Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kaja Draksler Octet - Out for Stars (2020)

4,0
4
geplaatst: 28 januari 2021, 19:35 uur
Dit is een erg boeiende plaat. Kaja Draksler is een jonge Sloveense pianiste en vooral ook componiste, want zij schreef de muziek voor dit album (vandaar ook de naam Kaja Draksler Octet). De teksten komen uit het werk van de Amerikaanse dichter Robert Frost, waarvan we in Away! zelfs een audio-fragment kunnen horen. Draksler verhuisde als 18-jarig meisje reeds naar Nederland, om muziek te studeren. Wellicht is dat ook de reden waarom mannen als Ab Baars en Onno Govaerts meedoen op dit album. Nu verdeelt zij haar tijd tussen Denemarken en Slovenië.
Boeiend is deze plaat, zoals ik reeds eerder zei, vooral omdat er een breed scala wordt aangeroerd. Dit is niet louter free-jazz, avant-garde of modern klassiek, maar eerder een bijzonder smaakvolle hybride van een aantal stijlen. Zo gaan de blazers in het tussenstuk van The Last Mowing lekker loos, waarna de zangeressen de blazers overstemmen, om met een hypnotiserend mantra te eindigen. En in het tweede deel van The Silken Tent horen we een prachtige Händel-interpretatie.
Interessant is ook dat dit album, volgens de info op Bandcamp althans, werd opgenomen in Gent, in muziekcentrum De Bijloke, op 28 en 29 september 2019. Dan is er toch ook een Belgische link, tof!
Door de diversiteit die Draksler in haar composities aan de dag legt, en de (aantrekkings)kracht die de gedichten van Frost uitstralen (en natuurlijk niet in het minst de vocale uitvoering ervan), verslapt mijn aandacht geen moment, wat een hele prestatie is, wetende dat dit album ruim een uur duurt. Of het nu een opvallende voordracht van enkele dichtregels, een plotsklapse sax-uitbarsting of een wat ingetogenere maar des te intensere samenhang tussen vocalen en diverse instrumenten is zoals in hoogtepunt The Silken Tent; altijd gebeurt er wel wat! De spanning wordt er mooi ingehouden, een bepaalde vorm van onvoorspelbaarheid eveneens.
Al het bovenstaande maakt dat ik behoorlijk lyrisch ben over Out for Stars, en razend benieuwd naar ander werk van Kaja Draksler. Daar ga ik me dan ook aan wagen, in afwachting van nieuwe projecten van haar, of dat dan solo, met dit octet of in nog andere samenwerkingen zal zijn.
4 sterren
Boeiend is deze plaat, zoals ik reeds eerder zei, vooral omdat er een breed scala wordt aangeroerd. Dit is niet louter free-jazz, avant-garde of modern klassiek, maar eerder een bijzonder smaakvolle hybride van een aantal stijlen. Zo gaan de blazers in het tussenstuk van The Last Mowing lekker loos, waarna de zangeressen de blazers overstemmen, om met een hypnotiserend mantra te eindigen. En in het tweede deel van The Silken Tent horen we een prachtige Händel-interpretatie.
Interessant is ook dat dit album, volgens de info op Bandcamp althans, werd opgenomen in Gent, in muziekcentrum De Bijloke, op 28 en 29 september 2019. Dan is er toch ook een Belgische link, tof!
Door de diversiteit die Draksler in haar composities aan de dag legt, en de (aantrekkings)kracht die de gedichten van Frost uitstralen (en natuurlijk niet in het minst de vocale uitvoering ervan), verslapt mijn aandacht geen moment, wat een hele prestatie is, wetende dat dit album ruim een uur duurt. Of het nu een opvallende voordracht van enkele dichtregels, een plotsklapse sax-uitbarsting of een wat ingetogenere maar des te intensere samenhang tussen vocalen en diverse instrumenten is zoals in hoogtepunt The Silken Tent; altijd gebeurt er wel wat! De spanning wordt er mooi ingehouden, een bepaalde vorm van onvoorspelbaarheid eveneens.
Al het bovenstaande maakt dat ik behoorlijk lyrisch ben over Out for Stars, en razend benieuwd naar ander werk van Kaja Draksler. Daar ga ik me dan ook aan wagen, in afwachting van nieuwe projecten van haar, of dat dan solo, met dit octet of in nog andere samenwerkingen zal zijn.
4 sterren
Kalmah - They Will Return (2002)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2011, 16:35 uur
Deze plaat vind ik één van de betere inzendingen bij de huidige ronde van Metal Album van de Week, tevens de eerste waaraan ik heb deelgenomen. ‘They Will Return’ is de tweede plaat van de illustere Finse band Kalmah (het betekent zoiets als “naar het graf”). Zij maken melodische death metal, en dat ligt me wel. Zeker als je weet dat de metal van Kalmah een eigen benaming heeft. Kalmah maakt swamp metal.
Swamp metal. Welk beeld kan je erbij bedenken? Om je op weg te zetten, zal ik mijn gevoel delen. Een band die oprijst uit een donker moeras; het drumstel is behangen met groene, slijmerige vellen, de gitaarsnaren blinken vettig, de zanger klinkt alsof hij net een beker van het goorste moerassap ad fundum heeft leeggedronken. Kortom: vuige, compromisloze metal. Met een catchy randje.
Het gitaarwerk is bijzonder sterk. Je wordt om de oren geslagen met talloze gitaarsolo’s en killer riffs, waarvan enkele zelfs ronduit briljant (‘Human Fates’, ‘Kill the Idealist’ en ‘The Blind Leader’ zijn geweldig), en zoals ik al zei vanaf de eerste luisterbeurt: ze spelen strak. De zanger heeft een ferme strot, zoals in dit genre wel meer voorkomt. De afwisseling tussen machtig gegrunt en het wat hesere geschreeuw vind ik ook erg geslaagd. De zanger zou het volgens mij ook niet slecht doen aan het roer van bijvoorbeeld een street punk band.
De drummer wisselt trage stukken af met razende passages, en de keyboards geven het geheel een spacy randje. Toch erger ik me soms wel eens aan de keyboards, en vraag ik me meermaals af: “Is dit nu echt nodig?”. In opener ‘Hollow Heart’ vind ik de inmenging van het keyboard een beetje storend, om maar een voorbeeld te geven.
Globaal bekeken heb ik echter weinig te klagen, en kom ik zelfs goed aan m’n trekken. Dit soort agressieve metal, met toch een zekere aanstekelijkheid, die nooit schrijnend wordt, mag ik graag horen. Een band die ik zeker kan toevoegen aan mijn lijstje van ontdekkingen uit Finland!
4 sterren
Swamp metal. Welk beeld kan je erbij bedenken? Om je op weg te zetten, zal ik mijn gevoel delen. Een band die oprijst uit een donker moeras; het drumstel is behangen met groene, slijmerige vellen, de gitaarsnaren blinken vettig, de zanger klinkt alsof hij net een beker van het goorste moerassap ad fundum heeft leeggedronken. Kortom: vuige, compromisloze metal. Met een catchy randje.
Het gitaarwerk is bijzonder sterk. Je wordt om de oren geslagen met talloze gitaarsolo’s en killer riffs, waarvan enkele zelfs ronduit briljant (‘Human Fates’, ‘Kill the Idealist’ en ‘The Blind Leader’ zijn geweldig), en zoals ik al zei vanaf de eerste luisterbeurt: ze spelen strak. De zanger heeft een ferme strot, zoals in dit genre wel meer voorkomt. De afwisseling tussen machtig gegrunt en het wat hesere geschreeuw vind ik ook erg geslaagd. De zanger zou het volgens mij ook niet slecht doen aan het roer van bijvoorbeeld een street punk band.
De drummer wisselt trage stukken af met razende passages, en de keyboards geven het geheel een spacy randje. Toch erger ik me soms wel eens aan de keyboards, en vraag ik me meermaals af: “Is dit nu echt nodig?”. In opener ‘Hollow Heart’ vind ik de inmenging van het keyboard een beetje storend, om maar een voorbeeld te geven.
Globaal bekeken heb ik echter weinig te klagen, en kom ik zelfs goed aan m’n trekken. Dit soort agressieve metal, met toch een zekere aanstekelijkheid, die nooit schrijnend wordt, mag ik graag horen. Een band die ik zeker kan toevoegen aan mijn lijstje van ontdekkingen uit Finland!
4 sterren
Karen Elson - The Ghost Who Walks (2010)

3,5
0
geplaatst: 4 juli 2010, 11:03 uur
Debuutalbum van Karen Elson, topmodel en eega van ene Jack White.
'The Ghost Who Walks' is de titel, volgens Elson zelf haar bijnaam vroeger.
In de eerste twee nummers (en dan vooral het tweede toch) hoor je de invloed van haar man, 'The Truth Is In The Dirt' zou zelfs niet misstaan hebben op een White Stripes-album.
'Lunasa' en '100 Years From Now' zijn twee heerlijke, nostalgische nummers, geïnspireerd door sixties-legendes als Sandy Denny (zei ze zelf in een HUMO-interview).
'Cruel Summer' is dan weer een mooi georchestreerd nummertje, en Karen Elson kan echt wel zingen hoor, 't is niet zo iemand die profiteert van haar status als topmodel of die van haar man als topmuzikant.
Ook de 'Garden' en 'The Birds They Circle' bevestigen alles wat ik hierboven reeds schreef.
'A Thief At My Door' klinkt eerst lieflijk, maar wordt dan toch wat heviger, om weer lieflijk af te sluiten.
'The Last Laugh' klinkt van in het begin als een heerlijk rustig, folk/countrynummer, en dat is het dan ook. Bij dit soort muziek past Elsons stem toch het beste, meen ik.
Afsluiten doen we met 'Mouths To Feed', en het klinkt een beetje onheilspellend, met die dreigende strijkers. Leuk nummer, met een vol geluid, ideale afsluiter van een lekkere plaat.
Al bij al een mooi debuut van Karen Elson!
3,5 sterren
'The Ghost Who Walks' is de titel, volgens Elson zelf haar bijnaam vroeger.
In de eerste twee nummers (en dan vooral het tweede toch) hoor je de invloed van haar man, 'The Truth Is In The Dirt' zou zelfs niet misstaan hebben op een White Stripes-album.
'Lunasa' en '100 Years From Now' zijn twee heerlijke, nostalgische nummers, geïnspireerd door sixties-legendes als Sandy Denny (zei ze zelf in een HUMO-interview).
'Cruel Summer' is dan weer een mooi georchestreerd nummertje, en Karen Elson kan echt wel zingen hoor, 't is niet zo iemand die profiteert van haar status als topmodel of die van haar man als topmuzikant.
Ook de 'Garden' en 'The Birds They Circle' bevestigen alles wat ik hierboven reeds schreef.
'A Thief At My Door' klinkt eerst lieflijk, maar wordt dan toch wat heviger, om weer lieflijk af te sluiten.
'The Last Laugh' klinkt van in het begin als een heerlijk rustig, folk/countrynummer, en dat is het dan ook. Bij dit soort muziek past Elsons stem toch het beste, meen ik.
Afsluiten doen we met 'Mouths To Feed', en het klinkt een beetje onheilspellend, met die dreigende strijkers. Leuk nummer, met een vol geluid, ideale afsluiter van een lekkere plaat.
Al bij al een mooi debuut van Karen Elson!
3,5 sterren
Katharine McPhee - Unbroken (2010)

3,0
0
geplaatst: 13 januari 2010, 11:20 uur
De eerste vier nummers van deze plaat spreken me niet echt aan, maar 'Surrender' en 'Terrified' geven me een warm gevoel, als knus in de sofa zitten, aan een knisperend vuurtje.
Dat deze dame kan zingen, dat staat vast. Ze heeft een erg toonvaste stem, die bij vlagen weet te ontroeren, jammer dat het allemaal zo op elkaar lijkt.
'How' is geen slecht nummer, maar ik plaats het toch een trede lager dan de twee pareltjes ervoor.
Ik vind de strijkers op 'Say Goodbye' net wel mooi, maar smaken verschillen, en maar goed ook! Het zou erg saai zijn op deze planeet, mocht iedereen er dezelfde mening op nahouden.
Op ‘Faultline’ hoor je dat Katharine McPhee een geweldige stem heeft, doch het nummer op zich kan me niet helemaal overtuigen. Toch is het één van de betere nummers op dit album.
‘Anybody’s Heart’ toont sterke gelijkenissen met ‘Big Big World’ van Emilia. Op zich wel een mooi nummer, maar niet erg origineel dus.
‘Lifetime’ is niets bijzonders, het kan er wel mee door, het klinkt soms zelfs catchy, maar is middelmaat.
‘Unbroken’ dan, het titelnummer, en dat is één van de betere nummers toch hoor. Het langste nummer ook. Het is een mooie ballad, opgesmukt met strijkarrangement, maar dit past niet zo goed bij dit nummer als bij ‘Say Goodbye’. Ze bezorgen het nummer wat kilte.
‘Brand New Key’ is inderdaad een skipnummer, het klinkt veel te kitsch. Hier kan ik niets mee, en zo eindigt ‘Unbroken’ toch met een valse noot.
3 sterren
Dat deze dame kan zingen, dat staat vast. Ze heeft een erg toonvaste stem, die bij vlagen weet te ontroeren, jammer dat het allemaal zo op elkaar lijkt.
'How' is geen slecht nummer, maar ik plaats het toch een trede lager dan de twee pareltjes ervoor.
Ik vind de strijkers op 'Say Goodbye' net wel mooi, maar smaken verschillen, en maar goed ook! Het zou erg saai zijn op deze planeet, mocht iedereen er dezelfde mening op nahouden.
Op ‘Faultline’ hoor je dat Katharine McPhee een geweldige stem heeft, doch het nummer op zich kan me niet helemaal overtuigen. Toch is het één van de betere nummers op dit album.
‘Anybody’s Heart’ toont sterke gelijkenissen met ‘Big Big World’ van Emilia. Op zich wel een mooi nummer, maar niet erg origineel dus.
‘Lifetime’ is niets bijzonders, het kan er wel mee door, het klinkt soms zelfs catchy, maar is middelmaat.
‘Unbroken’ dan, het titelnummer, en dat is één van de betere nummers toch hoor. Het langste nummer ook. Het is een mooie ballad, opgesmukt met strijkarrangement, maar dit past niet zo goed bij dit nummer als bij ‘Say Goodbye’. Ze bezorgen het nummer wat kilte.
‘Brand New Key’ is inderdaad een skipnummer, het klinkt veel te kitsch. Hier kan ik niets mee, en zo eindigt ‘Unbroken’ toch met een valse noot.
3 sterren
Keaton Henson - Birthdays (2013)

4,0
0
geplaatst: 13 juni 2013, 20:09 uur
‘Birthdays’ van Keaton Henson is zo’n typische 3,5*-plaat, die je na een herbeluistering telkens weer wil opwaarderen. Om vervolgens een tijdlang uit het zicht en gehoor te verdwijnen en weer af te zakken naar zijn normale waardering. Zo ontstaat de golfbeweging tussen 3,5 en 4, beste mensen. Let wel: dit is alweder een zuiver subjectieve tekst van mij, vooral gebaseerd op mijn persoonlijke bevindingen, gevoelens en vermoedens.
Wat wel gelijk duidelijk is, en met de sterke opener ‘Teach Me’ de huisdeur plattrapt, is dat Henson een heel fragiel stemgeluid heeft. Een ander punt dat voor de Britse singer-songwriter pleit: zijn teksten bevatten vaak dubbele bodems. In de opener bijvoorbeeld stelt Henson telkens iets voor, om er in het regeltje erna een twist aan te geven. “Mold me to the man that I should be; but don’t consider that man to be free”.
De beste songs zijn naar mijn mening de sobere opener, het al iets meer openbloeiende ‘Lying to You’, het verrassende, in het tweede gedeelte postrock-elementen bevattende ‘Don’t Swim’ en de magnifieke ontwakende afsluiter ‘In the Morning’. Vooral dit laatste nummer draagt mijn goedkeuring weg. Ik herken er vaag de contouren van ‘Poison Oak’ van Bright Eyes’ in, het heeft soms een gelijklopende intonatie, en klinkt ook opvallend lo-fi. De mooie pianotoetsen komen overeen met Henson’s zachte gemijmer als beste kameraden.
De eerste helft van de plaat zal de fans die zijn eerste plaat kennen, erg vertrouw toeklinken. Het is allemaal heel mooi, maar niet altijd geweldig. Soms iets te lieflijk en zacht (‘You’ is een goed voorbeeld van te ver doorgedrukte breekbaarheid). De kleine trillinkjes in ’s mans stem gaan me dan ook lichtelijk irriteren, en de strijkers die verderop in het nummer aanzwellen, kunnen het tij niet keren.
Neen, dan is de tweede helft van de plaat een pak verrassender. Het begint met ‘Don’t Swim’, waarvan je de eerste minuten geen flauw vermoeden hebt in wat voor herrie (jawel, voor artiesten als Henson is dit wel degelijk herrie) het uiteindelijk zal transformeren. Ik vind het erg knap gedaan, en de inspiratie is gezocht in het geluid van bands als Explosions in the Sky en Mogwai. Namen die je normaliter toch nooit met zo’n Henson zou associëren?
En de storm houdt nog eventjes aan, want ook ‘Kronos’ is een heftige song. Dit nummer neigt echter meer naar poprock dan postrock. De titel van het nummer zou toch ook een aanwijzing kunnen zijn. Kronos is namelijk in de Griekse mythologie de vader van oppergod Zeus, Poseidon, Hera en anderen. De leider van de eerste generatie der Titanen. Een hoop lulkoek natuurlijk, maar de mythologie heeft toch altijd z’n charmes gehad in mijn ogen. Zo werd Kronos door zijn jaloerse vader in de afgrond geworpen. Zijn moeder Gaea pikte dit niet, en spoorde haar zoon aan de vader te castreren, welks gebeurde. Charmant.
In ‘Beekeeper’ drijft Henson zijn reisje door popland nog wat verder door, wat de song in mijn ogen wel “anders” maakt, maar tegelijkertijd minder geslaagd. ‘Sweetheart, What Have You Done to Us’ maakt nog wat goed, maar is ook geen hoogvlieger; daarvoor draagt het nummer simpelweg niet ver genoeg. Het maakt niets los bij mij, dat is wat ik bedoel. De afsluiter is uiteraard een ander paar mouwen, en kan tot nu toe meedingen voor de titel “song van het jaar”.
Keaton Henson is in de eerste plaats een romanticus, maar ook een realist. Hij ziet het leven niet aan met oogkleppen op, en laat geen filters toe in het brein van zijn songs schrijvende alter ego. Ook heeft een beetje de neiging een Einzelgänger te zijn, wat mij best voor hem inneemt. Het op zichzelf teruggetrokken zijn, het is een karaktereigenschap die ik ook bij mezelf ontwaar. Dit uit zich in details, zinnetjes als “And one thing that keeps me from falling for you, is I am truly alone and I like it” en “Perhaps you’d like me more if I was still in a band; but you know that the crowds unsettle me”.
‘Birthdays’ is een charmant plaatje met enkele ruwe kantjes. Een twijfelzaaier. Een 3,5*-plaat. Die van mij alsnog de hierboven beloofde verhoging krijgt, als surrogaat van een eervolle vermelding.
4 sterren
Wat wel gelijk duidelijk is, en met de sterke opener ‘Teach Me’ de huisdeur plattrapt, is dat Henson een heel fragiel stemgeluid heeft. Een ander punt dat voor de Britse singer-songwriter pleit: zijn teksten bevatten vaak dubbele bodems. In de opener bijvoorbeeld stelt Henson telkens iets voor, om er in het regeltje erna een twist aan te geven. “Mold me to the man that I should be; but don’t consider that man to be free”.
De beste songs zijn naar mijn mening de sobere opener, het al iets meer openbloeiende ‘Lying to You’, het verrassende, in het tweede gedeelte postrock-elementen bevattende ‘Don’t Swim’ en de magnifieke ontwakende afsluiter ‘In the Morning’. Vooral dit laatste nummer draagt mijn goedkeuring weg. Ik herken er vaag de contouren van ‘Poison Oak’ van Bright Eyes’ in, het heeft soms een gelijklopende intonatie, en klinkt ook opvallend lo-fi. De mooie pianotoetsen komen overeen met Henson’s zachte gemijmer als beste kameraden.
De eerste helft van de plaat zal de fans die zijn eerste plaat kennen, erg vertrouw toeklinken. Het is allemaal heel mooi, maar niet altijd geweldig. Soms iets te lieflijk en zacht (‘You’ is een goed voorbeeld van te ver doorgedrukte breekbaarheid). De kleine trillinkjes in ’s mans stem gaan me dan ook lichtelijk irriteren, en de strijkers die verderop in het nummer aanzwellen, kunnen het tij niet keren.
Neen, dan is de tweede helft van de plaat een pak verrassender. Het begint met ‘Don’t Swim’, waarvan je de eerste minuten geen flauw vermoeden hebt in wat voor herrie (jawel, voor artiesten als Henson is dit wel degelijk herrie) het uiteindelijk zal transformeren. Ik vind het erg knap gedaan, en de inspiratie is gezocht in het geluid van bands als Explosions in the Sky en Mogwai. Namen die je normaliter toch nooit met zo’n Henson zou associëren?
En de storm houdt nog eventjes aan, want ook ‘Kronos’ is een heftige song. Dit nummer neigt echter meer naar poprock dan postrock. De titel van het nummer zou toch ook een aanwijzing kunnen zijn. Kronos is namelijk in de Griekse mythologie de vader van oppergod Zeus, Poseidon, Hera en anderen. De leider van de eerste generatie der Titanen. Een hoop lulkoek natuurlijk, maar de mythologie heeft toch altijd z’n charmes gehad in mijn ogen. Zo werd Kronos door zijn jaloerse vader in de afgrond geworpen. Zijn moeder Gaea pikte dit niet, en spoorde haar zoon aan de vader te castreren, welks gebeurde. Charmant.
In ‘Beekeeper’ drijft Henson zijn reisje door popland nog wat verder door, wat de song in mijn ogen wel “anders” maakt, maar tegelijkertijd minder geslaagd. ‘Sweetheart, What Have You Done to Us’ maakt nog wat goed, maar is ook geen hoogvlieger; daarvoor draagt het nummer simpelweg niet ver genoeg. Het maakt niets los bij mij, dat is wat ik bedoel. De afsluiter is uiteraard een ander paar mouwen, en kan tot nu toe meedingen voor de titel “song van het jaar”.
Keaton Henson is in de eerste plaats een romanticus, maar ook een realist. Hij ziet het leven niet aan met oogkleppen op, en laat geen filters toe in het brein van zijn songs schrijvende alter ego. Ook heeft een beetje de neiging een Einzelgänger te zijn, wat mij best voor hem inneemt. Het op zichzelf teruggetrokken zijn, het is een karaktereigenschap die ik ook bij mezelf ontwaar. Dit uit zich in details, zinnetjes als “And one thing that keeps me from falling for you, is I am truly alone and I like it” en “Perhaps you’d like me more if I was still in a band; but you know that the crowds unsettle me”.
‘Birthdays’ is een charmant plaatje met enkele ruwe kantjes. Een twijfelzaaier. Een 3,5*-plaat. Die van mij alsnog de hierboven beloofde verhoging krijgt, als surrogaat van een eervolle vermelding.
4 sterren
Khlyst - Chaos Is My Name (2006)

4,0
0
geplaatst: 7 juli 2012, 14:03 uur
Khlyst is een driekoppige band uit de Verenigde Staten, die vuige, experimentele metal maakt. Dit album, getiteld 'Chaos Is My Name' is tot nu toe hun enige release, maar twee van de bandleden, James Plotkin en Tim Wyskida, zitten ook in Khanate. Dat is een wat bekendere band, die lugubere muziek maakt, en dat erg doeltreffend doet; de haren komen overeind als je bijvoorbeeld naar het titelloze debuut luistert.
Khlyst is nog even wat anders. Ook vuig, ook donker, maar chaotischer, lijkt het wel. Dan is de albumtitel ook meteen verklaard. Plotkin en Wyskida worden aangevuld met een Noor, Runhild Gammelsæter, die de vocalen voor zijn rekening neemt. Al kan je beter zeggen: hij is de man die de woorden uitspuwt.
De plaat duurt niet lang, en is onderverdeeld in acht hoofdstukken, aangegeven met Romeinse cijfers. Dit wordt wel meer gedaan, maar het past wel bij de muziek; echte titels zou ik er ook maar moeilijk voor kunnen verzinnen, het geheel draagt een naam, en zo moet je dit album ook beschouwen; als een geheel. Een totaal verknipt, ziek en chaotisch geheel, maar toch. Een geheel.
IJzingwekkend fraaie plaat. 4 sterren
Khlyst is nog even wat anders. Ook vuig, ook donker, maar chaotischer, lijkt het wel. Dan is de albumtitel ook meteen verklaard. Plotkin en Wyskida worden aangevuld met een Noor, Runhild Gammelsæter, die de vocalen voor zijn rekening neemt. Al kan je beter zeggen: hij is de man die de woorden uitspuwt.
De plaat duurt niet lang, en is onderverdeeld in acht hoofdstukken, aangegeven met Romeinse cijfers. Dit wordt wel meer gedaan, maar het past wel bij de muziek; echte titels zou ik er ook maar moeilijk voor kunnen verzinnen, het geheel draagt een naam, en zo moet je dit album ook beschouwen; als een geheel. Een totaal verknipt, ziek en chaotisch geheel, maar toch. Een geheel.
IJzingwekkend fraaie plaat. 4 sterren
Kula Shaker - Pilgrims Progress (2010)

3,5
0
geplaatst: 12 juli 2010, 22:01 uur
Sterke plaat van een band die ik dringend eens moet gaan ontdekken. Peter Pan R.I.P. is een leuke popsong, zwierig ook dankzij de strijkers.
Dan is er ‘Ophelia’, dat ik toch wel tot één van m’n favorieten van dit album moet uitroepen. Prachtig, vrij ingetogen nummertje, met een verscheidenheid aan gebruikte instrumenten. Hoor ik daar ook niet het fluitje dat je ook in ‘Stairway To Heaven’ van Led Zeppelin hoort? Ook de mondharmonicasolo vind ik geweldig, hoor je niet veel meer in de hedendaagse muziek, helaas..
De intro van ‘Modern Blues’ is op z’n minst verrassend; een vrouw die wat aan het brabbelen is in het Hindi, of weet ik veel. Het is wel de voorbode voor een erg sterke song, waardoor ik dat stukje er met plezier bij neem. Het is een levendige, energieke song, iets meer dan de twee eerste nummers. Perfecte popsong, waarin ik toch wat sixties hoor.
Het baslijntje van ‘Only Love’ heeft iets bekends, maar ik kan het niet meteen plaatsen. Verder wel een goed nummer. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van ‘All Dressed Up (And Ready To Fall In Love)’, dat heerlijk bluesy klinkt.
‘Cavalry’ is het kortste nummer op de plaat, maar wel een mooi, ingetogen werkstuk. Zeker geen topnummer, maar zeer degelijk.
‘Ruby’ is een mooi liefdesliedje, met een leuke tekst ook (‘All that I have left is a simple prayer’). Toch wordt ook hier niet het niveau gehaald van de eerste drie nummers.
‘Figure It Out’ heeft een ander geluid dan voorgaande nummers, dankzij de aanzwellende gitaren. Variatie dus! En toch ook niet, de zang maakt er toch weer iets heel herkenbaars van. Toch, qua geluid, iets harder weer.
Het volgende nummer, ‘Barbara Ella’, is weer geheel wat anders. Fraaie samenzang weer, de zanger zingt hier ook wat hoger heb ik de indruk.. We horen ondertussen vreemd genoeg ook wat Duits. ‘Schneller, schneller!’. Zegt genoeg zeker? Leuk, zwoel nummer.
‘When A Brave Needs A Maid’, een instrumental. Op het eerste gehoor niets bijzonders.. maar ik vind dat het nummer toch mooi opgebouwd is, er worden nieuwe instrumenten geïntroduceerd en het nummer breekt op gepaste wijze open. Oosterse invloeden zijn hier niet weg te denken, ik denk zelfs dat ik wat oosterse instrumenten hoor.. Leuke verpozing, maar eerlijk gezegd ook niet meer dan dat.
‘To Wait Till I Come’ klinkt weer heel bluesy. Mooi achtergrondgezang ook. De opbouw van het nummer vertelt me dat dit een band heeft die veel geduld heeft, en met zorg een passende opbouw zoekt voor haar nummers.
Dat brengt ons bij het slotnummer. Een monumentaal, theatraal (werd al eerder gezegd, maar kan ik enkel bevestigen) slotnummer, met alles erop en eraan. Het nummer blinkt uit in statigheid, variatie troef, het lijkt wel een samenvatting van de 11 voorgaande nummers. Op het moment dat de zanger begint met ‘Here he comes, the darkest knight’, krijg ik spontaan last van kiekenvel, zoals wij dat zeggen. het gitaarwerk heeft mijns inziens iets progrockerigs, en men weet de spanning erg lang vast te houden, vooraleer het komt tot een echte ontploffing. Punt van kritiek zou kunnen zijn (maar ik vind dus van niet) dat het toch wat te lang duurt, maar dat draagt volgens mij enkel bij aan de opbouw en kwaliteit van de song, en maakt de ontlading des te groter als het dan toch tot een uitbarsting komt. We hadden al een Indische taal, Duits, en nu krijgen we weer een vrouwenstem, en weer in een andere taal; het Frans. En dan, de voorbode; dat onheilspellende orgel; je waant je in de kerkdienst van 7 uur ’s avonds (als er dan überhaupt een kerkdienst plaatsvindt, ik zou ’t niet weten, ik ben niet gelovig). Maar dan.. Tja, ik heb er eerlijk gezegd geen woorden voor. Het is de eerste (en laatste keer) dat het zo spettert, fantastisch gitaarwerk, met veel gevoel. Dit noem ik nog eens een dijk van een nummer! Één van de beste nummers die ik dit jaar al heb gehoord.
Na drie à vier luisterbeurten wou ik dit 4 sterren geven, maar dat is toch ook van het goede teveel.
3,5 sterren
Dan is er ‘Ophelia’, dat ik toch wel tot één van m’n favorieten van dit album moet uitroepen. Prachtig, vrij ingetogen nummertje, met een verscheidenheid aan gebruikte instrumenten. Hoor ik daar ook niet het fluitje dat je ook in ‘Stairway To Heaven’ van Led Zeppelin hoort? Ook de mondharmonicasolo vind ik geweldig, hoor je niet veel meer in de hedendaagse muziek, helaas..
De intro van ‘Modern Blues’ is op z’n minst verrassend; een vrouw die wat aan het brabbelen is in het Hindi, of weet ik veel. Het is wel de voorbode voor een erg sterke song, waardoor ik dat stukje er met plezier bij neem. Het is een levendige, energieke song, iets meer dan de twee eerste nummers. Perfecte popsong, waarin ik toch wat sixties hoor.
Het baslijntje van ‘Only Love’ heeft iets bekends, maar ik kan het niet meteen plaatsen. Verder wel een goed nummer. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van ‘All Dressed Up (And Ready To Fall In Love)’, dat heerlijk bluesy klinkt.
‘Cavalry’ is het kortste nummer op de plaat, maar wel een mooi, ingetogen werkstuk. Zeker geen topnummer, maar zeer degelijk.
‘Ruby’ is een mooi liefdesliedje, met een leuke tekst ook (‘All that I have left is a simple prayer’). Toch wordt ook hier niet het niveau gehaald van de eerste drie nummers.
‘Figure It Out’ heeft een ander geluid dan voorgaande nummers, dankzij de aanzwellende gitaren. Variatie dus! En toch ook niet, de zang maakt er toch weer iets heel herkenbaars van. Toch, qua geluid, iets harder weer.
Het volgende nummer, ‘Barbara Ella’, is weer geheel wat anders. Fraaie samenzang weer, de zanger zingt hier ook wat hoger heb ik de indruk.. We horen ondertussen vreemd genoeg ook wat Duits. ‘Schneller, schneller!’. Zegt genoeg zeker? Leuk, zwoel nummer.
‘When A Brave Needs A Maid’, een instrumental. Op het eerste gehoor niets bijzonders.. maar ik vind dat het nummer toch mooi opgebouwd is, er worden nieuwe instrumenten geïntroduceerd en het nummer breekt op gepaste wijze open. Oosterse invloeden zijn hier niet weg te denken, ik denk zelfs dat ik wat oosterse instrumenten hoor.. Leuke verpozing, maar eerlijk gezegd ook niet meer dan dat.
‘To Wait Till I Come’ klinkt weer heel bluesy. Mooi achtergrondgezang ook. De opbouw van het nummer vertelt me dat dit een band heeft die veel geduld heeft, en met zorg een passende opbouw zoekt voor haar nummers.
Dat brengt ons bij het slotnummer. Een monumentaal, theatraal (werd al eerder gezegd, maar kan ik enkel bevestigen) slotnummer, met alles erop en eraan. Het nummer blinkt uit in statigheid, variatie troef, het lijkt wel een samenvatting van de 11 voorgaande nummers. Op het moment dat de zanger begint met ‘Here he comes, the darkest knight’, krijg ik spontaan last van kiekenvel, zoals wij dat zeggen. het gitaarwerk heeft mijns inziens iets progrockerigs, en men weet de spanning erg lang vast te houden, vooraleer het komt tot een echte ontploffing. Punt van kritiek zou kunnen zijn (maar ik vind dus van niet) dat het toch wat te lang duurt, maar dat draagt volgens mij enkel bij aan de opbouw en kwaliteit van de song, en maakt de ontlading des te groter als het dan toch tot een uitbarsting komt. We hadden al een Indische taal, Duits, en nu krijgen we weer een vrouwenstem, en weer in een andere taal; het Frans. En dan, de voorbode; dat onheilspellende orgel; je waant je in de kerkdienst van 7 uur ’s avonds (als er dan überhaupt een kerkdienst plaatsvindt, ik zou ’t niet weten, ik ben niet gelovig). Maar dan.. Tja, ik heb er eerlijk gezegd geen woorden voor. Het is de eerste (en laatste keer) dat het zo spettert, fantastisch gitaarwerk, met veel gevoel. Dit noem ik nog eens een dijk van een nummer! Één van de beste nummers die ik dit jaar al heb gehoord.
Na drie à vier luisterbeurten wou ik dit 4 sterren geven, maar dat is toch ook van het goede teveel.
3,5 sterren
