MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Halestorm - Back from the Dead (2022)

poster
4,0
Ook Halestorm - neen, niet die andere, Alestorm, de Schotse folkmetalband - ... wel dus Halestorm, de onstuimige hardrockband uit Pennsylvania, met frontvrouw-gitariste Lzzy Hale, drumbroer Arejay Hale, gitarist Joe Hottinger en bassist Josh Smith, heeft na de lockdown ook een nieuw, vijfde album uit! Alleen al het schrikwekkend gloeiend rood van de hoes van dit 'Back From The Dead' deed de temperaturen hier al spontaan stijgen. Lzzy's er onverhuld witheet op vastgelegde boosheid en frustratie schreeuwt zich bovendien van het plaatje af, vage voorbode van de behoorlijke portie onderhuids naars nog in aantocht. En inderdaad, het album is niets minder dan, breed uitgezongen, Lzzy' verhaal van moeizame terugkeer uit een gore pandemieafgrond, identiteitscrisis, haar eigen gevecht voor mentale gezondheid en survival, het nog proberen levend houden ook van vertrouwen in de mensheid.

De poppy-gladdere, meer vriendelijke, meer gezuiverde songs zitten er zeker tussen. Maar het zijn vooral de kinetische opstoten, de linea recta gestrekte middenvingers, die, na ieder terugtrekken weer opkomen en gaan. Verschillende sferen vloeien fraai samen als getijden en resulteren, verbazend, mooi afgemeten in een nieuwe resem aan beresterke heavy rocksongs.

Zelfs nog niet echt toepasselijk voor een band als Halestorm, het gezelschap trapt binnen op windkracht 10. Met een absoluut metalhoogtepunt binnen hun oeuvre bovendien, titelsong 'Back from the Dead'. Stevig weidse zwarte riffs, dit wordt met z'n allen luidkeels meezingen met Lzzy die haar stembanden exemplarisch aan flarden krijst. Bespaar haar de rouwgebeden, ontboezemt ze ergens, ze is aan 't oprijzen uit de shit, bezig met haar gevecht om haar duisternis en depressie klein te krijgen. Samen met de flitsende solo's, razend gebas en gedonder, alles in één, een regelrechte groepsprestatie. En Lzzy's naam daarmee meteen weer helemaal van haar grafsteen afgestraald.
Het volgende 'Wicked Ways' is even loodzwaar en meedogenloos doorbeukende storm. De wilde zoektocht van een onvolmaakte, kwetsbare, angstige Lzzy naar houvast en manieren om de wereld opnieuw te kunnen omarmen. Voortgaand op het driftige keelgeluid is dan alvast de verbale assertiviteit al teruggevonden.

Het grungy 'Strange Girl' ontpopt zich als eerlijke hart-onder-de-riemsong voor de lgtbq+-gemeenschap. Heel intens en met van de meest openhartig mogelijke lyrics om op te roepen tot verandering en vooral aanvaarding. Weer een dikke middelvinger, richting de Orbáns van deze wereld.
'Brightside', met in zich wilde drums en een repeterende Zeppelin-Kashmir-riff, weidt bijna sarcastisch uit over tegen beter weten in uitkijken naar lichtpuntjes in hopelozer wordende omstandigheden. Hoe opzwepend is dan vol religieuze beeldspaak, het anthem 'The Steeple'. De donkere wolken scheurden episch vaneen. Halestorm zag en voelde zich eindelijk weer verlost. Ervoer plots als vanouds de vurige band met de fans. Als begeleid door een koor van duizend scanderende engelen schrijdt Lzzy weer binnen in haar koninkrijk, haar kasteel, kerk, kathedraal. Op die plaats waar God en de duivel samenkomen staat Lzzy, als schreeuwende rots in de branding weer helemaal in het midden. Pathetisch? De fans zullen er straks pap van lusten.

De melancholische, akoestische ballade 'Terrible Things' doet je dan ineens neerstrijken in een aangenaam intermezzo, oase van ingetogenheid, terwijl Lzzy mijmerend haar beleving van een wereld onder pandemie in kaart brengt. Het majestueuze 'My Redemption'. Wars van de inhoudsloze clichés heeft Lzzy het in haar altijd zonneklaar proza andermaal over haar persoonlijke happy end, haar zelfverlossing. Het wapen dat haar zelfvertrouwen moest uitroeien blijkt nog niet gebouwd. Volgt dan een luikje feministische items. Het verwrongen metaal van 'Bombshell', over haar verzet tegen seksisme en vrouwenhaat. Zie Lzzy maar niet als die fragiele bloem, integendeel in haar heeft ze de fragiliteit van een bom. Het geile 'I Come First' daarop gaat over 'eigen seksualiteit eerst' en gelijkheid in heterorelaties. 'Denk maar nooit dat je binnenbent, je krijgt wat je geeft, geef het en wacht op je beurt.' 'Psycho Crazy' tenslotte roept in even klare taal op tot relationeel zelfvertrouwen. Degradeer van zodra het even moeilijk gaat je partner niet tot patiënt. 'Als je me gek wilt, word ik je psycho.'

Het slotnummer, topper 'Raise Your Horns' is een gepassioneerde piano-solo-ballade, ode aan de wereld en appèl voor een positievere geestelijke gezondheid. Ze refereert daarbij expliciet aan de solidariteit binnen het metalgild met hun verbindende 'raise your horns'-handbeweging. De song groeit uit tot haar meest indrukwekkende vocale topprestatie. Lzzy en de piano. Gaandeweg gulpt de song eruit als een grote brok wilde emotie, met de kracht en furie van een ongetemde rock-Adele. Schitterend.

Dit 'Back From The Dead' bevat door zijn intrinsieke ritus van zuivering en catharsis vanzelfsprekend heel wat meer ongekuiste heavyness dan radio- en Grammyvriendelijk glansproduct. Wat een barokke donderwolk aan prima gearrangeerde hardrock-anthems is deze Halestorm geworden, met al z'n gelaagde zangharmonieën en strakke gitaren. Deze creatieve plaat is afgetekend een muzikaal hoogtepunt van met loeiende rockstem terugvinden van eigenwaarde. Deze op heden brutaalste Halestorm houdt de vlag van de hardrock hoog en geheel ongeschonden. So for hell, raise your horns!

Halsey - If I Can't Have Love, I Want Power (2021)

poster
4,0
Nee, niet de Maagd Maria en kind Jezus op de plaatcover. 't Is Halsey, wereldwijd rijzende ster als Amerikaans singer-songwriter, en haar pasgeborene. Net maakte ze een complexe conceptplaat over het magische wel en wee van zwangerschap, geboorte en hoe een mens zich geestelijk en emotioneel voelt in die tijden. Weinig rozengeur. Neem al eens het indrukwekkende fluisterende 'Whispers', waarmee ze mentale kwetstbaarheid illustreert via een innerlijke monoloog. Dat het er straks dan bovendien soms zelfs behoorlijk luguber aan toegaat op haar plaat? Thats all part of the experience!

De prachtige ingetogen piano-opener-bijna Agnes Obel-song - gaat al over het frele jonge meisje uit een plaatsje ergens ver weg dat, door de dorpelingen op zijn vrouwelijkst opgedirkt, doorverkocht wordt aan de hoogste bieder. Niemand houdt haar omdat ze voortdurend weent... Trieste allegorie op de seksualisering en knechting van female artists in de muziekindustrie? Onduidelijk, maar als ontgrendeling van de plaat, het telt...

Halsey aka Ashley Frangipane... In haar ogenschijnlijk simpele songs schuilen haar excellente, intense lyrics vol krachtige statements. Die zijn altijd wel welbewust op feministische thema's geënt. Zelf uitgesproken biseksueel, gaat ze in tegen patriarchaat en institutionele vrouwenhaat. Nu gaat het en surplus over het terugvinden van je eigen onafhankelijkheid en je identiteit na al die tijd van Freudiaanse tweedeling : als levenschenkende Madonna en de Hoer, je seksuele identiteit. Vandaar dus de plaatcover. Tegelijk reflecteert ze over genderidentiteit.

Al is het deze keer een album met weinig 'guest appearances', in the making-of was ze zeker niet verstoken van gerenommeerde samenwerkingen. Zo hoor je Dave Grohl's drums op het energieke 'Honey', hoor je Lindsey -Fleetwood Mac- Buckingham's gitaar op het klein gezongen 'Darling'. Zwaar bepalend voor het sterke geluid van haar vierde studioplaat, en 't meest verblijdend nog voor haar, is evenwel de geslaagde langeafstandsmedewerking met het duo Trent Reznor (N.I.N.) en Atticus Ross als producer en songschrijver. Zowel in de serene pianopassages (bv. 'The Tradition') als in de ondergeschoven experimentele noiserockpatronen (bv. het geleidelijk opkokende 'Bells In Santa Fé') : hun directe hand is opvallend. Zo schizofreen als het thema van haar plaat, zo heeft ook het geluid ervan minstens twee gezichten. Ze sluit enerzijds teatraal aan bij de rock, grunge, punk en de heavy industrial van N.I.N, met de sound van kletterende drums en distortion op de gitaren. In die stemming gaat ze dan al eens tekeer als een woeste Garbage (bv. onder de industrial van 'Easier Than Lying' of de sludge van 'The Lighthouse'). Anderzijds kunnen tal van haar nummers als adembenemende pop toch zo de hitparades in. Hartveroverend mooi en intiem is, hoe ongewoon en onpoppy ook de lyrics, het melancholische 'Ya'aburnee' ('t arabische 'Je begraaft me'). Het declamerende 'Lilith' heeft dan weer een hiphop-frame of 'Girl is A Gun' danst op drum'n bass.

Synthese van al die dualiteit in muziek en woord (én beeld) is de song 'I Am Not A Woman, I'm A God', schitterend op zoemende electronica stuiterende kernsong, met dito dure clip. Ook muzikaal een filmische productie met gedurfde duidelijke N.I.N.-stempel. Het wordt de grootste hit van het album. Erin opgesloten ook Halsey's sprekend bipolaire meditatie over zelftwijfel en zelfadoratie. Ze bevindt zich aan beide uiteinden van een spectrum, als naakte, badende goddelijke figuur, krachtige, koelbloedige heerseres op ijzeren troon én als verbannen zwangere vrouw, met gescheurde witte jurk, die al dan niet op de brandstapel eindigt.

Halsey waarschuwt. Zet haar album niet bij de girl power of in vakjes waarin ze liefst niet wil zijn. Vrouwenwereld, doen we aub allemaal niet zo stoer.  "Any time where I ever talk about womanhood, motherhood, femininity, I'm usualy talking about it with a taste in my mouth. Like go be a big girl, a girl is a gun, all I can taste is the blood in my mouth."

Hier heeft een popster oncompromisloos een rauwe plaat gemaakt, vol spannende, stekelige songs waarop ze gefocust getuigt van haar ware ik, van de demonen die haar belagen en haar gecompliceerde weg naar verantwoorlijk moederschap. Ze bevat prachtige songs onder veler gedaanten die ze, ondanks haar eerder successen, liever experimenterend dan per se radiovriendelijk aan de man brengt. Een risico? N.I.N. scoort hier met pop, het blijkt bij deze cum laude compatibel. Beter dan velen als tien in een dozijn, is het echter vooral Halsey die hier ter wereld komt als de authentieke revelatie.

Ender Aydin, eerste kind van Ashsley Frangipane en Alev Aydin. Het zag het levenlicht in juli 2021. Halsey en partner staan het gebruik van genderneutrale voornaamwoorden voor en hebben tot op heden het geslacht van hun baby niet bekendgemaakt.

Hammerfall - Hammer of Dawn (2022)

poster
4,0
What about HammerFall, was dan onderhand hun formule toch al niet wat opgebrand? Nee hoor, voortgaande op dit twaalfde album blijkbaar toch helemaal niet. HammerFall, ooit gestart als covergroep, intussen Zweedse powermetalband met respectabele staat van dienst, komt nu, binnen hun eigen zo herkenbaar muzikaal frame, zelfs geheel rechtop uit de pandemie met tien nieuwe heavy HammerFall-anthems. Net op tijd om hun toegewijde tempeliers straks weer pompend en headbangend trouw te laten zweren vanaf het podium. Maar zeker ook mindere adepten kunnen zich deze kelk songs zeker laten welgevallen.

Het begint bijvoorbeeld al met grootse opener 'Brotherhood', een tussen de ohoho's flitsende ode aan hun eigen solide groepsbanden en één hartverwarmende uitdrukking van verbondenheid met hun schare fans van het huidige en hopelijks ook volgende uur. Tenenkrullende meligheid? Bah, ook weer niet, daar ga je trouwens zo aan voorbij van zodra hun stekende lofzang als een wilde thrashtrein over je heenrolt. Met die voortslepende vocals van frontman Joacim Cans, met die versplinterende, opruiende gitaren van bandstichter Oscar Dronjak, Pontus Nogren en Fredrik Larsson en die hyperkinetische drums van hanenkam David Wallin hebben ze meteen een geknipte opener voor de zinderende liveconcerten die ze hopen te zien doorgaan vanaf mei 2022. Het gezelschap weet perfect hoe ze hamerend vanaf hun stalen aambeeld instant schoolvoorbeelden van traditionele powermetal uit hun gloeiend vuur kunnen halen. Bombast, epiek en zang op nog steeds onhaalbare hoogten.

Het titelnummer 'Hammer of Dawn' zet met scanderend koor en op ritme van bas en drums meteen de dans in voor een typisch HammerFall-nummer, prima refrein en een frontzanger helemaal op dreef. Gigantische speed en deinende koren worden gewoon overgezet naar het even energieke 'No Son of Odin' en het huppelende 'Venerate Me', dat op het einde in de ohoho's nog vereerd wordt door een klein gastoptreden van King Diamond. 'Reveries' begint als met een fout russisch na-na-na-hymne om na de zware riff, enkel onderbroken door enkele pauzes, even harmonisch door te glijden in Cans schril melodieuze keelgeluid. Fraaie solo en meezinggehalte voor straks helemaal tot aan de verste fanrijen. Dan naadloos ook het even assertieve 'Too Old to Die Young', met ijzersterke melodie en stuwende gitaren, oldskool, honderd procent volgens het boekje.

'Not Today', neemt even gas terug, een emotionele ballade met bijgevolg alle ruimte voor croonende Cans' stembereik, solide geflankeerd door afwisselend wiegend solerende gitaristen. Dan weer heavy fullspeed voortdenderend, 'Live Free or Die', meezinger volgens het beproefde traditionele recept. Het forse 'State of the W.I.L.D.' start sluipend, maar maakt dan deemoedig vrije baan voor een regelrecht strijdvaardige riff-invasie. 'No Mercy' reserveert dan als supersnelle afsluiter verrassend nog wat allerlaatste krachtvoer voor de headbangers. Scanderen dan maar, met volle overgave, met dat 'No Mercy For You'! Tot twee van die briljante HammerFall-vaklui de eer krijgen om in een mix van blitsend, doedelzakkend, schurend, pompend gitaarvuur alles af te sluiten.

Fans van Sabaton, Helloween, Battle Beast, en van nog veel andere potig gelijkgestemde zielsgenoten, wat kan de powermetalfan nog meer wensen? Hier komt HammerFall terug met een meer dan gemiddeld aantal catchy klassieke metalmelodieën en dito frisse oorwurmen op hun bedje van power en bombast uit vorige tijden. Worden we daar ergens toch niet helemaal blij van? Het enthousiasme en het vakmanschap van HammerFall brengt hen weer precies tot daar waar ze zeer goed in zijn. Zelf relativeren ze hun mars met een knipoog : "We zijn veel te oud om jong te sterven. Durven winnen, riskeren, durven dromen, zo zullen we zegevieren." ('Too Old To Die Young'). Verdict van het hof en onverbiddelijke laatste slag met de Hamer der Dageraad : dit HammerFall blijft dé topper in zijn genre. Hamers hoog!

Head on Stone - Stony Beds (2025)

poster
4,0
Naast het Vlaamse rockgeweld Peuk waarin zij op haar onstuimigst de taak van vurige frontvrouw waarneemt, heeft Nele Janssen, je gelooft het niet, blijkbaar nog een andere publieke identiteit. Die tweede zelf van haar klimt dezer dagen heel freel de podia op daar waar haar soloproject Head On Stone staat geprogrammeerd en onder dit pseudoniem ontpopt ze zich waarlijk als een wel heel ervaren pianiste. Dan zingt ze verbluffend van die eerlijke, intieme en fragiele verhalen zo natuurlijk, terwijl haar vingers blindelings over de toetsen strelen.

Regina Spektor, Fiona Apple, Kate Bush, Agnes Obel, Joanna Newsom en er zijn er zo uiteraard nog een pak anderen. Sinds het verschijnen van het album 'Stony Beds', in het kader van die Head On Stone-zijsprong, hoort ook zij nu in dit illustere rijtje thuis. De singer-songwriters die zich op indrukwekkende wijze en daar in hun eentje aan een piano van hun zang- en speelkunsten kunnen kwijten.

Waar zij met haar heet doordenderende Peuk wellicht zelfs een roof voor de hel zou doen vertoeft ze met dit kleine Head on Stone dan weer ineens verbijsterend in het warme, hypnotiserende universum van het minimalisme waar ook neoklassieke grootmeesters als Eric Satie, Max Richter, Wim Mertens, Ludovico Einaudi, Nils Frahm, Peter Broderick, Johann Johannsson, Jan Swerts of Ólafur Arnalds aan introspectie doen en hun verstilde ingevingen zien ontluiken.

Neem zo onlangs ook nog de grote Yann Tiersen. Net als Nele Janssen hier koos hij met zijn dubbelalbum 'Rathlin From A Distance/The Liquid Hour' dit eigenste jaar nog voor een soortgelijke tegenstelling. Na of naast zijn geliefde electronics moet ook bij hem op geregelde momenten weer eens recht vanuit het hart de sereniteit van de neoklassieke pianotoetsen komen opklinken.

In Head on Stone, alleen tegenover velen, gezeten onder gedempt licht aan een halfopen galmende piano, hanteert ook zij op haast sacrale wijze die herhalende, toegankelijke motieven die resulteren in meeslepend geluid. Zij heeft bovendien ook nog een verhaal te vertellen, vol diepe emoties, melancholisch, romantisch ook en met die kunstig eroverheen uitgestrooide melodieën zo pakkend.

Die naakte vocale en muzikale eenvoud intrigeert. Alsof dit album in één beweging live is ingeblikt en die elf songs er zo zachtjes zijn in neergelegd als om de fragiliteit, eerlijkheid en intimiteit ervan des te meer tot hun recht te laten komen. Er zitten ook enkele heerlijke promenadestukjes ertussenin, zoals het dartel trippelende instrumentaaltje 'Mr. Flakes' of, ontroerend in al zijn ongekunsteldheid, 'Hiding Place'. Kleine juweeltjes tussen de veel grotere klankschilderijen van haar door muizenissen getroubleerde ziel.

Er blijkt uit alles op dit album dat ook het ogenschijnlijk zachtste vaak een verraderlijk steenharde onderlaag verbergt. Dit licht al op uit de titels van zowel haar alias Head On Stone als uit de 'Stony Beds', tweemaal metaforen van haar en ieders pijn van het zijn. Vanaf de eerste dwarrelende pianonoten al ontvouwt zich de aangrijpende beslotenheid van 'Tower'. Nele Janssen, met haar zachtkorrelige croon tussen Sylvie Kreusch en Amatorski met wisselend succes in gevecht met de tormenterende existentiële twijfels. In het gouden 'Mighty Soul' gaat van intro tot outro een en al schittering uit van die ingetogen piano, het wordt een hartverwarmer in de kleur van regenbogen.

In het even sterke 'Blister' zit ze dan als een tedere Suzanne Vega aan de toetsen. Met een helende stem, een melodische mijmering die in al zijn schoonheid blijft hangen.
We belanden vervolgens nogmaals in van dat helderste repetitief piano-minimalisme. Janssen in de lange beladen slingerbeweging 'Out', een zeven boeiende minuten durende trip van haar 'in' naar haar 'uit' en weer helemaal terug.

Haar vuurdans 'At the Fire' komt op zijn catchyest binnen, een zalige reeks van stemmingen, door eindeloos gevarieerde notenwaaiers aangewakkerd. Het sierlijk trage 'Mountainside' is dan weer haar parabel bijna over een verre emotionele klimtocht richting het verlangen. Onderweg enkel rustplaats op bedden van steen ('Stony Beds'), maar toch gaat het zelfverzekerd verder tot daar helemaal op het einde het vriendelijke licht wenkt.

'Ocean, Pt. 3', net als in Yann Tiersen's vernoemde album wil Head On Stone zich vrij over de zee kunnen bewegen. Beide musici zoeken behoedzaam een eigen weg, hun vingers vaak dansend over het klavier, als om de wisselende stemmingen van het oneindige, wispelturige water weer te geven. Bij een uitgelaten Janssen evolueert deze trip stapsgewijs zelfs naar een lieflijk pianodansje.
'Run High Fall Slow' dagdroomt dan over de complexiteit van relationele verbondenheid. Zelfs als miniatuurtje hier is het een volpoëtisch muzikaal hoogstandje.

In de afsluitende krachtpatser 'Alone Time' heeft ze het over isolatie en de tijd die een mens nodig heeft om alleen te zijn. Een imponerend scanderende Janssen laat het ons in deze acht minuten durende, langste compositie in alle toonaarden weten. Tijdens dit diepe kerven in de ziel klinkt haar hoogoplopende piano gaandeweg dan ook minder hemels. Het wordt een dreigend en bij wijlen zelfs wanhopig uithuilen, ondanks de troostende aanwezigheid van dat pak toch frivole piano-krulletjes.

Geen zitbal dus daar voor Nele Janssen aan haar piano, maar een muzikante op een krukje die op haar album op unieke wijze evenzeer aangrijpt als An Pierlé's 'Mud Stories' toendertijd. Met haar 'Stony Beds' creëerde ze een pianoplaat met een kosmos voor gelijkgestemde zielen, een werkstuk met fraai opgebouwde composities vol sterke melodieën. Onconventionele songs die in hun soberheid stuk voor stuk weten te raken. Een relaas over emoties van pijn en zalving dat zachtjes onder de huid kruipt.

Al is Nele Janssen's gezang lichtjaren verwijderd van haar 'Bokkenpaleis', de alter-egostem die ze in dit Head On Stone etaleert weerklinkt minstens even cool. Samen met haar klavier stuurt ze er haar album hemels hoog mee in de elfensferen. Een topplaat, 'Stony Beds', nog juist op tijd voor de jaarlijstjes.

Het Zesde Metaal - Het Langste Jaar (2024)

poster
5,0
Al wie Het Zesde Metaal een heel warm hart toedraagt wist het wellicht en zag de gitzwarte wolk al van ver komen aanschuiven. Hoe dan ook de albumtitel van hun nieuwste zegt genoeg. Wannes Capelle en zijn groep gingen in 2023 door hun diepste dal, beleefden er hun zwaarste jaar.

Na de albums 'Skepsels' en 'Wachten' zou Wannes eerst zoals de voorgaande jaren in de luwte gewoon een nieuwe soloplaat afwerken. Een zesde groepsplaat, daar was niet onmiddellijk haast mee gemoeid. Tot in april 2022 de mededeling kwam van de laat gediagnosticeerde darmkanker van gitarist-toetsenist krullebol Tom Pintens en de groep direct het roer omgooide. Een nieuw groepsalbum moest er komen. Wannes had dat jaar als steeds weeral wat schitterende songs klaar en onder meer het verpletterend titelnummer ontsproten naar aanleiding van het onverwacht overlijden eind 2021 van zijn Ijslandse schoonbroer Einar Egilsson stond nog in de steigers. Het is een talent dat Wannes al altijd beheerst als geen ander. Herinner je zijn topsong 'Ploegsteert', in rake trekken de pijn van het zijn, teloorgang en dood verankeren in pakkende, tijdloos poëtische songs.

Maar Tom toestand evolueerde in het najaar evenwel naar precair. Hijzelf vergoelijkte het, maar de familiale hommage aan Einar, waar het vijftal al samen aan werkte kreeg meer en meer een dubbel wrange inhoud. De band wilde hoe dan ook samen nog in allerijl het album afwerken in de intimiteit van de eigen kring. Bikkelharde opgave, niet alleen omdat het ineens veel vlugger moest gaan, ook omdat meerdere songtitels en tekstfragmenten voortdurend ongewild een eigen leven gingen leiden. Omdat ze telkens als een memoriaal naar de voor Tom aftikkende klok bleven refereren. En toch spande diezelfde man, ondanks zijn FOMO-gevoelens, met een haast bovenmenselijke wilskracht zichzelf nu voor het eerst als arrangeur en producer vóór het hele proces in de studio. Hij de ideeënman, improviseerde nu als nooit tevoren en speelde rond Wannes' teksten alleen verbluffende muziekpartijen in. Daarover bericht Bandcamp. "Gezien zijn fysieke toestand mag het een wonder heten dat hij de opnames nog kon bijwonen, maar zijn geest bleef vlijmscherp tijdens de intense sessies. Toen het begon door te dringen dat hij de mix niet meer zelf zou afkrijgen, riep Pintens de hulp in van het vertrouwde producersduo Jo Francken en Pieterjan Maertens ('Nie voe kinders', 'Calais', 'Skepsels'), die het werk binnen de uitgezette lijnen feilloos afmaakten." De strijdvaardige vriend-compaan van Het Zesde Metaal overleed amper enkele maanden later op 4 augustus 2023. Tijdens zijn rouwdienst bracht een automatische piano de exacte partij van 'Het Langste Jaar' die hij er zelf mee had opgenomen.

Frontman Wannes Capelle is sinds jaar en dag de creatieve duizendpoot die op muzikaal vlak van vele, ook solo, met Schubert en Mozart van klassieke markten thuis is en die ook met scenario-, tv- en acteerwerk hoge toppen scheert. Bij Het Zesde Metaal was er evenwel in meer dan tien jaar een hechte tandemwerking met Tom Pintens gegroeid, met de ego's volledig opzij. Tom, de ervaren klassiek geschoolde musicus ving Wannes' songs en teksten op, verlevendigde ze en voorzag ze mee van het gouden randje en de sound waarvan frisse popklassiekers zijn gemaakt. Waardoor Wannes' hele songbook vlug van de gestripte kleinkunst van 'Akkattemets' naar de alternatieve rock à la dEUS, Wilco, Damien Rice of The National evolueerde en de band met zijn songs nu uiteindelijk ook probleemloos vanaf de mainstage Rock Werchter overstag krijgt. Trapsgewijs is Wannes Capelle zo veel meer de veelzijdige Flip Kowlier geworden dan de legendarische West-Vlaamse bard Willem Vermandere.

'Het Langste Jaar', het album, is in één vloeiende beweging de vreemdste marcia funebre richting die ene finale titelsong.
Starten met afgemeten drums, een heerlijke weidse riff, Tom Pintens' grandpianogeluid en met Wannes' Schubertstemmetje vrij de lucht incirkelend. Een Het Zesde Metaal dat subliem afbijt met zijn derde single 'Nog Maar Begonnen', waarin Wannes scherpzinnig religieus-filosofisch zijn liefdesrelatie met zijn vrouw Alda analyseert en de sleutel aanbiedt voor durend samenzijn. Uitkomst: ondanks eeuwige ups en downs, samenzijn helpt. In een lange relatie kom je vaak op dezelfde problemen uit. Raak je er weer uit dan krijg je het gevoel dat je nog maar begonnen bent en dat het nog zoveel beter kan worden.

Het even grandioze funky 'Den Tijd Die Ons Nog Rest' doet onmiddellijk terugdenken aan Glen Hansard's recente topplaat 'All That Was East Is West Of Me Now' die dezelfde inhoud dekt. Banaal, het kwam bij Wannes op na een geweigerd scenario voor een tv-reeks waaraan hij een paar jaar kostbare tijd had gespendeerd. Hier wordt het een rustig, op klagende gitaarlijnen drijvend, romantisch terugkijken op wat voorbij is en positief peinzen over wat nog komen kan. Bucketlists afwerken of leven met de dag? In alle geval: "kin omhoge nu en schoeren rechte", zoals de West-Vlaming zou adviseren. "Het leven kan zo voorbij zijn." En Tom Pintens stond in de band en demonstreerde hierbij op zijn gitaar intussen verbeten de ene na de andere prachtige Cline- of Gilmour-bravoure. Indrukwekkend.

Het houdt niet op, want volgt op een dartel ritme een zachte ingetogen folksong, fraai gearrangeerd, 'De Storm'. Wannes' haast mystiek wijze bestaansallegorie over de onverschilligheid van de gemeenschap en verlies van houvasten, alles opgehangen aan het onzekere lot van een eenzaam zoekende dakloze naar een stek. Wat een compositie.

In de iets meer uptempo pianosong 'Alles Moet Veranderen' deelt Wannes vervolgens hoopvol zijn universele inzichten in wat zowel een relatiesong als een song over de stand van de wereld kon zijn. Stilstand is achteruitgang. "De gevaren zijn geweten/ De problemen zijn gekend/ Ze negeren als remedie/ Maakt ze stilaan resistent". Een song die vol finesse en raffinement enkel maar openbloeit.

Na Boudewijn de Groot op 'Aarde' is nu ook de protestzanger Wannes Capelle aan de beurt met een nog pakkender ode aan 'Moeder Aarde'. Door zijn meerduidigheid tegelijk lofzang aan alle moeders der aarde. Met welke domheid gaan we toch met onze planeet en onze eigen existentie om. Terecht daarom, Moeder Aarde, bid voor ons. Een aangrijpend poëtisch en muzikaal hoogstandje. Een als The Scene Wannes dramatisch volgende elektrische gitaar die opent en samen met een laatste "bid voor ons" afsluit.

'Geweun Nen Dag', nog zo'n glinsterende tekstuele en muzikale parel. Over de dag dat het nieuws van het overlijden van schoonbroer Einar bij Wannes insloeg en uiteindelijk de onvermijdelijke vermenging met de melding van Tom's doodsvonnis. Spaarzame akoestische gitaar leidt Wannes hartverscheurende verhaal in. Steeds meer instrumenten komen beschroomd en onderdanig bij de fabuleus vertellende Wannes bijschuiven, triestgalmende gitaarlijnen, onheilspellend repetitieve pizzicato's duiken op vanuit de achtergrond, één beangstigend samenspel. Fenomenaal geschenk is hier Tom Pintens' outro, alles zelf ingebracht, naast zijn jankende gitaren, de steeds wilder aanzwellende achtergrondakkoorden tot en met Tom's complexe drumpartijen. Het langste jaar, de langste song. Enkel kippenvel.

De weemoedig kabbelende gitaarakkoorden van de tweede single 'De Zaden van Morgen' roepen onwillekeurig de desolate stilte van 'Duizend Soldaten' op van Wannes' grote voorbeeld Willem Vermandere. De boodschap is evenwel hoopgevender en krachtig. Welke miserie en oorlogsellende ook, de zaden van het herstel vind je onuitroeibaar in de grond. Wannes' stem gaat doordringend hoger, trekt met de galmende slidegitaar mee crescendo. Tot energiek "De zee houdt 'em goed/ Vindt weeral de moed /Om de kusten te bestoken" weet af te ronden.

En dan moet finaal de eerste single 'Het Langste Jaar' nog komen, pianosong die uiteindelijk dan toch het laatst af was. Gitaarsnaren raspend akoestisch opstartend. Een muzikaal uitgekleed sluitstuk in mineur, vol van Wannes' uiterste gevoeligheid en dubbele rouw. De ondraaglijke pijn van het absolute verdriet, samen met de vaststelling dat alles niet in een oogwenk overgaat en doorgaan met leven niet onmiddellijk aan de orde is. Klaagstemmen in de achtergrond vallen Wannes bij, als een namens velen meehuilend koor. In het langste jaar.

'Het Langste Jaar', het album dat onbedoeld een hevig, krachtgevend rouwalbum werd. Voor de bandleden, ook al klinkt het veelvuldig niet echt zo, werd het gaandeweg meer schreien zonder tranen. Omwille van de rots Tom Pintens die als een Mozart mee aan zijn eigen requiem schreef, die waardig zelfs de rouw voor achterna op de meest passende wijze mee organiseerde, die tot het einde vasthield aan het leven en met de levenslijn die muziek voor hem was met de rug naar de dood toe is gewandeld. 'Het Langste Jaar' blijft over als een schitterend melodieus en poëtisch testament van schoonheid, zonder verbittering, een op en top muzikale plaat met met voorheen nooit gehoorde geweldige instrumentale passages. Het meesterwerk van een nog nooit zo gefocust Het Zesde Metaal.

In de Tootssessies op de Vlaamse VRT-Canvas op 22 januari 2024 zien we dan de vier overblijvende leden van Het Zesde Metaal voor het eerst in een live-setting terug. Nu is het Wannes die op grand piano Tom Pintens' pianosolo overneemt, voor een aangrijpend 'Het Langste Jaar'. Filip Wouters (gitaar/pedal steel/lapsteel), Robin Aerts (bas) en Tim Van Oosten staan bij.
Kasper Cornelus werd als Tom Pintens opvolger aangesteld en neemt vanaf de start van de tournee in februari over. Kasper speelde al met Flip Kowlier en is ook frontman van de popband Lip Service.

Het Zesde Metaal besloot de Tootssessies met een schitterende West-Vlaamse versie van een klassieker van dEUS. Het ultieme bewijs dat Het Zesde Metaal zijn leegten heeft opgevuld, niet enkel met dankbaarheid, maar ook met veerkracht. 'Nothing Really Ends'.

Hiss Golden Messenger - Quietly Blowing It (2021)

poster
4,0
Zin in een lieve singer-songwriterplaat, wars van stress of bijtende giftigheid, die in de nasleep van de pandemie als een warme deken over je heen valt? De nieuwe HGM, americana en soul als vanuit een rustige oase, is dan wat je nodig hebt. "You can call me the wheel. All I wanna do is roll it", is 't eerste wat MC Taylor je bij de aftrap filosofisch toezingt, in 't blijmoedige 'Way Back In The Way Back', met lange outro als van een spaarzame The War On Drugs. Een nóg sterker 'The Great Mystifier' volgt, vrolijk hobbelend in een mooi Dylanesk kleedje. Zo eerlijk, vredig en zomers heeft ie de hele plaat opgebouwd. Toetsen Dylan, Wilco, Giand Sand, slow country, jazz, funk en soul, altijd kunstig en welgedoseerd omkaderd, met dank aan die vele vrienden-topmuzikanten. Innemende schoonheid tot de plaat uiteindelijk stopt. 'To the bone' kalm en zelfverzekerd. Zoals het dan ook allemaal nog eens klinkt in die prachtige afsluiter, 'Sanctuary' : "Feeling bad. Feeling blue. Can't get out of my own mind. But I know how to sing about it." En of dus!
Maar... je ziet het, de plaattitel heeft misschien ook jou misleid. Hier wordt op welke manier ook helemaal niets opgeblazen. Hier worden 11 songs aangeboden vol poëzie, quietly, om 't gemoed van de mens te helen. Je proeft en 't water uit z'n bron blijkt prima te drinken. Nee, HGM tout court is weldadig goed!