menu

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nada Surf - You Know Who You Are (2016)

3,5
Tussen 'High/Low' en 'The Stars Are Indiffererent To Astronomy' zit voor mij niets (wat Nada Surf betreft). Langs me heen gegaan en na die prachtige laatste plaat, 'High/Low' vond ik helemaal niets, gewoon vergeten terug te graven. Na de woorden van thetinderstick en Elbow hierboven, moet ik dat toch maar eens gaan doen.

Dit album begint met een geweldige popsong. 'Cold To See Clear'. Een song zo licht dat hij kan zweven. De stem van Matthew Caws is dromerig, het start allemaal heel bescheiden om los te barsten in een hemels refrein. Die kwaliteit houdt Nada Surf moeiteloos vast op You Know Who You Are. Soms wat meer in mineur, dan wat meer up. In alle gevallen tikt Nada Surf het predicaat perfecte popsong (bij benadering) aan. Op een manier waar mijn jaren 90 helden Fountains of Wayne al een decennium niet meer aan toekomen.

Toch is dit album net een slagje minder dan haar voorganger "Astronomy". Misschien net teveel een herhalingsoefening. Net iets braver. Echter, als een herhaling op dit niveau plaatsvindt, mag er niet al teveel geklaagd worden. De term hemelse popmuziek is toch wel uitgevonden voor dit soort muziek.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Naked Giants - SLUFF (2018)

3,0
Tsja, drie jonge knullen op een plee. Dat geeft weinig hoop voor een goede afloop, eerlijk gezegd. Toch is die er in het geval van dit Amerikaanse trio er wel. Verwacht geen grote originaliteit. Het trio raast langs het bekende punkrock- en punkpoppad en slaat diverse zijweggetjes in om steeds op het hoofd pad uit te komen. De invloeden zijn dan ook zeer divers.

Bij het eerste nummer miste ik direct een "one, two, three, four" als begin, maar kwam er al snel achter dat het tempo daarvoor toch echt veel te laag ligt om zo überhaupt te mogen beginnen en dat daarna alles veel te divers wordt.

Dat neemt niet weg dat SLUFF vol staat met prettig in het gehoor liggende liedjes, waar net voldoende variatie en melodie in zitten om de songs vrijwel stuk voor stuk interessant te houden. Het is een vraag in hoeverre de producer van dienst daar verantwoordelijk voor is, maar dat is de mans taak, nietwaar?

Naked Giants is op haar eerste plaat weinig consistent en op zoek naar een eigen identiteit -jongens, die vindt je doorgaand niet op een toilet- maar heeft wel degelijk door wat een goede song nodig heeft. Dat geeft volop hoop voor de toekomst en potentie voor groei.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Nat Freedberg - Better Late Than Never (2019)

4,0
Better Late Than Never werd voorafgegaan door een single, die mijn interesse direct wekte. 'Devil Rockin' Man' heeft veel wat een rock song met een 1979 touch erg lekker maakt om naar te luisteren. Het is niet voor niets ook de openingstrack van dit album.

Wel vroeg ik me af of de, laten we wel wezen, beperkte stem van Nat Freedberg een heel album lang zou kunnen boeien. Afgezien van een kleine dip in het album rond nummer 5 is dat antwoord positief bevestigd. Ja, hij klinkt overal hetzelfde, maar weet toch ieder nummer weer te boeien, juist omdat de variatie in de muziek op het juiste moment komt. En dat is wat Better Late Than Never een sterk album maakt.

Freedberg is, zo begrijp ik, als 38 jaar actief in de Boston muziek scene als frontman van vele bandjes die mij allemaal niets zeggen. Wat dat betreft is de titel van zijn eerste solo album voor hem en voor mij van toepassing. Dankzij Rum Bar Records ben ik het laatste half jaar bekend geraakt met allerlei artiesten uit de Boston scene, die de muzikale boot 30 jaar geleden al gemist hebben, maar in de late jaren 10 prachtige, zij het zwaar gedateerde platen maken. Watts, Justine and the Unclean, Stop Calling Me Frank, allemaal prima (punk)rock platen. Dus ook Nat Freedberg die de late jaren 70 nog eens dunnetjes overdoet en daarbij alle Amerikaanse punkrockers in herinnering brengt zonder hen muzikaal na te doen. Hij speelt zijn eigen rock. In de basis drums, bas, gitaar en een enkele keer een extraatje. Het levert een aantal pracht nummers op.

Better Late Than Never is een mooie titel voor een solo debuut op deze leeftijd. Better safe than sorry slaat op de luisteraar die dit snoepje laat liggen.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Natalie Ramsay - Setting Sail (2015)

4,5
Wat een prachtig mini album. Nu heeft Natalie Ramsay mij in de afgelopen anderhalf jaar al een paar maal aangenaam verrast. Niet alleen met haar eigen album 'Fly To Home' en nu Setting Sail, maar ook door me te introduceren bij Tim Claridge en zijn band Death Goldbloom, bij een vroegere stadsgenoot die muziek maakt onder de naam King Karoshi en haar duo Hymalayan samen met Tim Claridge.

Daar vallen een paar dingen op. Ten eerste de kwaliteit van het gebodene en de obscuriteit waarin een en ander in plaatsvindt. Ik heb heel sterk het idee dat Natalie Ramsay zowel een enorme output heeft, maar dat in alle anonimiteit wil blijven maken. Veel meer dan optredens in een meditatiecentrum en reclame voor het aanbrengen van henna tattoos zie ik niet op haar website.

Goed, terug naar Setting Sail. Het mini album is gemaakt met een vriendin, Jasmin Lynn Frederickson. Over de plaat kun je het volgende vinden op Bandcamp waar de plaat wordt aangeboden:
"Together we recorded them in a little closet in our house".
Het prachtige geluid doet anders vermoeden.

De songs bevinden zich in het moderne, hippie folk segment, terwijl een paar songs me in gedachten zo terugvoeren naar de sterke folkkant van Jefferson Airplane van 1967-1968. Songs als 'Triad' en 'Coming Back To Me' kunnen zeker als invloed genoemd worden. De samenzang op Setting Sail is zeker zo mooi.

Voor mij is Natalie Ramsay een van de meest pure talenten die op dit moment platen uitbrengen. In meer samenstellingen dan ik bij kan houden. De lijst boven is verre van uitputtend. Het wordt tijd dat meer mensen dat gaan opmerken, ook al doet men daar Natalie Ramsay misschien niet direct een plezier mee.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine. Voor wie dat leuk vindt, staat elders daar een interview met haar.

Neil Young - Hitchhiker (2017)

4,0
Hitchhiker kan gezien worden als iets wat Bob Dylan al sinds begin jaren 90 doet, bootlegs legaal alsnog uitbrengen. Er is een verschil, een enorm verschil, Neil Young bracht zijn beste werk wel uit. Dylan soms niet. Ik luister naar Hitchhiker en zit zonder moeite in mijn favoriete Young jaren en probeer me voor te stellen hoe ik het had beleefd als ik het album dus rond 1979-1980 had gekocht.

'American Stars 'n' Bars' was mijn eerste Neil Young album in 1977 en het country deel kon ik heel weinig mee. 'Comes A Time' heb ik dan ook pas jaren later aangeschaft. Kortom, in die tijd had Hitchhiker mij niet heel veel gedaan. Een paar jaar later waarschijnlijk al wel, maar tegen die tijd kende ik vrijwel alle songs op dit album al in hun definitieve versie. Dan is er geen vergelijking meer mogelijk.

In 2017 is Hitchhiker een prachtig tijdsmonument met een collectie van Young's sterkste akoestische songs van die tijd en één nummer dat in een zwaar rockende versie nog steeds als een huis overeind staat, 'Powderfinger'.

Uiteindelijk maakte Reprise de juiste afweging in 1976: dit album is niet af. Dat neemt niets weg van de duidelijke kwaliteit van alle tien de songs. Dat staat hier niet ter discussie. Als chevy93 schrijft dat hij niet precies kan omschrijven wat hij mist, zou ik zeggen dit: Neil Young nam demos voor zichzelf op en dat hoor je. Hij geeft niet alles. Dit is Neil in zijn eigen huis onder het genot van een hapje, een drankje en misschien nog iets meer. Totaal relaxt, gefocust op het vastleggen van nieuwe songs voor later gebruik. Dat is wat ook is gebeurd.

In 2017 een prima album om uit te brengen in 1976 niet. **** zijn dan ook volkomen terecht, ook al ben ik ook een beetje ome Neil moe. Toch verbaast hij me zeer vaak weer hoe goed zijn nieuwe platen zijn, ook al draai ik ze niet vaak. Over een paar weken ligt er al weer een in de winkel.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Neil Young - On the Beach (1974)

5,0
Dit zal wel voor altijd mijn favoriete Neil Young plaat blijven. Op de een of andere manier komt alles bij elkaar, terwijl het een allegaartje van opnames is met verschillende producers en deels andere muzikanten. Stilistisch is het bijna nihilistisch. De ruwe bodem van het bestaan schraapt Young leeg op On The Beach. "A barrel of laughs...", maar dan in de opgetelde som van alle boeren met kiespijn. "...with mij carbine on", zoals hij zelf zingt. Het zijn bijzonder rauwe emoties ondergedompeld in antidepressiva en sloten alcohol/stapels drugs.

Toen tijdens het concert in de Ziggo Dome in 2016 ineens 'Vampire Blues' voorbij kwam, iets waar ik gezien de repertoirekeuze al stiekem op hoopte, was mijn hele avond dubbel goed. Deze song is, zoals diverse andere op de plaat, kaal. De naakte essentie van nummers worden door Neil en begeleiders gespeeld. "Geen noot teveel hoor!"; het zou zo muziek van de familie van Zeeuws Meisje kunnen zijn. Tegelijkertijd is het zo spannend. De onderhuidse spanning in de nummers is fenomenaal ingehouden. Nooit ontploft er iets, of het zou de diepe e-snaar van de akoestische gitaar moeten zijn in 'Ambulance Blues', die telkens hard wordt aangeslagen en na trilt. Verder is het tandenknarsend mooi.

In de spaarzame lichte momenten, dat is overigens een bijzonder subjectief begrip op On The Beach, komt een verwrongen schoonheid tevoorschijn. 'For The Turnstiles, 'See The Sky About To Rain', 'Moving Pictures', zijn zo mooi. Dat zijn de andere nummers ook, maar hier sluimert de woede, het ongeloof, de depressies, het diep donkere zwart. op een alles consumerende wijze. In de andere drie zit nog enige acceptatie van de situatie opgesloten, een weten dat het niet beter gaat worden.

Ironisch genoeg begint het album met 'Walk On', het meest optimistische nummer. Gelukkig kon Neil Young zich daar niet toe aanzetten, met dit prachtige album als resultaat. Neil Young heeft nog vele platen sindsdien gemaakt, maar nooit meer kwam alles zo perfect samen als op On The Beach.

Neil Young - Peace Trail (2016)

3,5
Mooi om te lezen hoe deze plaat in de waardering op en neer schiet. Bij mij valt het volkomen positief uit. Neil Young doet weer eens iets heel anders dan verwacht, een plaat met Promise of the Real maken en brengt een low fi plaat uit, waarin hij zichzelf centraal stelt. Zijn ouder geworden stem en zijn gruizige gitaarwerk, dat een enkele keer weer heerlijk als onweer in de verte uit mijn boxen rolt, het is er allemaal. Aan de andere kant, borduurt hij wel verder op de 'Earth' tour, want alle nummers zitten in het mid-tempo met een mix van Americana, blues en rock, zoals vrijwel alle nummers tijdens het Ziggo Dome concert van juli 2016.

Meteen bij 'Peace Trail' heeft hij me te pakken. Een song zoals ik ze wil horen. Scherend langs de afgrond met zijn geluid, gemeen slepend, smerig als een mijnwerker aan het einde van zijn shift. Vintage Neil Young.

Dit niveau houdt ome Neil niet vast, maar de meeste nummers zijn gewoon goed. Met 'Texas Rangers' voegt hij iets heel merkwaardigs aan zijn oeuvre toe, maar goed, ook Neil Young mag experimenteren. Zet daar 'Terrorist Suicide Hang Gliders' tegenover en dan is die rare song direct vergeven. Zelfs 'My Robot' komt hij mee weg. 'Trans' all over again, maar dan met prettige muziek er onder. En super actueel. Young kijkt de privé verzorging van de toekomst recht in de ogen.

Al met al is Peace Trail een waardige aanvulling op zijn imposante oeuvre en zeker een subtopper te noemen.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Neil Young - Roxy (2018)

Alternatieve titel: Tonight's the Night Live

4,5
'Tonight's The Night' is met 'Berlin' van Lou Reed waarschijnlijk hem meest onbeluisterbare, geweldige album dat er bestaat. (Allebei uit 1973.) Zij storten zoveel pijn en ellende over me heen, dat ik er niet naar kan luisteren. Ik stond dan ook niet vooraan op het moment dat ik las dat deze liveshow uitgegeven ging worden. Het is echter ome Neil, dus ik zal altijd luisteren, ook al is het maar één keer.

Meteen in het eerste nummer, 'Tonight's The Night' zelf, viel me op hoe goed het nummer kan zijn. Doordat de intensiteit wegvalt, blijft er ruimte over om emoties werkelijk te tonen en die komen dus ook te voorschijn. De ruimtes die de compositie in zich heeft, worden hier echt benut, waardoor de song tot leven komt en tot volle bloei.

Daarna meteen een mysterie. Op de plaat staat een nummer dat 'Roll Out The Barrel' heet, maar dat wij als 'Rosamunde' kennen. Beide nummers blijken gebaseerd op een Tsjechische polka. Dank Wikipedia.

In het vervolg van het album spelen de muzikanten soms te los. Vooral Young is niet altijd in topvorm waar het zijn zang betreft. Dit compenseert de band als geheel echter meer dan voldoende, zodat de kwaliteit van het gebodene alleen maar verder stijgt.

Ik ben er nooit een geweest die alle bootlegs moest hebben, dus ken ze ook gewoon niet. Nu Neil Young optredens legaal uitbrengt, zet ik Spotify geregeld aan om er eens voor te gaan zitten. Ook deze show in het Roxy theater in september 1973 verdient het volkomen om zo te horen te zijn. Met een carrière van zovele jaren kunnen we nog jaren, na Neils en mijn dood, voort.

Het hele verhaal staat op WoNoBlog:

WoNoBloG: Roxy: Tonight's The Night Live. Neil Young - wonomagazine.blogspot.nl

Neil Young & Crazy Horse - Rust Never Sleeps (1979)

4,5
geplaatst:
Het voordeel van het feit dat ik mijn LPs niet aan de kant van de weg heb gezet eind jaren 80/begin 90, zoals velen wel hebben gedaan, is dat ik ze af en toe uit de kast kan trekken en opzetten. Zo ook Rust Never Sleeps. Als ik het me goed herinner, is dit de tweede plaat van Neil Young die ik kocht, na 'American Stars 'n' Bars'.

Wat direct opvalt is de muzikale schizofrenie van de man. Normaal is dat verdeeld over albums, maar nu over twee plaatkanten. Daar had ik het in 1979 moeilijker mee dan in 2019. Daar stopte de plaat voor mij ook na 'Powderfinger'. Op zich vreemd, want 'Like A Hurricane', was en is mijn favoriete Neil Young song.

Kant 1 is fenomenaal. Alle vijf de nummers zijn raak en de een nog mooier dan de ander. 'Thrasher' en 'Pocahontas' stijgen daar dan weer bovenuit en zijn van een perfecte schoonheid. Ook nu, na zoveel jaar, zat ik ademloos geboeid te luisteren. Niet vers, omdat ik iedere wending ken, maar wel fris na vele jaren het album niet gespeeld te hebben. Daardoor kwam ik tot een nieuw inzicht. Het is zo goed, omdat hij niet voor een bepaald genre kiest. Hij lijkt hier 100% zichzelf en puur. Iets wat ik mij niet eerder realiseerde.

'Powderfinger' heeft nog steeds de kracht die ik toen hoorde, met zijn fraaie gitaarwendingen inclusief de typische Neil Young howl en diepe growl. Janken en ronken, het zit allemaal in dit nummer, met zijn epische verhaal. Het waren de andere drie nummers die mij ontzettende meevielen. Het verhaal van toen, dit is Neils reactie op de punk, waarmee hij zijn credibility wilde bevestigen, is een beetje onzin, maar heftige rock is het zeker. "Welfare mothers make better lovers" is een tekst die anno 2019 natuurlijk niet meer kan, maar dat hij toen lekker bekte kan ik mij voorstellen. De storm die Neil samen met zijn Crazy Horse opwierp, gaat pas op de allerlaatste noot liggen. De enorme strakheid van Frank Sampedro's gitaarwerk valt extra op als Neil loos gaat in 'Hey, Hey, My, My (Into the Black)'.

Ik bedenk me opeens dat de eer die Crazy Horse gegund wordt, eigenlijk voor 50% onterecht is. Het geldt alleen voor kant 2. Ach, kniesoor.

Nee, om in te haken op de discussie hierboven, ik vind Rust Never Sleeps niet zijn beste plaat. Dat is 'On The Beach' en nee, het is niet zijn laatste meesterwerk. Er zitten genoeg toppers tussen de draken in de jaren daarna. Zelfs 'Monsanto' reken ik er toe. Verrassend goede plaat.

Neil Young + Promise of the Real - Paradox (2018)

4,0
Zonder de film gezien te hebben, hoor ik de band met Neil Young samen op een ongelofelijk relaxte manier muziek maken. Nummers worden verkend, maar soms wordt er een enorme punt gezet. Young freakt wat op zijn gitaar in de instrumentele tussendoortjes. Dan weer heel indrukwekkend, dan een allegaartje feedback en soms een mengeling van beide.

Er staat veel ouder materiaal op deze plaat, dat gespeeld wordt met zijn nieuwe begeleidingsband, wat dat mogen we Promise of the Real inmiddels toch wel noemen. Het concert nu ongeveer twee jaar geleden in Amsterdam, duurde meer dan 3 1/2 uur, maar was niet alleen daarom geweldig. Ondanks dat Young zich beperkte tot met name mid tempo nummers uit zijn oeuvre, had het concert een enorme diepgang en verveelde geen moment. Mijn indruk is dat ik de reden waarom dat zo was, terug hoor op Paradox. Hier leggen zij de basis om dat live te kunnen doen. Misschien vergis ik mij volkomen en als ik de film nog eens zie, zal dat duidelijk worden, maar dat is wat mij de muziek vertelt. Uiteindelijk is dit muziek met een grote M.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

http://wonomagazine.blogspot.com/2018/06/paradox-original-music-of-fim-neil.html

Neil Young + Promise of the Real - The Visitor (2017)

3,5
Inderdaad brengt Neil Young zoveel uit, dat van naar iets toeleven geen sprake meer kan zijn. Nu doe ik dat wat de man betreft al een paar decennia niet meer. Eigenlijk heb ik genoeg gehoord. Toch beluister ik in de jaren 10 eigenlijk weer alles wat hij uitbrengt, i.t.t. de jaren 00. En eigenlijk bevalt ieder album me wel. Niet dat ik, met uitzondering van 'The Monsanto Years', echt een band krijg met de albums. Die tijd is geweest. Iedere noot van 'On The Beach' kan ik dromen, van The Visitor nul en dat zal wel zo blijven.

Toch is The Visitor een plaat die de moeite waard is om af en toe op te zetten. Samen met Promise of the Real, wat zijn nieuwe Crazy Horse lijkt te worden, weet ome Neil een heerlijke lome sfeer neer te zetten waarin het lekker (country)rocken is. Dat er daarnaast ook rare dingen gebeuren als 'Carnival' en gerammel met ketenen verder op op het album, allez. Een beetje experiment moet kunnen, zeker als er verder een heerlijk nummer als 'Forever' op het album staat. Zo'n typisch Neil Young nummer waarin niets lijkt te gebeuren, maar ook soort van voor altijd door mag gaan zonder ook maar een moment te vervelen.

Alles bij elkaar maakt het The Visitor geen hoogvlieger, maar een goede subtopper is het zeker. Vooral omdat het bij mij alle juiste Neil Young punten lekker indrukt.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Neville & Sugary Staple ft. Roddy Radiation - Rude Rebels (2018)

4,0
geplaatst:
Engeland gaat gebukt onder een epidemie van jongeren die elkaar doodsteken. Een van die jongeren is de kleinzoon van The Specials legende Neville Staple. 21 jaar en een steekpartij niet overleefd.

Deze plaat was al klaar toen dit tragische incident plaatsvond. Staple heeft dit voorjaar een single uitgebracht 'Put Away Your Knives' vergezeld van een stevig persbericht in de hoop een verschil te kunnen maken.

Staple is ook niet van de partij bij The Specials reünie die op dit moment succesvol door Europa toert. Hij werk hier samen met vrouw Sugary, een fantastische band en gitarist Roddy Radiation van The Specials. Samen maken ze er een enorm feestje van. Iets wat zeker voor een stevig deel op het conto van Sugary Staple geschreven kan worden. Zij lijkt me een enorm feestbeest als ze op het podium wordt losgelaten. Deze energie naar opnames vertalen, kan ze ook nog eens.

Door de eclectische mix van de ska invloeden op Rude Rebles is de uitkomst in 2019 gewoonweg beter dan het origineel. Toen was het nieuw, jong, enthousiast, nu is het de totale, losse perfectie. Deze band weet hoe het een skafeestje bouwt. Dit klinkt zo lekker. Blijven zitten is geen optie. Stilstaan nog minder.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Nick Cave & The Bad Seeds - Skeleton Tree (2016)

4,5
Van de persoon die Nick Cave nooit trok. Al twee albums weet de man me te boeien en raken. Hoe zwart, desolaat en angstaankagend Skeleton Tree soms ook mag klinken, schoonheid is zelden muzikaal zo trefzeker uitgedrukt. Ondanks het feit dat het album voor ongeveer de helft uit non-songs, mijn term voor songs die meer atmosfeer dan melodie in zich hebben, bestaat, overtuigt het zo sterk dat al mijn bezwaren tegen non-songs verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Dit album is als een opbouwende onweersstorm, die vrijwel al het licht dooft, maar uiteindelijk niet echt losbarst. Als dan in het laatste nummer 'Skeleton Tree', Cave zijn troost over de luisteraar uitstort, is het moeilijk om de ogen droog te houden. Het is zalvend als een perfect koor in een kathedraal, als de zon na de regen en de storm. Samen bieden zij hoop, leven.

Waar ik 'Push The Sky Away' tot mijn verbazing erg goed vond, is Skeleton Tree de overtreffende trap. Ja, de albums liggen in elkaars verlengde, maar deze nieuwe plaat kent nog zoveel lagen dieper. Het is verleidelijk om veel in het album leggen, met de persoonlijke tragedie die Cave trof, maar veruit het meeste stond al op de band/computer. Wellicht dat het stukje extra er aan te wijten is.

Skeleton Tree is een modern klassieke plaat. Dit is voorbij rock, pop, punk, noem het maar op. Cave is definitief gearriveerd op zijn eigen planeet. En die schijnt heel helder en groot aan het firmament.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Noctorum - The Afterlife (2019)

3,5
Dit is het soort plaat dat in ieder nummer een nieuwe verrassing openbaart. Alsof de twee makers, zanger /gitarist Marty Willson-Piper, vooral bekend uit zijn The Church tijd en producer Dare Mason zichzelf uitdaagden vooral niet met meer van hetzelfde te komen. Niet dat The Afterlife spectaculair ontploft, nee, juist in het maken van liedjes die mooi zijn leefden de twee heren zich uit, met wat hulp van vrienden en de vrouw van Marty. Met uitzondering van het uitermate melige 'In A Field Full Of Sheep', slagen ze daar volkomen in. (Nu heb ik lang geleden, op een ander continent, weken in velden achter schapen aangerend, en stront en distels uit de geschoren vachten geplukt, dus is de meligheid rondom schapen ook wel weer goed getroffen.)

Er vallen twee dingen echt op op The Afterlife. Een is dat de zang ouwig klinkt, hier is duidelijk geen jonge man aan het zingen en hij doet er ook niets aan om dat te verbloemen. Tegelijkertijd compenseert de muziek dat volkomen. Ieder interessant zijweggetje in een song wordt geïnspecteerd en waar zinvol ingezet, hetgeen duidelijk prachtige vondsten oplevert en soms klaterende popmuziek. Juist dat is het sterke punt van The Afterlife. Als zodanig doet het album mij daarom denken aan de laatste plaat van Robin Hitchcock uit 2017.

Het kan daarom gebeuren dat waar in de ene song singer-songwriters uit Westcoast van de VS jaren 70 in herinnering roepen, de andere rockt en een derde progrock elementen te horen zijn, waar Chris Koerts zo maar zijn medewerking aan had kunnen verlenen. Alle songs, op die ene na dus, hebben speelsheid als overkomst. Alsof de heren zich steeds weer verwonderen over wat er nu toch weer gebeurde in de studio van Mason in Cornwall. Een aanstekelijkheid die zich duidelijk uitstrekt naar deze luisteraar.

Zonder het album direct een hoogvlieger te willen noemen, schenkt de plaat veel, instant luistergenot en dat is heel veel waard. Ik sluit een extra halve * daarom niet uit.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Noel Gallagher's High Flying Birds - Who Built the Moon? (2017)

4,0
Bij de eerste beluistering had ik het idee in een achtbaan te zitten waar geen einde aan kon komen. Het denderde maar door met een energie en felheid die mij aan mijn introductie met de eerste twee Oasis platen deed denken. Waar Liam met zijn beste (solo)plaat tot op heden komt, slaan bij Noel alle stoppen door. Ik vond 'Chasing Yesterday' al erg goed. Who Built The Moon? is een overrompeling.

Ja, de plaat is overvol, dichtgekit en massief. Het mooie is dat er uit die massa steeds de meest leuke dingen naar voren geschoven worden, die de plaat haar eigens meegeven. Daar omheen heeft de producer van dienst Noel overgehaald om allerlei moderne ritmes en geluiden toe te passen. Dat maakt Who Built The Moon niet zo zeer eigentijds, daarvoor blijven Noels songs te eigen, maar wel enorm urgent. Noel speelt alsof er iets hem op de hielen zit. Waarschijnlijk zijn broer en hun geestverleden. "There is no easy way out", liet Noel Liam ooit zingen en dat pad neemt Noel ook niet. Er is duidelijk sprake van geldingsdrang op deze plaat (op beide platen). Misschien is de muziekwereld wel beter af zonder Oasis.

Het resultaat is een plaat die zich kan meten met het beste werk, maar geen klassiekers meer gaat opleveren. Daarvoor zijn de tijden teveel veranderd sinds 1994. Te genieten valt er meer dan genoeg. Echt een prima album.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Nomden - Wingman Returns (2019)

4,0
De eerste beluistering van Wingman Returns was een taaie sessie. Het album hapt niet lekker weg, de muziek is donker en sober opgezet. Omdat ik een fan van zijn eerste plaat onder de naam Royal Parks ben en zeer van zijn stem geniet, tweemaal in het voorprogramma van The Maureens, heb ik doorgezet, waar ik bij menig ander waarschijnlijk had gedacht, laat maar.

Die gedachte is beloond, want met iedere luisterbeurt ontdekte ik nieuwe pareltjes, prachtige stukken en melodieën. Wingman Returns staat er vol mee. Aanvankelijk was mijn indruk dat Nomden teveel leunde op jaren 70 singer-songwriters, die ik, nog steeds, veel te ingewikkeld vind doen. De herbeluistering leerde hoeveel Paul McCartney terug komt. Met name de Paul van de zwaarder aangezette ballades als 'My Love' en een viool gedreven nummer als 'Eleanor Rigby'. Nomden toont zich schatplichtig, zonder in herhaling te vallen. Dit is overduidelijk zijn muziek, kracht en eigen kwaliteit. Iemand wiens geluid ook een paar keer terug komt, is Tim Christensen. (Ook hij maakte geen nieuwe solo plaat sinds 2012.) 'I Do', met een mellotron erbij, zou zo op 'Superiour' kunnen staan.

Met Wingman Returns laat Diederik Nomden wederom zien op welk hoog niveau hij zijn songs schrijft. Een ware songsmith. Met het verlaten van de de indiepop/rock, de Johan kant, kleurt Nomden zijn muziek nog serieuzer in dan voorheen. Stap daar overheen, want Wingman Returns is een potentiële klassieker in de Nederpop. Een plaat die ik vaak zal draaien, tot dat ik begin oktober weer bovenin de Ziggo Dome zit en van The Analogues' integrale uitvoering van 'Abbey Road' ga genieten, met ongetwijfeld weer een grote rol voor DIederik Nomden.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Nouveau Vélo - Reflections (2017)

3,5
Prettige kennismaking met deze Brabantse band. De gitaar rock beweegt zich op een prettige wijze tussen de new wave/punk van eind jaren 70 en de jaren 80, gecombineerd met meer moderne indie rock. Er zijn geen hoogstandjes, gewoon lekker spelen rond een riffje en gaan, met hier en daar een leuke vondst en lekker vocalen.

De plaat is een tijdje blijven op de stapel met nieuwe releases waar ik zeker nog eens naar moest kijken, maar het kwam er maar niet van. Nu de band deze herfst uitgebreid door het land gaat toeren met Moss, is dat een mooie gelegenheid om er toch nog eens bij stil te staan. Het frisse geluid op Reflections spreekt mij uiteindelijk uitzonderlijk aan en weegt op tegen het feit dat misschien niet alles even origineel is. In die zin ben ik zeker een voorstander om iets goed, op eigen wijze, opnieuw in te vullen. Alleen op die manier gaan dingen uiteindelijk voorwaarts.

Waar de band overtuigt, is de manier waarop hij met het licht en het donker speelt. In de songs waar de stemming vaak donker is, klinkt de gitaar vaak hoog en zuiver en binnen het album door het contrast tussen songs als 'Day At Work' en 'A Reflection'. Tel daarbij op dat de productie van Jan Schenk zorg draagt voor voldoende lucht binnen de songs en er is sprake van een album dat bijzonder aangenaam is om naar te luisteren.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Noveller - A Pink Sunset for No One (2017)

3,0
Voor mij een kennismaking met Noveller. Dat heeft het voordeel van met een fris oor kunnen luisteren, al moet ik zeggen dat de plaat mij bijna geruisloos voorbij ging. Pas toen ik een keer de tijd nam om serieus met volle aandacht te luisteren, begon er iets van aanknopingspunten te ontstaan.

Voorop gesteld ben ik niet tot nauwelijks van de instrumentale platen. Het boeit me niet voldoende doorgaans. In die zin ben ik een echt liedjes mens. Er moet een "meezing" moment zijn, dat hoeft niet persé letterlijk te worden genomen overigens. Innerlijk werkt ook prima.

Eenmaal luisterend viel mij op dat het heel makkelijk is om beelden te zien bij een aantal nummers. Grote, dramatische landschapsbeelden aan het begin van een film bijvoorbeeld. Verder hoorde ik veel wat mij aan twee instrumentale platen uit de jaren 70 deed denken, die ik vroeger wel veel heb gespeeld: 'Tubular Bells' en 'In Search Of Ancient Gods' van Absolute Elsewhere. Elementen uit die platen komen hier gewoon voorbij in het geluid of de manier van spelen. Erg? Nee, helemaal niet. Ik heb de laatste plaat zelfs weer eens uit de kast gehaald. Misschien wel voor het eerst deze eeuw.

Verder valt mij op hoe inventief met geluid van Sarah Lipstate is. Telkens weer een ander geluidje dat door het totaal beeld heen komt. Inventief en gewoon goed gedaan.

Conclusie: het blijft een instrumentale plaat, maar ik kan hier goed naar luisteren. De sfeer werkt voor mij.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Novo Amor - Bathing Beach (2017)

3,0
Zit de wereld te wachten op nog een neo-folk album van een man met een opvallend hoge stem? Deze vraag stel ik mijzelf steeds regelmatiger, merk ik. Enter Bathing Dreams van de Welshman die onder de naam Novo Amor een EP de wereld inslingert. Mijn eerste indruk was, nee, dit is er (weer) een teveel, maar ben daar op terug gekomen. Ik geef het een tweede kans, omdat Bathing Dreams toch een aantal dingen laat horen, die mij bevallen.

De indruk die het album uiteindelijk op mij achterliet is dat van een sprookje. Als volwassene kijk ik terug op veel van die verhalen met een verbazing over de wreedheid van karakters in die sprookjes, als kind voelde ik vooral de spanning van het verhaal (en waarschijnlijk de gevoelde zekerheid dat mij dat nooit zou overkomen). De sfeer in de muziek is gewoon te mooi om waar te zijn. De lichtheid van het bestaan is te draaglijk. Die lichtheid zit al in de cover art. Het is alsof ik het aura van het bos in de achtergrond nevel zie hangen voordat de lucht blauw wordt.

De stem van Ali John Meredith-Lacey, hij is Novo Amor, gaat op een volledig album wellicht tegen staan, maar voor nu krijgt zowel hij als Bathing Beach het volledige voordeel van de twijfel. De muziek op de EP is gewoon mooi en regelmatig zeer fraai ingevuld op het randvlak van neo-folk, dreampop en singer-songwriter. De toekomst gaat uitkomst brengen, want het debuut album van Novo Amor staat gepland voor komende jaar.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine

Novo Amor & Ed Tullett - Heiress (2017)

4,0
Heiress is een album dat zwelgt in sfeer door een sprookjesachtig muzikaal landschap te presenteren waarvoor de hoge stem van Novo Amor's Ali John Meredith-Lacey bij uitstek geschikt is.

Ik maakte dit voorjaar kennis met Novo Amor via de EP Bathing Beach. De vier nummers hadden zeker een zekere schoonheid, maar ik betwijfelde ten zeerste of ik hier een hele plaat van zou trekken. Binnen een aantal maanden mocht ik de twijfel al testen. Wat blijkt? Het is geen enkel probleem. Wellicht dat het aardse van Ed Tullett, een singer-songwriter waar ik nog geen muziek van ken, Heiress voldoende met twee benen op de grond houdt. Meredith-Lacey heeft zeker de neiging weg te zweven.

Hun samenwerking levert een mooie plaat op. Sterk is het verkeerde woord bij zoveel delicaat gemusiceer. Het is de akoestische gitaar die stevig wordt bespeeld. Deze zorgt voor de ondertoon van Heiress. Daaromheen zijn veel zwevende geluiden en sfeerstukken gelegd. Samen werkt het wonderwel goed. Op de juiste momenten drukt het duo even het volumepedaal in door middel van dynamiek in het spel of het toevoegen van enkele extra instrumenten. Deze afwisseling leidt tot een aangename luisterervaring.

Door Meredith-Lacey's zijn vergelijkingen met zangers als City and Colour, Bon Iver en Ásgeir mogelijk. Tullett's stem is donkerder, wat voor een mooie samenzang zorgt op een aantal punten op het album. Het is de eerste die dominant is voor het geluid van Heiress. Daar moet je wel tegen kunnen, hoog en ijl gezang.

Luisteren op de koptelefoon werkt het beste voor mij. Dan zuigen Novo Amor & Ed Tullett mij direct hun wereld in en zorgen voor een zeer aangename afleiding. Prima album dus.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.