Hier kun je zien welke berichten Don Cappuccino als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Keep of Kalessin - Reptilian (2010)

3,5
0
geplaatst: 12 mei 2010, 16:20 uur
Een nieuw album van Keep of Kalessin, daar heb ik best wel zin in. Kolussus was namelijk een geweldig album. Dit album begint in ieder geval ijzersterk met Dragon Iconography, nog beter dan Kolussus. The Awakening is ook goed, maar er zitten paar passages in die mij niet zo bevallen. Een zwaar minpunt is The Dragontower, wat een enorm zeiknummer, zeg
Gelukkig is Leaving the Mortal Flesh weer goed, maar Dark as Moonless Night is ook niet echt een goed nummer. The Divine Land is ook goed, maar van mij had de cleane zang bij dat nummer weg gekunnen. De afsluiter is gelijk het beste van het album, namelijk het 14 minuten durende Reptilian Majesty. Hard, episch, atmosferisch, alles wat een hele goede Keep of Kalessin-track heeft. Dit is tot nu wel het beste nummer van de band. Een goed album, met toch paar zware minpunten, ik kom uit op 3,5 sterren.
Gelukkig is Leaving the Mortal Flesh weer goed, maar Dark as Moonless Night is ook niet echt een goed nummer. The Divine Land is ook goed, maar van mij had de cleane zang bij dat nummer weg gekunnen. De afsluiter is gelijk het beste van het album, namelijk het 14 minuten durende Reptilian Majesty. Hard, episch, atmosferisch, alles wat een hele goede Keep of Kalessin-track heeft. Dit is tot nu wel het beste nummer van de band. Een goed album, met toch paar zware minpunten, ik kom uit op 3,5 sterren.King Crimson - In the Court of the Crimson King (1969)
Alternatieve titel: An Observation by King Crimson

4,5
0
geplaatst: 7 mei 2010, 15:06 uur
An observation by Don Cappuccino
In the Court of the Crimson King is het debuutalbum uit 1969 van progrockers King Crimson. Het wordt een van de eerste progrockalbums genoemd.
Het album opent echt geweldig met 21st Century Schizoid Man, meteen die gitaar, je zou de eerste keer niet denken dat dit uit 1969 komt. Robert Fripp doet een aparte gitaarsolo, zijn manier van spelen is ook wel apart. De drums zijn echt goed op dit nummer en als dan de band samen met de saxofoon gaat spelen wordt het helemaal geweldig. Het eind wordt chaotisch.
Na de chaos van 21st Century Schizoid Man zweef ik mee met I Talk To The Wind. Gelijk een fluit en heerlijke rustige muziek. Achter deze rustige muziek zit een erg goede drumpartij. De tekst vind ik ook erg mooi in de dubbele zang:
Said the straight man to the late man
Where have you been
I´ve been here and I´ve been there
And I´ve been in between
In het begin vond ik dit een beetje een saai nummer, maar dat is nu helemaal veranderd.
Hierna blijft het nog steeds heel relaxt met Epitaph, mijn moeder zei bij het intro dat het leek op Ennio Morricone. De zang is weer erg mooi en de teksten zijn ook weer erg goed, vooral in het begin. Het nummer bouwt steeds meer spanning op, het zit echt heel goed in elkaar. En dan denk je dat de climax er komt op 4 minuten, nee, er komt weer iets nieuws. Een heel erg mooi nummer.
Dan gaan we door met Moonchild, weer met een mooi rustig begin. Jammer genoeg moet een groot gedeelte een beetje opgaan door een beetje geklooi (sorry, ik kan het niet anders verwoorden) wat geen kant opgaat. Het lijkt wel of Robert Fripp het zelf iets te lang vond, op de editie van 2009 duurt Moonchild namelijk 9 minuten in plaats van de volle 12 minuten.
En dan komt het geweldige, epische, filmische einde met In The Court of the Crimson King. Dit nummer past echt perfect bij een film. En 3 minuten later komt er een tempowisseling die weer snel teruggaat naar het eerste. En de fluit is weer terug. En er komt nog een lange floortom-roffel en de 45 minuten zijn afgelopen, dat ging echt snel. Wacht, het gaat nog verder.
Conclusie: Een heel goed debuutalbum wat een hele goede start is voor een beginnende progrock-luisteraar. Er is makkelijk in te komen, misschien is het eerste nummer nog een beetje te veel. Ik wil graag 5 sterren geven voor dit album, maar door het geklooi van Moonchild geef ik het album 4,5 sterren.
In the Court of the Crimson King is het debuutalbum uit 1969 van progrockers King Crimson. Het wordt een van de eerste progrockalbums genoemd.
Het album opent echt geweldig met 21st Century Schizoid Man, meteen die gitaar, je zou de eerste keer niet denken dat dit uit 1969 komt. Robert Fripp doet een aparte gitaarsolo, zijn manier van spelen is ook wel apart. De drums zijn echt goed op dit nummer en als dan de band samen met de saxofoon gaat spelen wordt het helemaal geweldig. Het eind wordt chaotisch.
Na de chaos van 21st Century Schizoid Man zweef ik mee met I Talk To The Wind. Gelijk een fluit en heerlijke rustige muziek. Achter deze rustige muziek zit een erg goede drumpartij. De tekst vind ik ook erg mooi in de dubbele zang:
Said the straight man to the late man
Where have you been
I´ve been here and I´ve been there
And I´ve been in between
In het begin vond ik dit een beetje een saai nummer, maar dat is nu helemaal veranderd.
Hierna blijft het nog steeds heel relaxt met Epitaph, mijn moeder zei bij het intro dat het leek op Ennio Morricone. De zang is weer erg mooi en de teksten zijn ook weer erg goed, vooral in het begin. Het nummer bouwt steeds meer spanning op, het zit echt heel goed in elkaar. En dan denk je dat de climax er komt op 4 minuten, nee, er komt weer iets nieuws. Een heel erg mooi nummer.
Dan gaan we door met Moonchild, weer met een mooi rustig begin. Jammer genoeg moet een groot gedeelte een beetje opgaan door een beetje geklooi (sorry, ik kan het niet anders verwoorden) wat geen kant opgaat. Het lijkt wel of Robert Fripp het zelf iets te lang vond, op de editie van 2009 duurt Moonchild namelijk 9 minuten in plaats van de volle 12 minuten.
En dan komt het geweldige, epische, filmische einde met In The Court of the Crimson King. Dit nummer past echt perfect bij een film. En 3 minuten later komt er een tempowisseling die weer snel teruggaat naar het eerste. En de fluit is weer terug. En er komt nog een lange floortom-roffel en de 45 minuten zijn afgelopen, dat ging echt snel. Wacht, het gaat nog verder.
Conclusie: Een heel goed debuutalbum wat een hele goede start is voor een beginnende progrock-luisteraar. Er is makkelijk in te komen, misschien is het eerste nummer nog een beetje te veel. Ik wil graag 5 sterren geven voor dit album, maar door het geklooi van Moonchild geef ik het album 4,5 sterren.
King Crimson - The Power to Believe (2003)

3,0
0
geplaatst: 5 augustus 2010, 15:54 uur
King Crimson. Een band die in 1969 gelijk het legendarische debuutalbum In the Court of the Crimson King uitbracht, maar het daar zeker niet op hield. Er waren line-up wisselingen, bij Larks Tongues in Aspic was zelfs de hele band veranderd, behalve Robert Fripp. Het laatste album van de band is The Power to Believe uit 2003, wat weer erg anders is, de band klinkt niet gedateerd, maar klinkt erg modern en ben benieuwd of dat me bevalt.
Elektronica is dus een ding wat erg veel gebruikt wordt op dit album, vooral met de drums. Af en toe heeft het album een erg onheilspellend sfeertje en echt normale gitaarriffs kom je niet tegen, de gitaarpartijen zijn erg apart. Het eerste minpunt van het album vind ik in Elektrik, het nummer is veel te lang, dat had echt een stuk korter gemogen. Maar die stem van Adrian Belew vind ik niet echt lekker, en op het nummer Facts of Life zit echt veel te elektronica en daar vind ik niet veel aan. Ik vind dat niet echt bij elkaar passen.
Nee, deze Crimson kan me niet bekoren, ik waardeer het dat ze weer iets compleet anders doen, innovatief zijn ze zeker, maar ik vind er echt niks aan. Ik heb liever de Crimson van In The Court of the Crimson King, Larks Tongues in Aspic en Red. 2,5 ster, maar ik geef nog 0,5 ster bij voor dat deze band nog steeds bestaat en nooit hetzelfde blijft.
Elektronica is dus een ding wat erg veel gebruikt wordt op dit album, vooral met de drums. Af en toe heeft het album een erg onheilspellend sfeertje en echt normale gitaarriffs kom je niet tegen, de gitaarpartijen zijn erg apart. Het eerste minpunt van het album vind ik in Elektrik, het nummer is veel te lang, dat had echt een stuk korter gemogen. Maar die stem van Adrian Belew vind ik niet echt lekker, en op het nummer Facts of Life zit echt veel te elektronica en daar vind ik niet veel aan. Ik vind dat niet echt bij elkaar passen.
Nee, deze Crimson kan me niet bekoren, ik waardeer het dat ze weer iets compleet anders doen, innovatief zijn ze zeker, maar ik vind er echt niks aan. Ik heb liever de Crimson van In The Court of the Crimson King, Larks Tongues in Aspic en Red. 2,5 ster, maar ik geef nog 0,5 ster bij voor dat deze band nog steeds bestaat en nooit hetzelfde blijft.
King Gizzard and The Lizard Wizard - Omnium Gatherum (2022)

4,5
12
geplaatst: 23 april 2022, 18:49 uur
Waar start je met King Gizzard & the Lizard Wizard? Dat was tot nu toe een moeilijke taak, om een goede instapper te bepalen. Op iedere plaat verandert de Gizzard-gedaante namelijk. Eigenlijk kon je alleen op basis van iemands smaak de meest passende plaat bepalen, maar het zou een stuk makkelijker zijn als ze gewoon alle stijlen op één plaat spelen, zodat je van alles wat meekrijgt. Welkom Omnium Gatherum. Dit is de plaat waar King Gizzard naar toe heeft gewerkt, hier komen alle verschillende verkenningen van stijlen samen in een ijzersterk tachtig minuten durend geheel dat voelt als een kleurrijke mixtape in de meest positieve zin van het woord.
Als eerste vind ik het enorm lef hebben om te starten met een grandioos verzengende achttien minuten durende psych/krautrock-trip als The Dripping Tap. Het gevaar schuilt hem dan toch wel behoorlijk in het verschijnsel dat die monstertrack de andere tracks overschaduwt. Dat is absoluut niet zo. Wat de band heel slim doet, is om het terrein van The Dripping Tap niet meer te betreden tijdens de rest van de plaat. Het is een eigen avontuur en hierna gaan we alle kanten op.
Het heeft geen nut om iedere track te gaan beschrijven, maar wat misschien het grootste compliment is voor de band, is dat ze niet proberen te klinken als bijvoorbeeld een metalband, synthpopband, prog-gezelschap of een hip-hopgroep, maar een ge-Gizzifiseerde versie daarvan brengen. Hoe ver de tracks ook uit elkaar liggen, je hoort constant dat je met King Gizzard & the Lizard Wizard te maken hebt. Daardoor kan The Dripping Tap opgevolgd worden door de krankzinnig funky elektronische (synth)poptrack Magenta Mountain, die Kevin Parker van Tame Impala graag had geschreven, en het voelt niet vreemd. Dat soort stijlsprongen gebeuren door de volledige plaat. In Gaia (en ook Predator X) zet de band nóg een aantal stappen verder in zijn metalgedaante vergeleken met Infest the Rats' Nest, waar een waanzinnig vette proggy stoner/doom-sound wordt neergezet waarin de typerende liefde voor oneven maatsoorten compleet vrij spel heeft. Het hakkende riff-festijn van Gaia wordt opgevolgd door het ontzettend chille en soulvolle Ambergris. Deze overgangen met een absurd groot contrast zouden op papier compleet niet moeten werken, maar alles valt fantastisch in elkaar. Wanneer de band op Sadie Sorceress en The Grim Reaper zelfs met Beastie Boys-stijl (Paul's Boutique) hip-hop weer een nieuwe stijl aan zijn arsenaal toevoegt, hoor je nog steeds de stoffige psych/garage/progsound doorschemeren waar ze bekend om staan.
Hoe fijn je deze plaat gaat vinden lijkt mij vooral te gaan afhangen van of alle stijlen die King Gizzard brengt naar je gading zijn. Om heel eerlijk te zijn is er in mijn optiek namelijk helemaal niks op de uitvoering aan te merken. Dit is een tachtig minuten durende masterclass in alle stijlen die King Gizzard beheerst. Als jij de luisteraar bent die met plezier switcht van Oh Sees, naar artiesten/bands als Hawkwind, Can, Electric Wizard, Sleep, High on Fire, Steely Dan, Tame Impala, Mastodon, MGMT, Beastie Boys en Thundercat, dan is er een behoorlijk grote kans dat Omnium Gatherum je nieuwe favoriete Gizzard-plaat is. Ik denk dat dat bij mij namelijk het geval is. Wat een genot.
Als eerste vind ik het enorm lef hebben om te starten met een grandioos verzengende achttien minuten durende psych/krautrock-trip als The Dripping Tap. Het gevaar schuilt hem dan toch wel behoorlijk in het verschijnsel dat die monstertrack de andere tracks overschaduwt. Dat is absoluut niet zo. Wat de band heel slim doet, is om het terrein van The Dripping Tap niet meer te betreden tijdens de rest van de plaat. Het is een eigen avontuur en hierna gaan we alle kanten op.
Het heeft geen nut om iedere track te gaan beschrijven, maar wat misschien het grootste compliment is voor de band, is dat ze niet proberen te klinken als bijvoorbeeld een metalband, synthpopband, prog-gezelschap of een hip-hopgroep, maar een ge-Gizzifiseerde versie daarvan brengen. Hoe ver de tracks ook uit elkaar liggen, je hoort constant dat je met King Gizzard & the Lizard Wizard te maken hebt. Daardoor kan The Dripping Tap opgevolgd worden door de krankzinnig funky elektronische (synth)poptrack Magenta Mountain, die Kevin Parker van Tame Impala graag had geschreven, en het voelt niet vreemd. Dat soort stijlsprongen gebeuren door de volledige plaat. In Gaia (en ook Predator X) zet de band nóg een aantal stappen verder in zijn metalgedaante vergeleken met Infest the Rats' Nest, waar een waanzinnig vette proggy stoner/doom-sound wordt neergezet waarin de typerende liefde voor oneven maatsoorten compleet vrij spel heeft. Het hakkende riff-festijn van Gaia wordt opgevolgd door het ontzettend chille en soulvolle Ambergris. Deze overgangen met een absurd groot contrast zouden op papier compleet niet moeten werken, maar alles valt fantastisch in elkaar. Wanneer de band op Sadie Sorceress en The Grim Reaper zelfs met Beastie Boys-stijl (Paul's Boutique) hip-hop weer een nieuwe stijl aan zijn arsenaal toevoegt, hoor je nog steeds de stoffige psych/garage/progsound doorschemeren waar ze bekend om staan.
Hoe fijn je deze plaat gaat vinden lijkt mij vooral te gaan afhangen van of alle stijlen die King Gizzard brengt naar je gading zijn. Om heel eerlijk te zijn is er in mijn optiek namelijk helemaal niks op de uitvoering aan te merken. Dit is een tachtig minuten durende masterclass in alle stijlen die King Gizzard beheerst. Als jij de luisteraar bent die met plezier switcht van Oh Sees, naar artiesten/bands als Hawkwind, Can, Electric Wizard, Sleep, High on Fire, Steely Dan, Tame Impala, Mastodon, MGMT, Beastie Boys en Thundercat, dan is er een behoorlijk grote kans dat Omnium Gatherum je nieuwe favoriete Gizzard-plaat is. Ik denk dat dat bij mij namelijk het geval is. Wat een genot.
Korn - Korn III: Remember Who You Are (2010)

4,0
0
geplaatst: 4 juli 2010, 15:20 uur
Wat zijn ze negatief over dit album op Musicmeter, ik weet echt niet waarom. Dit gaat echt terug naar het oude werk en dat komt ook heel erg door de productie van Ross Robinson, de producer van het debuutalbum. Dit is Korn zoals ik het wil horen. Vanaf Oildale is het genieten geblazen van het nieuwe album. En dit album eindigt hetzelfde als het debuutalbum, namelijk met een huilende Jonathan Davis die trouwens erg goed in vorm is op dit album. Ik weet niet wat er mis is met dit album, 4,5 ster, 5 sterren zijn er voor het debuutalbum, maar dit is weer een grote stap in de goede richting!
Ik vond de laatste 4 albums namelijk zwaar tegenvallen!
Ik vond de laatste 4 albums namelijk zwaar tegenvallen!Kvelertak - Kvelertak (2010)

5,0
0
geplaatst: 30 september 2011, 20:49 uur
Metal is een enorm groot begrip, je hebt het in extreem veel soorten. Eigenlijk is bijna alles al gedaan en blijft er eigenlijk maar een klein stukje open. Dat werd vorig jaar ook gevuld door het monsterlijke debuutalbum van Kvelertak.
Ken je van die albums die de eerste keer enorm wegblazen en na 1 jaar nog steeds fris klinken? Kvelertak hoort hierbij. Per luisterbeurt groeit dit album nog steeds en daarom komt het laatste halfje er nog bij.
Bij de opener Ulvetid word je gelijk al op het verkeerde been gezet. Het lijkt eerst hardcore, daarna krijg je een vuile punkriff en dan word het ineens Black Metal. Iets wat een heel groot publiek aanspreekt.
Ook komt er heerlijke rock ´n roll en blues langs en wordt er een enorm vet gitaargeluid neergezet. Geen wonder eigenlijk met 3 gitaristen maar het kan ook een enorme brei worden. Dat is voorkomen door de superproducer Kurt Ballou, ook bekend als gitarist van Converge. John Baisley heeft de hoes gemaakt en is bekend van een band als Baroness maar daar lijkt Kvelertak compleet niet op.
Kvelertak is iets voor oud en jong. Sultans Of Satan heeft riffs die echt klinken als Jimi Hendrix maar ook echte punkstukken. De teksten worden in het Noors gebruld en dat klinkt gewoon heerlijk! Ik brul het gewoon lekker mee!
Kvelertak wordt een grote band. En ik begin het al te merken, ik zie steeds meer t-shirts van de band op het internet. Ik draag met trots mijn t-shirt van Kvelertak. Hoe het tweede album moet gaan worden weet ik compleet niet. Dit is voor mij een moderne klassieker. Daarom heeft hij zijn 5 sterren compleet verdiend.
Ken je van die albums die de eerste keer enorm wegblazen en na 1 jaar nog steeds fris klinken? Kvelertak hoort hierbij. Per luisterbeurt groeit dit album nog steeds en daarom komt het laatste halfje er nog bij.
Bij de opener Ulvetid word je gelijk al op het verkeerde been gezet. Het lijkt eerst hardcore, daarna krijg je een vuile punkriff en dan word het ineens Black Metal. Iets wat een heel groot publiek aanspreekt.
Ook komt er heerlijke rock ´n roll en blues langs en wordt er een enorm vet gitaargeluid neergezet. Geen wonder eigenlijk met 3 gitaristen maar het kan ook een enorme brei worden. Dat is voorkomen door de superproducer Kurt Ballou, ook bekend als gitarist van Converge. John Baisley heeft de hoes gemaakt en is bekend van een band als Baroness maar daar lijkt Kvelertak compleet niet op.
Kvelertak is iets voor oud en jong. Sultans Of Satan heeft riffs die echt klinken als Jimi Hendrix maar ook echte punkstukken. De teksten worden in het Noors gebruld en dat klinkt gewoon heerlijk! Ik brul het gewoon lekker mee!
Kvelertak wordt een grote band. En ik begin het al te merken, ik zie steeds meer t-shirts van de band op het internet. Ik draag met trots mijn t-shirt van Kvelertak. Hoe het tweede album moet gaan worden weet ik compleet niet. Dit is voor mij een moderne klassieker. Daarom heeft hij zijn 5 sterren compleet verdiend.
Kvelertak - Meir (2013)

4,5
0
geplaatst: 6 april 2013, 15:53 uur
In 2010 kwam het Noorse Kvelertak als nieuwkomer met een van de beste metalalbums uit de laatste 10 jaar. De band vermengde stijlen alsof het vanzelfsprekend was en kwam met een frisheid en energie die op dat moment een enorme verademing was in de metalwereld. Het album werd wereldwijd zeer goed ontvangen en Kvelertak groeide uit tot een van de meest veelbelovende metalbands. Drie jaar later is de band terug met Meir, het tweede album.
Kvelertak is niet bezig geweest met een nieuwe richting maar ze hebben alles beter gestructureerd. Zo is Meir echt een album dat zorgvuldig is opgebouwd. Je krijgt niet gelijk een beuk in je smoel zoals bij Ulvetid van het debuutalbum. De gitaren bouwen zorgvuldig op in Åpenbaring om daarna tot een heerlijke uitbarsting te komen. Het feest kan beginnen, we willen meer!
Spring Fra Livet laat horen hoe sterk Kvelertak is in het schrijven van nummers. Het nummer opent met heerlijke hard rock riffs om daarna over te schakelen naar vrolijke black metal riffs (ja, het kan) en blast beats. De black metal is sowieso duidelijker te horen op Meir. Trepan opent met black metal riffs en een aantal riffs in Nekrokosmos kunnen zo van Darkthrone zijn.
Aan de andere kant zitten er ook meer hard rock-invloeden in de muziek. Bij Evig Vandrar lijkt het wel alsof AC/DC in een black metal-sausje wordt gegoten plus een geweldige schreeuwlelijk. Snilepisk behaalt zelfs het energieniveau van het debuutalbum, dit gaat meer richting Punk. Bruane Brenn was de single van het album met een geweldig meezingrefrein. Fonetisch meebrullen met Kvelertak, heerlijk om dat te doen!
Vanaf Nekrokosmos laat de band de vooruitgang horen die ze in 3 jaar hebben gemaakt. Er komen langere nummers langs die zeer goed in elkaar zitten. Het is een stuk gelaagder dan het begin van het album. Meir sluit af met een waar anthem voor de band. De AC/DC-riffs keren terug en je ziet de dronken mensen dit al bijna meebrullen voor je.
Het debuutalbum was een energiestoot van jewelste die nog jaren lang gaat doordreunen. Meir is een zeer constante opvolger waar de verrassing een beetje van af is op de langere nummers na. Al zal deze CD de CD-speler heel vaak zien, want dit blijft heerlijke muziek! Het tweede album-syndroom bestaat niet bij Kvelertak, het is nog steeds een Noorse muzikale sneeuwstorm die heel de wereld zal terroriseren. Want met een platencontract op Roadrunner gaat deze band een groter publiek bereiken.
Kvelertak is niet bezig geweest met een nieuwe richting maar ze hebben alles beter gestructureerd. Zo is Meir echt een album dat zorgvuldig is opgebouwd. Je krijgt niet gelijk een beuk in je smoel zoals bij Ulvetid van het debuutalbum. De gitaren bouwen zorgvuldig op in Åpenbaring om daarna tot een heerlijke uitbarsting te komen. Het feest kan beginnen, we willen meer!
Spring Fra Livet laat horen hoe sterk Kvelertak is in het schrijven van nummers. Het nummer opent met heerlijke hard rock riffs om daarna over te schakelen naar vrolijke black metal riffs (ja, het kan) en blast beats. De black metal is sowieso duidelijker te horen op Meir. Trepan opent met black metal riffs en een aantal riffs in Nekrokosmos kunnen zo van Darkthrone zijn.
Aan de andere kant zitten er ook meer hard rock-invloeden in de muziek. Bij Evig Vandrar lijkt het wel alsof AC/DC in een black metal-sausje wordt gegoten plus een geweldige schreeuwlelijk. Snilepisk behaalt zelfs het energieniveau van het debuutalbum, dit gaat meer richting Punk. Bruane Brenn was de single van het album met een geweldig meezingrefrein. Fonetisch meebrullen met Kvelertak, heerlijk om dat te doen!
Vanaf Nekrokosmos laat de band de vooruitgang horen die ze in 3 jaar hebben gemaakt. Er komen langere nummers langs die zeer goed in elkaar zitten. Het is een stuk gelaagder dan het begin van het album. Meir sluit af met een waar anthem voor de band. De AC/DC-riffs keren terug en je ziet de dronken mensen dit al bijna meebrullen voor je.
Het debuutalbum was een energiestoot van jewelste die nog jaren lang gaat doordreunen. Meir is een zeer constante opvolger waar de verrassing een beetje van af is op de langere nummers na. Al zal deze CD de CD-speler heel vaak zien, want dit blijft heerlijke muziek! Het tweede album-syndroom bestaat niet bij Kvelertak, het is nog steeds een Noorse muzikale sneeuwstorm die heel de wereld zal terroriseren. Want met een platencontract op Roadrunner gaat deze band een groter publiek bereiken.
Kvelertak - Nattesferd (2016)

4,0
1
geplaatst: 29 mei 2016, 11:24 uur
''Driemaal is scheepsrecht'' zeggen ze altijd. Kvelertak lijkt maling te hebben aan dat spreekwoord, aangezien ze vanaf de eerste plaat de spijker al keihard op zijn kop sloeg. Natuurlijk hadden de Noren de boel kunnen verfijnen, maar in plaats daarvan stuurden ze Kurt Ballou even weg en gingen ze zelf met Nick Terry aan de slag in Noorwegen. Het resultaat is extreem organisch.
Nattesferd klinkt alsof je de oefenruimte van Kvelertak binnenstapt, even de handen van de mannen schudt en daarna de eerste feedback van de gitaren gelijk uit de versterkers komt voordat de oordoppen goed op zijn plaats zitten, elkaar nog even aankijkend om daarna gelijk een kleurrijke blackmetalriff in te zetten op Dendrofil for Yggdrasil. Weinig nieuws onder de zon, maar het klinkt heerlijk. 1985 is Kvelertak's poging om de beste Boston-track te schrijven en verdomd, dit zou op Arrow Classic Rock kunnen, ware het niet dat Erlend ineens zijn strot opentrekt. Ik had graag nog een koebel willen bespelen op deze track, maar dat was natuurlijk teveel van het goede geweest. We zijn verdomme Blue Öyster Cult niet!
Er hangt bij vlagen zelfs een garagerockgevoel, lekker los en rafelig. Kvelertak weet toch iedere keer net iets anders te doen en tegelijkertijd zo hetzelfde te blijven, dat zouden meer bands eens moeten doen. Ook laat het gezelschap zien zijn ambities nog verder te willen spreiden met het negen minuten durende Heksebrann, dat wat mij betreft het beste nummer op de plaat is. Lekker proggy met een supercatchy refrein en meesterlijke gitaarpartijen.
Stiekem hoop ik op een vierde plaat met alleen maar dit soort nummers. Uitgesponnen avonturen door een ver land. Nattesferd is een plaat waarbij veel rekening wordt gehouden met dynamiek en het geheel vloeit dan ook ontzettend lekker. De verrassing is er een beetje van af, maar de lol compleet niet.
Nattesferd klinkt alsof je de oefenruimte van Kvelertak binnenstapt, even de handen van de mannen schudt en daarna de eerste feedback van de gitaren gelijk uit de versterkers komt voordat de oordoppen goed op zijn plaats zitten, elkaar nog even aankijkend om daarna gelijk een kleurrijke blackmetalriff in te zetten op Dendrofil for Yggdrasil. Weinig nieuws onder de zon, maar het klinkt heerlijk. 1985 is Kvelertak's poging om de beste Boston-track te schrijven en verdomd, dit zou op Arrow Classic Rock kunnen, ware het niet dat Erlend ineens zijn strot opentrekt. Ik had graag nog een koebel willen bespelen op deze track, maar dat was natuurlijk teveel van het goede geweest. We zijn verdomme Blue Öyster Cult niet!
Er hangt bij vlagen zelfs een garagerockgevoel, lekker los en rafelig. Kvelertak weet toch iedere keer net iets anders te doen en tegelijkertijd zo hetzelfde te blijven, dat zouden meer bands eens moeten doen. Ook laat het gezelschap zien zijn ambities nog verder te willen spreiden met het negen minuten durende Heksebrann, dat wat mij betreft het beste nummer op de plaat is. Lekker proggy met een supercatchy refrein en meesterlijke gitaarpartijen.
Stiekem hoop ik op een vierde plaat met alleen maar dit soort nummers. Uitgesponnen avonturen door een ver land. Nattesferd is een plaat waarbij veel rekening wordt gehouden met dynamiek en het geheel vloeit dan ook ontzettend lekker. De verrassing is er een beetje van af, maar de lol compleet niet.
