Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Johnny Cash - American III: Solitary Man (2000)

4,5
8
geplaatst: 31 juli 2021, 20:29 uur
American III: Solitary Man is de derde plaat in een reeks van zes, waarvan er eentje postuum werd uitgebracht: de zogenaamde American Recordings van Johnny Cash, onder goedkeurend oog van Rick Rubin. De albumcover is er alweer eentje in donkere tinten. Er hangt, ook door de wazigheid van de foto, een eenzaam kantje aan, wat nauw aansluit bij de titel van de plaat.
Opener I Won’t Back Down is een song van Tom Petty, die samen met enkele Heartbreakers (Benmont Tench op toetsen, Mike Campbell op gitaar) weer meedoet op dit album. En zo fraai het origineel reeds is, maakt deze ingetogener versie van Cash misschien nog meer indruk. Hetzelfde kan in principe gezegd worden van Solitary Man, geschreven door Neil Diamond. The Man in Black maakt indruk, beangstigt zelfs ietwat; is het einde nabij? Cash begon namelijk steeds meer te sukkelen met zijn gezondheid, en dat had duidelijk zijn weerslag. Toch is hij in de liner notes van het album verrassend positief gestemd, en dankt hij als godsvruchtig man de Heer (The Master of Life, zoals hij het fraai uitdrukt) voor het leven dat hij geleefd heeft. Een terugblik op een rijkgevuld leven, in dankbaarheid.
En zo staan er wel meer covers op die, wat mij betreft althans, het origineel overstijgen. One van U2 is daar misschien wel het treffendste voorbeeld van. Het zoveelste staaltje van Cash zijn vermogen om andermans songs meesterlijk te interpreteren. Waar het origineel iets van zijn glans heeft verloren doorheen de jaren, blijft deze versie fraai glinsteren en ontroeren. Pure klasse!
Een andere absolute favoriet van mij is That Lucky Old Sun, een wondermooi liedje geschreven door Beasley Smith (muziek) en Haven Gillespie (tekst) in 1949. Een prachtkeuze wat mij betreft, want dit is één van mijn favoriete “oldies”. De song weet steeds een – wat trieste, misschien – glimlach op mijn gelaat te toveren. Grappig om weten is dat de inspiratie om deze song te kiezen wellicht te vinden is in zijn jonge jaren, want naar eigen zeggen won hij ooit een talentenjacht door dit nummer te berde te brengen.
Nobody is vervolgens een wat minder bekend nummer, maar wordt ook weer erg fraai gebracht. In 1905 bedachten Bert Williams (muziek) en Alex Rogers (tekst), mij beiden compleet onbekend, deze song, en het daaropvolgende jaar werd deze gebruikt in een Broadway-productie. Dat verrast me geenszins, want die stijl heeft het nummer wel. Cash geeft er ook een wat ironische draai aan (zijn intonatie is weer geweldig), wat een fijn effect heeft. I See a Darkness is het volgende nummer, geschreven door Will Oldham (ook wel bekend als Bonnie ‘Prince’ Billy), die speciaal naar de studio kwam om mee te zingen. Gelukkig maar, want de samenzang tijdens het refrein is tergend mooi, wat dit één mijner persoonlijke favorieten van dit album maakt.
The Mercy Seat is ook weer een mooie songkeuze. De tekst heeft iets onheilspellends, wat ook wel bij dit album past. En hoewel de uitvoering van Nick Cave & The Bad Seeds nog wat dreigender en indrukwekkender is, mag deze indringende versie er ook wezen. Dit is het laatste van 7 geweldige nummers op rij, die ik zeker even apart wilde bespreken.
Daarna is het allemaal net iets minder, wat geenszins een schande is. Field of Diamonds (waarop vrouwlief June en Sheryl Crow meezingen), Country Trash (een song uit 1973 over hoe zogenaamd uitschot van het land (country trash) ook maar een simpel doch waardig leven probeerde te leiden, met hard werken en af en toe stilletjes genieten) en I’m Leaving Now (een duet met maatje Merle Haggard waar de pret werkelijk af spat) zijn drie vroegere songs van Cash. Before My Time is een nummer dat hij speciaal voor dit album schreef, een bijzonder sobere song waarop hij languit mijmert over vervlogen tijden, om te concluderen dat liefde (voor June) overwint, en eeuwig blijft bestaan.
Op dit album kreeg ene Laura Weber White een fraaie rol toebedeeld, en als je weet dat zij destijds de vrouw was van John Carter Cash, enig kind van Johnny en June, en dat Johnny voor dit album (en ook nog wel een pak andere) innig samenwerkte met zijn zoon, mag dat uiteraard niet verrassen. Met haar fiddle zorgt ze op songs als de ouwe countryhymne Mary of the Wild Moor en het afsluitende Wayfaring Stranger voegt ze fraaie accenten toe, op die laatste in combinatie met de accordeon van Sheryl Crow. Op dit laatste nummer zingt/declameert Cash met zijn machtige, donkere stem over de vaak lastige tocht die het leven is, met aan de kim steevast een glimp van hoop. Hij klinkt dan een beetje als een onheilsprofeet die zich voorzichtig bekeert tot het optimisme.
Na het iets mindere Unchained is deze derde in de reeks weer een voltreffer; een exquise collectie songs over eenzaamheid, diverse worstelingen met het lot, onheil, reflectie en zoete ironie. Over vallen, opstaan, nogmaals vallen maar niet opgeven. Over leven.
4,5 sterren
Opener I Won’t Back Down is een song van Tom Petty, die samen met enkele Heartbreakers (Benmont Tench op toetsen, Mike Campbell op gitaar) weer meedoet op dit album. En zo fraai het origineel reeds is, maakt deze ingetogener versie van Cash misschien nog meer indruk. Hetzelfde kan in principe gezegd worden van Solitary Man, geschreven door Neil Diamond. The Man in Black maakt indruk, beangstigt zelfs ietwat; is het einde nabij? Cash begon namelijk steeds meer te sukkelen met zijn gezondheid, en dat had duidelijk zijn weerslag. Toch is hij in de liner notes van het album verrassend positief gestemd, en dankt hij als godsvruchtig man de Heer (The Master of Life, zoals hij het fraai uitdrukt) voor het leven dat hij geleefd heeft. Een terugblik op een rijkgevuld leven, in dankbaarheid.
En zo staan er wel meer covers op die, wat mij betreft althans, het origineel overstijgen. One van U2 is daar misschien wel het treffendste voorbeeld van. Het zoveelste staaltje van Cash zijn vermogen om andermans songs meesterlijk te interpreteren. Waar het origineel iets van zijn glans heeft verloren doorheen de jaren, blijft deze versie fraai glinsteren en ontroeren. Pure klasse!
Een andere absolute favoriet van mij is That Lucky Old Sun, een wondermooi liedje geschreven door Beasley Smith (muziek) en Haven Gillespie (tekst) in 1949. Een prachtkeuze wat mij betreft, want dit is één van mijn favoriete “oldies”. De song weet steeds een – wat trieste, misschien – glimlach op mijn gelaat te toveren. Grappig om weten is dat de inspiratie om deze song te kiezen wellicht te vinden is in zijn jonge jaren, want naar eigen zeggen won hij ooit een talentenjacht door dit nummer te berde te brengen.
Nobody is vervolgens een wat minder bekend nummer, maar wordt ook weer erg fraai gebracht. In 1905 bedachten Bert Williams (muziek) en Alex Rogers (tekst), mij beiden compleet onbekend, deze song, en het daaropvolgende jaar werd deze gebruikt in een Broadway-productie. Dat verrast me geenszins, want die stijl heeft het nummer wel. Cash geeft er ook een wat ironische draai aan (zijn intonatie is weer geweldig), wat een fijn effect heeft. I See a Darkness is het volgende nummer, geschreven door Will Oldham (ook wel bekend als Bonnie ‘Prince’ Billy), die speciaal naar de studio kwam om mee te zingen. Gelukkig maar, want de samenzang tijdens het refrein is tergend mooi, wat dit één mijner persoonlijke favorieten van dit album maakt.
The Mercy Seat is ook weer een mooie songkeuze. De tekst heeft iets onheilspellends, wat ook wel bij dit album past. En hoewel de uitvoering van Nick Cave & The Bad Seeds nog wat dreigender en indrukwekkender is, mag deze indringende versie er ook wezen. Dit is het laatste van 7 geweldige nummers op rij, die ik zeker even apart wilde bespreken.
Daarna is het allemaal net iets minder, wat geenszins een schande is. Field of Diamonds (waarop vrouwlief June en Sheryl Crow meezingen), Country Trash (een song uit 1973 over hoe zogenaamd uitschot van het land (country trash) ook maar een simpel doch waardig leven probeerde te leiden, met hard werken en af en toe stilletjes genieten) en I’m Leaving Now (een duet met maatje Merle Haggard waar de pret werkelijk af spat) zijn drie vroegere songs van Cash. Before My Time is een nummer dat hij speciaal voor dit album schreef, een bijzonder sobere song waarop hij languit mijmert over vervlogen tijden, om te concluderen dat liefde (voor June) overwint, en eeuwig blijft bestaan.
Op dit album kreeg ene Laura Weber White een fraaie rol toebedeeld, en als je weet dat zij destijds de vrouw was van John Carter Cash, enig kind van Johnny en June, en dat Johnny voor dit album (en ook nog wel een pak andere) innig samenwerkte met zijn zoon, mag dat uiteraard niet verrassen. Met haar fiddle zorgt ze op songs als de ouwe countryhymne Mary of the Wild Moor en het afsluitende Wayfaring Stranger voegt ze fraaie accenten toe, op die laatste in combinatie met de accordeon van Sheryl Crow. Op dit laatste nummer zingt/declameert Cash met zijn machtige, donkere stem over de vaak lastige tocht die het leven is, met aan de kim steevast een glimp van hoop. Hij klinkt dan een beetje als een onheilsprofeet die zich voorzichtig bekeert tot het optimisme.
Na het iets mindere Unchained is deze derde in de reeks weer een voltreffer; een exquise collectie songs over eenzaamheid, diverse worstelingen met het lot, onheil, reflectie en zoete ironie. Over vallen, opstaan, nogmaals vallen maar niet opgeven. Over leven.
4,5 sterren
Johnny Cash - American IV: The Man Comes Around (2002)

4,5
3
geplaatst: 24 september 2021, 22:00 uur
The Man Comes Around, deel 4 in de American Recordings-serie van Johnny Cash in samenwerking met producer Rick Rubin, is de laatste plaat die uitkwam voor het overlijden van de artiest in 2003, op 71-jarige leeftijd. Slechts een paar maanden na zijn grote liefde June Carter, overigens. De originele LP-versie bevat 17 songs, de reissue op CD twee minder. Ik heb de CD in mijn bezit, dus deze bespreking is dan ook daarop van toepassing.
de albumhoes spreekt meteen boekdelen; een zwarte cover, een in gedachten verzonken artiest en daarboven zijn naam in helwitte koeien van letters. op de achterkant van het CD-boekje staat een kerkaltaar afgebeeld. In het boekje staan nog enkele foto's, waarvan er eentje, waarop Cash samen met enkele bandleden te zien is, me steeds weer enorm ontroert. De oude artiest is als enige duidelijk zichtbaar, akoestische gitaar op schoot, en kijkt met een blik die zowel geamuseerd als bezorgd lijkt, recht in de lens. Dit beeld komt zo ontzettend oprecht over, en het is ook effectief, want het laat zowel de kracht als de breekbaarheid van Cash zien.
De titelsong werd door Cash zelf geschreven, en beschouw ik als één zijner hoogtepunten (toch zeker uit het latere deel van zijn carrière). Deze track is gebaseerd op het Boek der Openbaringen, al zitten er nog wel wat Bijbelse verwijzingen in. Als albumopener trekt de song je meteen mee in wat het laatste jaar van Cash op deze planeet zou zijn, met hel en verdoemenis, maar ook een terugblik. Hurt, een wonderbaarlijke cover van het al even geweldige origineel van Trent Reznor's Nine Inch Nails, sluit daar naadloos op aan. De uitvoering van Cash is erg intens, op het choquerende af zelfs.
Give My Love to Rose is een nummer dat Cash reeds in 1957 schreef en uitbracht, en waarvan hier een versie geheel in de stijl van het album (een desolate, maar toch ook warme sfeer) werd gemaakt. Sober, waardig en oprecht klinkt deze song over een man die zijn straf heeft uitgezeten, maar op weg naar huis het noodlot tegenkwam.
Bridge over Troubled Water was vroeger één van mijn favoriete Cash-songs (ik had 'm hier bij het album ook aangevinkt), en ik vind deze versie nog steeds mooier dan het origineel van Simon & Garfunkel, maar met de jaren is de liefde toch ietwat gaan slijten. Toch staat deze song nog steeds als een huis, met een fraaie rol voor Roger Manning, Jr. op chamberlin (een soort elektrisch keyboard), mellotron en piano, en komt Fiona Apple, toen nog een jonge deerne halfweg haar twintiger jaren, later in de song meedoen, wat voor pakkende samenzang zorgt.
Het origineel van I Hung My Head, van Sting, heb ik volgens mij nog nooit beluisterd, maar deze versie is weer erg mooi, en past prima binnen de geest van het album. Dat geldt ook voor het daaropvolgende nummer, het ingetogen First Time Ever I Saw Your Face (wat je als ode aan June Carter zou kunnen beluisteren). De instrumentale ondersteuning is minimaal, maar het stemgeluid van The Man in Black, nog steeds machtig, maar toen toch al behoorlijk fragiel, zorgt voor een huivering en genot tegelijkertijd.
Personal Jesus is wat anders van toon, wat frivoler (let ook op het kwieke pianospel van Billy Preston). John Frusciante speelt akoestische gitaar op deze fraaie Depeche Mode-cover, die ver genoeg van het origineel staat, maar dat donkere, ironische sfeertje wel weet te behouden. In My Life is dan weer een nummer van het illustere songschrijversduo Lennon/McCartney (u kent hen wellicht). Cash weet de essentie goed te vangen: een oude man die terugblikt op een rijkgevuld leven boordevol herinneringen, maar bovenal een viering van zijn Grote Liefde (en dat is June, natuurlijk).
Sam Hall is wellicht het meest uptempo-nummer dat op de plaat staat, met o.a. ukulele en tack piano (wat gelijkenissen vertoont met honky tonk). En zo klinkt het ook wel, het had een barroom ballad kunnen zijn. Dit nummer nam Cash in 1965 ook al op, voor zijn LP Sings Ballads of the True West. Danny Boy ken ik vooral in de prachtige versie van Elvis. Die is puur qua stembereik en -techniek wellicht vele malen indrukwekkender dan deze versie van Cash. Maar Cash weet hier, enkel door Benmont Tench op pijporgel bijgestaan, een erg sacraal gevoel op te roepen, en de luisteraar er echt bij te betrekken. Ik heb tijdens het luisteren vaak de neiging recht te gaan staan, de hand op het hart, en luidkeels (en in mijn geval ook zo vals als een zwarte kater) mee te zingen, zoals bij een volkslied bijvoorbeeld.
Desperado is een Eagles-cover, met Don Henley als gastvocalist, en vind ik het minste nummer op het album. Om één of andere reden past de song gewoon niet echt op dit album, lijkt het. Niet meer dan een piepklein smetje, want de volgende song, de Hank Williams-klassieker I'm So Lonesome I Could Cry, vind ik dan weer een schot in de roos. In duet met Nick Cave weet Cash de eenzame sfeer van het nummer perfect te vangen. Tear Stained Letter heeft vervolgens weer dat stemmige pianospel van Billy Preston, en is een song die Cash schreef voor zijn geweldige plaat A Thing Called Love, mijn favoriete Cash-plaat uit de jaren '70. Dit is ook het enige nummer waarop drums te horen zijn, maar het stoort geenszins.
Op Streets of Laredo, een oude cowboy ballad, mag Laura Cash (toen getrouwd met John Carter Cash, de zoon van Johnny en June) met haar fiddle voor wat (welgekomen) opsmuk zorgen. Het is slechts de opmaat richting We'll Meet Again, dat in alle opzichten de logische afsluiter vormt, niet alleen voor dit album maar voor de gehele carrière van Johnny Cash.
"We'll meet again;
Don't know where, don't know when;
But I know we'll meet again;
Some sunny day."
De combinatie dobro-fiddle-klarinet zorgt voor een soort late night jazzy sfeertje, en tegen het eind van de song komt iedereen Cash vergezellen.
The Man Comes Around is een in hoofdzaak sobere plaat waarop voor de luisteraar meer dan genoeg te genieten valt. De songkeuze is weloverwogen, met veel nummers die handelen over eenzaamheid en ouderdom, met de nodige aftakeling en terugblik. The Man in Black nam alles een laatste maal in ogenschouw, zag dat het goed was, en kon eindelijk afscheid nemen.
4,5 sterren
de albumhoes spreekt meteen boekdelen; een zwarte cover, een in gedachten verzonken artiest en daarboven zijn naam in helwitte koeien van letters. op de achterkant van het CD-boekje staat een kerkaltaar afgebeeld. In het boekje staan nog enkele foto's, waarvan er eentje, waarop Cash samen met enkele bandleden te zien is, me steeds weer enorm ontroert. De oude artiest is als enige duidelijk zichtbaar, akoestische gitaar op schoot, en kijkt met een blik die zowel geamuseerd als bezorgd lijkt, recht in de lens. Dit beeld komt zo ontzettend oprecht over, en het is ook effectief, want het laat zowel de kracht als de breekbaarheid van Cash zien.
De titelsong werd door Cash zelf geschreven, en beschouw ik als één zijner hoogtepunten (toch zeker uit het latere deel van zijn carrière). Deze track is gebaseerd op het Boek der Openbaringen, al zitten er nog wel wat Bijbelse verwijzingen in. Als albumopener trekt de song je meteen mee in wat het laatste jaar van Cash op deze planeet zou zijn, met hel en verdoemenis, maar ook een terugblik. Hurt, een wonderbaarlijke cover van het al even geweldige origineel van Trent Reznor's Nine Inch Nails, sluit daar naadloos op aan. De uitvoering van Cash is erg intens, op het choquerende af zelfs.
Give My Love to Rose is een nummer dat Cash reeds in 1957 schreef en uitbracht, en waarvan hier een versie geheel in de stijl van het album (een desolate, maar toch ook warme sfeer) werd gemaakt. Sober, waardig en oprecht klinkt deze song over een man die zijn straf heeft uitgezeten, maar op weg naar huis het noodlot tegenkwam.
Bridge over Troubled Water was vroeger één van mijn favoriete Cash-songs (ik had 'm hier bij het album ook aangevinkt), en ik vind deze versie nog steeds mooier dan het origineel van Simon & Garfunkel, maar met de jaren is de liefde toch ietwat gaan slijten. Toch staat deze song nog steeds als een huis, met een fraaie rol voor Roger Manning, Jr. op chamberlin (een soort elektrisch keyboard), mellotron en piano, en komt Fiona Apple, toen nog een jonge deerne halfweg haar twintiger jaren, later in de song meedoen, wat voor pakkende samenzang zorgt.
Het origineel van I Hung My Head, van Sting, heb ik volgens mij nog nooit beluisterd, maar deze versie is weer erg mooi, en past prima binnen de geest van het album. Dat geldt ook voor het daaropvolgende nummer, het ingetogen First Time Ever I Saw Your Face (wat je als ode aan June Carter zou kunnen beluisteren). De instrumentale ondersteuning is minimaal, maar het stemgeluid van The Man in Black, nog steeds machtig, maar toen toch al behoorlijk fragiel, zorgt voor een huivering en genot tegelijkertijd.
Personal Jesus is wat anders van toon, wat frivoler (let ook op het kwieke pianospel van Billy Preston). John Frusciante speelt akoestische gitaar op deze fraaie Depeche Mode-cover, die ver genoeg van het origineel staat, maar dat donkere, ironische sfeertje wel weet te behouden. In My Life is dan weer een nummer van het illustere songschrijversduo Lennon/McCartney (u kent hen wellicht). Cash weet de essentie goed te vangen: een oude man die terugblikt op een rijkgevuld leven boordevol herinneringen, maar bovenal een viering van zijn Grote Liefde (en dat is June, natuurlijk).
Sam Hall is wellicht het meest uptempo-nummer dat op de plaat staat, met o.a. ukulele en tack piano (wat gelijkenissen vertoont met honky tonk). En zo klinkt het ook wel, het had een barroom ballad kunnen zijn. Dit nummer nam Cash in 1965 ook al op, voor zijn LP Sings Ballads of the True West. Danny Boy ken ik vooral in de prachtige versie van Elvis. Die is puur qua stembereik en -techniek wellicht vele malen indrukwekkender dan deze versie van Cash. Maar Cash weet hier, enkel door Benmont Tench op pijporgel bijgestaan, een erg sacraal gevoel op te roepen, en de luisteraar er echt bij te betrekken. Ik heb tijdens het luisteren vaak de neiging recht te gaan staan, de hand op het hart, en luidkeels (en in mijn geval ook zo vals als een zwarte kater) mee te zingen, zoals bij een volkslied bijvoorbeeld.
Desperado is een Eagles-cover, met Don Henley als gastvocalist, en vind ik het minste nummer op het album. Om één of andere reden past de song gewoon niet echt op dit album, lijkt het. Niet meer dan een piepklein smetje, want de volgende song, de Hank Williams-klassieker I'm So Lonesome I Could Cry, vind ik dan weer een schot in de roos. In duet met Nick Cave weet Cash de eenzame sfeer van het nummer perfect te vangen. Tear Stained Letter heeft vervolgens weer dat stemmige pianospel van Billy Preston, en is een song die Cash schreef voor zijn geweldige plaat A Thing Called Love, mijn favoriete Cash-plaat uit de jaren '70. Dit is ook het enige nummer waarop drums te horen zijn, maar het stoort geenszins.
Op Streets of Laredo, een oude cowboy ballad, mag Laura Cash (toen getrouwd met John Carter Cash, de zoon van Johnny en June) met haar fiddle voor wat (welgekomen) opsmuk zorgen. Het is slechts de opmaat richting We'll Meet Again, dat in alle opzichten de logische afsluiter vormt, niet alleen voor dit album maar voor de gehele carrière van Johnny Cash.
"We'll meet again;
Don't know where, don't know when;
But I know we'll meet again;
Some sunny day."
De combinatie dobro-fiddle-klarinet zorgt voor een soort late night jazzy sfeertje, en tegen het eind van de song komt iedereen Cash vergezellen.
The Man Comes Around is een in hoofdzaak sobere plaat waarop voor de luisteraar meer dan genoeg te genieten valt. De songkeuze is weloverwogen, met veel nummers die handelen over eenzaamheid en ouderdom, met de nodige aftakeling en terugblik. The Man in Black nam alles een laatste maal in ogenschouw, zag dat het goed was, en kon eindelijk afscheid nemen.
4,5 sterren
Johnny Cash - American Recordings (1994)

4,5
8
geplaatst: 26 februari 2021, 20:01 uur
In het begin van de jaren ’90 leek de carrière van Johnny Cash wat in het slop te zitten. OK, hij bracht nog wel z’n albums uit, en met zijn maatjes Nelson, Kristofferson en Jennings deed hij het nog best goed als de supergroep Highwaymen. Toch was de oude glorie getaand door de jaren, en waren er nieuwe artiesten opgestaan om successen te boeken.
Toen Cash in 1992 echter als gast kwam opdraven tijdens een concert ter ere van Bob Dylan’s 30ste jaar op de planken (nu ja: in 1962 kwam diens debuut uit, maar hij trad natuurlijk in 1961 ook al op in New York), werd hij opgemerkt door producer Rick Rubin, die niet echt bekend was met country. Cash stond er dan ook wantrouwig tegenover, maar het kwam toch tot een samenwerking, en kijk: die bleek, getuige de 5 delen die nog zouden volgen, uiterst vruchtbaar, én succesvol.
American Recordings, zoals deze eerste in een reeks van 6 werd genoemd, zou de carrière van Johnny Cash volledig opnieuw lanceren, meer zelfs: in de laatste 10 jaar van zijn leven, zou The Man in Black nog enkele van zijn mooiste werken op de mensheid loslaten. Ontdaan van alle franjes, weg rijke jaren ’80 productie: gewoon een man met zijn gitaar, zijn verhalen en duizelingwekkende stem.
Aan de albumcover merk je in feite dat het wel goed zit met deze plaat: een in het zwart uitgedoste Cash, geflankeerd door twee honden, met een kop die er even verweerd uitziet als het landschap rondom hem (de foto werd genomen in Australië). Het is geen foto in grijstinten, maar de kleurschakering is wel degelijk wat somber te noemen, en de blik in de ogen van Cash wat onpeilbaar, maar vooral onheilspellend.
Deze plaat bestaat uit 13 nummers, waarvan het gros werd opgenomen in, volgens de opdruk op het schijfje zelf (ik heb de CD in huis), de woonkamer van Rick Rubin en “Johnny Cash’s cabin”, waarmee vermoedelijk Cash’s opnameruimte in Tennessee bedoeld wordt. Enkel Tennessee Stud en afsluiter The Man Who Couldn’t Cry, origineel een zeer fraaie song van Loudon Wainwright III, werden opgenomen voor een live publiek, op 3 december 1993 in de Viper Room in Los Angeles, destijds de club van Johnny Depp. Een goeie keuze, want van alle songs op de plaat hebben deze twee de meest humoristische inslag, wat je ook duidelijk hoort aan het publiek dat, aangevuurd door de geboren performer die Cash ook toen nog was, enthousiast reageert.
De overige 11 nummers zijn dus studio-opnames, waarbij de soberheid in positieve zin opvalt, de impact van de nummers zelfs versterkt. Twee songs nam Cash reeds eerder op: opener Delia’s Gone (dat ook de eerste single was) stond al op The Sound of Johnny Cash uit 1962; Oh, Bury Me Not was eerder al te horen op de plaat Johnny Cash Sings the Ballads of the True West. Als ik die opnames vergelijk met de versies op American Recordings, merk ik vooral dat deze laatste een pak intenser binnenkomen. Dat ligt aan de stem van Cash, die anno 1993-1994 duidelijk op leeftijd begon te komen, meer gegroefd klinkt. Maar ook aan de muzikale begeleiding. Op American Recordings is amper country te bespeuren, Cash klinkt hier veel meer als een getekende singer-songwriter.
Naast de opener staan hier nog 4 eigen composities op, waarvan Drive On de tweede single werd. Dat is niet het beste nummer van de plaat, maar als single wel een goeie keuze, vind ik, want het nummer heeft wel de kwaliteit om meteen te blijven plakken. Verder schreef Cash het korte Let the Train Blow the Whistle, Redemption en Like a Soldier voor dit album, waarbij vooral die laatste 2 erg fraai zijn. Redemption lijkt me over de kruisiging van ene Jezus Christus te gaan, en vooral de manier waarop Cash zijn stemtimbre laat openbloeien in het refrein, is machtig mooi gedaan. In Like a Soldier herken ik dan weer gevoelens van hoop en relativering.
Verder werd met American Recordings voor mij vooral een reeks in gang getrokken waarin Johnny Cash zijn ongelooflijke talent liet horen om andermans songs op meesterlijke wijze eigen te maken. Van alle covers die hij opnam voor de American-albums, zijn er een pak die ik meer kan waarderen dan de originelen, hoewel dat op deze plaat nog wel meevalt. Hier valt in eerste instantie vooral Leonard Cohen’s Bird on a Wire op, een song waarmee Cash grandioos aan de haal gaat. Ook The Beast in Me, in die beklemmende verstilde versie, is erg geslaagd. Het nummer werd overigens geschreven door Nick Lowe, die van 1979 tot 1990 getrouwd was met Carlene Carter, de stiefdochter van Johnny Cash.
De meest opvallende song is wellicht Thirteen, geschreven door Glenn Danzig, die ik vooral ken van zijn bands Danzig en Misfits, in de hardere uithoeken van het muzikale spectrum. Danzig had reeds eerder met Rick Rubin gewerkt, en schreef het nummer speciaal voor Cash, naar verluidt in slechts 20 minuten. Pas later zou hij zelf een versie van het nummer opnemen, die verscheen op het album 6:66 Satan’s Child uit 1999.
Een laatste song die ik wil aanhalen, is Down There by the Train, geschreven door fulltime klasbak Tom Waits, die later ook op diens plaat Orphans, een soort geniale verzamelaar tjokvol Waits-rariteiten, zou verschijnen. Cash weet ook deze song sterk te vertolken, met tijdens het refrein steeds een korte oprisping van zijn gitaar. Enig mooi, een mens wordt er waarlijk stil van.
Zo begon met American Recordings, zo kunnen we toch stellen, het laatste luik in de carrière van Johnny Cash. Een lange periode van ouder worden, meermaals sluiks over de schouder terugblikken op het verleden en uitkijken naar het langgerekte doch onvermijdelijke einde.
4,5 sterren
Toen Cash in 1992 echter als gast kwam opdraven tijdens een concert ter ere van Bob Dylan’s 30ste jaar op de planken (nu ja: in 1962 kwam diens debuut uit, maar hij trad natuurlijk in 1961 ook al op in New York), werd hij opgemerkt door producer Rick Rubin, die niet echt bekend was met country. Cash stond er dan ook wantrouwig tegenover, maar het kwam toch tot een samenwerking, en kijk: die bleek, getuige de 5 delen die nog zouden volgen, uiterst vruchtbaar, én succesvol.
American Recordings, zoals deze eerste in een reeks van 6 werd genoemd, zou de carrière van Johnny Cash volledig opnieuw lanceren, meer zelfs: in de laatste 10 jaar van zijn leven, zou The Man in Black nog enkele van zijn mooiste werken op de mensheid loslaten. Ontdaan van alle franjes, weg rijke jaren ’80 productie: gewoon een man met zijn gitaar, zijn verhalen en duizelingwekkende stem.
Aan de albumcover merk je in feite dat het wel goed zit met deze plaat: een in het zwart uitgedoste Cash, geflankeerd door twee honden, met een kop die er even verweerd uitziet als het landschap rondom hem (de foto werd genomen in Australië). Het is geen foto in grijstinten, maar de kleurschakering is wel degelijk wat somber te noemen, en de blik in de ogen van Cash wat onpeilbaar, maar vooral onheilspellend.
Deze plaat bestaat uit 13 nummers, waarvan het gros werd opgenomen in, volgens de opdruk op het schijfje zelf (ik heb de CD in huis), de woonkamer van Rick Rubin en “Johnny Cash’s cabin”, waarmee vermoedelijk Cash’s opnameruimte in Tennessee bedoeld wordt. Enkel Tennessee Stud en afsluiter The Man Who Couldn’t Cry, origineel een zeer fraaie song van Loudon Wainwright III, werden opgenomen voor een live publiek, op 3 december 1993 in de Viper Room in Los Angeles, destijds de club van Johnny Depp. Een goeie keuze, want van alle songs op de plaat hebben deze twee de meest humoristische inslag, wat je ook duidelijk hoort aan het publiek dat, aangevuurd door de geboren performer die Cash ook toen nog was, enthousiast reageert.
De overige 11 nummers zijn dus studio-opnames, waarbij de soberheid in positieve zin opvalt, de impact van de nummers zelfs versterkt. Twee songs nam Cash reeds eerder op: opener Delia’s Gone (dat ook de eerste single was) stond al op The Sound of Johnny Cash uit 1962; Oh, Bury Me Not was eerder al te horen op de plaat Johnny Cash Sings the Ballads of the True West. Als ik die opnames vergelijk met de versies op American Recordings, merk ik vooral dat deze laatste een pak intenser binnenkomen. Dat ligt aan de stem van Cash, die anno 1993-1994 duidelijk op leeftijd begon te komen, meer gegroefd klinkt. Maar ook aan de muzikale begeleiding. Op American Recordings is amper country te bespeuren, Cash klinkt hier veel meer als een getekende singer-songwriter.
Naast de opener staan hier nog 4 eigen composities op, waarvan Drive On de tweede single werd. Dat is niet het beste nummer van de plaat, maar als single wel een goeie keuze, vind ik, want het nummer heeft wel de kwaliteit om meteen te blijven plakken. Verder schreef Cash het korte Let the Train Blow the Whistle, Redemption en Like a Soldier voor dit album, waarbij vooral die laatste 2 erg fraai zijn. Redemption lijkt me over de kruisiging van ene Jezus Christus te gaan, en vooral de manier waarop Cash zijn stemtimbre laat openbloeien in het refrein, is machtig mooi gedaan. In Like a Soldier herken ik dan weer gevoelens van hoop en relativering.
Verder werd met American Recordings voor mij vooral een reeks in gang getrokken waarin Johnny Cash zijn ongelooflijke talent liet horen om andermans songs op meesterlijke wijze eigen te maken. Van alle covers die hij opnam voor de American-albums, zijn er een pak die ik meer kan waarderen dan de originelen, hoewel dat op deze plaat nog wel meevalt. Hier valt in eerste instantie vooral Leonard Cohen’s Bird on a Wire op, een song waarmee Cash grandioos aan de haal gaat. Ook The Beast in Me, in die beklemmende verstilde versie, is erg geslaagd. Het nummer werd overigens geschreven door Nick Lowe, die van 1979 tot 1990 getrouwd was met Carlene Carter, de stiefdochter van Johnny Cash.
De meest opvallende song is wellicht Thirteen, geschreven door Glenn Danzig, die ik vooral ken van zijn bands Danzig en Misfits, in de hardere uithoeken van het muzikale spectrum. Danzig had reeds eerder met Rick Rubin gewerkt, en schreef het nummer speciaal voor Cash, naar verluidt in slechts 20 minuten. Pas later zou hij zelf een versie van het nummer opnemen, die verscheen op het album 6:66 Satan’s Child uit 1999.
Een laatste song die ik wil aanhalen, is Down There by the Train, geschreven door fulltime klasbak Tom Waits, die later ook op diens plaat Orphans, een soort geniale verzamelaar tjokvol Waits-rariteiten, zou verschijnen. Cash weet ook deze song sterk te vertolken, met tijdens het refrein steeds een korte oprisping van zijn gitaar. Enig mooi, een mens wordt er waarlijk stil van.
Zo begon met American Recordings, zo kunnen we toch stellen, het laatste luik in de carrière van Johnny Cash. Een lange periode van ouder worden, meermaals sluiks over de schouder terugblikken op het verleden en uitkijken naar het langgerekte doch onvermijdelijke einde.
4,5 sterren
Johnny Cash - American V: A Hundred Highways (2006)

4,0
8
geplaatst: 15 mei 2022, 20:30 uur
De liner notes bij dit album, de eerste postuum uitgebrachte plaat uit de American Recordings-reeks van Johnny Cash, werden geschreven door producer Rick Rubin. Hij heeft het over het moment dat hij hoorde van Cash' verscheiden op 12 september 2003 en de innige band die zij sinds hun samenwerking hadden opgebouwd. Op zich weinig opzienbarend, al blijven volgende woorden me wel bij:
"Sometimes he booms and other times he sounds weaker and more vulnerable, but in the end his ability to convey words in a way the listener can truly feel and believe them is amazingly consistent."
Daar kan ik me slechts voor de volle honderd procent bij aansluiten.
Op de sobere zwart-witte hoes zien we een stokoud ogende, in zichzelf gekeerde en mijmerende Johnny Cash. Ik kan me goed voorstellen dat hij daar een tekst aan het bestuderen is, peinzend over hoe hij die het beste kan brengen. Cash ten voeten uit. Deze plaat was zijn eerste nummer 1 in 37 jaar. Een beetje bitter dat dit pas bij een postume uitgave gebeurt na zo lang, maar ach, zo gaat dat wel vaker zeker?
De opnames die op deze plaat staan, dateren allemaal van de periode mei-augustus 2003, helemaal aan het eind van Cash' rijkgevulde leven. Help Me is de gospelopener van de plaat (Cash nam deze reeds in 1973 op voor het album The Gospel Road. Hierop borduurt de tweede song, zij het wat duisterder, op voort; een schitterende vertolking van de traditional God's Gonna Cut You Down. Haunting, noemt men dat in het Engels.
Like the 309 is de eerste van 2 eigen songs op dit album. Het ritme is opzwepend, Cash zingt opvallend levendig en energiek op dit nummer, wat er dan ook bij past, want de 309 in dit liedje verwijst naar een trein. Naar verluidt was dit het laatste nummer dat hij ooit schreef. Het is dan ook markant dat de song opent met de regels "It should be a while before I see doctor Death; So it would sure be nice if I could get my breath".
Op Gordon Lightfoot's If You Could Read My Mind klinkt Cash dan weer uitermate kwetsbaar en broos, al lijkt er gaandeweg wat meer hoop in zijn stem te sluimeren. Further on Up the Road in een prachtige cover van Bruce Springsteen (The Boss bracht de song in 2002 uit op zijn succesplaat The Rising). De song past Cash alweer als gegoten, hij weet er net het juiste gevoel van avontuur, mysterie en verlangen in te stoppen.
Dan krijgen we een aandoenlijke versie van Hank Williams' On the Evening Train. Naar verluidt waren treinen Cash' favoriete topic om songs over te schrijven, na paarden. Hij coverde dan ook wel wat songs met één of meerdere treinen als onderwerp. I Came to Believe is een song die Cash reeds in de jaren '80 schreef, en deel uitmaakte van opnames die hij toen maakte, en die in 2014 zouden resulteren in het album Out Among the Stars. Deze versie werd evenwel in 2003 opgenomen, met o.a. een uitmuntende Benmont Tench op klavecimbel als ik me niet vergis. Het geeft de statige gospelsong nog wat meer aanzien, als je 't mij vraagt.
Love's Been Good to Me is een song van Rod McKuen, een wat vergeten singer-songwriter die in 2015 overleed. De song kende ik voorheen niet, maar aangezien Johnny's June in mei 2003 overleed, kan ik er zeker inkomen waarom Cash net die song coverde. Cash maakte er dan ook een mooi en aangrijpend relaas van.
Dan een heel wat bekender nummer, A Legend in My Time! Het origineel van Don Gibson is me niet onbekend (fijn!), en eerder deze week hoorde ik nog de versie van Roy Orbison, maar aan deze interpretatie kan alweer niet veel tippen wat mij betreft. Cash brengt die song zo waardig, krachtig en kwetsbaar tegelijk, en dat terwijl de tekst eigenlijk best een beetje zielig en triest is. Toont eens te meer aan hoe goed Cash een song kon brengen!
Rose of My Heart is gewoon een mooi liedje, maar veel meer kan ik er doorgaans niet van maken. Daarna volgt echter Four Strong Winds van Ian Tyson, bekend van het jaren '60-folkduo Ian & Sylvia. Waar Neil Young er in 1978 een rijker klinkende versie (met Nicolette Larson en fiddle) van maakte, is dit net een erg ingetogen versie. Enfin, ik vind ze beiden ongeveer even mooi.
Afsluiter I'm Free from the Chain Gang Now nam Cash al 'ns op voor zijn album The Sound of Johnny Cash uit 1962. Als ik beide vergelijk, vind ik deze versie superieur; er zit ongeveer 40 jaar tussen beide opnames, en ik hoor in deze versie een berustende Cash. Wellicht voelde hij het einde al wel naderen ondanks de (ironische?) openingsregels van Like the 309, en is dit ook een metafoor voor het Spel van Leven & Dood.
Er zullen vast initieel wel wat twijfels geweest zijn om dit uit te brengen (het gebeurde ook pas in 2006), maar ik ben erg blij dat deze opnames niet op de plank zijn blijven liggen, en Rubin en zijn er team er nog een coherente plaat van hebben kunnen smeden ook. Ook deze telg uit de American Recordings-reeks is er eentje om te koesteren.
4 sterren
"Sometimes he booms and other times he sounds weaker and more vulnerable, but in the end his ability to convey words in a way the listener can truly feel and believe them is amazingly consistent."
Daar kan ik me slechts voor de volle honderd procent bij aansluiten.
Op de sobere zwart-witte hoes zien we een stokoud ogende, in zichzelf gekeerde en mijmerende Johnny Cash. Ik kan me goed voorstellen dat hij daar een tekst aan het bestuderen is, peinzend over hoe hij die het beste kan brengen. Cash ten voeten uit. Deze plaat was zijn eerste nummer 1 in 37 jaar. Een beetje bitter dat dit pas bij een postume uitgave gebeurt na zo lang, maar ach, zo gaat dat wel vaker zeker?
De opnames die op deze plaat staan, dateren allemaal van de periode mei-augustus 2003, helemaal aan het eind van Cash' rijkgevulde leven. Help Me is de gospelopener van de plaat (Cash nam deze reeds in 1973 op voor het album The Gospel Road. Hierop borduurt de tweede song, zij het wat duisterder, op voort; een schitterende vertolking van de traditional God's Gonna Cut You Down. Haunting, noemt men dat in het Engels.
Like the 309 is de eerste van 2 eigen songs op dit album. Het ritme is opzwepend, Cash zingt opvallend levendig en energiek op dit nummer, wat er dan ook bij past, want de 309 in dit liedje verwijst naar een trein. Naar verluidt was dit het laatste nummer dat hij ooit schreef. Het is dan ook markant dat de song opent met de regels "It should be a while before I see doctor Death; So it would sure be nice if I could get my breath".
Op Gordon Lightfoot's If You Could Read My Mind klinkt Cash dan weer uitermate kwetsbaar en broos, al lijkt er gaandeweg wat meer hoop in zijn stem te sluimeren. Further on Up the Road in een prachtige cover van Bruce Springsteen (The Boss bracht de song in 2002 uit op zijn succesplaat The Rising). De song past Cash alweer als gegoten, hij weet er net het juiste gevoel van avontuur, mysterie en verlangen in te stoppen.
Dan krijgen we een aandoenlijke versie van Hank Williams' On the Evening Train. Naar verluidt waren treinen Cash' favoriete topic om songs over te schrijven, na paarden. Hij coverde dan ook wel wat songs met één of meerdere treinen als onderwerp. I Came to Believe is een song die Cash reeds in de jaren '80 schreef, en deel uitmaakte van opnames die hij toen maakte, en die in 2014 zouden resulteren in het album Out Among the Stars. Deze versie werd evenwel in 2003 opgenomen, met o.a. een uitmuntende Benmont Tench op klavecimbel als ik me niet vergis. Het geeft de statige gospelsong nog wat meer aanzien, als je 't mij vraagt.
Love's Been Good to Me is een song van Rod McKuen, een wat vergeten singer-songwriter die in 2015 overleed. De song kende ik voorheen niet, maar aangezien Johnny's June in mei 2003 overleed, kan ik er zeker inkomen waarom Cash net die song coverde. Cash maakte er dan ook een mooi en aangrijpend relaas van.
Dan een heel wat bekender nummer, A Legend in My Time! Het origineel van Don Gibson is me niet onbekend (fijn!), en eerder deze week hoorde ik nog de versie van Roy Orbison, maar aan deze interpretatie kan alweer niet veel tippen wat mij betreft. Cash brengt die song zo waardig, krachtig en kwetsbaar tegelijk, en dat terwijl de tekst eigenlijk best een beetje zielig en triest is. Toont eens te meer aan hoe goed Cash een song kon brengen!
Rose of My Heart is gewoon een mooi liedje, maar veel meer kan ik er doorgaans niet van maken. Daarna volgt echter Four Strong Winds van Ian Tyson, bekend van het jaren '60-folkduo Ian & Sylvia. Waar Neil Young er in 1978 een rijker klinkende versie (met Nicolette Larson en fiddle) van maakte, is dit net een erg ingetogen versie. Enfin, ik vind ze beiden ongeveer even mooi.
Afsluiter I'm Free from the Chain Gang Now nam Cash al 'ns op voor zijn album The Sound of Johnny Cash uit 1962. Als ik beide vergelijk, vind ik deze versie superieur; er zit ongeveer 40 jaar tussen beide opnames, en ik hoor in deze versie een berustende Cash. Wellicht voelde hij het einde al wel naderen ondanks de (ironische?) openingsregels van Like the 309, en is dit ook een metafoor voor het Spel van Leven & Dood.
Er zullen vast initieel wel wat twijfels geweest zijn om dit uit te brengen (het gebeurde ook pas in 2006), maar ik ben erg blij dat deze opnames niet op de plank zijn blijven liggen, en Rubin en zijn er team er nog een coherente plaat van hebben kunnen smeden ook. Ook deze telg uit de American Recordings-reeks is er eentje om te koesteren.
4 sterren
Johnny Cash - American VI: Ain't No Grave (2010)

3,5
2
geplaatst: 28 juni 2022, 21:10 uur
Het zesde en, tot op heden, laatste deel van de onvolprezen American Recordings-reeks van Johnny Cash, in samenwerking met producer Rick Rubin en een hele karrevracht aan geweldige artiesten. Ik verwacht, een slordige 12 jaar na datum, ook geen vervolg meer, dit lijken me eerder de laatste restjes die nog uit de sessies werden gepuurd, de laatste sessies voor Cash' verscheiden in 2003. Dezelfde sessies als die voor het vijfde deel dus, en er spreekt dan ook eenzelfde berusting uit voort, al is een ironische noot nooit ver weg bij Cash.
De hoes van dit postuum uitgebrachte album bestaat uit een foto van een Johnny Cash in zijn kindertijd, weer in zwart-wit, zoals bij de eerdere American Recordings-platen. Het jongetje kijkt ons monter aan, uit zijn blik spreekt levenslust, een soort aangeboren gretigheid om van het leven te proeven. Op de achterzijde zien we dan weer een raam met de reflectie van een boom en, in vage contouren, het gezicht van de oude Cash. En zo komen twee ver uit elkaar liggende tijdsgewrichten nauw samen.
Het album wordt afgetrapt met de titelsong, een misschien wat minder bekende gospelsong van Claude Ely. De manier waarop Cash en muzikanten 'm brengen, komt echter zo overtuigend over en heeft, na zijn dood, ook nog 'ns een extra, symbolische betekenis gekregen: "Ain't no grave, can hold my body down". Het is uiteraard niet zo dat Cash is verrezen uit het graf, maar eerder dat hij voor eeuwig blijft voortleven dankzij zijn muziek. Redemption Day is een fraaie cover van Sheryl Crow, die eerder ook al meezong op Mary of the Wild Moor, dat verscheen op deel 3 van de American Recordings-serie. Knappe song, sober uitgevoerd.
For the Good Times is een song van Cash' maat Kris Kristofferson, die zelf in de jaren '70 furore maakte. Het is een song met een wat melancholische ondertoon, die door Cash' vertolking alleen maar dieper gaat graven. Vervolgens krijgen we I Corinthians 15:55, het enige "eigen" nummer op dit album, en volgens enkele bronnen ook het allerlaatste nummer dat Cash ooit schreef. Het vangt aan met vers 15:55 uit het eerste boek Corinthians uit de Bijbel. Ook dit nummer handelt over Leven en Dood, toch wel universele thema's in het werk van Cash (en zoveel andere artiesten met hem). Je zou het nummer eigenlijk kunnen interpreteren als één lange metafoor voor de overgang van het Rijk der Levenden naar dat van de Doden, met een religieuze inslag. Ik ben zelf niet gelovig, maar dit kan me wel ontroeren!
Can't Help But Wonder Where I'm Bound is dan weer een song die Tom Paxton, weer zo'n wat vergeten singer-songwriter uit het verleden (zie ook Rod McKuen bij het vorige album) schreef in de jaren '60, en een zoveelste treffend voorbeeld van Cash' kwaliteiten om de klasse van een song, die in andere vertolkingen misschien wat in de schemering blijft, te doen ontluiken. Het is echter niet altijd prijs, want de versie van Satisfied Man op dit album vind ik dan weer wat anoniemer gebracht. Sober, jazeker, maar het doet me gewoon wat minder dan bij andere songs.
I Don't Hurt Anymore lijkt een positieve boodschap uit te dragen (gaat over een man die eindelijk over het stukgaan van een fel gekoesterde relatie is geraakt en ziet dat het leven verdergaat en er zich nog wel andere lichtjes zullen aandienen, denk ik), en zo klinkt het ook; Cash zingt haast op een stemmige manier, en de instrumentatie is ook wat vrolijker, iets meer uptempo. Cool Water is een Western-song van oorsprong, in 1936 geschreven door ene Bob Nolan. Weer een sterke performance van Cash, met name de manier waarop ie "cool, clear water" intoneert, doet me spontaan dorst krijgen. De song werd trouwens later ook nog gebruikt in de film The Ballad of Buster Scruggs van de Coen Brothers, gebracht door acteur Tim Blake Nelson.
En dan volgt één van de fraaiste pareltjes van het album: Last Night I Had the Strangest Dream, een oude folk/countryklassieker, geschreven door Ed McCurdy. In de jaren '50 bracht Pete Seeger de song uit als single, en ook Simon & Garfunkel namen een versie op. Deze van Johnny Cash vind ik er mooi en aantrekkelijk klinken, je hangt echt aan zijn lippen alsof ie een sprookje vertelt bij de open haard terwijl de kinderen met grote ogen en een mok warme chocola halsreikend naar Cash opkijken, in afwachting van alweer de volgende strofe van dat begeesterende verhaal. Hier komen Cash de performer en Cash de verteller op meesterlijke wijze samen!
Het album sluit af met Aloha Oe, een - u raadt het al - van oorsprong Hawaiïaanse folksong. Een soort exotische variant op We'll Meet Again, waarmee American IV: The Man Comes Around wordt afgerond. Maar, eerlijk is eerlijk: ik vind dit toch allemaal wat minder geslaagd hoor. En zo draait het album alweer na een dik halfuur op de conclusie uit. Ik vind deze de minste van de zes delen, en wellicht zal hier en daar flink geïmproviseerd zijn geweest met opnames en dergelijke, en had Cash bij leven en welzijn nog wel wat in de pap gebrokt om er meer zijn draai aan te geven. Maar dat is allemaal niet zo uitgedraaid, dus laat ons vasthouden aan alle mooie liedjes en verhalen die deze Grote Meneer ons, nederige luisteraars, heeft geschonken.
3,5 sterren
De hoes van dit postuum uitgebrachte album bestaat uit een foto van een Johnny Cash in zijn kindertijd, weer in zwart-wit, zoals bij de eerdere American Recordings-platen. Het jongetje kijkt ons monter aan, uit zijn blik spreekt levenslust, een soort aangeboren gretigheid om van het leven te proeven. Op de achterzijde zien we dan weer een raam met de reflectie van een boom en, in vage contouren, het gezicht van de oude Cash. En zo komen twee ver uit elkaar liggende tijdsgewrichten nauw samen.
Het album wordt afgetrapt met de titelsong, een misschien wat minder bekende gospelsong van Claude Ely. De manier waarop Cash en muzikanten 'm brengen, komt echter zo overtuigend over en heeft, na zijn dood, ook nog 'ns een extra, symbolische betekenis gekregen: "Ain't no grave, can hold my body down". Het is uiteraard niet zo dat Cash is verrezen uit het graf, maar eerder dat hij voor eeuwig blijft voortleven dankzij zijn muziek. Redemption Day is een fraaie cover van Sheryl Crow, die eerder ook al meezong op Mary of the Wild Moor, dat verscheen op deel 3 van de American Recordings-serie. Knappe song, sober uitgevoerd.
For the Good Times is een song van Cash' maat Kris Kristofferson, die zelf in de jaren '70 furore maakte. Het is een song met een wat melancholische ondertoon, die door Cash' vertolking alleen maar dieper gaat graven. Vervolgens krijgen we I Corinthians 15:55, het enige "eigen" nummer op dit album, en volgens enkele bronnen ook het allerlaatste nummer dat Cash ooit schreef. Het vangt aan met vers 15:55 uit het eerste boek Corinthians uit de Bijbel. Ook dit nummer handelt over Leven en Dood, toch wel universele thema's in het werk van Cash (en zoveel andere artiesten met hem). Je zou het nummer eigenlijk kunnen interpreteren als één lange metafoor voor de overgang van het Rijk der Levenden naar dat van de Doden, met een religieuze inslag. Ik ben zelf niet gelovig, maar dit kan me wel ontroeren!
Can't Help But Wonder Where I'm Bound is dan weer een song die Tom Paxton, weer zo'n wat vergeten singer-songwriter uit het verleden (zie ook Rod McKuen bij het vorige album) schreef in de jaren '60, en een zoveelste treffend voorbeeld van Cash' kwaliteiten om de klasse van een song, die in andere vertolkingen misschien wat in de schemering blijft, te doen ontluiken. Het is echter niet altijd prijs, want de versie van Satisfied Man op dit album vind ik dan weer wat anoniemer gebracht. Sober, jazeker, maar het doet me gewoon wat minder dan bij andere songs.
I Don't Hurt Anymore lijkt een positieve boodschap uit te dragen (gaat over een man die eindelijk over het stukgaan van een fel gekoesterde relatie is geraakt en ziet dat het leven verdergaat en er zich nog wel andere lichtjes zullen aandienen, denk ik), en zo klinkt het ook; Cash zingt haast op een stemmige manier, en de instrumentatie is ook wat vrolijker, iets meer uptempo. Cool Water is een Western-song van oorsprong, in 1936 geschreven door ene Bob Nolan. Weer een sterke performance van Cash, met name de manier waarop ie "cool, clear water" intoneert, doet me spontaan dorst krijgen. De song werd trouwens later ook nog gebruikt in de film The Ballad of Buster Scruggs van de Coen Brothers, gebracht door acteur Tim Blake Nelson.
En dan volgt één van de fraaiste pareltjes van het album: Last Night I Had the Strangest Dream, een oude folk/countryklassieker, geschreven door Ed McCurdy. In de jaren '50 bracht Pete Seeger de song uit als single, en ook Simon & Garfunkel namen een versie op. Deze van Johnny Cash vind ik er mooi en aantrekkelijk klinken, je hangt echt aan zijn lippen alsof ie een sprookje vertelt bij de open haard terwijl de kinderen met grote ogen en een mok warme chocola halsreikend naar Cash opkijken, in afwachting van alweer de volgende strofe van dat begeesterende verhaal. Hier komen Cash de performer en Cash de verteller op meesterlijke wijze samen!
Het album sluit af met Aloha Oe, een - u raadt het al - van oorsprong Hawaiïaanse folksong. Een soort exotische variant op We'll Meet Again, waarmee American IV: The Man Comes Around wordt afgerond. Maar, eerlijk is eerlijk: ik vind dit toch allemaal wat minder geslaagd hoor. En zo draait het album alweer na een dik halfuur op de conclusie uit. Ik vind deze de minste van de zes delen, en wellicht zal hier en daar flink geïmproviseerd zijn geweest met opnames en dergelijke, en had Cash bij leven en welzijn nog wel wat in de pap gebrokt om er meer zijn draai aan te geven. Maar dat is allemaal niet zo uitgedraaid, dus laat ons vasthouden aan alle mooie liedjes en verhalen die deze Grote Meneer ons, nederige luisteraars, heeft geschonken.
3,5 sterren
Johnny Cash - At Folsom Prison (1968)
Alternatieve titel: At Folsom Prison Live

5,0
6
geplaatst: 2 augustus 2020, 21:12 uur
Prachtige live-plaat van Johnny Cash. Dit album is een greep uit de twee concerten die Cash gaf in Folsom Prison op 13 januari 1968, bijgestaan door The Tennesse Three (bassist Marshall Grant, drummer W.S. Holland en de later dat jaar helaas overleden gitarist Luther Perkins). Uiteraard was ook June Carter van de partij, evenals The Carter Family. Een verrassende naam is wellicht Carl Perkins, vooral bekend van Blue Suede Shoes. Hij fungeerde als opener aan het begin van beide concerten, speelde een paar nummers en deed daarna ook lustig mee met Cash en z'n band.
De sfeer in de gevangenis tijdens het concert wordt op fantastische wijze gevat; je hoort tussendoor aankondigingen voor bepaalde gevangenen, de (zeer) aandachtige luisteraar kan wellicht zelfs het dichtgaan van de gevangenisdeuren ontwaren. Ook de interactie tussen Cash en zijn gretig enthousiaste publiek zorgt voor een absolute meerwaarde. Cash voelt zich duidelijk in zijn sas (dat hij zelf ook enkele malen enige tijd doorbracht in de lik, zal daar wel voor iets tussen zitten), grapt en grolt (het Glass of water-fragment!), en kondigt zelfs een nummer aan dat door Glen Sherley, een "bewoner" van Folsom Prison, werd geschreven; het publiek is laaiend enthousiast.
Ik heb de re-release in huis, uit 1999, die drie extra songs telt ten aanzien van de originele uitgave: de rauw-komische liedjes Busted & Joe Bean, en het lang uitgesponnen The Legend of John Henry's Hammer. Songs van toegevoegde waarde, naar mijn mening, en zo dacht Cash er ook over, want in zijn liner notes zegt hij het volgende:
"The show at Folsom in 1968 was a long one, and I always thought that the songs that were not on the album were as worthy of being heard as the ones that were."
Later zou er nog een uitgebreidere deluxe-versie uitkomen, op CD & LP, en hoewel ik de re-release reeds in huis heb, zou ik deze, als ik 'm ooit vind voor een prijsje (wat ik ten zeerste betwijfel) alsnog aanschaffen.
Naast de (weinig benijdenswaardige) ervaring die Cash reeds had opgebouwd in het gevangenisleven, was er wellicht nog een tweede reden waarom dit concept zo goed werkt. De optredens in Folsom Prison waren namelijk niet Cash's vuurdoop op dat vlak; hij trad daarvoor reeds ettelijke malen op in detentiecentra, de eerste keer in Huntsville State Prison in 1957. De song Folsom Prison Blues is overigens geïnspireerd door de film Inside the Walls of Folsom Prison van Crane Wilbur, die hij tijdens zijn legerdienst in 1953 te zien kreeg. In het fraaie cd-boekje van de re-release van dit album staat overigens ook een handgeschreven tekst van Cash, die in treffende bewoordingen (het handschrift van Cash is behoorlijk leesbaar) het leven in de nor beschrijft, en alle daarbij behorende gevoelens en sentimenten. Ook heeft hij het over de band die opgebouwd wordt tussen gevangenenbroeders, en de effectiviteit van zaken als rehabilitatie, waarbij Cash zelf openlijk vraagtekens plaatst.
Dat alles vertaalt zich op meesterlijke wijze in de songs die Cash hier brengt; soms met band, soms met zijn muze June Carter, soms moederziel alleen. Elk nummer is op zijn manier een voltreffer voor mij; zo brengt Cash hier een aantal songs van zijn album Everybody Loves a Nut, en blijken die songs in deze biotoop opeens prachtig tot hun recht te komen. Zo werkt de ongezouten humor van Dirty Old Egg-Suckin' Dog fantastisch binnen de gevangenismuren.
Daarnaast opent het album natuurlijk met het onovertroffen Folsom Prison Blues, en de sfeer zit gelijk goed. Andere sterkhouders zijn het pisnijdige Cocaine Blues, Orange Blossom Special en Give My Love to Rose, een nummer dat in 1957 op de B-kant van de single Home of the Blues verscheen. In 2002 nam Cash het opnieuw op, om te verschijnen op het onvolprezen American IV: The Man Comes Around.
Een persoonlijke favoriet is de energieke, perfect in het thema passende meezinger/bruller/joeler I Got Stripes. En wat dan gedacht van de galgenhumor in 25 Minutes to Go? Of de inherente klasse van een evergreen als Green, Green Grass of Home, hier erg waardig en behoorlijk ingetogen gebracht door Cash? De hoogtepunten zijn legio, en dan weet je 't wel: een mijlpaal in de naoorlogse muziek.
Maar hoeveel hoogtepunten er ook zijn; hét hoogtepunt is voor mij wellicht Jackson, in deze uitvoering misschien wel het beste duet dat ik ken. Het begint al bij de aankondiging van June Carter, het lichte ginnegappen van Cash en de spontane repliek van Carter ("I'm talkin' with my mouth!"). Wat daarna losbarst, is een wondermooi, ontzettend enthousiast lied over twee geliefden die merken dat het vuur wegebt uit hun relatie, en in het stadje Jackson op zoek gaan naar nieuw geluk. Een grappige bijkomstigheid is dat Johnny Cash in hetzelfde jaar een huwelijksaanzoek deed, en hij op 1 maart met June Carter trouwde. De liefde zal dus net ontzettend groot geweest zijn, denk ik.
Ik merk dat ik er uiteindelijk een heel verhaal van gemaakt heb, maar dat verdient dit album wel. Ik had het al een tijdlang op 4,5 sterren staan, maar heb het album de laatste tijd enkele malen gedraaid, en moet tot de conclusie komen dat hier slechts één cijfer terecht is: de volle pot.
5 sterren
De sfeer in de gevangenis tijdens het concert wordt op fantastische wijze gevat; je hoort tussendoor aankondigingen voor bepaalde gevangenen, de (zeer) aandachtige luisteraar kan wellicht zelfs het dichtgaan van de gevangenisdeuren ontwaren. Ook de interactie tussen Cash en zijn gretig enthousiaste publiek zorgt voor een absolute meerwaarde. Cash voelt zich duidelijk in zijn sas (dat hij zelf ook enkele malen enige tijd doorbracht in de lik, zal daar wel voor iets tussen zitten), grapt en grolt (het Glass of water-fragment!), en kondigt zelfs een nummer aan dat door Glen Sherley, een "bewoner" van Folsom Prison, werd geschreven; het publiek is laaiend enthousiast.
Ik heb de re-release in huis, uit 1999, die drie extra songs telt ten aanzien van de originele uitgave: de rauw-komische liedjes Busted & Joe Bean, en het lang uitgesponnen The Legend of John Henry's Hammer. Songs van toegevoegde waarde, naar mijn mening, en zo dacht Cash er ook over, want in zijn liner notes zegt hij het volgende:
"The show at Folsom in 1968 was a long one, and I always thought that the songs that were not on the album were as worthy of being heard as the ones that were."
Later zou er nog een uitgebreidere deluxe-versie uitkomen, op CD & LP, en hoewel ik de re-release reeds in huis heb, zou ik deze, als ik 'm ooit vind voor een prijsje (wat ik ten zeerste betwijfel) alsnog aanschaffen.
Naast de (weinig benijdenswaardige) ervaring die Cash reeds had opgebouwd in het gevangenisleven, was er wellicht nog een tweede reden waarom dit concept zo goed werkt. De optredens in Folsom Prison waren namelijk niet Cash's vuurdoop op dat vlak; hij trad daarvoor reeds ettelijke malen op in detentiecentra, de eerste keer in Huntsville State Prison in 1957. De song Folsom Prison Blues is overigens geïnspireerd door de film Inside the Walls of Folsom Prison van Crane Wilbur, die hij tijdens zijn legerdienst in 1953 te zien kreeg. In het fraaie cd-boekje van de re-release van dit album staat overigens ook een handgeschreven tekst van Cash, die in treffende bewoordingen (het handschrift van Cash is behoorlijk leesbaar) het leven in de nor beschrijft, en alle daarbij behorende gevoelens en sentimenten. Ook heeft hij het over de band die opgebouwd wordt tussen gevangenenbroeders, en de effectiviteit van zaken als rehabilitatie, waarbij Cash zelf openlijk vraagtekens plaatst.
Dat alles vertaalt zich op meesterlijke wijze in de songs die Cash hier brengt; soms met band, soms met zijn muze June Carter, soms moederziel alleen. Elk nummer is op zijn manier een voltreffer voor mij; zo brengt Cash hier een aantal songs van zijn album Everybody Loves a Nut, en blijken die songs in deze biotoop opeens prachtig tot hun recht te komen. Zo werkt de ongezouten humor van Dirty Old Egg-Suckin' Dog fantastisch binnen de gevangenismuren.
Daarnaast opent het album natuurlijk met het onovertroffen Folsom Prison Blues, en de sfeer zit gelijk goed. Andere sterkhouders zijn het pisnijdige Cocaine Blues, Orange Blossom Special en Give My Love to Rose, een nummer dat in 1957 op de B-kant van de single Home of the Blues verscheen. In 2002 nam Cash het opnieuw op, om te verschijnen op het onvolprezen American IV: The Man Comes Around.
Een persoonlijke favoriet is de energieke, perfect in het thema passende meezinger/bruller/joeler I Got Stripes. En wat dan gedacht van de galgenhumor in 25 Minutes to Go? Of de inherente klasse van een evergreen als Green, Green Grass of Home, hier erg waardig en behoorlijk ingetogen gebracht door Cash? De hoogtepunten zijn legio, en dan weet je 't wel: een mijlpaal in de naoorlogse muziek.
Maar hoeveel hoogtepunten er ook zijn; hét hoogtepunt is voor mij wellicht Jackson, in deze uitvoering misschien wel het beste duet dat ik ken. Het begint al bij de aankondiging van June Carter, het lichte ginnegappen van Cash en de spontane repliek van Carter ("I'm talkin' with my mouth!"). Wat daarna losbarst, is een wondermooi, ontzettend enthousiast lied over twee geliefden die merken dat het vuur wegebt uit hun relatie, en in het stadje Jackson op zoek gaan naar nieuw geluk. Een grappige bijkomstigheid is dat Johnny Cash in hetzelfde jaar een huwelijksaanzoek deed, en hij op 1 maart met June Carter trouwde. De liefde zal dus net ontzettend groot geweest zijn, denk ik.
Ik merk dat ik er uiteindelijk een heel verhaal van gemaakt heb, maar dat verdient dit album wel. Ik had het al een tijdlang op 4,5 sterren staan, maar heb het album de laatste tijd enkele malen gedraaid, en moet tot de conclusie komen dat hier slechts één cijfer terecht is: de volle pot.
5 sterren
Johnny Cash - At San Quentin (1969)
Alternatieve titel: At San Quentin Live

4,5
5
geplaatst: 10 augustus 2020, 21:03 uur
Prachtige registratie inderdaad. De sfeer in San Quentin klinkt geweldig, de interactie tussen Cash en de gevangenen draagt daar zeker toe bij. Cash lijkt zijn publiek als geen ander te begrijpen.
De initiële release die op 16 juni 1969 werd uitgebracht, bevat slechts 10 nummers. Ik heb echter de re-release (2000) in huis. Deze bevat 18 nummers, en ook mooie liner notes, met herinneringen van o.a. Cash zelf, June Carter en Merle Haggard. Haggard zag Cash al in 1958 optreden in San Quentin, toen hij daar zat opgesloten. Na zijn vrijlating zou hij zelf een niet onaardige carrière als muzikant uitbouwen, en een goeie vriend van Cash worden. In 2016 overleed hij helaas op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking.
Dit concert dateert van 24 februari 1969, een dik jaar na de optredens in Folsom Prison. In de tussentijd was Luther Perkins, Cash's vaste gitarist van The Tennessee Three, omgekomen in een brand. Voordat Cash aan Starkville City Jail begint, vroeg hij overigens nog een applaus voor zijn vriend. Zijn vervanger was aanvankelijk Carl Perkins, maar toen Cash in september 1968 zou optreden tijdens de campagne van Winthrop Rockefeller, was Carl Perkins verhinderd. Wootton, die tussen het publiek zat, stelde naar verluidt voor om in te vallen, wat hij vervolgens ook deed. Hij imponeerde niet alleen de hele zaal, maar ook The Man in Black zelf. Niet veel later zou Wootton The Tennessee Three vervoegen, en hij bleef de vaste gitarist tot Cash in 1997 stopte met touren.
Voor het overige is de line-up identiek aan At Folsom Prison. Naast The Tennessee Three Carl Perkins zelf was als tweede gitarist ook te horen (net als in Folsom warmde hij hier ook het publiek op). June Carter was uiteraard van de partij, wat zorgde voor een hoogtepunt als Darlin' Companion (wat klonk ze toch ontwapenend!). Verder tekenden The Carter Family (vrouwelijke backings) en The Statler Brothers (mannelijke backings) present.
Zoals ik reeds eerder aanhaalde, was de interactie tussen Cash en het publiek om van te smullen. De gevangenen reageren meer dan eens laaiend enthousiast, Cash grapt en grolt alsof hij nooit iets anders heeft gedaan in zijn leven, en het wérkt geweldig. San Quentin, een nummer dat Cash schreef voor de gevangenen (pak die tekst er maar 'ns bij, echt guur!), bracht Cash tweemaal. Als je naar het album luistert, zou je denken dat dit komt doordat het publiek hierom vraagt, maar eigenlijk was het van tevoren gepland. Dit nummer is zo'n beetje de hoeksteen van het album. Producer Bob Johnston (ook bekend van o.a. Bob Dylan) koos er uiteindelijk voor beide versies op te nemen in de release.
Een ander veelbesproken moment, is die iconische foto van een verbeten, verwilderd uitziende Cash die z'n middelvinger opsteekt. Daarover heeft Cash het kort in de liner notes:
"During the show at San Quentin in 1969, it seemed that everybody that worked for Granada TV was on stage in front of me. At some point, I walked around my microphone and yelled "Clear the stage! I Can't see my audience!" Nobody moved. So I gave them "the bird". Hence that picture."
Tot slot kan ik het met aerobag wel eens zijn dat deze energieker klinkt dan At Folsom Prison. Zoals Cash in Big River het publiek aanjaagt, echt geweldig. Hij zorgt ervoor dat San Quentin even verandert in een kolkende, bruisende concerthal. Toch heb ik voor deze niet de perfecte score over. De reden daarvoor is vrij simpel: die speciale klik die ik met At Folsom Prison heb, heb ik hier niet. Maar dat dit wederom een fantastisch, iconisch album is, staat voor mij buiten kijf.
4,5 sterren
De initiële release die op 16 juni 1969 werd uitgebracht, bevat slechts 10 nummers. Ik heb echter de re-release (2000) in huis. Deze bevat 18 nummers, en ook mooie liner notes, met herinneringen van o.a. Cash zelf, June Carter en Merle Haggard. Haggard zag Cash al in 1958 optreden in San Quentin, toen hij daar zat opgesloten. Na zijn vrijlating zou hij zelf een niet onaardige carrière als muzikant uitbouwen, en een goeie vriend van Cash worden. In 2016 overleed hij helaas op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking.
Dit concert dateert van 24 februari 1969, een dik jaar na de optredens in Folsom Prison. In de tussentijd was Luther Perkins, Cash's vaste gitarist van The Tennessee Three, omgekomen in een brand. Voordat Cash aan Starkville City Jail begint, vroeg hij overigens nog een applaus voor zijn vriend. Zijn vervanger was aanvankelijk Carl Perkins, maar toen Cash in september 1968 zou optreden tijdens de campagne van Winthrop Rockefeller, was Carl Perkins verhinderd. Wootton, die tussen het publiek zat, stelde naar verluidt voor om in te vallen, wat hij vervolgens ook deed. Hij imponeerde niet alleen de hele zaal, maar ook The Man in Black zelf. Niet veel later zou Wootton The Tennessee Three vervoegen, en hij bleef de vaste gitarist tot Cash in 1997 stopte met touren.
Voor het overige is de line-up identiek aan At Folsom Prison. Naast The Tennessee Three Carl Perkins zelf was als tweede gitarist ook te horen (net als in Folsom warmde hij hier ook het publiek op). June Carter was uiteraard van de partij, wat zorgde voor een hoogtepunt als Darlin' Companion (wat klonk ze toch ontwapenend!). Verder tekenden The Carter Family (vrouwelijke backings) en The Statler Brothers (mannelijke backings) present.
Zoals ik reeds eerder aanhaalde, was de interactie tussen Cash en het publiek om van te smullen. De gevangenen reageren meer dan eens laaiend enthousiast, Cash grapt en grolt alsof hij nooit iets anders heeft gedaan in zijn leven, en het wérkt geweldig. San Quentin, een nummer dat Cash schreef voor de gevangenen (pak die tekst er maar 'ns bij, echt guur!), bracht Cash tweemaal. Als je naar het album luistert, zou je denken dat dit komt doordat het publiek hierom vraagt, maar eigenlijk was het van tevoren gepland. Dit nummer is zo'n beetje de hoeksteen van het album. Producer Bob Johnston (ook bekend van o.a. Bob Dylan) koos er uiteindelijk voor beide versies op te nemen in de release.
Een ander veelbesproken moment, is die iconische foto van een verbeten, verwilderd uitziende Cash die z'n middelvinger opsteekt. Daarover heeft Cash het kort in de liner notes:
"During the show at San Quentin in 1969, it seemed that everybody that worked for Granada TV was on stage in front of me. At some point, I walked around my microphone and yelled "Clear the stage! I Can't see my audience!" Nobody moved. So I gave them "the bird". Hence that picture."
Tot slot kan ik het met aerobag wel eens zijn dat deze energieker klinkt dan At Folsom Prison. Zoals Cash in Big River het publiek aanjaagt, echt geweldig. Hij zorgt ervoor dat San Quentin even verandert in een kolkende, bruisende concerthal. Toch heb ik voor deze niet de perfecte score over. De reden daarvoor is vrij simpel: die speciale klik die ik met At Folsom Prison heb, heb ik hier niet. Maar dat dit wederom een fantastisch, iconisch album is, staat voor mij buiten kijf.
4,5 sterren
Johnny Cash - At the Carousel Ballroom, April 24, 1968 (2021)

4,0
3
geplaatst: 24 oktober 2022, 20:40 uur
Poles Apart schreef:
Dit concert zit, chronologisch gezien, tussen Folsom en San Quentin in? Lijkt me dus wel de moeite waard. Cash was live in topvorm destijds.
Dit concert zit, chronologisch gezien, tussen Folsom en San Quentin in? Lijkt me dus wel de moeite waard. Cash was live in topvorm destijds.
Yep. Absoluut de moeite waard, deze release. Al is het slechts om het toch markante verschil in beleving tussen een gevangeniskantine en een ballroom te ervaren. Hoewel de heren en dames die op 24 april 1968 aanwezig waren in The Carousel Ballroom - San Francisco (doorgaans meer te vinden voor The Grateful Dead of Jefferson Airplane) uiteindelijk toch behoorlijk vakkundig werden warmgemaakt door Johnny, June & The Tennessee Three.
Briljante setlist, veel beter kan je het echt niet bedenken (nou ja, een paar favorieten als Hey Porter blijven achterwege). Twee Dylan-songs passeren de revue (Cash en Dylan waren goeie vrienden en zouden wat later nog samenwerken voor Nashville Skyline), en naast een handvol eigen klassiekers wordt een evergreen als Green, Green Grass of Home met erg veel karakter en overtuiging gebracht. Als je zo'n uit massief goud geboetseerde stem als Cash hebt gaat dat allemaal net wat makkelijker, natuurlijk.
Het is dan misschien allemaal wat minder wild en onbezonnen als tijdens de illustere gevangenisconcerten, Cash en zijn band brengen er bij momenten flink wat schwung in en Cash laat in een song als Bad News (van John D. Loudermilk) horen dat hij een geboren entertainer is. June Carter komt hem meteen daarna vervoegen voor Jackson en voegt gelijk wat peper toe aan de show. Ze komt ook, zoals ik eerder bij At Folsom Prison reeds schreef, erg spontaan over.
En ja, met het gevangenisconcert van eerder dat jaar vallen, ondanks de verschil die ik eerder aanhaalde, wel meer parallellen te trekken. Qua live performance stond Cash aan de top van zijn kunnen, als je 't mij vraagt. In de tussentijd waren de twee in het huwelijksbootje gestapt, de liefde was innig en intens aanwezig, en dat straalt ook af op de luisteraar.
Leuk weetje trouwens: in het publiek bevond zich ook ene Gordon Lightfoot. Cash vernoemde hem aan het eind van de song Lorena ook, maar meer dan een (nauwelijks hoorbare) repliek van Lightfoot leverde dat helaas niet op. Dat hij de band voor een song zou hebben vervoegd, had het helemaal afgemaakt!
Ter afsluiting wil ik nog zeggen dat ik erg blij ben dat deze opnames uiteindelijk zijn uitgebracht. Ikzelf heb niet echt veel last van de mix, eerlijk gezegd, al klinkt het allemaal een beetje doffer en meer ingeblikt als At Folsom Prison en At San Quentin. Maar goed, veel levendiger kan je 't je ook niet voorstellen!
4 sterren
Johnny Cash - Bitter Tears (1964)
Alternatieve titel: Ballads of the American Indian

4,5
1
geplaatst: 17 september 2017, 10:46 uur
Waar zijn vorige plaat I Walk the Line er volledig op gefocust was succes te vergaren in de hitlijsten, met vooral ouder materiaal dat terug werd opgenomen in de studio, is Bitter Tears het type album waarom Cash destijds Sun verwisselde voor Columbia. Hij wilde de vrijheid om op te nemen wat hij wilde, de verhalen vertellen die hij wilde vertellen.
Cash heeft slechts drie van de songs op dit album zelf geschreven (Apache Tears, The Talking Leaves en The Vanishing Race; die laatste samen met Johnny Horton), de vijf overige songs werden geschreven door Peter La Farge, een veel te vroeg gestorven folkzanger en vooral begenadigd songschrijver die ook met o.a. Bob Dylan samenwerkte. Zijn meest bekende song, The Ballad of Ira Hayes, wordt hier schitterend vertolkt door Cash en is, samen met de opener, het hoogtepunt van de plaat.
Bitter Tears draait, zoals Arnold Roodkop hierboven zegt, de rollen om wat de kijk op indianen en de uit Europa komende kolonisten betreft. Moedig, zeker als je weet hoe het merendeel van de bevolking er toen, al dan niet door media en propaganda gevoed, tegenover stond. Dat het idee voor dit concept ontstond uit Cash's vermoeden dat hijzelf Cherokee-bloed had, is dan ook bijzaak voor mij.
Tot slot wil ook de song Custer een speciale vermelding toekennen. Die song gaat natuurlijk over de in Amerika vereerde generaal George Custer en zijn schandelijke nederlaag bij Little Big Horn. De Slag bij Little Big Horn staat trouwens ook bekend als Custer's Last Stand.
4,5 sterren
Cash heeft slechts drie van de songs op dit album zelf geschreven (Apache Tears, The Talking Leaves en The Vanishing Race; die laatste samen met Johnny Horton), de vijf overige songs werden geschreven door Peter La Farge, een veel te vroeg gestorven folkzanger en vooral begenadigd songschrijver die ook met o.a. Bob Dylan samenwerkte. Zijn meest bekende song, The Ballad of Ira Hayes, wordt hier schitterend vertolkt door Cash en is, samen met de opener, het hoogtepunt van de plaat.
Bitter Tears draait, zoals Arnold Roodkop hierboven zegt, de rollen om wat de kijk op indianen en de uit Europa komende kolonisten betreft. Moedig, zeker als je weet hoe het merendeel van de bevolking er toen, al dan niet door media en propaganda gevoed, tegenover stond. Dat het idee voor dit concept ontstond uit Cash's vermoeden dat hijzelf Cherokee-bloed had, is dan ook bijzaak voor mij.
Tot slot wil ook de song Custer een speciale vermelding toekennen. Die song gaat natuurlijk over de in Amerika vereerde generaal George Custer en zijn schandelijke nederlaag bij Little Big Horn. De Slag bij Little Big Horn staat trouwens ook bekend als Custer's Last Stand.
4,5 sterren
Johnny Cash - Bootleg Vol. II (2011)
Alternatieve titel: From Memphis to Hollywood

3,5
0
geplaatst: 17 juli 2022, 21:27 uur
Personal File, het eerste deel van deze "officiële" bootlegreeks van Johnny Cash, heb ik thuis op CD liggen, en op basis van de albumhoes van dit tweede deel zou je denken dat het materiaal in dezelfde lijn zou liggen, wat slechts half waar is. Het album bestaat uit twee delen: in het eerste deel horen we vooral in het begin heel wat ongein, enkel interessant voor de verstokte Johnny Cash-fan, met aankondigingen van de Johnny Cash-show, wat gepiel en gepriel en zelfs enkele reclameboodschappen. Grappig voor 'n keertje, meer ook niet.
Daarna vinden we wel een heel aantal oude demo's terug, en daar zijn de eerste briljantjes reeds te vinden. Bekende nummers als I Walk the Line en Get Rhythm vinden we hier terug in aandoenlijke versies, maar ook minder bekende songs als My Treasure, I Just Don't Care Enough (To Carry On) en I'll Cry for You, en dat zijn de echte pareltjes in deze compilatie, wat mij betreft. Verderop is het einde van CD1 sterk, met persoonlijke favoriet Goodnight Irene en It's All Over Now.
Op de tweede CD staan een aantal singles, demo's en outtakes uit de periode 1958-1969, hoofdzakelijk opnames die niet eerder werden vrijgegeven op plaat. Het niveau is wat wisselvallig, maar ook hier zijn weer enkele erg fraaie songs te vinden. All Over Again en There's a Mother Always Waiting weten me te raken, Locomotive Man maakt me dan weer vrolijk. Een lach en een traan, een traan en een lach, dat is de kunst die Cash' muziek vermag.
Wat valt er nog te bespeuren? Een leuke, ingetogen versie van Dylan's One Too Many Mornings bijvoorbeeld, en dat meteen na een wat pompeus Thunderball (titeltrack van de gelijknamige Bondfilm), wat nu en dan op de lachzenuwen werkt. De fraaie Civil War-ballade Johnny Reb, het grappige, naar stand-up comedy neigende Foolish Questions, het authentieke The Folk Singer; de nummers klinken erg goed, vooral in de basis. Wat minder gelukkig vind ik soms de opsmuk die een aantal songs hebben gekregen, wat maakt dat de productie nogal vol klinkt bij momenten. Het geluid is ook behoorlijk commercieel op bepaalde songs, met hier een bombastische blazerssectie, daar dan weer een vette gitaar ertussen. Een klein smetje, hoor.
Neen, ik ben overwegend positief over deze uitgave, wat ik in eerste instantie niet had verwacht. Na de valse start die me grotendeels koud laat, blijkt deze bootleg toch ook heel wat moois te herbergen.
3,5 sterren
Daarna vinden we wel een heel aantal oude demo's terug, en daar zijn de eerste briljantjes reeds te vinden. Bekende nummers als I Walk the Line en Get Rhythm vinden we hier terug in aandoenlijke versies, maar ook minder bekende songs als My Treasure, I Just Don't Care Enough (To Carry On) en I'll Cry for You, en dat zijn de echte pareltjes in deze compilatie, wat mij betreft. Verderop is het einde van CD1 sterk, met persoonlijke favoriet Goodnight Irene en It's All Over Now.
Op de tweede CD staan een aantal singles, demo's en outtakes uit de periode 1958-1969, hoofdzakelijk opnames die niet eerder werden vrijgegeven op plaat. Het niveau is wat wisselvallig, maar ook hier zijn weer enkele erg fraaie songs te vinden. All Over Again en There's a Mother Always Waiting weten me te raken, Locomotive Man maakt me dan weer vrolijk. Een lach en een traan, een traan en een lach, dat is de kunst die Cash' muziek vermag.
Wat valt er nog te bespeuren? Een leuke, ingetogen versie van Dylan's One Too Many Mornings bijvoorbeeld, en dat meteen na een wat pompeus Thunderball (titeltrack van de gelijknamige Bondfilm), wat nu en dan op de lachzenuwen werkt. De fraaie Civil War-ballade Johnny Reb, het grappige, naar stand-up comedy neigende Foolish Questions, het authentieke The Folk Singer; de nummers klinken erg goed, vooral in de basis. Wat minder gelukkig vind ik soms de opsmuk die een aantal songs hebben gekregen, wat maakt dat de productie nogal vol klinkt bij momenten. Het geluid is ook behoorlijk commercieel op bepaalde songs, met hier een bombastische blazerssectie, daar dan weer een vette gitaar ertussen. Een klein smetje, hoor.
Neen, ik ben overwegend positief over deze uitgave, wat ik in eerste instantie niet had verwacht. Na de valse start die me grotendeels koud laat, blijkt deze bootleg toch ook heel wat moois te herbergen.
3,5 sterren
Johnny Cash - Bootleg Vol. III (2011)
Alternatieve titel: Live Around the World

3,5
1
geplaatst: 19 augustus 2022, 21:41 uur
Interessant document vooral, dit derde deel uit de Bootleg Series van Johnny Cash. Een plaat die 53 live-opnames bevat, in hevig wisselende opnamekwaliteit. De gemene deler? De natuurlijke performer genaamd Johnny Cash, die hij al was van het prille begin (de eerste 3 songs zijn opnames uit 1956).
CD1 bestaat, naast die opnames uit 1956, uit jaren '60-materiaal. En wat daar vooral opvalt, is het soms nogal chaotische karakter. Dat herken ik van zijn grootse live-klassiekers At Folsom Prison en At San Quentin, al is de opnamekwaliteit hier veel slechter, en lijkt Cash soms wat al te duidelijk, ehm, onder invloed, zullen we maar zeggen.
CD2 laat een wat oudere Cash (jaren '70) horen, en zeker het concert in het Witte Huis (1970) is heel erg fraai, en de moeite waard om te beluisteren. Een ander pronkstuk is een prachtig ontwapenende solo-uitvoering van City of New Orleans (gebracht in Nashville, Tennessee, 1973), doet me wat denken aan de latere American Recordings; veel opsmuk had Cash nooit nodig om maximaal effect te sorteren.
Een kleine domper, naast de soms ronduit matige opnamekwaliteit, is het feit dat er van een aantal songs gewoon meerdere uitvoeringen op deze bootleg staan. Ik kan moeilijk geloven dat er niet meer variatie kon worden toegevoegd aan dit document. Zeker CD1 heeft hier last van. En van na 1979 is hier ook niets te vinden, overigens.
Al bij al interessant om eens gehoord te hebben, ik onthoud vooral:
- De niet in te tomen drift van Newport, 1964;
- Het majestueuze optreden in het Witte Huis, 1970 (zelfs de introductie van Nixon weet dit niet te vergallen);
- Het ontroerend mooie City of New Orleans, 1973.
3,5 sterren
CD1 bestaat, naast die opnames uit 1956, uit jaren '60-materiaal. En wat daar vooral opvalt, is het soms nogal chaotische karakter. Dat herken ik van zijn grootse live-klassiekers At Folsom Prison en At San Quentin, al is de opnamekwaliteit hier veel slechter, en lijkt Cash soms wat al te duidelijk, ehm, onder invloed, zullen we maar zeggen.

CD2 laat een wat oudere Cash (jaren '70) horen, en zeker het concert in het Witte Huis (1970) is heel erg fraai, en de moeite waard om te beluisteren. Een ander pronkstuk is een prachtig ontwapenende solo-uitvoering van City of New Orleans (gebracht in Nashville, Tennessee, 1973), doet me wat denken aan de latere American Recordings; veel opsmuk had Cash nooit nodig om maximaal effect te sorteren.
Een kleine domper, naast de soms ronduit matige opnamekwaliteit, is het feit dat er van een aantal songs gewoon meerdere uitvoeringen op deze bootleg staan. Ik kan moeilijk geloven dat er niet meer variatie kon worden toegevoegd aan dit document. Zeker CD1 heeft hier last van. En van na 1979 is hier ook niets te vinden, overigens.
Al bij al interessant om eens gehoord te hebben, ik onthoud vooral:
- De niet in te tomen drift van Newport, 1964;
- Het majestueuze optreden in het Witte Huis, 1970 (zelfs de introductie van Nixon weet dit niet te vergallen);
- Het ontroerend mooie City of New Orleans, 1973.
3,5 sterren
Johnny Cash - Bootleg Vol. IV: The Soul of Truth (2012)

3,5
1
geplaatst: 28 augustus 2022, 22:11 uur
Zo, als de eerste 12 songs van CD2 die onuitgebrachte 1975-plaat vormen, is dat wel echt jammer dat Cash de plaat destijds heeft laten liggen. Als ik zo in zijn oeuvre duik, zie ik dat ie in de jaren '70 platen maakte voor Columbia, en zo af en toe best carte blanche kreeg van de platenmaatschappij. Dubbel jammer dus, en een beetje vreemd ook, want toen de nog erg jonge Cash droomde van een leven in de entertainmentsector, zag hij zichzelf gospel brengen.
Die vlam is nooit uitgeraakt tot zijn dood; gospel en geloof is altijd een belangrijk onderdeel van zijn wezen gebleven, de grote thema's van het leven daaraan gelieerd uiteraard. Hij bracht dan ook regelmatig gospel-platen uit, waaronder het obscure A Believer Sings the Truth uit 1979, dat CD1 van deze bootleg uitmaakt (20 nummers + 5 outtakes).
Ook het album Believe in Him is hier integraal te beluisteren (na dat onuitgebrachte album). Leuke opportuniteit om die liedjes ook eens te horen, maar die halen het bij lange na niet bij die andere nummers (vind ik ook wat te prekerig overkomen, eerlijk gezegd). Voor mij zijn het dus die 12 songs (een titel of zelfs maar werktitel voor dat album kan ik helaas nergens vinden) die deze bootleg echt de moeite maken, en die zijn meteen van een erg hoog niveau als je 't mij vraagt. Cash is goed bij stem, klinkt energiek en overtuigend en de begeleiding is top (heb ik ook geen namen van teruggevonden helaas, maar de vaste kliek van die dagen zal wel aanwezig zijn geweest - June doet toch mee op Far Side Banks of Jordan).
3,5 sterren
Die vlam is nooit uitgeraakt tot zijn dood; gospel en geloof is altijd een belangrijk onderdeel van zijn wezen gebleven, de grote thema's van het leven daaraan gelieerd uiteraard. Hij bracht dan ook regelmatig gospel-platen uit, waaronder het obscure A Believer Sings the Truth uit 1979, dat CD1 van deze bootleg uitmaakt (20 nummers + 5 outtakes).
Ook het album Believe in Him is hier integraal te beluisteren (na dat onuitgebrachte album). Leuke opportuniteit om die liedjes ook eens te horen, maar die halen het bij lange na niet bij die andere nummers (vind ik ook wat te prekerig overkomen, eerlijk gezegd). Voor mij zijn het dus die 12 songs (een titel of zelfs maar werktitel voor dat album kan ik helaas nergens vinden) die deze bootleg echt de moeite maken, en die zijn meteen van een erg hoog niveau als je 't mij vraagt. Cash is goed bij stem, klinkt energiek en overtuigend en de begeleiding is top (heb ik ook geen namen van teruggevonden helaas, maar de vaste kliek van die dagen zal wel aanwezig zijn geweest - June doet toch mee op Far Side Banks of Jordan).
3,5 sterren
Johnny Cash - Hello, I'm Johnny Cash (1970)

4,0
2
geplaatst: 19 augustus 2020, 20:52 uur
Prachtig album van Johnny Cash, na het ontzettend suffe The Holy Land kan het contrast eigenlijk niet groter zijn. The Man in Black is op dreef hier, en brengt afwisselend eigen werk en enkele prachtige covers.
Southwind is meteen een prachtige opener, vintage Cash. Andere sterkhouders zijn de duetten met June Carter ('Cause I Love You en If I Were a Carpenter, waarmee het duo in 1971 een Grammy won, voor wat het waard is), het wat aan Dylan's A Hard Rain's A-Gonna Fall refererende Song a Travelin' Song (vooral de eerste zin van elke strofe) en To Beat the Devil, waar Cash de mooie, narratieve tekst van Kris Kristofferson op krachtige wijze brengt.
Route #1, Box 44 is een aandoenlijke talking blues, en vertelt het levensverhaal van een gewone jongen die bij het leger gaat en later omkomt, vrouw en kind achterlatend. Cash brengt het zo mooi, zoals enkel hij het kan brengen.
Het nummer See Ruby Fall schreef Cash overigens samen met Roy Orbison na het zien van een billboard met daarop "See Ruby Falls". Ruby Falls is een waterval in Chattanooga, Tennessee. Het nummer is vermomd als barroom country (die halfdronken piano van Bill Pursell die er steeds doorheen komt, is meesterlijk); de tekst heeft het over ene Ruby, de onverzadigbare vriendin van de verteller. Een happy ending zit er geenszins in.
De laatste paar nummers zijn net wat minder naar mijn gevoel, maar dit is weer een erg goeie plaat van Johnny Cash!
4 sterren
PS: Ik vind als release datum van dit album trouwens 26 januari 1970 terug, kan dat kloppen? De singles werden wel met zekerheid in 1969 uitgebracht.
Southwind is meteen een prachtige opener, vintage Cash. Andere sterkhouders zijn de duetten met June Carter ('Cause I Love You en If I Were a Carpenter, waarmee het duo in 1971 een Grammy won, voor wat het waard is), het wat aan Dylan's A Hard Rain's A-Gonna Fall refererende Song a Travelin' Song (vooral de eerste zin van elke strofe) en To Beat the Devil, waar Cash de mooie, narratieve tekst van Kris Kristofferson op krachtige wijze brengt.
Route #1, Box 44 is een aandoenlijke talking blues, en vertelt het levensverhaal van een gewone jongen die bij het leger gaat en later omkomt, vrouw en kind achterlatend. Cash brengt het zo mooi, zoals enkel hij het kan brengen.
Het nummer See Ruby Fall schreef Cash overigens samen met Roy Orbison na het zien van een billboard met daarop "See Ruby Falls". Ruby Falls is een waterval in Chattanooga, Tennessee. Het nummer is vermomd als barroom country (die halfdronken piano van Bill Pursell die er steeds doorheen komt, is meesterlijk); de tekst heeft het over ene Ruby, de onverzadigbare vriendin van de verteller. Een happy ending zit er geenszins in.
De laatste paar nummers zijn net wat minder naar mijn gevoel, maar dit is weer een erg goeie plaat van Johnny Cash!
4 sterren
PS: Ik vind als release datum van dit album trouwens 26 januari 1970 terug, kan dat kloppen? De singles werden wel met zekerheid in 1969 uitgebracht.
Johnny Cash - Johnny Cash Sings Hank Williams (1960)
Alternatieve titel: Johnny Cash Sings Hank Williams ...and Other Favorite Tunes

3,0
1
geplaatst: 7 mei 2017, 20:28 uur
In 1960 zat Johnny Cash toch reeds enige tijd bij Columbia, maar dat belette zijn oude stal Sun niet om vrolijk plaatjes te blijven uitbrengen. Ditmaal brachten zij dit kleinood op de markt, oorspronkelijk getiteld 'Johnny Cash Sings Hank Williams' (de toevoeging 'and Other Favorite Tunes' kwam er pas bij toen het album in 2003 werd heruitgegeven).
Een enigszins verraderlijke titel, want in feite werden enkel de eerste vier liedjes door Hank Williams geschreven, waardoor de latere albumtitel ironisch genoeg de lading treffender dekt. Het album had vermoedelijk vooral als doel om te scoren; vandaar de aanwezigheid van enkele sterkhouders uit Cash's oeuvre, in de hoedanigheid van o.a. 'Folsom Prison Blues' en 'I Walk the Line'. Dat zijn uiteraard erg sterke nummers, maar de audiokwaliteit is niet bepaald geweldig, en die songs moeten nu ook niet overal op gepleurd worden.
Wat me wel deugd doet, zijn songs als 'Give My Love to Rose' en het door Leon Payne geschreven 'I Love You Because'. Van de Williams-nummers doen 'You Win Again' en 'Hey Good Lookin'' me het meest, en vind ik het jammer dat 'Cold, Cold Heart' slechts een bonustrack is.
'Johnny Cash Sings Hank Williams (and Other Favorite Tunes)' is een album van net geen 30 minuten. De geluidskwaliteit is eerder pover, maar enkele van deze songs blijven desalniettemin staan als een huis.
3 sterren
Een enigszins verraderlijke titel, want in feite werden enkel de eerste vier liedjes door Hank Williams geschreven, waardoor de latere albumtitel ironisch genoeg de lading treffender dekt. Het album had vermoedelijk vooral als doel om te scoren; vandaar de aanwezigheid van enkele sterkhouders uit Cash's oeuvre, in de hoedanigheid van o.a. 'Folsom Prison Blues' en 'I Walk the Line'. Dat zijn uiteraard erg sterke nummers, maar de audiokwaliteit is niet bepaald geweldig, en die songs moeten nu ook niet overal op gepleurd worden.
Wat me wel deugd doet, zijn songs als 'Give My Love to Rose' en het door Leon Payne geschreven 'I Love You Because'. Van de Williams-nummers doen 'You Win Again' en 'Hey Good Lookin'' me het meest, en vind ik het jammer dat 'Cold, Cold Heart' slechts een bonustrack is.
'Johnny Cash Sings Hank Williams (and Other Favorite Tunes)' is een album van net geen 30 minuten. De geluidskwaliteit is eerder pover, maar enkele van deze songs blijven desalniettemin staan als een huis.
3 sterren
Johnny Cash - Man in Black (1971)

4,0
5
geplaatst: 28 augustus 2020, 19:55 uur
Alweer een straf album van Johnny Cash, die in het begin van de jaren '70 nog steeds erg naarstig bezig was. Na het succes van zijn op plaat geregistreerde optredens in Folsom Prison en San Quentin, het sterke Hello, I'm Johnny Cash en een tweetal scores, wist hij dit album uit zijn mouw te schudden. Een album dat hijzelf producete, en een aantal felle protestsongs bevat. Cash heeft zich altijd al een betrouwbare spreekbuis betoond voor de mensen aan de rand van de maatschappij; de benadeelden en gediscrimineerden. Hier komt zijn politiek engagement wellicht het meest prominent naar voor, zeker met een nummer als Singin' in Viet Nam Talkin' Blues, dat een erg krachtige boodschap uitdraagt.
Andere prijsnummers zijn het liefdesliedje If Not for Love, de titelsong waarin hij het waarom van zijn beruchte bijnaam uit de doeken doet en Look for Me, een aandoenlijk duet met zijn vrouw June Carter, mede geschreven door Glen Sherley, die na zijn gevangenschap in Folsom Prison een carrière als muzikant nastreefde (en daarin ook werd bijgestaan door Cash, die hem naar verluidt bij diens vrijlating stond op te wachten!), maar zich helaas moest overgeven aan de ondraaglijkheid van zijn bestaan, en zelfmoord pleegde op zijn 42ste. Een mens wordt er stil van.
Het niveau van dit album is behoorlijk consistent; enkel de opener vind ik wat te uitgesproken (zeker de bijdrage van de dominee, maar Cash had nu eenmaal een voorliefde voor dit soort dingen). Hoe verder ik in 's mans oeuvre raak, hoe straffer ik zijn discografie begin te vinden. Cash is terecht "één van de groten".
4 sterren
Andere prijsnummers zijn het liefdesliedje If Not for Love, de titelsong waarin hij het waarom van zijn beruchte bijnaam uit de doeken doet en Look for Me, een aandoenlijk duet met zijn vrouw June Carter, mede geschreven door Glen Sherley, die na zijn gevangenschap in Folsom Prison een carrière als muzikant nastreefde (en daarin ook werd bijgestaan door Cash, die hem naar verluidt bij diens vrijlating stond op te wachten!), maar zich helaas moest overgeven aan de ondraaglijkheid van zijn bestaan, en zelfmoord pleegde op zijn 42ste. Een mens wordt er stil van.
Het niveau van dit album is behoorlijk consistent; enkel de opener vind ik wat te uitgesproken (zeker de bijdrage van de dominee, maar Cash had nu eenmaal een voorliefde voor dit soort dingen). Hoe verder ik in 's mans oeuvre raak, hoe straffer ik zijn discografie begin te vinden. Cash is terecht "één van de groten".
4 sterren
Johnny Cash - Orange Blossom Special (1965)

4,0
1
geplaatst: 9 oktober 2017, 19:17 uur
Alweer een zeer fijn album van Johnny Cash!
De toon wordt meteen (vrij letterlijk) gezet met opener Orange Blossom Special. De uitvoering van Cash en zijn muzikanten is ijzersterk te noemen. Ook de twee volgende songs, traditional The Long Black Veil en Dylan-adaptatie It Ain't Me, Babe beklijven. Vooral die laatste song, een duet met Cash's grote liefde June Carter, is schitterend. De song barst werkelijk van de chemie tussen beiden.
Verder zijn hier overigens nog twee Dylan-songs te vinden: het overbekende Don't Think Twice, It's All Right en het relatief onbekende Mama, You've Been on My Mind, die Dylan tot dan trouwens enkel als demo had opgenomen. Van Don't Think Twice, It's All Right kan Dylan's versie wel mijn voorkeur wegdragen, maar dat vind ik dan ook een fantastische song!
Een belangrijke rol is weggelegd voor Charlie McCoy. Met zijn harmonica geeft hij de songs veel leven en energie. Voor de rest zijn oudgedienden als Luther Perkins, Marshall Grant en W.S. Holland ook weer van de partij, en horen we Cash's liefde voor gospel ook weer terug, in de opzwepende afsluiter Amen.
Orange Blossom Special klinkt behoorlijk iconisch, en ook wat anders dan andere platen van Cash uit die tijd. The Man in Black brengt de songs met erg veel overtuiging en drive, wat de plaat alleen maar ten goede komt.
4 sterren
De toon wordt meteen (vrij letterlijk) gezet met opener Orange Blossom Special. De uitvoering van Cash en zijn muzikanten is ijzersterk te noemen. Ook de twee volgende songs, traditional The Long Black Veil en Dylan-adaptatie It Ain't Me, Babe beklijven. Vooral die laatste song, een duet met Cash's grote liefde June Carter, is schitterend. De song barst werkelijk van de chemie tussen beiden.
Verder zijn hier overigens nog twee Dylan-songs te vinden: het overbekende Don't Think Twice, It's All Right en het relatief onbekende Mama, You've Been on My Mind, die Dylan tot dan trouwens enkel als demo had opgenomen. Van Don't Think Twice, It's All Right kan Dylan's versie wel mijn voorkeur wegdragen, maar dat vind ik dan ook een fantastische song!
Een belangrijke rol is weggelegd voor Charlie McCoy. Met zijn harmonica geeft hij de songs veel leven en energie. Voor de rest zijn oudgedienden als Luther Perkins, Marshall Grant en W.S. Holland ook weer van de partij, en horen we Cash's liefde voor gospel ook weer terug, in de opzwepende afsluiter Amen.
Orange Blossom Special klinkt behoorlijk iconisch, en ook wat anders dan andere platen van Cash uit die tijd. The Man in Black brengt de songs met erg veel overtuiging en drive, wat de plaat alleen maar ten goede komt.
4 sterren
Johnny Cash - Out Among the Stars (2014)

3,0
0
geplaatst: 11 september 2022, 19:03 uur
Toen John Carter Cash, de enige zoon uit de relatie tussen Johnny en June, in 2012 weer 'ns in de archieven van zijn vader aan het grasduinen was, stootte hij op een resem opnames uit 1981 en 1984 van Cash met producer Billy Sherrill. Initieel was het de bedoeling daar een album van te maken, maar platenmaatschappij Columbia vond dat om één of andere reden niet bepaald de moeite waard - de opnames bleven dus op het spreekwoordelijke schap liggen, klaar om enkele decennia lustig stof te happen.
Als ik het omvangrijke oeuvre van The Man in Black beschouw, zie ik dat hij in die periode enkele platen uitbracht bij Columbia, waarvan vooral The Baron (1981) in het oog springt, die werd namelijk ook geproducet door Billy Sherrill. En waar ik die plaat heel erg tof vind (4*), bevalt Out Among the Stars me toch wat minder.
Het eerste wat me opvalt, is dat de productie wel erg clean en "mooi" klinkt. Dat zal ook wel met de uiteindelijke mastering door Carter Cash en Steve Berkowitz te maken hebben (met die laatste werkte zoonlief ook al samen voor bootlegs zoals Personal File), waarvoor nog een aantal additionele muzikanten de studio in werden gehaald - goedbedoeld, maar het maakt de luisterervaring voor mij net wat minder authentiek.
De songs zijn gewoon goed, Cash klinkt overtuigend zoals gewoonlijk. I Came to Believe zou hij later nog 'ns opnemen voor American V: A Hundred Highways, en I'm Movin' On kwam in solo-uitvoering als outtake op de box Unearthed. Call Your Mother is een fijne Cash-original, en verder staan er twee bezielde duetten op met June Carter, waarvan vooral Baby Ride Easy erg de moeite is.
De bonustrack is er trouwens, naar mijn mening, eentje om routinematig te skippen: een nogal wazige mix van Elvis Costello, die ik al veel beter dingen heb weten maken. Maar goed, dat is dus een bonustrack en de reguliere versie van het nummer She Used to Love Me a Lot, dat ook de eerste single was, valt best te pruimen hoor.
3 sterren
Als ik het omvangrijke oeuvre van The Man in Black beschouw, zie ik dat hij in die periode enkele platen uitbracht bij Columbia, waarvan vooral The Baron (1981) in het oog springt, die werd namelijk ook geproducet door Billy Sherrill. En waar ik die plaat heel erg tof vind (4*), bevalt Out Among the Stars me toch wat minder.
Het eerste wat me opvalt, is dat de productie wel erg clean en "mooi" klinkt. Dat zal ook wel met de uiteindelijke mastering door Carter Cash en Steve Berkowitz te maken hebben (met die laatste werkte zoonlief ook al samen voor bootlegs zoals Personal File), waarvoor nog een aantal additionele muzikanten de studio in werden gehaald - goedbedoeld, maar het maakt de luisterervaring voor mij net wat minder authentiek.
De songs zijn gewoon goed, Cash klinkt overtuigend zoals gewoonlijk. I Came to Believe zou hij later nog 'ns opnemen voor American V: A Hundred Highways, en I'm Movin' On kwam in solo-uitvoering als outtake op de box Unearthed. Call Your Mother is een fijne Cash-original, en verder staan er twee bezielde duetten op met June Carter, waarvan vooral Baby Ride Easy erg de moeite is.
De bonustrack is er trouwens, naar mijn mening, eentje om routinematig te skippen: een nogal wazige mix van Elvis Costello, die ik al veel beter dingen heb weten maken. Maar goed, dat is dus een bonustrack en de reguliere versie van het nummer She Used to Love Me a Lot, dat ook de eerste single was, valt best te pruimen hoor.
3 sterren
Johnny Cash - Personal File (2006)
Alternatieve titel: Bootleg, Vol. I

4,0
2
geplaatst: 17 april 2022, 14:04 uur
In de lente van 2004, het jaar nadat het levenslicht de ogen van Johnny Cash en June Carter definitief verliet, nodigde hun zoon John Carter Cash ene Steve Berkowitz van Legacy Records uit in The House of Cash. Hij mocht daar een kijkje nemen, en ontdekte samen met o.a. Gregg Geller, die dit album uiteindelijk zou samenstellen, een aantal nette witte archiefdozen, keurig gelabeld. "Personal File", stond erop geschreven.
Uit dit rijke archiefmateriaal werden uiteindelijk 49 songs met een sterk verhalend karakter (soms zelfs effectief verhalen/anekdotes) gepuurd, en vakkundig uitgesmeerd over 2 CD's. Het gros van de songs, zeker op schijfje één, werd opgenomen door Cash in 1973, als prille veertiger, met niet meer dan een gitaar en zijn fantastische stem. Vooral die eerste schijf vind ik enorm de moeite, met een aantal geweldig mooie songs: When I Stop Dreaming, Tiger Whitehead, Virgie (die vooral!) en It Takes One to Know Me (een song van Carlene Carter, dochter van June).
De verhalen op CD 1 hebben vaak een persoonlijke inslag, al zijn heel wat songs niet door Cash zelf geschreven. De songs passen hem wel als gegoten; wat Cash met vooral de American Recordings wereldkundig maakte (dat hij als geen ander songs die niet van zichzelf zijn, kan interpreteren), deed ie dus eigenlijk al veel eerder. Hij bracht dat werk, waarvan ik geloof dat het toch wel tot zijn meest persoonlijke artefacten op muzikaal vlak behoort, zelf niet uit, wellicht bewust; voor Berkowitz, Geller en John Carter Cash voelde de ontdekking dan ook aan alsof ze een testament, een nalatenschap aantroffen in de krochten van The House of Cash.
Een speciale vermelding verdient misschien wel het viertal Saginaw, Michigan / When It's Springtime in Alaska / Girl in Saskatoon / The Cremation of Sam McGee; vier opeenvolgende songs (al is de laatste in feite een declamatie van het gelijknamige gedicht van Robert Service) die qua thema nauw aansluiten en ook over 2 dagen (18 & 19 juli 1973) werden opgenomen. Geografisch gezien speelt het zich allemaal af in het noorden van het Amerikaanse continent (Michigan en Alaska in de VS; Saskatchewan en Yukon in Canada), en vooral de inleving van Cash valt me hier op. Girl in Saskatoon schreef ie ook samen met Johnny Horton. Prachtige verhalen, sterke verbeelding.
Schijfje twee vind ik net wat minder, de christelijke thematiek vind ik in die songs wat al te overheersend. Toch zijn ook daar mooie verhalen terug te vinden, met wat meer symboliek misschien, en dat is toch ook wel een forte van Cash: het creëren van beelden door middel van sterke verhalen en zijn eigen stem. Zo is Farther Along een bloedmooie traditional, The Way Worn Traveler een vat vol symboliek en In the Sweet Bye and Bye een gedroomde afsluiter.
Vreemd genoeg was dit de eerste CD die ik van Cash kocht. Ik zag 'm liggen, en de albumhoes sprak me wel aan - een naar één of andere entiteit opkijkende man met gitaar, weemoedige/verwonderde blik in de ogen, op een demo-achtige achtergrond. Destijds heb ik het album na één keer luisteren wat achteloos weggelegd omdat ik Johnny - als ik het me goed herinner - maar wat vond mompelen en op zijn gitaar priegelen. Maar nu, na talloze omzwervingen door 's mans imposante oeuvre en na het herontdekken van o.a. de American Recordings, is die waardering er uiteindelijk toch gekomen.
Door het langzaam kabbelende tempo (A Fast Song uitgezonderd, hihi) lijkt dit een taaie brok, en je moet mijns inziens ook wel een Cash-adept zijn om alles uit te zitten (ik vind ook niet elke song geweldig, niet elk verhaal bijzonder). Maar er zitten meer dan genoeg krenten in de pap, en als ik dit beoordeel voor wat het werkelijk is (een authentieke archief-uitgave), kom ik op een positieve score uit. Dit is een compilatie die ik in de loop der jaren steeds meer ben gaan koesteren, zoals wel meer van Cash's werk.
4 sterren
Uit dit rijke archiefmateriaal werden uiteindelijk 49 songs met een sterk verhalend karakter (soms zelfs effectief verhalen/anekdotes) gepuurd, en vakkundig uitgesmeerd over 2 CD's. Het gros van de songs, zeker op schijfje één, werd opgenomen door Cash in 1973, als prille veertiger, met niet meer dan een gitaar en zijn fantastische stem. Vooral die eerste schijf vind ik enorm de moeite, met een aantal geweldig mooie songs: When I Stop Dreaming, Tiger Whitehead, Virgie (die vooral!) en It Takes One to Know Me (een song van Carlene Carter, dochter van June).
De verhalen op CD 1 hebben vaak een persoonlijke inslag, al zijn heel wat songs niet door Cash zelf geschreven. De songs passen hem wel als gegoten; wat Cash met vooral de American Recordings wereldkundig maakte (dat hij als geen ander songs die niet van zichzelf zijn, kan interpreteren), deed ie dus eigenlijk al veel eerder. Hij bracht dat werk, waarvan ik geloof dat het toch wel tot zijn meest persoonlijke artefacten op muzikaal vlak behoort, zelf niet uit, wellicht bewust; voor Berkowitz, Geller en John Carter Cash voelde de ontdekking dan ook aan alsof ze een testament, een nalatenschap aantroffen in de krochten van The House of Cash.
Een speciale vermelding verdient misschien wel het viertal Saginaw, Michigan / When It's Springtime in Alaska / Girl in Saskatoon / The Cremation of Sam McGee; vier opeenvolgende songs (al is de laatste in feite een declamatie van het gelijknamige gedicht van Robert Service) die qua thema nauw aansluiten en ook over 2 dagen (18 & 19 juli 1973) werden opgenomen. Geografisch gezien speelt het zich allemaal af in het noorden van het Amerikaanse continent (Michigan en Alaska in de VS; Saskatchewan en Yukon in Canada), en vooral de inleving van Cash valt me hier op. Girl in Saskatoon schreef ie ook samen met Johnny Horton. Prachtige verhalen, sterke verbeelding.
Schijfje twee vind ik net wat minder, de christelijke thematiek vind ik in die songs wat al te overheersend. Toch zijn ook daar mooie verhalen terug te vinden, met wat meer symboliek misschien, en dat is toch ook wel een forte van Cash: het creëren van beelden door middel van sterke verhalen en zijn eigen stem. Zo is Farther Along een bloedmooie traditional, The Way Worn Traveler een vat vol symboliek en In the Sweet Bye and Bye een gedroomde afsluiter.
Vreemd genoeg was dit de eerste CD die ik van Cash kocht. Ik zag 'm liggen, en de albumhoes sprak me wel aan - een naar één of andere entiteit opkijkende man met gitaar, weemoedige/verwonderde blik in de ogen, op een demo-achtige achtergrond. Destijds heb ik het album na één keer luisteren wat achteloos weggelegd omdat ik Johnny - als ik het me goed herinner - maar wat vond mompelen en op zijn gitaar priegelen. Maar nu, na talloze omzwervingen door 's mans imposante oeuvre en na het herontdekken van o.a. de American Recordings, is die waardering er uiteindelijk toch gekomen.
Door het langzaam kabbelende tempo (A Fast Song uitgezonderd, hihi) lijkt dit een taaie brok, en je moet mijns inziens ook wel een Cash-adept zijn om alles uit te zitten (ik vind ook niet elke song geweldig, niet elk verhaal bijzonder). Maar er zitten meer dan genoeg krenten in de pap, en als ik dit beoordeel voor wat het werkelijk is (een authentieke archief-uitgave), kom ik op een positieve score uit. Dit is een compilatie die ik in de loop der jaren steeds meer ben gaan koesteren, zoals wel meer van Cash's werk.
4 sterren
Johnny Cash - Ride This Train (1960)
Alternatieve titel: A Stirring Travelogue of America in Song and Story

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2017, 21:02 uur
Wat nou?
Dat dacht ik toen ik de tracktijden van enkele songs op dit album in aanschouw nam. Zeker in zijn beginjaren waren nummers van ruim 4 minuten een zeldzaamheid voor Johnny Cash. De man had een patent op songs van anderhalf à drie minuten. Toen begon ik wat reacties alhier te lezen, en bleek er ook wat spoken word aanwezig te zijn. De ondertitel van dit album, 'A Stirring Travelogue of America in Song and Story', lijkt me dus erg op zijn plaats.
Ik begrijp wel dat de verhalen die Cash vertelt bij de opzet van de plaat horen, maar ze doen toch wat afbreuk aan de liedjes, want die zijn erg goed. Songs als 'Loading Coal' en 'Lumberjack' hebben die typische schwung van een Cash in opperbeste vorm; bovendien laat The Man in Black aan de hand van de fraaie teksten ook horen dat hij heel wat te vertellen heeft. De instrumentatie is ietwat anders dan op eerdere albums, maar evenzeer dienend, en perfect passend in het concept van het album. Een lichtjes nostalgische (inderdaad, volgens mij bestond nostalgie ook toen reeds, al heb ik die tijd uiteraard nooit meegemaakt) achtergrond is het resultaat.
Dit album is in zekere zin een vreemde eend in de bijt, maar toont dat Johnny Cash ook als albummaker meer dan stevig in z'n schoenen stond. Na het debuut is dit één van z'n betere uit de beginperiode.
4 sterren
Dat dacht ik toen ik de tracktijden van enkele songs op dit album in aanschouw nam. Zeker in zijn beginjaren waren nummers van ruim 4 minuten een zeldzaamheid voor Johnny Cash. De man had een patent op songs van anderhalf à drie minuten. Toen begon ik wat reacties alhier te lezen, en bleek er ook wat spoken word aanwezig te zijn. De ondertitel van dit album, 'A Stirring Travelogue of America in Song and Story', lijkt me dus erg op zijn plaats.
Ik begrijp wel dat de verhalen die Cash vertelt bij de opzet van de plaat horen, maar ze doen toch wat afbreuk aan de liedjes, want die zijn erg goed. Songs als 'Loading Coal' en 'Lumberjack' hebben die typische schwung van een Cash in opperbeste vorm; bovendien laat The Man in Black aan de hand van de fraaie teksten ook horen dat hij heel wat te vertellen heeft. De instrumentatie is ietwat anders dan op eerdere albums, maar evenzeer dienend, en perfect passend in het concept van het album. Een lichtjes nostalgische (inderdaad, volgens mij bestond nostalgie ook toen reeds, al heb ik die tijd uiteraard nooit meegemaakt) achtergrond is het resultaat.
Dit album is in zekere zin een vreemde eend in de bijt, maar toont dat Johnny Cash ook als albummaker meer dan stevig in z'n schoenen stond. Na het debuut is dit één van z'n betere uit de beginperiode.
4 sterren
Johnny Cash - Ring of Fire (1963)
Alternatieve titel: The Best Of

4,0
2
geplaatst: 21 augustus 2017, 22:09 uur
Deze plaat staat op deze site als oudste verzamelaar van Johnny Cash te boek, en dat zal wel kloppen. Ondertitel The Best Of is echter wat misleidend, want dit plaatje herbergt bijna uitsluitend songs van toen hij al bij Columbia had getekend. Enkel het prachtige I Still Miss Someone verscheen reeds eerder op plaat (op The Fabulous Johnny Cash uit 1958, de eerste LP die Cash uitbracht op het Columbia-label).
Dit is dus geen verzamelaar met 's mans grootste hits, maar wel een verzamelaar met songs, geplukt uit singles en EP's. Het album opent wel met één van de meest bekende liedjes van Johnny Cash, dat zich meteen herkenbaar maakt dankzij het euforisch klinkende trompetspel. Ik heb het dan uiteraard over Ring of Fire, dat door June Carter werd geschreven. Meteen daarna volgt de B-kant van die single, I'd Still Be There. Een pak minder bekend, maar eigenlijk gewoon even goed.
Van de overige songs springen vooral het eerder genoemde I Still Miss Someone, de gospel van Were You There When You Crucified My Lord? (dat op deze plaat naar mijn gevoel niet echt past) en geschiedenisles Remember the Alamo, geschreven door ene Jane Bowers, dat in deze sobere versie érg goed uit de verf komt.
Bonanza! komt uiteraard uit de beroemde western-tv-serie, en is niets meer of minder dan een amusant tussendoortje. The Big Battle echter is een voorbeeld bij uitstek van de schrijver in Cash; hiermee bewijst hij een mooie, pakkende tekst te kunnen schrijven én het ook nog 'ns te brengen.
(There'll Be) Peace in the Valley (for Me) vormt een waardige afsluiter van dit album. Het nummer werd geschreven in 1937, en de sfeer druipt er werkelijk af. Johnny Cash is een meester in het naar z'n hand zetten van songs; welaan dan.
Ring of Fire (The Best Of) heeft me aangenaam weten verrassen. Ik luister al (relatief) lang naar Johnny Cash, en enkele van deze nummers kende ik uiteraard, maar ik vind het knap dat de stem van de beste man me steeds weer naar de keel weet te grijpen.
4 sterren
Dit is dus geen verzamelaar met 's mans grootste hits, maar wel een verzamelaar met songs, geplukt uit singles en EP's. Het album opent wel met één van de meest bekende liedjes van Johnny Cash, dat zich meteen herkenbaar maakt dankzij het euforisch klinkende trompetspel. Ik heb het dan uiteraard over Ring of Fire, dat door June Carter werd geschreven. Meteen daarna volgt de B-kant van die single, I'd Still Be There. Een pak minder bekend, maar eigenlijk gewoon even goed.
Van de overige songs springen vooral het eerder genoemde I Still Miss Someone, de gospel van Were You There When You Crucified My Lord? (dat op deze plaat naar mijn gevoel niet echt past) en geschiedenisles Remember the Alamo, geschreven door ene Jane Bowers, dat in deze sobere versie érg goed uit de verf komt.
Bonanza! komt uiteraard uit de beroemde western-tv-serie, en is niets meer of minder dan een amusant tussendoortje. The Big Battle echter is een voorbeeld bij uitstek van de schrijver in Cash; hiermee bewijst hij een mooie, pakkende tekst te kunnen schrijven én het ook nog 'ns te brengen.
(There'll Be) Peace in the Valley (for Me) vormt een waardige afsluiter van dit album. Het nummer werd geschreven in 1937, en de sfeer druipt er werkelijk af. Johnny Cash is een meester in het naar z'n hand zetten van songs; welaan dan.
Ring of Fire (The Best Of) heeft me aangenaam weten verrassen. Ik luister al (relatief) lang naar Johnny Cash, en enkele van deze nummers kende ik uiteraard, maar ik vind het knap dat de stem van de beste man me steeds weer naar de keel weet te grijpen.
4 sterren
Johnny Cash - Sings the Ballads of the True West (1965)

4,0
1
geplaatst: 11 oktober 2017, 21:03 uur
Het gemiddelde van deze plaat (op moment van schrijven: 3,40 sterren uit 29 stemmen) vind ik wat laag alhier, hoewel enigszins begrijpelijk. Sings the Ballads of the True West is een prachtige bundeling songs en verhalen over The Far West, over misdadigers, over de ouwe Amerikaanse tijden. Niet voor het eerst worden de songs hier en daar afgewisseld door spoken word, maar dat verleent de plaat in mijn ogen alleen maar meer charme, want je hoort aan de vertelstijl van Cash, in die kenmerkende warme bariton, dat hij erg veel van die verhalen houdt. Kudos ook aan zijn label, want Cash kreeg, mits een commerciële toegeving op z'n tijd, carte blanche.
Op dit dubbelalbum speelt, naast ouwe getrouwen als Luther Perkins, ook Charlie McCoy weer mee op harmonica, een beproefd sessiemuzikant uit Nashville (die plaatsnaam is al een visitekaartje waarvoor menige deur zichzelf automatisch openzet in de muziekwereld) die ook o.a. met Elvis Presley en Bob Dylan werkte. Hij voegt toch weer wat toe aan de sfeer.
Is een conceptplaat van een dik uur teveel? Geen nood; in dat geval kan je prima terecht bij het album Mean as Hell; een soort compilatie van dit album dat Columbia een jaar later op de markt zou brengen. De beste songs staan daar zo goed als allemaal op; enkel het pittige Sam Hall ontbreekt daar. Samen met Road to Kaintuck, Mr. Garfield (over de moord op president James Garfield), Streets of Laredo, Bury Me on the Lone Prairie en 25 Minutes to Go vind ik dat het beste nummer.
4 sterren
Op dit dubbelalbum speelt, naast ouwe getrouwen als Luther Perkins, ook Charlie McCoy weer mee op harmonica, een beproefd sessiemuzikant uit Nashville (die plaatsnaam is al een visitekaartje waarvoor menige deur zichzelf automatisch openzet in de muziekwereld) die ook o.a. met Elvis Presley en Bob Dylan werkte. Hij voegt toch weer wat toe aan de sfeer.
Is een conceptplaat van een dik uur teveel? Geen nood; in dat geval kan je prima terecht bij het album Mean as Hell; een soort compilatie van dit album dat Columbia een jaar later op de markt zou brengen. De beste songs staan daar zo goed als allemaal op; enkel het pittige Sam Hall ontbreekt daar. Samen met Road to Kaintuck, Mr. Garfield (over de moord op president James Garfield), Streets of Laredo, Bury Me on the Lone Prairie en 25 Minutes to Go vind ik dat het beste nummer.
4 sterren
Johnny Cash - Strawberry Cake (1976)

3,0
0
geplaatst: 9 oktober 2020, 09:07 uur
Verrassend gemoedelijke registratie van een optreden in de London Palladium, op 21 september 1975, zeker als je het vergelijkt met de live-albums die in gevangenissen werden opgenomen. Johnny Cash klinkt niet heel erg enthousiast, komt zelfs af en toe wat uitgeblust over, al kan dat ook een vorm van berusting zijn die met de jaren over je neerdaalt.
De set die gebracht wordt, is natuurlijk wel erg leuk (oude favorieten als Big River en [/i]Rock Island Line[/i] worden afgewisseld met onbekender werk als Strawberry Cake en Navajo), en de verhaaltjes/grappen/anekdotes tussendoor storen hier allerminst.
Ook markant: wanneer June Carter The Church in the Wildwood wil aanheffen, wordt de zaal ontruimd naar aanleiding van een mogelijke bomaanslag van de IRA, wat voor de nodige opschudding zorgde. Het bleek echter gelukkig loos alarm, en niet veel later kon het concert worden hervat. Aan het eind van het concert grapt June Carter zelfs nog dat ze bang is voor een nieuwe bommelding, omdat zij weer gaat zingen.
3 sterren
De set die gebracht wordt, is natuurlijk wel erg leuk (oude favorieten als Big River en [/i]Rock Island Line[/i] worden afgewisseld met onbekender werk als Strawberry Cake en Navajo), en de verhaaltjes/grappen/anekdotes tussendoor storen hier allerminst.
Ook markant: wanneer June Carter The Church in the Wildwood wil aanheffen, wordt de zaal ontruimd naar aanleiding van een mogelijke bomaanslag van de IRA, wat voor de nodige opschudding zorgde. Het bleek echter gelukkig loos alarm, en niet veel later kon het concert worden hervat. Aan het eind van het concert grapt June Carter zelfs nog dat ze bang is voor een nieuwe bommelding, omdat zij weer gaat zingen.
3 sterren
Johnny Cash - The Johnny Cash Family Christmas (1972)

2,0
0
geplaatst: 3 september 2020, 11:52 uur
Johnny Cash heeft wel wat kerstalbums opgenomen. Zijn eerste (uit 1963, denk ik) vond ik nog best goed; een geschikt plaatje om zo in de kerstperiode te draaien. Deze valt echter lelijk tegen.
In de eerste plaats komt dat door de verhalen tussendoor, die niet in het minst boeien en zelfs erg storen. Let wel: ook op andere albums gebruikt Cash dit, en niet altijd ervaar ik het als een storende factor.
Een aantal klassiekers passeren natuurlijk de revue, en Cash krijgt ook bezoek van een aantal gastartiesten. Zo zingt hij That Christmassy Feeling met zijn jongere broer Tommy, en doen ook o.a. June Carter, Carl Perkins en Larry Butler hun duit in het zakje. Je zou dit album zelfs eerder als een werk van verschillende artiesten kunnen beschouwen.
Silent Night blijft natuurlijk wel een mooie kerstklassieker. Ik meen dat het op zo ongeveer elk kerstalbum van Cash staat.
2 sterren
In de eerste plaats komt dat door de verhalen tussendoor, die niet in het minst boeien en zelfs erg storen. Let wel: ook op andere albums gebruikt Cash dit, en niet altijd ervaar ik het als een storende factor.
Een aantal klassiekers passeren natuurlijk de revue, en Cash krijgt ook bezoek van een aantal gastartiesten. Zo zingt hij That Christmassy Feeling met zijn jongere broer Tommy, en doen ook o.a. June Carter, Carl Perkins en Larry Butler hun duit in het zakje. Je zou dit album zelfs eerder als een werk van verschillende artiesten kunnen beschouwen.
Silent Night blijft natuurlijk wel een mooie kerstklassieker. Ik meen dat het op zo ongeveer elk kerstalbum van Cash staat.
2 sterren
Johnny Cash - The Legend (2005)

5,0
4
geplaatst: 25 januari 2022, 20:54 uur
Schitterende, maar dan ook werkelijk waar schitterende verzamelaar van The Man in Black!
Ik dacht maar meteen met de deur in huis te vallen, ook al is het een gigantische gemeenplaats, maar ik kan gewoon niet anders. De muziek van Cash heb ik ontdekt toen ik een jaar of 14 was, geloof ik, en het heeft me sedertdien nooit meer losgelaten, en zal dat zo goed als zeker ook niet meer doen. Deze box werd in 2005 uitgebracht omdat hij 50 jaar daarvoor, in 1955, zijn eerste liedjes opnam in de Sun-studio van Sam Phillips. De box bevat in totaal 104 songs, waarvan er 7 nooit eerder officieel op plaat werden gezet.
De afsluiter van deze box is één van die 7 songs, en daaraan kleeft wel een speciaal verhaal, volgens producer Gregg Geller. In The House of Cash in Hendersonville vond hij, na dagenlang zoekwerk, een rauwe demo van het nummer It Takes One to Know Me, en na er nog wat dieper in te zijn gedoken, vond hij ook een halve opnamepoging van het nummer uit 1977, als duet tussen Johnny en June. John Carter Cash, hun enige zoon en executive producer van deze compilatie, zorgde er vervolgens voor dat de master voltooid werd voor deze song, met ook nog toegevoegde vocals van Carlene Carter, de dochter van June uit haar vroegere relatie met countrymuzikant Carl Smith.
De box bestaat uit 4 volumes, waarvan de eerste twee Win, Place and Show - The Hits & Old Favorites and New) zich grotendeels focussen op de populairste nummers van Cash, maar ook wel een aantal verborgen parels herbergen. Volume drie, The Great American Songbook, bevat een fantastische verzameling klassiekers uit de Amerikaanse muziekcultuur, nummers die ook door talloze andere artiesten werden opgenomen. Volume vier, tot slot, bevat diverse samenwerkingen tussen The Man in Black en vrienden en familieleden.
De box bevat ook een prachtig boekwerk van 72 pagina's, met daarin een mooi essay van Patrick Carr, co-auteur van CASH: The Autobiography, en ook een hele resem foto's. Foto's van een jonge Johnny, toen nog JR. De beginnende artiest Johnny Cash. Foto's van Johnny met vrienden als Bob Dylan, Waylon Jennings en Merle Haggard. De legendarische optredens in Folsom Prison en San Quentin. En, bovenal, foto's met June. Ontegensprekelijk de grote liefde uit zijn leven, deze twee bijzondere mensen moeten wel voor elkaar geboren zijn geweest. Het zijn foto's die me erg ontroeren, omdat de liefde tussen hen voelbaar aanwezig is. Zowel het essay als de foto's kennen een chronologische opbouw, wat maakt dat het boekwerk zich erg prettig laat doornemen, bij voorkeur tijdens het beluisteren van één van de vier volumes van deze box, uiteraard.
Over de muziek zelf dan: de inhoud heb ik hierboven reeds summier aangehaald, en het mag dan ook niet verbazen dat de eerste twee volumes 54 toptracks bevatten. Als je deze zo gebundeld ziet samenkomen, is het ook wel fijn om de verschillende thema's die Cash graag aankaartte in zijn songs, te herkennen. Hij zong over liefde en het geloof, over (sociaal) onrecht en discriminatie. Hij had het ook over outcasts en misfits en desperado's. Over de gewone, hardwerkende man en vrouw. Over pijn, lijden en eenzaamheid. Daarnaast valt ook regelmatig op dat de man een uitmuntend gevoel - en timing - voor humor had. Op het podium was hij natuurlijk ook een enorme showman, dat wisten we al van de legendarische gevangenisoptredens.
Wat het nog extra fijn maakt, is dat je dan tijdens het luisteren opeens een persoonlijke favoriet uit de geluidsinstallatie hoort schallen, in mijn geval A Thing Called Love. Wat een fantastisch liedje is dat toch, vooral het refrein zing ik steevast luidkeels mee. Op volume 2 staan drie nooit eerder uitgebrachte songs - ook door producer Geller ontdekt - en enkele opvallende en uitmuntende covers: Highway Patrolman van Bruce Springsteen en Forever Young van zijn maatje Dylan!
Volume drie is puur genieten. Het vermogen van Cash om liedjes van anderen op onnavolgbare wijs te vertolken, werd bij het grote publiek misschien pas bekend toen de American Recordings uitkwamen, maar hij heeft dit gedurende zijn hele carrière bewezen. De songs, met o.a. Goodnight Irene, Goodbye, Little Darlin', Born to Lose, The Streets of Laredo en I'm So Lonesome I Could Cry, zijn dan ook nog 'ns erg goed gekozen, passen bij Cash's thematiek en zijn bovenal intrinsiek al erg goeie nummers, die Cash niet zelden nog een niveautje hoger weet te trekken.
Volume vier staat vol samenwerkingen met andere artiesten, en trapt af met een aantal Carter-gerelateerde songs. June Carter was namelijk een afstammeling van de notoire Carter Family, met figuren als Mother Maybelle Carter, en met hen heeft Cash ook veel samengespeeld. Natuurlijk mogen Jackson en If I Were a Carpenter, twee schitterende duetten tussen Johnny en June, die sprankelen en bruisen van passie en energie, niet ontbreken. Verder horen we ook o.a. de samenwerking met Dylan (Girl from the North Country), het enthousiasmerende One More Ride met Marty Stuart, het prachtige The Night Hank Williams Came to Town met Waylon Jennings en het overbekende Highwayman. Een vederlichte smet (leg 'm op de weegschaal en je ziet geen cijfertjes verschijnen!) kan misschien zijn dat een hele plaat met samenwerkingen wat overdreven is; sommige zijn toch wat minder interessant. Maar dan weerklinkt die destijds vers ontdekte parel als afsluiter:
"It takes one to know me; and June, you're the one" - een mooier einde voor deze prachtige verzamelbox zou ik niet kunnen bedenken.
5 sterren
Ik dacht maar meteen met de deur in huis te vallen, ook al is het een gigantische gemeenplaats, maar ik kan gewoon niet anders. De muziek van Cash heb ik ontdekt toen ik een jaar of 14 was, geloof ik, en het heeft me sedertdien nooit meer losgelaten, en zal dat zo goed als zeker ook niet meer doen. Deze box werd in 2005 uitgebracht omdat hij 50 jaar daarvoor, in 1955, zijn eerste liedjes opnam in de Sun-studio van Sam Phillips. De box bevat in totaal 104 songs, waarvan er 7 nooit eerder officieel op plaat werden gezet.
De afsluiter van deze box is één van die 7 songs, en daaraan kleeft wel een speciaal verhaal, volgens producer Gregg Geller. In The House of Cash in Hendersonville vond hij, na dagenlang zoekwerk, een rauwe demo van het nummer It Takes One to Know Me, en na er nog wat dieper in te zijn gedoken, vond hij ook een halve opnamepoging van het nummer uit 1977, als duet tussen Johnny en June. John Carter Cash, hun enige zoon en executive producer van deze compilatie, zorgde er vervolgens voor dat de master voltooid werd voor deze song, met ook nog toegevoegde vocals van Carlene Carter, de dochter van June uit haar vroegere relatie met countrymuzikant Carl Smith.
De box bestaat uit 4 volumes, waarvan de eerste twee Win, Place and Show - The Hits & Old Favorites and New) zich grotendeels focussen op de populairste nummers van Cash, maar ook wel een aantal verborgen parels herbergen. Volume drie, The Great American Songbook, bevat een fantastische verzameling klassiekers uit de Amerikaanse muziekcultuur, nummers die ook door talloze andere artiesten werden opgenomen. Volume vier, tot slot, bevat diverse samenwerkingen tussen The Man in Black en vrienden en familieleden.
De box bevat ook een prachtig boekwerk van 72 pagina's, met daarin een mooi essay van Patrick Carr, co-auteur van CASH: The Autobiography, en ook een hele resem foto's. Foto's van een jonge Johnny, toen nog JR. De beginnende artiest Johnny Cash. Foto's van Johnny met vrienden als Bob Dylan, Waylon Jennings en Merle Haggard. De legendarische optredens in Folsom Prison en San Quentin. En, bovenal, foto's met June. Ontegensprekelijk de grote liefde uit zijn leven, deze twee bijzondere mensen moeten wel voor elkaar geboren zijn geweest. Het zijn foto's die me erg ontroeren, omdat de liefde tussen hen voelbaar aanwezig is. Zowel het essay als de foto's kennen een chronologische opbouw, wat maakt dat het boekwerk zich erg prettig laat doornemen, bij voorkeur tijdens het beluisteren van één van de vier volumes van deze box, uiteraard.

Over de muziek zelf dan: de inhoud heb ik hierboven reeds summier aangehaald, en het mag dan ook niet verbazen dat de eerste twee volumes 54 toptracks bevatten. Als je deze zo gebundeld ziet samenkomen, is het ook wel fijn om de verschillende thema's die Cash graag aankaartte in zijn songs, te herkennen. Hij zong over liefde en het geloof, over (sociaal) onrecht en discriminatie. Hij had het ook over outcasts en misfits en desperado's. Over de gewone, hardwerkende man en vrouw. Over pijn, lijden en eenzaamheid. Daarnaast valt ook regelmatig op dat de man een uitmuntend gevoel - en timing - voor humor had. Op het podium was hij natuurlijk ook een enorme showman, dat wisten we al van de legendarische gevangenisoptredens.
Wat het nog extra fijn maakt, is dat je dan tijdens het luisteren opeens een persoonlijke favoriet uit de geluidsinstallatie hoort schallen, in mijn geval A Thing Called Love. Wat een fantastisch liedje is dat toch, vooral het refrein zing ik steevast luidkeels mee. Op volume 2 staan drie nooit eerder uitgebrachte songs - ook door producer Geller ontdekt - en enkele opvallende en uitmuntende covers: Highway Patrolman van Bruce Springsteen en Forever Young van zijn maatje Dylan!
Volume drie is puur genieten. Het vermogen van Cash om liedjes van anderen op onnavolgbare wijs te vertolken, werd bij het grote publiek misschien pas bekend toen de American Recordings uitkwamen, maar hij heeft dit gedurende zijn hele carrière bewezen. De songs, met o.a. Goodnight Irene, Goodbye, Little Darlin', Born to Lose, The Streets of Laredo en I'm So Lonesome I Could Cry, zijn dan ook nog 'ns erg goed gekozen, passen bij Cash's thematiek en zijn bovenal intrinsiek al erg goeie nummers, die Cash niet zelden nog een niveautje hoger weet te trekken.
Volume vier staat vol samenwerkingen met andere artiesten, en trapt af met een aantal Carter-gerelateerde songs. June Carter was namelijk een afstammeling van de notoire Carter Family, met figuren als Mother Maybelle Carter, en met hen heeft Cash ook veel samengespeeld. Natuurlijk mogen Jackson en If I Were a Carpenter, twee schitterende duetten tussen Johnny en June, die sprankelen en bruisen van passie en energie, niet ontbreken. Verder horen we ook o.a. de samenwerking met Dylan (Girl from the North Country), het enthousiasmerende One More Ride met Marty Stuart, het prachtige The Night Hank Williams Came to Town met Waylon Jennings en het overbekende Highwayman. Een vederlichte smet (leg 'm op de weegschaal en je ziet geen cijfertjes verschijnen!) kan misschien zijn dat een hele plaat met samenwerkingen wat overdreven is; sommige zijn toch wat minder interessant. Maar dan weerklinkt die destijds vers ontdekte parel als afsluiter:
"It takes one to know me; and June, you're the one" - een mooier einde voor deze prachtige verzamelbox zou ik niet kunnen bedenken.
5 sterren
Johnny Cash - Unearthed (2003)

4,0
2
geplaatst: 25 oktober 2021, 21:06 uur
Fraaie verzameling, deze box, al moet ik eerlijk toegeven dat ik 'm gestreamd heb en dus niet in huis gehaald. Ik heb alle zes American-volumes reeds op CD, en verder is deze gewoon wat te prijzig, al ben ik een groot fan van The Man in Black.
Wat behelst deze box? Wel, in totaal vijf CD's, waarvan vooral de eerste drie erg interessant zijn. Deze bevatten namelijk songs die de eerste vier volumes in de reeks niet gehaald hebben, alsook wat alternatieve versies van songs die het wél hebben gehaald. Veel van die songs had Cash al eerder opgenomen tijdens zijn lange, lange solo-carrière. Long Black Veil en Understand Your Man vind ik hier erg, erg fraai uitgevoerd.
Voor de rest ook heel wat covers, zoals we dat kennen van de eerdere American-platen. Niet alles is even geslaagd, overigens. De twee Neil Young-covers vind ik niet zo geweldig; Redemption Song, met Joe Strummer en Gentle on My Mind, met Glen Campbell, zijn dan weer heel erg geslaagd, en hadden echt een meerwaarde kunnen bieden voor de eerder uitgebrachte albums. Beiden zijn, net als Cash, helaas niet meer onder ons.
Van de alternatieve versies vallen vooral de live-versie met orkest van Cohen's Bird on a Wire en Down There by the Train op; de eerste omwille van de geslaagde uitwerking, de tweede omdat die nogmaals benadrukt wat voor een briljante song dat wel niet is. Verder valt me op dat Cash met zowel You Are My Sunshine als You'll Never Walk Alone twee waardige alternatieven opnam voor We'll Meet Again, maar ik die stiekem toch wel de beste keuze als afsluiter voor American IV: The Man Comes Around vind. Met de songselectie zat het destijds dus wel goed.
CD 4 bevat vijftien gospelsongs, later apart uitgebracht onder de titel My Mother's Hymn Book. Nu vind ik zeker niet alle gospelplaten van Cash geslaagd, maar deze zeker wel. De nummers zijn heel erg sober aangekleed, en de opnames zouden dateren van 1993, rond dezelfde periode als de opnames voor de eerste American-plaat.
De laatste schijf is een soort best-of van de eerste vier American-platen; vijftien songs (van de eerste plaat drie, van plaat 2-4 telkens vier nummers), gekozen door Rubin en Cash zelf, naar verluidt. De box werd uitgebracht amper 2 maanden na het overlijden van Cash, dus het zal wel dat ze hier al mee bezig waren toen Cash nog leefde. Nu had ik zelf wel enkele andere keuzes gemaakt, maar zo'n best-of zal nooit voor iedereen perfect zijn natuurlijk, en dat hoeft ook niet. Ik zie het eerder als een boeiend artefact om die eerste vier platen op een klein uur nog eens mee te maken. Maar ik zal toch eerder naar de platen zelf grijpen, denk ik.
4 sterren
Wat behelst deze box? Wel, in totaal vijf CD's, waarvan vooral de eerste drie erg interessant zijn. Deze bevatten namelijk songs die de eerste vier volumes in de reeks niet gehaald hebben, alsook wat alternatieve versies van songs die het wél hebben gehaald. Veel van die songs had Cash al eerder opgenomen tijdens zijn lange, lange solo-carrière. Long Black Veil en Understand Your Man vind ik hier erg, erg fraai uitgevoerd.
Voor de rest ook heel wat covers, zoals we dat kennen van de eerdere American-platen. Niet alles is even geslaagd, overigens. De twee Neil Young-covers vind ik niet zo geweldig; Redemption Song, met Joe Strummer en Gentle on My Mind, met Glen Campbell, zijn dan weer heel erg geslaagd, en hadden echt een meerwaarde kunnen bieden voor de eerder uitgebrachte albums. Beiden zijn, net als Cash, helaas niet meer onder ons.
Van de alternatieve versies vallen vooral de live-versie met orkest van Cohen's Bird on a Wire en Down There by the Train op; de eerste omwille van de geslaagde uitwerking, de tweede omdat die nogmaals benadrukt wat voor een briljante song dat wel niet is. Verder valt me op dat Cash met zowel You Are My Sunshine als You'll Never Walk Alone twee waardige alternatieven opnam voor We'll Meet Again, maar ik die stiekem toch wel de beste keuze als afsluiter voor American IV: The Man Comes Around vind. Met de songselectie zat het destijds dus wel goed.
CD 4 bevat vijftien gospelsongs, later apart uitgebracht onder de titel My Mother's Hymn Book. Nu vind ik zeker niet alle gospelplaten van Cash geslaagd, maar deze zeker wel. De nummers zijn heel erg sober aangekleed, en de opnames zouden dateren van 1993, rond dezelfde periode als de opnames voor de eerste American-plaat.
De laatste schijf is een soort best-of van de eerste vier American-platen; vijftien songs (van de eerste plaat drie, van plaat 2-4 telkens vier nummers), gekozen door Rubin en Cash zelf, naar verluidt. De box werd uitgebracht amper 2 maanden na het overlijden van Cash, dus het zal wel dat ze hier al mee bezig waren toen Cash nog leefde. Nu had ik zelf wel enkele andere keuzes gemaakt, maar zo'n best-of zal nooit voor iedereen perfect zijn natuurlijk, en dat hoeft ook niet. Ik zie het eerder als een boeiend artefact om die eerste vier platen op een klein uur nog eens mee te maken. Maar ik zal toch eerder naar de platen zelf grijpen, denk ik.
4 sterren
Johnny Cash - Water from the Wells of Home (1988)

3,5
2
geplaatst: 27 januari 2021, 16:07 uur
Dit vind ik een erg aangename, frisse plaat - misschien wel door de talrijke gastbijdragen. Dat de stemmen van Johnny en June geweldig goed samengingen, wordt eens te meer bewezen in het prachtige Where Did We Go Right, maar ook met dochter Rosanne en Emmylou Harris klikt het goed. Rosanne Cash vind ik sowieso als artiest veel meer dan de dochter van; ze heeft enkele puike platen op haar conto staan.
Oude vriend Waylon Jennings is ook aanwezig, en heeft vrouwlief Jessi Colter en zijn trouwe steelgitarist Ralph Mooney meegenomen, ook altijd tof om te horen. De productie zit me hier iets minder in de weg dan op enkele andere jaren '80-platen van Cash, al is het nog steeds een beetje een struikelblok. Ook tof om Tom T. Hall, nog zo'n oude countryzanger, terug te horen. De beste man leeft overigens nog, hij is nu 84 jaar!
Paul McCartney is een andere markante gast. Hij zingt mee op het mede door hem bedachte New Moon Over Jamaica. En de pittige bluessong Call Me the Breeze wordt door zoonlief John Carter Cash ook fraai opgesmukt. That Old Wheel is dan weer een samenwerking met Hank Williams Jr., en was de eerste vooruitgestuurde single van het album. Veel potten wist deze echter niet te breken, en een volgende single nog veel minder.
Het moge duidelijk zijn dat de jaren '80 niet het meest succesvolle decennium vormden van Johnny Cash. Maar dat hij ook toen nu en dan met goeie platen kwam aanzetten, wil ik bij deze wel aangekaart hebben.
3,5 sterren
Oude vriend Waylon Jennings is ook aanwezig, en heeft vrouwlief Jessi Colter en zijn trouwe steelgitarist Ralph Mooney meegenomen, ook altijd tof om te horen. De productie zit me hier iets minder in de weg dan op enkele andere jaren '80-platen van Cash, al is het nog steeds een beetje een struikelblok. Ook tof om Tom T. Hall, nog zo'n oude countryzanger, terug te horen. De beste man leeft overigens nog, hij is nu 84 jaar!
Paul McCartney is een andere markante gast. Hij zingt mee op het mede door hem bedachte New Moon Over Jamaica. En de pittige bluessong Call Me the Breeze wordt door zoonlief John Carter Cash ook fraai opgesmukt. That Old Wheel is dan weer een samenwerking met Hank Williams Jr., en was de eerste vooruitgestuurde single van het album. Veel potten wist deze echter niet te breken, en een volgende single nog veel minder.
Het moge duidelijk zijn dat de jaren '80 niet het meest succesvolle decennium vormden van Johnny Cash. Maar dat hij ook toen nu en dan met goeie platen kwam aanzetten, wil ik bij deze wel aangekaart hebben.
3,5 sterren
Jónsi - Go (2010)

3,5
0
geplaatst: 19 april 2010, 22:02 uur
Aangezien ik Sigur Ros geweldig vind, had ik van dit solodebuut van Jonsi, zanger van Sigur Ros, vrij hooggespannen verwachtingen. Die worden ten dele ingelost, maar niet helemaal.
Opener 'Go Do' begint wat banaal, kinderachtig vrolijk zelfs (niet negatief bedoeld), vind ik, maar verder is het een lekkere popsong, met een drive die je meezuigt en aanzet tot een vrolijk in het rond huppelen. Het tweede nummer, 'Animal Arithmatic' is zo mogelijk nog energieker, zo’n nummer dat je nooit zou verwachten van de Sigur Ros-frontman. De vrolijk spat er eigenlijk van af.
'Tornado' begint op piano, een compositie die zo van de hand van Sufjan Stevens zou kunnen zijn. Het verschil tussen deze en voorgaande song is heel sterk, de strijkers geven het een koud, IJslands tintje. Ik vind z’n stem nog altijd beter passen bij deze rustige, melancholische nummers, dan bij de twee voorgaande. In een interview met HUMO zei Jonsi dat het voor hem niet belangrijk was dat zijn zang in het Engels verstaanbaar zou zijn; het ging meer om het gevoel dat hij overdraagt aan de luisteraar. Dat lukt hem in dit nummer vrij goed.
Na het zwaarmoedige 'Tornado' hebben we het wat luchtigere 'Boy Lilikoi'. Een lieflijk nummer, maar het blijft me tot nu toe niet echt bij, wat toch raar is, aangezien het een nagenoeg perfecte popsong is, en (wanneer ik dit schrijf) de favoriete track is hier op MusicMeter. Uiteindelijk zal deze me toch gaan bevallen, denk ik, groeipotentieel genoeg in deze song in ieder geval.
'Sinking Friendships' is een leuk, dromerig nummer zoals er wel meer op deze plaat staan, gedragen door die unieke stem van Jonsi.
En dan komen we bij 'Kolnidur', m'n favoriete track op dit album, niet in het minst door het 'Sigur Ros in vroeger jaren'-gevoel dat ik hierbij ervaar. Lekker melancholisch, het lijkt allemaal rustig voort te kabbelen, maar als je de track ontleedt, dan merk je toch dat die erg goed in elkaar steekt. Halfweg krijgen we toch een kleine tempoversnelling, en Jonsi zingt wat hoger, en het lijken allemaal maar kleine details, maar het zijn net die kleine details die de muziek van Sigur Ros tot zo'n hoog niveau tillen, alsook dit nummer.
'Around Us' is weer wat luchtiger; dat is wel leuk, dat die poppy luchtigheid en zwaarmoedigheid elkaar vrij goed in balans houden. Het reffrein van 'Around Us' klinkt begeesterend. Het voert je mee naar hoger sferen, om het semi-poëtisch uit te drukken. Hier is ook weer dat opzwepend drumritme, dat we kennen van de eerste twee songs vooral. De laatste anderhalve minuut deemstert het nummer knap weg op een zee van klanken.
'Grow Till Tall' is dan weer een rustig nummer, opgeluisterd door een strijkersorkest dat z'n job kent. Het nummer haalt echter niet het niveau van de composities op pakweg Takk... in mijn ogen, het pakt me gewoon allemaal wat minder.
Afsluiten doet Jonsi met 'Hengilas', en de strijkers mogen nog wat blijven. Mooi, ontroerend nummer, de ideale afsluiter voor deze plaat.
Mijn conclusie is dat dit een goeie plaat is, een hele goeie zelfs, maar van een fenomeen als Jonsi verwacht je toch altijd dat tikkeltje extra. Ik wist dat dit album in het verlengde van de laatste Sigur Ros zou liggen, en niet zou teruggaan naar één van de vroegere platen, maar toch had ik er stiekem wat meer van verwacht. Ligt het nu aan mijn hooggespannen verwachtingen? Ik weet het niet. Feit is dat het niveau van 'Med sud i Eyrum...' wel gehaald wordt naar mijn mening, doch die andere platen blijven daar hoog boven staan.
3,5 sterren
Opener 'Go Do' begint wat banaal, kinderachtig vrolijk zelfs (niet negatief bedoeld), vind ik, maar verder is het een lekkere popsong, met een drive die je meezuigt en aanzet tot een vrolijk in het rond huppelen. Het tweede nummer, 'Animal Arithmatic' is zo mogelijk nog energieker, zo’n nummer dat je nooit zou verwachten van de Sigur Ros-frontman. De vrolijk spat er eigenlijk van af.
'Tornado' begint op piano, een compositie die zo van de hand van Sufjan Stevens zou kunnen zijn. Het verschil tussen deze en voorgaande song is heel sterk, de strijkers geven het een koud, IJslands tintje. Ik vind z’n stem nog altijd beter passen bij deze rustige, melancholische nummers, dan bij de twee voorgaande. In een interview met HUMO zei Jonsi dat het voor hem niet belangrijk was dat zijn zang in het Engels verstaanbaar zou zijn; het ging meer om het gevoel dat hij overdraagt aan de luisteraar. Dat lukt hem in dit nummer vrij goed.
Na het zwaarmoedige 'Tornado' hebben we het wat luchtigere 'Boy Lilikoi'. Een lieflijk nummer, maar het blijft me tot nu toe niet echt bij, wat toch raar is, aangezien het een nagenoeg perfecte popsong is, en (wanneer ik dit schrijf) de favoriete track is hier op MusicMeter. Uiteindelijk zal deze me toch gaan bevallen, denk ik, groeipotentieel genoeg in deze song in ieder geval.
'Sinking Friendships' is een leuk, dromerig nummer zoals er wel meer op deze plaat staan, gedragen door die unieke stem van Jonsi.
En dan komen we bij 'Kolnidur', m'n favoriete track op dit album, niet in het minst door het 'Sigur Ros in vroeger jaren'-gevoel dat ik hierbij ervaar. Lekker melancholisch, het lijkt allemaal rustig voort te kabbelen, maar als je de track ontleedt, dan merk je toch dat die erg goed in elkaar steekt. Halfweg krijgen we toch een kleine tempoversnelling, en Jonsi zingt wat hoger, en het lijken allemaal maar kleine details, maar het zijn net die kleine details die de muziek van Sigur Ros tot zo'n hoog niveau tillen, alsook dit nummer.
'Around Us' is weer wat luchtiger; dat is wel leuk, dat die poppy luchtigheid en zwaarmoedigheid elkaar vrij goed in balans houden. Het reffrein van 'Around Us' klinkt begeesterend. Het voert je mee naar hoger sferen, om het semi-poëtisch uit te drukken. Hier is ook weer dat opzwepend drumritme, dat we kennen van de eerste twee songs vooral. De laatste anderhalve minuut deemstert het nummer knap weg op een zee van klanken.
'Grow Till Tall' is dan weer een rustig nummer, opgeluisterd door een strijkersorkest dat z'n job kent. Het nummer haalt echter niet het niveau van de composities op pakweg Takk... in mijn ogen, het pakt me gewoon allemaal wat minder.
Afsluiten doet Jonsi met 'Hengilas', en de strijkers mogen nog wat blijven. Mooi, ontroerend nummer, de ideale afsluiter voor deze plaat.
Mijn conclusie is dat dit een goeie plaat is, een hele goeie zelfs, maar van een fenomeen als Jonsi verwacht je toch altijd dat tikkeltje extra. Ik wist dat dit album in het verlengde van de laatste Sigur Ros zou liggen, en niet zou teruggaan naar één van de vroegere platen, maar toch had ik er stiekem wat meer van verwacht. Ligt het nu aan mijn hooggespannen verwachtingen? Ik weet het niet. Feit is dat het niveau van 'Med sud i Eyrum...' wel gehaald wordt naar mijn mening, doch die andere platen blijven daar hoog boven staan.
3,5 sterren
Joseph Arthur - The Graduation Ceremony (2011)

3,5
0
geplaatst: 24 oktober 2011, 19:57 uur
Eerst en vooral. Ik verbaas me er toch over dat hier zo weinig reacties staan, terwijl bij pakweg de nieuwe van Coldplay of Radiohead na een uur al 5 pagina’s aan reacties staan. Nou ja, misschien een beetje een overdrijving van mij, maar toch. Joseph Arthur maakt immers muziek zoals muziek in z’n meest pure vorm klinkt (man met gitaar), opgesmukt met strijkers, af en toe wat pianospel en een ritmesectie. ‘The Graduation Ceremony’ is alweer een erg goeie plaat van de Amerikaanse singer-songwriter, die erg gewaardeerd wordt hier.
Joseph Arthur is begiftigd met een stem die veel aankan, zowel gewone zang als falsetto. Die laat hij in verschillende nummers horen, waaronder het fraaie ‘Horses’. Zijn stem, teksten en gitaar staan centraal, en spreiden hun kwaliteiten tentoon. De teksten zijn vrij introspectief, en behandelen centrale thema’s als liefde, vriendschap, eenzaamheid en verlorenheid. Toch is er ook wat blijdschap te vinden in de liedjes. ‘The Graduation Ceremony’ is hierdoor een lekker ijsje met een wat wrange nasmaak. Of net andersom.
Sterkste nummers zijn voor mij de opener, ‘Watch Our Shadows Run’ en ‘Gypsy Faded’. Zij delen, samen met de andere nummers trouwens, een gezamenlijke eigenschap; ze klinken erg vertrouwd. Joseph Arthur heeft ervoor gezorgd dat de melodieën en refreintjes in de songs op ‘The Graduation Ceremony’ herkenbaar klinken, en makkelijk blijven hangen in je hoofd. Ik betrap mezelf er in ieder geval regelmatig op dat ik een deuntje van Arthur aan het neuriën ben, en dat is absoluut een gave, als je je songs die extra magie kan meegeven.
De hoes lijkt van kleuren en opvulling wel een beetje op de andere hoezen van Arthur, en past ook goed bij de muziek. Licht, met een donker randje. Het lijkt een schilderij gemaakt door een kind, maar na wat opzoekingwerk op internet las ik met verbazing dat het een werkje van Arthur’s hand is.
Een kleine smet op de plaat is misschien dat vooral het eerste deel van de plaat volstaat met sterke nummers, terwijl naar het einde toe toch enkele zwakkere nummers staan. Ik doel dan vooral op ‘Midwest’, maar ook ‘Call’ is niet meer van het niveau van de eerste nummers. ‘Gypsy Faded’ is dan weer erg sterk, en ook de afsluiter mag er wezen.
Joseph Arthur is een artiest waarvan ik altijd wel een nieuwe plaat zal kunnen waarderen; daarvoor heeft hij al genoeg moois afgeleverd. Deze plaat vind ik net wat minder sterk dan enkele voorgaande platen, maar toch nog goed genoeg om een mooi cijfer te krijgen. Daarstraks heb ik een liveversie van ‘Gypsy Faded’ bekeken, alleen Arthur en z’n gitaar, en dat vond ik warempel nog beter dan de studioversie. Volgende keer dan maar “een man en z’n gitaar”, Joseph?
3,5 sterren
Joseph Arthur is begiftigd met een stem die veel aankan, zowel gewone zang als falsetto. Die laat hij in verschillende nummers horen, waaronder het fraaie ‘Horses’. Zijn stem, teksten en gitaar staan centraal, en spreiden hun kwaliteiten tentoon. De teksten zijn vrij introspectief, en behandelen centrale thema’s als liefde, vriendschap, eenzaamheid en verlorenheid. Toch is er ook wat blijdschap te vinden in de liedjes. ‘The Graduation Ceremony’ is hierdoor een lekker ijsje met een wat wrange nasmaak. Of net andersom.
Sterkste nummers zijn voor mij de opener, ‘Watch Our Shadows Run’ en ‘Gypsy Faded’. Zij delen, samen met de andere nummers trouwens, een gezamenlijke eigenschap; ze klinken erg vertrouwd. Joseph Arthur heeft ervoor gezorgd dat de melodieën en refreintjes in de songs op ‘The Graduation Ceremony’ herkenbaar klinken, en makkelijk blijven hangen in je hoofd. Ik betrap mezelf er in ieder geval regelmatig op dat ik een deuntje van Arthur aan het neuriën ben, en dat is absoluut een gave, als je je songs die extra magie kan meegeven.
De hoes lijkt van kleuren en opvulling wel een beetje op de andere hoezen van Arthur, en past ook goed bij de muziek. Licht, met een donker randje. Het lijkt een schilderij gemaakt door een kind, maar na wat opzoekingwerk op internet las ik met verbazing dat het een werkje van Arthur’s hand is.
Een kleine smet op de plaat is misschien dat vooral het eerste deel van de plaat volstaat met sterke nummers, terwijl naar het einde toe toch enkele zwakkere nummers staan. Ik doel dan vooral op ‘Midwest’, maar ook ‘Call’ is niet meer van het niveau van de eerste nummers. ‘Gypsy Faded’ is dan weer erg sterk, en ook de afsluiter mag er wezen.
Joseph Arthur is een artiest waarvan ik altijd wel een nieuwe plaat zal kunnen waarderen; daarvoor heeft hij al genoeg moois afgeleverd. Deze plaat vind ik net wat minder sterk dan enkele voorgaande platen, maar toch nog goed genoeg om een mooi cijfer te krijgen. Daarstraks heb ik een liveversie van ‘Gypsy Faded’ bekeken, alleen Arthur en z’n gitaar, en dat vond ik warempel nog beter dan de studioversie. Volgende keer dan maar “een man en z’n gitaar”, Joseph?
3,5 sterren
Josh Ritter - So Runs the World Away (2010)

3,5
0
geplaatst: 3 mei 2010, 21:32 uur
Als ik de quotaties op MusicMeter moet geloven, dan heeft Josh Ritter nog geen enkele tegenvallende plaat uitgebracht. Zelf ken ik niets van de man, dus kan ik daar (nog) niet over oordelen, maar deze heb ik wel al binnen, en na enkele luisterbeurten ben ik toch deels verkocht aan de mooie muziek die deze man maakt. Zijn stem heeft iets breekbaars, dat goed samengaat met de instrumentatie van de songs (zoals bijvoorbeeld op het nummer ‘Change Of Time’).
Het verhalende in de nummers ligt me wel. ‘The Curse’ is daar een goed voorbeeld van. Gedragen door een meeslepende piano doet Ritter z’n relaas. ‘Southern Pacifica’ is al even meeslepend als ‘The Curse’, maar deze keer is het een gitaar, en geen piano. Afwisseling troef op deze plaat, en dat is knap!
‘Rattling Locks’ heeft een heel ander ritme, dit gaat meer de kant op van de blues, ik heb dit soort geluid bijvoorbeeld gehoord op ‘Together Through Life’ van onze gouwe ouwe Bob Dylan, een album dat volgens mij toch ook wat meer op de oude blues georiënteerd was. Ik kan er mijlenver naast zitten natuurlijk, maar dat is wat ik aanvoel. Wel een erg geslaagd nummertje.
Op ‘Folk Bloodbath’ passeren een heleboel instrumenten de revue. Prachtig nummer, het lijkt net alsof hij een sprookje aan het vertellen is, maar dan wel één met een wrange nasmaak. De verscheidenheid aan instrumenten maakt het mogelijk het nummer een meer dan fraaie opbouw te schenken.
De volgende drie nummers zijn iets minder, maar halen toch nog een meer dan behoorlijk niveau, in die zin dat het nooit saai wordt. ‘Lark’ geeft me zelfs een goed gevoel eigenlijk. Het meest optimistische nummer op de plaat. ‘Lantern’ is zo’n nummer dat ik wel leuk vind, maar geen tig keren zal draaien; daarvoor mist het wat extra. ‘The Remnant’ ligt meer in het verlengde van ‘Rattling Locks’, maar duidelijk van een minder hoog niveau. Daar waar ik ‘Rattling Locks’ een babe in een Porsche cabrio vond, vind ik dit nummer eerder een vrouw van in de dertig met haar eerste ouderdomsrimpels in een ouwe Ford. Maar nog steeds een cabrio.
‘See How Man Was Made’ is een uiterst aangenaam nummertje, op de akoestische gitaar, lekker sober, en Ritter laat horen dat hij over een erg mooie stem beschikt.
Op naar het langste nummer op deze plaat, ‘Another New World’, en het is een pareltje. Dit nummer is heerlijk meeslepend, en Ritter doet op z’n verhalende wijze het nummer helemaal kloppen.
‘Orbital’ is weer geheel anders qua klankkleur, dit is toch luchter dan ‘Another New World’, beetje vrolijk zelfs. Geen slecht nummer, zeker niet, maar ook niet erg speciaal.
Afsluiten doen we met ‘Long Shadows’. Ritter en z’n akoestische gitaar, waarop hij zich thuis voelt, dat hoor je zo. Het nummer moeten we zoeken in dezelfde doos als ‘Lark’, het heeft ook zo’n feel-goodelement.
‘So Runs The World Away’ is een meer dan genietbare plaat van een getalenteerde singer-songwriter waar we hopelijk nog heel wat van gaan horen. Ik ga me in ieder geval op z’n eerder werk smijten!
3,5 sterren
Het verhalende in de nummers ligt me wel. ‘The Curse’ is daar een goed voorbeeld van. Gedragen door een meeslepende piano doet Ritter z’n relaas. ‘Southern Pacifica’ is al even meeslepend als ‘The Curse’, maar deze keer is het een gitaar, en geen piano. Afwisseling troef op deze plaat, en dat is knap!
‘Rattling Locks’ heeft een heel ander ritme, dit gaat meer de kant op van de blues, ik heb dit soort geluid bijvoorbeeld gehoord op ‘Together Through Life’ van onze gouwe ouwe Bob Dylan, een album dat volgens mij toch ook wat meer op de oude blues georiënteerd was. Ik kan er mijlenver naast zitten natuurlijk, maar dat is wat ik aanvoel. Wel een erg geslaagd nummertje.
Op ‘Folk Bloodbath’ passeren een heleboel instrumenten de revue. Prachtig nummer, het lijkt net alsof hij een sprookje aan het vertellen is, maar dan wel één met een wrange nasmaak. De verscheidenheid aan instrumenten maakt het mogelijk het nummer een meer dan fraaie opbouw te schenken.
De volgende drie nummers zijn iets minder, maar halen toch nog een meer dan behoorlijk niveau, in die zin dat het nooit saai wordt. ‘Lark’ geeft me zelfs een goed gevoel eigenlijk. Het meest optimistische nummer op de plaat. ‘Lantern’ is zo’n nummer dat ik wel leuk vind, maar geen tig keren zal draaien; daarvoor mist het wat extra. ‘The Remnant’ ligt meer in het verlengde van ‘Rattling Locks’, maar duidelijk van een minder hoog niveau. Daar waar ik ‘Rattling Locks’ een babe in een Porsche cabrio vond, vind ik dit nummer eerder een vrouw van in de dertig met haar eerste ouderdomsrimpels in een ouwe Ford. Maar nog steeds een cabrio.
‘See How Man Was Made’ is een uiterst aangenaam nummertje, op de akoestische gitaar, lekker sober, en Ritter laat horen dat hij over een erg mooie stem beschikt.
Op naar het langste nummer op deze plaat, ‘Another New World’, en het is een pareltje. Dit nummer is heerlijk meeslepend, en Ritter doet op z’n verhalende wijze het nummer helemaal kloppen.
‘Orbital’ is weer geheel anders qua klankkleur, dit is toch luchter dan ‘Another New World’, beetje vrolijk zelfs. Geen slecht nummer, zeker niet, maar ook niet erg speciaal.
Afsluiten doen we met ‘Long Shadows’. Ritter en z’n akoestische gitaar, waarop hij zich thuis voelt, dat hoor je zo. Het nummer moeten we zoeken in dezelfde doos als ‘Lark’, het heeft ook zo’n feel-goodelement.
‘So Runs The World Away’ is een meer dan genietbare plaat van een getalenteerde singer-songwriter waar we hopelijk nog heel wat van gaan horen. Ik ga me in ieder geval op z’n eerder werk smijten!
3,5 sterren
Josh T. Pearson - The Straight Hits! (2018)

2,5
1
geplaatst: 9 augustus 2018, 20:15 uur
Amusant plaatje van de Josh T. Pearson, en vooral volkomen tegengesteld aan zijn asgrauwe debuut van zo'n zeven jaar geleden. De hoes vertelt het verhaal al een beetje; dit lijkt in alles een parodie te zijn op een aantal traditioneel Amerikaanse muziekgenres. Maar is het dat wel? Net als Ataloona vraag ik het me af.
De eerste drie songs zijn niet minder dan lachwekkend. Ook song vier en vijf zijn niet veel soeps; het rammelt en rommelt aan alle kanten. Loved Straight to Hell, dat veel critici wel lusten, klinkt in z'n geheel episch, wat me ook wel doet begrijpen waarom deze song wel goed wordt bevonden. Zelf ben ik niet geheel overtuigd door de kwaliteit, maar moet ik toegeven dat de song een bepaalde aantrekkingskracht bezit.
Na dit nummer volgen er jammer genoeg nog vier, waarvan enkel het lange A Love Song (Set Me Straight) me doet opveren. Dat nummer is pompeus, potsierlijk, bombastisch, pretentieus, maar toch ook knap. Lelijk mooi, dus.
The Straight Hits lijkt me geen luistervoer voor de fans van het debuut, maar laat zich bij momenten aardig beluisteren. Het weet me echter nooit, ondanks enkele malen in de buurt te komen, te begeesteren.
2,5 sterren
De eerste drie songs zijn niet minder dan lachwekkend. Ook song vier en vijf zijn niet veel soeps; het rammelt en rommelt aan alle kanten. Loved Straight to Hell, dat veel critici wel lusten, klinkt in z'n geheel episch, wat me ook wel doet begrijpen waarom deze song wel goed wordt bevonden. Zelf ben ik niet geheel overtuigd door de kwaliteit, maar moet ik toegeven dat de song een bepaalde aantrekkingskracht bezit.
Na dit nummer volgen er jammer genoeg nog vier, waarvan enkel het lange A Love Song (Set Me Straight) me doet opveren. Dat nummer is pompeus, potsierlijk, bombastisch, pretentieus, maar toch ook knap. Lelijk mooi, dus.
The Straight Hits lijkt me geen luistervoer voor de fans van het debuut, maar laat zich bij momenten aardig beluisteren. Het weet me echter nooit, ondanks enkele malen in de buurt te komen, te begeesteren.
2,5 sterren
