Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kanye West - Jesus Is King (2019)

3,5
2
geplaatst: 19 november 2019, 10:25 uur
Verrassend goede plaat, al roept het onvermijdelijk wat irritatie bij me op dat de vleesgeworden openbare zenuwinzinking Kanye West denkt ons de les te kunnen lezen over diepere aangelegenheden. Het mag op de lange lijst van kritiekpunten op hoe West ervoor kiest zijn -niet onaanzienlijke- podium te gebruiken.
Buiten dat dit spirituele spasme enigszins belachelijk is, om dezelfde reden dat Snoop Dogg geen succes was als vredelievende rasta, en er vragen te stellen zijn bij het promoten van religiositeit als oplossing voor de huidige wereldproblematiek (waar ik gezien de gedragsregels van deze site niet verder op zal ingaan), krijg je ook nergens de indruk dat West zich nou bijzonder goed in het Christendom heeft verdiept. Nou ja, het schijnt niet uit te maken, want zoals singer/songwriter John Grant ooit opmerkte, Jezus is bruikbaar voor ‘Pretty much anything you want him to.’
Dat soort dom gedoe kost Kanye desondanks gewoon een vol punt, gewoon omdat ik degene ben die momenteel beoordeelt, en het mij dwarszit. Nog een half punt eraf, bovendien, omdat de productie van dit überkorte album, hoewel vlekkeloos, weinig bevat dat we al niet kennen van deze mafkees. Niets subtiels, geen artistieke groei of experimenteerdrift, lafjes leunend op zijn aanzienlijke productietalent en de beperkte zeggingskracht van de stampende beat en de monotone raps. Of: verrassend weinig diepgang voor een plaat die geacht wordt over diepgang te gaan.
Meer dan anderhalve punt kan ik desondanks niet van het minimum aftrekken, want verder blaast de plaat, zoals we dat in mijn tijd zeiden, weer gewoon vet hard. Prima geproduceerde tracks, en weinig irritante tussenvoegsels. En tegen de tijd dat we bij ‘Hands On’ aankomen, draait het gelukkig weer gewoon om Kayne die medelijden met zichzelf heeft. Ach, wie houden we voor de gek, dat is eigenlijk gewoon weer het punt van het hele album. En zo fakkelt de neuroot lekker nog een stukje verder op, en blijft het vreemd genoeg allemaal wel boeien ook nog.
Buiten dat dit spirituele spasme enigszins belachelijk is, om dezelfde reden dat Snoop Dogg geen succes was als vredelievende rasta, en er vragen te stellen zijn bij het promoten van religiositeit als oplossing voor de huidige wereldproblematiek (waar ik gezien de gedragsregels van deze site niet verder op zal ingaan), krijg je ook nergens de indruk dat West zich nou bijzonder goed in het Christendom heeft verdiept. Nou ja, het schijnt niet uit te maken, want zoals singer/songwriter John Grant ooit opmerkte, Jezus is bruikbaar voor ‘Pretty much anything you want him to.’
Dat soort dom gedoe kost Kanye desondanks gewoon een vol punt, gewoon omdat ik degene ben die momenteel beoordeelt, en het mij dwarszit. Nog een half punt eraf, bovendien, omdat de productie van dit überkorte album, hoewel vlekkeloos, weinig bevat dat we al niet kennen van deze mafkees. Niets subtiels, geen artistieke groei of experimenteerdrift, lafjes leunend op zijn aanzienlijke productietalent en de beperkte zeggingskracht van de stampende beat en de monotone raps. Of: verrassend weinig diepgang voor een plaat die geacht wordt over diepgang te gaan.
Meer dan anderhalve punt kan ik desondanks niet van het minimum aftrekken, want verder blaast de plaat, zoals we dat in mijn tijd zeiden, weer gewoon vet hard. Prima geproduceerde tracks, en weinig irritante tussenvoegsels. En tegen de tijd dat we bij ‘Hands On’ aankomen, draait het gelukkig weer gewoon om Kayne die medelijden met zichzelf heeft. Ach, wie houden we voor de gek, dat is eigenlijk gewoon weer het punt van het hele album. En zo fakkelt de neuroot lekker nog een stukje verder op, en blijft het vreemd genoeg allemaal wel boeien ook nog.
Keith Jarrett - The Köln Concert (1975)

4,0
2
geplaatst: 13 januari 2019, 13:29 uur
Deze had ik nog liggen op vinyl, en heb ik vanmiddag weer eens gedraaid. Het was lang geleden dat ik iets van Jarrett had beluisterd. Bij de verhuizing naar mijn huidige woning, een jaar of vijf, zes geleden, ging ik door een soort Jarrett-fase. Bij het klussen luisterde ik toen vrijwel exclusief naar The Sun Bear Concerts, wat wellicht een beetje een overdosis was. Ik kan me althans niet heugen dat ik daarna nog veel aandacht heb besteed aan zijn oeuvre.
In Richard Cooks fraaie Jazz Encyclopedia wordt criticus John Litweiler geciteerd over Jarrett:
Dat heb ik altijd wel een grappige quote gevonden, eigenlijk een snobistische burn met een subtiliteit die in Jarretts muziek toch een beetje ontbreekt vaak. Je hoort een technisch briljante pianist, die precies weet hoe hij melodie, harmonie en timing moet gebruiken om gevoelens van een hogere schoonheid en melancholie op te roepen. Hij drijft die trucs dan eigenlijk te ver door, waardoor het -voor mijn smaak- allemaal net wat te dramatisch en wollig wordt.
Wat niet wil zeggen dat het een slechte plaat is, integendeel, op een regenachtige zondagmiddag is dit meer dan uitstekend. Ik zal de plaat vast nog wel een paar keer uit de hoes halen de komende jaren. Alleen zie ik het niet gebeuren dat ik weer ga duiken in de, naar schatting, vijf miljoen uur die verder beschikbaar is aan solopiano van Jarrett. Ik voel me toch wat meer thuis bij albums die iets meer schuren en uitdagen.
Afhankelijk van je verwachtingen van muziek of jazz in het bijzonder, kan ik me voorstellen dat dit voor sommige mensen een meesterwerk is. Mooie muziek is het zeker. Ook geschikt voor mensen die niet direct een klik hebben met jazz, trouwens. Dit lijkt me ook een goede om eens tevoorschijn te halen als er visite over de vloer is. De 4,5* die ik indertijd aan dit album heb gegeven vind ik nu echter wat aan de hoge kant. Voor mij is 4* afdoende.
In Richard Cooks fraaie Jazz Encyclopedia wordt criticus John Litweiler geciteerd over Jarrett:
‘The ostinato sections yield to hymns, sweetly pathetic melodies, up-down keyboard chases, strife resolving in bombast, and a whole variety of other stuff.’
Dat heb ik altijd wel een grappige quote gevonden, eigenlijk een snobistische burn met een subtiliteit die in Jarretts muziek toch een beetje ontbreekt vaak. Je hoort een technisch briljante pianist, die precies weet hoe hij melodie, harmonie en timing moet gebruiken om gevoelens van een hogere schoonheid en melancholie op te roepen. Hij drijft die trucs dan eigenlijk te ver door, waardoor het -voor mijn smaak- allemaal net wat te dramatisch en wollig wordt.
Wat niet wil zeggen dat het een slechte plaat is, integendeel, op een regenachtige zondagmiddag is dit meer dan uitstekend. Ik zal de plaat vast nog wel een paar keer uit de hoes halen de komende jaren. Alleen zie ik het niet gebeuren dat ik weer ga duiken in de, naar schatting, vijf miljoen uur die verder beschikbaar is aan solopiano van Jarrett. Ik voel me toch wat meer thuis bij albums die iets meer schuren en uitdagen.
Afhankelijk van je verwachtingen van muziek of jazz in het bijzonder, kan ik me voorstellen dat dit voor sommige mensen een meesterwerk is. Mooie muziek is het zeker. Ook geschikt voor mensen die niet direct een klik hebben met jazz, trouwens. Dit lijkt me ook een goede om eens tevoorschijn te halen als er visite over de vloer is. De 4,5* die ik indertijd aan dit album heb gegeven vind ik nu echter wat aan de hoge kant. Voor mij is 4* afdoende.
Kendrick Lamar - good kid, m.A.A.d city (2012)

3,0
0
geplaatst: 13 februari 2013, 20:54 uur
Heb me in de afgelopen twee maanden ook maar eens gewaagd aan Lamars veelbesproken album, maar ben helaas niet echt overtuigd. Aan de ambitie van Lamar zal het niet liggen, de plaat is opgezet als een ware vertelling, waarbij drankgelag, ruzies tussen wijken, peer pressure, een meisje van onduidelijke afkomst en een geleende auto uiteindelijk allemaal samenkomen in een noodlottige en gewelddadige finale, waarna donkere gedachten volgen, en een gebed en Jezus en hé kijk eens wie daar is, kindertjes, het is Dr Dre (*feestgedruis barst los).
Ironie daargelaten, is de manier waarop Lamar alle thema's en verhaallijntjes door elkaar weeft knap gedaan. Het is een van de drie redenen dat Good Kid, m.A.A.d. City toch een krappe voldoende van mij krijgt. De andere twee zijn Lamars verbaal/ritmische kwaliteiten als mc, die toch wel buiten kijf staan, en het handjevol echt goede nummers. Het titelnummer-duo is het best geslaagd, twee nummers die Lamars kwaliteiten briljant uitventen, maar ook 'Backseat Freestyle' is erg gaaf, en ´Swimming Pools´ is een leuke single.
De rest is hoogstens aardig, maar net zo vaak ontzettend saai. Dit komt omdat waar Lamar in snelheid, ritme en woordkeuze imponeert, hij in onderwerpkeuze of zeggingskracht veel minder weet te boeien. Hij zevert maar voort over Compton en zijn vrienden en vijanden en dat is allemaal leuk en aardig, maar ik woon daar niet. Wat moet ik daarmee? Ook de producties weten vaak nauwelijks te boeien. Dat je niet in elk nummer een poppy refreintje verwerkt valt te prijzen, maar op minstens de helft van de tracks wordt er wat strak en modern gedaan, en soms wat gekweeld om de suggestie van een hook te wekken. Op zulke momenten klinkt de plaat, op een bepaalde manier, bijna amateuristisch.
Het meest schrijnende moment vind ik het tweeluik 'SIng About Me, I'm Dying Of Thirst', dat opgezet is als de emotionele catharsis van de plaat, maar door Lamars egocentrische en repetitieve geneuzel en de flauwe productie verzandt het in sentimentaliteit en saaiheid. Het is natuurlijk slechts mijn mening, en laat niet gezegd zijn dat ik iets tegen Compton heb, maar misschien zou het goed zijn als Kendrick Lamar eens wat verder kijkt dan de hoek van de straat en gaat zien wat er nog meer speelt in de wereld. Hij mag vast wel de auto van zijn moeder lenen.
Ironie daargelaten, is de manier waarop Lamar alle thema's en verhaallijntjes door elkaar weeft knap gedaan. Het is een van de drie redenen dat Good Kid, m.A.A.d. City toch een krappe voldoende van mij krijgt. De andere twee zijn Lamars verbaal/ritmische kwaliteiten als mc, die toch wel buiten kijf staan, en het handjevol echt goede nummers. Het titelnummer-duo is het best geslaagd, twee nummers die Lamars kwaliteiten briljant uitventen, maar ook 'Backseat Freestyle' is erg gaaf, en ´Swimming Pools´ is een leuke single.
De rest is hoogstens aardig, maar net zo vaak ontzettend saai. Dit komt omdat waar Lamar in snelheid, ritme en woordkeuze imponeert, hij in onderwerpkeuze of zeggingskracht veel minder weet te boeien. Hij zevert maar voort over Compton en zijn vrienden en vijanden en dat is allemaal leuk en aardig, maar ik woon daar niet. Wat moet ik daarmee? Ook de producties weten vaak nauwelijks te boeien. Dat je niet in elk nummer een poppy refreintje verwerkt valt te prijzen, maar op minstens de helft van de tracks wordt er wat strak en modern gedaan, en soms wat gekweeld om de suggestie van een hook te wekken. Op zulke momenten klinkt de plaat, op een bepaalde manier, bijna amateuristisch.
Het meest schrijnende moment vind ik het tweeluik 'SIng About Me, I'm Dying Of Thirst', dat opgezet is als de emotionele catharsis van de plaat, maar door Lamars egocentrische en repetitieve geneuzel en de flauwe productie verzandt het in sentimentaliteit en saaiheid. Het is natuurlijk slechts mijn mening, en laat niet gezegd zijn dat ik iets tegen Compton heb, maar misschien zou het goed zijn als Kendrick Lamar eens wat verder kijkt dan de hoek van de straat en gaat zien wat er nog meer speelt in de wereld. Hij mag vast wel de auto van zijn moeder lenen.
Kenny Dorham - Una Mas (1963)

3,5
5
geplaatst: 24 december 2019, 10:45 uur
Met: Kenny Dorham- trompet; Joe Henderson- tenorsax; Herbie Hancock- piano; Butch Warren- Bas; Anthony Williams- Drums
Plaat waarvan je zou verwachten dat hij een grotere klassiekerstatus zou hebben, afgaande op de samenstelling van de band (al is 18 stemmen op Musicmeter natuurlijk niet slecht voor een jazzplaat).
Dit moet zo'n beetje de oudste bekende studio-opname zijn met Joe Henderson (opgenomen in april 1963, al werd deze plaat pas uitgebracht een paar maanden na Page One, het legendarische debuut van Henderson, ook met Dorham op trompet overigens). Tevens horen we Herbie Hancock en 'wonderkind' Tony Williams in een zeer vroege fase van hun loopbaan, een paar maanden voordat ze beroemd zouden worden als bandleden van Miles Davis.
Dat het titelnummer/ uithangbord van de plaat een latijnse feel heeft, zal niemand verbazen die een beetje bekend is met de muzikant Dorham. Vergeleken met wat Lee Morgan een paar maanden later met 'The Sidewinder' zou doen klinkt het thema wat braafjes, en hetzelfde geldt voor de solo van Dorham, al wordt het wel wat aansprekender als hij allemaal is warm geblazen. Interessanter is de solo van Henderson, die hier nog zo jong en ongedwongen klinkt dat ik regelmatig een grijns op mijn gezicht krijg. Ster van de plaat is echter Hancock, die zich -niet verrassend- als een vis in het water voelt bij dit soort kruidige, sterk op de groove leunende meeklap-jazz.
Het zijn Henderson en Hancock die de plaat nog wel naar een ruime voldoende tillen voor mij. Zo wordt Dorham zelf op zijn eigen plaat een beetje 'outshined', wat wel typisch is voor zijn loopbaan vrees ik. De meeste stukjes die je over Dorham leest hebben een droevige ondertoon, omdat hij nooit écht is doorgebroken. Voor de trompettist, die tijdens de oorlog al de jazzclubs in New York onveilig maakte met mensen als Miles Davis en Charlie Parker, was dit één van zijn laatste opnames als leider, terwijl zijn sidemen hier glansrijke carrières tegemoet gingen. Hierna ging het met Dorham bergafwaarts, totdat hij in 1972 stierf aan nierfalen, slechts 48 jaar oud.
Zo'n droevige ondertoon dus.
De muzikale ideeën op Una Mas zijn nét te voorspelbaar om niet een beetje te begrijpen waarom zijn naam niet luider klinkt door de jazzgeschiedenis, al hoor ik aan zijn solo op 'Sao Paulo' wel waarom hij toch ook als een van de beste trompettisten van zijn generatie werd gezien. Helaas is de solo van Henderson daarna nóg beter.
Plaat waarvan je zou verwachten dat hij een grotere klassiekerstatus zou hebben, afgaande op de samenstelling van de band (al is 18 stemmen op Musicmeter natuurlijk niet slecht voor een jazzplaat).
Dit moet zo'n beetje de oudste bekende studio-opname zijn met Joe Henderson (opgenomen in april 1963, al werd deze plaat pas uitgebracht een paar maanden na Page One, het legendarische debuut van Henderson, ook met Dorham op trompet overigens). Tevens horen we Herbie Hancock en 'wonderkind' Tony Williams in een zeer vroege fase van hun loopbaan, een paar maanden voordat ze beroemd zouden worden als bandleden van Miles Davis.
Dat het titelnummer/ uithangbord van de plaat een latijnse feel heeft, zal niemand verbazen die een beetje bekend is met de muzikant Dorham. Vergeleken met wat Lee Morgan een paar maanden later met 'The Sidewinder' zou doen klinkt het thema wat braafjes, en hetzelfde geldt voor de solo van Dorham, al wordt het wel wat aansprekender als hij allemaal is warm geblazen. Interessanter is de solo van Henderson, die hier nog zo jong en ongedwongen klinkt dat ik regelmatig een grijns op mijn gezicht krijg. Ster van de plaat is echter Hancock, die zich -niet verrassend- als een vis in het water voelt bij dit soort kruidige, sterk op de groove leunende meeklap-jazz.
Het zijn Henderson en Hancock die de plaat nog wel naar een ruime voldoende tillen voor mij. Zo wordt Dorham zelf op zijn eigen plaat een beetje 'outshined', wat wel typisch is voor zijn loopbaan vrees ik. De meeste stukjes die je over Dorham leest hebben een droevige ondertoon, omdat hij nooit écht is doorgebroken. Voor de trompettist, die tijdens de oorlog al de jazzclubs in New York onveilig maakte met mensen als Miles Davis en Charlie Parker, was dit één van zijn laatste opnames als leider, terwijl zijn sidemen hier glansrijke carrières tegemoet gingen. Hierna ging het met Dorham bergafwaarts, totdat hij in 1972 stierf aan nierfalen, slechts 48 jaar oud.
Zo'n droevige ondertoon dus.
De muzikale ideeën op Una Mas zijn nét te voorspelbaar om niet een beetje te begrijpen waarom zijn naam niet luider klinkt door de jazzgeschiedenis, al hoor ik aan zijn solo op 'Sao Paulo' wel waarom hij toch ook als een van de beste trompettisten van zijn generatie werd gezien. Helaas is de solo van Henderson daarna nóg beter.
King Charles - LoveBlood (2012)

3,5
0
geplaatst: 13 mei 2012, 16:49 uur
Zijn naam is King Charles en hij heeft een enorm boontje voor een vrouw. Eigenlijk is deze hele plaat een oefening in verschillende manieren om te zeggen hoezeer zij hem laat bloeden, omdat hij zo veel van haar houdt en zij zo koelbloedig reageert. Bij dat laatste kan ik me overigens wel iets voorstellen. Het lijkt me moeilijk een relatie aan te gaan met een man die alles zo intens voelt. En dan heb je nog dat haar, en die baard!
Desalniettemin, de vrouw genaamd 'Mississippi Isabel', of hoe ze ook heet, is wel een werkelijke ijskoningin als ze door deze plaat niet haar hart laat smelten. King Charles maakt een charmante potpourri van liedjes die strak zijn gestructureerd maar muzikaal heen en weer schieten van singer/songwriterpatronen, via de dansvloer naar orkestrale romantiek. Daar nog bovenop worden de arrangementen gul ingekleurd met exotische klanken en ritmes, vooral in Latijns Amerikaanse sferen.
Meer dan eens ligt de kitsch op de loer, en rond de helft van de plaat (met name tijdens de slappe calypso van 'Lady Percy') wordt het me wel een beetje te gortig en verslapt mijn aandacht. Maar met een hart dat net zo groot en vol bravoure is als zijn haardos, en vooral een bijna angstaanjagend talent voor het schrijven van aanstekelijke deuntjes, heeft King Charles vooral een lekker compacte en uitermate verslavende plaat weten te produceren waarop de scheve grijns het grotendeels wint van de kromme tenen.
Desalniettemin, de vrouw genaamd 'Mississippi Isabel', of hoe ze ook heet, is wel een werkelijke ijskoningin als ze door deze plaat niet haar hart laat smelten. King Charles maakt een charmante potpourri van liedjes die strak zijn gestructureerd maar muzikaal heen en weer schieten van singer/songwriterpatronen, via de dansvloer naar orkestrale romantiek. Daar nog bovenop worden de arrangementen gul ingekleurd met exotische klanken en ritmes, vooral in Latijns Amerikaanse sferen.
Meer dan eens ligt de kitsch op de loer, en rond de helft van de plaat (met name tijdens de slappe calypso van 'Lady Percy') wordt het me wel een beetje te gortig en verslapt mijn aandacht. Maar met een hart dat net zo groot en vol bravoure is als zijn haardos, en vooral een bijna angstaanjagend talent voor het schrijven van aanstekelijke deuntjes, heeft King Charles vooral een lekker compacte en uitermate verslavende plaat weten te produceren waarop de scheve grijns het grotendeels wint van de kromme tenen.
King Tears Bat Trip - King Tears Bat Trip (2012)

3,5
1
geplaatst: 19 januari 2013, 18:20 uur
De eerste keuze, van Korenbloem, voor het geheractiveerde forumtopic 'jazzalbum van de week', dat er vele mogen volgen.
Het is een prima plaat. Met een uitgebreide drumsectie wordt een donderende groove neergezet, die al snel nogal tribaal overkomt, als mensen door elkaar gaan drummer. Daaroverheen saxofonist Neil Welch, en een gitarist in een wat bescheidener rol, die simpele thema's neerleggen en vanuit daar wat Ayler-achtige gebieden verkennen.
Het is knap gedaan dat de groep de drive erin weten te houden en toch genoeg variatie weten aan te brengen zodat het onderhoudend blijft, eentonig wordt het absoluut niet. Een plaat waarop lekker wild gemusiceerd wordt maar waar toch diepgang in zit. Een echt hoog cijfer van mijn kant blijft uit omdat ik na een keer of zes luisteren nog niet dusdanig ben gegrepen dat ik verwacht dat ik de plaat na zijn toerbeurt als jazzalbum van de week nog heel vaak zal draaien. Maar wie weet.
Het is een prima plaat. Met een uitgebreide drumsectie wordt een donderende groove neergezet, die al snel nogal tribaal overkomt, als mensen door elkaar gaan drummer. Daaroverheen saxofonist Neil Welch, en een gitarist in een wat bescheidener rol, die simpele thema's neerleggen en vanuit daar wat Ayler-achtige gebieden verkennen.
Het is knap gedaan dat de groep de drive erin weten te houden en toch genoeg variatie weten aan te brengen zodat het onderhoudend blijft, eentonig wordt het absoluut niet. Een plaat waarop lekker wild gemusiceerd wordt maar waar toch diepgang in zit. Een echt hoog cijfer van mijn kant blijft uit omdat ik na een keer of zes luisteren nog niet dusdanig ben gegrepen dat ik verwacht dat ik de plaat na zijn toerbeurt als jazzalbum van de week nog heel vaak zal draaien. Maar wie weet.
