Vreemd genoeg verwachtte ik een modern klassieke plaat te gaan horen, platen die mij de laatste tijd, om enigszins mysterieuze redenen, regelmatig worden toegezonden. Een verwachting die nergens op blijkt te slaan of het moet zijn omdat Lennon-McCartney en Brian Wilson toch wel de Bach en Mozart van de 20e eeuw genoemd kunnen worden. Vaatjes waar Van Norden niet alleen succesvol uit tapt maar ook het ambitie niveau van probeert te benaderen en soms haalt.
Dat uit zich in de twee plaatkanten, die hierboven al voldoende zijn benadrukt. Dat deel hoef ik niet te herhalen. Waar ik wel mijn lofzang op wil zingen, is de succesvolle wijze waarop Van Norden zijn invloeden laat samensmelten met invloeden uit de indie poprock uit de jaren 90 en de streng psychedelische regels, waar artiesten als Jacco Gardner meer onder leden dan zweefden en deze vertaalt naar prachtige songs. Hij weet beide elementen om te smeden in popsongs van een hoog niveau. Kortom, een plaat waar hits op gestaan zouden hebben; in een ander tijdperk. Daarom is het juist zo mooi dat een plaat als deze, met de enorme ambitie die hieruit spreekt, nog gemaakt kunnen worden in 2018. In een adem op deze plek ook even hulde van Jan Stroomer en zijn The Stream die met 'Sweet Sally Sad Departure' dit jaar ook al zo'n enorm ambitieus en artistiek succesvol product heeft afgeleverd.
Niet alles is hosanna. Een aantal songs komt in mijn ogen iets minder uit de verf. Vandaar een op dit moment conservatieve score van 3.5, voor een plaat die het in zich heeft om een Nederpop klassieker te worden. In de komende weken ga ik verder luisteren en beoordelen of de plaat toch meer verdiend. Wordt vervolgd dus. In de tussentijd toch petje af.
Het bovenstaande is een bewerking van de Engelstalig post op
WoNoBloG.