Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Eddie Vedder - Earthling (2022)

3,0
1
geplaatst: 26 februari 2022, 16:55 uur
Dad-rock
Hopelijk staat Eric me toe om een klein stukje van zijn recensie te citeren, omdat dit na één keer luisteren toch wel érg de indruk was die ook bij mij bleef hangen. Iets te dik aangezette emoties? Check. Wat al te sentimentele teksten en aansteker-eindes die net te lang doorgaan? Ja zeker.
Niet verrassends, maar in het verleden was er meestal wel iets wat contrasteerde met de gladde kant van Vedder, iets puur rauws of zelfs lelijks, een stukje waanzin of iets zoekends. Dat ontbreekt op deze plaat een beetje, zelfs op de rockende nummers. In plaats daarvan lijkt Vedder, zoals ik ergens las, zich na jaren eindelijk te hebben neergelegd bij de rol van MOR-rocker waar hij al sinds Ten tegen rebelleerde.
Misschien kunnen we daar ook een stukje diepgang in zien. Vedder vond kennelijk een paar jaar geleden ineens een tape waarop zijn biologische vader zingend te horen was (die 'real daddy' die 'was dying' uit doorbraakhit 'Alive'). Een fragment hiervan samplet hij op afsluiter 'On My Way'. Ergens anders op de plaat zijn Vedders tienerdochters op achtergrondzang te horen. Een 'dad' die rockt, een veteraan die met lichte melancholie terugdenkt aan de weg die hij heeft afgelegd, aan de dingen die voorbijgaan en de dingen die terugkomen.
Als Earthling een beetje bezadigd klinkt, is dat vooral aan de productie te danken. Die is in handen van Andrew Watt, die o.a. eerder voor Justin Bieber en Miley Cyrus produceerde. Watt speelt ook mee op de meeste tracks, samen met drummer Chad Smith (RHCP) en Josh Klinghoffer (ex-RHCP en tegenwoordig volgens mij in de liveband van Pearl Jam). Prima band, en Watt geeft de plaat een modern geluid mee, maar het is allemaal wel héél netjes afgemixt. Die koortjes op 'The Long Way' of die perfect uitgevoerde Springsteen-geluidsmuur op 'The Dark' doet mij vooral verlangen naar rauwer werk uit het verleden.
De liedjes zijn verder best oké, vooral eerbetonen aan helden en tracks die aardige middenmoters zouden zijn op de gemiddelde Pearl Jam-plaat. Vooralsnog zet ik alleen 'Brother the Cloud', 'The Haves' (ook ontzettende kitsch natuurlijk), en 'Rose of Jericho' in een apart lijstje, maar vooral de ontzettend lekkere Beatles-pastiche 'Mrs Mills', het meest aandoenlijke nummer van de plaat en ook het nummer waarop Watts productie wel helemaal erbij past. Voor de rest is het een sympathieke plaat zonder echte rotnummers, waar ik na een aantal keer luisteren ook weer niet wildenthousiast over ben.
aERodynamIC schreef:
Earthling is van dik hout zaagt men planken op z'n Vedders.
Earthling is van dik hout zaagt men planken op z'n Vedders.
Hopelijk staat Eric me toe om een klein stukje van zijn recensie te citeren, omdat dit na één keer luisteren toch wel érg de indruk was die ook bij mij bleef hangen. Iets te dik aangezette emoties? Check. Wat al te sentimentele teksten en aansteker-eindes die net te lang doorgaan? Ja zeker.
Niet verrassends, maar in het verleden was er meestal wel iets wat contrasteerde met de gladde kant van Vedder, iets puur rauws of zelfs lelijks, een stukje waanzin of iets zoekends. Dat ontbreekt op deze plaat een beetje, zelfs op de rockende nummers. In plaats daarvan lijkt Vedder, zoals ik ergens las, zich na jaren eindelijk te hebben neergelegd bij de rol van MOR-rocker waar hij al sinds Ten tegen rebelleerde.
Misschien kunnen we daar ook een stukje diepgang in zien. Vedder vond kennelijk een paar jaar geleden ineens een tape waarop zijn biologische vader zingend te horen was (die 'real daddy' die 'was dying' uit doorbraakhit 'Alive'). Een fragment hiervan samplet hij op afsluiter 'On My Way'. Ergens anders op de plaat zijn Vedders tienerdochters op achtergrondzang te horen. Een 'dad' die rockt, een veteraan die met lichte melancholie terugdenkt aan de weg die hij heeft afgelegd, aan de dingen die voorbijgaan en de dingen die terugkomen.
Als Earthling een beetje bezadigd klinkt, is dat vooral aan de productie te danken. Die is in handen van Andrew Watt, die o.a. eerder voor Justin Bieber en Miley Cyrus produceerde. Watt speelt ook mee op de meeste tracks, samen met drummer Chad Smith (RHCP) en Josh Klinghoffer (ex-RHCP en tegenwoordig volgens mij in de liveband van Pearl Jam). Prima band, en Watt geeft de plaat een modern geluid mee, maar het is allemaal wel héél netjes afgemixt. Die koortjes op 'The Long Way' of die perfect uitgevoerde Springsteen-geluidsmuur op 'The Dark' doet mij vooral verlangen naar rauwer werk uit het verleden.
De liedjes zijn verder best oké, vooral eerbetonen aan helden en tracks die aardige middenmoters zouden zijn op de gemiddelde Pearl Jam-plaat. Vooralsnog zet ik alleen 'Brother the Cloud', 'The Haves' (ook ontzettende kitsch natuurlijk), en 'Rose of Jericho' in een apart lijstje, maar vooral de ontzettend lekkere Beatles-pastiche 'Mrs Mills', het meest aandoenlijke nummer van de plaat en ook het nummer waarop Watts productie wel helemaal erbij past. Voor de rest is het een sympathieke plaat zonder echte rotnummers, waar ik na een aantal keer luisteren ook weer niet wildenthousiast over ben.
Eels - Beautiful Freak (1996)

4,0
0
geplaatst: 19 december 2009, 13:58 uur
Gisteren tijdens een vrije avond, in een melancholieke bui met een paar biertjes erbij, spontaan een recensie geschreven van deze plaat. Hieronder weergegeven zonder verdere aanpassingen:
Eels is zo’n band die gemengde gevoelens oproept bij de liefhebbers van treurige gitaarpop. Ik ben op dat gebied geen uitzondering.
Weten jullie nog, generatiegenoten, hoe we allemaal verliefd werden op E en zijn bandje in de jaren negentig (Eels werd toen nog gepresenteerd als een echt bandje, en niet alleen maar de uitlaatklep van E die het toen welbeschouwd al was)? Die clip van Novocaine For The Soul op MTV, dat optreden op Pinkpop, zittend achter een houten piano met een sticker waar op stond: ‘Sexy Grandpa’. Was dit nou grappig of deprimerend? Het waren de hoogtijdagen van de Gekwelde Alternatieve Nerd: Weezer, Fountains Of Wayne, Nada Surf, Eels.
Onvaste zangers keken je droevig aan door dikke brillenglazen. Veel droge humor. Gouden melodieën.
En daarmee is ook wel zo’n beetje alles gezegd over deze plaat. Het is een plaat waar we gemengde gevoelens aan over hebben gehouden, is het niet, generatiegenoten? Draaien jullie deze plaat nog vaak? Ik niet, eigenlijk.
Om eerlijk te zijn had ik al na Electro Shock Blues een beetje genoeg van het beperkte arsenaal van E. Toch heb ik alle platen tot aan Blinking Lights in huis. De combinatie droge humor/gouden melodieën zijn bij deze band altijd gebleven, en E bleef een fascinerende verschijning. Zijn optreden in de Paradiso met een strijkkwartet is waarschijnlijk mijn favoriete optreden aller tijden, en ik heb ook nog een lang optreden gezien in de oude Effenaar, inmiddels gesloopt en vervangen door een Art Decogebouw met schone wc’s. Ach en wee, het Nederland uit mijn tienertijd komt nooit meer terug.
Wel tijdloos zijn echter eenzaamheid, angst en (seksuele) frustratie, en dat zijn meteen de ingrediënten van deze plaat, gebracht met een knipoog die de onderliggende emoties eerder verscheurender maakt dan afzwakt: ‘Life is good/ and I feel great/ cause mother says I was/ a great mistake’
Zwakke liedjes staan er niet op deze plaat, hoewel een paar misschien het best overleefd hebben in de jaren dat deze plaat in mijn hoofd zit: Rags To Rags, het titelnummer, Spunky, Guest List.
Is Beautiful Freak nou een klassieker of niet? Laten we het nog eens overwegen generatiegenoten, als we bijna veertig zijn, en het leven ons weer nieuwe hoogte- en dieptepunten heeft voorgeschoteld. In ieder geval is het de plaat waarop E, toch een van de meest opmerkelijke songschrijvers van de laatste twintig jaar, wereldwijde erkenning vond voor zijn talent. Maar, zoals hij zelf zingt hij op Rags To Rags: ‘One day it’ll come true/ my American dream/ and it won’t mean/ a fucking thing’
Profetische woorden: nog steeds staat zijn muziek in het teken van de hopeloze zoektocht van de eenzame man, geteisterd door vroegtijdige sterfgevallen en mislukte liefdes.
Het is een perspectief dat we kunnen herkennen, als is het maar ‘in dat deel van de geest waar het altijd drie uur ’s nachts is’ (F. Scott Fitzgerald)
Eels is zo’n band die gemengde gevoelens oproept bij de liefhebbers van treurige gitaarpop. Ik ben op dat gebied geen uitzondering.
Weten jullie nog, generatiegenoten, hoe we allemaal verliefd werden op E en zijn bandje in de jaren negentig (Eels werd toen nog gepresenteerd als een echt bandje, en niet alleen maar de uitlaatklep van E die het toen welbeschouwd al was)? Die clip van Novocaine For The Soul op MTV, dat optreden op Pinkpop, zittend achter een houten piano met een sticker waar op stond: ‘Sexy Grandpa’. Was dit nou grappig of deprimerend? Het waren de hoogtijdagen van de Gekwelde Alternatieve Nerd: Weezer, Fountains Of Wayne, Nada Surf, Eels.
Onvaste zangers keken je droevig aan door dikke brillenglazen. Veel droge humor. Gouden melodieën.
En daarmee is ook wel zo’n beetje alles gezegd over deze plaat. Het is een plaat waar we gemengde gevoelens aan over hebben gehouden, is het niet, generatiegenoten? Draaien jullie deze plaat nog vaak? Ik niet, eigenlijk.
Om eerlijk te zijn had ik al na Electro Shock Blues een beetje genoeg van het beperkte arsenaal van E. Toch heb ik alle platen tot aan Blinking Lights in huis. De combinatie droge humor/gouden melodieën zijn bij deze band altijd gebleven, en E bleef een fascinerende verschijning. Zijn optreden in de Paradiso met een strijkkwartet is waarschijnlijk mijn favoriete optreden aller tijden, en ik heb ook nog een lang optreden gezien in de oude Effenaar, inmiddels gesloopt en vervangen door een Art Decogebouw met schone wc’s. Ach en wee, het Nederland uit mijn tienertijd komt nooit meer terug.
Wel tijdloos zijn echter eenzaamheid, angst en (seksuele) frustratie, en dat zijn meteen de ingrediënten van deze plaat, gebracht met een knipoog die de onderliggende emoties eerder verscheurender maakt dan afzwakt: ‘Life is good/ and I feel great/ cause mother says I was/ a great mistake’
Zwakke liedjes staan er niet op deze plaat, hoewel een paar misschien het best overleefd hebben in de jaren dat deze plaat in mijn hoofd zit: Rags To Rags, het titelnummer, Spunky, Guest List.
Is Beautiful Freak nou een klassieker of niet? Laten we het nog eens overwegen generatiegenoten, als we bijna veertig zijn, en het leven ons weer nieuwe hoogte- en dieptepunten heeft voorgeschoteld. In ieder geval is het de plaat waarop E, toch een van de meest opmerkelijke songschrijvers van de laatste twintig jaar, wereldwijde erkenning vond voor zijn talent. Maar, zoals hij zelf zingt hij op Rags To Rags: ‘One day it’ll come true/ my American dream/ and it won’t mean/ a fucking thing’
Profetische woorden: nog steeds staat zijn muziek in het teken van de hopeloze zoektocht van de eenzame man, geteisterd door vroegtijdige sterfgevallen en mislukte liefdes.
Het is een perspectief dat we kunnen herkennen, als is het maar ‘in dat deel van de geest waar het altijd drie uur ’s nachts is’ (F. Scott Fitzgerald)
Electrelane - The Power Out (2004)

3,5
2
geplaatst: 1 november 2025, 17:32 uur
Een paar maanden geleden nam itchy deze band op in zijn top 100 favoriete artiesten, en plaatste daarbij 'The Valleys', een soort bijna gregoriaanse gospelbewerking van Siegfried Sassoons gedicht "A Letter Home" (dat laatste heb ik ook maar van het internet hoor). Prachtig nummer, misschien ook wel (onbedoeld?) een beetje hilarisch, dat direct een plekje tussen mijn favorieten veroverde.
De rest van de plaat viel dan in eerste instantie wat tegen: degelijke pop/rock met twee benen in de jaren tachtig (REM, Pixies, The Go go's), maar de liedjes vielen in eerste instantie niet echt bij me. Een paar herkansingen hebben me toch wel positiever gestemd, waarbij nu ook 'Take The Bit Between Your Teeth' (lekkere gitaarstorm aan het einde) tussen mijn favorieten staat.
Ook veel andere liedjes blijken, vooral op de kleine details, te beklijven. Een paar wat minder interessante passages houden de plaat nét van de vier sterren af, maar al met al een prettige kennismaking (13 jaar na hun laatste optreden, maar beter laat dan nooit) en ik ga hun andere platen ook wel een keer beluisteren.
De rest van de plaat viel dan in eerste instantie wat tegen: degelijke pop/rock met twee benen in de jaren tachtig (REM, Pixies, The Go go's), maar de liedjes vielen in eerste instantie niet echt bij me. Een paar herkansingen hebben me toch wel positiever gestemd, waarbij nu ook 'Take The Bit Between Your Teeth' (lekkere gitaarstorm aan het einde) tussen mijn favorieten staat.
Ook veel andere liedjes blijken, vooral op de kleine details, te beklijven. Een paar wat minder interessante passages houden de plaat nét van de vier sterren af, maar al met al een prettige kennismaking (13 jaar na hun laatste optreden, maar beter laat dan nooit) en ik ga hun andere platen ook wel een keer beluisteren.
Elvin Jones - Midnight Walk (1966)

3,0
0
geplaatst: 15 juli 2023, 19:29 uur
Ik weet niet hoeveel chaos je moet verwachten op een plaat die Midnight Walk heet, maar voor een plaat met een drummer als bandleider (en dan ook nog déze drummer) klinken de eerste twee tracks vrij folky, bijna trad jazz-achtig. In combinatie met twee gematigde blazers (Elvins broer Thad op trompet en Hank Mobley op tenorsax) ontstaat er een beetje een lome, zelfs statische vibe die me niet direct lekker de plaat binnentrekt.
Dan al is de uitblinker pianist Dollar Brand (tegenwoordig Abdullah Ibrahim). Het derde nummer is de enige compositie die hij bijdraagt en direct de beste track van dit album. Rond diezelfde tijd begint Jones ook wat avontuurlijker te drummen en lijkt de rest ook een beetje wakker te worden. Het ontstijgt voor mij echter nooit het gevoel dat het 's avonds laat wel lekker wegluistert allemaal, maar dat ik niet verwacht dit nog vaak op te gaan zetten.
Dan al is de uitblinker pianist Dollar Brand (tegenwoordig Abdullah Ibrahim). Het derde nummer is de enige compositie die hij bijdraagt en direct de beste track van dit album. Rond diezelfde tijd begint Jones ook wat avontuurlijker te drummen en lijkt de rest ook een beetje wakker te worden. Het ontstijgt voor mij echter nooit het gevoel dat het 's avonds laat wel lekker wegluistert allemaal, maar dat ik niet verwacht dit nog vaak op te gaan zetten.
Emancipator - Soon It Will Be Cold Enough (2006)

3,5
0
geplaatst: 19 december 2009, 13:48 uur
Ik heb weinig verstand van dit soort muziek, sterker nog, ik zou waarschijnlijk nooit van deze plaat gehoord hebben als het niet als recensieopdracht aan me was gegeven in dit onderbezochte forumtopic. Trek hier de conclusies uit die je wilt, intussen zal ik ter zake komen.
Soon it will be cold enough is een vrij smooth op de groove drijvende elektronicaplaat, die schatplichtig is aan instrumentale hiphop/soul (denk een chillende DJ Shadow) en de ambientstroming in de vroegere techno (denk de Selected Ambient Works-platen van Aphex Twin).
Die stroming kent zijn liefhebbers, en zeker mensen die kwijlen op voorgenoemde werkjes, kunnen deze plaat veilig uitproberen. Voor liefhebbers van wildere muziek ligt bij dit soort dingen natuurlijk altijd de kwalificatie ‘geluidsbehang’ op de loer, en ook bij Emancipator blijft het allemaal een beetje erg ontspannen.
De plaat valt ook vaak in herhaling, zowel op het gebied van sfeer als in de beweging der akkoorden (met een beetje goede wil kun je dat kritiekpunt nog wel wegstrepen door dit te beschouwen als een soort ‘conceptplaat’).
Zoals veel platen in het digitale tijdperk is deze plaat uiteindelijk te lang, en toch ook net iets te vluchtig.
Daar staat tegenover dat Emancipator overtuigend een stemmige, herfstachtige sfeer weet te creëren, in muziek die verrekte fraai klinkt ook. De arrangementen zijn intelligent en effectief, mooi ingekleurd met gitaren, strijkers, toetsen en vocale samples die de aandacht opeisen. De beats zijn steevast lekker. Doet denken aan met je vrienden een jointje roken na schooltijd, op een bankje in het park.
Het echte liedje op de plaat, dat wil zeggen, de enige track met een consistente zanglijn, When I Go geheten, hoeft niet onder te doen voor eerdere klassiekers in de relaxpop, pak ‘m beet, All I Need van Air. Heerlijke vocalen.
Alles bij elkaar verre van een vervelende plaat, maar of ik hier vaak naar ga teruggrijpen?
Soon it will be cold enough is een vrij smooth op de groove drijvende elektronicaplaat, die schatplichtig is aan instrumentale hiphop/soul (denk een chillende DJ Shadow) en de ambientstroming in de vroegere techno (denk de Selected Ambient Works-platen van Aphex Twin).
Die stroming kent zijn liefhebbers, en zeker mensen die kwijlen op voorgenoemde werkjes, kunnen deze plaat veilig uitproberen. Voor liefhebbers van wildere muziek ligt bij dit soort dingen natuurlijk altijd de kwalificatie ‘geluidsbehang’ op de loer, en ook bij Emancipator blijft het allemaal een beetje erg ontspannen.
De plaat valt ook vaak in herhaling, zowel op het gebied van sfeer als in de beweging der akkoorden (met een beetje goede wil kun je dat kritiekpunt nog wel wegstrepen door dit te beschouwen als een soort ‘conceptplaat’).
Zoals veel platen in het digitale tijdperk is deze plaat uiteindelijk te lang, en toch ook net iets te vluchtig.
Daar staat tegenover dat Emancipator overtuigend een stemmige, herfstachtige sfeer weet te creëren, in muziek die verrekte fraai klinkt ook. De arrangementen zijn intelligent en effectief, mooi ingekleurd met gitaren, strijkers, toetsen en vocale samples die de aandacht opeisen. De beats zijn steevast lekker. Doet denken aan met je vrienden een jointje roken na schooltijd, op een bankje in het park.
Het echte liedje op de plaat, dat wil zeggen, de enige track met een consistente zanglijn, When I Go geheten, hoeft niet onder te doen voor eerdere klassiekers in de relaxpop, pak ‘m beet, All I Need van Air. Heerlijke vocalen.
Alles bij elkaar verre van een vervelende plaat, maar of ik hier vaak naar ga teruggrijpen?
Eric Dolphy - Out There (1961)

3,5
1
geplaatst: 30 december 2018, 21:53 uur
Om een of andere reden lukt het me niet echt om ‘in’ de studioplaten van Eric Dolphy als bandleider te komen. Dat is vreemd, omdat hij eigenlijk één van mijn favoriete muzikanten is. Sommige van zijn solo’s op platen van Mingus en Coltrane frituren bijna mijn brein als ik ernaar luister, en dat bedoel ik als compliment. Ook zijn live-opnames in de Five Spot, met Booker Little en Mal Waldron, zijn me erg dierbaar. Maar toch…
Deze heb ik het afgelopen jaar, denk ik, het vaakst beluisterd. Het album heeft zeker pluspunten. Allereerst speelt er, in tegenstelling tot de meeste van zijn bekendere platen, geen vibrafonist op mee. Ik hou niet van vibrafoon. Out There is sowieso interessant gearrangeerd, met Dolphy die wordt ondersteund door prima mensen op bas, cello en drums. En uitdaging is er genoeg: Dolphy is een van de weinig muzikanten op wie je echt het – vaak te makkelijk gebruikte- etiket ‘vernieuwend’ moet plakken.
In technisch en artistiek opzicht een geslaagde jazzplaat dus, en het enige dat ik daar tegenin kan brengen is dat ik er domweg nog niets op heb gevonden dat ik voor mijn plezier zou opzetten. Er hangt een heel raar, schel, koel sfeertje over deze muziek, dat ik eerlijk gezegd niet zo goed trek. Wellicht moet het kwartje nog vallen natuurlijk, maar ik heb deze plaat een stuk vaker de kans gegeven dan veel andere klassiekers uit het genre. Dus dan blijft de vraag over waarom ik nog 3,5* overheb voor een album dat ik nog nooit voor mijn plezier gedraaid heb.
Mijn enige antwoord daarop is een soort verbijsterde, maar oprechte bewondering voor de unieke belevingswereld van Eric Dolphy (en bij deze plaat moeten we zeker ook Ron Carter noemen). Maar behalve een voornemen om de plaat over een tijdje nog een keer een kans te geven, kan ik er niet veel van maken momenteel.
Deze heb ik het afgelopen jaar, denk ik, het vaakst beluisterd. Het album heeft zeker pluspunten. Allereerst speelt er, in tegenstelling tot de meeste van zijn bekendere platen, geen vibrafonist op mee. Ik hou niet van vibrafoon. Out There is sowieso interessant gearrangeerd, met Dolphy die wordt ondersteund door prima mensen op bas, cello en drums. En uitdaging is er genoeg: Dolphy is een van de weinig muzikanten op wie je echt het – vaak te makkelijk gebruikte- etiket ‘vernieuwend’ moet plakken.
In technisch en artistiek opzicht een geslaagde jazzplaat dus, en het enige dat ik daar tegenin kan brengen is dat ik er domweg nog niets op heb gevonden dat ik voor mijn plezier zou opzetten. Er hangt een heel raar, schel, koel sfeertje over deze muziek, dat ik eerlijk gezegd niet zo goed trek. Wellicht moet het kwartje nog vallen natuurlijk, maar ik heb deze plaat een stuk vaker de kans gegeven dan veel andere klassiekers uit het genre. Dus dan blijft de vraag over waarom ik nog 3,5* overheb voor een album dat ik nog nooit voor mijn plezier gedraaid heb.
Mijn enige antwoord daarop is een soort verbijsterde, maar oprechte bewondering voor de unieke belevingswereld van Eric Dolphy (en bij deze plaat moeten we zeker ook Ron Carter noemen). Maar behalve een voornemen om de plaat over een tijdje nog een keer een kans te geven, kan ik er niet veel van maken momenteel.
