Het duurde even voordat de nieuwe Vampire Weekend in mijn systeem zat. Hun vorige album is wellicht mijn favoriete plaat van de laatste tien jaar, dus dat is altijd lastig opvolgen. Het is bovendien nogal een bulk muziek die de band ons hier voorschotelt, natuurlijk. Ik moest bij beluistering soms denken aan Jeff Tweedy, die de tweede plaat van zijn band Wilco, het dubbelalbum Being There (1996), omschreef als ‘a big, messy celebration.’ Hij was vader geworden, ging een nieuwe fase van zijn creatieve loopbaan in, en had geen zin om zich te beperken.
Ezra Koenig is ook voor het eerst vader geworden, zes jaar weggeweest, en verloor het bandlid waarmee hij de sound van de band had ontworpen. Fans als ik waren bang dat zonder Rostam Batmanglij de band aan diepgang zou inboeten, en tot op zekere hoogte was die angst terecht. Koenig vond zelf de vorige plaat ‘insular’, eiland-achtig zeg maar, en daar zit iets in. Op deze opvolger worden daarom de ramen wijd open gezet, en de wereld krijgt een dikke knuffel aangeboden. De hele indie-trukendoos wordt over 18 tracks leeg gekieperd: rare instrumenten en samples, gehop van genre naar genre, kekke features en nog veel meer van zulks.
Over dit alles ligt de ‘midas touch’ van Koenig, die in het huidige poplandschap bijna geen gelijke kent in zijn gave aanstekelijke liedjes uit zijn mouw te schudden. Echt slechte liedjes zijn er op de plaat niet te vinden, net als bij vorige platen hangt het luistergenot meer samen met je tolerantie tegen alle maniertjes van de band dan met de kwaliteit van songwriting. Voor mij persoonlijk ligt die tolerantie vrij hoog, al doet ‘We Belong Together’ mij te veel denken aan poeziealbums en The Kelly Family (dat nummer is dan weer één van de weinige nummers waar Batmanglij nog aan meewerkte, dus tot zover die theorie).
Ook grijpt de band hier meer dan op het vorige album terug op de wereldpop-succesformule uit de begindagen, wat op sommige momenten kan voelen als een stap achteruit. De melancholie en levenswijsheid die de band sinds haar studentikoze begindagen heeft opgedaan, is echter allerminst verdwenen. De teksten zijn het duidelijkste bewijs hiervan. We horen over twee geliefden die nog een laatste nacht samen hebben voordat de vrouw met iemand anders gaat trouwen. Over slangen op een plek die als eerbaar werd beschouwd. Even later neemt iemand afscheid van ene Bambina, ‘until the violence ends’. En dan zijn we nog maar bij track 3. Je moet wel heel slecht luisteren om dit als leeghoofdigheid te interpreteren.
Die melancholie vormt een apart maar boeiend contrast met het oorwurm-gehalte van de liedjes, en dat is de belangrijkste kwaliteit van Father Of The Bride. Eerlijk gezegd vind ik de plaat na een paar maanden luisteren nog steeds onderdoen voor zijn voorganger, vooral qua samenhang en doeltreffendheid. Maar de dikke knuffel die Koenig hiermee de wereld in stuurt, neem ik met plezier in ontvangst.