menu

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Half Japanese - Hear the Lions Roar (2017)

3,5
Wat een rare plaat, dacht ik bij de eerste en tweede beluistering. Het heeft wel wat, kwam daar achteraan. Als ik nu terug kijk, dan is het bijvoorbeeld de overgang van een balladachtig nummer als 'The Preventer', waarop de zweefmolenmuziek van de titelsong volgt, wat dit album zo leuk maakt. Half Japanese laat me van de ene in de andere verbazing vallen.

Aanvankelijk moest ik geregeld aan Toy Dolls denken. Het is wel punk, maar door de stem simpelweg niet serieus te nemen. Dat geldt ook een beetje voor de stem van Jad Fair, de voorman van Half Japanese. Toch is het niet moeilijk om daar overheen te stappen. Er valt zoveel te ontdekken op deze plaat. Hoe modderig het soms ook mag klinken, kijk goed en er liggen overal parels verstopt, die niet voor de zwijnen zijn gegooid, maar voor ons, serieuze luisteraars, zijn neergelegd.

De energie van punk uit de periode dat muzikanten met iets meer diepgang doorbraken op de slippen van de eerste generatie, denk Joe Jackson, The Police, Elvis Costello, etc., dat is wat ik hier, op een geheel eigen wijze, telkens terug hoor. Pas als het slot nummer opdoemt, dat maar door en door gaat zonder ergens een punt te willen maken, heb ik genoeg gehoord. De conclusie luidt dan al: lekker plaatje.

Je kunt het hele verhaal hier lezen op WoNo Magazine.

Half Moon Run - A Blemish in the Great Light (2019)

4,5
Gewoonweg een prachtige plaat met een aantal momenten waarop de rillingen over mijn lijf lopen. Een aantal invloeden zijn weliswaar eenvoudig te spotten voor iemand met een beetje kennis van de betere popmuziek van de afgelopen 54 jaar. Het gaat er vervolgens om wat je met die invloeden doet en dat is in de handen van deze mannen goed belegd. Wat een schoonheid stroomt van de plaat af, met 'Natural Disaster' als absolute nummer een. Weer een stap verder en beter dan 'Sun Leads Me On'.

Hamish Anderson - Trouble (2016)

3,0
Ik ben iets minder enthousiast. Dat zit niet zo zeer in de muziek, maar in de wel heel brave productie van een album van iemand die hoog afgeeft van de blues en de classic rock platen van zijn vader. Jim Scott vaart duidelijk aan de behouden kant en laat Anderson te weinig ruimte om echt te schitteren. "Toen ik 'Back In The U.S.S.R.' hoorde, wist ik wat ik wilde worden", zegt hij zelf. Ga daar dan voor, voor die opwinding, antwoord ik hem bij deze.

Live zal hij dat zeker doen is mijn verwachting. Anderson schuift hier soms wel heel verraderlijk veel op naar de platgeslagen soul-blues van iemand als Jon Allen en dat is jammer. Vooral omdat hij in een aantal songs wel laat horen wat hij echt in zijn mars heeft. Belofte voor de toekomst? Wellicht. Zijn stem is lekker, zijn gitaarspel prima, de meeste nummers goed. Nu het lef nog om het echt op de plaat te zetten

Hannah Epperson - Upsweep (2016)

4,0
Dat had ik ook, E-Clect-Eddy,
De eerste keer dat ik dit album hoorde beseft ik niet eens dat dezelfde nummers voorbij kwamen, wellicht moet je ze daar veel vaker voor horen

Niet zo raar als iemand hetzelfde nummer zo verschillend opneemt. Inmiddels hoor ik het wel, maar dat was pas nadat ik er over las en serieuzer ging luisteren naar het album.

Upsweep is een prachtig album. De twee kanten geven aan wat een artiest met een nummer kan doen. Het eerste deel, Amelia, is electronisch, met veel loops en atmospherische geluiden gemaakt. Het tweede, Iris, is akoestisch. In beide delen krast de viool van Hannah Epperson er lustig op los. Denk Papa John Creech in de Airplane en Starship.

Qua sfeer doet het eerste deel me heel erg aan Peter Gabriels werk denken, maar dan zonder de financiële mogelijkheden en Kate Bush vanaf haar vierde album. Ritmisch, vervreemdend, beurtelings afstotend en aantrekkend. Eppersons stem is licht, zoals Amber Arcades. Ze speelt ook met de luisteraar. Waar ik een grote ontlading verwacht gezien de opbouw van het voorgaande, komen er enkel belletjes. Op mijn hoede luister ik verder. Wat volgt er nu?

Hoe meer ik naar Upsweep luister, hoe meer ik me tot het album voel aangetrokken. Deels gefacineerd, deels totaal geboeid. Het is een album dat vele luisterbeurten verdiend, waardoor de relatie al snel verdiept en blijvend wordt. Aanrader noemen ze dat.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Hater - Siesta (2018)

3,5
Je hebt een heleboel goede bands, betere bands en dan bands als Hater. En toch zit deze Zweedse band aan mijn goede kant. Na een aardig debuut en een betere EP, is Siesta weer een stap vooruit. Het tempo zit er goed in bij de band rond zangeres Caroline Landahl. Een kleine drie jaar na de oprichting heeft Hater al vier releases op de naam staan. De titel van de laatste plaat doet de band zeker geen eer aan.

Afgezien van de vreselijke hoes, toegegeven, hij valt wel op, valt er meer dan voldoende te genieten op Siesta. Naast zachte indie pop songs, die ook bij The Cranberries een plaatsje hadden kunnen vinden, durft de band ook harder te rocken, zonder uit de bocht te vliegen. 'Fall Off' is het beste voorbeeld. Rinkelende gitaren die van elkaar afstuiteren en een coda waarin geen solo te ontdekken valt. Gewoon een band die superstrak samen speelt, maar zo wellicht wel een inkijkje geeft hoe er in de oefenruimte liedjes tot stand komen.

Op Siesta slaat Hater moeiteloos een brug tussen pop en indierock en creëert bij vlagen zelfs een mooie mix tussen de twee. Daaroverheen zingt Landahl met haar wat hijgerige, dunne stem. In tegenstelling tot zangeressen als Dolores O'Riordan blijft zij precies aan mijn goede kant, wat haar de juiste zangeres voor deze band maakt.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Hater - You Tried (2017)

3,0
In het najaar van 2017 bracht Hater de EP 'Red Blinders' uit via het in het V.K. gevestigde Fire Records. Daardoor ben ik terug gaan zoeken en kwam uit bij dit debuut album. Al begint het in mijn oren wat vlak, naarmate het album vordert, lijkt de band aan zelfvertrouwen te winnen en steeds betere nummers aan de plaat toe voegen. Of mijn oren raken steeds meer aan het geluid gewend natuurlijk. Ik opteer voor het eerste.

Wat mij opvalt, is dat het geluid van de plaat licht is, alsof ik er doorheen kan kijken. He geluid contrasteert enorm met de sfeer. Die is een stuk donkerder. Dit gegeven alleen al maakt dat You Tried direct opvalt, al had ik aanvankelijk duidelijk moeite met wennen aan deze mix. Daarbij heeft zangeres Caroline Landahl een wat dunne stem. Dat hoeft geen nadeel te zijn, zoals Wolf Alice, ook live, laat zien.

You Tried groeit omdat verderop in het album het geluid steviger wordt aangezet, tot het laatste en titelnummer 'You Tried' voorbij komt. Een ballad die wat mij betreft achterwege had mogen blijven. Door het meer aanzetten van accenten, bijvoorbeeld met behulp van een extra instrument hier en daar, zet Hater een extra stap en zorgt ervoor dat het album groeit, bij iedere beluistering. Vooralsnog ***, maar ik sluit een stijgen daarvan niet uit.

Als ik in ogenschouw neem dat deze plaat uitgebracht is ongeveer een jaar nadat de band is opgericht, luidt de conclusie dat de leden een behoorlijk goed beeld hebben waar een en ander naar toe moet. 'Red Blinders' van een half jaar later toont al aan hoeveel rek er in Hater zit.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog

Heart - Live in Atlantic City (2019)

Alternatieve titel: Decades Rock Live

3,5
Voor een band die in alles behalve in formele zin uit elkaar lijkt te zijn, de dames Wilson spreken niet meer met elkaar, is iedere output een goede, dus ook een plaat met live opnames uit 2006, met veel gasten en zelfs twee nummers van Alice in Chains er op.

Heart was een band die ik inmiddels al weer heel lang geleden goed vond. Ik weet bijna zeker dat ik me het moment kan herinneren dat ik 'Magic Man' voor het eerst uit de radio hoorde komen, maar ook hoe de folk kant van de LP me verbaasde. Ik kon daar, toen, weinig mee. Inmiddels ligt dat zeker anders. "Magic Man', 'Crazy On You', 'Barracuda', dat waren hits die er wel ingingen.

Midden jaren 80 gleed naar het niveau van AOR af waar ik niet veel van moest hebben en nog steeds niet. Het goede nieuws op deze live plaat is dat al deze hits worden genegeerd, met uitzondering van 'Alone'. De favorieten uit het laatste kwart van de jaren 70 en vroege jaren 80 staan er wel op. Dames en band zijn duidelijk in vorm, dus in dat opzicht echt niets te klagen. Is deze plaat overbodig? Ja, natuurlijk. Is hij leuk?, ja dat zeker ook, maar als ik nog eens een Heart plaat opzet, wat al heel lang niet meer is gebeurd, daar heb ik de Top 2000 eens per jaar voor, zal het toch echt een oude zijn en niet deze.

Zoals gezegd het klinkt echt prima, maar mijn portemonnee zal ik er nooit voor trekken.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG:

Henry Jamison - Gloria Duplex (2019)

3,5
geplaatst:
Die witte wolk op de hoes. Hij doet me direct denken aan een grote wolk die over de top van een berg heen komt op het moment dat ik omhoog aan het wandelen ben. Meestal een signaal om snel weer naar beneden te gaan.

Wie houdt van een singer-songwriter die subtiele laagjes moderniteit om en onder zijn basis heen legt, heeft geen reden tot vluchten. Henri Jamison, uit Burlington, Vermont, heeft een prettige stem en speelt liedjes zonder veel gevaar. Toch weet hij de aandacht vast te houden met subtiele wisselingen in zijn muziek.

Wie deze stem of misschien beter manier van zingen hoort en de invulling van de nummers ontkomt er niet aan een vergelijking te maken. Damien Rice, daar begint en eindigt Gloria Duplex wel mee. Alleen Lisa Hannigan ontbreekt. Verder hoor ik zeker ook Conor Oberst/Bright Eyes en in de hoge stem, 'Bright Eyes', Art Garfunkel.

Dat zijn wel een aantal namen om in de voetsporen van te willen treden. Lukt dat Henri Jamison? Dat antwoord luidt ja. Op Gloria Duplex weet hij een mysterieuze sfeer te creëren die intrigeert. De plaat heeft voldoende eigens, vooral door de subtiele elektronica die op de achtergrond zijn werk doet. Dat maakt Gloria Duplex een moderne singer-songwriter plaat, die aan kan sluiten bij huidige trends, die niet altijd aan mij besteed zijn. Deze plaat wel.

Het is een plaat die er om vraagt serieus beluisterd te worden. Wie daar de tijd voor neemt, zal merken dat de plaat langzaam meer van zijn geheimen prijs geeft en aan kracht wint.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Herman Brood & His Wild Romance - Cha Cha (1978)

4,0
Gekocht op het hoogtepunt van de Brood hype, maar ook heel snel in de kast verdwenen. Het voordeel is dat een plaat dan zonder een kras tevoorschijn kan komen.

Wat Cha Cha aantoont, is dat Brood en Wild Romance de opwinding van een aantal nummers op hun eerste twee platen live fantastisch konden vangen en uitbouwen. Op 'Street' en 'Sphritz' staan een aantal Nederrock and roll klassiekers zonder weerga. Enorm uptempo, vol sensatie en opwinding. 'Rock And Roll Junkie', 'Hit', 'Dope Sucks', om er maar eens drie te noemen knallen enorm van deze plaat af. Met Bertus Borgers erbij, komt 'Still Believe', een van Broods hitsingles, maar door Borgers, mede, geschreven, ook prima tot leven. De drie achtergrondzangeressen, José van Iersel van Gruppo Sportivo, Floor van Zutphen en Monica Tjen A Kwoei, maken de sensatie wel af.

Meest opvallend is eigenlijk de afwezigheid van Broods bekendste song 'Saturday Night'. Daarnaast serveert de band een aantal covers, Little Richard en Lou Reeds 'Can't Stand It Anymore'. Vooral deze laatste past zo wonderwel in Broods repertoire dat ik bijna het idee krijg dat dit nummer model heeft gestaan voor Broods solo carrière.

Conclusie, jammer dat ik in die tijd vanuit het Brabantse dorp waar ik toen woonde nooit naar de stad ging om bands te kijken zoals Herman Brood & his Wild Romance. Het was daar niet anders en de schade is meer dan voldoende ingehaald.

Het Zesde Metaal - Skepsels (2019)

3,5
Met de schrille tonen van de stem van Josephine Foster nog in mijn oren zet ik Skepsels van Het Zesde Metaal op. De overgang van de psychedelische freak folk naar de gestileerde klanken van Het Zesde Metaal kan niet groter zijn. En toch hebben beide platen onmiskenbaar hun eigen kwaliteiten.

Mijn kennismaking met Wannes Capelle verliep via Broeder Dieleman in hun samenwerking met cellist Frans Grapperhaus 'Dit Is De Bedoeling'. Hij heeft al meer dan 10 jaar een muzikale carrière met zijn band Het Zesde Metaal. De taal is West-Vlaams, meestal gezongen op een manier dat ik het nog kan verstaan. (In tegenstelling als ik diep in West-Vlaanderen op straat rondloop. We mogen het hetzelfde opschrijven, qua spreken kan het ook Chinees zijn.)

Op Skepsels maakt Het Zesde Metaal muziek die ik in eerste instantie sympathiek wil noemen. Bij afstandelijke beluistering kabbelt het rustig voort. Muziek die meer op de marathon is gericht dan de 100 meter sprint. Vanzelf komt de nadruk dan te liggen op de vocale melodie en de woorden.

Wie meer gaat luisteren, hoort veel fijne en kleine details die zich niet zo zeer opdringen als, in eerste instantie althans, als bij toeval mijn oor in lijken te springen. Een klein piano motief, een mooie overgang naar een andere passage in een song. Het is dan ook op zo'n moment dat ik moet denken aan Meindert Talma's laatste plaat en misschien straks wel magnus opus, 'De Domela Passie'. Net als daar gaat het om de gezongen tekst tot dat ik die loslaat en er zoveel meer blijkt te zijn.

Als ik nog beter luister, wordt Skepsels betoverend. De in eerste instantie vrij vlakke muziek blijkt een zacht wuivende, gelaagde massa. Zoals ooit een groot kiezelbed in het SMAK in Gent bleek te golven voor wie er iets langer naar keek. Zo verrassend is Skepsels. Het album toont een ontzettende volwassenheid, die de muzikanten in staat stelt het beste uit zichzelf naar boven te halen. En dat zonder dat iemand de show hoeft te, laat staan moet stelen. Men ondersteunt de stem en de teksten en creëert ondertussen een zeer spannende wereld. Skepsel is een genot om naar te luisteren.

Dit alles is eerder verschenen op het blog van WoNoBloG.

Hockey Dad - Boronia (2016)

3,0
Deze debuutplaat van het Australische duo Hockey Dad, drummer en gitarist, is deels meer enthousiasme dan echte kwaliteit, met een paar heel prettige uitschieters naar boven toe. Het niveau van grote voorbeelden als The White Stripes, Blood Red Shoes of The Black Keys wordt echt niet gehaald. Daar staat tegenover dat op Boronia de jeugd de overhand heeft en los gaat zonder dat er hoge verwachtingen zijn. Dat is te horen op de plaat. Vooral in het nummer 'I Need A Woman' komt dat allemaal samen, al is opener 'Can't Have Them' duidelijk een intentieverklaring van poppy alternatieve rock.

Boronia is een Australische plant, een voorstadje van Melbourne en de naam van de straat in het plaatsje Windang waar de twee leden, drummer Billy Flemming en zanger/gitarist Zach Stephenson, opgroeiden. Naar het laatste is de band vernoemd.

Het duo maakt gebruikt van heel veel overdubs en een basgitaar, wat het geluid moeilijk reproduceerbaar maakt live. Als het echter de energie die de plaat herbergt mee weet te nemen, dan komt het live zeker goed.

Het niveau van de songs op Boronia zakt nergens echt in, maar het is niet bijzonder genoeg in vergelijking met datgene wat er al is. Ik sluit niet uit dat het vele samenspelen, de band toert de wereld rond, de zaak strakker gaat maken en daarmee het niveau van de nieuw te schrijven songs omhoog gaat trekken. De eerste platen van The White Stripes en The Black Keys vind ik ook niet bepaald hun beste. Daarom voor nu het voordeel van de twijfel en *** van een, voormalig, hockey vader,

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Hollywood Vampires - Rise (2019)

3,5
geplaatst:
Gewoon een "simpele" plaat waarop de band zich uitleeft in het bekende classic rock straatje, maar dat wel doet op een zeer aansprekende manier. Geen classic rock cliché wordt geschuwd, iets dat moeiteloos wordt overschaduwd door het enthousiasme waarmee de heren hun liedjes spelen. Voor iets dat toch gezien kan worden als een hobbyclubje, doen de drie voor mannen en hun meer en minder bekende kompanen erg hun best om het levensecht te laten klinken. Een prima plaat voor een avondje nieuwe classic rock dus. Meer woorden zijn niet nodig.

HOWRAH - Self-serving Strategies (2018)

4,0
HOWRAH kan recht-toe-recht-aan zijn, maar ook de ware schoonheid in hun liedjes verstoppen achter dwarse ritmes of akkoordenschema's, die die schoonheid niet zo maar prijsgeven. Als de spreekwoordelijke parels in de zwijnenstal. Maar zodra die gevonden zijn, laat een melodie mij niet gauw meer los.

Er is eigenlijk maar één nummer waar ik nog steeds mijn draai niet in gevonden heb en dat is, vreemd genoeg, het nummer waardoor ik dacht 'hier wil ik meer van horen'. 'Vacuity' blijft uiteindelijk te eentonig om mij te overtuigen.

Het feest begint direct met het lang uitgesponnen intro van 'This Chemistry', ook meteen het langste nummer op Self-Serving Strategies. Voordat ik het wist werd ik de plaat ingezogen en stond open voor alles wat HOWRAH mij ging voorschotelen. Dat is een mix van vroeg 80s doom post-punk en alternatieve gitaarrock uit de 90s, tot op heden. Cees van Appeldoorn kan zo doods zingen als de besten uit dat verdere verleden, de muziek heeft daar, gelukkig, minder mee van doen. Die is eclectisch en uitbundig op vele momenten. Een heel stevig firmament van drums en bas, waarover de gitaren de vrijheid hebben om heerlijk de vrijheid te nemen om songs te verfraaien. Die gelegenheid laten ze vrijwel geen moment links liggen.

Het is daarbinnen dat vaak de meest fraaie staaltjes te ontdekken zijn. Schoonheid die de plaat per luisterbeurt prijsgeeft, waardoor hij naar iedere luisterbeurt weer iets mooier is dan daarvoor. Als dat zo blijft, dan belooft dat nog veel moois voor de nabije toekomst. De leden van HOWRAH hebben allemaal een muzikaal verleden. Hun toekomst in het alternatieve rockcircuit ziet er echter zonnig uit.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

WoNoBloG: Self-Serving Strategies. HOWRAH - wonomagazine.blogspot.coml

Humble Pie - As Safe as Yesterday Is (1969)

4,5
Voor mij was Humble Pie tot een paar weken geleden een band met één single, 'Natural Born Bugie', jaren geleden tweede hands op de kop getikt voor 1 gulden of zo. Om de een of andere reden heeft niemand me in de afgelopen decennia verteld wat een enorm lekkere en goede blues, rock, soul plaat As Safe As Yesterday Is is. Die openbaring heb ik in de afgelopen weken mogen ondergaan.

Hierbij werd ik getriggerd door weer eens naar 'Ogdens' Nut Gone Flake' van the Small Faces te luisteren. Steve Marriott vertrok en ik vroeg me af hoe zijn, toen, nieuwe band zou klinken. Nou Humble Pie rockt.

De muziek op deze plaat is een verzameling van invloeden die niet helemaal origineel te noemen is. Het betere jatwerk is een directere omschrijving. 'Born To Be Wild', 'Communication Breakdown', 'Little Queenie' en 'Get Back' komen allemaal in een bepaalde vorm voorbij in nummers. Zelfs als ik dat meeweeg, hoor ik zoveel opwinding op deze plaat. Humble Pie voelde the sign of the times volledig aan en wees in de richting van hard rock die er aan zat te komen.

De mix van muziek, die een extreme voortzetting is van The Small Faces' laatste plaat, is explosief te noemen. Deze band rockt hard, maar is in staat folk zelfverzekerd neer te zetten en terug te kijken naar de psychedelische jaren, die hier op de laatste benen voortstrompelen.

As Safe As Yesterday Is is een prachtige, ironische plaattitel. Een gevaar voor de samenleving (a menace to society) lijkt er meer op.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Husky - Punchbuzz (2017)

4,0
Een nieuwe plaat van een band die ik nagenoeg vergeten was. De eerste plaat was aardig, de tweede is geheel langs mij heengegaan. De derde is scheepsrecht. Alhoewel de muziek op deze plaat met heel veel vergeleken kan worden, hoor ik heel veel Fleetwood Mac. Zowel in de 'Big Love' variant als de 'Rumours'. Kleine wendingen in de melodie en subtiele lijntjes in de gitaren, het ademt zowel Lindsay Buckingham als Christine McVie. Daarnaast is er sowieso een gezonde dosis westcoastpop te horen.

Toch is het totale product Punchbuzz als Husky te kwalificeren. De zachte stem van Husky Gawenda zorgt daar in de eerste plaats voor, maar ook de sfeer die de band neerzet op deze plaat kent voldoende eigens. Bijzonder knap is hoe de sfeer in een aantal nummers, neem 'Late Night Store', met relatief eenvoudige ingrepen verandert. Het geeft een nummer en het hele album, een enorm prettige dynamiek mee. Hoe bescheiden ook, het maakt echt indruk.

Wel is dit een plaat die, bij mij, zijn geheimen pas prijs geeft, als ik het album op de stereo in de woonkamer afspeel. Dan komt de gelaagdheid en de diepte volledig tot zijn recht. Dat is het moment waarop Punchbuzz van *** naar **** groeide. Een ware pracht aan geluiden openbaarde zich.

Punchbuzz heeft mij uitermate prettig verrast. Nu dat tweede, gemiste album maar eens gaan uitchecken.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Hydrogen Sea - Automata (2019)

3,5
geplaatst:
Voor mij een nieuwe band en in zekere zin is het dat voor iedereen nu het duo zich tot band ontpopt op Automata. Automata is voor het soort album dat eenzelfde impact op mij heeft als 'Moon Safari' van Air en 'Gold Mountain van Goldfrapp en in zekere zin de platen van Charlotte Gainsbourg hadden. Platen uit een hoek waar ik doorgaans weinig van mijn gading aantref, maar die om een, eigenlijk, onverklaarbare reden mij zeer aanspreken.

In het geval van Hydrogen Sea is het wel redelijk verklaarbaar. De Air sfeer of beter 'Moon Safari' sfeer zit er goed in. Een ploppend basje hier en daar en de licht zwevende zang van Birsen Uçar die over de muziek heen ligt. Het heeft soms zelfs iets spookachtigs. De vocalen zijn bijna altijd dubbel. In combinatie met de zuchtmeisjes kwaliteit van de zangeres geeft dat een effect zoals soms in griezelfilms te horen. De vage stemmen op de achtergrond die er eigenlijk niet (horen te) zijn. Het werkt op Auatomata bijzonder goed.

Als je me zou vragen om direct te antwoorden op de vraag 'wat gebeurt er nu eigenlijk op dit album'?, dan zou ik antwoorden 'heel weinig'. Op een bepaalde manier is dat gewoon zo. Het is niet alsof de lol er van afspat. Automata is een gedragen album, dat soms licht uit de band springt door iets meer volume of iets enthousiastere beats, maar dat is wel. Waar het album slaagt, is in de combinatie van elektronica met de melodieën. Soms volkomen in evenwicht, soms alsof muziek en zang weinig tot niets met elkaar te maken hebben. Dat maakt dat Automata spannend is om naar te luisteren. Het hoeft niet te spetteren om te slagen. Tel daar een paar prima poppy tracks bij op en dan verslaat Hydrogen Sea ieder album van Portishead. Er zit een lichtje tussen zoals de Studio Sport verslaggever ooit zei in de olympische gouden race van de Holland 8. Dat gaatje wordt per draaibeurt groter.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.