die echter weinig meer zijn dan interessante studies.
God Bless Whoever Made You is de enige uitschuiver hier.
Hoorbaar niet volledig van Jona's hand ... een fletse single flop.
Hallelujah Europa is misschien bekend van de radio.
Moest Jona's tweede single worden voor Stiff, maar werd weerhouden.
Prachtige melodie en opnieuw een bijzonder creatief arrangement.
Feeling Stupid was een b-kantje dat eens te meer drijft
op de zelfironie die Jona voortdurend in zijn nummers legt.
Muzikaal best leuk, maar minder beklijvend zoals tracks 4 en 5.
On the Road heeft het ritme van een postkoets en doet
op die manier zijn titel alle eer aan ... aardig zonder meer.
I'll Get By in Pittsburgh klinkt als Tom Waits in een saloon.
Schiet niet op de pianist, maar geniet van deze dronken boogie.
Laughing Tonight is zydeco op een warme zomeravond.
Inclusief folk bruggetje en bijzonder aanstekelijk uitgevoerd.
Bang-a-lang-a-boom-er-rang-man is zo lui als een hangmat.
Met de ogen half toe gezongen en een sfeervolle intro op ...
... The Fairground Ride waarin Jona weer alle folkregisters opentrekt.
Hierop is het heerlijk een beentje of twee te strekken ... doen gewoon.
Bureaucrats is een mooi staatlje pubrock musical.
Klinkt op zekere manier eigenlijk behoorlijk new wave.
Police Trap is een muzikaal hoorspel op plaat.
Opnieuw een bijzonder vindingrijk gearrangeerde boogie.
The Last Supper at the Masquerade is een sublieme party closer.
Met puntige bas en mooie keyboard akkoorden en naar het einde toe
een piano die op de voorgrond treedt tussen een gospel achtergrond.
Denny Laine's Valet was de b-kant van de eerste single.
Een liedje dat lichtjes verdrinkt in een te gecompliceerd arrangement.
Be Stiff is eigenlijk een promoliedje voor het Stiff label.
Met Jona aan de piano en op lead vocals ... een coda zeg maar.
De 1979 release van dit album zag er qua tracklijst als volgt uit.
The Baby She's on the Street / Laughing Tonight /
Bang-a-lang-a-boom-er-rang Man / The Fairground Ride / On the Road /
Vous et Moi / I'll Get By in Pittsburgh / Bureaucrats / Hallelujah Europa /
Police Trap / Feeling Stupid / The Last Supper at the Masquerade
De singles uit deze periode waren ...
The Baby She's on the Streets / Denny Laine's Valet
Hallelujah Europa / Police Trap (deleted, behalve in Duitsland)
God Bless Whoever Made You / Feeling Stupid
You'll Always Fine Me in the Kitchen at Parties / Bureaucrats
Big Shot - Momentarily / I'll Get By in Pittsburgh
In 1980 verscheen het album opnieuw met een tracklijst
van 10 nummers (waaronder alle singles) zoals op MM aangegeven.
Joy Division - An Ideal for Living (1978)

4,0
0
geplaatst: 21 mei 2012, 09:01 uur
De band wordt opgericht door Bernard Sumner en Peter Hook
die inderdaad op een concert van The Sex Pistols de smaak te pakken krijgen.
Zij contacteren drummer Tony Tabac en ene Ian Curtis om de groep te vervolledigen.
Die groep heet Stiff Kittens, maar gaat pas echt optreden als ze hun naam veranderen
in Warsaw. Steve Brotherdale vervangt Tony Tabac en de groep schrijft nu ook zelf songs.
Brotherdale is te horen op de 5 demo's die Warsaw opneemt
en die zijn terug te vinden als de vijf laatste tracks op deze cd release.
At a Later Date, Inside the Line, Gutz, The Kill en You're No Good for Me.
Die cd bevat verder ook het onuitgegeven album dat Joy Division (niet Warsaw)
in 1978 opnam voor RCA. De werktitel van dat album was wellicht Warsaw
en opnames hiervan hebben jaren als de Warsaw bootleg gecirculeerd.
De wispelturige Brotherdale wordt kort daarna ontslagen en vervangen
door Steve Morris, die Ian nog kent van zijn schoolverleden. Deze definitieve line-up
neemt in 1977 als Warsaw (naar de Bowie track Warsawa) An Ideal for Living op.
Bij het verschijnen van de in eigen beheer uitgebrachte 7" ep verandert
de groep haar naam definitief in Joy Division (zie door Sumner ontworpen hoes).
Een verwijzing naar de barakken waarin joodse vrouwen seksueel werden uitgebuit
door hun nazi kampbeulen (een wrange manier om niet meteen te moeten sterven).
Een citaat uit The House of Dolls (boek hierover) zit in de song No Love Lost.
Ook in Shadowplay zitten tekstflarden die naar dezelfde thematiek verwijzen.
Dus opgenomen als Warsaw en uitgebracht als Joy Division.
De 7" ep wordt een paar maanden later nog eens op 12" heruitgebracht.
Dat de stem van Ian Curtis hier nog anders klinkt is te wijten
aan verschillende factoren. De belabberde opnametechniek tijdens de sessies,
uiteraard zijn nog door punk geïnspireerde zangstijl, de snelheid van de nummers
en tenslotte ook de productie (Martin Hannett verzwaarde Ians stem soms bewust).
Dat laatste hoor je bijvoorbeeld ook in interviews, waar Ian een hoger stemtimbre heeft.
die inderdaad op een concert van The Sex Pistols de smaak te pakken krijgen.
Zij contacteren drummer Tony Tabac en ene Ian Curtis om de groep te vervolledigen.
Die groep heet Stiff Kittens, maar gaat pas echt optreden als ze hun naam veranderen
in Warsaw. Steve Brotherdale vervangt Tony Tabac en de groep schrijft nu ook zelf songs.
Brotherdale is te horen op de 5 demo's die Warsaw opneemt
en die zijn terug te vinden als de vijf laatste tracks op deze cd release.
At a Later Date, Inside the Line, Gutz, The Kill en You're No Good for Me.
Die cd bevat verder ook het onuitgegeven album dat Joy Division (niet Warsaw)
in 1978 opnam voor RCA. De werktitel van dat album was wellicht Warsaw
en opnames hiervan hebben jaren als de Warsaw bootleg gecirculeerd.
De wispelturige Brotherdale wordt kort daarna ontslagen en vervangen
door Steve Morris, die Ian nog kent van zijn schoolverleden. Deze definitieve line-up
neemt in 1977 als Warsaw (naar de Bowie track Warsawa) An Ideal for Living op.
Bij het verschijnen van de in eigen beheer uitgebrachte 7" ep verandert
de groep haar naam definitief in Joy Division (zie door Sumner ontworpen hoes).
Een verwijzing naar de barakken waarin joodse vrouwen seksueel werden uitgebuit
door hun nazi kampbeulen (een wrange manier om niet meteen te moeten sterven).
Een citaat uit The House of Dolls (boek hierover) zit in de song No Love Lost.
Ook in Shadowplay zitten tekstflarden die naar dezelfde thematiek verwijzen.
Dus opgenomen als Warsaw en uitgebracht als Joy Division.
De 7" ep wordt een paar maanden later nog eens op 12" heruitgebracht.
Dat de stem van Ian Curtis hier nog anders klinkt is te wijten
aan verschillende factoren. De belabberde opnametechniek tijdens de sessies,
uiteraard zijn nog door punk geïnspireerde zangstijl, de snelheid van de nummers
en tenslotte ook de productie (Martin Hannett verzwaarde Ians stem soms bewust).
Dat laatste hoor je bijvoorbeeld ook in interviews, waar Ian een hoger stemtimbre heeft.
