Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Okkervil River - I Am Very Far (2011)

3,0
0
geplaatst: 3 oktober 2011, 19:06 uur
'I Am Very Far', mijn eerste kennismaking met Okkervil River. Nou ja, als je die samenwerking met Roky Erickson van vorig jaar niet meetelt, natuurlijk. Eigenlijk moet je die wel meetellen, dus ik beken; niet mijn eerste kennismaking met Okkervil River.
Wat me gelijk vanaf het begin opvalt, is de zang van Will Sheff. Niet bepaald m'n ding, maar het straalt een zekere elegantie uit, waardoor ik op sommige momenten (vooral wanneer de instrumentatie sterk is) toch overstag ga. Voorbeelden daarvan zijn 'We Need a Myth' en het lieflijke 'Mermaid'. Niet elk nummer is een voltreffer, maar onder andere die twee doen het toch wel voor mij.
Helaas zijn dat uitzonderingen, en ontstijgt het merendeel van de nummers de middelmaat niet. De eerste twee nummers vind ik zelfs ronduit vervelend klinken, nogal slappe popsongs. Dan is afsluiter 'The Rise' andere koek; waarom dat zo is, dat hoef ik niet meer te vertellen, dat heeft west hierboven al gedaan in zijn mooi geschreven review.
De meest opvallende conclusie die ik trek na de 51 minuten die dit plaatje duurt, is dat ik Okkervil River beter vind als ondersteunend element, op de achtergrond. Als begeleiders van Roky Erickson deden ze het geweldig, echt een heel goeie plaat met nogal wat sterke songs, mede dankzij Okkervil River. Nu ik eindelijk ook een plaat van hen alleen heb beluisterd, ben ik lichtjes teleurgesteld, had er toch iets meer van verwacht. Maar eens teruggrijpen naar ouder werk, dan?
3 sterren
Wat me gelijk vanaf het begin opvalt, is de zang van Will Sheff. Niet bepaald m'n ding, maar het straalt een zekere elegantie uit, waardoor ik op sommige momenten (vooral wanneer de instrumentatie sterk is) toch overstag ga. Voorbeelden daarvan zijn 'We Need a Myth' en het lieflijke 'Mermaid'. Niet elk nummer is een voltreffer, maar onder andere die twee doen het toch wel voor mij.
Helaas zijn dat uitzonderingen, en ontstijgt het merendeel van de nummers de middelmaat niet. De eerste twee nummers vind ik zelfs ronduit vervelend klinken, nogal slappe popsongs. Dan is afsluiter 'The Rise' andere koek; waarom dat zo is, dat hoef ik niet meer te vertellen, dat heeft west hierboven al gedaan in zijn mooi geschreven review.
De meest opvallende conclusie die ik trek na de 51 minuten die dit plaatje duurt, is dat ik Okkervil River beter vind als ondersteunend element, op de achtergrond. Als begeleiders van Roky Erickson deden ze het geweldig, echt een heel goeie plaat met nogal wat sterke songs, mede dankzij Okkervil River. Nu ik eindelijk ook een plaat van hen alleen heb beluisterd, ben ik lichtjes teleurgesteld, had er toch iets meer van verwacht. Maar eens teruggrijpen naar ouder werk, dan?
3 sterren
Opeth - Heritage (2011)

3,5
0
geplaatst: 16 december 2011, 19:49 uur
Liefde voor de progrock uit de 70’s. Liefde voor bands als King Crimson, Pink Floyd, Jethro Tull en Camel. Dat hoor je erg duidelijk terug op deze nieuwe plaat van Opeth. De grunts zijn volledig achterwege gelaten, en metal kan je dit bezwaarlijk noemen. Al zijn er zeker metalen randjes. ‘The Devil’s Orchard’ weet er op sommige momenten nog aardig de beuk in te gooien, en ‘Slither’ is een eerbetoon aan de betreurde Ronnie James Dio; dat kan je moeilijk op een stille manier doen, natuurlijk.
Maar voor het overige is het epische lawaai van platen als ‘Morningrise’, ‘Still Life’ en ‘Ghost Reveries’ ver te zoeken. ‘Heritage’ gaat meer de kant van de progrock op, en dat is een bewuste keuze geweest; Opeth is nooit een band geweest die twee keer hetzelfde wil produceren. Met Steven Wilson als producer (naast Akerfeldt) heb je voor dit geluid de ideale man in huis; hij heeft zijn sporen al verdiend met de band Porcupine Tree, maar ook zijn nieuwe plaat (‘Grace for Drowning’), is zeer de moeite.
Het eerste wat me bij een CD (als ik ‘m fysiek in bezit heb, ik doe m’n best) opvalt, is de hoes. De hoes van ‘Heritage’ is gelijk opvallend, met felle kleuren. De gezichten van de bandleden hangen in een boom (doet me denken aan the tree of life); een lange rij mensen schuifelt beetje bij beetje dichterbij, om één voor één de boom en zijn vruchten te mogen aanschouwen. Een detail dat me pas later opviel, doet me beseffen dat dit eerder the tree of death is; er liggen aan de stam van de boom namelijk verschillende schedels, de één al wat meer afgestorven als de andere. Demonische wezens kijken mee van op een afstandje. In de verte staat een stad in lichterlaaie.
Op elke hoes van Opeth is zwart de overheersende kleur geweest. Tot nu. Het is feller, lichter, opvallender. Ik vind het persoonlijk een mooie hoes, maar ik heb hier ook al gelezen dat de meningen daarover verdeeld zijn.
De muziek zelf dan maar. Een mooi, sfeervol piano-introotje (dat doet denken aan landgenoot Jan Johansson) effent het pad voor ‘The Devil’s Orchard’, de beresterke track die al eerder vrij was gegeven. Dat is dan ook de song die ik het meest heb beluisterd van het album, en die ken ik ook het beste. “God is dead”, is het motto van deze song. Een gevarieerd nummer. ‘I Feel the Dark’ klinkt behoorlijk jazzy, en heeft ook duidelijk invloeden van King Crimson (sommige gitaarstukken doen me daaraan denken). ‘Slither’ is heavy metal, met een progressief tintje. Er wordt geweldig op los gesoleerd.
Dat dit een erg jazzy plaat is, bewijst ‘Nepenthe’. Rustig, sfeervol, warm. Er wordt niets overhaast, bovendien zingt Akerfeldt erg goed. Soms schakelt men een versnelling hoger, met lekker gitaarwerk van dien. Zwakke broer op de plaat vind ik ‘The Lines in My Hand’. Dit vind ik niet zo’n bijster interessant nummer, omdat het nogal bleek afsteekt tegenover de andere nummers. Ik vind het een beetje te gewoon.
Meer dan eens doet een passage me erg denken aan andere bands (zoals die fluitjes in ‘ ‘, die doen me aan Jethro Tull denken), maar Akerfeldt heeft zelf ook aangegeven dat dit een soort van eerbewijs is aan de grote progbands die ik in het begin al aanhaalde. Daarom neem ik het hen niet kwalijk. Met ‘Marrow of the Earth’ krijgt ‘Heritage’ een passende afsluiter; een variatie op de intro, maar dan op gitaar in plaats van op piano. Ik krijg er nog altijd kippenvel van.
Er zijn van die bands die bijna gegarandeerd kwaliteit afleveren, en Opeth is daar één van. Ook ‘Heritage’ is weer vakwerk van de bovenste plank. Toch mis ik de grunts, en al het epische geweld van dien. Een verpletterende indruk, zoals bij ‘Morningrise’, ‘Still Life’, ‘Blackwater Park’, en dergelijke, laat deze plaat dus niet na. Maar het is zeker een goeie.
3,5 sterren
Maar voor het overige is het epische lawaai van platen als ‘Morningrise’, ‘Still Life’ en ‘Ghost Reveries’ ver te zoeken. ‘Heritage’ gaat meer de kant van de progrock op, en dat is een bewuste keuze geweest; Opeth is nooit een band geweest die twee keer hetzelfde wil produceren. Met Steven Wilson als producer (naast Akerfeldt) heb je voor dit geluid de ideale man in huis; hij heeft zijn sporen al verdiend met de band Porcupine Tree, maar ook zijn nieuwe plaat (‘Grace for Drowning’), is zeer de moeite.
Het eerste wat me bij een CD (als ik ‘m fysiek in bezit heb, ik doe m’n best) opvalt, is de hoes. De hoes van ‘Heritage’ is gelijk opvallend, met felle kleuren. De gezichten van de bandleden hangen in een boom (doet me denken aan the tree of life); een lange rij mensen schuifelt beetje bij beetje dichterbij, om één voor één de boom en zijn vruchten te mogen aanschouwen. Een detail dat me pas later opviel, doet me beseffen dat dit eerder the tree of death is; er liggen aan de stam van de boom namelijk verschillende schedels, de één al wat meer afgestorven als de andere. Demonische wezens kijken mee van op een afstandje. In de verte staat een stad in lichterlaaie.
Op elke hoes van Opeth is zwart de overheersende kleur geweest. Tot nu. Het is feller, lichter, opvallender. Ik vind het persoonlijk een mooie hoes, maar ik heb hier ook al gelezen dat de meningen daarover verdeeld zijn.
De muziek zelf dan maar. Een mooi, sfeervol piano-introotje (dat doet denken aan landgenoot Jan Johansson) effent het pad voor ‘The Devil’s Orchard’, de beresterke track die al eerder vrij was gegeven. Dat is dan ook de song die ik het meest heb beluisterd van het album, en die ken ik ook het beste. “God is dead”, is het motto van deze song. Een gevarieerd nummer. ‘I Feel the Dark’ klinkt behoorlijk jazzy, en heeft ook duidelijk invloeden van King Crimson (sommige gitaarstukken doen me daaraan denken). ‘Slither’ is heavy metal, met een progressief tintje. Er wordt geweldig op los gesoleerd.
Dat dit een erg jazzy plaat is, bewijst ‘Nepenthe’. Rustig, sfeervol, warm. Er wordt niets overhaast, bovendien zingt Akerfeldt erg goed. Soms schakelt men een versnelling hoger, met lekker gitaarwerk van dien. Zwakke broer op de plaat vind ik ‘The Lines in My Hand’. Dit vind ik niet zo’n bijster interessant nummer, omdat het nogal bleek afsteekt tegenover de andere nummers. Ik vind het een beetje te gewoon.
Meer dan eens doet een passage me erg denken aan andere bands (zoals die fluitjes in ‘ ‘, die doen me aan Jethro Tull denken), maar Akerfeldt heeft zelf ook aangegeven dat dit een soort van eerbewijs is aan de grote progbands die ik in het begin al aanhaalde. Daarom neem ik het hen niet kwalijk. Met ‘Marrow of the Earth’ krijgt ‘Heritage’ een passende afsluiter; een variatie op de intro, maar dan op gitaar in plaats van op piano. Ik krijg er nog altijd kippenvel van.
Er zijn van die bands die bijna gegarandeerd kwaliteit afleveren, en Opeth is daar één van. Ook ‘Heritage’ is weer vakwerk van de bovenste plank. Toch mis ik de grunts, en al het epische geweld van dien. Een verpletterende indruk, zoals bij ‘Morningrise’, ‘Still Life’, ‘Blackwater Park’, en dergelijke, laat deze plaat dus niet na. Maar het is zeker een goeie.
3,5 sterren
Oprichnik - Into the Northern Forest (2013)

2,5
0
geplaatst: 14 oktober 2013, 20:39 uur
Oprichnik is het alias van de Canadees Phil Billingham, en 'Into the Northern Forest' is zijn debuutplaat. Het is een donker, somber black metalalbum geworden, met ook een opvallende ruimte voor de keyboards. Billingham heeft letterlijk alles voor zijn rekening genomen, van de vocals over de gitaren tot de toetsen. Dat dit een single man effort is, laat zich evenwel niet meteen horen.
'Into the Northern Forest' is een plaat haar inspiratie haalt uit de muziek van bands als Drudkh, waarin de natuur altijd een belangrijke rol speelt. Ook een minder bekende band als Panopticon zou je kunnen aanhalen, al is die veel diverser.
En dan zijn we ook meteen bij het grootste probleem van deze plaat; het is zeker goed, maar gewoon teveel van hetzelfde. Daarom heb je met de opener, die nog wel een verrassend effect heeft, het voornaamste al gehoord. Ik ga niet zeggen dat de resterende drie composities overbodig zijn, maar ze gaan een beetje aan me voorbij, mijn aandacht gaat in dalende lijn. En dat is nooit een goed teken.
Ik denk dat 'Into th Northern Forest' vooral niet genoeg op de adem trapt; ik blijf er tamelijk lauw bij, terwijl echt goeie black metal me een rollercoaster aan emoties laat ondergaan, van stille verwondering tot maniakale razernij. Dit is kwalitatief gezien ook wel goed (geschikte, grauwe productie ook), maar het is 'm gewoon niet..
2,5 sterren
'Into the Northern Forest' is een plaat haar inspiratie haalt uit de muziek van bands als Drudkh, waarin de natuur altijd een belangrijke rol speelt. Ook een minder bekende band als Panopticon zou je kunnen aanhalen, al is die veel diverser.
En dan zijn we ook meteen bij het grootste probleem van deze plaat; het is zeker goed, maar gewoon teveel van hetzelfde. Daarom heb je met de opener, die nog wel een verrassend effect heeft, het voornaamste al gehoord. Ik ga niet zeggen dat de resterende drie composities overbodig zijn, maar ze gaan een beetje aan me voorbij, mijn aandacht gaat in dalende lijn. En dat is nooit een goed teken.
Ik denk dat 'Into th Northern Forest' vooral niet genoeg op de adem trapt; ik blijf er tamelijk lauw bij, terwijl echt goeie black metal me een rollercoaster aan emoties laat ondergaan, van stille verwondering tot maniakale razernij. Dit is kwalitatief gezien ook wel goed (geschikte, grauwe productie ook), maar het is 'm gewoon niet..
2,5 sterren
Oranssi Pazuzu - Mestarin Kynsi (2020)

4,5
8
geplaatst: 6 december 2020, 21:07 uur
Oranssi Pazuzu heeft zijn thuisbasis in Tampere, Finland. Ze klinken echter al een tijdje alsof ze uit een andere dimensie afkomstig zijn, want wat deze band doet, is in mijn oren ongekend, heel erg gedurfd en bovenal ontzettend goed. De band was al een aantal platen een geheel unieke koers aan het uitzetten, maar op Mestarin Kynsi (vrij vertaald naar het Engels betekent dit "The Master's Claw") culmineert die vernieuwingsdrift naar een hoogtepunt dat zich een weg door de stratosfeer baant.
Onlogische songstructuren, een unheimische sfeer van constante bezwering, raspende vocalen die recht uit een graf dat zijn beste tijd gehad heeft lijken te komen; het zijn enkele elementen die vanaf de eerste minuut tot de laatste om mijn onvoorwaardelijke aandacht smeken.
Toegegeven: dit is de eerste plaat van de band die ik écht intensief ben gaan beluisteren. De andere platen ken ik ook wel, en vind ik zeer de moeite, maar deze plaat doet toch wat extra met me. Het zal vast te maken hebben met de uitwerking van de plaat; ik vind elk detail precies op z'n plaats, de intensiteit is quasi perfect gedoseerd. Dit houdt me echt op het puntje van mijn stoel van begin tot eind. Ik kan er ook in meerdere gemoedstoestanden naar luisteren, of dat nu een boze, blijmoedige of melancholische bui ben. Zelfs verdriet ebt tot een zeker punt weg (slechts tijdelijk, echter) bij het beluisteren van deze plaat. Het is alsof ik gewoon in een trance ga.
Ik was meteen na de eerste luisterbeurt al van plan het album te kopen, maar toen de band op 15 mei 's avonds het album live speelde, en ik het (met een dagje vertraging) kon beluisteren via een livestream, stond mijn keuze helemaal vast: ik moest en zou dit album op LP hebben. Zo gezegd, zo gedaan, en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Het geluid vind ik fantastisch, de intensiteit en energie komen echt geweldig over op vinyl!
Af en toe kom je van die platen tegen die je zo weten aan te grijpen dat je gewoon geen andere keus hebt dan erin mee te gaan. Dit is er zo eentje.
4,5 sterren
Onlogische songstructuren, een unheimische sfeer van constante bezwering, raspende vocalen die recht uit een graf dat zijn beste tijd gehad heeft lijken te komen; het zijn enkele elementen die vanaf de eerste minuut tot de laatste om mijn onvoorwaardelijke aandacht smeken.
Toegegeven: dit is de eerste plaat van de band die ik écht intensief ben gaan beluisteren. De andere platen ken ik ook wel, en vind ik zeer de moeite, maar deze plaat doet toch wat extra met me. Het zal vast te maken hebben met de uitwerking van de plaat; ik vind elk detail precies op z'n plaats, de intensiteit is quasi perfect gedoseerd. Dit houdt me echt op het puntje van mijn stoel van begin tot eind. Ik kan er ook in meerdere gemoedstoestanden naar luisteren, of dat nu een boze, blijmoedige of melancholische bui ben. Zelfs verdriet ebt tot een zeker punt weg (slechts tijdelijk, echter) bij het beluisteren van deze plaat. Het is alsof ik gewoon in een trance ga.
Ik was meteen na de eerste luisterbeurt al van plan het album te kopen, maar toen de band op 15 mei 's avonds het album live speelde, en ik het (met een dagje vertraging) kon beluisteren via een livestream, stond mijn keuze helemaal vast: ik moest en zou dit album op LP hebben. Zo gezegd, zo gedaan, en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Het geluid vind ik fantastisch, de intensiteit en energie komen echt geweldig over op vinyl!
Af en toe kom je van die platen tegen die je zo weten aan te grijpen dat je gewoon geen andere keus hebt dan erin mee te gaan. Dit is er zo eentje.
4,5 sterren
Other Lives - Tamer Animals (2011)

3,5
0
geplaatst: 4 november 2011, 19:17 uur
Other Lives is een niet erg bekende Amerikaanse band, die nu lijkt door te breken bij het wat grotere publiek. Dat doen ze met ‘Tamer Animals’, hun meest recente worp, en eenieder die de plaat heeft beluisterd, zal wel begrijpen waarom ze hier succes mee hebben.
‘Tamer Animals’ is qua speelduur en invulling ideaal (40 minuten, verdeeld in 11 songs), en wat ze in hun songs ten beste brengen, rijdt mee met de trein van de folkrevival; veel mensen gaan folkmuziek weer meer waarderen, zie maar Fleet Foxes en Bon Iver. Ik ben ook zo’n enthousiasteling, en heb altijd al een zekere voorliefde gehad voor dit soort muziek. Folk à la Bob Dylan is dit natuurlijk niet, en à la Bert Jansch al helemaal niet. Welnee, dit sluit helemaal aan op de trend van het gebruiken van zoveel mogelijk instrumenten, om de songs een vol geluid mee te geven. Ook de zanger voldoet aan dit profiel; met zijn deemoedige stem geeft hij de nummers de nodige zwaarheid.
Tonnen blazers en strijkers, pianoloopjes, akoestische gitaar, er wordt erg veel gebruikt op ‘Tamer Animals’. Één van de beste nummers is het titelnummer, dat me aan The National doet denken (de zanger zeker, met diezelfde somberte in zijn stem). Ook ‘Old Statues’ is een persoonlijke favoriet van mij, die een wat luchtigere kant laat zien. Toch hangt er een nogal zwaarmoedige sfeer, vermengd met een tikkeltje melancholie, zoals in ‘For 12’ te horen is (met die mooie, spookachtige achtergrondzang).
Niets negatiefs te melden dan? Jawel, de afsluiter had van mij namelijk niet gehoeven. Het is een instrumentaal stukje, en voegt eigenlijk niets toe aan het geheel. Ook gaat de stem wel tegenstaan als je er veel naar luistert. Zo ben ik ‘m op het moment van schrijven al voor de derde keer vandaag aan het beluisteren, en dan begint het me toch lichtelijk te irriteren, moet ik toegeven. Doch voor het overige heb ik eigenlijk geen kritiek op deze plaat, niets dan lof dus! Ik hou best van dit soort folkpop, op voorwaarde dat de songs kwalitatief in orde zijn. En dat zijn ze.
3,5 sterren
‘Tamer Animals’ is qua speelduur en invulling ideaal (40 minuten, verdeeld in 11 songs), en wat ze in hun songs ten beste brengen, rijdt mee met de trein van de folkrevival; veel mensen gaan folkmuziek weer meer waarderen, zie maar Fleet Foxes en Bon Iver. Ik ben ook zo’n enthousiasteling, en heb altijd al een zekere voorliefde gehad voor dit soort muziek. Folk à la Bob Dylan is dit natuurlijk niet, en à la Bert Jansch al helemaal niet. Welnee, dit sluit helemaal aan op de trend van het gebruiken van zoveel mogelijk instrumenten, om de songs een vol geluid mee te geven. Ook de zanger voldoet aan dit profiel; met zijn deemoedige stem geeft hij de nummers de nodige zwaarheid.
Tonnen blazers en strijkers, pianoloopjes, akoestische gitaar, er wordt erg veel gebruikt op ‘Tamer Animals’. Één van de beste nummers is het titelnummer, dat me aan The National doet denken (de zanger zeker, met diezelfde somberte in zijn stem). Ook ‘Old Statues’ is een persoonlijke favoriet van mij, die een wat luchtigere kant laat zien. Toch hangt er een nogal zwaarmoedige sfeer, vermengd met een tikkeltje melancholie, zoals in ‘For 12’ te horen is (met die mooie, spookachtige achtergrondzang).
Niets negatiefs te melden dan? Jawel, de afsluiter had van mij namelijk niet gehoeven. Het is een instrumentaal stukje, en voegt eigenlijk niets toe aan het geheel. Ook gaat de stem wel tegenstaan als je er veel naar luistert. Zo ben ik ‘m op het moment van schrijven al voor de derde keer vandaag aan het beluisteren, en dan begint het me toch lichtelijk te irriteren, moet ik toegeven. Doch voor het overige heb ik eigenlijk geen kritiek op deze plaat, niets dan lof dus! Ik hou best van dit soort folkpop, op voorwaarde dat de songs kwalitatief in orde zijn. En dat zijn ze.
3,5 sterren
