MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Gene Clark - No Other (1974)

poster
4,5
Waarschijnlijk mijn meest gedraaide plaat van de laatste twee maanden, daarvoor nog totaal onbekend. Ik had hem eens opgezet omdat Edgar18 hem had getipt in een topic dat ik oppervlakkig volg (zie berichten hierboven).

Gene Clark? Die kende ik van The Fantastic Expedition of Dillard & Clark, ooit door mij vanwege het belachelijke stemgemiddelde uit een uitverkoopbak gevist, en van de vroege Eagles, waar ik weinig van weet. Country-rock is normaal ook niet echt mijn genre.

Bij het draaien van de plaat had ik weinig verwachtingen, maar bij 'Strength of Strings' gebeurde er iets. Zo'n sensor ging af, zoals je hebt als enigszins cynische muziekliefhebber. Je weet nog niet echt wat je ergens van vindt, maar je hoort iets dat je raakt. Een aantal weken verder zit mijn voorkeur inmiddels stevig op de b-kant, met name het in bittere levenswijsheid gedrenkte 'Some Misunderstanding'.

Wat precies de succesformule is van deze plaat is moeilijk onder woorden te brengen. Het woord 'psychedelisch' is zo vaak gebruikt dat het betekenisloos is geworden, maar ergens tussen het schrijven van de liedjes terwijl hij uitkeek over de oceaan, en de wat megalomane productie bereikt Clark een waarlijk etherische golflengte, die bijna een halve eeuw later nog niets aan meeslependheid heeft ingeboet.

Vandaag kwam ik deze op vinyl tegen en heb ik hem aangeschaft. Bij herbeluistering moet ik hier in ieder geval 4,5* aan uitdelen en erkennen: goede tip, Edgar. Binnenkort Dillard & Clark eens een tweede kans geven.

George Harrison - Wonderwall Music (1968)

poster
3,0
De eerste officiële soloplaat van een Beatle, als we het onder Paul McCartneys naam uitgekomen The Family Way (net als dit een soundtrack) niet meetellen. Helaas heb ik deze film nooit gezien, dus of het als soundtrack werkt kan ik niet zeggen. Ruim een halve eeuw als album beluisterd, klinkt het minder als een soundtrack dan als een soort omgevallen ideeënbus.

Harrison werkte aan deze soundtrack tijdens het hoogtepunt van zijn interesse in Indiase muziek, en een aantal nummers zijn puur in die vorm, met Indiase muzikanten en soms zelfs in Bombay opgenomen. Ik ben niet bekend genoeg met deze stijl om te bepalen hoe Harrisons stijloefeningen zich kwalitatief verhouden tot de groten in deze genres, maar mits in de juiste bui beluisterd kan ik het meeste best waarderen.

Op andere momenten wordt het verre oosten losgelaten, en horen we stukjes muziek die misschien wel door de film geïnspireerd waren, die geweigerd werden door of ongeschikt waren voor The Beatles, of waar een soort pure sonische nieuwsgierigheid uit spreekt in de trant van: 'Wat zou er gebeuren als we aan dit knopje draaien?'

Een coherent geheel wordt het niet echt, en heel eerlijk gezegd wordt over de volle drie kwartier mijn geduld wel een beetje op de proef gesteld. Desondanks wel tof om dit een paar keer beluisterd te hebben, en het album kent zeker een aantal memorabele momenten.

Golden Smog - Another Fine Day (2006)

poster
4,0
Golden Smog is een soort supergroep, met leden van vooral The Jayhawks, aangevuld met Soul Asylum-gitarist Dan Murphy en het Genie achter Wilco, Jeff Tweedy.

Het is vooral mijn voorliefde voor Tweedy en Wilco waardoor deze cd me werd aangeraden, maar daarvoor hoefde ik het eigenlijk niet te beluisteren. Tweedy's bijdrage is namelijk vrij minimaal. Dat hoeft geen negatief punt te zijn, want in de band spelen nog minstens drie andere songwriters van naam.

In dat laatste zit ook een mogelijk probleem: het is een beetje een lappendeken, Golden Smog. Vier songwriters is toch een beetje veel kapiteins op het bootje. Omdat je met de ene songwriter of zanger toch meer hebt dan met de andere, is wisselvalligheid bijna niet te vermijden. Best verassend dus, dat er maar één nummer op de plaat staat waar ik echt totaal niks mee kan: '5-22-02'. Zoetsappige, studentikoze countrypop vind ik dat, bah. Verder vind ik 'Corvette' en 'Frying Pan Eyes' ook niet heel bijzonder, hoewel die laatste wel weer een lekker vieze gitaarsolo heeft.

Volop genieten, voor de rest, en echt niet alleen maar van de paar liedjes van Jeff Tweedy (hoewel 'Listen Joe, dat hij samen met Jayhawk Gary Louris schreef, wel mijn favoriet van de plaat is). Maar ook van het titelnummer met dat heerlijk aanstekelijke refrein, of het lekker noisy aangeklede Beautiful Mind. De melancholische zangharmonieën in Cure For This, of het prachtige schimmenspel van Gone ('are you happy where you are?').

Bonuspunten ook voor het coveren van een liedje van Dave Davies ('Strangers'). Gruwelijk interessante popmuzikant en liedjesschrijver, maar om begrijpelijke redenen totaal overschaduwd door zijn broer Ray. 'Strangers' door Golden Smog mag gelden als een sympathiek, en zeer geslaagd, eerbetoon.

Minpunten zijn er dan weer voor de lelijke hoes. Het lijkt wel of een of andere mislukte kunstacademiestudent het in tien minuutjes in elkaar heeft zitten knippen en plakken. Doet verder niets af aan de muziek, maar toch.

Vier sterren, voorlopig, maar dat kan nog hoger uitvallen. De werkelijke waarde van albums blijkt vaak pas over een langere tijd (bij mij althans wel). Eerst ga ik me maar eens in het oudere werk van deze band verdiepen. Niet alleen omdat deze kennismaking me bevallen is, maar ook omdat ik nog wel eens een paar juweeltjes van Jeff Tweedy kan gaan ontdekken. Tsja, hij blijft het Genie achter Wilco, he?

Grant Green - Idle Moments (1965)

poster
4,5
Met: Grant Green (gitaar); Joe Henderson (tenorsax); Duke Pearson (piano); Bobby Hutcherson (vibrafoon); Bob Cranshaw (bas); Al Harewood (drums)

Ik ben niet per se een fan van de gitaar als jazz-instrument, en eigenlijk ook niet van xylofonen of vibrafonen (ik neem aan dat op deze plaat het laatste gebruikt wordt maar ik pretendeer niet het verschil perfect te kunnen horen). Gelukkig zijn vooroordelen er om bij te stellen. Het verklaart wel waarom ik dit album (toch een algemeen erkende klassieker) tot een maand geleden weinig of nooit heb gedraaid.

Daarna kostte het nog wel een paar draaibeurten om het op waarde te schatten. Wat hier gespeeld wordt is vooral allemaal heel erg mooi, bijna té perfect. Alleen dat titelnummer al, waarop de band 15 minuten in perfecte harmonie met elkaar op hetzelfde wolkje blijft zweven. De normaal toch vrij energieke Henderson die zich als een soort Ben Webster door zijn solo heen kreunt en zucht.

Zover je in zo'n hypnotische groove van meest dominante spelers kunt spreken, zijn dat wel Duke Pearson (die de twee langste nummers componeerde, knappe solo's speelt en ook als soort sfeerbepaler optreedt), en Green zelf, die kwiek afwisselt tussen snelle, ritmische passages en diepe, bluesy noten die uit zijn tenen lijken te komen. Naarmate ik de plaat beter leer kennen, betrap ik mezelf er steeds vaker op een beetje met mijn polsen en vingers mee te bewegen als hij speelt.

Grian Chatten - Chaos for the Fly (2023)

poster
3,0
Zangers van rockbands die zich op een soloplaat van hun meer gevoelige/ melodieuze kant laten zien, zijn natuurlijk een fenomeen op zich. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Grian Chatten gehoord, totdat ik las dat hij de zanger van Fontaines D.C. was, een band die ik vanwege de populariteit weleens heb opgezet, waarbij ik altijd na een paar liedjes concludeerde dat het niet mijn ding was en het weer afzette. Dat was bij Chaos For The Fly niet het geval, dit vond ik zelfs de moeite waard om een paar keer gehoord te hebben.

Op zijn soloplaat klinkt Chatten als een bastaardkind van Leonard Cohen en Shane MacGowan. Het gevaar bij dit soort platen is dat de maker zijn donkere en gevoelige bespiegelingen iets interessanter vindt dan ik ze vind, en dat zit me hier soms ook dwars. Vooral op 'All of the People' wordt naar een puberaal niveau afgedaald waarvoor ik misschien teveel een oude zak ben om het te waarderen.

Aan de andere kant komt uit deze plaat een duidelijke persoonlijkheid naar voren, en schrijft Chatten liedjes die goed bij zijn stem passen (een nachtegaal is hij niet bepaald) en die in je hoofd blijven hangen (vooral 'Fairlies' is echt een eersteklas oorwurm). De plaat is ook afgelopen voordat het stroperige sfeertje van gotische folk gaat vervelen. Geen topplaat voor mij, maar in ieder geval weet ik nu wie Grian Chatten is, en ben ik benieuwd naar wat hij in de toekomst gaat maken.

Grinderman - Grinderman 2 (2010)

poster
3,5
In de laatste platen van Cave zit een merkwaardig midlife crisis-sfeertje. Nooit iemand geweest die je in een donker steegje zou willen tegenkomen, lijkt Sir Nick met het bereiken van een bepaalde leeftijd zijn geslachtsdeel en zwartgeverfde haren des te vervaarlijker heen en weer te willen zwaaien.

Bij die houding past een ouderwets rock 'n' roll-idioom bestaande uit heavy bluesriffs, gepiep, gekraak, geruis, aan elkaar gehijgd en gekreund door hogepriester Cave. Aan de broeierige, intense sfeer die aldus wordt neergezet ontleent Grinderman 2 zijn meeste kwaliteiten. Puur teruggebracht tot de kern stellen de meeste (via improvisatie tot stand gekomen) liedjes niet zo veel voor, eigenlijk. Het beste liedje, Palaces Of Montezuma, schijnt dan ook nog plagiaat te zijn.

Wie had kunnen denken dat anno 2010 de meeste jonge rockbandjes bang zouden zijn om een valse noot te spelen, en hun uitgekiende popliedjes dus te ontoegankelijk te maken voor het 3FM-publiek, en het de taak zou zijn van een pakkendragende veteraan met een eigen kantoor om de rock weer een stukje naar de goot te duwen? Goed bezig, meneer Cave. Maar ook niet meer dan dat.