Hier kun je zien welke berichten Don Cappuccino als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
TesseracT - Concealing Fate EP (2010)

3,5
0
geplaatst: 14 oktober 2010, 19:37 uur
Ten eerste: De releasedatum klopt echt compleet niet, het album is namelijk dinsdag uitgekomen.
Ik luister best veel Periphery en via YouTube en andere websites kwam ik de naam TesseracT steeds vaker tegen. En toen zag ik vorige maand dat de band was getekend bij Century Media. En ze hebben eerst een EP uitgebracht.
De band lijkt wel op Periphery, alleen hebben ze een veel minder zwaar en melodieuzer geluid wat ik eigenlijk wel lekker vind. Bij Periphery heb je na 70 minuten er toch wel genoeg van. De zanger heeft ook een lekker stemgeluid, net als de zanger van Periphery. En de riffs: Je hoort dat Meshuggah een grote inspiratie is geweest. De djent (soort riffs) hoor je vaak langskomen, maar de nummers zijn gevarieerd genoeg om te boeien.
Een mooie kennismaking met deze band. Niet te zwaar geluid, de gitaren staan wel lekker in de mix, maar dus niet te overheersend. Goede EP, het album komt eraan. Ik ben benieuwd! 3,5 ster.
Ik luister best veel Periphery en via YouTube en andere websites kwam ik de naam TesseracT steeds vaker tegen. En toen zag ik vorige maand dat de band was getekend bij Century Media. En ze hebben eerst een EP uitgebracht.
De band lijkt wel op Periphery, alleen hebben ze een veel minder zwaar en melodieuzer geluid wat ik eigenlijk wel lekker vind. Bij Periphery heb je na 70 minuten er toch wel genoeg van. De zanger heeft ook een lekker stemgeluid, net als de zanger van Periphery. En de riffs: Je hoort dat Meshuggah een grote inspiratie is geweest. De djent (soort riffs) hoor je vaak langskomen, maar de nummers zijn gevarieerd genoeg om te boeien.
Een mooie kennismaking met deze band. Niet te zwaar geluid, de gitaren staan wel lekker in de mix, maar dus niet te overheersend. Goede EP, het album komt eraan. Ik ben benieuwd! 3,5 ster.
The Acacia Strain - Wormwood (2010)

3,0
0
geplaatst: 25 juli 2010, 11:30 uur
Deathcore is nou niet echt mijn favoriete subgenre van Metal, maar af en toe komen er wel gave dingen uit, ik had dat dit jaar al met [Id] van Veil Of Maya en nu dus met Wormwood, het nieuwe album van The Acacia Strain. Het eerste wat me gelijk opvalt is de hele vette sound, geweldig geproduceerd door Zeuss. Maar de grunt is een van de vetste die je in dit genre kan hebben. De nummers bestaan niet heel de tijd uit breakdowns, er zijn genoeg melodieuze gitaarlijnen en de nummers blijven boeiend, iets wat ik heel vaak in dit genre niet heb, na 2 nummers heb ik er dan genoeg van. Jamey Jasta heeft een gave bijdrage in het openingsnummer van The Beast, zijn stem past erg goed bij dit nummer. Het album is donker en atmosferisch. Deze CD zou ik graag als voorbeeld geven aan Emmure en zeggen: Zo moet het, wat variatie! 4 sterren!
P.S: De releasedatum klopt niet, het album is op 20 juli uitgekomen.
P.S: De releasedatum klopt niet, het album is op 20 juli uitgekomen.
The Alan Parsons Project - The Turn of a Friendly Card (1980)

3,0
0
geplaatst: 8 mei 2010, 10:30 uur
Soms kijk je rond op zolder en vind je iets leuks, ik kwam deze CD tegen en de naam kwam me wel bekend voor. Alan Parsons is namelijk de producer van Dark Side of The Moon van Pink Floyd. Dus gelijk in de CD-speler gestopt.
Het album opent met best wel foute synths, maar daarna gaat het lekker verder met een heerlijk basloopje in May Be A Price To Pay. Maar dit nummer klinkt erg gedateerd, vind ik. De zang is wel erg sterk op dit nummer.
Daarna komt Games People Play, begint gelijk met dubbele zang. Daarna vind ik het nummer een beetje erg fout. Voor de rest wil ik hier niks over zeggen.
Dan komt het eerst echt goede nummer, namelijk Time. Time, is flowing like a river zingt Eric Woolfson. Voor de rest is dit nummer lekker rustig en zweeft lekker door.
I Don´t Wanna Go Home klinkt dan wel lekker met goede gitaar en lekkere basloopjes en drums. Voor de rest gebeurt er niet zo veel in het nummer.
The Gold Bug is instrumentaal. Begint weer erg lekker met een goed basloopje en daarna wat synths er over heen te laten spelen. Voor de rest kabbelt dit nummer een beetje door, maar het is wel goed.
Dan zijn we aangekomen bij het titelnummer The Turn of A Friendly Card van 16 minuten lang. Turn of A Friendly Card (Part 1) is gewoon goed om het nummer mee te openen, maar dan komt er een verrassende wending met Snake Eyes, wat erg lekker klinkt. Voor de rest blijft dat hetzelfde en er komt nog een goede gitaarsolo. Dan komt Nothing Left To Lose wat heel rustig begint en wordt gezongen door Eric Woolfson, hem vind ik de beste stem hebben op dit album. Ik zie dat de man jammer genoeg op 2 december 2009 is overleden. Ja hoor, weer heel goed. De stukken die hij zingt behoren tot de beste op het album. En rond de 12 minuten komt er ineens een reggaegitaarpartij (anders kan ik het niet zeggen) en gaat het weer terug naar een stuk van Snake Eyes met een heerlijke gitaarsolo, de beste van het album. En dan gaat het weer terug naar het begin, de stem van Chris Rainbow klinkt een beetje zeikerig, vooral als hij on the turn of a friendly card zingt.
Wel een goed album, maar het klinkt zwaar gedateerd en te overgeproduceerd. Hoogtepunten van het album zijn het titelnummer en Time. Minder vond ik Games People Play en The Gold Bug. Zou het titelnummer er niet opstaan, werd het 2,5 ster, maar nu wordt het 3 sterren dankzij The Turn of A Friendly Card.
Moet het titelnummer niet gewoon één geheel zijn, bij mij is het op de CD gewoon één nummer en daarvoor wil ik het als favoriet markeren, dat kan nu dus niet.
Het album opent met best wel foute synths, maar daarna gaat het lekker verder met een heerlijk basloopje in May Be A Price To Pay. Maar dit nummer klinkt erg gedateerd, vind ik. De zang is wel erg sterk op dit nummer.
Daarna komt Games People Play, begint gelijk met dubbele zang. Daarna vind ik het nummer een beetje erg fout. Voor de rest wil ik hier niks over zeggen.
Dan komt het eerst echt goede nummer, namelijk Time. Time, is flowing like a river zingt Eric Woolfson. Voor de rest is dit nummer lekker rustig en zweeft lekker door.
I Don´t Wanna Go Home klinkt dan wel lekker met goede gitaar en lekkere basloopjes en drums. Voor de rest gebeurt er niet zo veel in het nummer.
The Gold Bug is instrumentaal. Begint weer erg lekker met een goed basloopje en daarna wat synths er over heen te laten spelen. Voor de rest kabbelt dit nummer een beetje door, maar het is wel goed.
Dan zijn we aangekomen bij het titelnummer The Turn of A Friendly Card van 16 minuten lang. Turn of A Friendly Card (Part 1) is gewoon goed om het nummer mee te openen, maar dan komt er een verrassende wending met Snake Eyes, wat erg lekker klinkt. Voor de rest blijft dat hetzelfde en er komt nog een goede gitaarsolo. Dan komt Nothing Left To Lose wat heel rustig begint en wordt gezongen door Eric Woolfson, hem vind ik de beste stem hebben op dit album. Ik zie dat de man jammer genoeg op 2 december 2009 is overleden. Ja hoor, weer heel goed. De stukken die hij zingt behoren tot de beste op het album. En rond de 12 minuten komt er ineens een reggaegitaarpartij (anders kan ik het niet zeggen) en gaat het weer terug naar een stuk van Snake Eyes met een heerlijke gitaarsolo, de beste van het album. En dan gaat het weer terug naar het begin, de stem van Chris Rainbow klinkt een beetje zeikerig, vooral als hij on the turn of a friendly card zingt.
Wel een goed album, maar het klinkt zwaar gedateerd en te overgeproduceerd. Hoogtepunten van het album zijn het titelnummer en Time. Minder vond ik Games People Play en The Gold Bug. Zou het titelnummer er niet opstaan, werd het 2,5 ster, maar nu wordt het 3 sterren dankzij The Turn of A Friendly Card.
Moet het titelnummer niet gewoon één geheel zijn, bij mij is het op de CD gewoon één nummer en daarvoor wil ik het als favoriet markeren, dat kan nu dus niet.
The Beatles - Revolver (1966)

4,5
0
geplaatst: 16 februari 2010, 18:46 uur
Ik heb Revolver geluisterd.... en het was geweldig!
Na White Album, wat voor mij een teleurstelling was is deze een grote opluchting. Deze heeft een hele goede lengte (35 minuten) en heeft ook geen een slecht nummer. Tax Man is een geweldige opener en Eleanor Rigby komt in de buurt voor het mooiste Beatles-nummer. Yellow Submarine is leuk en is ook nog erg catchy. Voor de rest staan hier alleen maar knallers op en kan ik ook niet anders geven dan 5,0* en deze een plaats in mijn top 10 te geven (ook nog vrij hoog). Deze komt eng dicht in de buurt van Abbey Road, dus komt op een zesde plaats in mijn top 10. 
Na White Album, wat voor mij een teleurstelling was is deze een grote opluchting. Deze heeft een hele goede lengte (35 minuten) en heeft ook geen een slecht nummer. Tax Man is een geweldige opener en Eleanor Rigby komt in de buurt voor het mooiste Beatles-nummer. Yellow Submarine is leuk en is ook nog erg catchy. Voor de rest staan hier alleen maar knallers op en kan ik ook niet anders geven dan 5,0* en deze een plaats in mijn top 10 te geven (ook nog vrij hoog). Deze komt eng dicht in de buurt van Abbey Road, dus komt op een zesde plaats in mijn top 10. 
The Black Heart Rebellion - Har Nevo (2013)

4,5
0
geplaatst: 6 februari 2013, 22:03 uur
Een band komt op een moment waar je een tweede album moet maken. Ga je op dezelfde koers verder of ga je je eigen identiteit zoeken? The Black Heart Rebellion heeft overduidelijk voor het tweede uitgekozen. Deze band uit Gent begon namelijk in de hardcore/metalwereld en bracht in 2008 het debuutalbum Monologue uit, een album wat vol gitaaruitbarstingen staat.
Nu zijn we in 2013 en is het tweede album uit genaamd Har Nevo. De band heeft 4 jaar gewerkt aan dit nieuwe album en nieuwe sound. De metalinvloeden zijn namelijk bijna niet meer te vinden op het nummer Animalesque na. The Black Heart Rebellion zet hier een geluid neer dat zijn eigen identiteit heeft. Invloeden van folk en blues zijn overduidelijk te horen. De keuze om Koen Gisen (Kiss The Anus Of A Black Cat) te nemen als producer is ook een gouden greep. Hij heeft de magie van deze plaat vastgelegd.
The Black Heart Rebellion is op zoek gegaan naar zijn eigen identiteit, iets wat ook in de teksten naar voor komt. Ze gaan over het pad wat je moet afleggen om je eigen identiteit te vinden. Er zijn gevaren op dat pad die je moet weerstaan. Dan zal je je eigen identiteit vinden. Har Nevo is geen conceptalbum maar tekstueel hebben de nummers een rode draad.
Op het eerste album lag de focus bij de gitaren, nu hebben de drums en percussie de hoofdrol. Dat zorgt gelijk voor een hele andere benadering van de muziek die mij zeer aanspreekt als drummer. Op sommige momenten moet ik denken aan de meest percussieve momenten van Neurosis. Het is echt intens. Avraham heeft extreem veel onderhuidse spanning die per aangeslagen gitaarakkoord steeds groter wordt. En dan komt de zanger erin die hevig aan het ademen is en aan het schreeuwen.
De band speelt helemaal niet hard maar het is vele malen intenser dan het oude werk. Bij Circe krijg ik echt de rillingen over mijn rug. De onheilspellende melodielijnen stapelen zich over elkaar heen en dan komt er fluisterende zang over heen. De zang is sowieso erg apart op deze plaat. Het is tussen schreeuwen en fluisteren in. Het heeft in ieder geval iets heel erg mysterieus aan de muziek.
Har Nevo is een plaat die je het beste in zijn geheel kan beluisteren. Dan komt die extreem duistere sfeer echt tot zijn recht. Deze plaat heeft dezelfde soort ambiance als The Seer van Swans. Op Crawling Low And Eating Dust komt er in het begin ook zang langs die gemakkelijk van Michael Gira had kunnen zijn. Dit is een groot compliment voor de band.
Ik word echt gegrepen door deze plaat. Deze rustige plaat vind ik veel intenser dan Mass V, de laatste plaat van landgenoten Amenra. Colin van Amenra zingt trouwens mee op het nummer Ein Avdat wat bijna een soort van moderne versie is van een spiritual. De invloeden komen van ver, daarom is het geluid van deze band speciaal. De band wilde eigenlijk ook eerst de plaat afsluiten met een cover van een Amerikaanse traditional. Iets wat misschien in de toekomst nog gedaan kan worden.
De lat wordt zeer hoog gelegd voor de rest van 2013. Dit is namelijk een plaat zoals je ze niet vaak hoort. Ik ben zeer benieuwd hoe ze dit mysterieuze geluid gaan vertalen naar een liveoptreden. Op de plaat is het in ieder geval meesterlijk. Har Nevo is een plaat die buiten de rock- en metalwereld gehoord moet worden.
Nu zijn we in 2013 en is het tweede album uit genaamd Har Nevo. De band heeft 4 jaar gewerkt aan dit nieuwe album en nieuwe sound. De metalinvloeden zijn namelijk bijna niet meer te vinden op het nummer Animalesque na. The Black Heart Rebellion zet hier een geluid neer dat zijn eigen identiteit heeft. Invloeden van folk en blues zijn overduidelijk te horen. De keuze om Koen Gisen (Kiss The Anus Of A Black Cat) te nemen als producer is ook een gouden greep. Hij heeft de magie van deze plaat vastgelegd.
The Black Heart Rebellion is op zoek gegaan naar zijn eigen identiteit, iets wat ook in de teksten naar voor komt. Ze gaan over het pad wat je moet afleggen om je eigen identiteit te vinden. Er zijn gevaren op dat pad die je moet weerstaan. Dan zal je je eigen identiteit vinden. Har Nevo is geen conceptalbum maar tekstueel hebben de nummers een rode draad.
Op het eerste album lag de focus bij de gitaren, nu hebben de drums en percussie de hoofdrol. Dat zorgt gelijk voor een hele andere benadering van de muziek die mij zeer aanspreekt als drummer. Op sommige momenten moet ik denken aan de meest percussieve momenten van Neurosis. Het is echt intens. Avraham heeft extreem veel onderhuidse spanning die per aangeslagen gitaarakkoord steeds groter wordt. En dan komt de zanger erin die hevig aan het ademen is en aan het schreeuwen.
De band speelt helemaal niet hard maar het is vele malen intenser dan het oude werk. Bij Circe krijg ik echt de rillingen over mijn rug. De onheilspellende melodielijnen stapelen zich over elkaar heen en dan komt er fluisterende zang over heen. De zang is sowieso erg apart op deze plaat. Het is tussen schreeuwen en fluisteren in. Het heeft in ieder geval iets heel erg mysterieus aan de muziek.
Har Nevo is een plaat die je het beste in zijn geheel kan beluisteren. Dan komt die extreem duistere sfeer echt tot zijn recht. Deze plaat heeft dezelfde soort ambiance als The Seer van Swans. Op Crawling Low And Eating Dust komt er in het begin ook zang langs die gemakkelijk van Michael Gira had kunnen zijn. Dit is een groot compliment voor de band.
Ik word echt gegrepen door deze plaat. Deze rustige plaat vind ik veel intenser dan Mass V, de laatste plaat van landgenoten Amenra. Colin van Amenra zingt trouwens mee op het nummer Ein Avdat wat bijna een soort van moderne versie is van een spiritual. De invloeden komen van ver, daarom is het geluid van deze band speciaal. De band wilde eigenlijk ook eerst de plaat afsluiten met een cover van een Amerikaanse traditional. Iets wat misschien in de toekomst nog gedaan kan worden.
De lat wordt zeer hoog gelegd voor de rest van 2013. Dit is namelijk een plaat zoals je ze niet vaak hoort. Ik ben zeer benieuwd hoe ze dit mysterieuze geluid gaan vertalen naar een liveoptreden. Op de plaat is het in ieder geval meesterlijk. Har Nevo is een plaat die buiten de rock- en metalwereld gehoord moet worden.
The Decemberists - The Crane Wife (2006)

4,0
0
geplaatst: 11 november 2010, 21:17 uur
The Decemberists. Een groep waar ik compleet niet bekend mee ben, maar door de hoes werd ik erg benieuwd naar dit album.
Ik word in het begin gelijk gegrepen door de muziek, het geeft een heerlijk warm gevoel. Het eerste nummer is eigenlijk het perfecte begin. Het tweede nummer is 12 minuten lang, maar verveelt geen moment. Vooral in het tweede deel zitten flink wat Prog-invloeden, of nog duidelijker Jethro Tull. De stem van de zanger is heel aangenaam, ook als hij de hoogte in gaat. De keyboardsound is heerlijk, de productie is super!
Ik dacht na het tweede nummer echt: Kan dit nog beter worden? Het blijft in ieder geval erg constant, het derde nummer is het eerste met vrouwenzang die ook erg lekker klinkt, heel relaxt en de combinatie van stemmen is al helemaal geweldig. En ook O Valencia is geweldig. Deze band is geweldig in het schrijven van lange epische nummers en heel erg catchy korte nummers.
Ik vertel niet meer over de rest, omdat ik dan heel de tijd op hetzelfde uitkom. Hoe hard ik ook mijn best doe om iets negatiefs te vinden, het lukt gewoon niet! Daarom krijgt deze de maximale score en een mooie plek in mijn top 10! Deze gaat vaak gedraaid worden.
Ik word in het begin gelijk gegrepen door de muziek, het geeft een heerlijk warm gevoel. Het eerste nummer is eigenlijk het perfecte begin. Het tweede nummer is 12 minuten lang, maar verveelt geen moment. Vooral in het tweede deel zitten flink wat Prog-invloeden, of nog duidelijker Jethro Tull. De stem van de zanger is heel aangenaam, ook als hij de hoogte in gaat. De keyboardsound is heerlijk, de productie is super!
Ik dacht na het tweede nummer echt: Kan dit nog beter worden? Het blijft in ieder geval erg constant, het derde nummer is het eerste met vrouwenzang die ook erg lekker klinkt, heel relaxt en de combinatie van stemmen is al helemaal geweldig. En ook O Valencia is geweldig. Deze band is geweldig in het schrijven van lange epische nummers en heel erg catchy korte nummers.
Ik vertel niet meer over de rest, omdat ik dan heel de tijd op hetzelfde uitkom. Hoe hard ik ook mijn best doe om iets negatiefs te vinden, het lukt gewoon niet! Daarom krijgt deze de maximale score en een mooie plek in mijn top 10! Deze gaat vaak gedraaid worden.
The Dillinger Escape Plan - Ire Works (2007)

5,0
3
geplaatst: 6 augustus 2016, 19:46 uur
Gisteren kondigde The Dillinger Escape Plan aan dat in 2017, na de tours voor het opkomende album Dissociation, het doek zal vallen na twintig jaar. Vanuit vogelvluchtperspectief kun je Ire Works uit 2007 nu beschouwen als het middenpunt van het oeuvre van de band.
Dit is een 38 minuten durende puzzel van dertien stukjes, die tijdens de eerste poging niet in elkaar lijkt te zetten, maar uiteindelijk geniaal in elkaar grijpt. Ire Works was destijds mijn kennismaking met The Dillinger Escape Plan en dat bleek een uitdaging, ik moest moeite doen om de muziek te waarderen, maar de algehele energie intrigeerde me enorm. Nooit is het me echt gelukt om Ire Works onder woorden te brengen, tot nu. De gehele discografie van de band is mij bekend en nu kan ik de betreffende plaat beter plaatsen.
The Dillinger Escape Plan start vertrouwd met Fix Your Face en Lurch, twee korte maniakale mathcorefragmentatiebommen met halsbrekende tempowisselingen en schizofrene jazzy riffjes, Dimitri Minakakis (de zanger op Calculating Infinity) schreeuwt zelfs mee op de eerste track. Daarna pakt Ire Works een hele andere weg en Unretrofied van Miss Machine uit 2004 was daarvoor de aanzet. Black Bubblegum is een track die zich met gemak in het oeuvre van Faith No More zou kunnen wurmen. Ook zijn hier de sporen van de cover-EP Plagiarism uit 2006 te horen, daarop coverde de band Like I Love You van Justin Timberlake. Greg Puciato's zwoele falsettovocalen hebben een R&B-vibe en in het refrein heel erg trekjes van Mike Patton en Trent Reznor.
Dit is een poptrack, iets dat vrij vreemd was voor The Dillinger Escape Plan. Daarna hoor je de invloeden van de cover van Come To Daddy van Aphex Twin op de track Sick on Sunday, een kleine drum 'n bass/breakcorevignette met vervreemdend geshred van Ben Weinman dat telkens de track inspringt. Ook komen er electronicinvloeden tevoorschijn op Dead As History dat een duistere ambientondertoon heeft in zijn introductie, maar ook door de gehele track heen elektronische beats heeft die de akoestische drumpartijen van Gil Sharone perfect aanvullen. Alsof Venetian Snares even een gastbijdrage heeft. Op When Acting As A Particle horen we zelfs wringende strijkers die een modern klassieke invloed hebben. Deze experimentele uitstapjes worden afgewisseld met de meest complete songs die de band afleverde tot dan toe.
Milk Lizard is waar een band te horen is die echt weet hoe je een song met een kop en staart schrijft met een extreem pakkend refrein. Toch weet de band het weer gezellig gestoord te maken met blazerspartijen van een helse bigband. Dit is waar The Dillinger Escape Plan heen gaat op Option Paralysis en One of Us Is the Killer. De manier waarop de plaat afsluit is al helemaal fenomenaal, ook een voorloper van de track Widower op Option Paralysis. Na de chaos en fragmentatie vindt er verstilling plaats in de introductie van Mouth of Ghosts, een ronduit meesterlijke jazztrack. Gil Sharone swingt met zijn drums en laat zelfs een zekere latininvloed in zijn spel horen in combinatie met vloeiende en dansende pianopartijen.
Ire Works is het werk van een band in ontdekking en daarom nog steeds de beste en meest fascinerende plaat van The Dillinger Escape Plan wat mij betreft. Na Miss Machine duikt de band nog verder in andere genres en brengt een moderne hybride die zelfs negen jaar later nog steeds een geval apart is in de metalwereld. Dit is geen chaotische mathcoreband meer, maar een experimenteel rock/metalinstituut dat een dikke middelvinger opsteekt naar alle conventies met deze verstoorde werken.
Dit is een 38 minuten durende puzzel van dertien stukjes, die tijdens de eerste poging niet in elkaar lijkt te zetten, maar uiteindelijk geniaal in elkaar grijpt. Ire Works was destijds mijn kennismaking met The Dillinger Escape Plan en dat bleek een uitdaging, ik moest moeite doen om de muziek te waarderen, maar de algehele energie intrigeerde me enorm. Nooit is het me echt gelukt om Ire Works onder woorden te brengen, tot nu. De gehele discografie van de band is mij bekend en nu kan ik de betreffende plaat beter plaatsen.
The Dillinger Escape Plan start vertrouwd met Fix Your Face en Lurch, twee korte maniakale mathcorefragmentatiebommen met halsbrekende tempowisselingen en schizofrene jazzy riffjes, Dimitri Minakakis (de zanger op Calculating Infinity) schreeuwt zelfs mee op de eerste track. Daarna pakt Ire Works een hele andere weg en Unretrofied van Miss Machine uit 2004 was daarvoor de aanzet. Black Bubblegum is een track die zich met gemak in het oeuvre van Faith No More zou kunnen wurmen. Ook zijn hier de sporen van de cover-EP Plagiarism uit 2006 te horen, daarop coverde de band Like I Love You van Justin Timberlake. Greg Puciato's zwoele falsettovocalen hebben een R&B-vibe en in het refrein heel erg trekjes van Mike Patton en Trent Reznor.
Dit is een poptrack, iets dat vrij vreemd was voor The Dillinger Escape Plan. Daarna hoor je de invloeden van de cover van Come To Daddy van Aphex Twin op de track Sick on Sunday, een kleine drum 'n bass/breakcorevignette met vervreemdend geshred van Ben Weinman dat telkens de track inspringt. Ook komen er electronicinvloeden tevoorschijn op Dead As History dat een duistere ambientondertoon heeft in zijn introductie, maar ook door de gehele track heen elektronische beats heeft die de akoestische drumpartijen van Gil Sharone perfect aanvullen. Alsof Venetian Snares even een gastbijdrage heeft. Op When Acting As A Particle horen we zelfs wringende strijkers die een modern klassieke invloed hebben. Deze experimentele uitstapjes worden afgewisseld met de meest complete songs die de band afleverde tot dan toe.
Milk Lizard is waar een band te horen is die echt weet hoe je een song met een kop en staart schrijft met een extreem pakkend refrein. Toch weet de band het weer gezellig gestoord te maken met blazerspartijen van een helse bigband. Dit is waar The Dillinger Escape Plan heen gaat op Option Paralysis en One of Us Is the Killer. De manier waarop de plaat afsluit is al helemaal fenomenaal, ook een voorloper van de track Widower op Option Paralysis. Na de chaos en fragmentatie vindt er verstilling plaats in de introductie van Mouth of Ghosts, een ronduit meesterlijke jazztrack. Gil Sharone swingt met zijn drums en laat zelfs een zekere latininvloed in zijn spel horen in combinatie met vloeiende en dansende pianopartijen.
Ire Works is het werk van een band in ontdekking en daarom nog steeds de beste en meest fascinerende plaat van The Dillinger Escape Plan wat mij betreft. Na Miss Machine duikt de band nog verder in andere genres en brengt een moderne hybride die zelfs negen jaar later nog steeds een geval apart is in de metalwereld. Dit is geen chaotische mathcoreband meer, maar een experimenteel rock/metalinstituut dat een dikke middelvinger opsteekt naar alle conventies met deze verstoorde werken.
The Doors - The Doors (1967)

5,0
0
geplaatst: 3 maart 2012, 12:10 uur
Een band die ik wel een beetje kende maar me nooit echt in verdiept had. Dat is The Doors. Ik kende natuurlijk de nummers die op de radio kwamen. Totdat ik vorige week zag dat er een documentaire van het debuutalbum op TV kwam en dacht: Ik heb dat album nog nooit gehoord! Beluisterd en daarna gelijk gekocht.
Het is een album wat ik meerdere keren moest horen om het echt te waarderen. De eerste keer vond ik het wel goed maar vond ik nummers als Alabama Song toch wel erg raar. Nu is het een van mijn favoriete nummers van het album.
Wat ik zo knap vind aan dit album is dat er heel veel verschillende stijlen in een context zijn geplaatst. Zo zijn er latin invloeden te horen in het drumintro van Break On Through, krijgen we soulgitaar te horen in Soul Kitchen en krijgen we een operastuk genaamd Alabama Song. En het klinkt allemaal echt als The Doors.
Er staan 2 covers op dit album, namelijk Alabama Song en Back Door Man. Zoals ik al zei is de eerste een operastuk en Back Door Man is een bluesnummer van Howlin´ Wolf en is het geschreven door Willie Dixon. Jim Morrison klinkt hier echt primitief en komt in het begin al gelijk los.
Het geluid van The Doors wordt toch wel voor een groot deel bepaald door Ray Manzarek. Er zijn wel baslijnen te horen op dit album maar de onderste laag wordt meestal verzorgd door een Fender Rhodes pianobas met een moddervet geluid. Gelijk bij het eerste nummer wordt het gat opgevuld door dat heerlijke geluid. Het orgelspel is hier heerlijk en het klassieke loopje is natuurlijk het begin van Light My Fire en Manzarek kan in het middenstuk helemaal losgaan.
Maar Jim Morrison zal toch het meest herinnerd worden. Zijn imponerende diepe stem is geweldig en dan krijg je ook nog geweldige teksten. Vooral op The Crystal Ship excelleert Morrison met zijn geweldige stem die wat mij betreft het nummer echt draagt. Dit nummer is heel moeilijk om te coveren maar de metalband Nevermore heeft dit toch heel goed gedaan. De zanger van die band heeft ook een prachtige diepe stem. Maar het origineel kun je nooit evenaren want hier staat toch een stukje magie op.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over The End. Het slotstuk met misschien wel een van de beste afsluiters uit de muziekgeschiedenis. De hippietijd brak aan en het was love, peace and understanding maar er was toch ook een duidelijke keerzijde, namelijk de Vietnam-oorlog. De muziek van The Doors is af en toe behoorlijk psychedelisch maar de teksten zijn altijd vrij duister. Bij Light My Fire hebben ze het eerst over de liefde en daarna over de dood.
The End heeft ook een extra lading mee gekregen door het gebruik van het nummer in de legendarische film Apocalypse Now. Het nummer past perfect bij het begin van die film. Het is het buitenbeentje van het album en dan ook het hoogtepunt. Het begint zeer rustig en uiteindelijk komt het tot een ultieme climax met Morrison die aan het eind nog even naar het Oedipus complex refereert wat van de psycholoog Sigmund Freud komt. Het is zeer sterk dat je dit soort thema´s op een rockalbum kan aansnijden. Daarom is dit album heel anders dan zoveel andere.
De exotische ritmes van Densmore, de blues en soulgitaar van Krieger, het geweldige orgelspel van Manzarek en de mysterieuze teksten en uitvoering van Morrison zorgen voor een unieke combinatie die je niet vaak hoort. Het debuutalbum is een album wat je meerdere keren moet luisteren om er helemaal in te komen maar na een tijd ben je er helemaal gek op. Het is psychedelisch maar aan de andere kant ook met beide benen op de grond. Tijdloos...
Het is een album wat ik meerdere keren moest horen om het echt te waarderen. De eerste keer vond ik het wel goed maar vond ik nummers als Alabama Song toch wel erg raar. Nu is het een van mijn favoriete nummers van het album.
Wat ik zo knap vind aan dit album is dat er heel veel verschillende stijlen in een context zijn geplaatst. Zo zijn er latin invloeden te horen in het drumintro van Break On Through, krijgen we soulgitaar te horen in Soul Kitchen en krijgen we een operastuk genaamd Alabama Song. En het klinkt allemaal echt als The Doors.
Er staan 2 covers op dit album, namelijk Alabama Song en Back Door Man. Zoals ik al zei is de eerste een operastuk en Back Door Man is een bluesnummer van Howlin´ Wolf en is het geschreven door Willie Dixon. Jim Morrison klinkt hier echt primitief en komt in het begin al gelijk los.
Het geluid van The Doors wordt toch wel voor een groot deel bepaald door Ray Manzarek. Er zijn wel baslijnen te horen op dit album maar de onderste laag wordt meestal verzorgd door een Fender Rhodes pianobas met een moddervet geluid. Gelijk bij het eerste nummer wordt het gat opgevuld door dat heerlijke geluid. Het orgelspel is hier heerlijk en het klassieke loopje is natuurlijk het begin van Light My Fire en Manzarek kan in het middenstuk helemaal losgaan.
Maar Jim Morrison zal toch het meest herinnerd worden. Zijn imponerende diepe stem is geweldig en dan krijg je ook nog geweldige teksten. Vooral op The Crystal Ship excelleert Morrison met zijn geweldige stem die wat mij betreft het nummer echt draagt. Dit nummer is heel moeilijk om te coveren maar de metalband Nevermore heeft dit toch heel goed gedaan. De zanger van die band heeft ook een prachtige diepe stem. Maar het origineel kun je nooit evenaren want hier staat toch een stukje magie op.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over The End. Het slotstuk met misschien wel een van de beste afsluiters uit de muziekgeschiedenis. De hippietijd brak aan en het was love, peace and understanding maar er was toch ook een duidelijke keerzijde, namelijk de Vietnam-oorlog. De muziek van The Doors is af en toe behoorlijk psychedelisch maar de teksten zijn altijd vrij duister. Bij Light My Fire hebben ze het eerst over de liefde en daarna over de dood.
The End heeft ook een extra lading mee gekregen door het gebruik van het nummer in de legendarische film Apocalypse Now. Het nummer past perfect bij het begin van die film. Het is het buitenbeentje van het album en dan ook het hoogtepunt. Het begint zeer rustig en uiteindelijk komt het tot een ultieme climax met Morrison die aan het eind nog even naar het Oedipus complex refereert wat van de psycholoog Sigmund Freud komt. Het is zeer sterk dat je dit soort thema´s op een rockalbum kan aansnijden. Daarom is dit album heel anders dan zoveel andere.
De exotische ritmes van Densmore, de blues en soulgitaar van Krieger, het geweldige orgelspel van Manzarek en de mysterieuze teksten en uitvoering van Morrison zorgen voor een unieke combinatie die je niet vaak hoort. Het debuutalbum is een album wat je meerdere keren moet luisteren om er helemaal in te komen maar na een tijd ben je er helemaal gek op. Het is psychedelisch maar aan de andere kant ook met beide benen op de grond. Tijdloos...
The Faceless - Autotheism (2012)

3,5
0
geplaatst: 17 augustus 2012, 18:59 uur
The Faceless. Een Amerikaanse groep die begon met deathcore maar daarna steeds verder naar technische death metal ging. Nu is de volgende stap gezet.
Het vorige en tweede album genaamd Planetary Duality was een van mijn favoriete albums van 2008. De band zette hier een uniek album neer voor death metal-begrippen. Het was technisch en razendsnel maar ook zeer sfeervol. Er werd black metal in de blender gegooid en nog wat invloeden van Cynic door de vocoder die er voor zorgt dat je zang een rare vervorming krijgt. Een erg futuristisch album.
Nu zijn we 4 jaar verder en is inmiddels Autotheism uit. De line-up is behoorlijk veranderd. Zo is er een andere grunter, tweede gitarist en bassist. Wes Hauch (tweede gitarist) liet op het nieuwe album van Periphery al horen een zeer benadigd gitarist te zijn en de nieuwe bassist (Evan Brewer) liet op zijn soloalbum Alone al horen dat het een bass wizard is.
Nieuwe line-up en daardoor ook een verandering in stijl. The Faceless speelt nu progressieve death metal. Denk aan een band als Opeth. Ook speelt de cleane zang de grootste rol op dit album. Dat was op het vorige album wel anders, daar kwam de cleane zang sporadisch voorbij. Dit zal al een struikelblok voor veel luisteraars worden.
Die worden bij het eerste nummer al op het verkeerde been gezet. Autotheist Movement I: Create is namelijk slepend, iets wat we nog niet van de band hebben gehoord. Michael Keene (cleane zang en gitarist) laat op dit nummer horen dat zijn zang extreem vooruit is gegaan in vier jaar. Het nummer is het meest simpele van het hele album als we het interlude even achterwege laten. De riffs zijn stemmig, het doet me denken aan Alice In Chains. Mijn favoriet is gelijk gepasseerd.
De Autotheist Movement is een driedelig muzikaal stuk. Dit begint dus rustig maar daarna barst het open. Autotheist Movement II: Emancipate zorgt ervoor dat ik gelijk wat kritiek heb. Rond 2 minuten komt er een passage langs die wel heel erg op Devin Townsend lijkt. Na een beluistering van Deconstruction (album van Devin Townsend) hoorde ik zeer duidelijk riffs van Juular en The Mighty Masturbator. Is dit nu een extreme bewondering voor de man of een gevalletje jatwerk? Zelfs de zang klinkt als Devin Townsend. Op dat gebied moet Michael Keene als zanger wel groeien. Hij mist een eigen identiteit. De ene keer klinkt hij als Devin Townsend, de andere keer als Mikael Akerfeldt (Opeth) en de andere keer als Jerry Cantrell van Alice In Chains.
Autotheist Movement III: Deconsecrate is het meest experimentele nummer van het album. Er zit saxofoon en af en toe lijkt het wel alsof je in een circus terecht bent gekomen. Ook hoor je la-la koortjes die je ook hoort bij een band als Between The Buried And Me. Het lijkt er ook op dat The Faceless erg goed naar die band heeft geluisterd. Between The Buried And Me zijn meesters in het vermengen van stijlen die eigenlijk helemaal niet bij elkaar passen. Dat heeft The Faceless ook geprobeerd maar af en toe mist het wat samenhang en wordt het chaotisch.
Na deze songcyclus gaan we verder met een nummer genaamd Accelerated Evolution. Weer een stuk waar Devin Townsend wordt aanbeden. De titel is ook van een album van Devin Townsend, al zegt dat natuurlijk niet veel. The Eidolon Reality is een van de betere nummers van het album. De riffstijl doet me denken aan Voivod en hier presenteert The Faceless wel zijn eigen sound. Hier zijn ook weer de black metal invloeden te horen. Dit nummer is echt zwaar verbeterd in 1,5 jaar, deze was namelijk al eerder te horen als ruwe mix.
Hail Science is gewoon jammer. Microsoft Sam als zanger, inmiddels al zo retro als wat! Het voegt echt helemaal niks toe aan dit album. Hymn Of Sanity is ook al zo kort, daar hadden ze echt wel meer van kunnen maken. In Solitude is een nummer waar de invloeden van Opeth zeer goed in zijn te horen, hoor dat begin!
Tijdens het luisteren van dit album merk ik op dat de ritmesectie compleet geen ruimte heeft gekregen. Op Planetary Duality leek drummer Lyle Cooper wel vier armen te hebben en was er een ijzersterke drumsound. Nu krijgen we weinig avontuur te horen qua drums en een zeer klinische sound. Evan Brewer staat echt veel te laag in de mix. Sporadisch hoor je een baslijn langs komen, dit is een gevalletje And Justice For All... Je weet gelijk wat ik bedoel. De gitaarsound is ook vrij dun en dit komt door de producer.
Zijn naam is Michael Keene. Ja, ook de gitarist en zanger van The Faceless. Keene speelt zo´n grote rol op dit album dat de rest er bij verbleekt. De nieuwe grunter krijgt maar weinig ruimte. Deze band mist een eigen geluid. Het klinkt allemaal lekker maar nergens word ik echt overdonderd door het materiaal op Autotheism. De bandnaam past perfect. Het heeft geen gezicht.
Het album zou van mij 3,25* krijgen, ik rond het af naar boven.
Het vorige en tweede album genaamd Planetary Duality was een van mijn favoriete albums van 2008. De band zette hier een uniek album neer voor death metal-begrippen. Het was technisch en razendsnel maar ook zeer sfeervol. Er werd black metal in de blender gegooid en nog wat invloeden van Cynic door de vocoder die er voor zorgt dat je zang een rare vervorming krijgt. Een erg futuristisch album.
Nu zijn we 4 jaar verder en is inmiddels Autotheism uit. De line-up is behoorlijk veranderd. Zo is er een andere grunter, tweede gitarist en bassist. Wes Hauch (tweede gitarist) liet op het nieuwe album van Periphery al horen een zeer benadigd gitarist te zijn en de nieuwe bassist (Evan Brewer) liet op zijn soloalbum Alone al horen dat het een bass wizard is.
Nieuwe line-up en daardoor ook een verandering in stijl. The Faceless speelt nu progressieve death metal. Denk aan een band als Opeth. Ook speelt de cleane zang de grootste rol op dit album. Dat was op het vorige album wel anders, daar kwam de cleane zang sporadisch voorbij. Dit zal al een struikelblok voor veel luisteraars worden.
Die worden bij het eerste nummer al op het verkeerde been gezet. Autotheist Movement I: Create is namelijk slepend, iets wat we nog niet van de band hebben gehoord. Michael Keene (cleane zang en gitarist) laat op dit nummer horen dat zijn zang extreem vooruit is gegaan in vier jaar. Het nummer is het meest simpele van het hele album als we het interlude even achterwege laten. De riffs zijn stemmig, het doet me denken aan Alice In Chains. Mijn favoriet is gelijk gepasseerd.
De Autotheist Movement is een driedelig muzikaal stuk. Dit begint dus rustig maar daarna barst het open. Autotheist Movement II: Emancipate zorgt ervoor dat ik gelijk wat kritiek heb. Rond 2 minuten komt er een passage langs die wel heel erg op Devin Townsend lijkt. Na een beluistering van Deconstruction (album van Devin Townsend) hoorde ik zeer duidelijk riffs van Juular en The Mighty Masturbator. Is dit nu een extreme bewondering voor de man of een gevalletje jatwerk? Zelfs de zang klinkt als Devin Townsend. Op dat gebied moet Michael Keene als zanger wel groeien. Hij mist een eigen identiteit. De ene keer klinkt hij als Devin Townsend, de andere keer als Mikael Akerfeldt (Opeth) en de andere keer als Jerry Cantrell van Alice In Chains.
Autotheist Movement III: Deconsecrate is het meest experimentele nummer van het album. Er zit saxofoon en af en toe lijkt het wel alsof je in een circus terecht bent gekomen. Ook hoor je la-la koortjes die je ook hoort bij een band als Between The Buried And Me. Het lijkt er ook op dat The Faceless erg goed naar die band heeft geluisterd. Between The Buried And Me zijn meesters in het vermengen van stijlen die eigenlijk helemaal niet bij elkaar passen. Dat heeft The Faceless ook geprobeerd maar af en toe mist het wat samenhang en wordt het chaotisch.
Na deze songcyclus gaan we verder met een nummer genaamd Accelerated Evolution. Weer een stuk waar Devin Townsend wordt aanbeden. De titel is ook van een album van Devin Townsend, al zegt dat natuurlijk niet veel. The Eidolon Reality is een van de betere nummers van het album. De riffstijl doet me denken aan Voivod en hier presenteert The Faceless wel zijn eigen sound. Hier zijn ook weer de black metal invloeden te horen. Dit nummer is echt zwaar verbeterd in 1,5 jaar, deze was namelijk al eerder te horen als ruwe mix.
Hail Science is gewoon jammer. Microsoft Sam als zanger, inmiddels al zo retro als wat! Het voegt echt helemaal niks toe aan dit album. Hymn Of Sanity is ook al zo kort, daar hadden ze echt wel meer van kunnen maken. In Solitude is een nummer waar de invloeden van Opeth zeer goed in zijn te horen, hoor dat begin!
Tijdens het luisteren van dit album merk ik op dat de ritmesectie compleet geen ruimte heeft gekregen. Op Planetary Duality leek drummer Lyle Cooper wel vier armen te hebben en was er een ijzersterke drumsound. Nu krijgen we weinig avontuur te horen qua drums en een zeer klinische sound. Evan Brewer staat echt veel te laag in de mix. Sporadisch hoor je een baslijn langs komen, dit is een gevalletje And Justice For All... Je weet gelijk wat ik bedoel. De gitaarsound is ook vrij dun en dit komt door de producer.
Zijn naam is Michael Keene. Ja, ook de gitarist en zanger van The Faceless. Keene speelt zo´n grote rol op dit album dat de rest er bij verbleekt. De nieuwe grunter krijgt maar weinig ruimte. Deze band mist een eigen geluid. Het klinkt allemaal lekker maar nergens word ik echt overdonderd door het materiaal op Autotheism. De bandnaam past perfect. Het heeft geen gezicht.
Het album zou van mij 3,25* krijgen, ik rond het af naar boven.
The Flaming Lips - The Terror (2013)

4,5
0
geplaatst: 6 april 2013, 15:25 uur
The Flaming Lips bestaan 30 jaar en dat moet natuurlijk gevierd worden. Dit doen ze met The Terror, al klinkt het niet heel erg vrolijk. Wat The Flaming Lips hier doet valt op sommige momenten inderdaad onder geluidsterreur op een goede manier.
The Terror is een hele vervreemdende plaat die heel duister en futuristisch klinkt. Op de een of andere manier moet ik denken aan Pink Floyd in 2030 die zijn ontvoerd door aliens en daar besluiten een plaat over te maken. Het album heeft ook iets heel menselijks en emotioneels in zich. Op sommige momenten van het album word ik echt ontroerd, bijvoorbeeld bij Try To Explain. Dit nummer is heel erg desolaat en psychedelisch tegelijk.
Het openingsstuk van The Terror begint met een repeterende drumbeat en vervormde synths. Tussendoor horen we een zeer verknipt funkgitaartje wat meerdere keren in het album terug komt. The Terror is dan ook een album wat je echt in zijn geheel moet luisteren, dan komt dit album het beste tot zijn recht. Daarna word je het album ingezogen met lange klanktapijten en samenzang die doet denken aan jaren '60 pop. The Terror heeft iets heel erg authentieks en futuristisch in zich, dat maakt het een heel speciaal album.
You Lust heeft namelijk weg van de krautrock die in de jaren '70 in Duitsland werd gemaakt. Repeterende patronen die heel lang doorgaan maar toch blijven boeien. Wayne Coyne die Lust to succeed in je oor fluistert kan als best wel creepy worden ervaren. Het eerste gedeelte van het album zijn bijna soundscapes, ambient-achtig.
Daarna gaat de band meer richting Electronic met het titelnummer. De drumbeat is pulserend en legt een fundering neer voor de mooie zang van Wayne Coyne. De echo van Try To Explain komt weer terug in You Are Alone waar de band echt even helemaal experimenteel gaat. Butterfly, How Long It Takes To Die klinkt nog het meeste als een echte song en in Turning Violent word je even wakker geschud met overstuurde gitaren.
Op Always There, In Our Hearts is een klein sprankje zon te zien na 50 minuten duisternis. De verknipte funkgitaar komt nu echt op de voorgrond te liggen. De samenzang is hier weer heel erg mooi, dit is ook te horen op de cover van All You Need Is Love die op de EP staat. The Terror is een ware muzikale trip die wel een aantal luisterbeurten nodig heeft om hem echt te vatten.
The Terror is een hele vervreemdende plaat die heel duister en futuristisch klinkt. Op de een of andere manier moet ik denken aan Pink Floyd in 2030 die zijn ontvoerd door aliens en daar besluiten een plaat over te maken. Het album heeft ook iets heel menselijks en emotioneels in zich. Op sommige momenten van het album word ik echt ontroerd, bijvoorbeeld bij Try To Explain. Dit nummer is heel erg desolaat en psychedelisch tegelijk.
Het openingsstuk van The Terror begint met een repeterende drumbeat en vervormde synths. Tussendoor horen we een zeer verknipt funkgitaartje wat meerdere keren in het album terug komt. The Terror is dan ook een album wat je echt in zijn geheel moet luisteren, dan komt dit album het beste tot zijn recht. Daarna word je het album ingezogen met lange klanktapijten en samenzang die doet denken aan jaren '60 pop. The Terror heeft iets heel erg authentieks en futuristisch in zich, dat maakt het een heel speciaal album.
You Lust heeft namelijk weg van de krautrock die in de jaren '70 in Duitsland werd gemaakt. Repeterende patronen die heel lang doorgaan maar toch blijven boeien. Wayne Coyne die Lust to succeed in je oor fluistert kan als best wel creepy worden ervaren. Het eerste gedeelte van het album zijn bijna soundscapes, ambient-achtig.
Daarna gaat de band meer richting Electronic met het titelnummer. De drumbeat is pulserend en legt een fundering neer voor de mooie zang van Wayne Coyne. De echo van Try To Explain komt weer terug in You Are Alone waar de band echt even helemaal experimenteel gaat. Butterfly, How Long It Takes To Die klinkt nog het meeste als een echte song en in Turning Violent word je even wakker geschud met overstuurde gitaren.
Op Always There, In Our Hearts is een klein sprankje zon te zien na 50 minuten duisternis. De verknipte funkgitaar komt nu echt op de voorgrond te liggen. De samenzang is hier weer heel erg mooi, dit is ook te horen op de cover van All You Need Is Love die op de EP staat. The Terror is een ware muzikale trip die wel een aantal luisterbeurten nodig heeft om hem echt te vatten.
The God Machine - One Last Laugh in a Place of Dying... (1994)

5,0
2
geplaatst: 30 juli 2011, 21:03 uur
Mijn top 10 staat niet alleen vol met platen die ik na 1 keer goed vond. Sommige duren langer om te waarderen en anderen bevallen eigenlijk na een keer. Bij One Last Laugh In A Place Of Dying... was het bij de eerste keer gelijk raak.
The God Machine is een band die uit Amerikanen bestaat maar ze woonden allemaal in Engeland. Het is een trio die met hun debuutalbum Scenes from the Second Storey (later nog een review) zeker indruk maakten. Een zwaar rockalbum waar ook nog wat metalinvloeden in zaten. Het album zou uiteindelijk zelfs op nummer 55 in Engeland binnenkomen.
One Last Laugh In A Place Of Dying... is het tweede album en werd in Praag opgenomen. Op het vliegtuig terug bezwijkt de bassist Jimmy Fernandez. Hij belandt in een coma en zou uiteindelijk overlijden aan een hersentumor.
De hoes is kaal en de band en de titel staan er alleen op. Een leeg gevoel. Je hebt het idee dat er iets mist en dat klopt ook. Het album wordt volledig opgedragen aan de bassist. Je hebt ook het idee dat het album eigenlijk nog niet helemaal af was.
Het is nog zo rauw en puur en ontdaan van alle franjes. Het album heeft zo´n beetje de ultieme gitaarsound. De bas en de drums rammen zich bij de eerste nummers erdoorheen maar door het album heen wordt het steeds gaver en wordt de bas vooral steeds creatiever.
De eerste paar nummers rocken de pan uit maar hebben wel zeer donkere teksten. En dan In Bad Dreams. Dit is echt mijn favoriete nummer, niks is beter. De gitaarlijntje snijdt gewoon bijna en dan die strijkers en Robin Sheppard die deze onvergetelijke regels begint te zingen:
When you sleep
Do you see an angel in dying light
Or can you see someone standing outside
Trying to set you alight
Or maybe you've seen
someone somewhere before
That I might have loved if
i'd never loved you
But you only see me in...
Bad dreams
Er zijn af en toe maar een klein aantal regels nodig om iemand diep te raken en dat gebeurt bij mij. Iedere keer als ik dit nummer luister barst ik zo´n beetje in tranen uit, zo mooi. Het meest incomplete complete nummer zou ik bijna willen zeggen.
En als je denkt dat het niet meer donkerder kan zak je steeds dieper de afgrond in. Alles sleept meer en het wordt steeds zwaarder. Bij The Hunter zak je bijna weg maar dan word je weer wakker gemaakt door Evol, wat een beuker!
Het wordt steeds breekbaarder. Uiteindelijk komt er iets heel vaags genaamd The Sunday Song. Een melodie die 8 minuten lang doorgaat en echt voor rillingen op mijn rug zorgt. Het is net een soundtrack voor een horrorfilm, de killer waarvan je dacht dat hij geen vlieg kwaad zou doen.
Het is geen perfect album. Maar moeten albums perfect zijn? Ik heb iets speciaals met dit album.
To our friend Jimmy....
The God Machine is een band die uit Amerikanen bestaat maar ze woonden allemaal in Engeland. Het is een trio die met hun debuutalbum Scenes from the Second Storey (later nog een review) zeker indruk maakten. Een zwaar rockalbum waar ook nog wat metalinvloeden in zaten. Het album zou uiteindelijk zelfs op nummer 55 in Engeland binnenkomen.
One Last Laugh In A Place Of Dying... is het tweede album en werd in Praag opgenomen. Op het vliegtuig terug bezwijkt de bassist Jimmy Fernandez. Hij belandt in een coma en zou uiteindelijk overlijden aan een hersentumor.
De hoes is kaal en de band en de titel staan er alleen op. Een leeg gevoel. Je hebt het idee dat er iets mist en dat klopt ook. Het album wordt volledig opgedragen aan de bassist. Je hebt ook het idee dat het album eigenlijk nog niet helemaal af was.
Het is nog zo rauw en puur en ontdaan van alle franjes. Het album heeft zo´n beetje de ultieme gitaarsound. De bas en de drums rammen zich bij de eerste nummers erdoorheen maar door het album heen wordt het steeds gaver en wordt de bas vooral steeds creatiever.
De eerste paar nummers rocken de pan uit maar hebben wel zeer donkere teksten. En dan In Bad Dreams. Dit is echt mijn favoriete nummer, niks is beter. De gitaarlijntje snijdt gewoon bijna en dan die strijkers en Robin Sheppard die deze onvergetelijke regels begint te zingen:
When you sleep
Do you see an angel in dying light
Or can you see someone standing outside
Trying to set you alight
Or maybe you've seen
someone somewhere before
That I might have loved if
i'd never loved you
But you only see me in...
Bad dreams
Er zijn af en toe maar een klein aantal regels nodig om iemand diep te raken en dat gebeurt bij mij. Iedere keer als ik dit nummer luister barst ik zo´n beetje in tranen uit, zo mooi. Het meest incomplete complete nummer zou ik bijna willen zeggen.
En als je denkt dat het niet meer donkerder kan zak je steeds dieper de afgrond in. Alles sleept meer en het wordt steeds zwaarder. Bij The Hunter zak je bijna weg maar dan word je weer wakker gemaakt door Evol, wat een beuker!
Het wordt steeds breekbaarder. Uiteindelijk komt er iets heel vaags genaamd The Sunday Song. Een melodie die 8 minuten lang doorgaat en echt voor rillingen op mijn rug zorgt. Het is net een soundtrack voor een horrorfilm, de killer waarvan je dacht dat hij geen vlieg kwaad zou doen.
Het is geen perfect album. Maar moeten albums perfect zijn? Ik heb iets speciaals met dit album.
To our friend Jimmy....
The Knife - Silent Shout (2006)

4,5
0
geplaatst: 11 september 2010, 21:06 uur
Dance, meestal ben ik daar erg negatief over, wat bliepjes. Maar nu werd mij dit album getipt en het werd erg positief beoordeeld, dus ik was erg benieuwd.
Het eerste nummer ging bij mij het ene oor in en het andere oor uit, echt niks bijzonders. En ook het tweede nummer vind ik niet super, het is niet slecht, maar ook niet heel erg goed. Maar The Captain is dan wel beter, de eerste 3 minuten sowieso, maar dan komen die vervormde stemmen en dan vind ik er helemaal niks aan. En ook het nummer waarvan Ataloona zei dat ik het wel goed zou vinden is niet echt geweldig. Volgens mij gaan deze plaat en ik geen vrienden worden. En heb ik ook gelijk in, de rest vind ik ook niet goed.
Dit gaat het niet worden voor mij en Dance zal volgens mij nooit mijn genre worden. 1,5 ster voor The Knife.
Het eerste nummer ging bij mij het ene oor in en het andere oor uit, echt niks bijzonders. En ook het tweede nummer vind ik niet super, het is niet slecht, maar ook niet heel erg goed. Maar The Captain is dan wel beter, de eerste 3 minuten sowieso, maar dan komen die vervormde stemmen en dan vind ik er helemaal niks aan. En ook het nummer waarvan Ataloona zei dat ik het wel goed zou vinden is niet echt geweldig. Volgens mij gaan deze plaat en ik geen vrienden worden. En heb ik ook gelijk in, de rest vind ik ook niet goed.
Dit gaat het niet worden voor mij en Dance zal volgens mij nooit mijn genre worden. 1,5 ster voor The Knife.
The Ocean - Pelagial (2013)

4,5
0
geplaatst: 6 mei 2013, 16:43 uur
The Ocean is een band waar ik kennis mee maakte in 2007. Toen nog onder de naam The Ocean Collective werd het album Precambrian uitgebracht. Ik werd weg geblazen door de kracht en de souplesse van de muziek. Het tweeluik wat daarna kwam in 2010 viel vies tegen en dit kwam vooral door de zang. We zijn nu aanbeland bij Pelagial, het nieuwe werkstuk van dit Duits/Zwitsers collectief.
Pelagial is weer een conceptalbum, iets wat we gewend zijn van The Ocean. De luisteraar moet een reis ervaren door de lagen van de oceaan tot het diepste toe. Het begin is heel licht en het eind is heel zwaar. Dit werkstuk heeft als inspiratie de film Stalker van Andrej Tarkovski. Pelagial heeft dan ook twee interpretaties. Het staat voor de lagen van de oceaan maar ook voor de niveaus van het onderbewustzijn. Maar genoeg over het concept, laten we ons onderdompelen in de muziek.
Pelagial moet gezien worden als een track van 53 minuten. Het begin is heel vredig en bestaat uit lichte instrumentatie. De vocalen van Loic Rossetti zijn aan de softe kant, iets waar ik niet zo blij van word. Gelukkig hebben we ook de instrumentale versie voor het eerste gedeelte van het album.
De instrumentale versie is sowieso een geweldige optie om verder in de muziek te duiken. Zo hoor je watergeluiden en strijkers die op de versie met de vocalen minder goed te horen zijn. Zonder vocalen staat Pelagial namelijk ook als een huis. Ik geef zelfs de voorkeur aan de instrumentale versie. Ik heb namelijk op sommige momenten het gevoel dat de vocalen van Rossetti helemaal niet bij de complexe muziek passen. Pelagial was ook bedoeld als een instrumentaal stuk door de ziekte van Rossetti maar na zijn herstel werden er toch nog vocalen opgenomen. Rossetti mist de kracht in de cleane vocalen, zijn schreeuwen zijn wel krachtig.
Ook is het geweldig om de bas eindelijk weer eens goed te horen om een metalalbum. De productie is sowieso fantastisch, de gelaagdheid van de muziek blijft intact. Qua muziek is er bij The Ocean niet veel veranderd, het is weer iets harder geworden vergeleken met het tweeluik uit 2010. Vooral als we bij Hadopelagic komen is de grote finale begonnen. De cleane vocalen van Rossetti krijgen een rauw randje en de muziek wordt slepender. Bij deze stukken moet ik denken aan Tool en dat is echt een compliment. De zang kronkelt zich als het ware om de muziek heen bij Hadopelagic.
En bij Demersal horen we even de oerkracht van Precambrian. De diepste laag van de oceaan (Benthic) is loodzwaar te noemen, de band gaat even de doom/sludge-toer op. De watergeluiden worden steeds indringender. Zal je de weg naar boven ooit terug vinden?
Op Pelagial keert The Ocean bijna weer terug op het oude niveau van Precambrian. De muziek is overdonderend maar ik mis wat emotie. Maar al met al is het album een aanrader voor iedere avontuurlijke metalfan. Ook fans van Tool moeten deze eens proberen. Qua doordachte concepten en geweldig artwork hebben ze iets gemeen. De instrumentale versie krijgt 4,5*, de versie met vocalen krijgt 4*.
Pelagial is weer een conceptalbum, iets wat we gewend zijn van The Ocean. De luisteraar moet een reis ervaren door de lagen van de oceaan tot het diepste toe. Het begin is heel licht en het eind is heel zwaar. Dit werkstuk heeft als inspiratie de film Stalker van Andrej Tarkovski. Pelagial heeft dan ook twee interpretaties. Het staat voor de lagen van de oceaan maar ook voor de niveaus van het onderbewustzijn. Maar genoeg over het concept, laten we ons onderdompelen in de muziek.
Pelagial moet gezien worden als een track van 53 minuten. Het begin is heel vredig en bestaat uit lichte instrumentatie. De vocalen van Loic Rossetti zijn aan de softe kant, iets waar ik niet zo blij van word. Gelukkig hebben we ook de instrumentale versie voor het eerste gedeelte van het album.
De instrumentale versie is sowieso een geweldige optie om verder in de muziek te duiken. Zo hoor je watergeluiden en strijkers die op de versie met de vocalen minder goed te horen zijn. Zonder vocalen staat Pelagial namelijk ook als een huis. Ik geef zelfs de voorkeur aan de instrumentale versie. Ik heb namelijk op sommige momenten het gevoel dat de vocalen van Rossetti helemaal niet bij de complexe muziek passen. Pelagial was ook bedoeld als een instrumentaal stuk door de ziekte van Rossetti maar na zijn herstel werden er toch nog vocalen opgenomen. Rossetti mist de kracht in de cleane vocalen, zijn schreeuwen zijn wel krachtig.
Ook is het geweldig om de bas eindelijk weer eens goed te horen om een metalalbum. De productie is sowieso fantastisch, de gelaagdheid van de muziek blijft intact. Qua muziek is er bij The Ocean niet veel veranderd, het is weer iets harder geworden vergeleken met het tweeluik uit 2010. Vooral als we bij Hadopelagic komen is de grote finale begonnen. De cleane vocalen van Rossetti krijgen een rauw randje en de muziek wordt slepender. Bij deze stukken moet ik denken aan Tool en dat is echt een compliment. De zang kronkelt zich als het ware om de muziek heen bij Hadopelagic.
En bij Demersal horen we even de oerkracht van Precambrian. De diepste laag van de oceaan (Benthic) is loodzwaar te noemen, de band gaat even de doom/sludge-toer op. De watergeluiden worden steeds indringender. Zal je de weg naar boven ooit terug vinden?
Op Pelagial keert The Ocean bijna weer terug op het oude niveau van Precambrian. De muziek is overdonderend maar ik mis wat emotie. Maar al met al is het album een aanrader voor iedere avontuurlijke metalfan. Ook fans van Tool moeten deze eens proberen. Qua doordachte concepten en geweldig artwork hebben ze iets gemeen. De instrumentale versie krijgt 4,5*, de versie met vocalen krijgt 4*.
The Orb featuring David Gilmour - Metallic Spheres (2010)

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2010, 18:55 uur
David Gilmour maakt nog steeds geweldige muziek
Een nieuw Orb-album met David Gilmour. Vooral de laatste naam spitste mijn oren, The Orb is voor mij niet zo bekend.
The Orb is een ambientgezelschap uit Engeland wat in 1988 werd opgericht. Een van de leden is van de KLF geweest, wat een vrij bekende groep was, omdat ze paar hits hebben gehad in Nederland (Last Train to Trancentral, Justified and Ancient). Hun optredens werden vergeleken met die van Pink Floyd en raad eens wie er aan dit album meewerkte.......
David Gilmour! De gitarist van de band Pink Floyd die muziekgeschiedenis schreef. Deze band stopte er in 1996 mee, maar deden nog een kleine reünie in 2005. Maar David Gilmour stopte zeker niet met muziek maken. Hij maakte het soloalbum On A Island en werkt dus nu samen met The Orb op het album Metallic Spheres.
Je merkt gelijk dat de combinatie van The Orb en Gilmour heel goed werkt. Gilmour gaat niet helemaal los op dit album, maar gaat meer mee met de atmosfeer die The Orb maakt. Maar dat betekent zeker niet dat je geen heerlijke gitaar hoort. Gilmour speelt met lekker veel galm en speelt heerlijke solotje´s. De sound is eigenlijk zoals de Floyd misschien nu zou kunnen klinken. Een soort van Echoes 2010 (Naar mijn bescheiden mening het beste Pink Floyd-nummer ooit, 24 minuten lang!) En ineens hoor je meer de sound van Gilmour, hij speelt akoestisch gitaar.
Metallic Spheres is een heerlijk, relaxed album van 50 minuten lang. De combinatie Orb en Gilmour werkt goed en de nummers zijn nergens te lang. Fans van The Orb hebben deze waarschijnlijk al gehoord, maar fans van Pink Floyd moeten deze zeker eens een keer gaan beluisteren. Een album waar ik vrij hoge verwachtingen van had en die zijn zeker ingelost!
http://beautifulfreaks.nl/
Een nieuw Orb-album met David Gilmour. Vooral de laatste naam spitste mijn oren, The Orb is voor mij niet zo bekend.
The Orb is een ambientgezelschap uit Engeland wat in 1988 werd opgericht. Een van de leden is van de KLF geweest, wat een vrij bekende groep was, omdat ze paar hits hebben gehad in Nederland (Last Train to Trancentral, Justified and Ancient). Hun optredens werden vergeleken met die van Pink Floyd en raad eens wie er aan dit album meewerkte.......
David Gilmour! De gitarist van de band Pink Floyd die muziekgeschiedenis schreef. Deze band stopte er in 1996 mee, maar deden nog een kleine reünie in 2005. Maar David Gilmour stopte zeker niet met muziek maken. Hij maakte het soloalbum On A Island en werkt dus nu samen met The Orb op het album Metallic Spheres.
Je merkt gelijk dat de combinatie van The Orb en Gilmour heel goed werkt. Gilmour gaat niet helemaal los op dit album, maar gaat meer mee met de atmosfeer die The Orb maakt. Maar dat betekent zeker niet dat je geen heerlijke gitaar hoort. Gilmour speelt met lekker veel galm en speelt heerlijke solotje´s. De sound is eigenlijk zoals de Floyd misschien nu zou kunnen klinken. Een soort van Echoes 2010 (Naar mijn bescheiden mening het beste Pink Floyd-nummer ooit, 24 minuten lang!) En ineens hoor je meer de sound van Gilmour, hij speelt akoestisch gitaar.
Metallic Spheres is een heerlijk, relaxed album van 50 minuten lang. De combinatie Orb en Gilmour werkt goed en de nummers zijn nergens te lang. Fans van The Orb hebben deze waarschijnlijk al gehoord, maar fans van Pink Floyd moeten deze zeker eens een keer gaan beluisteren. Een album waar ik vrij hoge verwachtingen van had en die zijn zeker ingelost!
http://beautifulfreaks.nl/
The Posies - Frosting on the Beater (1993)

4,0
0
geplaatst: 13 augustus 2010, 19:38 uur
The Posies, volgens mij wel eens een keer iets van geluisterd, nu een heel album.
Het eerste nummer blijft nu al enorm in mijn kop hangen, dit is gewoon een hard, goed gemaakt popliedje. Bijna alle nummers zouden zo de top 40 in kunnen, maar dat gebeurt niet. Lekker gitaarwerk en gewoon echt enorm catchy nummers die heel de tijd in je kop blijven hangen, als je dat als band kan doen ben je goed bezig. En dan zo een hele CD vol. Het gitaargeluid is heerlijk, niet te soft, maar ook niet hard, echt tussenin. Geen een nummer is minder, een CD vol knallers.
Conclusie: Een heerlijke CD vol heerlijke nummers, 4 sterren! Dit album bevalt gelijk bij de eerste keer! Begin maar een Posies-kliniek!
Het eerste nummer blijft nu al enorm in mijn kop hangen, dit is gewoon een hard, goed gemaakt popliedje. Bijna alle nummers zouden zo de top 40 in kunnen, maar dat gebeurt niet. Lekker gitaarwerk en gewoon echt enorm catchy nummers die heel de tijd in je kop blijven hangen, als je dat als band kan doen ben je goed bezig. En dan zo een hele CD vol. Het gitaargeluid is heerlijk, niet te soft, maar ook niet hard, echt tussenin. Geen een nummer is minder, een CD vol knallers.
Conclusie: Een heerlijke CD vol heerlijke nummers, 4 sterren! Dit album bevalt gelijk bij de eerste keer! Begin maar een Posies-kliniek!

The Sequence of Prime - Virion (2010)

4,0
0
geplaatst: 18 juni 2010, 19:46 uur
Ik kwam op dit album via Lords of Metal en werd wel erg benieuwd, het werd vergeleken met Agoraphobic Nosebleed, Ministry en Slayer en dat zijn toch niet de minste bands
Het is een 1-mans project, door Brandon Duncan. De vergelijking met Agoraphobic Nosebleed komt vooral door de drumcomputer, maar die overheerst niet enorm, wat wel erg lekker is. Door de zang hoor ik hier erg veel Ministry in, op de zang zit enorm veel distortion, en de riffs hebben raakvlakken met alle 3 de bands. En dit is geen aftreksel van deze bands, nee, dit is heel erg sterk, dat je dit alleen kan, petje af!
Steun deze muzikant, hij mag wel wat meer gekend worden, je kan het album gratis downloaden op de website van The Sequence of Prime.
Het is een 1-mans project, door Brandon Duncan. De vergelijking met Agoraphobic Nosebleed komt vooral door de drumcomputer, maar die overheerst niet enorm, wat wel erg lekker is. Door de zang hoor ik hier erg veel Ministry in, op de zang zit enorm veel distortion, en de riffs hebben raakvlakken met alle 3 de bands. En dit is geen aftreksel van deze bands, nee, dit is heel erg sterk, dat je dit alleen kan, petje af!
Steun deze muzikant, hij mag wel wat meer gekend worden, je kan het album gratis downloaden op de website van The Sequence of Prime.The Smashing Pumpkins - Mellon Collie and the Infinite Sadness (1995)

4,5
0
geplaatst: 21 september 2010, 18:59 uur
Dubbelalbums, of je geniet er van of je zit heel de tijd op de Skip-button te rammen omdat er te veel nummers op staan. Geslaagde dubbelalbums zijn The White Album van The Beatles, Songs in the Key of Life van Stevie Wonder en Stadium Arcadium van Red Hot Chili Peppers. Maar nu kan ik daar ook Mellon Collie and the Infinite Sadness van de Smashing Pumpkins aan toe voegen, want wat is dat een geweldig album!
Ik kende de band al wel van de bekendere nummers en ik heb Teargarden by Kaleidoscope Vol.1 op CD en heb dit album dus gedownload. Ik dacht: Dit is een lang album en hier zul je alle gezichten van de band wel zo´n beetje kunnen horen, want 2 uur heel de tijd rocken is bijna onmogelijk. Mooie opening en dan gelijk Tonight, Tonight, geweldige drumpartijen van Jimmy Chamberlin die zijn snare drum op dit nummer zeker niet onberoerd laat. En dan komt er compleet het omgedraaide, namelijk Jellybelly. Het begin klinkt net alsof een metalband aan het werk is en het beukt echt enorm! Dit dubbelalbum heeft echt extreem veel variatie en heeft ook geen last van fillers, ik hoef niks te skippen.
Dit album is 2 uur lang genieten, voor iedereen die Rock een warm hart toedraagt zal er zeker wel iets van zijn gading op te vinden zijn. Er zijn namelijk enorme beukers op zoals Jellybelly en Bodies, maar ook nummers met progressieve elementen zoals Porcelina of the Vast Oceans dat 9 minuten lang is! Is dit het beste album van de jaren ´90? Ik denk het bijna wel. En de download wordt natuurlijk vervangen door de originele CD, maak je geen zorgen.
5 sterren en een plek in mijn top 10.
Ik kende de band al wel van de bekendere nummers en ik heb Teargarden by Kaleidoscope Vol.1 op CD en heb dit album dus gedownload. Ik dacht: Dit is een lang album en hier zul je alle gezichten van de band wel zo´n beetje kunnen horen, want 2 uur heel de tijd rocken is bijna onmogelijk. Mooie opening en dan gelijk Tonight, Tonight, geweldige drumpartijen van Jimmy Chamberlin die zijn snare drum op dit nummer zeker niet onberoerd laat. En dan komt er compleet het omgedraaide, namelijk Jellybelly. Het begin klinkt net alsof een metalband aan het werk is en het beukt echt enorm! Dit dubbelalbum heeft echt extreem veel variatie en heeft ook geen last van fillers, ik hoef niks te skippen.
Dit album is 2 uur lang genieten, voor iedereen die Rock een warm hart toedraagt zal er zeker wel iets van zijn gading op te vinden zijn. Er zijn namelijk enorme beukers op zoals Jellybelly en Bodies, maar ook nummers met progressieve elementen zoals Porcelina of the Vast Oceans dat 9 minuten lang is! Is dit het beste album van de jaren ´90? Ik denk het bijna wel. En de download wordt natuurlijk vervangen door de originele CD, maak je geen zorgen.
5 sterren en een plek in mijn top 10.The Undertones - The Undertones (1979)

4,0
0
geplaatst: 8 augustus 2010, 19:36 uur
Ik luister veel naar Prog en nog meer verschillende muziekstijlen die niet echt toegankelijk zijn en af en toe vind ik het echt heerlijk om eens een Punk-album in mijn stereo te doen, niet te moeilijk, gewoon lekker simpel. En daarom ben ik erg blij dat Ataloona mij dit album heeft gegeven in Ga dit album eens reviewen-topic. Want dit is gewoon een heerlijk Punk-album zonder te veel poespas, lekkere drums en gitaar. Eentje die je opzet en even lekker relaxed of tekeer gaat. Een nummer voor nummer review vind ik dan ook onzin, deze is om op te zetten en gewoon lekker te relaxen. Dit album is niet om tot in de puntjes te analyseren. Daar is Punk niet voor. Maar hij krijgt 4 sterren. Eentje die ik vaker ga opzetten!
Tom Waits - Rain Dogs (1985)

5,0
0
geplaatst: 7 augustus 2010, 19:17 uur
Tom Waits, ik hoor er bijna alleen maar goede dingen over. Paar weken geleden zag ik Closing Time staan voor 5 euro, dus die had ik eens een keer geluisterd en viel erg tegen, ik vond het enorm kabbelen. Maar gelukkig kopen mijn ouders gisteren de 2-DVD van The Old Grey Whistle Test waar dus Tom Waits ook op staat met Tom Traubert´s Blues. Ik ging kijken en eerst schrok ik me rot van de stem die begon, want op Closing Time is zijn stem echt compleet anders. Maar nadat ik weer was bijgekomen genoot ik echt enorm van dat nummer. Dus ik kijk daarna op Musicmeter wat het beste album van Tom Waits is en kom dus uit op Rain Dogs, en wat ben ik daar blij mee! Hier heeft hij die heerlijke rauwe stem en er is aparte instrumentatie, wat een gaaf album is dit. Bij Downtrain Train gaat hij enorm de kant van Springsteen op, maar toen Singapore begon was ik meteen geboeid, omdat niet veel albums op die manier beginnen en zo waren er ineens 53 minuten voorbij... 4,5 ster, maar dat kan zeker 5 sterren worden. En wat word het album toch mooi afgesloten!
P.S.: De link van Singapore is een animatie die iemand heeft gemaakt op het nummer, erg gaaf gedaan!
P.S.: De link van Singapore is een animatie die iemand heeft gemaakt op het nummer, erg gaaf gedaan!

Tool - 10,000 Days (2006)
Alternatieve titel: 10000 Days

5,0
18
geplaatst: 14 januari 2019, 19:46 uur
Het ziet er naar uit dat Tool dit jaar de opvolger van 10,000 Days gaat uitbrengen. Na jaren van gemengde signalen door verschillende leden is het album echt opgenomen en bevindt de band zich in de mixfase. Dat kan nog wel even gaan duren, maar als dat hetzelfde eindresultaat oplevert als 10,000 Days heb ik daar geen enkel probleem mee. Ruim 12 jaar na de releasedatum hoor ik nog steeds per luisterbeurt nieuwe lagen.
Het album gaat opvallend stevig van start. Daar waar Lateralus sluipend binnenkomt, zet Tool met Vicarious en Jambi een aantal, voor hun doen, bondige en hoekige moderne metal/rockkrakers neer. Vicarious is een observatie over hoe wij als mensheid steeds meer ramptoeristen zijn geworden met het zien van afgrijselijke beelden. Een ziekelijke fascinatie voor het ongeluk. Mensen die met hun telefoon op de snelweg aan het filmen en fotograferen zijn wanneer er een fataal auto-ongeluk (I need to watch things die / From a good safe distance) is gebeurd. Wat vooral opvalt is dat Adam Jones hier met zijn gitaarriffs het voortouw neemt en Justin Chancellor en Danny Carey een begeleidende rol spelen. Dat is doodnormaal voor de meeste rock/metalbands, maar voor Tool is dat atypisch. Ook Maynard James Keenan ligt een stuk losser qua zanglijnen op deze twee tracks, aangezien hij normaal verweven is met de ritmesectie.
Hoe goed het openingsbod ook is, vanaf Wings for Marie (Part 1) en 10,000 Days (Wings Part 2) komt de magistrale unieke klasse van Tool glansrijk naar boven. Het tweeluik, geschreven als ode aan Judith (de moeder van Maynard James Keenan), laat horen waarom Tool wel eens de Pink Floyd van de metal wordt genoemd. Alle elementen vallen subtiel en naadloos in elkaar en er wordt geen noot te veel gespeeld. De tokkel van Jones is bezwerend, Maynard vergroot dat effect alleen nog maar meer met zijn gepassioneerde monotone vocalen en als kers op de kaart legt Chancellor een van zijn mooiste baslijnen ooit neer. Het is ook meesterlijk hoe de baspartij na de uitbarsting meegaat in de melodie van de zanglijn. Nadat Maynard ''Alright, now it's time for us to let you go'' zingt, wordt de laatste adem op de bas uitgeblazen. Kippenvel.
De emotie wordt doorgezet in het tweede deel, wanneer Maynard verder gaat over de liefdevolle relatie met zijn moeder, maar niet met haar geloof. Het tweeluik klinkt muzikaal alsof Tool in een ander universum is, maar tekstueel is het levensecht, al gaat Maynard zeer poëtisch en berustend met het moeilijke onderwerp om. Het is een wereld van verschil vergeleken met de geëmotioneerde frustratie op Judith (van A Perfect Circle), waarin hij flink op haar geloof inhakt. Ongeloof, dat zo'n prachtig persoon gestraft kan worden door verlamd te raken.
10,000 Days bevat dezelfde tweedeling als Aenima en Lateralus: nummers die vrij hoekig en ritmisch in elkaar zitten en nummers die echt uitwaaieren en meer op textuur dan ritme zijn gericht. Danny Carey heeft weer een glansrol op het heerlijk diep groovende The Pot. Het is een afwisseling die heel goed werkt, aangezien de 17 minuten durende reis over Marie toch een behoorlijke onderneming is. Ook Rosetta Stoned focust zich op een cyclus van hypnotiserende riffs die langzaamaan steeds gedetailleerder en intenser wordt. Het is meer een constante trip dan een song waar je helemaal in gezogen wordt.
Wanneer je denkt dat de plaat niet beter kan, komt Tool met een ongekend mooie finale met Intension en Right In Two. Het voelt als één nummer, net als Disposition/Reflection op Lateralus. Intension brengt je in een heerlijke mellow sfeer en door die onderdompeling en de naadloze overgang naar Right In Two, word je compleet naar een andere plek gestuurd. Mijn hoofd is helemaal leeg van gedachten en ieder detail van de ritmesectie is om van te smullen. Vooral wanneer Chancellor in de derde minuut de voorgrond neemt wordt het ultiem genieten. Zelfs wanneer Tool hard speelt, blijft er een hypnose, subtiliteit en rust die ik niet eerder bij een andere band heb gehoord. Oosterse metal, wat in de bezwerende tablasectie in het midden van het nummer alleen nog maar meer duidelijk wordt.
De Nederlandse passage van Tool in het Ziggo Dome zal ik niet meemaken en om heel eerlijk te zijn vind ik dat niet erg. Ik ben altijd van het principe dat ik een band live wil meemaken, maar bij Tool heb ik dat niet. Bij het luisteren van Tool wil ik niemand om mij heen hebben, koptelefoon op of de stereo op een flink volume en mijlenver in alle lagen duiken. Misschien is Tool wel mijn ''mindfulness''-moment. ''Mindfulness'' met power.
Het album gaat opvallend stevig van start. Daar waar Lateralus sluipend binnenkomt, zet Tool met Vicarious en Jambi een aantal, voor hun doen, bondige en hoekige moderne metal/rockkrakers neer. Vicarious is een observatie over hoe wij als mensheid steeds meer ramptoeristen zijn geworden met het zien van afgrijselijke beelden. Een ziekelijke fascinatie voor het ongeluk. Mensen die met hun telefoon op de snelweg aan het filmen en fotograferen zijn wanneer er een fataal auto-ongeluk (I need to watch things die / From a good safe distance) is gebeurd. Wat vooral opvalt is dat Adam Jones hier met zijn gitaarriffs het voortouw neemt en Justin Chancellor en Danny Carey een begeleidende rol spelen. Dat is doodnormaal voor de meeste rock/metalbands, maar voor Tool is dat atypisch. Ook Maynard James Keenan ligt een stuk losser qua zanglijnen op deze twee tracks, aangezien hij normaal verweven is met de ritmesectie.
Hoe goed het openingsbod ook is, vanaf Wings for Marie (Part 1) en 10,000 Days (Wings Part 2) komt de magistrale unieke klasse van Tool glansrijk naar boven. Het tweeluik, geschreven als ode aan Judith (de moeder van Maynard James Keenan), laat horen waarom Tool wel eens de Pink Floyd van de metal wordt genoemd. Alle elementen vallen subtiel en naadloos in elkaar en er wordt geen noot te veel gespeeld. De tokkel van Jones is bezwerend, Maynard vergroot dat effect alleen nog maar meer met zijn gepassioneerde monotone vocalen en als kers op de kaart legt Chancellor een van zijn mooiste baslijnen ooit neer. Het is ook meesterlijk hoe de baspartij na de uitbarsting meegaat in de melodie van de zanglijn. Nadat Maynard ''Alright, now it's time for us to let you go'' zingt, wordt de laatste adem op de bas uitgeblazen. Kippenvel.
De emotie wordt doorgezet in het tweede deel, wanneer Maynard verder gaat over de liefdevolle relatie met zijn moeder, maar niet met haar geloof. Het tweeluik klinkt muzikaal alsof Tool in een ander universum is, maar tekstueel is het levensecht, al gaat Maynard zeer poëtisch en berustend met het moeilijke onderwerp om. Het is een wereld van verschil vergeleken met de geëmotioneerde frustratie op Judith (van A Perfect Circle), waarin hij flink op haar geloof inhakt. Ongeloof, dat zo'n prachtig persoon gestraft kan worden door verlamd te raken.
10,000 Days bevat dezelfde tweedeling als Aenima en Lateralus: nummers die vrij hoekig en ritmisch in elkaar zitten en nummers die echt uitwaaieren en meer op textuur dan ritme zijn gericht. Danny Carey heeft weer een glansrol op het heerlijk diep groovende The Pot. Het is een afwisseling die heel goed werkt, aangezien de 17 minuten durende reis over Marie toch een behoorlijke onderneming is. Ook Rosetta Stoned focust zich op een cyclus van hypnotiserende riffs die langzaamaan steeds gedetailleerder en intenser wordt. Het is meer een constante trip dan een song waar je helemaal in gezogen wordt.
Wanneer je denkt dat de plaat niet beter kan, komt Tool met een ongekend mooie finale met Intension en Right In Two. Het voelt als één nummer, net als Disposition/Reflection op Lateralus. Intension brengt je in een heerlijke mellow sfeer en door die onderdompeling en de naadloze overgang naar Right In Two, word je compleet naar een andere plek gestuurd. Mijn hoofd is helemaal leeg van gedachten en ieder detail van de ritmesectie is om van te smullen. Vooral wanneer Chancellor in de derde minuut de voorgrond neemt wordt het ultiem genieten. Zelfs wanneer Tool hard speelt, blijft er een hypnose, subtiliteit en rust die ik niet eerder bij een andere band heb gehoord. Oosterse metal, wat in de bezwerende tablasectie in het midden van het nummer alleen nog maar meer duidelijk wordt.
De Nederlandse passage van Tool in het Ziggo Dome zal ik niet meemaken en om heel eerlijk te zijn vind ik dat niet erg. Ik ben altijd van het principe dat ik een band live wil meemaken, maar bij Tool heb ik dat niet. Bij het luisteren van Tool wil ik niemand om mij heen hebben, koptelefoon op of de stereo op een flink volume en mijlenver in alle lagen duiken. Misschien is Tool wel mijn ''mindfulness''-moment. ''Mindfulness'' met power.
Tool - Fear Inoculum (2019)

4,5
15
geplaatst: 30 augustus 2019, 23:06 uur
Fear Inoculum is een plaat waarop de ''catchy'' elementen van de Tool-sound als sneeuw voor de zon verdwenen zijn. Verwacht geen puntige tracks als Vicarious of The Pot op deze plaat, maar denk aan uitgesponnen tracks als Reflection, Wings for Marie (Part 1), 10,000 Days (Wings Part 2) en Right In Two. Dertien jaar lijkt een enorme tijd, maar Fear Inoculum klinkt alsof Tool zich liet invriezen na 10,000 Days en zich voor de opnames weer bij de levenden bracht. Er is geen spoor van modernere geluiden te vinden, dit is pure Tool waar geen tijd aan verbonden is.
Dit kan in eerste instantie voor een behoorlijke déjà vu zorgen. Er zijn namelijk weinig elementen op deze plaat die we niet eerder hebben gehoord bij Tool. Toch is Fear Inoculum zeker geen herhalingsoefening, maar een natuurlijke evolutie die je graag bij een band hoort. Wat het meeste opvalt is dat de complexiteit meer naar de achtergrond is gezet en het organische samenspel tussen de bandleden van groter belang is geworden. Tool creëerde labyrinten van nummers die je constant op het verkeerde been konden zetten met bakken met maatwisselingen. Natuurlijk wordt er nog steeds gespeeld met verschillende soorten timing en vooral het drumwerk van Danny Carey is wel weer fabelachtig geconstrueerd, maar de songs zelf lijken heel erg geleidelijk aan te verlopen. De band is veel geduldiger geworden in zijn opbouw en mediteert (''jamt'') soms minutenlang op dezelfde thema's en stuurt zich daarbij op zijn gemak naar de volgende passage zonder al te veel onverwachtse ommezwaaien. Tool is voor mij op deze plaat veel meer een post-rock/metal gezelschap dan een progressieve rock/metalband geworden, al krijgen we nu wel wat Rush-achtige synthesizertonen te horen op tracks als Pneuma, Invincible en Descending.
Tool lijkt nog meer rust als gehele band in zijn spel te hebben. Danny Carey is inmiddels volledig verzonken in hypnotiserend tomspel met een diversiteit aan overige percussie-instrumentatie. Zelfs zo ver dat we een ware drumsolo te horen krijgen met Chocolate Chip Trip, waarop Carey over een On the Run (Pink Floyd)-achtige elektronische sequentie speelt. Vakwerk en een afwisseling na alle ruim tien minuten durende composities. Ook Justin Chancellor begint nog meer ademruimte in zijn galmende doordringende weidse baslijnen aan te brengen. Aangezien de ritmesectie altijd de hoofdrolspeler in Tool was, zie je hier een kleine verandering plaatsvinden. Het valt op dat Adam Jones een stuk meer aanwezig is en dit met verve doet. Daar waar hoekig riffwerk altijd de hoofdmoot vormde van zijn spel, vallen hier best wel wat meer stemmige tokkeltjes op. Jones draagt zelfs Culling Voices bijna volledig met zijn prachtige gelaagde melancholische cleane gitaarpartijen. Een magistraal canvas voor Maynard James Keenan, die zeer transparant klinkt op deze plaat. Ik heb hem nog niet eerder bij Tool zo mooi en breekbaar horen klinken als op Culling Voices, dit is dan ook een enorm kippenvelmoment. Keenan barst zelden meer uit, alleen op 7empest. Dit is dan ook het nummer dat ons ineens flink terug stuurt naar de tijden van Undertow en Ænima.
Na een ruim uur vol met traag vloeiende meditatieve rock/metal gooit Tool wat meer de beuk erin voor een hele mooie finale van een kwartier. Adam Jones soleert zelfs een aantal minuten over een stuwend motief van Chancellor/Carey en neemt volledig het voortouw in deze track. Daarmee leek Fear Inoculum met een sneltreinvaart voorbij te gaan met zijn 79/86 minuten. De plaat is precies de opvolger waar ik op hoopte: een verdere verkenning van de meditatieve en hypnotiserende aspecten van de Tool-sound. Vernieuwing en verbazing zijn daarbij niet de sleutelwoorden van Fear Inoculum, wel verdieping. Daarmee is de herkenbaarheid zeker niet verloren, aangezien allerlei motieven van de plaat na meerdere luisterbeurten behoorlijk in je hoofd gaan zitten. Een enorm aangename luisterervaring die mij weer voor heel erg lang plezier gaat bezorgen.
Dit kan in eerste instantie voor een behoorlijke déjà vu zorgen. Er zijn namelijk weinig elementen op deze plaat die we niet eerder hebben gehoord bij Tool. Toch is Fear Inoculum zeker geen herhalingsoefening, maar een natuurlijke evolutie die je graag bij een band hoort. Wat het meeste opvalt is dat de complexiteit meer naar de achtergrond is gezet en het organische samenspel tussen de bandleden van groter belang is geworden. Tool creëerde labyrinten van nummers die je constant op het verkeerde been konden zetten met bakken met maatwisselingen. Natuurlijk wordt er nog steeds gespeeld met verschillende soorten timing en vooral het drumwerk van Danny Carey is wel weer fabelachtig geconstrueerd, maar de songs zelf lijken heel erg geleidelijk aan te verlopen. De band is veel geduldiger geworden in zijn opbouw en mediteert (''jamt'') soms minutenlang op dezelfde thema's en stuurt zich daarbij op zijn gemak naar de volgende passage zonder al te veel onverwachtse ommezwaaien. Tool is voor mij op deze plaat veel meer een post-rock/metal gezelschap dan een progressieve rock/metalband geworden, al krijgen we nu wel wat Rush-achtige synthesizertonen te horen op tracks als Pneuma, Invincible en Descending.
Tool lijkt nog meer rust als gehele band in zijn spel te hebben. Danny Carey is inmiddels volledig verzonken in hypnotiserend tomspel met een diversiteit aan overige percussie-instrumentatie. Zelfs zo ver dat we een ware drumsolo te horen krijgen met Chocolate Chip Trip, waarop Carey over een On the Run (Pink Floyd)-achtige elektronische sequentie speelt. Vakwerk en een afwisseling na alle ruim tien minuten durende composities. Ook Justin Chancellor begint nog meer ademruimte in zijn galmende doordringende weidse baslijnen aan te brengen. Aangezien de ritmesectie altijd de hoofdrolspeler in Tool was, zie je hier een kleine verandering plaatsvinden. Het valt op dat Adam Jones een stuk meer aanwezig is en dit met verve doet. Daar waar hoekig riffwerk altijd de hoofdmoot vormde van zijn spel, vallen hier best wel wat meer stemmige tokkeltjes op. Jones draagt zelfs Culling Voices bijna volledig met zijn prachtige gelaagde melancholische cleane gitaarpartijen. Een magistraal canvas voor Maynard James Keenan, die zeer transparant klinkt op deze plaat. Ik heb hem nog niet eerder bij Tool zo mooi en breekbaar horen klinken als op Culling Voices, dit is dan ook een enorm kippenvelmoment. Keenan barst zelden meer uit, alleen op 7empest. Dit is dan ook het nummer dat ons ineens flink terug stuurt naar de tijden van Undertow en Ænima.
Na een ruim uur vol met traag vloeiende meditatieve rock/metal gooit Tool wat meer de beuk erin voor een hele mooie finale van een kwartier. Adam Jones soleert zelfs een aantal minuten over een stuwend motief van Chancellor/Carey en neemt volledig het voortouw in deze track. Daarmee leek Fear Inoculum met een sneltreinvaart voorbij te gaan met zijn 79/86 minuten. De plaat is precies de opvolger waar ik op hoopte: een verdere verkenning van de meditatieve en hypnotiserende aspecten van de Tool-sound. Vernieuwing en verbazing zijn daarbij niet de sleutelwoorden van Fear Inoculum, wel verdieping. Daarmee is de herkenbaarheid zeker niet verloren, aangezien allerlei motieven van de plaat na meerdere luisterbeurten behoorlijk in je hoofd gaan zitten. Een enorm aangename luisterervaring die mij weer voor heel erg lang plezier gaat bezorgen.
Tool - Lateralus (2001)

5,0
14
geplaatst: 3 maart 2018, 22:17 uur
Progressieve rock en metal is vaak muziek die langer de tijd nodig heeft om echt door te komen. Toch weet ik nog dat ik op mijn zevende helemaal aan de speakers gekluisterd zat te luisteren toen het intro van The Grudge begon. Compleet geobsedeerd door de magistraal in elkaar verstrengelde bas en drums. Tool was voor mij pure liefde op het eerste gehoor. Deze band is een zeer diepgaande expressie van ritme, een van de meest primitieve communicatievormen die er zijn. Achteraf gezien was het dat oergevoel wat mij gelijk aansprak aan deze band. Pas later kwam het besef van de complexiteit tevoorschijn.
Veertien jaar later en een hele dosis muziekkennis verder kan ik nog steeds concluderen dat Lateralus en Tool uniek in zijn soort is. Ze hebben amper duidelijke stilistische connecties naar de eerdere progrock/metal op King Crimson na. Tool laat zijn virtuositeit namelijk niet ontzettend doorschemeren, net zoals King Crimson dat op een album als Red doet. De composities op Lateralus zijn een staaltje architectuur waar je U tegen zegt: ieder laagje heeft een toevoegende waarde en band neemt ontzettend de tijd om een compositie op te bouwen. Qua metalinvloeden hoor je ook geen sporen van oudere bands op het Amerikaanse Helmet na. Deze band bracht aan het begin van de jaren '90 een nieuwe minimalistische aanpak van metal op de wereld. Geen traditionele gitaarsolo's en staccato riffwerk. Ook draait Tool de rollen van de gitarist en de bassist om. De bassist is de voorman en de gitarist de ondersteuner en sfeerversterker.
De invalshoek van de gitaar bij Tool is er een die meer texturen bijdraagt dan echt veel riffs. Daarmee gooit Tool een vrij vast rockprincipe zo de prullenbak in. Wanneer deze riffs sporadisch tevoorschijn komen zijn het ook wel heerlijke hoekige exemplaren, zoals op het furieuze Ticks and Leeches. Danny Carey en Justin Chancellor zijn de hoofdrolspelers van Lateralus en dé reden waarom Tool zo'n compleet eigen en mystiek geluid heeft. Carey is een met zijn drumstel: iemand die niet hoeft te beuken om te overdonderen. Ook laat hij zijn toms en zelfs tabla's spreken in plaats van een dominante aanwezigheid van de snaredrum, dit zorgt voor een Oosterse invloed en een volledig andere take op rockdrummen dan je gewend was en bent. Samen met Gavin Harrison (Porcupine Tree) en Neil Peart (Rush) behoort hij tot een van de weinige rockdrummers die gruwelijk complexe dingen heel erg voor de hand liggend kan laten klinken. Chancellor draagt extreem veel aan deze plaat bij: weidse baslijnen die in combinatie met Carey's drumspel een ronduit bezwerende uitwerking hebben.
Dan heb ik het nog niet eens gehad over Maynard James Keenan. Hij beweegt zich vloeiend door de muziek en is net als zijn medebandleden van de subtiliteit. Keenan legt heel veel diepte in zijn noten en is vaak qua frasering een met de ritmesectie, wat de bezwering alleen nog maar meer vergroot. Wanneer hij echt de voorgrond neemt worden er onvergetelijke momenten neergezet: ik heb het over De Schreeuw van The Grudge die een ontlading bevat die je zelden hoort.
Lateralus duurt maar liefst 79 minuten, maar het vliegt echt voorbij. Tool is razend populair geworden door volledig zichzelf te zijn en subtiele en ingewikkelde kunstzinnige en eigenzinnige rock/metal te maken, iets dat weinig bands kunnen zeggen. Waar komt dat door?
Tool is puur ritme. In de drums. In de bas. In de zang. In de gitaar. Ritme zegt alles. Tool zegt alles. Lateralus is geen album, maar een ervaring.
Veertien jaar later en een hele dosis muziekkennis verder kan ik nog steeds concluderen dat Lateralus en Tool uniek in zijn soort is. Ze hebben amper duidelijke stilistische connecties naar de eerdere progrock/metal op King Crimson na. Tool laat zijn virtuositeit namelijk niet ontzettend doorschemeren, net zoals King Crimson dat op een album als Red doet. De composities op Lateralus zijn een staaltje architectuur waar je U tegen zegt: ieder laagje heeft een toevoegende waarde en band neemt ontzettend de tijd om een compositie op te bouwen. Qua metalinvloeden hoor je ook geen sporen van oudere bands op het Amerikaanse Helmet na. Deze band bracht aan het begin van de jaren '90 een nieuwe minimalistische aanpak van metal op de wereld. Geen traditionele gitaarsolo's en staccato riffwerk. Ook draait Tool de rollen van de gitarist en de bassist om. De bassist is de voorman en de gitarist de ondersteuner en sfeerversterker.
De invalshoek van de gitaar bij Tool is er een die meer texturen bijdraagt dan echt veel riffs. Daarmee gooit Tool een vrij vast rockprincipe zo de prullenbak in. Wanneer deze riffs sporadisch tevoorschijn komen zijn het ook wel heerlijke hoekige exemplaren, zoals op het furieuze Ticks and Leeches. Danny Carey en Justin Chancellor zijn de hoofdrolspelers van Lateralus en dé reden waarom Tool zo'n compleet eigen en mystiek geluid heeft. Carey is een met zijn drumstel: iemand die niet hoeft te beuken om te overdonderen. Ook laat hij zijn toms en zelfs tabla's spreken in plaats van een dominante aanwezigheid van de snaredrum, dit zorgt voor een Oosterse invloed en een volledig andere take op rockdrummen dan je gewend was en bent. Samen met Gavin Harrison (Porcupine Tree) en Neil Peart (Rush) behoort hij tot een van de weinige rockdrummers die gruwelijk complexe dingen heel erg voor de hand liggend kan laten klinken. Chancellor draagt extreem veel aan deze plaat bij: weidse baslijnen die in combinatie met Carey's drumspel een ronduit bezwerende uitwerking hebben.
Dan heb ik het nog niet eens gehad over Maynard James Keenan. Hij beweegt zich vloeiend door de muziek en is net als zijn medebandleden van de subtiliteit. Keenan legt heel veel diepte in zijn noten en is vaak qua frasering een met de ritmesectie, wat de bezwering alleen nog maar meer vergroot. Wanneer hij echt de voorgrond neemt worden er onvergetelijke momenten neergezet: ik heb het over De Schreeuw van The Grudge die een ontlading bevat die je zelden hoort.
Lateralus duurt maar liefst 79 minuten, maar het vliegt echt voorbij. Tool is razend populair geworden door volledig zichzelf te zijn en subtiele en ingewikkelde kunstzinnige en eigenzinnige rock/metal te maken, iets dat weinig bands kunnen zeggen. Waar komt dat door?
Tool is puur ritme. In de drums. In de bas. In de zang. In de gitaar. Ritme zegt alles. Tool zegt alles. Lateralus is geen album, maar een ervaring.
Touché Amoré - Stage Four (2016)

4,5
4
geplaatst: 23 september 2016, 22:29 uur
Rouwverwerking is een groot thema op platen uit 2016. Binnen twee weken verschenen Skeleton Tree (Nick Cave & The Bad Seeds) en Stage Four. Nick Cave verwerkt op een ongekend poëtische manier zijn zoons dood, Jeremy Bolm is een stuk meer rechttoe rechtaan in de verwerking van zijn moeders dood aan kanker op 69-jarige leeftijd. Stage Four is de vierde plaat van Touché Amoré, maar ook de naam van het laatste stadium van de kanker van Jeremy's moeder. Het subgenre post-hardcore heeft altijd al bekend gestaan om zijn verkenning van emoties en de openhartigheid daarin, maar Bolm geeft hier wel een heel erg duidelijk kijkje in zijn gedachten en gevoelens.
Gevoelens dat je er niet genoeg bent geweest tijdens het laatste stadium van iemands leven (''Flowers and You'') en het bericht van overlijden te horen krijgt (''Eight Seconds'') na een optreden. Terug naar de plek waar je vandaan komt (''Benediction'') en bitterzoete herinneringen ophalen, na een geruime tijd nog steeds moeite hebben met sommige songs luisteren omdat ze te dicht bij je staan (''New Halloween''). Uiteindelijk leef je met je verlies en herinner je je die fantastische persoon die zoveel voor je betekende (''Skyscraper'') en hoop je dat diegene op een mooie plek terecht is gekomen. De kwestie is dan hoe je dit muzikaal verpakt. Nog een stapje harder en sneller of juist helemaal de andere kant op? De muziek is vooral melodieuzer, maar de intensiteit is nog steeds gruwelijk hoog, ondanks dat de band veel subtieler is geworden in zijn instrumentatie.
Vooral drummer Elliot Babin timmert de muziek minder vol, gitaristen Nick Steinhardt en Clayton Stevens putten overduidelijk meer uit post-rock en indie met gelaagd en melancholisch gitaarspel om af en toe toch nog flink uit te halen, en bassist Tyler Kirby komt bij vlagen met fantastische post-punkbaslijnen op de proppen. Jeremy Bolm schreeuwt vooral weer de longen uit zijn lijf, maar zet ook cleane vocalen in. Vooral op Skyscraper werkt dat ontzettend goed, waarbij Bolm en Julien Baker in combinatie met de instrumentatie verdomd dicht bij The National komen, en de liefde voor die band hebben ze nooit onder stoelen of banken gestoken.
Dat de finale van Skyscraper juist het meest explosieve moment van de gehele plaat is geeft echt het gevoel dat dit het ijkpunt van de volledige plaat is. Bolm vertelt aan het begin van de plaat dat hij bang is om de laatste voicemail van zijn moeder te beluisteren, en in de laatste seconden van Skyscraper hoor je de voicemail. Beter had het album niet kunnen afsluiten.
Gevoelens dat je er niet genoeg bent geweest tijdens het laatste stadium van iemands leven (''Flowers and You'') en het bericht van overlijden te horen krijgt (''Eight Seconds'') na een optreden. Terug naar de plek waar je vandaan komt (''Benediction'') en bitterzoete herinneringen ophalen, na een geruime tijd nog steeds moeite hebben met sommige songs luisteren omdat ze te dicht bij je staan (''New Halloween''). Uiteindelijk leef je met je verlies en herinner je je die fantastische persoon die zoveel voor je betekende (''Skyscraper'') en hoop je dat diegene op een mooie plek terecht is gekomen. De kwestie is dan hoe je dit muzikaal verpakt. Nog een stapje harder en sneller of juist helemaal de andere kant op? De muziek is vooral melodieuzer, maar de intensiteit is nog steeds gruwelijk hoog, ondanks dat de band veel subtieler is geworden in zijn instrumentatie.
Vooral drummer Elliot Babin timmert de muziek minder vol, gitaristen Nick Steinhardt en Clayton Stevens putten overduidelijk meer uit post-rock en indie met gelaagd en melancholisch gitaarspel om af en toe toch nog flink uit te halen, en bassist Tyler Kirby komt bij vlagen met fantastische post-punkbaslijnen op de proppen. Jeremy Bolm schreeuwt vooral weer de longen uit zijn lijf, maar zet ook cleane vocalen in. Vooral op Skyscraper werkt dat ontzettend goed, waarbij Bolm en Julien Baker in combinatie met de instrumentatie verdomd dicht bij The National komen, en de liefde voor die band hebben ze nooit onder stoelen of banken gestoken.
Dat de finale van Skyscraper juist het meest explosieve moment van de gehele plaat is geeft echt het gevoel dat dit het ijkpunt van de volledige plaat is. Bolm vertelt aan het begin van de plaat dat hij bang is om de laatste voicemail van zijn moeder te beluisteren, en in de laatste seconden van Skyscraper hoor je de voicemail. Beter had het album niet kunnen afsluiten.
Triptykon - Shatter (2010)

4,0
0
geplaatst: 30 oktober 2010, 16:53 uur
Zo, dat is snel. Nieuw materiaal van Triptykon.
Nou, nieuw materiaal? De nummers lagen al op de plank tijdens het maken van het debuutalbum, het titelnummer was namelijk een bonustrack op de Japanse editie van Eparistera Daimones. Wat ee n monsterlijk nummer met een geweldige videoclip, zo mooi zie ik ze niet zo vaak. I Am the Twilight is een nummer wat dezelfde sfeer heeft als die monsterlijke opener Goetia. Crucifixus is meer een ambient-stuk. Wel erg sfeervol. Het eerste nummer van Triptykon wat op internet werd gezet. En dan 2 livenummers, opgenomen bij Roadburn. Toen had Tom G. Warrior de eer om een hele avond samen te stellen onder de naam ´Only Death is Real´. De kwaliteit van de liveopnames zijn erg goed, het klinkt niet blubberig, iets waar veel death- en black metal bands last van hebben bij liveopnames. Eerst krijg je de klassieker Circle of the Tyrants van Celtic Frost (OEH!) en daarna Dethroned Emperor met Nocturno Culto van Darkthrone.
Geweldige EP. De prijs is gewoon goed voor bijna een half uur aan geweldige muziek, sommige normale CD´s zijn nog niet eens zo lang. Ik kocht hem bij de Media Markt voor 9 euro. Nu nog het debuutalbum origineel! 4 sterren voor deze EP.
Nou, nieuw materiaal? De nummers lagen al op de plank tijdens het maken van het debuutalbum, het titelnummer was namelijk een bonustrack op de Japanse editie van Eparistera Daimones. Wat ee n monsterlijk nummer met een geweldige videoclip, zo mooi zie ik ze niet zo vaak. I Am the Twilight is een nummer wat dezelfde sfeer heeft als die monsterlijke opener Goetia. Crucifixus is meer een ambient-stuk. Wel erg sfeervol. Het eerste nummer van Triptykon wat op internet werd gezet. En dan 2 livenummers, opgenomen bij Roadburn. Toen had Tom G. Warrior de eer om een hele avond samen te stellen onder de naam ´Only Death is Real´. De kwaliteit van de liveopnames zijn erg goed, het klinkt niet blubberig, iets waar veel death- en black metal bands last van hebben bij liveopnames. Eerst krijg je de klassieker Circle of the Tyrants van Celtic Frost (OEH!) en daarna Dethroned Emperor met Nocturno Culto van Darkthrone.
Geweldige EP. De prijs is gewoon goed voor bijna een half uur aan geweldige muziek, sommige normale CD´s zijn nog niet eens zo lang. Ik kocht hem bij de Media Markt voor 9 euro. Nu nog het debuutalbum origineel! 4 sterren voor deze EP.
Tristan Tzara - Da Ne Zaboravis (2005)

4,5
0
geplaatst: 26 april 2013, 18:19 uur
Tristan Tzara was een Roemeens/Frans schrijver die een van de centrale figuren was van de dadaïstische beweging in de 20ste eeuw. Het dadaïsme stond voor het schoppen tegen het gezag en heel het proces weer opnieuw te laten beginnen. Alleen klinkers gebruiken in plaats van woorden of zinnen. Een Duitse screamogroep besloot zich te vernoemen naar deze man.
De EP is kort maar zeer krachtig. Dit is de beste screamo sinds Circle Takes The Square die mijn oren heeft bereikt. Van de teksten is amper iets te verstaan omdat er wordt geschreeuwd. De schreeuwen zijn wel intens en voegen wat toe aan de muziek.
Instrumentaal zit deze EP erg goed in elkaar. Je hoort de rust in het spel van deze band en daardoor zijn de composities doordacht en intens. De nummers voelen compleet, ook al zijn ze 90 seconden lang. Er komt een muur van geluid op je af die erg gelaagd is. Op de voorgrond liggen brede akkoorden terwijl op de achtergrond melodieuze gitaarpartijen zitten. De drums zijn strak, iets wat ik vaak mis bij screamogroepen. Tot nu toe de beste nominatie van het Punk Album Van De Week-topic. Deze gaat nog vaak geluisterd worden.
De EP is kort maar zeer krachtig. Dit is de beste screamo sinds Circle Takes The Square die mijn oren heeft bereikt. Van de teksten is amper iets te verstaan omdat er wordt geschreeuwd. De schreeuwen zijn wel intens en voegen wat toe aan de muziek.
Instrumentaal zit deze EP erg goed in elkaar. Je hoort de rust in het spel van deze band en daardoor zijn de composities doordacht en intens. De nummers voelen compleet, ook al zijn ze 90 seconden lang. Er komt een muur van geluid op je af die erg gelaagd is. Op de voorgrond liggen brede akkoorden terwijl op de achtergrond melodieuze gitaarpartijen zitten. De drums zijn strak, iets wat ik vaak mis bij screamogroepen. Tot nu toe de beste nominatie van het Punk Album Van De Week-topic. Deze gaat nog vaak geluisterd worden.
