menu

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Dan Auerbach - Waiting on a Song (2017)

3,0
Dit is een plaat die duidelijk met liefde voor muziek uit de jaren 70 is gemaakt. In die zin doet de titel van het album ook volkomen recht aan de instelling waarmee Auerbach dit album lijkt te hebben benaderd. He is waiting on his songs. Dat blijkt onder andere uit de liefde waarmee deze plaat is gemaakt, maar bovenal dat dit geen solotrip is van een gevierde ster. Het liedje staat steeds voorop en ja dat wordt gezongen door Dan Auerbach, maar verder treedt hij zelden, maar zeker nooit onnodig op de voorgrond.

Maakt dat het een goede plaat? Dat lijkt een kwestie van smaak, als ik de reacties hier boven scan. Voor mij is het antwoord nee. Het is goed gemaakt, maar zoals met veel van de originele nummers die als voorbeeld dienden voor Waiting On A Song, is mijn muzieksmaak niet compatibel. Het doet mij te weinig en raakt mijn zelden tot nooit. Uiteindelijk ben ik altijd veel meer een fan van muziek uit de U.K. (en daarvan afgeleid Nederland) geweest, dan van de V.S. Uitzonderingen daargelaten.

Dat blijkt ook weet uit deze plaat, waar ik mijn draai uiteindelijk onvoldoende in vind om de diepte investering te doen om er echt een relatie mee op te bouwen.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Dan San - Shelter (2016)

3,5
Dan San was voor mij een nieuwe naam. Zonder hinder van enige voorkennis stortte ik mij op Shelter. De kennismaking beviel prima. Daarna volgde zelfs een verdiepingsslag. De heerlijk vrij vloeiende melodieën op het album nestelden zich op een aangename manier in mijn hoofd. Er is weinig wat er erg boven- of onderuit steekt. De plaat raakt aan een aangename sfeer zonder uitzonderlijk te zijn. Er zit ook geen enkel gevaar in. Dat heeft het gemeen met de folk die de laatste paar jaar over ons is uitgestort, maar verder hoor ik hier weinig folk in. De zachte manier van zingen, à la, maar de muziek, met veel elektronica, staat daar toch te ver van af.

De hoogtepunten liggen voor mij in de songs waarin de stem van Letitia Collet aan het geheel wordt toegevoegd. Daar komt Dan San echt tot leven en trekt de muziek van "aardig" (drie sterren), richting goed. Al met al is Shelter een album voor hen die echt willen luisteren naar muziek. Wie dat doet, wordt geheid over de streep getrokken.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine

Dan Stuart with Twin Tones - Marlowe's Revenge (2016)

4,5
Mijn eerste blootstelling aan Dan Stuart, maar wat voor een. Hier is een boos iemand aan de microfoon, die alles en iedereen niet wenst te ontzien. Samen met de Mexicaanse rockers Twin Tones weet Stuart telkens de juiste toon aan te slaan. Daarbij maakt hij indruk met een enorme bak herrie, maar evenzeer met meer ingetogen nummers. Dat maakt verbazingwekkend weinig uit, om de simpele reden dat zijn voordracht uitzonderlijk sterk is. In het verhaal rond het album gaat het over iemand die de V.S. de rug toekeerde, gedesillusioneerd omdat niemand om hem geeft. Nou, tien jaar later is die tijd voorbij. Marlowe's Revenge is een plaat om aandacht aan te besteden. Al dat gedoe rond "Post Pop Depression' kan zo de prullenbak in. Deze plaat is zoveel beter.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Daniel Norgren - Wooh Dang (2019)

3,5
geplaatst:
Een album dat aanvoelt alsof ik in een tijdmachine zit. Norgren houdt er van om zijn songs te maskeren. Alsof ik naar een song uit de hoogtijdagen van Canned Heat zit te luisteren, maar opgenomen in de jaren 30 tijdens een field recording van Alan Lomax, maar dan wel met de hele band er bij die met verkregen voorkennis aan de slag is.

Opgenomen in een oud huis in Zweden, waar het stof bij wijze van spreken centimeters dik op de piano lag, die zonder afstoffen in gebruik genomen is. Niet zelden klinkt dat zoals Neil Young in de midden jaren 70 klonk. 'On The Beach', 'Tonight's The Night', twee albums die, zo is mijn inschatting, geregeld uit de speakers knalden tijdens het tot stand komen van Wooh Dang. Dat is overigens niet erg, want de plaat heeft voldoende eigens. Een bij tijden broeierige sfeer die goed wordt volgehouden.

Er staan diverse verrassingen op dit album, dat zich niet voor een gat laat vangen. Daniel Norgren laat zich van een paar kanten zien en slaagt grotendeels die verrassingen op een geslaagde manier over te brengen. En ja, dit is een donker album. De achtergrond van de hoes lijkt mij symbolischer voor de inhoud dan de veelkleurige haan. Die duisternis stoort overigens geen moment. Het hoort bij deze plaat die steeds iets meer van zijn geheimen prijsgeeft. Groeiplaatje dus.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Daughter - Not to Disappear (2016)

3,0
Dit is wat ik een moeizaam album noem. Het is erg afhankelijk van mijn stemming of ik het überhaupt trek en zelfs dan kan het beluisteren me teveel worden. Toch beoordeel ik de plaat uiteindelijk positief. Juist omdat Daughter goed met stemmingen speelt. Op het moment dat het topzware voorover dreigt te vallen, switcht de band naar een meer dansgeoriënteerde track, 'No Care'. Persoonlijk niet mijn smaak, maar volkomen de juiste track op de juiste plaats.

Uit recensies in de pers kwam regelmatig "het moeiljke, tweede plaat syndroom' van stal. Daar is in mijn ogen geen sprake van. Not To Disappear is veel beter. Zit de angst van Daughter in de titel verborgen? Onterecht naar mijn mening. De gelaagheid en de spanning die de muziek in zich bergt, levert hoe dan ook een luisterervaring op. Soms zelfs een positieve.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

David Bowie - No Plan (2017)

4,0
Het toetje van 'Black Star'. Op zijn verjaardag natuurlijk. De enorme impact die het album van vorig jaar op mij had, direct bij de eerste beluistering, wordt hier nergens gehaald. Niet alleen de verrassing is er af, maar deze songs zijn ook alle drie, ik reken 'Lazarus' niet mee, leftovers. Ja, ze hadden er tussen gepast, maar tegelijkertijd de kwaliteit van het album omlaag hebben gebracht. 'No Plan' had wel een heel aangenaam rustpunt kunnen zijn. Dat dan weer wel.

Dat gezegd hebbende, is No Plan een uitstekende uitsmijter. Er vanuit gaande dat dit het is wat we van Bowie krijgen, dan is het een prachtige, laatste release.

'No Plan' is een aangename Bowie ballad. Een zwakke broeder van 'Word On A Wing' en gewaagd aan de ballads op zijn '....Hours' album., 'Thursday's Child' bijvoorbeeld. Goed maar niet bijzonder.

'Killing A Little Time' is complexer. Ook hier die drums die op hun eigen planeet zitten en maar door jakkeren. De gitaar die hoekige riffs speelt en een piano uit de 'Aladdin Sane' dagen. Orenschijnlijke chaos, waarbinnen alles klopt. Een nummer ook waar Bowie in de tekst opnieuw zijn aanstaande dood in de ogen lijkt te kijken. Hij croont qua tempo, de intensiteit is daarentegen enorm. Dat maakt het nummer enorm interessant. De innerlijke spanning maakt dat het bijna explodeert.

'When I Met You' vind ik eigenlijk het beste, nieuwe nummer op de EP. Als dat "When I Met You" niet zo eindeloos was doorgegaan. Het heeft een 'Boys Keep Swinging' vrolijkheid, zonder de kwaliteit van die song te benaderen. De dadendrang van het nummer spreekt aan. Bowie lijkt hier ook over de "vermoeidheid" in zijn stem heen te stappen. Iets wat in de andere nummers duidelijk doorkomt: zijn stem is behoorlijk verzwakt, zonder veel aan kwaliteit in te leveren overigens.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

David Crosby - Lighthouse (2016)

3,5
Al het bovenstaande lezend, kan ik ook schrijven dat op Lighthouse sprake is van volledige stilstand. Het nummer waarom Crosby The Byrds verliet, dan wel werd uitgezet, 'Triad', is opgenomen door Jefferson Airplane op hun 'Crown Of Creation' album uit 1968. Dit nummer had moeiteloos op Lighthouse gepast. Dat is 48 jaar geleden! Ware het niet dat de kwaliteit op dit nieuwe album net zo hoog is. Crosby weet het beste uit zichzelf omhoog te halen voor deze plaat.

Ik ben nooit een fan van David Crosby geweest. Ook niet in de Crosby & Nash variant. Op de een of andere manier ligt de muziek die hij maakte/zij maakten me niet. Evenals vele anderen die in dat West Coast/LA idioom muziek maakten. Dat veranderde voor het eerst met 'Croz' en nu met Lighthouse. De helderheid van de productie en de indringendheid van de songs, dragen daar volledig aan bij. Er is zelfs sprake van enige urgentie in sommige nummers.

Een interessante vraag blijft, waarom verbaast het iedereen dat mensen die ergens goed in zijn, dat op hun 75e nog steeds zijn? Het is vrijwel onmogelijk niet te doen, maar iedereen vergelijkt deze plaat direct met een LP uit 1971. Wie nu een nieuwe auto of koelkast koopt vergelijkt het 2016 beslist niet met hetzelfde merk uit 1971. Hoe goed is Lighthouse? Dat zou de vraag moeten zijn. Het antwoord is: meer dan goed, maar niet uitmuntend. Daarvoor zit mijn West Coast/LA aversie me nog net teveel in de weg.

Afgaande op het bovenstaande is het evident dat nu de man van allerlei slechte substanties af is, misschien wel gezonder is dan dat hij in de kracht van zijn leven was. Met gezondheid komt focus en datgene waar hij goed in is: muziek maken en teksten schrijven.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

David Crosby - Sky Trails (2017)

4,0
Alweer een nieuwe plaat van David Crosby. Met de dood op zijn hielen komt er snel nieuw werk uit. Het mooie is dat alle drie de platen van een degelijk tot goed niveau zijn, waarvan ik Sky Trails duidelijk de beste vind.

Als ik snel de boven geschreven bijdrages lees, merk ik dat ik tot een aantal dezelfde conclusies kom: net als erwinz moet geregeld aan Steely Dan vanaf 'The Royal Scam' denken. D.w.z. de muziek is meer jazz dan pop. Met als verschil dat over deze plaat niet jaren nagedacht lijkt, waardoor het minder verfijnt, maar wel spontaner klinkt; en ja, net als een aantal anderen hoor ik ook CPR sterk terug in Sky Trails. Beide elementen reken ik als een positief punt.

Eigenlijk heb ik altijd moeite gehad met de muziek van David Crosby. Het jazzy, of moeilijke, element in zijn muziek stond en staat mij vaak tegen in zijn oude werk. Ik merk dat dit op Sky Trails nauwelijks het geval is. Vanaf het eerste elektrische piano riffje op het album, 100% Steely Dan in alles dat volgt, trekt Sky Trails de aandacht en laat die eigenlijk niet meer verslappen. Deze muziek is zo verfijnt, high class en in niets meer de hippie van 50 jaar geleden. Dit is muziek voor de geslaagde mens, die met een glas rode wijn, voor zijn open haard zittend nog een keer wild doet en een nieuwe plaat van David Crosby opzet. Of voor mensen zoals ik, die goede muziek herkennen als die op zijn pad voorbij komt.

Als ik 'Triad' van Jefferson Airplane op het album 'Crown Of Creation' als startpunt neem, staat Crosby eigenlijk al 49 jaar stil in zijn muzikale ontwikkeling. Alles op dit album ademt dat nummer van hem. Zo lang dat stil staan op een niveau gebeurt als hier op Sky Trails, dan zou de hele wereld wensen zo stil te kunnen staan. Daarbij krijgt hij productionele hulp van zijn zoon James Raymond en vele prima sessiemuzikanten om hem heen, zonder meer. De basis is de muzikale kracht van een man die in 1965 zijn eerste hit scoorde als lid van The Byrds. Petje af.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

David Eugene Edwards & Alexander Hacke - Risha (2018)

4,0
De muziek die David Eugene Edwards maakt ligt al jaren vast. Beklemmend, bezwerend, eeuwenoude muziek en instrumenten uit de Appalachen ingebed in moderne techniek en sfeer. Alexander Hacke zei mij helemaal niets, maar om niet te verklaren redenen kwam wel de naam Blixa Bargeld in me op. De link bleek te kloppen: Einstürzende Neubauten. Mijn ervaring reikt niet verder dan een paar minuten live muziek op tv van mannen die op staal slaan en met een cementmixer in de weer waren, waarna ik iets anders ben gaan doen.

Dit alles komt in 2018 bij elkaar in een gezamenlijk album. Bij het eerste nummer haakte ik eigenlijk soort van af. Er verandert dus helemaal niets? 'Triptych' blijkt echter vooral een commerciële keuze, uit herkenbaarheid of zo, want daarna gaat het los, maar dan ook goed ook. De beats springen om mijn oren. Overstuurde gitaren knallen uit de speakers. De drums klinken alsof ze het oerwoud moeten verenigen tot in alle uithoeken. Dat alles terwijl de stem van Edwards zo mogelijk nog vervormder en beklemmender klinkt dan ooit tevoren. Tel daarbij enige juist gekozen momenten van rust op en een nummer als 'All In The Palm' wordt direct nog drie keer beter dan het al is. ('Triptych' is overigens een meer dan prima nummer. Het verbaasde me dat het zo 'gewoon' klonk.)

Niet alles is zo wild. Er volgen nummers waarbij dan de een dan de ander de boventoon voert, maar hier is duidelijk sprake van een geslaagde samenwerking. Deze mannen hebben op elkaar ingewerkt, elkaars muzikale grenzen verkend en verrijkt/herijkt. Dat levert grotendeels spannende muziek op die ook nog eens van prima kwaliteit is. Het kan dus, 1+1=3. Risha is een plaat die dat in alle eenvoud aantoont.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

WoNoBloG: Risha. David Eugene Edwards & Alexander Hacke - wonomagazine.blogspot.com

David Gilmour - Live at Pompeii (2017)

5,0
Larger than life. Dat is toch de enige conclusie die ik kan trekken na het zien van de film in de bioscoop. Geweldige muziek, perfect uitgevoerd en weergegeven.

Gelukkig draaide de film op 17 september nog een keer. De setlist was behoorlijk korter dan het aanbod op de dvd. Mijn vijf sterren geldt dan ook voor de film, waar menig Pink Floyd klassieker voorbij kwam. Ik hoef de dvd ook niet te hebben, deze ervaring was genoeg.

Wat de ervaring extra indrukwekkend maakte, is dat ik maar iets meer dan een maand geleden zelf in Pompeii rondliep en daar in de catacomben van het amfitheater de tentoonstelling Pink Floyd in Pompeii tegen het lijf liep. Ik had geen idee dat Gilmour daar het jaar ervoor had gespeeld. Dat zag ik heel snel na thuiskomst, waar de voorstelling van 13 september al was uitverkocht.

In de bioscoopzaal was de muziek zo indrukwekkend, overweldigend en zo mooi. Ja, ik ben bevooroordeeld natuurlijk. Kijk maar naar mijn MuMe lijst aller tijden. Dat neemt niet weg dat David Gilmour en band een zeer hoog niveau haalden in een prachtige omgeving, waar alles uitgehaald werd wat er in zat. Petje diep af.

Iets meer staat hier op WoNoBlog.

David Ramirez - We're Not Going Anywhere (2017)

4,0
Na een aantal luisterbeurten ben ik er nog steeds niet uit. Dit album is zo duister dat ik het eigenlijk iedereen afraadt om te luisteren op een perron waar de trein binnen komt rijden. Alleen al het begin zet een toon die het album nauwelijks meer verlaat. Als de man dit echt heeft meegemaakt, is het te erg voor woorden. In het andere geval is zijn fantasie zo morbide dat het ook weer vragen oproept. Horen is geloven. 'Twins' zet de toon voor een plaat waar licht niet eens meer een herinnering is, maar iets uit een afgesloten verleden, waar zelfs denken eraan verboden is.

David Ramirez kent zijn klassiekers. In zijn muziek is de referentie aan Ryan Adams het meest opvallend zodra het gas er ook maar een klein beetje op mag. Dylan wordt vaak genoemd in recensies, maar die hoor ik minder. Springsteen wel, maar dan zonder die enorm zware bombast om de mans muziek heen, waar ik slecht tegen kan. Dit element zorgt voor de variatie in het album die het dragelijk maken om naar te luisteren. Maar voor mijn plezier, nee.

Ik ken meer albums die heel moeilijk of zelfs pijnlijk zijn om naar te luisteren. Misschien met 'Berlin' van Lou Reed voorop of anders 'On The Beach' van Neil Young. Daar kan 'We're Not Going Anywhere' niet aan tippen. Ik ben hier gewoon nog niet uit. Vandaar dat ik in het midden ga zitten qua beoordeling.

Wel blijf ik heel benieuwd naar de live show. Als David Ramirez deze intensiteit live ook kan brengen, kan zijn show uiterst memorabel zijn en wellicht de sleutel geven naar de echte waardering van zijn album. Zo niet, dan blijft deze deur gesloten en is het de inspanning niet waard om de schoonheid in deze vrijwel complete duisternis te ontdekken.

Het hele verhaal staat hier op WoNoblog,

Dawes - We're All Gonna Die (2016)

3,0
We're All Gonna Die' is een plaat met een maar. Hoewel Dawes vaak schoonheid weet te treffen, is er ook een deel dat mij niet raakt. Dat heeft volledig te maken met de reden waarom the Eagles mij deels niet raken, Crosby & Nash, soms zelfs met Stills & Young er bij dat niet doen. Iets in de melodie, akkoorden, uitvoering, raakt mij niet, maar dan ook geheel niet. Terwijl ik wel hoor dat het mooi is en goed, doet het mij niets. Het zal iets in het water in Californië zijn.

Gelukkig geldt dat niet voor de hele plaat. Er zijn momenten waarop het allemaal bij elkaar komt en ik zit te genieten van de nieuwe Dawes. Dat zit kennelijk in heel kleine dingen. Een ritme dat verandert of een melodielijn die spannend wordt aangevuld. Verschillende nummers kennen die elementen en dan zit ik op het puntje van mijn stoel.

Een waarheid als een koe deze titel, maar nu nog even niet. Er komt nog teveel leuke muziek aan is mijn inschatting.

Lees het hele verhaal hier op WoNo Magazine.

De Kift - Bal (2017)

4,5
Wat gebeurt er als een van mijn favoriete bands een van de beste nummers ooit gemaakt (eindelijk) uitbrengt en meteen op het begin van de nieuwe plaat knalt? Dan valt de rest zo zwaar tegen.

Omdat ik wist dat dit niet waar kon zijn, ben ik Bal gaan beluisteren met het overslaan van 'Bal'. Direct opende zich een intieme wereld waarin De Kift, tegen alle economische en cultuurpessimistische klippen op, zo rijk uitpakt, dat er sprake is van een muzikale hoogconjunctuur waar dit jaar maar weinig bands tegenop kunnen.

Na het meer theater dan muziek van 'Bidonville' pakt De Kift mij volledig in met zo'n rijkheid aan melodieën, maar ook met een inlevingsvermogen en erbarmen dat ik, wederom, versteld sta van de muzikale groei en de aangelegde diepgang in de muziek en voordracht. De Kift wordt ouder, maar steeds wijzer is mijn persoonlijke indruk. Er valt zoveel te ontdekken op Bal.

Dan terug naar het grootste feest. Het nummer waarvan ik een paar jaar al dacht dat het 'Feeste' of 'Feeste Feeste Feeste' heette. De punkriff waar Pim Heijne het nummer opent is alles waar De Kift voor staat. Ogenschijnlijke eenvoud, maar ritmisch onreproduceerbaar voor gewone stervelingen. Hierna barst een orgie van muzikaal geweld los, maar van een inclusiviteit die weinig bands kunnen matchen. "Ik hou van jullie, Ik hou van iedereen, Ik hou van jullie: Allemaal!" is de boodschap, die niemand buitensluit. Een mooiere boodschap is er niet in het kille, politieke klimaat van 2017. 'Bal' is een van de mooiste en beste nummers ooit. En nog een groot feest ook.

Met de rest van Bal voegt De Kift een prachtplaat aan zijn oeuvre toe. Er zijn weinig bands die dat 29 jaar na hun debuut zo triomfant mogen zeggen.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

De Staat - Bubble Gum (2019)

5,0
De Staat volgend sinds 2009, diverse shows gezien en de groei dus van relatief dichtbij meegemaakt. Ieder album tot op heden vond ik beter dan het vorige en dat is met Bubble Gum nog steeds zo. Bij de eerste beluistering had ik dat idee niet. Mijn idee was dat De Staat, op zeer succesvolle wijze een doodlopende straat was ingelopen. Die doodlopende straat blijkt echter een cul-de-sac. Zo'n Engelse buitenwijk straat met een lus die weer terug leidt naar de hoofdstraat.

De Staat bouwt een aantal bekende thema's nog groter, breder en dieper uit tot bijna buitenmenselijke proporties. Tegelijkertijd betreedt de band een aantal nieuwe paden. Neem 'Phoenix', 'Tie Me Down' en 'Luther'. Zachter, maar niet minder indrukwekkend. Het verschaft Bubble Gum en De Staat een nieuwe vorm van diepgang en paden om te verkennen in de toekomst.

Daarnaast staan er nummers op die inmiddels bekend voorkomen, maar naarmate ik Bubble Gum vaker speelde, hoorde ik nieuwe elementen en hoeveel "nuance" De Staat kan leggen in het hogere hak- en beukwerk. Hoeveel melodie er in een aantal van die nummers zit. Dat aspect van De Staat wordt steeds sterker. Hiphop ritmes, (hard)rock en metal versmelten met popelementen als alle kleuren van een toverbal en veel harder dan Bubble Gum.

De Staat mag dan ooit Torre Florim geweest zijn en daarna kwam er een band bij, die band is er nog steeds en wordt steeds beter. De invloed van de overige vier is overduidelijk aanwezig. De arrangementen, de samenzang, het komt ook voort uit de inventiviteit van de andere vier. Zoveel geluidjes, fantastische ritmes, rarigheid en ultieme strakheid. De Staat herbergt het allemaal.

Ja, Bubble Gum is hun beste tot nu toe. Weer beter, weer groter.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG. Om met De Staat zelf te spreken: Read this blog!"

Death and Vanilla - Are You a Dreamer? (2019)

3,5
geplaatst:
Are You A Dreamer? is wel een heel toepasselijke titel voor dit album. De muziek zweeft door mijn kamer heen. Death and Vanilla weet op een kunstige manier de "vlotte" soundtrack muziek uit de tweede helft van de jaren 60 met de sound van Air's 'Moon Safari' te verbinden (dat natuurlijk al stevig op die eerder genoemde nostalgie leunde). Het resultaat is een bedwelmende, maar lichte variant van psychedelica die uitnodigt tot het intensief bestuderen van de binnenkant van mijn hersenpan.

Het drumwerk van inhuurkracht Måns Wikendo houdt het Zweedse duo nog enigszins op de grond. Zangeres Marleen Nilsson zweeft altijd, met haar lichte, hese stem. Ze zingt volledig fluisterend. In die zin lijkt Death & Vanilla op het Nederlandse duo Donna Blue. Muzikaal gaat de vergelijking iets mank, omdat de gitaar een grote, veel prominentere rol speelt bij Donna Blue. Bij Death & Vanilla is de gitaar wel de tweede peiler waar het geluid op schraagt.

Are You A Dreamer? heeft ook een nadeel. Het is wel erg eenvormig. Acht songs is echt genoeg voor dit album. Daar staat tegenover dat er veel te genieten valt.

Het bovenstaande is een bewerking van en een aanvulling op een post op WoNoBloG.

Death Goldbloom - A Dirty Dozen Bars (2016)

4,0
Tim Claridge is een muzikant met een vele kleuren in zijn palet. Metal als solo artiest, blues/garage/rock met Death Goldbloom, folk met Hymalayan en akoestisch als lead guitarist voor Natalie Ramsay, met wie hij samen geregeld optreedt tijdens meditaties op muziek in een centrum.

A Dirty Dozen Bars is Death Goldblooms tweede release na het mini album 'Cluster Funk'. Het duo is inmiddels uit elkaar wegens privé aangelegenheden en meisjes. Enorm jammer, want ik vind Death Goldbloom getuigen van het enorme talent van Claridge. Ja, het mag meer gefocust zijn, dat zonder meer, want met al het gebabbel in de samples rond de nummers wordt de vaart van het album te vaak onderbroken. Wie daar het geduld voor heeft, hoort niet alleen een stel geweldige nummers in het blues, rock en garage idioom voorbij komen, maar ook wat een fantastische zanger en gitarist Tim Claridge is.

Op dit album slaan de riffs je heerlijk om de oren. Claridge heeft er daar een oneindig aantal van in zijn repertoire zitten lijkt het wel. Op dit album heeft hij het originele duo uitgebreid met een bas en mondharmonica om het geheel een steviger geluid te geven en een meer originelere bluesfeel. Toch is A Dirty Dozen Bars een lichter album dan zijn voorganger. Het heeft meer punten waarin het adem mag halen, waar 'Cluster Funk' volledig overdonderde. In de rustigere passages herinnert hij direct aan zijn werk met Hymalayan, zoals in 'Iron Tongue'.

Over een ding heeft het sample geleuter om de nummers heen volkomen gelijk: "This may seem only monkey business, but in reality it's very serious". Als de muziek vervolgens losbarst is het met de losheid van het gitaarspel van Jimi, zo enorm erg lekker en de koortjes van Natalie Ramsay, Ari Lantela en Jasmin Lynn. 'Thang' is dan slechts een opwarmertje voor een nummer als 'To Heck With Forgiveness'. Diep, donker, duister. Echte rock fans zijn dan allang verkocht.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Deep Purple - Fireball (1971)

3,5
De plaat met een van de allerbeste hardrock singles aller tijden. Het werd maar een klein hitje, maar ik herinner me heel goed hoe 'Fireball' me van de sokken blies. Het album leerde ik pas kennen met de 25 th Anniversary Edition die ik rond 2000 heb aangeschaft.

Fireball is een degelijk album, maar niet heel veel meer dan dat. Enerzijds een consolidatie van 'In Rock', anderzijds een opmaat naar het echte werk in de jaren die volgden. Wel met een fijne verrassing, 'Anybody's Daughter', een folk song die zo maar, onverwacht, voorbij komt en een enkele uitschieter hier en daar. Altijd stuwend en vaak een vlammende orgelsolo van Jon Lord en prachtige licks van Blackmore.

Op de feest versie staat ook 'Strange Kind Of Woman', wat natuurlijk een hele fijne feesttrack is.

Deep Purple - Who Do We Think We Are (1973)

4,0
Ik had altijd het idee dat dit de slechtste plaat van Deep Purple was, mach 2 dan, tot dat iemand in mijn band opperde een hardrock nummer aan te pakken en dat misschien wel Woman From Tokio zou worden. Dat is nog niet gebeurd, maar ik heb wel even de cd goedkoop in huis gehaald. Een goede zet. Er staat geen slecht nummer op deze plaat. Juist de blues invloeden, hierboven al zo genereus aangestipt, maken de plaat wat mij betreft helemaal af. Inderdaad veel en heel prettige extraatjes, al zijn er nog een paar op de plank blijven liggen begrijp, uit de Rome sessies.

Woman From Tokio vond ik altijd al een heel sterke single. Die heb ik al sinds de jaren 70 in huis. Gebouwd rond een ijzersterke riff, een prachtig psychedelisch tussenstuk, dat mij toen veel te lang duurde, en geweldig rock and roll einde. De bescheiden rol van Blackmore in de solo's is een zegen, zo laat de tweede versie horen die op deze plaat is toegevoegd in 1999.

Psychedelica komt sowieso nog terug op deze plaat. Best opvallend voor het hardrockende beest dat Deep Purple toen was.

En toen viel het uit elkaar en zou nooit meer worden wat het geweest is. Met name dankzij Ritchie Blackmore. De man komt over als een jaloers chagrijn.

Ja, dit zou wel eens een betere plaat dan zijn voorgangers kunnen zijn. Juist door de variatie in de muziek. Die platen hebben wel de beste nummers 'Child In Time', 'Fireball', 'Smoke On The Water' live en zo. Als geheel? Ik neig er wel toe.

DeWolff - Thrust (2018)

4,0
'IV' vond ik een enorm sterk album en dat niveau tikt DeWolff opnieuw aan met het nieuwe album Thrust, moeiteloos lijkt het wel. Waar de twee tussenliggende albums zeker niet onaardig waren, de eerste wellicht iets teveel onder de indruk van de Amerikaanse producer en de herwonnen vrijheid op de tweede iets te groot, vindt DeWolff op Thrust definitief de balans tussen de jam en de melodie. Live kan de band vertrekken naar een andere planeet met eindeloze soli die de sfeer steeds verder opzwepen. Thuis in de huiskamer hoef ik dat niet te herbeleven. Dan wil ik liedjes horen. In dat laatste wordt DeWolff steeds beter. Zingt Pablo ook steeds beter. Waar op de vroegste albums een song vooral een excuus was om te kunnen vertrekken, is er nu balans. Een ijzersterke song vol heerlijke licks en Hammond explosies, die alle ruimte biedt om live eens heerlijk loos te gaan op basis van die licks en Hammond exercities om daarna terug te keren naar een ijzersterke song.

Op Thrust laat DeWolff horen de voorbeelden langzaam achter zich te laten. Vrijwel het gehele oeuvre van The Black Crowes en The Faces laat de band achter zich en begint bands als Deep Purple, Uriah Heep, The Outlaws en de vroege Doobies in het zicht te krijgen. Met 10 jaar achter de rug mag dat ook. Het schrijven en uitwerken van een goede song mag geen mysterie meer zijn en dat is het ook niet. Met stukjes soul, ballads en blues erbij is de plaat zeer gevarieerd. Het beste album tot op heden? Ik ga 'IV' nog eens goed beluisteren binnenkort.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

WoNoBloG: Thrust. DeWolff - wonomagazine.blogspot.com

Dexys Midnight Runners - Don't Stand Me Down (1985)

Alternatieve titel: Don't Stand Me Down - The Director's Cut

3,0
geplaatst:
Na twee absolute topalbums en een zwik prachtige, maar zeer obscure singles daar tussenin volgde dit album. Ik weet nog dat ik niet eens zin had om er naar te gaan luisteren. Waarom weet ik eigenlijk niet eens meer. Uiteindelijk stond de plaat bij V&D heel goedkoop en heb hem toch maar meegenomen. Na een halve draaibeurt verdween de plaat in mijn platenkast. Voor meer dan 30 jaar dus.

Diverse verhuispartijen, opslag en ander ongemak later trok ik gisteren blind een plaat uit de kast. Shit, dacht ik, nu moet ik hem ook draaien. Zo ben ik dan ook wel weer. Waar komen die enorme kraken vandaan in beide eerste nummers? De plaat is nooit gedraaid!

Tot mijn verbazing viel de muziek me eigenlijk mee en toch is ook duidelijk dat Kevin Rowland de weg totaal kwijt is. Wie zet er in godsnaam zoveel gebrabbel op een plaat en zoveel maar half geïnspireerd gefiedel? Vooral wie weet wat deze band wel kan (kon?) zal zich toch afvragen wat er in het brein van de man is gebeurd. Het lijkt er toch sterk op dat bepaalde verbindingen niet meer aangelegd waren of onbereikbaar geworden. Oververhitting door alle intensiviteit van de eerste jaren? Uiteindelijk komen er toch een aantal aardige en een enkel geslaagd nummer voorbij, maar onvoldoende om de plaat te redden.

Ineens valt me iets te binnen. Bij een aantal van de beste nummers van DMR staat de naam van 'Big' Jim Paterson bij als co-auteur. De trombonist speelde voor deze plaat een grote rol in de band. Zeker op 'Too-Rye-Ay'. Hoe dat hier zit weet ik niet, maar hij staat niet meer op de foto's. Misschien daar de verklaring. (Even snel naar Wikipedia en idd, Paterson toetert alleen hier een daar nog wat mee als sessiemuzikant.)

De eerste van DMR stond weer bijna bovenaan in mijn jaren 80 lijst. De tweede is er uit gekukeld dit jaar. Te weinig gespeeld. Daar moet maar weer eens verandering in komen. Deze, kansloos.

Dexys Midnight Runners - Searching for the Young Soul Rebels (1980)

5,0
Frits Spits in de Avondspits bombardeerde 'Geno' tot tip van de week (hoe noemde hij die tip ook alweer? Iemand?) en de rest is geschiedenis. Jarenlang is dit mijn favoriete album geweest, zelfs boven Pink Floyd. De orde der dingen is alweer enige tijd hersteld, maar ik kan kan nog steeds tranen in mijn ogen krijgen van 'I Couldn't Help It If I tried'. Er staart nagenoeg geen zwakke broeder op dit album, waarin blue-eyed soul en een punk attitude samen komen en het image van hoge laarzen en capuchonnen.

Kevin Rowlands stem moet je inderdaad trekken, maar op dit album past het allemaal. Het geluid van der radiozenders aan het begin. Dat bestaat niet meer in dit digitale tijdperk, het gezoem en geruis van de ether is vervangen door bits and bites. Daarna vallen de heerlijke toeters in, die niet meer weggaan tot aan het einde, waar de tweede single 'There, There, My Dear staat. Een gedicht en bijna echte tranen alles mag hier en komt tot zijn recht. Over the top? Ja zeker, maar op zo'n mooie manier is dat door niemand meer gedaan in de afgelopen 38 jaar.

Er volgde nog een paar obscure singles, waarna er violen opdoken op 'Liars A To E'. Wat er daarna gebeurde is, opnieuw, geschiedenis. Inclusief dat geweldige concert voor de VARA in Brouwershaven met het nog niet doorgebroken, maar geweldig leuke Doe Maar in het voorprogramma. 'Smoorverliefd' was net op de radio te horen.

Die Nerven - Out (2015)

3,5
Ontdekking van een nieuwe band. Altijd leuk als het aanslaat. Die Nerven presenteren op zich niets nieuws. Vele punky, alternatieve rock bands hebben met dit bijltje gehakt. Toch klinkt Out fris. Deels door de open productie van Max Rieger en Ralv Milberg, maar ook door de speelwijze van de band. Als trio moeten ze alle drie aan de bak, maar zelden zitten ze elkaar in de weg. Niemand hoeft te vechten voor zijn plaats. Er lijkt geen strijd te zijn binnen Die Nerven, waardoor zij alle drie een plek hebben en mogen schijnen. Er is een duidelijke balans, onderling, maar ook in de opbouw van het album.

Dat resulteert in een fraaie, gevarieerde set. Regelmatig merk ik dat mijn brein een signaal afgeeft en zich afvraagt wat er nu weer gebeurd. met andere woorden, ik ben vrijwel de gehele plaat er automatisch met mijn aandacht bij.

De stem van Julian Knoth past prefect bij deze muziek. Hij is het meest punky element van Die Nerven. Afstandelijk, boos, betrokken, schijt aan alles. Het zit er allemaal in en meer. Daaronder kan het rustig zijn en stormen. Zoals 'Jugend Ohne Geld' eindigt in een straatprotest, waar Die Nerven tot voorbij het achterste van hun tong gaan, tot het braaksel de monden uitspuit, op weg naar opluchting en beter voelen.

De plaat is anderhalf jaar uit. Als dat niet zo geweest was, had hij nu op de shortlist voor mijn favoriete platen van 2017 gestaan. Voor nu moet de band het doen met een eervolle vermelding hier en op WoNo Magazine.

Dieter van der Westen Band - Me and You (2018)

3,5
Op een donkere dinsdagavond in Leiden speelde de Belgische band TMGS in de Q-Bus. Het betrof een dubble bill met de Dieter van der Westen Band. Na het prima optreden (van beide bands overigens) de cd gekocht.

Deze blijkt ook uiterst genoeglijk te zijn. De zacht kabbelende Americana met een licht duistere ondertoon die het album opent, 'Driving Home', zet de toon voor het eerste deel van het album. De hele band komt prima tot zijn recht in het brede geluid. Ieder instrument komt duidelijk voorbij en kleurt de nummers in. Dan is een viool iets meer leidend, dan een dobro of banjo. Daar overheen zingt Van der Westen met een stem die voorzien is van een heel prettig randje, waardoor je hem net even iets eerder gelooft. De samenzang met de bandleden maakt het plaatje helemaal af.

Precies op tijd kantelt Me And You iets. Een ruiger geluid vervangt de Americana. Vervolgens volgt het een meer dan een eeuw oude 'Jesse James' dat een blijk van herkenning teweeg brengt. Daarna verrast Van der Westen past echt. 'Take Me Higher' kan zelfs als een lichte vorm van Sly & the Family Stone genoemd worden. Bij vlagen doet het nummer mij in ieder geval er echt aan denken. Met het ook al stevigere 'Where I Belong' pietert Me and You alles behalve uit. Kortom, de verrassingen heeft de band echt tot op het einde bewaart en scoort daarmee ook nog eens. Me And You is een zeer deugdelijke album.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

DIIV - Is the Is Are (2016)

3,5
Als ik op het op Wikipedia geciteerde NME bericht moet afgaan, was deze plaat nogal een bevalling, een echte live to tell experience. In ieder geval lijkt de worsteling met het leven Zachary Cole Smith goed afgegaan want hij heeft een plaat afgeleverd die er mag zijn. Nog altijd is The Cure de eerste referentie waar ik aan denk als ik DIIV hoor, maar waar ik bij deze band altijd afhaakte, haal ik bij DIIV moeiteloos het zeer fraaie einde van Is The Is Are.

Het zijn de prachtige, gelaagde gitaren die het werk hier voor mij doen. Iedere laag nog lichter en kwikzilveriger dan de vorige. Het is dan ook in dit geluid en in de kwaliteit dat binnen een song de interessante melodieën over elkaar heen buitelen. Binnen sommige songs gebeurt soms zoveel, dat er telkens iets nieuws te ontdekken valt. Iets wat ik eerder niet hoorde.

De plaat is niet briljant, dat geef ik direct toe, maar wel ontzettend prettig om naar te luisteren. En groeit nog steeds, dus wie weet?

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Disco Inferno - In Debt (1992)

3,0
Het label Rocket Girl heeft de plaat opnieuw uitgebracht op cd en vinyl. Voor mij is de titel over het hoofd gezien meesterwerk niet van toepassing. Maar ik ben dan ook geen fan van veruit het meeste uit de jaren 80 en als Disco Inferno iets doet hier, is het de jaren 80 nog eens dunnetjes over doen in de jaren 90.

De band geldt kennelijk als zeer invloedrijk omdat zij experimenteerde met elektronica op de primitieve samplers e.d. die toen beschikbaar waren. Iets wat nu veel meer gangbaar is. En die moderne bands verwijzen dan opeens naar deze obscure band als hun voorbeeld.

Wat ik hoor is toch vooral hier The Cure een beetje naspelen, daar Joy Division met dezelfde doodse stem. De nuclaire dreiging was toch echt weg in de jaren 90, maar dat mocht Disco Inferno (ook wel een rare naam) niet deren.

Wat mij zeker bevalt aan In Debt zijn de inventieve ritmes die een aantal nummers hebben. Dat leidt tot een aantal zeer levendige songs met doodse zang als 'Set Sails' en 'Freethought'. Dus niet alles is kommer en kwel, maar over het algemeen is het muziek die mij negatief raakt.

Samengevat, dit is een album waar mensen die in de jaren 80 genoten van doom and gloom zeker naar moeten luisteren. De rest adviseer ik als het dan toch echt moet naar 'All Night Long' en zo te luisteren. Dat is ook jaren 80 en beslist veiliger voor de gemoedsrust.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Distance, Light & Sky - Gold Coast (2018)

4,5
De eerste keer luisterend naar Gold Coast bekroop me het gevoel dat ik later kwijtraakte: sentiment. Sentiment naar The Walkabouts. ik nam het Chris Eckman kwalijk dat hij met dit fantastische materiaal niet naar zijn oude bandmakkers was gestapt om het door hen tot leven te laten wekken. Dit was de plaat om samen te maken.

Het sentiment naar het verleden verdween meer en meer op het moment dat de plaat zich over het verleden heen schoof en een eigen leven ging leiden. Op het moment dat ik me in de achtergrond ging verdiepen. Op het moment dat ik hoorde hoe prachtig deze plaat is opgenomen, de ruimtelijkheid van de mix en hoe goed de drie muzikanten tot hun recht komen op Gold Coast. Bovendien bleek er al een plaat gemaakt te zijn in het verleden, 'Casting Nets', die ik niet ken.

Het eerste dat mij opviel aan Gold Coast was de beauty and the beast zang tussen Eckman en Chantal Acda. De zand en gravel stem van de eerste afgezet tegen het engelachtige stemgeluid van de tweede. Ja, dan komen Chris & Carla associaties nu eenmaal snel aan bod. Dat is het verleden. In het heden blijken deze twee de perfectie samen te benaderen. Het tweede was het enorm heldere geluid, waarin de snare drum van Thielemans soms enorm goed uitkomt (ja, een Terri Moeller associatie). Waar het album echt open bloeide, was tijdens het hierboven al enkele malen genoemde 'Slowed It To A Stop'. Dit is van een enorme schoonheid. Van een alles om mij heen verdwijnende intentie, die er voor zorgt dat de wereld stopt en er nog maar één ding overblijft: de samensmelting van mijn brein met de muziek van Distance, Light & Sky.

Met die sleutel in de hand, veroverde het album mijn hart, ziel en brein en laat zich noteren voor de top 10 van 2018 en misschien wel van het hele decennium. (Noteer even mee, als terzijde, in de afgelopen twee weken: TMGS, The LVE en Cari Cari. Absolute top albums!) Het is nu heel makkelijk om niet meer aan The Walkabouts te denken als ik Gold Coast op zet. Dit niveau had de band in zijn laatste circa 15 jaar niet meer aangetikt. De wisselwerking tussen de drie leden van Distance, Light & Sky is zeldzaam goed en groots. Samen met de inbreng van producer Phil Brown levert dit een topwerk op.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Django Django - Marble Skies (2018)

4,5
Het aanstekelijke enthousiasme op Marble Skies is zeer besmettelijk en dat terwijl de band zich, zeker ten opzichte van het geregeld over de top swingende 'Born Under Saturn', hier en daar inhoudt. Marble Skies brengt alles wat ik verwacht van deze band. Een perfecte combinatie van oud en modern en tussen pop en dansbaarheid.

Met de titelsong opent Marble Skies zoals ik verwacht en hoop. Minder uitbundig dan met 'Giant' een plaat terug, wat ik persoonlijk hun beste nummer vind. Wel met die swing die deze band zo onweerstaanbaar maakt. Dat laatste komt zeer geregeld terug op Marble Skies. Ouderwetse discogeluiden vermengen zich met uiterst moderne ritmes die op de een of andere ingenieuze manier de melodie van de nummers nooit in de weg zitten. Dat is voor mij het geheim van Django Django. Iets waar de band steeds beter in wordt en beter kan doseren.

Wat ik merk aan de paar keer dat ik plaat nu heb kunnen draaien, is dat mijn verhouding tot de plaat per beurt groeit. Telkens ontdekte ik weer nieuwe dingen, nog een geluid, nog een melodie. Bij 'Born Under Saturn' duurde het een paar jaar voordat ik de plaat volledig op waarde schatte. Het debuut meteen en deze zit daar prima tussenin.

Herhalingsoefening? Nou, misschien, maar wel op een geniale wijze, met heel erg prima nummers. Marble Skies is voor mij de eerste grote release van 2018.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

DMA's - Hills End (2016)

3,0
Ik blijf op twee gedachten hinken bij Hills End. Van dit heb ik al te vaak gehoord tot lekkere plaat. Van wat een hoogtepunten naar wat een dips. Van wat een energie naar wat een zouteloosheid. Ja, ik heb het allemaal eerder gehoord, maar toch wel een aantal lekkere nummers. Het heeft dan ook even geduurd voordat ik doorpakte en aan een recensie toekwam.

Dat DMA's niet bijster origineel klinken, is voor een debuutalbum niet erg. De energie die in de eerste nummers zit, neemt dat bezwaar weg, evenals de wijze waarop een ballad als 'Delete' uitgroeit tot een sonische storm. Gewoon heel lekker gedaan. Verderop op Hills End staan dan wel een paar bijna draken van nummers. Een deel van het probleem komt mij voor als dat van een zanger die iets zingt waar zijn stem niet voor gemaakt lijkt te zijn.

Alles bij elkaar optellend, kom ik tot een half geslaagd album, met een plusje voor de heerlijke up tempo nummers. Alle tam tam vooraf is qua plaat niet geheel terecht. Live kan dat anders zijn. Dat kan ik niet beoordelen.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Donald Fagen - Morph the Cat (2006)

4,0
Heeft Donald Fagen eigenlijk ooit een slechte plaat gemaakt? Kamakeriad viel mij, zoveel jaar na waarschijnlijk zijn beste soloplaat 'The Nightfly', zwaar tegen weet ik nog. Nu ik Morph The Cat weer eens uit de kast haalde, viel me op hoe lekker alles op deze plaat weer in elkaar steekt.

Ja, zo ongeveer vanaf 'The Royal Scam' van Steely Dan is het gerechtvaardigd om van een formule te spreken en is er niet echt sprake meer van ontwikkeling. Het punt dat door Donald Fagen (en Walter Becker) is bereikt, ligt echter zo hoog, dat "beter" een bijzonder star begrip wordt.

Morph The Cat onderstreept dit. Op zijn typische en ogenschijnlijk zeer eenvoudige manier tovert Fagen de ene na de andere fantastisch vloeiende song. met ineengrijpende, complexe melodieën uit zijn hoge hoed en presenteert ze aan ons luisteraars alsof ze op een namiddag in elkaar zijn gezet. In plaats van de jaren die het kostte om te slijpen, poetsen, verplaatsen en aanpassen die ongetwijfeld in Morph The Cat gestopt zijn. Heerlijke plaat.

Donald Fagen - The Nightfly (1982)

5,0
Het is 1982 en ik koop mijn tweede jazz album en daar is het ook ongeveer bij gebleven. De andere is die totaal uit het niets komende, vierde LP van Joe Jackson uit 1981 , 'Jumping Jive'. The Nightfly is een absoluut meesterwerk. Een plaat die ik ook 37 jaar na dato nog steeds met heel veel plezier draai en eigenlijk minstens met net zoveel plezier als toen.

Natuurlijk de twee singles zijn de ontzettend goed, met 'New Frontier', met dat telkens voorwaarts oprukkende ritme voorop. Daarachter zit echter niet 'I.G.Y', maar 'The Nightfly', het titelnummer. Zoals alle nummers op deze plaat voorbij perfect uitgewerkt. Alles klopt op The Nightfly, nog meer dan ooit bij Steely Dan. Vergeleken bij de laatste plaat van de band (toen), 'Gaucho', is The Nightfly in alle opzichten beter. Songmateriaal, melodie, uitwerking, dit is perfectie. Ja, toegegeven, het is allemaal superglad, maar als het zo goed is gedaan, verstomt de kritiek, waar deze bij anderen aanzwelt.

Donald Fagen heeft zichzelf ook nooit meer overtroffen en ik kan me het writersblock dat hij tot een eind in de jaren 90 had dan ook levendig voorstellen. Waar moet je mee komen als alles gezegd en gedaan is en perfectie bereikt. Het heeft denk ik 10 jaar geduurd voordat hij tegen zichzelf kon toegeven dat hij niet beter kon dan The Nightfly en van zichzelf materiaal mocht uitbrengen dat minder was. Pas op zijn, tot heden laatste plaat, 'Sunken Condos', was die vrede met zichzelf zodanig dat de kwaliteit er niet meer onder leed.

Of het nu het op zich gezapige, maar o zo onderkoeld vrolijke, 'Ruby Baby' of zwoele 'Maxine' is of het opzwepende 'Green Flower Street' en 'Walking Between Raindrops', Donald Fagen raakt alles. Er is geen twijfel, bij hem en bij mij. Dit is de muziek zoals hij het bedoelde en het ligt voor de eeuwigheid vast. Zoals ik hier boven lees zonder mogelijkheden tot verdere perfectie. Dan is een project wel geslaagd te noemen. Daarom en vele andere redenen *****.