MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bailter Space - Wammo (1995)

poster
3,0
Gisteren kwam de reissue uit op LP bij Flying Nun. Ik las dat de band in 1987 in Dunedin begon en bekend stond als de Sonic Youth van het Zuidelijk Halfrond en de luidstspelende band daarboven op. Wammo is de plaat waarin "de" samenstelling zijn hoogtepunt beleefde. In 1995. Ik moest meteen denken aan de heruitgave van 'Benjamin B' in november 2020. Allebei platen die ik toen niet kende en nu wel. 'Benjamin B' wint glansrijk wat mij betreft, maar dat maakt Wammo niet een minder interessante plaat.

De vergelijkingen die toen gemaakt werden, Sonic Youth, Pixies, heb ik niets aan, want ik luisterde daar toen niet naar en heb het nooit ingehaald. Met de oren die ik nu heb, luister ik Wammo naar en hoor een paar andere dingen.

De eerste wat mij opvalt, is de energie en melodieën van Oasis' hardste rocksongs. Zodra Bailter Space de noise een beetje weglaat, komt het vroege Oasis van songs als 'Rock And Roll Star' tevoorschijn. Een paar songs hebben deze alternatieve (Brit)pop feel en dan heeft Bailter Space mij wel te pakken. Zodra de noise er vet overheen gaat, haak ik half af.

In die noise zit overigens nooit een totale overgave aan het gevoel is mijn indruk. Er blijft altijd controle over de song, die live misschien wel werd los gelaten. Het verstand wint op Wammo.

Eigenlijk onvermijdelijk komt tegen het einde The Velvet Underground voorbij. 'D-Thing' is 100% Lou Reed c.s.. Het ritme is zo stevig gemept, dat Mo Tucker daar niet mee kan concurreren, maar dit is gewoon classic. Ook de kinderen (en kleinkinderen inmiddels) van die paar mensen die The Velvet Underground ooit hebben zien spelen, zijn bands begonnen op basis van de verhalen en legenden.

Deze plaat is niet helemaal voor mij, maar zeker interessant om te hebben leren kennen en vaker te spelen in de toekomst.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Band of Horses - Why Are You OK (2016)

poster
3,5
Jaren geleden liep een voormalige collega van me volledig weg met deze band. Ze gaf me een kopietje om naar te luisteren en ik hoorde het niet, net zoals ik het op de albums die volgde niet hoorde, met als dieptepunt het live album van twee jaar terug. Telkens dacht ik bij de eerste nummers wat aardig, om al snel in verveling te vervallen. Iets wat me bijvoorbeeld bij My Morning Jacket en veel van Bright Eyes ook telkens overkomt.

Dat verrassingen tot het leven behoren, blijkt uit deze plaat. Het zit gewoon lekker in elkaar, de sfeer van landelijkheid wordt met een grom te niet gedaan. Er zit voldoende dynamiek in het album om van voor naar achter bij de les te blijven en ook al zijn een aantal nummers doorsnee, ze klinken lekker, zeker in de zang en er kan telkens iets gebeuren.

Dat maakt van Why Are You OK geen absoluut topalbum. Daarvoor ontbreekt teveel het gevaar. Het hier boven al genoemde 'On The Beach' heeft dat wel. Dat album is bijna te gevaarlijk om beet te pakken. Daarvoor kleurt Band of Horses hier net teveel binnen de lijntjes. Tegelijkertijd is dit hun beste album tot op heden en een van de betere in dit genre van de laatste jaren.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine

Band of Skulls - By Default (2016)

poster
4,0
Band of Skulls zit voor mij altijd vast aan een onneembare horde. Baby Darling Doll Face Honey vond ik zo'n ontzettende lekker album, met 'Death By Diamonds And Pearls' als absoluut hoogtepunt. De twee opvolgers vielen tegen. 'Sweet Sour' zakte enorm in. Himalayan was een flinke stap voorwaarts.

Met By Default doet Band of Skulls alles weer goed. Alle sterke punten van de band komen naar voren. De afgewisselde zang, weergaloze refreinen, gebruik van stop starts in de muziek voor de broodnodige spanning, knallende riffs en drums. Een niveau dat de band moeiteloos vast houdt tot het een na laatste nummer. Prince? WTF?, maar vooruit, ieder zijn lol.

Wat ik mooi vind, is dat Band of Skulls meteen bij het begin van het album de lat neer legt op zo'n hoge positie, dat daar enkel heel veel ambitie uit kan spreken. Ik ken eigenlijk alleen 'Rock and Roll' van Led Zeppelin dat er ook meteen zo inknalt met de drums. Alles na dat drum intro kan kan eigenlijk alleen maar tegenvallen. En dat doet Band of Skulls dus niet op dit album. Het trekt het niveau en de urgentie alleen maar door. Tot dat slappe einde dan. 10 uit 11 songs die hoog scoren? Dat benadert de perfectie. Wat overblijft, is, zoals eh1982 al aangaf, originaliteit. **** dus.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Bardo Pond - Under the Pines (2017)

poster
3,5
Een nieuwe cd van een band die al jaren bestaat, maar waarvan ik voor het eerst iets hoorde eerder dit jaar met deze nieuwe plaat. Een soort muziek die een harde schop onder de kont geeft, keihard tegen de haren instrijkt en dan weer razend spannend is. Kortom, een plaat die mij nogal wat kanten op deed bewegen. Een plaat die ik op het ene moment vrij snel af zet, teveel, te druk, te alles en op het andere moment, op één dip in de plaat na, intens beleef.

Bardo Pond shoegazet, progrockt en rockt op non-compromitterende wijze. Er is geen bezwaar tegen alles volkomen dichtspelen. Gitaarmuren worden opgetrokken tot trommelvliesscheurende monsters, waar de rest van de band zich man/vrouwmoedig doorheen werkt, de muur stevig van cement voorzient, inclusief een mooie pleisterlaag. Het meest indrukwekkend gebeurt dit in het slotnummer, 'Effigy', waar een dwarsfluit een gevecht aangaat met de steeds meer opstuwende band. Een gevecht die het instrument nooit kan winnen, maar toch standhoudt, als de laatste trommelaar van de marching army band die zonder wapen mee opstoomt richting vijand. Symbolisch fadet het nummer uit, zodat we het, gesuggereerde einde niet mee hoeven te maken. De uitkomst is overduidelijk.

Bardo Pond is spannend, maar soms een overload voor de zintuigen. Uitermate boeiende plaat.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Bark Psychosis - Codename: Dustsucker (2004)

poster
4,0
En ja, het is 2018 en ik heb ///: ook gehoord dankzij de reissue en wat een plaat. Ja, het geluid en sfeer doet mij ook denken aan Talk Talk met een mindere zanger, maar ///: kan geheel op eigen benen staan. Mijn hoofdindruk is dat deze plaat totaal tijdloos is. Bark Psychosis en vooral Graham Sutton natuurlijk, gaat voor een geluid en sfeer die misschien wel het beste te vergelijken is met zang in een kathedraal. Compleet tijdloos dus.

Tegelijkertijd weet de plaat op momenten totale schrik aan te jagen door een onverwacht hard geluid in de mix te gooien, die dwars door alle serieusheid en contemplatie heen barst. Verder scoort deze plaat alleen maat achten en als ik hem beter ga leren kennen, misschien nog wel meer. Time will tell. Voor nu heb ik er uit onverwachte hoek ontzettende mooie muziek bij. Nog mooier dan 'Hex'.

Er zitten grote voordelen aan ouder worden. Het waarderen van deze muziek bijvoorbeeld. Dat heeft deels te maken met een dieper en beter begrip van muziek, maar ook met minder vooroordelen van wat goed is en wat niet. Waar ik veel vrienden hun smaak steeds smaller zie worden, is dat bij mij omgekeerd. Het nieuwsgierig blijven is daar belangrijk in. Bark Psychosis komt precies op het goede moment voorbij. Wat een album en waarom is deze band nooit doorgebroken? Voor wie muziek als dit waardeert, moet eens naar Kairos op de Concertzender luisteren. Een van de programma's die mijn oren geregeld wijder maakt.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Bark Psychosis - Hex (1994)

poster
4,0
Via de heruitgave is de plaat ook in mijn oren terecht gekomen. Ik had zover ik weet hier nog nooit van gehoord. Bij de eerste tonen dacht ik meteen aan de plaat van Talk Talk die ik in 1988 als een van de eerste albums blind op cd heb gekocht en al snel stof heb laten vergaren in de kast: 'Spirit Of Eden'.

Toch deed iets me meer aandacht besteden aan Hex. Ik vind het heel moeilijk om daar precies een vinger op te leggen, maar het heeft te maken met de manier waarop de nummers zijn opgebouwd, stukje bij beetje veranderen. Zonder het nu direct minimal music te kunnen noemen. Het heeft ook te maken met het feit dat ik sinds een aantal jaren een recensie schrijf van het maandelijkse radioprogramma 'Kairos' op de Concertzender. Een programma waar de muziek van Hex moeiteloos in past. Ik hoor daar muziek die totaal buiten mijn muzikale comfortzone ligt, waardoor ik een aantal dingen anders ben gaan waarderen. Dus ook Hex.

Ik merk dat ik bij deze plaat instrumenten volg, de kleine ontwikkelingen opmerk, soms schrik van een interruptie of bescheiden eruptie. Allemaal dingen waardoor ik de plaat steeds meer ga waarderen.

Deze week heb ik de maker van Kairos getipt and guess what? Verwacht in de komende maanden muziek van Hex.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Barrelhouse - Almost There (2016)

poster
4,0
Na 40 jaar mijn eerste Barrelhouse album beluisterd. Wat een feest.

Het album verbaasde mij na iedere luisterbeurt verder. Waar ik na de eerste dacht, 'goed, maar wel erg netjes', kwam ik er achter dat dit album af en toe echt smerige randjes heeft. Het nette mensen op leeftijd spelen de blues en zijn morgen weer boekhouder idee vervaagde al gauw en maakte plaats voor diepe doorleving.

Ja, ingaande op jullie diecussie Lura en Hendrik68. Ik vind dat Tineke Schoemaker duidelijk haar best doet om zo mooi en helder mogelijk te zingen, maar dat dit niets afdoet aan haar prestatie op dit album. Heel erg goed en prachtig doorleefd/geleefd.

Barrelhouse is in staat om verschillende genres binnen de (blues)rock aan te pakken, maar ook daarbuiten te treden, met een prachtige song als 'Walk This Road' bijvoorbeeld als resultaat. Misschien wel de mooiste op dit album. Verder valt me steeds weer de interactie op tussen de verschillende instrumenten. Met vult elkaar grandioos aan en spoort elkaar aan. Het licht is er voor iedereen en men stapt er weer uit voor de ander.

Conclusie: prachtalbum van een grootse band.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Barrie - Barbara (2022)

poster
3,0
Voor mij een met de hakken over de sloot album. Er doet zich een heel merkwaardig feit voor namelijk. Als ik Barbara opzet en met dingen bezig ben, word ik er best blij van, ondanks de melancholische ondertoon van het album. Echter, als ik een-op-een met het album ben, wil ik bij veel nummers liever iets anders opzetten. Dat is niet de bedoeling van luistermuziek. Dat is wel wat Barrie schenkt. Muziek die tussen elektronica, singer-songwriter en pop inzit. De ene keer iets meer doorschietend naar de ene en dan naar de nadere kant, maar altijd zacht gezongen met een licht triestige inslag. Juist als ik echt wil luisteren, haak ik af. Vreemd genoeg, verandert dit de algemene luisterervaring niet. Dus ***.

Basia Bulat - Are You in Love? (2020)

poster
3,0
Dit is een plaat met twee gezichten voor mij. Aan de ene kant de mooie, krachtige stem van Basia Bulat, laat ik het een Beth Hart light noemen, maar anderzijds de soms ontzettend zoetsappige liedjes die in mijn oren meer als effect dan inspiratie klinken.

Af en toe komt er een moment voorbij dat er kracht bij komt kijken, letterlijk door een drummer aan de slag te zetten of er een stevige elektrische gitaar in te gooien. Op die momenten komt Are You In Love? tot leven en komt het net over de middelmaat heen.

Het is niet slecht wat Basia Bulat presenteert, maar in mijn oren vaak te vrijblijvend. Het kabbelt maar wat door, zonder een punt te maken. Zodra ze dit wel doet, komt haar album en muziek tot leven.

Ik heb geen vergelijkingsmateriaal of deze plaat kenmerkend is voor Bulat. (Ik dacht tot op heden dat zij de Basia was van Matt Bianco.) Eindoordeel luidt dan ook dat ik wel blij ben de paar goede nummers te hebben leren kennen, maar meer ook niet.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Bawrence of Aralia - Bawredom (2018)

poster
3,5
De plaat mag een rare titel hebben, de band een rare naam (wat kunnen je verwachten van leden van een band die Amish Winehouse heet?), de muziek heeft gelukkig niets te maken met Mannenkoor Karrenspoor of The Baseballs.

Bawrence of Aralia maakt op haar debuut Bawredom uiterst serieuze muziek met knipogen naar de jaren 80 wave muziek. Laagjes doom and gloom vermengen zich met jaren 10 losheid (en alwetendheid). Deze mix werkt in de meeste nummers zeer aanstekelijk.

Het is daarom dat de titel en naam mij een beetje irriteren. Natuurlijk moet de band dit zelf weten, maar naar mijn mening ondergraaft zij zichzelf ietwat. Er is namelijk een muzikaal avontuur te ontrafelen op Bawredom, juist alles behalve saai is. Dat begint met de mix van alternatieve, duistere rock en een Midlake-achtige sfeer. Soms is het alsof de zanger de verkeerde studio ingelopen is, daar zijn partijen ingezongen heeft, waarna men het zo heeft gelaten omdat er, bij toeval, iets unieks was ontstaan. Dat klinkt intrigerend en is het ook, zoals bijvoorbeeld het enorm snelle drummen versus het langzame zingen.

De complexe ritmes brengen mij de platen van jaren 70 jazzrock drummers in herinnering, waar ik bij een vriend altijd naar moest luisteren, terwijl in de melodieën Jon Anderson, Yes en The Moody Blues naar boven komen. En dat allemaal op één plaat. Kortom, niet een plaat die ik altijd en overal kan en wil opzetten, maar heel erg sterke momenten heeft, die mij vaker naar de plaat zullen doen teruggrijpen. Het zou daarom zo zonde zijn als mensen de plaat laten liggen vanwege die titel en naam.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

beabadoobee - Beatopia (2022)

poster
3,5
Een verrassend goed album. Ook na Fake It Flowers, Beabadoobees debuut album. Bea Laus durft het aan vele kanten van haarzelf en haar muziek te laten zien. Beatopia is net zo fantasievol als de beste The Beatles studio albums, 'Sgt. Peppers' en 'Abbey Road'. Nee, niet net zo goed, maar wel een plaat waar de 21 jarige zangeres er volledig voor gaat en allerlei muzieksoorten, -stijlen en invloeden, succesvol, door elkaar weeft. Zowel tussen de nummers onderling als binnen een nummer. 21 jaar en dit al kunnen? Ik durf te spreken van een groot talent.

beabadoobee - Fake It Flowers (2020)

poster
4,0
Een nieuwe rijzende ster? Dat is altijd moeilijk te voorspellen. Toch heeft de 20 jarige Beatrice Laus uit Londen, geboren in de Filipijnen, een paar molenstenen om de nek gekregen. De redder van alternatieve rock. Daar valt wel iets op af te dingen, maar niet waar het gaat om de kwaliteit van Fake It Flowers. Die zit namelijk behoorlijk goed.

Beabadoobee maakt jaren 90 muziek. Opvallend voor iemand geboren in het jaar 2000. De invloeden van 90s rock liggen er duimenbreed tussenop in de eerste twee nummers. Geen vette grunge, maar een licht geluid over de doorstampende drums.

Het is daarna dat het album een aantal verrassende wendingen neemt. Zachte ballads à la '1979', een lo-fi opgenomen singer-songwriter song om uiteindelijke toch ook twee keer uit te komen bij Hole achtige vette rockers. In alle gevallen blijft het meisjesachtige van beabadoobee in stand. Ze kan niet in de Courtney stand, daarover beschikt ze niet en dat is prima hier.

Om haar de redding te noemen, gaat mij te ver. Moet er überhaupt iets gered worden? Wie naar de gestage stroom kwaliteitvolle releases in Nederland luistert, weet dat de alternatieve rock er in ons land heel goed voor staat. Canshaker Pi, Apneu. Global Charming, om er drie te noemen, hebben dit jaar allemaal prima platen afgeleverd. Ook meer obscure bands als Avery Plains en Letzberg scoorden goed.

Wel is beabadoobee overduidelijk een groot talent, dat met Fake It Flowers voorkomt dat ze in een hoekje kan worden geduwd. Ze kan namelijk op haar volgende plaat vele kanten uit en blijven verbazen. Iets dat ze mij een aantal keren heeft laten doen met deze prima plaat.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Beach Fossils - Somersault (2017)

poster
3,5
Wat een fijne plaat is Somersault. Geen briljante, maar gewoon een heel lekkere. Eentje die de gymnastische oefening 100% op souplesse uitvoert en niet op kracht,

Deze release is geheel langs me heen gegaan in juni. Kan gebeuren. Ik kwam de band tegen op het indiestadt festival in Paradiso, waar ik voor The Black Angels kwam. Daardoor ben ik alsnog gaan luisteren en merkte dat de nieuwe plaat me net zo beviel als de voorganger van vier jaar terug, 'Clash The Truth'.

Op Somersault is de band, grotendeels, op zijn liefst. Dromerig, bijna zweverig en lieflijk. Dat maakt de plaat licht, maar verre van overbodig. De melodieën zitten verfijnd in elkaar. Waar op het podium de hoofdrol grotendeels uitging naar de twee gitaristen, is op de plaat de bass van Jack Doyle Smith leidend. Zijn instrument trekt de nummers voorwaarts. Als de bass van Krist Novoselic in de rustige stukken van Nirvana en dan nog een stuk bescheidener in klank en uitvoering.

Het rare 'Rise' is een verrassing, maar vooral raar. Het is 'Be Nothing' dat het prijsstuk is van de plaat. Niet helemaal voor niets schiet mij telkens 'Oh! Sweet Nothin'' van The Velvet Underground te binnen, iedere keer als ik het nummer draai. De verrassing zit hem er in als het nummer totaal van karakter verandert en de hele plaat op zijn kop zet. Voor even dan,

Met Somersault levert Beach Fossils een prima opvalger van 'Clash The Truth' af. Geen briljantie, maar degelijkheid. Zoals een middeleeuwse meester van een gilde de beste werken afleverde, levert Beach Fossils werkjes van hoog niveau af: meestersongschrijvers.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog

Beck - Colors (2017)

poster
3,5
Met Colors tapt Beck uit een heel ander vaatje, dan wat ik verder van hem ken en dat is eigenlijk een constante in zijn carrière, die inmiddels een kwart eeuw beslaat. Kenmerkende overeenkomst voor mij was eigenlijk, dat ik er nooit zoveel aan vond. Dat veranderde met de voorgange 'Morning Phase' en ook deze plaat gaat er bij mij goed in.

Wat Beck fantastisch doet op deze plaat, is een aantal muziekstijlen op een weergaloze wijze vermengen waardoor er enerzijds simpelweg perfecte popmuziek ontstaat en anderzijds scheidslijnen tussen muzieksoorten verdwijnen alsof ze nooit bestaan hebben. Door het hoofdelement van disco weg te halen, zie dikke discobeat, maar de gitaartjes en andere versiersels te houden en te vermengen met jaren 60 pop of psychedelia en/of jaren 80 doompop ontstaat er een soort vrolijkheid waarvan de bron uiterst lastig te achterhalen valt. Een vrolijkheid die Colors negen van zijn tien nummers volkomen vast houdt.

Er staat een totale misser op het album, dat er, smaken even opzij gezet, niet op had mogen staan, omdat het een totale stijlbreuk is met de rest van de plaat. 'Wow' heeft hier gewoon niets te zoeken. Natuurlijk mag een artiest doen wat hij wil, maar hier had een kleine waarschuwing op zijn plaats geweest. Nee, ik vind hip-hop niets, maar blijf bij mijn mening.

Verder is Colors een groot feest van (geluidjes)herkenning, dat bij beluistering uiterst vrolijk stemt. Het is een heel knap in elkaar gezet album waar producer Greg Kurstin en Beck samen voor verantwoordelijk zijn. Samen spelen zij het album naar een prima hoogte.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Beebe Gallini - Pandemos (2021)

poster
3,5
Nee, ik ga niet beweren dat Pandemos een geweldig goede plaat is. Dat streeft Beebe Gallini ook niet na. Mijn indruk is dat wat ik hoor ook precies is wat er in de studio klonk. Gewoon recht toe recht aan garage rock met een jaren 70 punk attitude gespeeld. Dus klinkt het ruig, stoer, vervormd en vooral hard. En dan te bedenken dat de andere band waar zangeres Miss Georgia Peach en drummer Travor Ramin inspelen, The Short Fuses, nog harder is.

Pandemos is niets meer en niets minder dan een plaat waar het heerlijk bij is een half uurtje door te brengen als je een energie boost nodig hebt of juist even wat wil afstomen. Voor nu even alleen in het hoofd of de huiskamer, maar wie weet over niet al te lang ook in het echt. Dit is echter een band die zo lokaal is, de Twin Cities in Minnesota, dat wij die hier nooit gaan zien. Uit liefde gemaakt in de vrije tijd naast normale banen en gezinnen, is in mijn inschatting, zoals alle bands op het Rum Bar label en de label baas Lou Mansdorf zelf.

Dat het af en toe wel heel bekend klinkt, neem ik graag op de koop toe. 'Till The End Of The Day' is duidelijk de inspiratie voor 'My Way Of Thinking'. Nou en? Het is een heerlijk nummer. En dan "To Love Somebody'. Op dit moment in de top 40 in een nog zoetspapperige versie dan het origineel. Hier een versie die mij aanvankelijk heerlijk op het verkeerde been zette. Luister wat een beetje muzikale visie en inspiratie kan doen met een nummer.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Beechwood - In the Flesh Hotel (2018)

poster
4,0
Wat een heerlijke plaat. Beechwood klonk op haar vorige album als een band op zoek, niet onaardig, maar ook niet af. Dat is de muziek van de band wellicht nog steeds niet, maar in dat geval staat er een absoluut meesterwerk om de hoek.

Op In The Flesh Hotel vermengt de band het beste van de jaren 60 popmuziek met de no nonsense attitude van de 1977 punk uit New York City. Het resultaat is een heerlijke hybride die verre van uniek klinkt, maar wel fantastische popsongs oplevert voor het alternatieve circuit.

Om een korte omschrijving te geven, de band is van The Kinks spelen, 'I'm Not Like Everybody Else' op 'Songs From The Land Of Nod', gegroeid naar The Kinks incorporeren in de muziek. Dat leidt tot een heerlijk pianootje in 'Amy', waarschijnlijk de bull's eye song van In The Flesh Hotel. Zo'n achtelooslijkend pianoriffje waar meer dan waarschijnlijk uren als geen dagen inzitten om perfect krijgen.

Doe daar een beetje Beatles bij, The Beach Boys ten tijde van 'Surf's Up' gecombineerd met T.Rex en wat suf gekrijs in het opzwepende 'Nero', terwijl op de achter- en voorgrond de punkrock nooit ver weg is. Voor mij gaat het dan in dit genre niet veel beter meer worden. Voor nu ****, maar als het echt beklijft, dan sluit ik die extra * niet uit.

Als alles eindigt met een, zo te horen in totale dronkenschap opgenomen, country song die 'Sweet Virginia' en 'The End Of The Show' samenvoegt tot een kloppend geheel, is In The Flesh Hotel af. Wat een plezier kan luisteren naar muziek toch zijn!

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

WoNoBloG: In The Flesh Hotel. Beechwood - wonomagazine.blogspot.com

Beechwood - Songs from the Land of Nod (2017)

poster
3,5
Als een woord dit album omschrijft, dan is het vaagheid. Beechwood scheert langs diverse randjes heen, valt er een enkele keer overheen, maar weet vooral te boeien, omdat het zich nergens op vast laat pinnen. Jaren 60 garage rock met vleugjes psychedelia komen voorbij, maar op de foto staat een band in jaren 70 discokleren. Bandleden die hun lichaam presenteren als tatoeage canvas vol teksten en andere dingen, spelen net zo makkelijk een zoetgevooisd popliedje verstopt in vaagheid qua geluid.

Het gaat hier om de muziek. Die zit vol fuzzgitaren waarover woest gezongen wordt met een zacht klinkende stem. De muziek kan dat vervolgens in het volgende nummer volkomen matchen. Wat blijft is de dat de opnames klinken alsof ze in een badkuip zijn opgenomen en vervolgens samengeperst door een smalle buis tot ons komen, waarna het geluid pas is opgenomen nadat hetgeen dat is overgebleven zich in de ruimte aan het einde van de buis weer heeft uitgespreid. Verre van de standaard zoals die nu soms geldt dus.

Knap is dat dit niet echt uitmaakt voor de impact van het album. De songs van Beechwood blijven voornamelijk overeind. De verrassing van de plaat is de cover van de song die ooit op de B-kant van 'Sunny Afternoon' stond, de grote hit van The Kinks uit 1966. 'I'm Not Like Anybody Else' is alles wat 'Sunny Afternoon' niet is. Rauw, rockend en referent aan die kant van de pop- en rockmuziek die het publiek niet ziet. Prima toevoeging dus aan Songs From The Land Of Nod, het land van hen in exile. Daar voelt Beechwood zich duidelijk prima thuis.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 1] (2017)

poster
4,0
Ergens in de tweede helft van de jaren 00 was ik wel klaar met Belle and Sebastian. Alles wat de band uitbracht klonk mij bekend in de oren, maar dan minder goed. Daardoor nam ik niet eens de moeite om de laatste paar albums überhaupt te beluisteren. Deze wel, waarom? Goede vraag. Misschien toch om dat EP verhaal.

Het eerste nummer deed mij hard schrikken. Opnieuw dat oppervlakkige discogeluid. Doorzetten helpt soms en dat leidde tot flink wat luistergenot. De variatie die Belle and Sebastian loslaat op Part 1, maakt het een heel divers album, waarin de band laat zien waartoe het in staat is. Dat geeft zelfs een plekje aan het eerste nummer 'Sweet Dew Lee'. De waardering voor dit nummer veranderde duidelijk als deel van een geheel.

'We Were Beautiful' is spannend. Op een manier die mij doet denken dat Belle and Sebastian heeft geluisterd naar 'Blackstar' en de ritmes heeft meegenomen naar de studio. Het mooiste nummer is het door Sarah Martin gezongen 'Fickle Season'. Hier lijkt alles bij elkaar te komen en niets te worden geforceerd. Gewoon een lieflijke ballade, zoals Lou Reed die ook ooit kon maken voor Nico en Mo Tucker.

In 'The Girl Doesn't Get It' laat Stuart Murdoch eindelijk op een prettige manier van zich horen. Zijn droomstem werkt helemaal hier en het wordt nog mooier als Sarah Martin mee komt doen. Ja, ook dit is disco, maar dan op een manier waarin de kracht van B&S samenkomt. Opnieuw Bowie, in de gitaarsolo ditmaal.

Arcade Fire en Belle and Sebastian? Everything (is) now. Nooit gedacht dat er tussen die twee bands een overeenkomst zou zitten. Maar beide bands gooien het op het hier en nu. En terecht. In het geval van B&S in de vorm van een heerlijk voortslepend nummer met een prachtige en relaxte melodie.

Geen idee nog wat Part 2 en 3 gaan brengen. Deel 1 is vooralsnog volkomen geslaagd te noemen en voor het eerst in ongeveer tien jaar dat ik prettig verrast ben door de band.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 2] (2018)

poster
4,0
Was ik al tevreden met Part 1, die gemoedstoestand blijft in stand nu ik Part 2 meerdere keren beluisterd heb, Opnieuw heel verschillende songs, met veel jaren 60 invloeden, waarvan ik er vier van de vijf prima vind werken. Als ik 'Cornflakes' weg streep, dan blijven er vier songs over waar Belle & Sebastian heel verschillende kanten van zichzelf laat zien. Alleen al door de wisseling van leadzang en zeer prominent meezingen, verandert de band al veel aan haar geluid, maar ook door te werken met veel dynamiek tussen de songs. Niet alles is zacht en zweverig, wat ik toch doorgaans associeer met B&S. Af en toe bijt de band door en toont aan op een B&S manier te kunnen rocken. Tegelijkertijd is de mix van de muziek breed gemaakt, zodat er echt ruimte is voor ieder instrument om een aparte plek te hebben die fraai onderscheid maakt.

Sarah Martin steelt toch weer een hoofdrol in het door haar gezongen 'The Same Star'. Een verrassend scheurende gitaarsolo die wordt overgenomen door een trompet? Waarom niet. Het klinkt echt prima. Een tweede hoogtepunt is 'A Plague On Other Boys'. Hier laat de band zich van een meer dan prima kant zien. Alsof de band Scott Walker als voorbeeld neemt en vervolgens alle bombast die Walker kenmerkt wegstript en toch alle kracht die bijvoorbeeld een 'Jackie' uitstraalt, volkomen overeind laat.

Ach, een plaat die begint met een soort intro als van The Offsprings 'Self Esteem' en dan een heel stevig 'Show Me The Sun' in zet, met zweverig tussenstuk en al, kan al bijna niet meer stuk, En dat blijkt. Een prima vervolg, dat mij heel benieuwd maakt naar deel 3.

2/3 van het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 3] (2018)

poster
4,0
Ook deel 3 is wat mij betreft weer een prima worp. Wat mij opvalt, is dat hier een volwassen band aan de slag is, die zichzelf heeft ontwikkeld en diverse stijlen goed beheerst en er prettige in het gehoorliggende songs in kan schrijven, spelen en arrangeren. De wisselwerking van leadzang werkt enorm goed. Deel 2 van 'Everything Is Now' is een prachtige song, het eind 'Best Friend' wordt gezongen door een vrouw die te oud is voor deze muziek en tekst, maar het is wel heel mooi.

Belle & Sebastian heeft er voor gekozen om niet in het verleden te blijven hangen, maar nieuwe dingen te doen. Daar zit een uitstapje disco tussen, jaren 60 soul en de betere pop. Wat de band wel behoudt, is de evenwichtskunst tussen de lichtheid van leven en de melancholie van het leven. Dit komt uit in alle facetten van de stemmen en muziek van Belle & Sebastian. Er zijn weinig bands die dit zo goed kunnen. Bijna tot in de perfectie beheersen.

Drie EPs en wat mij betreft drie keer raak. Dat valt te lezen in de deze recensie die alle drie onder elkaar zet op WoNoBloG. Ik was de band sinds eind jaren 00 uit het oog verloren. Niet meer.

Belle and Sebastian - Late Developers (2023)

poster
3,0
Het klinkt aardig hoor, daar zeker niet van, maar het is wel erg eendimensionaal en soms ronduit slaapverwekkend. Er is gewoon bijna niet een uitschieter. Ik heb de indruk dat het eigenlijk op is, maar wat moet je anders als muzikant? Geen onvoldoende omdat de band altijd sympathiek klinkt. Maar dit is geen, hoe heet het drieluik ook al weer?. Dat was wel een echt hoogtepunt.

Bells of Youth - Dreamers (2016)

poster
4,0
Dreamers is een album dat me per track steeds weer verbaasde en een nieuw stukje prachtige muziek toestopte. Het album kan niet origineel genoemd worden, maar getuigt van de vakmanschap om een liedje te voorzien van telkens een nieuwe laag, een variatie rond de centrale melodie en iets te ontdekken geeft. De variatie zit zowel in de vocalen als de instrumentatie. Dat maakt van Dreamers een album met heel veel potentie.

Van mijn initiale verbazing naar een David Gilmour intro te luisteren, gevolg door een orgel dat door Rick Wright ingespeeld kon zijn, voerde het album langs indie en alternative pop en rock. Afgebeten indie en ballads die een intro kunnen zijn voor een epische Yes song van 15 minuten uit 1973. En in iedere song lijkt het er op dat Bells Of Youth er uit heeft gehaald wat er in zat. Bij het schaven aan de songs werd pas achterover geleund bij het bereiken van een voor anderen onzichtbare dimensie.

Kortom, ik ben onder de indruk, Een van de betere albums van 2016 tot dusverre, dat de mogelijkheid heeft om verder te groeien.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Ben Bostick - Hellfire (2018)

poster
3,5
Typisch een plaatje van achter het stuur gaan zitten, flink gassen en door razen. Dit is iets te zwart-wit gesteld, maar dekt de lading wel. Het album begint met een flink statement genaamd 'No Show Blues' waarin al het beste van Ben Bostick en zijn band volledig samen komt. Country rock met vleugjes blues rock en af en toe een uitstapje naar meer reguliere country, maar nooit zonder een vies klinkende elektrische gitaar. Rock blijft altijd een element, al moet de luisteraar soms even geduld hebben.

Een van de heel lekkere klinkende elementen op deze plaat is het rollende honky tonk piano geluid in veel van de nummers. Afgezet tegen de country en rock (and roll) licks van de lead gitaar zorgt dat voor een heel aangename afwisseling, die Hellfire een volstrekt eigen sfeer meegeven. Verder moet men niet naar iets eigens zoeken, daarvoor is deze plaat te bekend klinkend in het genre.

Met een stem als afgesleten banden op te heet asfalt, klinkt Bostick ruig en een tikje gevoelloos. Dat past hier allemaal prima bij. Stoer de nacht in zingend alsof er geen morgen komt. Met Hellfire in het zicht is dat wellicht ook zo. Tot die tijd genieten zou ik zeggen van een potje uiterst stoere muziek. Diepe gevoelens zijn even voor later.

Het hele verhaal staat op WoNoBlog:

WoNoBloG: Hellfire. Ben Bostick - wonomagazine.blogspot.com

Benjamin B. - Benjamin B. (1995)

poster
4,5
Dankzij Excelsior heb ik de nummers nu ook in huis. Voor mij de kennismaking met de plaat, want ik wist van het bestaan niet af. Wel van de band, want de tweede en derde cd heb ik wel in huis. Pré-Internettijdperk. Tegen de tijd dat het Internet in huis kwam, was de band allang weer vergeten en lagen de cds tot op de dag van vandaag te verstoffen.

Het her-uitbrengen van het debuut gaat mij toch nopen de stofdoek uit het keukenkastje te halen. Deze plaat is namelijk niets minder dan een revelatie. In de afgelopen maanden hebben een aantal fanstastische alternative rock platen van Nederlandse bodem het licht gezien. Slow Worries, Price, Global Charming, Apneu. Daar had deze plaat prachtig tussen gestaan, als het een debuut geweest was.

Ja, in dat geval had ik op het retro geluid gewezen, maar daar net zo makkelijk overheen gestapt. Omdat het zo goed is. De naam The Lemonheads wil nog wel eens vallen in de vergelijkingen. Ik ken maar één nummer van The Lemonheads dat ik goed vind, 'Mrs. Robinson'. Juist, een versnelde coverversie van een geweldige song. Bufffalo Tom komt al dichter in de buurt, maar ik vind Benjamin B. frisser klinken. Het pop element mag net meer doorklinken, wat er voor zorgt dat er licht in de muziek zit. De LP uitgave komt met een stapeltje bonustracks die niet te versmaden zijn.

Het is altijd leuk als er zo'n muzikale verrassing voorbij komt. Zo een die uit het niets mijn leven direct verrijkt. Daarbij maak ik wel de kanttekening dat ik de plaat nu meer dan waarschijnlijk leuker vind, dan ik hem toen had gevonden. Mijn smaak was in 1995 nog in transitie, weg van mijn oude favorieten uit de jaren 60 en 70 naar de jaren 90. Daarna heb ik nooit meer omgekeken, zonder mijn favorieten van vroeger ooit af te danken. Er is enkel heel veel bij gekomen.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Bert Jansch - Avocet (1979)

poster
3,5
Voor mij was Bert Jansch een naam die ik pas, misschien in de jaren 90, pas voor het eerst hoorde. Folk, jaren 60, dat was mijn ding, echt, niet. Zeker niet in de jaren 70 toen ik platen als 'Lief & Liege' voor het eerst hoorde. Kortom, nooit de moeite genomen om kennis te maken.

Toen ik enige maanden geleden een reissue van Avocet in mijn mailbox aantrof, was dat dus geen aanbeveling om eens te gaan luisteren. Nu, in de eerste twee weken van 2020 het nieuwe jaar het aantal releases op een laag pitje staat, heb ik gewoon eens e.e.a. beluisterd, waar onder Avocet. Ik werd heel aangenaam verrast. Waarom?

Eigenlijk gebeurden er twee dingen. Ik hoorde hoe ontzettend goed er gemusiceerd wordt door Jansch, Jenkins en Thompson, hoe razend knap het allemaal in elkaar zit. Maar ik merkte ook dat het mij emotioneel maar moeizaam raakte. Ik sluit niet uit dat dat met het ontbreken van zang te maken heeft, maar voor een deel ook zeker door de kwalitatief hoge, maar wat steriele manier van spelen.

De kwaliteit is echter zo goed, dat de plaat mij heeft overtuigd. Ik ga hem zeker vaker beluisteren en wie weet, leidt tot een halve * meer en tot een diepere, dus emotionele band. Ik kan mij voorstellen dat dit zijn beste plaat is, zoals hierboven een paar maal geschreven wordt. Het zit immers zo goed in elkaar.

De stuk is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Bertolf - Big Shadows of Small Things (2019)

poster
3,5
Het heeft even geduurd voordat ik dit album op waarde ging schatten. Terwijl de plaat wel interessant genoeg bleef om bij terug te komen. Dat heeft deels te maken met de artiesten die veel nummers op de plaat bij mij in herinnering brengen. Dat klinkt als een zwakte bod, maar dat is het niet. Bertolf heeft voldoende van zichzelf om er uit te springen.

Ik kwam er wel achter waarom mijn acceptatie proces zo moeizaam verliep. Deze nummers zijn meer The Moody Blues dan The Beatles, meer Crosby en Nash dan Neil Young, meer Midlake dan Supergrass en vandaag de dag in Nederland meer Bertolf dan The Maureens of Maggie Brown. Kortom, net moeilijker in het gehoor liggend. Zijn stem is een tweede dingetje voor mij. Die valt niet altijd goed, zoals die van Paul McCartney dat in sommige nummers bij mij ook heeft. Het verschil is dat laatstgenoemde vele stemmen en stemmingen ter beschikking heeft.

Zoals ik al schreef, toch kwam ik telkens terug bij de plaat. Zoals ik ook albums van al die eerst genoemde bands/artiesten bezit, maar zelden als eerste op zal zetten.

De liedjes op Big Shadows Of Small Things hebben bijna allemaal iets bijzonders, momenten om als muziekliefhebber de vingers bij af te likken. Niet in het minst vanwege de mooie samenzang en arrangementen. (Waarbij ik het met blur8 eens ben, dat de country-uitstapjes achterwege hadden mogen blijven.)

Ik haal er een uit om aan te tonen hoe vernuftig de muziek van Bertolf in elkaar zit. In 'Hills' komen diverse invloeden prachtig samen. In de coupletten hoor ik Ron Sexsmith, in de refreinen Midlake, terwijl de overall mood en de gitaarsolo Elliot Smith oproepen. En toch is 'Hills' een volkomen organisch geheel. Kortom, razend knap in elkaar gezet en dat geldt voor meer nummers. Zo is Big Shadows Of Small Things toch een aanrader voor de ware popliefhebber.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Beth Lee - Waiting on You Tonight (2021)

poster
3,0
Waiting For You Tonight is een aardig plaatje, maar Beth Lee is geen supertalent, daar kan ik kort over zijn. Daarnaast is haar stem relatief zwak, wel prettig om naar te luisteren. Muzikaal is het album heerlijk gevarieerd en dat is zeker in het voordeel van Beth Lee. In een enkel nummer is haar zwakkere stem duidelijk een nadeel, omdat er nog minder klankkleur in komt en dus niet uit de verf. Gelukkig is dat een uitzondering. Juist als de muziek meer in de richting van pop en (roots)rock gaat, dan komt het album helemaal tot leven.

Dit laatste heeft zeker te maken met de productie en het muzikale plezier dat de muzikanten om haar heen hadden om deze plaat in te kleuren. Waar bij dit soort hired hands normaal gesporken één solo in een nummer wel genoeg is, vind je er hier drie gitaarsolo's, met allemaal een andere klankkleur. Met andere woorden, hier is tijd en aandacht geschonken aan details en niet inpakken en wegrijden naar de volgende sessie.

Dit geluid is mede tot stand gekomen door twee leden van Chuck Prophet's Mission Express, waarvan drummer Vincente Rodriguez de plaat produceerde (en niet de heer Prophet zelf, musicfriek). Het gevolg is dat de invloeden van zijn band hoorbaar zijn. Ook in de grote variatie tussen de nummers. Qua kwaliteit van de songs kan Beth Lee niet aan hem tippen, maar dat is geen schande.

Waiting On You Tonight is een heel prettig album, waar weinig aan mis is en waar liefhebbers van muziek op de grens van pop, country en rootsrock zeker plezier aan kunnen beleven.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Beth Orton - Trailer Park (1996)

poster
3,5
Gewoon een heel mooi album. Ik twijfel tussen 3,5 en 4 en doe eens conservatief. Jaren niet gespeeld, maar de afgelopen weken weer een paar keer. Ze heeft zichzelf daarna nooit meer overtroffen, ook al kom ik nog zeker drie albums in de kast tegen. Haar wat lijzige zang werkt gewoon prachtig tegen de achtergrond van gevoelige liedjes en elektronica/beats. Een van de zeer geslaagde crossovers uit de jaren 90.

Bettie Serveert - Damaged Good (2016)

poster
5,0
Een nieuwe Bettie Serveert is altijd een feestje, maar met zowel 'Oh Mayhem!' als Damaged Good heeft de band mijn, in het laatste geval stoutste, verwachtingen overtroffen. Voor een band die zo lang bestaat, is dat bij mij vaak niet het geval. Een plaat valt vaak tegen om daarna meestal te groeien en soms gewoon niet. Damaged Good kwam direct heel prettig binnen en groeide daarna alleen maar verder. Ik sta me nu al te verlekkeren om deze nummers live te horen knetteren.

De energie van drummer Joppe Molenaar lijkt garant te staan voor goede platen. Het fundament van bassist Herman Bunskoeke is niet alleen solide dienend, maar inventief waar het kan. Hij heeft zeker zijn momenten op de nieuwe plaat. Peter Visser tovert weer wat heerlijke geluiden uit zijn speelgoed en voegt een flink aantal mooie leadlines en solos toe. Daarboven zingt de koningin van de Nederlandse indierock scene. Carol van Dijk is in grootse vorm hier.

Wat mij bijzonder bevalt aan Damaged Good, is dat Bettie Serveert volledig heeft geaccepteerd in waar zij goed in is, up tot mid tempo indierock nummers spelen, maar dit combineert met experimenten en dynamiek, die er voor zorgen dat de meeste nummers ver boven wat "normaal" is in het genre uitstijgen. Het laat de songs tot bloei komen en zet de indierock explosies nog steviger aan. Ronduit indrukwekkend zijn een aantal nummers te noemen.

Dit is een plaat die eigenlijk maar één woord nodig heeft voor een recensie: fantastisch. Met andere, iets meer woorden, wat er ook beschadigd is geraakt, de muziek op deze plaat is het zeker niet.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine

BIG SPECIAL - National Average (2025)

poster
4,0
Big Special is de Ray Davies van The Kinks voor dit decennium. Zo lang je maar geen 'Waterloo Sunset' verwacht. 'Dead End Street' in heel veel verschillende vormen komt dichter in de buurt. Zanger, prater, rapper Joe Hicklin stompt je tegen het lijf om de boodschap over te brengen en de muziek geeft je een trap onder de kont na. Ook al meent hij het maar voor de helft, zijn boodschap komt wel aan. Daarnaast strooit hij lustig met dichterlijke vrijheden, tekstvondsten en klinkklare onzin. Machtige plaat.