Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ed Harcourt - Lustre (2010)

3,5
0
geplaatst: 20 augustus 2010, 01:00 uur
'Lustre' van Ed Harcourt is een leuk plaatje, zeer zeker, maar blijft het hangen, en gaat het na meerdere luisterbeurten niet vervelen? Goh, enigszins misschien, maar op zich is het materiaal dat op deze plaat staat sterk genoeg om ook op lange termijn te overtuigen.
Openingstrack 'Lustre' klinkt verrassend blij, en geeft daarmee de vreugde van een vader weer. 'Haywired' heeft een wat mistroostiger klank. Harcourt zou op deze plaat, buiten zingen, ook instrumenten bespelen; o.a. piano, gitaar, Hammond-orgel, synthesizer en glockenspiel. Het geeft alleen maar aan wat een veelzijdige man het is.
Wat me hier opvalt, is het feit dat de refreintjes van de nummers erg goed in het gehoor liggen.
'Church Of No Religion' is eigenlijk een opvallend sober popnummer, waar de aanwezige instrumenten een beetje lijken te weifelen; 'moeten we nu aanzetten of toch maar niet?'. Het doet me genoegen dat het ingehouden blijft; dat komt de song ten goede, en laat zien dat Harcourt singer/songwriter genoeg is om ook in zulk een nummer tot z'n recht te komen. De backing vocals smaken ook naar meer; volgens verschillende bronnen zijn het de Langley sisters, waaronder zijn vrouw, die op deze plaat ook viool speelt.
Het volgende nummer, 'Heart Of A Wolf', is het meest excentrieke op de plaat. Eigenzinnig pianogetokkel, iets rauwere vocalen van Harcourt die perfect wordt bijgestaan door de Langly sisters, en - jawel - het gehuil van wolven passeert warempel ook wel eens! Het contrast met 'Church Of No Religion' is groot; dat is een brave statige song, dit is een stuiterig lied van een lichtjes krankzinnige bard (niet negatief bedoeld). Wanneer hij zelf ook met de wolven mee gaat huilen, is het plaatje helemaal af natuurlijk.
'Do As I Say, Not As I Do', hierboven werd over deze song gemeld dat hij op de radio gedraaid wordt. Een geschikte keuze als single, als je 't mij vraagt. Niet te zoet, niet te duister; niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. Vooral het gitaarriedeltje is erg leuk te noemen.
'Killed By The Morning Sun' begint mooi op het Hammond-orgel, ondersteund door akoestische gitaar en piano. Het lijkt een ouderwetse ballad te gaan worden, wanneer Harcourt ook z'n stem inzet. Een fraai rustpuntje, misschien iets te lang.
Van ingetogenheid naar droefgeestige uitbundigheid (wat eigenlijk een paradox is), maar zo doet het pianoriedeltje van 'Lachrymosity' aan. Lacrima is Latijns voor 'traan', hebben ze mij op school geleerd. Harcourt beweent en beklaagt zichzelf dan ook op deze song: "I'm a recipe for disaster; I'm a has-been-no-good bastard", klinkt het, en je zou 'm nog geloven ook, mocht de song niet zo mooi zijn.
'A Secret Society' is niet m'n favoriet nummer op deze plaat, het is het eerste moment dat bij mij de gedachte "heb ik al 'ns gehoord" opkomt. Het klinkt wel vrij uitbundig.
'When The Lost Don't Want To Be Found' opent met een vrij koel pianoritme, maar als Harcourt zich laat horen, krijgt de song meteen wat extra cachet. Toch is ook dit niet m'n favoriet. De gedachte die bij de vorige song opkwam, zet zich hier jammer genoeg een beetje door.. Op den duur krijgt 's mans stem zelfs wat meligs, en gaat me lichtjes irriteren (contrast tegenover het begin van de song).
Gelukkig is er daarna 'So I've Been Told'. Mijn favoriet op deze plaat? Welaan dan. De accordeon opent en zet meteen de warme, gezellige fireplace-sfeer. Waar de stem van Harcourt me tijdens de vorige song begon te vervelen, is hier het omgekeerde effect in werking; ik wordt gaandeweg betoverd door de halfdichter Ed Harcourt, en de piano speelt hierin een centrale rol. Het pianospel op dit nummer ontroert me het meest van al, en in combinatie met de accordeon op de achtergrond, kunnen we spreken van een succes. De perfecte ondersteuning voor de stem van Harcourt. "So I've been told it's all in my mind", zingt hij halfpoëtisch.
Afsluiter van het album is het bijna 6 minuten durende 'Fears Of A Father', waarin Harcourt zijn vaderschap overpeinst, met zijn vrouw Gita in een dienende rol (backing vocals). Het is een zwierig, maar toch ook statig nummer. "The fear of a father don't scare me, I'm ready to love", horen we op het einde van het refrein. Dat klinkt positief en vastberaden. Een kind moet op de eerste plaats komen, het allerbelangrijkst zijn, vindt Harcourt. Op het einde mag zijn vrouw nog eens de viool erdoorjagen, waarna Harcourt met eerder geciteerde zin deze mooie plaat afsluit.
3,5 sterren
Openingstrack 'Lustre' klinkt verrassend blij, en geeft daarmee de vreugde van een vader weer. 'Haywired' heeft een wat mistroostiger klank. Harcourt zou op deze plaat, buiten zingen, ook instrumenten bespelen; o.a. piano, gitaar, Hammond-orgel, synthesizer en glockenspiel. Het geeft alleen maar aan wat een veelzijdige man het is.
Wat me hier opvalt, is het feit dat de refreintjes van de nummers erg goed in het gehoor liggen.
'Church Of No Religion' is eigenlijk een opvallend sober popnummer, waar de aanwezige instrumenten een beetje lijken te weifelen; 'moeten we nu aanzetten of toch maar niet?'. Het doet me genoegen dat het ingehouden blijft; dat komt de song ten goede, en laat zien dat Harcourt singer/songwriter genoeg is om ook in zulk een nummer tot z'n recht te komen. De backing vocals smaken ook naar meer; volgens verschillende bronnen zijn het de Langley sisters, waaronder zijn vrouw, die op deze plaat ook viool speelt.
Het volgende nummer, 'Heart Of A Wolf', is het meest excentrieke op de plaat. Eigenzinnig pianogetokkel, iets rauwere vocalen van Harcourt die perfect wordt bijgestaan door de Langly sisters, en - jawel - het gehuil van wolven passeert warempel ook wel eens! Het contrast met 'Church Of No Religion' is groot; dat is een brave statige song, dit is een stuiterig lied van een lichtjes krankzinnige bard (niet negatief bedoeld). Wanneer hij zelf ook met de wolven mee gaat huilen, is het plaatje helemaal af natuurlijk.
'Do As I Say, Not As I Do', hierboven werd over deze song gemeld dat hij op de radio gedraaid wordt. Een geschikte keuze als single, als je 't mij vraagt. Niet te zoet, niet te duister; niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. Vooral het gitaarriedeltje is erg leuk te noemen.
'Killed By The Morning Sun' begint mooi op het Hammond-orgel, ondersteund door akoestische gitaar en piano. Het lijkt een ouderwetse ballad te gaan worden, wanneer Harcourt ook z'n stem inzet. Een fraai rustpuntje, misschien iets te lang.
Van ingetogenheid naar droefgeestige uitbundigheid (wat eigenlijk een paradox is), maar zo doet het pianoriedeltje van 'Lachrymosity' aan. Lacrima is Latijns voor 'traan', hebben ze mij op school geleerd. Harcourt beweent en beklaagt zichzelf dan ook op deze song: "I'm a recipe for disaster; I'm a has-been-no-good bastard", klinkt het, en je zou 'm nog geloven ook, mocht de song niet zo mooi zijn.
'A Secret Society' is niet m'n favoriet nummer op deze plaat, het is het eerste moment dat bij mij de gedachte "heb ik al 'ns gehoord" opkomt. Het klinkt wel vrij uitbundig.
'When The Lost Don't Want To Be Found' opent met een vrij koel pianoritme, maar als Harcourt zich laat horen, krijgt de song meteen wat extra cachet. Toch is ook dit niet m'n favoriet. De gedachte die bij de vorige song opkwam, zet zich hier jammer genoeg een beetje door.. Op den duur krijgt 's mans stem zelfs wat meligs, en gaat me lichtjes irriteren (contrast tegenover het begin van de song).
Gelukkig is er daarna 'So I've Been Told'. Mijn favoriet op deze plaat? Welaan dan. De accordeon opent en zet meteen de warme, gezellige fireplace-sfeer. Waar de stem van Harcourt me tijdens de vorige song begon te vervelen, is hier het omgekeerde effect in werking; ik wordt gaandeweg betoverd door de halfdichter Ed Harcourt, en de piano speelt hierin een centrale rol. Het pianospel op dit nummer ontroert me het meest van al, en in combinatie met de accordeon op de achtergrond, kunnen we spreken van een succes. De perfecte ondersteuning voor de stem van Harcourt. "So I've been told it's all in my mind", zingt hij halfpoëtisch.
Afsluiter van het album is het bijna 6 minuten durende 'Fears Of A Father', waarin Harcourt zijn vaderschap overpeinst, met zijn vrouw Gita in een dienende rol (backing vocals). Het is een zwierig, maar toch ook statig nummer. "The fear of a father don't scare me, I'm ready to love", horen we op het einde van het refrein. Dat klinkt positief en vastberaden. Een kind moet op de eerste plaats komen, het allerbelangrijkst zijn, vindt Harcourt. Op het einde mag zijn vrouw nog eens de viool erdoorjagen, waarna Harcourt met eerder geciteerde zin deze mooie plaat afsluit.
3,5 sterren
Eddie Cochran - Singin' to My Baby (1958)

3,5
1
geplaatst: 16 juli 2020, 11:52 uur
Dit zal - volgens mij - het enige reguliere studio-album zijn dat Eddie Cochran bij leven heeft uitgebracht? Singin' to My Baby bewijst in ieder geval dat Cochran veel meer in zijn mars had dan C'mon Everybody en Summertime Blues.
Hoe het allemaal gelopen was moest dat tragische auto-ongeval op 16 april 1960 niet zijn gebeurd, zullen we helaas nooit weten. Gene Vincent en zijn vriendin overleefden de crash, maar Cochran stierf helaas aan zijn verwondingen, de daaropvolgende dag. Hij was slechts 21 jaar.
Dit album werd uitgebracht in november 1957 in the US, lees ik op het internet, al staat op MuMe als jaartal 1958. Cochran was toen amper 17 jaar oud, en hoewel het album voor het merendeel bestaat uit liedjes die door anderen waren geschreven, staan er ook twee eigen songs op: Tell Me Why en afsluiter One Kiss. De liedjes gaan veelal over tienerissues, soms banaal, soms wat ernstiger.
Opener Sittin' on the Balcony was, als ik me niet vergis, Cochran's eerste hitje en zet meteen de toon voor goed 25 minuten luisterplezier. Verplichte kost eigenlijk, voor de liefhebber van de betere jaren '50-pop- en rockmuziek.
3,5 sterren
Hoe het allemaal gelopen was moest dat tragische auto-ongeval op 16 april 1960 niet zijn gebeurd, zullen we helaas nooit weten. Gene Vincent en zijn vriendin overleefden de crash, maar Cochran stierf helaas aan zijn verwondingen, de daaropvolgende dag. Hij was slechts 21 jaar.
Dit album werd uitgebracht in november 1957 in the US, lees ik op het internet, al staat op MuMe als jaartal 1958. Cochran was toen amper 17 jaar oud, en hoewel het album voor het merendeel bestaat uit liedjes die door anderen waren geschreven, staan er ook twee eigen songs op: Tell Me Why en afsluiter One Kiss. De liedjes gaan veelal over tienerissues, soms banaal, soms wat ernstiger.
Opener Sittin' on the Balcony was, als ik me niet vergis, Cochran's eerste hitje en zet meteen de toon voor goed 25 minuten luisterplezier. Verplichte kost eigenlijk, voor de liefhebber van de betere jaren '50-pop- en rockmuziek.
3,5 sterren
Eels - End Times (2010)

4,5
0
geplaatst: 22 januari 2010, 12:59 uur
Heel erg goeie plaat van eels, ik hoor vooral veel tristesse en wanhoop, laten we hopen dat hij zichzelf niet gaat opknopen of zo, het zou jammer zijn, want E heeft deze wereld nog wel het één en ander te bieden. Het is 'm duidelijk aan te horen dat de breuk met zijn vriendin hem diep heeft getroffen.
'The Beginning' is een simpel nummer, en schetst het contrast tussen vroeger en nu.
Het tweede nummer, 'Gone Man' klinkt dan weer vrij opgewekt, maar schijn bedriegt. Een nummer dat me wel eens aan The Beatles doet denken, vooral de gitaar dan.
‘In My Younger Days’ is een mooi nummer over het onheil in deze wereld, en dat de impact daarvan op E.’s leven alsmaar toeneemt.
‘Mansions of Los Feliz’, één van de beste nummers op deze plaat toch, is onweerstaanbaar catchy; een echte meezinger, of eerder een meefluiter. Terwijl de plaat een overwegend droeve ondertoon heeft, klinkt dit nummer toch opvallend vrolijk. Toch wel m’n favoriet.
‘A Line In The Dirt’ dan. Prachtige opbouw, immer trieste tekst over de breuk met z’n vriendin. Zich afvragend of het allemaal goed zal komen, worstelt E. zich hierdoor.
‘End Times’ is al helemaal onheilspellend. ‘Apple Trees’ is in principe een niemendalletje, maar toch erg mooi en het roept toch echt het beeld op van een laan vol appelbomen.
‘Paradise Blues’ klinkt weer wat opgewekter. De tekst klinkt echter, zoals in elk nummer op deze plaat, allesbehalve opgewekt. Voor de rest wel een erg aardig nummer.
‘Nowadays’ is een bloedmooi nummer, met harmonica in het begin en aan het einde, om de het nog ontroerender te maken. Hierbij kan ik het niet laten een zeldzaam traantje weg te pinken.
‘Unhinged’ is momenteel het nummer dat me het minst bijblijft, wat niet wegneemt dat het meer dan degelijk is. ‘High And Lonesome’ zou op duizend andere platen een vreemde eend in de bijt zijn, maar hier past het wonderwel. Onweer, iemand die aanbelt, … het past allemaal perfect in de sfeer van dit album.
‘I Need a mother’ is een mooie ballad, E. heeft inderdaad nood aan iemand die hem bijstaat, waardoor hij zich niet zo verrekte eenzaam voelt.
In ‘Little Bird’ lucht hij z’n hart bij een vogeltje op de vensterbank, zijn ‘enige vriend in de hele wereld’. Wederom mooie, doch intrieste lyrics.
Afsluiten doet eels met het prachtige, meer dan 6 minuten durende ‘On My Feet’. Zijn gesprek met het vogeltje heeft hem goed gedaan, hij is hier in staat z’n verdriet enigszins te relativeren, en weet dat het ooit zal veranderen. Wat ik hierbij wel moet opmerken, is dat het allemaal niet gemeend klinkt. Dit is een prachtig nummer, en ik denk dat deze plaat hoog gaat scoren in mijn persoonlijk eindejaarslijstje.
‘End Times’ brengt bij mij hetzelfde teweeg als enkel een handvol platen van Neil Young kunnen. Deze plaat tovert een droevige glimlach op mijn gezicht, want enerzijds zijn de lyrics o zo down & depressed, maar dit is van zulke schoonheid dat ik er toch gelukzalig van wordt, iets dat ik bijvoorbeeld ook heb bij ‘Harvest Moon’ of ‘Comes A Time’ van Young.
4,5 sterren
'The Beginning' is een simpel nummer, en schetst het contrast tussen vroeger en nu.
Het tweede nummer, 'Gone Man' klinkt dan weer vrij opgewekt, maar schijn bedriegt. Een nummer dat me wel eens aan The Beatles doet denken, vooral de gitaar dan.
‘In My Younger Days’ is een mooi nummer over het onheil in deze wereld, en dat de impact daarvan op E.’s leven alsmaar toeneemt.
‘Mansions of Los Feliz’, één van de beste nummers op deze plaat toch, is onweerstaanbaar catchy; een echte meezinger, of eerder een meefluiter. Terwijl de plaat een overwegend droeve ondertoon heeft, klinkt dit nummer toch opvallend vrolijk. Toch wel m’n favoriet.
‘A Line In The Dirt’ dan. Prachtige opbouw, immer trieste tekst over de breuk met z’n vriendin. Zich afvragend of het allemaal goed zal komen, worstelt E. zich hierdoor.
‘End Times’ is al helemaal onheilspellend. ‘Apple Trees’ is in principe een niemendalletje, maar toch erg mooi en het roept toch echt het beeld op van een laan vol appelbomen.
‘Paradise Blues’ klinkt weer wat opgewekter. De tekst klinkt echter, zoals in elk nummer op deze plaat, allesbehalve opgewekt. Voor de rest wel een erg aardig nummer.
‘Nowadays’ is een bloedmooi nummer, met harmonica in het begin en aan het einde, om de het nog ontroerender te maken. Hierbij kan ik het niet laten een zeldzaam traantje weg te pinken.
‘Unhinged’ is momenteel het nummer dat me het minst bijblijft, wat niet wegneemt dat het meer dan degelijk is. ‘High And Lonesome’ zou op duizend andere platen een vreemde eend in de bijt zijn, maar hier past het wonderwel. Onweer, iemand die aanbelt, … het past allemaal perfect in de sfeer van dit album.
‘I Need a mother’ is een mooie ballad, E. heeft inderdaad nood aan iemand die hem bijstaat, waardoor hij zich niet zo verrekte eenzaam voelt.
In ‘Little Bird’ lucht hij z’n hart bij een vogeltje op de vensterbank, zijn ‘enige vriend in de hele wereld’. Wederom mooie, doch intrieste lyrics.
Afsluiten doet eels met het prachtige, meer dan 6 minuten durende ‘On My Feet’. Zijn gesprek met het vogeltje heeft hem goed gedaan, hij is hier in staat z’n verdriet enigszins te relativeren, en weet dat het ooit zal veranderen. Wat ik hierbij wel moet opmerken, is dat het allemaal niet gemeend klinkt. Dit is een prachtig nummer, en ik denk dat deze plaat hoog gaat scoren in mijn persoonlijk eindejaarslijstje.
‘End Times’ brengt bij mij hetzelfde teweeg als enkel een handvol platen van Neil Young kunnen. Deze plaat tovert een droevige glimlach op mijn gezicht, want enerzijds zijn de lyrics o zo down & depressed, maar dit is van zulke schoonheid dat ik er toch gelukzalig van wordt, iets dat ik bijvoorbeeld ook heb bij ‘Harvest Moon’ of ‘Comes A Time’ van Young.
4,5 sterren
Eels - Tomorrow Morning (2010)

3,0
0
geplaatst: 23 september 2010, 20:34 uur
Deze plaat kwam bij mij na een eerste beluistering over als een grote verrassing. Het was wel aangekondigd, dat het vrolijker zou zijn dan het eerder dit jaar verschenen 'End Times', maar dat het contrast zo schrijnend zou zijn.. had AOVV niet verwacht.
Ik zal maar meteen zeggen waar het op staat voor mij. 'Tomorrow Morning' vind ik een pak minder dan 'End Times', maar nog steeds kwalitatief dik in orde. Al staan er wel wat missers op, de meeste songs zijn toch weer oerdegelijk (een adjectief dat je bij eels in het woordenboek vindt, denk ik). Net als op de vorige, staan hier twee kortere, instrumentele nummers op ('In Gratitude for This Magnificent Day' en 'After the Earthquake'). Mooie intermezzo's, en je hoort er ook gelijk aan dat deze plaat vrolijker, hoopvoller, blijer is.
Van de volwaardige songs, meen ik enkele nummers als uitschieters te mogen noemen. 'Baby Loves Me' is energiek, speels en gezegend met een ijzersterke doch simpele tekst, zoals onze E. dat zo goed kan; het ingetogen 'What I Have To Offer', dat wat triester is van ondertoon, maar toch ook wat verborgen optimisme met zich meedraagt; het qua tekst wat pocherige 'The Man', dat echter wel goed blijft hangen; het sfeervolle 'That's Not Her Way'; het kleine, lieve, op het eerste gehoor niets voorstellende, maar o zo typische eels-juweeltje 'I Like The Way This Is Going'.
Voor het overige staan er nog enkele verdienstelijke songs op, zoals afsluiter 'Mystery of Life', met dat koortje en 'Looking Up', dat flirt met de grens van het draaglijke, maar toch net op het koord weet te blijven balanceren als een volleerd acrobaat.
In de categorie "Minder geslaagd": het veel te lange, vervelende 'This Is Where It Gets Good' (niet dus, meneer E.); het wat monotone 'I'm a Hummingbird'; het te vrolijke, kitscherig aandoende 'Oh So Lovely'.
De elektronische uitstapjes bevallen me niet zo goed; ik ben één van die mensen die E. het liefst hoort zoals op bv. 'End Times'. Toch pleit het voor hem dat de man nog de drift heeft om te willen experimenteren, en ik kan me wel voorstellen dat er mensen zijn die daar op zaten te wachten.
Het is wel eens interessant om te zien hoe een artiest in anderhalf jaar evolueert qua gemoedstoestand, levensopvatting en toekomstbeeld. In dat opzicht is deze 'Tomorrow Morning' een waardige afsluiter van het drieluik. Maar het is wel de minste van de drie.
3 sterren
Ik zal maar meteen zeggen waar het op staat voor mij. 'Tomorrow Morning' vind ik een pak minder dan 'End Times', maar nog steeds kwalitatief dik in orde. Al staan er wel wat missers op, de meeste songs zijn toch weer oerdegelijk (een adjectief dat je bij eels in het woordenboek vindt, denk ik). Net als op de vorige, staan hier twee kortere, instrumentele nummers op ('In Gratitude for This Magnificent Day' en 'After the Earthquake'). Mooie intermezzo's, en je hoort er ook gelijk aan dat deze plaat vrolijker, hoopvoller, blijer is.
Van de volwaardige songs, meen ik enkele nummers als uitschieters te mogen noemen. 'Baby Loves Me' is energiek, speels en gezegend met een ijzersterke doch simpele tekst, zoals onze E. dat zo goed kan; het ingetogen 'What I Have To Offer', dat wat triester is van ondertoon, maar toch ook wat verborgen optimisme met zich meedraagt; het qua tekst wat pocherige 'The Man', dat echter wel goed blijft hangen; het sfeervolle 'That's Not Her Way'; het kleine, lieve, op het eerste gehoor niets voorstellende, maar o zo typische eels-juweeltje 'I Like The Way This Is Going'.
Voor het overige staan er nog enkele verdienstelijke songs op, zoals afsluiter 'Mystery of Life', met dat koortje en 'Looking Up', dat flirt met de grens van het draaglijke, maar toch net op het koord weet te blijven balanceren als een volleerd acrobaat.
In de categorie "Minder geslaagd": het veel te lange, vervelende 'This Is Where It Gets Good' (niet dus, meneer E.); het wat monotone 'I'm a Hummingbird'; het te vrolijke, kitscherig aandoende 'Oh So Lovely'.
De elektronische uitstapjes bevallen me niet zo goed; ik ben één van die mensen die E. het liefst hoort zoals op bv. 'End Times'. Toch pleit het voor hem dat de man nog de drift heeft om te willen experimenteren, en ik kan me wel voorstellen dat er mensen zijn die daar op zaten te wachten.
Het is wel eens interessant om te zien hoe een artiest in anderhalf jaar evolueert qua gemoedstoestand, levensopvatting en toekomstbeeld. In dat opzicht is deze 'Tomorrow Morning' een waardige afsluiter van het drieluik. Maar het is wel de minste van de drie.
3 sterren
Elbow - Build a Rocket Boys! (2011)

3,5
0
geplaatst: 22 april 2011, 20:22 uur
‘Seldom Seen Kid’, de vorige plaat van Elbow, was na drie uitstekende platen uiteindelijk ook de grote doorbraak voor de band. Ik heb de vergelijkingen met Coldplay nooit echt begrepen; maar bij het horen van de begintonen van ‘Dear Friends’ moet ik wel onwillekeurig denken aan Chris Martin en z’n kompanen. Wil dat zeggen dat ‘Build A Rocket Boys!’ een doorslagje is van Coldplay? Nou, zeker niet! Terwijl Coldplay na twee platen het beste al had gehad, blijft Elbow op een vrij constant niveau acteren, al vind ik deze net wat minder dan ‘Seldom Seen Kid’. Maar ach, dat was zwaar om die plaat te overtreffen. Al bij al hebben ze met deze nieuweling een goeie plaat afgeleverd; en ik ben er van overtuigd dat we in de toekomst nog wel enkele van die sterke platen mogen verwachten.
Een topplaat is dit echter niet. Het lange, aan Talk Talk refererende ‘The Birds’ mag dan wel een sterke opener zijn, en met ‘Lippy Kids’ volgt daarop het hoogtepunt van de plaat; na deze twee songs hadden we het beste reeds gehad. Na één luisterbeurt, welteverstaan. “Looking back is for the birds”, zingt Guy Garvey. Deze plaat gaat meer over zijn verleden, omdat hij over het heden helemaal niet meer te klagen heeft. daarom kijkt hij terug op zijn verleden, zoals in het met een prachtige tekst begiftigde ‘Lippy Kids’. Het gefluit in deze song geeft het ook een luchtig karakter, terwijl het toch overwegend zwaarmoedig klinkt. Dat geeft het nummer net het contrast dat het nodig heeft. Magistrale opbouw, ook, die spanning!
‘With Love’ geeft zichzelf pas prijs na een aantal luisterbeurten. Dat koortje is zo leuk, haast speels. Voor de rest misschien geen hoogvlieger, maar toch uiterst genietbaar (let ook op dat leuke pianolijntje, typisch Elbow!). ‘Neat Little Rows’ duwt het gaspedaal in, is misschien af en toe een beetje te opgeblazen voor het algemene karakter van deze plaat, maar tekstueel dan weer geweldig. “Lay my bones in cobblestones; lay my bones in neat little row”. Dat vind ik erg goed gevonden, en geeft de song de nodige dosis pit, eigenlijk.
‘Jesus Is A Rochdale Girl’ is dan weer een erg sober nummer, met een drijvend ritme weliswaar, maar toch. Ongekend sober voor Elbow, voor zover ik ze ken. Garvey fluistert bijna, ondersteund door akoestische gitaar. en om het niet saai te laten worden, gooit men er nog wat extra tussen (keyboard?). een frisse toets, had van mij nu niet echt gehoeven, maar het maakt de song zeker niet slechter. ‘The Night Will Always Win’ vind ik het zwakste nummer op de plaat, het weet me gewoonweg niet te boeien. Wat best vreemd is, want het herbergt toch enkele mooie elementen, zou je zeggen. Misschien ga ik ‘m ooit wel eens leren waarderen, maar thans vind ik er niet veel aan. Jammer, want zonder deze song zouden 4 sterren zeker gerechtvaardigd zijn geweest.
‘High Ideals’ is wel weer erg sterk, dus het is geen situatie van “de inspiratie was op”. Zulks vond ik ook moeilijk te geloven, van een band als Elbow. Het neigt weer wat meer naar vroeger werk van Elbow, met dat bombastische, volle geluid. Blazers en strijkers, in een razend interessant gevecht met elkaar verwikkeld. Solide songbasis, dankzij de basgitaar. Quasi willekeurig pianogetokkel. Garvey met z’n geweldig charismatische stem. ‘The River’ is van een geheel andere orde. Het waterige pianospel doet mij eerlijk gezegd wat denken aan Gazpacho, zulke bands. Tot Garvey begint te zingen, natuurlijk, want Garvey doet enkel denken aan… Garvey. Juist ja. Leuk nummer, dat zeker wel.
‘Open Arms’ is een meezinger, dat kondigt zich (helaas) een beetje te voorspelbaar aan van in het begin reeds. Dat hoor je aan het langzaam aanzwellende geluid, en wanneer het refrein dan losbarst, klinkt dat bij een eerste paar luisterbeurten wel vrij indrukwekkend, maar dat vermindert toch naarmate je deze plaat meer beluistert. Dan ga je de kleinere momenten wat meer waarderen. Zoals ‘The Birds (Reprise)’, een korte reprise van de opener, met een kippenvel creërende John Moseley (een acteur of zo, ken ‘m niet). Hij klinkt in ieder geval als een oude, doorleefde man die het allemaal al wel een keer gezien heeft. ‘Dear Friends’ is een waardige afsluiter, met een mooi, emotioneel thema. Het gitaarlijntje doet me, zoals eerder gezegd, aan Coldplay denken, maar daar houdt de vergelijking ook op. Elbow is Elbow, en heeft met ‘Build A Rocket Boys!’ toch weer een sterke plaat uitgebracht. Het mooiste tekstfragment vinden we terug in ‘Open Arms’: “And you are not the man who fell to earth; you’re the man of La Mancha”. Doet me denken aan windmolens.
3,5 sterren
Een topplaat is dit echter niet. Het lange, aan Talk Talk refererende ‘The Birds’ mag dan wel een sterke opener zijn, en met ‘Lippy Kids’ volgt daarop het hoogtepunt van de plaat; na deze twee songs hadden we het beste reeds gehad. Na één luisterbeurt, welteverstaan. “Looking back is for the birds”, zingt Guy Garvey. Deze plaat gaat meer over zijn verleden, omdat hij over het heden helemaal niet meer te klagen heeft. daarom kijkt hij terug op zijn verleden, zoals in het met een prachtige tekst begiftigde ‘Lippy Kids’. Het gefluit in deze song geeft het ook een luchtig karakter, terwijl het toch overwegend zwaarmoedig klinkt. Dat geeft het nummer net het contrast dat het nodig heeft. Magistrale opbouw, ook, die spanning!
‘With Love’ geeft zichzelf pas prijs na een aantal luisterbeurten. Dat koortje is zo leuk, haast speels. Voor de rest misschien geen hoogvlieger, maar toch uiterst genietbaar (let ook op dat leuke pianolijntje, typisch Elbow!). ‘Neat Little Rows’ duwt het gaspedaal in, is misschien af en toe een beetje te opgeblazen voor het algemene karakter van deze plaat, maar tekstueel dan weer geweldig. “Lay my bones in cobblestones; lay my bones in neat little row”. Dat vind ik erg goed gevonden, en geeft de song de nodige dosis pit, eigenlijk.
‘Jesus Is A Rochdale Girl’ is dan weer een erg sober nummer, met een drijvend ritme weliswaar, maar toch. Ongekend sober voor Elbow, voor zover ik ze ken. Garvey fluistert bijna, ondersteund door akoestische gitaar. en om het niet saai te laten worden, gooit men er nog wat extra tussen (keyboard?). een frisse toets, had van mij nu niet echt gehoeven, maar het maakt de song zeker niet slechter. ‘The Night Will Always Win’ vind ik het zwakste nummer op de plaat, het weet me gewoonweg niet te boeien. Wat best vreemd is, want het herbergt toch enkele mooie elementen, zou je zeggen. Misschien ga ik ‘m ooit wel eens leren waarderen, maar thans vind ik er niet veel aan. Jammer, want zonder deze song zouden 4 sterren zeker gerechtvaardigd zijn geweest.
‘High Ideals’ is wel weer erg sterk, dus het is geen situatie van “de inspiratie was op”. Zulks vond ik ook moeilijk te geloven, van een band als Elbow. Het neigt weer wat meer naar vroeger werk van Elbow, met dat bombastische, volle geluid. Blazers en strijkers, in een razend interessant gevecht met elkaar verwikkeld. Solide songbasis, dankzij de basgitaar. Quasi willekeurig pianogetokkel. Garvey met z’n geweldig charismatische stem. ‘The River’ is van een geheel andere orde. Het waterige pianospel doet mij eerlijk gezegd wat denken aan Gazpacho, zulke bands. Tot Garvey begint te zingen, natuurlijk, want Garvey doet enkel denken aan… Garvey. Juist ja. Leuk nummer, dat zeker wel.
‘Open Arms’ is een meezinger, dat kondigt zich (helaas) een beetje te voorspelbaar aan van in het begin reeds. Dat hoor je aan het langzaam aanzwellende geluid, en wanneer het refrein dan losbarst, klinkt dat bij een eerste paar luisterbeurten wel vrij indrukwekkend, maar dat vermindert toch naarmate je deze plaat meer beluistert. Dan ga je de kleinere momenten wat meer waarderen. Zoals ‘The Birds (Reprise)’, een korte reprise van de opener, met een kippenvel creërende John Moseley (een acteur of zo, ken ‘m niet). Hij klinkt in ieder geval als een oude, doorleefde man die het allemaal al wel een keer gezien heeft. ‘Dear Friends’ is een waardige afsluiter, met een mooi, emotioneel thema. Het gitaarlijntje doet me, zoals eerder gezegd, aan Coldplay denken, maar daar houdt de vergelijking ook op. Elbow is Elbow, en heeft met ‘Build A Rocket Boys!’ toch weer een sterke plaat uitgebracht. Het mooiste tekstfragment vinden we terug in ‘Open Arms’: “And you are not the man who fell to earth; you’re the man of La Mancha”. Doet me denken aan windmolens.
3,5 sterren
Elvis Presley - Elvis Country (I'm 10,000 Years Old) (1971)

4,5
3
geplaatst: 9 augustus 2022, 17:31 uur
Ik las ergens dat Elvis in juni 1970 een stuk of 35 tracks opnam, waaruit heel wat songs voor dit album werden gepuurd, maar ook een aantal op That's the Way It Is. En ik denk dat dit, zeker op termijn, wel 'ns mijn favoriete Elvis-periode zou kunnen gaan worden. Die laatste heb ik vreemd genoeg nog niet beluisterd, hoewel zo ongeveer elk nummer dat al op mijn radar is opgedoken, me wist te vervullen met een felle opgetogenheid.
Maar goed, om nu even bij dit album te komen: prachtige verzameling songs (ik heb de originele uitgave beluisterd, geen reissue), en het feit dat de tracks aaneen worden gelijmd door fragmentjes uit Elvis' versie van de traditional I Was Born About 10,000 Years Ago (waar de albumtitel al naar hint) kan bezwaarlijk het beste idee aller tijden genoemd worden, maar storen doet het me ook geenszins.
De titel van de plaat dekt wel echt de lading, verschillende onderstromen van het country-genre worden verkend, de rode draad is het werkelijk fabelachtig goede stemgeluid van Elvis op de liedjes (en dan wil ik zeker de emotionele aantrekkingskracht van de vocale staaltjes van The King niet vergeten); elke noot klinkt perfect, de synergie met de muzikanten is ook erg sterk. Charlie McCoy schittert, zoals wel vaker, op mondharmonica; de backings gaan niet zelden een geslaagde harmonie aan met de lead vocals van Elvis; de bas van Norbert Putnam klinkt zo goed en vet dat de beste man absoluut een naamsvermelding verdient. Jazeker, producer Felton Jarvis verdient ook een dikke pluim om de boel zo mooi samen te brengen!
Tijdens het beluisteren vandaag wist ik al vrij snel dat deze minstens 4 sterren zou opleveren (zet opener Snowbird als enige song op plaat, en dat rechtvaardigt reeds die score - ik overdrijf een beetje), maar dan komt de ene na de andere performance van buitengewone klasse voorbij dat het schier onmogelijk is het bij 3 à 4 favoriete tracks te houden.
En nu ben ik min of meer verplicht ook That's the Way It Is tot mij te nemen natuurlijk. Ga ik voor de originele uitgave? Of één van de meer lijvige varianten?
4,5 sterren
Maar goed, om nu even bij dit album te komen: prachtige verzameling songs (ik heb de originele uitgave beluisterd, geen reissue), en het feit dat de tracks aaneen worden gelijmd door fragmentjes uit Elvis' versie van de traditional I Was Born About 10,000 Years Ago (waar de albumtitel al naar hint) kan bezwaarlijk het beste idee aller tijden genoemd worden, maar storen doet het me ook geenszins.
De titel van de plaat dekt wel echt de lading, verschillende onderstromen van het country-genre worden verkend, de rode draad is het werkelijk fabelachtig goede stemgeluid van Elvis op de liedjes (en dan wil ik zeker de emotionele aantrekkingskracht van de vocale staaltjes van The King niet vergeten); elke noot klinkt perfect, de synergie met de muzikanten is ook erg sterk. Charlie McCoy schittert, zoals wel vaker, op mondharmonica; de backings gaan niet zelden een geslaagde harmonie aan met de lead vocals van Elvis; de bas van Norbert Putnam klinkt zo goed en vet dat de beste man absoluut een naamsvermelding verdient. Jazeker, producer Felton Jarvis verdient ook een dikke pluim om de boel zo mooi samen te brengen!
Tijdens het beluisteren vandaag wist ik al vrij snel dat deze minstens 4 sterren zou opleveren (zet opener Snowbird als enige song op plaat, en dat rechtvaardigt reeds die score - ik overdrijf een beetje), maar dan komt de ene na de andere performance van buitengewone klasse voorbij dat het schier onmogelijk is het bij 3 à 4 favoriete tracks te houden.
En nu ben ik min of meer verplicht ook That's the Way It Is tot mij te nemen natuurlijk. Ga ik voor de originele uitgave? Of één van de meer lijvige varianten?

4,5 sterren
Elvis Presley - Elvis Presley (1956)

4,5
4
geplaatst: 26 juli 2017, 20:49 uur
Een ware klassieker, dit debuut van Elvis Presley. In 28 minuten 36 seconden brengt hij twaalf liedjes ten berde, maar na dat kleine halfuur ben ik wel weggeblazen door 's mans kunnen. Elvis laat horen dat hij veel aankon, niet alleen als rock 'n roll-zanger, maar ook het wat tragere, romantischer klinkende werk wordt hier niet geschuwd. I Love You Because is daar wellicht het beste voorbeeld van; een waar pareltje!
Toch zijn het de vinnige songs, met heel wat swing en schwung, die het meest tot de verbeelding spreken. Ik kan me zeer levendig inbeelden dat, toen dit in de jaren '50 uitkwam, de luisteraar na opener Blue Suede Shoes alles wat hij eerder in z'n leven had gehoord onder de mat veegde. Hetzelfde geldt, in iets mindere mate, voor I Got a Woman en Tutti Frutti, hoewel Little Richard Elvis een jaartje later met hetzelfde nummer op grandioze wijs de loef zou afsteken; zijn versie van één der meest ultieme rock 'n rollsongs is onovertroffen.
Mensen die niet helemaal bekend zijn met Elvis (bestaan die dan wel?), kan ik dit album met veel warmte aanbevelen, evenzeer zelfs als de meeste compilaties. Elk nummer op dit album zal namelijk wel een belletje doen rinkelen, wat deels ook de kracht is van deze plaat. Voor het overige is er maar één die hier de show steelt, en dat is Elvis.
4,5 sterren
Toch zijn het de vinnige songs, met heel wat swing en schwung, die het meest tot de verbeelding spreken. Ik kan me zeer levendig inbeelden dat, toen dit in de jaren '50 uitkwam, de luisteraar na opener Blue Suede Shoes alles wat hij eerder in z'n leven had gehoord onder de mat veegde. Hetzelfde geldt, in iets mindere mate, voor I Got a Woman en Tutti Frutti, hoewel Little Richard Elvis een jaartje later met hetzelfde nummer op grandioze wijs de loef zou afsteken; zijn versie van één der meest ultieme rock 'n rollsongs is onovertroffen.
Mensen die niet helemaal bekend zijn met Elvis (bestaan die dan wel?), kan ik dit album met veel warmte aanbevelen, evenzeer zelfs als de meeste compilaties. Elk nummer op dit album zal namelijk wel een belletje doen rinkelen, wat deels ook de kracht is van deze plaat. Voor het overige is er maar één die hier de show steelt, en dat is Elvis.
4,5 sterren
Enslaved - Axioma Ethica Odini (2010)

4,5
1
geplaatst: 11 december 2012, 20:27 uur
Het gebruiken van zowel cleane zang als harsh vocals is een machtsspelletje; het is bijzonder moeilijk om de balans te vinden, de strijd mondt meestal uit in een groot slachtveld. Er zijn bands die erin slagen de duivelskerk in het middel te houden, en daaruit vloeit dan niet zelden een glorieus meesterwerk. Opeth is daar straf in, hoewel ook lang niet altijd succesvol, maar een andere band die hier een flink handje van weg heeft, is het Noorse Enslaved.
Enslaved begon in de black metal, met invloeden van het zogenaamde vikingmetal, en folkmuziek. Heden ten dage zijn ze nog steeds vooral georiënteerd op de black metal, maar is de nevenfocus komen te liggen op prog. Dat is duidelijk voelbaar in de laatste nieuwe, ‘RIITIIR’, maar ook op ‘Axioma Ethica Odini’, de voorganger, die wat mij betreft op betrekkelijk eenzame hoogte staat in zijn genre, waren die invloeden al te horen. Ze worden gebruikt om een hecht geheel te smeden, net zoals daarvoor, maar dan op een andere manier.
‘Ethica Odini’ is de gedroomde opener, en tegelijk hangt het risico van een dooddoener in de lucht. Want wat voor verwachtingen schep je als je, na toch al niet misse platen in het verleden te hebben gemaakt, als je zo’n fantastische song op de metalminnende mensheid loslaat? Ontzettend hoge, inderdaad. Alles klopt aan dit nummer, dat in mijn top 3 mag staan wat betreft metalsongs. Een prachtige lead riff, mooie versmelting van clean en harsh vocals, een intense gitaarsolo ook. En de heren zijn ook nog eens slim genoeg geweest om na die solo (mijn hoogtepunt van het album) niet nog eens de riff te spelen, maar kalm naar het einde te dobberen, het tempo even laten zakken, zodat de volgende song ook ontzettend goed binnenkomt.
En dat ‘Raidho’ binnenkomt, staat vast. En hoe! Kenmerkend gitaarwerk, een kille sfeer wordt neergezet. Ik krijg spontaan heimwee naar het Hoge Noorden, terwijl ik er nooit ben geweest. Weer zo’n van gitaarsolo met een emotionele snik in. Buigen of breken. Helemaal aan het eind nog een solo. Van een keuze is geen sprake meer; breken zal je. ‘Waruun’ kent een vrij lange intro (met angstaanjagende vocalen), en is één van de meest diverse nummers op de plaat. Hier zijn de invloeden van progrock- en metal misschien wel het duidelijkst voelbaar van al. Het refrein vind ik bijzonder sterk; alsof een hele menigte in je nek zit te hijgen, zo naderbij komt Enslaved. De vele tempowisselingen houden de song bijzonder boeiend. Tot hier nog geen inzakking, eigenlijk doen deze twee songs zelfs nauwelijks onder voor de opener.
‘The Beacon’ gaat meteen razend van start, met die typische wat versleten klinkende rochel van Grutle Kjellson. Maar ook dit is weer een nummer met enorme diversiteit in zich. Weer een demonische riff, die door een andere gitaar nog eens half wordt overspoeld; het is geen simpele kant-en-klaarmuziek, de luisteraar moet ervoor gaan zitten, maar dan krijg je ook echt waar voor je geld. ‘Axioma’ is een atmosferisch tussenstuk, dat er op het eerste gehoor niet echt bij hoort, maar toch wel zijn plaatsje verdient. De korte tekst is poëzie in mijn oren:
“Mind not the worshippers of punishment;
Un-growers and resisters;
Close your eyes, sense the below;
Torment and separation points ahead;
Set ablaze like steel through skin;
Fear not the settlement with those who fear the truth;
Leave now, bid farewell with no grief;
Their words have no power;
The forces will roam and return.”
Een ambient gedicht, zeg maar.
Of de opmaat voor ‘Giants’, een andere manier om het te bekijken. Een film over reuzen, goden, duivels, epische gevechten; dit nummer zou daarbij de perfecte soundtrack zijn. Bij voorkeur afgespeeld bij de ultieme oorlog op leven en dood. Ik herken ook wat doom-invloeden; zo klinken enkele passages loodzwaar, een opeenstapeling van heftige gitaar- en drumpatronen. Ook dat mag gezegd; Cato Bekkevold, drummer, is een waar beest.
Ook ‘Singular’ is weer een pareltje. Veel afwisseling, en qua geluid aanleunend bij voorganger ‘Giants’ (ook qua thematiek, trouwens). Een bepaalde gitaarpassage doet me vaag aan Opeth denken, maar dit is zeker niet een kloon van Opeth; wat Opeth voor death metal is, is Enslaved voor black metal. Beide bands hebben grenzen verlegd, al is het in het geval van Opeth alweer een tijdje geleden. Ik vind Enslaved woester. Als men de hoeveelheid samengebalde woede uit zo’n song als ‘Singular’ loslaat, dan vallen er misschien doden. Bij manier van spreken.
‘Night Sight’ pakt het snuifje Opeth uit de vorige song en doet het in een grote mixer, om met enkele eigen geheime ingrediënten een melancholische intro neer te zetten. Dit is de enige passage op het album die doet denken aan de herfst; de rest vindt zijn weerga in barre wintertemperaturen, compleet met striemende ijswinden. Na goed twee minuten mondt dit zelfs ietwat gezellige intro uit in een black metalfestijn, de luisteraar kan maar beter gauw ontwaken en die pantoffels uitdoen; er valt weer gitzwarte sneeuw uit de hemel in de vorm van de duistere gitaarpartijen van Ivar Bjornson en Ice Dale. Onderweg liggen nog een paar rustige tussenstukken, maar de ijzingwekkende bruutheid wint het toch veruit.
‘Lightening’ is de afsluiter, en hoe kan je beter het begin van het einde inluiden met een iconische, apocalyptische gitaarriff als in dit nummer? Het refrein is pure evil, in verrassende tegenstelling tot de rest van de tekst. Het lijkt de apologie van een Januskoning. De teksten van Enslaved zijn sowieso interessant te noemen. Noorse mythologie, oorlogsgeschiedenis, heraldiek, filosofie. Het is niet zomaar rechttoe rechtaan te noemen, en ook voor de teksten moet je tijd nemen. Het laten inwerken.
Met een titel die ervan uit gaat dat de Noorse oppergod ethiek hoog in het vaandel draagt (al geeft de term “axioma” wat mij betreft eerder aan dat er niet te redetwisten valt over deze schijnbare waarheid), blijft Enslaved lyricaal gezien op bekend terrein. Muzikaal vind ik het echter een bescheiden aardverschuiving, en ze hebben deze ontwikkeling verder doorgezet op het volgende album. ‘Axioma Ethica Odini’ is echter het hoogtepunt uit het oeuvre van Enslaved tot nu toe, en de vraag is of hier ooit nog verandering in gaat komen..
4,5 sterren
Enslaved begon in de black metal, met invloeden van het zogenaamde vikingmetal, en folkmuziek. Heden ten dage zijn ze nog steeds vooral georiënteerd op de black metal, maar is de nevenfocus komen te liggen op prog. Dat is duidelijk voelbaar in de laatste nieuwe, ‘RIITIIR’, maar ook op ‘Axioma Ethica Odini’, de voorganger, die wat mij betreft op betrekkelijk eenzame hoogte staat in zijn genre, waren die invloeden al te horen. Ze worden gebruikt om een hecht geheel te smeden, net zoals daarvoor, maar dan op een andere manier.
‘Ethica Odini’ is de gedroomde opener, en tegelijk hangt het risico van een dooddoener in de lucht. Want wat voor verwachtingen schep je als je, na toch al niet misse platen in het verleden te hebben gemaakt, als je zo’n fantastische song op de metalminnende mensheid loslaat? Ontzettend hoge, inderdaad. Alles klopt aan dit nummer, dat in mijn top 3 mag staan wat betreft metalsongs. Een prachtige lead riff, mooie versmelting van clean en harsh vocals, een intense gitaarsolo ook. En de heren zijn ook nog eens slim genoeg geweest om na die solo (mijn hoogtepunt van het album) niet nog eens de riff te spelen, maar kalm naar het einde te dobberen, het tempo even laten zakken, zodat de volgende song ook ontzettend goed binnenkomt.
En dat ‘Raidho’ binnenkomt, staat vast. En hoe! Kenmerkend gitaarwerk, een kille sfeer wordt neergezet. Ik krijg spontaan heimwee naar het Hoge Noorden, terwijl ik er nooit ben geweest. Weer zo’n van gitaarsolo met een emotionele snik in. Buigen of breken. Helemaal aan het eind nog een solo. Van een keuze is geen sprake meer; breken zal je. ‘Waruun’ kent een vrij lange intro (met angstaanjagende vocalen), en is één van de meest diverse nummers op de plaat. Hier zijn de invloeden van progrock- en metal misschien wel het duidelijkst voelbaar van al. Het refrein vind ik bijzonder sterk; alsof een hele menigte in je nek zit te hijgen, zo naderbij komt Enslaved. De vele tempowisselingen houden de song bijzonder boeiend. Tot hier nog geen inzakking, eigenlijk doen deze twee songs zelfs nauwelijks onder voor de opener.
‘The Beacon’ gaat meteen razend van start, met die typische wat versleten klinkende rochel van Grutle Kjellson. Maar ook dit is weer een nummer met enorme diversiteit in zich. Weer een demonische riff, die door een andere gitaar nog eens half wordt overspoeld; het is geen simpele kant-en-klaarmuziek, de luisteraar moet ervoor gaan zitten, maar dan krijg je ook echt waar voor je geld. ‘Axioma’ is een atmosferisch tussenstuk, dat er op het eerste gehoor niet echt bij hoort, maar toch wel zijn plaatsje verdient. De korte tekst is poëzie in mijn oren:
“Mind not the worshippers of punishment;
Un-growers and resisters;
Close your eyes, sense the below;
Torment and separation points ahead;
Set ablaze like steel through skin;
Fear not the settlement with those who fear the truth;
Leave now, bid farewell with no grief;
Their words have no power;
The forces will roam and return.”
Een ambient gedicht, zeg maar.
Of de opmaat voor ‘Giants’, een andere manier om het te bekijken. Een film over reuzen, goden, duivels, epische gevechten; dit nummer zou daarbij de perfecte soundtrack zijn. Bij voorkeur afgespeeld bij de ultieme oorlog op leven en dood. Ik herken ook wat doom-invloeden; zo klinken enkele passages loodzwaar, een opeenstapeling van heftige gitaar- en drumpatronen. Ook dat mag gezegd; Cato Bekkevold, drummer, is een waar beest.
Ook ‘Singular’ is weer een pareltje. Veel afwisseling, en qua geluid aanleunend bij voorganger ‘Giants’ (ook qua thematiek, trouwens). Een bepaalde gitaarpassage doet me vaag aan Opeth denken, maar dit is zeker niet een kloon van Opeth; wat Opeth voor death metal is, is Enslaved voor black metal. Beide bands hebben grenzen verlegd, al is het in het geval van Opeth alweer een tijdje geleden. Ik vind Enslaved woester. Als men de hoeveelheid samengebalde woede uit zo’n song als ‘Singular’ loslaat, dan vallen er misschien doden. Bij manier van spreken.
‘Night Sight’ pakt het snuifje Opeth uit de vorige song en doet het in een grote mixer, om met enkele eigen geheime ingrediënten een melancholische intro neer te zetten. Dit is de enige passage op het album die doet denken aan de herfst; de rest vindt zijn weerga in barre wintertemperaturen, compleet met striemende ijswinden. Na goed twee minuten mondt dit zelfs ietwat gezellige intro uit in een black metalfestijn, de luisteraar kan maar beter gauw ontwaken en die pantoffels uitdoen; er valt weer gitzwarte sneeuw uit de hemel in de vorm van de duistere gitaarpartijen van Ivar Bjornson en Ice Dale. Onderweg liggen nog een paar rustige tussenstukken, maar de ijzingwekkende bruutheid wint het toch veruit.
‘Lightening’ is de afsluiter, en hoe kan je beter het begin van het einde inluiden met een iconische, apocalyptische gitaarriff als in dit nummer? Het refrein is pure evil, in verrassende tegenstelling tot de rest van de tekst. Het lijkt de apologie van een Januskoning. De teksten van Enslaved zijn sowieso interessant te noemen. Noorse mythologie, oorlogsgeschiedenis, heraldiek, filosofie. Het is niet zomaar rechttoe rechtaan te noemen, en ook voor de teksten moet je tijd nemen. Het laten inwerken.
Met een titel die ervan uit gaat dat de Noorse oppergod ethiek hoog in het vaandel draagt (al geeft de term “axioma” wat mij betreft eerder aan dat er niet te redetwisten valt over deze schijnbare waarheid), blijft Enslaved lyricaal gezien op bekend terrein. Muzikaal vind ik het echter een bescheiden aardverschuiving, en ze hebben deze ontwikkeling verder doorgezet op het volgende album. ‘Axioma Ethica Odini’ is echter het hoogtepunt uit het oeuvre van Enslaved tot nu toe, en de vraag is of hier ooit nog verandering in gaat komen..
4,5 sterren
Equal Idiots - Eagle Castle BBQ (2017)

3,5
2
geplaatst: 11 augustus 2017, 21:19 uur
Eagle Castle BBQ is het langspeeldebuut van Equal Idiots, een band uit Hoogstraten, een dorp dat niet eens zo gek ver van mijn eigen woonplaats ligt. Deze band brak vorig jaar helemaal door; ze wonnen De Nieuwe Lichting van Studio Brussel en bereikten de finale van HUMO's Rock Rally.
De singles Salmon Pink en vooral Put My Head in the Ground doen erg aan The Hives denken, maar verder laat de band horen dat ze aandachtig naar zowat alle wat stevigere indie- en garagerockbandjes van de laatste jaren hebben geluisterd. Zo moet ik meermaals aan Arctic Monkeys denken, en doet de wat zeurderig overkomende stem van Thibault Christiaensen wat aan Jan Paternoster denken. Net als diens band The Black Box Revelation bestaat Equal Idiots uit slechts twee man, want naast Christiaensen (die naast de zang ook het gitaarwerk voor z'n rekening neemt), heb je ook nog Pieter Bruurs op drums.
De rauwe randjes zorgen ervoor dat de associatie met punkrock wordt gelegd, en dat vind ik best fijn. De heftigere songs barsten van de energie; het spelplezier spat er ook vanaf. Af en toe neemt de band wat gas terug, en vooral in de wat langere songs Toothpaste Jacky en Money Man Midas laat de band een interessant geluid horen, dat perspectieven biedt voor de toekomst. Als ik daar de aanstekelijkheid bij optel, weet ik dat we van Equal Idiots het laatste nog niet gehoord hebben.
De muziek van Equal Idiots mag dan niet baanbrekend zijn, ik kan het album eenieder ten zeerste aanbevelen. Omwille van de energie, omwille van het plezier. Omdat het bruist.
3,5 sterren
De singles Salmon Pink en vooral Put My Head in the Ground doen erg aan The Hives denken, maar verder laat de band horen dat ze aandachtig naar zowat alle wat stevigere indie- en garagerockbandjes van de laatste jaren hebben geluisterd. Zo moet ik meermaals aan Arctic Monkeys denken, en doet de wat zeurderig overkomende stem van Thibault Christiaensen wat aan Jan Paternoster denken. Net als diens band The Black Box Revelation bestaat Equal Idiots uit slechts twee man, want naast Christiaensen (die naast de zang ook het gitaarwerk voor z'n rekening neemt), heb je ook nog Pieter Bruurs op drums.
De rauwe randjes zorgen ervoor dat de associatie met punkrock wordt gelegd, en dat vind ik best fijn. De heftigere songs barsten van de energie; het spelplezier spat er ook vanaf. Af en toe neemt de band wat gas terug, en vooral in de wat langere songs Toothpaste Jacky en Money Man Midas laat de band een interessant geluid horen, dat perspectieven biedt voor de toekomst. Als ik daar de aanstekelijkheid bij optel, weet ik dat we van Equal Idiots het laatste nog niet gehoord hebben.
De muziek van Equal Idiots mag dan niet baanbrekend zijn, ik kan het album eenieder ten zeerste aanbevelen. Omwille van de energie, omwille van het plezier. Omdat het bruist.
3,5 sterren
Eriksson Delcroix - The Riverside Hotel (2019)

3,5
0
geplaatst: 29 juni 2019, 21:21 uur
Een uitgebreide review ga ik hier niet neerpennen; dat hebben Lura en erwinz al meer dan prima gedaan. Wat ik wel kwijt wil, is dat dit een fijne plaat is geworden, en niet meteen wat ik ervan had verwacht.
Op Riverside Hotel bedient het koppel bestaande uit Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix zich namelijk van een rist aan genres, die wellicht als gemene deler de Amerikaanse muzikale heimat hebben. De geschiedenis van het hotel waar de plaat naar werd vernoemd, werd hierboven reeds uit de doeken gedaan. De albumhoes is een fraaie allegorische tekening van één van de bandleden, bassist Peter Pask.
Wat op het eerste zich misschien wel wat eigenaardig kan zijn, is het feit dat het merendeel van de songs in het Frans gezongen worden. Ben je echter op de hoogte van de geschiedenis van de staat Louisiana, is dat allang niet meer zo opmerkelijk, want die staat werd genoemd naar Louis XIV, ook wel bekend als de Zonnekoning. Het land was dan ook eerst in bezit van de Fransen (akkoord, ontdekt door de Spanjaarden, maar die hadden niet zoveel interesse in het gebied), wat ook nog doorschemert in heel wat plaatsnamen, waaronder hoofdstad Baton Rouge. In 1803 werd het gebied verkocht aan de VS, enige jaren later werd het de 18de staat. Tot zover de geschiedenisles.
De muziek dan. Opvallend divers, elke song lijkt wel van een andere plaat te komen. Heel wat genres passeren, zoals gezegd, de revue, maar een boeltje wordt het nooit. Wel is duidelijk dat Eriksson, Delcroix en kompanen (waaronder ook papa Eriksson op accordeon en banjo) zich enorm hebben geamuseerd met dit project. En dat heeft een positieve weerslag op het eindproduct.
De kleurrijke instrumentatie roept vaak een feest op in de zompige moerassen van Louisiana. Het is er veertig graden in de zon, en bij elke feestganger is er wel een hoek af. Louisiana Hot enerverend, Hex bezwerend, La Danse de Mardi Gras is lief, J'ai Eté au Bal de perfecte afsluiter. Het feest duurt nog geen veertig minuten, maar je hebt dan wel alle hoeken van de kamer gezien.
Niet wat ik verwacht had, dus. En zo blijkt maar weer dat verwachtingen niet altijd moeten stroken met de werkelijkheid en de beleving.
3,5 sterren
Op Riverside Hotel bedient het koppel bestaande uit Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix zich namelijk van een rist aan genres, die wellicht als gemene deler de Amerikaanse muzikale heimat hebben. De geschiedenis van het hotel waar de plaat naar werd vernoemd, werd hierboven reeds uit de doeken gedaan. De albumhoes is een fraaie allegorische tekening van één van de bandleden, bassist Peter Pask.
Wat op het eerste zich misschien wel wat eigenaardig kan zijn, is het feit dat het merendeel van de songs in het Frans gezongen worden. Ben je echter op de hoogte van de geschiedenis van de staat Louisiana, is dat allang niet meer zo opmerkelijk, want die staat werd genoemd naar Louis XIV, ook wel bekend als de Zonnekoning. Het land was dan ook eerst in bezit van de Fransen (akkoord, ontdekt door de Spanjaarden, maar die hadden niet zoveel interesse in het gebied), wat ook nog doorschemert in heel wat plaatsnamen, waaronder hoofdstad Baton Rouge. In 1803 werd het gebied verkocht aan de VS, enige jaren later werd het de 18de staat. Tot zover de geschiedenisles.

De muziek dan. Opvallend divers, elke song lijkt wel van een andere plaat te komen. Heel wat genres passeren, zoals gezegd, de revue, maar een boeltje wordt het nooit. Wel is duidelijk dat Eriksson, Delcroix en kompanen (waaronder ook papa Eriksson op accordeon en banjo) zich enorm hebben geamuseerd met dit project. En dat heeft een positieve weerslag op het eindproduct.
De kleurrijke instrumentatie roept vaak een feest op in de zompige moerassen van Louisiana. Het is er veertig graden in de zon, en bij elke feestganger is er wel een hoek af. Louisiana Hot enerverend, Hex bezwerend, La Danse de Mardi Gras is lief, J'ai Eté au Bal de perfecte afsluiter. Het feest duurt nog geen veertig minuten, maar je hebt dan wel alle hoeken van de kamer gezien.
Niet wat ik verwacht had, dus. En zo blijkt maar weer dat verwachtingen niet altijd moeten stroken met de werkelijkheid en de beleving.
3,5 sterren
