Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Nada Surf - Never Not Together (2020)

4,0
0
geplaatst: 3 mei 2020, 19:02 uur
Zo, deze band bestaat ook alweer bijna dertig jaar. Het begon meteen goed met die populaire single op hun debuut, en in de nillies beleefden ze wellicht hun sterkste periode. Ik heb het allemaal moeten lezen, omdat ik van de band niet al te veel ken. Blijkbaar heb ik ooit hun coveralbum If I Had a Hi-Fi beluisterd en becijferd (3*), dat is ook alweer tien jaar geleden. De tijd vliegt.
Dit nieuwe album bevalt me echter ten zeerste. Opener So Much Love is meteen een schitterende single, die uitnodigt tot luidkeels meezingen met de aparte stem van frontman Matthew Caws, en vormt dan ook één van de hoogtepunten. Andere hoogtepunten zijn Something I Should Do, met die vlammende monoloog om empathie, en Mathilda, dat niet alleen een erg fraai, gevarieerd pareltje van een indie-popsong is, maar ook begiftigd is met een aandoenlijke tekst ("They used to call me Mathilda; My mama kept my hair long; I/i] was more pretty than handsome; And I was not very strong").
Zwakke broeders zijn niet terug te vinden, al klinkt het sommigen misschien net wat te zoetsappig in de oren hier en daar. Het kinderkoor in Looking for You is bijvoorbeeld op het randje, maar de song die eruit voortvloeit, maakt veel goed.
Never Not Together beweegt, in letterlijke en figuurlijke zin, en is op die manier een meer dan patente plaat. Laat ik me nu ook maar 'ns gaan verdiepen in de oudere albums van deze band.
4 sterren
Dit nieuwe album bevalt me echter ten zeerste. Opener So Much Love is meteen een schitterende single, die uitnodigt tot luidkeels meezingen met de aparte stem van frontman Matthew Caws, en vormt dan ook één van de hoogtepunten. Andere hoogtepunten zijn Something I Should Do, met die vlammende monoloog om empathie, en Mathilda, dat niet alleen een erg fraai, gevarieerd pareltje van een indie-popsong is, maar ook begiftigd is met een aandoenlijke tekst ("They used to call me Mathilda; My mama kept my hair long; I/i] was more pretty than handsome; And I was not very strong").
Zwakke broeders zijn niet terug te vinden, al klinkt het sommigen misschien net wat te zoetsappig in de oren hier en daar. Het kinderkoor in Looking for You is bijvoorbeeld op het randje, maar de song die eruit voortvloeit, maakt veel goed.
Never Not Together beweegt, in letterlijke en figuurlijke zin, en is op die manier een meer dan patente plaat. Laat ik me nu ook maar 'ns gaan verdiepen in de oudere albums van deze band.
4 sterren
Negurã Bunget - Om (2006)

4,5
1
geplaatst: 21 augustus 2012, 21:39 uur
‘Om’ van de Roemeense metalband Negurã Bunget is een plaat die ik al lange tijd wilde bespreken. Dat is er om diverse redenen nooit echt van gekomen, maar je kan zoiets niet blijven uitstellen, natuurlijk. Vandaag is dan ook de dag aangebroken om het schrijven een aanvang te laten nemen.
‘Om’ is Roemeens voor ‘Mens’. Die is dan ook het centrale thema op deze plaat. Vooral de gruwelijke kanten worden belicht, en dat klinkt ook op uit de muziek; Negru en zijn kompanen maken op een aparte manier bijzonder sfeervolle muziek, en hebben een frisse aanpak en dito ideeën.
Zo begint de plaat met gefluister dat zo nu en dan uitmondt in een wanhopige schreeuw, beklemmende geluiden en op het eind spookachtig gezang, dat de brug slaat naar het eerste echte nummer, ‘Tesarul de Lumini’. Als een geseling komt het dissonante gitaarwerk op je afgevlogen, laag per laag per laag. Opvallend: het duurt vrij lang vooraleer de drummer ook een woordje mag meepraten. De riff is tegen die tijd al een keer of drie van koers veranderd, maar die invallende drums zorgen ervoor dat de song pas echt op gang komt. ‘Tesarul de Lumini’ is een kastaar van ruim 12 minuten, die de luisteraar meteen alle hoeken van de kamer laat zien. Euh, laat horen.
Na een dikke vier minuten komt er een versnelling in het tot dan heerlijk slepende nummer, en voel je de energie zich langs alle kanten opdringen, net als de vocalen, die van donker over gemeen naar ronduit angstaanjagend gaan. De keyboards zorgen voor een melancholisch tintje. Of er nu wordt versneld, of men laat het even varen, het tempo voelt als het ware altijd perfect aan. Maar natuurlijk zijn de plotse versnellingen, gepaard met de nodige agressieve grunts, het heerlijkst. Tijdens dit album hoor je trouwens meer gebeuren dan op sommige gehele albums. Het is nu geen pleidooi voor kwantiteit voor kwaliteit, maar als de twee aan elkaar worden gekoppeld, waarom niet?
Een lange outro doet ‘Tesarul de Lumini’ uitgeleide; ‘Primul Om’ vangt aan met spoken word, daarna een “Ooooooooooom” zoals je wel ‘ns bij sektes hoort, met wat primitief getrommel op de achtergrond, en een dreigende soundscape. Ergens halfweg komen we dan atypische instrumenten tegen, zoals een blaasinstrument en xylofoon (al ben ik niet zeker van dat tweede). Dit versterkt de sfeer enkel, de eerste mens ontspruit uit het licht; de kennis volgt.
‘Cunoasterea Tacuta’ gooit er meteen ferm de beuk in, en leunt qua gitaargeluid behoorlijk aan tegen ‘Tesarul de Lumini’ in het begin, zonder er echt op te lijken. Knap gedaan. De cleane vocalen nemen nu ook deel aan het spel, en vormen een waardige antagonist voor de ijselijke grunts. Een duivelse riff begint je ondertussen op te jagen, en ook het mysterieuze getik laat weer van zich horen. Ook dit nummer zit vol wendingen, vooral griezelige wendingen, die het oude Transylvanië in herinneringen brengen. Negurã Bunget is meer dan een band die black metal speelt, ze nemen het genre mee uit naar plaatsen waar het nooit eerder geweest is, of toch niet bijster vaak. Ik zou het geluid bij vlagen zelfs vernieuwend durven noemen. Ook gewaagd, wat het niet erg hoge gemiddelde wel rechtvaardigt; je zal altijd voor- en tegenstanders hebben van deze plaat.
‘Inarborat’ begint weer met één of ander blaasinstrument (in het CD-boekje “Pipe” genoemd), het zal misschien een instrument zijn uit de Roemeense folklore. De intro van dit nummer heeft best wat folkinvloeden, wat niet onlogisch is, gezien de wortels van deze band, en de band met de natuur. Maar wanneer het nummer dan losbarst als een duivel uit een doosje, is de agressie weer aanvoerder. De snellere stukken wisselen af met tragere, slepender, lichtjes melancholische passages. De cleane vocalen hebben in dit nummer niet meer dan een bijrol, moeten een beetje machteloos toekijken op de dominantie van de grunts van Hupogrammus, die niet alleen de vocalen voor z’n rekening neemt, maar ook de “pipes”, en ook de keyboards en gitaren(samen met Sol Faur). Met die Sol Faur verliet hij trouwens in 2009 de band, om zich volledig te wijden aan een ander project in de metalwereld; Dordeduh. Die band ken ik nog niet, maar ik zou het toch maar ‘ns moeten gaan beluisteren, want wat ‘Om’ laat horen, is soms buiten categorie.
‘Dedesuptul’ zet in, en alweer hoor ik hetzelfde soort geluid terug; er zit echt eenheid in deze plaat, ondanks de verscheidenheid. Want na pakweg anderhalve minuut kent het nummer een wak, waarin er bizarre rust genomen wordt, en het zelfs wat jazzy wordt. Na een nieuwe versnelling komt er weer een wat zompiger stuk, met een bijzonder gaaf en creepy keyboardlijntje. De angst is beklemmend, de angst komt van beneden, en kruipt langzaam naar boven, als een ijsstraal alles bevriezend. De percussie heeft wat weg van losse jazz, bij momenten. Een horrorsfeertje dwingt zich naar de oppervlakte. De outro draagt daar alleen toe bij.
‘Norilor’ is een bijzonder vreemd stukje muziek, althans op zo’n album en op die plaats. Nochtans is het erg geslaagd; percussie in gevecht met zichzelf, dreigende keyboards, een lichte zwijm van strijkers. Bij nader inzien past dit puzzelstukje wel degelijk in de puzzel, zonder wringen. Het stuwende ritme van de drums stoomt de luisteraar klaar voor de volgende vuurpijl.
En ja hoor, ook ‘De Piatra’ klinkt bijzonder bekend binnen de context van deze plaat. Er wordt agressief aangevangen, misschien wel de meest agressieve song op het album. Wanneer het tempo dan toch wat daalt, blijft de ondertoon erg agressief en bijtend. Halverwege komt de spookachtige zang weer terug, die je ook hoorde bij het eerste nummer. Het doet me altijd denken aan een bedrieglijke Sirene, die haar aanlokkelijk gezang eropuit stuurt, in de hoop reddeloze schippers te strikken. Met levend verslinden als gevolg.
‘Cel Din Urma Vis’ zet aan met een machtige riff, een steunpilaar om U tegen te zeggen, en volgt dezelfde strategie als dat andere lange nummer; de drums ontbreken in het begin namelijk, en zetten pas in na goed een minuut, dit keer in een meer ondergeschikte rol. Een tempowisseling volgt, echoënde zang op de achtergrond, eens te meer krijg je het gevoel spoken te zien, en te horen. Het is slechts een illusie, een droom waar Hupogrammos je op een rauwe en bruuske manier uithelpt. Het gitaarwerk is wederom van bijzonder hoge kwaliteit, er zijn genoeg details te bespeuren om bezig te blijven met ontdekken, en de vele tempowisselingen maken het een erg interessante en veelzijdige song, een epos zelfs. Een lang, sferisch tussenstuk luidt deel 2 van de het nummer in. Een huiveringwekkende finale dient zich aan, de meest grootse sfeer tot nu toe.
En dan, een abrupt einde, en het hysterische begin van ‘Hora Soarelui’. Weerklinkt hier het instrument dat in het boekje “panpipe” wordt genoemd? Het klinkt alleszins als eensoort panfluit, maar dan zwaarder. Niets geen Peruviaanse panfluitmuziek, dus, maar wel behoorlijke bevreemdend. Weer zo’n passages die je eraan herinnert dat dit niet zomaar het zoveelste metalplaatje is. Die onconventionele instrumenten nemen zelfs de bovenhand op dit nummer, tot er naar het einde toe toch weer zo’n machtige gitaarriff weerklinkt. ‘Al Doilea Om’ is het sluitstuk van de plaat. De eerste mens is niet langer alleen op de wereld, een tweede exemplaar is gearriveerd. Een dreigende sfeer legt zijn wil op, een tweede keer horen we “Oooooooooom”. De harmonie met de natuur is verbroken.
Ik heb deze plaat nu in een tijdsbestek van minder dan 24 uur driemaal beluisterd. Één keer ’s nachts, één keer ’s morgens, en tenslotte ook nog daarnet. De plaat kent wat dat betreft misschien een lichte voorkeur voor de nacht, maar is eigenlijk niet zozeer gebonden aan een tijdstip. Het is, in mijn ervaring, een plaat die je altijd kan beluisteren, die wel wat vereist van de luisteraar, maar best te doen is. Een aanrader voor iedereen die van metal houdt, en ook wel van wat meer. Die niet vies is van een experiment. ‘Om’ is de eerste episode van het verhaal van de mens in de Roemeense interpretatie, en het is een bijzonder mooie episode.
4,5 sterren
‘Om’ is Roemeens voor ‘Mens’. Die is dan ook het centrale thema op deze plaat. Vooral de gruwelijke kanten worden belicht, en dat klinkt ook op uit de muziek; Negru en zijn kompanen maken op een aparte manier bijzonder sfeervolle muziek, en hebben een frisse aanpak en dito ideeën.
Zo begint de plaat met gefluister dat zo nu en dan uitmondt in een wanhopige schreeuw, beklemmende geluiden en op het eind spookachtig gezang, dat de brug slaat naar het eerste echte nummer, ‘Tesarul de Lumini’. Als een geseling komt het dissonante gitaarwerk op je afgevlogen, laag per laag per laag. Opvallend: het duurt vrij lang vooraleer de drummer ook een woordje mag meepraten. De riff is tegen die tijd al een keer of drie van koers veranderd, maar die invallende drums zorgen ervoor dat de song pas echt op gang komt. ‘Tesarul de Lumini’ is een kastaar van ruim 12 minuten, die de luisteraar meteen alle hoeken van de kamer laat zien. Euh, laat horen.
Na een dikke vier minuten komt er een versnelling in het tot dan heerlijk slepende nummer, en voel je de energie zich langs alle kanten opdringen, net als de vocalen, die van donker over gemeen naar ronduit angstaanjagend gaan. De keyboards zorgen voor een melancholisch tintje. Of er nu wordt versneld, of men laat het even varen, het tempo voelt als het ware altijd perfect aan. Maar natuurlijk zijn de plotse versnellingen, gepaard met de nodige agressieve grunts, het heerlijkst. Tijdens dit album hoor je trouwens meer gebeuren dan op sommige gehele albums. Het is nu geen pleidooi voor kwantiteit voor kwaliteit, maar als de twee aan elkaar worden gekoppeld, waarom niet?
Een lange outro doet ‘Tesarul de Lumini’ uitgeleide; ‘Primul Om’ vangt aan met spoken word, daarna een “Ooooooooooom” zoals je wel ‘ns bij sektes hoort, met wat primitief getrommel op de achtergrond, en een dreigende soundscape. Ergens halfweg komen we dan atypische instrumenten tegen, zoals een blaasinstrument en xylofoon (al ben ik niet zeker van dat tweede). Dit versterkt de sfeer enkel, de eerste mens ontspruit uit het licht; de kennis volgt.
‘Cunoasterea Tacuta’ gooit er meteen ferm de beuk in, en leunt qua gitaargeluid behoorlijk aan tegen ‘Tesarul de Lumini’ in het begin, zonder er echt op te lijken. Knap gedaan. De cleane vocalen nemen nu ook deel aan het spel, en vormen een waardige antagonist voor de ijselijke grunts. Een duivelse riff begint je ondertussen op te jagen, en ook het mysterieuze getik laat weer van zich horen. Ook dit nummer zit vol wendingen, vooral griezelige wendingen, die het oude Transylvanië in herinneringen brengen. Negurã Bunget is meer dan een band die black metal speelt, ze nemen het genre mee uit naar plaatsen waar het nooit eerder geweest is, of toch niet bijster vaak. Ik zou het geluid bij vlagen zelfs vernieuwend durven noemen. Ook gewaagd, wat het niet erg hoge gemiddelde wel rechtvaardigt; je zal altijd voor- en tegenstanders hebben van deze plaat.
‘Inarborat’ begint weer met één of ander blaasinstrument (in het CD-boekje “Pipe” genoemd), het zal misschien een instrument zijn uit de Roemeense folklore. De intro van dit nummer heeft best wat folkinvloeden, wat niet onlogisch is, gezien de wortels van deze band, en de band met de natuur. Maar wanneer het nummer dan losbarst als een duivel uit een doosje, is de agressie weer aanvoerder. De snellere stukken wisselen af met tragere, slepender, lichtjes melancholische passages. De cleane vocalen hebben in dit nummer niet meer dan een bijrol, moeten een beetje machteloos toekijken op de dominantie van de grunts van Hupogrammus, die niet alleen de vocalen voor z’n rekening neemt, maar ook de “pipes”, en ook de keyboards en gitaren(samen met Sol Faur). Met die Sol Faur verliet hij trouwens in 2009 de band, om zich volledig te wijden aan een ander project in de metalwereld; Dordeduh. Die band ken ik nog niet, maar ik zou het toch maar ‘ns moeten gaan beluisteren, want wat ‘Om’ laat horen, is soms buiten categorie.
‘Dedesuptul’ zet in, en alweer hoor ik hetzelfde soort geluid terug; er zit echt eenheid in deze plaat, ondanks de verscheidenheid. Want na pakweg anderhalve minuut kent het nummer een wak, waarin er bizarre rust genomen wordt, en het zelfs wat jazzy wordt. Na een nieuwe versnelling komt er weer een wat zompiger stuk, met een bijzonder gaaf en creepy keyboardlijntje. De angst is beklemmend, de angst komt van beneden, en kruipt langzaam naar boven, als een ijsstraal alles bevriezend. De percussie heeft wat weg van losse jazz, bij momenten. Een horrorsfeertje dwingt zich naar de oppervlakte. De outro draagt daar alleen toe bij.
‘Norilor’ is een bijzonder vreemd stukje muziek, althans op zo’n album en op die plaats. Nochtans is het erg geslaagd; percussie in gevecht met zichzelf, dreigende keyboards, een lichte zwijm van strijkers. Bij nader inzien past dit puzzelstukje wel degelijk in de puzzel, zonder wringen. Het stuwende ritme van de drums stoomt de luisteraar klaar voor de volgende vuurpijl.
En ja hoor, ook ‘De Piatra’ klinkt bijzonder bekend binnen de context van deze plaat. Er wordt agressief aangevangen, misschien wel de meest agressieve song op het album. Wanneer het tempo dan toch wat daalt, blijft de ondertoon erg agressief en bijtend. Halverwege komt de spookachtige zang weer terug, die je ook hoorde bij het eerste nummer. Het doet me altijd denken aan een bedrieglijke Sirene, die haar aanlokkelijk gezang eropuit stuurt, in de hoop reddeloze schippers te strikken. Met levend verslinden als gevolg.
‘Cel Din Urma Vis’ zet aan met een machtige riff, een steunpilaar om U tegen te zeggen, en volgt dezelfde strategie als dat andere lange nummer; de drums ontbreken in het begin namelijk, en zetten pas in na goed een minuut, dit keer in een meer ondergeschikte rol. Een tempowisseling volgt, echoënde zang op de achtergrond, eens te meer krijg je het gevoel spoken te zien, en te horen. Het is slechts een illusie, een droom waar Hupogrammos je op een rauwe en bruuske manier uithelpt. Het gitaarwerk is wederom van bijzonder hoge kwaliteit, er zijn genoeg details te bespeuren om bezig te blijven met ontdekken, en de vele tempowisselingen maken het een erg interessante en veelzijdige song, een epos zelfs. Een lang, sferisch tussenstuk luidt deel 2 van de het nummer in. Een huiveringwekkende finale dient zich aan, de meest grootse sfeer tot nu toe.
En dan, een abrupt einde, en het hysterische begin van ‘Hora Soarelui’. Weerklinkt hier het instrument dat in het boekje “panpipe” wordt genoemd? Het klinkt alleszins als eensoort panfluit, maar dan zwaarder. Niets geen Peruviaanse panfluitmuziek, dus, maar wel behoorlijke bevreemdend. Weer zo’n passages die je eraan herinnert dat dit niet zomaar het zoveelste metalplaatje is. Die onconventionele instrumenten nemen zelfs de bovenhand op dit nummer, tot er naar het einde toe toch weer zo’n machtige gitaarriff weerklinkt. ‘Al Doilea Om’ is het sluitstuk van de plaat. De eerste mens is niet langer alleen op de wereld, een tweede exemplaar is gearriveerd. Een dreigende sfeer legt zijn wil op, een tweede keer horen we “Oooooooooom”. De harmonie met de natuur is verbroken.
Ik heb deze plaat nu in een tijdsbestek van minder dan 24 uur driemaal beluisterd. Één keer ’s nachts, één keer ’s morgens, en tenslotte ook nog daarnet. De plaat kent wat dat betreft misschien een lichte voorkeur voor de nacht, maar is eigenlijk niet zozeer gebonden aan een tijdstip. Het is, in mijn ervaring, een plaat die je altijd kan beluisteren, die wel wat vereist van de luisteraar, maar best te doen is. Een aanrader voor iedereen die van metal houdt, en ook wel van wat meer. Die niet vies is van een experiment. ‘Om’ is de eerste episode van het verhaal van de mens in de Roemeense interpretatie, en het is een bijzonder mooie episode.
4,5 sterren
Negurã Bunget - Poartã de Dincolo (2011)

3,0
0
geplaatst: 11 mei 2011, 14:48 uur
Negura Bunget is een band waar progressie in schuilt. Ik heb de band leren kennen dankzij Don Cappuccino, die 'Om' aanraadde. Die plaat heb ik inmiddels al gekocht, wat toch wat wil zeggen over hoe goed ik 'm wel niet vind. Daarna ben ik vroegere platen gaan beluisteren, en daar wijkt 'Om' toch behoorlijk van af, vind ik. Nu ze een nieuwe EP uitbrengen, en ik helemaal mee ben met deze band, wordt het tijd om eens te zeggen wat ik ervan denk.
'Poarta de Dincolo' heet deze nieuwe EP, bestaande uit 4 nummers. 'Hotar' hakt er gelijk flink in, met snelle, agressieve stukken vol gitaar- en (vooral) drumgeweld. Het gekrijs van de zanger wordt afgewisseld met cleanere stukken. 'La Marginea' Luminii' begint rustig, en zet een beklemmende sfeer neer, met dank aan de xylofoon. Een bevreemdend nummer, ook vrij beangstigend, maar erg fraai. De zang komt bruut en ongerept over, van het niveau dat je er niets van hoeft te verstaan om volledig erin op te gaan. Helaas gaat het na deze twee hoogtepunten bergaf wat deze EP betreft.
'Frig In Oase' is een ambientnummer, en slaagt er wat mij betreft niet in een geslaagde sfeer neer te zetten, wat toch de bedoeling is van dat soort nummers. Terwijl bijvoorbeeld het ambientnummer dat als bonustrack op de nieuwe plaat van Mitochondrion staan mij wel aanspreekt (ook omdat dit meer binnen de context van een hele plaat moet gezien worden), word ik hier warm noch koud van. Die afsluiter is nog wel aardig, maar Negura Bunget heeft betere dingen op het curriculum vitae staan.
Best een leuk zoethoudertje dus, afwachten wanneer het Trilogieproject wordt ingezet. Dan zullen we zien wat Negura Bunget echt waard is heden. De eerste twee songs bewijzen in ieder geval wel dat ze nog altijd het potentiel hebben.
3 sterren
'Poarta de Dincolo' heet deze nieuwe EP, bestaande uit 4 nummers. 'Hotar' hakt er gelijk flink in, met snelle, agressieve stukken vol gitaar- en (vooral) drumgeweld. Het gekrijs van de zanger wordt afgewisseld met cleanere stukken. 'La Marginea' Luminii' begint rustig, en zet een beklemmende sfeer neer, met dank aan de xylofoon. Een bevreemdend nummer, ook vrij beangstigend, maar erg fraai. De zang komt bruut en ongerept over, van het niveau dat je er niets van hoeft te verstaan om volledig erin op te gaan. Helaas gaat het na deze twee hoogtepunten bergaf wat deze EP betreft.
'Frig In Oase' is een ambientnummer, en slaagt er wat mij betreft niet in een geslaagde sfeer neer te zetten, wat toch de bedoeling is van dat soort nummers. Terwijl bijvoorbeeld het ambientnummer dat als bonustrack op de nieuwe plaat van Mitochondrion staan mij wel aanspreekt (ook omdat dit meer binnen de context van een hele plaat moet gezien worden), word ik hier warm noch koud van. Die afsluiter is nog wel aardig, maar Negura Bunget heeft betere dingen op het curriculum vitae staan.
Best een leuk zoethoudertje dus, afwachten wanneer het Trilogieproject wordt ingezet. Dan zullen we zien wat Negura Bunget echt waard is heden. De eerste twee songs bewijzen in ieder geval wel dat ze nog altijd het potentiel hebben.
3 sterren
Neil Young - Le Noise (2010)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2010, 13:56 uur
Neil Young is weer helemaal terug. Na enkele mindere platen (‘Living With War’ en ‘Fork In The Road’) is er nu ‘Le Noise’, een duidelijke woordspeling. De producer van deze plaat is namelijk Daniel Lanois, die onder andere bij ‘The Joshua Tree’ en ‘Achtung Baby’ van U2, ‘Time Out Of Mind’ van Bob Dylan en ‘Wrecking Ball’ van Emmylou Harris achter de knoppen zat. Zijn invloed komt de plaat duidelijk ten goede, want dit klinkt terug een pak beter dan de zeer matige voorganger. ‘Le Noise’ bestaat uit 8 nummers, waarvan 6 met elektrische gitaar, en twee akoestische nummers. Wat ook opmerkelijk is: er worden geen andere instrumenten gebruikt, enkele gitaar en de stem van Neil Young. En er wordt natuurlijk ook flink met de versterkers gespeeld (echo!).
Het album opent met ‘Walk With Me’, en dat nummer zet meteen de toon, vind ik. Het gitaarwerk klinkt roestig, heb ik hier ergens gelezen. Inderdaad, maar voor mij pakt dat goed uit, ik vind het zeer geslaagd. Het is inderdaad, zoals Stijn_Slayer het stelt, lastig te omschrijven wat hier gedaan wordt, maar dat neemt niet weg dat het erg fraai klinkt. In ‘Walk With Me’ heeft Neil het ook over enkele vrienden die hij onlangs verloren heeft (“I lost some people I was walking with”). Het einde van het nummer is enigszins bevreemdend, het lijkt alsof de kiestoon van een telefoon of zo erdoorheen komt, maar dat stoort me niet zo erg. ‘Sign Of Love’ is ook een leuk nummer, net als ‘Someone’s Gonna Rescue You’. Twee goeie rocksongs, die het live zeker goed zullen doen.
‘Love And War’ is het eerste van twee akoestische nummers, en klinkt (verrassend) Latijns-Amerikaans. Dat stoorde me in het begin wel een beetje, maar ik ben er inmiddels overheen; nu vind ik het gewoon een begeesterend nummer, met een mooie tekst (dat kan ie wel, die Neil Young, teksten schrijven!). Het gaat, zoals de titel al verklapt, over liefde en oorlog. Het eerste deel van het nummer gaat over de rekrutering van soldaten voor diverse oorlogen, zoals daar zijn geweest de Wereldoorlogen, de Vietnamoorlog, de Koreaoorlog en de Golfoorlog. De gevolgen die het met zich meebrengt (“I’ve seen a lot of young men go to war; and leave a lot of young brides waiting; I’ve watched them try to explain it to their kids; and seen a lot of them failingthey tried to tell them and they tried to explain; why daddy won’t ever come home again”) zijn alom bekend. Het tweede deel van de song gaat over liefde, en welk een verdriet dat met zich mee kan brengen. (“The saddest thing in the whole wide world; is to break the heart of your lover; I made a mistake and I did it again; and we struggled to recover”). De stijl die Young hanteert is fraai, en de taal die hij gebruikt is niet al te moeilijk.
‘Angry World’ heeft z’n titel niet gestolen, want het is een angry song. Een aanklacht. Niet dat Young even verbitterd klinkt als ten tijde van ‘Southern Man’, maar hij wil toch zeggen wat hij te zeggen heeft. En dat kunnen we hem niet verwijten, natuurlijk. Maar ik vind het toch een beetje te simpel van opzet, en één van de mindere nummers op ‘Le Noise’. Tekstueel is het toch niet zo treffend als andere nummers. Voor het overige valt het nog wel mee, maar zeker niet mijn favoriet.
‘Hitchhiker’ is een nummer met een lange geschiedenis. Young is aan deze song reeds begonnen in het begin van zijn carrière, maar wegens omstandigheden is het nooit op plaat geraakt. Omdat het nooit helemaal af is geraakt, zegt Young. Tot nu. Nu staat het te pronken op ‘Le Noise’. Het is het relaas van zijn leven, vooral op vlak van drugsgebruik. En wat dat met een mens doet. Erg pijnlijke, autobiografische song van Neil Young, die hier zijn ziel blootstelt aan de hele wereld. Het vergt veel moed om zoiets te doen. Daarom alleen al verdient deze man hulde. ‘Hitchhiker’ is ook meer dan een tekst alleen; het is simpelweg een fantastisch nummer. Maar toch is het vooral de prachtige tekst die mij hierin aantrekt.
Zelfde verhaal bij ‘Peaceful Valley Boulevard’. Hoewel dit nummer over iets totaal anders gaat, heeft het ook een geweldige tekst. Het is het tweede akoestische nummer, en bevalt me toch wat beter dan ‘Love And War’, en dat wil al wat zeggen. Het is niet de eerste song waarin Young weinig memorabele gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Verenigde Staten aanklaagt, en volgens mij zal het ook niet zijn laatste zijn. Young kent de geschiedenis van het land erg goed; dat bewijst zijn tekst voor dit nummer. Het gaat onder andere over de kolonisatie van indiaans land (“Before the railroad came from Kansas City; and the bullets hit the bison from the train; the first shots rang across the peaceful valley; and the white man laid his foot upon the plain”); de befaamde goud- en oliekoorts (“People rushed like water to California; at first they came for gold, and then for oil”) en ook over recentere dingen, zoals global warming (“A polar bear was drifting on an ice floe; sun beating down from the sky”) en het feit dat er amper iets aan gedaan wordt (“Politicians gathered for a summit; and came away with nothing to decide”). Dit is een geweldig nummer, en de tekst van Young is zo aangrijpend dat je er wel bij moet nadenken: “waar zijn wij in feite mee bezig?”. ‘Rumblin’’ is een waardige afsluiter, waarin Neil het weer over de klimaatveranderingen heeft, en hoe hij er iets zou aan kunnen doen, en wanneer (“When will I learn how to give back; when will I learn how to heal?”).
‘Le Noise’ levert in mijn ogen twee nummers die men gerust in het rijtje “klassiekers van Neil Young” mag scharen: ‘Hitchhiker’ en ‘Peaceful Valley Boulevard’. Maar ook de andere nummers zijn geenszins slecht. De oude garde staat nog altijd, vorig jaar bracht Bob Dylan het door mij erg gesmaakte ‘Together Through Life’, en Springsteen het soms wat zoete, maar niettemin sterke ‘Working On A Dream’. Dit jaar was het de beurt aan Neil Young. Volgend jaar dan Tom Waits en Leonard Cohen? Fingers crossed!
4 sterren
Het album opent met ‘Walk With Me’, en dat nummer zet meteen de toon, vind ik. Het gitaarwerk klinkt roestig, heb ik hier ergens gelezen. Inderdaad, maar voor mij pakt dat goed uit, ik vind het zeer geslaagd. Het is inderdaad, zoals Stijn_Slayer het stelt, lastig te omschrijven wat hier gedaan wordt, maar dat neemt niet weg dat het erg fraai klinkt. In ‘Walk With Me’ heeft Neil het ook over enkele vrienden die hij onlangs verloren heeft (“I lost some people I was walking with”). Het einde van het nummer is enigszins bevreemdend, het lijkt alsof de kiestoon van een telefoon of zo erdoorheen komt, maar dat stoort me niet zo erg. ‘Sign Of Love’ is ook een leuk nummer, net als ‘Someone’s Gonna Rescue You’. Twee goeie rocksongs, die het live zeker goed zullen doen.
‘Love And War’ is het eerste van twee akoestische nummers, en klinkt (verrassend) Latijns-Amerikaans. Dat stoorde me in het begin wel een beetje, maar ik ben er inmiddels overheen; nu vind ik het gewoon een begeesterend nummer, met een mooie tekst (dat kan ie wel, die Neil Young, teksten schrijven!). Het gaat, zoals de titel al verklapt, over liefde en oorlog. Het eerste deel van het nummer gaat over de rekrutering van soldaten voor diverse oorlogen, zoals daar zijn geweest de Wereldoorlogen, de Vietnamoorlog, de Koreaoorlog en de Golfoorlog. De gevolgen die het met zich meebrengt (“I’ve seen a lot of young men go to war; and leave a lot of young brides waiting; I’ve watched them try to explain it to their kids; and seen a lot of them failingthey tried to tell them and they tried to explain; why daddy won’t ever come home again”) zijn alom bekend. Het tweede deel van de song gaat over liefde, en welk een verdriet dat met zich mee kan brengen. (“The saddest thing in the whole wide world; is to break the heart of your lover; I made a mistake and I did it again; and we struggled to recover”). De stijl die Young hanteert is fraai, en de taal die hij gebruikt is niet al te moeilijk.
‘Angry World’ heeft z’n titel niet gestolen, want het is een angry song. Een aanklacht. Niet dat Young even verbitterd klinkt als ten tijde van ‘Southern Man’, maar hij wil toch zeggen wat hij te zeggen heeft. En dat kunnen we hem niet verwijten, natuurlijk. Maar ik vind het toch een beetje te simpel van opzet, en één van de mindere nummers op ‘Le Noise’. Tekstueel is het toch niet zo treffend als andere nummers. Voor het overige valt het nog wel mee, maar zeker niet mijn favoriet.
‘Hitchhiker’ is een nummer met een lange geschiedenis. Young is aan deze song reeds begonnen in het begin van zijn carrière, maar wegens omstandigheden is het nooit op plaat geraakt. Omdat het nooit helemaal af is geraakt, zegt Young. Tot nu. Nu staat het te pronken op ‘Le Noise’. Het is het relaas van zijn leven, vooral op vlak van drugsgebruik. En wat dat met een mens doet. Erg pijnlijke, autobiografische song van Neil Young, die hier zijn ziel blootstelt aan de hele wereld. Het vergt veel moed om zoiets te doen. Daarom alleen al verdient deze man hulde. ‘Hitchhiker’ is ook meer dan een tekst alleen; het is simpelweg een fantastisch nummer. Maar toch is het vooral de prachtige tekst die mij hierin aantrekt.
Zelfde verhaal bij ‘Peaceful Valley Boulevard’. Hoewel dit nummer over iets totaal anders gaat, heeft het ook een geweldige tekst. Het is het tweede akoestische nummer, en bevalt me toch wat beter dan ‘Love And War’, en dat wil al wat zeggen. Het is niet de eerste song waarin Young weinig memorabele gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Verenigde Staten aanklaagt, en volgens mij zal het ook niet zijn laatste zijn. Young kent de geschiedenis van het land erg goed; dat bewijst zijn tekst voor dit nummer. Het gaat onder andere over de kolonisatie van indiaans land (“Before the railroad came from Kansas City; and the bullets hit the bison from the train; the first shots rang across the peaceful valley; and the white man laid his foot upon the plain”); de befaamde goud- en oliekoorts (“People rushed like water to California; at first they came for gold, and then for oil”) en ook over recentere dingen, zoals global warming (“A polar bear was drifting on an ice floe; sun beating down from the sky”) en het feit dat er amper iets aan gedaan wordt (“Politicians gathered for a summit; and came away with nothing to decide”). Dit is een geweldig nummer, en de tekst van Young is zo aangrijpend dat je er wel bij moet nadenken: “waar zijn wij in feite mee bezig?”. ‘Rumblin’’ is een waardige afsluiter, waarin Neil het weer over de klimaatveranderingen heeft, en hoe hij er iets zou aan kunnen doen, en wanneer (“When will I learn how to give back; when will I learn how to heal?”).
‘Le Noise’ levert in mijn ogen twee nummers die men gerust in het rijtje “klassiekers van Neil Young” mag scharen: ‘Hitchhiker’ en ‘Peaceful Valley Boulevard’. Maar ook de andere nummers zijn geenszins slecht. De oude garde staat nog altijd, vorig jaar bracht Bob Dylan het door mij erg gesmaakte ‘Together Through Life’, en Springsteen het soms wat zoete, maar niettemin sterke ‘Working On A Dream’. Dit jaar was het de beurt aan Neil Young. Volgend jaar dan Tom Waits en Leonard Cohen? Fingers crossed!
4 sterren
Neil Young / Crazy Horse - Americana (2012)

3,0
0
geplaatst: 12 september 2012, 20:10 uur
9 jaar heeft men moeten wachten op een nieuwe plaat van Neil Young & Crazy Horse. Solo heeft Young in die carrière alweer een aantal platen uitgebracht, met 'Le Noise' bewees hij zelfs nog steeds relevant te zijn, iets waar velen niet meer zeker van waren na de release van 'Fork in the Road'. Maar de excentrieke singer-songwriter én rocker is nog steeds een artiest om rekening mee te houden. Later dit jaar komt er een plaat met nieuw materiaal van Neil Young & Crazy Horse, maar 'Americana' kwam dus al enkele maanden eerder uit, als opwarmertje.
Juist, als opwarmertje. Opwarmertjes zijn meestal geen meesterwerken, maar ook geen miskleunen. En dat gaat ook op voor deze plaat, die een klein uur duurt, en vol staat met herwerkingen van traditionals, volksliedjes, muziek uit de Amerikaanse folklore, afin. Dat terwijl Young eigenlijk een Canadees is, maar toch ook wel een beetje een aangenomen Amerikaan. Maar de plaat, de plaat.
Op de hoes zien we enkele Amerikanen, die samen met indianen (native Americans worden ze genoemd) in een oldsmobile zitten. Dat Neil Young een groot liefhebber van oude aut's is, is hierbij geen overbodige informatie. De hoes geeft dus wel een mooi beeld van de plaat, en is ook gewoon een mooie hoes.
De 11 nummers op de plaat zijn niet allemaal goed, er zitten een aantal stinkers tussen, laten we eerlijk zijn. 'Get a Job' is zwak, afsluiter 'God Save the Queen' al niet veel beter. De zang van Young klinkt nu eens goed, dan weer vaag, een beetje inconsistent dus. De instrumentatie is duidelijk die van mannen die hun vak kennen, de herwerkte versies van 'Oh Susannah', 'Gallows Pole' en 'This Land Is Your Land' zijn erg de moeite. Dat ze nog kunnen rocken, de mannen van Crazy Horse, is dan ook weer duidelijk.
'Americana' zou ik vooral bestempelen als een funplaat, een plaat die Young en zijn kompanen puur voor het plezier van het musiceren hebben opgenomen. Mogelijk zelfs ontstaan uit spontane covers of gejam. Dat laatste is zeer reëel, want nog voor de release van de plaat, kon men op de site van Neil Young een lange jam horen met Crazy Horse. Hopelijk hebben die sessies ook voor hoogstaand nieuw materiaal gezorgd, naast deze leuke versies van ouwe nummers.
3 sterren
Edit: NY & CH brengen van dit album slechts één nummer live tijdens hun tour ('Jesus' Chariot'). "They just don't fit in", zegt Frank "Poncho" Sampedro.
Juist, als opwarmertje. Opwarmertjes zijn meestal geen meesterwerken, maar ook geen miskleunen. En dat gaat ook op voor deze plaat, die een klein uur duurt, en vol staat met herwerkingen van traditionals, volksliedjes, muziek uit de Amerikaanse folklore, afin. Dat terwijl Young eigenlijk een Canadees is, maar toch ook wel een beetje een aangenomen Amerikaan. Maar de plaat, de plaat.
Op de hoes zien we enkele Amerikanen, die samen met indianen (native Americans worden ze genoemd) in een oldsmobile zitten. Dat Neil Young een groot liefhebber van oude aut's is, is hierbij geen overbodige informatie. De hoes geeft dus wel een mooi beeld van de plaat, en is ook gewoon een mooie hoes.
De 11 nummers op de plaat zijn niet allemaal goed, er zitten een aantal stinkers tussen, laten we eerlijk zijn. 'Get a Job' is zwak, afsluiter 'God Save the Queen' al niet veel beter. De zang van Young klinkt nu eens goed, dan weer vaag, een beetje inconsistent dus. De instrumentatie is duidelijk die van mannen die hun vak kennen, de herwerkte versies van 'Oh Susannah', 'Gallows Pole' en 'This Land Is Your Land' zijn erg de moeite. Dat ze nog kunnen rocken, de mannen van Crazy Horse, is dan ook weer duidelijk.
'Americana' zou ik vooral bestempelen als een funplaat, een plaat die Young en zijn kompanen puur voor het plezier van het musiceren hebben opgenomen. Mogelijk zelfs ontstaan uit spontane covers of gejam. Dat laatste is zeer reëel, want nog voor de release van de plaat, kon men op de site van Neil Young een lange jam horen met Crazy Horse. Hopelijk hebben die sessies ook voor hoogstaand nieuw materiaal gezorgd, naast deze leuke versies van ouwe nummers.
3 sterren
Edit: NY & CH brengen van dit album slechts één nummer live tijdens hun tour ('Jesus' Chariot'). "They just don't fit in", zegt Frank "Poncho" Sampedro.
Neil Young + Stray Gators - Tuscaloosa (2019)

4,0
0
geplaatst: 14 mei 2020, 21:49 uur
De foto op de albumhoes lijkt een energiek opverende en springende Neil Young te tonen, maar volgens de overlevering was niets minder waar in 1973 ten tijde van de Time Fades Away-tour, waarvan dit een excerpt is. Vooral het eerste gedeelte van de plaat, dat grotendeels neerkomt op Neil Young solo, klinkt breekbaar, wankel, zo goed als kapot, om diverse redenen.
Ten eerste om de dood van zijn goeie vriend Danny Witten, bandlid van Crazy Horse en notoir drugsverslaafde in november 1972, net nadat Young hem van repetities terug naar L.A. stuurde, omdat Witten te ver heen was. Het heeft 'm jaren gekost om zich er enigszins overheen te zetten; hij zal het schuldbesef wellicht voor altijd met zich meedragen. Ten tweede had hij het ook wel een beetje gehad met het leventje en de naam en faam die vele mensen hem aanschreven. Dat is iets waar wel meer artiesten mee worstelen natuurlijk.
Toch kan ikzelf intens genieten van vooral die eerste, akoestische helft van de plaat. De nummers, met uitzondering van de opener (die op het titelloze debuut staat), zijn afkomstig van [After the Gold Rush[/i] en Harvest, twee van Young's meest toonaangevende en beste platen naar mijn mening, en zijn inherent gewoon zó goed dat ze niet te verwoesten zijn. De artiest in al zijn kwetsbaarheid, naaktheid, pure essentie.
Het tweede deel, dat elektrisch kleurt dankzij de inbreng van The Stray Gators, kan me wat minder bekoren. De rommeligheid weet niet echt te overtuigen, de chemie tussen Young en de groep lijkt een beetje te ontbreken. Toch hebben ook deze nummers hun charme. Slechts twee songs staan ook op het wél destijds uitgebrachte Time Fades Away; de overige songs zijn afkomstig van het pas twee jaar later te verschijnen Tonight's the Night (twee stuks!) en Alabama van Harvest. Afsluiter Don't Be Denied klinkt wel erg sterk, moet ik toegeven.
Dit zal niet de meest geïnspireerde of gedreven periode geweest zijn in de carrière van Neil Young, zeker als je het situeert binnen de jaren '70. We horen een wereldberoemde artiest die uiteindelijk ook maar een fragiel organisme is dat op deze aardkloot rondloopt, zoals wij allen.
4 sterren
Ten eerste om de dood van zijn goeie vriend Danny Witten, bandlid van Crazy Horse en notoir drugsverslaafde in november 1972, net nadat Young hem van repetities terug naar L.A. stuurde, omdat Witten te ver heen was. Het heeft 'm jaren gekost om zich er enigszins overheen te zetten; hij zal het schuldbesef wellicht voor altijd met zich meedragen. Ten tweede had hij het ook wel een beetje gehad met het leventje en de naam en faam die vele mensen hem aanschreven. Dat is iets waar wel meer artiesten mee worstelen natuurlijk.
Toch kan ikzelf intens genieten van vooral die eerste, akoestische helft van de plaat. De nummers, met uitzondering van de opener (die op het titelloze debuut staat), zijn afkomstig van [After the Gold Rush[/i] en Harvest, twee van Young's meest toonaangevende en beste platen naar mijn mening, en zijn inherent gewoon zó goed dat ze niet te verwoesten zijn. De artiest in al zijn kwetsbaarheid, naaktheid, pure essentie.
Het tweede deel, dat elektrisch kleurt dankzij de inbreng van The Stray Gators, kan me wat minder bekoren. De rommeligheid weet niet echt te overtuigen, de chemie tussen Young en de groep lijkt een beetje te ontbreken. Toch hebben ook deze nummers hun charme. Slechts twee songs staan ook op het wél destijds uitgebrachte Time Fades Away; de overige songs zijn afkomstig van het pas twee jaar later te verschijnen Tonight's the Night (twee stuks!) en Alabama van Harvest. Afsluiter Don't Be Denied klinkt wel erg sterk, moet ik toegeven.
Dit zal niet de meest geïnspireerde of gedreven periode geweest zijn in de carrière van Neil Young, zeker als je het situeert binnen de jaren '70. We horen een wereldberoemde artiest die uiteindelijk ook maar een fragiel organisme is dat op deze aardkloot rondloopt, zoals wij allen.
4 sterren
Neurosis - Through Silver in Blood (1996)

4,5
1
geplaatst: 22 november 2013, 20:16 uur
De eerste, machinale geluiden maken meteen duidelijk wat voor plaat dit is. ‘Through Silver in Blood’, wat mij betreft de beste worp van Neurosis tot nu toe (en ik zie Scott Kelly en kornuiten nog niet zo gauw beter doen in de toekomst), is bloedernstig, intens tot op het bot, wrang en mismeesterd. De titeltrack is meteen een maagsplijting, waarbij het niet tot een doffe stomp beperkt blijft, maar veel en veel verder gaat; het vuige karakter van de song zet zich daarna nog door, alsof de muziek steeds verder in Dante’s Hel verglijdt. Het is een vergelijking die ik niet snel maak, maar ik kan er simpelweg niet buiten; de heerlijk zieke herrie van Neurosis, gecombineerd met de nodige ruststukken, die adempauzes voorschoten, heeft iets van een hemelse verraderlijkheid. Het is één van de weinige albums die ik ken, waar ik waarachtig maagpijn van krijg.
Muziek waar je maagpijn van krijgt, is dat dan de bedoeling? Als je hapklare popmuziek wil verorberen, dan zou ik niet naar Neurosis verwijzen. Toch maakt Neurosis muziek die veel meer is dan enkel herrie. Het algehele karakter van ‘Through Silver in Blood’ mag dan wel gitzwart zijn, toch heeft deze band ook zo z’n minder voor de hand liggende invloeden. Ik hoor hier namelijk wat ambient in terug (de sfeerzetting is sowieso genadeloos), en het geheel heeft ook wel wat weg van freejazz, zij het in de verte. Het is geen freejazz, natuurlijk, maar dat de muziek een opstandige, ietwat chaotische en vooral eigenzinnige sound heeft, kan je moeilijk ontkennen.
De plaat bestaat uit 9 nummers, goed voor ruim een uur huiveren én genieten. Vijf van de negen songs klokken af rond de tien minuten. Het zijn deze composities (want zo mogen we ze toch wel noemen) die me het meest aanstaan. De twee songs die ongeveer 5 minuten in beslag nemen, ‘Eye’ en ‘Locust Star’, worden gekenmerkt door een rauw, onbevangen geluid. ‘Eye’ is zelfs ronduit bruut, en daarin kent dan weer een ander aspect van Neurosis zijn herkomst; hardcore. De eerste platen van Neurosis waren zelfs pure hardcore punk, erg matig gewaardeerd ook, in het algemeen. Ook ik vind het niet bepaald voltreffers. Ik deel dan ook de mening van bennerd, die bij het debuut zegt dat hij blij is met de evolutie van Neurosis.
‘Through Silver in Blood’ is vooral een plaat die je in één ruk moet uitzitten, maar als ik toch een song moet kiezen die er bovenuit springt, zal het ‘Aeon’ zijn. Samen met afsluiter ‘Enclosure in Flame’ trouwens één van de beste laatste 20 minuten van een album die ik ken. Ronduit indrukwekkend, hoe de songs meesterlijk in mekaar steken, geduldig opbouwen naar een climax.
Een absolute sterkhouder op dit album zijn de zonder uitzondering verwrongen gitaarriffs. Alles wat heel is, is oninteressant, moet Scott Kelly gedacht hebben, want bij elke riff is er wel, zoals wij plachten te zeggen, een hoek af. Samen met het monumentale, indrukwekkende gedrum van laten ze de modderpoel geregeld overlopen. Vooral in ‘Purify’ komt dit uitstekend tot uiting; de overheersende gitaarriff gaat constant in de clash met de woeste, maar, als je het overzicht bewaart, toch enigszins verzorgde drums. De song begint zeer ingehouden, en ontpopt zich gaandeweg tot een inferno. Het gebruik van de doedelzak is zeer effectief om een laatste mokerslag uit te delen. Of is dit net dat ontbrekende ingrediënt, dat de luisteraar helemaal in een trance brengt? Hoewel ik daar doorgaans al in verkeer vanaf de opener.
Wat ook opvalt, zijn de naadloze overgangen. Daaraan is nog het meest te horen dat dit geen verzameling nummers is, maar een luisterbeleving van een dik uur. Een reis die gaandeweg steeds meer een beproeving lijkt te zijn, en in de laatste twee nummer uitmondt in een grandioze neergang. ‘Locust Star’ kan je wat dat betreft al in het voorgeborchte positioneren; de loodzware riffs en het woeste, onbedwingbare schreeuwen van Kelly schetsen een wel zeer eigenaardig beeld van melancholie. Sla alleen al de eerste lap tekst er maar eens op na.
De woede die in ‘Locust Star’ op de menigte wordt losgelaten, maakt in ‘Strength of Fates’ plaats voor een zeer rustige, maar daarom niet minder beklemmende song. De spaarzame piano-aanslagen bieden comfort. De rauwe keelgeluiden van Kelly, die klinkt alsof hij een halve kilometer verder staat en her hart uit zijn lijf pompt, brengen wederom een sinistere tekst – dit album is daar van doordrongen, iets wat overigens ook op de hoes zichtbaar is (met bloedende ogen – waarschijnlijk gebaseerd op de zinsnede “Bleed my eye” uit de afsluiter?) en in het boekje. 1 pagina per songtekst, die afwisselend in bloedrood en krijtwit staan gedrukt. Op de achtergrond vage afbeeldingen van mythologische monsters en mysterieuze taferelen (en een reusachtige afbeelding van een spin?).
Om dan maar even terug te komen op prijsnummer ‘Aeon’; waarom precies deze song? Omdat hier alles lijkt samen te komen. Alle troeven van Neurosis, van unieke sfeerzetting over perfecte opbouw (de manier waarop de viool en de cello niet worden ingezet om warmte aan het geheel toe te voegen, maar net desolate dreiging, is fantastisch) tot de rauwe puurheid (of pure rauwheid?), schitteren in dit monster van bijna 12 minuten. Het had voor mijn part een halfuur mogen duren. Van pakweg minuut 5 tot 6 krijgen we een minuutje relatieve rust, hoewel je duidelijk iets hoort opborrelen op de achtergrond. De abrupte manier waarop de knuppel dan weer in het hoenderhok wordt gegooid, voelt aan alsof je tegen een betonnen muur bent gelopen. Een fabrieksmuur, liefst waar men zware, metalen machines maakt, want zo klinkt het alweer. Het aanzwellende geluid zorgt tenslotte ook nog eens voor een zekere grandeur. Tja, als dit geen monument is, dan weet ik het ook niet meer.
Ook afsluiter ‘Enclosure in Flame’ had nog een dikke tien minuten langer mogen doorgaan van mij. Hoewel we met de 10 minuten die we nu krijgen ook zeker niet mogen klagen. In deze afsluiter, die een mysterieus klinkende sound combineert met brute kracht, trekt Kelly zijn strot misschien wel het meest indrukwekkend open. De toch al niet bepaald zonnige tekst (“I will open a door and bleed in your dreams; silently praying for enclosure within the flame of origin”) wordt uitgespuwd alsof het zwarte gal betreft.
Nadat Scott Kelly zijn laatste ademstoten op de wereld heeft losgelaten, meandert de song nog een minuutje voort, badend in zijn eigen trancewereld. Om uiteindelijk uit te doven. Maar niet zoals de zoveelste anonieme kaars. ‘Through Silver in Blood’ is één van die zeldzame platen die de kracht bezitten om je hele hebben en houden voor een uurtje over te nemen, en bruut in stukken te scheuren. Gevaarlijk, maar bloedstollend mooi.
4,5 sterren
Muziek waar je maagpijn van krijgt, is dat dan de bedoeling? Als je hapklare popmuziek wil verorberen, dan zou ik niet naar Neurosis verwijzen. Toch maakt Neurosis muziek die veel meer is dan enkel herrie. Het algehele karakter van ‘Through Silver in Blood’ mag dan wel gitzwart zijn, toch heeft deze band ook zo z’n minder voor de hand liggende invloeden. Ik hoor hier namelijk wat ambient in terug (de sfeerzetting is sowieso genadeloos), en het geheel heeft ook wel wat weg van freejazz, zij het in de verte. Het is geen freejazz, natuurlijk, maar dat de muziek een opstandige, ietwat chaotische en vooral eigenzinnige sound heeft, kan je moeilijk ontkennen.
De plaat bestaat uit 9 nummers, goed voor ruim een uur huiveren én genieten. Vijf van de negen songs klokken af rond de tien minuten. Het zijn deze composities (want zo mogen we ze toch wel noemen) die me het meest aanstaan. De twee songs die ongeveer 5 minuten in beslag nemen, ‘Eye’ en ‘Locust Star’, worden gekenmerkt door een rauw, onbevangen geluid. ‘Eye’ is zelfs ronduit bruut, en daarin kent dan weer een ander aspect van Neurosis zijn herkomst; hardcore. De eerste platen van Neurosis waren zelfs pure hardcore punk, erg matig gewaardeerd ook, in het algemeen. Ook ik vind het niet bepaald voltreffers. Ik deel dan ook de mening van bennerd, die bij het debuut zegt dat hij blij is met de evolutie van Neurosis.
‘Through Silver in Blood’ is vooral een plaat die je in één ruk moet uitzitten, maar als ik toch een song moet kiezen die er bovenuit springt, zal het ‘Aeon’ zijn. Samen met afsluiter ‘Enclosure in Flame’ trouwens één van de beste laatste 20 minuten van een album die ik ken. Ronduit indrukwekkend, hoe de songs meesterlijk in mekaar steken, geduldig opbouwen naar een climax.
Een absolute sterkhouder op dit album zijn de zonder uitzondering verwrongen gitaarriffs. Alles wat heel is, is oninteressant, moet Scott Kelly gedacht hebben, want bij elke riff is er wel, zoals wij plachten te zeggen, een hoek af. Samen met het monumentale, indrukwekkende gedrum van laten ze de modderpoel geregeld overlopen. Vooral in ‘Purify’ komt dit uitstekend tot uiting; de overheersende gitaarriff gaat constant in de clash met de woeste, maar, als je het overzicht bewaart, toch enigszins verzorgde drums. De song begint zeer ingehouden, en ontpopt zich gaandeweg tot een inferno. Het gebruik van de doedelzak is zeer effectief om een laatste mokerslag uit te delen. Of is dit net dat ontbrekende ingrediënt, dat de luisteraar helemaal in een trance brengt? Hoewel ik daar doorgaans al in verkeer vanaf de opener.
Wat ook opvalt, zijn de naadloze overgangen. Daaraan is nog het meest te horen dat dit geen verzameling nummers is, maar een luisterbeleving van een dik uur. Een reis die gaandeweg steeds meer een beproeving lijkt te zijn, en in de laatste twee nummer uitmondt in een grandioze neergang. ‘Locust Star’ kan je wat dat betreft al in het voorgeborchte positioneren; de loodzware riffs en het woeste, onbedwingbare schreeuwen van Kelly schetsen een wel zeer eigenaardig beeld van melancholie. Sla alleen al de eerste lap tekst er maar eens op na.
De woede die in ‘Locust Star’ op de menigte wordt losgelaten, maakt in ‘Strength of Fates’ plaats voor een zeer rustige, maar daarom niet minder beklemmende song. De spaarzame piano-aanslagen bieden comfort. De rauwe keelgeluiden van Kelly, die klinkt alsof hij een halve kilometer verder staat en her hart uit zijn lijf pompt, brengen wederom een sinistere tekst – dit album is daar van doordrongen, iets wat overigens ook op de hoes zichtbaar is (met bloedende ogen – waarschijnlijk gebaseerd op de zinsnede “Bleed my eye” uit de afsluiter?) en in het boekje. 1 pagina per songtekst, die afwisselend in bloedrood en krijtwit staan gedrukt. Op de achtergrond vage afbeeldingen van mythologische monsters en mysterieuze taferelen (en een reusachtige afbeelding van een spin?).
Om dan maar even terug te komen op prijsnummer ‘Aeon’; waarom precies deze song? Omdat hier alles lijkt samen te komen. Alle troeven van Neurosis, van unieke sfeerzetting over perfecte opbouw (de manier waarop de viool en de cello niet worden ingezet om warmte aan het geheel toe te voegen, maar net desolate dreiging, is fantastisch) tot de rauwe puurheid (of pure rauwheid?), schitteren in dit monster van bijna 12 minuten. Het had voor mijn part een halfuur mogen duren. Van pakweg minuut 5 tot 6 krijgen we een minuutje relatieve rust, hoewel je duidelijk iets hoort opborrelen op de achtergrond. De abrupte manier waarop de knuppel dan weer in het hoenderhok wordt gegooid, voelt aan alsof je tegen een betonnen muur bent gelopen. Een fabrieksmuur, liefst waar men zware, metalen machines maakt, want zo klinkt het alweer. Het aanzwellende geluid zorgt tenslotte ook nog eens voor een zekere grandeur. Tja, als dit geen monument is, dan weet ik het ook niet meer.
Ook afsluiter ‘Enclosure in Flame’ had nog een dikke tien minuten langer mogen doorgaan van mij. Hoewel we met de 10 minuten die we nu krijgen ook zeker niet mogen klagen. In deze afsluiter, die een mysterieus klinkende sound combineert met brute kracht, trekt Kelly zijn strot misschien wel het meest indrukwekkend open. De toch al niet bepaald zonnige tekst (“I will open a door and bleed in your dreams; silently praying for enclosure within the flame of origin”) wordt uitgespuwd alsof het zwarte gal betreft.
Nadat Scott Kelly zijn laatste ademstoten op de wereld heeft losgelaten, meandert de song nog een minuutje voort, badend in zijn eigen trancewereld. Om uiteindelijk uit te doven. Maar niet zoals de zoveelste anonieme kaars. ‘Through Silver in Blood’ is één van die zeldzame platen die de kracht bezitten om je hele hebben en houden voor een uurtje over te nemen, en bruut in stukken te scheuren. Gevaarlijk, maar bloedstollend mooi.
4,5 sterren
Nick Cave & The Bad Seeds - Push the Sky Away (2013)

4,5
0
geplaatst: 30 maart 2013, 20:29 uur
Weinig artiesten hebben een zo fel bejubeld oeuvre bij elkaar gevlochten als Nick Cave. Wat ie ook doet, het uiteindelijke eindproduct blijkt bijna altijd puur goud te zijn. Of het nu zijn filmmuziek is, zijn werk met The Birthday Party en zijn rauwe vroege platen, of zijn balladalbums. Onder de noemer Nick Cave & The Bad Seeds heeft deze klasbak het meeste roem vergaard.
Sinds de vorige plaat onder die naam, ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ zijn er enkele veranderingen opgetreden. Zo is Mick Harvey niet langer lid van The Bad Seeds, en heeft Cave met Warren Ellis, Martyn P. Casey en Jim Sclavunos een opvolger gemaakt voor het debuut van Grinderman. Geen bijzondere plaat, in mijn optiek, maar Grinderman is geen collectief dat in het leven is geroepen om bijzondere platen te maken, volgens mij. Het is eerder een uiterst handig vehikel om een keertje harder voort te denderen. Maar wat Nick Cave doet op zijn nieuwe plaat, ‘Push the Sky Away’, dat kan ie als de beste. En dat hoor ik ‘m dan ook het liefst van al doen.
Als we de cover van het album gaan bestuderen, zien we Nick Cave die – in zwart pak – zijn, overigens verrukkelijke, naakte eega (Susie Bick, die vroeger model voor Vivienne Westwood was, maar haar job opgaf toen ze met Cave trouwde) de deur lijkt te wijzen, al is het eerder een soort raam dat hij openhoudt, denk ik. Er zal een hele filosofie achter zitten, of net niet, maar ik vind het in ieder geval een beklijvend en begeesterend zicht. Een prima opmaat voor het album zelve, zoals later zou blijken.
‘Push the Sky Away’ is op het moment van dit schrijven het enige album van 2013 dat ik in huis heb. Dat is erg weinig, maar ik ben dit ook bewust gaan doen. De nieuwe Cave moest ik echter hebben, al zou de wereld ontploffen. Ik was na twee luisterbeurten al helemaal verkocht, en sinds ik het album in huis heb, lijken de puzzelstukjes, die al zo goed als inch perfect pasten, nog beter in te schuiven. Het plaatje klopt gewoon voor de volle 100 procent, de sfeer is onovertroffen, en dat maak je niet vaak mee. Dit is dan ook een plaat om voor eeuwig en altijd te koesteren.
Laat ik dan nu beginnen met wat tekst en uitleg te verschaffen over de bijzondere status die ik deze plaat toedicht. ‘Push the Sky Away’ is een tour de force waarvan ik nooit meer had gedacht dat Cave het nog in zich had. Oké, de beste kerel is een vakman, maar er lopen talloze artiesten rond die hun vak tot in de puntjes beheersen. Nu is dit nog wel wat anders; Nick Cave heeft zichzelf niet heruitgevonden, maar na het in mijn ogen wat mindere ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ en de tweede van Grinderman is dit weer een geweldig schot in de roos. Negen nummers, niks geen fillers of mindere momentjes, geen sfeerbreuken. Het is van begin tot eind één coherente sound, een mengeling tussen Cave’s eigen bekende stokpaardjes en de weemoed en relatieve zwaarte van het allerbeste van Tindersticks.
De eerste twee vrijgegeven nummers, ‘We No Who U R’ en het majestueuze ‘Jubilee Street’ ontlokten bij menig MuMe-user de naam Tindersticks. De meningen daaromtrent waren natuurlijk wel verdeeld, maar ik hoorde dit geluid er toch ook wel in terug. Ik wist meteen dat het goed zat, toen het hemelse ‘We No Who U R’ voor het eerst mijn oren bereikte. Een rustig, ietwat bevreemdend nummer, op die manier dat je dingen anders gaat bekijken, structuren, emoties, etc. Je kan het lome muziek vinden, maar het is net die loomheid die er zo’n speciaal karakter aan geven.
Het tempo ligt inderdaad niet hoog. Hoeft ook niet. Heel graag zelfs, dit festijn der traagheid. Nick Cave en kornuiten nemen er echt de tijd voor, en zo geven de songs zichzelf niet al te gauw prijs. Bij de veel popmuziek van tegenwoordig is het consumeren, consumeren, consumeren; niet bij ‘Push the Sky Away’. Het is een plaat die tijd nodig heeft, maar wel meteen een weinig van zijn pracht laat zien. Wie veel troeven in z’n hand heeft, laat ook niet meteen zijn kaarten zien.
Zoals eerder gezegd, een zwak nummer is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Dat neemt niet weg dat er hoogtepunten zijn. De eerder genoemde opener en ‘Jubilee Street’ bijvoorbeeld, maken enorm veel indruk. Het eerste nummer is tekstueel ook een pareltje, zoals Nick Cave dat kan. Simpele tekst, weinig woorden, maar uitermate veelzeggend. In het CD-boekje staan de teksten trouwens geprint, met bijbehorende aanpassingen, zoals geschrapte woorden, haastig gekribbelde woorden en zwart gemarkeerde lijnen. Ook staat bij elke songtekst een stempel met een datum (dat zal de datum van schrijven wel zijn, ongeveer).
Neen, het eerste nummer heeft al meteen één van de mooiste zinsneden van dit jaar in zich: “The trees will stand like pleading hands”. Het is een beeld waarbij men zich een hele wereld kan voorstellen, maar in essentie is het gewoon een sfeerschets. Cave heeft het talent om op directe wijze in te spelen op de gedachten en gevoelen van zijn luisteraars. ‘Jubilee Street’ is dan tekstueel een ander paar mouwen, meer verhalend van aard. Het gaat over een al wat oudere prostituee die haar klanten verliest aan de hele roedel jonge Oost-Europese meisjes. Hier mengt Cave ook humor in zijn teksten, wat hij wel vaker doet.
“The problem was she had a little black book;
And my was written on every page;
A girl’s got to make ends meet, even on Jubilee Street”
Waar deze straat dan wel mag liggen, dat zou ik niet weten, maar de straatnaam zou wel ‘ns een metaforische verwijzing kunnen zijn. De naam heeft iets monumentaals, iets waar je respect voor dient te hebben. Uiteindelijk zijn het ook maar mensen, die, soms zelfs daartoe gedwongen, de eindjes aan elkaar proberen te knopen.
Een ander sterk nummer is het lange, donkere ‘Higgs Boson Blues’. De titel alleen al sprak me meteen aan, nog voor ik het nummer überhaupt had gehoord. Er is een tijdje heel wat ophef geweest wat betreft dit elementaire deeltje. De tekst is ondoorgrondelijk, met nogal wat verwijzingen, naar o.a. Hannah Montana/Miley Cyrus, een ziekte en verderf brengende missionaris en een illuster motel. Maar het boeiendst vind ik de passage over Robert Johnson en de duivel (Robert Johnson haalde de woede van de Kerk op zijn hals omdat hij ooit beweerde zijn ziel aan de duivel te hebben verkocht in ruil voor zijn exceptionele talent, en stierf naar verluidt letterlijk door de gifbeker te hebben gedronken). De toonzetting is aardedonker, grijs en grauw. Maar de drive in de stem van Cave en de dreiging die het ensemble aan instrumenten tentoonspreiden, is erg aanstekelijk. Het is dus een aanstekelijk nummer over duistere onderwerpen.
Ook de afsluitende titeltrack is erg sterk; statig en waardig, het heeft een grootse, plechtige sfeer rondom zich. Duw de lucht weg.. Iets wat in feite onmogelijk is, maar het is dan weer op erg verbeeldende wijze gebruikt, en het tekstuele simplisme van de opener vinden we hier ook in terug. Alsof Cave het zomaar uit zijn mouw schudt, zo natuurlijk komt het ook allemaal over.
De andere nummers zijn ook zeker de moeite. Het met een leuke tekst begiftigde ‘Mermaids’, sterke aanhangsel ‘Finishing Jubilee Street’, het spannende ‘We Real Cool’.. Ik heb de plaat nu toch al zo’n 14 à 15 keer beluisterd, en vind nog steeds bitter weinig punten van kritiek. De plaat gaat ook nergens vervelen, en dat is een hele prestatie, in acht genomen dat het tempo zo laag ligt. Bij menig andere plaat zou ik een plaatselijke geeuw niet kunnen onderdrukken; hier zit ik echter nu nog steeds elke keer als betoverd dik 40 minuten aan mijn CD-speler gekluisterd.
4,5 sterren
Sinds de vorige plaat onder die naam, ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ zijn er enkele veranderingen opgetreden. Zo is Mick Harvey niet langer lid van The Bad Seeds, en heeft Cave met Warren Ellis, Martyn P. Casey en Jim Sclavunos een opvolger gemaakt voor het debuut van Grinderman. Geen bijzondere plaat, in mijn optiek, maar Grinderman is geen collectief dat in het leven is geroepen om bijzondere platen te maken, volgens mij. Het is eerder een uiterst handig vehikel om een keertje harder voort te denderen. Maar wat Nick Cave doet op zijn nieuwe plaat, ‘Push the Sky Away’, dat kan ie als de beste. En dat hoor ik ‘m dan ook het liefst van al doen.
Als we de cover van het album gaan bestuderen, zien we Nick Cave die – in zwart pak – zijn, overigens verrukkelijke, naakte eega (Susie Bick, die vroeger model voor Vivienne Westwood was, maar haar job opgaf toen ze met Cave trouwde) de deur lijkt te wijzen, al is het eerder een soort raam dat hij openhoudt, denk ik. Er zal een hele filosofie achter zitten, of net niet, maar ik vind het in ieder geval een beklijvend en begeesterend zicht. Een prima opmaat voor het album zelve, zoals later zou blijken.
‘Push the Sky Away’ is op het moment van dit schrijven het enige album van 2013 dat ik in huis heb. Dat is erg weinig, maar ik ben dit ook bewust gaan doen. De nieuwe Cave moest ik echter hebben, al zou de wereld ontploffen. Ik was na twee luisterbeurten al helemaal verkocht, en sinds ik het album in huis heb, lijken de puzzelstukjes, die al zo goed als inch perfect pasten, nog beter in te schuiven. Het plaatje klopt gewoon voor de volle 100 procent, de sfeer is onovertroffen, en dat maak je niet vaak mee. Dit is dan ook een plaat om voor eeuwig en altijd te koesteren.
Laat ik dan nu beginnen met wat tekst en uitleg te verschaffen over de bijzondere status die ik deze plaat toedicht. ‘Push the Sky Away’ is een tour de force waarvan ik nooit meer had gedacht dat Cave het nog in zich had. Oké, de beste kerel is een vakman, maar er lopen talloze artiesten rond die hun vak tot in de puntjes beheersen. Nu is dit nog wel wat anders; Nick Cave heeft zichzelf niet heruitgevonden, maar na het in mijn ogen wat mindere ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ en de tweede van Grinderman is dit weer een geweldig schot in de roos. Negen nummers, niks geen fillers of mindere momentjes, geen sfeerbreuken. Het is van begin tot eind één coherente sound, een mengeling tussen Cave’s eigen bekende stokpaardjes en de weemoed en relatieve zwaarte van het allerbeste van Tindersticks.
De eerste twee vrijgegeven nummers, ‘We No Who U R’ en het majestueuze ‘Jubilee Street’ ontlokten bij menig MuMe-user de naam Tindersticks. De meningen daaromtrent waren natuurlijk wel verdeeld, maar ik hoorde dit geluid er toch ook wel in terug. Ik wist meteen dat het goed zat, toen het hemelse ‘We No Who U R’ voor het eerst mijn oren bereikte. Een rustig, ietwat bevreemdend nummer, op die manier dat je dingen anders gaat bekijken, structuren, emoties, etc. Je kan het lome muziek vinden, maar het is net die loomheid die er zo’n speciaal karakter aan geven.
Het tempo ligt inderdaad niet hoog. Hoeft ook niet. Heel graag zelfs, dit festijn der traagheid. Nick Cave en kornuiten nemen er echt de tijd voor, en zo geven de songs zichzelf niet al te gauw prijs. Bij de veel popmuziek van tegenwoordig is het consumeren, consumeren, consumeren; niet bij ‘Push the Sky Away’. Het is een plaat die tijd nodig heeft, maar wel meteen een weinig van zijn pracht laat zien. Wie veel troeven in z’n hand heeft, laat ook niet meteen zijn kaarten zien.
Zoals eerder gezegd, een zwak nummer is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Dat neemt niet weg dat er hoogtepunten zijn. De eerder genoemde opener en ‘Jubilee Street’ bijvoorbeeld, maken enorm veel indruk. Het eerste nummer is tekstueel ook een pareltje, zoals Nick Cave dat kan. Simpele tekst, weinig woorden, maar uitermate veelzeggend. In het CD-boekje staan de teksten trouwens geprint, met bijbehorende aanpassingen, zoals geschrapte woorden, haastig gekribbelde woorden en zwart gemarkeerde lijnen. Ook staat bij elke songtekst een stempel met een datum (dat zal de datum van schrijven wel zijn, ongeveer).
Neen, het eerste nummer heeft al meteen één van de mooiste zinsneden van dit jaar in zich: “The trees will stand like pleading hands”. Het is een beeld waarbij men zich een hele wereld kan voorstellen, maar in essentie is het gewoon een sfeerschets. Cave heeft het talent om op directe wijze in te spelen op de gedachten en gevoelen van zijn luisteraars. ‘Jubilee Street’ is dan tekstueel een ander paar mouwen, meer verhalend van aard. Het gaat over een al wat oudere prostituee die haar klanten verliest aan de hele roedel jonge Oost-Europese meisjes. Hier mengt Cave ook humor in zijn teksten, wat hij wel vaker doet.
“The problem was she had a little black book;
And my was written on every page;
A girl’s got to make ends meet, even on Jubilee Street”
Waar deze straat dan wel mag liggen, dat zou ik niet weten, maar de straatnaam zou wel ‘ns een metaforische verwijzing kunnen zijn. De naam heeft iets monumentaals, iets waar je respect voor dient te hebben. Uiteindelijk zijn het ook maar mensen, die, soms zelfs daartoe gedwongen, de eindjes aan elkaar proberen te knopen.
Een ander sterk nummer is het lange, donkere ‘Higgs Boson Blues’. De titel alleen al sprak me meteen aan, nog voor ik het nummer überhaupt had gehoord. Er is een tijdje heel wat ophef geweest wat betreft dit elementaire deeltje. De tekst is ondoorgrondelijk, met nogal wat verwijzingen, naar o.a. Hannah Montana/Miley Cyrus, een ziekte en verderf brengende missionaris en een illuster motel. Maar het boeiendst vind ik de passage over Robert Johnson en de duivel (Robert Johnson haalde de woede van de Kerk op zijn hals omdat hij ooit beweerde zijn ziel aan de duivel te hebben verkocht in ruil voor zijn exceptionele talent, en stierf naar verluidt letterlijk door de gifbeker te hebben gedronken). De toonzetting is aardedonker, grijs en grauw. Maar de drive in de stem van Cave en de dreiging die het ensemble aan instrumenten tentoonspreiden, is erg aanstekelijk. Het is dus een aanstekelijk nummer over duistere onderwerpen.
Ook de afsluitende titeltrack is erg sterk; statig en waardig, het heeft een grootse, plechtige sfeer rondom zich. Duw de lucht weg.. Iets wat in feite onmogelijk is, maar het is dan weer op erg verbeeldende wijze gebruikt, en het tekstuele simplisme van de opener vinden we hier ook in terug. Alsof Cave het zomaar uit zijn mouw schudt, zo natuurlijk komt het ook allemaal over.
De andere nummers zijn ook zeker de moeite. Het met een leuke tekst begiftigde ‘Mermaids’, sterke aanhangsel ‘Finishing Jubilee Street’, het spannende ‘We Real Cool’.. Ik heb de plaat nu toch al zo’n 14 à 15 keer beluisterd, en vind nog steeds bitter weinig punten van kritiek. De plaat gaat ook nergens vervelen, en dat is een hele prestatie, in acht genomen dat het tempo zo laag ligt. Bij menig andere plaat zou ik een plaatselijke geeuw niet kunnen onderdrukken; hier zit ik echter nu nog steeds elke keer als betoverd dik 40 minuten aan mijn CD-speler gekluisterd.
4,5 sterren
Nick Cave & Warren Ellis - Carnage (2021)

4,0
3
geplaatst: 22 december 2021, 20:24 uur
Na twee meesterwerkjes, te weten Push the Sky Away en Skeleton Tree, viel Ghosteen, op de wereld losgelaten in 2019, lelijk tegen. Skeleton Tree was wel reeds een stap in die richting, maar zijn meest recente met The Bad Seeds vond ik bij momenten zo etherisch dat ik oprecht dacht dat Nick ten hemelen was opgestegen, en tegelijk klonk de plaat, op enkele positieve uitzonderingen na, bepaald lamlendig. Toen begin dit jaar een nieuwe plaat werd aangekondigd, zat ik dus niet meteen te popelen. Maar goed, het blijft Nick Cave, natuurlijk.
En, zo blijkt, dit is gewoon een erg goeie plaat geworden! Ditmaal niet met zijn volledige clan, maar meer een samenwerking met zijn goeie vriend Warren Ellis, met wie hij al een hele rist soundtracks in elkaar heeft geknutseld, waaronder The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford en The Road. Qua sfeer heeft dit album ook wel iets filmisch, en lijkt het tegelijkertijd wat meer naar de twee voornoemde meesterwerkjes terug te grijpen. Old Time zou probleemloos een epische scene in een outlaw-film kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld. En openings- en prijsnummer Hand of God begint erg elegisch, maar verandert zo plotsklaps van toon dat je aandacht meteen wordt opgeëist, en je jezelf volledig kan geven in het intieme, zweterige feestje-in-mineur dat erop volgt.
Ik wil overigens niet zeggen dat er geen raakpunten met Ghosteen zijn, want die zijn er heus wel. Het klinkt hier echter allemaal veel meer geïnspireerd, de melodieën en harmonieën (achtergrondzangeressen!) kloppen gewoon, ik kan er naar blijven luisteren. Het titelnummer en het wondermooie Lavender Fields zijn daarvan twee goeie voorbeelden. Daarnaast horen we ook de andere kant van het spectrum langskomen, met claustrofobische beklemming, zoals in het eerste deel van White Elephant, waarin Nick een naargeestig klinkende tekst op zijn kenmerkende manier declameert, met de dreigende viool van Ellis op de achtergrond. De omslag iets voorbij halfweg zag ik daardoor niet echt aankomen, maar smaakt me wel!
Carnage is een plaat waarvan je, op basis van de titel, wat meer roering en wildheid zou verwachten, al denk ik dat de schuimbekkende Cave definitief in het verleden rondwaart. Het is een plaat geworden die eerder een pleister dan zout op de wonde is, en het centraal staande "Kingdom in the Sky" lijkt het symbool voor een met zichzelf en het leven terug wat in het reine gekomen Nick Cave. De fraaie bijdragen van Ellis zijn daarbovenop een fikse bonus.
4 sterren
En, zo blijkt, dit is gewoon een erg goeie plaat geworden! Ditmaal niet met zijn volledige clan, maar meer een samenwerking met zijn goeie vriend Warren Ellis, met wie hij al een hele rist soundtracks in elkaar heeft geknutseld, waaronder The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford en The Road. Qua sfeer heeft dit album ook wel iets filmisch, en lijkt het tegelijkertijd wat meer naar de twee voornoemde meesterwerkjes terug te grijpen. Old Time zou probleemloos een epische scene in een outlaw-film kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld. En openings- en prijsnummer Hand of God begint erg elegisch, maar verandert zo plotsklaps van toon dat je aandacht meteen wordt opgeëist, en je jezelf volledig kan geven in het intieme, zweterige feestje-in-mineur dat erop volgt.
Ik wil overigens niet zeggen dat er geen raakpunten met Ghosteen zijn, want die zijn er heus wel. Het klinkt hier echter allemaal veel meer geïnspireerd, de melodieën en harmonieën (achtergrondzangeressen!) kloppen gewoon, ik kan er naar blijven luisteren. Het titelnummer en het wondermooie Lavender Fields zijn daarvan twee goeie voorbeelden. Daarnaast horen we ook de andere kant van het spectrum langskomen, met claustrofobische beklemming, zoals in het eerste deel van White Elephant, waarin Nick een naargeestig klinkende tekst op zijn kenmerkende manier declameert, met de dreigende viool van Ellis op de achtergrond. De omslag iets voorbij halfweg zag ik daardoor niet echt aankomen, maar smaakt me wel!
Carnage is een plaat waarvan je, op basis van de titel, wat meer roering en wildheid zou verwachten, al denk ik dat de schuimbekkende Cave definitief in het verleden rondwaart. Het is een plaat geworden die eerder een pleister dan zout op de wonde is, en het centraal staande "Kingdom in the Sky" lijkt het symbool voor een met zichzelf en het leven terug wat in het reine gekomen Nick Cave. De fraaie bijdragen van Ellis zijn daarbovenop een fikse bonus.
4 sterren
Nils Frahm - Felt (2011)

3,5
0
geplaatst: 17 november 2011, 18:43 uur
Nils Frahm is een minimalistische componist die graag met piano- en achtergrondklanken experimenteert. Het is alweer een tijdje geleden dat ik 'Wintermusik' leerde kennen, en die vind ik nog steeds erg goed. Zijn nieuwe plaat 'Felt' doet het net iets minder, omdat Frahm de luisteraar niet altijd weet mee te trekken in zijn wondere wereld; het komt soms een beetje saai over. Beetje wisselvallig dus, deze plaat, maar toch nog genoeg moois hoor. 'Familiar' is erg mooi, 'Unter' blinkt in al z'n eenvoud en het afsluitende duo 'Pause' en 'More' laten horen dat Frahm een erg getalenteerde hedendaagse componist is.
Mooie, warme, melancholische pianoklanken worden vermengd met allerhande achtergrondgeluiden, van belletjes over spookachtig gekraak tot harmonium. De titel van het album verwijst naar de manier waarop hij piano speelt; de snaren zijn namelijk met dikke lagen vilt (felt) afgedempt. Frahm is een Duitser, vandaar.
Mooie plaat dus, van een onmiskenbaar talent, die zich laat inspireren door Franse grootheden zoals Ravel en Debussy. I like it.
3,5 sterren
Mooie, warme, melancholische pianoklanken worden vermengd met allerhande achtergrondgeluiden, van belletjes over spookachtig gekraak tot harmonium. De titel van het album verwijst naar de manier waarop hij piano speelt; de snaren zijn namelijk met dikke lagen vilt (felt) afgedempt. Frahm is een Duitser, vandaar.
Mooie plaat dus, van een onmiskenbaar talent, die zich laat inspireren door Franse grootheden zoals Ravel en Debussy. I like it.
3,5 sterren
Nils Frahm - Wintermusik (2009)

4,0
0
geplaatst: 8 maart 2011, 15:22 uur
‘Wintermusik’ van Nils Frahm is een plaat die reeds lange tijd op mijn lijstje stond, om ooit eens te beluisteren. Ik had er al veel goeie dingen over gelezen, en de erg hoge score trekt natuurlijk wel de aandacht. Nu werd hij aangeraden in het Review-topic, wat mij de ideale gelegenheid gaf om deze plaat eens onder de loep te nemen.
Frahm is een Duitser, en bespeelt op deze sfeervolle plaat de piano, celeste (een soort toetseninstrument dat door middel van met vilt beklede hamertjes wordt aangeslagen) en reed organ. Het album bestaat uit drie tracks, die samen een halfuur duren. Opmerkelijk, want dit soort platen duurt meestal wel een flink stuk langer. Maar goed, niet getreurd; beter kort maar treffend dan lang en ondoordringbaar.
De hoes sprak me wel aan, eerlijk gezegd; en na een viertal beluisteringen kan ik concluderen dat ze een goed beeld geeft van waar dit album voor staat: melancholie, tristesse, de grauwheid van het leven. De titel geeft het ook al een beetje aan, dit is wintermuziek. En dat is ook zo; ik kan me voorstellen dat dit de meeste impact heeft als het buiten flink sneeuwt, om je eventueel warmte te schenken als de radiator weer eens stuk blijkt te zijn.
Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik niet omver val van deze plaat (misschien komt dat doordat het zonnetje hier reeds schijnt?), maar het is gewoon een erg mooie plaat, van een artiest die duidelijk talent heeft. Zo is ‘Ambre’ de ideale gangmaker voor het lange nummer op deze plaat, ‘Tristana’. Aandoenlijk pianospel vermengd met de nostalgische klanken die het orgel oproept, en ook de celesta (een heuse openbaring voor mij, prachtig instrument, ik kende het nog niet) speelt een fraaie rol in dit stuk.
Ook het tempo van deze plaat zit wel snor. Je kan het nog het best vergelijken met een kabbelend beekje dat wordt opgedreven door een barokke stroomversnelling; niet al te krachtig, geen haast en spoed, geen overmoed. Frahm neemt z’n tijd om zijn verhaal – zij het instrumentaal – te vertellen, en dat kan ik enkel appreciëren. Ik merk ook dat deze plaat nog maar van 2009 dateert, dus ik hoop nog veel van de man te mogen horen. Ik ga hem, na dit plaatje te hebben beluisterd, in ieder geval wel wat aandachtiger volgen.
4 sterren
Frahm is een Duitser, en bespeelt op deze sfeervolle plaat de piano, celeste (een soort toetseninstrument dat door middel van met vilt beklede hamertjes wordt aangeslagen) en reed organ. Het album bestaat uit drie tracks, die samen een halfuur duren. Opmerkelijk, want dit soort platen duurt meestal wel een flink stuk langer. Maar goed, niet getreurd; beter kort maar treffend dan lang en ondoordringbaar.
De hoes sprak me wel aan, eerlijk gezegd; en na een viertal beluisteringen kan ik concluderen dat ze een goed beeld geeft van waar dit album voor staat: melancholie, tristesse, de grauwheid van het leven. De titel geeft het ook al een beetje aan, dit is wintermuziek. En dat is ook zo; ik kan me voorstellen dat dit de meeste impact heeft als het buiten flink sneeuwt, om je eventueel warmte te schenken als de radiator weer eens stuk blijkt te zijn.
Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik niet omver val van deze plaat (misschien komt dat doordat het zonnetje hier reeds schijnt?), maar het is gewoon een erg mooie plaat, van een artiest die duidelijk talent heeft. Zo is ‘Ambre’ de ideale gangmaker voor het lange nummer op deze plaat, ‘Tristana’. Aandoenlijk pianospel vermengd met de nostalgische klanken die het orgel oproept, en ook de celesta (een heuse openbaring voor mij, prachtig instrument, ik kende het nog niet) speelt een fraaie rol in dit stuk.
Ook het tempo van deze plaat zit wel snor. Je kan het nog het best vergelijken met een kabbelend beekje dat wordt opgedreven door een barokke stroomversnelling; niet al te krachtig, geen haast en spoed, geen overmoed. Frahm neemt z’n tijd om zijn verhaal – zij het instrumentaal – te vertellen, en dat kan ik enkel appreciëren. Ik merk ook dat deze plaat nog maar van 2009 dateert, dus ik hoop nog veel van de man te mogen horen. Ik ga hem, na dit plaatje te hebben beluisterd, in ieder geval wel wat aandachtiger volgen.
4 sterren
Nina Simone - At Town Hall (1959)

4,5
0
geplaatst: 13 mei 2023, 21:41 uur
Bijzondere plaat van Nina Simone, grotendeels live (enkele songs zijn studio-opnames, al is er publiek in de opname gepropt - dat trucje paste men vroeger wel vaker toe). 1959 was bepaald het jaar van de grote doorbraak. Haar debuut brak meteen potten (al kostte het behoorlijk lang om het uit te brengen, de opnames stammen uit 1957 of zo), en meteen daarna bevestigde ze met The Amazing Nina Simone. Deze plaat is echter pas echt "amazing", naar mijn mening.
Dit was trouwens Simone's eerste optreden in een heuse concertzaal, voorheen trad ze altijd op in al dan niet schimmige clubs, waar de drank rijkelijk vloeide en de sigarettenrook een mistig effect creëerde. Na enige verwondering net voordat ze de bühne betrad trok ze zich daar echter niets van aan en maakte ze er een geweldige show van, met pareltjes als de opener, Summertime (instrumentaal en met vocalen!) en You Can Have Him. Blues, jazz en soul deed zij in haar performance op meesterlijke wijs samensmelten, met veel gevoel en intensiteit.
Dat met een verrassend ingetogen Cotton Eyed Joe en het altijd magnifieke Wild Is the Wind twee van de toppers in de studio werden opgenomen, mag de pret niet drukken. Dit is vakmanschap én emotie van het hoogste echelon!
4,5 sterren
Dit was trouwens Simone's eerste optreden in een heuse concertzaal, voorheen trad ze altijd op in al dan niet schimmige clubs, waar de drank rijkelijk vloeide en de sigarettenrook een mistig effect creëerde. Na enige verwondering net voordat ze de bühne betrad trok ze zich daar echter niets van aan en maakte ze er een geweldige show van, met pareltjes als de opener, Summertime (instrumentaal en met vocalen!) en You Can Have Him. Blues, jazz en soul deed zij in haar performance op meesterlijke wijs samensmelten, met veel gevoel en intensiteit.
Dat met een verrassend ingetogen Cotton Eyed Joe en het altijd magnifieke Wild Is the Wind twee van de toppers in de studio werden opgenomen, mag de pret niet drukken. Dit is vakmanschap én emotie van het hoogste echelon!
4,5 sterren
Nina Simone - Pastel Blues (1965)

4,5
1
geplaatst: 22 mei 2021, 11:27 uur
Blues, jazz, soul, folk..
Neen, deze plaat van Nina Simone valt niet onder te brengen in één van bovenstaande categorieën. Het is het soort album dat genres met gemak overstijgt, niet in het minst dankzij de klasse van Nina Simone. Het is niet zozeer dat zij de mooiste of zoetste (verre van, zelfs) stem heeft; ze weet rauwe emoties over te brengen als geen ander. De intensiteit op deze plaat ligt enorm hoog, en dat begint al bij opener Be My Husband, nota bene geschreven door Nina Simone's echtgenoot destijds, Andy Stroud.
Daarna wordt er fraai opgebouwd richting de vleesgeworden intensiteit, in de vorm van Sinnerman. De songtitels liegen er niet om; Nobody Knows You When You're Down and Out, Trouble in Mind, Ain't No Use... De doemsprofeet zelve lijkt in Nina Simone te zijn gevaren!
Strange Fruit is de gedroomde prelude voor de schitterend schrikwekkende afsluiter. Waar de "oude" versie van Billie Holiday al ontzettend goed is, doet Nina Simone er nog een schepje bovenop. De bijzonder indringende tekst (de songwriter nam geen blad voor de mond) helpt natuurlijk, maar het is vooral de uitvoering van Nina Simone die het 'm doet. Je leeft mee, je kan het je levendig voorstellen, die verschrikkelijke mistoestanden in het Zuiden..
Dan moet het klapstuk nog komen. Sinnerman, een ruim 10 minuten durende epische bewerking van een traditional over een zondaar die amechtig probeert te ontkomen aan zijn (al dan niet door God zelve opgelegde) straf op de Dag des Oordeels, en daarvoor alle middelen aanwendt. De religieuze inslag valt natuurlijk niet te missen, en hoewel ik me verder niet tot een schare geloofsbelijders zou rekenen, kan ik wel geloven dat dit soort uitspattingen een mens in hogere sferen kunnen brengen. Simpelweg door ernaar te luisteren.
4,5 sterren
Neen, deze plaat van Nina Simone valt niet onder te brengen in één van bovenstaande categorieën. Het is het soort album dat genres met gemak overstijgt, niet in het minst dankzij de klasse van Nina Simone. Het is niet zozeer dat zij de mooiste of zoetste (verre van, zelfs) stem heeft; ze weet rauwe emoties over te brengen als geen ander. De intensiteit op deze plaat ligt enorm hoog, en dat begint al bij opener Be My Husband, nota bene geschreven door Nina Simone's echtgenoot destijds, Andy Stroud.
Daarna wordt er fraai opgebouwd richting de vleesgeworden intensiteit, in de vorm van Sinnerman. De songtitels liegen er niet om; Nobody Knows You When You're Down and Out, Trouble in Mind, Ain't No Use... De doemsprofeet zelve lijkt in Nina Simone te zijn gevaren!
Strange Fruit is de gedroomde prelude voor de schitterend schrikwekkende afsluiter. Waar de "oude" versie van Billie Holiday al ontzettend goed is, doet Nina Simone er nog een schepje bovenop. De bijzonder indringende tekst (de songwriter nam geen blad voor de mond) helpt natuurlijk, maar het is vooral de uitvoering van Nina Simone die het 'm doet. Je leeft mee, je kan het je levendig voorstellen, die verschrikkelijke mistoestanden in het Zuiden..
Dan moet het klapstuk nog komen. Sinnerman, een ruim 10 minuten durende epische bewerking van een traditional over een zondaar die amechtig probeert te ontkomen aan zijn (al dan niet door God zelve opgelegde) straf op de Dag des Oordeels, en daarvoor alle middelen aanwendt. De religieuze inslag valt natuurlijk niet te missen, en hoewel ik me verder niet tot een schare geloofsbelijders zou rekenen, kan ik wel geloven dat dit soort uitspattingen een mens in hogere sferen kunnen brengen. Simpelweg door ernaar te luisteren.
4,5 sterren
Nirvana - Nevermind (1991)

4,0
0
geplaatst: 14 augustus 2009, 18:50 uur
Laatst in de reeks ‘Classic Albums’ op Canvas: 'Nevermind' van Nirvana, de wereldbekende grungegroep bestaande uit Kurt Cobain, Krist Novoselic en Dave Grohl. Het was een tijdje geleden dat ik het album nog eens had opgezet, maar ik kreeg dankzij deze muziekdocumentaire weer de smaak te pakken.
Het album opent met 'Smells Like Teen Spirit', de song waardoor Nirvana bekend is bij het grote publiek. Cobain schaamde zich echter voor het popgehalte van deze song, maar producer Butch Vig wist natuurlijk dat deze song Nirvana kon lanceren, en haalde aan dat John Lennon dit ook deed. Cobain, grote fan van Lennon, stemde daarom in, en we mogen blij zijn. Geweldig nummer, meer hoef ik daar niet bij te zeggen.
'In Bloom' zet in waar 'Smells Like Teen Spirit' eindigt. Raadselachtige tekst, en op het einde nog een leuke solo, om af te sluiten met het refrein.
Het derde nummer, 'Come As You Are', begint met die knappe baslijn van Novoselic, waarna Cobain begint te zingen. Het gaat erover dat je moet zijn zoals je bent, maar toch vooral zoals Cobain het wil. Men wordt gerustgesteld (I Don’t have a Gun). Vrij bekend nummer van Nirvana, maar ze hebben toch een pak betere nummers.
Zoals de volgende, 'Breed', die uit de speakers knalt, zo heftig. Ook de tekst is van hoog niveau, met hier en daar een vleugje humor (I don’t mind; I don’t have a mind).
Waar 'Breed' van begin af aan losbarst, kent 'Lithium' een voorzichtiger begin. Het refrein stelt deze keer niet veel voor, maar dat was de bedoeling ook niet, soms weet men met Yeah, Yeah al meer dan genoeg. Er donkere tekst, met weer die cynische humor erin verweven.
'Polly' begint, zoals wel meer Nirvana-nummers, erg rustig, met dit keer enkel de gitaar van Cobain. Het nummer gaat over een artikel dat Cobain in de krant las, over een meisje genaamd Polly, die was aangerand. Er hangt dan ook een erg morbide sfeer rond het nummer, je voelt het aan Cobain’s stem dat er iets mis is.
'Territorial Pissings', het hevigste nummer van de plaat volgens mij, heeft een tekst waarin enkele interessante uitspraken verborgen zitten (Just because you’re paranoid; don’t mean they’re not after you). Op het einde van het nummer mat Cobain zichzelf af door zijn stem aan gort te schreeuwen.
'Drain You' klinkt dan weer totaal anders, heeft ook een geheel ander ritme dan 'Territorial Pissings'. Cobain heeft het over de liefde, in zijn eigen stijl, op een erg grimmige manier dus. Ook van woordspelletjes is hij niet vies (With eyes so dilated; I’ve become your pupil).
'Lounge Act' vind ik een beetje te opgesmukt, het klinkt te schoon, ik hou meer van het rauwere Nirvana, met een buiten de lijntjes kleurende Cobain. Al moet ik mijn mening halverwege de song bijstellen, wanneer hij z’n stem weer tot het uiterste drijft.
'Stay Away', een song die zo op z’n refrein steunt dat het na een tijdje begint tegen te steken, maar op zich is het een aardig nummer. De laatste zin (God is gay), is bijzonder provocerend, en dat maakt me duidelijke dat Nirvana niet geconcentreerd is op commercieel gedoe; ze doen simpelweg waar ze zin in hebben.
'On A Plain' gaat door op het elan van enkele voorgaande songs, dat wil zeggen, het is een nummer met een aanstekelijk ritme, en zou zo een popsong kunnen zijn, mocht de tekst niet o zo donker zijn.
Met 'Something In The Way' komen we aan bij het voorlaatste nummer van deze plaat. Dit is m’n favoriete nummer van Nevermind en kent een vrij rustig verloop, met die sombere stem van Cobain, en dito gitaargeluid. Vooral de toegevoegde cello, bespeeld door Kirk Canning, zorgt voor een warm geluid, terwijl dit nummer toch weer zo’n donkere, mysterieuze tekst heeft. Fantastisch nummer.
De hidden track, 'Endless, Nameless', doet me niet veel, het is teveel een warboel voor mij. Maar goed, ik houd hier geen rekening mee om het album te quoteren.
Wat is nu mijn conclusie? Wel, 'Nevermind' klinkt al een pak beter dan hun debuut, met Dave Grohl achter het drumstel, en het is een plaat die niet gauw gaat vervelen. Het is niet ‘m niet zozeer om de teksten te doen, het is vooral de manier waarop Kurt Cobain ze brengt, en de begeleiding. Zo is die Novoselic een kei op de bassgitaar, en Grohl, die mept er niet naast.
4 sterren
Het album opent met 'Smells Like Teen Spirit', de song waardoor Nirvana bekend is bij het grote publiek. Cobain schaamde zich echter voor het popgehalte van deze song, maar producer Butch Vig wist natuurlijk dat deze song Nirvana kon lanceren, en haalde aan dat John Lennon dit ook deed. Cobain, grote fan van Lennon, stemde daarom in, en we mogen blij zijn. Geweldig nummer, meer hoef ik daar niet bij te zeggen.
'In Bloom' zet in waar 'Smells Like Teen Spirit' eindigt. Raadselachtige tekst, en op het einde nog een leuke solo, om af te sluiten met het refrein.
Het derde nummer, 'Come As You Are', begint met die knappe baslijn van Novoselic, waarna Cobain begint te zingen. Het gaat erover dat je moet zijn zoals je bent, maar toch vooral zoals Cobain het wil. Men wordt gerustgesteld (I Don’t have a Gun). Vrij bekend nummer van Nirvana, maar ze hebben toch een pak betere nummers.
Zoals de volgende, 'Breed', die uit de speakers knalt, zo heftig. Ook de tekst is van hoog niveau, met hier en daar een vleugje humor (I don’t mind; I don’t have a mind).
Waar 'Breed' van begin af aan losbarst, kent 'Lithium' een voorzichtiger begin. Het refrein stelt deze keer niet veel voor, maar dat was de bedoeling ook niet, soms weet men met Yeah, Yeah al meer dan genoeg. Er donkere tekst, met weer die cynische humor erin verweven.
'Polly' begint, zoals wel meer Nirvana-nummers, erg rustig, met dit keer enkel de gitaar van Cobain. Het nummer gaat over een artikel dat Cobain in de krant las, over een meisje genaamd Polly, die was aangerand. Er hangt dan ook een erg morbide sfeer rond het nummer, je voelt het aan Cobain’s stem dat er iets mis is.
'Territorial Pissings', het hevigste nummer van de plaat volgens mij, heeft een tekst waarin enkele interessante uitspraken verborgen zitten (Just because you’re paranoid; don’t mean they’re not after you). Op het einde van het nummer mat Cobain zichzelf af door zijn stem aan gort te schreeuwen.
'Drain You' klinkt dan weer totaal anders, heeft ook een geheel ander ritme dan 'Territorial Pissings'. Cobain heeft het over de liefde, in zijn eigen stijl, op een erg grimmige manier dus. Ook van woordspelletjes is hij niet vies (With eyes so dilated; I’ve become your pupil).
'Lounge Act' vind ik een beetje te opgesmukt, het klinkt te schoon, ik hou meer van het rauwere Nirvana, met een buiten de lijntjes kleurende Cobain. Al moet ik mijn mening halverwege de song bijstellen, wanneer hij z’n stem weer tot het uiterste drijft.
'Stay Away', een song die zo op z’n refrein steunt dat het na een tijdje begint tegen te steken, maar op zich is het een aardig nummer. De laatste zin (God is gay), is bijzonder provocerend, en dat maakt me duidelijke dat Nirvana niet geconcentreerd is op commercieel gedoe; ze doen simpelweg waar ze zin in hebben.
'On A Plain' gaat door op het elan van enkele voorgaande songs, dat wil zeggen, het is een nummer met een aanstekelijk ritme, en zou zo een popsong kunnen zijn, mocht de tekst niet o zo donker zijn.
Met 'Something In The Way' komen we aan bij het voorlaatste nummer van deze plaat. Dit is m’n favoriete nummer van Nevermind en kent een vrij rustig verloop, met die sombere stem van Cobain, en dito gitaargeluid. Vooral de toegevoegde cello, bespeeld door Kirk Canning, zorgt voor een warm geluid, terwijl dit nummer toch weer zo’n donkere, mysterieuze tekst heeft. Fantastisch nummer.
De hidden track, 'Endless, Nameless', doet me niet veel, het is teveel een warboel voor mij. Maar goed, ik houd hier geen rekening mee om het album te quoteren.
Wat is nu mijn conclusie? Wel, 'Nevermind' klinkt al een pak beter dan hun debuut, met Dave Grohl achter het drumstel, en het is een plaat die niet gauw gaat vervelen. Het is niet ‘m niet zozeer om de teksten te doen, het is vooral de manier waarop Kurt Cobain ze brengt, en de begeleiding. Zo is die Novoselic een kei op de bassgitaar, en Grohl, die mept er niet naast.
4 sterren
Noel Gallagher's High Flying Birds - Noel Gallagher's High Flying Birds (2011)

3,5
0
geplaatst: 23 december 2011, 22:21 uur
Goeie plaat van Noel Gallagher. U weet wel, de broer van Liam, eens verenigd in Oasis, nu van elkaar gescheiden door onderlinge ruzies en het nijpende vraagstuk wie nu het grootste talent is van de twee - kortom: wiens ego het grootst is. Liam Gallagher bracht al een plaat uit met zijn nieuwe band, Beady Eye, waarin nog enkele ex-leden van Oasis zitten, als ik me niet vergis. Op Noel's nieuwe plaat was het net wat langer wachten, maar dat loonde ook de moeite. Waar Beady Eye niet echt in slaagt, slaagt Noel Gallagher wel in: aanstekelijke popmuziek maken, met oog voor subtiliteiten en details.
Zo. De eerste paragraaf heb ik besteed aan het vergelijken met Beady Eye, maar je moet ergens ophouden, natuurlijk. Noel Gallagher's High Flying Birds (niet bepaald een bescheiden bandnaampje), met het gelijknamig debuut dus. Tien nummers, waaronder enkele verrassend goeie, frisse rocknummers, wat ik niet had verwacht. Noel verrast me hier toch wel een beetje, want al klinkt het bij vlagen très Oasis, toch weet hij zich te onderscheiden van het werk van de zelfverklaarde opvolgers van The Beatles.
De opener, 'The Death of You and Me', Soldier Boys and Jesus Freaks', allemaal sterke songs. Ze zouden stuk voor stuk een waardevolle toevoeging zijn aan het oeuvre van Oasis. Jammer genoeg staan er ook enkele nummertjes op die me net te makkelijk lijken. '(Stranded on) the Wrong Beach' is daar een voorbeeld van. Een net te simpel popnummer, zonder er mee weg te komen.
Leuk zijn vooral de details, zoals de mooie blazers in 'The Death of You and Me'. De openingsregel in 'Soldier Boys and Jesus Freaks', die naar The Kinks verwijst. Dat soort dingen. Daar kikkert een mens van op. Noel Gallagher's High Flying Birds wens ik nog een lang leven toe, en dat ze hoog mogen vliegen!
3,5 sterren
Zo. De eerste paragraaf heb ik besteed aan het vergelijken met Beady Eye, maar je moet ergens ophouden, natuurlijk. Noel Gallagher's High Flying Birds (niet bepaald een bescheiden bandnaampje), met het gelijknamig debuut dus. Tien nummers, waaronder enkele verrassend goeie, frisse rocknummers, wat ik niet had verwacht. Noel verrast me hier toch wel een beetje, want al klinkt het bij vlagen très Oasis, toch weet hij zich te onderscheiden van het werk van de zelfverklaarde opvolgers van The Beatles.
De opener, 'The Death of You and Me', Soldier Boys and Jesus Freaks', allemaal sterke songs. Ze zouden stuk voor stuk een waardevolle toevoeging zijn aan het oeuvre van Oasis. Jammer genoeg staan er ook enkele nummertjes op die me net te makkelijk lijken. '(Stranded on) the Wrong Beach' is daar een voorbeeld van. Een net te simpel popnummer, zonder er mee weg te komen.
Leuk zijn vooral de details, zoals de mooie blazers in 'The Death of You and Me'. De openingsregel in 'Soldier Boys and Jesus Freaks', die naar The Kinks verwijst. Dat soort dingen. Daar kikkert een mens van op. Noel Gallagher's High Flying Birds wens ik nog een lang leven toe, en dat ze hoog mogen vliegen!
3,5 sterren
Novos Baianos - Acabou Chorare (1972)

4,0
3
geplaatst: 14 mei 2020, 20:50 uur
Dit album had niet veel tijd nodig om mij te overtuigen; meteen al bij de eerste luisterbeurt was ik overtuigd van de levensvreugde, het spelplezier, de frivoliteit en algemene guitigheid van deze Braziliaanse jongmensen (zangeres Baby Consuelo en gitarist Pepeu Gomes telden in 1972 amper 20 zomers!). Acabou Chorare zal begin jaren '70 een verademing geweest zijn in Brazilië, dat in de jaren '60 geteisterd werd door een hard militair regime, waardoor op natuurlijke wijze een tegencultuur ontstond met vaandeldragers als Caetano Veloso, João Gilberto & Gilberto Gil.
Het album bruist namelijk, en is een waar festijn om aan te horen. Enkel het titelnummer is ingetogener, maar dat vind ik wel een erg mooi luisterliedje waarvan Koenr hierboven het verhaal reeds uit de doeken heeft gedaan. De hoes van het album zet je wel een beetje op het verkeerde been, want daaruit valt niet op te maken dat het om zulk een opgewekte plaat gaat. Verder is het wel een mooi, zij het rommelig stilleven.
De mooiste momenten van de plaat hoor ik wanneer Baby Consuelo en (denk ik toch) Moraes Moreira een duet aangaan, zoals in de opener en in Tinindo Trincando. Ik word vooral gegrepen door de vrouwelijke zang, die ergens in hogere sferen lijkt te zijn weggedreven.
Ook de drive, een soort ontspannen groove, die de plaat stuurt, draagt bij tot de schoonheid van dit album. Het bruisende, mijn ogen met pretlichtjes voorzienende Besta é Tu is daar een mooi voorbeeld van. In 2007 werd de plaat overigens door Rolling Stone op nr. 1 gezet in hun overzicht van de 100 beste albums uit Brazilië, wat toch een hele eer is, de grootheden die ik hierboven reeds neerschreef indachtig!
Ook bijna 50 jaar na datum klinkt dit album nog fris en vooral verfrissend, een welkome tegenstem tégen de tegenstem, maar niet heus. Een viering van het leven, als het ware, wat in deze tijden van corona, Trump en andere Bolsonaro's broodnodig is.
4 sterren
Het album bruist namelijk, en is een waar festijn om aan te horen. Enkel het titelnummer is ingetogener, maar dat vind ik wel een erg mooi luisterliedje waarvan Koenr hierboven het verhaal reeds uit de doeken heeft gedaan. De hoes van het album zet je wel een beetje op het verkeerde been, want daaruit valt niet op te maken dat het om zulk een opgewekte plaat gaat. Verder is het wel een mooi, zij het rommelig stilleven.
De mooiste momenten van de plaat hoor ik wanneer Baby Consuelo en (denk ik toch) Moraes Moreira een duet aangaan, zoals in de opener en in Tinindo Trincando. Ik word vooral gegrepen door de vrouwelijke zang, die ergens in hogere sferen lijkt te zijn weggedreven.
Ook de drive, een soort ontspannen groove, die de plaat stuurt, draagt bij tot de schoonheid van dit album. Het bruisende, mijn ogen met pretlichtjes voorzienende Besta é Tu is daar een mooi voorbeeld van. In 2007 werd de plaat overigens door Rolling Stone op nr. 1 gezet in hun overzicht van de 100 beste albums uit Brazilië, wat toch een hele eer is, de grootheden die ik hierboven reeds neerschreef indachtig!
Ook bijna 50 jaar na datum klinkt dit album nog fris en vooral verfrissend, een welkome tegenstem tégen de tegenstem, maar niet heus. Een viering van het leven, als het ware, wat in deze tijden van corona, Trump en andere Bolsonaro's broodnodig is.
4 sterren
