Hier kun je zien welke berichten Don Cappuccino als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Imperial Triumphant - Spirit of Ecstasy (2022)

4,5
8
geplaatst: 30 juli 2022, 16:34 uur
Alphaville was een van mijn favoriete platen van 2020 en moest alleen het Finse Oranssi Pazuzu voor zich laten. Oranssi Pazuzu en Imperial Triumphant tekenden allebei bij een ''major label'' voor metal: respectievelijk Nuclear Blast en Century Media. Dat was fantastisch nieuws, maar ook een beetje zorgelijk. Veel (metal)bands verwateren hun sound bij het overstappen naar zo'n groot label. Gelukkig lieten beide gezelschappen horen dat ze juist er nog een schep bovenop gooien qua experimentatie in extreme metal. Imperial Triumphant is inmiddels al aan zijn opvolger die nog wat verder gaat dan Alphaville.
De evolutie van Imperial Triumphant is een zeer interessante. Startend als blackmetalband, om daarna steeds meer richting de kronkelende dissonante extreme metal à la Gorguts te gaan en inmiddels te zijn beland bij een ronduit cinematische avant-gardische jazzy extreme metalsound. Het drietal (zanger/gitarist Zachary Ezrin, drummer Kenny Grohowski en bassist/toetsenist Steve Blanco) heeft een manier van samenspelen die vrij zeldzaam in metal is. Alle drie hebben ze dan ook een achtergrond in jazz/fusion (de track In the Pleasure of Company gaat zelfs volledig jazz/fusion) en dat hoor je aan alles af, zelfs wanneer de meest verwrongen extreme metalpassages op je worden afgevuurd. Zachary Ezrin is met zijn desoriënterende dissonante gitaarstukken een moderne mix van Denis ''Piggy" D'Amour (Voivod) en Robert Fripp (King Crimson). Soms klinkt hij met zijn gitaar als martelende strijkers uit een stuk van Penderecki, en vooral wanneer er strijkers en koren worden ingezet op deze plaat, hoor je hoe natuurlijk het gitaarspel van Ezrin zich mengt met de orkestrale elementen. Blanco en Grohowski spelen alsof ze in de elektrische band van Miles Davis spelen. Blanco hoor je zelden een typerende baslijn spelen, hij kronkelt constant waanzinnig funky door alle instrumentatie heen. Grohowski is met zijn drumwerk echt de brug tussen de extreme metal en jazz, hij weet extreem metaldrumwerk als dubbele bass en blastbeats fenomenaal te vermengen met enorm ''vrij'' drumwerk dat ontzettend veel heerlijke fills en accenten bevat.
Het valt vooral op dat de mix van extreme metal en avant-garde/jazz nu echt difuus is. Op Vile Luxury en Alphaville kon je soms nog een ''verdeling'' merken tussen de twee stijlen, maar hier mengen ze volledig. Ook worden allebei de aspecten verder uitgediept. De plaat heeft veel ruimte voor dromerige psychedelische passages, maar het valt ook op dat de band meer dikke grooves brengt in de waanzin. De gastartiesten zijn ook gevarieerd, waarvan de meest opvallende toch wel Kenny G is op Merkurius Gilded, die je absoluut niet zou associëren met deze band. De zoon van Kenny G (Max Gorelick) is gitarist geweest bij Imperial Triumphant, en zodoende kwam deze samenwerking tot stand. Kenny G is een zeer begenadigd saxofonist, en het gitaar/saxofoonduel tussen de G's is dan ook een feest om naar te luisteren en past perfect in het gehele nummer. Ook fenomenaal hoe de track daarna transformeert in ronduit onheilspellende koorgezangen en strijkers. Voor dit nummer wordt de soundtrack van Taxi Driver (Bernard Herrmann) als inspiratie genoemd. Soms leg je bij Imperial Triumphant ook meer films als referentie dan bands, en dat zegt ook wat over de aanpak van het gezelschap. Herrmann, David Lynch, Stanley Kubrick (vooral Eyes Wide Shut, Bezumnaya had zo in die film gekund), waar luxe en verdorvenheid niet ver van elkaar af liggen.
Dit is absoluut geen makkelijke plaat. Het duurde ook wel een paar luisterbeurten voordat ik echt een opening vond. Toch merk je zelfs wanneer je nog in het verwarrings-stadium zit van dit album, dat er genoeg is om van te genieten, ook al begrijp je er geen jota van, dat is trouwens ook Lynch en Kubrick. Dan gaan er zich ineens motieven in je hoofd nestelen, is de sfeer van de plaat iets waar je je weer in wil onderdompelen, en zijn er per luisterbeurt steeds meer details in de instrumentatie die je gaan opvallen. Conclusie: weer een fantastische plaat.
De evolutie van Imperial Triumphant is een zeer interessante. Startend als blackmetalband, om daarna steeds meer richting de kronkelende dissonante extreme metal à la Gorguts te gaan en inmiddels te zijn beland bij een ronduit cinematische avant-gardische jazzy extreme metalsound. Het drietal (zanger/gitarist Zachary Ezrin, drummer Kenny Grohowski en bassist/toetsenist Steve Blanco) heeft een manier van samenspelen die vrij zeldzaam in metal is. Alle drie hebben ze dan ook een achtergrond in jazz/fusion (de track In the Pleasure of Company gaat zelfs volledig jazz/fusion) en dat hoor je aan alles af, zelfs wanneer de meest verwrongen extreme metalpassages op je worden afgevuurd. Zachary Ezrin is met zijn desoriënterende dissonante gitaarstukken een moderne mix van Denis ''Piggy" D'Amour (Voivod) en Robert Fripp (King Crimson). Soms klinkt hij met zijn gitaar als martelende strijkers uit een stuk van Penderecki, en vooral wanneer er strijkers en koren worden ingezet op deze plaat, hoor je hoe natuurlijk het gitaarspel van Ezrin zich mengt met de orkestrale elementen. Blanco en Grohowski spelen alsof ze in de elektrische band van Miles Davis spelen. Blanco hoor je zelden een typerende baslijn spelen, hij kronkelt constant waanzinnig funky door alle instrumentatie heen. Grohowski is met zijn drumwerk echt de brug tussen de extreme metal en jazz, hij weet extreem metaldrumwerk als dubbele bass en blastbeats fenomenaal te vermengen met enorm ''vrij'' drumwerk dat ontzettend veel heerlijke fills en accenten bevat.
Het valt vooral op dat de mix van extreme metal en avant-garde/jazz nu echt difuus is. Op Vile Luxury en Alphaville kon je soms nog een ''verdeling'' merken tussen de twee stijlen, maar hier mengen ze volledig. Ook worden allebei de aspecten verder uitgediept. De plaat heeft veel ruimte voor dromerige psychedelische passages, maar het valt ook op dat de band meer dikke grooves brengt in de waanzin. De gastartiesten zijn ook gevarieerd, waarvan de meest opvallende toch wel Kenny G is op Merkurius Gilded, die je absoluut niet zou associëren met deze band. De zoon van Kenny G (Max Gorelick) is gitarist geweest bij Imperial Triumphant, en zodoende kwam deze samenwerking tot stand. Kenny G is een zeer begenadigd saxofonist, en het gitaar/saxofoonduel tussen de G's is dan ook een feest om naar te luisteren en past perfect in het gehele nummer. Ook fenomenaal hoe de track daarna transformeert in ronduit onheilspellende koorgezangen en strijkers. Voor dit nummer wordt de soundtrack van Taxi Driver (Bernard Herrmann) als inspiratie genoemd. Soms leg je bij Imperial Triumphant ook meer films als referentie dan bands, en dat zegt ook wat over de aanpak van het gezelschap. Herrmann, David Lynch, Stanley Kubrick (vooral Eyes Wide Shut, Bezumnaya had zo in die film gekund), waar luxe en verdorvenheid niet ver van elkaar af liggen.
Dit is absoluut geen makkelijke plaat. Het duurde ook wel een paar luisterbeurten voordat ik echt een opening vond. Toch merk je zelfs wanneer je nog in het verwarrings-stadium zit van dit album, dat er genoeg is om van te genieten, ook al begrijp je er geen jota van, dat is trouwens ook Lynch en Kubrick. Dan gaan er zich ineens motieven in je hoofd nestelen, is de sfeer van de plaat iets waar je je weer in wil onderdompelen, en zijn er per luisterbeurt steeds meer details in de instrumentatie die je gaan opvallen. Conclusie: weer een fantastische plaat.
Inchoate - IV: The Renevant (2009)

3,5
0
geplaatst: 20 juni 2010, 16:54 uur
Brandon Duncan is een creatief mens, hij maakt al zijn artwork zelf en maakt veel video´s en speelt in de bands (projecten) The Sequence of Prime, Mancubus, Robonaut en Inchoate. En de laatste bracht in 2009 het album Inchaote IV- The Revenant uit. Een instrumentaal monster vol vette riffs, erg atmosferisch, de drumcomputer klinkt op dit album niet nep, maar bijna als een echt drumstel. Het boeit 32 minuten lang. Dit album is te beluisteren via de website van Corporatedemon of ook te downloaden, daar staat al z´n andere werk met andere bands ook en dat is best veel! Ik ga dus eens verder luisteren!
Iron Maiden - Powerslave (1984)

3,5
0
geplaatst: 23 augustus 2010, 21:22 uur
Weer een goed album van Maiden, maar het probleem met dit album en bijna alle Maiden-albums van de jaren ´80 is dat er paar mindere nummers opstaan, ook bij The Number of the Beast. Er staan echt niet normaal goede nummers op, met als hoogtepunt The Rime of the Ancient Marinier waar je in hoort waar Dream Theater het vandaan heeft qua moeilijke songstructuren. Maar er staan dan ook 3 niet echt geweldige nummers op, namelijk The Duellist, Flash of the Blade en Back in the Village. Daarom zal deze nooit de 5 sterren halen of 4,5 ster, want 5 van de 8 is nog maar net de helft, maar die 5 goede nummers zijn dan echt goed, dus 3,5 ster.
De hoes is een van de mooiere hoezen die voor Maiden is gemaakt, zo niet de mooiste.
De hoes is een van de mooiere hoezen die voor Maiden is gemaakt, zo niet de mooiste.
Iron Maiden - The Book of Souls (2015)

4,0
1
geplaatst: 13 februari 2016, 15:52 uur
We zijn inmiddels een paar maanden verder en nu pas schrijf ik mijn bevindingen over The Book of Souls op. Dit doe ik, omdat Iron Maiden al sinds mijn zevende een van mijn favoriete bands is en, wanneer er dan ook een nieuwe plaat uitkomt, ik met een beetje ''bias'' luister. Dat voorkom ik graag. Ten tijde van de release werd The Book of Souls ''de beste Maiden-plaat sinds Seventh Son of a Seventh Son'' genoemd en daar ben ik tijdens de eerste paar luisterbeurten in meegegaan. Nu kan ik concluderen dat dat zeker niet het geval is, Brave New World en The Final Frontier zijn beter wat mij betreft. Toch is The Book of Souls een hele sterke plaat.
Iron Maiden levert hier zijn langste plaat tot nu toe af (92 minuten) en het is eigenlijk een feest van herkenning. De band doet hier weinig tot niks nieuws, al is Empire of the Clouds voor een heavymetalband die eigenlijk niks meer te bewijzen heeft een verdomd ambitieus episch nummer. De progrockinvloeden zijn hier duidelijk te horen en van begin tot eind boeit het. Ook The Red and the Black en de titeltrack klokken boven de tien minuten. Eerstgenoemde is het equivalent van een Iron Maiden-bingokaart volkrijgen, alsof de nieuwe luisteraar in net geen kwartier een ''Iron Maiden crash course'' krijgt. Het akoestische basintro van Steve Harris is een beetje rommelig, maar daarna komt de band op stoom met een track die me best wel aan The Rime of the Ancient Mariner doet denken om daarna een typerende meezing-zanglijn in te gooien, ook komt het galopperende werk langs. Ik wacht al op de live-DVD die is opgenomen in Zuid-Amerika waarbij die zanglijn weer keihard wordt meegebruld, daar is het duidelijk voor gemaakt. De titeltrack vind ik misschien wel het beste van heel de plaat. In de Powerslave-stijl met een meeslepende en mysterieuze melodie en een fantastische finale. Hier laat Bruce Dickinson horen dat hij nog steeds een fantastische zanger is.
Dickinson strijdt op The Book of Souls. Je hoort hem hier op zijn puurst met zanglijnen die voor hem op dit moment op zijn absolute top liggen, de uithalen komen echt uit zijn tenen. Zoals hij het intro van If Eternity Should Fail inzet, daar kun je alleen maar voor buigen. Wanneer hij op Speed of Light zijn beste Ian Gillan-oerkreet laat horen, kan ik daar heel blij van worden. De eerste single van The Book of Souls is de hardrockkant van Iron Maiden, met Nicko McBrain die eigenlijk altijd dezelfde fill met wat variaties speelt, maar daar gewoon mee weg komt. Voor de rest is zijn drumwerk namelijk erg goed. De andere hardrocktrack genaamd Death or Glory vind ik de zwakkere broeder op The Book of Souls, vooral het refrein is nietszeggend.
The Book of Souls heeft een heel erg natuurlijk geluid, de plaat is dan ook bijna helemaal live opgenomen. Ondanks de speelduur is dit een interessante plaat van begin tot eind. Dat er weinig nieuws gebeurd, wordt weer gecompenseerd met het vuur dat nog steeds in de band zit, je hoort veel spelplezier op deze plaat. De beste track (The Book of Souls) is een 5-sterrentrack en de minste 3,5* (Death or Glory), dus The Book of Souls is dus zonder twijfel constant te noemen.
Iron Maiden levert hier zijn langste plaat tot nu toe af (92 minuten) en het is eigenlijk een feest van herkenning. De band doet hier weinig tot niks nieuws, al is Empire of the Clouds voor een heavymetalband die eigenlijk niks meer te bewijzen heeft een verdomd ambitieus episch nummer. De progrockinvloeden zijn hier duidelijk te horen en van begin tot eind boeit het. Ook The Red and the Black en de titeltrack klokken boven de tien minuten. Eerstgenoemde is het equivalent van een Iron Maiden-bingokaart volkrijgen, alsof de nieuwe luisteraar in net geen kwartier een ''Iron Maiden crash course'' krijgt. Het akoestische basintro van Steve Harris is een beetje rommelig, maar daarna komt de band op stoom met een track die me best wel aan The Rime of the Ancient Mariner doet denken om daarna een typerende meezing-zanglijn in te gooien, ook komt het galopperende werk langs. Ik wacht al op de live-DVD die is opgenomen in Zuid-Amerika waarbij die zanglijn weer keihard wordt meegebruld, daar is het duidelijk voor gemaakt. De titeltrack vind ik misschien wel het beste van heel de plaat. In de Powerslave-stijl met een meeslepende en mysterieuze melodie en een fantastische finale. Hier laat Bruce Dickinson horen dat hij nog steeds een fantastische zanger is.
Dickinson strijdt op The Book of Souls. Je hoort hem hier op zijn puurst met zanglijnen die voor hem op dit moment op zijn absolute top liggen, de uithalen komen echt uit zijn tenen. Zoals hij het intro van If Eternity Should Fail inzet, daar kun je alleen maar voor buigen. Wanneer hij op Speed of Light zijn beste Ian Gillan-oerkreet laat horen, kan ik daar heel blij van worden. De eerste single van The Book of Souls is de hardrockkant van Iron Maiden, met Nicko McBrain die eigenlijk altijd dezelfde fill met wat variaties speelt, maar daar gewoon mee weg komt. Voor de rest is zijn drumwerk namelijk erg goed. De andere hardrocktrack genaamd Death or Glory vind ik de zwakkere broeder op The Book of Souls, vooral het refrein is nietszeggend.
The Book of Souls heeft een heel erg natuurlijk geluid, de plaat is dan ook bijna helemaal live opgenomen. Ondanks de speelduur is dit een interessante plaat van begin tot eind. Dat er weinig nieuws gebeurd, wordt weer gecompenseerd met het vuur dat nog steeds in de band zit, je hoort veel spelplezier op deze plaat. De beste track (The Book of Souls) is een 5-sterrentrack en de minste 3,5* (Death or Glory), dus The Book of Souls is dus zonder twijfel constant te noemen.
IWrestledABearOnce - Ruining It for Everybody (2011)

2,0
0
geplaatst: 28 juli 2011, 13:45 uur
Eindelijk een nieuwe van Iwrestledabearonce. Hun debuutalbum heb ik de volle mep gegeven en nu zijn de verwachtingen dus behoorlijk hoog. Het nummer Karate Nipples overtrof al die verwachtingen, je hoorde dat de band enorm is gegroeid. Jammer genoeg is dit het beste nummer van de CD.
Iwrestledabearonce staat bekend om zeer veel verschillende stijlen in een nummer te proppen. Dit vond ik juist zo gaaf en nergens vlogen ze uit de bocht. De rare songtitels zijn gebleven maar de rare fratsen zijn voor een erg groot gedeelte weg en dat vind ik erg jammer.
Je merkt gewoon dat ze nu hun comfort zone hebben gevonden en die enorm gaan uitbuiten. De nummers zijn namelijk enorm eenzijdig en daardoor onderscheiden ze zich niet van de collega´s in het genre. De muziek is iets melodieuzer geworden en het chaotische is verruild voor enorme zeikstukken met cleane zang. Liever niet meer.
Een enorme teleurstelling. They are really ruining it for everybody. 2 sterren.
Iwrestledabearonce staat bekend om zeer veel verschillende stijlen in een nummer te proppen. Dit vond ik juist zo gaaf en nergens vlogen ze uit de bocht. De rare songtitels zijn gebleven maar de rare fratsen zijn voor een erg groot gedeelte weg en dat vind ik erg jammer.
Je merkt gewoon dat ze nu hun comfort zone hebben gevonden en die enorm gaan uitbuiten. De nummers zijn namelijk enorm eenzijdig en daardoor onderscheiden ze zich niet van de collega´s in het genre. De muziek is iets melodieuzer geworden en het chaotische is verruild voor enorme zeikstukken met cleane zang. Liever niet meer.
Een enorme teleurstelling. They are really ruining it for everybody. 2 sterren.
