MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Neil Young - Fork in the Road (2009)

poster
2,5
Blijkbaar maakt deze plaat onderdeel uit van Youngs Linc Volt filmproject, wat ermee moet eindigen dat hij met een milieuvriendelijke auto naar Washington rijdt, om aldaar de politici te overtuigen van het belang van de goede zaak, enz. Het is daarvoor dat hij deze automobielrock heeft gemaakt, een typische Amerikaanse rockplaat over achter het stuur zitten en scheuren over route 66, maar dan in een ecomobiel.

De cynicus in mij moet een beetje besmuikt grijnzen bij een plaat waarop gepassioneerd wordt gezongen over benzineprijzen en zuinig tuffen richting zonsondergang. Nou ja, ik ben dan ook een kind van de jaren negentig, natuurlijk. Mijn generatie doet niet echt aan de goede zaak, bij ons was het meer 'here we are now, entertain us,' enzo. Dat is een handicap in veel gevallen, want eigenlijk is het natuurlijk bewonderenswaardig dat Neil Young op z'n oude dag er nog zulke ambitieuze projecten op na houdt, en over een zinnig onderwerp dan ook nog.

Muzikaal gezien is het typisch Neil: een beetje schetsmatig en rommelig, niet te lang, leunend op traditionele structuren uit folk, country en rock, sterke melodieën, interessant gitaarwerk en slim gebruik van vocale harmonieën.

De meest voor de hand liggende kritiek op deze plaat: als ik over een paar jaar voor mijn platenkast sta en besluit iets van Neil Young te gaan draaien, is de kans klein dat ik dan deze uitkies. Het is oneerlijk, maar onvermijdelijk, dat alles wat deze man maakt langs de meetlat van zijn beste werk gelegd zal worden, en meestal zal falen, omdat dat beste werk in dit geval verrekte geniaal is.

Toch denk ik dat ook als ik Fork In The Road zou beschouwen als de willekeurige plaat van een volslagen onbekende, de waardering dan niet hoger zou uitkomen. Neil Young blijft een fantastische gitarist (Ben Keith trouwens ook), en een echt slecht liedje staat hier niet op (Cough Up The Bucks misschien), maar verder gebeurt er gewoon te weinig echt bijzonders om de aandacht vast te houden. En deze verzameling liedjes klinkt ook te veel als een hobbyproject. Vooral dat gebrek aan urgentie zorgt ervoor dat de levende legende wat mij betreft hier geen aanspraak kan maken op een voldoende.

Neil Young - Hitchhiker (2017)

poster
4,0
Mja. Toen dit werd aangekondigd, vroeg ik me af waarom dit niet als onderdeel van de 'Archives' werd uitgebracht. Dat is een symptoom van de constante verwarring aan mijn kant over het release-beleid van Neil Young, en doet verder natuurlijk niet echt ter zake.

Behalve dat vrijwel iedere andere artiest deze opnamen had uitgebracht als een 'CD2' op een reissue van een van zijn klassiekers uit die tijd. Eigenlijk is het gewoon een demo uit 1976, die nu als nieuw album of 'vergeten meesterwerk' (another Treasure?) op de wereld wordt losgelaten.

Die predicaten zou ik er zelf niet voor gebruiken. Uiteraard is het de moeite waard om naar Young te luisteren, hier op de top van zijn kunnen als performer en songwriter, in een intieme setting. De subtiele details in zijn gitaarspel en teksten komen daardoor extra goed naar voren. Maar zo zijn er wel meer releases van hem geweest in de laatste jaren, en voegt deze echt veel toe?

De helft van de songs zijn gewoon uitgeklede versies (of zelfs de basis-takes) van nummers die we al jaren kennen. Alleen het titelnummer, 'Powderfinger' en 'The Old Country Waltz' zijn radicaal anders dan hun bekendere versies, en eerlijk gezegd lijkt de kans me vrij groot dat je die eerste twee al kent, als je enigszins 'into' Neil Young bent. De twee nieuwe nummers zijn oké, maar naar mijn mening geen verborgen pareltjes ('Give Me Strength' zou dat bij herbeluistering nog kunnen worden).

En dan ga ik toch weer denken aan die CD2 van die heruitgave, zo'n schijfje dat je één of twee keer beluistert, waarbij je dan denkt: 'Interessant', en dan nooit meer uit het hoesje haalt. Hitchhiker is eigenlijk wel beter dan dat, maar niet zoveel beter dat ik me kan aansluiten bij het enthousiasme van anderen hier.

Neil Young - Landing on Water (1986)

poster
3,0
Youngs terugkeer naar Spotify was aanleiding om eens wat platen te beluisteren die ik gemist had of nooit goed beluisterd. Inclusief deze, die ik weleens had gehoord (volgens mij ligt de cd zelfs ergens in mijn berging), maar waar ik nooit veel aandacht aan had besteed. Dat komt ook omdat de meeste Neil Young-fans alleen maar kost-emoji's aan deze plaat kwijt kunnen.

Nadere kennismaking beviel eigenlijk stukken beter dan ik had verwacht. Ik wil niet de dwarse edgelord gaan uithangen en hier roepen dat het een onderbelicht meesterwerk is ofzo: deze stijl (eigenlijk een totale capitulatie naar het jaren tachtig-geluid) past niet echt bij Young, en het geluidsbeeld van beukende drums en zoemende synthesizers gaat over de hele plaat wel een beetje tegenstaan. Ik heb het idee dat Young, eigenlijk net als op Trans, zich vol overmoed aan een genre waagt waar andere muzikanten veel beter in zijn.

Maar toch: ik vind de meeste liedjes best oké tot vrij goed (en behoorlijk catchy), en de producties zijn gedateerd maar zitten best leuk in elkaar (Steve Jordan, tegenwoordig livedrummer van de Stones, is echt geen kneus ofzo). Ook wel leuk, nu ik erg veel platen van Neil Young aan het 'inhalen' ben, om iets totaal anders te horen dan de normale stoned/akoestische en groezelig elektrische platen.

Ik ga hier gewoon een voldoende aan geven. Ik zou me zelfs kunnen voorstellen dat, als ik deze plaat over een tijdje nog leuk vind, dat nog een half sterretje stijgt.

Neil Young - Le Noise (2010)

poster
4,0
Ik moest even wennen aan deze plaat, met name aan hoe de stem van Young klinkt in deze context.

Inmiddels een keer of tien beluisterd, en mijn waardering is toch sterk gegroeid. 'Hitchhiker' en de twee akoestische nummers mogen bescheiden juweeltjes worden genoemd, en de rest van de nummers variëren van redelijk tot vrij goed.

De samenwerking met Lanois pakt verrassend sterk uit, de manier waarop Youngs gitaarescapades op band werden gezet geeft Le Noise een bijzonder eigen geluid, en weet diepte te vinden in nummers die op bijvoorbeeld 'Fork In The Road' waarschijnlijk gewoon de middelmaat in gezakt waren ('Angry World', 'Rumblin'').

Tot dusver vind ik het licht overdreven om deze plaat tot Groot Meesterwerk uit te roepen, of op één lijn te zetten met zijn klassiekers uit de jaren zeventig e.d., maar het is een sympathiek en bij vlagen betoverend album dat mijn geduld geen moment op de proef heeft gesteld.

Neil Young - Neil Young (1968)

poster
4,0
Eigenlijk de enige lp van Neil Young waarop sprake lijkt te zijn van consensus, dat wil zeggen, waarop hij iets probeert te doen wat lijkt op wat mensen zouden verwachten van een plaat van Neil Young.

Desondanks een erg goede plaat, met een paar van zijn meest geliefde liedjes (The Old Laughing Lady, The Loner).

Enigszins overgeproduceerd, dat wel.

Op deze plaat spelen enkele muzikanten van naam mee, zoals Ry Cooder. Ik heb ooit ergens gelezen dat Cooder de muziek helemaal niets vond, hij snapte niet wat Neil Young probeerde te doen.

Helaas pindakaas voor Cooder.

Neil Young - On the Beach (1974)

poster
5,0
Er zijn goede argumenten te geven waarom muzikanten de baas zouden moeten zijn over hun eigen muziek, zonder bemoeienis van platenmaatschappijen en andere geldwolven. Dat hoeven we Neil Young niet te vertellen.

Er zijn ook goede argumenten te geven waarom artiesten hun eigen muziek het beste kunnen loslaten als ze het eenmaal met de rest van de wereld hebben gedeeld, en zich zo weinig mogelijk moeten bemoeien met wat er met hun muziek gebeurt.

In die laatste categorie: de beslissing van Neil Young om de cd-release van On the Beach jarenlang tegen te houden, omdat hij blijkbaar zelf niet zo’n hoge pet op had van het album. Domme beslissing, Shakey, want deze plaat hoort bij de absolute hoogtepunten van zijn oeuvre.

De eerste opnamen voor de plaat werden gedaan met wijlen producer David Briggs, volgens velen de beste Neil Young-producer en medepionier van alle generaties Crazy Horse-herrie. Briggs zou bij de latere opnames afwezig zijn, eerst door ziekte, en daarna omdat hij woest was dat Young gewoon doorging met opnemen tijdens zijn afwezigheid.
De rest van de sessies waren een informele aangelegenheid, waarbij Young samenwerkte met diverse muzikanten. De meest in het oog springende is een excentrieke countryviolist genaamd ‘Rusty Kershaw’, die behalve muziek ook de liner notes toevoegde, en de drug of choice voor deze sessies bereidde: wietsnoepjes van gestolde honing.
Volgens de verhalen waren de muzikanten tijdens de opnames constant knetterstoned, en dat is hoorbaar: dit is duidelijk de hasjplaat van Neil Young, net als dat Tonight’s the Night de zuipplaat was.
(Hoewel On The Beach waarschijnlijk te intens is om zelf een jointje bij op te steken)

Aan het begin is er niet zo veel bijzonders aan de hand: de plaat begint vrij conventioneel met Walk On, dat niet had misstaan op After The Goldrush of Harvest. Prettig pop/rock-liedje, met een typerend mysterieus refrein in de beste Neil Young-traditie:
‘Baby that’s hard to change/ I can’t tell them how to feel/ some get strong, and some get strange/ sooner or later it all gets real/ walk on’
Het tweede nummer, See the Sky About to Rain, lag al een tijdje op de plank (zie de versie op Live At Massey Hall). Op zich best een goed liedje, maar het hier gekozen arrangement van kitscherige elektrische piano en zeikerige zang was geen goed idee.
Na dit aardige begin wordt het niveau enige procenten opgeschroefd: op de rest van de plaat blijft alleen nog het gemakzuchtige Vampire Blues onder topniveau hangen.

Revolution Blues roept bij velen akelige gevoelens op, door het sfeertje van moordlustige hippies a la Charles Manson (een goede kennis van Young, de connectie wordt voldoende uitgediept in bovenstaande berichten van andere gebruikers).
Toch is het nummer vooral een heerlijk lawaaierige, de pan uit swingende rocksong. Bovendien, hoe veel liefde we ook voelen voor de ritmesectie van Crazy Horse, het is toch heerlijk om Young af en toe met een echte drummer te horen spelen (Levon Helm in dit geval).

For The Turnstiles is dan weer een kalm, minimalistisch akoestisch liedje, maar van een intensiteit die meteen bij de strot grijpt: makkelijk één van Youngs beste liedjes, en ook tekstueel weer een vervreemdend hoogstandje:
‘You can really learn a lot that way/ it will change you in the middle of the day/ although your confidence may be shattered/ it doesn’t matter…’

Het titelnummer beweegt zich door redelijk voorspelbare bluesprogressies, maar hier is de balans van slepende gitaren, hoekige bas en exotische percussie de perfecte achtergrond voor Youngs desolate bespiegelingen:
‘I need a crowd of people/ but I can’t face them day to day.’

Met het beurtelings romantische en eenzame Motion Pictures laat Young ons nog wat verder wegzakken in het moeras van zijn onderbewustzijn, om af te sluiten met een van zijn bijna onomstreden meesterwerkjes: Ambulance Blues.

Dit nummer wordt voortgedreven door een akoestische gitaarpartij die zo los en onregelmatig is dat je het klungelig zou kunnen noemen, als het effect niet juist is, dat juist hierdoor elke noot zich je oren binnenhamert met een noodzaak en passie die even indrukwekkend als schrikbarend is. Elke noot is raak.
Violist Rusty Kershaw duelleert overtuigend met de gitaren, naar verluid zonder het nummer voor de opnames ook maar te hebben gehoord.
Over die begeleiding laat Young zijn meest absurde gedachtes de vrije loop. Er ontstaat een verhaal waarin niets duidelijk is maar in alles sluimert betekenis:
‘So all you critics sit alone/ you’re no better than me from what you’ve shown/ with your stomach pumps and you’re hook and ladder dreams/ we can get together for some scenes...’

Tsja, wat moet ik daar nog op zeggen?
Dit is een grootse Neil Young plaat. Misschien zelfs zijn beste, hoewel ik persoonlijk een lichte voorkeur heb voor Everybody Knows This Is Nowhere, omdat die iets constanter is in kwaliteit.

Neil Young - Sugar Mountain (2008)

Alternatieve titel: Live at Canterbury House 1968

poster
4,5
Neil Young, hier solo met akoestische gitaar in een klein zaaltje, was nog niet de zelfverzekerde superster van Cinnamon Girl en CSNY. Ten tijde van dit optreden had hij pas net Buffalo Springfield verlaten en zijn eerste (titelloze) soloplaat gemaakt. Op Sugar Mountain horen we nog een zacht sprekende, verlegen singer-songwriter, die nog niet helemaal lijkt te weten wat hij aanmoet met zijn talent (op een bepaald moment tijdens dit optreden drukt hij zelfs ergernis uit over zijn eigen liedjes: 'they're just all so down, you know...'). Het publiek, zo te horen de inhoud van een flink koffiehuis, laat zich zelden meer dan beleefd enthousiast horen: Neil Youngs naam is nog niet gevestigd, hij is nog druk bezig zichzelf te bewijzen.

De liedjes die hij speelt, vooral afkomstig van Buffalo Springfield en zijn debuut, verdienen meer waardering binnen het oeuvre van Young dan ze (overwegend) krijgen. Dit zijn diep vreemde composities, schaamteloos filosofisch, vol jonge weltschmerz, en altijd urgent. Deze vroege incarnatie van Oom Neil is een intens boeiend fenomeen, een versie van het genie die we daarna nooit meer terug zouden zien, hoe veel geweldigs er ook nog zou volgen.

Neem nou Last Trip To Tulsa, een schaamteloze Dylan-pastiche natuurlijk, zoals er -zeker in die tijd- dertien miljoen in een dozijn gingen. Maar van Young pik je het omdat hij zijn eigen bizarre, kleurrijke persoonlijkheid naar voren laat komen op een manier die niet voor Dylan onder hoeft te doen:

'So I unlocked your mind, you know/ To see what I could see/ If you guarantee the postage, I'll mail you back the key.'

. Fraaie melodie ook, en de droge, maar betrokken manier waarop Young de absurde tekst zingt is waanzinnig (de liedjes van zijn debuut komen live ook beter tot hun recht dan op de plaat, waar ze toch af en toe wat verdrinken in de arrangementen).
Of neem de liedjes van Buffalo Springfield: Mr Soul, bijvoorbeeld.

'Stick around while the clown who is sick/ does the trick of disaster.'

De stones-riff van de Buffalo-versie wordt hier omgezet naar een hypnotiserende muur van akoestische gitaarakkoorden.

'Is it strange I should change/ I don't know/ why don't you ask her?'

Sommige fans zien de vroege Neil Young als de ultieme stem van de jaren zestig: niet iemand die schreef over dromen van San Francisco en vrije liefde, maar degene die verwoordde wat er werkelijk aan de hand was. Zelf kan ik daar niet over oordelen, maar het lijkt me geloofwaardig dat het generatieconflict uit die tijd in geen enkel liedje beter wordt omschreven dan in Youngs Springfieldcompositie Broken Arrow:

'His mother had told him a trip was a fall/ and don't mention babies at all...'

Het gelaagde arrangement van de studioversie wordt hier vervangen door de nodige akoestische acrobatiek, die er maar weer eens aan herinnert hoe goed Young eigenlijk gitaar kan spelen (Jan Akkerman kan mijn kont kussen).

Of neem The Loner. Een liedje dat over Neil Young kan gaan, of over mij, of over die rare man die altijd in het winkelcentrum rondhangt met een wilde blik in zijn ogen.

'He's a perfect stranger/ like a cross of himself and a fox.'

Vreemd nummer, maar ook vooral een goed liedje, met alles erop en eraan, inclusief een aanstekelijk refrein.

Datzelfde geldt voor bijna alle liedjes: Sugar Mountain, met zijn bitterzoete, vroegrijpe jeugdsentiment. Het bizarre folkraadsel dat Nowadays Clancy Can't Even Sing heet. De subtiel verslavende soulballade The Old Laughing Lady, hier gerekt tot een zeven en een halve minuut durende verstilde meditatie voor akoestische gitaar en stem.

Stuk voor stuk juweeltjes in Youngs oeuvre, maar als je een rib uit je lijf zou rukken om een optreden te kunnen betalen van de man, is de kans gering dat hij meer dan één van die liedjes speelt. Maar op Sugar Mountain speelt hij juist die liedjes, omdat dat nou eenmaal zijn recente werk was. En hij is hier nog niet het genie met de ranch, of de dronken rocker, of de peetvader van de grunge of wat dan ook. Neil Young, de Neil Young, is op deze cd te horen als een verlegen, gevoelige, belachelijk getalenteerde jongeman. Volkomen uniek en hoogst onderhoudend, maar vooral prachtig en mooi en schitterend. Voor mij is deze plaat zelfs nog wel een stukje beter dan zijn andere recente 'archives' liveplaten, Fillmore East en Massey Hall (ook al geen misselijke werkjes natuurlijk).

De versie met dvd, overigens, is misschien een zegen voor mensen die hoge eisen stellen op het gebied van geluidskwaliteit, maar voegt qua beeldmateriaal niets toe: we zien zeventig minuten lang een foto van Young in door de computer gegenereerde sneeuw.

Een ernstiger probleem is dat hij echt teveel lult tijdens de nummers. Hoe grappig sommige monologen ook zijn, monologen zijn geen liedjes, in zoverre dat je niet de rest van je leven keer op keer dezelfde monoloog wilt horen, of simpeler gesteld: dat gelul gaat vervelen. Het is dus een meesterzet geweest om het gepraat op aparte tracks te zetten, waardoor het doodsimpel is om door te zappen, of ze ertussenuit te branden. Hoera voor Shakey.

Favoriete track: If I Could Have Her Tonight

Neil Young - Time Fades Away (1973)

poster
3,5
a pauper in a naked disguise

Ah, de meest ditcherige van de Ditch-trilogy van Neil Young. En wel omdat de liefhebber die dit legaal te horen wil krijgen, tot op de dag van vandaag de hoofdprijs moet neertellen voor een tweedehands exemplaar bij de betere speciaalzaak.

'Mijn slechtste plaat' zei Neil Young zelf, wat misschien in 1980 nog wel een verdedigbare stelling was. Bovendien schijnt het geheel zo te zijn opgenomen dat een fatsoenlijke remaster moeilijk te realiseren is. Maar dan nog: breng het gewoon legaal uit en laat ons zelf oordelen. Maar goed, laten we ons er verder niet te veel over opwinden en ons concentreren op het muzikaal gebodene.

Is deze plaat de mythische status waard, die hij heeft gekregen, zeker na het op cd uitbrengen van vier anderen uit de zgn. 'missing six' van Neil Young? Verboden fruit smaakt altijd zoeter, en het is moeilijk ontkomen aan het idee dat deze in kritisch opzicht een streepje voor heeft juist door zijn status als verborgen parel.

Dit mag namelijk dan wel niet Youngs slechtste plaat zijn, er zijn wel degelijk een aantal redenen om dit niet zonder reserve als meesterwerk te bejubelen.

Het idee op zich is fascinerend. Tijdens de tournee naar aanleiding van zijn meest succesvolle plaat Harvest (1972) loopt het mis tussen Young en zijn band, Young en zijn publiek, Young en zijn stem. Wat een triomftocht moest worden voor een rocker op het hoogtepunt van zijn populariteit en creatieve kunne, verzandde in iets wat, op zijn zachtst gezegd, ongemakkelijk aanvoelde.

Het typeert Neil Young, en het siert hem ook wel, dat hij er in die tijd voor koos niets op te poetsen, maar juist die ongemakkelijkheid te documenteren en te delen, als het meest logische volgende hoofdstuk in zijn catalogus. Maar heel fijn om naar te luisteren is het niet altijd. Waar op de overige Ditch-platen (Tonight's The Night, On The Beach) af en toe bewust de grenzen van de lelijkheid, de rauwheid en de gedrogeerdheid worden opgezocht, klinkt TFA bij vlagen alsof Young gewoon niet beter kan, of beter wil.

Wie deze versie van Journey Through The Past vergelijkt met die op het later verschenen At Massey Hall, zal volgens mij toch moeten toegeven dat het enigszins zuiver zingen op laatstgenoemde versie het nummer toch wel beter uit de verf doet komen. Of misschien ligt het aan mij?

Misschien is het vloeken in de kerk, maar de gedachte dringt zich vaker op tijdens het beluisteren van deze plaat: 'Ja, die rauwe sound heeft wel iets, maar als dit ietsje beter was uitgewerkt, hoe goed was het dan niet geweest?' Rare gedachte bij een Neil Young-plaat, ik weet het. Die ongepolijste rauwheid is juist een van de meest aantrekkelijke kenmerken van zijn muziek. Toch kan ik die gedachte hier niet helemaal uit mijn hoofd bannen, en ik durf toch te stellen dat het niet helemaal ligt aan mij, of het feit dat ik de plaat noodgedwongen moet beluisteren als digitale rip van een lp. Volgens mij ligt het ook een beetje aan de muziek zelf, die soms gewoon een beetje doodslaat door de indruk dat je naar iemand aan het luisteren bent die to-taal geen zin heeft om op dit podium te zijn.

Desondanks blijft het meeste op Time Fades Away nog altijd meer dan boeiend, immers: Neil Young in de jaren zeventig, een man met een ware 'midas touch'. Met de titeltrack, Love In Mind en Don't Be Denied bevat de plaat ook nog een paar liedjes die van mij meer aandacht zouden mogen krijgen in zijn canon. Maar ja, dan moet die klier van een Neil de plaat ook maar gewoon eens beschikbaar maken.

Zeer veel dank is verschuldigd aan Stijn_Slayer.

Neil Young - Tonight's the Night (1975)

poster
4,5
I hope that it matters/ I'm having my doubts

Kan een goed verhaal een plaat beter maken?

Hier volgt mijn subjectieve versie van de ontstaansgeschiedenis van Tonight's The Night, wat waarschijnlijk nog op detail zal worden gecorrigeerd door de echte kenners op het forum.

Neil was beroemd geworden met Déjà Vu, en ongenaakbaar met zijn soloplaat Harvest. Die verworven beroemdheid beviel hem maar matig. Hoe zei het zelf ook alweer? 'Heart Of Gold brought me to the middle of the road. I soon got bored, so I drove into the ditch. It was a rougher ride, but I met more interesting people there.' Zoiets?
Beroemdheid confronteerde Neil Young vooral met bandleden die zeurden om meer geld, vrienden die aan drugs ten onder gingen, en een publiek dat totaal niet geïnteresseerd was in wat Young probeerde te doen, maar naar de shows kwam om de hits te horen. De volgende drie platen die hij zou maken, zouden bekend komen te staan als 'The Ditch Trilogy'.

De eerste Ditch-plaat, Time Fades Away, is een liveplaat van de Harvest-tour, niet met de hits maar met alleen maar nieuwe, eigenzinnige, nogal lelijk gespeelde nummers. Het is een soort dagboek van een ramp. De derde is On The Beach, waarop Young een soort stonede, apathische afstand heeft genomen van zijn ellende. De tweede, Tonight's The Night, staat er dan juist weer middenin.

De plaat is opgedragen aan twee vrienden van Young die waren overleden aan een overdosis: Bruce Berry, een roadie, en Danny Whitten, ex-lid van Crazy Horse (ritmegitarist op Everybody Knows This Is Nowhere). Het grootste deel van de plaat werd opgenomen in een soort loods, waarin de muzikanten bij elkaar kwamen in de vroege avond. Er werd tequila gedronken en biljart gespeeld, en zo rond 1 uur 's nachts gingen ze muziek maken.

De plaat klinkt, niet verrassend, als een groep stomdronken mensen die midden in de nacht muziek aan het uitkwelen zijn. De muziek is elementair en de teksten al net zo eenvoudig. Het spel is vak verre van strak en de zang van Young ronduit vals. Voor veel luisteraars niet bepaald een voordeel, zie een aantal van de rest van de reacties bij dit album. Je kunt dan ook de kritische vraag stellen: wat voor nut heeft het om volledig fucked up een plaat op te nemen?

Aan de andere kant: hoe vaak zien we dat nou eigenlijk echt? Veel artiesten kokketeren wel met ellende en misbruik van substanties, maar in negen van de tien gevallen is hun muziek of keurig afgemixte pop, of onbeluisterbar gefreak. Tonight's The Night romantiseert de ellende niet, het wordt niet bijgeschaafd tot keurige emo en het wordt ook niet moeilijker gemaakt dan het is. Zo'n plaat kom je eigenlijk helemaal niet zo vaak tegen.

Ik begrijp de mensen wel die dit niet aan kunnen horen. Bij mijzelf heeft het behoorlijk lang geduurd voordat ik het nut ervan inzag (volgens mij begon deze plaat op drie sterren). Ik zou alleen wel adviseren: houd deze plaat bij de hand. Luister hem zo nu en dan een keer. Want als hij je echt weet te raken, dan komt hij ook binnen als een mes. Zo'n plaat waarvan je bijna zou denken: misschien is het maar beter voor andere mensen, als ze deze plaat niet begrijpen. Maar ik vrees dat het onvermijdelijk is, in een mensenleven, om af en toe met dit soort gevoelens te worden geconfronteerd.

Neil Young - Young Shakespeare (2021)

poster
4,0
Bij het uitkomen van deze release werd vaak de begrijpelijke vraag gesteld wat de meerwaarde was om nóg een concert uit te brengen van zijn solotour uit 1971, drie dagen later opgenomen dan het in 2007 uitgebrachte Live at Massey Hall 1971. Dat is misschien wel Youngs beste liveplaat, maar goed: die bestaat dus al.

Wie nu echter Massey Hall op lp wil aanschaffen, moet al snel meer dan 75 euri neertellen, wat toch wel een beetje gortig wordt. Daarom heb ik, redelijk beginnend vinyl-enthousiasteling, deze vorige week als betaalbaarder alternatief gekocht. Ik zal deze release verder dan ook niet belachelijk maken al vind ik nog steeds dat de Shakespeare Sisters een plaat moeten uitbrengen die 'Sisters Neil' heet, om weer balans te krijgen in het universum.

Die betaalbaarheid voor de lp-koper is een gedeeltelijk antwoord op de vraag over de meerwaarde van de release, al blijft Massey Hall toch wel de betere van de twee. Young Shakespeare bevat sowieso minder nummers (waardoor het wel mooi op één lp past), en in de hoge registers van 'A Man Needs A Maid' en 'Don't Let it Bring you Down' klinkt een tikje vermoeidheid door in Youngs stem (of misschien een kleine verkoudheid?). Ook dat hij bijna de halve speeltijd van afsluiter 'Sugar Mountain' besteedt aan het afzeiken van het liedje, zorgt ervoor dat de magie van Massey Hall niet helemaal wordt geëvenaard.

Desondanks een welkome toevoeging aan de lp-collectie. Bijna ieder liedje is een klassieker uit het singer/songwriter-genre, gespeeld door een artiest die zo'n beetje op de toppen van zijn kunnen stond. De opname en mastering zijn voorbeeldig, helder en intiem. De verpakking is degelijk maar een beetje liefdeloos: als je je lp's in een gatefold-hoes stopt, verwacht ik eigenlijk in de binnenkant wel íets meer dan één onscherpe foto van de artiest. Wat liner notes, of iets dergelijks, waren welkom geweest.

Neil Young / Crazy Horse - Americana (2012)

poster
3,5
Een lastige om te beoordelen. Ik heb het gevoel dat ik in de toekomst net zo goed een vol punt hoger als lager zou kunnen gaan zitten.

De neiging bestaat om een onvoldoende te geven, omdat het wederom een redelijk gezapige, onambitieuze plaat is van meneer Young, die bovendien weinig toevoegt aan zijn oeuvre, voornamelijk wegens het gebrek aan origineel materiaal. Hoewel Young in het verleden mooie covers heeft opgenomen, is deze verzameling open deuren uit de folk nou niet bepaald heel verheffend te noemen. De meeste van deze liedjes zouden leuk zijn geweest als tussendoortje op een echt nieuwe Crazy Horseplaat, meer niet.

Wel weten de oude mannen hier meestentijds nog rauw en vitaal te blijven klinken, en spelplezier uit te stralen. De meeste liedjes passen redelijk goed in het Crazy Horse-kader (met God Save The Queen als enige echt grote misser), wat de plaat al met al bijzonder prettig maakt om naar te luisteren.

Al met al dus verre van briljant of bijzonder belangrijk, maar zeer leuk om te beluisteren.

Neil Young / Crazy Horse - Colorado (2019)

poster
3,0
Omdat ik toch wel content was met Barn, dacht ik met terugwerkende kracht ook maar wat van Youngs platen te beoordelen die ik de afgelopen jaren aan me voorbij heb laten gaan. Na een eerste luisterbeurt vreesde ik toch het ergste. Met opener 'Think of Me' was nog niet zoveel aan de hand, maar 'She Showed Me Love' was ik na drie minuten al redelijk beu, en dan moest ik driekwart van het nummer nog doorploegen, waaronder de laatste zes minuten die toch wel ongeveer het saaiste moeten zijn dat Neil Young ooit heeft opgenomen. Zo stond de plaat na twee nummers eigenlijk al met 3-0 achter. In de volgende nummers hoorde ik vooral modderige rock van het soort 'heeft ie weleens beter gedaan', en dik aangezette ballads die me er vooral op wezen dat de stem van Young er niet jonger op wordt.

Maar nu ik het nog een paar keer de kans heb gegeven, moet ik zeggen: mja. Niet een meesterwerk ofzo, en echt wel een flink stukje minder dan Barn. De eco-booschap klinkt oprecht maar soms wel wat gemakzuchtig (al stoor ik mij er niet zo erg aan als sommigen lijken te doen). Het gitaargeweld op de plaat is meestal wel weer in orde. Ik heb nog geen liedjes in mijn playlist 'Neil Young-favorieten' gezet, maar op die laatste ze minuten van 'She Showed me Love' en het erg van dik hout planken zagen 'Rainbow of Colors' na, kan ik het meeste wel met plezier luisteren. Ik zou dit zomaar nog ooit kunnen gaan draaien, en dan alsnog besluiten 'Help Me Lose My Mind', 'Milky Way', of 'I Do' echt bovengemiddeld goed is. Tot die tijd: drie sterren.

Neil Young / Crazy Horse - Psychedelic Pill (2012)

poster
3,5
Heeft u dat wel eens? Zo'n plaat die je al enige tijd kent, verschillende malen hebt beluisterd, en waar de balans maar niet door wil slaan naar de ene of de andere kant? Nergens heb je het idee dat je echt in vervoering bent geraakt, en toch kun je er genoeg van genieten om geen onvoldoende te willen uitdelen. Niet eens een plaat die je koud laat, maar een plaat die je gewoon niet in vuur en vlam zet om er echt enthousiast over te worden. Dat zou mijn mening op dit moment zijn over Psychedelic Pill.

Ik moet voorop stellen dat ik op zijn best ook gematigd enthousiast ben over de Crazy Horse-kant van Neil Young. Voor sommige fans mag het gekke paard de hele nacht doorgalopperen, maar ondanks mijn bewondering voor Neil hoor ik toch liever een ritmesectie die, nou ja, kan spelen. De Crazy Horse line up, zoals die bestaat sinds 1975, mag dan een goed ecosysteem zijn voor Young om zijn muziek in te laten gedijen, voor mij zijn de beste Crazy Horse-platen toch die waar wordt afgewisseld met andere zijdes van Universum Neil, zoals Rust Never Sleeps. Op platen zoals Ragged Glory en Weld ga ik me halverwege toch een beetje vervelen, omdat het eentonig wordt.

Dat laatste valt nog best mee op deze incarnatie van de band. Na het onderhoudende Americana van eerder dit jaar, komt Neil met zijn langste studioplaat, die over de hele lengte redelijk weet te boeien. Of misschien is het preciezer om te zeggen dat de plaat niet gaat irriteren. Niet bepaald het meest glorieuze compliment dat je een plaat kunt meegeven, maar wel precies wat er gebeurt. Tijdens de 27 minuten van Drifting Back zak ik lekker onderuit in mijn stoel, lees een boekje, denk wat na over het leven, en soms vallen Youngs solo's me op, en dein ik goedkeurend een beetje mee met zijn mishandeling van Old Black. Fijn muziekje, hoor, maar om nou te zeggen dat ik de neiging heb om op te tafel te gaan dansen, nee.

Enige ontroering komt later wel degelijk, tijdens de andere twee enorm lange nummers. Beide zullen wel overleven als klassieker, met name 'Ramada Inn' is boeiend en bij vlagen hartverscheurend. Wellicht zijn deze twee nummers geen directe kandidaten voor mijn Neil top 20 (or whatever), maar ze bieden zeker meer dan een uitgebluste artiest die nog wat gezapig verder musiceert. De kortere nummers zijn dan weer erg matig, hoewel ze nooit erg slecht zijn en een broodnodige afwisseling vormen voor de gitaarmarathons die toch de kern van het album vormen.

Al met al mis ik toch wel de vervoering die ik de afgelopen jaren alleen met Le Noise enigszins heb gehad (archives-platen buiten beschouwing gelaten). Een teleurstelling is dan ook weer overdreven, de plaat is op zich prima. Neil en Crazy Horse in de herfst van hun bestaan zijn gewoon 'op zich prima'. Ze hebben een plaat gemaakt die lekker klinkt, soms ontroert, en scherpe randjes en uitdagingen niet schuwt. Op zich nog een hele prestatie. Maar 'op zich prima' rechtvaardigt ook weer niet voor mij een aansluiting bij de mensen die dit als nieuwe klassieker willen promoten.

Neil Young & Crazy Horse - Barn (2021)

poster
3,5
Na een paar weken te hebben doorgebracht met Barn, zou ik de plaat eigenlijk vier sterren willen geven, en krijg ik er een beetje spijt van dat ik Youngs nieuwe werk zo slecht volg de laatste jaren. En dat terwijl er toch echt een paar draken van nummers op staan, en ik me afvraag of ook maar één van deze nummers serieus kans zou maken op een plekje op de 'Best of' van Neil Young.

Vooral het gitaargeluid vind ik gewoon erg prettig. Dat lekker gruizige, authentieke waar Young in excelleert, en wat door de nieuwe Horse met Nils Lofgren heerlijk wordt ingevuld. Daarmee is het gewoon genieten van rockers als 'Heading West', 'Canerican', en 'Human Race', ook al moeten we eerlijk zijn dat Youngs beste dagen als songwriter wel achter hem liggen. Toch weet hij me ook weer een paar keer echt te raken, met de fraaie opener 'Song of the Seasons', het enigmatische 'They Might Be Lost' dat bij elke beluistering fascinerender wordt, en de slow burning albumclimax 'Welcome Back.'

Bij de laatste plaat van Neil Young die ik beluisterde (Peace Trail) tekende ik al aan dat zijn productiviteit wel een valkuil was geworden: als hij van zijn sessies tot nu toe deze eeuw de beste nummers op vier, vijf LP's had verzameld, dan waren dat uitstekende platen geworden, en dan was zijn tempo nog steeds prima in vergelijking met veel generatiegenoten. Ook op Barn vind ik sommige van de nummers die ik hierboven niet heb genoemd heb zwak, soms bijna op het gênante af. En tsja, dat houdt me dan toch van die vier sterren.

Neil Young & Crazy Horse - Greendale (2003)

poster
4,0
Een album dat opmerkelijk is, in meerdere opzichten.

Naar mijn weten is dit de enige echte conceptplaat van Neil Young (toch?). Hij nam hem op met Crazy Horse, zonder gitarist Frank Sampedro. Alleen de kenmerkende dreun van de ritmesectie en Neil Young, die gitaar, zang en noisy achtergrondgeluid toevoegt.

In het verhaal achter het concept heb ik me nog niet echt verdiept, het is iets met opa's, politie en vechten voor een betere wereld, geloof ik. Voorlopig vermaak ik me prima met het gewoon beluisteren van de muziek.

Het is een plaat die misschien wel in fases moet worden geconsumeerd, waar je echt even voor moet gaan zitten. Zelfs voor Neil Young-begrippen is het een erg langdradige plaat. Het zou begrijpelijk zijn als iemand die deze plaat voor de eerste keer beluistert, ondertussen een keer de afwas gaat doen, ofzo. Dat gold wel voor mij, in ieder geval.

Maar toen ik eenmaal in de sfeer van deze plaat werd gezogen, moest ik toch toegeven dat de ellenlange klanktapijten die Young hier neerlegt op termijn ontzettend lekker en verslavend zijn. Ook vind ik de meeste liedjes, ondanks de nogal sobere folkstructuren en meanderende teksten, oprecht de moeite waard. Interessante teksten ook, waar ik steeds nieuwe zinnetjes uit pik, terwijl ik de plaat stukje bij beetje beter leer kennen. Het is een mooi proces, tot dusver.

Misschien ga ik zelfs de film ooit wel kijken.

PS dank aan Stalin voor het noemen van Grandpa's Interview. Tot nu toe zijn 'Bandit' en 'Sun Green' bij mij favoriet, maar ik zit ook al een paar weken te denken als ik Grandpa's Interview hoor: waarom wordt dit nooit genoemd als Geweldig Nummer Van Neil Young?

Het meest geliefde nummer op deze site, 'Be The Rain', vind ik eigenlijk een erg sentimenteel nummer ('We gotta saaave mother eaaaarth!').

Neil Young and The Chrome Hearts - Talkin to the Trees (2025)

poster
3,0
Nadat Young terugkeerde op Spotify ben ik de meeste van zijn recentere albums pas echt gaan beluisteren (zo alles na Psychedelic Pill), en dat viel me niet eens tegen. Zelfs matig ontvangen platen als The Visitor kan ik eigenlijk nog steeds wel met plezier beluisteren. Je kunt er moeilijk omheen dat hij vooral als songschrijver nogal heeft ingeleverd, waarbij je zou hopen dat hij wat selectiever en minder productief wordt.

Met de -voor Neil Young begrippen- lange aanlooptijd naar deze plaat kreeg ik dan toch wel hoop, al was dat inclusief een afgebroken tour met Crazy Horse. Teleurstellend genoeg is Talkin to the Trees misschien wel zijn zwakste plaat ooit als songschrijver. Dat zeg ik niet om gemeen te zijn, maar als je in één nummer de akkoorden van 'Helpless' recyclet en in de volgende twee nummers allebei 'This Land is Your Land' leent, kun je moeilijk van mij verwachten dat ik op de tafel spring voor applaus.

Met het bandgeluid zit het wel snor, halverwege rauwe Americana en 'dronken ooms in de garage', precies wat je van Neil Young zou verwachten. De plaat is lekker compact en gaat nooit écht op mijn zenuwen werken, maar er zijn maar twee liedjes die er enigszins bovenuit steken. 'Dark Mirage' is, ondanks of misschien dankzij de plaatsvervangende schaamte over de vuile was die wordt buitengehangen, in ieder geval opvallend, en 'Bottle of Love' is het enige liedje dat nog wel een playlist met Neil Young-favorieten zou kunnen halen. Dat Young in zijn recente optredens met de Chrome Hearts deze plaat volkomen negeert in de setlists zegt eigenlijk ook al veel.

Mager zesje.

Neil Young with Crazy Horse - World Record (2022)

poster
3,0
Aardige plaat wel, er staat niets op dat me echt irriteert al heb ik soms moeite om de kleffe 'kom, laten we houden van de aarde'-liedjes uit elkaar te houden (ik denk soms tijdens de intro's: is dit nummer niet al geweest?).

Dan tegen het einde heb je ineens 'Chevrolet', het beste Crazy Horse nummer van minimaal de laatste tien jaar. Hoewel World Record en Barn elk hun eigen unieke vibe hebben, bedenk ik me dan toch dat het een behoorlijk toffe late period Crazy Horse-plaat was geworden als Young één album van LP-lengte had uitgebracht met 'Chevrolet', de beste dingen van Barn, en misschien één ander nummer van dit album. Maar de oude meester doet wat hij doet.

Neutral Milk Hotel - In the Aeroplane over the Sea (1998)

poster
4,0
Dus, als ik het goed begrijp:

Semi-zwerver verwerft cultstatus met het opnemen van cassettes, stelt band samen en maakt droomachtige plaat waarop onbestemde jeugdtrauma’s en dromen over de holocaust doorklinken, en bij wijze van half ‘concept’ Anne Frank figureert als: ‘het meisje van toen, waar is ze gebleven?’

De plaat wordt een bescheiden succes, waarop de semi-zwerver te kennen geeft te walgen van de muziekwereld, uit beeld verdwijnt, en zo sporadisch nog zijn neus laat zien dat alle gevallen op wikipedia worden behandeld.

Er loopt vaak een dunne grens tussen dweepziek emogedrag of authentiek weltschmerz. Om te bepalen waar dit onder valt kunnen we eigenlijk alleen de kwaliteit van de muziek als uitgangspunt nemen. En zo hoort het natuurlijk ook.

Vrij van pathos is de plaat in ieder geval niet. ‘Daddy would be thinking about all the ways to die…’ klinkt het op openingsnummer King Of Carrot Flowers Part 1.
Tsja.

De zweem van conceptplaat (holocausttrauma) camoufleert natuurlijk ook de andere zwakheid van deze plaat, namelijk dat de nummers nogal veel op elkaar lijken: behalve qua bizarre onderwerpen, ook wat betreft harmonische aanpak en akkoordenprogressie.

Toch is het geen wonder dat deze plaat zo velen bekoort, en kan worden gezien als een grote invloed op de alternatieve Amerikaanse muziek van het afgelopen decennium (Lifted, The Stage Names, etc.) Deze plaat bereikt niet zelden een emotionele intensiteit die sterk genoeg is om een mooi woord als ‘catharsis’ voor te gebruiken: de reli-noiserock van King of Carrot Flowers 2, beide delen van Two Headed Boy (de afsluiter in het bijzonder), en vooral de ruggengraat van het album, de track die u moet gaan luisteren ook al heeft u geen tijd of zin voor of in de hele plaat, de acht minuten van mysterieuze akoestische schoonheid genaamd Oh Comely.

Veel Mume-gebruikers met wie ik een vergelijkbare muzieksmaak deel, hebben dit in hun top tien staan, wat ook de reden is dat ik de plaat ben gaan luisteren. Mijn eigen enthousiasme is wel iets gematigder, maar dat deze cd in de rest van mijn levensjaren periodiek nog eens uit de boxen zal klinken in huize Sandokan-veld, durf ik hierbij wel te voorspellen.

New Art Jazz Ensemble - Seeking (1969)

poster
4,0
Met: John Carter (tenor- en altsax, klarinet, fluit); Bobby Bradfort (trompet); Tom Williamson (bas); Bruz Freeman (drums)

Prima plaat! Kawam me een tijdje geleden ter ore via de aansporingen van mijn mede jazzliefhebbers op Musicmeter bij deze verzamelaar, waar deze plaat de eerste zes nummers van vormt. Op Spotify kan deze plaat dan weer beluisterd worden onder de artiestennaam 'John Carter - Bobby Bradford Quartet' (zoals Soledad al bij voorgenoemde release aangeeft).

Hoe dan ook, mijn eerste kennismaking met deze heren, en smaakt zeker naar meer. De geest van Ornette Coleman waart door deze plaat (Carter en Bradford werkten allebei met hem samen), dus we horen een kwartet waar de structuur die een pianist meestal brengt wordt vervangen door wat vrijere en, nou ja, zoekende manier van spelen.

Kan leiden tot oeverloos gezemel, maar Bradford en Carter hebben echt wat te vertellen, en wisselen slim af tussen wat abstractere stukken en (eigenlijk verrassend toegankelijke) melodieuze passages. Fijn is ook hoe de hele band op één lijn zit en met elkaar aan de sfeer bouwt, waar ook de tweekoppige ritmesectie indruk maakt (weetje: drummer Bruz Freeman is de oom van de wellicht iets bekendere saxofonist Chico Freeman).

Volgens de literatuur is deze plaat een vroege vrucht van de samenwerking tussen Carter en Bradford, die bijna 25 jaar heeft bestaan. Altijd leuk om weer eens eraan herinnerd te worden dat er nog genoeg te ontdekken valt.

Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)

poster
2,0
Ik dronk laatst een biertje met een vriend die dit omschreef als zo'n beetje de perfecte lp, dus nou nou, dat moest ik zelf nodig eens gaan ondervinden. Een luisterbeurt of zeven, acht verder ben ik er nog steeds niet achter wat hij (of andere fans) precies horen in deze verzameling onsamenhangende clichés.

Grootste hit 'Without You' (een cover) is qua melodie nog wel het beste liedje, maar verdrinkt helaas in een behoorlijk klef Sky Radio-arrangement. Verder niets dan lof voor de productie, die de behoorlijke matige liedjes soms nog naar een acceptabel niveau weet te trekken. Hoor bijvoorbeeld de echo op 'Jump Into the Fire' of de aangename folkchaos op opener 'Gotta Get Up'.

Beide nummers klinken verder als slecht gekozen covers, en dat geldt voor het grootste deel van de rest van de plaat, op twee nummers na die slecht gekozen covers zíjn. En voor 'Coconut', want laat me Nilsson de culturele toeëigening hier vergeven (het waren immers de seventies) en dat gewoon nog steeds een heerlijk niemendalletje vinden.

De rest is behoorlijk bleekjes en gezichtsloos, en met de nogal beperkte vocale capaciteiten van Nilsson als extra storende factor kom ik toch met geen mogelijkheid hoger dan twee sterren. Hij gaat in de toekomst wellicht nog een keer in de herkansing, maar voor nu moet ik helaas bekennen de status van deze klassieker niet te begrijpen, of te onderschrijven. Dat wordt nog een leuke discussie, de volgende keer bier drinken met mijn vriend.

Nirvana - Nevermind (1991)

poster
4,0
Valt er eigenlijk nog wel een fatsoenlijke mening over deze plaat te vormen? Mensen die niet ongeveer mijn leeftijd zijn lukt dat waarschijnlijk wel. Jongere mensen zullen in de toekomst net zo helder en open over deze plaat kunnen oordelen als ik over Exile On Main Street of A Love Supreme. Gewoon platen, waar muziek op staat, die je leuk vindt, of niet, of een beetje.

Maar Nirvana was niet zo maar muziek in die tijd, toen ik de plaat leren kennen, door een muur heen.
Ik was een jaar of veertien, Kurt Cobain was al dood, en ik begon iets te zien in rock ‘n’ roll: altijd de aantrekkelijkste muziek voor de puber en de underdog.
De muur waardoor ik de plaat leerde kennen, was die tussen de slaapkamer van mij en die van mijn zus. Ik groeide op in zo’n huis waar Eindhoven vol mee staat, een dun rijtjeshuis, indertijd haastig uit de grond gestampt om de duizenden nieuwe Philips- en Dafmedewerkers te kunnen huisvesten. Kleine huisjes met flinterdunne muren, zelfs als mijn zus zachtjes muziek draaide kon ik het goed horen. En ze ging toen door een rockfase ofzo. En daar zat ik dan, alleen op de kamer daarnaast, stil te luisteren naar Come As You Are en Lithium, de rock ‘n’ roll te ontdekken.

Een jaartje later had ik mijn haar laten groeien en droeg ik vaak zwarte t-shirts. Een vriend en ik gingen op scoutskamp, en we waren de enigen die een radio hadden meegenomen: zo’n dubbel tapedeck, waarmee je bandjes kon kopiëren. Op de hele fietstocht naar het kampterrein stond het ding te loeien, onder de snelbinders achter op de fiets. We hadden maar twee bandjes bij: Nevermind en de zwarte van Metallica. Boze blikken keken ons aan boven Australian-jasjes. Het waren de hoogtijdagen van de gabberrage, we maakten die dag geen vrienden.

We hingen rond, luisterden naar muziek, werden voor de eerste keer dronken en stoned, gingen naar Dynamo Open Air waar we vrienden werden met duitse motorrijders die ons trakteerden op bier, enz enz.
You can’t be twenty on sugar mountain, en ik kan wel blijven vertellen over mijn tienerjaren, wat er leuk was en wat er verkeerd ging. Muziek en associaties. Het is een jeugd als miljoenen anderen, maar iedere jeugd heeft van die platen, en Nevermind is er één van mij. Hoe kan je ooit een gefundeerde mening vormen over zo’n plaat?

Ik luister zelden naar Nirvana, en als ik dat al doe dan luister ik In Utero of Unplugged, ik kan me werkelijk waar niet herinneren dat ik in de afgelopen jaren ook maar één keer op eigen initiatief naar deze plaat heb geluisterd. Niet eens voor deze recensie. Wel ga ik uit mijn dak als ik de plaat hoor in het gezelschap van vrienden, vooral oude vrienden, en vooral als de nodige biertjes in het spel zijn.

En de liedjes op deze plaat zijn nog steeds oké, toch? Het is niet zo’n plaat waarvan je later denkt: gatverdamme, hoe heb ik daar ooit naar kunnen luisteren? ‘Here we are now/ entertain us’ en ‘I’m so ugly/ but that’s ok/ ‘cause so are you/ we broke our mirrors’. Goed spul toch?

Mmm. Ik geef het gewoon vier sterren en laat toekomstige generaties een definitieve beslissing maken.


Op het moment van schrijven ben ik 28 jaar oud, vier jaar ouder dan Cobain was toen hij deze liedjes schreef. Een jaar ouder dan hij was toen hij zichzelf door zijn hoofd schoot. Ik weet inmiddels dat rock ‘n’ roll vele gezichten heeft.

Favoriete track: Territorial Pissings