menu

Hier kun je zien welke berichten IJH15 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Black Sabbath - Live at Hammersmith Odeon (2007)

3,5
Live-album van Black Sabbath uit de periode net na de release van Mob Rules.

Butler en Iommi zijn uiteraard geweldige muzikanten en laten dat ook horen en Dio is ook een uitstekende zanger. Wat opvalt aan de setlist: veel Ozzy-nummers aanwezig en enkele geweldige Dio-nummers afwezig. Ik snap dat je als band, wanner je pas twee albums uit hebt met je nieuwe zanger, ook gaat putten uit het oudere werk, maar zes Ozzy-nummers is wel erg veel. Dan had ik liever krakers als Falling off the Edge of the World of Sign of the Southern Cross gehoord. Dio´s vertolking van de Ozzy-nummers varieert van erg goed (Iron Man) via gewoon goed (N.I.B) en matig (Paranoid) tot ronduit verschrikkelijk (Children of the Grave, wat helaas net mijn favoriete nummer van Black Sabbath met Ozzy is). En dat eindeloze meezinggedeelte in Heaven and Hell had ook wat ingekort mogen worden.

Al met al best aardig, maar zeker geen memorabel live-document (maar ach, ik kreeg hem bij de deluxe editie van Mob Rules, dus ik klaag niet). 3,5 sterren.

Bob Dylan - Blood on the Tracks (1975)

5,0
Het 14e studio-album van meneer Zimmermann is er een om in te lijsten: waarschijnlijk zijn beste. Dylan stopt al zijn emoties in de muziek en de teksten, die nog nooit zo persoonlijk waren.

‘Tangled up in Blue’ legt de lat voor de rest van het album meteen al enorm hoog. In een redelijk vlot tempo draagt Dylan zijn gedicht voor.
Na de geweldige opener volgen het meer ingetogene ‘Simple Twist of Fate’ en ‘You’re a Big Girl Now’. De eerste is een leuk nummer tussendoor, maar de tweede is het volgende hoogtepunt. De muziek in dit nummer is schitterend, alsook de tekst (voor de verandering geen hele lap).
‘Idiot Wind’ is wat mij betreft het prijsnummer. De manier waarop Dylan een flinke sneer geeft richting zijn ex-vrouw wordt voor de verandering ondersteund door meer dan gitaar en mondharmonica.
‘Meet Me in the Morning’ is in ieder geval het minste nummer op dit bijna perfecte album. Ik krijg hoofdpijn van de manier waarop Dylan zijn tekst hier brengt (‘zingen’ durf ik het niet te noemen. En de muziek is ook niet aangenaam.
‘Jack of Hearts’ vind ik, in tegenstelling tot sommigen, weer een geweldig nummer. De melodie en de tekst (‘Ome Bob vertelt een verhaaltje’ zo omschreef iemand het hier volgens mij al eens) zorgen ervoor dat dit de nummer de ganse negen minuten blijft boeien. Opvallend is dat het qua thematiek totaal niet bij de overige songs lijkt te passen.
De laatste drie nummers zijn muzikaal weer erg simpel van opzet, met louter gitaar (en harmonica) als begelding voor Bobs teksten. ‘If You See Her ...’ is een prachtig ingetogen nummer met (wat mij betreft) de mooiste tekstregel van het album: ‘She might think that I’ve forgotten her, don’t tell her it isn’t so’. De laatste twee nummers zijn ook gewoon weer fijne deuntjes met mooie teksten.

‘Meet me in the Morning’ is het enige dat dit album weerhoudt van de maximale score. 4,5 * dus.

Bob Dylan - Tempest (2012)

4,0
Zou dit dan zijn laatste album zijn? Het lijkt onwaarschijnlijk en wat mij betreft hoeft het ook absoluut niet. Het zou wel alleszins een waardige afsluiter van een onvoorstelbaar lange carrière zijn.

De eerste helft van het album beslaat nummers die grotendeels wat vrolijker van toon zijn. Het uptempo ‘Duquesne Whistle’ is aardig, al mag Bob iets minder ‘Listen to that Duquesne Whistle Blowing’ zingen. ‘Narrow Way’ is op zich aardig, maar heeft een deuntje dat na zes minuten toch wel wat gaat tegenstaan en Bob vervalt weer iets te vaak in het refrein. Met ‘Duquesne Whistle’ en ‘Narrow Way’ hebben we de enige twee snellere nummers ook gehad. De rest is behoorlijk traag. De volgende twee nummers zijn gewoon goed, weinig op aan te merken verder.

De grote kracht van dit album zit vooral in de laatste vijf nummers (minus ‘Early Roman Kings’, wat ik het minste nummer vind). Het sinistere ‘Scarlett Town’, het op prachtige wijze beelden oproepen van de ondergang van de Titanic in het titelnummer, de nog wat sinisterdere murder ballad ‘Tin Angel’ en de ode aan John Lennon, ‘Roll on John’. ‘Tempest’ vind ik eigenlijk Bobs beste nummer van boven de tien minuten tot nog toe: het blijft mij op de een of andere manier maar boeien, terwijl ik bij andere lange nummers van Dylan de aandacht wel eens even verlies.

‘Early Roman Kings’ is eigenlijk het enige nummer waarvan ik echt denk: had dat maar niet gedaan. Voor de rest varieert alles van aardig tot goed, met goede tot geweldige teksten (uiteraard) en heerlijk sfeervolle nummers. Deze krijgt gewoon 4 sterren.

Bruce Dickinson - The Chemical Wedding (1998)

4,5
Geweldig album van de befaamde zanger. Afgaande op de stemgemiddeldes hier een stuk beter dan wat Maiden in die tijd uitbracht (daar heb ik me nog niet aan gewaagd). Een conceptalbum gebaseerd op de poëzie van een zekere William Blake. Ik weet helemaal niets van de beste man verder, maar de inspiratie levert in ieder geval erg occulte en mystieke teksten op, die bijdragen aan een geweldige sfeer.

De meeste nummers zijn gewoon lekker zwaar. Ook zijn er enkele nummers opgebouwd volgens het tegenwoordig vaste Maiden-stramien: zachte intro, opbouw naar hard, softe outro (Jerusalem, Gates of Urizen). 'Book of Thel' is het langste en beste nummer, maar het merendeel van de nummers doet er weinig voor onder. Ik heb iets minder met de opener en 'Machine Men', en van het gekrijs (of wat het ook mag wezen) van Bruce op 'Killing Floor' krijg ik de kriebels (op een negatieve wijze).

Bruce zingt uiteraard geweldig (een stuk beter dan op 'Fear of the Dark' (album), bijvoorbeeld), op de instrumentatie valt niks aan te merken en de teksten zijn fenomenaal.

Vanwege de kleine minpuntjes geen volle mep, wel 4,5 *

Iron Maiden - A Matter of Life and Death (2006)

4,0
Veertiende studio-album van Maiden is er weer een over oorlog, religie en wat al niet meer. Zoals hierboven al gezegd is, heeft het album een sfeer die een conceptalbum waardig is.

Opener 'Different World' is gelijk de enige standaard korte rocker van het album. Lekker nummer met een aardig refrein. Daarna ontspinnen de epics zich stuk voor stuk. Ik ga ze niet allemaal bij langs, aangezien ze grotendeels volgens hetzelfde stramien verlopen (soft intro-harde hoofddeel-softe outro). Aangezien ik Maiden als meesters van de epics beschouw, kan ik hier wel mee uit de voeten. Enige twee nummers die zich na de opener nog aan het vaste patroon onttrekken zijn 'The Pilgrim' (wat ik een saai nummer vind) en de ballad 'Out of the Shadows' (wat ik dan wel weer een prachtnummer vind). Met 'Benjamin Breeg' kan ik niet zo veel, dit nummer kabbelt wat voort zonder echt tot leven te komen voor mijn gevoel. Echte toppers staan hier wat mij betreft ook niet op, maar de meeste nummers zijn gewoon goed (Longest Day, These Colours don't run) tot erg goed (openingsnummer, Out of the Shadows, Greater Good..., Brighter than). Het album duurt met al die epics wel erg lang en mijn aandacht wil dan ook wel eens verslappen tijdens de laatste twee nummers, waardoor ik die wellicht nog niet op hun waarde heb kunnen schatten.

Al met al een goed album dus. Voorlopig 3,5 met perspectief op 4.

Iron Maiden - Brave New World (2000)

4,0
Comeback van Bruce en Adrian, en, afgaande op de waarderingen voor de voorgaande albums, ook van Maiden als geheel. Vooralsnog ook hun laatste echt mooie hoes. Een album vol met lange, epische nummers, maar toch ook nog enkele kortere tracks.

Ik begin alvast met een kritische noot: wat ik bij tijd en wijle erg storend vind is de repetitiviteit van de refreinen. Dat kwam al eerder voor, maar volgens mij nog nooit op zo’n grote schaal als hier, waar bij veel nummers het refrein bestaat uit zinnetje dat maar herhaald wordt. Ook dat ‘ge-oh’ gaat wel eens tegenstaan. Ik vermeld het hier maar even, dan hoef ik dat niet bij ieder nummer specifiek te doen.

‘The Wicker Man’ is een lekkere opener, kort, snel, aanstekelijk, prima. ‘Ghost of the Navigator’ is gelijk een van de toppers hier. Een lekker stuwende riff en een geweldige gitaarsolo. Het titelnummer heeft een lekker deuntje dat lang gehandhaafd wordt, een fijne opbouw naar het refrein en een geweldig gitaarstuk. ‘Blood Brothers’ is een goed nummer, maar valt volkomen in het niet bij de versie op ‘En Vivo’. Het nummer heeft een mooie tekst (afgezien van eerder beschreven kritiekpuntje), dat ‘zeemansritme’ (lekker meedeinen) en een schitterende solo van Janick Gers. Het volgende kortere nummer dient zich aan, ‘The Mercenary’. Dit is wat mij betreft het minste nummer van het album, maar gelukkig ook relatief kort.
‘Dream of Mirrors’ is mijn persoonlijke favoriet van dit album. Hij knalt er gelijk in, om vervolgens in het gebruikelijke rustige gedeelte over te gaan. Die rustige opbouw, de goede tekst, het lekker harde meebrulrefrein. Dan volgt het kortste nummer, ‘The Fallen Angel’. Het pre-chorus vind ik ietwat irritant, maar het refrein is dan wel weer lekker. ‘The Nomad’ is weer erg episch, met die merkwaardige oosterse (of zoiets) invloeden. ‘Out of the Silent Planet’ is een lekker rockende meezinger. ‘The Thin Line Between Love & Hate’ is de epische afsluiter met een merkwaardig einde.

Al met al geen enkel nummer waarvan ik denk: die hadden ze er beter af gelaten (hoewel binnen de nummers hier en daar wel een beetje gesnoeid had kunnen worden). Ik denk dat dit mijn favoriete Maiden-album sinds Bruce’ terugkeer is (moet ‘Dance of Death’ nog wel beluisteren). Bruce zingt trouwens even sterk als vanouds, hoogtepunt voor mij zijn de ‘Nomad-uithalen’. Voor nu in ieder geval vier sterren.

Overigens staan veel van deze nummers op ‘Rock in Rio’ en komen ze daar vaak (nog) beter uit de verf.

Iron Maiden - Dance of Death (2003)

3,5
Tweede album sinds de 'reünie', na het sterke ‘Brave New World’. De hoes is alvast spuuglelijk.

Ah, een korte rockende opener, dat ziet er goed uit. Alleen jammer ‘Wildest Dreams’ een ondermaats nummer is. Vooral dat refrein is niet fijn. ‘Rainmaker’ is van dezelfde lengte en een veel aangenamer nummer. ‘No More Lies’ is een sterk nummer, ondanks het repetitieve refrein. ‘Montsegur’ is alweer het derde korte nummer, en het is ook weer een goeie, met helaas ook weer een repetitief refrein. ‘Dance of Death’ is de eerste echte epic, en zoals we gewend zijn is die erg sterk (de beste versie hiervan staat wat mij betreft op ‘En Vivo’). ‘Gates of Tomorrow’ is weinig bijzonder en heeft ook last van het bekende euvel. ‘New Frontier’ is wel oké, vooral het instrumentale gedeelte is fraai. ‘Paschendale’ is het prijsstuk van dit album. Het relaas van een soldaat in de loopgraven van Wereldoorlog I, begeleid met afwisselend harde en zachte stukken en spectaculaire solo’s. De heerlijk sfeervolle live-versie van ‘Death on the Road’ is zowaar nog beter. Na het geweldige ‘Paschendale’ voelt het afsluitende trio een beetje als mosterd na de maaltijd. ‘Face in the Sand’ heeft een aardige opbouw in het begin, ‘Age of Innocence’ is ook niet slecht, maar echt blijven hangen doen ze niet. ‘Journeyman’ is het eerste akoestische nummer van Maiden. Leuk nummer, lekker meedeinen op het refrein, maar dat refrein bevat weer te veel herhaling.

Ondanks de aanwezigheid van misschien wel het beste nummer sinds de terugkeer van Bruce en Adrian is dit het minste album sinds deze terugkeer. Ik vind dat er iets te veel opvulmateriaal op staat. 3,5 sterren lijken me op hun plaats.

Iron Maiden - Piece of Mind (1983)

3,5
4e album van Maiden, het 2e met Dickinson en het eerste met de nieuwe drummer, Nicko McBrain.

‘Where Eagles Dare’ is een lekkere binnenkomer voor de nieuwe drummer, hij vertolkt een opvallende rol hier. ‘Revelations’ vind ik een topnummer (hoewel live nog beter, want sneller gespeeld): Mooie afwisseling tussen hardere en zachtere passages en Dickinson die gepassioneerd zijn cryptische, mystieke tekst brengt. Het refrein van ‘Flight of Icarus’ is me wat te melig, verder vind ik het wel aardig. Ook in ‘Die With Your Boots On’ is het refrein een pijnpunt, te repititief. ‘The Trooper’ is uiteraard een geweldige klassieker, die ze ook vrijwel altijd live spelen. De drie nummers die daarna komen zijn wel aardig, maar ook niet meer dan dat. ‘To Tame a Land’ is de epische afsluiter. Deze vind ik niet meer dan aardig, zeker vergeleken met hun andere epics.

Laagste score voor een Maiden-album die ik tot nu toe uitdeel, omdat ik behalve de drie klassiekers niet het idee heb dat ik iets gemist zou hebben als ik dit album links had laten liggen. 3,5 sterren.

Iron Maiden - Seventh Son of a Seventh Son (1988)

5,0
De zevende studioplaat van Iron Maiden is voor het eerst een conceptalbum. Ook is dit het eerst Maiden album waarop Keyboards gebruikt worden.

‘Moonchild’ begint met een akoestische intro. Vervolgens een lekker typisch Maiden-nummer met onheilspellende zang.
‘Infinite Dreams’ past ongetwijfeld prima in het concept, maar is tekstueel gezien ook prima ‘los’ te beluisteren. De mooie opbouw in het begin, het machtige instrumentale middenstuk en de schitterende tekst maken dit voor mij tot het beste nummer van Iron Maiden.
‘Can I Play With Madness’ is een commercieel nummertje met een carchy refrein. Eerst vond ik het maar matig, maar ik ben het inmiddels toch wel gaan waarderen. Het nummer valt qua sfeer wel een beetje uit de toon, naast alle wat zwaarmoedigere tracks. De andere single, ‘The Evil That Men Do’, heeft ook een meezing-refrein, maar past wel in het concept en is door Bruce’ duistere manier van zingen in de coupletten moeilijk echt commercieel te noemen.
Het titelnummer herbergt de meeste prog-invloeden. Het refrein is wat repetitief, maar komt gelukkig maar twee keer voor. Het middenstuk bouwt heerlijk op naar een zinderende gitaarclimax van drie minuten.
‘The Prophecy’ vind ik het minste nummer hier, ondanks een mooi rustig intro en outro. Iets aan de vocalen staat me niet aan en het nummer weigert echt tot leven te komen. Niet slecht hoor, wel matig.
‘The Clairvoyant’ begint met een uit duizenden herkenbaar basloopje. Verder ook weer gewoon een sterk nummer, met een ietwat stompzinnig refrein (het zingt wel lekker mee en klint ook wel ‘stoer’).
De afsluiter is een ‘makkelijk’ nummer met een meezingrefrein. Lekker luchtig, ik mag het wel, al kan het niet concurreren met het sterkste werk op dit album. Aan het eind wordt de akoestische opening van ‘Moonchild’ nog eens herhaalt, om nog maar eens te benadrukken dat het hier echt om een conceptalbum gaat.

Ik twijfel nog tussen 4 en 4,5 sterren. Voor nu 4, dan kan het alleen maar beter worden

Iron Maiden - Somewhere in Time (1986)

5,0
In de geest van die tijd een album met gitaar- en bassyntheziers. Wat je daar verder ook van mag vinden (ik waardeer het wel), ze geven dit album een compleet eigen geluid ten opzichte van de rest van de Maiden-discografie.

Opener ‘Caught Somewhere in Time’ zet gelijk de toon. Gedreven brengt Bruce de teksten, soms op het randje (Time is always on my side). Daarna volgt er een meesterlijk instrumentaal middenstuk, zoals we gewend zijn. ‘Wasted Years’ is het commerciële nummer met dienst, maar is erg sterk, en heeft een uit duizenden herkenbaar intro. ‘Sea of Madness’ is het volgende nummer (en de volgende persoonlijke favoriet). ‘Heaven Can Wait’ is het eerst mindere nummer (al is dat op dit album puur relatief), en dat heeft veel met het repetitieve refrein (waar Maiden wel meer last van heeft) en dat ‘ge-oh-oh’ in het middenstuk te maken. Nummer duurt misschien ook net iets te lang. ‘Long Distance Runner’ heeft weer een geniaal intro en een sfeer, die prima de essentie van het alleen hardlopen weet uit te drukken. De tweede single, ‘Stranger in a Strange Land’, is minder commercieel, maar muzikaal dik in orde. ‘Deja Vu’ is een luchtige, uptempo nummer, met andermaal een meezingrefrein. Aflsuiter Alexander the Great is tekstueel een soort mini-epos, erg leuk voor de variatie. Het instrumentale middenstuk is weer eens geweldig.

De eerste twee nummers horen tot het beste van de Maiden discografie, nummers 3, 5 en 8 zitten daar vlak achter. De overige drie nummers zijn goed maar niet bijzonder. Ik vind deze net iets beter dan ‘Seventh Son ...’, dus voor nu 4,5 sterren.

Iron Maiden - The Final Frontier (2010)

4,0
Vooralsnog het laaste album van de mannen is weer een alleraardigste verzameling epische nummers afgewisseld met enkele korte rockers en een ballad.

Respect voor het ‘experiment’ wat de intro ‘Sattelite 15’ is, maar van mij had het niet gehoeven. Titelnummer is een lekker rockende, korte meezinger. Dan volgt single ‘El Dorado’, waar ik niet zo weg van ben. ‘Mother of Mercy’ is ook nog aardig kort en rockend. De ballad hier heet ‘Coming Home’ en is een erg mooi nummer. Met ‘The Alchemist’ komt er een aardig einde aan de kortere nummers. Vanaf hier duurt ieder nummer langer dan zeven minuten. ‘Isle of Avalon’ leidt het blok epics in. De intro van dit nummer doet me denken aan het tussenstuk van ‘Seventh Son...’. Best wel lekker. Dit stuk komt later nog eens terug. Tussendoor is er ruimte voor Bruce’ vocale geweld en het betere gitaarwerk. ‘Starblind’ is een persoonlijke favoriet. ‘The Talisman’ doet denken aan twee eerder verschenen nummers van Maiden, namelijk ‘Ghost of the Navigator’ en vooral ‘The Legacy’, maar is in tegenstelling tot die laatste wel een zeer sterk nummer (waarschijnlijk niet geheel toevallig zijn alle drie ‘Gers-songs’). Bruce levert hier zijn beste vocale prestatie van het album. ‘The Man Who Would Be King’ kent bijzonder aangenaam gitaarwerk. Afsluiter ‘When the Wild Wind Blows’ is ongetwijfeld het prijsnummer van dit album. Het bekende zachte intro, dat overgaat in hetzelfde deuntje maar dan versterkt, een vrij makkelijk te volgen tekst (kritisch op de media), lekkere instrumentale passages. Schitterend.

De beste nummers van dit album (uitgezonderd ‘Starblind’) staan ook op ‘En Vivo’ (en worden daar grotendeels beter uitgevoerd). Neemt niet weg dat dit een goed album is.
4 sterren

Judas Priest - Painkiller (1990)

5,0
Twaalfde studioalbum van Judas Priest, het eerste met de nieuwe drummer Scott Travis (daar later meer over) en voorlopig de laatste met Halford.

Ik zou het kunnen hebben subtiele sfeerdingetjes zoals het klokgelui aan het begin van ‘A Touch of Evil’ of het onweer voorafgaand aan ‘Night Crawler’. Of over het ziedende drumwerk van de heer Travis, die vorige drummer Dave Holland meer dan adequaat vervangt; hoogtepunt is natuurlijk de geweldige intro van het titelnummer.

Dan zijn er de alles omver blazende vocalen van Rob Halford, die zelden zo goed bij stem was. Ongehoord op welke grote hoogtes hij zich begeeft in bijvoorbeeld ‘Painkiller’. Hoogtepunt van Halfords zang is het a capella gegilde ‘You’re possessing me’ uit ‘A Touch of Evil’, dat me de rillingen langs de rug bezorgt. Op dit nummer wordt ook eenmalig subtiel gebruik gemaakt van toetsen, die precies in het totaalplaatje van het album passen. En dat tussenstuk voor het laatste refrein van ‘Night Crawler’, met de voorgedragen in plaats van gezongen tekst, ook zoiets moois.

Maar daar ga ik het niet over hebben, want: De gitaartandem Glenn Tipton/K.K. Downing steelt hier de show. Zij slagen er in werkelijk ieder nummer in een waar gitaarspektakel om te zetten door verwoede duels op de geliefde snaarinstrumenten uit te vechten. Zo worden minder interessante nummers als het ballad-achtige ‘Living Bad Dreams’ (wat kennelijk een bonustrack is die later is toegevoegd) toch nog goed.

Op ‘Metal Meltdown’, mijn favoriete Priestsong, komen alle facetten die dit album zo sterk maken perfect samen. Het begint al met heerlijke gitaarsolo’s, die daarna overgaan in een sterke riff met geweldige hoge vocalen. Het refrein zingt Halford een stuk lager, waardoor het veel ‘bruter’ overkomt dan wanneer hij het op dezelfde hoogte als de coupletten had ingezongen. En dan moet de ziedende solo nog komen.

‘Painkiller’ is misschien niet typisch Priest (veel meer speed metal dan de oorspronkelijke heavy metal), maar is na het matige ‘Ram it Down’ (en ‘Turbo’) een geweldige comeback en hoogstwaarschijnlijk de beste studioplaat van de mannen.

Een Meesterwerk.

Judas Priest - Ram It Down (1988)

3,0
Uit de cd-kast van m’n vader is dit het eerste album van Priest dat ik volledig beluister (ken al wel een behoorlijk aantal nummers van andere albums). De teksten op het album zijn bij tijd en wijle best wel slecht. Ook vind ik Halfords stem af en toe ‘over het randje’ gaan. Het gitaarwerk is over het algemeen wel in orde, maar niet al te vaak interessant.

Het titelnummer hoort tot het beste wat Priest heeft uitgebracht, lekkere riff, goede solo, lekker meebrullen. Niks mis mee. Heavy Metal vind ik behoorlijk irritant (de manier waarop Halford zingt en dat refrein ... bah. ‘Love Zone’ en ‘Come and Get It’ vind ik ook weinig aan. ‘Hard as Iron’ is wel een goed nummer: goede riffs, goede zang, goede solo. Het langste nummer, ‘Blood Red Skies’, begint met een lekker sfeervol intro. Dit nummer is met het eerste het beste van dit album. De laatste vier nummers kunnen me eigenlijk allemaal gestolen worden (ook een heel vreemde cover-keuze trouwens). Het is niet bar en boos, het is gewoon niet interessant genoeg, hoewel ik het dreigende sfeertje van ‘Monsters of Rock’ nog best aardig vind.

De balans? Drie nummers die ik graag mag horen, maar liefst zeven waarvan ik denk: dan zet ik liever iets anders op. Ik denk dat een 2,5 * mijn waardering voor dit album goed uitdrukt.

Nightwish - Imaginaerum (2011)

4,5
Het tweede album met Anette Olzon en die lijkt in haar rol gegroeid. Ze zingt werkelijk geweldig (hoewel ik een glimlach niet kan onderdrukken als ze weer eens ‘riever’ in plaats van ‘river’ zingt).

De opener is een lekker, korte, door Hietala in het Fins gezongen nummertje. ‘Storytime’ is de eerste single. Ik kwam hier al de opmerking ‘Abba met een stevig gitaartje eronder’ tegen. Het klinkt in ieder geval erg lekker, de riff doet wat denken aan die van ‘Master Passion Greed’. ‘Ghost River’ is het eerste topnummer. Geweldige riff, duistere sfeer en tekst en de maniakale vocalen van Hietala in het refrein (sommigen vinden zijn stem karikaturaal, ik kan hem erg goed hebben). ‘Slow, Love, Slow’ is weer een soft intermezzo tussen het symfo-metal geweld, hoewel het naar het einde toe harder wordt. ‘I Want My Tears Back’ rockt weer lekker weg en krijgt door een doedelzak weer een heel eigen geluid. ‘Scaretale’ is een apart nummer, met een heel ‘griezelige’ sfeer. Olzon laat zich hier van haar engste kant horen en ook Hietala’s ‘act’ is geweldig. Instrumental ‘Arabesque’ voegt naar mijn idee niets toe aan het album en had derhalve beter weggelaten kunnen worden. ‘Turn Loose the Mermaids’ is weer een mooi, rustig nummer. ‘Rest Calm’ is lekker zwaar, een beetje doomy. Dit wordt afgewisseld met rustige passages. Op de een of andere manier verdraag ik Hietala’s zang hier wat minder. Het sleept op het ook maar moeizaam naar het einde. De tweede single, het door Hietala geschreven ‘The Crow, the Owl and the Dove’ volgt. Wederom een erg rustig, mooi nummer. Hierna volgt meezinger ‘Last Ride of the Day’, een heerlijk nummer met een fijne opbouw van het couplet tot aan het refrein. ‘Song of Myself’ is de epic hier en in tegenstelling tot sommigen vind ik het een geweldig nummer, ook het tweede deel met de voorgedragen gedichten over de opbouwende muziek. Het afsluitende titelnummer is een orkestrale medley van de rest van het album. Had niet gehoeven, is wel erg leuk.

Op basis van wat ik van de eerdere albums ken, denk ik dat ik dit Nightwish’ beste album vind. Vanwege dat ene mindere nummer en een paar kleine dingetjes geen 5, wel 4,5 sterren.

Nightwish - Showtime, Storytime (2013)

4,5
Nightwish´ eerste live-materiaal van betekenis sinds End of an Era.

Omdat dit de eerste release van Nightwish met Floor Jansen als zangeres is, gaat de aandacht logischerwijs grotendeels naar haar. Zij slaagt met vlag en wimpel! De enorme variatie die zij in haar stem weet te leggen (van opera (hoewel hier nauwelijks aanwezig) tot grunts) is echt ongelooflijk. ‘Ghost Love Score’ in deze uitvoering is een grote kandidaat voor beste Nightwishnummer ooit. Daarnaast is Floor ook nog eens een geweldige aanwezigheid op het podium: een betere frontvrouw kan Nightwish zich niet wensen. Ook ´bassist met Pippi Langkousbaard´ Hietala is goed bij stem (er zijn opnamen uit bijvoorbeeld 2008 waar hij een heel stuk slechter klinkt), maar of je zijn stem kunt hebben is natuurlijk weer wat anders. Ik verdraag hem in ieder geval goed.

Mijn kritiekpuntjes zijn eigenlijk louter op de setlist gericht. Zoals hierboven al opgemerkt: helemaal niets van Angels Fall First en Oceanborn. Van Wishmaster alleen She is my Sin en maar twee nummers van Dark Passion Play. Van Once en Century Child vooral nummers die ook al op End of an Era stonden (al moet ik toegeven dat ze met Floor weer heel anders klinken dan met Tarja). Veel Imaginaerum, maar dat is niet meer dan logisch. Verder zou ik, gezien de gelijkenis tussen Nemo en Amaranth, opteren voor slechts een van beide in de setlist (en dan bij voorkeur Nemo, omdat ik Floors stem minder geschikt vind voor Amaranth).

De tekortkomingen van de setlist doen natuurlijk niets af aan de geweldige uitvoeringen van de nummers die hier wel op staan, dus van mij krijgt Nightwish met Floor 4,5 sterren. Wat mij betreft mogen ze de studio zo snel mogelijk in.

Sabaton - Carolus Rex (2012)

4,0
Carolus Rex is het zevende album van Sabaton en tevens het laatste dat is opgenomen met de oude line-up, waarvan vier leden het volle tourschema beu waren. Drie van hen zijn vervangen, een nieuwe keyboardspeler is er nog altijd niet.

Het album is een conceptalbum over de opkomst en ondergang van Zweden als Europese grootmacht in de 17e en 18e eeuw. Daardoor is het tekstueel een stuk interessanter dan de tot nu toe geboden eenheidsworst over moderne oorlogen.

Ook leuk is de Zweedse uitvoering van het album: de Zweedse versies staan hier allemaal als bonustracks weergegeven. De lyrics klinken in het Zweeds niet alleen natuurlijker, maar betekenen vaak ook gewoon heel wat anders dan de Engelse.

De muziek zelf dan. Het album bevat een goede mix tussen snelle tracks (The Lion from the North, Killing Ground) en tragere, slepende nummers (het titelnummer, A Lifetime of war). De niet al te moeilijke, lekker in het gehoor liggende power metal wordt erg overtuigend gebracht; de meezingrefreinen zoals we zo goed kennen zijn ook weer volop aanwezig. De klacht die ik bij ieder album heb, namelijk dat het uiteindelijk toch steeds meer van hetzelfde wordt, is ook hier weer van toepassing, maar afzonderlijk zijn het gewoon stuk voor stuk prima powermetalsongs.

Sommige songs doen overigens wel wat denken aan eerder werk. Nu ga ik daar geen punten voor aftrekken, omdat het m.i. betere nummers oplevert dan de nummers waar ze me aan doen denken, maar ze kunnen dat beter niet te veel doen.

Na enige concerten op youtube bekeken te hebben, meen ik te kunnen concluderen dat Sabaton in de nieuwe line-up een nog betere live-band is geworden. Ik zou zeggen, laat dat optreden op FortaRock maar komen (en laat ze mooi veel van dit album spelen).

Savatage - Gutter Ballet (1989)

5,0
Vijfde album van deze geweldige doch onderbelichte band uit Florida. De hoes is werkelijk schitterend (da’s in ieder geval een punt waarop deze ‘Streets’ overtreft ). Savatage meet zich een compleet eigen stijl aan, gekenmerkt door veel pianoriedeltjes, klassieke invloeden en Criss Oliva’s gitaarspel.

Op het formidabele titelnummer worden piano- en gitaarspel op perfecte wijze met elkaar geïntegreerd. Semi-ballad en tranentrekker ‘When the Crowds Are Gone’ is wellicht het beste nummer van het album. Het doomy ‘Hounds’ is ook fantastisch, Oliva’s stem past perfect bij de dreigende sfeer. De laatste drie nummers (waarvan ‘Thorazine Shuffle’ hier merkwaardigerwijs als bonustrack staat vermeld) vormen samen een soort rock-opera in het kort, waarvan ‘Summer’s Rain’ het hoogtepunt is.

De twee instrumentals horen tot de zwakkere nummers, maar zijn allesbehalve slecht: het met klassieke invloeden geladen ‘Temptation Revelation’ is mooi en het akoestische ‘Silk en Steel’ is een interessant intermezzo tussen het Olivaanse geweld (Criss’ scheurende gitaar en Jons raspenede stem). Het zwakste nummer vind ik ‘She’s in Love’.

Grootste kracht van dit album is de stem van Oliva. Die man hoeft maar ‘aaa’ of ‘oh yeah’ te schreeuwen en hij brengt al emotie over. Zijn stemgeluid maakt zelfs van een muzikaal en tekstueel minder interessant nummer als ‘The Unholy’ nog een prima nummer. De mooiste gedeelten van het album zijn dan ook die waarop Jon Oliva zich volledig laat gaan, zoals de tweede helft van het eerder genoemde ‘When the Crowds Are Gone’ of het refrein van het eveneens schitterende ‘Summer’s Rain’. (Wellicht dat mijn grote affectie voor Oliva’s stem er ook voor zorgt dat ik de instrumentals minder vind).

Al met al is Gutter Ballet een duidelijke verandering van stijl ten opzichte van hun eerdere werk en, achteraf gezien, een bijzonder sterke opmaat naar het sublieme ‘Streets’. Omdat ik de instrumentals en vooral ‘She’s in Love’ iets minder vind net geen vijf sterren.

4,5 *

Savatage - Streets (1991)

Alternatieve titel: A Rock Opera

5,0
Als ik af ga op de commentaren hier is dit het Magnum Opus van Savatage. Ik verder nog geen volledige albums van hen beluisterd (behalve verzamelaar ‘From the Gutter to the Stage’), maar kan me dit heel goed voorstellen, want wát een album is dit zeg.

Ik zal niet ingaan op het concept (het doet me ook vrij weinig en doet enigszins clichématig aan), maar de muziek is geweldig. Wat Savatage hier doet is de perfecte balans vinden tussen lekkere metal songs en gevoelige ballads, met respectievelijk het kenmerkende gitaarwerk van Criss en het eenvoudige maar gevoelige toetsenspel en de (technisch ongetwijfeld niet hoogstaande maar wel) o zo emotionele vocalen van Jon als pijlers. Ook de momenten dat Jon zijn rasperige ‘metal stem’ bovenhaalt mogen niet onvermeld blijven: het vormt de perfecte aanvulling op het gitaargeweld van Criss.

Het mooiste nummer is wat mij betreft echter het nummer waarop Oliva’s rasperige schreeuwstem en gevoelige toetsenspel samenkomen: uiteraard heb ik het over ‘If I Go Away’. Met name vanaf het begin van het tweede couplet zorgt de combinatie van door merg en been gaande vocalen en gevoelig toetsenspel voor kippenvel. In ‘Believe’ kent dit album ook een perfecte afsluiter.

Al met al een album dat zeker uitnodigt nog meer van Savatage te gaan beluisteren.
De Oliva’s (en trawanten) krijgen van mij vijf dik verdiende sterren.