Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Hank Mobley - Hank Mobley Quintet Featuring Sonny Clark (1984)
Alternatieve titel: Curtain Call

4,0
2
geplaatst: 12 maart 2022, 10:08 uur
Met: Hank Mobley (tenorsax); Kenny Dorham (trompet); Sonny Clark (piano); Jimmy Rowser (bas); Art Taylor (drums)
Ja dit is een heerlijke plaat. Met deze opstelling en in dit jaar van opname verwacht je als liefhebber lekker in het gehoor liggende hardbop, en die verwachting wordt zelfs overtroffen. Dit album moet het dan vooral hebben van het speelplezier, waarbij het romige geluid van Mobley perfect wordt afgewisseld met de energieke Clark en de hier uitblinkende Kenny Dorham. Drie mannen die nog zware jaren tegemoet gingen, maar hier klinken alsof ze helemaal los staan van alle aardse zorgen.
In combinatie met de uitstekende opnamekwaliteit (zelfs op Spotify klinkt dit als een klok) kun je een beetje wanen in een rokerige jazzclub in de jaren vijftig. Heel erg avontuurlijk is het allemaal niet, maar voor 's avonds bij een goed glas whisky of om de oren te verwarmen tijdens een koude fietstocht in de morgen is het eigenlijk ideaal. Of ik de Tone Poet-uitgave ook zou willen aanschaffen, daar gaan we nog even over nadenken.
Ja dit is een heerlijke plaat. Met deze opstelling en in dit jaar van opname verwacht je als liefhebber lekker in het gehoor liggende hardbop, en die verwachting wordt zelfs overtroffen. Dit album moet het dan vooral hebben van het speelplezier, waarbij het romige geluid van Mobley perfect wordt afgewisseld met de energieke Clark en de hier uitblinkende Kenny Dorham. Drie mannen die nog zware jaren tegemoet gingen, maar hier klinken alsof ze helemaal los staan van alle aardse zorgen.
In combinatie met de uitstekende opnamekwaliteit (zelfs op Spotify klinkt dit als een klok) kun je een beetje wanen in een rokerige jazzclub in de jaren vijftig. Heel erg avontuurlijk is het allemaal niet, maar voor 's avonds bij een goed glas whisky of om de oren te verwarmen tijdens een koude fietstocht in de morgen is het eigenlijk ideaal. Of ik de Tone Poet-uitgave ook zou willen aanschaffen, daar gaan we nog even over nadenken.
Hank Mobley / Billy Root / Curtis Fuller / Lee Morgan - Monday Night at Birdland (1959)

4,0
1
geplaatst: 16 mei 2021, 11:12 uur
Met: Hank Mobley, Billy Root (tenorsax); Lee Morgan (trompet); Curtis Fuller (trombone); Ray Bryant (piano); Tommy Bryant (bas); Charles ‘Specs’ Wright (drums)
Ondanks een paar klinkende namen op dit podium is de plaat niet erg bekend, ik heb hem zelf moeten toevoegen aan Musicmeter (mag ik ook op deze plek nog even musicfriek bedanken voor zijn hulp hierbij?). Begrijpelijk wel, want een clubje redelijk voorspelbare muzikanten die redelijk voorspelbare muziek maken voor die tijd (twee bopklassiekers, twee standards), en uitgekomen op een label dat voor hedendaagse jazzfans misschien minder tot de verbeelding spreekt.
Desondanks een zeer aangename liveplaat, en goed opgenomen (al slaat de geluidsbalans soms wat door naar de ritmesectie). Het publiek draagt bij aan een goede sfeer, maar is niet irritant aanwezig, zoals het hoort bij de betere liveplaten. De muzikanten zijn uitstekend, en goed op elkaar ingespeeld.
Lee Morgan is de blikvanger, hij ging na een voortvarende start als wonderkind van de trompet hier een wat moeilijkere fase van zijn carrière in, geplaagd door een heroïneverslaving, maar daar merk je bij deze optredens (nog) weinig van. Hij is heerlijk scherp, creatief en speels. De rest doet daar niet heel veel voor onder, waarbij er mooie momenten zijn van de iets minder bekende namen Ray Bryant en Billy Root (die als ik me niet vergis goed heeft geluisterd naar wat Rollins en Coltrane de jaren daarvoor hadden gedaan). Iedereen gunt elkaar de ruimte om te stralen, wil het publiek vermaken en het spelplezier zindert ruim zes decennia later nog door de boxen heen.
Als doorgewinterde jazzfans naar deze plaat luisteren zullen ze mijn vier sterren waarschijnlijk een beetje overdreven vinden, want het is toch vooral drie kwartier hardbop volgens het boekje, destijds werden er honderden soortgelijke platen opgenomen. Ik merk dat ik dit soort kwaliteits-hardbop de laatste maanden gewoon erg fijn vind. Luister eens op Youtube naar deze versie van Bags’ Groove (de spelfout met de apostrof in de tracklijst heb ik overgenomen van de platenhoes, zie Discogs). Dat is toch gewoon een feestje? Ik word daar vrolijk van.
Ondanks de grote namen en de niet-beschikbaarheid op Spotify zijn originele persingen van dit album soms nog wel voor niet héél achterlijke prijzen op vinyl te krijgen. Zelf heb ik de knoop daarover eerlijk gezegd nog niet doorgehakt.
Ondanks een paar klinkende namen op dit podium is de plaat niet erg bekend, ik heb hem zelf moeten toevoegen aan Musicmeter (mag ik ook op deze plek nog even musicfriek bedanken voor zijn hulp hierbij?). Begrijpelijk wel, want een clubje redelijk voorspelbare muzikanten die redelijk voorspelbare muziek maken voor die tijd (twee bopklassiekers, twee standards), en uitgekomen op een label dat voor hedendaagse jazzfans misschien minder tot de verbeelding spreekt.
Desondanks een zeer aangename liveplaat, en goed opgenomen (al slaat de geluidsbalans soms wat door naar de ritmesectie). Het publiek draagt bij aan een goede sfeer, maar is niet irritant aanwezig, zoals het hoort bij de betere liveplaten. De muzikanten zijn uitstekend, en goed op elkaar ingespeeld.
Lee Morgan is de blikvanger, hij ging na een voortvarende start als wonderkind van de trompet hier een wat moeilijkere fase van zijn carrière in, geplaagd door een heroïneverslaving, maar daar merk je bij deze optredens (nog) weinig van. Hij is heerlijk scherp, creatief en speels. De rest doet daar niet heel veel voor onder, waarbij er mooie momenten zijn van de iets minder bekende namen Ray Bryant en Billy Root (die als ik me niet vergis goed heeft geluisterd naar wat Rollins en Coltrane de jaren daarvoor hadden gedaan). Iedereen gunt elkaar de ruimte om te stralen, wil het publiek vermaken en het spelplezier zindert ruim zes decennia later nog door de boxen heen.
Als doorgewinterde jazzfans naar deze plaat luisteren zullen ze mijn vier sterren waarschijnlijk een beetje overdreven vinden, want het is toch vooral drie kwartier hardbop volgens het boekje, destijds werden er honderden soortgelijke platen opgenomen. Ik merk dat ik dit soort kwaliteits-hardbop de laatste maanden gewoon erg fijn vind. Luister eens op Youtube naar deze versie van Bags’ Groove (de spelfout met de apostrof in de tracklijst heb ik overgenomen van de platenhoes, zie Discogs). Dat is toch gewoon een feestje? Ik word daar vrolijk van.
Ondanks de grote namen en de niet-beschikbaarheid op Spotify zijn originele persingen van dit album soms nog wel voor niet héél achterlijke prijzen op vinyl te krijgen. Zelf heb ik de knoop daarover eerlijk gezegd nog niet doorgehakt.
Hank Mobley & Lee Morgan - Peckin' Time (1959)

4,0
1
geplaatst: 1 april 2021, 21:42 uur
Met: Hank Mobley (tenorsax); Lee Morgan (trompet); Wynton Kelly (piano); Paul Chambers (bas); Charlie Pership (drums)
En eens een plaatje dat zowel op naam van Mobley als Morgan staat, één van die typische hardbop-platen uit de late jaren vijftig waar je normaal gesproken 3,5* voor geeft.
Dat is soms helemaal niet erg: het is misschien allemaal 'niet wereldschokkend', maar muzikaal is het dik in orde. Over een ritmesectie met Pership, Chambers en de onvolprezen Wynton Kelly kun je eigenlijk geen klachten hebben, Wynton pakt ook een paar heerlijk creatieve en swingende solo's mee.
Dan de frontmannen: het is interessant om te horen hoe Morgan zich de stijl van zijn idool Clifford Brown eigen heeft gemaakt, en tegelijk voorzichtig de grenzen van zijn stijl aan het verkennen is. Hij is nog niet waar hij in de jaren zestig zou zijn, maar het blijft behoorlijk fijn en onderhoudend.
Ik ken nog steeds niet genoeg van Mobleys werk om me al te mengen in de discussie of hij 'saai' of 'ondergewaardeerd' is, maar met zijn kenmerkende, vriendelijke stijl speelt hij hier toch een aantal behoorlijk fraaien dingen. Luister naar zijn solo op het tweede helft van 'Stretchin' Out': hier is toch wel echt een rasmuzikant aan het werk.
Nee, de albumhoes was niet Blue Note's meest geïnspireerde moment, maar verder is dit gewoon een ontzettend fijne, swingende plaat, waar ik eigenlijk vier sterren voor wil geven. Ach weet je wat, het is lekker weer, ik ben in een goede bui met een lang weekend voor de boeg, ik doe het gewoon ook.
En eens een plaatje dat zowel op naam van Mobley als Morgan staat, één van die typische hardbop-platen uit de late jaren vijftig waar je normaal gesproken 3,5* voor geeft.
Dat is soms helemaal niet erg: het is misschien allemaal 'niet wereldschokkend', maar muzikaal is het dik in orde. Over een ritmesectie met Pership, Chambers en de onvolprezen Wynton Kelly kun je eigenlijk geen klachten hebben, Wynton pakt ook een paar heerlijk creatieve en swingende solo's mee.
Dan de frontmannen: het is interessant om te horen hoe Morgan zich de stijl van zijn idool Clifford Brown eigen heeft gemaakt, en tegelijk voorzichtig de grenzen van zijn stijl aan het verkennen is. Hij is nog niet waar hij in de jaren zestig zou zijn, maar het blijft behoorlijk fijn en onderhoudend.
Ik ken nog steeds niet genoeg van Mobleys werk om me al te mengen in de discussie of hij 'saai' of 'ondergewaardeerd' is, maar met zijn kenmerkende, vriendelijke stijl speelt hij hier toch een aantal behoorlijk fraaien dingen. Luister naar zijn solo op het tweede helft van 'Stretchin' Out': hier is toch wel echt een rasmuzikant aan het werk.
Nee, de albumhoes was niet Blue Note's meest geïnspireerde moment, maar verder is dit gewoon een ontzettend fijne, swingende plaat, waar ik eigenlijk vier sterren voor wil geven. Ach weet je wat, het is lekker weer, ik ben in een goede bui met een lang weekend voor de boeg, ik doe het gewoon ook.
Herbie Hancock - Inventions & Dimensions (1964)

4,0
3
geplaatst: 22 januari 2022, 10:10 uur
Ik draai deze de laatste weken veel, en graag. Het is niet een plaat waar veel rare kunstgrepen worden uitgehaald, gewoon vijf redelijk rustige, wat gesofisticeerde stukken pianojazz met wat Latin-ritmes vanuit de percussie. Zoals vaker bij Hancock wordt er eerder een mood gezocht dan dat de virtuoze solo's je om de oren vliegen.
Alle muzikanten zitten goed in de wedstrijd (Paul Chambers is echt de perfect gekozen bassist hier), vullen elkaar aan en houden hun ego's in toom. Het levert een bijzonder prettige, ruimtelijke, modern klinkende en verrassend gevoelige plaat op, die prettig in het gehoor ligt maar ook interessant genoeg is om niet na drie keer horen al doorgrond te hebben. De twee platen die Hancock hierna zou maken zijn natuurlijk van een andere orde, maar fijn om deze ook te hebben leren kennen.
Alle muzikanten zitten goed in de wedstrijd (Paul Chambers is echt de perfect gekozen bassist hier), vullen elkaar aan en houden hun ego's in toom. Het levert een bijzonder prettige, ruimtelijke, modern klinkende en verrassend gevoelige plaat op, die prettig in het gehoor ligt maar ook interessant genoeg is om niet na drie keer horen al doorgrond te hebben. De twee platen die Hancock hierna zou maken zijn natuurlijk van een andere orde, maar fijn om deze ook te hebben leren kennen.
Herbie Mann & The Bill Evans Trio - Nirvana (1964)

3,5
0
geplaatst: 14 juni 2022, 22:11 uur
Met: Herbie Mann (dwarsfluit); Bill Evans (piano); Chuck Israels (bas); Paul Motian (drums)
Half-geslaagd, maar toch wel de moeite waard. Voor liefhebbers van Evans historisch interessant omdat het zijn allereerste studio-opnames zijn van na de dood van bassist Scott LaFaro, een half jaar voor de vroegste sessie voor deze lp.
Over Herbie Mann kan ik niet veel meer zeggen dan dat ik de naam vaker ben tegengekomen, en ik meen dat ik elke keer als ik zijn naam zoek snel bij de albumhoes van zijn plaat Push Push terechtkom. Net als die hoes moet zijn fluitspel een beetje je ding zijn, eerlijk gezegd vind de hoge en snerpende momenten persoonlijk een beetje irritant. Daar tegenover staan ook mooie, sfeervolle passages, met name in 'Willow Weep For Me' en 'Lover Man'. De interpretatie van Erik Satie's 'Gymnopedie' is ook wel aardig gedaan.
Het trio van Evans, met vervanger Chuck Isreals op bas, is verder in goede doen, en hoewel de plaat niet écht een hoogvlieger is, vind ik het toch wel opvallend dat deze zo veel onbekender lijkt te zijn dan de andere lp's die Evans in die jaren opnam.
Half-geslaagd, maar toch wel de moeite waard. Voor liefhebbers van Evans historisch interessant omdat het zijn allereerste studio-opnames zijn van na de dood van bassist Scott LaFaro, een half jaar voor de vroegste sessie voor deze lp.
Over Herbie Mann kan ik niet veel meer zeggen dan dat ik de naam vaker ben tegengekomen, en ik meen dat ik elke keer als ik zijn naam zoek snel bij de albumhoes van zijn plaat Push Push terechtkom. Net als die hoes moet zijn fluitspel een beetje je ding zijn, eerlijk gezegd vind de hoge en snerpende momenten persoonlijk een beetje irritant. Daar tegenover staan ook mooie, sfeervolle passages, met name in 'Willow Weep For Me' en 'Lover Man'. De interpretatie van Erik Satie's 'Gymnopedie' is ook wel aardig gedaan.
Het trio van Evans, met vervanger Chuck Isreals op bas, is verder in goede doen, en hoewel de plaat niet écht een hoogvlieger is, vind ik het toch wel opvallend dat deze zo veel onbekender lijkt te zijn dan de andere lp's die Evans in die jaren opnam.
Herbie Nichols - The Prophetic Herbie Nichols Vol.1 (1955)

4,0
4
geplaatst: 27 februari 2022, 22:16 uur
Met: Herbie Nichols (piano); Al McKibbon (bas); Art Blakey (drums)
Er ontstond een tijdje geleden een beetje een hype rondom deze plaat onder jazzfans, omdat Blue Note deze samen met 'Vol 2' heruitbracht in haar gerenommeerde Classic Vinyl Series. Zelf was ik nog niet eerder stil blijven staan bij de heer Nichols, maar onder 'kenners' wordt hij gezien als een grootheid. Het helpt in dat opzicht dat hij tijdens zijn leven nooit veel succes heeft gekend, en slechts 44 was toen hij in 1963 stierf (aan leukemie). Pas in de decennia daarna begon zijn reputatie echt te groeien, met mensen zoals onze eigen Micha Mengelberg die het 'gospel' verspreidden.
Enfin, vanwege alle goede verhalen deze plaat een paar maanden in een lijst gehad, en ik weet eigenlijk nog steeds niet echt wat ik ervan moet denken. 'Prophetic' is het niet zozeer, hij klinkt wel echt als een jazzmuzikant die werkte in de jaren veertig en vijftig. Hij was een vroege fan en vriend van Thelonious Monk, en in die hoek moet je het wel ongeveer zoeken, al klinkt Nichols ook weer juist heel anders. Het is verraderlijk knappe muziek juist vanwege die ongrijpbaarheid, als je niet met aandacht luistert valt het nauwelijks op hoe apart de composities zijn, en hoeveel creativiteit er in zijn spel zit.
Muziek om nog een paar keer rustig voor te gaan zitten, en mocht dit verder blijven groeien te hopen dat het vinyl niet in de tussentijd stikduur is geworden.
Er ontstond een tijdje geleden een beetje een hype rondom deze plaat onder jazzfans, omdat Blue Note deze samen met 'Vol 2' heruitbracht in haar gerenommeerde Classic Vinyl Series. Zelf was ik nog niet eerder stil blijven staan bij de heer Nichols, maar onder 'kenners' wordt hij gezien als een grootheid. Het helpt in dat opzicht dat hij tijdens zijn leven nooit veel succes heeft gekend, en slechts 44 was toen hij in 1963 stierf (aan leukemie). Pas in de decennia daarna begon zijn reputatie echt te groeien, met mensen zoals onze eigen Micha Mengelberg die het 'gospel' verspreidden.
Enfin, vanwege alle goede verhalen deze plaat een paar maanden in een lijst gehad, en ik weet eigenlijk nog steeds niet echt wat ik ervan moet denken. 'Prophetic' is het niet zozeer, hij klinkt wel echt als een jazzmuzikant die werkte in de jaren veertig en vijftig. Hij was een vroege fan en vriend van Thelonious Monk, en in die hoek moet je het wel ongeveer zoeken, al klinkt Nichols ook weer juist heel anders. Het is verraderlijk knappe muziek juist vanwege die ongrijpbaarheid, als je niet met aandacht luistert valt het nauwelijks op hoe apart de composities zijn, en hoeveel creativiteit er in zijn spel zit.
Muziek om nog een paar keer rustig voor te gaan zitten, en mocht dit verder blijven groeien te hopen dat het vinyl niet in de tussentijd stikduur is geworden.
Het Zesde Metaal - Calais (2016)

4,0
4
geplaatst: 15 januari 2017, 17:02 uur
Na wat wikken en wegen het album toch opgehoogd naar vier sterren. Ondanks de wat meer 'poppy' aanpak die Het Zesde Metaal lijkt te kiezen hier, blijft dit toch een band waarvan de liedjes even moeten rijpen voordat ik ze echt op waarde kan schatten.
Knap hoe Wannes Cappelle dat toch doet. Op zichzelf lijken zijn songs namelijk helemaal niet zo complex, maar ze gaan bij nadere beluistering bijna allemaal onder de huid kruipen. Er zit misschien nog steeds groei in: het middenstuk van de plaat (song 3 t/m 6) heeft me namelijk nog niet echt honderd procent overtuigd.
Maar de rest vind ik inmiddels echt adembenemend goed. Enkele hoogtepunten: het titelnummer, waarin Cappelle de wereld bekijkt door de ogen van een vluchteling, en erin slaagt hartverscheurend te zijn in plaats van in Bono-sentiment te vervallen; afsluiter Achter Zoveel Jaar, waar je hart gewoon van open bloeit alsof het geen winter is; single 'Naar de Wuppe', waarbij ik eerst dacht dat ik Het Zesde Metaal liever ingetogen hoorde, maar die inmiddels luidkeels wordt meegebruld. En nee, dat klinkt voor geen meter, Sandokan in het West-Vlaams.
Knap hoe Wannes Cappelle dat toch doet. Op zichzelf lijken zijn songs namelijk helemaal niet zo complex, maar ze gaan bij nadere beluistering bijna allemaal onder de huid kruipen. Er zit misschien nog steeds groei in: het middenstuk van de plaat (song 3 t/m 6) heeft me namelijk nog niet echt honderd procent overtuigd.
Maar de rest vind ik inmiddels echt adembenemend goed. Enkele hoogtepunten: het titelnummer, waarin Cappelle de wereld bekijkt door de ogen van een vluchteling, en erin slaagt hartverscheurend te zijn in plaats van in Bono-sentiment te vervallen; afsluiter Achter Zoveel Jaar, waar je hart gewoon van open bloeit alsof het geen winter is; single 'Naar de Wuppe', waarbij ik eerst dacht dat ik Het Zesde Metaal liever ingetogen hoorde, maar die inmiddels luidkeels wordt meegebruld. En nee, dat klinkt voor geen meter, Sandokan in het West-Vlaams.
Horace Silver - Horace Silver Trio (1956)

3,0
2
geplaatst: 6 mei 2021, 21:05 uur
Met: Horace Silver (piano); Art Blakey (drums); Gene Ramey (bas op track 1-3); Curley Russell (bas op track 4-8); Percy Heath (bas op track 9-14); Louis 'Sabu' Martinez (conga op track 15)
Even wat administratie, want dit is een beetje een wazige release. Silver en Blakey brachten in 1952 en 1954 twee platen uit in het 10"- formaat, dat even later in onbruik raakte. In 1956 werd een 12"-LP uitgebracht die 12 nummers van die sessies verzamelde. Alle zestien nummers van de twee oorspronkelijke platen kwamen terecht op een verzamel-cd uit 1989, en dát is de tracklist die we hierboven zien.
Historisch wel een interessante plaat, want volgens mij zo'n beetje de oudste opnames van Blakey en Silver, de mannen die de Jazz Messengers oprichtten. Dat verhaal begint dus hier, met een verzameling heel aardige miniatuurtjes (voor jazzbegrippen) met een aantal bijzonder lekkere momenten.
Ik wil er niet te blasé over doen, want met Blakey en Silver krijg je natuurlijk kwaliteit. Misschien heb ik de laatste weken echter iets te vaak naar de immer opgeruimde Silver geluisterd, want het is voor mij typisch zo'n 'prima op de achtergrond, maar het pakt me bijna nergens echt bij mijn lurven'-plaat. Ook die mogen er natuurlijk zijn, en in het licht van al het moois dat nog ging komen, leuk om een paar keer gehoord te hebben.
Even wat administratie, want dit is een beetje een wazige release. Silver en Blakey brachten in 1952 en 1954 twee platen uit in het 10"- formaat, dat even later in onbruik raakte. In 1956 werd een 12"-LP uitgebracht die 12 nummers van die sessies verzamelde. Alle zestien nummers van de twee oorspronkelijke platen kwamen terecht op een verzamel-cd uit 1989, en dát is de tracklist die we hierboven zien.
Historisch wel een interessante plaat, want volgens mij zo'n beetje de oudste opnames van Blakey en Silver, de mannen die de Jazz Messengers oprichtten. Dat verhaal begint dus hier, met een verzameling heel aardige miniatuurtjes (voor jazzbegrippen) met een aantal bijzonder lekkere momenten.
Ik wil er niet te blasé over doen, want met Blakey en Silver krijg je natuurlijk kwaliteit. Misschien heb ik de laatste weken echter iets te vaak naar de immer opgeruimde Silver geluisterd, want het is voor mij typisch zo'n 'prima op de achtergrond, maar het pakt me bijna nergens echt bij mijn lurven'-plaat. Ook die mogen er natuurlijk zijn, en in het licht van al het moois dat nog ging komen, leuk om een paar keer gehoord te hebben.
Horace Tapscott - Live at Lobero (1982)

4,0
2
geplaatst: 14 april 2022, 12:01 uur
Met: Horace Tapscott (piano); Roberto Miranda (bas); Sonship [Woodrow Theus] (drums, percussie)
Ik hoop dat de puristen het mij vergeven, maar hoewel ik graag naar vinyl luister heb ik ook een Spotify-playlist om nieuwe albums te leren kennen. De albums bovenaan in die playlist zijn de platen die er al het langste staan, en waar ik het dus moeilijk vind om er een mening over te vormen, of niet snel geneigd ben ze op te zetten. In de afgelopen weken is dat Live at Lobero van Horace Tapscott.
De grootste drempel is meteen opener 'Inception', althans op de CD- en Spotify-versies (op de oorspronkelijke LP komt het nummer niet voor): een stuk van een half uur dat bij aandachtig luisteren het geduld nogal op de proef stelt. Vrije muziek, maar niet in de zin van 'lawaaierig en chaotisch', maar van 'dwarrelend en op het eerste gehoor nogal incoherent.' Maar ook weer behoorlijk uniek, en een eindeloze ontdekkingstocht. Ik weet eigenlijk nog steeds niet zo goed wat ik ervan moet vinden.
De tracks van de oorspronkelijke LP, daaropvolgend, zijn beter te behapstukken. In 'Sketches of a Drunken Mary' vindt het trio een heerlijke middenweg tussen soulvol en eigenzinnig, waarbij het bewondering afdwingt hoe de spelers hun eigen ruimte vinden en toch perfect op elkaar zijn ingespeeld. Solostuk 'Raisha's' biedt vervolgens pure schoonheid en melancholie. De afsluiter is weer een lekkere swingende warboel. Al met al een interessante en goed uitgebalanceerde plaat, al is de vonk bij mij nog niet helemaal overgesprongen. Vier sterren met een kleine twijfel.
Ik hoop dat de puristen het mij vergeven, maar hoewel ik graag naar vinyl luister heb ik ook een Spotify-playlist om nieuwe albums te leren kennen. De albums bovenaan in die playlist zijn de platen die er al het langste staan, en waar ik het dus moeilijk vind om er een mening over te vormen, of niet snel geneigd ben ze op te zetten. In de afgelopen weken is dat Live at Lobero van Horace Tapscott.
De grootste drempel is meteen opener 'Inception', althans op de CD- en Spotify-versies (op de oorspronkelijke LP komt het nummer niet voor): een stuk van een half uur dat bij aandachtig luisteren het geduld nogal op de proef stelt. Vrije muziek, maar niet in de zin van 'lawaaierig en chaotisch', maar van 'dwarrelend en op het eerste gehoor nogal incoherent.' Maar ook weer behoorlijk uniek, en een eindeloze ontdekkingstocht. Ik weet eigenlijk nog steeds niet zo goed wat ik ervan moet vinden.
De tracks van de oorspronkelijke LP, daaropvolgend, zijn beter te behapstukken. In 'Sketches of a Drunken Mary' vindt het trio een heerlijke middenweg tussen soulvol en eigenzinnig, waarbij het bewondering afdwingt hoe de spelers hun eigen ruimte vinden en toch perfect op elkaar zijn ingespeeld. Solostuk 'Raisha's' biedt vervolgens pure schoonheid en melancholie. De afsluiter is weer een lekkere swingende warboel. Al met al een interessante en goed uitgebalanceerde plaat, al is de vonk bij mij nog niet helemaal overgesprongen. Vier sterren met een kleine twijfel.
