MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Vinck als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Arcade Fire - Everything Now (2017)

poster
3,0
Arcade Fire, de band rond Win Butler en Régine Chassagne, knalde naar de top van de indierock in 2004 met hun legendarische debuut ‘Funeral’. Ze onderscheidden zich met hun spetterende arrangementen en unieke sound, om vervolgens consequent steengoede albums te blijven maken. ‘Neon Bible’ was verfrissend met een bijtender en donkerder geluid dan het warme ‘Funeral’, nadien zorgde ‘The Suburbs’ voor een nieuwe schokgolf in de muziekwereld. Zonder enige moeite scheen Arcade Fire weer een klassieker geproduceerd te hebben. De rode draad doorheen alle platen zijn grote thema’s zoals de liefde en de dood maar vooral ook maatschappijkritiek, vaak inspelend op de actualiteit. Op ‘Reflektor’ kwam dit allemaal perfect samen, met prachtige songs die mijmerden over zingeving in het digitale (en social media) tijdperk. Nu is ‘Everything Now’ daar, na een typische Arcade Fire marketingcampagne. Slaagt Arcade Fire er weer in om een situatieschets van ons moderne tijdperk te maken in de vorm van weergaloze, genre-overstijgende muziek? Let’s find out.

Toen de tracklist van ‘Everything Now’ bekend gemaakt werd hield ik reeds mijn hart vast toen ik zag dat er maar liefst drie incarnaties van het gelijknamige nummer op deze LP terug te vinden zijn. Gelukkig gaat het hier wel om een uitstekende single en tevens het beste nummer van de plaat. De twee miniatuurtjes ‘Everything_Now (continued)’ en ‘Everything Now (continued)’ zijn semi-sfeervolle aanhangsels van deze single, respectievelijk dienend als intro en outro. Voor het nummer zelf valt wel nog iets te zeggen: met een uitstekende videoclip en sterke lyrics was ‘Everything Now’ een lekker voorproefje. Het lied doet denken aan ABBA bij de intro en Talking Heads tijdens het refrein. Deze mag permanent in de setlist geparkeerd worden.

“Every inch of space in your head
Is filled up with the things that you read
I guess you’ve got everything now
And every film that you’ve ever seen
Fills the spaces up in your dreams”


De afgelopen maanden werden er nog drie singles gelost: ‘Creature Comfort’, ‘Signs Of Life’ en ‘Electric Blue’. De eerste viel nog zeer goed te pruimen, nadien daalde de kwaliteit echter zienderogen, waarbij ‘Electric Blue’ nog slechts een schim leek van songs uit een nog niet zo ver verleden.

‘Signs Of Life’ komt direct na ‘Everything Now’ en roept meteen een 70s sfeertje op door het gebruik van kenmerkende strings en een funky baslijn. Instrumentaal dik oké, maar als Win Butler invalt moet ik toch even slikken. Ik weet niet precies waar het schoentje wringt, maar dit nummer had zoveel meer kunnen zijn. De titel klinkt zelfs licht ironisch want dit lied blijkt een funk/disco oefening waar amper tekenen van leven in te bespeuren zijn. Live zou dit wel meer uit de verf kunnen komen, maar deze studioversie stelt me teleur met het gebrek aan energie en dynamiek.

‘Creature Comfort’ beviel me goed als single, en ook bij herhaalde luisterbeurten blijft het nummer overeind. De riffs zijn catchy en ik meen ook iets meer pit te ontwaren in de zang van Butler. Tekstueel blijkt dit nummer ook een zware brok te zijn, maar dan in de goede zin: dit gaat wel degelijk ergens over. De backing vocals van Chassagne zijn een leuke aanvulling. Sterk nummer dat er met kop en schouders bovenuit steekt.

“We’re the bones under your feet
The white lie of American prosperity
We wanna dance but we can’t feel the beat
I’m a liar, don’t doubt my sincerity”


Vervolgens komt ‘Peter Pan’ door de koptelefoon geschald. Dit lijkt op een soort dub-experiment dat vreselijk misgelopen is. Wie zat hier achter de knoppen? Heel veel mensen blijkbaar, als ik Googleman raadpleeg. Geen van die mensen slaagde er echter in om van dit nummer iets te maken. Ik hoor nog het meeste gelijkenissen met het tussendoortje ‘Flashbulb Eyes’ van het voorgaande album, maar dan nog veel ziellozer.

‘Chemistry’ begint leuk en upbeat, maar vervalt al snel in een repetitief gedreun zonder inhoud. Een tekstflard ter illustratie.

“Chemistry (Chemistry)
Chemistry (Chemistry)
You and me, we’ve got (Chemistry)
Chemistry
You and me, we’ve got (Chemistry)
Baby you and me
Could this be that (Chemistry)
Chemistry, baby you and me”


Trek zelf uw conclusies. Ik besluit dat dit niet de Arcade Fire is die ik wil horen.

Volgende nummers zijn ‘Infinite Content’ en ‘Infinite_Content’. Iemand moet het ongelooflijk geinig gevonden hebben om underscores te gebruiken, maar het nut ervan gaat aan mij voorbij. ‘Infinite Content’ is slecht geproduced, maar doorheen de meuk van geluid klinkt wel een energiek nummertje dat een aggressievere kant van Arcade Fire laat horen. Hier heb ik het puur over het gevoel, want de tekst is wederom meer mantra dan proza.

‘Infinite_Content’ lijkt dan weer het spiegelbeeld te zijn van het vorige nummer. De tekst blijft hetzelfde, maar we krijgen een ander arrangement: country-achtige begeleiding met vreemde strijkers. Het album lijkt op dit punt verloren te zijn. Er is nog een sprankeltje hoop, maar ik kan reeds met zekerheid zeggen dat dit album het eerste zal zijn dat men met gemak kan laten liggen. En voor een band van het kaliber van Arcade Fire is dat erg triest.

‘Electric Blue’, volledig gedragen door Régine Chassagne, valt beter mee in de context van het album. Misschien komt dit echter doordat de vorige nummers gewoon zo ondermaats zijn, wie zal het zeggen? Het is een aardige sfeertekening met zweverige muziek en dromerige zang zoals ik het wel graag heb, maar dan wel als toemaatje of interlude en niet als één van de betere nummers van een erg matig album.

“A thousand girls that look like me
Staring out at the open sea
Repeat the words until they’re true
Cover my eyes electric blue”


‘Good God Damn’ is, naast een rare titel, een best leuk nummer met opnieuw funky, laid-back begeleiding en een aangename beat. Toffe achtergrondmuziek. Het was nog beter geweest met vocals van Barry White i.p.v. Win Butler.

‘Put Your Money On Me’ is zeker niet slecht, maar is in hetzelfde bedje ziek als de meeste nummers op ‘Everything Now’: de band klinkt levensloos, speelt zonder fut. Win Butler klinkt ongeïnteresseerd en weinig gepassioneerd, zeker vergeleken met de enorme bevlogenheid van de voorbije jaren.

‘We Don’t Deserve Love’ is het langste nummer, maar tegelijk ook het meest interessante. Muzikaal is het allemaal erg mooi en ook de zang zit goed, veel beter dan op de meeste nummers hier. We gaan op een ontspannen manier naar het einde van het album toe.

Echt eindigen doen we tenslotte met de outro die ik eerder al vermeldde en eigenlijk niets toevoegt aan het geheel van de plaat, behalve dat het ons nog eens doet denken aan het beste nummer dat we als eerste voorgeschoteld kregen.

Ben ik streng voor Arcade Fire? Ja. Maar enkel omdat ik deze band een warm hart toedraag en weet dat ze zoveel beter kunnen. De beste leerlingen worden doorgaans het hardst gedrild, en ook Arcade Fire moet dringend wakker geschud worden. Doorheen de jaren veranderde de band soms van richting, en elke plaat klonk wel anders. Geen probleem, als de passie en de oprechtheid consequent aanwezig blijven. Bij ‘Everything Now’ is dit het grootste struikelblok. De meningen zullen ongetwijfeld verdeeld zijn, maar voor mij is dit de eerste miskleun van een fantastische band. We hopen op een glorieuze ‘return to form’ binnen enkele jaren. Volgende keer beter, jongens!

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op Facebook

Ed Sheeran - ÷ (2017)

Alternatieve titel: Divide

poster
2,5
Om heel eerlijk te zijn heb ik het grootse deel van Ed Sheerans werk aan me laten voorbijgaan. Een singer-songwriter die makkelijk in het gehoor liggende songs schrijft, daar zat ik niet echt op te wachten. Toen de monsterhit ‘Shape Of You’ echter kwam opdagen wilde ik het oeuvre van de beste man toch eens onder de loep nemen. Dat nummer, hoewel extreem commercieel, is toch wel de perfecte oorwurm voor de lente van 2017. Voorgaande albums ‘+’ en ‘x’ bevatten eveneens sterke nummers, genoeg om me nieuwsgierig te maken naar deze laatste plaat. Nummers als ‘The A Team’ en ‘Photograph’ tonen aan dat Sheeran het vak aardig onder de knie heeft. Nog niet erg lang geleden ontdekte ik tevens dat het enige nummer van Justin Bieber dat ik leuk vind (I’m not ashamed) ook van de hand van Mr. Sheeran is, namelijk ‘Love Yourself’. Snel het nieuwe album eens opzoeken op Spotify dus, en gaan met die groene banaan.

‘Eraser’ knalt erin met een zuiders gitaartje en een haast rappende Sheeran. Niet mis om mee te starten. Het leuke ritme zuigt de luisteraar meteen mee, waarna stilaan meer en meer leukigheidjes toegevoegd worden aan de instrumentatie. Productiegewijs zijn er wel enkele zaken die ik jammer vind. Een iets soberdere aanpak zou het nummer meer recht aangedaan hebben, want met teveel ‘versieringen’ kan je de kracht van een nummer net inperken.

‘Castle On The Hill’ is vervolgens aan de beurt: een nummer dat op de commerciële radio enorm veel airplay krijgt, en terecht. Sheerans stem klinkt hier weer vertrouwd net als op zijn eerdere hitsingles. De lyrics vertellen een verhaal vol jeugdige nostalgie dat goed past bij de vrolijke instrumentatie. Noem het een guilty pleasure, maar als ik een deuntje als dit te horen krijg, waarvan je gewoon weet dat het massaal gaat scoren, dan word ik daar vrolijk van. Commercieel en hitgevoelig hoeven niet altijd vuile woorden te zijn in het leven van een recensent. Trouwens: erg fijn baslijntje!

Op ‘Dive’ wordt er een beetje gas teruggenomen. De openingszinnen verraden dat het lied gaat over een verliefdheid die de nodige zorgen met zich meebrengt. Sheeran brengt hier zijn meest emotionele vocalen van het album. Goed!

“So don't call me baby
Unless you mean it
Don't tell me you need me
If you don't believe it
So let me know the truth
Before I dive right into you”


‘Shape Of You’, wat een aanstekelijk nummer! Sterk beïnvloed door het dancehall-genre en iets dat de naam ‘tropical house’ draagt. De percussie met marimba (zeer tropical inderdaad) zorgt voor een extreem herkenbare intro en zal zelfs de meest hardnekkige muurbloempjes toch even laten meetikken met de beat. Met de lyrics zal Sheeran wellicht geen nobelprijs winnen, maar who cares? Dit geeft me gewoon een lekker, zomers gevoel.

Ook op ‘Perfect’ is de liefde het thema, en wederom is de melodie erg mooi. Toch mis ik iets. Een beetje rauwheid, een hoekig kantje hier en daar. Het dreigt iets te zeemzoet te worden, en ook de goedkope strijkers helpen niet echt. De tekst doet me soms denken aan ‘Wonderful Tonight’ van de heer Clapton, en dat is niet in het voordeel van het nummer. Jammer!

Gelukkig is er met ‘Galway Girl’ weer goed nieuws te melden: dit is weer zo’n feelgood liedje waar Sheeran erg goed in is. De rappende vocals maken een glorieuze terugkeer en de samenwerking met de Ierse band Beoga zorgt voor een leuke, folky toets met Keltische elementen. Als het weer wat aangenamer zou zijn, had ik me reeds lang buiten gezet met een frisse pint bij de hand.

“I walked her home then she took me inside
Finish some Doritos and another bottle of wine
I swear I'm going to put you in a song that I write
About a Galway girl and a perfect night”


‘Happier’ begint met een droef akoestisch gitaartje, en erg happy word ik er niet van. Ik merk dat Sheeran me steeds een beetje verliest als hij de melancholische toer wil opgaan, en volgens mij komt dat omdat deze jongeman gewoon veel te gelukkig is om overtuigende, emotionele ballads te schrijven, toch op dit punt in zijn carrière. Als je je op het einde van een concert een weg moet banen doorheen een berg van damesondergoed, probeer dan maar eens de trieste knul uit te hangen.

‘New Man’ kabbelt aardig voorbij, zonder echt de aandacht te trekken. Het klinkt allemaal goed, maar een massieve hook ontbreekt hier. Als er op het einde nog wat gescratched wordt, krijg ik het helemaal benauwd. Het betekent echter ook het einde van het nummer. We gaan rustig verder.

‘Hearts Don’t Break Around Here’ is wederom niet slecht, maar kan me niet overtuigen. Te slap, deze hap. Jammer, Ed!

‘What Do I Know?’ is een fijn deuntje, met een leuk refreintje en geinige tekst.

“I'll paint the picture let me set the scene
I know, I'm all for people following their dreams
Just re-remember life is more than fitting in your jeans
It's love and understanding positivity”


True that.

‘How Would You Feel (Paaen)’ is toch weer oerdegelijk, en een leuk liefdesliedje. Ik vergeef Sheeran zijn meligheid. Dit is tof. Toch vind ik het jammer dat de spanningsboog van het album hier wat de mist ingaat. Erg mooie gitaarlijntjes wel naar het einde toe.

De gewone versie van het album eindigt met ‘Supermarket Flowers’. Hier trekt de tekst mijn aandacht, en het nummer is mooi, maar geen waardige afsluiter. Toch krijgt deze een voldoende.

Nu volgen er op de Deluxe uitgave enkele bonustracks, waarvan ‘Barcelona’ de eerste is. Lekker feestelijk, zo is Sheeran toch op z’n best.

‘Bibia Be Ye Ye’ heeft een erg cool gitaartje dat me doet denken aan een nummer uit ‘Graceland’ van Paul Simon, en ook de koortjes dragen hiertoe bij. Best leuk allemaal, maar nu mag het stilaan gaan ophouden. Dit nummer had beter de plaats ingenomen van één van de meer downtempo nummers op het reguliere album.
Nog een laatste speekselmedaille voor ‘Nancy Mulligan’, na ‘Galway Girl’ het nummer met de grootste folk-invloed. Dit is gewoon een sterke song die ik graag vaker op mijn radio zou horen.

‘Save Myself’ had Sheeran ironisch genoeg beter achterwege gelaten, want na de euforie die ik even ervaarde bij ‘Nancy Mulligan’ helpt hij zich hier net de verdoemenis in. Het pakt me in de verste verte niet en voelt erg faux aan. Very spijtig.

Conclusie: binnen het genre is deze laatste van Ed Sheeran een erg degelijke LP geworden met enkele superhits maar ook een paar serieuze missers. Deze halen de vaart uit het album en zorgen ervoor dat het geheel niet blijft boeien. Sterke albumtracks zorgen voor de fundering die aan album met de jaren recht houdt, en daar mankeert het hier aan. Niet getreurd: met de singles van Divide valt er meer dan genoeg plezier te beleven!

Eindscore: 5.5/10

Deze recensie is vanaf morgenochtend ook terug te vinden op mijn blog Pop-Pourri !

Editors - The Back Room (2005)

poster
3,5
Een waardige hommage aan de post-punksound + een eigen touch die Editors nét dat beetje meer geeft. Wat men ook mag beweren, The Back Room is een ijzersterk debuut dat (in ieder geval bij mij) niet snel gaat vervelen. Tom Smith heeft een zeer karakteristieke stem die prachtig bij de muziek past en me nooit ergert, zoals ik van sommigen hier gelezen heb. Fantastische frontman en performer, die kerel. Ik ga hier geen clichés meer bovenhalen over de invloeden van de band, maar ik wil enkel toch nog zeggen dat elke vergelijking van Editors met Joy Division kant noch wal raakt. Deze band tapt uit een heel ander vaatje, neem dat aan van een JD-purist

Editors - Violence (2018)

poster
3,0
Editors is een band die nauw aan mijn hart ligt. De indierock formatie werd gevormd begin jaren 2000 in de omgeving van Birmingham en bestaat uit frontman Tom Smith, bassist Russell Leetch, drummer Ed Lay en gitarist Justin Lockey. Deze laatste vervangt oud-lid Chris Urbanowicz die de band verliet in 2012. Het debuutalbum van Editors, ‘The Back Room’, kwam uit in 2005 en werd snel bekroond met een Mercury Prize. Deze magistrale plaat werd tot de post-punk revival gerekend en bracht topnummers voort, zoals de voortreffelijke single ‘Munich’. Amper twee jaar later kwam Editors op de proppen met ‘An End Has A Start’, waar het stadionvriendelijke geluid al iets meer werd opgezocht. Het songmateriaal op dat album vond ik formidabel, en het album behoort al jaren tot mijn persoonlijke favorieten. Bovendien vormen deze nummers de soundtrack van mijn middelbare schooltijd. In 2009 was het tijd voor ‘In This Light And On This Evening’, een polariserend album met veel elektronische invloeden en experimentelere werkstukken. Ook deze plaat ben ik gauw gaan waarderen, en de knaller ‘Papillon’ weet me nog steeds kippenvel te bezorgen. Ondertussen had Editors een serieuze fanbase opgebouwd in ons Belgenlandje, waar hun muziek enorm geapprecieerd werd. Waarom dit zo is, daar heb ik verschillende theorieën over, maar dat is misschien voor een ander schrijfstuk. In 2010 traden de Editoren op in Werchter, wat een legendarisch moment opleverde in de Belgische festivalgeschiedenis. Tom Smith bracht de bloedmooie pianoballad ‘No Sound But The Wind’ ten gehore, wat de jonge megafan Jason Callewaert tot tranen toe bewoog. De beelden zijn in het geheugen van menig festivalganger geprint, en de band tussen Editors en ons landje werd in de volgende jaren alleen nog versterkt. In 2012 deed het vertrek van Chris Urbanowicz de band even in een dip belanden. Een drijvende kracht en een vriend was uit hun midden verdwenen. Hoe moest het nu verder? Gitarist Justin Lockey werd gerekruteerd en zou zich mogen ‘inwerken’ tijdens een volgend concert op Rock Werchter in de zomer van 2012. Tom Smith en co zagen het echter niet helemaal zitten en hielden de mogelijkheid voor ogen dat Editors weleens zouden kunnen stoppen. Niets was minder waar: de energie die de band van het publiek kreeg die avond, de manier waarop de nieuwe songs en het nieuwe bandlid werden ontvangen zorgde ervoor dat Editors vol goeie moed bleven doorgaan. In 2013 was daar dan ook plots ‘The Weight Of Your Love’, een album vol sterke popsongs dat ook bij mij meteen goed viel. Weer twee jaar later kwam de plaat ‘In Dream’ uit, wederom een solide plaat met enkele prachtliederen. Dat betekent dat ‘Violence’, dat sinds enkele weken in de rekken ligt, al reeds de zesde studioplaat van deze Britse heren is. De tijd vliegt…Hieronder een song per song review van de laatste worp van Editors.

Als intro van de nieuwe plaat krijgen we ‘Cold’ voorgeschoteld. In dit lied zijn subtiele electronica en echo’s van U2 te horen. Tom Smith wisselt in de strofen af tussen zijn kenmerkende, zwoele bariton en zijn indrukwekkende falsetto voor de hogere noten. ‘Cold’ heeft leuke melodieën en een haast opzwepend refrein dat lekker in het gehoor ligt. Beviel me meteen.

“You were waiting for elation
Like you would fall out of the sky
Maybe time’s the greatest healer
But baby everything will die”


Voorlopig nog niks aan de hand, want nadien klinkt ‘Hallelujah (So Low)’ door de speakers. Dit nummer werd als tweede single gereleased. Wat eerst klonk als een eerder atypische Editors-track, ontpopt zich bij volgende luisterbeurten als een ijzersterke single die erin hakt met een stevige riff die vele recensenten met Muse vergelijken. Ik snap dit ergens wel, maar buiten het feit dat de gitaar lekker vuil en distorted klinkt valt er niets meer te vergelijken. Erg lekker!

“Just don’t leave this old dog to go lame
This life requires another name”

Titeltrack ‘Violence’ is nummer drie. Het nummer is ruim zes minuten lang, wat in mijn opzicht steeds moet verantwoord worden door een interessante, goede song. ‘Violence’ maakt dit, mijns inziens, niet volledig waar. Er blijft zeker genoeg over om te genieten: de elektronische beat en synth-toetsjes doen me erg denken aan Depeche Mode bij momenten, maar toch blijft de Editors-feeling prominent aanwezig. Ook de bas speelt een mooie rol in het geheel van het nummer. Het klinkt allemaal zeer fris, maar op geen enkel moment barst het nummer écht los of wordt de luisteraar getrakteerd op een epische muzikale climax. We blijven een beetje aan de oppervlakte zweven. Na een tijdje lijkt het nummer uit te doven, waarna plots een elektronische outro van haast twee minuten het nummer echt afrondt. Niet slecht, maar overbodig en helaas te lang uitgesponnen.

“Baby we’re nothing but violence
Desperate, so desperate and fearless
Mess me around until my heart breaks
I just need to feel it”


‘Darkness At The Door’ gleed tijdens de eerste luisterbeurten haast onopgemerkt voorbij. Deze ochtend spits ik echter mijn oren bij het horen van de haast feestelijke synth-intro en de melodietjes die Chris Martin van Coldplay ten tijde van ‘Viva La Vida’ ook zou kunnen geschreven hebben. Ik hoor dit lied al weerklinken op festivalterreinen tijdens plakkerige zomeravonden, wat me best blij stemt. Toch blijf ik kritisch: muzikaal gebeurt er te weinig om écht te beklijven, en ‘Darkness At The Door’ blijkt niet meer te zijn dan een lekker wegluisterend nummertje.

‘Nothingness’ begint wederom niet slecht, met mooie croonende zang van Smith. Diens geweldige vocalen zijn wellicht de allergrootste troef voor de band. Wanneer het nummer na een dikke minuut écht van start gaat, komt er weer een catchy refreintje. Dit contrasteert een beetje met de pathos die in de strofes tentoongespreid wordt, qua feeling zweeft dit nummer dus ergens tussen semi-breekbaar en opzwepend. Naar het einde toe slaan we echter volledig om naar de up-tempo kant en is er als bij wonder zelfs een gitaartje te horen. Hierbij veer ik overeind, maar de euforie is van korte duur: de interessante stukjes zijn niet genoeg uitgespeeld en weer overheerst het gevoel dat er veel meer had ingezeten. Toch wel jammer!

Vervolgens is het echter onbezorgd genieten met ‘Magazine’. Deze leadsingle lost wel alle verwachtingen in en laat een elektronische, doch rockende band horen vol zelfvertrouwen. ‘Magazine’ is een knaller die het niveau omhoog trekt en ook bij herhaling leuk blijft. Het nummer klinkt anders dan alles wat Editors voorheen heeft uitgebracht, maar zoals vaak worden de nieuwe invloeden hier smaakvol toegepast en klinkt het nergens geforceerd. Deze mag permanent in de setlist komen van mij.

“Now talk the loudest with a clenched fist
Top of a hit list, gag a witness
It takes a fat lip to run a tight ship
Just talk the loudest with a clenched fist”


Track 7 was een verrassing toen ik deze voor het eerst zag staan: ‘No Sound But The Wind’. Eindelijk krijgt dit toplied een welverdiende plek op een studioplaat. Tegelijk bekroop me ook de angst dat deze versie erg moeilijk de emotionele impact van de live performances zou kunnen evenaren. Deze angst blijkt deels terecht. Op dit album is ‘No Sound But The Wind’ correct en met een sober, mooi arrangement uitgevoerd. Het nummer is dus zeker niet verpest, maar verbleekt helaas bij de live-versie uit 2010.

We gaan naar het einde van het album toe met ‘Counting Spooks’. Nu blijkt vooral de zwakte van ‘Violence’ als geheel, want het afsluitende tweeluik ‘Counting Spooks’ en ‘Belong’ zijn naar Editors-normen gewoon niet sterk genoeg. Het is dan ook zonde om zo het album te moeten afsluiten. De nummers zijn bijlange niet slécht, maar overtuigen gewoon niet zoals vele nummers op voorgaande platen dat wel konden. De melodie van ‘Counting Spooks’ is zelfs erg tof, maar er is geen spanningsopbouw te bespeuren en de songstructuur zorgt ervoor dat het bijna zes minuten durende nummer niet blijft hangen. Het ‘groovy’ middenstukje bijvoorbeeld is wel geinig met enkele strijkertjes op de achtergrond en repetitieve zang, maar het kan nog veel beter. Elke keer als ik de kenmerkende Editors-gitaren hoor is het bitterzoet: meer van dit had van ‘Violence’ een topplaat kunnen maken.

‘Belong’ is het (te lange) sluitstuk van het album. De titel en hele subtiele samples naar het einde van het nummer hinten naar een R.E.M.-tribute. Muzikaal is er echter nergens een link hier. Nergens wordt het nummer interessant, de pathos van Smith voelt hier lichtjes misplaatst aan en mist dus volledig de beoogde impact. Een miskleun om een verder degelijk album af te sluiten.

Concluderend kan ik stellen dat ‘Violence’ niet de ramp is die vele zogenaamde muziekkenners ervan maken, maar toch is het als geheel een pak minder dan voorgaande albums. Dit is jammer, want er staat genoeg moois op ‘Violence’ en de band had ook van de mindere goden sterke Olympiërs kunnen maken. Sommige nummers klinken als b-kantjes van de twee vorige albums en missen de panache die Editors zo geliefd maakt. Met een beetje meer effort had hier een dikke 7 ingezeten, maar nu kom ik nipt uit op een 6.5. Niet getreurd, Editors blijft één van mijn favoriete bands. Onvoorwaardelijke liefde noemen ze dat.

Eindscore: 6.5/10

Deze review is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

Father John Misty - Pure Comedy (2017)

poster
4,0
In 2015 maakte Father John Misty (alias van Josh Tillman, voormalig drummer van Fleet Foxes) het album van het jaar, althans voor mij: ‘I Love You, Honeybear’. Liefdesliedjes met een vaak ironische insteek, warme arrangementen en vooral geweldige teksten waren hierop terug te vinden. Ten huize Vinck wordt de plaat nog vaak gedraaid, het heeft nog niets aan kracht ingeboet. Toen het nieuws bekend raakte dat de Mistige Vader in 2017 met nieuw werk zou komen, was ik dan ook dolenthousiast.

‘Pure Comedy’ verschilt op een aantal vlakken van zijn voorganger. Het thema is niet langer de liefde, maar het menselijke ras en de sombere toekomst die volgens Tillman in het verschiet ligt. Lekker cynisch doen over de toestand van de wereld en de mensheid is natuurlijk erg cool en lijkt misschien een goedkoop kunstje, maar door de intelligentie die Tillman hier tentoonspreidt komt hij er zonder problemen mee weg. Muzikaal is het ook allemaal iets meer ingetogen, en het album heeft enkele luisterbeurten nodig om zich comfortabel in de oren van de luisteraar te nestelen. Op het eerste gehoor kan het wat vlak overkomen en zullen al een aantal mensen afhaken, maar ach, geen probleem: voor hen heeft Tillman deze plaat niet gemaakt.

“Oh, their religions are the best
They worship themselves yet they’re totally obsessed
With risen zombies, celestial virgins, magic tricks, these unbelievable outfits
And they get terribly upset
When you question their sacred texts
Written by woman-hating epileptics”


Religie, leven en dood, politiek, entertainment: het zijn zeer actuele thema’s die op ‘Pure Comedy’ aangesneden worden. Daarom is het ook weer aan te raden om de lyrics goed te laten doordringen. De sterkte van de songs ligt voor een groot deel vervat in de sublieme manier van schrijven die Tillman hanteert. Soms lijkt het alsof hij gewoon random zinnen uitkraamt, naargelang zijn ‘stream of consciousness’, maar volgens mij zijn deze nummers met veel aandacht voor detail geschreven. Hier en daar vinden we wel een ‘what the fuck’-momentje terug, zoals bij ‘Total Entertainment Forever’:

“Bedding Taylor Swift
Every night inside the Oculus Rift”


Waarvoor virtual reality allemaal niet goed is! Pittige zinsneden zoals bovenstaande maken het allemaal nog ietsje scherper en uitdagend: het laat de luisteraar opletten en zo blijven de oren gespitst. In bijna elk nummer haalt Tillman wel eens uit naar onze huidige (consumptie)maatschappij, waarin hedonisme, hyper-egoïsme (onder het mom van individualisme) en fake emoties hoogtij vieren.

“From time to time we all get a bit restless
With no one advertising to us constantly”


Als ik van elk nummer een paar regeltjes moet citeren zal deze recensie iets te lang worden, dus zal ik hier spaarzaam mee omgaan. Bij deze ook een waarschuwing: dit album is lang, dames en heren. Iets te lang zelfs misschien. Maar ook hier kan ik me niet van de indruk ontdoen dat dit de bedoeling was: een bombastisch, theatraal werk op de wereld loslaten, en dat iedereen er zijn plan mee trekt. Halverwege kan de pianobegeleiding en het zachte akoestische gitaarwerk de aandacht amper vasthouden, en daar dreigt het album even te in te zakken. Toch heb ik een zwak voor het langste nummer van de plaat, namelijk het 13 minuten tellende ‘Leaving LA’. Father John Misty zingt hier prachtig en het is gewoon leuk om mee te gaan in de muzikale trip. Het nummer is erg autobiografisch en bevat zelfs een passage waarin Tillman perfect anticipeert op de reactie van sommige ‘fans’ betreffende het nieuwe album:

“And I’m merely a minor fascination to
Manic virginal lust and college dudes
I’m beginning to begin to see the end
Of how it all goes down between me and them
Some 10-verse chorus-less diatribe
Plays as they all jump ship, “I used to like this guy
This new shit really kinda makes me wanna die”


Mooi gezegd! Zonder gekheid: er staat heel veel moois op ‘Pure Comedy’, maar het is geen makkelijke of vrijblijvende luisterbeurt. De ware muziekfanaat zal eerst iets moeten investeren in het album vooraleer hij/zij iets terugkrijgt. Maar het is de moeite meer dan waard. Ook ik moet alles nog even laten bezinken, maar de kans dat deze in de top 10 van het jaar terechtkomt is reëel. Mensen die zich de vraag stellen ‘Wat moet ik verwachten?’ of ‘Waar lijkt dit in godsnaam op?’, verwijs ik met plezier door naar de ballads van Elton John in zijn beste periode (de 70s), maar een pak minder luchtig, veel meer Dylanesque en doorspekt met de spirit van folkmuziek. Mijn excuses als deze vergelijking nergens op slaat, ik ben ook maar een eenvoudige muzieknerd uit Erembodegem.

Eindscore: 8/10

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook! Neem gerust een kijkje

Joy Division - Closer (1980)

poster
4,5
Ik behoor waarschijnlijk tot een minderheid onder de JD-fans die UP beter vindt dan dit tweede en laatste reguliere album. Begrijp me niet verkeerd: Closer is een iconische en waanzinnig goede plaat, maar toch werd ik meer aangesproken door de 'vibe' van UP: meer minimalisme, iets strakkere klank en vooral meer energie en vechtlust. Daar verliest Closer me een beetje, ook al begrijp ik dat dit album handelt over klinische depressie en dan ook moeilijk fris en energiek kan klinken. Wie de achtergrond van de band goed kent en de moeite neemt om de teksten er eens bij te nemen kan zich verwachten aan een enorm emotionele trip die geen enkele band ooit geëvenaard heeft naar mijn bescheiden mening.


Nummers die er voor mij uitspringen:

Atrocity Exhibition met de geweldige drums (lekker Afrikaans ritme en bijna exotische baslijnen)

Isolation met de synths waarvoor ik maar geen juist adjectief kan vinden en weeral een enorm lekkere basriff van Hooky.

Decades beweegt mij bijna altijd tot tranen, wat een monument van een nummer!

De rest is ook allemaal dik oké, enkel Passover is bij mij nooit goed overgekomen. Het kan een essentiële schakel zijn binnen het album, maar ik skip hem vaak (zonde?)....

Kendrick Lamar - DAMN. (2017)

poster
4,0
Kendrick Lamar, K-Dot oftewel King Kendrick verraste vriend en vijand door op Goede Vrijdag zijn nieuwe album ‘DAMN.’ te droppen, voorafgegaan door de prachtig geregisseerde videoclip van ‘HUMBLE.’ en een tweet met de tracklist en albumcover drie dagen eerder. Kendricks eerste LP ‘Section 80’ werd al goed ontvangen, maar met zijn twee daaropvolgende platen, ‘good kid, m.A.A.d city’ en ‘To Pimp A Butterfly’ werd hij een gevestigde waarde binnen de Hip-Hop scene. Hij werd tevens een stem voor het volk: de song ‘Alright’ groeide zelfs uit tot een protestsong van Black Lives Matter. Deze jongeman uit Compton heeft veel te vertellen: op ‘good kid, m.A.A.d city’ deed hij dit op een haast cinematografische manier, met verhalende songs die zeer specifieke beelden oproepen bij de luisteraar. ‘To Pimp A Butterfly’ verschilde met zijn jazzy uitspattingen en complexe, dense arrangementen enorm van zijn voorganger, maar ook hier werd een zeer uitgebreid verhaal gecreëerd. Thema’s die aangesneden worden zijn o.a. het leven als Afro-Amerikaan in de gevaarlijke, armere wijken van de stad, politiek, ideologie, godsdienst en zoveel meer. Het verhaal dat op deze nieuwe plaat centraal staat doen we graag voor u uit de doeken.

De albumhoes van ‘DAMN.’ geeft reeds een impressie van wat de luisteraar kan verwachten: een rauwer, eenvoudiger en meer persoonlijk werk dan de voorganger. Openen doen we met de mysterieuze binnenkomer ‘BLOOD.’ Spookachtige muziek en instrumentatie die wat aan de 70s doet terugdenken begeleiden de stem van Kendrick die verhaalt over hoe hij door een blinde, oude vrouw wordt neergeschoten nadat hij haar probeert te helpen. Sommigen menen dat de vrouw symbool staat voor de gevolgen van de ‘damnation’ of verdoemenis uit het boek van Deuteronomium, iets waar later nog letterlijk naar verwezen wordt. Is it wickedness? Or is it weakness? Interessante vraag. Verder vinden we in het nummer ook nog samples terug van Fox-nieuwsberichten waarin Lamars performance van zijn nummer ‘Alright’ op de BET awards van 2015 bekritiseerd wordt.

‘DNA.’ is een strijdvaardig lied, erg rauw en krachtig en misschien één van de hardste songs die Kendrick ooit heeft uitgebracht. In dit nummer bezingt hij zijn afkomst met een mengeling van trots en harde realiteitszin. Ook de religieuze verwijzingen zijn nooit veraf, op een gegeven moment stelt Lamar zichzelf zelfs voor als een soort nieuwe messias: iemand die zijn gemeenschap van de verdoemenis wil redden.

“Loyalty, got royalty inside my DNA
Cocaine quarter piece, got war and peace inside my DNA
I got power, poison, pain and joy inside my DNA
I got hustle though, ambition, flow, inside my DNA
I was born like this, since one like this
Immaculate conception
I transform like this, perform like this
Was Yeshua’s new weapon”

New shit, Kung Fu Kenny! Op ‘YAH.’ wordt het allemaal iets meer laid back, maar ook hier is de tekst van belang. Zoals op alle nummers van de plaat is Kendricks flow erg goed en zijn de beats om van te smullen.

“I got so many theories and suspicions
I’m diagnosed with real nigga conditions
Today is the day I follow my intuition
Keep the family close-get money, fuck bitches”

Eén van mijn favorieten op het album is het nummer ‘ELEMENT.’. Kendrick komt hier weer erg uitdagend uit de hoek, de vechtlust spat er gewoon vanaf. Hij zal zijn familie, zijn gemeenschap en de muziek die dit alles bij elkaar houdt koste wat kost verdedigen, indien nodig zelfs met geweld.

“I’m willin’ to die for this shit
I done cried for this shit, might take a life for this shit
Put the Bible down and go eye for an eye for this shit”

En niet te vergeten deze geweldige zinsnede:

“If I gotta slap a pussy-ass nigga, I’ma make it look sexy”

‘FEEL.’ is muzikaal lekker rustig, met luchtige en warme soul-invloeden. Tekstueel zit het ook allemaal goed. In dit nummer worstelt Lamar met zijn eigen reputatie, maar ook met twijfels over zijn omgeving, zijn rol in de wereld en zelfs zijn god.

“Ain’t nobody prayin’ for me”

‘LOYALTY.’ is een samenwerking met Rihanna die vrij prominent aanwezig is op dit nummer. Storend is het niet echt, maar het geheel voelt verdacht lichtvoetig aan in vergelijking met het ander materiaal. Wat betreft de inhoud spreekt de titel voor zich: het lied gaat over het belang van trouw in allerhande relaties. Zeker niet slecht, maar zal wellicht nooit tot een favoriet uitgroeien.

Vervolgens zijn we aanbeland bij ‘PRIDE.’, een nummer met een intrigerend begin:

“Love’s gonna get you killed
But pride’s gonna be the death of you and you and me”

In zekere zin is dit nummer een belangrijk centraal stuk van het album. Trots, verbonden met de erfzonde, hangt samen met bescheidenheid (zie ‘HUMBLE.’), wat een deugd is. Het contrast tussen deze twee wordt verder uitgediept in de lyrics. Kendrick Lamar wordt overal de hemel ingeprezen als zijnde één van de beste rappers ter wereld. Dit heeft in hem een gevoel van ego en trots doen ontluiken, wat in tegenstrijd is met zijn idealen.

‘HUMBLE.’, de leadsingle van het album, borduurt verder op dit thema en is bovendien een geweldige song. Heerlijke muziek, magistrale beat en catchy as hell.

‘LUST.’ ligt qua instrumentatie erg in de lijn van ‘PRIDE.’, met weer die erg relaxte sfeer die gecreëerd wordt. De titel geeft ook hier perfect weer waar het zal over gaan: lust en verleiding. That’s it. Maar wel in de onnavolgbare stijl van Lamar.

“I need some water
Somethin’ came over me
Way too hot to simmer down
Might as well overheat
Too close to comfort
As blood rush my favorite vein
Heartbeat racin’ like a junkie’s
I just need you to want me”

Geloof het of niet, maar ‘LOVE.’ is misschien wel de meest zoetsappige track die op ‘DAMN.’ terug te vinden is. Misschien mag dat ook wel, na de behoorlijk zware thema’s die in de voorgaande nummers aangeraakt zijn. De samenwerking met Zacari draait goed uit, en we krijgen even ademruimte.

De samenwerking waar ik veruit het meest benieuwd naar was op deze plaat is ongetwijfeld deze met U2 op ‘XXX.’, een nummer dat wederom handelt over de complexiteit van onze moraal. Ik geloofde eerst mijn ogen niet toen ik deze heren op de tracklist zag verschijnen, en vroeg me af hoe deze totaal verschillende artiesten samen een nummer zouden smeden. Wat blijkt: Bono kan uitstekend sexy en zwoel zingen. Zijn stem is een erg leuke aanvulling op het nummer en brengt een aparte sfeer.

‘FEAR.’ is met ruim 7 minuten het langste nummer op deze plaat, maar verveelt op geen enkel moment. Ik moet wel toegeven dat het na een tijdje vermoeiend wordt om bij te blijven met de boodschap van de nummers en het verhaal dat geschetst wordt. Dit was echter nog een veel groter probleem bij ‘To Pimp A Butterfly’, een album waar gerust een masterthesis aan gewijd kan worden. Wanneer ik op dit punt in het album aanbeland ben geniet ik gewoon van de sfeer, die het beste als ‘chill’ omschreven kan worden.

‘GOD.’ kan helaas niet tegemoetkomen aan zijn imposante titel: er zijn al veel interessante nummers de revue gepasseerd en hier gebeurt er niks nieuws meer. Best jammer, maar zeker geen smet op het geheel. Het hoort er gewoon bij.

Afsluiter ‘DUCKWORTH.’ (verwijzing naar Kendricks echte naam) is echter nog een zeer belangrijk nummer voor het verhaal van ‘DAMN.’. Een stuk tekst ter illustratie:

“Pay attention, that one decision changed both of they lives
One curse at a time, reverse the manifest and good karma and I’ll tell you why
You take two strangers and put ‘em in random predicaments
Give ‘em a soul so they can make their own choices and live with it
Twenty years later them same strangers you make ‘em meet again
Inside recording studios where they reaping the benefits
Then you start reminding them about that chicken incident
Whoever thought the greatest rapper would be from coincidence
Because if Anthony killed Ducky, Top Dawg could be servin’ life
While I grew up without a father and die in a gun fight”

De ‘curse’ of vloek waar naar verwezen wordt is wederom de verdoemenis uit het boek van Deuteronomium. Er is ook sprake van karma, gevoed door de beslissingen die we in ons leven nemen. Kendrick gelooft dat hij uit goed karma geboren is, maar schetst ook een situatie waarin alles anders gelopen kon zijn en hij in een negatieve spiraal van criminaliteit en geweld beland zou zijn. Op het einde van ‘DUCKWORTH’ wordt een bandje teruggespoeld en komen we weer terecht bij het begin van ‘BLOOD.’: is het einde eigenlijk het begin?

Duidelijk is dat ‘DAMN.’ opnieuw een rijkdom aan symboliek en verhalen bevat die een veel professionelere ontleding verdienen dan deze die ik hier gemaakt heb. Toch wil ik deze aanraden aan de ‘casual’ luisteraars van het genre, want zelfs aan de oppervlakte is hier veel moois te bespeuren.

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op Facebook

Linkin Park - Hybrid Theory (2000)

poster
4,5
“I kept everything inside and even though I tried, it all fell apart”

Eergisteren verloor Chester Bennington, frontman van Linkin Park, de strijd met zijn eigen geest op 41-jarige leeftijd. Hij laat een vrouw en zes kinderen achter. Het nieuws raakte me, ook al heb ik nooit naar Linkin Park geluisterd met dezelfde intensiteit als sommige leeftijdsgenoten. Ik kende geen teksten vanbuiten, keek niet reikhalzend uit naar nieuwe releases van de band en raakte zelfs wat geïrriteerd door mensen die dweepten met Chester en co. Zo goed waren ze toch niet? Nu-metal leek me een snel voorbijgaande rage te zijn die algauw in de donkere, vergeten krochten van de muziekgeschiedenis zou belanden. De combinatie van hardere Rock/Metal en Hip-Hop was nog nooit echt op deze manier uitgevoerd, maar mijn jonge oren konden deze vernieuwing niet appreciëren. Ik schoof deze muziek opzij als zijnde irrelevant en dook opnieuw in mijn Post-Punk en New Wave platen.

Toch nestelden enkele deuntjes van Linkin Park zich met nostalgische tederheid in mijn geheugen, en ik kan niet terugdenken aan mijn middelbare schooltijd zonder dat de muziek van Chester Bennington en Mike Shinoda ergens voorbij komt gefladderd.

Jaren gingen voorbij, ik ging anders naar muziek luisteren, verkende andere horizonten en keerde soms terug naar platen die ik ooit verwerpelijk vond. Die term heb ik bij Linkin Park echter nooit gebruikt. Een hele tijd terug luisterde ik met hernieuwde interesse naar hun debuutalbum ‘Hybrid Theory’ en moest constateren dat deze plaat een ongelooflijke energie bezit. De songs zijn aanstekelijk: het is muziek voor een generatie die behoefte had aan een nieuwe vocabulaire om uiting te geven aan haar frustraties, teleurstellingen en angsten. Naar aanleiding van het droeve nieuws over Chester ben ik ook meer te weten gekomen over zijn tragische levensloop: jarenlang misbruik, verslavingsproblematiek en depressies tekenen zijn jonge leven. Dit alles geeft de teksten op ‘Hybrid Theory’ een emotionele lading mee die sterk resoneert (of allesinds resoneerde) bij een jong publiek. Chesters trauma’s blijken onherstelbare psychische littekens teweeggebracht te hebben, maar zijn muziek is ongetwijfeld therapeutisch geweest voor talloze fans die vergelijkbare problemen hebben doorgemaakt. Hulde daarvoor, Chester, alsook voor je kenmerkende stijl en alles wat je de muziekwereld hebt geschonken. Deze review draag ik op aan jou en iedereen die je een warm hart toedraagt. We beginnen aan ‘Hybrid Theory’.

‘Papercut’ knalt er gelijk in met een vette gitaarriff en de typische raps van Shinoda. Wanneer de zang van Chester erbij komt hoor je pas echt de typische Linkin Park-sound die het Warner Bros label meer dan 30 miljoen verkochte albums zou opleveren. Een ‘hybrid’ tussen metal, rock en rap. Een solide tekst en refrein maken van ‘Papercut’ de perfecte opener. Sterke performances van alle bandleden hier.

“It’s like I’m paranoid lookin’ over my back
It’s like a whirlwind inside of my head
It’s like I can’t stop what I’m hearing within
It’s like the face inside is right beneath my skin”


‘One Step Closer’ begint zo mogelijk met een nog aanstekelijkere riff dan het vorige nummer. De vocals vullen elkaar perfect aan en zijn in balans, Shinoda en Bennington als het gouden duo van de nu-metal. Weer slagen ze erin om een catchy refrein uit hun mouw te schudden en de energie blijft aanwezig.

Op ‘With You’ weerklinkt opnieuw een soortgelijk gitaarwerk, maar het tempo ligt te hoog en de ‘flow’ is te goed om nu al te gaan vervelen. Enkele handigheidjes op vlak van productievlak worden toegevoegd maar komen niet ‘gimmicky’ over. Wederom klinkt Bennington erg passioneel zonder de pedalen te verliezen, een eigenschap die hem als zanger ver boven de middelmoot doet uitstijgen.

‘Points Of Authority’ blijft uit hetzelfde vaatje tappen, maar het valt me op hoe snel en vlot de nummers in elkaar overlopen. Dit zorgt ervoor dat ook bij dit 4de nummer de vaart er niet uitgaat.

Als men hierna een onopvallend nummer geplaatst zou hebben, was de kans groot dat het album als een groteske kaassouflé in elkaar zou zakken. Gelukkig wordt ‘Points Of Authority’ gevolgd door het ijzersterke ‘Crawling’, met een geweldige zangprestatie van Bennington en een tekst die onder de huid gaat zitten. Eén van mijn persoonlijke favorieten. Opvallend genoeg ook een nummer waar de focus erg op Chester ligt.

“There’s something inside me that pulls beneath the surface
Consuming confusing
This lack of self-control I fear is never ending
Controlling I can’t seem
To find myself again
My walls are closing in
I’ve felt this way before
So insecure”


‘Runaway’ vind ik ook erg lekker klinken. Mooie, volle productie, wat ik ervoor misschien als ‘te afgelikt’ bestempeld zou hebben. Het poppy kantje van de band komt hier om de hoek kijken, maar ook dat doen ze goed. Meezingen met het refrein allemaal:

“I wanna run away
Never say goodbye
I wanna know the truth
Instead of wondering why
I wanna know the answers
No more lies
I wanna shut the door
And open up my mind”


Het lichtjes freaky begin van ‘By Myself’ doet de luisteraar even opschrikken, maar het songmateriaal is hier te flauw om te overtuigen. De kritische luisteraar begint parallellen tussen de nummers te zien en vreest dat het een trucje is dat eindeloos herhaald zal worden. Toch meen ik dat het probleem hier misschien niet zozeer bij het nummer zelf ligt, maar bij de plaatsing van het nummer in de tracklist. Het verbleekt gewoon bij de twee voorgaande nummers. En al helemaal bij het volgende.

Track 8 is wellicht het meest populaire nummer van Linkin Park en wat mij betreft ook hun beste. ‘In The End’ draagt alle kenmerken van een rock-anthem in zich: groots refrein, machtige hooks en gewoon een topmelodie. Ik weet niet of Chester ooit beter heeft geklonken dan op dit lied. De tekst is louterend en goed in zijn eenvoud. Een classic.

“I’ve put my trust in you
Pushed as far as I can go
For all this
There’s only one thing you should know

I tried so hard
And got so far
But in the end
It doesn’t even matter
I had to fall
To lose it all
But in the end
It doesn’t even matter”


Alles wat na ‘In The End’ komt kan de megahit niet overtreffen. Toch hebben ook deze nummers hun waarde en ze ronden het album meer dan waardig af. ‘A Place For My Head’ is een oerdegelijk nummer met nog enkele leuke instrumentale stukjes en fijne zang en rap van Bennington en Shinoda.

‘Forgotten’ doet me heel erg aan Limp Bizkit denken om begrijpelijke redenen. Op muzikaal vlak blijft echter de unieke Linkin Park-sfeer doorschemeren. Eveneens een leuk refrein. Het is weeral schrikken als het lied erop zit: nog maar twee te gaan.

‘Cure For The Itch’ blijkt een zo goed als instrumentaal stuk te zijn, dat voor mij vele echo’s bevat van de magische jaren ’90. Het nummer begint met iets wat op een typische rap-skit lijkt en gaat nadien over in een muzikaal stuk dat doet denken aan Moby maar vooral aan de sampleskills van DJ Shadow. Interessant nummertje.

Afsluiter ‘Pushing Me Away’ heeft elementen van ‘In The End’ maar is toch weer anders. Veel valt er niet over te zeggen behalve dat het gewoon goed in elkaar zit, zonder meer. Het heeft alle Linkin Park elementen die op perfecte wijze in elkaar passen en daarmee voor een bevredigend einde van de LP zorgen.

12 nummers, alles bij elkaar goed voor net geen 38 minuten aan muziek. Meer heeft ‘Hybrid Theory’ niet nodig om het nieuwe milennium met een enorme knal in gang te zetten. Een mijlpaal voor het jonge genre dat nu-metal heet en een plaat met ongelooflijk veel betekenis voor zoveel jonge mensen. Genoeg emotionele getuigenissen te vinden op het web: deze band heeft vele harten beroerd en verdient daarom alleen al mijn respect. Latere albums kenden nooit meer de kwaliteit van dit debuut, maar de hits blijven overeind. Chester, ‘In The End’ maakte het zeker wel uit wat je voor de (muziek)wereld en je fanbase hebt betekent. ‘Hybrid Theory’ is één van de eerste klassiekers van de Nillies geworden, tot spijt van wie het benijdt.

Deze post is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

Lorde - Melodrama (2017)

poster
4,0
Ella Yelich-O’Connor, beter bekend als Lorde, bracht op 16 juni haar tweede plaat genaamd ‘Melodrama’ uit. De single ‘Green Light’ werd als voorsmaakje op de wereld losgelaten en oogstte meteen succes (de YouTube-teller staat momenteel op bijna 90 miljoen views). De Nieuw-Zeelandse ster was dus nog zeker niet vergeten. Op 16-jarige leeftijd debuteren met een knappe EP en de wereld veroveren met een monsterhit als ‘Royals’, je moet het maar doen. Lorde’s eerste LP ‘Pure Heroine’ mocht ook op lovende kritieken rekenen, waarnaast ze ook nog eens gesteund werd door legendes als David Bowie en Bruce Springsteen, die hun bewondering voor deze jongedame niet onder stoelen of banken staken. Het is mensen al voor minder naar het hoofd gestegen. De vrees dat ook Lorde vroegtijdig de pedalen zou verliezen zat er dus zeker in, maar met ‘Melodrama’ worden al deze angsten tot bedaren gebracht: dit is pure pop met een extra gedurfd laagje, gebracht door een zelfverzekerde jonge artieste die nog lang van zich zal laten horen.

Wat meteen opvalt bij opener ‘Green Light’ is dat er voor een andere aanpak is gekozen qua productie. De plaat klinkt warmer en voller dan voorganger ‘Pure Heroine’. Zoals vaak het geval is bij sterke albums geeft de hoes een mooie indruk van de ‘kleur’ van de muziek. Voor ‘Melodrama’ werd de hulp ingeroepen van een indrukwekkend aantal producers, die elk hun steentje hebben bijgedragen zonder overkill te plegen. ‘Green Light’ is een heerlijke single geworden met een oorwurm van een refrein en boordevol dynamiek.

‘Sober’ begint ook erg leuk met een sampletje dat gedurende het hele nummer als leidmotief weer komt opduiken. Lorde zingt met haar kenmerkende, indringende stem en is ook op vocaal vlak goed gerijpt. Ze heeft nu al wat van de wereld en het leven gezien en verwerkt al haar indrukken in haar sterke teksten. Thema is hier de rollercoaster van emoties waarop men als jonge adolescent tegen wil en dank belandt. Feestjes, drank, drugs, vluchtige romantiek op een fuif. Maar wat als het feest afgelopen is? ‘Melodrama’ zou volgens sommige bronnen trouwens een conceptalbum zijn dat zich afspeelt op en rondom een ‘house party’.

“We’re King and Queen of the weekend
Ain’t a pill that could touch our rush
(But what will we do when we’re sober?)
When you dream with a fever
Bet you wish you could touch our rush
(But what will we do when we’re sober?)”


Eén van mijn favorieten is ongetwijfeld track 3: ‘Homemade Dynamite’. Lorde opent het lied vol overtuiging en zelfvertrouwen en sleept de luisteraar mee in haar spannende pop-universum waar bruisende feestjes en treffende zelf-reflectie hand in hand gaan. Na een aantal luisterbeurten merk je dat er van elk nummer wel een melodietje of stuk tekst blijft hangen; dit is meteen ook de kracht van Lorde als songwriter.

“Might get your friend to drive,
But he can hardly see
We’ll end up painted on the road
Red and chrome, all the broken glass sparkling
I guess we’re partying”


Met ‘The Louvre’ zijn we al bij nummer 4 aanbeland en we hebben ons nog geen moment verveeld. Wat ik daarnet al aanhaalde is ook hier weer van toepassing: dit album zit bomvol geweldig catchy hooks die zorgen voor een zeer aangename luistertrip. Puntje van kritiek hier is dat de productie vooral in de eerste helft van het nummer iets te dik is aangezet. Een beetje kaler had hier gemogen. Halverwege komen er echter nog allerlei leukigheidjes voorbij en we eindigen met een glorieuze outro die eveneens tot mijn favorieten behoort.

Dan is single ‘Liability’ aan de beurt, een sterke break-up ballad waarin Lorde vol gevoel mijmert over scheefgelopen relaties. Ze analyseert wat er precies fout gelopen is en hier hoort natuurlijk een dosis ‘melodrama’ bij. Merk op dat Lorde en haar vriendje James Lowe in 2015 uit elkaar gingen; waar de inspiratie vandaan komt mag dus duidelijk zijn.

“The truth is I am a toy
That people enjoy
‘Til all of the tricks don’t work anymore
And then they are bored of me
I know that it’s exciting
Running through the night, but
Every perfect summer’s
Eating me alive until you’re gone
Better on my own”


Tot nu toe heb ik alleen maar enorm sterke popsongs gehoord met genoeg laagjes en pit om gedurende de hele zit te boeien en zelfs te intrigeren. Ook het vrij lange centerpiece ‘Hard Feelings/Loveless’ (eigenlijk twee liedjes in één) stelt niet teleur, ook al blijven vooral de laatste twee minuten van het stuk nazinderen dankzij een beat en pre-chorus om van te smikkelen en smullen.

“Bet you wanna rip my heart out
Bet you wanna skip my calls now
Well guess what? I like that
‘Cause I’m gonna mess your life up
Gonna wanna tape my mouth shut
Look out, lovers”


‘Sober II (Melodrama)’ heeft een prachtige intro die de albumtitel alle eer aandoet. Ik ben op dit moment best onder de indruk van Lorde’s lyrics en haar zangprestaties: bij elk nummer is het menens, er worden geen compromissen gesloten. Echt genieten, dit.

Alsof het nog niet genoeg is krijgen we op nummer 8 nog een heerlijke ballad getiteld ‘Writer In The Dark’. Vanaf de eerste luisterbeurt rekende ik dit nummer tot één van mijn favorieten. Wellicht komt dit door het majestueuze refrein. Hier ga ik van zweven.

Na de zware emotionele stukken is ‘Supercut’ een broodnodig uptempo nummer met een iets vrolijkere ondertoon. Het nummer is sterk verwant aan ‘Green Light’ (een neef ofzo) maar is iets makkelijker te vergeten. Toch nog steeds erg lekker!

‘Liability (Reprise)’ is een leuke reprise die vooral de brug maakt naar het laatste nummer. Dit versterk het gevoel van een soort conceptalbum, wat ik altijd erg leuk vind. De songs horen bij elkaar en vertellen één verhaal.

Vrij snel komen we dan bij het slot, ‘Perfect Places’. Op dit moment valt er niet veel nieuws meer te vertellen. Het lied kan zich perfect meten met de rest van de singles en sluit het album af met een upbeat noot. ‘Perfect Places’ klinkt als een smaakvol party-anthem: ik kan niet meteen een betere afsluiter voor deze plaat bedenken.

“’Cause all of the things we’re taking
‘Cause we are young and we’re ashamed
Send us to perfect places
All of our heroes fading
Now I can’t stand to be alone
Let’s go to perfect places”


Ik trek de conclusie dat Lorde haar vak meesterlijk beheerst, en dit al op erg jonge leeftijd. Ik ben dan ook zeer benieuwd wat de van deze pop-belofte nog allemaal mogen verwachten. Met ‘Melodrama’ belandt Lorde hoogstwaarschijnlijk alvast in mijn eindejaarslijstjes. Een speekselmedaille is op zijn plaats.

Eindscore: 8/10

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

Metallica - Hardwired... to Self-Destruct (2016)

poster
3,0
In 2016 was het eindelijk zover: Metallica, de titanen van de thrash-metal, kwamen eindelijk met nieuw materiaal naar buiten. Fans over de hele wereld keken reikhalzend uit naar de release van wat uiteindelijk een lijvig dubbel-album bleek te zijn. De track ‘Lords Of Summer’ was een lekker voorsmaakje maar is niet terug te vinden op de gewone uitgave, wel op de Deluxe Edition waar nog enkele bonusnummers op prijken. Reken ik mezelf tot de fanbase van Metallica? Toch wel, maar niet over de hele lijn. Tot en met het album Metallica uit 1991, beter bekend als 'The Black Album', maakte Metallica erg sterke platen die gerust (metal)klassiekers genoemd mogen worden. Nadien volgde echter een woelige periode waarin consequent zwakkere platen afgeleverd werden, om het zachtjes uit te drukken. ‘Load’ en ‘Reload’ waren prutswerkjes vergeleken met al het voorgaande werk en 'St. Anger' induceerde bij menig metalhead hevige stuiptrekkingen. Dieptepunt was echter de samenwerking met Lou Reed uit 2011, ‘Lulu’, genaamd. Dit was niets minder dan een belediging voor het talent van de heer Reed en ook van Metallica zelf, de fans niet te vergeten. Voor mij was het Metallica-verhaal dus afgelopen na 1991, met uitzondering van enkele vet-klinkende singles hier en daar. Ook was ik erg onder de indruk toen ik ze op Werchter 2015 mocht aanschouwen. Zouden deze metalgoden met ‘Hardwired…’ nogmaals hun stempel kunnen drukken op het genre en hun fans opnieuw laten krijsen van euforie? U komt het zo meteen te weten.

Opener ‘Hardwired’ beukt er meteen op los met een heerlijke speedmetal-riff en energieke drums. Een glimlach komt op mijn gezicht tevoorschijn en ik weet: dit nummer krijgt een vast plekje in hun setlist. Een betere inleiding voor dit album hadden ze niet kunnen kiezen. Lars gaat naar het einde toe lekker los met wat actie op de dubbele baspedaal, om van te smullen. Veelbelovend dit!

We gaan naadloos over naar ‘Atlas, Rise!’ dat afklokt op 6 en een halve minuut. Even slikken: gaat dit interessant blijven tot het einde? Instrumentaal is het allemaal dik oké, maar intense flashbacks uit hun jaren ‘80 periode dringen zich plots aan me op. Is dit goed of slecht? Daar kan ik voorlopig nog geen antwoord op geven. Het refrein is cool, maar de zang van James heeft in de loop der jaren een tikkeltje kracht verloren. Kan ook aan de mix liggen, want niet alles komt even goed door. Naarmate het nummer vordert valt ook het primitieve drumwerk me plots op. Het is geweten dat Lars met het ouder worden steeds meer stukken van zijn drumkit heeft afgedankt i.p.v. uit te breiden (google eens de drumkit van Neil Peart) en dat is geen goede keuze geweest. Al bij al wel één van de sterkere songs.

‘Now That We’re Dead’ komt er nu aan. 7 minuten…Hier gaan we dan. Een vrij lome intro weerklinkt door de speakers en de drums zijn wederom raar afgemixt. We komen traag op gang. Wanneer de zang erbij komt weet ik dat dit nummer niet mijn favoriet gaat worden. Dit mag wat pittiger. James legt hier weinig passie in zijn zang en lijkt op een gegeven moment gewoon in een karaokebar te staan. Nee, dit wordt ‘m niet. En dan zijn er nog drie minuten te gaan, waarin meer van hetzelfde volgt. Kirk Hammett zorgt gelukkig nog voor enkele lichtpuntjes op de leadgitaar.

Vervolgens bereiken we een hoogtepunt van het album, namelijk ‘Moth Into Flame’. Ook bij dit nummer heb ik een sterk vermoeden dat het voor enkele jaren in de live-sets terecht zal komen. De gitaar zorgt voor (positieve) nostalgische vibes en het ritme zit lekker. Headbangen maar! Erg fijn gitaarwerk weer van Hammett en de vocals zijn weer rauwer, thrashier.

"Sold your soul
Built a higher wall
Yesterday
Now you’re thrown away

Same rise and fall
Who cares at all?
Seduced by fame
A moth into the flame"


‘Dream No More’ geeft me vrij sterke doom-vibes, en dat is zeker niet slecht. De speelduur is hier ook best lang, maar zeker niet storend. Het dendert stevig voort. Ctulhu awaken, yeah!

‘Halo On Fire’ is met meer dan 8 minuten het langste nummer van de eerste disc. James komt aanzetten met laid-back, melodieuze vocalen. Opnieuw prima gitaarwerk, maar dit nummer is echt te lang jongens. Een minuut of 2-3 had er gerust afgetrimd kunnen worden. Dit zal de grootste zwakte van het album blijken te zijn.

Na de eerste disc merk ik dat mijn interesse reeds begint af te nemen. Maar we geven niet op en gaan verder met ‘Confusion’. Ook dit nummer komt best traag op gang met ongeïnspireerd drum- en gitaarwerk. Als James invalt wordt het er niet beter op, en ik besluit dat het nummer tot de mindere goden gerekend zal worden.

‘ManUNkind’ is een draak van een woordspeling maar gelukkig geen draak van een nummer. Na een verfrissende intro met cleane gitaar knalt het nummer erin met een coole riff en James’ vocalen zijn wederom wat agressiever, en zo hoort het ook gewoon. Het zal jullie misschien al opgevallen zijn dat ik niet zoveel lyrics citeer. Dit heeft als reden dat de nummers op ‘Hardwired…’ niet erg quotable zijn, en de teksten niet bepaald hoogstaand. Geen al te groot struikelblok voor mij, ze dienen meer ter ondersteuning van de muziek. Wel een verlies t.o.v. van de vaak catchy teksten van hun klassiekers.

De opening van ‘Here Comes Revenge’ heb ik naar mijn gevoel ook al tientallen keren eerder gehoord, wat geen goede manier is om een nummer van meer dan 7 minuten mee te starten. Het is allemaal niet slecht, maar de grooves voelen enorm gerecycleerd aan en het gaat niet in mijn koude kleren zitten.

‘Am I Savage?’. Helaas jongens, op deze tweede disc zijn jullie nog niet vaak ‘savage’ geweest. De urgentie en de scherpe kantjes van de jaren van weleer zijn grotendeels verloren gegaan en hoe langer ik luister, hoe meer dit allemaal op een herhalingsoefening begint te lijken. ‘Hé, dat trucje werkte 30 jaar geleden ook, dan zal het nu ook wel lukken!’ Zo werkt het dus jammer genoeg niet. Teveel eenheidsworst dit. Lekkere worst, maar hij steekt te snel tegen.

Aan ‘Murder One’ ga ik niet teveel woorden vuil maken: meer van hetzelfde.

We eindigen echter met een zeer positieve noot, namelijk ‘Spit Out The Bone’. Misschien wel het meest energieke en pittige nummer van de plaat samen met ‘Hardwired’. Dit is één van de weinige momenten dat de adrenaline gaat stromen en dat voelt erg lekker! Meer van dit was erg leuk geweest.

Conclusie: dit album toont aan dat Metallica nog steeds prima muziek kan maken, maar hier en daar wringt het schoentje toch wat. James en Lars lieten ooit verstaan dat Metallica in hun kluis nog honderden riffs van onafgewerkte songs hadden liggen. Toch hoor ik op ‘Hardwired…’ teveel gerecycleerde of lichtjes herwerkte gitaarstukken uit eerdere albums. Erg jammer en komt ook best lui over. ‘Hardwired’ zelf begint trouwens als een versnelde versie van ‘Enter Sandman’. Oh, the golden years…Bijna alle songs zijn veel te lang uitgesponnen en maken het onmogelijk dat het album gedurende de hele speeltijd beklijvend blijft. Op vele momenten zat ik verveeld te wachten tot het volgende nummer zou beginnen en dat is nooit een goed teken. Toch zit het allemaal goed in elkaar en is het een hele verbetering tegenover de miskleunen van de voorbije 25 jaar. Mijn muzikale hart is Metallica nog steeds gunstig gezind. Rock on, guys!

Eindscore: 6.5/10

Dit bericht is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook!

MGMT - Little Dark Age (2018)

poster
4,0
Hoera! 2018 is goed begonnen, want MGMT heeft een nieuwe plaat uitgebracht. Het duo, bestaande uit Ben Goldwasser en Andrew VanWynbergen, werd gevormd in 2002 in Connecticut. Het duurde toen vijf jaar vooraleer MGMT in 2007 het debuutalbum ‘Oracular Spectacular’ op de wereld losliet, een ijzersterke plaat en voor mij een echte classic uit de Nillies die me altijd in een nostalgische bui weet te brengen. De plaat bracht onvergetelijke singles voort zoals de dansbare kraker ‘Kids’, het opzwepende ‘Electric Feel’ en de tijdloze parel ‘Time To Pretend’. Vervolgens kwam MGMT in 2010 met het minder hitgevoelige ‘Congratulations’, wat echter wel een solide album bleek te zijn en enkele prachtnummers herbergt. In 2013 volgde echter het hit-and-miss album ‘MGMT’, wat voor vele fans mosselen noch vis bleek te zijn. Toen bleef het een tijdje stil rond de band, en velen (mezelf incluis) hadden een donkerbruin vermoeden dat Goldwasser en VanWyngarden weleens uitgezongen konden zijn. Gelukkig is niets minder waar. De nieuwe worp ‘Little Dark Age’ ligt intussen al enkele weken in de rekken en blijkt een glorieuze return to form te zijn voor deze heren. Driewerf hoera, ik ben zo blij met deze liedjes.

De plaat opent een beetje freaky met het grappige en quirky ‘She Works Out Too Much’. Na enkele luisterbeurten groeit deze opener nog meer en blijkt het een hardnekkige oorwurm te zijn. Psychedelische synths, funky bas, jazzy akkoorden en geinige zang maken van dit nummer een perfecte amuse voor wat komen gaat.

Als tweede nummer krijgen we meteen leadsingle ‘Little Dark Age’ voor de kiezen. Wat meteen opvalt is dat de toon vrij donker en zelfs lichtjes ‘gothic’ lijkt. Dit is een goed gegeven en doet af en toe terug denken aan de ‘80s (wat nog vaker zal gebeuren), meer bepaald aan artiesten als Depeche Mode en Gary Numan. Het lied is mysterieus, met raadselachtige lyrics en erg sterke melodielijnen. Geweldige topper.

“I grieve in stereo
The stereo sounds strange
I know that if you hide
It doesn’t go away
If you get out of bed
And find me standing all alone
Open-eyed
Burn the page
My little dark age”


We gaan verder met het lichtjes bijtende ‘When You Die’. Aan dit nummer leverde ook psychedelische indieheld Ariel Pink een bijdrage. Logisch, gezien MGMT en Ariel Pink compleet in dezelfde lijn liggen. ‘When You Die’ is een staaltje aanstekelijke psych-pop die erin slaagt de zomer in huis te brengen en toch hier en daar een koude rilling te veroorzaken. MGMT laat met elk nummer horen dat ze nog matuurder geworden zijn in hun sound. Leuk nummer!

“Go fuck yourself
You heard me right
Don’t call me nice, again
Don’t you have somewhere to be at seven thirty?
Baby, I’m ready
I’m ready ready ready to blow my brains off”

Track 4 is één van mijn absolute favorieten van het album. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het lichtjes homo-erotische ‘Me And Michael’ het meest 80s-klinkende nummer van de plaat is. De cheesy, galmende keyboardklanken die het nummer inleiden toveren meteen een glimlach op mijn gelaat. Heerlijke melodieuze zang van VanWyngarden en een knaller van een refrein stuwen dit nummer meteen naar mijn voorlopige top 10 singles van het jaar.

“Me and Michael
Solid as they come
Me and Michael
It’s not a question now”


‘TSLAMP’, afkorting voor ‘Time Spent Looking At My Phone’, is een licht maatschappijkritisch deuntje waarop het moeilijk is te blijven stilzitten. Dansbaar, met een subtiele exotische touch en wederom catchy hooks. Ook de vocale leukigheidjes zijn hier een meerwaarde. Zo heb ik het erg graag, hoor.

Met nummer 6, ‘James’, zijn de Ariel Pink vibes al helemaal niet meer weg te denken. In de lage vocalen is de geest van Stephen Merritt van The Magnetic Fields ook erg sterk aanwezig (ook al leeft de man gewoon nog hoor). De plaat zakt niet in maar blijft over de hele lijn sterk.

‘Days That Got Away’ is een grotendeels instrumentaal sfeerstuk dat mooi de brug maakt naar het laatste drieluik van het album. De synths creëren een dromerige, zomerse en toch mysterieuze sfeer. Een momentje lekker wegdromen met dit muziekje.

‘One Thing Left To Try’ is weer een lekker energiek nummer met een geweldige dynamiek. MGMT klinkt even jeugdig en fris als 10 jaar geleden, maar ook urgent en met een zekere ‘serieux’ die ze in de begindagen nog niet aan de dag konden leggen.

‘When You’re Small’ is een trage ballad met de goeie oude invloeden van Syd Barrett en co. Het is een rustige opmaat naar de afsluiter.

Het laatste nummer, en tevens de derde single ‘Hand It Over’ vind ik een magisch lied. Ingetogen, maar toch laat het een blijvende indruk na. Waarom dit zo is weet ik nog niet precies, maar ‘Hand It Over’ is vanaf de eerste luisterbeurt een favoriet geweest hier. Luister en oordeel zelf, zou ik zeggen. Ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat het presidentschap van Donald Trump hier en daar een invloed is geweest op het songwriting proces.

“’Cause the deals we made to shake things up
In the rights that they abuse
Might just fuck us over
But the doors won’t shut
Until they’re sure there’s nothing left to use
Someone’s taking over
Threw it away, but now I say
It’s time to hand it over”


MGMT heeft met ‘Little Dark Age’ een dijk van een album afgeleverd. De band heeft bewezen dat ze nog steeds topnummers kunnen componeren en belangrijke spelers blijven in de indiescene. Als ik deze zomer een concertje van hen zou kunnen meepikken ben ik een tevreden man. Maar dat ben ik nu ook al hoor. Het is nog heel vroeg om voorspellingen te doen, zo in februari, maar ‘Little Dark Age’ zou weleens in mijn toplijstje van 2018 kunnen belanden!

Eindscore: 8/10


Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

NEU! - NEU! (1972)

poster
4,5
Ik was al een tijdje bekend met het Krautrock-genre, maar vooral van naam. Ook al had ik reeds enkele nummers van Can, Faust en Neu! beluisterd, toch was ik zeker niet vertrouwd met deze muziek. Daarom begon ik ook heel gretig aan de verkenning van deze enorm invloedrijke plaat.

Dit album is opgenomen eind 1971, en als je met die kennis in het achterhoofd luistert, is het waanzinnig hoe ver Klaus Dinger en Michael Rother vooruit waren op hun tijd. Deze mannen wilden het geluid van de toekomst op vinyl persen, en mijns inziens zijn ze daar redelijk goed in geslaagd. Ik kan me voorstellen dat dit 44 jaar geleden als een bom moet zijn ingeslagen bij muziekliefhebbers. Toegankelijke muziek is het zeker niet, maar later meer daarover.

‘Hallogallo’, blijkbaar een woordspeling op het Duitse ‘Halligalli’ (wat ‘wild feesten’ betekent) lijkt nooit echt te beginnen en te eindigen. Nothing really ends, en zeker dit nummer niet. Ergens vanuit de diepe ruimte komen de gitaarklanken en het perfecte drumritme aangezweefd. Dinger introduceert op dit nummer de intussen befaamde ‘Motorik’ beat, een voorstuwende 4/4 beat die eindeloos lijkt voort te gaan. ‘Hallogallo’ is een perfecte mix van spacerock, acid en psychedelica. Dit kan ik zeker smaken.

Plots bevinden we ons in een bevreemdende plek als ‘Sonderangebot’ (speciale aanbieding) begint. Ambient, noise en andere bizarre klanken doen de luisteraar vertwijfeld om zich heen kijken. Wat is dit in godsnaam? Toch irriteert het nummer me na enkele luisterbeurten niet meer, de verwarring maakt plaats voor fascinatie. Het is alsof we een inkijk krijgen in een beangstigende, nieuwe dimensie waarvan we eerder het bestaan niet kenden. Ik leg al snel de link met de al even bevreemdende, maar baanbrekende film ‘2001: A Space Oddysey’ van Stanley Kubrick. Die film kwam maar een paar jaar voor de release van deze plaat uit.

Met een beangstigende uithaal loopt ‘Sonderangebot’ over in ‘Weissensee’. De drums en de dromerige klanken begeleiden ons naar weer een andere bijzondere plek. Schaduwen van wat later Pink Floyd zou worden schemeren door dit nummer, dit komt vooral door de gitaren. Het zou me niet verwonderen dat David Gilmour dit album ook meer dan één draaibeurt heeft gegeven. Waar ‘Sonderangebot’ me van mijn stuk bracht, kan ik bij ‘Weissensee’ terug een beetje tot rust komen. Waar zal de reis nu naartoe leiden?

‘Im Gluck’ begint met klotsende watergeluiden en onverstaanbare dialoog. Dit soort mysterieuze intro’s kunnen me vaak wel bekoren. Ik krijg flashbacks naar ‘Spiderland’ van Slint, de bandleden die rondzwemmen in een verlaten steengroeve op de albumhoes. Ook die muzikanten zijn ongetwijfeld door Neu! geïnspireerd. Dreunende geluiden begeleiden de muziek, Brian Eno springt onmiddellijk in mijn geheugen. Bouwstukjes van een ‘Big Ship’ zijn hierin terug te vinden.

Industriële geluiden weerklinken, er is zelfs een drilboor te horen. Geluid van een mensenmassa. De klanken worden wederom beklemmender en dringender en plots komt er een lekker baslijntje tevoorschijn. Welkom in ‘Negativland’. Dit is op een rare manier erg dansbaar. Ongelooflijk hoe avant-gardistische muziek zo meeslepend kan zijn. De bas danst nog een beetje rond en er wordt gespeeld met het ritme, tot ook dit nummer helaas tot een einde komt. De speelduur, die op papier behoorlijk lang is, is voorbij voor je het goed en wel beseft, door de enorme vindingrijkheid van de muzikanten.

‘Lieber Honig’ doet me in de eerste seconden denken aan een mengelmoes van ‘Sunday Morning’ en ‘Wish You Were Here’, tot de vocalen erbij komen. Klaus Dinger “zingt” hier, en hij klinkt als een alien met longkanker (it was the best I could do). Dat bedoel ik niet noodzakelijk negatief, want het werkt opnieuw erg ontroerend op een vreemde manier. Na afloop blijft de luisteraar achter met een behoorlijke mindfuck, maar men wil ook zo snel mogelijk opnieuw luisteren. Dat was althans bij mij het geval. Voor de doorsnee muziekliefhebber zal Neu! misschien een te harde noot zijn om te kraken, maar muziek als deze verdient een aandachtig oor en een open geest. Dit moet ik nog veel vaker beluisteren, en ik weet niet of ik het ooit volledig zal begrijpen.


Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri !

Queens of the Stone Age - Villains (2017)

poster
3,5
Wat worden we toch verwend dit jaar! Na nieuw materiaal van Slowdive, Gorillaz, Elbow en vele andere gevestigde waarden krijgen we deze zomer ook nog een kersverse langspeler van QOTSA op ons bord. Hoe die smaakt komt u zo dadelijk te weten.

Na het zeer degelijke, maar iets minder goed onthaalde ‘Era Vulgaris’ uit 2007, liet de band van frontman Josh Homme even niets van zich horen. Maar liefst zes jaar moesten de fans wachten op een nieuwe LP. Gelukkig was ‘…Like Clockwork’ het wachten meer dan waard. Op hun zesde plaat liet de band een erg verfrissende mengelmoes van desert/stoner rock en art rock horen met hier en daar een toefje classic hard rock. De diepgang en de donkere sound van de meeste nummers waren mede toe te schrijven aan de moeilijke periode die Homme meemaakte in 2011, tijdens een moeizaam herstel van een knie-operatie. Op het album was geen enkel slecht nummer te bespeuren, wat me doet vermoeden dat ‘…Like Clockwork’ een al dan niet bescheiden klassiekerstatus zal verwerven, althans binnen dit decennium. Voor deze nieuwe plaat ‘Villains’ hoopte ik eerlijk gezegd op meer van hetzelfde. Maar hebben we dat wel gekregen?

‘Villains’ gaat al minstens even mysterieus van start als zijn voorganger met de onheilspellende intro van ‘Feet Don’t Fail Me’. We horen een mars-achtig drumritme en langzaamaan komen er spookachtige synths uit de duisternis opdoemen. Ik krijg lichte 80’s vibes en dat is zeker niet slecht. Plots zitten we in een vette groove en valt Homme in met enorm zwoele vocalen. Het album is geproduced door Mark Ronson en dat is eraan te horen: het funk-gehalte van de nummers komt sterk naar voor. Toch wordt het nergens te plat, dit soort geluid bevalt me wel!

“Life is hard, that’s why no one survives
I’m much older than I thought I’d be
Feel like a fool, just like a dancing fool, yeah
Footloose and fancy free”


Het openingsnummer sluit naadloos aan op track 2, zijnde ‘The Way You Used To Do’, tevens ook uitgebracht als single. De gitaren klinken glammy en de bas gaat naar de voorgrond. De band neigt op dit moment meer naar de glamrock van T. Rex dan naar Kyuss, waar hun roots liggen. Maar laat ik dat nu net niet erg vinden. De ietwat dreigende sound van ‘…Like Clockwork’ wordt lichtjes teruggeschroefd en swingender gemaakt, wat zorgt voor een aparte luistervaring.

Volgend nummer, ‘Domesticated Animals’, werpt echter doomy vibes op met een typische, spookachtige QOTSA-intro. Homme gidst ons doorheen het nummer naarmate het tempo erin begint te komen. We krijgen vervolgens een hakkende beat en een grommende, vuile bas. Wat wil je nog meer? We zitten helemaal in de flow van het album. Opmerkelijk is de vrij lange speelduur van de meeste nummers op dit album. Gelukkig valt er gedurende de 5 minuten van ‘Domesticated Animals’ genoeg te beleven: tempowisselingen en een interessante soundscape; gecreëerd door de keyboards. Het nummer is een echte trip geworden.

Ook bij ‘Fortress’ wordt de tijd genomen om rustig de juiste toon neer te zetten. Homme klinkt minstens even spooky als op ‘…Like Clockwork’; en de muziek volgt zijn sinistere zang. Het is een nummer dat het wat mij betreft van de sfeer moet hebben. Wat ik hier vooral mis is een beetje dynamiek. Hier duren de 5 minuten merkbaar langer dan bij de voorganger. Desalniettemin klinkt het allemaal weer erg goed. Ook de lyrics zijn hier sterk en zelfs gevoelig voor QOTSA-normen.

“Every fortress falls
It is not the end
It ain’t if you fall
But how you rise that says who you really are
So get up and come through
If ever your fortress caves
You’re always safe”


Waar ‘Fortress’ een beetje gezapig (meer ook emotioneel) was, begint ‘Head Like A Haunted House’ meteen veel steviger. Op dit nummer hoor ik een fijne synthese van (psycho)rockabilly en de goeie, vertrouwde QOTSA-sound. Met gemak één van mijn favoriete nummers op het album, samen met ‘Feet Don’t Fail Me’. Meer van dit graag!

Wat songtitels betreft ben ik geen fan van gevatte (of vreemde) woordspelingen zoals ‘Un-Reborn Again’. Dit deed me met een bang hart terugdenken aan ‘ManUNkind’ van Metallica en het zielloze ‘Good God Damn’ van Arcade Fire. Gelukkig houdt de vergelijking ook op bij de titel. What’s in a name, tenslotte? Muzikaal is dit liedje weer dik in orde. Er gebeuren interessante dingen met de gitaar en ook de synths zorgen weer voor leukigheidjes hier en daar. Waar nodig komt een bulldozer van gitaarlawaai even voorbij om ons te laten shaken.

‘Hideaway’ klinkt niet onaardig en is een leuk deuntje maar is verder niet om over naar huis te schrijven. Daar is eigenlijk alles mee gezegd.

Wanneer ‘The Evil Has Landed’ begint, besef ik dat het album me tot nu toe nog niet heeft doen opveren van enthousiasme of me verrast heeft zoals ‘…Like Clockwork’ dat wel kon. Ergens mist ‘Villains’ iets, maar ik kan er de vinger nog niet op leggen. Misschien ligt het aan het feit dat Mark Ronson zich zodanig gefocust heeft op de groove en het funky aspect van de plaat, dat de rauwe kracht van de band iets teveel getemperd is. De plaat benadert ook qua sound het niveau niet van ‘…Like Clockwork’, wat erg jammer is.

Er is nog een kans dat het album met een geweldige apotheose komt dus zet ik ‘Villains Of Circumstance’ maar op. Met deze afsluiter worden helaas geen potten meer gebroken. De vocale melodieën zijn wel mooi, maar niet interessant om de hele speelduur te boeien. Ook instrumenteel kabbelt het maar wat voort. In plaats van een magistraal crescendo krijgen we een sober afscheid.

Queens Of The Stone Age leveren met hun 7de langspeler een oerdegelijk album af met enkele sterke en interessante songs. Toch zijn er over de hele lijn iets teveel schoonheidsfoutjes en zwakke punten om van een topplaat te mogen spreken. Vooral bij de vergelijking met voorganger ‘…Like Clockwork’ moet dit werkstuk de duimen leggen. Echter niet getreurd, ook met ‘Villains’ valt er weer te smullen. Benieuwd hoe de nummers live zullen overkomen!

Eindscore: 7/10

Deze review is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

T. Rex - Electric Warrior (1971)

poster
5,0
“I could have loved you girl
Like a planet
I could have chained your heart
To a star
But it really doesn’t matter at all
No it really doesn’t matter at all
Life’s a gas,
I hope it’s gonna last”


Jammer genoeg bleef het niet duren, want op 16 september 1977, twee weken voor zijn 30ste verjaardag, overleed Marc Bolan in een auto-ongeluk. Zelf reed hij niet, omdat hij daar te bang voor was. Hoe bitter.

Maar voor zijn dood schonk de god van de Glamrock ons nog enkele ijzersterke platen, waaronder deze mijlpaal uit de muziekgeschiedenis. ‘Electric Warrior’ wordt door velen als het eerste Glamrock album beschouwd en ik ben ook die mening toegedaan. De sound van de gitaar, het warme en sfeervolle geluid, de achtergrondkoortjes…alles aan deze plaat ademt de sfeer van Glamrock uit. David Bowie zou een jaar later zijn ‘Ziggy Stardust’-album op de wereld loslaten, maar als we het hem nog zouden kunnen vragen, zou ook hij zijn bewondering voor Marc Bolan niet onder stoelen of banken steken.

Typisch voor de liedjes van Bolan zijn de absurde, maar vrolijke en vaak ook grappige teksten. Vele nummers hebben een hoog ‘feestgehalte’, maar zijn allesbehalve oppervlakkig. Integendeel: dit album zit bomvol emotie.

“Beneath the bebop moon
I want to croon with you
Beneath the Mambo Sun
I got to be the one with you”

‘Mambo Sun’ opent het album met een heerlijk ritme en de kenmerkende zwoele zang van Bolan. Ik raad jullie aan om de teksten er toch eens bij te nemen tijdens jullie luistersessies. Op het eerste zicht lijken ze nergens op te slaan, maar de schoonheid ervan openbaart zich vrij snel. Ik ben dol op de gitaar in dit nummer, en tegen het einde is er ook nog plaats voor een coole solo. Kort samengevat is dit gewoon een sensueel, geil nummer om mee te beginnen.

‘Cosmic Dancer’ neemt meteen een beetje gas terug. Een akoestisch gitaartje en emotionele vocals zijn te horen.

“Is it wrong to understand
The fear that dwells inside a man”


Tekstfragmenten zoals deze geven reeds subtiele hints dat Marc Bolan geen onbezorgde ziel was, ook al zou men dat uit de feestelijk klinkende muziek niet meteen besluiten. Drugproblematiek en andere persoonlijke problemen doorspekten zijn korte leven, en op Pitchfork schreef een recensent het volgende, wat voor mij de essentie van zijn muziek samenvat: ‘This is not simply a man who plays party songs because he wants to: This is a man who plays party songs to fend off darkness.’ Hiervoor dient ‘Electric Warrior’ dus, en wat mij betreft kan dit doorgetrokken worden naar alle muziek: we gebruiken het om de duisternis af te weren.

‘Jeepster’ was een single en je begrijpt meteen waarom: wat is dit een aanstekelijk, catchy nummer. Meeslepend ritme en wederom erg coole lyrics. Mijn mening is dat Bolan op geen enkel nummer een overbodige zin neerpent. Elk woord is van belang hier.

“Just like a car
You’re pleasing to behold
I’ll call you Jaguar
If I may be so bold”


Autometaforen gebruiken om over vrouwen te spreken is iets wat Bolan geregeld deed, en ook dat is best wel geinig.

Bij ‘Monolith’ gaan we weer de rustigere toer op, wat zeker niet slecht is. Op het juiste toestel en met goede boxen zal dit nummer, net als het hele album, erg goed klinken. De productie van Tony Visconti is wat mij betreft dan ook zeer goed geslaagd. Zonder hem had ‘Electric Warrior’ nooit zo ‘glammy’ geklonken. ‘Monolith’ klinkt voor mij als het nemen van een warm bad. De tekst is mysterieus en gewoon erg goed. Je zal merken dat de liedjes van T. Rex ook erg ‘quotable’ zijn, simpelweg door de genialiteit ervan.

‘Lean Woman Blues’ klinkt exact zoals de titel aangeeft: bluesy, en een beetje klagerig. Toch zeker geen valse noot op het album, het hoort er allemaal bij. Opmerkelijk vind ik het enthousiasme en de passie die op elk nummer te horen zijn.

Wat daarna volgt is een wereldhit van formaat. Normaal moet iedereen het nummer ‘Get It On (Bang A Gong)’ ooit al eens gehoord hebben. Weeral een ideaal feestnummer en niet zonder reden een #1 single in vele landen. De gitaarriff…daar kan ik weinig meer over zeggen dan dat het machtig is. Zulke riffs zijn tegenwoordig dun gezaaid.

“You’re built like a car
You got a hubcap
Diamond star halo
You’re built like a car
Oh yeah”


‘Planet Queen’: groovy, cool en uiterst meezingbaar. Ook verbazingwekkend hoe Bolan de vreemde (maar goed klinkende) woordcombinaties uit zijn goochelaarshoed blijft toveren.

‘Girl’ klinkt vrij simpel maar is voor mij weer erg betoverend, dit is de kunst van songwriting volgens mij. Uiteraard zijn er genres die zich hier niet toe lenen, maar in de Glamrock kan dit dus absoluut wel. Geen gecompliceerde arrangementen, gewoon liedjes die met wat improvisatie aan het kampvuur kunnen gezongen worden, of waarmee je een feestzaal plat kan doen gaan.

‘The Motivator’ volgt hetzelfde patroon, en wat ik over de vorige nummers schreef is dus ook perfect van toepassing op dit nummer. Deze muziek is ook niet gemaakt om urenlang geanalyseerd te worden: zet je oren goed open en probeer gewoon de emotie die uit de muziek en de tekst spreekt op te vangen, dan heb je meer dan genoeg gedaan.

Het citaat waarmee ik deze tekst ingeleid heb komt uit het nummer ‘Life’s A Gas’. Geweldige, volle sound en een tekst die me altijd raakt. Ik kan niet verklaren waarom.

Een heel klein puntje van kritiek is dat ik misschien voor een andere afsluiter had gekozen dan het abrupte ‘Rip-Off’. Maar dit is niet zo erg, en wellicht zal er wel een bedoeling achter gezeten hebben. Ik wens jullie enorm veel plezier met deze klassieker en ben benieuwd naar jullie luisterervaringen.


Deze recensie, een tijdje geleden neergeschreven en niet bijzonder diepgaand, is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri

The Boxer Rebellion - Ghost Alive (2018)

poster
3,5
De alternatieve rockband The Boxer Rebellion werd gevormd in 2001 in Londen. Zanger en frontman Nathan Nicholson, afkomstig uit Tennessee, verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk na de dood van zijn moeder en leerde daar de overige bandleden Andrew Smith, Adam Harrison en Piers Hewitt kennen. In juni 2003 mocht de band optreden op het befaamde Glastonbury Festival als opener voor Keane. In 2005 kwam hun debuutplaat ‘Exits’ uit: een album vol snedige indierock dat elementen van Radiohead, The Killers, Coldplay en Keane in zich droeg maar toch een eigen smoel had. Ook bands uit de hoogtijdagen van de Britpop waren in het oudere werk nooit veraf. The Boxer Rebellion bereikte voor mij een artistiek hoogtepunt met het album ‘The Cold Still’ uit 2011. De songs waren stuk voor stuk ijzersterk en lieten een geheel eigen geluid horen, met de zang van Nicholson als grote troef. Het album werd prompt tot mijn favorieten van het decennium gebombardeerd, maar vervolgens verloor ik de band een beetje uit het oog. In 2013 liet opvolger ‘Promises’ een commerciëler, gepolijst geluid horen en de leadsingle ‘Diamonds’ werd zelfs een bescheiden hitje. Een deel van de fanbase was echter niet opgezet met de langzame maar zekere verdwijning van het geluid van weleer. Zelf vind ik ‘Promises’ een degelijke plaat waar een aangenaam lentebriesje door de productie lijkt te blazen, wat de songs een soms hemelse bijklank geeft. Als geheel overtuigt de plaat echter minder dan zijn voorganger, en het frisse lentebriesje waait soms iets te hard, wat de nummers dan weer niet ten goede komt. Voor ‘Oceans By Oceans’ uit 2016 werd er overgegaan van de lente naar de zomer. Meer synthklanken deden hun intrede, en voor sommigen begon The Boxer Rebellion nu wel heel erg luchtig te klinken. Over het algemeen vind ik dat wel meevallen, zeker vergeleken met bands die ‘full commercial’ en beyond zijn gegaan (‘Mylo Xyloto’ van Coldplay bvb). Toch nam de band de commentaar van hun fans ter harte. Het laatste album, ‘Ghost Alive’, is derhalve een semi-akoestische plaat geworden met intiemere songs. Of dit goed uitpakt komt u hieronder te weten!

Single ‘What The Fuck’ opent het album met een merkwaardige titel en, belangrijker, met een erg goed lied. De muzikale omlijsting van de band vormt de gedroomde biotoop voor Nicholsons engelachtige zang. De sfeer is ingetogen en de song krijgt ruimte om te ademen met een eenvoudig arrangement: sobere akoestische gitaar, smaakvolle percussie en hier en daar een perfect afgemeten dosis strijkers. Tekstueel is alles hier prima. Erg knappe opener!

‘Rain’ gaat weer mooi akoestisch van start en bloeit open tot een zacht nummer met een rijke, zalvende klank. Er had misschien een minuutje afgetrimd kunnen worden, maar dat stoort op dit punt in het album niet echt.

‘Love Yourself’ is op geen enkele manier verwant aan het gelijknamige monsterhit van Justin Bieber. We horen hier een fijn klankenpallet ondersteund door subtiele synths en een solide ritmesectie. Nicholson is zeer goed bij stem en tilt alle nummers tot nu toe met gemak naar een respectabel niveau. Hier en daar is er ook nog een knap gitaarlijntje te bespeuren.

In ‘Fear’ zoekt Nicholson de hogere regionen op met een knappe falsettostem. Dit werkte op vorige platen vaak erg goed en dat is ook nu niet anders. Wel kabbelt het allemaal iets te traag voort naar mijn smaak. Muzikaal gebeurt er te weinig om me echt te overtuigen, dus reken ik het nummer niet tot mijn favorieten.

‘Here I Am’ heeft, zoals sommigen al opgemerkt hebben, een anthem-achtige kwaliteit en behoort tot de beste nummers van de plaat en wellicht ook van alles wat de band ooit heeft uitgebracht. Zo overtuigend en diep klonken deze heren al even niet meer. Een emotionele topper met ongelooflijk sterke vocalen.

“A drop in the ocean,
Moved in slow motion
And it hit me out of the blue
I follow blindly, however unlikely
That I’d find you, I’d find you,
I just knew
Here I am
I lost you once
I won’t lose you again”


Volgende track ‘Don’t Look Back’ doet de luisteraar even opveren met een stevigere drumpartij, wat contrasteert met het breekbare ‘Here I Am’. We krijgen hier weer een degelijk nummer voorgeschoteld met genoeg dynamiek, wat wel nodig was na de rustig voortkabbelende eerst helft van het album.

Op nummer 7, ‘Lost Cause’, wordt er weer leuk getokkeld op de gitaar. Toch wijkt het nummer qua sound af van de andere fragiele nummers. Qua percussie gebeurt er niets, wat me doet vermoeden dat Piers Hewitt zich bij momenten toch wel verveeld moet hebben tijdens de opnames van deze breekbare, verstilde songs. Ik verveel me echter nog niet met deze plaat, en dat blijft natuurlijk het belangrijkste.

‘Don’t Ever Stop’ luistert makkelijk weg met repetitieve, catchy zang en een sober arrangement. Waar de plaat mijn aandacht nog kon vasthouden op het vorige nummer, beginnen mijn gedachten hier wat af te dwalen. Een volgend zwak puntje van het album wordt onthuld.

‘River’ is een knap, rustig lied. De tekst is mooi en hoopvol met eenvoudige doch doeltreffende beeldspraak. Vooral in het refrein krijg ik sterke positieve vibes over me heen. Leuk om zo naar het einde van het album te gaan.

“And I used to sit by the river
Hoping one day it would lead me to the sea
And I used to sit by the river
Knowing one day it would lead me to my dreams”


‘Under Control’ is een prima nummer maar het biedt jammer genoeg te weinig variatie op de voorgaande nummers om indruk te maken. Veel meer kan ik hier ook niet over zeggen. De grootste pech die het nummer heeft is dat het op nummer 11 pas voorbijkomt. Het nummer is perfect inwisselbaar met bijvoorbeeld nummer 4, ‘Fear’.

‘Goodnight’ is, u raadt het al: een fragiele, intieme afsluiter. Mooi hoor, maar op dit punt heb ik het wel gehad met de emotionele singer-songwriter die in zijn slaapkamer de pijn van zich afzingt. Want zo klinkt ‘Ghost Alive’ wel grotendeels: Nathan Nicholson als een soort Damien Rice of Novastar die door zijn band subtiel begeleid wordt. Een Nick Drake bijvoorbeeld wist ook al dat intimiteit en breekbaarheid niet te lang mogen duren: zijn meesterwerk ‘Pink Moon’ telt slechts 27 minuten. Ik wil echter ook niet te negatief worden, op zich zijn de nummers individueel zeer knap.

Concluderend stel ik dat ‘Ghost Alive’ een erg mooi album is geworden. Een welkome afwisseling met het gladde, commerciëlere geluid van de vorige twee albums. Een switch naar de akoestische sound die hier wordt gepresenteerd was geen slecht idee, maar als geheel weet ‘Ghost Alive’ net iets te weinig te boeien om potten te breken. Ook mis ik soms het bandgeluid, zoals ik reeds eerder aangaf. Er is sprake van enkele geweldige uitschieters (‘What The Fuck’, ‘Here I Am’). Deze leggen de lat echter zodanig hoog dat de overige nummers niet altijd de nodige impact kunnen maken. Toch zijn alle nummers individueel sterk genoeg om tot een mooi cijfer te komen.

Deze review is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op Facebook

The Killers - Battle Born (2012)

poster
3,5
Mijn comment over de stem van Flowers blijkt toch onzin te zijn. Het album begint te groeien. Mooie popliedjes, niets meer of minder. Runaways blijft een prachtsingle, en Miss Atomic Bomb wist me ook snel te overtuigen. Weinig nummers blijven echt hangen, maar het zoete americana sfeertje maakt dat het album enorm lekker wegluistert. Een puntje van kritiek is wel dat de teksten soms wel erg prepuberaal of inspiratieloos overkomen. Gelukkig gebeurt dit niet te vaak

The Vaccines - Combat Sports (2018)

poster
3,5
‘What Did You Expect From The Vaccines?’ In 2011 verwachtte niemand iets van deze jonge indierockband. Daar kwam snel verandering in toen hun debuut vol frisse rocksongs op de wereld werd losgelaten. Het duurde niet lang vooraleer de band werd vergeleken met legendarische acts als The Ramones en The Strokes. De verslavende, zomers klinkende muziek zat boordevol catchy hooks, en voor we het goed en wel beseften zat iedereen enthousiast mee te zingen over een ‘Wetsuit’, ‘Post Break-Up Sex’ en een meisje genaamd Amanda Norgaard. De zomer van mijn 16de levensjaar was het jaar van The Vaccines en hun pretentieloze, extreem aanstekelijke muziek. Deze nostalgiefactor speelt in het voordeel van de band, maar toch probeer ik zo objectief mogelijk te blijven, voor zover dat kan in een recensie.

Na hun uitstekende eerste LP volgde al snel het sophomore album ‘Come Of Age’. Nog onder de indruk van hun eerste worp, slikte ik ook de opvolger als zoete koek. De meeste songs stonden nog steeds als een huis, de hooks waren nog steeds aanwezig en bovenal luisterde het gewoon verdomd lekker weg. Na 6 jaar aan de unief en talrijke andere muzikale ervaringen waren de herinneringen aan The Vaccines echter gedeeltelijk weggevaagd. Vergelijk het met een vakantieliefde die het hart stevig beroerd heeft maar waarvan slechts een enkele, vergeelde foto overblijft. ‘English Graffiti’ uit 2015 en de EP ‘Melody Calling’ gleden zo goed als onopgemerkt voorbij. Enkel een paar singles zoals ‘Dream Lover’ bleven wat langer hangen en zijn in een playlist met catchy tunes beland. Toen ik enkele maanden geleden op Studio Brussel het nummer ‘I Can’t Quit’ hoorde voorbijkomen, voelde ik toch een nostalgisch steekje in mijn borststreek (althans hoop ik dat het nostalgie was). Zou deze vakantieliefde na het verstrijken van enkele jaren nog dezelfde charme en schoonheid bezitten? Kan het hart nog eens kortstondig veroverd worden? De nieuwe plaat ‘Combat Sports’ deed deze hoop toch even opflakkeren. En ook al worden niet alle verwachten ingelost, toch is deze laatste plaat van The Vaccines een vreugdevol feest der herkenning geworden, veel energieker en frisser klinkend dan het overgeproduceerde gedrocht dat ‘English Graffiti’ was.

‘Put It On A T-Shirt’ is een uiterst fijne intro waar meteen de zonnige klank van het debuut op de voorgrond staat. Frontman Justin Young klinkt top en schudt enkele zeer leuke zanglijnen uit de mouw van zijn flanellen hemdje. Het lied is doorspekt met spelplezier, wat ook terug te zien is in de YouTube-clips. Laat maar komen, jongens.

“Help me make my mind up
And as you’re tying up my shoes
My ego sang me lullabies
But my conscience sang the blues”


Single ‘I Can’t Quit’ zet de toon verder en is een meezinger/oorwurm van formaat. Waar sommigen de ‘oe-oe’s’ en de simpele opbouw goedkoop zullen noemen, vind ik het vooral heerlijk om eens van ongecompliceerde tracks als deze te kunnen genieten. Deze jongens willen gewoon lekkere, onbezorgde muziek maken en daar slagen ze vooralsnog glansrijk in.

Wanneer ‘Your Love Is My Favourite Band’ voor het eerst weerklonk, dacht ik dat Spotify plots op één van mijn 80s playlists was overgeschakeld. De vrolijke synth-intro en vocale melodieën grijpen sterk terug naar mijn favoriete muziek uit desbetreffend decennium. Een erg geslaagde feelgood song die ten huize Vinck erg vaak gedraaid zal worden, liefst terwijl de barbecue staat te roken en de geur van Provençaalse kruiden de buren doet watertanden. Nog een pintje erbij en het leven wordt niet meer mooier.

“I turn my radio on for you baby
At 2 AM they will be playing your song
I turn my radio on for you baby
I’ve been waiting all night long

I know you like to do me wrong
But your love is my favourite song
I knew you wouldn’t understand
But your love is my favourite band”


Track 4, ‘Surfing In The Sky’, is met slechts twee en een halve minuut één van de kortste liedjes op het album. Het is een energiek, uptempo nummer, wat de dynamiek van ‘Combat Sports’ ten goede komt. Melodieus, met stevige gitaarpartijen en voortstuwende drums: zo heb ik het graag. Classic Vaccines.

Hierna komt ‘Maybe (Luck Of The Draw)’ aan beurt. Mooi sfeervol gitaarwerk alweer, de catchy deuntjes vliegen de luisteraar rond de oren. De zon breekt door de wolken en ik voel me weer even 16 jaar. Onbezorgd genieten.

Daarna wordt er even opvallend gas terug genomen met ‘Young American’ (hulde aan Bowie?). Justing Young croont hier en haalt zijn meest suggestieve, erotische teksten boven. Leuk tussenstukje om even te bekomen van de hevigere riffs.

“Hold me in the grips of your jaw
So you can show me what my mouth is for
Suffocate me in between your thighs
And take me swimming naked in your eyes”


‘Nightclub’, ook een single, knalt er weer in. Eén van de meest energieke nummers van de plaat, met een lekkere nerveuze sound. So far, so good. Tot nu toe haalt de plaat een vrij constant niveau. Geen gigantische uitschieters, maar zeker ook geen miskleunen.

‘Out On The Street’, veel zomerser dan dit gaat het niet worden. Op dit punt in ‘Combat Sports’ begin ik te geloven dat deze plaat als geheel niet gek veel zal moeten onderdoen voor het debuut, aangezien ik me nog geen moment verveeld heb. Daar zal de erg bescheiden speelduur van het album (dik halfuur) misschien ook wel voor iets tussenzitten.

‘Take It Easy’ bouwt verder op dezelfde formule en is alweer voorbij voor je er erg in hebt. Helemaal niet erg, daar dient de replay knop voor. De sfeer is laidback, fris en dat is vooral te danken aan de uitstekende productie. Groot contrast met de voorganger.

“That’s the problem with people like me
Why make it hard when you could make it easy
Take it easy, take take it easy
Why work hard when you could take it easy”


‘Someone To Lose’ breekt geen potten meer, maar luistert ook lekker weg. Beetje een niemendalletje deze, maar zeker ook geen lelijk eendje.

‘Rolling Stones’, met de fijne orgelachtige klanken, is zonder meer een opgewekte, keurige afsluiter. Niets dat in de Tijdloze terecht zal komen, maar gewoon een naar bier en friet geurende vaarwelkus op de eerste kermis van de lente. Bedankt, jongens.

‘Combat Sports’ is een album dat me vrolijk maakt. The Vaccines zijn terug van nooit echt weggeweest met deze plaat die boordevol levensvreugde en spelplezier zit. Complexiteit of hoogstaande muzikale composities hoef je hier niet op te zoeken, maar dat hoeft ook helemaal niet. Waar ‘English Graffiti’ de oren teisterde met dichtgeplamuurde en ongeïnspireerde songs, doet ‘Combat Sports’ de gordijnen wapperen met één van de meest verfrissende briesjes in tijden. Het album als geheel zal ik misschien geen 20 keer meer beluisteren, maar de overgrote meerderheid van de songs komen wel terecht in mijn (zomerse) playlisten. Op naar de volgende!

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op Facebook

The War on Drugs - A Deeper Understanding (2017)

poster
5,0
Het moet ergens in de lente van 2014 geweest zijn dat The War On Drugs voor het eerst op mijn muzikale radar verscheen, kort na de release van hun derde album ‘Lost In The Dream’. Die plaat betekende ook de grote doorbraak voor Adam Granduciel en zijn makkers uit Philadelphia, met noteringen in allerhande eindejaarslijstjes. Mede-oprichter en wonderkind Kurt Vile was er ten tijde van ‘Lost In The Dream’ al even niet meer bij en had zelf al enkele sterke platen gemaakt. Het was geen liefde op het eerste gezicht tussen mij en de band, maar na slechts enkele luisterbeurten viel de spreekwoordelijke euro en kon ik geen genoeg meer krijgen van de dromerige Americana-sound, de magnifieke gitaarsolo’s en de vreemde maar toch erg bezwerende mix tussen shoegaze, 80’s heartland rock en zelfs ambient-vibes. Enkele van mijn muzikale helden waren duidelijk terug te horen in de sound van deze band: Bruce Springsteen, Dire Straits en Tom Petty, maar zeker ook Bob Dylan en zelfs My Bloody Valentine en Sonic Youth. Op het einde van 2014 kroonde ik ‘Lost In The Dream’ dan ook graag tot beste album van het jaar.

Het was dus zeker uitkijken naar wat de band nog allemaal zou gaan presteren. Een eerste hint naar een nieuw album kwam er op 22 april 2017, Record Store Day. Ter gelegenheid van die dag bracht The War On Drugs een nieuwe single uit met een speelduur van maar liefst 11 minuten en 13 seconden. Het stuk droeg de titel ‘Thinking Of A Place’ en is wat mij betreft één van de sterkste singles van 2017. Op 1 juni kondigde de band officieel het nieuwe album, ‘A Deeper Understanding’, aan. Genoeg om muziekliefhebbers overal ter wereld te laten watertanden. Worden de verwachtingen ingelost en wordt de kwaliteit van ‘Thinking Of A Place’ over de hele lijn doorgetrokken? U leest het hier.

Van dit album werden in totaal vijf singles uitgebracht voor de officiële release, wat best veel is. Het album verspeelt daarmee het verrassingseffect van een eerste luisterbeurt, maar niet getreurd: The War On Drugs moet het niet hebben van verrassingseffecten, wel van ijzersterke composities. De laatst uitgebrachte single is opener ‘Up All Night’. Een iets vinnigere opener dan ‘Under The Pressure’ op het voorgaande album, wat zeker welkom is. Naast de motorik-groove waar velen al naar verwezen hebben, wordt er hier ook eens geëxperimenteerd met een drumcomputertje hier en daar. Helemaal vertrouwd wordt het wanneer de kenmerkende stem van Granduciel door de speakers klinkt. Hemelse melodieën alom, met een nooit eerder geziene gelaagdheid. Het ene moment zweven we, het andere worden we wakker geprikt door een gitaartje of een synthmelodie. Perfecte intro voor deze plaat.

‘Pain’ is een nummer dat voor mij heel sterk uit de verf komt in de context van het album. Niet voor niks is de albumtitel geplukt uit de tekst van dit nummer. Alle ingrediënten die ‘Lost In The Dream’ tot een groot success maakten zijn ook hier in overvloed aanwezig. Genieten geblazen! De teksten van Granduciel zijn heerlijk vaag en suggestief, met genoeg melancholische beeldspraak om een tijdje zoet mee te zijn.

“I’m just pulling on a wire, but it just won’t break
I’ve been turning up the dial, but I hear no sound
I resist what I cannot change, own it in your own way
Yeah, I wanna find what can’t be found”


Die laatste zin vat voor mij de essentie samen van deze muziek en de bijhorende ‘vibe’. We zijn allemaal op de dool, op zoek naar een hoger doel en zingeving, ook al weten we diep vanbinnen dat we dit nooit zullen bereiken.

‘Holding On’ was eveneens een single, en eentje die me meteen bij mijn nekvel greep. De spacy sound en het voorstuwende drumwerk doen het voor mij. Wederom een sterke tekst. Wat vooral opvalt aan dit album, is dat het een logisch vervolg is op ‘Lost In The Dream’, alleen nog grootser gemaakt. Alsof de band nu echt helemaal zijn vleugels uitslaat.

“Ain’t no way I’m gonna last
Hiding in the seams, I can’t move the past
Feel like I’m about to crash
Riding on my line, I keep keeping on
Once we were apart and I could see red
Never trying to turn back time
Never meant to bring my pain to the front and into your life”


Na dit meer energieke nummer wordt er een beetje gas teruggenomen op ‘Strangest Thing’. De gitaren meanderen lekker en Granduciel klinkt met zijn verzuchtende manier van zingen als een man die niks liever wil dan de ‘highway’ oprijden en de zonsondergang tegemoetrijden, peinzend over de ingewikkelde relaties der mensen. Halverwege barst het nummer los met enkele prachtige melodieuze uithalen. The War On Drugs houdt de balans er perfect in, waardoor dit lange werkstuk nooit gaat vervelen.

Na het vrij epische einde van ‘Strangest Thing’ is het tijd voor ‘Knocked Down’, een nummer dat niet eerder als single werd uitgebracht. Voor wie alle singles reeds grijsgedraaid had valt dit dan ook vrij hard op. We beginnen heel rustig; een perfect sfeertje voor in de late/vroege uurtjes. Het kan niet altijd bombast zijn: op de vorige nummers voelde je hoe Granduciel zijn demonen verdreef; hier neemt hij de tijd om even naar adem te happen. En dat heeft zelden mooier geklonken.

De rust duurt echter niet lang, want plots zitten we op een rollercoaster met de naam ‘Nothing To Find’. Wat een solide drumwerk, wat een rijkdom aan instrumentatie. Een harmonica kon hier natuurlijk niet ontbreken. Mijn oren pikken echter nog een heel ander spectrum aan geluiden en instrumenten op die zich bij volgende luisterbeurten ongetwijfeld nog zullen openbaren.

“But my love is on the line
I pushed my way through the pack
I kept sliding out of time
Now our moon is on the rise
There is always something bigger
Leaning on the other side, yeah”


Dan breekt het moment aan om de loftrompetten nog eens boven te halen, want plots is daar ‘Thinking Of A Place’. Of hoe een monument van een nummer toch ingetogen kan zijn. ‘Thinking Of A Place’ evenaart met gemak het niveau van alle nummers op de voorgaande plaat en overstijgt dit soms zelfs. Dit is gewoon pure klasse: betoverend tot de laatste seconde. Granduciel schetst met zijn suggestieve teksten een spookachtige, doch bloedmooie wereld waarin de luisteraar maar al te graag verdwaalt. Een wereld vol gebroken harten en gekneusde dromen, moving through the dark. On a long black night.

“And I’m looking at the moon
And the light it shines
But I’m thinking of a place
And it feels so very real
Oh, the suffering of love”

‘In Chains’ begint veelbelovend en lost alle verwachtingen in. Knap hoe de band erin slaagt om na het indrukwekkende ‘Thinking Of A Place’ de vaart erin te houden. Waar mindere bands hun spanningsboog zouden kwijtspelen, demonsteren The War On Drugs hoe goed ze het vak inmiddels beheersen. In mijn achterhoofd vraagt een stemmetje of dit toch niet teveel op ‘Lost In The Dream’ begint te lijken, maar dat stemmetje wordt snel het zwijgen opgelegd. ‘A Deeper Understanding’ is de volgende logische stap op het pad van deze band, een pad dat hierna wel een iets andere richting zal moeten uitgaan, maar dat zijn zorgen voor later.

Met ‘Clean Living’ gaan we stilaan naar het einde van het album toe, en dit op een erg ontspannen manier. We hebben de grote emoties gehad, nu is het tijd voor wat meer nuance en bezinning. De zes minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt.

‘You Don’t Have To Go’ is een waardige afsluiter voor een grandioze plaat. Echo’s van ‘Lost In The Dream’ komen onvermijdelijk weer voorbij, maar dit stoort in geen geval, integendeel. Introspectie is hier het sleutelwoord. Granduciel zingt met gevoel, heel breekbaar en toch glashelder. Zijn vocalen worden omzwachteld met een deken van dromerige geluiden. De luisteraar maakt zich klaar om uit dit warme muzikale bad te stappen, de angst voor het onbekende te temperen en de kilte van de meedogenloze nacht de trotseren.

Conclusie: The War On Drugs hebben in zekere zin een ‘Lost In The Dream Vol. 2’ gemaakt, maar door het zo te noemen zou het harde werk en de passie die in ‘A Deeper Understanding’ zitten, tenietgedaan worden. De band scoorde in 2014 grandioos, wat het nogal logisch maakt dat ze zichzelf niet compleet zouden heruitvinden voor deze laatste worp. Granduciel (verantwoordelijk voor het meeste materiaal op de plaat) perfectioneert zijn songs hier helemaal en maakt met ‘A Deeper Understanding’ een schitterend album dat zonder twijfel in mijn eindejaarslijstje zal verschijnen. Hulde! En we drukken nog eens op de repeat-knop.

Eindscore: 9/10

Deze recensie is afkomstig van mijn muziekblog Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook

Youth Lagoon - The Year of Hibernation (2011)

poster
5,0
In het kader van een albumclubje met vrienden schreef ik volgende recensie

Deze plaat komt het best tot zijn recht in deze lenteperiode waar er elke dag nog getwijfeld wordt tussen blauwe lucht of druilerigheid, tussen warme geuren die uit het gebladerte opstijgen of frisse regen die een grijze hemel parfumeert met aroma’s die de diepste mijmeringen in ons doen ontspruiten.
Het album was mij niet geheel onbekend, zoals ik reeds schreef bij de aankondiging/presentatie: ergens in 2015 was ik op zoek naar nieuwe films om te bekijken en begon ik mijn nieuwe methode te hanteren om films te selecteren voor mijn watchlist. Die methode bestond eruit om films te kiezen op basis van hun soundtrack: indien ik een aantal nummers op de soundtrack zag staan die een bepaalde sfeer opriepen, of de muziek in de film werd door critici geprezen, dan ging ik die film onthouden om te bekijken. Volgens mij was dit ook het geval met de film ‘The Kings Of Summer’. Bovendien is dit ook nog eens een coming-of-age-film, een genre dat mij sowieso erg aanspreekt, dus het leek al niet meer fout te kunnen gaan. De film gaat over -u raadt het misschien al- jongens die de grens van volwassenheid naderen en bijna vaarwel moeten zeggen aan de onschuld die onze kindertijd typeert. De hoofdpersoon Joe woont bij zijn alleenstaande vader en wil rebelleren om de (naar zijn mening) kwalijke invloed van ouders, school, etc…te ontvluchten. Samen met zijn vriend Patrick en een weirdo genaamd Biaggio bouwt hij een huis in het midden van een bos, met het plan om daar uiteindelijk te gaan wonen, afgesloten van de bemoeizieke buitenwereld. In de film werd, naast muziek van o.a. MGMT, ook het liedje ‘17’ van Youth Lagoon gebruikt. Ik hoef jullie niet te vertellen dat dit een perfecte keuze was, volledig in lijn met de sfeer van de film. ‘17’ kwam meteen in mijn lijstjes terecht en zal ik altijd blijven associëren met die film en met een periode waarin ik zelf terugverlangde naar de simpele en schijnbaar gelukkigere vroege jeugd.

Trevor Powers heeft met ‘The Year Of Hibernation’ een intiem en toch grandioos kunstwerk afgeleverd dat eigenlijk tekort gedaan wordt door er woorden tegenaan te gooien, maar ik ga toch mijn best doen.
‘Posters’ is een schitterende opener en levert tevens ook de blauwdruk voor de rest van het album. De liedjes klinken bijna allemaal alsoof ze in een slaapkamer zijn opgenomen: Powers werd aanvankelijk tot het zogenaamde ‘bedroom production’ genre gerekend maar niets is minder waar. Deze muziek werd wel degelijk opgenomen in een professionele studio (ook al werden er wel verschillende kamers gebruikt voor bvb. het natuurlijke galm-effect). Het laagje lo-fi nummers dat over de liedjes gegoten is geeft een onweerstaanbare charme: omdat je de lyrics ook vaak niet kan verstaan, wil je de nummers keer op keer herbeluisteren om ze te ontcijferen en om nog meer schoonheid in het nummer te ontwaren. Het is moeilijk in woorden te vatten, maar over heel het album lijkt een soort filter te liggen waardoor de muziek soms even ver weg klinkt als onze kindertijd van ons af ligt, en tegelijk zo dichtbij. Zowel stilistisch als inhoudelijk worden de thema’s van nostalgie, jeugd en angst/onzekerheid dus aangekaart.

‘Posters’ bloeit vanuit enkele toetsen op het keyboard en de dromerige stem van Trevor open tot een magnifiek lied waar al meteen een gevoel van zuivering/euforie opgeroepen wordt, met tegelijk het gevoel dat we op onze hoede moeten zijn: deze volwassen wereld herbergt zoveel gevaren.

“Started getting older
I took it on myself
To find out why
I'm the way that I am
But I can’t find a conclusion”

Vele mensen, bijna iedereen, leggen deze zoektocht voor zichzelf af. Sommigen vinden enkele antwoorden maar de meerderheid blijft een heel leven lang naar strohalmen grijpen om te kunnen vatten waarom we de dingen doen die we doen, waarom we voelen wat we voelen en vooral waarom het soms zo moeilijk lijkt om het geluk vast te kunnen houden. Prachtig.

En dan nog deze:

“You make real friends quickly
But not me...”

Spreekt voor zichzelf denk ik. Trevor stelt zich vanaf het begin meteen enorm kwetsbaar op voor zijn publiek. Ik geloof meteen dat het maken van het album een ongelooflijk emotioneel project moet geweest zijn dat uiteindelijk wel therapeutisch gewerkt heeft.

‘Cannons’ bouwt verder op de funderingen die door ‘Posters’ gelegd zijn, zowel qua vorm (bijna nergens wordt een traditionele strofe-refrein structuur gevolgd) als in de lyrics:

“Rolling up the windows of my '96 Buick
So the rain can't get inside of it
I have more dreams than you have posters of your favorite teams”

Het is wederom een schitterend nostalgisch lentenummer waarin de galm van de gitaar en de effecten op de piano/keyboard leiden tot een zalige roes, allemaal onder leiding van Powers’ eigenaardige en typerende stem.

‘Afternoon’ begint met een hook die zo krachtig is dat Brian Wilson en Paul McCartney er volgens mij jaloers op moeten zijn. Het is niet verwonderlijk dat dit nummer relatief veel airplay gekregen heeft op de radio en ook één van de populairste nummers van het album is. Het moment dat de beat en de gitaren erin komen is één van mijn favoriete momenten op het album. Geweldig genieten dit.

Vlak daarna krijg ik dan nog eens ‘17’ voor de kiezen, alsof het allemaal nog niet mooi genoeg was. Ik kan zonder overdrijven zeggen dat dit lied nu in mijn top 1000 aller tijden staat en er nooit meer uit zal verdwijnen. De gevoelens die het bij me oproept kan ik niet in woorden omzetten zonder als een gek te klinken dus zal ik dat ook niet proberen, maar volgens mij is nog nooit iemand zo dicht gekomen bij het vertalen van een heel specifiek beeld/gevoel naar muziek als Youth Lagoon hier presteert.

“Oh, when I was seventeen
My mother said to me
‘Don't stop imagining. The day that you do is the day that you die’
Now I pull a one-ton carriage
Instead of the horses, grazing along
I was having fun
We were all having fun”

Existentiële overpeinzingen op de nationale feestdag van de V.S., daarover gaat ‘July’: meer bepaald over het feit dat we liefde soms moeten loslaten om te leren wat het betekent om lief te hebben. Powerful stuff in een krachtig nummer. Het duurde even vooraleer het kwartje viel bij dit lied, maar eens het nummer zijn schoonheid blootgaf was ik weer helemaal verkocht.

“If I had never let go, then only God knows where I would be now
I made a bridge between us then I slowly burned it
Five years ago, in my backyard, I sang love away
Little did I know that real love had not quite yet found me”

Net op het juiste moment breek ‘Daydream’ heel even het patroon van dromerige, mid-tempo mijmeringen om eens een frisse wind te laten blazen doorheen het album. Het lied klonk op het eerste zicht wat atypisch, maar blijkt zeker ook in het kader van het album te passen. Persoonlijk had ik het niet erg gevonden om heel de plaat lang kleine lo-fi kunstwerkjes te horen, maar ik kan me voorstellen dat ‘Daydream’ voor een aantal luisteraars een welkome afwisseling biedt.

Een tweede absolute favoriet die ik leerde kennen door dit album meermaals te draaien is het liedje ‘Montana’, waarvan de videoclip trouwens een absolute aanrader is. Meestal geven clips niet echt een meerwaarde, maar bij dit nummer is dat zeker wel het geval.

“A door is always open if it isn't closed
And a plant is said to be dead if it doesn't grow

I'll grow
I will grow”

Bij de tweede of derde luisterbeurt gingen alle haren op mijn lichaam recht overeind staan rond 1:30 van ‘Montana’. Vanaf dat moment wordt er opgebouwd naar een emotionele climax en tegen de tijd dat de laatste noten weerklonken, blonken er behoorlijk wat manly tears in mijn ooghoeken. Het was een tijdje geleden dat ik de kracht van muziek nog zo uitgesproken gevoeld heb. Vandaar ook de hoge score die ik de plaat heb toebedeeld.

‘The Hunt’ is een waardige afsluiter van dit fabelachtige album. Heel toepasselijk eindigt de plaat (officieel dan toch) met een nummer dat dromerig klinkt, maar zowel licht als diepe duisternis in zich draagt:
“I will swear to you now that I'm not what they say
I have a sickness in my head that won't go away
And by the time the bugs eat their way out of my skull
Will you still say 'I love you'? Will you still want my soul?”

Ik ben enorm blij voor Trevor Powers dat hij deze plaat heeft kunnen maken en zo een deel van zijn demonen heeft kunnen bezweren, al dan niet tijdelijk. Hij heeft er zoveel mensen plezier mee geschonken: als je reddit en enkele muzieksites erop naleest wordt snel duidelijk dat deze plaat een cult following heeft en zeer geliefd is bij een bepaalde groep muziekliefhebbers.

Ook de bonusnummers zijn hier van hoge kwaliteit, en dat zegt op zich ook al veel!

‘The Year Of Hibernation’ zal omwille van belachelijke redenen misschien nooit uitgroeien tot een grote klassieker van het decennium zoals ‘The Suburbs’ of ‘Lost In The Dream’, maar de emotionele kracht die erachter zit valt niet te ontkennen. Voor mij is het alvast een persoonlijke klassieker geworden. De meeste liedjes op deze plaat beginnen klein, schuchter, ineengedoken in een hoekje van de slaapkamer…maar in elk nummer brandt een verlangen om te ontdekken en op avontuur te gaan…eerst een stapje buiten de slaapkamer, vervolgens de wijde wereld in…en als het kan ook nog even terug in de tijd, naar een tijd waarin we klein waren. Klein, onwetend, gelukkig en omringd door mensen die het beste met ons voor hadden. Een tijd waarin er van schaduwen nog geen sprake was.