Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Joshua Radin - The Fall (2017)

3,5
0
geplaatst: 10 februari 2017, 20:16 uur
‘The Fall’ is alweer de zevende langspeler van Joshua Radin, een Amerikaanse singer-songwriter die net aan zijn veertiger jaren is begonnen, en het is een behoorlijk fijn album geworden. Het staat bol van de lekker in het gehoor liggende folk-popsongs, waarvan een aantal zich reeds gezellig net onder mijn hersenpan hebben genesteld. Tekstueel is het allemaal niet erg hoogstaand en muzikaal evenmin, maar ontspannend is het des te meer.
Op ‘The Fall’ klinkt Radin op z’n best als een kruising tussen Keaton Henson en Justin Vernon, op z’n slechts als Milow en voor het overgrote merendeel gewoon als Joshua Radin. De sympathieke brenger van liedjes, steeds vergezeld door akoestische gitaar. De opsmuk op dit album is opvallend kaal in vergelijking met eerdere platen, en dat charmeert me wel. De essentie komt op die manier meer bloot te liggen, de songs winnen aan puurheid. ‘Falling’, ‘Song for You’, ‘Waiting’, ‘Keep the Darkness Away’; het klinkt allemaal even fris en monter, een tikje opbeurend ook (al hebben de teksten vaak iets melancholisch in zich).
Opener ‘Diamonds’ is an sich de vreemde eend in de bijt. Hoe vreemd het ook moge klinken; dit is naar mijn mening het enige nummer met hitpotentie. Dit echter geheel terzijde, want daar ben ik zelf niet bepaald naar op zoek. Voor dit soort stemmige muziek ben ik echter altijd te vinden. Joshua Radin bewijst met ‘The Fall’ het goeie pad te hebben weervonden. Laat ons hopen dat hij het nog een aantal platen blijft bewandelen.
3,5 sterren
Op ‘The Fall’ klinkt Radin op z’n best als een kruising tussen Keaton Henson en Justin Vernon, op z’n slechts als Milow en voor het overgrote merendeel gewoon als Joshua Radin. De sympathieke brenger van liedjes, steeds vergezeld door akoestische gitaar. De opsmuk op dit album is opvallend kaal in vergelijking met eerdere platen, en dat charmeert me wel. De essentie komt op die manier meer bloot te liggen, de songs winnen aan puurheid. ‘Falling’, ‘Song for You’, ‘Waiting’, ‘Keep the Darkness Away’; het klinkt allemaal even fris en monter, een tikje opbeurend ook (al hebben de teksten vaak iets melancholisch in zich).
Opener ‘Diamonds’ is an sich de vreemde eend in de bijt. Hoe vreemd het ook moge klinken; dit is naar mijn mening het enige nummer met hitpotentie. Dit echter geheel terzijde, want daar ben ik zelf niet bepaald naar op zoek. Voor dit soort stemmige muziek ben ik echter altijd te vinden. Joshua Radin bewijst met ‘The Fall’ het goeie pad te hebben weervonden. Laat ons hopen dat hij het nog een aantal platen blijft bewandelen.
3,5 sterren
Joshua Radin - The Rock and the Tide (2010)

2,5
0
geplaatst: 30 oktober 2010, 16:02 uur
Ik ben 'm nog eens aan het beluisteren, en hij valt me met de luisterbeurt meer tegen. Het openingsnummer gaat nog wel, en het begin van 'Streetlight' ook. Maar daarna komt 'Here We Go', dat duidelijk hitpotentieel is aangemeten. Jammer genoeg vind ik het helemaal geen goed nummer.
'We Are Only Getting Better' is al wat minder klef, en het titelnummer klinkt eigenlijk vrij vertrouwd. 'You Got What I Need' had op een vorige plaat kunnen staan, althans, voor een deel toch, afgezien van de drums en dat orgeltje. Het zijn die nummers die het meest liggen. Joshua Radin is voor mij één van die artiesten waarvan ik het liefst heb dat ze gewoon blijven doen wat ze doen; daar zijn ze goed in.
'Nowhere To Go' zoekt weer een andere richting op, meer bluesrock, en is niet eens zo slecht. Het klinkt wel een beetje als een flauw poppy afkooksel van betere blues. Toch betrap ik mezelf er soms op dat ik het vrolijk zit mee te neuriën. Niets op tegen dus
Daarna volgt een ingetogen nummer, een mooi nummer, ook weer 'Simple Times'-waardig. De droge pianoklanken gaan mooi samen met het gitaarspel en de stem van Radin. Joshua Radin op z'n best!
Na dit hoogtepunt volgt het absolute dieptepunt van 'The Rock And The Tide'. een song getiteld 'The Ones With The Light'. Zou Iggy Pop al bezig zijn met een rechtszaak voor te bereiden? Hier zitten toch elementen in die erg op 'The Passenger' lijken
'You're Not As Young' klinkt ook al een pak grootser dan eerder werk, het grote publiek wordt gezocht. de Folk mag bij dit album misschien wel vervangen worden door Pop, want waar op 'We Were Here' en 'Simple Times' de nadruk net iets meer op folk lag, ligt die nu heel wat meer op pop. De kenmerkende gitaarsolo mag uiteraard niet ontbreken..
'One Leap' is weer zo'n ingetogen liedje, en zoals ik al eerder aangaf, dat zijn de beste. 'Wanted' is ook ingetogen, maar op een andere manier; de sfeer is verschillend, vooral door toedoen van de kalme strijkers.
Afsluiter is een vernieuwde versie van 'Brand New Day'. Geef mij maar het origineel, eerlijk gezegd.
Joshua Radin probeert met deze nieuwe plaat een groter publiek te bereiken. Jammer genoeg zorgt dat voor een minder sterke plaat, waar ik bovendien minder mee heb op emotioneel vlak. Erg jammer, maar het is leuk voor Radin dat hij het over een andere boeg wil gooien. Volgende keer beter!
3 sterren
'We Are Only Getting Better' is al wat minder klef, en het titelnummer klinkt eigenlijk vrij vertrouwd. 'You Got What I Need' had op een vorige plaat kunnen staan, althans, voor een deel toch, afgezien van de drums en dat orgeltje. Het zijn die nummers die het meest liggen. Joshua Radin is voor mij één van die artiesten waarvan ik het liefst heb dat ze gewoon blijven doen wat ze doen; daar zijn ze goed in.
'Nowhere To Go' zoekt weer een andere richting op, meer bluesrock, en is niet eens zo slecht. Het klinkt wel een beetje als een flauw poppy afkooksel van betere blues. Toch betrap ik mezelf er soms op dat ik het vrolijk zit mee te neuriën. Niets op tegen dus

Daarna volgt een ingetogen nummer, een mooi nummer, ook weer 'Simple Times'-waardig. De droge pianoklanken gaan mooi samen met het gitaarspel en de stem van Radin. Joshua Radin op z'n best!
Na dit hoogtepunt volgt het absolute dieptepunt van 'The Rock And The Tide'. een song getiteld 'The Ones With The Light'. Zou Iggy Pop al bezig zijn met een rechtszaak voor te bereiden? Hier zitten toch elementen in die erg op 'The Passenger' lijken

'You're Not As Young' klinkt ook al een pak grootser dan eerder werk, het grote publiek wordt gezocht. de Folk mag bij dit album misschien wel vervangen worden door Pop, want waar op 'We Were Here' en 'Simple Times' de nadruk net iets meer op folk lag, ligt die nu heel wat meer op pop. De kenmerkende gitaarsolo mag uiteraard niet ontbreken..
'One Leap' is weer zo'n ingetogen liedje, en zoals ik al eerder aangaf, dat zijn de beste. 'Wanted' is ook ingetogen, maar op een andere manier; de sfeer is verschillend, vooral door toedoen van de kalme strijkers.
Afsluiter is een vernieuwde versie van 'Brand New Day'. Geef mij maar het origineel, eerlijk gezegd.
Joshua Radin probeert met deze nieuwe plaat een groter publiek te bereiken. Jammer genoeg zorgt dat voor een minder sterke plaat, waar ik bovendien minder mee heb op emotioneel vlak. Erg jammer, maar het is leuk voor Radin dat hij het over een andere boeg wil gooien. Volgende keer beter!
3 sterren
Julia Stone - By the Horns (2012)

3,5
0
geplaatst: 27 juni 2012, 11:46 uur
De aparte, wat scherpe stem van Julia Stone openbaarde zich voor het eerst aan mij op de plaat ‘Down the Way’, die ze samen met haar broer Angus maakte. In 2010 was dat. Later dat jaar bracht zij ook haar solodebuut uit, ‘The Memory Machine’, een goeie plaat, dat zeker wel. Geen meesterwerk, net zoals deze nieuwe plaat, ‘By the Horns’, geen meesterwerk is, maar wel een goeie plaat.
De plaat trapt af met een sterk tweetal, ‘Let’s Forget All the Things That We Say’, dat meteen de toon zet voor de rest van het album, en ‘Bloodbuzz Ohio’, een erg smaakvolle cover van het nummer van The National. Julia heeft de basis van het nummer niet verloochend, maar er wel enkele eigen toetsen aan gegeven. Dit uit zich vooral in de blaasinstrumenten die je sporadisch hoort. De passage met de fluitjes is bijvoorbeeld erg mooi te noemen. De intensiteit van het origineel heeft plaats moeten ruimen voor een meer rustgevende invulling, maar het werkt. En dat is het belangrijkste.
‘It’s All Okay’ heeft een pianomotiefje dat me erg aan een ander nummer doet denken, al kan ik er niet op komen welk nummer dat dan precies is. Vervelend. Dat is dit nummer alleszins niet, vervelend. “And it’s all okay; cause love will find a way to be what love is”, zingt Julia, en daarmee lijkt de toon van dit album ook wel wat milder dan die van het debuut. Al betekent milder niet altijd lichtzinniger, of vrolijker. ‘I’m Here, I’m Not Here’ is wat dat betreft een statement. Mooi, sober nummer met weemoedige strijkers op de verre achtergrond. De blazers op het einde van het nummer doen me ook weer aan iets denken, trouwens.
Wie Justine is, dat weet ik niet, maar de tekst vertelt ons dat het iemand is die dicht bij Julia’s hart resideert. Een mooie, soms ontroerende, poëtische tekst. De muzikale ondersteuning is sober, maar doeltreffend (vooral het drumwerk). ‘Break Apart’ kent twee gezichten. De strofes klinken als een winterwandeling, het refrein bloeit open ergens midden mei. “Darling, we could use some honesty, honestly”. Fraaie woordspeling.
‘With the Light’ opent somber, gitaar en piano spelen samen onder één hoedje. De tekst van het nummer is simplistisch te noemen, ik vind het eerlijk gezegd één van de mindere nummers op het album. De drums staan me een beetje tegen. Ook ‘I Want to Live Here’ is geen hoogvlieger, maar best nog te pruimen. De sfeer is wederom somber, maar de tekst klinkt een beetje cliché, vind ik. Zinnetjes als “However you see what’s going on; however you judge what is right, what is wrong” klinken een beetje gekunsteld.
Het titelnummer daarentegen, is echt een pareltje. In dit nummer zitten in feite alle kwaliteiten van Julia. De intensiteit die haar stem kan dragen, de warme en sombere gloed tegelijk, een perfecte melange. Het nummer bouwt geduldig op naar een krachtige climax, met mooie achtergrondzang en rumoerige strijkers, om in alle stilte af te sluiten. Tekstueel vind ik het ook één van de strafste nummers, je kan de situatie zo voor je uitdenken.
‘The Line That Ties Me’ sluit het album in schoonheid af, en doet me een beetje aan het fragiele van Laura Marling denken, vooral het knappe refrein dan.
“I could call you my lover, call you a beast;
Call you the island, where faith doesn’t reach;
Call you a lion, call you a man;
You’re the line that ties me to things, I don’t understand.”
Een tekst die je ook wel van Laura Marling kan verwachten, dus de associatie is niet echt onlogisch.
‘By the Horns’ is een succesvolle opvolger voor ‘The Memory Machine’, en zeker geen stapje terug. Een stapje hoger zou ik het ook niet noemen, want een meesterwerk vind ik het zeker niet. Wel is het een mooi plaatje, met enkele erg knappe songs.
3,5 sterren
De plaat trapt af met een sterk tweetal, ‘Let’s Forget All the Things That We Say’, dat meteen de toon zet voor de rest van het album, en ‘Bloodbuzz Ohio’, een erg smaakvolle cover van het nummer van The National. Julia heeft de basis van het nummer niet verloochend, maar er wel enkele eigen toetsen aan gegeven. Dit uit zich vooral in de blaasinstrumenten die je sporadisch hoort. De passage met de fluitjes is bijvoorbeeld erg mooi te noemen. De intensiteit van het origineel heeft plaats moeten ruimen voor een meer rustgevende invulling, maar het werkt. En dat is het belangrijkste.
‘It’s All Okay’ heeft een pianomotiefje dat me erg aan een ander nummer doet denken, al kan ik er niet op komen welk nummer dat dan precies is. Vervelend. Dat is dit nummer alleszins niet, vervelend. “And it’s all okay; cause love will find a way to be what love is”, zingt Julia, en daarmee lijkt de toon van dit album ook wel wat milder dan die van het debuut. Al betekent milder niet altijd lichtzinniger, of vrolijker. ‘I’m Here, I’m Not Here’ is wat dat betreft een statement. Mooi, sober nummer met weemoedige strijkers op de verre achtergrond. De blazers op het einde van het nummer doen me ook weer aan iets denken, trouwens.
Wie Justine is, dat weet ik niet, maar de tekst vertelt ons dat het iemand is die dicht bij Julia’s hart resideert. Een mooie, soms ontroerende, poëtische tekst. De muzikale ondersteuning is sober, maar doeltreffend (vooral het drumwerk). ‘Break Apart’ kent twee gezichten. De strofes klinken als een winterwandeling, het refrein bloeit open ergens midden mei. “Darling, we could use some honesty, honestly”. Fraaie woordspeling.
‘With the Light’ opent somber, gitaar en piano spelen samen onder één hoedje. De tekst van het nummer is simplistisch te noemen, ik vind het eerlijk gezegd één van de mindere nummers op het album. De drums staan me een beetje tegen. Ook ‘I Want to Live Here’ is geen hoogvlieger, maar best nog te pruimen. De sfeer is wederom somber, maar de tekst klinkt een beetje cliché, vind ik. Zinnetjes als “However you see what’s going on; however you judge what is right, what is wrong” klinken een beetje gekunsteld.
Het titelnummer daarentegen, is echt een pareltje. In dit nummer zitten in feite alle kwaliteiten van Julia. De intensiteit die haar stem kan dragen, de warme en sombere gloed tegelijk, een perfecte melange. Het nummer bouwt geduldig op naar een krachtige climax, met mooie achtergrondzang en rumoerige strijkers, om in alle stilte af te sluiten. Tekstueel vind ik het ook één van de strafste nummers, je kan de situatie zo voor je uitdenken.
‘The Line That Ties Me’ sluit het album in schoonheid af, en doet me een beetje aan het fragiele van Laura Marling denken, vooral het knappe refrein dan.
“I could call you my lover, call you a beast;
Call you the island, where faith doesn’t reach;
Call you a lion, call you a man;
You’re the line that ties me to things, I don’t understand.”
Een tekst die je ook wel van Laura Marling kan verwachten, dus de associatie is niet echt onlogisch.
‘By the Horns’ is een succesvolle opvolger voor ‘The Memory Machine’, en zeker geen stapje terug. Een stapje hoger zou ik het ook niet noemen, want een meesterwerk vind ik het zeker niet. Wel is het een mooi plaatje, met enkele erg knappe songs.
3,5 sterren
Justin Sane - Life, Love, and the Pursuit of Justice (2002)

2,5
0
geplaatst: 29 augustus 2015, 15:36 uur
Justin Cathal Geever, beter bekend onder zijn als taalkundig grapje verhulde pseudoniem Justin Sane, is de frontman van de Amerikaanse punkrockband Anti-Flag, die bekendstaat om z'n kritiek op de maatschappij. Hij heeft ook één soloplaat uitgebracht, 'Life, Love and the Pursuit of Justice', die klinkt als een wat tammere versie van zijn band. Aan de intensiteit van het oudere werk wordt al helemaal niet getornd, terwijl dit album toch werd uitgebracht tussen 'Underground Network' (2001) en 'The Terror State' (2003). Beide genoemde albums zijn een stuk pittiger, met meer weerhaken.
Sane doet het solo dan een pak rustiger aan, maar houdt vast aan zijn maatschappelijke kritiek. Dat zorgt soms voor wel zeer zwakke songs, met 'If It's Good for the Economy...' als dieptepunt. De inspiratie was daar blijkbaar ver zoek.
Is er dan niets goeds te ontdekken op deze plaat? Jawel, toch wel hoor, want Justin Sane laat horen dat hij zich niet enkel in het punkmilieu goed voelt. 'Cassette Deck, Road Trip, Grand Canyon' vind ik het beste en meest gezellige nummer op de plaat, en laat een ander geluid horen, wat soms wel verfrissend is.
Mijn conclusie is dat dit geen ronduit zwakke plaat is, maar ook zeker geen straf spul. De middelmaat in mijn muzikaal universum kent weer één bewoner meer, zal ik maar zeggen.
2,5 sterren
Sane doet het solo dan een pak rustiger aan, maar houdt vast aan zijn maatschappelijke kritiek. Dat zorgt soms voor wel zeer zwakke songs, met 'If It's Good for the Economy...' als dieptepunt. De inspiratie was daar blijkbaar ver zoek.
Is er dan niets goeds te ontdekken op deze plaat? Jawel, toch wel hoor, want Justin Sane laat horen dat hij zich niet enkel in het punkmilieu goed voelt. 'Cassette Deck, Road Trip, Grand Canyon' vind ik het beste en meest gezellige nummer op de plaat, en laat een ander geluid horen, wat soms wel verfrissend is.
Mijn conclusie is dat dit geen ronduit zwakke plaat is, maar ook zeker geen straf spul. De middelmaat in mijn muzikaal universum kent weer één bewoner meer, zal ik maar zeggen.
2,5 sterren
