Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
I Am Kloot - Sky at Night (2010)

3,5
0
geplaatst: 17 augustus 2010, 20:07 uur
Mooi plaatje met gezellig warme, ouwige nummertjes als 'To The Brink' op (de orchestratie!).
Geproduceerd door Guy Garvey? De grandeur van Elbow schemert er wel wat doorheen, ja. Het raakt me niet zo als Elbow, maar je kan moeilijk gaan vergelijken; het basisgeluid van deze band en plaat is toch anders dat bij Elbow.
De eerste 2 nummers zijn heel sterk, 'Fingerprints' is aardig, 'Lately' vind ik dan een pak minder origineel; de samenzang doet me iets te veel aan de Fab Four uit Liverpool denken..
'I Still Do' is daarentegen een lieflijk nummertje, en leidt het volgende nummer, de knappe ballad 'The Moon Is A Blind Eye', op gepaste wijze in.
'Proof' en 'It's Just The Night' zijn daarna 2 toonbeelden van degelijkheid. Vooral dat tweede nummer weet me te charmeren; warme pianoklanken, bescheiden gitaar, ingehouden percussie en de ietwat lijzige stem van zanger John Bramwell scheppen een indringende sfeer die de luisteraar moeiteloos weet te pakken.
'Radiation', volgens I Am Kloot-volgers hier (wat ik niet ben, ik ontdek hen met dit album) een a-typisch nummer voor de band. Ik vind het in ieder geval een geslaagd nummer. Het lijkt of het geluid ietsje harder wordt gezet, en de song zweeft mooi in de door het instrumentarium gecreëerde ruimte. Pink Floyd, lees ik hier ergens. Mwoah, dat valt nogal mee, het dromerige geluid doet inderdaad wel wat aan de Britten denken. Maar ook wel aan de late Beatles, en aan filmmuziek.
Afsluiter van dit fraaie plaatje is 'Same Shoes'. Het warme geluid van de saxofoon zorgt ervoor dat die gezellige sfeer die er om dit album hangt, tot het einde aanhoudt. Men kan er zelfs wat nostalgisch van worden, en terugdenken aan de eigen jeugd.
Misschien toch maar eens wat vroeger werk opzoeken van deze band?
3,5 sterren
Geproduceerd door Guy Garvey? De grandeur van Elbow schemert er wel wat doorheen, ja. Het raakt me niet zo als Elbow, maar je kan moeilijk gaan vergelijken; het basisgeluid van deze band en plaat is toch anders dat bij Elbow.
De eerste 2 nummers zijn heel sterk, 'Fingerprints' is aardig, 'Lately' vind ik dan een pak minder origineel; de samenzang doet me iets te veel aan de Fab Four uit Liverpool denken..
'I Still Do' is daarentegen een lieflijk nummertje, en leidt het volgende nummer, de knappe ballad 'The Moon Is A Blind Eye', op gepaste wijze in.
'Proof' en 'It's Just The Night' zijn daarna 2 toonbeelden van degelijkheid. Vooral dat tweede nummer weet me te charmeren; warme pianoklanken, bescheiden gitaar, ingehouden percussie en de ietwat lijzige stem van zanger John Bramwell scheppen een indringende sfeer die de luisteraar moeiteloos weet te pakken.
'Radiation', volgens I Am Kloot-volgers hier (wat ik niet ben, ik ontdek hen met dit album) een a-typisch nummer voor de band. Ik vind het in ieder geval een geslaagd nummer. Het lijkt of het geluid ietsje harder wordt gezet, en de song zweeft mooi in de door het instrumentarium gecreëerde ruimte. Pink Floyd, lees ik hier ergens. Mwoah, dat valt nogal mee, het dromerige geluid doet inderdaad wel wat aan de Britten denken. Maar ook wel aan de late Beatles, en aan filmmuziek.
Afsluiter van dit fraaie plaatje is 'Same Shoes'. Het warme geluid van de saxofoon zorgt ervoor dat die gezellige sfeer die er om dit album hangt, tot het einde aanhoudt. Men kan er zelfs wat nostalgisch van worden, en terugdenken aan de eigen jeugd.
Misschien toch maar eens wat vroeger werk opzoeken van deze band?

3,5 sterren
Ichiko Aoba - 0 (2013)

4,5
3
geplaatst: 11 juni 2020, 20:34 uur
Dromerig, feeëriek, sprookjesachtig; hoe moet je dit nou benoemen?
Ichiko Aoba is een Japanse singer-songwriter, en zij werd geboren in hetzelfde jaar als ondergetekende. Ze is zelfs maar een aantal dagen ouder als ik, heeft enig research mij geleerd (zij: 28 januari - ik: 8 februari). Dat vind ik altijd wel toffe weetjes, en ze trekken om één of andere banale reden dan ook mijn aandacht.
Aoba bracht dit album uit in 2013. De titel (een 0) en de hoes (volledig zalmkleurig) ademen pure soberheid uit, wat ook tot uiting komt in de muziek. Wat we horen, is namelijk Ichiko Aoba en haar gitaar, meer niet. Maar wat zij met haar stem en tokkelinstrument weet te bereiken, is indrukwekkend.
Vaak klinken de songs niet eens Oosters, maar moet ik eerder denken aan de meest melancholische kant van Latijns-Amerika, met dat weemoedig getokkel (al zit het veel complexer ineen dan je zou denken) en de fluisterzang die ergens uit een met nevelen omtrokken grasheuvel lijkt te komen. De opener zet meteen de toon, en blijft erg goed hangen. Je wordt de muziek letterlijk ingezogen, om een klein uur later pas terug in het heden te belanden. En in dat uur maak je meer mee dan je op basis van de rudimentaire beschrijving van dit album zou verwachten.
Hoewel dit letterlijk een solo-album is, en Aoba enkel haar stem en gitaar in de strijd gooit, kan je het album geenszins eentonig noemen. Daarvoor is de diversiteit gewoonweg te groot, de experimenteerdrift van Aoba te aanwezig, het scala aan subtiele akkoordwisselingen, tempoversnellingen en -vertragingen te uitgebreid.
Ik zou dit album graag omschrijven als een uiting van expressieve soberheid. Een favoriete song opnoemen is ook schier onmogelijk; deze laat plaat zich bij voorkeur beluisteren als één lange, aaneengeregen compositie, en op die manier werkt het voor mij ook gewoon het beste. Verdraaid, dit is een fraaie ontdekking!
4,5 sterren
Ichiko Aoba is een Japanse singer-songwriter, en zij werd geboren in hetzelfde jaar als ondergetekende. Ze is zelfs maar een aantal dagen ouder als ik, heeft enig research mij geleerd (zij: 28 januari - ik: 8 februari). Dat vind ik altijd wel toffe weetjes, en ze trekken om één of andere banale reden dan ook mijn aandacht.
Aoba bracht dit album uit in 2013. De titel (een 0) en de hoes (volledig zalmkleurig) ademen pure soberheid uit, wat ook tot uiting komt in de muziek. Wat we horen, is namelijk Ichiko Aoba en haar gitaar, meer niet. Maar wat zij met haar stem en tokkelinstrument weet te bereiken, is indrukwekkend.
Vaak klinken de songs niet eens Oosters, maar moet ik eerder denken aan de meest melancholische kant van Latijns-Amerika, met dat weemoedig getokkel (al zit het veel complexer ineen dan je zou denken) en de fluisterzang die ergens uit een met nevelen omtrokken grasheuvel lijkt te komen. De opener zet meteen de toon, en blijft erg goed hangen. Je wordt de muziek letterlijk ingezogen, om een klein uur later pas terug in het heden te belanden. En in dat uur maak je meer mee dan je op basis van de rudimentaire beschrijving van dit album zou verwachten.
Hoewel dit letterlijk een solo-album is, en Aoba enkel haar stem en gitaar in de strijd gooit, kan je het album geenszins eentonig noemen. Daarvoor is de diversiteit gewoonweg te groot, de experimenteerdrift van Aoba te aanwezig, het scala aan subtiele akkoordwisselingen, tempoversnellingen en -vertragingen te uitgebreid.
Ik zou dit album graag omschrijven als een uiting van expressieve soberheid. Een favoriete song opnoemen is ook schier onmogelijk; deze laat plaat zich bij voorkeur beluisteren als één lange, aaneengeregen compositie, en op die manier werkt het voor mij ook gewoon het beste. Verdraaid, dit is een fraaie ontdekking!
4,5 sterren
Ihsahn - After (2010)

4,0
0
geplaatst: 19 februari 2010, 21:54 uur
Ik ben er nog niet voor de volle 100% uit welk cijfer ik deze plaat nu moet geven. Omdat ik zo aangenaam verrast ben, heb ik de neiging 'm 4,5 toe te dichten, maar ik denk dat ik het voorlopig toch nog maar effe op 4 sterren ga houden.
Het openingsnummer is lekker zwaar, zet meteen de toon, en gaat door je heen met de snelheid van het licht. Het tweede nummer, 'A Grave Inversed', klinkt enorm tegendraads, en dat maakt het tot zo'n uitstekende song, met die saxofoon die ganz loss gaat, ja mooi.
Het titelnummer is ook een uitstekend stukje muziek, iets rustiger als de twee voorgaande nummers, als je die term bij deze plaat al kan bezigen.
Dan komt mijns inziens het beste nummer van de hele plaat, 'Frozen Lakes On Mars'. Er gaat enorm veel energie en vakmanschap vanuit. De riff van dit nummer is uitermate goed, en past helemaal in de sfeer van dit album. Wat me ook zo intrigeert, is de opbouw in dit nummer. Pure klasse!
Hierna komen we bij ‘Undercurrent’; het eerste van twee lange nummers op deze plaat (10 minuten). Dit nummer zet in met een leuk introotje, daarna wordt er een vrij rustige aanloop genomen, een strofe wordt ingezet, allemaal relatieve stilte voor de onvermijdbare storm, al blijft het deze keer wel vrij lang rustig. Na drie minuten verandert het tempo plots, een half minuutje later voel je de gitaren aanzwellen, en komt die grauwe, rauwe stem weer aan de oppervlakte. Weer een half minuutje later horen we de saxofoon, een aangename wending. Na 5 en halve minuut wordt er weer een versnelling hoger geschakeld en is het stilaan tijd om er nog eens een gitaarsolo tegenaan te gooien. De opbouw van dit nummer zit erg knap in mekaar, toch essentieel voor dit soort nummers. Na 7 en halve minuut krijgen we plots een voller, meer bombastisch geluid. Dit had ik niet verwacht, mijn verbazing stijgt met de minuut. De saxofoon valt weer in, en blijft het nummer overheersen tot het eind.
‘Austere’ vind ik het minste nummer op deze plaat. Het nummer haalt het tempo een beetje uit de plaat, en ik heb de indruk dat het nergens naartoe gaat, maar op zich is het zeker geen slecht nummer. ‘Heaven’s Black Sea’ past dan weer wel goed op deze plaat, maar springt er niet echt uit. Deze twee nummers zorgen er voor dat ik definitief naar de 4 sterren ga.
Het laatste nummer is ‘On The Shores’, en het start met de saxofoon in een hoofdrol, en dat deuntje hebben we al eens eerder gehoord in dat andere lange nummer, ‘Undercurrent’. Na dat stukje wordt het wat rustiger, met harmonische samenzang en leuke saxofoonuithalen. Daarna krijgen we een kort stukje in de trant van de saxofoon, waarna die saxofoon maar blijft doorjassen, het tempo is inmiddels wel veranderd. Na iets meer dan 4 minuten wordt er nog eens gezongen. Net als ‘Undercurrent’ heeft ‘On The Shores’ een uiterst knappe opbouw. Na 6 minuten krijgen we weer rust, de saxofoon steekt aarzelend weer de kop op, maar blijft nog op de achtergrond tot 7 minuten, waarna weer dat gekende stukje wordt ingezet. Hierom lijkt het op deze plaat wel te draaien. Ik hou er in ieder geval van. De saxofoon improviseert soms wel wat, en dat geeft het die extra tensie. Het nummer en daarmee ook meteen deze plaat besluit met de saxofoon, zonder andere instrumenten op de achtergrond, om de nadruk te leggen op dit instrument, zou ik denken.
Ihsahn levert hiermee een sterke plaat af, af en toe hoor ik Porcupine Tree hierin (vooral het album ‘Deadwing’), al moet je dat binnen z’n context bekijken natuurlijk. Ihsahn zal altijd wat zwaarder en sneller zijn.
4 sterren
Het openingsnummer is lekker zwaar, zet meteen de toon, en gaat door je heen met de snelheid van het licht. Het tweede nummer, 'A Grave Inversed', klinkt enorm tegendraads, en dat maakt het tot zo'n uitstekende song, met die saxofoon die ganz loss gaat, ja mooi.
Het titelnummer is ook een uitstekend stukje muziek, iets rustiger als de twee voorgaande nummers, als je die term bij deze plaat al kan bezigen.
Dan komt mijns inziens het beste nummer van de hele plaat, 'Frozen Lakes On Mars'. Er gaat enorm veel energie en vakmanschap vanuit. De riff van dit nummer is uitermate goed, en past helemaal in de sfeer van dit album. Wat me ook zo intrigeert, is de opbouw in dit nummer. Pure klasse!
Hierna komen we bij ‘Undercurrent’; het eerste van twee lange nummers op deze plaat (10 minuten). Dit nummer zet in met een leuk introotje, daarna wordt er een vrij rustige aanloop genomen, een strofe wordt ingezet, allemaal relatieve stilte voor de onvermijdbare storm, al blijft het deze keer wel vrij lang rustig. Na drie minuten verandert het tempo plots, een half minuutje later voel je de gitaren aanzwellen, en komt die grauwe, rauwe stem weer aan de oppervlakte. Weer een half minuutje later horen we de saxofoon, een aangename wending. Na 5 en halve minuut wordt er weer een versnelling hoger geschakeld en is het stilaan tijd om er nog eens een gitaarsolo tegenaan te gooien. De opbouw van dit nummer zit erg knap in mekaar, toch essentieel voor dit soort nummers. Na 7 en halve minuut krijgen we plots een voller, meer bombastisch geluid. Dit had ik niet verwacht, mijn verbazing stijgt met de minuut. De saxofoon valt weer in, en blijft het nummer overheersen tot het eind.
‘Austere’ vind ik het minste nummer op deze plaat. Het nummer haalt het tempo een beetje uit de plaat, en ik heb de indruk dat het nergens naartoe gaat, maar op zich is het zeker geen slecht nummer. ‘Heaven’s Black Sea’ past dan weer wel goed op deze plaat, maar springt er niet echt uit. Deze twee nummers zorgen er voor dat ik definitief naar de 4 sterren ga.
Het laatste nummer is ‘On The Shores’, en het start met de saxofoon in een hoofdrol, en dat deuntje hebben we al eens eerder gehoord in dat andere lange nummer, ‘Undercurrent’. Na dat stukje wordt het wat rustiger, met harmonische samenzang en leuke saxofoonuithalen. Daarna krijgen we een kort stukje in de trant van de saxofoon, waarna die saxofoon maar blijft doorjassen, het tempo is inmiddels wel veranderd. Na iets meer dan 4 minuten wordt er nog eens gezongen. Net als ‘Undercurrent’ heeft ‘On The Shores’ een uiterst knappe opbouw. Na 6 minuten krijgen we weer rust, de saxofoon steekt aarzelend weer de kop op, maar blijft nog op de achtergrond tot 7 minuten, waarna weer dat gekende stukje wordt ingezet. Hierom lijkt het op deze plaat wel te draaien. Ik hou er in ieder geval van. De saxofoon improviseert soms wel wat, en dat geeft het die extra tensie. Het nummer en daarmee ook meteen deze plaat besluit met de saxofoon, zonder andere instrumenten op de achtergrond, om de nadruk te leggen op dit instrument, zou ik denken.
Ihsahn levert hiermee een sterke plaat af, af en toe hoor ik Porcupine Tree hierin (vooral het album ‘Deadwing’), al moet je dat binnen z’n context bekijken natuurlijk. Ihsahn zal altijd wat zwaarder en sneller zijn.
4 sterren
Imperial Triumphant - Covers Collection (2023)

3,0
0
geplaatst: 11 februari 2024, 13:26 uur
Deze EP bundelt 5 covers die Imperial Triumphant uitbracht in 2023. In afwachting van een nieuwe plaat blijkt dat een fijn zoethoudertje waarbij de ene interpretatie al wat interessanter/beter uitdraait dan de andere. De EP trapt af met de bekendste van de 5, Radiohead's Paranoid Android. De contouren daarvan zijn duidelijk herkenbaar, maar Zachary Ezrin (gitaar, vocals), Steve Blanco (bas) en Kenny Grohowski (drums) voegen daar hun eigen geluid aan toe, wat voor een donker, jazzy en wat chaotisch nummer zorgt. Prima!
Daarna de eerste van twee jazzcovers met A Night in Tunisia van de oude bebopmeester Dizzy Gillespie. Ze doen er niet echt iets bijzonders mee, en ook Motorbreath van Metallica weet me niet te begeesteren. Hier ontbreekt toch wel de zin voor experiment die deze band anders kenmerkt, vind ik.
Dat is wel wat anders op Jacob's Ladder (Rush), en al helemaal de lange afsluiter van dit halfuurtje muziek in de vorm van Nefertiti, een compositie van de befaamde Wayne Shorter. Shorter was een legende, begon eind jaren '50 bij Art Blakey, speelde met o.a. Davis en grossierde in de jaren '60 in hardbop/postbop, waaronder enkele klassiekers. In de jaren '70 trok hij de wat meer experimentele kaart en bracht fusion met Weather System, en het is vooral die kant die we terughoren van Imperial Triumphant terwijl de song zelf, beroemd gemaakt door Miles Davis, nog uit de jaren '60 stamt. Erg curieuze, beklemmende interpretatie, die zal zeker nog wel 'ns ergens opduiken in een playlist.
3 sterren
Daarna de eerste van twee jazzcovers met A Night in Tunisia van de oude bebopmeester Dizzy Gillespie. Ze doen er niet echt iets bijzonders mee, en ook Motorbreath van Metallica weet me niet te begeesteren. Hier ontbreekt toch wel de zin voor experiment die deze band anders kenmerkt, vind ik.
Dat is wel wat anders op Jacob's Ladder (Rush), en al helemaal de lange afsluiter van dit halfuurtje muziek in de vorm van Nefertiti, een compositie van de befaamde Wayne Shorter. Shorter was een legende, begon eind jaren '50 bij Art Blakey, speelde met o.a. Davis en grossierde in de jaren '60 in hardbop/postbop, waaronder enkele klassiekers. In de jaren '70 trok hij de wat meer experimentele kaart en bracht fusion met Weather System, en het is vooral die kant die we terughoren van Imperial Triumphant terwijl de song zelf, beroemd gemaakt door Miles Davis, nog uit de jaren '60 stamt. Erg curieuze, beklemmende interpretatie, die zal zeker nog wel 'ns ergens opduiken in een playlist.
3 sterren
Indian - From All Purity (2014)

4,0
1
geplaatst: 20 augustus 2020, 20:59 uur
Op MusicMeter heeft deze band een vreemd track record; de eerste drie albums hebben helemaal geen stemmen en de vierde 7. Dan kan From All Purity, de vijfde en voorlopig laatste plaat van Indian uit Chicago, doorgaan als magnum opus, zou ik denken.
In net geen 40 minuten serveert de band ons 6 monsterlijke nummers, niet in het minst door de haast onmenselijk klinkende vocalen van Dylan O'Toole, die overigens ook bij Lord Mantis de microfoon mag tergen. O'Toole spuwt zijn teksten uit, rochels bestaande uit flinke klodders gitzwart bloed, darmweefsel en onwelriekende gal. De manier waarop hij Rhetoric of No, op instrumentaal vlak al geen lieverdje, volledig naar de filistijnen helpt; fantastisch om te horen!
Natuurlijk was deze band méér dan O'Toole. Je hebt natuurlijk ook het zieke gitaarwerk, vooral bestaande uit verwrongen, door de mangel gehaalde riffs en naargeestig gekraak en gepiep (verantwoordelijken: O'Toole zelf en Will Lindsay), en ook een uitgekiende ritmesectie, bestaande uit bassist Ron DeFries en de in 2016 jammerlijk genoeg overleden drummer Bill Bumgardner (slechts 35!), die ook deel uitmaakte van Lord Mantis. Zij zorgden voor een meer dan solide basis.
Indian is er in 2015 mee gestopt, maar de drie overgebleven bandleden zouden elkaar sinds 2017 weer gevonden hebben (althans, dat lees ik op Metal-Archives). Dat heeft echter nog geen nieuw werk opgeleverd, dus of het waar is, kan ik helaas niet zeggen.
4 sterren
In net geen 40 minuten serveert de band ons 6 monsterlijke nummers, niet in het minst door de haast onmenselijk klinkende vocalen van Dylan O'Toole, die overigens ook bij Lord Mantis de microfoon mag tergen. O'Toole spuwt zijn teksten uit, rochels bestaande uit flinke klodders gitzwart bloed, darmweefsel en onwelriekende gal. De manier waarop hij Rhetoric of No, op instrumentaal vlak al geen lieverdje, volledig naar de filistijnen helpt; fantastisch om te horen!
Natuurlijk was deze band méér dan O'Toole. Je hebt natuurlijk ook het zieke gitaarwerk, vooral bestaande uit verwrongen, door de mangel gehaalde riffs en naargeestig gekraak en gepiep (verantwoordelijken: O'Toole zelf en Will Lindsay), en ook een uitgekiende ritmesectie, bestaande uit bassist Ron DeFries en de in 2016 jammerlijk genoeg overleden drummer Bill Bumgardner (slechts 35!), die ook deel uitmaakte van Lord Mantis. Zij zorgden voor een meer dan solide basis.
Indian is er in 2015 mee gestopt, maar de drie overgebleven bandleden zouden elkaar sinds 2017 weer gevonden hebben (althans, dat lees ik op Metal-Archives). Dat heeft echter nog geen nieuw werk opgeleverd, dus of het waar is, kan ik helaas niet zeggen.
4 sterren
Interpol - Interpol (2010)

3,5
0
geplaatst: 20 oktober 2010, 20:14 uur
De vierde van Interpol heeft al heel wat kritiek mogen slikken. Toch is het allesbehalve een zwakke plaat. Na het debuut sloeg Interpol een andere weg in, om met deze plaat weer dichter bij dat sterke debuut uit te komen. Alleen mis ik iets, deze plaat verveelt me sneller dan ‘Turn On The Bright Lights’. De stem van Paul Banks klinkt hier zeurderiger en slepender als nooit tevoren, en dat is voor mij niet bepaald een pluspunt. Met ‘Barricade’ staat er ook een knipoogje naar ‘Antics’ op deze titelloze, en ik vind deze minstens even goed als ‘Our Love To Admire’. Zo, heb ik ze nu alle drie vernoemd? 
De eerste nummers zijn niet de sterkste van het lot. Vele bands openen met een paar knallers, om daarna te verzuipen in hun eigen ego, maar dat doet Interpol hier niet. Er staan toch enkele verborgen diamantjes op, zoals de afsluiter ‘The Undoing’ en ‘Try It On’. Het eerste echt sterke nummer op deze plaat is ‘Lights’; een donker nummer, representatief voor de albumcover, naar mijn mening. ‘Always Malaise (The Man I Am)’ ligt me dan weer een pak minder, ik vind het een vrij vervelend, soms zelfs irritant nummer, met die vocalen van Banks.. Daar erger ik me soms wel eens aan, maar dat valt allemaal nog wel mee. Echte miskleunen staan hier toch zeker niet op.
‘Interpol’ is een vrij ontoegankelijk album, met enkele catchy momenten, vooral in de eerste helft van de plaat. De tweede helft van de plaat is, nu ja, donkerder, ietwat minder voorspelbaar, spannender. De fraaie, enigszins enigmatische teksten zijn toch weer present, ze spreken me alleen wat minder aan. Al bij al toch een plaat die in z’n opzet slaagt: niet teveel klinken als andere Interpol-platen.
3,5 sterren

De eerste nummers zijn niet de sterkste van het lot. Vele bands openen met een paar knallers, om daarna te verzuipen in hun eigen ego, maar dat doet Interpol hier niet. Er staan toch enkele verborgen diamantjes op, zoals de afsluiter ‘The Undoing’ en ‘Try It On’. Het eerste echt sterke nummer op deze plaat is ‘Lights’; een donker nummer, representatief voor de albumcover, naar mijn mening. ‘Always Malaise (The Man I Am)’ ligt me dan weer een pak minder, ik vind het een vrij vervelend, soms zelfs irritant nummer, met die vocalen van Banks.. Daar erger ik me soms wel eens aan, maar dat valt allemaal nog wel mee. Echte miskleunen staan hier toch zeker niet op.
‘Interpol’ is een vrij ontoegankelijk album, met enkele catchy momenten, vooral in de eerste helft van de plaat. De tweede helft van de plaat is, nu ja, donkerder, ietwat minder voorspelbaar, spannender. De fraaie, enigszins enigmatische teksten zijn toch weer present, ze spreken me alleen wat minder aan. Al bij al toch een plaat die in z’n opzet slaagt: niet teveel klinken als andere Interpol-platen.
3,5 sterren
Iron & Wine - Kiss Each Other Clean (2011)

3,5
0
geplaatst: 12 februari 2011, 22:34 uur
Dit is mijn eerste kennismaking met Iron & Wine, een project van Sam Beam. Ik heb hier tot nu toe al heel wat negatieve commentaren gelezen, en ik moet zeggen dat ik daar niet geheel akkoord mee ga. ‘Kiss Each Other Clean’ is een leuke, veelzijdige plaat. Niet alle nummers zijn voltreffers, maar er staat toch genoeg moois op dunkt mij.
De opener ‘Walking Far From Home’ is bijvoorbeeld een erg mooi nummer. Niet al te ingewikkeld, beginnend als een schijnbaar rustige folksong, maar het is toch wel wat meer dan dat. Mooie vocalen, die Beam heeft een erg goeie stem. Vrij spaarzame instrumentatie, met ook wat electro-invloeden. De achtergrondzang trekt me voornamelijk aan in deze song. ‘Me And Lazarus’ is een pak minder, is ook nog niet half zo intens als de opener. Ik vind het een vrij saai nummer. Beam probeert het geheel dan gaandeweg wat op te smukken met saxofoon, maar dat lukt niet zo best. Die saxofoon zal het later op deze plaat wel een stuk beter gaan doen.
‘Tree By The River’ is dan weer een meer pop-georiënteerd nummer, en bevalt prima. Ik betrap mezelf er geregeld op dat ik het luidkeels meezing. “Mary Anne, do you remember; the tree by the river; when we were seventeen.” Het gitaarstukje na pakweg 2 minuten 20 seconden vind ik erg mooi, en het hele nummer straalt een zekere vrolijkheid uit. ‘Monkeys Uptown’ herbergt weer wat meer van die electro-invloeden. Maar nog altijd vrij spaarzaam, zoals bijvoorbeeld een eels dat ook gebruikte op ‘Tomorrow Morning’. De instrumentatie weet me helaas niet helemaal te boeien hier; maar het is geen straf om er naar te luisteren of zo. Een leuk nummer, maar ook niet meer dan dat.
‘Half Moon’ gaat dan weer wat meer richting country, met dat dromerige gitaartje. Maar voor de rest kiest het nummer het midden tussen pop en folk. De achtergrondzang is leuk gedaan en klinkt wel prettig. ‘Rabbit Will Run’ is een wat langer nummer, en klinkt (net als ‘Monkeys Uptown’, trouwens) wat funky. En tegelijk klinkt het ook erg relaxed. Dat is contradictorisch natuurlijk, en ook erg moeilijk om zo’n gevoel op te roepen. Dat vind ik best wel sterk, dat het Beam en de zijnen toch is gelukt op dit nummer. Er worden vrij veel instrumenten gebruikt op dit nummer (zo hoor ik in het midden van het nummer ergens een prachtig fluitje). En volgens mij hoor ik ook een Hammond-orgeltje. En een dwarsfluit, maar nu ben ik al helemaal aan het gissen, en ik heb geen zin om het op te zoeken.
‘Godless Brother In Love’ is weer van een heel andere orde. Een ingetogen song, op gospelachtige wijs door Beam gezongen. Prachtig nummer, triest op z’n geheel eigen manier. En de tekst vind ik hier ook zo mooi. Ik heb nog niet veel over de teksten gezegd, maar dat ga ik hier dan maar eens doen. De woorden zijn niet groots, maar weloverwogen uitgekozen, en vormen samen een mooi, pakkend verhaal. (“And you can hear them on the hilltop laughing; cursing every bird in the air; telling her what fun they’re having; driving eyes closed”).
‘Big Burned Hand’ klinkt, het gaat vervelen op den duur dat ik dat altijd vermeld, maar het is niet anders, wederom volstrekt anders. Het nummer wordt op sleeptouw genomen door een nerveus aandoende saxofoon, wat het een luchtige jazzsfeer geeft. Het korte pianostukje tussendoor komt geheel onverwacht, en weet me dus aangenaam te verrassen. En de plaat wordt er zeker niet slechter op. ‘Glad Man Singing’ vind ik nog net iets beter, en begint mooi, met akoestische gitaar, en die mooie zang van Beam. De achtergrondzang klinkt ook weer aangenaam, en let ook op het spaarzame pianogetokkel. Beam vindt zichzelf een gelukkig man, omdat hij de vrijheid heeft om over alles te zingen. Die outro had voor mij niet gehoefd, maar het stoort me ook niet.
Het laatste nummer van deze plaat is ook het beste, naar mijn bescheiden mening. ‘Your Fake Name Is Good Enough For Me’ lijkt een schitterende samenvatting van het hele album; vrijwel alle stijlen die op de plaat voorkomen, worden hier nog eens samengebundeld. Eclectisch gedoe leidt soms tot songs van inferieure kwaliteit, maar in dit geval niet. Die gekke sax in het begin, die lekkere gitaarriff na de tweede en derde strofe, het subtiel binnensmokkelen van de titel van de plaat in de tekst, de abrupte maar gesmaakte overgang naar het “Become”-gedeelte (een soort van mantra dat meer dan vier minuten duurt), en de geweldige spanningsopbouw in dat deel van de song. Ik vind het allemaal erg fraai, moet ik zeggen. Je hoort ook dat Beam ten volle opgaat in die tekst, het lijkt zelfs dat hij naar het einde toe de woorden begint uit te spuwen. Schitterende apotheose van een sterke plaat.
Een sterke plaat, maar geen geweldige plaat. Geen viersterrenplaat. Daarvoor is het net wat te wisselvallig. Maar hou nummers 1, 3, 6, 8, 9 en 10 bij, en voeg 4 andere nummers toe, betere dan diegene die ik schrap, en je hebt wel een viersterrenplaat in mijn ogen. Jammer dat dit niet gebeurd is, maar ik kan zeker met dit resultaat leven. Met Sam Beam heb ik een nieuwe baardman in mijn galerij om te koesteren.
3,5 sterren
De opener ‘Walking Far From Home’ is bijvoorbeeld een erg mooi nummer. Niet al te ingewikkeld, beginnend als een schijnbaar rustige folksong, maar het is toch wel wat meer dan dat. Mooie vocalen, die Beam heeft een erg goeie stem. Vrij spaarzame instrumentatie, met ook wat electro-invloeden. De achtergrondzang trekt me voornamelijk aan in deze song. ‘Me And Lazarus’ is een pak minder, is ook nog niet half zo intens als de opener. Ik vind het een vrij saai nummer. Beam probeert het geheel dan gaandeweg wat op te smukken met saxofoon, maar dat lukt niet zo best. Die saxofoon zal het later op deze plaat wel een stuk beter gaan doen.
‘Tree By The River’ is dan weer een meer pop-georiënteerd nummer, en bevalt prima. Ik betrap mezelf er geregeld op dat ik het luidkeels meezing. “Mary Anne, do you remember; the tree by the river; when we were seventeen.” Het gitaarstukje na pakweg 2 minuten 20 seconden vind ik erg mooi, en het hele nummer straalt een zekere vrolijkheid uit. ‘Monkeys Uptown’ herbergt weer wat meer van die electro-invloeden. Maar nog altijd vrij spaarzaam, zoals bijvoorbeeld een eels dat ook gebruikte op ‘Tomorrow Morning’. De instrumentatie weet me helaas niet helemaal te boeien hier; maar het is geen straf om er naar te luisteren of zo. Een leuk nummer, maar ook niet meer dan dat.
‘Half Moon’ gaat dan weer wat meer richting country, met dat dromerige gitaartje. Maar voor de rest kiest het nummer het midden tussen pop en folk. De achtergrondzang is leuk gedaan en klinkt wel prettig. ‘Rabbit Will Run’ is een wat langer nummer, en klinkt (net als ‘Monkeys Uptown’, trouwens) wat funky. En tegelijk klinkt het ook erg relaxed. Dat is contradictorisch natuurlijk, en ook erg moeilijk om zo’n gevoel op te roepen. Dat vind ik best wel sterk, dat het Beam en de zijnen toch is gelukt op dit nummer. Er worden vrij veel instrumenten gebruikt op dit nummer (zo hoor ik in het midden van het nummer ergens een prachtig fluitje). En volgens mij hoor ik ook een Hammond-orgeltje. En een dwarsfluit, maar nu ben ik al helemaal aan het gissen, en ik heb geen zin om het op te zoeken.

‘Godless Brother In Love’ is weer van een heel andere orde. Een ingetogen song, op gospelachtige wijs door Beam gezongen. Prachtig nummer, triest op z’n geheel eigen manier. En de tekst vind ik hier ook zo mooi. Ik heb nog niet veel over de teksten gezegd, maar dat ga ik hier dan maar eens doen. De woorden zijn niet groots, maar weloverwogen uitgekozen, en vormen samen een mooi, pakkend verhaal. (“And you can hear them on the hilltop laughing; cursing every bird in the air; telling her what fun they’re having; driving eyes closed”).
‘Big Burned Hand’ klinkt, het gaat vervelen op den duur dat ik dat altijd vermeld, maar het is niet anders, wederom volstrekt anders. Het nummer wordt op sleeptouw genomen door een nerveus aandoende saxofoon, wat het een luchtige jazzsfeer geeft. Het korte pianostukje tussendoor komt geheel onverwacht, en weet me dus aangenaam te verrassen. En de plaat wordt er zeker niet slechter op. ‘Glad Man Singing’ vind ik nog net iets beter, en begint mooi, met akoestische gitaar, en die mooie zang van Beam. De achtergrondzang klinkt ook weer aangenaam, en let ook op het spaarzame pianogetokkel. Beam vindt zichzelf een gelukkig man, omdat hij de vrijheid heeft om over alles te zingen. Die outro had voor mij niet gehoefd, maar het stoort me ook niet.
Het laatste nummer van deze plaat is ook het beste, naar mijn bescheiden mening. ‘Your Fake Name Is Good Enough For Me’ lijkt een schitterende samenvatting van het hele album; vrijwel alle stijlen die op de plaat voorkomen, worden hier nog eens samengebundeld. Eclectisch gedoe leidt soms tot songs van inferieure kwaliteit, maar in dit geval niet. Die gekke sax in het begin, die lekkere gitaarriff na de tweede en derde strofe, het subtiel binnensmokkelen van de titel van de plaat in de tekst, de abrupte maar gesmaakte overgang naar het “Become”-gedeelte (een soort van mantra dat meer dan vier minuten duurt), en de geweldige spanningsopbouw in dat deel van de song. Ik vind het allemaal erg fraai, moet ik zeggen. Je hoort ook dat Beam ten volle opgaat in die tekst, het lijkt zelfs dat hij naar het einde toe de woorden begint uit te spuwen. Schitterende apotheose van een sterke plaat.
Een sterke plaat, maar geen geweldige plaat. Geen viersterrenplaat. Daarvoor is het net wat te wisselvallig. Maar hou nummers 1, 3, 6, 8, 9 en 10 bij, en voeg 4 andere nummers toe, betere dan diegene die ik schrap, en je hebt wel een viersterrenplaat in mijn ogen. Jammer dat dit niet gebeurd is, maar ik kan zeker met dit resultaat leven. Met Sam Beam heb ik een nieuwe baardman in mijn galerij om te koesteren.
3,5 sterren
Iron & Wine - The Creek Drank the Cradle (2002)

4,0
0
geplaatst: 29 februari 2012, 19:45 uur
Tot vorig jaar kende ik Iron & Wine niet. ‘Kiss Each Other Clean’ was mijn eerste kennismaking met Samuel Beam, de man die schuilgaat achter het goed klinkende pseudoniem. Dat vond ik een sterke plaat, en dat vind ik overigens nog steeds, maar het valt niet echt meer te vergelijken met dit ‘The Creek Drank the Cradle’. Het geluid is hier veel kaler, Beam grijpt met minimale middelen naar de keel middels 11 knappe songs.
De hoofdrol is weggelegd voor de stem van Beam, die soms erg fraaie teksten fluisterzingt. Dat is geen bestaand woord, maar ik gebruik het niettemin, omdat ik gewoonweg geen betere benaming weet te vinden. Beam klinkt zacht, maar het wordt eigenlijk nooit melig. Hij geeft boodschappen mee, maar wordt nooit prekerig. Bijster veel variatie zit er niet in, maar toch gaat het nergens vervelen. Kortom; de verhoudingen op dit album zijn erg goed in balans, en zorgen ervoor dat de plaat nergens de mist in gaat.
Buiten het stemgeluid van Beam horen we ook nog de gitaar, die als belangrijkste begeleidingsinstrument geldt. Het akoestische aspect overheerst, maar nu en dan klinken er ook van die heerlijke, mellow gitaarlijntjes, zoals op prijsbeest ‘Upward over the Mountain’, waarover later meer. Percussie is ook wel terug te vinden denk ik, voor de aandachtige luisteraar, maar heeft volgens mij eerder de functie om niet op te vallen, en puur op het onderbewuste te spelen; een beetje opvulling hier en daar, waar de songs het nodig hebben.
Het overgrote gedeelte op deze plaat kan men scharen onder de folkmuziek, of toch zeker de hedendaagse folkmuziek. Beam’s gitaarpicking is onbezorgd en daardoor ook rustgevend in zekere zin. De kracht schuilt erin dat het na een eerste luisterbeurt nog niet echt opvalt, maar naarmate je de plaat meer gaat beluisteren, vallen je steeds meer dingen op. Zoals eerder gezegd, het is niet de meest gevarieerde plaat, maar er zijn best wat interessante details te vinden, die je (mij, althans) algauw een hele tijd zoet houden.
Buiten de invloeden uit de folkmuziek horen we ook nog andere (minder duidelijke) echo’s terug. Een snufje country, al moet je dat zeker niet al te serieus nemen, vooral gepresenteerd door de gitaarlicks waar ik het eerder over had. Een goed voorbeeld daarvan is misschien wel ‘Promising Light’; een erg rustig, traag nummer, en ik ben niet zeker, maar het zou goed kunnen dat ik een banjo hoor. Een andere invloed is de blues, vooral te horen op het nummer ‘The Rooster Moans’. Een bluesy gitaarmotiefje ondersteunt Beam’s zang, de structuur heeft wel wat weg van de blues, maar het is zeker geen schaamteloze kopie. Het is Beam’s ideale compromis tussen folk en blues, naar mijn mening. Ook ‘An Angry Blade’ kent bluesy gitaarwerk.
Het beste nummer van de plaat verdient wel een eigen paragraaf, dacht ik. ‘Upward over the Mountain’ is ook meteen het langste nummer van de plaat, die voor het overige bestaat uit veelal korte songs. De plaat duurt dan ook maar 40 minuten. Maar goed, het prijsbeest dus. Vooreerst is het nummer gezegend met een prachtige, ontroerende tekst, een enig staaltje songwriting. De tekst treft me reeds van bij de eerste luisterbeurt diep, en nu nog steeds moet ik een traantje wegpinken elke keer ik het nummer hoor. Het doet me nadenken over mijn familie, over mijn ouders in het bijzonder. Ja, er zijn wel eens conflicten tussen mij en m’n ouders, dat zal iedereen wel eens voorhebben. Maar het zijn de mooie momenten die je moet koesteren, waar je jezelf kan aan optrekken, dat is de kracht van zo’n onlosmakelijke verbinding. Naast het tekstuele aspect heb je ook nog de ijzersterke, drijvende melodie, en het prachtige gitaarwerk tussendoor.
Niet alleen de tekst van ‘Upward over the Mountain’ is de moeite waard, ook de andere teksten zijn grotendeels erg, erg sterk. Een bloemlezing van mijn favoriete passages:
“The water’s there to warm you;
And the earth is warmer, when you laugh.” (‘Lion’s Mane’)
“So may the sunrise bring hope where it once was forgotten;
Sons are like birds flying upwards over the mountain.” (‘Upward over the Mountain’)
“Mother, I made it up from the bruise on the floor of this prison;
Mother, I lost it all of the fear of the Lord I was given;
Mother, forget me now that the creek drank the cradle you sang to;
Mother, forgive me I sold your car for the shoes that I gave you.” (‘Upward over the Mountain’)
“Grace is a gift for the fallen, dear;
You’re an angry blade and you’re brave;
But you’re all alone.” (‘An Angry Blade’)
“We found you sleeping by your lover’s stone;
A ream of paper and a telephone;
A broken bow across a long lost violin.
Your lover’s angel told the captain’s man;
It never ends the way we had it planned;
And kissed her palm and placed it on your dreaming head.” (‘Muddy Hymnal’)
Deze laatste regels, trouwens ook de afsluitende regels op het album, vormen een mooie aanleiding om ook mijn bespreking af te sluiten. Deze nummers zullen waarschijnlijk nooit op de radio gespeeld worden (al weet je nooit, met die “folkrevival”), dan geef ik zijn meest recente plaat meer kans, maar dat hoeft ook helemaal niet. Het zou goed zijn mocht deze plaat een beperkte fanbase blijven behouden, zo blijft het ook intiem. De boodschappen die Beam de wereld instuurt zijn dan natuurlijk wel voor iedereen van toepassing. ‘The Creek Drank the Cradle’ is een mooie, rustige, kleine plaat, maar weet me te raken. En daar gaat het ‘m om.
4 sterren
De hoofdrol is weggelegd voor de stem van Beam, die soms erg fraaie teksten fluisterzingt. Dat is geen bestaand woord, maar ik gebruik het niettemin, omdat ik gewoonweg geen betere benaming weet te vinden. Beam klinkt zacht, maar het wordt eigenlijk nooit melig. Hij geeft boodschappen mee, maar wordt nooit prekerig. Bijster veel variatie zit er niet in, maar toch gaat het nergens vervelen. Kortom; de verhoudingen op dit album zijn erg goed in balans, en zorgen ervoor dat de plaat nergens de mist in gaat.
Buiten het stemgeluid van Beam horen we ook nog de gitaar, die als belangrijkste begeleidingsinstrument geldt. Het akoestische aspect overheerst, maar nu en dan klinken er ook van die heerlijke, mellow gitaarlijntjes, zoals op prijsbeest ‘Upward over the Mountain’, waarover later meer. Percussie is ook wel terug te vinden denk ik, voor de aandachtige luisteraar, maar heeft volgens mij eerder de functie om niet op te vallen, en puur op het onderbewuste te spelen; een beetje opvulling hier en daar, waar de songs het nodig hebben.
Het overgrote gedeelte op deze plaat kan men scharen onder de folkmuziek, of toch zeker de hedendaagse folkmuziek. Beam’s gitaarpicking is onbezorgd en daardoor ook rustgevend in zekere zin. De kracht schuilt erin dat het na een eerste luisterbeurt nog niet echt opvalt, maar naarmate je de plaat meer gaat beluisteren, vallen je steeds meer dingen op. Zoals eerder gezegd, het is niet de meest gevarieerde plaat, maar er zijn best wat interessante details te vinden, die je (mij, althans) algauw een hele tijd zoet houden.
Buiten de invloeden uit de folkmuziek horen we ook nog andere (minder duidelijke) echo’s terug. Een snufje country, al moet je dat zeker niet al te serieus nemen, vooral gepresenteerd door de gitaarlicks waar ik het eerder over had. Een goed voorbeeld daarvan is misschien wel ‘Promising Light’; een erg rustig, traag nummer, en ik ben niet zeker, maar het zou goed kunnen dat ik een banjo hoor. Een andere invloed is de blues, vooral te horen op het nummer ‘The Rooster Moans’. Een bluesy gitaarmotiefje ondersteunt Beam’s zang, de structuur heeft wel wat weg van de blues, maar het is zeker geen schaamteloze kopie. Het is Beam’s ideale compromis tussen folk en blues, naar mijn mening. Ook ‘An Angry Blade’ kent bluesy gitaarwerk.
Het beste nummer van de plaat verdient wel een eigen paragraaf, dacht ik. ‘Upward over the Mountain’ is ook meteen het langste nummer van de plaat, die voor het overige bestaat uit veelal korte songs. De plaat duurt dan ook maar 40 minuten. Maar goed, het prijsbeest dus. Vooreerst is het nummer gezegend met een prachtige, ontroerende tekst, een enig staaltje songwriting. De tekst treft me reeds van bij de eerste luisterbeurt diep, en nu nog steeds moet ik een traantje wegpinken elke keer ik het nummer hoor. Het doet me nadenken over mijn familie, over mijn ouders in het bijzonder. Ja, er zijn wel eens conflicten tussen mij en m’n ouders, dat zal iedereen wel eens voorhebben. Maar het zijn de mooie momenten die je moet koesteren, waar je jezelf kan aan optrekken, dat is de kracht van zo’n onlosmakelijke verbinding. Naast het tekstuele aspect heb je ook nog de ijzersterke, drijvende melodie, en het prachtige gitaarwerk tussendoor.
Niet alleen de tekst van ‘Upward over the Mountain’ is de moeite waard, ook de andere teksten zijn grotendeels erg, erg sterk. Een bloemlezing van mijn favoriete passages:
“The water’s there to warm you;
And the earth is warmer, when you laugh.” (‘Lion’s Mane’)
“So may the sunrise bring hope where it once was forgotten;
Sons are like birds flying upwards over the mountain.” (‘Upward over the Mountain’)
“Mother, I made it up from the bruise on the floor of this prison;
Mother, I lost it all of the fear of the Lord I was given;
Mother, forget me now that the creek drank the cradle you sang to;
Mother, forgive me I sold your car for the shoes that I gave you.” (‘Upward over the Mountain’)
“Grace is a gift for the fallen, dear;
You’re an angry blade and you’re brave;
But you’re all alone.” (‘An Angry Blade’)
“We found you sleeping by your lover’s stone;
A ream of paper and a telephone;
A broken bow across a long lost violin.
Your lover’s angel told the captain’s man;
It never ends the way we had it planned;
And kissed her palm and placed it on your dreaming head.” (‘Muddy Hymnal’)
Deze laatste regels, trouwens ook de afsluitende regels op het album, vormen een mooie aanleiding om ook mijn bespreking af te sluiten. Deze nummers zullen waarschijnlijk nooit op de radio gespeeld worden (al weet je nooit, met die “folkrevival”), dan geef ik zijn meest recente plaat meer kans, maar dat hoeft ook helemaal niet. Het zou goed zijn mocht deze plaat een beperkte fanbase blijven behouden, zo blijft het ook intiem. De boodschappen die Beam de wereld instuurt zijn dan natuurlijk wel voor iedereen van toepassing. ‘The Creek Drank the Cradle’ is een mooie, rustige, kleine plaat, maar weet me te raken. En daar gaat het ‘m om.
4 sterren
Iron Maiden - A Real Dead One (1993)

2,5
0
geplaatst: 12 februari 2017, 20:24 uur
Over de tracklist valt niets slechts te zeggen, de geluidskwaliteit is een ander paar mouwen. De opnames zijn niet geweldig, maar de uitvoeringen van sommige nummers zijn ook rommelig, en dan niet op een manier die de intensiteit opkrikt.
Deze live-nummers zijn opgepikt uit diverse optredens die de band gaf in 1992 & 1993 doorheen Europa (zo hoor je Bruce Dickinson op een bepaald moment "Scream for meee, Helsinkiiiii!" schreeuwen), en dat draagt ook bij tot de rommeligheid; weinig cohesie te vinden door die losse opnames, dus.
Op dit album wordt vooral gefocust op de oudere nummers van de band (t/m het album 'Powerslave'), en ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral van de nummers afkomstig van het fel bejubelde debuut de studio-opnames met Di'Anno prefereer. De stem van de ex-zanger van Maiden past namelijk net wat beter bij rauwe songs als 'Prowler' en 'Running Free'. 'Remember Tomorrow' en 'Iron Maiden' vind ik dan weer beter wanneer ze door Dickinson worden gezongen.
De eerste vijf albums van de band worden hier dus belicht, al is de verdeling niet evenredig. De helft van de songs is namelijk afkomstig van het debuut, terwijl eerste opvolger 'Killers' volledig over het hoofd wordt gezien. Dat vind ik zelf niet zo'n ramp, want tot en met 'Seventh Son of a Seventh Son' vind ik die plaat de minste. Wel jammer vind ik het dat van 'Powerslave' slechts één nummer te horen is (bijvoorbeeld geen 'Aces High' en 'Rime of the Ancient Mariner'). Voor het overige passeren de bekendste nummers wel de revue.
Deze plaat werd, tot slot, samen met tegenhanger 'A Real Live One' in 1998 geremastered en uitgebracht onder de zeer originele naam 'A Real Live Dead One'.
2,5 sterren
Deze live-nummers zijn opgepikt uit diverse optredens die de band gaf in 1992 & 1993 doorheen Europa (zo hoor je Bruce Dickinson op een bepaald moment "Scream for meee, Helsinkiiiii!" schreeuwen), en dat draagt ook bij tot de rommeligheid; weinig cohesie te vinden door die losse opnames, dus.
Op dit album wordt vooral gefocust op de oudere nummers van de band (t/m het album 'Powerslave'), en ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral van de nummers afkomstig van het fel bejubelde debuut de studio-opnames met Di'Anno prefereer. De stem van de ex-zanger van Maiden past namelijk net wat beter bij rauwe songs als 'Prowler' en 'Running Free'. 'Remember Tomorrow' en 'Iron Maiden' vind ik dan weer beter wanneer ze door Dickinson worden gezongen.
De eerste vijf albums van de band worden hier dus belicht, al is de verdeling niet evenredig. De helft van de songs is namelijk afkomstig van het debuut, terwijl eerste opvolger 'Killers' volledig over het hoofd wordt gezien. Dat vind ik zelf niet zo'n ramp, want tot en met 'Seventh Son of a Seventh Son' vind ik die plaat de minste. Wel jammer vind ik het dat van 'Powerslave' slechts één nummer te horen is (bijvoorbeeld geen 'Aces High' en 'Rime of the Ancient Mariner'). Voor het overige passeren de bekendste nummers wel de revue.
Deze plaat werd, tot slot, samen met tegenhanger 'A Real Live One' in 1998 geremastered en uitgebracht onder de zeer originele naam 'A Real Live Dead One'.
2,5 sterren
Iron Maiden - Death on the Road (2005)

4,0
0
geplaatst: 19 maart 2017, 21:53 uur
Uitstekend live-album alweer van Iron Maiden, mét een aantal songs van hun op dat moment meest recente plaat 'Dance of Death'. Zoals de titel van dit album ook al suggereert, betreft het hier een live-registratie van een concert dat ze gaven tijdens hun tour naar aanleiding van de release van 'Dance of Death'. De plaats van het hele gebeuren was Dortmund, in het hart van het Ruhrgebied in Duitsland.
Zoals ik reeds eerder aanhaalde, staan hier een aantal nummers op van 'Dance of Death', en die vallen opmerkelijk goed in de smaak bij mij met hun live-jasjes aan. Met name 'Paschendale', 'Dance of Death' en 'No More Lies' komen erg sterk over. Vooral voor die nummers is dit album absoluut de moeite waard.
Voor het overige horen we natuurlijk ook nog een aantal klassiekers die op zo ongeveer elke live-plaat van Maiden terug te vinden zijn, en die het ook wel altijd goed doen, natuurlijk. 'Hallowed Be Thy Name', 'Iron Maiden', 'The Number of the Beast', 'The Trooper': stuk voor stuk fantastische, niet kaduuk te krijgen songs.
Naast lijflied 'Iron Maiden' brengt de band nog twee songs die in hun studioversie niet door Dickinson werden ingezongen. Het korte maar al even krachtige 'Wrathchild' stamt nog uit de ouwe Di'Anno-tijd, terwijl 'Lord of the Flies' (geïnspireerd door de gelijknamige roman van William Golding) in 1995 op 'The X Factor' verscheen. Dickinson was toen volop bezig met z'n solocarrière en was bij de band tijdelijk vervangen door Blaze Bayley. Ik vind deze versie met Dickinson beter, maar da 's natuurlijk mijn mening.
Wat hier al enkele keren werd aangehaald, moet ik bevestigen: Dickinson is al beter bij stem geweest. Toch ervaar ik dit niet echt als storend, want het publiek gaat zoals altijd weer geweldig op in het concert, en de band vermaakt zich duidelijk. Dickinson last in de bekendere songs ook geregeld handige meezingmomenten in, dus valt het allemaal nog zeer goed mee.
Op 'Death on the Road' klinkt Maiden misschien niet zo energiek als pakweg 20 jaar eerder, maar ze leveren een straffe show af, en zorgen voor anderhalf uur topentertainment.
4 sterren
Zoals ik reeds eerder aanhaalde, staan hier een aantal nummers op van 'Dance of Death', en die vallen opmerkelijk goed in de smaak bij mij met hun live-jasjes aan. Met name 'Paschendale', 'Dance of Death' en 'No More Lies' komen erg sterk over. Vooral voor die nummers is dit album absoluut de moeite waard.
Voor het overige horen we natuurlijk ook nog een aantal klassiekers die op zo ongeveer elke live-plaat van Maiden terug te vinden zijn, en die het ook wel altijd goed doen, natuurlijk. 'Hallowed Be Thy Name', 'Iron Maiden', 'The Number of the Beast', 'The Trooper': stuk voor stuk fantastische, niet kaduuk te krijgen songs.
Naast lijflied 'Iron Maiden' brengt de band nog twee songs die in hun studioversie niet door Dickinson werden ingezongen. Het korte maar al even krachtige 'Wrathchild' stamt nog uit de ouwe Di'Anno-tijd, terwijl 'Lord of the Flies' (geïnspireerd door de gelijknamige roman van William Golding) in 1995 op 'The X Factor' verscheen. Dickinson was toen volop bezig met z'n solocarrière en was bij de band tijdelijk vervangen door Blaze Bayley. Ik vind deze versie met Dickinson beter, maar da 's natuurlijk mijn mening.
Wat hier al enkele keren werd aangehaald, moet ik bevestigen: Dickinson is al beter bij stem geweest. Toch ervaar ik dit niet echt als storend, want het publiek gaat zoals altijd weer geweldig op in het concert, en de band vermaakt zich duidelijk. Dickinson last in de bekendere songs ook geregeld handige meezingmomenten in, dus valt het allemaal nog zeer goed mee.
Op 'Death on the Road' klinkt Maiden misschien niet zo energiek als pakweg 20 jaar eerder, maar ze leveren een straffe show af, en zorgen voor anderhalf uur topentertainment.
4 sterren
Iron Maiden - En Vivo! (2012)
Alternatieve titel: Live at Estadio Nacional, Santiago

4,5
0
geplaatst: 25 maart 2017, 20:27 uur
Uitstekende show alweer van Iron Maiden; ik begin toch echt uit te kijken naar het concert in het Sportpaleis volgende maand.. 
'En Vivo!' werd opgenomen in Santiago, de hoofdstad van Chili, tijdens de wereldtour na de release van 'The Final Frontier'. Een aantal songs van die plaat zijn hier dan ook te horen (vooral tijdens het eerste deel van de set), en ze klinken erg vet. Vooral de lange nummers, 'The Talisman' en 'When the Wild Wind Blows', weten me uitermate te bekoren.
Naast de nieuwe songs is er natuurlijk ook wat verplichte kost. Vooral de snedigheid waarmee nummers als '2 Minutes to Midnight' en 'Running Free' (wat een aangename verrassing dat die song in de setlist is opgenomen!) charmeert, en zorgt welhaast voor een extra dimensie. Een ander hoogtepunt is 'Dance of Death', waarvan de band een erg goeie versie brengt.
Sinds ik de DVD 'Rock in Rio' heb gekeken, weet ik dat ze in Zuid-Amerika stapelzot zijn van Iron Maiden, en dat is op deze registratie ook overduidelijk te horen. Het enthousiasme van het publiek lijkt me inspirerend voor de band om er extra voor te gaan, en dat levert een win-win-situatie op; de band lijkt duidelijk te genieten, de luisteraar sowieso.
4,5 sterren

'En Vivo!' werd opgenomen in Santiago, de hoofdstad van Chili, tijdens de wereldtour na de release van 'The Final Frontier'. Een aantal songs van die plaat zijn hier dan ook te horen (vooral tijdens het eerste deel van de set), en ze klinken erg vet. Vooral de lange nummers, 'The Talisman' en 'When the Wild Wind Blows', weten me uitermate te bekoren.
Naast de nieuwe songs is er natuurlijk ook wat verplichte kost. Vooral de snedigheid waarmee nummers als '2 Minutes to Midnight' en 'Running Free' (wat een aangename verrassing dat die song in de setlist is opgenomen!) charmeert, en zorgt welhaast voor een extra dimensie. Een ander hoogtepunt is 'Dance of Death', waarvan de band een erg goeie versie brengt.
Sinds ik de DVD 'Rock in Rio' heb gekeken, weet ik dat ze in Zuid-Amerika stapelzot zijn van Iron Maiden, en dat is op deze registratie ook overduidelijk te horen. Het enthousiasme van het publiek lijkt me inspirerend voor de band om er extra voor te gaan, en dat levert een win-win-situatie op; de band lijkt duidelijk te genieten, de luisteraar sowieso.
4,5 sterren
Iron Maiden - Live After Death (1985)

4,5
0
geplaatst: 5 februari 2017, 20:11 uur
Ontzettend gave live-plaat van Iron Maiden, met een straffe tracklist. De eerste 13 songs werden opgenomen in de Long Beach Arena (Californië); de laatste vijf in de Hammersmith Odeon (Londen).
Iron Maiden is een band die ik gezien mijn huidige leeftijd (nog net geen 27) al relatief lang ken. Sinds de eerste kennismaking met de NWOBHM van deze jongens heeft de band altijd een speciaal plaatsje gehad. Zij hebben niet alleen een aantal zeer goeie studio-albums gemaakt, maar ook live zijn ze vaak hors catégorie. Op 24 maart ga ik ze aanschouwen in het Sportpaleis (een opmerkelijk feit voor mij, want ik ga zelden naar optredens e.d.), en naar aanleiding daarvan beluister ik deze en volgende maand maar een aantal live-platen, waarvan deze de spits mocht afbijten.
En wat voor plaat is me dit toch; de energie, het plezier en de bovenmaatse kwaliteit zorgen ervoor dat je je gedurende bijna zeven kwartier eigenlijk geen minuut verveelt. Veel van m'n favoriete Maiden-songs passeren de revue, waaronder 'The Trooper', 'Hallowed Be Thy Name', 'Wrathchild', 'Two Minutes to Midnight' en warempel het epische juweeltje 'Rime of the Ancient Mariner'. Deze plaat werd opgenomen tijdens de World Slavery-tour die de band ondernam na de release van het album 'Powerslave', en laat een Maiden op de top van hun kunnen horen (na deze tournee zouden ze met 'Somewhere in Time' en 'Seventh Son of a Seventh Son' nog twee fantastische albums uitbrengen).
Vaak heb ik voldoende aan het beluisteren van een live-album, maar bij Iron Maiden zie ik er ook graag beelden van. Dat komt in grote mate door frontman Bruce Dickinson, die steeds als een wildeman over het podium rent en springt, alsof hij nog steeds de kwieke wildebras in zijn twintiger jaren is die hij toentertijd was. Ik kan er alleen maar respect voor hebben.
Maar goed, nog even terug naar 'Live After Death' (toen Dickinson wel degelijk die twintiger was): veel beter dan dit kan het toch haast niet worden? Hopelijk komt 24 maart hierbij in de buurt.
4,5 sterren
Iron Maiden is een band die ik gezien mijn huidige leeftijd (nog net geen 27) al relatief lang ken. Sinds de eerste kennismaking met de NWOBHM van deze jongens heeft de band altijd een speciaal plaatsje gehad. Zij hebben niet alleen een aantal zeer goeie studio-albums gemaakt, maar ook live zijn ze vaak hors catégorie. Op 24 maart ga ik ze aanschouwen in het Sportpaleis (een opmerkelijk feit voor mij, want ik ga zelden naar optredens e.d.), en naar aanleiding daarvan beluister ik deze en volgende maand maar een aantal live-platen, waarvan deze de spits mocht afbijten.
En wat voor plaat is me dit toch; de energie, het plezier en de bovenmaatse kwaliteit zorgen ervoor dat je je gedurende bijna zeven kwartier eigenlijk geen minuut verveelt. Veel van m'n favoriete Maiden-songs passeren de revue, waaronder 'The Trooper', 'Hallowed Be Thy Name', 'Wrathchild', 'Two Minutes to Midnight' en warempel het epische juweeltje 'Rime of the Ancient Mariner'. Deze plaat werd opgenomen tijdens de World Slavery-tour die de band ondernam na de release van het album 'Powerslave', en laat een Maiden op de top van hun kunnen horen (na deze tournee zouden ze met 'Somewhere in Time' en 'Seventh Son of a Seventh Son' nog twee fantastische albums uitbrengen).
Vaak heb ik voldoende aan het beluisteren van een live-album, maar bij Iron Maiden zie ik er ook graag beelden van. Dat komt in grote mate door frontman Bruce Dickinson, die steeds als een wildeman over het podium rent en springt, alsof hij nog steeds de kwieke wildebras in zijn twintiger jaren is die hij toentertijd was. Ik kan er alleen maar respect voor hebben.
Maar goed, nog even terug naar 'Live After Death' (toen Dickinson wel degelijk die twintiger was): veel beter dan dit kan het toch haast niet worden? Hopelijk komt 24 maart hierbij in de buurt.

4,5 sterren
Isbells - Stoalin' (2012)

3,5
0
geplaatst: 31 mei 2012, 21:41 uur
Met het debuut wist Isbells me in 2009 reeds te overtuigen van het potentieel dat er huisde in de band, al deed het me zo nu en dan toch net wat te veel denken aan Bon Iver. Ik was dan ook benieuwd naar de nieuwe plaat, ‘Stoalin’’ genaamd. ‘Heading for the Newborn’ was het eerste nummer dat ik te horen kreeg van de nieuwe plaat, en die stond me meteen aan; meer uptempo, met leuk gitaarwerk. Een zomers nummer, dat me desondanks niet overhoop wist te lopen. Het titelnummer is ook zeker niet het beste dat Isbells ooit heeft gemaakt, dus met een bang hartje begon ik voor het eerst de nieuwe plaat te beluisteren.
Isbells, dat is vooral Gaetan Vandewoude. Maar meer dan op het debuut, staat er nu een band. Zijn broer Christophe is aangesloten, en ook de Nederlandse zangeres Chantal Acda doet mee. Zij zorgt voor tegengewicht voor het fragiele stemgeluid van Gaetan Vandewoude. Dit is er ook aan te horen, dat Isbells nu meer een band is geworden. Nochtans vind ik ook ‘Heart Attacks’ niet al te geweldig. ‘Heading for the Newborn’ daarentegen ben ik steeds beter gaan vinden, en nu is het één mijner favorieten.
Maar de echt fraaie dingen moeten dan nog komen. ‘Falling in and Out’ heeft een boodschap die je kan vergelijken met de mythische feniks; sterven om te incarneren. Ik zie het zo toch, dat een relatie sterker kan worden door met een schone lei te herbeginnen. “Falling in and falling out of love; don’t you know that’s what I’m dreaming of; so in the end that we could start from the top; don’t you know that’s what I’m dreaming of”. De baslijntjes op dit nummer zijn trouwens om van te smullen!
Met ‘Letting Go’ heb je dan een nummer dat weer tegen het geluid van ‘For Emma, Forever Ago’ aan schuurt, de stem van Gaetan lijkt hier wel op breken te staan. Het is allemaal wel erg goed en geloofwaardig gedaan, want de song weet me bij de keel te grijpen. En dat doet een goeie song uiteindelijk toch, al kan het soms wat langer duren (lees: ‘Heading for the Newborn’). ‘Letting Go’ is het blokhutnummer op de plaat, als je begrijpt wat ik bedoel. De hut in kwestie is gemaakt van weerbarstig beukenhout. Er brandt een eenzaam vuurtje binnen. En toch heb je het koud, zo in je eentje.
‘Illusion’ heeft een wat voller geluid, klinkt ook ietwat opgewekter (al is die neerslachtige ondertoon zeker niet afwezig). Het refrein zorgt echter voor wat zon, en klinkt erg vlot. Een geschikte single, voor de meerwaardezoeker. De ik-persoon is op zoek naar “closure”, en dat komt het best tot uiting in dat refrein, waar de zang van Gaetan en Chantal fraai samenkomt. “This has been an illusion; but how could I have known; I’m writing down all my conclusions; so I could let you go”.
De teksten zijn nooit moeilijk te begrijpen, en soms zelfs iets te simplistisch van aard, als je ‘t mij vraagt. In ‘One Day’ bijvoorbeeld, klinkt het refrein “One day; I’m gonna get liked; one day; I’ll be all right”. Nu stoort dit niet enorm, maar toch wel een beetje, omdat het nummer voor de rest wel op niveau is. Dan is het jammer dat zo’n refrein de orde een beetje verstoort. Ook muzikaal is het een sterk nummer, met die melancholisch klinkende blazers en vaag een eind weg tokkelen op de akoestische gitaar.
‘Elation’ herbergt dan weer een kinderkoor, een geslaagde toevoeging. Gaetan haalt voor dit nummer zijn hoge falsetto nog eens uit de kast, en dan hoor je toch duidelijk de gelijkenis met Justin Vernon. Vooral de samenzang met Chantal Acda is weer indrukwekkend mooi. Ik zing het altijd mee (het onomatopee-gedeelte dus), vals als een kat, dat weet ik zelf ook wel. Maar soms moet ik gewoon meezingen, kan ik niet anders. Mijn geest roept me toe dat ik me maar ‘ns moet laten gaan. Het kinderkoor maakt het nummer echt helemaal af. Op naar ‘Baskin’’.
Meteen ook het enige nummer dat onder de 3 minuten klokt. Een nietige worm tussen giganten? Neen, zeker niet in de bedoeling van “minderwaardig”. Het is geen nummer dat er bovenuit steekt, maar een sterke middenmoter; één van die vele “gewoon leuke songs”. Het zet met z’n ongedwongen, sobere geluid al de toon voor de geweldige afsluiter, ‘Erase and Detach. Dit nummer begint wel erg rustig, met een naar blues geurende akoestische gitaar. Gaetan schuift er zijn zang op de meest ingetogen manier tussen, maar op een bepaalde manier beklijft dit wel. Je zit in ieder geval in spanning te luisteren, en dat is exact de bedoeling, want dan is de impact van wat er nog komen gaat des te groter. De song (en het album) eindigt met de grootste, meest geweldige uitbarsting uit het (toegegeven, nog prille) oeuvre van deze Belgische band. Het mooiste bewijs dat Isbells een echte band is. De drummer stuwt, de blazers trekken en duwen, de lont dooft uit met een outro op piano, terwijl de aandachtige luisteraar het akoestische spel van in het begin van de song op de achtergrond nog kan terugvinden.
Isbells is gegroeid, zoveel is duidelijk. En zoals dat met zoveel gaat, gebeurt dit met vallen en opstaan. De foutjes die gemaakt zijn, worden hen vergeven, en zullen enkel betere muzikanten van hen maken. ‘Stoalin’’ is een prima opvolger voor het titelloze debuut, met jammer genoeg enkele mindere nummers. Door bepaalde nummers ben ik echt van mijn sokken geblazen, maar de soms der delen weet me niet helemaal te overtuigen.
3,5 sterren
Isbells, dat is vooral Gaetan Vandewoude. Maar meer dan op het debuut, staat er nu een band. Zijn broer Christophe is aangesloten, en ook de Nederlandse zangeres Chantal Acda doet mee. Zij zorgt voor tegengewicht voor het fragiele stemgeluid van Gaetan Vandewoude. Dit is er ook aan te horen, dat Isbells nu meer een band is geworden. Nochtans vind ik ook ‘Heart Attacks’ niet al te geweldig. ‘Heading for the Newborn’ daarentegen ben ik steeds beter gaan vinden, en nu is het één mijner favorieten.
Maar de echt fraaie dingen moeten dan nog komen. ‘Falling in and Out’ heeft een boodschap die je kan vergelijken met de mythische feniks; sterven om te incarneren. Ik zie het zo toch, dat een relatie sterker kan worden door met een schone lei te herbeginnen. “Falling in and falling out of love; don’t you know that’s what I’m dreaming of; so in the end that we could start from the top; don’t you know that’s what I’m dreaming of”. De baslijntjes op dit nummer zijn trouwens om van te smullen!
Met ‘Letting Go’ heb je dan een nummer dat weer tegen het geluid van ‘For Emma, Forever Ago’ aan schuurt, de stem van Gaetan lijkt hier wel op breken te staan. Het is allemaal wel erg goed en geloofwaardig gedaan, want de song weet me bij de keel te grijpen. En dat doet een goeie song uiteindelijk toch, al kan het soms wat langer duren (lees: ‘Heading for the Newborn’). ‘Letting Go’ is het blokhutnummer op de plaat, als je begrijpt wat ik bedoel. De hut in kwestie is gemaakt van weerbarstig beukenhout. Er brandt een eenzaam vuurtje binnen. En toch heb je het koud, zo in je eentje.
‘Illusion’ heeft een wat voller geluid, klinkt ook ietwat opgewekter (al is die neerslachtige ondertoon zeker niet afwezig). Het refrein zorgt echter voor wat zon, en klinkt erg vlot. Een geschikte single, voor de meerwaardezoeker. De ik-persoon is op zoek naar “closure”, en dat komt het best tot uiting in dat refrein, waar de zang van Gaetan en Chantal fraai samenkomt. “This has been an illusion; but how could I have known; I’m writing down all my conclusions; so I could let you go”.
De teksten zijn nooit moeilijk te begrijpen, en soms zelfs iets te simplistisch van aard, als je ‘t mij vraagt. In ‘One Day’ bijvoorbeeld, klinkt het refrein “One day; I’m gonna get liked; one day; I’ll be all right”. Nu stoort dit niet enorm, maar toch wel een beetje, omdat het nummer voor de rest wel op niveau is. Dan is het jammer dat zo’n refrein de orde een beetje verstoort. Ook muzikaal is het een sterk nummer, met die melancholisch klinkende blazers en vaag een eind weg tokkelen op de akoestische gitaar.
‘Elation’ herbergt dan weer een kinderkoor, een geslaagde toevoeging. Gaetan haalt voor dit nummer zijn hoge falsetto nog eens uit de kast, en dan hoor je toch duidelijk de gelijkenis met Justin Vernon. Vooral de samenzang met Chantal Acda is weer indrukwekkend mooi. Ik zing het altijd mee (het onomatopee-gedeelte dus), vals als een kat, dat weet ik zelf ook wel. Maar soms moet ik gewoon meezingen, kan ik niet anders. Mijn geest roept me toe dat ik me maar ‘ns moet laten gaan. Het kinderkoor maakt het nummer echt helemaal af. Op naar ‘Baskin’’.
Meteen ook het enige nummer dat onder de 3 minuten klokt. Een nietige worm tussen giganten? Neen, zeker niet in de bedoeling van “minderwaardig”. Het is geen nummer dat er bovenuit steekt, maar een sterke middenmoter; één van die vele “gewoon leuke songs”. Het zet met z’n ongedwongen, sobere geluid al de toon voor de geweldige afsluiter, ‘Erase and Detach. Dit nummer begint wel erg rustig, met een naar blues geurende akoestische gitaar. Gaetan schuift er zijn zang op de meest ingetogen manier tussen, maar op een bepaalde manier beklijft dit wel. Je zit in ieder geval in spanning te luisteren, en dat is exact de bedoeling, want dan is de impact van wat er nog komen gaat des te groter. De song (en het album) eindigt met de grootste, meest geweldige uitbarsting uit het (toegegeven, nog prille) oeuvre van deze Belgische band. Het mooiste bewijs dat Isbells een echte band is. De drummer stuwt, de blazers trekken en duwen, de lont dooft uit met een outro op piano, terwijl de aandachtige luisteraar het akoestische spel van in het begin van de song op de achtergrond nog kan terugvinden.
Isbells is gegroeid, zoveel is duidelijk. En zoals dat met zoveel gaat, gebeurt dit met vallen en opstaan. De foutjes die gemaakt zijn, worden hen vergeven, en zullen enkel betere muzikanten van hen maken. ‘Stoalin’’ is een prima opvolger voor het titelloze debuut, met jammer genoeg enkele mindere nummers. Door bepaalde nummers ben ik echt van mijn sokken geblazen, maar de soms der delen weet me niet helemaal te overtuigen.
3,5 sterren
Ixion - L'Adieu Aux Etoiles (2020)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2020, 21:54 uur
Ixion is een personage uit de Griekse mythologie dat, net als zijn befaamdere collega's Tantalos en Sisyphos, gestraft werd door Zeus nadat hij de goden durfde tarten. Waar Tantalos gekweld werd door water en fruit en Sisyphos een rotsblok op een berg moest rollen tot het eind zijner dagen, werd Ixion, nadat Zeus hem had "beloond" met onsterfelijkheid, vastgemaakt aan een vurig, draaiend rad en zo de Tartaros in gekeild.
Wat deze drie personages verbindt, is ongetwijfeld hoogmoed, maar ik ontwaar er toch ook een zekere tristesse in, dat willen tarten van de goden. Het is dat gevoel dat de Franse band Ixion mooi in zijn muziek weet te verstoppen, en wanneer het dan vrijkomt, levert het steevast een hoogtepuntje op.
Dit is alweer de vierde plaat van Ixion, maar bekendheid hebben ze nog niet verworven. Iets zegt mij dat het hun een zorg zal zijn. Mij zal het ook een zorg zijn, maar ik vind dit wel een fraaie ontdekking. In essentie brengt Ixion doom metal, maar de invloeden uit andere windhoeken zijn talrijk. Vaak zorgen wat ambient-toetsen voor extra sfeer en variatie, en ook uit de folkmuziek lijkt de band inspiratie te putten (luister maar 'ns naar afsluiter Farewell, waarin een spookachtig sfeertje wordt ontwikkeld, spannend gehouden door een knappe combinatie van cleane vocalen, folky rustpunten en episch gitaargeweld).
Ook heeft de plaat een wat spacy karakter, wat je ook kan merken aan de hoes, de albumtitel ("Vaarwel aan de sterren", vrij vertaald) én sommige songtitels, maar toch vooral aan de muziek zelf. Dit geeft het alles een mysterieus karakter, en na al die invloeden te hebben opgemerkt, en al die indrukken te hebben ervaren, kan ik alleen maar besluiten dat dit erg goed is.
4 sterren
Wat deze drie personages verbindt, is ongetwijfeld hoogmoed, maar ik ontwaar er toch ook een zekere tristesse in, dat willen tarten van de goden. Het is dat gevoel dat de Franse band Ixion mooi in zijn muziek weet te verstoppen, en wanneer het dan vrijkomt, levert het steevast een hoogtepuntje op.
Dit is alweer de vierde plaat van Ixion, maar bekendheid hebben ze nog niet verworven. Iets zegt mij dat het hun een zorg zal zijn. Mij zal het ook een zorg zijn, maar ik vind dit wel een fraaie ontdekking. In essentie brengt Ixion doom metal, maar de invloeden uit andere windhoeken zijn talrijk. Vaak zorgen wat ambient-toetsen voor extra sfeer en variatie, en ook uit de folkmuziek lijkt de band inspiratie te putten (luister maar 'ns naar afsluiter Farewell, waarin een spookachtig sfeertje wordt ontwikkeld, spannend gehouden door een knappe combinatie van cleane vocalen, folky rustpunten en episch gitaargeweld).
Ook heeft de plaat een wat spacy karakter, wat je ook kan merken aan de hoes, de albumtitel ("Vaarwel aan de sterren", vrij vertaald) én sommige songtitels, maar toch vooral aan de muziek zelf. Dit geeft het alles een mysterieus karakter, en na al die invloeden te hebben opgemerkt, en al die indrukken te hebben ervaren, kan ik alleen maar besluiten dat dit erg goed is.
4 sterren
