Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tadd Dameron & John Coltrane - Mating Call (1957)

4,0
2
geplaatst: 21 december 2018, 19:52 uur
Tijdens het grasduinen door het werk van Coltrane vind ik het vaak moeilijk om zijn oudere werk (eigenlijk alles voor 'Giant Steps') voldoende aandacht te geven. Het is technisch allemaal prima, maar met al die briljante, grensverleggende platen die de man in zijn latere leven heeft gemaakt, steekt zijn vroege werk daar bijna automatisch bleekjes bij af. Het mag dan een compliment aan Dameron zijn, dat deze plaat daar een uitzondering op vormt.
Want dit is natuurlijk gewoon een plaat van Dameron. De enige reden dat Coltrane op de hoes vermeld staat, is dat Dameron, die net als Coltrane te vroeg is gestorven, in tegenstelling tot Coltrane bijna vergeten is buiten een select clubje liefhebbers. Niet helemaal terecht, want de man heeft schitterend muziek gemaakt. Romantisch, licht nostalgisch, en tot in de puntjes gestileerd. Op papier niet per se een logische match met ultieme chaoot/ regelbreker Coltrane, ware het niet dat je duidelijk hoort dat de saxofonist zijn bandleider hier niet alleen begrijpt, maar ook de ruimte krijgt op er zijn eigen draai aan te geven. Meer nog dan bij Miles Davis, eigenlijk.
Laten we ook de drummer niet vergeten: 'Philly' Joe Jones klinkt alsof het allemaal belachelijk makkelijk is, maar legt een perfecte groove onder de soms toch verraderlijk lastige composities, en bewijst maar weer eens een van de beste drummers van zijn tijd te zijn geweest. Bijzonder lekker album.
Want dit is natuurlijk gewoon een plaat van Dameron. De enige reden dat Coltrane op de hoes vermeld staat, is dat Dameron, die net als Coltrane te vroeg is gestorven, in tegenstelling tot Coltrane bijna vergeten is buiten een select clubje liefhebbers. Niet helemaal terecht, want de man heeft schitterend muziek gemaakt. Romantisch, licht nostalgisch, en tot in de puntjes gestileerd. Op papier niet per se een logische match met ultieme chaoot/ regelbreker Coltrane, ware het niet dat je duidelijk hoort dat de saxofonist zijn bandleider hier niet alleen begrijpt, maar ook de ruimte krijgt op er zijn eigen draai aan te geven. Meer nog dan bij Miles Davis, eigenlijk.
Laten we ook de drummer niet vergeten: 'Philly' Joe Jones klinkt alsof het allemaal belachelijk makkelijk is, maar legt een perfecte groove onder de soms toch verraderlijk lastige composities, en bewijst maar weer eens een van de beste drummers van zijn tijd te zijn geweest. Bijzonder lekker album.
Talking Heads - Stop Making Sense (1984)

5,0
0
geplaatst: 13 september 2010, 21:00 uur
Jarenlang mijn schouders opgehaald bij de Talking Heads, maar uiteindelijk toch langzaam overstag gegaan door, of all things , de top 2000. De tv-show Top 2000 A Go Go toonde een paar jaar geleden een flard van Psycho Killer, gespeeld door zanger David Byrne, alleen met een tapemachine en een akoestische gitaar. Het zal de versie van deze plaat zijn geweest, volgens mij ook wel de definitieve versie van dat nummer.
Dat bijna obsceen aanstekelijke refreintje... fafa fafafa fafa fafafa... Het bleef maanden in mijn hoofd zitten. En dat na tien seconden muziek. Alleen dat al heeft iets magisch.
(Het is natuurlijk mogelijk dat ik het nummer al eerder had gehoord, ik bedoel, het is Psycho Killer van The Talking Heads, maar als dat zo is dan zou ik het niet weten).
Psycho Killer verdween op mijn MP3-speler, maar pas een paar weken geleden ging ik me echt een beetje in de muziek van de groep verdiepen. Intussen is er sprake van een lichte Talking Heads-obsessie van mijn kant.
Dit was de eerste plaat die me echt wist te grijpen, al liggen Fear Of Music, The Name Of This Band Is Talking Heads en Remain In Light inmiddels ook volop te roteren hier in huis. (En vooral ook My Life In The Bush Of Ghosts, maar dat is ook een recensie-opdracht).
Stop Making Sense... prachtige titel voor een prachtige plaat, die het melodieuze van britse rock combineert met de eclectische groove van wereldmuziek, de energie van punk en de funk van eh... funk. En het meest wonderbaarlijke is dat het nog een liveplaat is ook. Gewoon mensen die muziek spelen, zonder al te veel trucjes. Perfect ingespeelde band, mooie liedjes, fijne grooves. Het is alles wat je nodig hebt, soms. Het leven is goed.
Dat bijna obsceen aanstekelijke refreintje... fafa fafafa fafa fafafa... Het bleef maanden in mijn hoofd zitten. En dat na tien seconden muziek. Alleen dat al heeft iets magisch.
(Het is natuurlijk mogelijk dat ik het nummer al eerder had gehoord, ik bedoel, het is Psycho Killer van The Talking Heads, maar als dat zo is dan zou ik het niet weten).
Psycho Killer verdween op mijn MP3-speler, maar pas een paar weken geleden ging ik me echt een beetje in de muziek van de groep verdiepen. Intussen is er sprake van een lichte Talking Heads-obsessie van mijn kant.
Dit was de eerste plaat die me echt wist te grijpen, al liggen Fear Of Music, The Name Of This Band Is Talking Heads en Remain In Light inmiddels ook volop te roteren hier in huis. (En vooral ook My Life In The Bush Of Ghosts, maar dat is ook een recensie-opdracht).
Stop Making Sense... prachtige titel voor een prachtige plaat, die het melodieuze van britse rock combineert met de eclectische groove van wereldmuziek, de energie van punk en de funk van eh... funk. En het meest wonderbaarlijke is dat het nog een liveplaat is ook. Gewoon mensen die muziek spelen, zonder al te veel trucjes. Perfect ingespeelde band, mooie liedjes, fijne grooves. Het is alles wat je nodig hebt, soms. Het leven is goed.
Ted Curson - Pop Wine (1972)

3,5
2
geplaatst: 3 april 2021, 17:18 uur
Met: Ted Curson (trompet); Georges Arvanitas (piano); Jackie Samson (bas); Charles Saudrais (drums)
Interessant plaatje wel. De percussie en voodoo-achtige uitroepen aan het begin geven een afro-centrische vibe, denk Johnny Dyani, of Cursons oude werkgever Mingus in zijn 'Passions of a Man'-modus. Curson nam de plaat echter op in Frankrijk, met de band van Georges Arvanitas.
De drie muzikanten in dat trio speelden al een tijde samen. Het is duidelijk dat ze goed op elkaar zijn ingespeeld, al geven ze elkaar soms wel erg weinig ruimte. Niet dat iedereen nou per se heel snel of virtuoos speelt, maar vooral krachtig. Op de drukste momenten lijkt het wel een wedstrijdje: de drummer beukt, de bassist rukt aan zijn snaren, de pianist hamert en Curson laat zijn trompet eroverheen krijsen.
Ondanks dat, en songtitels als ‘L.S.D. Takes a Holiday’, blijft de muziek relatief toegankelijk. We horen wat echo’s van de avant-garde, maar het vliegt nooit zo hard uit de bocht als bij de bekende voorbeelden daarvan.
Waar het af en toe dus ontbreekt aan subtiliteit, en niet heel veel grenzen worden verlegd, heeft de plaat een soort rommelige charme die me toch elke keer wel weet in te pakken. Mijn voorzichtige 3,5 zou nog wel kunnen groeien naar een ruime 4. In ieder geval is meer dan 0 stemmen op Musicmeter wel gerechtvaardigd.
Interessant plaatje wel. De percussie en voodoo-achtige uitroepen aan het begin geven een afro-centrische vibe, denk Johnny Dyani, of Cursons oude werkgever Mingus in zijn 'Passions of a Man'-modus. Curson nam de plaat echter op in Frankrijk, met de band van Georges Arvanitas.
De drie muzikanten in dat trio speelden al een tijde samen. Het is duidelijk dat ze goed op elkaar zijn ingespeeld, al geven ze elkaar soms wel erg weinig ruimte. Niet dat iedereen nou per se heel snel of virtuoos speelt, maar vooral krachtig. Op de drukste momenten lijkt het wel een wedstrijdje: de drummer beukt, de bassist rukt aan zijn snaren, de pianist hamert en Curson laat zijn trompet eroverheen krijsen.
Ondanks dat, en songtitels als ‘L.S.D. Takes a Holiday’, blijft de muziek relatief toegankelijk. We horen wat echo’s van de avant-garde, maar het vliegt nooit zo hard uit de bocht als bij de bekende voorbeelden daarvan.
Waar het af en toe dus ontbreekt aan subtiliteit, en niet heel veel grenzen worden verlegd, heeft de plaat een soort rommelige charme die me toch elke keer wel weet in te pakken. Mijn voorzichtige 3,5 zou nog wel kunnen groeien naar een ruime 4. In ieder geval is meer dan 0 stemmen op Musicmeter wel gerechtvaardigd.
The Beatles - A Hard Day's Night (1964)

4,0
0
geplaatst: 11 maart 2010, 14:08 uur
En dan nu: de ultieme Beatlemania-plaat. De band was inmiddels zo populair geworden dat het gemiddelde tienermeisje alleen bij het zien van een foto van de band al uitbarstte in een bijna epileptische krijsstuip. Er zijn berichten over mensen die gewond raakten bij het beklimmen van de hotels waar de Beatles in overnachtten, en van meisjes die zo luid en langdurig aan het gillen waren dat hun stembanden letterlijk knapten. Geen slimme actie dat gegil, dus, ook niet omdat je zo heel wat prima muziek miste.
Een band die zo populair was, moest natuurlijk ook een film maken, en zo geschiedde. Het resultaat was A Hard Day's Night, een charmante maar melige film die door Beatlesfans vaak een beetje wordt overgewaardeerd als product op zich. De Beatlestracks die gebruikt werden in de film vormden, aangevuld met nog zes andere liedjes, hun derde en gelijknamige lp.
Trivia voor in de kroeg: A Hard Day's Night is de eerste Beatles-lp zonder covers, en de enige met alleen maar composities van Lennon & McCartney. Het machtige gitaarakkoord dat het titelnummer (en de plaat) opent, is waarschijnlijk een 'G11sus4' (Engelse naam), maar de discussie staat nog enigszins open. Misschien dat de gitaristen op de site meer duidelijkheid kunnen bieden.
Beatlesprofessor Ian MacDonald (R.I.P.) omschreef dit akkoord, en het pianoakkoord waarmee A Day In The Life eindigt ooit als 'the two opening and closing [chords of] the group's middle period of peak creativity'.
Mooi beeld: de Beatles hadden het gemaakt, en nu was het tijd om de popmuziek een poepje laten ruiken dat het nooit eerder zou ruiken en ook nooit meer zou ruiken.
Als we zeggen 'alleen maar liedjes geschreven door Lennon en McCartney' dan bedoelen we hier vooral: Lennon. De concurrentie met McCartney wordt hier op scherp gezet, misschien omdat de laatste hit van de Beatles, Can't Buy Me Love, de eerste single was met maar één leadzanger: McCartney. Lennon wilde een inhaalslag maken, en hoe: van de dertien nummers op deze plaat zijn er maar liefst tien voornamelijk van zijn hand.
Toch zet juist McCartney een hoge standaard neer: behalve Can't Buy Me Love vinden we op deze plaat twee briljante ballads van zijn hand, And I Love Her en Things We Said Today, beide onomstreden evergreens.
Lennon gaat vol de competitie met zijn bandmaat aan, en schudt het ene na het andere liedje uit zijn mouw. De Beatles schreven in die tijd onder grote druk, en niet alle liedjes van Lennon zijn juweeltjes. Als enige grote misser beschouw ik I'm Happy Just To Dance With You, een liedje dat bestaat omdat George nou eenmaal ook een liedje moest zingen. Voor hem hadden ze schijnbaar een rol in gedachten als het verlegen kleine broertje van de band (zie ook Do You Want To Know A Secret van het debuut). Het was een rol die niet bij hem paste en het nummer klinkt flauw en onuitgewerkt.
De andere liedjes hebben allemaal wel een klein of groter plaatsje in mijn hart veroverd. I Should Have Known Better is één van de stomste Beatlesnummers, maar onmogelijk om niet hard mee te brullen. En ik moet altijd grijnzen als Lennon in I'll Cry Instead aankondigt even in een hoekje te gaan huilen, maar dat hij terug zal keren: 'And when I do you better hide all the girls, 'cause I'm gonna break their hearts around the world!'
Toch zien we pas op het einde van het album de ware omvang van Lennons talent. You Can't Do That is, wat mij betreft, misschien wel de beste vroege Beatlesrocker, door sterke akkoorden, een koebel (!) en een Lennon die -na Twist and Shout- nog maar eens duidelijk maakt dat een intense rock 'n' roll-performance prima in zijn straatje past. Afsluiter I'll Be Back is een mysterieus, zweverig nummer, een van de eerste liedjes waar Lennon als mens en liedjesschrijver echt boven zichzelf uitstijgt, en we een glimp zien van de man die later Strawberry Fields Forever en I Am The Walrus zou schrijven, de man die ons nog steeds betovert en fascineert zoals bitter weinig andere rocksterren dat kunnen. Schitterend nummer.
Met dit sterke album perfectioneerden de Beatles de pop/rock-stijl waarmee ze beroemd waren geworden zover als mogelijk was: op de volgende platen horen we dan ook meer diepgang, experiment en (in toenemende mate) invloeden van drugsgebruik. Die doldwaze jongens zouden al snel hun nette pakjes aan de wilgen hangen en heel andere mensen en muzikanten worden. Daar hoeven we niet rouwig om te zijn, want er stonden Grote Dingen aan te komen. Toch ben ook ik wel een beetje verliefd op dat vroege popbandje, en A Hard Day's Night is hun beste plaat. Ik zal desondanks proberen niet te hard te gillen, dat is zo vervelend voor de buren.
Favoriete track: Things We Said Today of I'll Be Back (onmogelijke keuze)
Een band die zo populair was, moest natuurlijk ook een film maken, en zo geschiedde. Het resultaat was A Hard Day's Night, een charmante maar melige film die door Beatlesfans vaak een beetje wordt overgewaardeerd als product op zich. De Beatlestracks die gebruikt werden in de film vormden, aangevuld met nog zes andere liedjes, hun derde en gelijknamige lp.
Trivia voor in de kroeg: A Hard Day's Night is de eerste Beatles-lp zonder covers, en de enige met alleen maar composities van Lennon & McCartney. Het machtige gitaarakkoord dat het titelnummer (en de plaat) opent, is waarschijnlijk een 'G11sus4' (Engelse naam), maar de discussie staat nog enigszins open. Misschien dat de gitaristen op de site meer duidelijkheid kunnen bieden.
Beatlesprofessor Ian MacDonald (R.I.P.) omschreef dit akkoord, en het pianoakkoord waarmee A Day In The Life eindigt ooit als 'the two opening and closing [chords of] the group's middle period of peak creativity'.
Mooi beeld: de Beatles hadden het gemaakt, en nu was het tijd om de popmuziek een poepje laten ruiken dat het nooit eerder zou ruiken en ook nooit meer zou ruiken.
Als we zeggen 'alleen maar liedjes geschreven door Lennon en McCartney' dan bedoelen we hier vooral: Lennon. De concurrentie met McCartney wordt hier op scherp gezet, misschien omdat de laatste hit van de Beatles, Can't Buy Me Love, de eerste single was met maar één leadzanger: McCartney. Lennon wilde een inhaalslag maken, en hoe: van de dertien nummers op deze plaat zijn er maar liefst tien voornamelijk van zijn hand.
Toch zet juist McCartney een hoge standaard neer: behalve Can't Buy Me Love vinden we op deze plaat twee briljante ballads van zijn hand, And I Love Her en Things We Said Today, beide onomstreden evergreens.
Lennon gaat vol de competitie met zijn bandmaat aan, en schudt het ene na het andere liedje uit zijn mouw. De Beatles schreven in die tijd onder grote druk, en niet alle liedjes van Lennon zijn juweeltjes. Als enige grote misser beschouw ik I'm Happy Just To Dance With You, een liedje dat bestaat omdat George nou eenmaal ook een liedje moest zingen. Voor hem hadden ze schijnbaar een rol in gedachten als het verlegen kleine broertje van de band (zie ook Do You Want To Know A Secret van het debuut). Het was een rol die niet bij hem paste en het nummer klinkt flauw en onuitgewerkt.
De andere liedjes hebben allemaal wel een klein of groter plaatsje in mijn hart veroverd. I Should Have Known Better is één van de stomste Beatlesnummers, maar onmogelijk om niet hard mee te brullen. En ik moet altijd grijnzen als Lennon in I'll Cry Instead aankondigt even in een hoekje te gaan huilen, maar dat hij terug zal keren: 'And when I do you better hide all the girls, 'cause I'm gonna break their hearts around the world!'
Toch zien we pas op het einde van het album de ware omvang van Lennons talent. You Can't Do That is, wat mij betreft, misschien wel de beste vroege Beatlesrocker, door sterke akkoorden, een koebel (!) en een Lennon die -na Twist and Shout- nog maar eens duidelijk maakt dat een intense rock 'n' roll-performance prima in zijn straatje past. Afsluiter I'll Be Back is een mysterieus, zweverig nummer, een van de eerste liedjes waar Lennon als mens en liedjesschrijver echt boven zichzelf uitstijgt, en we een glimp zien van de man die later Strawberry Fields Forever en I Am The Walrus zou schrijven, de man die ons nog steeds betovert en fascineert zoals bitter weinig andere rocksterren dat kunnen. Schitterend nummer.
Met dit sterke album perfectioneerden de Beatles de pop/rock-stijl waarmee ze beroemd waren geworden zover als mogelijk was: op de volgende platen horen we dan ook meer diepgang, experiment en (in toenemende mate) invloeden van drugsgebruik. Die doldwaze jongens zouden al snel hun nette pakjes aan de wilgen hangen en heel andere mensen en muzikanten worden. Daar hoeven we niet rouwig om te zijn, want er stonden Grote Dingen aan te komen. Toch ben ook ik wel een beetje verliefd op dat vroege popbandje, en A Hard Day's Night is hun beste plaat. Ik zal desondanks proberen niet te hard te gillen, dat is zo vervelend voor de buren.
Favoriete track: Things We Said Today of I'll Be Back (onmogelijke keuze)
The Beatles - Abbey Road (1969)

4,5
0
geplaatst: 26 maart 2010, 13:56 uur
Een band aan het einde van zijn latijn. Een vriendschap die verloren is gelopen in een kluwen van persoonlijke, muzikale en zakelijke meningsverschillen. Het einde is nabij, het is slechts nog een kwestie van het bijltje er definitief bij neergooien. Maar op die manier stoppen willen de bandleden niet: nog één keer slaan ze de handen ineen om een ouderwetse top-lp op te nemen, een passende coda voor hun fabelachtige loopbaan. Een finale met vuurwerk.
Een romantisch beeld misschien, en makkelijk te nuanceren. Zo solidair waren de Beatles niet bepaald meer op dat moment: er werd bijvoorbeeld over gedacht om deze plaat Everest te noemen, en dan met de hele band naar de Himalaya te vliegen voor een fotosessie. Maar de bandleden weigerden zo ver met elkaar te reizen: als er foto's gemaakt moesten worden, dan moest dat maar gewoon in de buurt van de studio. Vandaar dus: Abbey Road.
En dan die 'medley' aan het einde, waar we allemaal zo dol op zijn: is dat niet gewoon een (vrij geniale) manier om een hele hoop liedjes die nog op te plank lagen in één hap op te nemen, omdat er te weinig animo was om ideeën fatsoenlijk uit te werken?
Allemaal waar, misschien, maar de muziek en de magie van The Beatles gaat inmiddels drie generaties mee, en ondanks alles zijn de bandleden zelf altijd trots gebleven op hun prestaties.
(Alleen Harrison lijkt weinig gevoelig te zijn geweest voor Beatlesnostalgie. Uitgerekend op deze plaat bloeit hij volledig open als liedjesschrijver: zijn twee bijdrages, Something en Here Comes The Sun zijn minstens gelijkwaardig aan, en even geliefd als de liedjes van Lennon en McCartney. Toch was deze band voor Harrison nog het meest een juk, een schaduw waar hij uit wilde stappen, en ik krijg niet de indruk dat hij tijdens de rest van zijn leven erg rouwig is geweest over het uiteenvallen van de grootste popband ooit.)
Hoe het ook zij, over de rest van de plaat kun je lang of kort praten. Ik kan achtergrondinfo geven, zoals het verband tussen Come Together en Chuck Berry's You Can't Catch Me. Of citeren uit mijn eigen herinneringen: bij een vriendin op de studentenkamer zitten en samen stomdronken en keihard meezingen met Oh! Darling.
Feitjes, herinneringen, associaties... De grootste popgroep ooit, bezig aan hun laatste meesterwerk. Een plaat die de tand des tijds overleeft. Door verbeterde opnametechnieken klinkt Abbey Road ook moderner dan de meeste andere Beatles-lp's. In combinatie met de opbouw van de plaat, verklaart dit misschien waarom dit de meest populaire lp van de Beatles is op Musicmeter. Als album is het ook een geheel, op een bepaalde manier: na The End heb ik ook echt het idee dat er iets is afgerond. Een bevredigd gevoel, Inclusief een lieve wijsheid waarmee McCartney ons de nacht instuurt: 'And in the end/ the love you take/ is equal to/ the love you make.'
Beetje naïeve gedachte misschien. En ondanks alle gemeenplaatsen over vrije liefde en een nieuwe tijd, werd er natuurlijk ook verdacht veel geruzied over geld. Ach, uiteindelijk zijn alle sprookjes kapot te analyseren. De Beatles waren voorgoed voorbij, en een gek met een geweer zorgde dat één hoofdrolspeler niet lang en gelukkig zou leven. Het is soms makkelijk om cynisch te worden over muziek en de wereld.
Behalve op de momenten dat je naar de Beatles luistert.
Het was een fantastisch sprookje, jongens, met vooral een sublieme soundtrack.
Proost en goedenacht.
Favoriete track: Golden Slumbers
Een romantisch beeld misschien, en makkelijk te nuanceren. Zo solidair waren de Beatles niet bepaald meer op dat moment: er werd bijvoorbeeld over gedacht om deze plaat Everest te noemen, en dan met de hele band naar de Himalaya te vliegen voor een fotosessie. Maar de bandleden weigerden zo ver met elkaar te reizen: als er foto's gemaakt moesten worden, dan moest dat maar gewoon in de buurt van de studio. Vandaar dus: Abbey Road.
En dan die 'medley' aan het einde, waar we allemaal zo dol op zijn: is dat niet gewoon een (vrij geniale) manier om een hele hoop liedjes die nog op te plank lagen in één hap op te nemen, omdat er te weinig animo was om ideeën fatsoenlijk uit te werken?
Allemaal waar, misschien, maar de muziek en de magie van The Beatles gaat inmiddels drie generaties mee, en ondanks alles zijn de bandleden zelf altijd trots gebleven op hun prestaties.
(Alleen Harrison lijkt weinig gevoelig te zijn geweest voor Beatlesnostalgie. Uitgerekend op deze plaat bloeit hij volledig open als liedjesschrijver: zijn twee bijdrages, Something en Here Comes The Sun zijn minstens gelijkwaardig aan, en even geliefd als de liedjes van Lennon en McCartney. Toch was deze band voor Harrison nog het meest een juk, een schaduw waar hij uit wilde stappen, en ik krijg niet de indruk dat hij tijdens de rest van zijn leven erg rouwig is geweest over het uiteenvallen van de grootste popband ooit.)
Hoe het ook zij, over de rest van de plaat kun je lang of kort praten. Ik kan achtergrondinfo geven, zoals het verband tussen Come Together en Chuck Berry's You Can't Catch Me. Of citeren uit mijn eigen herinneringen: bij een vriendin op de studentenkamer zitten en samen stomdronken en keihard meezingen met Oh! Darling.
Feitjes, herinneringen, associaties... De grootste popgroep ooit, bezig aan hun laatste meesterwerk. Een plaat die de tand des tijds overleeft. Door verbeterde opnametechnieken klinkt Abbey Road ook moderner dan de meeste andere Beatles-lp's. In combinatie met de opbouw van de plaat, verklaart dit misschien waarom dit de meest populaire lp van de Beatles is op Musicmeter. Als album is het ook een geheel, op een bepaalde manier: na The End heb ik ook echt het idee dat er iets is afgerond. Een bevredigd gevoel, Inclusief een lieve wijsheid waarmee McCartney ons de nacht instuurt: 'And in the end/ the love you take/ is equal to/ the love you make.'
Beetje naïeve gedachte misschien. En ondanks alle gemeenplaatsen over vrije liefde en een nieuwe tijd, werd er natuurlijk ook verdacht veel geruzied over geld. Ach, uiteindelijk zijn alle sprookjes kapot te analyseren. De Beatles waren voorgoed voorbij, en een gek met een geweer zorgde dat één hoofdrolspeler niet lang en gelukkig zou leven. Het is soms makkelijk om cynisch te worden over muziek en de wereld.
Behalve op de momenten dat je naar de Beatles luistert.
Het was een fantastisch sprookje, jongens, met vooral een sublieme soundtrack.
Proost en goedenacht.
Favoriete track: Golden Slumbers
The Beatles - Beatles for Sale (1964)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2010, 14:57 uur
Hier zijn de Beatles bedachtzamer en donkerder, of misschien gewoon overspannen en uitgeblust. Hoe het ook zij, op de hoesfoto kijken de jongens naar ons alsof hun puppie zojuist is overleden, en de liedjes zijn minder vrolijk en sprankelend dan op hun eerste drie platen.
Uitgeblust waren ze zeker: de Beatles leefden in een krankzinnig tourschema, zonder een moment rust, en als er al een vrije dag was, moest er een liedje worden geschreven, want de dag daarna stond een studiosessie gepland. De Beatles moesten scoren, jazeker: Beatles For Sale.
Op deze lp horen we zowel een uitgebluste band, als een band die zich langzaam ontworstelt aan het keurslijf van de boyband. Die twee factoren hangen waarschijnlijk ook samen: tijdens een hectische tour, in een hotel, ergens op de planeet, schreven Lennon en McCartney samen Baby's In Black. Ze wilden een 'donker nummer' schrijven. Met zijn walstempo en kinderlijke rijmpjes is het liedje allerminst een stemmig meesterwerk, maar het was duidelijk dat de Beatles steeds minder zin kregen om op commando te glimlachen en zwaaien, en dat is te horen. Zelden was een albumtitel zo onbedoeld ironisch.
Het was ook een kwestie van veranderen of verzuipen, want er broeide iets in de (Engelse) muziekwereld. Ongeveer tegelijk met het uitkomen van deze plaat maakten The Kinks You Really Got Me, en de volgende lente bracht The Who My Generation uit. De luchtige beatpop waar de Fab Four naam mee had gemaakt, zou al snel links en rechts worden ingehaald door muzikanten die grenzen opzochten en serieuze gevoelens trachtten te verwoorden.
Onomstreden is de gidsfunctie die Bob Dylan had voor de Beatles in het vinden van een nieuw idioom. Zijn album The Freewheelin'... werd grijsgedraaid door vooral Harrison en Lennon, en in 1964 ontmoetten de band en de bard elkaar in een hotel in Amerika, waar Dylan de Beatles leerde blowen (leuk verhaal, na te zoeken in iedere fatsoenlijke Beatles-biografie). Ook benadrukte Dylan het belang van teksten, waar de Beatles tot nu toe niet veel aandacht aan hadden besteed (we herinneren ons 'pareltjes' zoals 'Love me do/ I always love you'). Lennon zou later de invloed van Dylan bagataliseren, maar het Ciske De Rat-petje dat hij al snel begon te dragen (klik, klik) vertelt een heel ander verhaal, en dat geldt ook voor liedjes als I'm A Loser ('and I'm not what I appear to be').
Maar vooralsnog moest er vooral gewoon een lp komen, en dus werden de donkerdere nieuwe liedjes afgewisseld met covers die aansloegen bij het publiek. Al met al is Beatles For Sale dus nog steeds een nieuw product, een plaat waar de gillende meisjes tevreden mee konden zijn.
Een van die meisjes was mijn moeder, geboren in de vroege jaren vijftig, en dus op de juiste bakvissenleeftijd toen de Beatles doorbraken. Haar favoriete Beatle is Ringo en ze zou de band live hebben gezien in Blokker als ze die dag niet ziek was geweest. Zelf leerde ik de cd kennen toen ik hem voor haar op de computer zette. Mijn ma was erg blij met de hernieuwde kennismaking, maar ik, als kritische muzieknerd, vond de vroege Beatles maar slappe muziek. For Sale, bah: alles wat naar commercie rook, was voor de jonge sandokan-veld sowieso besmet.
Nog steeds zijn de latere Beatles voor mij belangrijker, maar inmiddels is mijn waardering voor pure, simpele pop gegroeid, en kan ik de oude Beatlesplaten goed hebben. Van de lp's die ze hebben gemaakt voor Rubber Soul is deze inmiddels zelfs mijn favoriet. Eigen liedjes zoals No Reply en Every Little Thing vind ik rijker dan de meeste van hun vorige liedjes, en de covers zijn goed gekozen: vooral Rock & Roll Music is geweldig, en blaast voor mij zelfs het origineel van Chuck Berry aan de kant.
Absolute uitschieter is wat mij betreft I Don't Want To Spoil The Party. Prachtig gezongen en gespeeld nummer, dat het moeilijk maakt om niet te denken aan die keren dat je naar feestjes en kroegen bent geweest in de hoop die Ene Persoon te zien, die niet persé hetzelfde dacht over jou: 'I had a drink or two and I don't care, there's no fun in what I do when she's not there...'
Het nummer heeft een speciaal plaatsje in mijn hart, en dat geldt eigenlijk voor deze hele plaat: uitgeblust, commercieel en meer dan een beetje wisselvallig, maar ik heb er een enorm zwak voor.
Uitgeblust waren ze zeker: de Beatles leefden in een krankzinnig tourschema, zonder een moment rust, en als er al een vrije dag was, moest er een liedje worden geschreven, want de dag daarna stond een studiosessie gepland. De Beatles moesten scoren, jazeker: Beatles For Sale.
Op deze lp horen we zowel een uitgebluste band, als een band die zich langzaam ontworstelt aan het keurslijf van de boyband. Die twee factoren hangen waarschijnlijk ook samen: tijdens een hectische tour, in een hotel, ergens op de planeet, schreven Lennon en McCartney samen Baby's In Black. Ze wilden een 'donker nummer' schrijven. Met zijn walstempo en kinderlijke rijmpjes is het liedje allerminst een stemmig meesterwerk, maar het was duidelijk dat de Beatles steeds minder zin kregen om op commando te glimlachen en zwaaien, en dat is te horen. Zelden was een albumtitel zo onbedoeld ironisch.
Het was ook een kwestie van veranderen of verzuipen, want er broeide iets in de (Engelse) muziekwereld. Ongeveer tegelijk met het uitkomen van deze plaat maakten The Kinks You Really Got Me, en de volgende lente bracht The Who My Generation uit. De luchtige beatpop waar de Fab Four naam mee had gemaakt, zou al snel links en rechts worden ingehaald door muzikanten die grenzen opzochten en serieuze gevoelens trachtten te verwoorden.
Onomstreden is de gidsfunctie die Bob Dylan had voor de Beatles in het vinden van een nieuw idioom. Zijn album The Freewheelin'... werd grijsgedraaid door vooral Harrison en Lennon, en in 1964 ontmoetten de band en de bard elkaar in een hotel in Amerika, waar Dylan de Beatles leerde blowen (leuk verhaal, na te zoeken in iedere fatsoenlijke Beatles-biografie). Ook benadrukte Dylan het belang van teksten, waar de Beatles tot nu toe niet veel aandacht aan hadden besteed (we herinneren ons 'pareltjes' zoals 'Love me do/ I always love you'). Lennon zou later de invloed van Dylan bagataliseren, maar het Ciske De Rat-petje dat hij al snel begon te dragen (klik, klik) vertelt een heel ander verhaal, en dat geldt ook voor liedjes als I'm A Loser ('and I'm not what I appear to be').
Maar vooralsnog moest er vooral gewoon een lp komen, en dus werden de donkerdere nieuwe liedjes afgewisseld met covers die aansloegen bij het publiek. Al met al is Beatles For Sale dus nog steeds een nieuw product, een plaat waar de gillende meisjes tevreden mee konden zijn.
Een van die meisjes was mijn moeder, geboren in de vroege jaren vijftig, en dus op de juiste bakvissenleeftijd toen de Beatles doorbraken. Haar favoriete Beatle is Ringo en ze zou de band live hebben gezien in Blokker als ze die dag niet ziek was geweest. Zelf leerde ik de cd kennen toen ik hem voor haar op de computer zette. Mijn ma was erg blij met de hernieuwde kennismaking, maar ik, als kritische muzieknerd, vond de vroege Beatles maar slappe muziek. For Sale, bah: alles wat naar commercie rook, was voor de jonge sandokan-veld sowieso besmet.
Nog steeds zijn de latere Beatles voor mij belangrijker, maar inmiddels is mijn waardering voor pure, simpele pop gegroeid, en kan ik de oude Beatlesplaten goed hebben. Van de lp's die ze hebben gemaakt voor Rubber Soul is deze inmiddels zelfs mijn favoriet. Eigen liedjes zoals No Reply en Every Little Thing vind ik rijker dan de meeste van hun vorige liedjes, en de covers zijn goed gekozen: vooral Rock & Roll Music is geweldig, en blaast voor mij zelfs het origineel van Chuck Berry aan de kant.
Absolute uitschieter is wat mij betreft I Don't Want To Spoil The Party. Prachtig gezongen en gespeeld nummer, dat het moeilijk maakt om niet te denken aan die keren dat je naar feestjes en kroegen bent geweest in de hoop die Ene Persoon te zien, die niet persé hetzelfde dacht over jou: 'I had a drink or two and I don't care, there's no fun in what I do when she's not there...'
Het nummer heeft een speciaal plaatsje in mijn hart, en dat geldt eigenlijk voor deze hele plaat: uitgeblust, commercieel en meer dan een beetje wisselvallig, maar ik heb er een enorm zwak voor.
The Beatles - Help! (1965)

3,5
0
geplaatst: 15 maart 2010, 22:03 uur
Hebben jullie ooit de film Help! gezien? Het is een interessante ervaring om daar een keer een avondje aan te besteden, al dan niet nuchter: Help! is namelijk de Citizen Kane van de flauwekul.
De Beatles probeerden de opnames zoveel mogelijk op een vakantie te laten lijken, en reisden dus af naar Oostenrijk en de Bahamas om te spelen in de sneeuw en te rennen op het strand. Naar eigen zeggen warem ze constant knetterstoned. Intussen probeerde de crew de band de scripts te helpen onthouden, die op papier al melig waren, en waar tijdens de opnames nog minder van terecht kwam.
Help! is één van de absurdste films ooit gemaakt. Het gaat, letterlijk, nergens over. Hoewel vooral Lennons verhalen over depressie ('my Fat Elvis period') het beeld dat bestaat van deze periode een beetje hebben gekleurd, lijkt dit vooral op een project waar ze vreselijk veel lol mee hebben gemaakt, zonder dat ze persé wisten waar ze mee bezig waren.
Het zou flauw zijn om deze eigenschappen meteen ook maar op de lp te plakken, en dat verdient de plaat ook niet. Zelfs op hun slechtste momenten hebben de Beatles (meestal) nog meer vakmanschap en talent dan de meeste andere bands uit de geschiedenis. Wel vind ik dit de meest chaotische en minst gretige Beatles-lp. De band had de absolute top bereikt, en was er nu vooral aan toe om een beetje over het strand te rennen, en na te denken over hoe het nu verder moest.
De tijd daarvoor was er natuurlijk niet, er moesten nieuwe hits komen, een nieuwe film en een nieuwe lp. Dat werd dus Help!, waarop de meeste liedjes oké zijn, maar niet persé tot het beste behoren dat het Beatlesoeuvre heeft te bieden.
Een onvoldoende vind ik het zeker niet waard, omdat de ondergrens te hoog ligt, en ook vooral omdat er vier nummers op staan die, volgens mij, wel degelijk tot het beste behoren dat de Beatles hebben gedaan, sterker nog, bij het beste horen dat de topperdetop van de popperdepop heeft te bieden:
1. Help!
Lennon meende het erg serieus met dit nummer, en schreef het oorspronkelijk als een Roy Orbison-achtige klaagzang. De band veranderde het in een popsingle, iets wat Lennon altijd dwars is blijven zitten. Onnodig, want Help! vind ik één van de beste dingen die de Beatles ooit hebben opgenomen. Mooie tekst over hoe zelfstandig je je kunt voelen als je jong bent, en hoe meer de twijfel en het verlangen naar een ander toeslaan als je ouder wordt. Bovendien is de melodie prima, de vocalen prachtig en Ringo drumt te gek. Persoonlijke favoriet!
2. You´ve Got To Hide Your Love Away
Opnieuw Lennon, dit keer bitter gestemd. Het eerste volledig akoestische nummer dat de Beatles ooit opnamen. De invloed van Dylan is zeer voelbaar. Trivia-feitje: rond dezelfde tijd dat de Beatles dit opnamen, zat Dylan in de studio om zijn eerste elektrisch versterkte nummer op te nemen, Subterranean Homesick Blues. Hij erkende hiervoor te zijn beïnvloed door de frisse rock 'n' roll-aanpak van The Beatles. Lennon gebruikt hier de invloed van Dylan vooral om zichzelf bloot te geven in een liedje, en het resultaat is ernaar.
3. Ticket To Ride
Het zal wel niet het eerste heavy metal nummer zijn, maar het is wel heavy shit. Elke gitaarnoot is een klein juweeltje, en ik vind dit één van Lennons betere melodieën. Als je dit op het juiste moment hoort, kan het uitermate hard inslaan.
4. I've Just Seen A Face
Dandy-chanson van de hand van McCartney, met invloeden van folk en country. Het gevoel van een grote, bruisende stad. Waanzinnig goed liedje met hemelse gitaarloopjes. Is om een of andere reden geen echte Beatlesklassieker, terwijl het stukken beter is dan sommige andere liedjes die dat wel zijn.
Voor de rest schrijft McCartney een paar melodieuze, Harrison een paar aardige, en Lennon een paar leuke nummers, maar volgens mij niks waarover iemand op zijn sterfbed over moet gaan liggen stressen als hij het nog niet gehoord heeft. Dat is althans mijn mening, met excuses aan de mensen die geen kritiek op de Beatles kunnen verdragen. Vooral sorry voor het niet noemen in het bovenstaande rijtje van Yesterday, wat natuurlijk onomstotelijk een klassieker is, en prachtig gearrangeerd, en het vaakst gecoverde nummer ooit, etc., maar eerlijk gezegd vind ik het maar een dwaas nummer met een matige tekst. Er zullen mensen zijn die mij daardoor een slechter mens of een beperktere muziekliefhebber zullen vinden, en dat accepteer ik dan maar, als ik maar niet te vaak naar Yesterday hoef te luisteren.
Favoriete track: Help!
De Beatles probeerden de opnames zoveel mogelijk op een vakantie te laten lijken, en reisden dus af naar Oostenrijk en de Bahamas om te spelen in de sneeuw en te rennen op het strand. Naar eigen zeggen warem ze constant knetterstoned. Intussen probeerde de crew de band de scripts te helpen onthouden, die op papier al melig waren, en waar tijdens de opnames nog minder van terecht kwam.
Help! is één van de absurdste films ooit gemaakt. Het gaat, letterlijk, nergens over. Hoewel vooral Lennons verhalen over depressie ('my Fat Elvis period') het beeld dat bestaat van deze periode een beetje hebben gekleurd, lijkt dit vooral op een project waar ze vreselijk veel lol mee hebben gemaakt, zonder dat ze persé wisten waar ze mee bezig waren.
Het zou flauw zijn om deze eigenschappen meteen ook maar op de lp te plakken, en dat verdient de plaat ook niet. Zelfs op hun slechtste momenten hebben de Beatles (meestal) nog meer vakmanschap en talent dan de meeste andere bands uit de geschiedenis. Wel vind ik dit de meest chaotische en minst gretige Beatles-lp. De band had de absolute top bereikt, en was er nu vooral aan toe om een beetje over het strand te rennen, en na te denken over hoe het nu verder moest.
De tijd daarvoor was er natuurlijk niet, er moesten nieuwe hits komen, een nieuwe film en een nieuwe lp. Dat werd dus Help!, waarop de meeste liedjes oké zijn, maar niet persé tot het beste behoren dat het Beatlesoeuvre heeft te bieden.
Een onvoldoende vind ik het zeker niet waard, omdat de ondergrens te hoog ligt, en ook vooral omdat er vier nummers op staan die, volgens mij, wel degelijk tot het beste behoren dat de Beatles hebben gedaan, sterker nog, bij het beste horen dat de topperdetop van de popperdepop heeft te bieden:
1. Help!
Lennon meende het erg serieus met dit nummer, en schreef het oorspronkelijk als een Roy Orbison-achtige klaagzang. De band veranderde het in een popsingle, iets wat Lennon altijd dwars is blijven zitten. Onnodig, want Help! vind ik één van de beste dingen die de Beatles ooit hebben opgenomen. Mooie tekst over hoe zelfstandig je je kunt voelen als je jong bent, en hoe meer de twijfel en het verlangen naar een ander toeslaan als je ouder wordt. Bovendien is de melodie prima, de vocalen prachtig en Ringo drumt te gek. Persoonlijke favoriet!
2. You´ve Got To Hide Your Love Away
Opnieuw Lennon, dit keer bitter gestemd. Het eerste volledig akoestische nummer dat de Beatles ooit opnamen. De invloed van Dylan is zeer voelbaar. Trivia-feitje: rond dezelfde tijd dat de Beatles dit opnamen, zat Dylan in de studio om zijn eerste elektrisch versterkte nummer op te nemen, Subterranean Homesick Blues. Hij erkende hiervoor te zijn beïnvloed door de frisse rock 'n' roll-aanpak van The Beatles. Lennon gebruikt hier de invloed van Dylan vooral om zichzelf bloot te geven in een liedje, en het resultaat is ernaar.
3. Ticket To Ride
Het zal wel niet het eerste heavy metal nummer zijn, maar het is wel heavy shit. Elke gitaarnoot is een klein juweeltje, en ik vind dit één van Lennons betere melodieën. Als je dit op het juiste moment hoort, kan het uitermate hard inslaan.
4. I've Just Seen A Face
Dandy-chanson van de hand van McCartney, met invloeden van folk en country. Het gevoel van een grote, bruisende stad. Waanzinnig goed liedje met hemelse gitaarloopjes. Is om een of andere reden geen echte Beatlesklassieker, terwijl het stukken beter is dan sommige andere liedjes die dat wel zijn.
Voor de rest schrijft McCartney een paar melodieuze, Harrison een paar aardige, en Lennon een paar leuke nummers, maar volgens mij niks waarover iemand op zijn sterfbed over moet gaan liggen stressen als hij het nog niet gehoord heeft. Dat is althans mijn mening, met excuses aan de mensen die geen kritiek op de Beatles kunnen verdragen. Vooral sorry voor het niet noemen in het bovenstaande rijtje van Yesterday, wat natuurlijk onomstotelijk een klassieker is, en prachtig gearrangeerd, en het vaakst gecoverde nummer ooit, etc., maar eerlijk gezegd vind ik het maar een dwaas nummer met een matige tekst. Er zullen mensen zijn die mij daardoor een slechter mens of een beperktere muziekliefhebber zullen vinden, en dat accepteer ik dan maar, als ik maar niet te vaak naar Yesterday hoef te luisteren.
Favoriete track: Help!
The Beatles - Let It Be (1970)

4,0
0
geplaatst: 25 maart 2010, 12:07 uur
Niet slecht voor een mislukte plaat.
Grotendeels bestaande uit opnames voor het Get Back-project uit januari 1969, waarin de Beatles na hun kunstmatige studio-experimenten weer terug naar de basis wilden. Lekker samen spelen, film opnemen, en alles afsluiten met een grandioos liveconcert. Het hele debacle is uitgebreid beschreven van hier tot Wikipedia, het resultaat wat hier telt is een pijnlijke film en honderden uren aan tapes met chaotische opnames van een band die uit elkaar aan het vallen was.
De tapes bleven op de plank liggen, terwijl de band eerst Abbey Road opnam en uitbracht. John liet uiteindelijk de beruchte Phil Spector sleutelen aan de opnames. Diens mixes vormen de plaat die uiteindelijk is uitgebracht in 1970, kort nadat het einde van de Beatles wereldkundig was gemaakt. Daarmee is Let It Be officieel de laatste Beatlesplaat, maar ik zal deze bespreken voor Abbey Road, omdat ik die laatste -gevoelsmatig- een passender sluitstuk vind van het verhaal.
Desondanks is I Me Mine wel het laatste nummer dat de Beatles ooit opnamen (hoewel in afwezigheid van John): het werd begin 1970 in Abbey Road gemaakt omdat het nummer prominent in de film voorkomt, maar er geen goede opnamen van bestond. Een ander nummer, Across The Universe van Lennon, komt ook niet van de Get Back tapes maar is een outtake uit de Magical Mystery Tour-periode.
Nog meer complicaties: McCartney is nooit tevreden geweest over de aanpak van Spector, met name als het ging om zijn eigen The Long And Winding Road, wat door de wall of soundproducer werd opgesierd met een nogal cheesy arrangement met koren en een orkest. In 2003 bracht hij alsnog een eigen versie van het album uit (Let It Be...Naked), met b-kant Don't Let Me Down maar zonder orkesten en koren, zonder de melige miniatuurtjes Dig It en Maggie Mae en ook zonder de sarcastische grapjes van (vooral) Lennon die het originele album nog een soort livegevoel gaven.
Paul is een held, dus hij doet maar wat hij niet laten kan, maar het is een vrij zinloze actie. In de Naked-versie bloeit The Long And Winding Road niet bepaald open in complete genialiteit, als je het mij vraagt, en het verwijderen van alle grapjes en commentaren (hoe gemanipuleerd ook) halen eerder het leven uit de plaat dan dat het recht doet aan de back to basics-benadering die de band oorspronkelijk voor ogen had.
Let It Be, zoals het oorspronkelijk uitkwam, is sowieso al een prima plaat. Lekker lompe en melige stukken (Maggie Mae, One After 909) wisselen af met prima liedjes: McCartneys opener Two Of Us vind ik een van de betere Beatlesballads, met prachtig samenzang tussen John en Paul. Ook vinden we hier een paar prima Beatles-rockers (Dig A Pony, I've Got a Feeling) en schrijft George Harrison twee van zijn meest aanstekelijke liedjes met I Me Mine en For You Blue. De kwinkslagen van Lennon geven de hele plaat een gezellige sfeer mee, die contrasteert met het werkelijke verhaal achter de plaat.
De Beatles hebben wel betere, en zeker coherentere platen gemaakt, maar over dit album heb ik niet zo veel te klagen, eigenlijk. Sterke liedjes en lekkere gitaren, wat wil een mens nog meer? Bonus is dan nog Billy Prestons werk op toetsen. En ja, Spectors orkestratie van The Long And Winding Road is wel echt heel erg cheesy. Maar zo is er altijd wel wat.
Favoriete track: Two Of Us
Grotendeels bestaande uit opnames voor het Get Back-project uit januari 1969, waarin de Beatles na hun kunstmatige studio-experimenten weer terug naar de basis wilden. Lekker samen spelen, film opnemen, en alles afsluiten met een grandioos liveconcert. Het hele debacle is uitgebreid beschreven van hier tot Wikipedia, het resultaat wat hier telt is een pijnlijke film en honderden uren aan tapes met chaotische opnames van een band die uit elkaar aan het vallen was.
De tapes bleven op de plank liggen, terwijl de band eerst Abbey Road opnam en uitbracht. John liet uiteindelijk de beruchte Phil Spector sleutelen aan de opnames. Diens mixes vormen de plaat die uiteindelijk is uitgebracht in 1970, kort nadat het einde van de Beatles wereldkundig was gemaakt. Daarmee is Let It Be officieel de laatste Beatlesplaat, maar ik zal deze bespreken voor Abbey Road, omdat ik die laatste -gevoelsmatig- een passender sluitstuk vind van het verhaal.
Desondanks is I Me Mine wel het laatste nummer dat de Beatles ooit opnamen (hoewel in afwezigheid van John): het werd begin 1970 in Abbey Road gemaakt omdat het nummer prominent in de film voorkomt, maar er geen goede opnamen van bestond. Een ander nummer, Across The Universe van Lennon, komt ook niet van de Get Back tapes maar is een outtake uit de Magical Mystery Tour-periode.
Nog meer complicaties: McCartney is nooit tevreden geweest over de aanpak van Spector, met name als het ging om zijn eigen The Long And Winding Road, wat door de wall of soundproducer werd opgesierd met een nogal cheesy arrangement met koren en een orkest. In 2003 bracht hij alsnog een eigen versie van het album uit (Let It Be...Naked), met b-kant Don't Let Me Down maar zonder orkesten en koren, zonder de melige miniatuurtjes Dig It en Maggie Mae en ook zonder de sarcastische grapjes van (vooral) Lennon die het originele album nog een soort livegevoel gaven.
Paul is een held, dus hij doet maar wat hij niet laten kan, maar het is een vrij zinloze actie. In de Naked-versie bloeit The Long And Winding Road niet bepaald open in complete genialiteit, als je het mij vraagt, en het verwijderen van alle grapjes en commentaren (hoe gemanipuleerd ook) halen eerder het leven uit de plaat dan dat het recht doet aan de back to basics-benadering die de band oorspronkelijk voor ogen had.
Let It Be, zoals het oorspronkelijk uitkwam, is sowieso al een prima plaat. Lekker lompe en melige stukken (Maggie Mae, One After 909) wisselen af met prima liedjes: McCartneys opener Two Of Us vind ik een van de betere Beatlesballads, met prachtig samenzang tussen John en Paul. Ook vinden we hier een paar prima Beatles-rockers (Dig A Pony, I've Got a Feeling) en schrijft George Harrison twee van zijn meest aanstekelijke liedjes met I Me Mine en For You Blue. De kwinkslagen van Lennon geven de hele plaat een gezellige sfeer mee, die contrasteert met het werkelijke verhaal achter de plaat.
De Beatles hebben wel betere, en zeker coherentere platen gemaakt, maar over dit album heb ik niet zo veel te klagen, eigenlijk. Sterke liedjes en lekkere gitaren, wat wil een mens nog meer? Bonus is dan nog Billy Prestons werk op toetsen. En ja, Spectors orkestratie van The Long And Winding Road is wel echt heel erg cheesy. Maar zo is er altijd wel wat.
Favoriete track: Two Of Us
The Beatles - Magical Mystery Tour (1967)

4,0
0
geplaatst: 23 maart 2010, 14:38 uur
Zoals bekend was Paul McCartney in deze tijd de voornaamste motor van de Beatles. Lennon was vooral heel erg aan de lsd, terwijl Harrison het liefst naar India zou gaan om sitar te spelen en te mediteren. Dat laatste zou natuurlijk ook gebeuren, maar eerst werd besloten om, op McCartney's initiatief, een tv-film te gaan maken.
Ook voor de promotie, natuurlijk. Nu de Beatles niet meer tourden moesten er nieuwe manieren gevonden worden om Mohamed naar de berg te krijgen, en het relatief nieuwe medium televisie was het uitgelezen podium om de fans te bereiken zonder in de tourbus te hoeven stappen.
Eigenlijk hadden de Beatles nooit zelfstandig een film gemaakt, en het idee om gewoon met een groep mensen in een bus te stappen en lekker te gaan filmen, tekent de creatieve honger van McCartney. Maar misschien ook de richtingloosheid en zelfoverschatting van de band op dat moment. En natuurlijk was er de schaduw geworpen door de dood van manager Brian Epstein, die een paar weken voor de opnames op mysterieuze wijze overleed.
Enfin, zo gezegd, zo gedaan: de Beatlesfans uit die tijd hadden een flauwe kerstfilm en een dubbel-ep om van te genieten, en die laatste zijn later samengevoegd tot wat ik nu bespreek als het album Magical Mystery Tour, bestaande uit de liedjes uit de film en andere tracks die de Beatles rond de sessies voor Sgt Pepper's opnamen.
MMT hoeft niet persé te worden beschouwd als een groots Beatlesproject: veel mensen zijn er dol op, terwijl anderen weer beweren dat de band hier de weg kwijt was, en pas ten tijde van de witte dubbelaar (of nooit meer) op het goede spoor zou komen.
Aardig om in dat verband eens de titeltrack te bekijken: ontzettend aanstekelijke meezinger, maar ook puur theater: een nummer zonder echte ziel of betekenis. Dit is iets wat we vaker zien in de muziek van McCartney als hij niet voldoende wordt afgeremd of uitgedaagd.
De meeste andere tracks zijn gelukkig interessanter, iets wat ook komt doordat deze plaat, door een samenloop van omstandigheden, een soort verzamelbak is geworden van prachtige Beatlesnummers die niet op een lp terecht kwamen. De single Strawberry Fields Forever/ Penny Lane heeft bijvoorbeeld geen verdediging nodig, en ook Fool On The Hill en I Am The Walrus zijn, wat mij betreft, zelfs sterker dan sommige tracks op Sgt Pepper's.
McCartney kan zijn indrukwekkende muzikale spieren oefenen op de bedriegelijk simpele, maar o zo lekkere liedjes Hello, Goodbye en Your Mother Should Know. George Harrison pioniert verder in zijn eigen stijl met het aardige Blue Jay Way, en op Baby You're A Rich Man horen we een bandje dat lol durft te maken, al wordt het nummer enigszins ontsierd door Lennons (achteraf gezien) een beetje smakeloze sneer naar Epstein ('baby you're a rich fag jew') (Overigens werd het nummer opgenomen voor Epsteins dood).
De plaat eindigt met de Beatlesversie van het kastje van IKEA dat overal wel bij past, All You Need Is Love. Vaak gehaat door cultureel verantwoorde figuren, maar heus niet zo slecht, of in ieder geval, ik word er altijd wel vrolijk van. Het tekent wel de naïviteit waarmee de Beatles zich lieten meeslepen door de summer of love en dergelijke. Met die lieve speelsheid zou het snel voorbij zijn: de volgende lp van de band was niet voor niets een tegendraadse plaat met een volledig witte hoes.
Bij gebrek aan grote blunders is deze plaat mij toch wel dierbaar: door de kwaliteit van veel liedjes, maar ook als symbool voor de grappige, onschuldige Beatles en de onschuld van de jaren zestig in het algemeen. Iets wat toen al zijn beste tijd had gehad, en misschien wel nooit heeft bestaan.
In ieder geval hebben we er een leuke plaat aan over gehouden. Als ik 's avonds het journaal heb bekeken en me zorgen maak over de corruptie en bommen en andere nare toestanden overal, kan ik Magical Mystery Tour draaien, en me iets beter voelen. Ik beveel het warm aan, want hoewel we cynisch kunnen doen over alles, is een beetje positiviteit nooit weg.
Favoriete track: Strawberry Fields Forever
Ook voor de promotie, natuurlijk. Nu de Beatles niet meer tourden moesten er nieuwe manieren gevonden worden om Mohamed naar de berg te krijgen, en het relatief nieuwe medium televisie was het uitgelezen podium om de fans te bereiken zonder in de tourbus te hoeven stappen.
Eigenlijk hadden de Beatles nooit zelfstandig een film gemaakt, en het idee om gewoon met een groep mensen in een bus te stappen en lekker te gaan filmen, tekent de creatieve honger van McCartney. Maar misschien ook de richtingloosheid en zelfoverschatting van de band op dat moment. En natuurlijk was er de schaduw geworpen door de dood van manager Brian Epstein, die een paar weken voor de opnames op mysterieuze wijze overleed.
Enfin, zo gezegd, zo gedaan: de Beatlesfans uit die tijd hadden een flauwe kerstfilm en een dubbel-ep om van te genieten, en die laatste zijn later samengevoegd tot wat ik nu bespreek als het album Magical Mystery Tour, bestaande uit de liedjes uit de film en andere tracks die de Beatles rond de sessies voor Sgt Pepper's opnamen.
MMT hoeft niet persé te worden beschouwd als een groots Beatlesproject: veel mensen zijn er dol op, terwijl anderen weer beweren dat de band hier de weg kwijt was, en pas ten tijde van de witte dubbelaar (of nooit meer) op het goede spoor zou komen.
Aardig om in dat verband eens de titeltrack te bekijken: ontzettend aanstekelijke meezinger, maar ook puur theater: een nummer zonder echte ziel of betekenis. Dit is iets wat we vaker zien in de muziek van McCartney als hij niet voldoende wordt afgeremd of uitgedaagd.
De meeste andere tracks zijn gelukkig interessanter, iets wat ook komt doordat deze plaat, door een samenloop van omstandigheden, een soort verzamelbak is geworden van prachtige Beatlesnummers die niet op een lp terecht kwamen. De single Strawberry Fields Forever/ Penny Lane heeft bijvoorbeeld geen verdediging nodig, en ook Fool On The Hill en I Am The Walrus zijn, wat mij betreft, zelfs sterker dan sommige tracks op Sgt Pepper's.
McCartney kan zijn indrukwekkende muzikale spieren oefenen op de bedriegelijk simpele, maar o zo lekkere liedjes Hello, Goodbye en Your Mother Should Know. George Harrison pioniert verder in zijn eigen stijl met het aardige Blue Jay Way, en op Baby You're A Rich Man horen we een bandje dat lol durft te maken, al wordt het nummer enigszins ontsierd door Lennons (achteraf gezien) een beetje smakeloze sneer naar Epstein ('baby you're a rich fag jew') (Overigens werd het nummer opgenomen voor Epsteins dood).
De plaat eindigt met de Beatlesversie van het kastje van IKEA dat overal wel bij past, All You Need Is Love. Vaak gehaat door cultureel verantwoorde figuren, maar heus niet zo slecht, of in ieder geval, ik word er altijd wel vrolijk van. Het tekent wel de naïviteit waarmee de Beatles zich lieten meeslepen door de summer of love en dergelijke. Met die lieve speelsheid zou het snel voorbij zijn: de volgende lp van de band was niet voor niets een tegendraadse plaat met een volledig witte hoes.
Bij gebrek aan grote blunders is deze plaat mij toch wel dierbaar: door de kwaliteit van veel liedjes, maar ook als symbool voor de grappige, onschuldige Beatles en de onschuld van de jaren zestig in het algemeen. Iets wat toen al zijn beste tijd had gehad, en misschien wel nooit heeft bestaan.
In ieder geval hebben we er een leuke plaat aan over gehouden. Als ik 's avonds het journaal heb bekeken en me zorgen maak over de corruptie en bommen en andere nare toestanden overal, kan ik Magical Mystery Tour draaien, en me iets beter voelen. Ik beveel het warm aan, want hoewel we cynisch kunnen doen over alles, is een beetje positiviteit nooit weg.
Favoriete track: Strawberry Fields Forever
The Beatles - Past Masters Volume One (1988)

3,5
3
geplaatst: 28 maart 2010, 15:37 uur
De studio-opnames die de Beatles tijdens hun bestaan officieel uitbrachten, maar die niet op lp terecht kwamen, zijn verzameld op de twee Past Masters-platen (bij de remasters uitgebracht als dubbel-cd).
Nu ik alle Beatles-lp's heb besproken, nog even een overzicht hiervan:
1. Love Me Do
Van de debuutsingle van de Beatles zijn twee versies opgenomen, één met drummer Andy White, omdat George Martin niet tevreden zou zijn geweest over het drumwerk van Ringo Starr (wat hij zelf later heeft ontkend, trouwens). Op de lp Please Please Me staat de versie met White, dus de versie met Starr is hier vertegenwoordigd. Heel erg veel verschil zit er nou ook weer niet tussen de twee versies, dus dit is vooral voor de mensen die audiofiel willen gaan doen over een onweerstaanbaar maar leeghoofdig nummer.
2. From Me to You / 3. Thank You Girl
De derde single van de Beatles, en bijbehorende b-kant. Beide nummers komen een beetje gelikt over: de Beatles waren hard aan het werk om de 'toppermost of the poppermost' te bereiken, en deze nummers zijn duidelijk geschreven om aan te slaan bij hun toenmalige publiek van tienermeisjes. Vooral Thank You Girl lijdt onder een soort dweperigheid, en is een van de zwakkere Beatlesnummers, vind ik. De a-kant heeft datzelfde probleem, maar blijft door het energieke spel en een sterke melodie nog wel overeind staan.
4. She Loves You / 5. I'll Get You
De vierde single en b-kant. Zo'n beetje de doorbraakhit van The Beatles op het Europese vasteland, geloof ik. Terecht, want dit is één van de betere vroege singles van de band. She Loves You bevindt zich op het grensgebied van oersimpel en geniaal en is bijna niet stuk te draaien. I'll Get You is, met zijn heerlijke 'Oh yeah, oh yeah'-refreintje, een klein begraven juweeltje in de Beatles-catalogus.
6. I Want to Hold Your Hand/ 7. This Boy
Internationale (lees: Amerikaanse) doorbraaksingle van de Beatles, mag denk ik wel worden beschouwd als (over)bekend. Ik zelf kan er nog steeds goed naar luisteren. De b-kant van de Engelse single, This Boy, is een nummer voor kleine meisjes waarop niet al te overtuigend Smokey Robinson wordt geparafraseerd.
8. Komm, Gib Mir Deine Hand / 9. Sie Liebt Dich
De gewoonte om speciaal voor de Duitstalige markt versies op te nemen van nummers, komt tegenwoordig alleen nog voor bij biertentzangers als Jan Smit, maar toen was het helemaal niet zo'n vreemde zaak. Hoe dan ook, file under: raar, maar grappig om een keer gehoord te hebben.
10. Long Tall Sally / 11. I Call Your Name / 12. Slow Down/ 13. Matchbox
Drie covers en één Lennon/McCartney nummer (I Call Your Name), afkomstig uit de sessies voor A Hard Day's Night, en uiteindelijk terecht gekomen op de ep Long Tall Sally. Het titelnummer (van Little Richard) is een rockstandard die de Beatles hun hele loopbaan hebben gespeeld. McCartney wist redelijk de oerschreeuw van Richard te benaderen, wel vind ik het origineel beter. I Call Your Name is Lennon op zijn schreeuwerigst en Slow Down (een cover van Larry Williams) op zijn iets minder schreeuwerigst. Niet onmisbaar maar prima om naar te luisteren. Matchbox heb ik nooit iets aan gevonden, ook niet in de originele versie van Carl Perkins trouwens. Wel een mooi eerbetoon: Perkins was een held voor de Beatles, en hij was ook bij de opnames aanwezig.
14. I Feel Fine / 15. She's a Woman
Weer een single en b-kant die niet op een lp terecht kwamen. De a-kant is een klassieker, en hoewel alle clichés van de vroegere Beatles weer worden afgewerkt in de tekst, blijft I Feel Fine erg lekker om naar te luisteren. Grootste verassing is She's A Woman, met zijn proto-reggaebeat en soulvolle zang van McCartney een persoonlijke favoriet van me, en voor Beatles-begrippen een betrekkelijk onbekend pareltje.
16. Bad Boy
Weer een Larry Williams-cover en weer een schreeuwerige Lennon. Niet erg hoog gewaardeerd op de meeste plekken waar ik heb gekeken, maar erg fris en grappig. Prima nummer!
17. Yes It Is
B-kant van Ticket To Ride. Raar nummer, waarin zanger Lennon een sfeertje probeert op te roepen die doet denken aan 19e-eeuwse romantiek. Hij slaagt daar slechts half in, maar dit is wel een nummer waar meer achter zit dan op het eerste gehoor lijkt. Boeiend.
18. I'm Down
Eigenlijk een soort melige reactie van McCartney op Lennons nummer Help! (waar dit de b-kant van is), maar toch heeft dit nummer het weten te schoppen tot rockklassieker in sommige kringen. Waarom begrijp ik niet helemaal, maar er zit genoeg energie in dit bluesnummer om het niet af te zetten als het langs komt shuffelen.
Favoriete track: She´s A Woman
Nu ik alle Beatles-lp's heb besproken, nog even een overzicht hiervan:
1. Love Me Do
Van de debuutsingle van de Beatles zijn twee versies opgenomen, één met drummer Andy White, omdat George Martin niet tevreden zou zijn geweest over het drumwerk van Ringo Starr (wat hij zelf later heeft ontkend, trouwens). Op de lp Please Please Me staat de versie met White, dus de versie met Starr is hier vertegenwoordigd. Heel erg veel verschil zit er nou ook weer niet tussen de twee versies, dus dit is vooral voor de mensen die audiofiel willen gaan doen over een onweerstaanbaar maar leeghoofdig nummer.
2. From Me to You / 3. Thank You Girl
De derde single van de Beatles, en bijbehorende b-kant. Beide nummers komen een beetje gelikt over: de Beatles waren hard aan het werk om de 'toppermost of the poppermost' te bereiken, en deze nummers zijn duidelijk geschreven om aan te slaan bij hun toenmalige publiek van tienermeisjes. Vooral Thank You Girl lijdt onder een soort dweperigheid, en is een van de zwakkere Beatlesnummers, vind ik. De a-kant heeft datzelfde probleem, maar blijft door het energieke spel en een sterke melodie nog wel overeind staan.
4. She Loves You / 5. I'll Get You
De vierde single en b-kant. Zo'n beetje de doorbraakhit van The Beatles op het Europese vasteland, geloof ik. Terecht, want dit is één van de betere vroege singles van de band. She Loves You bevindt zich op het grensgebied van oersimpel en geniaal en is bijna niet stuk te draaien. I'll Get You is, met zijn heerlijke 'Oh yeah, oh yeah'-refreintje, een klein begraven juweeltje in de Beatles-catalogus.
6. I Want to Hold Your Hand/ 7. This Boy
Internationale (lees: Amerikaanse) doorbraaksingle van de Beatles, mag denk ik wel worden beschouwd als (over)bekend. Ik zelf kan er nog steeds goed naar luisteren. De b-kant van de Engelse single, This Boy, is een nummer voor kleine meisjes waarop niet al te overtuigend Smokey Robinson wordt geparafraseerd.
8. Komm, Gib Mir Deine Hand / 9. Sie Liebt Dich
De gewoonte om speciaal voor de Duitstalige markt versies op te nemen van nummers, komt tegenwoordig alleen nog voor bij biertentzangers als Jan Smit, maar toen was het helemaal niet zo'n vreemde zaak. Hoe dan ook, file under: raar, maar grappig om een keer gehoord te hebben.
10. Long Tall Sally / 11. I Call Your Name / 12. Slow Down/ 13. Matchbox
Drie covers en één Lennon/McCartney nummer (I Call Your Name), afkomstig uit de sessies voor A Hard Day's Night, en uiteindelijk terecht gekomen op de ep Long Tall Sally. Het titelnummer (van Little Richard) is een rockstandard die de Beatles hun hele loopbaan hebben gespeeld. McCartney wist redelijk de oerschreeuw van Richard te benaderen, wel vind ik het origineel beter. I Call Your Name is Lennon op zijn schreeuwerigst en Slow Down (een cover van Larry Williams) op zijn iets minder schreeuwerigst. Niet onmisbaar maar prima om naar te luisteren. Matchbox heb ik nooit iets aan gevonden, ook niet in de originele versie van Carl Perkins trouwens. Wel een mooi eerbetoon: Perkins was een held voor de Beatles, en hij was ook bij de opnames aanwezig.
14. I Feel Fine / 15. She's a Woman
Weer een single en b-kant die niet op een lp terecht kwamen. De a-kant is een klassieker, en hoewel alle clichés van de vroegere Beatles weer worden afgewerkt in de tekst, blijft I Feel Fine erg lekker om naar te luisteren. Grootste verassing is She's A Woman, met zijn proto-reggaebeat en soulvolle zang van McCartney een persoonlijke favoriet van me, en voor Beatles-begrippen een betrekkelijk onbekend pareltje.
16. Bad Boy
Weer een Larry Williams-cover en weer een schreeuwerige Lennon. Niet erg hoog gewaardeerd op de meeste plekken waar ik heb gekeken, maar erg fris en grappig. Prima nummer!
17. Yes It Is
B-kant van Ticket To Ride. Raar nummer, waarin zanger Lennon een sfeertje probeert op te roepen die doet denken aan 19e-eeuwse romantiek. Hij slaagt daar slechts half in, maar dit is wel een nummer waar meer achter zit dan op het eerste gehoor lijkt. Boeiend.
18. I'm Down
Eigenlijk een soort melige reactie van McCartney op Lennons nummer Help! (waar dit de b-kant van is), maar toch heeft dit nummer het weten te schoppen tot rockklassieker in sommige kringen. Waarom begrijp ik niet helemaal, maar er zit genoeg energie in dit bluesnummer om het niet af te zetten als het langs komt shuffelen.
Favoriete track: She´s A Woman
The Beatles - Past Masters Volume Two (1988)

4,0
2
geplaatst: 28 maart 2010, 17:14 uur
Deel twee van de verzameling officieel uitgebrachte Beatlenummers die niet terug te vinden zijn op de regulier lp's.
1. Day Tripper / 2. We Can Work It Out
Sublieme single, afkomstig uit de Rubber Soul-periode. We Can Work It Out zou de a-kant worden, maar volgens het verhaal wilde Lennon persé niet dat zijn nummer Day Tripper een b-kantje zou worden. Dit zou leiden tot de uitvinding van de 'dubbele a-kant', waardoor iedereen tevreden was. Eigenlijk vind ik Day Tripper voor de Beatles toch een beetje een herhaling van zetten. We Can Work It Out, daarentegen, is een favoriet van mij, en ook een prachtig voorbeeld van de samenwerking tussen Lennon en McCartney (hoewel die laatste hier dominant is).
3. Paperback Writer / 4. Rain
Hier is het omgekeerde aan de hand, en is de b-kant van Lennon volgens mij veel leuker en origineler dan de a-kant van McCartney. Beide nummers komen uit de Revolver-periode, waarin de Beatles een stuk avontuurlijker werden. Paperback Writer heeft een paar leuke vondsten (het outro), maar Rain, met zijn omgedraaide gitaarlijntjes en donderende drums, is het echte meesterwerk hier, en heeft inmiddels een terecht plaatsje verworven in de eregalerie der Beatlesnummers.
5. Lady Madonna / 6. The Inner Light
Opnames afkomstig uit de tijd dat de Beatles naar India zouden vertrekken. Lady Madonna is McCarney spelend met thema's uit de Boogiewoogiemuziek. Leuke hitje, hoewel naar Beatles-maatstaven niet groots. De jengelende oosterse klanken van The Inner Light werden geschreven door George Harrison. Het nummer is (tekstueel) een soort bewerking van de Tao Tse Tsing. In de toegenomen waardering voor Harrisons werk die vooral na zijn dood is ontstaan, wordt dit nummer vaak genoemd als een favoriet en een klassieker van de Beatles. Persoonlijk heb ik er niet zo veel mee.
7. Hey Jude / 8. Revolution
Drie akkoorden en het ultieme Beatles-cliché. Daarom vaak afgedaan als sentimenteel gezwam, maar volgens mij één van de beste nummers van de band. Hoe dan ook, iedereen kent het nummer en kan zijn of haar eigen oordeel vellen. Revolution van Lennon is de b-kant, in de versie met de lawaaierige gitaren. De zachtere versie op het witte dubbelalbum vind ik vele malen beter. Meer ruzie over b-kantjes: Lennon wilde graag Revolution als single uitbrengen, en was jaren later nog steeds kwaad omdat hij zijn zin niet had gekregen. Toch moest hij toegeven dat Hey Jude de a-kant wel verdiende. Bovendien is Revolution een prima nummer van Lennon, maar wel redelijk voorspelbaar en doordrenkt van een politieke lading die niet echt goed bij hem past, vind ik.
9. Get Back / 10. Don't Let Me Down
Alternatieve mix van het nummer dat ook verscheen op Let It Be, en een nummer van Lennon uit diezelfde sessies. McCartney gooit al zijn soul in de strijd op Get Back, en Don't Let Me Down is één van Lennons meest emotionele nummers. Erg lekker.
11. The Ballad of John and Yoko / 12. Old Brown Shoe
'John and Yoko' werd opgenomen met McCartney als enige andere aanwezige Beatle, hij is degene die hier drums speelt. Dit is Lennon op zijn meest narcistisch, en je kunt je bijna niet voorstellen dat McCartney dat niet ook vond, maar toch is zijn drumwerk energiek en prima bedacht. Wie voorbij Lennons zelfmedelijden kijkt, hoort toch wel een prima nummer met een lekker refrein. Old Brown Shoe, de b-kant, is een van de betere nummers die Harrison schreef voor de band, maar zijn wat vlakke stem vind ik niet echt goed passen bij de energieke melodie.
13. Across the Universe
Rare versie met dierengeluiden van het nummer dat later op Let It Be zou verschijnen. Lennon klaagde later dat McCartney het nummer niet serieus nam, misschien doelde hij hierop? Curiosum.
14. Let It Be / 15. You Know My Name (Look Up the Number)
Singleversie van de bekende ballad van McCartney, verschilt van de albumversie vooral in de gitaarsolo's en het gebrek aan geluidsmuur dat Phil Spector er later aan toe zou voegen. Let It Be moet je ding zijn, ikzelf kan McCartney in deze bui, mits gedoseerd, goed hebben. De b-kant is een studiololletje dat al sinds 1967 op de plank lag voordat het werd afgemaakt. Stones-gitarist Brian Jones speelt saxofoon.
Favoriete track: Hey Jude.
1. Day Tripper / 2. We Can Work It Out
Sublieme single, afkomstig uit de Rubber Soul-periode. We Can Work It Out zou de a-kant worden, maar volgens het verhaal wilde Lennon persé niet dat zijn nummer Day Tripper een b-kantje zou worden. Dit zou leiden tot de uitvinding van de 'dubbele a-kant', waardoor iedereen tevreden was. Eigenlijk vind ik Day Tripper voor de Beatles toch een beetje een herhaling van zetten. We Can Work It Out, daarentegen, is een favoriet van mij, en ook een prachtig voorbeeld van de samenwerking tussen Lennon en McCartney (hoewel die laatste hier dominant is).
3. Paperback Writer / 4. Rain
Hier is het omgekeerde aan de hand, en is de b-kant van Lennon volgens mij veel leuker en origineler dan de a-kant van McCartney. Beide nummers komen uit de Revolver-periode, waarin de Beatles een stuk avontuurlijker werden. Paperback Writer heeft een paar leuke vondsten (het outro), maar Rain, met zijn omgedraaide gitaarlijntjes en donderende drums, is het echte meesterwerk hier, en heeft inmiddels een terecht plaatsje verworven in de eregalerie der Beatlesnummers.
5. Lady Madonna / 6. The Inner Light
Opnames afkomstig uit de tijd dat de Beatles naar India zouden vertrekken. Lady Madonna is McCarney spelend met thema's uit de Boogiewoogiemuziek. Leuke hitje, hoewel naar Beatles-maatstaven niet groots. De jengelende oosterse klanken van The Inner Light werden geschreven door George Harrison. Het nummer is (tekstueel) een soort bewerking van de Tao Tse Tsing. In de toegenomen waardering voor Harrisons werk die vooral na zijn dood is ontstaan, wordt dit nummer vaak genoemd als een favoriet en een klassieker van de Beatles. Persoonlijk heb ik er niet zo veel mee.
7. Hey Jude / 8. Revolution
Drie akkoorden en het ultieme Beatles-cliché. Daarom vaak afgedaan als sentimenteel gezwam, maar volgens mij één van de beste nummers van de band. Hoe dan ook, iedereen kent het nummer en kan zijn of haar eigen oordeel vellen. Revolution van Lennon is de b-kant, in de versie met de lawaaierige gitaren. De zachtere versie op het witte dubbelalbum vind ik vele malen beter. Meer ruzie over b-kantjes: Lennon wilde graag Revolution als single uitbrengen, en was jaren later nog steeds kwaad omdat hij zijn zin niet had gekregen. Toch moest hij toegeven dat Hey Jude de a-kant wel verdiende. Bovendien is Revolution een prima nummer van Lennon, maar wel redelijk voorspelbaar en doordrenkt van een politieke lading die niet echt goed bij hem past, vind ik.
9. Get Back / 10. Don't Let Me Down
Alternatieve mix van het nummer dat ook verscheen op Let It Be, en een nummer van Lennon uit diezelfde sessies. McCartney gooit al zijn soul in de strijd op Get Back, en Don't Let Me Down is één van Lennons meest emotionele nummers. Erg lekker.
11. The Ballad of John and Yoko / 12. Old Brown Shoe
'John and Yoko' werd opgenomen met McCartney als enige andere aanwezige Beatle, hij is degene die hier drums speelt. Dit is Lennon op zijn meest narcistisch, en je kunt je bijna niet voorstellen dat McCartney dat niet ook vond, maar toch is zijn drumwerk energiek en prima bedacht. Wie voorbij Lennons zelfmedelijden kijkt, hoort toch wel een prima nummer met een lekker refrein. Old Brown Shoe, de b-kant, is een van de betere nummers die Harrison schreef voor de band, maar zijn wat vlakke stem vind ik niet echt goed passen bij de energieke melodie.
13. Across the Universe
Rare versie met dierengeluiden van het nummer dat later op Let It Be zou verschijnen. Lennon klaagde later dat McCartney het nummer niet serieus nam, misschien doelde hij hierop? Curiosum.
14. Let It Be / 15. You Know My Name (Look Up the Number)
Singleversie van de bekende ballad van McCartney, verschilt van de albumversie vooral in de gitaarsolo's en het gebrek aan geluidsmuur dat Phil Spector er later aan toe zou voegen. Let It Be moet je ding zijn, ikzelf kan McCartney in deze bui, mits gedoseerd, goed hebben. De b-kant is een studiololletje dat al sinds 1967 op de plank lag voordat het werd afgemaakt. Stones-gitarist Brian Jones speelt saxofoon.
Favoriete track: Hey Jude.
The Beatles - Please Please Me (1963)

3,5
0
geplaatst: 9 maart 2010, 15:12 uur
Vaak kan ik me enorm verbazen over de enorme druk waaronder veel van de Grote Popartiesten platen maakten. Veel van de absolute klassiekers, vooral van voor 1965, zijn in een paar uur opgenomen. Neem nou dit debuut van de Beatles: één dagdeel voor elk van de twee singles en b-kantjes die aan dit album voorafgingen, en de rest van het album helemaal in één dag. Zelf levend in een tijd dat popmuzikanten vooral als artiesten behandeld willen worden, en vaak wekenlang in de studio puzzelen aan hun meesterwerkjes, vind ik het weleens gezond om te beseffen dat de eerste klap van het grootste fenomeen in de popmuziek in een paar uur in elkaar werd gedraaid.
De genoemde singles, Love Me Do/ PS I Love You en Please Please Me/ Ask Me Why, staan slim in het midden gezet, terwijl de uiteindes van de plaat worden bezet door de twee meest uitgelaten nummers: McCartneys geweldige I Saw Her Standing There, en het hysterische Twist And Shout. Dit laatste gezongen door een Lennon die bijna door zijn stem heen zat, is het desondanks wat mij betreft de meest geslaagde cover die de Beatles opnamen. Op die twee nummers probeert de band, samen met George Martin, enigszins de wervelstorm te recreëren waarmee de band kroegen in Hamburg en Liverpool op zijn kop had gezet. Natuurlijk was dit niet helemaal mogelijk door de gebrekkige opnametechnieken van die tijd (alles is opgenomen op vier sporen) en de strengere grenzen aan wat acceptabel werd gevonden, maar deze boekensteunen van het album zijn wel meteen de sterkste momenten.
De meest uitgelaten tracks aan het begin en het einde, en de populairste deuntjes in het midden: het is slim aangepakt, en maakt dit een plaat die beter wordt door het goed kiezen van de volgorde van de nummers. Dat is interessant omdat juist dit later een sterk punt van de Beatles zou blijken (Sgt Pepper's, Abbey Road), maar ik betwijfel dat de Beatles op dat moment al veel te zeggen hadden over de opzet van hun platen.
De singles in het midden blijven ook redelijk goed overeind: Please Please Me blijft een potje tijdloos meezingen, terwijl het me nog steeds niet wil lukken om een hekel te hebben aan het debiele maar o zo aanstekelijke Love Me Do (en geloof me, ik heb het heel hard geprobeerd). Van de b-kantjes is het slijmerige PS I Love You genietbaar, maar Ask Me Why een beetje suf.
De rest van de plaat zoeft voorbij, met aardige beatpop en een handjevol covers. Van de eigen nummers valt verder alleen There's A Place positief op, onder andere door de mooie vocale harmonieën van Lennon en McCartney (een ander sterk punt van The Beatles als band).
De covers zijn vaak smaakvol gekozen (prima selecties uit -vooral- eigentijdse Motown en Brill Building liedjes), maar niet altijd geschikt. Het valt te prijzen dat de Beatles wisten wie Arthur Alexander was (niet evident in de vroege jaren zestig), maar wat Lennon doet met diens Anna (Go With Him) maakt nou niet bepaald vloedgolven aan soul power bij me los. We kunnen wel stellen dat tijdsdruk een net zo'n grote factor was bij sommige keuzes als kwaliteit, en in die dagen was het album natuurlijk ook nog veel minder een kunstvorm. De Beatles wilden vooral een plaat uitbrengen, optreden en rijk en beroemd worden, met zwembaden, Rolls Royces en bergen flauwvallende meisjes aan hun voeten.
Van dat alles zouden ze natuurlijk meer krijgen dan ze aankonden. Voor de muziekliefhebber (m/v) die jaren later terugkijkt, blijft over: een enthousiast plaatje, dat prima als geheel te beluisteren is, hier en daar de pannen van het dak rockt, soms belofte toont en alweer afgelopen is voordat je je echt kunt gaan ergeren aan de puberromantiek of de slordige productie.
Favoriete track: I Saw Her Standing There.
De genoemde singles, Love Me Do/ PS I Love You en Please Please Me/ Ask Me Why, staan slim in het midden gezet, terwijl de uiteindes van de plaat worden bezet door de twee meest uitgelaten nummers: McCartneys geweldige I Saw Her Standing There, en het hysterische Twist And Shout. Dit laatste gezongen door een Lennon die bijna door zijn stem heen zat, is het desondanks wat mij betreft de meest geslaagde cover die de Beatles opnamen. Op die twee nummers probeert de band, samen met George Martin, enigszins de wervelstorm te recreëren waarmee de band kroegen in Hamburg en Liverpool op zijn kop had gezet. Natuurlijk was dit niet helemaal mogelijk door de gebrekkige opnametechnieken van die tijd (alles is opgenomen op vier sporen) en de strengere grenzen aan wat acceptabel werd gevonden, maar deze boekensteunen van het album zijn wel meteen de sterkste momenten.
De meest uitgelaten tracks aan het begin en het einde, en de populairste deuntjes in het midden: het is slim aangepakt, en maakt dit een plaat die beter wordt door het goed kiezen van de volgorde van de nummers. Dat is interessant omdat juist dit later een sterk punt van de Beatles zou blijken (Sgt Pepper's, Abbey Road), maar ik betwijfel dat de Beatles op dat moment al veel te zeggen hadden over de opzet van hun platen.
De singles in het midden blijven ook redelijk goed overeind: Please Please Me blijft een potje tijdloos meezingen, terwijl het me nog steeds niet wil lukken om een hekel te hebben aan het debiele maar o zo aanstekelijke Love Me Do (en geloof me, ik heb het heel hard geprobeerd). Van de b-kantjes is het slijmerige PS I Love You genietbaar, maar Ask Me Why een beetje suf.
De rest van de plaat zoeft voorbij, met aardige beatpop en een handjevol covers. Van de eigen nummers valt verder alleen There's A Place positief op, onder andere door de mooie vocale harmonieën van Lennon en McCartney (een ander sterk punt van The Beatles als band).
De covers zijn vaak smaakvol gekozen (prima selecties uit -vooral- eigentijdse Motown en Brill Building liedjes), maar niet altijd geschikt. Het valt te prijzen dat de Beatles wisten wie Arthur Alexander was (niet evident in de vroege jaren zestig), maar wat Lennon doet met diens Anna (Go With Him) maakt nou niet bepaald vloedgolven aan soul power bij me los. We kunnen wel stellen dat tijdsdruk een net zo'n grote factor was bij sommige keuzes als kwaliteit, en in die dagen was het album natuurlijk ook nog veel minder een kunstvorm. De Beatles wilden vooral een plaat uitbrengen, optreden en rijk en beroemd worden, met zwembaden, Rolls Royces en bergen flauwvallende meisjes aan hun voeten.
Van dat alles zouden ze natuurlijk meer krijgen dan ze aankonden. Voor de muziekliefhebber (m/v) die jaren later terugkijkt, blijft over: een enthousiast plaatje, dat prima als geheel te beluisteren is, hier en daar de pannen van het dak rockt, soms belofte toont en alweer afgelopen is voordat je je echt kunt gaan ergeren aan de puberromantiek of de slordige productie.
Favoriete track: I Saw Her Standing There.
The Beatles - Revolver (1966)

5,0
0
geplaatst: 18 maart 2010, 15:27 uur
Revolver is de nummer twee in mijn top tien, en aangezien de nummer één een jazzplaat is, zou deze plaat voor mij dus het beste popalbum aller tijden zijn, zover er zoiets bestaat. Hoe schrijf je daar in godsnaam een recensie over?
Woorden zijn altijd ontoereikend om te beschrijven wat een plaat precies doet in je hoofd, en helaas ontbeer ik de superkrachten om andere mensen te laten voelen wat ik voel terwijl dit half uurtje popgeschiedenis door mijn koptelefoon binnenkomt. Ik kan allerlei superlatieven erbij slepen, of een soort quasi-objectieve analyse schrijven, doorspekt met termen waardoor ik heel intelligent en alwetend overkom (of misschien als een gruwelijke betweter), maar de plaat, of hoe andere mensen die ervaren, zal er niet door veranderen.
Historisch gezien is dit de plaat waarbij The Beatles definitief een studioband werden. De nummers hier zijn niet met een gitaaropstelling live te brengen, en dat interesseerde de band ook steeds minder. De tournees waren steeds meer een chaos geworden van doodsbedreigingen en gillende meisjes, en kort na het afronden van deze plaat zouden de Beatles helemaal stoppen met optreden.
Goed opgebouwd, maar minder volgens een centraal idee dan Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band, is dit de plaat waarop de Beatles de grenzen van hun eigen liedjeswereld maximaal oprekten. Het is één van de meest gevarieerde platen die ik ken: alle nummers verkennen een andere mogelijkheid binnen het fenomeen van het popliedje: van strijkersarrangementen (Eleanor Rigby) via zoete romantiek (Here, There and Everywhere), kinderliedje (Yellow Submarine), oosterse tinten (Love You To), gefrustreerde rock (She Said, She Said), blankejongenssoul (Got To Get You In To My Life), tot aan de spannende psychedelische finale Tomorrow Never Knows.
En dat met liedjes die perfect zijn ingekleurd en uitgevoerd: elk geluidje staat op zijn plaats, en geen enkel nummer duurt langer dan drie minuten. Verveling is geen optie. Revolver is een snoepzak die zowel chocola biedt als drop, zowel zoet als hartig, zowel ouderwets als vooruitstrevend, maar vooral gewoon heel, heel erg goed. Het ultieme statement van een band die alles heeft wat een popband moet hebben: de liedjes, het spel, de speelsheid en de ervaring.
'Play the game existence till the end/ of the beginning...'
Na het halve uurtje genot over de koptelefoon lijkt de wereld om me heen nieuwe vormen en kleuren te hebben aangenomen. Ik zou graag een obscuurdere, minder voor de hand liggende plaat kiezen als favoriet, maar... Trouwens, wat zit ik te zeveren, dat wil ik helemaal niet. Revolver is een vriend voor het leven, en ik ben alleen maar blij dat zoveel anderen dat met mij delen.
Favoriete track: Moeilijk, moeilijk. Toch maar Eleanor Rigby.
Woorden zijn altijd ontoereikend om te beschrijven wat een plaat precies doet in je hoofd, en helaas ontbeer ik de superkrachten om andere mensen te laten voelen wat ik voel terwijl dit half uurtje popgeschiedenis door mijn koptelefoon binnenkomt. Ik kan allerlei superlatieven erbij slepen, of een soort quasi-objectieve analyse schrijven, doorspekt met termen waardoor ik heel intelligent en alwetend overkom (of misschien als een gruwelijke betweter), maar de plaat, of hoe andere mensen die ervaren, zal er niet door veranderen.
Historisch gezien is dit de plaat waarbij The Beatles definitief een studioband werden. De nummers hier zijn niet met een gitaaropstelling live te brengen, en dat interesseerde de band ook steeds minder. De tournees waren steeds meer een chaos geworden van doodsbedreigingen en gillende meisjes, en kort na het afronden van deze plaat zouden de Beatles helemaal stoppen met optreden.
Goed opgebouwd, maar minder volgens een centraal idee dan Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band, is dit de plaat waarop de Beatles de grenzen van hun eigen liedjeswereld maximaal oprekten. Het is één van de meest gevarieerde platen die ik ken: alle nummers verkennen een andere mogelijkheid binnen het fenomeen van het popliedje: van strijkersarrangementen (Eleanor Rigby) via zoete romantiek (Here, There and Everywhere), kinderliedje (Yellow Submarine), oosterse tinten (Love You To), gefrustreerde rock (She Said, She Said), blankejongenssoul (Got To Get You In To My Life), tot aan de spannende psychedelische finale Tomorrow Never Knows.
En dat met liedjes die perfect zijn ingekleurd en uitgevoerd: elk geluidje staat op zijn plaats, en geen enkel nummer duurt langer dan drie minuten. Verveling is geen optie. Revolver is een snoepzak die zowel chocola biedt als drop, zowel zoet als hartig, zowel ouderwets als vooruitstrevend, maar vooral gewoon heel, heel erg goed. Het ultieme statement van een band die alles heeft wat een popband moet hebben: de liedjes, het spel, de speelsheid en de ervaring.
'Play the game existence till the end/ of the beginning...'
Na het halve uurtje genot over de koptelefoon lijkt de wereld om me heen nieuwe vormen en kleuren te hebben aangenomen. Ik zou graag een obscuurdere, minder voor de hand liggende plaat kiezen als favoriet, maar... Trouwens, wat zit ik te zeveren, dat wil ik helemaal niet. Revolver is een vriend voor het leven, en ik ben alleen maar blij dat zoveel anderen dat met mij delen.
Favoriete track: Moeilijk, moeilijk. Toch maar Eleanor Rigby.
The Beatles - Rubber Soul (1965)

4,5
1
geplaatst: 17 maart 2010, 14:21 uur
Opvallend: de zesde lp van The Beatles, Rubber Soul, is vertegenwoordigd op de 'best of' dubbelalbums van de band met maar liefst zes tracks. (Ter vergelijking, Sgt Pepper's staat er met vier nummers op, van de witte dubbel zijn slechts drie nummers opgenomen)
Even afgezien van de subjectieve kwaliteit, zijn deze zes nummers (Drive My Car, Norwegian Wood, Nowhere Man, Michelle, Girl, In My Life) ook nog allemaal absolute popklassiekers. Als we daarbij optellen dat de single We Can Work It Out/Day Tripper (beide net zo bekend) tijdens dezelfde sessie ontstond, kunnen we misschien wel concluderen dat deze periode, in ieder geval in commercieel opzicht, de meest productieve was van The Beatles.
Maar eigenlijk is Rubber Soul in alle opzichten een gigantische stap vooruit, en het is moeilijk te verklaren waarom. Nog steeds zaten de Beatles in een onmogelijk tour- en promotieschema, en moesten nieuwe platen met grote haast worden gemaakt. De lp en de single werden in vier weken opgenomen, wat lang is in vergelijking met eerdere Beatlesopnames, maar belachelijk kort in vergelijking met hun latere werk, of met de meeste andere popplaten van sinds die tijd.
Reken maar dat er in 1965 een heleboel mensen klaarstonden om de Beatles af te schrijven. De wind der verandering waaide door het poplandschap, en bands als The Who, The Stones en The Kinks, ooit begonnen in de schaduw van de fab four, begonnen dingen op te nemen die interessanter en gewaagder klonken dan de langzaamaan achterhaalde jongensbandmuziek van de Beatles.
Gedreven door de toenemende concurrentie, Dylan, marihuana en hun eigen talent voor liedjes schrijven, begonnen de Beatles zelf te zoeken naar nieuwe en diepere manieren om de aandacht van het publiek vast te houden. Tot ieders verassing bleek het bandje dat passé leek, in staat te zijn om ook de rest van de jaren zestig te domineren, met Rubber Soul als eerste wapenfeit.
Je kunt je de jaloerzie en bewondering van hun tijdgenoten voorstellen toen de Beatles aankwamen met Norwegian Wood, misschien wel het beste nummer van dit album en één van de essentiële liedjes uit de popgeschiedenis. De tekst is hier het meest opvallend: eigenlijk voor het eerst kwamen de Beatles hier met woorden die waren bedoeld om zo goed mogelijk te klinken bij de muziek, maar die ook op zichzelf overeind bleven als een samenhangend, poëtisch geheel.
Dylan, die later een pastiche van dit nummer zou opnemen ('Fourth Time Around van Blonde On Blonde) is duidelijk een grote invloed, maar het ging niet alleen om hem. In de ontluikende jeugdcultuur van de jaren zestig werd popmuziek in toenemende mate meer dan geluidsbehang om op te dansen. Het werd een maatschappelijke kracht om rekening mee te houden, en hier hoorden teksten bij die verder gingen dan 'I hope you understand/ I wanna hold your hand.'
Over heel het album is te horen hoe de Beatles op zoek zijn naar nieuwe manieren om zich te uiten. De opgebouwde grap van Drive My Car (met punchline!), het quasi-franse sfeertje van Michelle en de gecompliceerde harmonie van I'm Looking Through You. Of die verrassend donkere tekstregels die opduiken in Girl:
'Was she told when she was young that pain
Would lead to pleasure?
Did she understand it when they said
That a man must break his back to earn
His day of leisure?
Will she still believe it when he's dead?'
Of de romantische nostalgie uit In My Life:
'And these memories lose their meaning
When I think of love as something new'
Hier horen we een hele nieuwe stem van een band die de status van meisjesbandje rap aan het ontgroeien was. Hetzelfde geldt voor de muziek: het gitaargeluid klinkt beter dan op eerdere platen, de ritmes zijn intelligenter, er wordt volop geëxperimenteerd met sitars en toetsinstrumenten. Rubber Soul is het geluid van een band die het maximale haalt uit haar talenten, en op hun volgende plaat zouden ze definitief door de stratosfeer heenbreken. En het goede komt niet alleen maar van Lennon en McCartney: George Harrisson maakt met Think For Yourself en vooral If I Needed Someone grote stappen in zijn status als liedjesschrijver en in zijn zelfvertrouwen.
Voor een snotneus zoals ik is het een genot om deze plaat onder het stof vandaan te halen en opnieuw te ontdekken. Dat de plaat twintig jaar voor mijn geboorte is opgenomen is nauwelijks een probleem. Ik luister veel naar muziek uit deze tijd, en ik weet dat er veel platen zijn gemaakt die stoerder of inventiever worden gevonden dan de Beatlesmuziek uit deze periode. Als ik die platen hoor, vind ik ze vaak erg goed, maar het doet weinig af aan de speelse perfectie waarmee Rubber Soul nog steeds mijn oren kietelt. Een absoluut monument en een standaard binnen de gitaarpop.
De enige vraag blijft: waarom hebben zoveel mensen een hekel aan Michelle? Lief en grappig liedje toch?
Favoriete track: Norwegian Wood
Even afgezien van de subjectieve kwaliteit, zijn deze zes nummers (Drive My Car, Norwegian Wood, Nowhere Man, Michelle, Girl, In My Life) ook nog allemaal absolute popklassiekers. Als we daarbij optellen dat de single We Can Work It Out/Day Tripper (beide net zo bekend) tijdens dezelfde sessie ontstond, kunnen we misschien wel concluderen dat deze periode, in ieder geval in commercieel opzicht, de meest productieve was van The Beatles.
Maar eigenlijk is Rubber Soul in alle opzichten een gigantische stap vooruit, en het is moeilijk te verklaren waarom. Nog steeds zaten de Beatles in een onmogelijk tour- en promotieschema, en moesten nieuwe platen met grote haast worden gemaakt. De lp en de single werden in vier weken opgenomen, wat lang is in vergelijking met eerdere Beatlesopnames, maar belachelijk kort in vergelijking met hun latere werk, of met de meeste andere popplaten van sinds die tijd.
Reken maar dat er in 1965 een heleboel mensen klaarstonden om de Beatles af te schrijven. De wind der verandering waaide door het poplandschap, en bands als The Who, The Stones en The Kinks, ooit begonnen in de schaduw van de fab four, begonnen dingen op te nemen die interessanter en gewaagder klonken dan de langzaamaan achterhaalde jongensbandmuziek van de Beatles.
Gedreven door de toenemende concurrentie, Dylan, marihuana en hun eigen talent voor liedjes schrijven, begonnen de Beatles zelf te zoeken naar nieuwe en diepere manieren om de aandacht van het publiek vast te houden. Tot ieders verassing bleek het bandje dat passé leek, in staat te zijn om ook de rest van de jaren zestig te domineren, met Rubber Soul als eerste wapenfeit.
Je kunt je de jaloerzie en bewondering van hun tijdgenoten voorstellen toen de Beatles aankwamen met Norwegian Wood, misschien wel het beste nummer van dit album en één van de essentiële liedjes uit de popgeschiedenis. De tekst is hier het meest opvallend: eigenlijk voor het eerst kwamen de Beatles hier met woorden die waren bedoeld om zo goed mogelijk te klinken bij de muziek, maar die ook op zichzelf overeind bleven als een samenhangend, poëtisch geheel.
Dylan, die later een pastiche van dit nummer zou opnemen ('Fourth Time Around van Blonde On Blonde) is duidelijk een grote invloed, maar het ging niet alleen om hem. In de ontluikende jeugdcultuur van de jaren zestig werd popmuziek in toenemende mate meer dan geluidsbehang om op te dansen. Het werd een maatschappelijke kracht om rekening mee te houden, en hier hoorden teksten bij die verder gingen dan 'I hope you understand/ I wanna hold your hand.'
Over heel het album is te horen hoe de Beatles op zoek zijn naar nieuwe manieren om zich te uiten. De opgebouwde grap van Drive My Car (met punchline!), het quasi-franse sfeertje van Michelle en de gecompliceerde harmonie van I'm Looking Through You. Of die verrassend donkere tekstregels die opduiken in Girl:
'Was she told when she was young that pain
Would lead to pleasure?
Did she understand it when they said
That a man must break his back to earn
His day of leisure?
Will she still believe it when he's dead?'
Of de romantische nostalgie uit In My Life:
'And these memories lose their meaning
When I think of love as something new'
Hier horen we een hele nieuwe stem van een band die de status van meisjesbandje rap aan het ontgroeien was. Hetzelfde geldt voor de muziek: het gitaargeluid klinkt beter dan op eerdere platen, de ritmes zijn intelligenter, er wordt volop geëxperimenteerd met sitars en toetsinstrumenten. Rubber Soul is het geluid van een band die het maximale haalt uit haar talenten, en op hun volgende plaat zouden ze definitief door de stratosfeer heenbreken. En het goede komt niet alleen maar van Lennon en McCartney: George Harrisson maakt met Think For Yourself en vooral If I Needed Someone grote stappen in zijn status als liedjesschrijver en in zijn zelfvertrouwen.
Voor een snotneus zoals ik is het een genot om deze plaat onder het stof vandaan te halen en opnieuw te ontdekken. Dat de plaat twintig jaar voor mijn geboorte is opgenomen is nauwelijks een probleem. Ik luister veel naar muziek uit deze tijd, en ik weet dat er veel platen zijn gemaakt die stoerder of inventiever worden gevonden dan de Beatlesmuziek uit deze periode. Als ik die platen hoor, vind ik ze vaak erg goed, maar het doet weinig af aan de speelse perfectie waarmee Rubber Soul nog steeds mijn oren kietelt. Een absoluut monument en een standaard binnen de gitaarpop.
De enige vraag blijft: waarom hebben zoveel mensen een hekel aan Michelle? Lief en grappig liedje toch?
Favoriete track: Norwegian Wood
The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

5,0
1
geplaatst: 19 maart 2010, 13:55 uur
Een plaat met een dusdanig gezwollen reputatie, dat het moeilijk is om een te omschrijven voor mensen die hem nog niet kennen. Deze plaat is namelijk zo hoog gewaardeerd en beroemd, dat iemand die hem voor het eerst opzet bijna zou mogen verwachten dat hiermee zijn of haar muziekcollectie compleet is, dat de muziek hem of haar meeneemt in een trip waarin de geheimen van het leven en de muziek worden onthuld, dat de muziek je superkrachten geeft, je van je hoofdpijn afhelpt en meteen de kat te eten geeft. Ik kan me voorstellen dat de dertien liedjes van de plaat dan een kleine teleurstelling teweeg brengen, want het blijft natuurlijk gewoon een popplaat, die je leuk kunt vinden of niet.
Voor mezelf bestaat dat risico niet, omdat ik min of meer door Beatlefans ben opgevoed, en dus deze plaat al ken vanaf mijn kindertijd. Dat ging ongeveer zo:
Ik moet een jaar of tien zijn geweest, en het vinyl was uit de platenzaken verdwenen. Na enig wijfelen kochten mijn ouders een stereo met cd-speler, zodat vooral mijn moeder weer wat muziek van vroeger op cd kon kopen. Eén van de eerste albums die werden aangeschaft was Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Mijn moeder draaide de plaat als ik uit school kwam, en dat was mijn eerste bewuste kennismaking met de Beatles.
De generatie die me opvoedde was vroom, ze hadden nooit met gekleurde busjes door Europa gereisd en de vrije liefde bedreven. Maar wel waren ze massaal geraakt door de Beatles. Zo ook de meester die ik had in groep 7, een leraar op een christelijke basisschool, maar desondanks een man met halflang haar en een wilde baard, die in bandjes speelde en met vervoering over rock 'n' roll sprak. Hij leerde de klas allerlei liedjes, religieuze liedjes maar ook, bijvoorbeeld, With A Little Help From My Friends. 'In die tijd,' verklaarde hij grinnikend, 'wist iedereen dat met 'friends' drugs werd bedoeld.'
Ik kwam thuis, draaide samen met mijn moeder Sgt Pepper's, en vertelde haar over de theorie van de meester. Zij liet mij toen zien wat er gebeurde als je de initialen van 'Lucy' 'Sky' en 'Daimonds' achter elkaar zette.
Het was, zogezegd, mijn initiatie in de wereld van de rock 'n' roll.
Dit alles niet om de indruk te wekken dat de Beatles expres allerlei drugsverwijzingen in hun muziek verstopten (weet ik niet), of dat ik ben opgevoed door een generatie junkies (integendeel). Het punt is dat, zoals vaker is opgemerkt, kinderen heel sterk reageren op de muziek van The Beatles.
Dat talent om zowel kinderen te laten dansen als de goedkeuring te dragen van kritische muziekliefhebbers is een van de grote verworvenheden van deze band.
Ik heb dan ook nooit meer verwachtingen bij deze plaat gehad dan dertien prima liedjes om mee te zingen, duizenden leuke geluidjes om te horen, en dat is denk ik ook de juiste manier om de plaat te beluisteren. Sgt Pepper's is geen 'conceptalbum' of een 'psychedelisch meesterwerk', hoewel het lichtjes neigt naar beide. Het is 'gewoon' een verzameling liedjes van een band die in de studio gepokt en gemazeld was, en wist wat ze wilden en konden.
Toch zijn mijn vijf sterren ook het gevolg van een bepaald respect voor het instituut dat deze plaat is geworden. Van de bijna tweehonderdduizend albums die op deze site zijn toegevoegd, zijn er weinig die zo'n magische sfeer oproepen, waar iedere fan zo'n kluwen van gevoelens en associaties bij zal hebben: een album dat je kan vergezellen vanaf je kindertijd, en wat je nog, als je tachtig bent, luid kan draaien door boxjes die je aan je rollator hebt vastgemaakt, overlast veroorzakend in je bejaardenflat. De vraag is dan wel of er veel mensen zijn die er overlast van ondervinden, want deze plaat is doorgesijpeld tot in de vezels van de moderne cultuur, de invloed is overal voelbaar.
Alleen al daarom verdient deze plaat de volle vijf sterren. Vier en een half zou net zo goed kloppen wat mij betreft. Lucy In The Sky vind ik eigenlijk maar een matig liedje, met een couplet en refrein die niet goed bij elkaar passen, en het op zich fraaie mantranummer van George Harrison (Within You Without You) duurt te lang en haalt de flow uit de plaat.
Verder is dit nog steeds een heerlijke plaat op te luisteren, puur genieten vanaf de theatrale titelnummer (eigenlijk past deze plaat meer in de traditie van de Engelse revuemuziek dan van de psychedelische rock, wat niet zo gek is met Paul McCartney als belangrijkste architect) tot aan de hemelse finale van A Day In The Life. Een frisse en creatieve plaat, waar over elk geluidje is nagedacht door een band die de tijdsgeest perfect wist te vangen en voor de eeuwigheid vast te leggen, en dat door te doen waar ze het beste in waren: fantastische liedjes maken en die perfect op de band zetten.
Favoriete track: A Duh in the Life
Voor mezelf bestaat dat risico niet, omdat ik min of meer door Beatlefans ben opgevoed, en dus deze plaat al ken vanaf mijn kindertijd. Dat ging ongeveer zo:
Ik moet een jaar of tien zijn geweest, en het vinyl was uit de platenzaken verdwenen. Na enig wijfelen kochten mijn ouders een stereo met cd-speler, zodat vooral mijn moeder weer wat muziek van vroeger op cd kon kopen. Eén van de eerste albums die werden aangeschaft was Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Mijn moeder draaide de plaat als ik uit school kwam, en dat was mijn eerste bewuste kennismaking met de Beatles.
De generatie die me opvoedde was vroom, ze hadden nooit met gekleurde busjes door Europa gereisd en de vrije liefde bedreven. Maar wel waren ze massaal geraakt door de Beatles. Zo ook de meester die ik had in groep 7, een leraar op een christelijke basisschool, maar desondanks een man met halflang haar en een wilde baard, die in bandjes speelde en met vervoering over rock 'n' roll sprak. Hij leerde de klas allerlei liedjes, religieuze liedjes maar ook, bijvoorbeeld, With A Little Help From My Friends. 'In die tijd,' verklaarde hij grinnikend, 'wist iedereen dat met 'friends' drugs werd bedoeld.'
Ik kwam thuis, draaide samen met mijn moeder Sgt Pepper's, en vertelde haar over de theorie van de meester. Zij liet mij toen zien wat er gebeurde als je de initialen van 'Lucy' 'Sky' en 'Daimonds' achter elkaar zette.
Het was, zogezegd, mijn initiatie in de wereld van de rock 'n' roll.
Dit alles niet om de indruk te wekken dat de Beatles expres allerlei drugsverwijzingen in hun muziek verstopten (weet ik niet), of dat ik ben opgevoed door een generatie junkies (integendeel). Het punt is dat, zoals vaker is opgemerkt, kinderen heel sterk reageren op de muziek van The Beatles.
Dat talent om zowel kinderen te laten dansen als de goedkeuring te dragen van kritische muziekliefhebbers is een van de grote verworvenheden van deze band.
Ik heb dan ook nooit meer verwachtingen bij deze plaat gehad dan dertien prima liedjes om mee te zingen, duizenden leuke geluidjes om te horen, en dat is denk ik ook de juiste manier om de plaat te beluisteren. Sgt Pepper's is geen 'conceptalbum' of een 'psychedelisch meesterwerk', hoewel het lichtjes neigt naar beide. Het is 'gewoon' een verzameling liedjes van een band die in de studio gepokt en gemazeld was, en wist wat ze wilden en konden.
Toch zijn mijn vijf sterren ook het gevolg van een bepaald respect voor het instituut dat deze plaat is geworden. Van de bijna tweehonderdduizend albums die op deze site zijn toegevoegd, zijn er weinig die zo'n magische sfeer oproepen, waar iedere fan zo'n kluwen van gevoelens en associaties bij zal hebben: een album dat je kan vergezellen vanaf je kindertijd, en wat je nog, als je tachtig bent, luid kan draaien door boxjes die je aan je rollator hebt vastgemaakt, overlast veroorzakend in je bejaardenflat. De vraag is dan wel of er veel mensen zijn die er overlast van ondervinden, want deze plaat is doorgesijpeld tot in de vezels van de moderne cultuur, de invloed is overal voelbaar.
Alleen al daarom verdient deze plaat de volle vijf sterren. Vier en een half zou net zo goed kloppen wat mij betreft. Lucy In The Sky vind ik eigenlijk maar een matig liedje, met een couplet en refrein die niet goed bij elkaar passen, en het op zich fraaie mantranummer van George Harrison (Within You Without You) duurt te lang en haalt de flow uit de plaat.
Verder is dit nog steeds een heerlijke plaat op te luisteren, puur genieten vanaf de theatrale titelnummer (eigenlijk past deze plaat meer in de traditie van de Engelse revuemuziek dan van de psychedelische rock, wat niet zo gek is met Paul McCartney als belangrijkste architect) tot aan de hemelse finale van A Day In The Life. Een frisse en creatieve plaat, waar over elk geluidje is nagedacht door een band die de tijdsgeest perfect wist te vangen en voor de eeuwigheid vast te leggen, en dat door te doen waar ze het beste in waren: fantastische liedjes maken en die perfect op de band zetten.
Favoriete track: A Duh in the Life
The Beatles - The Beatles (1968)
Alternatieve titel: The White Album

4,0
1
geplaatst: 15 december 2009, 14:02 uur
Ik heb altijd vermoed dat deze dubbelaar zijn goddelijke status onder Beatlefans dankt aan zijn geloofwaardigheid: De witte is de minst dweperige en meest eigenzinnige van de Beatlesplaten, en blijft daardoor het beste overeind bekeken vanuit moderne idealen voor gitaarmuziek (zie punk, Neil Young e.d.).
Natuurlijk is het niet eerlijk persé een verborgen agenda te willen zien bij mensen die er een andere mening dan jij op na houden. Op deze site gebeurt dat al te vaak. Prima dan: veel mensen vinden de witte dubbelaar schijnbaar oprecht, en om muzikale redenen, de beste Beatlesplaat.
Ik kan daar best mee leven, maar ik ben het er niet mee eens. In vergelijking met bijvoorbeeld Pepper of Revolver vind ik de plaat maar wisselvallig, en bij vlagen slecht uitgewerkt. Zelfkritiek ontbrak blijkbaar geheel, kritiek van anderen werd niet getolereerd, zelfs in zoverre dat George Martin, vanouds de nestor van het Beatlesgeluid, nauwelijks iets had in te brengen. Martin heeft altijd gevonden dat De Beatles het beste één hele sterke lp hadden kunnen uitbrengen, en daar zit wat mij betreft wel iets in.
Lennon maakt op deze plaat de sterkste indruk als songschrijver, eindelijk weer wakker na een paar jaar tweede viool te hebben gespeeld in de band door drugsgebruik en depressie. Hij voegt hier een aantal sterke rockers toe (Yer Blues, Everybody's got something to hide..., Revolution), alsmede een paar van zijn mooiste rustige liedjes (Dear Prudence, Julia) en een psychedelisch meesterwerkje (Cry Baby Cry, met afstand het meest ondergewaardeerde nummer in het oeuvre van de Beatles). Een paar mindere Lennon-momenten: Bungalow Bill is een grapje dat enorm gaat vervelen na drie keer luisteren, I'm so Tired is schetsmatig en saai, en over Revolution 9 zullen we alleen zeggen dat het best gewaagd en kunstzinnig is, maar meer dan ook niet.
McCartney moet het op deze plaat hebben van twee van zijn mooiste akoestische liedjes (Blackbird en Mother Nature's Son) en wat charmante tussendoortjes (Why Don't We Do It In the Road). Met de rest van zijn bijdragen kan hij vooral binnenkort veel succes oogsten, als hij in een bejaardentehuis zit. De oma's in de aula zullen vast erg enthousiast meeklappen en -zwaaien met Martha My Dear en Honey Pie, De paar rockers die hij verder toevoegt aan de plaat horen bij het meest leeghoofdige en onoorspronkelijke wat de Beatles ooit hebben opgenomen, al wordt Helter Skelter enigszins gered door de lekker gruizige aanpak.
Velen vinden dat George Harrison zijn stem als songschrijver vond op dit album, maar ik hoor het niet. Van Harrisons nummers vind ik alleen het fraaie Long, Long, Long bovengemiddeld.
Ja, dit betekent dat ik, op het gevaar af nooit meer serieus te worden genomen door sommige users, hier ga toegeven dat ik While My Guitar Gently Weeps echt een draak van een nummer vind. 'I look at the floor/ and I see it needs sweeping/ while my guitar gently weeps...' Het is me echt een raadsel wat jullie allemaal in dit nummer horen, sorry.
Ook naar aanleiding van de eerste Ringo-compositie op een Beatlesplaat, Don't Pass My By, zul je mij niet snel flikflaks zien maken van enthousiasme.
Alles bij elkaar toch nog makkelijk vier sterren voor een handvol pareltjes, en veel afwisseling en bravoure (vooral van Lennon). Maar het onaantastbare meesterwerk dat veel mede-Beatlefans hiervan willen maken, hoor ik er vooralsnog niet in. 'Je had erbij moeten zijn,' zullen de oudere luisteraars zeggen. Maar dat zegt men ook als iemand een mislukte anekdote vertelt.
Favoriete track: Blackbird.
PS: ik hoor weinig verschil in vergelijking met de remaster.
Natuurlijk is het niet eerlijk persé een verborgen agenda te willen zien bij mensen die er een andere mening dan jij op na houden. Op deze site gebeurt dat al te vaak. Prima dan: veel mensen vinden de witte dubbelaar schijnbaar oprecht, en om muzikale redenen, de beste Beatlesplaat.
Ik kan daar best mee leven, maar ik ben het er niet mee eens. In vergelijking met bijvoorbeeld Pepper of Revolver vind ik de plaat maar wisselvallig, en bij vlagen slecht uitgewerkt. Zelfkritiek ontbrak blijkbaar geheel, kritiek van anderen werd niet getolereerd, zelfs in zoverre dat George Martin, vanouds de nestor van het Beatlesgeluid, nauwelijks iets had in te brengen. Martin heeft altijd gevonden dat De Beatles het beste één hele sterke lp hadden kunnen uitbrengen, en daar zit wat mij betreft wel iets in.
Lennon maakt op deze plaat de sterkste indruk als songschrijver, eindelijk weer wakker na een paar jaar tweede viool te hebben gespeeld in de band door drugsgebruik en depressie. Hij voegt hier een aantal sterke rockers toe (Yer Blues, Everybody's got something to hide..., Revolution), alsmede een paar van zijn mooiste rustige liedjes (Dear Prudence, Julia) en een psychedelisch meesterwerkje (Cry Baby Cry, met afstand het meest ondergewaardeerde nummer in het oeuvre van de Beatles). Een paar mindere Lennon-momenten: Bungalow Bill is een grapje dat enorm gaat vervelen na drie keer luisteren, I'm so Tired is schetsmatig en saai, en over Revolution 9 zullen we alleen zeggen dat het best gewaagd en kunstzinnig is, maar meer dan ook niet.
McCartney moet het op deze plaat hebben van twee van zijn mooiste akoestische liedjes (Blackbird en Mother Nature's Son) en wat charmante tussendoortjes (Why Don't We Do It In the Road). Met de rest van zijn bijdragen kan hij vooral binnenkort veel succes oogsten, als hij in een bejaardentehuis zit. De oma's in de aula zullen vast erg enthousiast meeklappen en -zwaaien met Martha My Dear en Honey Pie, De paar rockers die hij verder toevoegt aan de plaat horen bij het meest leeghoofdige en onoorspronkelijke wat de Beatles ooit hebben opgenomen, al wordt Helter Skelter enigszins gered door de lekker gruizige aanpak.
Velen vinden dat George Harrison zijn stem als songschrijver vond op dit album, maar ik hoor het niet. Van Harrisons nummers vind ik alleen het fraaie Long, Long, Long bovengemiddeld.
Ja, dit betekent dat ik, op het gevaar af nooit meer serieus te worden genomen door sommige users, hier ga toegeven dat ik While My Guitar Gently Weeps echt een draak van een nummer vind. 'I look at the floor/ and I see it needs sweeping/ while my guitar gently weeps...' Het is me echt een raadsel wat jullie allemaal in dit nummer horen, sorry.
Ook naar aanleiding van de eerste Ringo-compositie op een Beatlesplaat, Don't Pass My By, zul je mij niet snel flikflaks zien maken van enthousiasme.
Alles bij elkaar toch nog makkelijk vier sterren voor een handvol pareltjes, en veel afwisseling en bravoure (vooral van Lennon). Maar het onaantastbare meesterwerk dat veel mede-Beatlefans hiervan willen maken, hoor ik er vooralsnog niet in. 'Je had erbij moeten zijn,' zullen de oudere luisteraars zeggen. Maar dat zegt men ook als iemand een mislukte anekdote vertelt.
Favoriete track: Blackbird.
PS: ik hoor weinig verschil in vergelijking met de remaster.
The Beatles - With The Beatles (1963)
Alternatieve titel: Beatlemania! With The Beatles

3,0
1
geplaatst: 10 maart 2010, 14:27 uur
Eigenlijk is het heel suf om fan van de Beatles te zijn. Het gevoel dat je hebt als je een contactadvertentie leest waarin iemand zegt te houden van 'gezelligheid en een goed gesprek'. Je kunt begrijpen dat veel mensen denken: kun je niets originelers bedenken?
Toch blijft dit een unieke band: niet alleen één van de populairste muziekacts ooit, maar ook wat betreft kwaliteit een unicum: geen enkele band die zo veel (zelfgeschreven) klassiekers heeft uitgebracht, of zoveel energie, creativiteit en speelsheid kon bundelen in een liedje van drie minuten. Voor eeuwig staan de Beatles op een hoge top, vanwaar ze zowel kleine kinderen weten te raken als doorgewinterde muziekliefhebbers.
Die laatsten kunnen vaak erg weinig kritiek verdragen tegen de 'fab four', en de stelling dat de Beatles ook slechte dingen hebben opgenomen wordt vaak met hoongelach onthaald. Beetje overdreven misschien, de Beatles hebben wel degelijk een paar zwakke momenten gekend. Het wonderbaarlijke is echter, hoe weinig echte blunders ze gemaakt hebben. In krap zeven jaar nam de band 13 lp's op, plus nog een aantal losse singles en nog een paar andere dingen, tot 1966 tourden ze ook nog de hele wereld over om te spelen voor gillende fans en te verschijnen in tv-shows en op persconferenties.
In hun laatste jaren stopten ze met touren, en gingen ze zich toeleggen op het creëren van platen in de studio, maar toen With The Beatles uitkwam, was daar nog geen sprake van. De Beatles waren een popbandje, of, zoals sommige jaren zestig-puristen het willen, meisjesmuziek. De wereld moest veroverd worden, en in die tijd moest dat vooral gebeuren met singles. Rond de opnames van deze plaat werden ook de liedjes gemaakt waarmee de Beatles dit voor elkaar zouden boksen: She Loves You en I Want To Hold Your Hand.
(Deze staan niet op dit album, in die tijd stonden de singles vaak niet op de lp's omdat het als oplichterij werd gezien om hetzelfde nummer op twee verschillende uitgaves uit te brengen, en bands als de Beatles verklaarden trots dat de singles niet op de albums stonden, hoewel ze daar lang niet altijd consequent in waren.)
De beste liedjes werden singles dus, en dat is de reden dat de eerste lp's van de Beatles -bij vlagen- ruiken naar vulsel. Bij With The Beatles is dat euvel het grootst, en wat mij betreft is dit de minst interessante reguliere Beatles-lp, en degene waar ik het minste naar luister.
Toch, hoewel het net zoiets is als houden van een goed gesprek met een glas wijn, houd ik ook ook wel van deze plaat, althans: ik vind oprecht dat er niet door een ondergrens heen wordt gezakt. In de gegeven omstandigheden een top-lp afleveren was zelfs voor de Beatles te veel gevraagd, maar dat ze zelfs hier geen wanproduct afleveren is een sterk argument voor hun enorme talent en werklust.
De covers zijn overwegend beter gekozen dan op debuut Please Please Me: Lennon weert zich kranig op Smokey Robinsons You Really Got A Hold On Me, en McCartneys theatermomentje Till There Was You is lief en sfeervol. Money is lekker wild, en de meidenballad Please Mister Postman is melig maar swingt als de tyfus. Roll Over Beethoven is dan wel weer een misser, vooral omdat de sfeer van het nummer totaal niet past bij de stem van de zingende Beatle (Harrison).
George draagt hier ook zijn eerste zelfgeschreven liedje bij, een probeersel genaamd Don't Bother Me, dat de plaat in ieder geval niet erg naar beneden haalt, zonder uitermate briljant te zijn.
Voor hun eigen liedjes grijpen Lennon en McCartney terug op de kunstgrepen die al sinds de jaren vijftig standaard waren in de popmuziek en rock 'n' roll. All My Loving is de enige klassieker, maar ook met de opener It Won't Be Long ('Yeah! Yeah! Yeah! Yeah!'), Hold Me Tight, en het voor de Stones geschreven I Wanna Be Your Man is het leuk meezingen.
Zelf vind ik het latere werk van de Beatles stukken beter, maar er zijn natuurlijk altijd mensen die juist het poppy eerdere werk van de jongens het leukste vinden. Maar zelfs zo beoordeeld is dit hun minste plaat, vind ik. Als koopadvies aan Beatle-beginners zou ik zeker niet aanraden om met deze plaat te beginnen. Maar op onze geliefde site MusicMeter zijn er ook mensen die deze plaat hoger waarderen dan sommige van hun laatste platen. Snap ik niets van, want deze plaat mist toch wel een paar echte uitschieters. Maar lang leve de discussie enzo.
Favoriete track: It Won't Be Long
Toch blijft dit een unieke band: niet alleen één van de populairste muziekacts ooit, maar ook wat betreft kwaliteit een unicum: geen enkele band die zo veel (zelfgeschreven) klassiekers heeft uitgebracht, of zoveel energie, creativiteit en speelsheid kon bundelen in een liedje van drie minuten. Voor eeuwig staan de Beatles op een hoge top, vanwaar ze zowel kleine kinderen weten te raken als doorgewinterde muziekliefhebbers.
Die laatsten kunnen vaak erg weinig kritiek verdragen tegen de 'fab four', en de stelling dat de Beatles ook slechte dingen hebben opgenomen wordt vaak met hoongelach onthaald. Beetje overdreven misschien, de Beatles hebben wel degelijk een paar zwakke momenten gekend. Het wonderbaarlijke is echter, hoe weinig echte blunders ze gemaakt hebben. In krap zeven jaar nam de band 13 lp's op, plus nog een aantal losse singles en nog een paar andere dingen, tot 1966 tourden ze ook nog de hele wereld over om te spelen voor gillende fans en te verschijnen in tv-shows en op persconferenties.
In hun laatste jaren stopten ze met touren, en gingen ze zich toeleggen op het creëren van platen in de studio, maar toen With The Beatles uitkwam, was daar nog geen sprake van. De Beatles waren een popbandje, of, zoals sommige jaren zestig-puristen het willen, meisjesmuziek. De wereld moest veroverd worden, en in die tijd moest dat vooral gebeuren met singles. Rond de opnames van deze plaat werden ook de liedjes gemaakt waarmee de Beatles dit voor elkaar zouden boksen: She Loves You en I Want To Hold Your Hand.
(Deze staan niet op dit album, in die tijd stonden de singles vaak niet op de lp's omdat het als oplichterij werd gezien om hetzelfde nummer op twee verschillende uitgaves uit te brengen, en bands als de Beatles verklaarden trots dat de singles niet op de albums stonden, hoewel ze daar lang niet altijd consequent in waren.)
De beste liedjes werden singles dus, en dat is de reden dat de eerste lp's van de Beatles -bij vlagen- ruiken naar vulsel. Bij With The Beatles is dat euvel het grootst, en wat mij betreft is dit de minst interessante reguliere Beatles-lp, en degene waar ik het minste naar luister.
Toch, hoewel het net zoiets is als houden van een goed gesprek met een glas wijn, houd ik ook ook wel van deze plaat, althans: ik vind oprecht dat er niet door een ondergrens heen wordt gezakt. In de gegeven omstandigheden een top-lp afleveren was zelfs voor de Beatles te veel gevraagd, maar dat ze zelfs hier geen wanproduct afleveren is een sterk argument voor hun enorme talent en werklust.
De covers zijn overwegend beter gekozen dan op debuut Please Please Me: Lennon weert zich kranig op Smokey Robinsons You Really Got A Hold On Me, en McCartneys theatermomentje Till There Was You is lief en sfeervol. Money is lekker wild, en de meidenballad Please Mister Postman is melig maar swingt als de tyfus. Roll Over Beethoven is dan wel weer een misser, vooral omdat de sfeer van het nummer totaal niet past bij de stem van de zingende Beatle (Harrison).
George draagt hier ook zijn eerste zelfgeschreven liedje bij, een probeersel genaamd Don't Bother Me, dat de plaat in ieder geval niet erg naar beneden haalt, zonder uitermate briljant te zijn.
Voor hun eigen liedjes grijpen Lennon en McCartney terug op de kunstgrepen die al sinds de jaren vijftig standaard waren in de popmuziek en rock 'n' roll. All My Loving is de enige klassieker, maar ook met de opener It Won't Be Long ('Yeah! Yeah! Yeah! Yeah!'), Hold Me Tight, en het voor de Stones geschreven I Wanna Be Your Man is het leuk meezingen.
Zelf vind ik het latere werk van de Beatles stukken beter, maar er zijn natuurlijk altijd mensen die juist het poppy eerdere werk van de jongens het leukste vinden. Maar zelfs zo beoordeeld is dit hun minste plaat, vind ik. Als koopadvies aan Beatle-beginners zou ik zeker niet aanraden om met deze plaat te beginnen. Maar op onze geliefde site MusicMeter zijn er ook mensen die deze plaat hoger waarderen dan sommige van hun laatste platen. Snap ik niets van, want deze plaat mist toch wel een paar echte uitschieters. Maar lang leve de discussie enzo.
Favoriete track: It Won't Be Long
The Beatles - Yellow Submarine (1969)

3,0
0
geplaatst: 24 maart 2010, 14:59 uur
Van de officiële, onlangs geremasterde, beatles-lp's is dit de meest opmerkelijke, door de keuze die indertijd gemaakt werd om de b-kant te vullen met de orkestrale filmmuziek. Hier mag producer en componist George Martin naar hartelust de tekenfilm tot leven wekken, door met zijn orkest klassieke componisten te citeren en de Beatles zelf.
Opmerkelijk, want zoals blijkt uit de eerdere reacties bij dit album, hebben weinig Beatlefans affiniteit met het soort filmmuziek dat hier wordt gebracht: dat is toch een soort muziek wat door een beperkte groep mensen wordt gewaardeerd. Waarom dan niet, zoals bij Help!, de zes filmnummers aangevuld met nieuw materiaal tot een volwaardige lp, en de Martin-orkestraties apart uitgebracht?
Natuurlijk hadden de Beatles verder niet zoveel met deze film te maken, en de bereidheid om er goede muziek aan bij te dragen was blijkbaar laag. Buiten Martins score moeten we het doen met (logischerwijs) Yellow Submarine, en vijf outtakes uit de Sgt Pepper's - Magical Mystery Tour- periode, waarvan All You Need Is Love ook al opdook op de MMT- ep's. Die twee laatstgenoemden zijn leuke nummers, maar niet bepaald hoogvliegers in het oeuvre van de band.
De weigering om zelf iets zinnigs bij te dragen lijdt tevens voor een onevenredig groot aandeel voor George Harrison. Misschien heeft hij de meest interessante bijdrages. Only A Northern Song is klassieke chagrijnige George, en een mes dat dubbel snijdt: de Beatles kwamen uit het noorden van Engeland, waar door de inwoners van het hippe, zuidelijke Londen nogal op werd en wordt neergekeken (vergelijk hoe randstedelingen aankijken tegen Limburgers in Nederland). Maar de liedjesuitgeverij van de Beatles, waar George met tegenzin aan meedeed, heette ook Northern Song, dus kan de song meteen worden gezien als een sneer richting het minderheidsbelang dat George hierin had, en het feit dat de Beatles een klotedeal hadden gesloten wat betreft de rechten op hun liedjes. Ik doe niet eens mijn best, want het is maar een Northern Song, zingt Harrison, en iedereen probeert zo slecht mogelijk te spelen. Erg fascinerend, maar verre van een topnummer.
Dat laatste geldt eigenlijk ook voor Harrisons andere liedje hier, It's All Too Much. Veel wordt dan wel goedgemaakt door het psychedelische avontuur, wat dit nummer van een vergelijkbaar belang maakt voor de Summer Of Love-periode als, pak 'm beet, Eight Miles High van The Byrds. Liefhebbers van Harrison als solo-artiest zullen hier kunnen genieten van een belangrijk hoofdstuk in zijn ontwikkeling.
Dan hebben we nog Pauls melige maar charmante kinderliedje All Together Now, en de enige echte klapper van de plaat: Hey Bulldog, een ouderwetse rocker, geschreven door John maar met de hele band op hun meest wildenthousiast. Eén van de leukste (relatief) onbekende Beatlesnummers.
En dat is het dan: voor de Beatles was dit duidelijk een project op de achtergrond. In de Beatles-iconografie speelt Yellow Submarine wel een belangrijke rol, maar met de jongens had dat niet veel te maken. Geinig tijdsdocument, zullen we maar concluderen.
Favoriete track: Hey Bulldog
Opmerkelijk, want zoals blijkt uit de eerdere reacties bij dit album, hebben weinig Beatlefans affiniteit met het soort filmmuziek dat hier wordt gebracht: dat is toch een soort muziek wat door een beperkte groep mensen wordt gewaardeerd. Waarom dan niet, zoals bij Help!, de zes filmnummers aangevuld met nieuw materiaal tot een volwaardige lp, en de Martin-orkestraties apart uitgebracht?
Natuurlijk hadden de Beatles verder niet zoveel met deze film te maken, en de bereidheid om er goede muziek aan bij te dragen was blijkbaar laag. Buiten Martins score moeten we het doen met (logischerwijs) Yellow Submarine, en vijf outtakes uit de Sgt Pepper's - Magical Mystery Tour- periode, waarvan All You Need Is Love ook al opdook op de MMT- ep's. Die twee laatstgenoemden zijn leuke nummers, maar niet bepaald hoogvliegers in het oeuvre van de band.
De weigering om zelf iets zinnigs bij te dragen lijdt tevens voor een onevenredig groot aandeel voor George Harrison. Misschien heeft hij de meest interessante bijdrages. Only A Northern Song is klassieke chagrijnige George, en een mes dat dubbel snijdt: de Beatles kwamen uit het noorden van Engeland, waar door de inwoners van het hippe, zuidelijke Londen nogal op werd en wordt neergekeken (vergelijk hoe randstedelingen aankijken tegen Limburgers in Nederland). Maar de liedjesuitgeverij van de Beatles, waar George met tegenzin aan meedeed, heette ook Northern Song, dus kan de song meteen worden gezien als een sneer richting het minderheidsbelang dat George hierin had, en het feit dat de Beatles een klotedeal hadden gesloten wat betreft de rechten op hun liedjes. Ik doe niet eens mijn best, want het is maar een Northern Song, zingt Harrison, en iedereen probeert zo slecht mogelijk te spelen. Erg fascinerend, maar verre van een topnummer.
Dat laatste geldt eigenlijk ook voor Harrisons andere liedje hier, It's All Too Much. Veel wordt dan wel goedgemaakt door het psychedelische avontuur, wat dit nummer van een vergelijkbaar belang maakt voor de Summer Of Love-periode als, pak 'm beet, Eight Miles High van The Byrds. Liefhebbers van Harrison als solo-artiest zullen hier kunnen genieten van een belangrijk hoofdstuk in zijn ontwikkeling.
Dan hebben we nog Pauls melige maar charmante kinderliedje All Together Now, en de enige echte klapper van de plaat: Hey Bulldog, een ouderwetse rocker, geschreven door John maar met de hele band op hun meest wildenthousiast. Eén van de leukste (relatief) onbekende Beatlesnummers.
En dat is het dan: voor de Beatles was dit duidelijk een project op de achtergrond. In de Beatles-iconografie speelt Yellow Submarine wel een belangrijke rol, maar met de jongens had dat niet veel te maken. Geinig tijdsdocument, zullen we maar concluderen.
Favoriete track: Hey Bulldog
The Black Box Revelation - Set Your Head on Fire (2007)

3,5
0
geplaatst: 30 september 2009, 19:52 uur
Mensen die op zoek zijn naar een aangenaam rockplaatje voor in de auto of zo, zo'n plaatje om je vuist bij te schudden en 'yeah!' bij te roepen, een plaatje dat klinkt als White Stripes op z'n wildst (zelf vergelijken de jongens zich liever met de salonfaherigere Black Keys, maar no such luck, jongens), iedereen die dus op zoek is naar zo'n plaatje en geen geouwehoer verder: schaf dit plaatje blind aan, vrienden, je zult niet teleurgesteld zijn.
Maar omdat we op deze site nou eenmaal kritische liefhebbers (=popnerdjes) zijn, verwachten veel van ons meer dan dat van een plaat, en moet ik in mijn recensie daarmee rekening houden.
Dus constateer ik dat de piepjonge bijna-Rockrally-winnaars op hun debuut een hoop fijne liedjes aanleveren, maar wel vaak afhankelijk zijn van bluf en enthousiasme om niet in de middelmaat weg te zakken. Talent is er genoeg, maar het lijkt ze nog te ontbreken aan ervaring om liedjes te produceren die ook op de koptelefoon, bij herhaald luisteren, voor de cynische rockluisteraar, je echt raken, en blijven hangen.
Kijk naar de teksten, bijvoorbeeld. Natuurlijk hoef je voor dit soort rockmuziek geen epische verhandelingen te schrijven, maar af en toe is zanger Paternoster toch wel heel erg inspiratieloos rockcliche's aan elkaar aan het lullen.
'Love is good for you, it's true, hate is bad for you, it's true', kweelt hij op Love In Your Head, toch al het dieptepunt van de plaat door het geforceerde 'naar de dansvloer, kids!'-sfeertje.
Op Love, Love Is On My Mind vertelt Paternoster een verhaaltje over een stomende romance, met wel erg veel gelul in de ruimte helaas: ' I had a drink in the bar, took a walk on the street, and later on that night, I went back home', zingt hij.
Oh ja joh? Vertel meer!
Zoals het met de teksten is, is het ook met de riffs, de breakjes in de nummers, de refreintjes... het is vaak net iets te weinig, net iets te oppervlakkig, eerder tienerbluf dan een schreeuw vanuit de ziel.
Toch kost het me vooralsnog moeite om veel nummers van deze plaat van mijn mp3-speler af te gooien, en ik verwacht dat er een paar ook wel goed genoeg zijn om enige tijd te blijven hangen (in ieder geval Gravity Blues en Misery Box).
Zeer getalenteerd bandje, absoluut, maar dit is eerder een 'bandje om in de gaten te houden' dan ' een cd om blind aan te schaffen' (nou ja, voor cynische popnerds zoals ik althans). Maar als ze nog wat meer doorwinteren in de muziek en het leven, dan moet de volgende met gemak een viersterrenplaat worden. Of wie weet nog meer.
Maar omdat we op deze site nou eenmaal kritische liefhebbers (=popnerdjes) zijn, verwachten veel van ons meer dan dat van een plaat, en moet ik in mijn recensie daarmee rekening houden.
Dus constateer ik dat de piepjonge bijna-Rockrally-winnaars op hun debuut een hoop fijne liedjes aanleveren, maar wel vaak afhankelijk zijn van bluf en enthousiasme om niet in de middelmaat weg te zakken. Talent is er genoeg, maar het lijkt ze nog te ontbreken aan ervaring om liedjes te produceren die ook op de koptelefoon, bij herhaald luisteren, voor de cynische rockluisteraar, je echt raken, en blijven hangen.
Kijk naar de teksten, bijvoorbeeld. Natuurlijk hoef je voor dit soort rockmuziek geen epische verhandelingen te schrijven, maar af en toe is zanger Paternoster toch wel heel erg inspiratieloos rockcliche's aan elkaar aan het lullen.
'Love is good for you, it's true, hate is bad for you, it's true', kweelt hij op Love In Your Head, toch al het dieptepunt van de plaat door het geforceerde 'naar de dansvloer, kids!'-sfeertje.
Op Love, Love Is On My Mind vertelt Paternoster een verhaaltje over een stomende romance, met wel erg veel gelul in de ruimte helaas: ' I had a drink in the bar, took a walk on the street, and later on that night, I went back home', zingt hij.
Oh ja joh? Vertel meer!
Zoals het met de teksten is, is het ook met de riffs, de breakjes in de nummers, de refreintjes... het is vaak net iets te weinig, net iets te oppervlakkig, eerder tienerbluf dan een schreeuw vanuit de ziel.
Toch kost het me vooralsnog moeite om veel nummers van deze plaat van mijn mp3-speler af te gooien, en ik verwacht dat er een paar ook wel goed genoeg zijn om enige tijd te blijven hangen (in ieder geval Gravity Blues en Misery Box).
Zeer getalenteerd bandje, absoluut, maar dit is eerder een 'bandje om in de gaten te houden' dan ' een cd om blind aan te schaffen' (nou ja, voor cynische popnerds zoals ik althans). Maar als ze nog wat meer doorwinteren in de muziek en het leven, dan moet de volgende met gemak een viersterrenplaat worden. Of wie weet nog meer.
The Black Keys - Thickfreakness (2003)

3,5
0
geplaatst: 23 januari 2021, 13:50 uur
Deze plaat heb ik heel lang geleden op vinyl gekocht (Fat Possum 80371-1). Ik weet niet eens of ik destijds al een platenspeler had, maar ik vond dat toen cool, of zo? Net zo cool als de oude platen van The Black Keys, nog met die amateuristische rauwheid die ik, hoewel ik ze hun rocksterrenstatus van harte gun, een beetje mis op hun latere platen.
De lp stelde me destijds wat teleur: ik vond het geluid maar dof. Was dit nou dat vermaarde vinylgeluid waar oudere muziekliefhebbers zo opgewonden van werden? Jarenlang niet gedraaid, en toen ik hem net weer opzette, in het kader van een opschoning van de lp-kast, verwachtte ik dat deze op de 'wegdoen'-stapel zou belanden.
Dat gaat toch niet gebeuren. Met een paar jaar luisterervaring meer, vermoed ik dat dofheid komt door de DIY-opnametechniek die werd gebruikt. Hoort ook wel bij de charme van de plaat, denk ik nu, en met dat in gedachten is de geluidsmix eigenlijk uitstekend: stoere, krachtige riffs, beukende, droge drums en de zinderende bluesjank van Dan Auerbach, alles in zijn puurste vorm.
Ik gooi de waardering voor de plaat op zich wel een half puntje omlaag, naar 3,5*. The Black Keys stonden, althans in deze fase van hun loopbaan, wel héél erg steeds op hetzelfde standje, waardoor zeker op de b-kant het 'meh'-gevoel een beetje toeslaat. Maar de lp blijkt eigenlijk bijzonder aangenaam op een regenachtige zaterdagmorgen, en wordt hierbij verplaatst naar de categorie 'te bewaren.'
De lp stelde me destijds wat teleur: ik vond het geluid maar dof. Was dit nou dat vermaarde vinylgeluid waar oudere muziekliefhebbers zo opgewonden van werden? Jarenlang niet gedraaid, en toen ik hem net weer opzette, in het kader van een opschoning van de lp-kast, verwachtte ik dat deze op de 'wegdoen'-stapel zou belanden.
Dat gaat toch niet gebeuren. Met een paar jaar luisterervaring meer, vermoed ik dat dofheid komt door de DIY-opnametechniek die werd gebruikt. Hoort ook wel bij de charme van de plaat, denk ik nu, en met dat in gedachten is de geluidsmix eigenlijk uitstekend: stoere, krachtige riffs, beukende, droge drums en de zinderende bluesjank van Dan Auerbach, alles in zijn puurste vorm.
Ik gooi de waardering voor de plaat op zich wel een half puntje omlaag, naar 3,5*. The Black Keys stonden, althans in deze fase van hun loopbaan, wel héél erg steeds op hetzelfde standje, waardoor zeker op de b-kant het 'meh'-gevoel een beetje toeslaat. Maar de lp blijkt eigenlijk bijzonder aangenaam op een regenachtige zaterdagmorgen, en wordt hierbij verplaatst naar de categorie 'te bewaren.'
The Devil's Blood - The Time of No Time Evermore (2009)

3,5
0
geplaatst: 22 juli 2010, 14:10 uur
Knappe rockplaat, waarop vooral de zangpartijen bewondering afdwingen. Voegt echter niets toe aan de bekende tradities (of mogen we zelfs zeggen clichés) van de klassieke hardrock, en kan daarom moeilijk essentieel worden genoemd.
Alle liefhebbers van het genre zullen desondanks veel plezier beleven aan deze cd.
Alle liefhebbers van het genre zullen desondanks veel plezier beleven aan deze cd.
The Doors - The Doors (1967)

4,0
0
geplaatst: 5 december 2010, 16:29 uur
Indrukwekkend debuut van deze legendes, waarbij vooral de honger en intensiteit van Morrisons vocalen positief opvalt, net als het feit dat de band al erg goed op elkaar is ingespeeld. Met singles als Break On Through, Light My Fire en The Crystal Ship, evenals de passend grot(esk)e afsluiter The End, weet de band al een aantal klassiekers op tape te krijgen waar andere debuterende bandjes door de eeuwen heen alleen maar stikjaloers op kunnen zijn.
Staat tegenover dat The Doors op albumtracks als Back Door Man en Take It As It Comes wel de neiging heeft op dezelfde stilistische trucjes terug te vallen: de variatie tussen sommige nummers had van mij wel iets groter mogen zijn.
Een legende begint hier: jonge luisteraars die een zoektocht beginnen door de krochten van de rockmuziek zullen op een bepaald moment worden geconfronteerd met deze band. Zelf kreeg ik op de middelbare school een Best Of van de band in mijn handen geduwd (nog op cassettebandje, kun je nagaan...), wat het begin was van een korte maar hevige Doors-verslaving. Dat is inmiddels wel ietsje gezakt, en de vraag waar de muzikale waardering ophoudt en de fascinatie voor de Mythe Genaamd Morrison begint is misschien een terechte. In dat verband is hun debuut misschien niet de beste lp ooit, maar zeker een bewijs dat niet alleen het verhaal om de band, maar ook de muziek de tand des tijds heeft weten te overleven.
Staat tegenover dat The Doors op albumtracks als Back Door Man en Take It As It Comes wel de neiging heeft op dezelfde stilistische trucjes terug te vallen: de variatie tussen sommige nummers had van mij wel iets groter mogen zijn.
Een legende begint hier: jonge luisteraars die een zoektocht beginnen door de krochten van de rockmuziek zullen op een bepaald moment worden geconfronteerd met deze band. Zelf kreeg ik op de middelbare school een Best Of van de band in mijn handen geduwd (nog op cassettebandje, kun je nagaan...), wat het begin was van een korte maar hevige Doors-verslaving. Dat is inmiddels wel ietsje gezakt, en de vraag waar de muzikale waardering ophoudt en de fascinatie voor de Mythe Genaamd Morrison begint is misschien een terechte. In dat verband is hun debuut misschien niet de beste lp ooit, maar zeker een bewijs dat niet alleen het verhaal om de band, maar ook de muziek de tand des tijds heeft weten te overleven.
The J. Geils Band - Bloodshot (1973)

4,0
0
geplaatst: 14 januari 2011, 21:44 uur
'Ain't nuthin' but a house party....'
Ja, jongens, doe maar alsof het niets is, een feestje bouwen. Zelf zit ik niet in een band, maar als alleen al een paar handjesvol vrienden op bezoek komt voor mijn verjaardag kost kost het mij al uren hoofdbrekers. Hoeveel bier te kopen? Wat voor soort chips en kaas? Wat moet er op de playlist? Enzovoorts.
Buiten dat, in deze wereld vol deprimerende krantenkoppen moeten we bandjes die een fatsoenlijk feestje kunnen bouwen koesteren. Lekker bier drinken en meezingen,er is iets voor te zeggen: 'I see your hiney/ it's nice and shiny/ don't try to hide it/ you'll know I'll buy it.' Zo simpel kan het soms zijn.
Waarmee ik meteen heel achterbaks een mogelijk nadeel ter sprake heb gebracht van het album Bloodshot van de J. Geils Band. Is dit vooral niet muziek die je live wilt horen, of in ieder geval als onderdeel van een uitgelaten menigte? Zou deze band in hun tijd niet eerder een soort festivalband zijn geweest, zeg maar de Gogol Bordello van de jaren zeventigrock? Wat blijft er over van dit soort uitgelaten R & B als je het thuis, over je koptelefoon beluistert?
Precies om die reden had ik verwacht 3,5 sterren te geven aan deze plaat. De ultieme laffe waardering, een vluchtheuvelwaardering die je gebruikt voor albums die je niet echt wilt aanraden, maar ook niet echt wil afkraken. Misschien heb ik de plaat daarmee tijdens de eerste luisterbeurten tekortgedaan, althans, het is uiteindelijk vier sterren geworden. Dat betekent dat ik deze plaat toch wel warm aanbeveel, aan degenen die het genre kunnen uitstaan. Die jongens kunnen namelijk toch wel erg goed spelen en, wat minstens zo belangrijk is, ze kunnen enorm goed met elkaar spelen. Bloodshot is duidelijk met plezier gemaakt, door een band die hun klassiekers kent.
Maar is vier sterren dan weer niet een overwaardering? Immers, The J. Geils Band uit zich in de meest platgetrapte muzikale clichés, en dan zal ik de songteksten nog een kritische analyse besparen. En de hele plaat lang vergelijkbare bluesthema´s wordt ook niet zozeer ergelijk als wel steeds minder boeiend.
Dat ik nou heb kunnen zeggen dat ik naar ijzingwekkende hoogtes werd gelanceerd door de muziek op deze plaat, nou nee... Dus, wat te vinden?
Poeh, wat een dilemma's allemaal. Gelukkig heb ik een pilsje opengetrokken en staat er lekkere rock 'n' roll op de achtergrond aan.
'I've been working all week, been working all day
Now I've got the time to slip away...'
Hij is fijn zo.
Ja, jongens, doe maar alsof het niets is, een feestje bouwen. Zelf zit ik niet in een band, maar als alleen al een paar handjesvol vrienden op bezoek komt voor mijn verjaardag kost kost het mij al uren hoofdbrekers. Hoeveel bier te kopen? Wat voor soort chips en kaas? Wat moet er op de playlist? Enzovoorts.
Buiten dat, in deze wereld vol deprimerende krantenkoppen moeten we bandjes die een fatsoenlijk feestje kunnen bouwen koesteren. Lekker bier drinken en meezingen,er is iets voor te zeggen: 'I see your hiney/ it's nice and shiny/ don't try to hide it/ you'll know I'll buy it.' Zo simpel kan het soms zijn.
Waarmee ik meteen heel achterbaks een mogelijk nadeel ter sprake heb gebracht van het album Bloodshot van de J. Geils Band. Is dit vooral niet muziek die je live wilt horen, of in ieder geval als onderdeel van een uitgelaten menigte? Zou deze band in hun tijd niet eerder een soort festivalband zijn geweest, zeg maar de Gogol Bordello van de jaren zeventigrock? Wat blijft er over van dit soort uitgelaten R & B als je het thuis, over je koptelefoon beluistert?
Precies om die reden had ik verwacht 3,5 sterren te geven aan deze plaat. De ultieme laffe waardering, een vluchtheuvelwaardering die je gebruikt voor albums die je niet echt wilt aanraden, maar ook niet echt wil afkraken. Misschien heb ik de plaat daarmee tijdens de eerste luisterbeurten tekortgedaan, althans, het is uiteindelijk vier sterren geworden. Dat betekent dat ik deze plaat toch wel warm aanbeveel, aan degenen die het genre kunnen uitstaan. Die jongens kunnen namelijk toch wel erg goed spelen en, wat minstens zo belangrijk is, ze kunnen enorm goed met elkaar spelen. Bloodshot is duidelijk met plezier gemaakt, door een band die hun klassiekers kent.
Maar is vier sterren dan weer niet een overwaardering? Immers, The J. Geils Band uit zich in de meest platgetrapte muzikale clichés, en dan zal ik de songteksten nog een kritische analyse besparen. En de hele plaat lang vergelijkbare bluesthema´s wordt ook niet zozeer ergelijk als wel steeds minder boeiend.
Dat ik nou heb kunnen zeggen dat ik naar ijzingwekkende hoogtes werd gelanceerd door de muziek op deze plaat, nou nee... Dus, wat te vinden?
Poeh, wat een dilemma's allemaal. Gelukkig heb ik een pilsje opengetrokken en staat er lekkere rock 'n' roll op de achtergrond aan.
'I've been working all week, been working all day
Now I've got the time to slip away...'
Hij is fijn zo.
The Jazz Messengers - Hard Bop (1956)

3,5
3
geplaatst: 26 augustus 2021, 22:08 uur
Met Art Blakey (drums); Jackie McLean (altsax); Bill Hardman (trompet); Sam Dockery (piano); 'Spanky' DeBrest (bas)
Wat er op de hoes staat is what you get: bluesy, pulserende hardbop, gemaakt door de band die bijna synoniem is met die term. In een opstelling die misschien wat minder tot de verbeelding spreekt dan vorige (Hank Mobley, Horace Silver), of komende (Lee Morgan, Wayne Shorter) incarnaties van de band. Buiten McLean zijn al deze muzikanten vooral bekend van hun tijd in de Jazz Messengers.
De line-up bestond niet heel lang maar was wel bijzonder productief: In minder dan een jaar tijd werd met min of meer dezelfde samenstelling (McLean werd na een paar maanden vervangen door Johnny Griffin) genoeg materiaal opgenomen voor acht lp's, waarvan dit de eerste is. Fijne band met een goede jonge honden-energie, en een uitblinkende McLean. Zijn signature tune 'Little Melonae' en een versie van 'Stella by Starlight' waarvan het stoom werkelijk op de ruiten komt te staan zijn de sterke troeven van de plaat.
Wat er op de hoes staat is what you get: bluesy, pulserende hardbop, gemaakt door de band die bijna synoniem is met die term. In een opstelling die misschien wat minder tot de verbeelding spreekt dan vorige (Hank Mobley, Horace Silver), of komende (Lee Morgan, Wayne Shorter) incarnaties van de band. Buiten McLean zijn al deze muzikanten vooral bekend van hun tijd in de Jazz Messengers.
De line-up bestond niet heel lang maar was wel bijzonder productief: In minder dan een jaar tijd werd met min of meer dezelfde samenstelling (McLean werd na een paar maanden vervangen door Johnny Griffin) genoeg materiaal opgenomen voor acht lp's, waarvan dit de eerste is. Fijne band met een goede jonge honden-energie, en een uitblinkende McLean. Zijn signature tune 'Little Melonae' en een versie van 'Stella by Starlight' waarvan het stoom werkelijk op de ruiten komt te staan zijn de sterke troeven van de plaat.
The Jimi Hendrix Experience - Axis: Bold as Love (1967)

4,0
0
geplaatst: 21 januari 2010, 23:32 uur
Deze plaat ligt op een stapeltje klassieke rockplaten waar ik nooit eerder voor ben gaan zitten, en de eerste keer dat ik hem draaide dacht ik vooral, Jimi, Jimi, Jimi, wat ben je toch een weirdo.
Maar:
Op datzelfde stapeltje liggen ook platen van The Rolling Stones en Led Zeppelin, en in vergelijking daarmee moet ik toegeven dat Axis: Bold As Love veruit de plaat is waarop ik het makkelijkst verliefd ben geworden.
Interessant aan deze plaat is dat ze Jimi Hendrix nog steeds probeerden te dwingen in een pop/rock-hoekje te passen (nummers van drie minuten of minder, etc.), en dat hij zich daar steeds minder van begon aan te trekken. Die balans levert een mooie spanning op, die deze plaat zowel compact en poppy maakt, als weids en avontuurlijk.
Mijn favoriete nummer tot dusver is Castles Made Of Sand, maar deze plaat en ik hebben nog een lange weg af te leggen samen.
Verder heeft Mume-gebruiker aERodynamIC in de afgelopen dagen een recensie bij een album geplaatst, waarin hij zei dat alles wat hij over die plaat zou willen zeggen al in mijn recensie was gezegd.
Ik was daar erg door gevleid, en in dit geval is het omgekeerde toevallig van toepassing, dus laat het gezegd zijn: een paar pagina's terug staat een recensie van aERodynamIC die wel zo'n beetje alles zegt wat ik over deze plaat zou willen zeggen.
Ik wil het alleen nog even hartgrondig eens zijn met de opmerking van aERo dan het niet alleen Hendrix is die puik werk levert op deze plaat, maar ook de ritmesectie van The Experience (vooral Mitchell!)
Verder kan ik doorverwijzen naar aERo's stuk, en mijn eigen recensie een keertje relatief kort houden.
Maar:
Op datzelfde stapeltje liggen ook platen van The Rolling Stones en Led Zeppelin, en in vergelijking daarmee moet ik toegeven dat Axis: Bold As Love veruit de plaat is waarop ik het makkelijkst verliefd ben geworden.
Interessant aan deze plaat is dat ze Jimi Hendrix nog steeds probeerden te dwingen in een pop/rock-hoekje te passen (nummers van drie minuten of minder, etc.), en dat hij zich daar steeds minder van begon aan te trekken. Die balans levert een mooie spanning op, die deze plaat zowel compact en poppy maakt, als weids en avontuurlijk.
Mijn favoriete nummer tot dusver is Castles Made Of Sand, maar deze plaat en ik hebben nog een lange weg af te leggen samen.
Verder heeft Mume-gebruiker aERodynamIC in de afgelopen dagen een recensie bij een album geplaatst, waarin hij zei dat alles wat hij over die plaat zou willen zeggen al in mijn recensie was gezegd.
Ik was daar erg door gevleid, en in dit geval is het omgekeerde toevallig van toepassing, dus laat het gezegd zijn: een paar pagina's terug staat een recensie van aERodynamIC die wel zo'n beetje alles zegt wat ik over deze plaat zou willen zeggen.
Ik wil het alleen nog even hartgrondig eens zijn met de opmerking van aERo dan het niet alleen Hendrix is die puik werk levert op deze plaat, maar ook de ritmesectie van The Experience (vooral Mitchell!)
Verder kan ik doorverwijzen naar aERo's stuk, en mijn eigen recensie een keertje relatief kort houden.
The John Coltrane Quartet - Africa / Brass (1961)

4,5
0
geplaatst: 1 september 2010, 14:42 uur
Het titelnummer is perfect: zestien minuten lang avontuur op de savanne, terug naar de wildernis, pure passie en muzikaliteit.
'Greensleeves' is erg goed, hoewel ik persoonlijk liever de liveversies hoor op 'Village Vanguard 1961' omdat McCoy Tyners pianosolo's (voor mij het hoogtepunt van het nummer) toch wel een beetje naar de achtergrond worden gedrongen hier door het teveel aan blazers.
Blues Minor: klinkt standaard, is het ook wel. Conventioneel maar prima nummer, waar ouderwets lekker op wordt getoeterd.
Heerlijke plaat.
'Greensleeves' is erg goed, hoewel ik persoonlijk liever de liveversies hoor op 'Village Vanguard 1961' omdat McCoy Tyners pianosolo's (voor mij het hoogtepunt van het nummer) toch wel een beetje naar de achtergrond worden gedrongen hier door het teveel aan blazers.
Blues Minor: klinkt standaard, is het ook wel. Conventioneel maar prima nummer, waar ouderwets lekker op wordt getoeterd.
Heerlijke plaat.
The Kinks - Are the Village Green Preservation Society (1968)
Alternatieve titel: The Kinks Are the Village Green Preservation Society

4,5
1
geplaatst: 19 januari 2010, 16:09 uur
In het cd-boekje wordt Kinks-genie Ray Davies geciteerd, trots snoevend over hoe dapper en tegendraads zijn bandje wel niet was door in 1968 uitgerekend deze plaat uit te brengen:
‘Terwijl iedereen het had over love, peace and San Francisco, (…) en dacht dat het hip was om lsd te gebruiken, zongen de Kinks over uit het oog verloren vrienden, bier van de tap, motorrijders, boze heksen en vliegende katten.’
(vert. s-v)
Ach, een beetje historisch revisionisme moet kunnen, nietwaar Ray? Zo revolutionair was je nou ook weer niet, hoor. Er waren in die tijd genoeg bands die zich lieten inspireren door het leven van alledag of door Britse folkthema’s, en die invloeden waren in 1968 al lang gemeengoed, tot aan de Beatles toe.
Dat wil niet zeggen dat The Village Green een onopvallende of middelmatige plaat is, want het is geen van beide. Het punt is alleen dat als mensen willen uitleggen waarom een plaat bijzonder is, ze al snel beginnen over hoe ‘bijzonder’ en ‘orgineel’ de muziek wel niet is.
‘Bob Dylan schreef als eerste poëtische teksten!’
‘Queen maakte de eerste videoclip!’
Meestal zijn dat soort beweringen onzin, en is het met een beetje zoekwerk makkelijk om een vroeger voorbeeld te vinden. De ‘eerste’ blijkt vaak een vergeten bluesneger te zijn, of een laborant in een of ander geluidslaboratorium. En die hebben het dan weer gejat van een nooit opgenomen kunstenaar, die in feite een traditie voortzette die terug gaat tot in de steentijd, enzovoorts.
Mensen zeggen vaak dat muziek ‘origineel’ moet zijn, als ze juist bedoelen: authentiek, individualistisch, en zonder al te veel clichés, wat iets anders betekent. Toch weigert het misverstand hardnekkig uit te sterven dat het de taak is van de artiest om iets volkomen nieuws te doen.
Ook in de popmuziek wordt volop gejaagd op die heilige graal die originaliteit heet, waardoor er per jaar honderden platen op de markt komen met veel te lange nummers en halfbakken geluidsexperimenten.
De taak van maker van een popliedje is natuurlijk bijna het tegenovergestelde. Het perfecte popliedje gaat eerder terug tot de basis, dan dat het nieuw terrein verkent. Vaak worden kinderliedjes genoemd als uitgangspunt: ‘Zijn liedjes zijn net zo aanstekelijk als kinderliedjes,’ wordt er gezegd over succesvolle songschrijvers.
Dus is dat het geheim van het goede popliedje, dat het een kinderliedje moet zijn? Dat klopt ook weer niet, want ik zie nooit in de kroeg mensen uit hun dak gaan op Ozewiezewooze.
Dit alles brengt me bij de cd-versie van The Kinks Are The Village Green Preservation Society die ik heb aangeschaft (15 nummers mono, 12 nummers stereo, monosingle van Days, totaal 28 nummers).
Davies gaat redelijk ver in het versimpelen van het ambacht van liedjes schrijven. Sommige liedjes van deze plaat, zoals Phenomenal Cat, zou je ook echt kunnen zingen met een groep kleuters (mits die Engels spreken).
Behalve over bier van de tap en boze heksen vertelt Davies ons op deze quasi-conceptplaat over de arrogante houding van het hemelgewelf, fotoboeken, het verlangen om in een stal te gaan wonen, en de club van mensen die Engels praten als Sherlock Holmes. En ook over uit het oog verloren vrienden, nostalgie, liefde en slechte meisjes.
De melodieën zijn geschreven in de meest elementaire toonladders denkbaar en de refreintjes gaan niet zelden van je 'la, la, la.'
Ongetwijfeld gaat dit alles een struikelblok vormen voor mensen die hun popmuziek heel erg serieus nemen.
Je zou ook verwachten dat een plaat met zoveel melige en simpele liedjes na een paar luisterbeurten zou gaan vervelen, maar het tegenovergestelde gebeurt: bij elke luisterbeurt vind ik de liedjes wijzer, de melodieën rijker, en de arrangementen diepgaander. Liedjes die ik bij de eerste luisterbeurt een beetje stompzinnig vond, koester ik nu.
De uitgekooktheid van Ray Davies en de heerlijke teksten hebben hier zeker iets mee te maken, maar er mag ook wel een keer gezegd worden dat The Kinks gewoon een geweldig bandje was, bestaande uit jongens die echt konden spelen, en dat in dienst konden stellen van het liedje. Luister maar naar de vocale harmonie in het titelnummer, de lekkere bluesriffs van Last Of The Steam-Powered Trains, of de gruizige gitaren van Wicked Annabella, om maar een paar voorbeelden te noemen.
En dan nog de teksten van Davies, die kinderachtig lijken maar blijven jeuken in je brein, bijvoorbeeld als hij op Do You Remember Walter mijmert over een uit het oog verloren jeugdvriend: ‘I bet you’re fat and married/ and you’re always home in bed by half past eight/ (…) Yes people often change/ but memories of people can remain.’
Verslavende topplaat, die elke pop/rockliefhebber in huis zou moeten hebben.
‘Terwijl iedereen het had over love, peace and San Francisco, (…) en dacht dat het hip was om lsd te gebruiken, zongen de Kinks over uit het oog verloren vrienden, bier van de tap, motorrijders, boze heksen en vliegende katten.’
(vert. s-v)
Ach, een beetje historisch revisionisme moet kunnen, nietwaar Ray? Zo revolutionair was je nou ook weer niet, hoor. Er waren in die tijd genoeg bands die zich lieten inspireren door het leven van alledag of door Britse folkthema’s, en die invloeden waren in 1968 al lang gemeengoed, tot aan de Beatles toe.
Dat wil niet zeggen dat The Village Green een onopvallende of middelmatige plaat is, want het is geen van beide. Het punt is alleen dat als mensen willen uitleggen waarom een plaat bijzonder is, ze al snel beginnen over hoe ‘bijzonder’ en ‘orgineel’ de muziek wel niet is.
‘Bob Dylan schreef als eerste poëtische teksten!’
‘Queen maakte de eerste videoclip!’
Meestal zijn dat soort beweringen onzin, en is het met een beetje zoekwerk makkelijk om een vroeger voorbeeld te vinden. De ‘eerste’ blijkt vaak een vergeten bluesneger te zijn, of een laborant in een of ander geluidslaboratorium. En die hebben het dan weer gejat van een nooit opgenomen kunstenaar, die in feite een traditie voortzette die terug gaat tot in de steentijd, enzovoorts.
Mensen zeggen vaak dat muziek ‘origineel’ moet zijn, als ze juist bedoelen: authentiek, individualistisch, en zonder al te veel clichés, wat iets anders betekent. Toch weigert het misverstand hardnekkig uit te sterven dat het de taak is van de artiest om iets volkomen nieuws te doen.
Ook in de popmuziek wordt volop gejaagd op die heilige graal die originaliteit heet, waardoor er per jaar honderden platen op de markt komen met veel te lange nummers en halfbakken geluidsexperimenten.
De taak van maker van een popliedje is natuurlijk bijna het tegenovergestelde. Het perfecte popliedje gaat eerder terug tot de basis, dan dat het nieuw terrein verkent. Vaak worden kinderliedjes genoemd als uitgangspunt: ‘Zijn liedjes zijn net zo aanstekelijk als kinderliedjes,’ wordt er gezegd over succesvolle songschrijvers.
Dus is dat het geheim van het goede popliedje, dat het een kinderliedje moet zijn? Dat klopt ook weer niet, want ik zie nooit in de kroeg mensen uit hun dak gaan op Ozewiezewooze.
Dit alles brengt me bij de cd-versie van The Kinks Are The Village Green Preservation Society die ik heb aangeschaft (15 nummers mono, 12 nummers stereo, monosingle van Days, totaal 28 nummers).
Davies gaat redelijk ver in het versimpelen van het ambacht van liedjes schrijven. Sommige liedjes van deze plaat, zoals Phenomenal Cat, zou je ook echt kunnen zingen met een groep kleuters (mits die Engels spreken).
Behalve over bier van de tap en boze heksen vertelt Davies ons op deze quasi-conceptplaat over de arrogante houding van het hemelgewelf, fotoboeken, het verlangen om in een stal te gaan wonen, en de club van mensen die Engels praten als Sherlock Holmes. En ook over uit het oog verloren vrienden, nostalgie, liefde en slechte meisjes.
De melodieën zijn geschreven in de meest elementaire toonladders denkbaar en de refreintjes gaan niet zelden van je 'la, la, la.'
Ongetwijfeld gaat dit alles een struikelblok vormen voor mensen die hun popmuziek heel erg serieus nemen.
Je zou ook verwachten dat een plaat met zoveel melige en simpele liedjes na een paar luisterbeurten zou gaan vervelen, maar het tegenovergestelde gebeurt: bij elke luisterbeurt vind ik de liedjes wijzer, de melodieën rijker, en de arrangementen diepgaander. Liedjes die ik bij de eerste luisterbeurt een beetje stompzinnig vond, koester ik nu.
De uitgekooktheid van Ray Davies en de heerlijke teksten hebben hier zeker iets mee te maken, maar er mag ook wel een keer gezegd worden dat The Kinks gewoon een geweldig bandje was, bestaande uit jongens die echt konden spelen, en dat in dienst konden stellen van het liedje. Luister maar naar de vocale harmonie in het titelnummer, de lekkere bluesriffs van Last Of The Steam-Powered Trains, of de gruizige gitaren van Wicked Annabella, om maar een paar voorbeelden te noemen.
En dan nog de teksten van Davies, die kinderachtig lijken maar blijven jeuken in je brein, bijvoorbeeld als hij op Do You Remember Walter mijmert over een uit het oog verloren jeugdvriend: ‘I bet you’re fat and married/ and you’re always home in bed by half past eight/ (…) Yes people often change/ but memories of people can remain.’
Verslavende topplaat, die elke pop/rockliefhebber in huis zou moeten hebben.
The Kinks - Muswell Hillbillies (1971)

3,5
0
geplaatst: 8 augustus 2020, 22:35 uur
Hun eerste plaat voor een Amerikaans label, en meer dan de vaak genoemde country-invloeden, zijn het de liefdesverklaringen naar R&B (in de ouderwetse zin van het woord) die de dienst uitmaken. Tegelijkertijd, en misschien wel om de balans te bewaken, zoekt Ray Davies zoals altijd de Engelse kneuterigheid op, die van kopjes thee in de keuken, familieleden die hun school niet hebben afgemaakt, en vrolijk geroddel in de plaatselijke 'pub'.
Het is eigenlijk wat de Kinks al deden op de meeste van hun vermaarde singles uit de jaren zestig, en op de drie semi-conceptplaten die aan dit album voorafgingen. Muswell Hillbillies is ook niet per se slechter of minder origineel dan dat eerdere werk.
Wel lijdt de plaat een beetje onder het gevoel dat de band zijn jonge honden-energie kwijt begint te raken, en zich iets té comfortabel begint te voelen in de stijl die ze voor zichzelf hebben gevonden. Dit hoeft heerlijke songs als 'Skin and Bone' en 'Complicated Life' niet in de weg te zitten, uiteraard.
Het is eigenlijk wat de Kinks al deden op de meeste van hun vermaarde singles uit de jaren zestig, en op de drie semi-conceptplaten die aan dit album voorafgingen. Muswell Hillbillies is ook niet per se slechter of minder origineel dan dat eerdere werk.
Wel lijdt de plaat een beetje onder het gevoel dat de band zijn jonge honden-energie kwijt begint te raken, en zich iets té comfortabel begint te voelen in de stijl die ze voor zichzelf hebben gevonden. Dit hoeft heerlijke songs als 'Skin and Bone' en 'Complicated Life' niet in de weg te zitten, uiteraard.
The Lawrence Marable Quartet - Tenorman (1956)

3,5
1
geplaatst: 8 juli 2023, 11:19 uur
Met: Lawrence Marble (drums); James Clay (tenorsax); Sonny Clark (piano); Jimmy Bond (bas)
Op een instagramaccount gewijd aan jazzplaten dat ik volg, werd deze een paar maanden geleden als een 'sleeper classic' getipt. Rond diezelfde tijd voegde AOVV deze toe op Musicmeter dus wellicht volgen we dezelfde socials.
Hoe dan ook, een plaatje dat obscuur genoeg is om geen Wikipedia-pagina te hebben, met redelijk onbekende spelers. Voor zover ik het kon nazoeken, is iedereen die er iets over op het internet heeft gezet superenthousiast, en doet de enige originele persing die op Discogs wordt aangeboden meer dan 1000 euro.
Alleen pianist Clark is een echt 'grote naam', hij treedt hier ook zo'n beetje als tweede bandleider op en draagt als enige ook composities bij (drie stuks). De plaat kwam echter uit op naam van de drummer terwijl de mij totaal onbekende saxofonist James Clay dan weer met hoes en albumtitel in het zonnetje wordt gezet. Ik zag Clay ergens vergeleken worden met Lester Young, maar voor mij klinkt hij meer als een typische Sonny Rollins-achtige saxofonist uit 1956.
Dat geldt ook voor de rest van de plaat, liefhebbers van hardbop uit deze periode kunnen zich hier absoluut geen buil aan vallen. Sterker nog, binnen het genre is dit eigenlijk wel een uitschieter. Als dat niet helemaal uit mijn score blijkt, komt dat vooral omdat ik de laatste jaren misschien een beetje te veel van dit soort platen heb beluisterd.
Op een instagramaccount gewijd aan jazzplaten dat ik volg, werd deze een paar maanden geleden als een 'sleeper classic' getipt. Rond diezelfde tijd voegde AOVV deze toe op Musicmeter dus wellicht volgen we dezelfde socials.
Hoe dan ook, een plaatje dat obscuur genoeg is om geen Wikipedia-pagina te hebben, met redelijk onbekende spelers. Voor zover ik het kon nazoeken, is iedereen die er iets over op het internet heeft gezet superenthousiast, en doet de enige originele persing die op Discogs wordt aangeboden meer dan 1000 euro.
Alleen pianist Clark is een echt 'grote naam', hij treedt hier ook zo'n beetje als tweede bandleider op en draagt als enige ook composities bij (drie stuks). De plaat kwam echter uit op naam van de drummer terwijl de mij totaal onbekende saxofonist James Clay dan weer met hoes en albumtitel in het zonnetje wordt gezet. Ik zag Clay ergens vergeleken worden met Lester Young, maar voor mij klinkt hij meer als een typische Sonny Rollins-achtige saxofonist uit 1956.
Dat geldt ook voor de rest van de plaat, liefhebbers van hardbop uit deze periode kunnen zich hier absoluut geen buil aan vallen. Sterker nog, binnen het genre is dit eigenlijk wel een uitschieter. Als dat niet helemaal uit mijn score blijkt, komt dat vooral omdat ik de laatste jaren misschien een beetje te veel van dit soort platen heb beluisterd.
The Max Roach Trio Featuring The Legendary Hasaan - The Max Roach Trio Featuring the Legendary Hasaan (1965)

3,5
2
geplaatst: 11 september 2021, 14:30 uur
Met: Hasaan Ibn Ali (piano); Art Davis (bas); Max Roach (drums)
Hoe 'legendary' Hasaan Ibn Ali ook geweest moge zijn, een groot oeuvre heeft hij niet nagelaten. Sterker nog, dit was tot voor kort zijn enige studioplaat. Eerder dit jaar kwam daar nog Metaphysics: The Lost Atlantic Album bij (nog niet op MuMe toegevoegd), een opgepoetste versie van een latere studiosessie (1965) waarvan de oorspronkelijke mastertapes verloren waren bij een brand.
Het 'legendary' slaat kennelijk vooral op zijn status als cultfiguur in thuisstad Philadelphia, waar hij wordt gezien als enige invloed op de lokale jazz-scene (o.a. John Coltrane, McCoy Tyner), voordat Roach hem in december 1964 voor het eerst mee de studio inneemt. Hij is dan al 33 jaar oud, en zou daarna snel weer in de vergetelheid raken. Daar bevindt hij zich nog steeds als hij in 1980 overlijdt.
We horen een pianist in de typische bop-traditie: Elmo Hope schijnt zijn grootste invloed te zijn (wat misschien doorwerkt in de titel van de derde track). In ieder geval heeft Hasaan een soortgelijke, Monk-achtige stijl, waar de interessante ideeën elkaar in hoog tempo en vol virtuositeit opvolgen, maar waarin het soms een beetje moeilijk is een coherente bedoeling of duidelijke emotie te ontdekken.
Met twee niet bepaald grijze muisjes op bas en drum wordt het soms een beetje een ratjetoe, een plaat die me wel boeit maar waar de vermoeidheid na een paar nummers ook wel bij me toeslaat. Had Ibn Ali iets meer vlieguren in de studio kunnen maken, of het trio iets meer tijd genomen om de arrangementen uit te werken op deze nummers (allemaal originals van de hand van de pianist) dan was er toch misschien iets uitgekomen dat ik van voor naar achteren met plezier luisterde, in plaats van bij vlagen geboeid.
Hoe 'legendary' Hasaan Ibn Ali ook geweest moge zijn, een groot oeuvre heeft hij niet nagelaten. Sterker nog, dit was tot voor kort zijn enige studioplaat. Eerder dit jaar kwam daar nog Metaphysics: The Lost Atlantic Album bij (nog niet op MuMe toegevoegd), een opgepoetste versie van een latere studiosessie (1965) waarvan de oorspronkelijke mastertapes verloren waren bij een brand.
Het 'legendary' slaat kennelijk vooral op zijn status als cultfiguur in thuisstad Philadelphia, waar hij wordt gezien als enige invloed op de lokale jazz-scene (o.a. John Coltrane, McCoy Tyner), voordat Roach hem in december 1964 voor het eerst mee de studio inneemt. Hij is dan al 33 jaar oud, en zou daarna snel weer in de vergetelheid raken. Daar bevindt hij zich nog steeds als hij in 1980 overlijdt.
We horen een pianist in de typische bop-traditie: Elmo Hope schijnt zijn grootste invloed te zijn (wat misschien doorwerkt in de titel van de derde track). In ieder geval heeft Hasaan een soortgelijke, Monk-achtige stijl, waar de interessante ideeën elkaar in hoog tempo en vol virtuositeit opvolgen, maar waarin het soms een beetje moeilijk is een coherente bedoeling of duidelijke emotie te ontdekken.
Met twee niet bepaald grijze muisjes op bas en drum wordt het soms een beetje een ratjetoe, een plaat die me wel boeit maar waar de vermoeidheid na een paar nummers ook wel bij me toeslaat. Had Ibn Ali iets meer vlieguren in de studio kunnen maken, of het trio iets meer tijd genomen om de arrangementen uit te werken op deze nummers (allemaal originals van de hand van de pianist) dan was er toch misschien iets uitgekomen dat ik van voor naar achteren met plezier luisterde, in plaats van bij vlagen geboeid.
