MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Daft Punk - Random Access Memories (2013)

poster
2,5
Ik wil toch even beginnen met aan te stippen dat er een behoorlijke, bijna absurde hype is geweest rondom deze plaat. 'Get Lucky' kreeg zoveel airplay dat het bijna een soort achtergrondruis is geworden. Het album zelf werd met zoveel goodwill ontvangen overal van Pitchfork tot Musicmeter tot het mainstreampubliek, het ontbrak er nog maar aan dat de paus er zijn zegen over twitterde.

In dat licht lijkt me dat ik, ondanks de bezwaren van sommigen hier tegen die manier van redeneren, mag stellen dat wat er muzikaal wordt geboden bij lange na niet opweegt tegen alle drukte. Sterker nog, ik kan me redelijk vinden in de recensies van Ponty Mython hierboven, en of all people, DJ Tiësto.

De plaat kan mijn aandacht nauwelijks vasthouden, omdat er eigenlijk ook vrijwel niets wordt gecommuniceerd. Met heel veel goede wil kun je in de plaat een soort thematische sfeer herkennen (nostalgie, romantiek), maar dit slaat geheel dood tussen alle leeghoofdige interludes en het zielloze doorkabbelen van de meeste nummers.

Om een organisch geheel te krijgen werd minder gewerkt met computers en meer met 'echte muzikanten'. De keuzes die ze hierbij maken zijn interessant en veelzeggend. Neem supersingle 'Get Lucky'. Geinig dat Nile Rodgers uit de vergetelheid wordt weggerukt, maar in feite zou een beetje sessiegitarist ook deze rol kunnen invullen. Alleen heb je dan geen hip icoon uit de discojaren in je videoclip, natuurlijk.

Deze neiging tot style over content lijkt de keuzes van Daft Punk in hoge mate te bepalen op dit album. Zo ook dat de hulp van Pharrell Williams op twee nummers wordt ingeroepen als, godbetert, gastzanger. Kan iedereen die Pharrell een Groot Zanger vindt zijn vinger opsteken? De man heeft geweldige platen gemaakt, maar wordt hier nauwelijks op zijn kracht gebruikt lijkt me. Hetzelfde kun je zeggen van iemand als Panda Bear, die hier wordt gedegradeerd tot een sloganschreeuwer uit een tweederangs danceact. Giorgio Moroder mag ook nog even het aura van hipheid komen pimpen, niet om zijn productiekunsten te vertonen, maar om een wat incoherente monoloog af te steken.

Intussen zwalkt de halfwarme discomoes vrolijk voorwaarts, onderweg naar nergens.

Het past gek genoeg allemaal wel in de sfeer van, laten we het ronduit zeggen, ongelooflijke cheesiness. Deze plaat biedt een soort muzikale softporno, waar een enkel aardig liedje ('Instant Crush', Fragments Of Time) en een paar momenten dat de muziek de juiste snaar weet te raken (de coda van 'Touch', 'Motherboard') niet kunnen verhullen dat ik blijf zitten met een, eh, lichte frustratie, gedempt door slaperigheid.

Want uiteindelijk is het vooral de langdradigheid die de plaat echt onder de drie sterren drukt. Man, man, man, wat een gezapigheid, wat een eenheidsworst, wat een zzz...

De behelmde mystery boys lijken te denken een meesterwerk uit te kunnen poepen door wat voorspelbare drums te mengen met cheesy synthesizers, hippe gastartiesten en een uitgekiende marketingcampagne. Het voldoet allicht aan een behoefte, aangezien zowel doorgewinterde liefhebbers het lofprijzen, als jonge meisjes het gebruiken om hun heupen op te schudden. Dat op zich is al knap, en betekent dat ik waarschijnlijk iets mis, of ergens niet vatbaar voor ben. De kans is echter erg klein dat ik dit nog vaak ga draaien.

Damon Locks Black Monument Ensemble - Now (2021)

poster
4,0
Fijn, vrij kort album, met eigenlijk slechts drie ‘echte’ tracks (1, 3 en 6): de overige drie tracks zijn (vooral) met samples doordrenkte geluidscollages met een hoog ‘agitprop’-gehalte, die me eerlijk gezegd ook wat minder aanspreken.

Dit wordt meer dan goedgemaakt door de rest, waarbij sampler/ programmeur/ componist / bandleider Damon Locks een hele ‘community’ aan vocalisten en jazzmuzikanten laat aanrukken. Over een basis van samples en elektrische geluidjes vloeit een oceaan van hypnotiserend mooie zang en blaasinstrumenten, met sluitstuk ‘The Body is Electric’ als verzengend hoogtepunt.

We horen een diepe en veelzijdige duik in de zwarte cultuur, waardoor de genreaanduiding ‘jazz’ eigenlijk geen recht doet aan de plaat. Ook de politieke en raciale spanningen van het hedendaagse Amerika, met daarbovenop nog een pandemie, zinderen door in elke noot. Als de laatste noot is weggestorven, jubelen de muzikanten hoe ‘Healing’ het was om samen deze muziek te maken. Blij om dat te horen, en fijn dat ik er een beetje van mocht meegenieten.

David Murray / Mal Waldron - Silence (2008)

poster
4,5
Weer een pareltje in het grote oeuvre van Waldron!

De naam van Murray ken ik tot mijn schaamte niet echt, behalve 'wel eens gehoord', maar op basis hiervan wil ik daar zeker verandering in brengen. Echt een geweldige saxofonist, een verhalenverteller die de hele jazztraditie meeneemt maar niet alleen wil imponeren met technische hoogstandjes: juist de ruimtes tussen de noten maakt dat mijn volle aandacht wordt opgeëist.

Over Waldron is bekend hoe geliefd hij is als begeleider, dat hij juist ook vooral de andere muzikanten laat stralen op zijn platen. Dat is hier niet anders, maar het mooie is dat Murray andersom hetzelfde doet: ze halen elkaar naar voren, verfraaien elkaar. Als Waldron soleert, zou je nooit verwachten dat je naar een muzikant van dik in de zeventig luistert (die ruim een jaar later zou overlijden). Zijn kracht, zijn gevoel voor ritme, zijn sublieme melancholie zijn nog zo sterk aanwezig als altijd. Juist op de tracks van meer dan tien minuten zijn de heren op hun sterkst. Dit zou ooit zomaar nog eens vijf sterren van me kunnen krijgen.

Deakin - Sleep Cycle (2016)

poster
4,0
Verrassing. Heb op zijn best een beetje een haat/liefde-verhouding met die hele Animal Collective-scene, maar goed, hetzelfde geldt voor Deakin natuurlijk. Misschien is deze plaat vijf jaar te laat om echt hip te zijn, maar toch is de afwezigheid in de verschillende jaarlijstjes opvallend.

Sleep Cycle klinkt als iets wat op een laptop in een slaapkamer in elkaar is gezet door een sociaal niet al te vaardige persoon, en dat bedoel ik in dit geval als compliment. De eerste twee en de laatste track zijn echt sublieme melancholieke twijfelaars-pop, opener 'Golden Chords' zou waarschijnlijk wel in een top tien komen van mijn favoriete tracks van 2016.

In het midden van de plaat wordt er wat gepield en uitgedaagd en in het onderbewuste vertoefd. Soms meer geduld-op-de-proef-stellend dan grensverleggend, maar het maakt van deze plaat wel een samenhangende luisterervaring zoals ik er vorig jaar eigenlijk (te) weinig heb gehoord.

Death Cab for Cutie - Plans (2005)

poster
3,5
Jiskefet-lid Michiel Romeyn gaf een interview in het jubileumnummer van Oor, waarin hij dit soort muziek omschrijft als 'zalfpop'. Geen idee of hij deze term gejat of zelf bedacht heeft, maar het is een rake typering. Het soort moderne pop/rock dat niet bijzonder prikkelend of spannend is, maar geschikt voor mensen die graag, na een lange dag, op de bank liggen onder een modieus dekentje, met een goed glas rosé en een marathon van Grey's Anatomy op de buis.

Niet echt mijn levensstijl of muziekkeuze, maar ook geen muziek waar ik me bijzonder aan stoor. Hoe dan ook, ik betwijfel of ik ooit er aan toe was gekomen om dit te beluisteren zonder een recensieopdracht van Ataloona op het forum. Ik moet toegeven dat het niet is tegengevallen. In zijn genre is dit waarschijnlijk wel een topplaat: wat betreft het weven van knusse sonische dekentjes van gitaren en toetsen kan DCFC makkelijk de vergelijking aan met een band als Coldplay, en liedjes als Different Names For The Same Thing of Someday You Will Be Loved hoeven niet onder te doen voor de composities op de laatste twee platen van Elbow.

Vocaal is het een ander verhaal, de een beetje afgeknepen zang gaat me wel een beetje tegenstaan over veertig minuten, en er staan ook wel een paar liedjes op Plans die zonder enige indruk achter te laten voorbij fladderen.
Al met al denk ik niet dat ik vaak naar deze plaat zal terugkeren, maar liefhebbers van zalfpop mogen deze plaat gerust op hun lijstje 'essentiële aanschaf' zetten.

Deftones - Koi No Yokan (2012)

poster
3,0
Wellicht ben ik, van de mensen die tot nu toe bij deze plaat hebben gepost, een van degene die het verst met de band terug gaat: debuut Adrenaline had ik kort na de release al in huis. Des te meer jammer dat ik niet helemaal mee kan in het enthousiasme dat hier heerst.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat dit de eerste plaat van de Deftones is die ik in zijn geheel vaker dan één keer heb beluisterd sinds White Pony. Laatstgenoemde plaat waardeer ik nog steeds zeer, maar toen de opvolger uitkwam was mijn smaak zich aan het verwijderen van harde rockmuziek, en het grensnut leek verminderd. Had ik echt behoefte aan nóg een Deftonesplaat? Die gevoelens lagen aan mij, maar ook een beetje aan de band. Als ik stukjes van hun volgende platen luisterde, werd ik nooit echt geprikkeld of verrast. maar dacht ik steeds: ja, dat klinkt wel leuk, maar dat heb ik al.

Het is op de nieuwe plaat niet anders, al werd ik behoorlijk weggeblazen door albumopener 'Swerve City'. Catchy, compact, en scherp als een haaienaanval. Had nog een paar van dat soort knallers op plaat gezet en ik had uit pure sympathie minstens een halve ster erbij gedaan. Maar de rest van de eerste helft van de plaat komt niet tot dat energielevel: de combinatie van loodzware riffs, ietwat kitscherige synthlagen en de emozang van Moreno, ofwel de Deftonesformule, staat nog steeds als een huis, maar ik ga het al snel langdradig vinden. Hoeveel moeite de band ook stopt in drumroffels, beurtelings ronkende en jankende gitaren, en een beurtelings jankende en krijsende Moreno, op de eerste helft van de plaat staat geen enkele song die ik na een luisterbeurt of tien echt als memorabel zou omschrijven. Van een track als Romantic Dreams zou je bovendien makkelijk een minuut kunnen afknippen zonder de kwaliteit te beschadigen, naar mijn mening. Integendeel zelfs.

Na vier tracks waar op een enkel gaaf moment lamlendigheid en open deuren-emo heersen, volgt de kentering met Graphic Nature, geen heel goed liedje maar eindelijk weer een track die een beetje pit uitstraalt. De nummers die volgen zijn een stuk beter en gevarieerder, in zoverre dat ik ze uit elkaar kan houden, Tempest en Rosemary kunnen zich wellicht zelfs ontwikkelen tot favorieten in het Deftones-oeuvre. Dat de plaat met What Happened To You als de spreekwoordelijke nachtkaars uitgaat, is dan weer jammer, maar eigenlijk geen verrassing meer: de hele plaat is eigenlijk een nachtkaars.

Deftones verdienen enige waardering voor hun -op zich best gave- eigen stijl, en ook omdat Koi No Yokan een van de meest samenhangende platen is die ik dit jaar heb gehoord. Maar materiaal voor de jaarlijstjes zou ik het zelf niet noemen. Al moet ik ook accepteren dat ik wellicht niet meer tot de doelgroep behoor.

dEUS - Worst Case Scenario (1994)

poster
4,5
Ah nostalgia

Ik heb het altijd een beetje moeilijk gehad met de Island-versie van deze plaat. De bizarre reden daarvoor was dat ze bij de lokale bibliotheek in mijn thuisstad Eindhoven enkel de originele versie van deze plaat te leen hadden, uitgekomen bij het kleine label Bang!, en aan die versie was ik bij eerste kennismaking verknocht geraakt. Vreemd, want de Island-versie is bijna objectief beter te noemen, met de inclusie van 'Great American Nude' en vooral 'Right as Rain.' Het enige dat exclusief is aan de Bang!-versie is het redelijk weglaatbare 'Let Go.' Maar zo werkt het menselijk brein.

Iedereen die een boontje voor deze plaat ontwikkelt, moet dan ook de reissue van enkele jaren geleden in huis halen. Dit is een release waarvan de toegevoegde b-kantjes ook echt iets toevoegen. Zea, van de debuut-ep, bijvoorbeeld. Nog zo eentje. En dan zit er een dvd bij de Deluxe Edition, en als het menu daarvan opstart, zie je hoe Beavis en Butthead reageerden op de clip van 'Suds 'n Soda'. Oh man, de middelbare schooltijd, vergeeld onder zo'n dikke laag nicotineaanslag. Soms vind ik het jammer dat ik niet meer rook.

Fuck dit was radicaal toen. Voor mij, bedoel ik dan. Ik had natuurlijk nog nooit Velvet Underground of Captain Beefheart of Charles Mingus gehoord. Dat was ook nog niet zo makkelijk, in die tijd. Op de radio hoorde je happy hardcore en zo. Mijn vrienden en ik, we hielden van rock. De meeste van die vrienden gingen later naar metal luisteren, maar ik graviteerde meer naar de alternatieve rock. De twee belangrijkste platen die daarvoor zorgden waren 'The Bends' en deze.

Ergens vind ik deze nog steeds beter, maar dat komt ook vooral omdat Barman & Co, ondanks alle gekte, met beide voeten op de cafévloer tussen het verschaalde bier en de peuken bleven staan.

Dexter Gordon - Go (1962)

poster
3,5
Hoewel ik deze absolute klassieker jaren geleden voor het eerst hoorde, had ik hier nog geen stem bij staan. Bij mij is dat vaak toch wel een veeg teken. En inderdaad: nadat ik de laatste maand wat meer in deze plaat ben gedoken, is het me nog steeds niet gelukt hier enorm sterke gevoelens voor te ontwikkelen.

Sterke band, dat zeker, met een goede energie. Gordon is een prima saxofonist die misschien ook expressiever en eigenzinniger is dan soms wordt beweerd. En toch, er blijft altijd zo weinig hangen van deze plaat, weinig dat in me opkomt als ik eraan denk dat me motiveert dit nog vaker te draaien. Ondanks dat er geen verkeerd klinkende noot op staat, laat dat ook gezegd zijn.

Dexter Gordon - Our Man in Paris (1963)

poster
4,0
Grappig dat een paar andere beoordelingen hier spreken van een mooie plaat voor in de herfst. Ikzelf zal deze altijd associëren met de zomer van 2018, die periode van weken zon en droogte. Toen ergens kwam deze plaat op een afspeellijstje bij mij, en op fietstochtjes door de warme stad kwam deze muziek echt lekker bij me binnen. Het gevoel van de hete zon in mijn nek, kleine zuchtjes wind die de geur van stof, barbecue en zonnebrand meevoeren, schitteringen van licht in autoruiten en kanalen, en in mijn oren Dexter Gordon die een lekker potje saxofoon blaast.

Gordon is, hier in ieder geval, geen iconoclast of verbluffende virtuoos als veel andere grote saxofonisten van zijn generatie, maar zijn spel is gewoon enorm prettig om naar te luisteren. Krachtig, lyrisch, zelfverzekerd, speels: altijd met twee voeten stevig in de melodie en een onberispelijk gevoel voor groove in zijn kloten. Hij slalomt door zijn solo's met de flair van een Messi die vier verdedigers dolt om dan met een fluwelen curve de bal achter de keeper te werken.

De rest van de band zit prachtig met hem op één lijn. Drummer Kenny Clarke en pianist Bud Powell hadden toen eigenlijk het meest relevante deel van hun loopbaan er al opzitten. Clarke (erg fijne drummer toch!) haalt moeiteloos weer zijn topniveau. Powell niet, maar die had dan ook een navenant hoog topniveau. Hoe dan ook spat het spelplezier eraf bij deze expats (en één Fransman).

De gekozen standards zijn, net als het spel, niet heel erg wereldschokkend, maar juist die veilige keuzes pakken in dit geval goed uit: in plaats van te experimenteren, laten deze muzikanten horen hoeveel podiumuren ze op hun naam hebben staan. Zonnetje en witbiertje erbij, en alles kwam goed, in die memorabele zomer van 2018 (tenzij zulke zomers vanwege het broeikaseffect het nieuwe normaal worden, in welk geval er in ieder geval voldoende reden is om deze plaat nog wat vaker te draaien).

Donnie - The Daily News (2007)

poster
4,0
Mijn waardering van deze cd kende ondertussen meerdere fases: aanvankelijk zeer enthousiast, toen een tikkeltje verveeld, en nu, op het moment dat ik de nummers echt goed begin te kennen en de kleine details begin op te pikken, weer in toenemende mate tevreden als een spinnend katje.

Voorlopig oordeel dan maar: integere en intelligente soulplaat waarop de geest van Stevie Wonder nooit ver weg is. Donnie verzet zich tegen de kunstmatigheid en de radiovriendelijkheid die veel moderne popmuziek haar wegwerpkarakter geeft. Dit is echte muziek, gemaakt met vakmanschap en een groot kloppend hart. De zanger durft de luisteraar binnen te laten in zijn wereld, en weet tegelijkertijd hoe je een goede hook moet schrijven.

Wel een beetje jammer is dat eigenlijk alle nummers zich bevinden in dezelfde midtempo soulvijver. Het had Donnie gesierd als hij wat vaker buiten zijn comfort zone was getreden (vreselijke yuppieterm, maar toch), en hier en daar een onverwachte bocht was ingeslagen. Een beetje herrie maken, of iets heel minimaals ertussen. Nu breekt het gebrek aan muzikale variatie de plaat een beetje op over de lengte van bijna een uur. De speelsheid en brede blik van bijvoorbeeld Innervisions is toch nog een paar stapjes hoger. Verder niets dan hulde voor dit ouderwets goede album.

Enige dank aan Reijersen.

Duke Pearson - Tender Feelin's (1959)

poster
4,0
Met: Duke Pearson (piano); Gene Taylor (bas); Lex Humphries (drums)

Voor deze wil ik wel even een lans breken. Ik volg een aantal Instagramgebruikers die over jazz posten (wat meestal neerkomt op: kijk eens wat voor onbetaalbare eerste persingen ik allemaal heb, maar zo gaat dat), en één daarvan noemde dit misschien wel de beste piano-trioplaat op Blue Note.

Of dat zo is weet ik niet. Waar op Instagram meestal halleluja geroepen wordt over de hele Blue Note-catalogus, blieft men deze platen op Musicmeter minder. Case in point: 15 jaar na het toevoegen heeft deze plaat pas drie (niet heel hoge) stemmen vergaard, en heeft blijkbaar niemand ooit gemerkt dat de tracktitels verkeerd waren geïmporteerd (correctie ingediend).

En nee, heel avontuurlijk is het niet, het klinkt wel zo'n beetje hoe je verwacht dat een Blue Note pianotrio-sessie uit 1959 zou klinken. Weinig grote ambities, Pearson en zijn twee companen maakten er een relaxte sessie van waarbij je als luisteraar niet bepaald overweldigd wordt.

Toch heb ik steeds als ik dit luister de neiging om te gaan zwelgen in een romantische bui. Het spel van Pearson heeft gewoon iets charmants en fijngevoeligs, iets puurs en speels wat me aan het einde van lange dagen helemaal in weet te pakken. Vooral ballads als 'I'm a Fool to Want You' en 'The Golden Striker' zijn griezelig perfect uitgevoerd.

De heren hielden de goede sfeer er tot in de kleine uurtjes in, getuige de laatste track, een - hoe kan het anders - laidback bluesjam die kennelijk werd opgenomen toen iedereen al aan het inpakken was. En het is allemaal kraakhelder opgenomen, alsof ze in je slaapkamer staan te spelen. Precies wat je hoopt van een Blue Note uit die periode dus. Een aanrader, voor de liefhebbers.