Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kae Tempest - The Line Is a Curve (2022)

4,0
3
geplaatst: 12 april 2022, 10:14 uur
En dan toch bekt Kae Tempest's naam nog helemaal precies als destijds, toen die T nog in de voornaam zat verstopt. Kae nu, zowel Oudengelse gaai, staat voor haar nieuwe identiteit, vogel met aanleg voor communicatie, nieuwsgierigheid, aanpassing en moed. Maar evengoed kae als kauw, symboolvogel voor dood en wedergeboorte.
Met de eerste plaat van deze Londense muzikant, dichter, toneel- en romanschrijver als non-binair persoon zijn de haarkrullen nu wel verdwenen, doch allerminst de sound van het voorheen onophoudelijk hiphopparlando vol wentelende woordenlijnen. Die blijven bovendien vertederen met verse, superieure verhalen van diep persoonlijke, dagdagelijkse en maatschappelijke besoignes. Schitterende woordenkunst over de warrigheid van het zijn, over voorbije schaamte, voorbije angsten en isolatie in de beleving van liefde. Het album gaat over loslaten van al dat, toleranter worden en het sluiten van vrede ook, vergroten van veerkracht. Hier zetten Kae in de kenmerkende schitterende poëzie het hart verder wijdopen. Wat je hoort is echtheid, mooie kwetsbaarheid die keer na keer, zonder voorbehoud, met ontroering binnenkomt. Kae wilden weer hun gezicht laten zien, nooit meer beschaamd maskeren. Vandaar, de Kae van nu, weer regelrecht die plaatcover op.
Muzikaal staken ze, op aangeven van Rick Rubin en producer Dan Carey, alles in een mooi, warm, modern jasje. Met een zeer belangrijke rol voor synths en beats. Al vanaf de daverende opener 'Priority Boredom', fel, krakend en gonzend. Of majestatisch pracht leverend in het profetische 'Salt Coast'. Of in 'Nothing to Prove', een onverbeterbare, pulserende rapsong. Geen depri-plaat, neen, bij wijlen is ze zelfs behoorlijk vrolijk klinkend, fris en oorstrelend. Want hoe verblindend ook de grandeur van Kae's songs in een solo-performance, net zo blits en onwaarschijnlijk goed worden ze nu voor het eerst in een resem samenwerkingen met Kae's geliefde vrienden. En of die bijdragen meevallen, ze bepalen zelfs de meerwaarde, stuk voor stuk. Met dit collectief werd het hele consolideren in een album een verhaal van samenhorigheid, niet meer de loutere writing-down in eenzame isolatie van voorheen.
Daar is het elektronisch zacht sudderende 'I Saw Light', op- en aanrollend, waar zelfs een postpunker als Grian Chatten van Fontaines D.C. zich gepast ingetogen tegen Kae weet aan te schurken. 'No Prizes' is Kae rustig rappend op vriendelijke piano, samen met souldiva Lianne La Havas, die met zachte deining zorgt voor die extra melodieuze twist. Het intieme 'Smoking', zweeft, samen met vriendje Confucius MC, op een vervormd elektronisch klanktapijtje à la Kraftwerk.
Wat een goeie vibes in het uptempo hoogtepunt 'More Pressure', terugkeernummer van Kae waarnaar het hele album is toegebouwd. Dansend op een doorlopend elektronische groove, echt een verheffend lied, waarin stress wordt herkaderd in nieuwe groei, verse energie. Met die mooie, pittige support van rapper Kevin Abstract van Brockhampton.
Kae Tempest's nieuwe is een stijlvolle bevestiging van hun klasse. Zoals ze het tijdens de opnames ook aangaven, hun plaat is gemaakt om drie generaties aan te spreken, die van Kae zelf, maar ook de generaties van ervoor én erna. Mooie ambitie die zich tenvolle is aan 't realiseren. Met behulp van alter ego 'Tempest'. Hun superkracht op de curve.
Met de eerste plaat van deze Londense muzikant, dichter, toneel- en romanschrijver als non-binair persoon zijn de haarkrullen nu wel verdwenen, doch allerminst de sound van het voorheen onophoudelijk hiphopparlando vol wentelende woordenlijnen. Die blijven bovendien vertederen met verse, superieure verhalen van diep persoonlijke, dagdagelijkse en maatschappelijke besoignes. Schitterende woordenkunst over de warrigheid van het zijn, over voorbije schaamte, voorbije angsten en isolatie in de beleving van liefde. Het album gaat over loslaten van al dat, toleranter worden en het sluiten van vrede ook, vergroten van veerkracht. Hier zetten Kae in de kenmerkende schitterende poëzie het hart verder wijdopen. Wat je hoort is echtheid, mooie kwetsbaarheid die keer na keer, zonder voorbehoud, met ontroering binnenkomt. Kae wilden weer hun gezicht laten zien, nooit meer beschaamd maskeren. Vandaar, de Kae van nu, weer regelrecht die plaatcover op.
Muzikaal staken ze, op aangeven van Rick Rubin en producer Dan Carey, alles in een mooi, warm, modern jasje. Met een zeer belangrijke rol voor synths en beats. Al vanaf de daverende opener 'Priority Boredom', fel, krakend en gonzend. Of majestatisch pracht leverend in het profetische 'Salt Coast'. Of in 'Nothing to Prove', een onverbeterbare, pulserende rapsong. Geen depri-plaat, neen, bij wijlen is ze zelfs behoorlijk vrolijk klinkend, fris en oorstrelend. Want hoe verblindend ook de grandeur van Kae's songs in een solo-performance, net zo blits en onwaarschijnlijk goed worden ze nu voor het eerst in een resem samenwerkingen met Kae's geliefde vrienden. En of die bijdragen meevallen, ze bepalen zelfs de meerwaarde, stuk voor stuk. Met dit collectief werd het hele consolideren in een album een verhaal van samenhorigheid, niet meer de loutere writing-down in eenzame isolatie van voorheen.
Daar is het elektronisch zacht sudderende 'I Saw Light', op- en aanrollend, waar zelfs een postpunker als Grian Chatten van Fontaines D.C. zich gepast ingetogen tegen Kae weet aan te schurken. 'No Prizes' is Kae rustig rappend op vriendelijke piano, samen met souldiva Lianne La Havas, die met zachte deining zorgt voor die extra melodieuze twist. Het intieme 'Smoking', zweeft, samen met vriendje Confucius MC, op een vervormd elektronisch klanktapijtje à la Kraftwerk.
Wat een goeie vibes in het uptempo hoogtepunt 'More Pressure', terugkeernummer van Kae waarnaar het hele album is toegebouwd. Dansend op een doorlopend elektronische groove, echt een verheffend lied, waarin stress wordt herkaderd in nieuwe groei, verse energie. Met die mooie, pittige support van rapper Kevin Abstract van Brockhampton.
Kae Tempest's nieuwe is een stijlvolle bevestiging van hun klasse. Zoals ze het tijdens de opnames ook aangaven, hun plaat is gemaakt om drie generaties aan te spreken, die van Kae zelf, maar ook de generaties van ervoor én erna. Mooie ambitie die zich tenvolle is aan 't realiseren. Met behulp van alter ego 'Tempest'. Hun superkracht op de curve.
Kameel - VARIOMATIC (2025)

4,0
1
geplaatst: 24 november 2025, 20:57 uur
De Belgen van Kameel hebben hun nieuw album 'VARIOMATIC' uit. Op de plaathoes is aan zijn gapende snoetje het historische lichtblauwe Dafke herkenbaar. Hier zie je het voor de gelegenheid op slechts drie wielen, maar met de plaattitel wordt aannemelijk vooral naar zijn legendarische variomatic-versnellingsbak verwezen. De variomatic hier als duidelijke metafoor van Kameel's nieuwe koers, zoals vlug zal blijken.
Kameel is weliswaar nog steeds die even ervaren jazzrock-band die met zijn drie vrije vogels nog altijd ijverig op zoek is naar nieuwe verbindingen tussen groove, noise en melodie. Dat dit vooral gold met betrekking tot hun improvisaties op het terrein van jazz en rock, daarvan waren de fans van hun twee eerdere albums al dankbare getuigen. Maar hun samenwerking verleden jaar met Buscemi in diens tot 'Getting Cosy With Steve' herwerkte 'Who d’You Think You’re Talking To?' verraadde al dat Kameel haast 'automatisch' ook naar de elektronica was doorgegleden.
En ook met het geëexperimenteer met synthesizers, arpeggiators en ander elektronisch moois gaat het hen uitstekend af. Top of the bill wat dat betreft is het gedreven titelnummer en eerste single 'Variomatic'. Een volelektronische soundtrack als geschreven voor een furieuze Pink Floydiaanse kattenparade, die waarlijk ook aldus subliem kon ingeblikt worden in die onwaarschijnlijke dansvideo van Raf Wathion. Kameel daar helemaal vanuit een loods vol druipende auto-onderdelen in een score als met dat moeilijk opstartend Dafje. Dat dan toch de elektronische startblokken uit schiet, als een tollende Underworld een bijna kosmisch aandoende nachtelijke rit tegemoet. Hectische muzikale snelheden daarbij die het wagentje indertijd absoluut niet haalde. Schitterend.
Op 'VARIOMATIC', het album, kregen ze naast de muzikale nu ook vocale ondersteuning en dit van niet de minsten. Zo gaat Tim Vanhamel met weirde lyrics helemaal op zijn Millionaire's op en neer op die koortsachtig psychedelische single 'Tales from a Sinister Farm'. Een ferme industrial-stonerrocksong tout court.
Ook Rudy Trouvé mag zijn gruizige kelderstem tweemaal etaleren. Vooreerst op de geweldige percussie-basdans 'The Floor Eats First', song gaandeweg met een zeker dEUS-gehalte, waarop zelfs een diepe cello-passage niet mag ontbreken. In de donkere jazztrip 'Bleak' dansen dan virtuoos Mullens' bassnaren, galmt lang en traag Steenaerts' ijle gitaar, maar dan nog fluisterzingt Trouvé er zich elegant dieper onderdoor.
We horen verder ook saxofonist Joppe Bestevaar. Heerlijk hoe die 'outside the box' diep van zich afblaast op dat dartele bijna big band-klinkende 'The Big Thing'.
Ook op 'Miss Emma' dat vintage instrumentaal opstart. Er ontvouwt zich daaropvolgend met veel schwung een heus knarsende, rollende rocker op speed. Die bijna dissonant jankende gitaar van Steenaerts in alarmtoestand, Geert Roelofs' drums er roffelend tussenin en vanuit de achtergrond voor het eerst dus die jazzy sax van Joppe Bestevaar, samen als in één zalig broeierige rock-jazz-electronics-moshpit. Alles dik pats dus op 'Variomatic' en zo blijft al vanaf het openingsnummer alles lekker nazinderen.
Er zijn evenwel ook rustpunten op het album, zoals het weidse 'Campo' waar je zalig chillend kunt achteroverleunen. Na de met zijn vervaarlijk vervormde digitale koorstoten filmische start van 'Dead Air Anthem' is het nu vooral de percussie die helemaal loos mag. Machtig. Even magistraal gevolgd door de snaren komen ze zo in een trippy gitaarwereld die van King Buffalo waardig.
Het kluifje 'Muling Gambit' tenslotte is er eentje gevuld met energie en subtiliteit. Tuimelende percussie en noisy elektronica ondergaan volgzaam de uitbarstingen van de diepsnijdende gitaarlijnen. Zo wordt het die laatste zes minuten nog een en al freewheelen en wegdrijven in een vreemdzoemend psychedelisch universum van progressieve jazzrock.
Kameel blijkt op 'VARIOMATIC' in staat om bijna achteloos alleen maar grootse composities uit de mouw te schudden die verbazen. Die met hun energieke flair dan ook nog echt en fris klinken. Ze trekken het album door als een sensationele pletwals die het gehoor vastgrijpt met hun continu onderhoudende sound. Hier levert men kleurrijke rockjazz die soms ook op de heupen mag werken en die in zijn klankpalet met verve nu zelfs tot aan de elektronische avant-garde reikt.
Kameel roept zo een pak fijne herinneringen op aan het elektrogeluid van de Duitse seventies, maar net zo aan actuele sferen als van Dans Dans en evengoed aan de rock-'n-roll-spirit van dat andere jazzrocktrio Unfinished Business uit Antwerpen eerder dit jaar. Een dergelijk album blijft - niet verwonderlijk - achteraf ook heerlijk lang hangen en vraagt daar dan alleen maar spontaan om 'repeat'.
Vergeet dus even de naam van dit straffe toptrio, want 'VARIOMATIC', het album, is geen kameel, het is nu al een volbloed hengst.
Patrick Steenaerts - gitaar en synths
Hans Mullens - bas, double bass, synths en electronics
Geert Roelofs - drums en percussie
Kameel is weliswaar nog steeds die even ervaren jazzrock-band die met zijn drie vrije vogels nog altijd ijverig op zoek is naar nieuwe verbindingen tussen groove, noise en melodie. Dat dit vooral gold met betrekking tot hun improvisaties op het terrein van jazz en rock, daarvan waren de fans van hun twee eerdere albums al dankbare getuigen. Maar hun samenwerking verleden jaar met Buscemi in diens tot 'Getting Cosy With Steve' herwerkte 'Who d’You Think You’re Talking To?' verraadde al dat Kameel haast 'automatisch' ook naar de elektronica was doorgegleden.
En ook met het geëexperimenteer met synthesizers, arpeggiators en ander elektronisch moois gaat het hen uitstekend af. Top of the bill wat dat betreft is het gedreven titelnummer en eerste single 'Variomatic'. Een volelektronische soundtrack als geschreven voor een furieuze Pink Floydiaanse kattenparade, die waarlijk ook aldus subliem kon ingeblikt worden in die onwaarschijnlijke dansvideo van Raf Wathion. Kameel daar helemaal vanuit een loods vol druipende auto-onderdelen in een score als met dat moeilijk opstartend Dafje. Dat dan toch de elektronische startblokken uit schiet, als een tollende Underworld een bijna kosmisch aandoende nachtelijke rit tegemoet. Hectische muzikale snelheden daarbij die het wagentje indertijd absoluut niet haalde. Schitterend.
Op 'VARIOMATIC', het album, kregen ze naast de muzikale nu ook vocale ondersteuning en dit van niet de minsten. Zo gaat Tim Vanhamel met weirde lyrics helemaal op zijn Millionaire's op en neer op die koortsachtig psychedelische single 'Tales from a Sinister Farm'. Een ferme industrial-stonerrocksong tout court.
Ook Rudy Trouvé mag zijn gruizige kelderstem tweemaal etaleren. Vooreerst op de geweldige percussie-basdans 'The Floor Eats First', song gaandeweg met een zeker dEUS-gehalte, waarop zelfs een diepe cello-passage niet mag ontbreken. In de donkere jazztrip 'Bleak' dansen dan virtuoos Mullens' bassnaren, galmt lang en traag Steenaerts' ijle gitaar, maar dan nog fluisterzingt Trouvé er zich elegant dieper onderdoor.
We horen verder ook saxofonist Joppe Bestevaar. Heerlijk hoe die 'outside the box' diep van zich afblaast op dat dartele bijna big band-klinkende 'The Big Thing'.
Ook op 'Miss Emma' dat vintage instrumentaal opstart. Er ontvouwt zich daaropvolgend met veel schwung een heus knarsende, rollende rocker op speed. Die bijna dissonant jankende gitaar van Steenaerts in alarmtoestand, Geert Roelofs' drums er roffelend tussenin en vanuit de achtergrond voor het eerst dus die jazzy sax van Joppe Bestevaar, samen als in één zalig broeierige rock-jazz-electronics-moshpit. Alles dik pats dus op 'Variomatic' en zo blijft al vanaf het openingsnummer alles lekker nazinderen.
Er zijn evenwel ook rustpunten op het album, zoals het weidse 'Campo' waar je zalig chillend kunt achteroverleunen. Na de met zijn vervaarlijk vervormde digitale koorstoten filmische start van 'Dead Air Anthem' is het nu vooral de percussie die helemaal loos mag. Machtig. Even magistraal gevolgd door de snaren komen ze zo in een trippy gitaarwereld die van King Buffalo waardig.
Het kluifje 'Muling Gambit' tenslotte is er eentje gevuld met energie en subtiliteit. Tuimelende percussie en noisy elektronica ondergaan volgzaam de uitbarstingen van de diepsnijdende gitaarlijnen. Zo wordt het die laatste zes minuten nog een en al freewheelen en wegdrijven in een vreemdzoemend psychedelisch universum van progressieve jazzrock.
Kameel blijkt op 'VARIOMATIC' in staat om bijna achteloos alleen maar grootse composities uit de mouw te schudden die verbazen. Die met hun energieke flair dan ook nog echt en fris klinken. Ze trekken het album door als een sensationele pletwals die het gehoor vastgrijpt met hun continu onderhoudende sound. Hier levert men kleurrijke rockjazz die soms ook op de heupen mag werken en die in zijn klankpalet met verve nu zelfs tot aan de elektronische avant-garde reikt.
Kameel roept zo een pak fijne herinneringen op aan het elektrogeluid van de Duitse seventies, maar net zo aan actuele sferen als van Dans Dans en evengoed aan de rock-'n-roll-spirit van dat andere jazzrocktrio Unfinished Business uit Antwerpen eerder dit jaar. Een dergelijk album blijft - niet verwonderlijk - achteraf ook heerlijk lang hangen en vraagt daar dan alleen maar spontaan om 'repeat'.
Vergeet dus even de naam van dit straffe toptrio, want 'VARIOMATIC', het album, is geen kameel, het is nu al een volbloed hengst.
Patrick Steenaerts - gitaar en synths
Hans Mullens - bas, double bass, synths en electronics
Geert Roelofs - drums en percussie
Karl Sanders - Saurian Apocalypse (2022)

4,0
2
geplaatst: 22 juli 2022, 10:20 uur
Met gitaren als Turkse baglama-sazluit, glissentar, percussie-instrumenten als oud-Egyptische Anubis sistrum, dumbek-kelktrommels uit het Midden-Oosten, allerhande gongs en zo..., ook iets voor jou? Het is het instrumentarium dat alvast royaal doorklinkt in het universum van multi-instrumentalist Karl Sanders, brein ook achter Nile, die Amerikaanse deathmetalband die zich als groep in al zijn teksten en muziek eveneens inspireert op Egyptische mythologie, kunst en verhalen. Bij Sanders solo is er bovendien, naast de terugkerende vocals van Mike Breazeale, net zo medewerking van o.a. originele Nile-drummer Pete Hammoura om tal van tribale percussiestijlen in de verf te zetten.
Maar loop als mogelijke niet-metalfan dan toch maar niet onmiddellijk weg, hier krijg je zeker geen terugkerende deathmetal à la Nile en de sferen waarin je hier terechtkomt die zijn echt voor eenieder wel uitzonderlijk. Zo bijvoorbeeld zal wie de geuren en kleuren van DARKSIDE's meesterlijke Spiral (2021) wist te appreciëren ook bij deze Sanders solo ruimschoots zijn gading vinden.
13 jaar na datum heeft Sanders zijn derde deel van zijn hypnotiserende Saurian-saga afgewerkt: de Saurian Apocalypse, album vol - kon je intussen het anders verwachten? - schitterende oosterse ambient, weids filmische soundscapes, met diepe grooves. Wel is het album, hoe contradictorisch soms ook met wat je hoort, een verdere vervaarlijke afdaling tot helemaal in de waanzin. In dit aldus best donker klinkende derde deel sluit Sanders de lange onderhuidse sluimering af die hij ooit in 2004 op gang bracht met zijn Saurian Meditation en in 2009 in dezelfde sferen liet opvolgen door Saurian Exorcisms. Saurian Apocalypse volgt, in zowel zijn muzikale als tekstuele thema's, de fictieve reis van Dr. Eduardo Lucciani, overlevende na de totale zelfdestructie van de mensheid. Langzaam maar zeker glijdt hij weg in een spiraal van zinsverbijstering, geconfronteerd als hij wordt met de gruwel en verschrikkingen van de 'Saurische Meesters'. De songtitels zijn wat dat betreft sprekend op zich: 'de zon is ondergegaan in de era van de mens', 'het kwaad dat inherent is aan ons allemaal' of 'geen schepsel dat meer cataclysmische vernietiging verdient'... Nu, het hele Saurische drieluik hoef je allerminst beluisterd te hebben en te begrijpen om je tenvolle 'thuis' te voelen en te kunnen inleven in deze Saurian Apocalypse.
Het album opent, zoals zo vaak ook verder, fraai met prachtige sfeerschepping in The Sun Has Set on the Age of Man. Weelderige instrumentatie, subtiel tot in de kleinste details. Wat dreigende sound van over weidse zandvlakten schuifelende oosterse fluiten en vocalen, in de verte zwevende keelzang, geagiteerd waarschuwende percussie tot uiteindelijk een virtuoze akoestische gitaarsolo van Rusty Cooley de massieve poorten van de Saurian Apocalypse openduwt. The Disembodied Yet Slither Among Us Next, dat erop volgt is één mooi, bezield stuk akoestische gitaar. The Evil Inherent in All of Us, is, tussen ritmische Arabische gezangen door, nog zo'n typische Cooley-bijdrage, een energieke akoestische jam.
In Skull Fuck Ritual (Skull Breach Edition) groeit het volume van griezelig aandoende kelkgeluiden aan, vooraleer ook drums zich inzetten en de mars volledig in Midden-Oosten-sfeer de brug maakt naar een desolaat Nada Zaag. In An Altered Saurian Theta State duikt een Turkse aoud-solo op, luit bespeeld door Mustafa Stefan Dill en de akoestische jazzdrums daar zijn van huidige Nile-percussionist George Kollias. Nihil Emplexus is een verleidelijke luisterervaring met veelkleurig snarengetokkel en beangstigende chants alsof straks het einde der tijden wordt ingeluid.
In Divergence: The Long Awaited Third Primordial Ascension trekt eerst een met sitar en hoopvolle luiten gevulde soundscape alle aandacht, tot de compositie brutaal uitbarst in die eerste en dan ook enige scheurende gitaar!
Dan sluipt atmosferisch een flard rust uit het Verre Oosten binnen in Mask of Immutable Self Delusion, vooraleer het album met zijn langste compositie 'No Creature More Deserving of Cataclysmic Annihilation afsluit. In dit stuk met een veraf klinkende apocalyptische klankband in de achtergrond, excelleert niet alleen de jazzbehendigheid van gitarist Matthew Kay, maar komt ook, in volwarrige paniek en verbolgenheid, de vertelstem van Jonathan “ADD” Garofoli als Dr. Eduardo Lucciani himself ten tonele.
Saurian Apocalypse is niet zomaar een ambient album vol Oosterse interludia, geluidjes en overgangetjes. Hoewel verre van alledaags is het een dynamisch, perfectionistisch tot in het detail uitgewerkte muzikale compositie waarin het talent van Karl Sanders als multi-instrumentalist en componist zich tenvolle heeft ontbolstert en waar door de productie ook elk instrument tenvolle zijn plaats heeft gekregen. Dit is onverkort toppsychedelische wereldmuziek voor fijnproevers!
Maar loop als mogelijke niet-metalfan dan toch maar niet onmiddellijk weg, hier krijg je zeker geen terugkerende deathmetal à la Nile en de sferen waarin je hier terechtkomt die zijn echt voor eenieder wel uitzonderlijk. Zo bijvoorbeeld zal wie de geuren en kleuren van DARKSIDE's meesterlijke Spiral (2021) wist te appreciëren ook bij deze Sanders solo ruimschoots zijn gading vinden.
13 jaar na datum heeft Sanders zijn derde deel van zijn hypnotiserende Saurian-saga afgewerkt: de Saurian Apocalypse, album vol - kon je intussen het anders verwachten? - schitterende oosterse ambient, weids filmische soundscapes, met diepe grooves. Wel is het album, hoe contradictorisch soms ook met wat je hoort, een verdere vervaarlijke afdaling tot helemaal in de waanzin. In dit aldus best donker klinkende derde deel sluit Sanders de lange onderhuidse sluimering af die hij ooit in 2004 op gang bracht met zijn Saurian Meditation en in 2009 in dezelfde sferen liet opvolgen door Saurian Exorcisms. Saurian Apocalypse volgt, in zowel zijn muzikale als tekstuele thema's, de fictieve reis van Dr. Eduardo Lucciani, overlevende na de totale zelfdestructie van de mensheid. Langzaam maar zeker glijdt hij weg in een spiraal van zinsverbijstering, geconfronteerd als hij wordt met de gruwel en verschrikkingen van de 'Saurische Meesters'. De songtitels zijn wat dat betreft sprekend op zich: 'de zon is ondergegaan in de era van de mens', 'het kwaad dat inherent is aan ons allemaal' of 'geen schepsel dat meer cataclysmische vernietiging verdient'... Nu, het hele Saurische drieluik hoef je allerminst beluisterd te hebben en te begrijpen om je tenvolle 'thuis' te voelen en te kunnen inleven in deze Saurian Apocalypse.
Het album opent, zoals zo vaak ook verder, fraai met prachtige sfeerschepping in The Sun Has Set on the Age of Man. Weelderige instrumentatie, subtiel tot in de kleinste details. Wat dreigende sound van over weidse zandvlakten schuifelende oosterse fluiten en vocalen, in de verte zwevende keelzang, geagiteerd waarschuwende percussie tot uiteindelijk een virtuoze akoestische gitaarsolo van Rusty Cooley de massieve poorten van de Saurian Apocalypse openduwt. The Disembodied Yet Slither Among Us Next, dat erop volgt is één mooi, bezield stuk akoestische gitaar. The Evil Inherent in All of Us, is, tussen ritmische Arabische gezangen door, nog zo'n typische Cooley-bijdrage, een energieke akoestische jam.
In Skull Fuck Ritual (Skull Breach Edition) groeit het volume van griezelig aandoende kelkgeluiden aan, vooraleer ook drums zich inzetten en de mars volledig in Midden-Oosten-sfeer de brug maakt naar een desolaat Nada Zaag. In An Altered Saurian Theta State duikt een Turkse aoud-solo op, luit bespeeld door Mustafa Stefan Dill en de akoestische jazzdrums daar zijn van huidige Nile-percussionist George Kollias. Nihil Emplexus is een verleidelijke luisterervaring met veelkleurig snarengetokkel en beangstigende chants alsof straks het einde der tijden wordt ingeluid.
In Divergence: The Long Awaited Third Primordial Ascension trekt eerst een met sitar en hoopvolle luiten gevulde soundscape alle aandacht, tot de compositie brutaal uitbarst in die eerste en dan ook enige scheurende gitaar!
Dan sluipt atmosferisch een flard rust uit het Verre Oosten binnen in Mask of Immutable Self Delusion, vooraleer het album met zijn langste compositie 'No Creature More Deserving of Cataclysmic Annihilation afsluit. In dit stuk met een veraf klinkende apocalyptische klankband in de achtergrond, excelleert niet alleen de jazzbehendigheid van gitarist Matthew Kay, maar komt ook, in volwarrige paniek en verbolgenheid, de vertelstem van Jonathan “ADD” Garofoli als Dr. Eduardo Lucciani himself ten tonele.
Saurian Apocalypse is niet zomaar een ambient album vol Oosterse interludia, geluidjes en overgangetjes. Hoewel verre van alledaags is het een dynamisch, perfectionistisch tot in het detail uitgewerkte muzikale compositie waarin het talent van Karl Sanders als multi-instrumentalist en componist zich tenvolle heeft ontbolstert en waar door de productie ook elk instrument tenvolle zijn plaats heeft gekregen. Dit is onverkort toppsychedelische wereldmuziek voor fijnproevers!
Kendrick Lamar - Mr. Morale & The Big Steppers (2022)

4,5
5
geplaatst: 25 mei 2022, 16:04 uur
Die coverfoto met intieme inkijk ten huize Lamar. Dubieus. Geen onverdeeld sereen familiemoment, allerminst. Dochterlief heeft hij in de armen, intussen geeft ex-vriendin Whitney Alford de pasgeboren zoon de borst op bed of wiegt en gedoornenkroonde Kendrick Lamar, die kijkt achterdochtig richting de 'sharks' buiten, naar de bedreigingen, de vijanden, met het pistool achter de broeksriem...
Kendrick Lamar presteerde het al eerder, die confronterende full-openheid, over zichzelf, over zijn twijfels en onzekerheden. Was hiermee op zijn vorige platen al de fenomenale woordenkunstenaar-singersongwriter geworden die de al zolang vermaledijde hiphop in 2018, met z'n weer meesterlijke 'DAMN', zelfs de Pulitzerprijs voor Muziek bezorgde. Terechte gebeurtenis zonder meer, Lamar, nu ook de Bob Dylan geworden van de rappers. En op deze 'Mr. Morale & the Big Steppers' doet hij het weer, gebruikt hij zijn kunst als zuiveringsritus voor zijn ooit begane ondeugden. Van Lamar weten we al lang hoe breed hij de wereld deelgenoot kan maken van zijn aandoenlijke kijk op politiek, vooral het Afro-Amerikaanse leven om hem heen in de suburbs van Los Angeles en de morele dilemma's van de daar in armoede en tussen bendegeweld levende jeugd en gezinnen. Het komt ook hier weer royaal aan bod. Heeft deze keer overigens zo maar even vijf jaar de tijd moeten nemen - 1855 dagen kruiptijd, mét writersblock! - om zijn observatietalent op zijn eigenste emotionele leefwereld te richten, even hevig te roeren in zijn innerlijke poel van onrust, zich af te vragen in welke donkere hoekjes er nog vergeten traumapijnen achterblijven en er vervolgens, o wonder, hulpverlening te laten over gaan. Deze plaat, met al zijn blootweg geëtaleerde gebreken, wordt deze keer de kroniek van zijn therapie. De tijd lijkt gekomen voor de man in scherven om alles, zijn eigen onvolkomen zelve, hoe provocerend, ongenuanceerd en tegenstrijdig ook, eruit te laten gulpen in een opwindend, controversieel en introspectief verhaal. Het gaat helemaal in de diepte en het vertelt ons over zijn persoonlijke, ooit tot trauma's verworden pijnen.
Hij geeft zijn biecht de naam 'Mr. Morale & the Big Steppers'. In zijn spiegel ziet hij volop de contradicties tussen de moraalridder en 'the big steppa', de godfather die zo gewild alles in het duister gedaan krijgt, al bescheiden helpend zelfbewust steeds succesvoller wordt, de wereldverbeteraar, de halfgod die zich vaak ook beter dan zijn collega-rappers acht. Hij doet het met de steun en participatie van zijn familie. Gaat daarbij het ongemakkelijke niet uit de weg. Reveleert uitspraken en onthult, tegelijk goed wetende dat ieder windje van de man nadien ook wordt bestudeerd, geanalyseerd, dat elke van zijn acties op zijn actuele deugdelijkheid wordt getaxeerd en uiteindelijk zelfs op verschillende manieren uitgelegd. Maar hij relativeert toch het aureool dat rond hem hangt, deconstrueert zichzelf, doet zelfs een stap terug.
De plaat is dus ondanks zijn toetsen van levenslust en positiviteit allesbehalve een snelle hap. Vaak is ze genant, al die bedoelde of onbedoelde bijtende openheid over zijn eigen lelijkheid en onvolmaaktheid. Net als de maskers die neergaan (song 'N95')! Het wordt daarenboven soms minstens weinig subtiel, (te) stekelig, aanmatigend zelfs gebracht door een man die door zijn vroegere fracturen en lidtekens zelf emotioneel gehandicapt is geworden. Het lijmwerk om de brokstukkenpuzzle weer aanvaardbaar samen te zetten kan nog niet af zijn. Waarom anders blijft hij bij wijlen zo verwarrend. Zeker stevig voer dus voor de analisten, deze Lamar, 18 vette kluifjes voor z'n headshrinks. Hier wordt ongeremd zo veel verteld dat het vaak onontwarbaar complex wordt.
De vooral ingetogen, ingehouden hiphop waarmee hij dit alles levert bevat misschien ook veel minder aantrekkelijke hooks dan voorheen. De beats zijn rusteloos. Maar Lamar gaat, geruggesteund door zijn creatieve, geniale producers en gasten als Beth Gibbons, Summer Walker en Sampha, muzikaal op zoek naar zowat alles wat die verbijsterende op zijn ademhaling stromende lyrics kan versterken. En het loont. Veel schitterende klassieke, orkestrale begeleiding, waaronder heel veel stemmig en zacht piano-minimalisme, jazz, pop, disco, funk, soul, gospel, underground-elektronica en eenmaal zelfs de lyrics volledig ingebed in een ongehoord geacteerd hoorspel ('We Cry Together'). En...dat voortdurend opduikend tapdansen, rondom de brij. Ondanks die diversiteit lopen de songs toch als in één vloeiende beweging in elkaar over.
Om dit diepgravend epos van Lamar zowel literair als muzikaal op zijn waarde te schatten, zullen zelfs veel woorden nog te kort schieten. Maar ook een nog beperkte diagonale vlucht over zijn raadselachtig spiegelende dubbelplaat releveert dat elk nummer zijn janboel is van één lange therapiesessie.
'Stel je open, vertel de waarheid over je laatste vijf jaar', smeekt zijn stille kracht-vriendin-vertelster Whitney in de a-capella-ouverture 'United in Grief'. Wat volgt in de song met zijn gejaagde treinbeats is een voorbode van al die gelaagde gedachtenspinsels van de man, zee van complexe beslommeringen die bij hem sedert z'n jeugd oprispen. Lamar begint bijgevolg somber en getormenteerd. Suïcidale gedachten waren hem vroeger ook al niet vreemd. Hij ging laatst door een moeilijke tijd in die periode van 1855 dagen sedert 'DAMN'. In zijn gearriveerd leventje heeft hij zich net als de anderen in ontmenselijkend materialisme verloren, maar hij heeft in zich toch evengoed hetzelfde basale gemis en verdriet van velen. Hij rouwt anders. Net zoals de songtitel 'United In Grief'... dat rouwen, daarmee moeten we leren omgaan, dat moeten we samen doen.
'Mr. Morale & the Big Steppers', 18 songs dus als een splinterbom vol Life of Lamar. Neem nu alleen al 'United in Grief', wat een rijkdom altijd in één song!
'United in Grief' dus. De weg naar het vinden van gemoedsrust. Over bitches in minirok en de reactie daarop van getraumatiseerde mannen. Door ontrouw terecht ontzet uitschietende helse vrouwen die zelfs eerder agressie terugkrijgen in plaats van begrip. Over het schimmige schuldspel van ooit in duisternis zelfs bij gruwelijke zaken (gangbangs?) betrokken familieleden en vrienden. Over machtswellust van Amerikaanse presidenten. Over samen beter worden door eerst de eenheid te deconstrueren. Over het camoufleren van angst in gouden kettingen. Over het zoeken van therapie. Over bevrijd nadenken over overtuigingen en opgaan in spiritualiteit. Over het onvoldaan terugkijken op het verspreiden van zijn gedachtengoed als educatief lesmateriaal. Over de angstvallige hoop dat therapie en introspectie hem toch wel de volledige duidelijkheid zullen geven. Over bezig zijn met muziek en het tegelijk daarbij verwaarlozen van je geestelijke gezondheid. De angst voor de wereld en al zijn onrechtvaardigheden. Het worstelend wakker worden met weer nieuwe vragen voor die therapeut. Rijk en beroemd zijn en toch even racistisch aangepakt worden door de politie. Hoe je weelde en rijkdom vergaart. Over doneren aan zijn oude school. Een oproep voor een juister, rechtvaardiger internetgebruik. Over de eerste schroom om nieuwe weelde te tonen, de Rolex, zwembaden, auto's. Aankoop van wapens. Een Porche die koop je toch contant. Flitsende aankopen zijn maar compensatie van emotioneel gemis. Over zijn ontmoeting met de schitterende 'Green-Eyes', katholieke fan, even getraumatiseerd als hij, het bezwijken voor de lust en het beider ontsnappen in seks. De moord op vriend Chad Keaton.
'N95' is een conventionele hiphopsong met neef Baby Keem. Lamar zweeft in de clip van de song rond als een Christus aan het kruis. De hang naar materialisme is veel meer dan copycat-gedrag. Verminder je lijstje aan overbodige zaken. Vanaf nu neen aan de geldverspilling aan zinloze luxe. Dan ook die verdwazing door het wifi-gebruik en vervreemding daardoor van de werkelijkheid. 'N95' is een corona-gezichtsmasker. Laat nu toch ook maar eens alle oppervlakkigheid en façades vallen. Het maskeert maar eigen lelijkheid en onechtheid. De wereld kende hevige paniek onder corona, met z'n beurscrash van 2020, z'n daklozen en z'n rijken die nog rijker werden. Wacht die wereld dan op religie en maatschappelijke verandering, het zal niet veel uitmaken, Lamar heeft teveel pijn gezien.
'Worldwide Steppers', over zijn leven in afzondering na 'Damn' en zijn vaderschap. Tal van zelfkasteidende vertelsels, o.m. over zijn seksverslaving en zijn slapen met blanke vrouwen met van de pot gerukte motieven die vooral niet deugen. Zijn naijver en het afschieten van anderen. De song ook die naar de cover verwijst. "Playin' 'Baby Shark' with my daughter, watchin' for sharks outside at the same time".
'Die Hard', met Blxst en Amanda Reifer, waar de therapie Lamar leert accepteren dat hij zijn verleden moet overwinnen om op zijn best te zijn, ook in zijn liefdesleven. Loslaten en beseffen dat een relatie niet per definitie leeg is en een partner niet per se ontrouw. Met hier bij herhaling de 'Hope you see the God in me'-gedachte, zijn eigen christelijke geïnspireerde zegwijze voor: 'zie naast het duivelse ook eens het goede in mij'. Sluit naadloos aan bij 'Mr Morale', de song.
Schitterende vadersong 'Father Time'. 'Tijd met Vader'/'Vadertje Tijd', song met dubbele betekenis. Met fluwelen Sampha en opvallende strijkers en piano. Vader's afwezigheid of juist zijn kilte, z'n competitiviteit, zijn altijd verborgen gevoelens, wijdverbreid vernijnig machismo, in welke mate zal dit zijn weerslag hebben op zijn eigen vaderschap? Dergelijke vaderissues leiden niet onlogisch juist ook vaak tot de bendecultuur onder zwarte jongeren. Die ketens moeten worden doorbroken! Gaat hijzelf daarvoor op aanraden van Whitney te rade bij Eckhart Tolle, spiritueel leraar wiens naam nog opduikt.
Op loslopende pianonoten leidt vriend Kodak Black 'Rich [Interlude]'-'Rich Spirit' in. Verhaalt hoe hij met horten en stoten in zijn opgang als rapper slaagde. De man lijkt nog niet in staat om zijn verleden juist onder ogen te zien. Een performance van een wegens seksueel geweld fel gecontesteerde Kodak Black leidde dan ook tot een controverse waarover de laatste inkt nog niet is geschreven. Verwijt bij uitstek: is dit niet Lamar's eigenste voorbeeld van 'cancel culture'? Dan nog is Black maar een van de zovele foute vrienden uit zijn woelige verleden en had ook dit ongetwijfeld de nodige stressuitlopers tot in zijn therapie.
Na de Florence-sample uit 'June', wordt, onder de chill klinkende toetsen van de jazzpiano, al rappend 'We Cry Together', opgezet, een subliem rollenspel met zo levensecht lijkende emoties dat je het haast niet meer houdt. Lamar gaat samen met actrice Taylour Paige dieper dan op het bot, raast door de hoogten en dalen van een relatie. Wie doet het hen na? Effectief eringeramde, mooiste pleidooisong voor de waarde van door zovelen in de zwarte gemeenschap verguisde hulpverlening in een giftige relationele context.
Weelderige synths en zware drums op het zomerse 'Purple Hearts' dan. Summer Walker en superbe Ghostface Killah zingen mee over liefde, spiritualteit en drugs. 'Purple Hearts', is het de militaire onderscheiding voor de doden en gekwetsten? Of hint het eerder naar die 'paarse drank', drug met zijn gevaarlijke afloop bij verslaafden?
Muzikale hoogvlieger 'Count Me Out', weer de hemelse a capella van de opener en koorzang. Over de wederopstanding van nieuwe generaties op de puinhoop van fouten van de (voor)ouders. Nu moet je eindelijk van jezelf leren houden en dan zo proberen te overleven. Lamar stapt uit de therapie met het gevoel dat hij zich meer zal openstellen in zijn relaties. Op het einde wil hij zijn verantwoordelijkheden (leren) onder ogen zien ondanks al zijn imperfecties.
Het intieme, gevoelig orkestraal opgebouwde pianolied 'Crown', de doornenkroonsong van de Lamar op de cover. De man met z'n normaal lijkend leven, met zijn nochtans zwaar conflictueuze binnenkant, wil zich wel uitsloven in het opnemen van z'n leidersrol, maar benadrukt 51 maal (!) dat hij het niet iedereen naar de zin zal kunnen maken. Prachtige song, tout court.
'Silent Hill', met nogmaals Kodak Black die rapt over zijn geld, problemen en nepvriendschappen. Trapsong ook over de 'stilte' uit de titel, stilte als therapeutisch middel. Wees stil, ik ben gestresst! Kendrick Lamar, 'protecting his soul in the valley of silence'.
'Savior [Interlude], weer ingeleid door spiritueel influencer voor zelhulp Eckhart Tolle. Baby Keem krijgt een fraaie klassieke viool mee, terwijl hij het heeft over zijn opgroeien in problemen en zijn recente overwinningservaringen.
'Savior' met Sam Dew en Baby Keem. Er is geen hedendaagse Messias. Lamar, zoals nog anderen superchristelijk, werpt niettemin massa's vragen op die je in de kerk absoluut niet hoort te stellen. Het nummer met de mooie beat wil aanzetten tot een denkproces. Naast uitweidingen over raciale kwesties, corona, politieke correctheid en zijn eigen troubles geeft Lamar als boodschap voor de loshangende samenleving ook mee dat publieke figuren als hij ook maar gewone mensen zijn. Zelfs 'nachtmerrie Vladimir Poetin' krijgt er zijn persoonlijke vermelding als oorlogsstoker, tegelijk met de (relativerende?) bedenking dat het mensdom, het individu in se ook zo vaak oorlogszuchtig is waar het gewoon neemt van anderen, doden en gewonden ten spijt.
Het in de zwarte mannenwereld gedurfde, liefdevolle transgenderverhaal 'Auntie Diaries', over het taboe, dito de transfobie in familie en zwarte gemeenschap, inclusief bij Lamar zelf, over het (on)begrip voor tante die nonkel is geworden en de geslachtsveranderde 'Demetrius die nu Mary-Ann heet'. Net zoals hij, tot zijn spijt achteraf, aangaand het n****-word al eens ferme controverse uitlokte, doet hij dit spijtig genoeg nu weer in verband met het recht tot gebruik van het denigrerende 'flikker'-woord. Duurt dus wel nog even voor Kendrick zich echt de begeerde bondgenoot van de lgbtq+-gemeenschap mag noemen.
'Mr. Morale', met Tanna Leone en Sam Dew, begint met zijn spijt over het feit dat hij een blanke vrouw ooit op een optreden verbood het n****-word te gebruiken (zie einde van 'Auntie Diaries'). Hij heeft het opnieuw over zijn seksverslaving, zijn ontrouw en het hebben daarbij van wel 'drieduizend vrouwen'. Nu hij in z'n 'ontgiftingstherapie' leerde tegen z'n demonen te vechten, hoopt hij dat de buitenwereld nu ook wat meer het goede, 'de (half)god' in hem zal opmerken. Al geeft hij toe dat het aanhouden van een open geest persoonlijk ongewild ook tot absorptie van negatieve invloeden kan leiden.
Het fraaie, kwetsbare, sombere 'Mother I Sober', met een prachtig gepijnigd klinkende Beth Gibbons, over het misbruik van zijn moeder die hij als vijfjarige niet kon beschermen en haar angst dat haar zoon dit ook zal overkomen. Dit trauma is bij Lamar ook de aanleiding tot zijn seksverslaving en ontrouw. Het weerspiegelt scherp een realiteit van een leefomgeving met een toxische sekscultuur die veel zwarte kinderen geen veiligheid biedt. Die realiteit en 'generatievloek' wil een zelf onvolkomen Lamar afkappen. Andermaal supersterk om het in deze context zo aan te raken.
'Mirror'. Lamar verontschuldigt zich met een veelvoudig "I choose Me, I'm sorry" voor zijn 1855 dagen afwezigheid. Hij was in zijn therapie bezig met zijn persoonlijk groei. De altijd goedbedoelende Lamar breekt los uit alle 'Crown'-verwachtingen. Het alternatief: tracht vooral zelf actief aan een oplossing te werken in plaats van vast te klampen aan de strohalmen.
Terugblikkend, is dit album van Kendrick Lamar misschien minder ook het muzikale juweeltje van voorheen, zijn vrienden-producers en zijn gasten verdienen toch een grote pluim voor de muzikale bravoure, ze houden zijn eer zeer hoog. Daartegenover staat het ook mijlenver af van elke clichéplaat vol verplicht spotgoedkope woordenvulling. Integendeel, dit 'Mr. Morale & the Big Steppers' is literair gesproken zijn opus maximus geworden, over de evolutie van een man verwikkeld in z'n wespennesten. 't Vergt heel wat tijd om je erin in te leven, wat van de wirwar te doorgronden, maar het is ontegensprekelijk de moeite overwaard. Blijft daarbij uiteindelijk toch de vraag: is Kendrick Lamar veranderd? Is hij een sterfelijke man geworden? Is zijn plaat af of is het een work in progress? Staat hij op een kruispunt van wegen? Het antwoord laten we nog in het midden. In alle geval lijkt hij op 'Mr. Morale & the Big Steppers' geheel authentiek en te goeder trouw. Wat hij zeker nergens lijkt te willen is: slachtoffers maken. Door zich bovendien als een der invloedrijkste influencers in een dergelijk kwetsbaar en warrig zelfonderzoek te etaleren, biedt hij ongetwijfeld houvast en perspectief aan velen onder zijn miljoenen adepten. Zijn biecht zal niet alleen levens van even gekwetste individuen als hijzelf ten goede herrichten, hij zal er sowieso ook letterlijk levens mee redden. En dit maakt een dubbelplaat als deze dubbel zo groots.
Well, perfectly done again, OK Lama !
Kendrick Lamar presteerde het al eerder, die confronterende full-openheid, over zichzelf, over zijn twijfels en onzekerheden. Was hiermee op zijn vorige platen al de fenomenale woordenkunstenaar-singersongwriter geworden die de al zolang vermaledijde hiphop in 2018, met z'n weer meesterlijke 'DAMN', zelfs de Pulitzerprijs voor Muziek bezorgde. Terechte gebeurtenis zonder meer, Lamar, nu ook de Bob Dylan geworden van de rappers. En op deze 'Mr. Morale & the Big Steppers' doet hij het weer, gebruikt hij zijn kunst als zuiveringsritus voor zijn ooit begane ondeugden. Van Lamar weten we al lang hoe breed hij de wereld deelgenoot kan maken van zijn aandoenlijke kijk op politiek, vooral het Afro-Amerikaanse leven om hem heen in de suburbs van Los Angeles en de morele dilemma's van de daar in armoede en tussen bendegeweld levende jeugd en gezinnen. Het komt ook hier weer royaal aan bod. Heeft deze keer overigens zo maar even vijf jaar de tijd moeten nemen - 1855 dagen kruiptijd, mét writersblock! - om zijn observatietalent op zijn eigenste emotionele leefwereld te richten, even hevig te roeren in zijn innerlijke poel van onrust, zich af te vragen in welke donkere hoekjes er nog vergeten traumapijnen achterblijven en er vervolgens, o wonder, hulpverlening te laten over gaan. Deze plaat, met al zijn blootweg geëtaleerde gebreken, wordt deze keer de kroniek van zijn therapie. De tijd lijkt gekomen voor de man in scherven om alles, zijn eigen onvolkomen zelve, hoe provocerend, ongenuanceerd en tegenstrijdig ook, eruit te laten gulpen in een opwindend, controversieel en introspectief verhaal. Het gaat helemaal in de diepte en het vertelt ons over zijn persoonlijke, ooit tot trauma's verworden pijnen.
Hij geeft zijn biecht de naam 'Mr. Morale & the Big Steppers'. In zijn spiegel ziet hij volop de contradicties tussen de moraalridder en 'the big steppa', de godfather die zo gewild alles in het duister gedaan krijgt, al bescheiden helpend zelfbewust steeds succesvoller wordt, de wereldverbeteraar, de halfgod die zich vaak ook beter dan zijn collega-rappers acht. Hij doet het met de steun en participatie van zijn familie. Gaat daarbij het ongemakkelijke niet uit de weg. Reveleert uitspraken en onthult, tegelijk goed wetende dat ieder windje van de man nadien ook wordt bestudeerd, geanalyseerd, dat elke van zijn acties op zijn actuele deugdelijkheid wordt getaxeerd en uiteindelijk zelfs op verschillende manieren uitgelegd. Maar hij relativeert toch het aureool dat rond hem hangt, deconstrueert zichzelf, doet zelfs een stap terug.
De plaat is dus ondanks zijn toetsen van levenslust en positiviteit allesbehalve een snelle hap. Vaak is ze genant, al die bedoelde of onbedoelde bijtende openheid over zijn eigen lelijkheid en onvolmaaktheid. Net als de maskers die neergaan (song 'N95')! Het wordt daarenboven soms minstens weinig subtiel, (te) stekelig, aanmatigend zelfs gebracht door een man die door zijn vroegere fracturen en lidtekens zelf emotioneel gehandicapt is geworden. Het lijmwerk om de brokstukkenpuzzle weer aanvaardbaar samen te zetten kan nog niet af zijn. Waarom anders blijft hij bij wijlen zo verwarrend. Zeker stevig voer dus voor de analisten, deze Lamar, 18 vette kluifjes voor z'n headshrinks. Hier wordt ongeremd zo veel verteld dat het vaak onontwarbaar complex wordt.
De vooral ingetogen, ingehouden hiphop waarmee hij dit alles levert bevat misschien ook veel minder aantrekkelijke hooks dan voorheen. De beats zijn rusteloos. Maar Lamar gaat, geruggesteund door zijn creatieve, geniale producers en gasten als Beth Gibbons, Summer Walker en Sampha, muzikaal op zoek naar zowat alles wat die verbijsterende op zijn ademhaling stromende lyrics kan versterken. En het loont. Veel schitterende klassieke, orkestrale begeleiding, waaronder heel veel stemmig en zacht piano-minimalisme, jazz, pop, disco, funk, soul, gospel, underground-elektronica en eenmaal zelfs de lyrics volledig ingebed in een ongehoord geacteerd hoorspel ('We Cry Together'). En...dat voortdurend opduikend tapdansen, rondom de brij. Ondanks die diversiteit lopen de songs toch als in één vloeiende beweging in elkaar over.
Om dit diepgravend epos van Lamar zowel literair als muzikaal op zijn waarde te schatten, zullen zelfs veel woorden nog te kort schieten. Maar ook een nog beperkte diagonale vlucht over zijn raadselachtig spiegelende dubbelplaat releveert dat elk nummer zijn janboel is van één lange therapiesessie.
'Stel je open, vertel de waarheid over je laatste vijf jaar', smeekt zijn stille kracht-vriendin-vertelster Whitney in de a-capella-ouverture 'United in Grief'. Wat volgt in de song met zijn gejaagde treinbeats is een voorbode van al die gelaagde gedachtenspinsels van de man, zee van complexe beslommeringen die bij hem sedert z'n jeugd oprispen. Lamar begint bijgevolg somber en getormenteerd. Suïcidale gedachten waren hem vroeger ook al niet vreemd. Hij ging laatst door een moeilijke tijd in die periode van 1855 dagen sedert 'DAMN'. In zijn gearriveerd leventje heeft hij zich net als de anderen in ontmenselijkend materialisme verloren, maar hij heeft in zich toch evengoed hetzelfde basale gemis en verdriet van velen. Hij rouwt anders. Net zoals de songtitel 'United In Grief'... dat rouwen, daarmee moeten we leren omgaan, dat moeten we samen doen.
'Mr. Morale & the Big Steppers', 18 songs dus als een splinterbom vol Life of Lamar. Neem nu alleen al 'United in Grief', wat een rijkdom altijd in één song!
'United in Grief' dus. De weg naar het vinden van gemoedsrust. Over bitches in minirok en de reactie daarop van getraumatiseerde mannen. Door ontrouw terecht ontzet uitschietende helse vrouwen die zelfs eerder agressie terugkrijgen in plaats van begrip. Over het schimmige schuldspel van ooit in duisternis zelfs bij gruwelijke zaken (gangbangs?) betrokken familieleden en vrienden. Over machtswellust van Amerikaanse presidenten. Over samen beter worden door eerst de eenheid te deconstrueren. Over het camoufleren van angst in gouden kettingen. Over het zoeken van therapie. Over bevrijd nadenken over overtuigingen en opgaan in spiritualiteit. Over het onvoldaan terugkijken op het verspreiden van zijn gedachtengoed als educatief lesmateriaal. Over de angstvallige hoop dat therapie en introspectie hem toch wel de volledige duidelijkheid zullen geven. Over bezig zijn met muziek en het tegelijk daarbij verwaarlozen van je geestelijke gezondheid. De angst voor de wereld en al zijn onrechtvaardigheden. Het worstelend wakker worden met weer nieuwe vragen voor die therapeut. Rijk en beroemd zijn en toch even racistisch aangepakt worden door de politie. Hoe je weelde en rijkdom vergaart. Over doneren aan zijn oude school. Een oproep voor een juister, rechtvaardiger internetgebruik. Over de eerste schroom om nieuwe weelde te tonen, de Rolex, zwembaden, auto's. Aankoop van wapens. Een Porche die koop je toch contant. Flitsende aankopen zijn maar compensatie van emotioneel gemis. Over zijn ontmoeting met de schitterende 'Green-Eyes', katholieke fan, even getraumatiseerd als hij, het bezwijken voor de lust en het beider ontsnappen in seks. De moord op vriend Chad Keaton.
'N95' is een conventionele hiphopsong met neef Baby Keem. Lamar zweeft in de clip van de song rond als een Christus aan het kruis. De hang naar materialisme is veel meer dan copycat-gedrag. Verminder je lijstje aan overbodige zaken. Vanaf nu neen aan de geldverspilling aan zinloze luxe. Dan ook die verdwazing door het wifi-gebruik en vervreemding daardoor van de werkelijkheid. 'N95' is een corona-gezichtsmasker. Laat nu toch ook maar eens alle oppervlakkigheid en façades vallen. Het maskeert maar eigen lelijkheid en onechtheid. De wereld kende hevige paniek onder corona, met z'n beurscrash van 2020, z'n daklozen en z'n rijken die nog rijker werden. Wacht die wereld dan op religie en maatschappelijke verandering, het zal niet veel uitmaken, Lamar heeft teveel pijn gezien.
'Worldwide Steppers', over zijn leven in afzondering na 'Damn' en zijn vaderschap. Tal van zelfkasteidende vertelsels, o.m. over zijn seksverslaving en zijn slapen met blanke vrouwen met van de pot gerukte motieven die vooral niet deugen. Zijn naijver en het afschieten van anderen. De song ook die naar de cover verwijst. "Playin' 'Baby Shark' with my daughter, watchin' for sharks outside at the same time".
'Die Hard', met Blxst en Amanda Reifer, waar de therapie Lamar leert accepteren dat hij zijn verleden moet overwinnen om op zijn best te zijn, ook in zijn liefdesleven. Loslaten en beseffen dat een relatie niet per definitie leeg is en een partner niet per se ontrouw. Met hier bij herhaling de 'Hope you see the God in me'-gedachte, zijn eigen christelijke geïnspireerde zegwijze voor: 'zie naast het duivelse ook eens het goede in mij'. Sluit naadloos aan bij 'Mr Morale', de song.
Schitterende vadersong 'Father Time'. 'Tijd met Vader'/'Vadertje Tijd', song met dubbele betekenis. Met fluwelen Sampha en opvallende strijkers en piano. Vader's afwezigheid of juist zijn kilte, z'n competitiviteit, zijn altijd verborgen gevoelens, wijdverbreid vernijnig machismo, in welke mate zal dit zijn weerslag hebben op zijn eigen vaderschap? Dergelijke vaderissues leiden niet onlogisch juist ook vaak tot de bendecultuur onder zwarte jongeren. Die ketens moeten worden doorbroken! Gaat hijzelf daarvoor op aanraden van Whitney te rade bij Eckhart Tolle, spiritueel leraar wiens naam nog opduikt.
Op loslopende pianonoten leidt vriend Kodak Black 'Rich [Interlude]'-'Rich Spirit' in. Verhaalt hoe hij met horten en stoten in zijn opgang als rapper slaagde. De man lijkt nog niet in staat om zijn verleden juist onder ogen te zien. Een performance van een wegens seksueel geweld fel gecontesteerde Kodak Black leidde dan ook tot een controverse waarover de laatste inkt nog niet is geschreven. Verwijt bij uitstek: is dit niet Lamar's eigenste voorbeeld van 'cancel culture'? Dan nog is Black maar een van de zovele foute vrienden uit zijn woelige verleden en had ook dit ongetwijfeld de nodige stressuitlopers tot in zijn therapie.
Na de Florence-sample uit 'June', wordt, onder de chill klinkende toetsen van de jazzpiano, al rappend 'We Cry Together', opgezet, een subliem rollenspel met zo levensecht lijkende emoties dat je het haast niet meer houdt. Lamar gaat samen met actrice Taylour Paige dieper dan op het bot, raast door de hoogten en dalen van een relatie. Wie doet het hen na? Effectief eringeramde, mooiste pleidooisong voor de waarde van door zovelen in de zwarte gemeenschap verguisde hulpverlening in een giftige relationele context.
Weelderige synths en zware drums op het zomerse 'Purple Hearts' dan. Summer Walker en superbe Ghostface Killah zingen mee over liefde, spiritualteit en drugs. 'Purple Hearts', is het de militaire onderscheiding voor de doden en gekwetsten? Of hint het eerder naar die 'paarse drank', drug met zijn gevaarlijke afloop bij verslaafden?
Muzikale hoogvlieger 'Count Me Out', weer de hemelse a capella van de opener en koorzang. Over de wederopstanding van nieuwe generaties op de puinhoop van fouten van de (voor)ouders. Nu moet je eindelijk van jezelf leren houden en dan zo proberen te overleven. Lamar stapt uit de therapie met het gevoel dat hij zich meer zal openstellen in zijn relaties. Op het einde wil hij zijn verantwoordelijkheden (leren) onder ogen zien ondanks al zijn imperfecties.
Het intieme, gevoelig orkestraal opgebouwde pianolied 'Crown', de doornenkroonsong van de Lamar op de cover. De man met z'n normaal lijkend leven, met zijn nochtans zwaar conflictueuze binnenkant, wil zich wel uitsloven in het opnemen van z'n leidersrol, maar benadrukt 51 maal (!) dat hij het niet iedereen naar de zin zal kunnen maken. Prachtige song, tout court.
'Silent Hill', met nogmaals Kodak Black die rapt over zijn geld, problemen en nepvriendschappen. Trapsong ook over de 'stilte' uit de titel, stilte als therapeutisch middel. Wees stil, ik ben gestresst! Kendrick Lamar, 'protecting his soul in the valley of silence'.
'Savior [Interlude], weer ingeleid door spiritueel influencer voor zelhulp Eckhart Tolle. Baby Keem krijgt een fraaie klassieke viool mee, terwijl hij het heeft over zijn opgroeien in problemen en zijn recente overwinningservaringen.
'Savior' met Sam Dew en Baby Keem. Er is geen hedendaagse Messias. Lamar, zoals nog anderen superchristelijk, werpt niettemin massa's vragen op die je in de kerk absoluut niet hoort te stellen. Het nummer met de mooie beat wil aanzetten tot een denkproces. Naast uitweidingen over raciale kwesties, corona, politieke correctheid en zijn eigen troubles geeft Lamar als boodschap voor de loshangende samenleving ook mee dat publieke figuren als hij ook maar gewone mensen zijn. Zelfs 'nachtmerrie Vladimir Poetin' krijgt er zijn persoonlijke vermelding als oorlogsstoker, tegelijk met de (relativerende?) bedenking dat het mensdom, het individu in se ook zo vaak oorlogszuchtig is waar het gewoon neemt van anderen, doden en gewonden ten spijt.
Het in de zwarte mannenwereld gedurfde, liefdevolle transgenderverhaal 'Auntie Diaries', over het taboe, dito de transfobie in familie en zwarte gemeenschap, inclusief bij Lamar zelf, over het (on)begrip voor tante die nonkel is geworden en de geslachtsveranderde 'Demetrius die nu Mary-Ann heet'. Net zoals hij, tot zijn spijt achteraf, aangaand het n****-word al eens ferme controverse uitlokte, doet hij dit spijtig genoeg nu weer in verband met het recht tot gebruik van het denigrerende 'flikker'-woord. Duurt dus wel nog even voor Kendrick zich echt de begeerde bondgenoot van de lgbtq+-gemeenschap mag noemen.
'Mr. Morale', met Tanna Leone en Sam Dew, begint met zijn spijt over het feit dat hij een blanke vrouw ooit op een optreden verbood het n****-word te gebruiken (zie einde van 'Auntie Diaries'). Hij heeft het opnieuw over zijn seksverslaving, zijn ontrouw en het hebben daarbij van wel 'drieduizend vrouwen'. Nu hij in z'n 'ontgiftingstherapie' leerde tegen z'n demonen te vechten, hoopt hij dat de buitenwereld nu ook wat meer het goede, 'de (half)god' in hem zal opmerken. Al geeft hij toe dat het aanhouden van een open geest persoonlijk ongewild ook tot absorptie van negatieve invloeden kan leiden.
Het fraaie, kwetsbare, sombere 'Mother I Sober', met een prachtig gepijnigd klinkende Beth Gibbons, over het misbruik van zijn moeder die hij als vijfjarige niet kon beschermen en haar angst dat haar zoon dit ook zal overkomen. Dit trauma is bij Lamar ook de aanleiding tot zijn seksverslaving en ontrouw. Het weerspiegelt scherp een realiteit van een leefomgeving met een toxische sekscultuur die veel zwarte kinderen geen veiligheid biedt. Die realiteit en 'generatievloek' wil een zelf onvolkomen Lamar afkappen. Andermaal supersterk om het in deze context zo aan te raken.
'Mirror'. Lamar verontschuldigt zich met een veelvoudig "I choose Me, I'm sorry" voor zijn 1855 dagen afwezigheid. Hij was in zijn therapie bezig met zijn persoonlijk groei. De altijd goedbedoelende Lamar breekt los uit alle 'Crown'-verwachtingen. Het alternatief: tracht vooral zelf actief aan een oplossing te werken in plaats van vast te klampen aan de strohalmen.
Terugblikkend, is dit album van Kendrick Lamar misschien minder ook het muzikale juweeltje van voorheen, zijn vrienden-producers en zijn gasten verdienen toch een grote pluim voor de muzikale bravoure, ze houden zijn eer zeer hoog. Daartegenover staat het ook mijlenver af van elke clichéplaat vol verplicht spotgoedkope woordenvulling. Integendeel, dit 'Mr. Morale & the Big Steppers' is literair gesproken zijn opus maximus geworden, over de evolutie van een man verwikkeld in z'n wespennesten. 't Vergt heel wat tijd om je erin in te leven, wat van de wirwar te doorgronden, maar het is ontegensprekelijk de moeite overwaard. Blijft daarbij uiteindelijk toch de vraag: is Kendrick Lamar veranderd? Is hij een sterfelijke man geworden? Is zijn plaat af of is het een work in progress? Staat hij op een kruispunt van wegen? Het antwoord laten we nog in het midden. In alle geval lijkt hij op 'Mr. Morale & the Big Steppers' geheel authentiek en te goeder trouw. Wat hij zeker nergens lijkt te willen is: slachtoffers maken. Door zich bovendien als een der invloedrijkste influencers in een dergelijk kwetsbaar en warrig zelfonderzoek te etaleren, biedt hij ongetwijfeld houvast en perspectief aan velen onder zijn miljoenen adepten. Zijn biecht zal niet alleen levens van even gekwetste individuen als hijzelf ten goede herrichten, hij zal er sowieso ook letterlijk levens mee redden. En dit maakt een dubbelplaat als deze dubbel zo groots.
Well, perfectly done again, OK Lama !
Kevin Morby - This Is a Photograph (2022)

4,5
2
geplaatst: 30 mei 2022, 14:10 uur
De songs van Kevin Morby pakten mij ongeweten al langer dan ik het zelf wist, van toen ie nog gewoon die frele frontman was van de intussen vergeten Amerikaanse rockband The Babies. Eén intieme afscheidssong daar ergens verloren in hun beperkte repertoire, het ondergesneeuwde 'That Boy', vond ik toen bijna onrechtvaardig ondergewaardeerd. Een subliem akoestisch kleinood vol ontroering, het heeft sindsdien persoonlijk alleen maar meer eeuwigheidswaarde gekregen. In 2013 hoorde ik toevallig 'Harlem River', herkende ik onmiddellijk weer zijn kenmerkend ingetogen stemgeluid: hé, die zanger van The Babies! Pas van dan af eigenlijk ben ik hem beginnen volgen. The Babies op de klippen gelopen en Morby resoluut op solotoer. Hij is daarmee nu al aan zijn zevende toe. En eerlijk, nog nooit heeft ie teleurgesteld...
Warm en wijs, vol 'heart and soul' altijd op weg naar vreugde en liefde, dat is ie z'n hele carrière gebleven. En blijkbaar forceerden trieste omstandigheden ook onze fragiele troubadour tot een terugblik. Was naar Memphis,Tennessee teruggereisd, daar in het historische Peabody Hotel kwamen een na een de nieuwe songs opborrelen. De 'Intro' van de plaat start met vage geluiden van een onbestemd gezinstafereel. Dan het titelnummer 'This Is a Photograph', Morby op een zwoel, Afrikaans repeterend funkritme. De song groeit groots uit met zijn drums, blazers en achtergrondzang. Morby bladerde door jeugdfoto's van zijn ooit beresterke vader, na diens hartinfarct. Steeds meer van die persoonlijke familiale beelden werden de losse nummers van het album, een verhaal mediterend over ouder worden, het verstrijken van de tijd. Ook de hang om in het leven om hem heen het kwetsbare op te zoeken, zijn angsten bloot te leggen, de onverminderd aanwezige behoefte om het intieme te koesteren blijft bij Morby een constante. In 'This is a Photograph', het album, legt hij des te meer al z'n existentiële vragen, zijn observaties van de Midden-Amerikaanse maatschappij, vast in charmante, bijna Dylaneske kleine songs. Gepassioneerde shoots die zo perfect passen, directe, allesbehalve banale miniatuurjes over kleine aardse zaken, ze maken blij en ze doen pijn daar waar het moet. Americana, blues, folk en rock, een mélange die het album tal van juweeltjes levert. Ook vertrouwde producer Sam Cohen stond weer aan het roer en een hele schare gastmuzikanten waren enthousiast van de partij.
'A Random Act of Kindness' is een langzaam opgroeiende rocker, tot bijna volle The War On Drugs-weelde. Het galopperende 'Bittersweet, TN', drijvend op een frisse banjolijn en melancholische countryviolen is een fraai liefdesduet met sterke Morby en etherisch zingende folkzangeres Erin Rae.
De bluesy klaagzang 'Disappearing' komt letterlijk donderend binnen, een ingetogen spaarzame Frusciante-gitaar en een ijle melodica-riedel. Het klotsende water op 'A Coat of Butterflies' volgt mediterend de Mississippi. De dromerige saxofoon roept bij Morby de sombere gedachte aan Jeff Buckley op die er in 1997 verdronk. Kinderkoorzang, piano, sax en harpgepingel, allemaal fraai!
Het met extreme vrolijkheid opgetuigde 'Rock Bottom' schiet dan door als een vroege rock 'n roller met koebeltikjes, vervormde gitaren en bopbop-achtergrondzang. De luchtige soulpromenade 'Five Easy Pieces' is dan weer zo'n fraai nummer, sober aangekleed met piano- en strijkersarrangementen.
Het andermaal ontwapenende 'Stop Before I Cry', dat is de intiemst mogelijke ode aan partner Katie Crutchfield, vintage Morby-echtheid, gelardeerd met waardige blazers. Groots! In het nostalgische 'It's Over' hoor je Morby vervolgens mediterend en brainstormend in zijn kamer 409 van het Peabody Hotel. Het afsluitende 'Goodbye to Good Times' is ingetogen als een vroege Cohen. Geef Morby niet meer dan enkele akoestische getokkelde gitaarsnaren en een slidegitaar op de achtergrond. Maar wat een treffende en indringende lofzang aan familiebanden en aan het uitwaaieren van de tijd, met ook vervlogen muzikale grootheden als Tina Turner en Otis Redding...
Morby is de man die schitterend contemplatief het leven viert. Met dit 'This is a Photograph', een heel sterk werkstuk gevuld met diepgang, is hij uitgegroeid tot in de volheid van zijn kunnen. Laat deze plaat dus niet vlugvlug door de vingers glippen. Ik koester ze. Ik voelde het hart van die piepjonge Morby niet eerder weer zo warm kloppen.
Warm en wijs, vol 'heart and soul' altijd op weg naar vreugde en liefde, dat is ie z'n hele carrière gebleven. En blijkbaar forceerden trieste omstandigheden ook onze fragiele troubadour tot een terugblik. Was naar Memphis,Tennessee teruggereisd, daar in het historische Peabody Hotel kwamen een na een de nieuwe songs opborrelen. De 'Intro' van de plaat start met vage geluiden van een onbestemd gezinstafereel. Dan het titelnummer 'This Is a Photograph', Morby op een zwoel, Afrikaans repeterend funkritme. De song groeit groots uit met zijn drums, blazers en achtergrondzang. Morby bladerde door jeugdfoto's van zijn ooit beresterke vader, na diens hartinfarct. Steeds meer van die persoonlijke familiale beelden werden de losse nummers van het album, een verhaal mediterend over ouder worden, het verstrijken van de tijd. Ook de hang om in het leven om hem heen het kwetsbare op te zoeken, zijn angsten bloot te leggen, de onverminderd aanwezige behoefte om het intieme te koesteren blijft bij Morby een constante. In 'This is a Photograph', het album, legt hij des te meer al z'n existentiële vragen, zijn observaties van de Midden-Amerikaanse maatschappij, vast in charmante, bijna Dylaneske kleine songs. Gepassioneerde shoots die zo perfect passen, directe, allesbehalve banale miniatuurjes over kleine aardse zaken, ze maken blij en ze doen pijn daar waar het moet. Americana, blues, folk en rock, een mélange die het album tal van juweeltjes levert. Ook vertrouwde producer Sam Cohen stond weer aan het roer en een hele schare gastmuzikanten waren enthousiast van de partij.
'A Random Act of Kindness' is een langzaam opgroeiende rocker, tot bijna volle The War On Drugs-weelde. Het galopperende 'Bittersweet, TN', drijvend op een frisse banjolijn en melancholische countryviolen is een fraai liefdesduet met sterke Morby en etherisch zingende folkzangeres Erin Rae.
De bluesy klaagzang 'Disappearing' komt letterlijk donderend binnen, een ingetogen spaarzame Frusciante-gitaar en een ijle melodica-riedel. Het klotsende water op 'A Coat of Butterflies' volgt mediterend de Mississippi. De dromerige saxofoon roept bij Morby de sombere gedachte aan Jeff Buckley op die er in 1997 verdronk. Kinderkoorzang, piano, sax en harpgepingel, allemaal fraai!
Het met extreme vrolijkheid opgetuigde 'Rock Bottom' schiet dan door als een vroege rock 'n roller met koebeltikjes, vervormde gitaren en bopbop-achtergrondzang. De luchtige soulpromenade 'Five Easy Pieces' is dan weer zo'n fraai nummer, sober aangekleed met piano- en strijkersarrangementen.
Het andermaal ontwapenende 'Stop Before I Cry', dat is de intiemst mogelijke ode aan partner Katie Crutchfield, vintage Morby-echtheid, gelardeerd met waardige blazers. Groots! In het nostalgische 'It's Over' hoor je Morby vervolgens mediterend en brainstormend in zijn kamer 409 van het Peabody Hotel. Het afsluitende 'Goodbye to Good Times' is ingetogen als een vroege Cohen. Geef Morby niet meer dan enkele akoestische getokkelde gitaarsnaren en een slidegitaar op de achtergrond. Maar wat een treffende en indringende lofzang aan familiebanden en aan het uitwaaieren van de tijd, met ook vervlogen muzikale grootheden als Tina Turner en Otis Redding...
Morby is de man die schitterend contemplatief het leven viert. Met dit 'This is a Photograph', een heel sterk werkstuk gevuld met diepgang, is hij uitgegroeid tot in de volheid van zijn kunnen. Laat deze plaat dus niet vlugvlug door de vingers glippen. Ik koester ze. Ik voelde het hart van die piepjonge Morby niet eerder weer zo warm kloppen.
King Buffalo - Acheron (2021)

4,5
2
geplaatst: 11 januari 2022, 18:49 uur
Na het ronduit fantastische Part One, 'The Burden Of Restlessness', van medio 2021, zijn we nu hoe dan ook opvolger 'Acheron' een wat late, maar even geestdriftige review verplicht. 'Acheron', het eind 2021 verschenen tweede deel van King Buffalo's stonertrilogie, drieluik dat ze al in zijn geheel samenschreven tijdens de vroegste lockdowndagen. Want ja jongens, het is hier toch wel echt weer van dattum. Dit even pure, hoogsierlijke 'Acheron', met hoes in de narcotiserende sixtieskleuren van King Crimson's meesterwerk, schreeuwt gewoon opnieuw om een veertig minuten durende atmosferische inlevingsroes. Dat 'Acheron' dan bovendien live kon worden opgenomen in een grot, de Howe Caverns in de staat New York, maakt het project alleen nog hoorbaar indrukwekkender. Zowaar een technisch en productioneel huzarenstukje wat deze zelfverklaarde heavy psych rockband ermee klaarspeelde. Alles met z'n drieën, King Buffalo, zanger-gitarist Sean McVay, Dan Reynolds op bas en synths, Scott Donaldson op drums en percussie.
Klaterend water, sereen galmende, vloeiend hernemende elektrische beginnoten... Straks valt hier nog een dromerig The War On Drugs in! Neen, na de ingetogen inzet komt met spaarzame drums langzaamaan McVay's klinisch declamerende stem tot ontwaken. Net zoals het op de plaat overvloedig aanwezige water drijft 'Acheron' - de song - echoënd naar de Onderwereld, de duistere Acheron, Grieks mythologische, onderaardse rivier. King Buffalo's mediterende dodenmars begeleidt in één lange psychedelische trance, zwevend, afgestorven zielen die de mythische Veerman meevoert naar het nevelige Hades. Dit geweldige Part Two van het heuse stoner-epos is in al zijn melodieuze repetitiviteit al direct weer helemaal op dreef, opzwellend, vol subtiele details, in een steeds muterend sonisch universum. Vier creatieve, eigenlijk zelfs gezellige, zo zuiver klinkende jams die je ondanks de vaak drukkende groove, ondanks de spanning en onrust, meanderend meenemen in een unieke, warme psychedelische trip.
Het kabbelend rivierwater uit de grot maakt dat alle songs mooi in elkaar overvloeien. Het zijn machtige melancholische composities van gemiddeld tien minuten, met elk een eigen chemie waarvan de ideeën als water opkomen en weer gaan en toch altijd spitsvondig blijken samengegoten. Nee, met King Buffalo horen we geen leerling-tovenaars apestoned uitzwermend aan het werk. Ze hebben hun zaakje goed in de hand en zetten hier iets voor je op wat uitgebanceerd, perfect gestuurd en af is. Net zo de vlekkeloze productie en als toetje de intense verfilming van de making of van 'Acheron ' in de diepten van hun grot.
In 'Zephyr' komen doorheen de duistere spelonken de meer intense, psychedelische walls of sound aanwaaien, net als Zephyrus, Griekse god van de Westenwind. Majestatische zangpartijen, ingeleid door weer ingenieus drumwerk, heavy gelardeerd met die bedwelmend weidse riffs en solo's van gitaren die de sound van vroege (psychedelische) rockbands lieflijk omarmen..
De sublieme spannende ritmiek van 'Shadows', behoedzaam traag voorttrekkende, krullend betoverende muzieklijnen Gehavend schip op drift, onzeker zijn weg zoekend langs als schaduwen teisterende oevers van opzwepende gitaren, duizelig makende syntheziser en sixtiespercussie bij wijlen refererend aan Iron Butterfly's 'In-A-Gadda-Da-Vida'. Het finale 'Cerberus' beangstigt. Want daar aan dat eindpunt, aan de ingang van de onderwereld zit de impressionante driekoppige waakhond Cerberus, die houdt er dreigend de levenden op afstand, belet er de doden te ontsnappen. Desoriënterend, kakofonisch golvende sirenenoten, gedoseerde stonerexplosies tussen zeeën van riffs en rocksolo's. King Buffalo veroorzaakt dan wel geen verwoestende tsunami's, maar hun rivier zit vol sinistere draaikolken.
King Buffalo - 'Shadows'
Met dit magisch 'Cave Album' herschrijven ze zowat Pink Floyd in zijn meest kosmische periode. Na de scherpte van 'The Burden Of Restlessness', etaleren ze hier verbluffend een andere, even toegankelijke kant van hun stijl, met ruimtelijke soundscapes vol reverb van prachtig weerkaatsende gitaren, die geduldig stromen als water en met een episch verhaal dat uitnodigt om je er zowel muzikaal als emotioneel in onder te dompelen.
Met instrumentale virtuositeit en vernuft voor prachtige complexe structuren zet King Buffalo zich zomaar op de kaart als een van de grote verrassingen van 2021. Het bewijst in de ontwikkeling van zijn opzienbarende triptiek geen band te zijn als vele andere. Integendeel met dit talent en al die geestverruimende creativiteit schiet het trio in grandeur resoluut door naar de hoogten van hun voorbeelden als Pink Floyd. Noem 'Acheron' dus voortaan gerust maar hun eigenste 'Dark Side Of The Cave'.
Maar inmiddels is het andermaal vol ongeduld wachten tot ergens in februari 2022, op hun nieuw 'saucerful of secrets', King Buffalo's derde kom vol secreten. Na al wat voorafging moet Part Three van dit steeds in progressie toenemende, onvoorspelbare King Buffalo hun kers op de taart worden.
Laat er dus zolang alsjeblieft geen Adèle zijn om nog roet in het eten te gooien.
Klaterend water, sereen galmende, vloeiend hernemende elektrische beginnoten... Straks valt hier nog een dromerig The War On Drugs in! Neen, na de ingetogen inzet komt met spaarzame drums langzaamaan McVay's klinisch declamerende stem tot ontwaken. Net zoals het op de plaat overvloedig aanwezige water drijft 'Acheron' - de song - echoënd naar de Onderwereld, de duistere Acheron, Grieks mythologische, onderaardse rivier. King Buffalo's mediterende dodenmars begeleidt in één lange psychedelische trance, zwevend, afgestorven zielen die de mythische Veerman meevoert naar het nevelige Hades. Dit geweldige Part Two van het heuse stoner-epos is in al zijn melodieuze repetitiviteit al direct weer helemaal op dreef, opzwellend, vol subtiele details, in een steeds muterend sonisch universum. Vier creatieve, eigenlijk zelfs gezellige, zo zuiver klinkende jams die je ondanks de vaak drukkende groove, ondanks de spanning en onrust, meanderend meenemen in een unieke, warme psychedelische trip.
Het kabbelend rivierwater uit de grot maakt dat alle songs mooi in elkaar overvloeien. Het zijn machtige melancholische composities van gemiddeld tien minuten, met elk een eigen chemie waarvan de ideeën als water opkomen en weer gaan en toch altijd spitsvondig blijken samengegoten. Nee, met King Buffalo horen we geen leerling-tovenaars apestoned uitzwermend aan het werk. Ze hebben hun zaakje goed in de hand en zetten hier iets voor je op wat uitgebanceerd, perfect gestuurd en af is. Net zo de vlekkeloze productie en als toetje de intense verfilming van de making of van 'Acheron ' in de diepten van hun grot.
In 'Zephyr' komen doorheen de duistere spelonken de meer intense, psychedelische walls of sound aanwaaien, net als Zephyrus, Griekse god van de Westenwind. Majestatische zangpartijen, ingeleid door weer ingenieus drumwerk, heavy gelardeerd met die bedwelmend weidse riffs en solo's van gitaren die de sound van vroege (psychedelische) rockbands lieflijk omarmen..
De sublieme spannende ritmiek van 'Shadows', behoedzaam traag voorttrekkende, krullend betoverende muzieklijnen Gehavend schip op drift, onzeker zijn weg zoekend langs als schaduwen teisterende oevers van opzwepende gitaren, duizelig makende syntheziser en sixtiespercussie bij wijlen refererend aan Iron Butterfly's 'In-A-Gadda-Da-Vida'. Het finale 'Cerberus' beangstigt. Want daar aan dat eindpunt, aan de ingang van de onderwereld zit de impressionante driekoppige waakhond Cerberus, die houdt er dreigend de levenden op afstand, belet er de doden te ontsnappen. Desoriënterend, kakofonisch golvende sirenenoten, gedoseerde stonerexplosies tussen zeeën van riffs en rocksolo's. King Buffalo veroorzaakt dan wel geen verwoestende tsunami's, maar hun rivier zit vol sinistere draaikolken.
King Buffalo - 'Shadows'
Met dit magisch 'Cave Album' herschrijven ze zowat Pink Floyd in zijn meest kosmische periode. Na de scherpte van 'The Burden Of Restlessness', etaleren ze hier verbluffend een andere, even toegankelijke kant van hun stijl, met ruimtelijke soundscapes vol reverb van prachtig weerkaatsende gitaren, die geduldig stromen als water en met een episch verhaal dat uitnodigt om je er zowel muzikaal als emotioneel in onder te dompelen.
Met instrumentale virtuositeit en vernuft voor prachtige complexe structuren zet King Buffalo zich zomaar op de kaart als een van de grote verrassingen van 2021. Het bewijst in de ontwikkeling van zijn opzienbarende triptiek geen band te zijn als vele andere. Integendeel met dit talent en al die geestverruimende creativiteit schiet het trio in grandeur resoluut door naar de hoogten van hun voorbeelden als Pink Floyd. Noem 'Acheron' dus voortaan gerust maar hun eigenste 'Dark Side Of The Cave'.
Maar inmiddels is het andermaal vol ongeduld wachten tot ergens in februari 2022, op hun nieuw 'saucerful of secrets', King Buffalo's derde kom vol secreten. Na al wat voorafging moet Part Three van dit steeds in progressie toenemende, onvoorspelbare King Buffalo hun kers op de taart worden.
Laat er dus zolang alsjeblieft geen Adèle zijn om nog roet in het eten te gooien.
King Buffalo - Regenerator (2022)

4,5
3
geplaatst: 8 september 2022, 15:44 uur
Ineens, met vertraging dus, 'Regenerator' van King Buffalo in de Rotatielijst zien prijken! King Buffalo was sindsdien niet meer uit de speakers...
"Ik sta op uit de verwelkende nacht,
nieuwe dageraad brengt het ochtendlicht
Een dunne sluier valt zachtjes uit mijn ogen
Een lichtstraal als de zon opkomt
een gouden flikkering van een bergtop
Dageraad die de hemel verzacht
Ik voel me levend als de ochtend komt,
geregenereerd door de verwarmende zon
Mandarijnstralen komen naar beneden vallen,
alles schakelt met de snelheid van het geluid."
'Regenerator' (lyrics titelnummer uit het Engels vertaald)
Verbluffend hoe de pandemie sommigen, zoals alvast de progressieve stonerrockband King Buffalo met zijn ademloos uitgestrekte soundscapes vol riffmuziek en aanzwellende uitbarstingen, zichzelf tot op grote hoogten heeft gevoerd. Ineens was de geest van King Buffalo's muzikale creativiteit helemaal uit de fles en hun zware, doch heel toegankelijke sound stroomde sinds de coronalockdown ongebreideld en al albumslang naar ons toe. Vanuit frustratie hebben de heren gezocht naar een ontsnappingsroute en er ontvouwde zich bij hen eerst het onvolprezen 'The Burden of Restlessness', somber, intimistisch, claustrofobisch. Vervolgens kregen we ook in één beweging het met het water uit de grot klaterend eenzame 'Acheron'. Het door die opzienbarende exploten intussen internationaal gerenommeerd wordend trio sluit die duistere periode nu opnieuw prachtig en even consistent af met de betoverende fantasie die 'Regenerator' mag heten. Na wat praktische problemen ligt daar dus eindelijk dan toch het derde deel van wat al van bij aanvang 'The Pandemic Trilogy' was genoemd.
'Regenerator' baadt in zijn positieve vibes. Het is duidelijk het hoopvolle, meer gezwinde luik van de drie, het album dat hint naar de metamorfose. Zeven verse stukken schitterend gelaagde melodieuze psychrock en progblues waar nu doorheen de bomen hoorbaar heel wat meer licht mag priemen. Meer, je hoort zo het optimisme en de allegria. De elegante doorgaans traag opgebouwde soundscapes, met vooral kolkende stonergitaren vol reverb en donderende riffs in de hoofdrol schrijden majestatisch voorbij als in een blije, magisch bedwelmende roes. Die altijd pakkende Roger Waters-vocals van Sean McVay, etherisch, psychedelisch, warm, zacht en rond, de onvermoeibaar voortstuwende drums van Scott Donaldson, rommelend, de hypnotiserende synths, die opgewekt verspringende baslijnen van Dan Reynolds.
'Regenerator' 's titelnummer gaat voor een bijna tien minuten lange, beklijvende opener, King Buffalo's euforie van het herboren-worden. Warme synths wenken je ingehouden de ontluikende dageraad binnen. Terwijl de zon weer opkomt verweven zich binnen je intimiteit langzaam maar gestadig Donaldson's pulserende drums, Reynolds' repeterende baslijn en in vele kleuren de grandioze Sean McVey-gitaren.
In 'Mercury' waren McVays' mysterieuze vocals rond in nevels van repeterende synths. Een jazzy drumbreat dringt zich op tussen de lyrics, komt ook een zachte bas invallen die fenomenaal aan het soleren gaat. Stuwende gitaar schrikt je op. Volgzaam onderga je het golvende geluid, in crescendo gaat het almaar hogerop. Daardoor aangestoken verlengt het meer duistere gitaarnummer 'Hours' al onmiddellijk de actie. 'Mercury' 's afsluitend geweld tranformeert zich in een heuse gejaagde punkrockopstart. Staan daar soms The Sex Pistols achter de deur? Door merg en been snijdt de riff, hij lanceert zich groots en neemt er drums en vocals langdurig mee op sleeptouw. Proberen even de synths wat stoom af te laten, tevergeefs. Eindigen doet de song even wild als ie was gestart.
Volgt dan het hemels psychedelische 'Interlude', het al te korte tussenstuk dat in al zijn akoestische eenvoud weer de gelukzalige sound van het vroege Pink Floyd oproept. Of dacht je eerder aan The Beatles in hun mystieke periode? Wat dan ook, dit is schitterend. 'Mammoth', of de luister van een ontzaglijke stonersong. McVey trekt met zijn mammoet op door witte sneeuwvlakten om zijn verleden achter zich te laten. De song heeft naast zijn vocals ook een hoofdrol voor Reynolds' pompende bas en verrast met de meeslepende gitaarsolo's als van een Gilmour of een ver in de seventies vingervlug freakende Alvin Lee. In de lange, verbijsterend mooie muzikale outro mag alles aanhouden tot aan hét finale kippenvelmoment, de door orgel gestutte samenzang die het geheel in stijl afrondt.
"Het water stroomt naar binnen om me voort te dragen..." Het transcenderende 'Avalon' dat zo aan het album 'Acheron' refereert, introduceert zich helder en met traag galmende gitaarakkoorden. Weidsheid overheerst, het is de zoektocht naar Avalon. Tot uiteindelijk ook de machtige rockgitaarmuren zich erbij voegen en ze aangenaam warm en waardig het hele 'Regenerator'-huis vullen. Maar dan moet de epische uitbarsting 'Firmament' nog komen, negen minuten lang machtig slotstuk als van een afrollende progmusical. Ontspannend zacht en akoestisch snarenplukkend ingezongen, tot monumentaal solerende gitaren als uit verre Sabbath-Bloody-Sabbath-jaren het duister en diep grommend overnemen, met donderdrums en dreunbassen omgeven. King Buffalo reisde zo ver om de wolken wijd open te vinden en het landt, één geworden met de eeuwige blauwe hemel. Dit album en deze trilogie kan niet lyrischer, niet passend glorieuzer naar zijn einde toe worden geleid dan met dit magistraal topnummer!
King Buffalo is met al zijn unieke psychedelische verkenningen een ontzagwekkende band geworden die grenzeloze creativiteit altijd met perfect vakmanschap weet te combineren. Lijkt ook hier de soundtrack ogenschijnlijk ingewikkeld, toch schieten de veertig minuten van dit fenomenale eindstuk dankzij de geweldige productie evengoed als één verrukkelijk aangename roes voorbij. Het bingehearen van de hele trilogie met zijn achttien composities ineens is zelfs niet echt een huzarenstuk meer, neen, het zijn twee hapklare uren vol prachtmuziek die als in een bloemlezing de muzikale ziel van zijn makers in al zijn diversiteit blootleggen. Zoals Sean McVey tijdens de making-of zelf beschouwde, drie hoofdstukken van hetzelfde verhaal, met alle kleuren van het palet, met gelijkaardige thema's, maar toch zo verschillend in geluiden en stijlen, met andere tonaliteiten, andere arrangementen, gaande van de meest intieme tot de meest agressieve. Sjonge sjonge, wat heeft dit overweldigende King Buffalo nog allemaal voor ons in petto? In alle geval, het schakelt en groeit tegenwoordig, om beleefd de lyrics uit het titelnummer te gebruiken... met de snelheid van het geluid.
"Ik sta op uit de verwelkende nacht,
nieuwe dageraad brengt het ochtendlicht
Een dunne sluier valt zachtjes uit mijn ogen
Een lichtstraal als de zon opkomt
een gouden flikkering van een bergtop
Dageraad die de hemel verzacht
Ik voel me levend als de ochtend komt,
geregenereerd door de verwarmende zon
Mandarijnstralen komen naar beneden vallen,
alles schakelt met de snelheid van het geluid."
'Regenerator' (lyrics titelnummer uit het Engels vertaald)
Verbluffend hoe de pandemie sommigen, zoals alvast de progressieve stonerrockband King Buffalo met zijn ademloos uitgestrekte soundscapes vol riffmuziek en aanzwellende uitbarstingen, zichzelf tot op grote hoogten heeft gevoerd. Ineens was de geest van King Buffalo's muzikale creativiteit helemaal uit de fles en hun zware, doch heel toegankelijke sound stroomde sinds de coronalockdown ongebreideld en al albumslang naar ons toe. Vanuit frustratie hebben de heren gezocht naar een ontsnappingsroute en er ontvouwde zich bij hen eerst het onvolprezen 'The Burden of Restlessness', somber, intimistisch, claustrofobisch. Vervolgens kregen we ook in één beweging het met het water uit de grot klaterend eenzame 'Acheron'. Het door die opzienbarende exploten intussen internationaal gerenommeerd wordend trio sluit die duistere periode nu opnieuw prachtig en even consistent af met de betoverende fantasie die 'Regenerator' mag heten. Na wat praktische problemen ligt daar dus eindelijk dan toch het derde deel van wat al van bij aanvang 'The Pandemic Trilogy' was genoemd.
'Regenerator' baadt in zijn positieve vibes. Het is duidelijk het hoopvolle, meer gezwinde luik van de drie, het album dat hint naar de metamorfose. Zeven verse stukken schitterend gelaagde melodieuze psychrock en progblues waar nu doorheen de bomen hoorbaar heel wat meer licht mag priemen. Meer, je hoort zo het optimisme en de allegria. De elegante doorgaans traag opgebouwde soundscapes, met vooral kolkende stonergitaren vol reverb en donderende riffs in de hoofdrol schrijden majestatisch voorbij als in een blije, magisch bedwelmende roes. Die altijd pakkende Roger Waters-vocals van Sean McVay, etherisch, psychedelisch, warm, zacht en rond, de onvermoeibaar voortstuwende drums van Scott Donaldson, rommelend, de hypnotiserende synths, die opgewekt verspringende baslijnen van Dan Reynolds.
'Regenerator' 's titelnummer gaat voor een bijna tien minuten lange, beklijvende opener, King Buffalo's euforie van het herboren-worden. Warme synths wenken je ingehouden de ontluikende dageraad binnen. Terwijl de zon weer opkomt verweven zich binnen je intimiteit langzaam maar gestadig Donaldson's pulserende drums, Reynolds' repeterende baslijn en in vele kleuren de grandioze Sean McVey-gitaren.
In 'Mercury' waren McVays' mysterieuze vocals rond in nevels van repeterende synths. Een jazzy drumbreat dringt zich op tussen de lyrics, komt ook een zachte bas invallen die fenomenaal aan het soleren gaat. Stuwende gitaar schrikt je op. Volgzaam onderga je het golvende geluid, in crescendo gaat het almaar hogerop. Daardoor aangestoken verlengt het meer duistere gitaarnummer 'Hours' al onmiddellijk de actie. 'Mercury' 's afsluitend geweld tranformeert zich in een heuse gejaagde punkrockopstart. Staan daar soms The Sex Pistols achter de deur? Door merg en been snijdt de riff, hij lanceert zich groots en neemt er drums en vocals langdurig mee op sleeptouw. Proberen even de synths wat stoom af te laten, tevergeefs. Eindigen doet de song even wild als ie was gestart.
Volgt dan het hemels psychedelische 'Interlude', het al te korte tussenstuk dat in al zijn akoestische eenvoud weer de gelukzalige sound van het vroege Pink Floyd oproept. Of dacht je eerder aan The Beatles in hun mystieke periode? Wat dan ook, dit is schitterend. 'Mammoth', of de luister van een ontzaglijke stonersong. McVey trekt met zijn mammoet op door witte sneeuwvlakten om zijn verleden achter zich te laten. De song heeft naast zijn vocals ook een hoofdrol voor Reynolds' pompende bas en verrast met de meeslepende gitaarsolo's als van een Gilmour of een ver in de seventies vingervlug freakende Alvin Lee. In de lange, verbijsterend mooie muzikale outro mag alles aanhouden tot aan hét finale kippenvelmoment, de door orgel gestutte samenzang die het geheel in stijl afrondt.
"Het water stroomt naar binnen om me voort te dragen..." Het transcenderende 'Avalon' dat zo aan het album 'Acheron' refereert, introduceert zich helder en met traag galmende gitaarakkoorden. Weidsheid overheerst, het is de zoektocht naar Avalon. Tot uiteindelijk ook de machtige rockgitaarmuren zich erbij voegen en ze aangenaam warm en waardig het hele 'Regenerator'-huis vullen. Maar dan moet de epische uitbarsting 'Firmament' nog komen, negen minuten lang machtig slotstuk als van een afrollende progmusical. Ontspannend zacht en akoestisch snarenplukkend ingezongen, tot monumentaal solerende gitaren als uit verre Sabbath-Bloody-Sabbath-jaren het duister en diep grommend overnemen, met donderdrums en dreunbassen omgeven. King Buffalo reisde zo ver om de wolken wijd open te vinden en het landt, één geworden met de eeuwige blauwe hemel. Dit album en deze trilogie kan niet lyrischer, niet passend glorieuzer naar zijn einde toe worden geleid dan met dit magistraal topnummer!
King Buffalo is met al zijn unieke psychedelische verkenningen een ontzagwekkende band geworden die grenzeloze creativiteit altijd met perfect vakmanschap weet te combineren. Lijkt ook hier de soundtrack ogenschijnlijk ingewikkeld, toch schieten de veertig minuten van dit fenomenale eindstuk dankzij de geweldige productie evengoed als één verrukkelijk aangename roes voorbij. Het bingehearen van de hele trilogie met zijn achttien composities ineens is zelfs niet echt een huzarenstuk meer, neen, het zijn twee hapklare uren vol prachtmuziek die als in een bloemlezing de muzikale ziel van zijn makers in al zijn diversiteit blootleggen. Zoals Sean McVey tijdens de making-of zelf beschouwde, drie hoofdstukken van hetzelfde verhaal, met alle kleuren van het palet, met gelijkaardige thema's, maar toch zo verschillend in geluiden en stijlen, met andere tonaliteiten, andere arrangementen, gaande van de meest intieme tot de meest agressieve. Sjonge sjonge, wat heeft dit overweldigende King Buffalo nog allemaal voor ons in petto? In alle geval, het schakelt en groeit tegenwoordig, om beleefd de lyrics uit het titelnummer te gebruiken... met de snelheid van het geluid.
King Buffalo - The Burden of Restlessness (2021)

4,5
2
geplaatst: 15 juni 2021, 13:40 uur
Zet je schrap, daar komt King Buffalo! Ze laten nu al een kanjer van een stonerplaat op je los. En later dit jaar komen er nog twee erop aansluitende albums bij, weliswaar met een andere sound en stijl, maar dit alles in de steigers gezet tijdens de lockdown. Verhaalboog, karakter en thema zullen ze delen, maar ze zullen net zo goed afzonderlijk beluisterbaar zijn. Hier bovendien stoner met naast aandacht voor melodie ook grote zorg voor de lyrics, toch niet evident in het genre. Zo vrijuit somber en intimistisch hier, geschreven vanuit de onderbuik, de claustrofobie en frustratie van de pandemie. Roger Waters en Zach de la Rocha zijn de inspiratiebronnen. De hechte groep, King Buffalo, levert ongecompliceerd frisse composities die bijna onberedeneerd lijken samengebracht. Gestripte vraag- en antwoordjams zo je wil met mooi atmosferisch samenspel tussen heldere vocals, scherpe, klare staccatogitaren, synths en een perfect meegaande ritmesectie. Stijlvol etaleren ze je hun open klankpalet vol minimalistische, repetitieve Tooltoetsen waar de energie maar van tussen de muzieklijnen blijft uitspatten. Veelal starten ze discreet, onderkoeld en psychedelisch declamerend, om geleidelijk rusteloos op te bouwen tot finale erupties van riffs en donderende drums. Kraakzuiver opgenomen plaat die geen zwaktes kent. Wat jammer dat we zo'n trilogie nog niet kunnen bingehearen. Kom dus maar op met dat vervolg, heren, we are restless!
King Creosote - I DES (2023)

4,0
3
geplaatst: 10 november 2023, 20:48 uur
In Schotland woont een ongelooflijk creatieve singer-songwriter, die wel nog voor veel te velen onder de radar zingt. Dit ondanks de kwaliteit en de omvang van zijn oeuvre en ondanks dat grote namen al met hem samenwerkten en zijn liedjes zongen. King Creosote luidt zijn wat vreemde artiestennaam. Daar in zijn vissersdorp in Fife heet hij gewoon Kenny, Kenny Anderson. Je houdt het in deze tijden haast niet voor mogelijk, maar met zijn nieuwste album 'I DES' brengt hij je mogelijks in een hoogst angelieke stemming, ga je straks welhaast breed glimlachend met hem meemediteren, meezweven, terwijl hij het toch vrijwel voortdurend over de moeilijkste thema's des levens heeft, tot en met vooral die van het levenseinde. Want ja dus, vanaf de hoes glimt een en al het marmer van een grafsteen, met dat cryptisch I DES MMXXIII als inscriptie. We komen er straks nog even op terug.
Eigenlijk vertrekt King Creosote's plaat vanuit zijn voorliefde voor de neo-klassieke componist Nils Frahm en tegelijk sluit ze ook aan bij zijn succesvolle 'Diamond Mine'-samenwerking in 2011 met de even befaamde elektronicacomponist Jon Hopkins, een album dat toen overigens werd genomineerd voor de Mercury Prize. Met dit 'I DES' word je omstandig ondergedompeld in rijke, traag aanschrijdende en als highlandnevels weer uitzwermende klanktapijten, gelardeerd met raadselachtig zachte Schotse zang van Z.K.H. Creosote, zijn unieke stem vol warme, emotionele breekbaarheid. Een bonte wirwar guitig als wolken transformerende liedjes waar zijn fragiele Schotse ziel weifelend in rondzweeft. Zigzaggend met wonderlijke synthesizers, aanhoudende drones, samplers en housemuziekbeats brengt hij alles mooi in de maat met zijn fysieke instrumenten als accordeons, vibrafoons, violen, elektrische strijkgeluiden. Hij zorgt op een groot deel van het album en zeker in de twee laatste lange composities voor schitterende mysterieuze ambient-geheimzinnigheid die we bijvoorbeeld ook al op 'Long Lost', Lord Huron's meesterwerk terughoorden of laatst ook nog bij Melanie Di Biassio's 'Il Viaggio'. Maar altijd heeft King Creosote, zelfs in zijn ambient, een heel groot oor voor melodie.
Het is 'It's Sin That's Got Its Hold Upon Us' dat het album inleidt met achtergrondgeluiden en zwevende strijkers. Een roffelend en snerpende start, The Flaming Lips van 'Yoshimi...' wel. De zonde krijgt je in zijn greep net zoals drugs dat doen, oreert een grafstem afsluitend in een sample. Voorspel voor een drietal songs over de dood.
Het opzwepend speelse 'Blue Marbled Elm Trees', een persoonlijke song vol harmoniums, zang, ritme en nog veel meer, groots maar luchtig reflecterend over leven, dood, universum, kunst, gezin en liefde. Een hartelijke terugblik die raakt dat het pijn doet. Met zeker ook een heerlijk bijpassende Kubrickiaanse video.
Ontroerend schoon hoogtepunt is zeker 'Burial Bleak'. Met de rustige kadans van een minimalistisch Michael Nyman-hymne. King Creosote's opwekkend stemgeluid beschouwt weer over sterven en liever nog over hang naar het leven. Een weemoedige burial die met zijn wijdse cello, accordeons, orgel, synths, koorzang en aanzwellende strijkers in fraaie harmonie vertrekt, recht naar een hemels Schots hoogtepunt. Net zo is de psychedelische ambient van 'Dust' balsem voor het hart. Als dit dan de hemel is, prima zo.
Ook de statige ballade 'Walter de la Nightmare' blijft ingetogen en gevoelig in zijn langzame beat, mijmerende synths, pianoakkoordenwisselingen en begeleidende folky strijksounds en in zich die zweverig Schotse feel. Begrafenisstemming? Ja, maar ook hier weer: bemoedigend, opmonterend.
Daar dan ineens, zo tussenin, snel en luid, het krautrock-popnummer 'Susie Mullen'. Een verrassend hitnummer zowaar waarop het even dansen en springen is. Het kleine, zachtaardige 'Love Is a Curse' hervalt vervolgens al vlug in treurige klaagzang in een notendop. Het sterke titelnummer 'I DES' is stralend en sereen tegelijk, een onvergetelijke folkballade op piano, door de King grandioos ingezongen.
Laat je dan na 'I DES' vervolgens niet afschrikken door de twee afsluitende composities. De prachtige suite 'Please Come Back I Will Listen, I Will Behave, I Will Toe the Line' luistert als hypnotiserende, verstilde schittering uit een parallel universum. Vocaal hoogstandje met het weidse geluid als van topkunstenaars als Vangelis en I Muvrini.
Het monumentale 'Drone in B#' tenslotte, een meer dan 36 minuten verre van onaangename of vermoeiende ambient-luisterervaring. Compositie in één langgerekte noot gemengd met orkest en effecten, waarmee alles in golven wordt opgebouwd tot op en top lenigende psychedelica.
'I DES', duidelijk een album waaraan hard is gewerkt. Een groots, dramatisch geluid met intrinsiek de sporen van traditionele Schotse folkmuziek. Op één na allemaal uitgestrekte nummers die je met hun instrumentatie wegblazen en die het perfecte kader zijn voor King Creosote's verheven stem.
En ja, nu ook nog die raadselachtige Romeins aandoende titel en albumcover. De iden van maart, verwijzing naar de dag dat Julius Caesar werd vermoord. Al werd de albumtitel opzettelijk van elkaar geschreven als knipoogje naar co-producer Des Lawson, zijn belangrijkste muzikale medewerker, de sublieme video van de song 'I DES' maakt toch wel wat meer duidelijk: het hoofd van Kenny Anderson als een totaal afbrokkelende Caesar. Op de grafsteen '2023' in Romeinse cijfers. Wordt dit de laatste plaat onder het alter ego King Creosote, is de tijd voor een wedergeboorte van Kenny Anderson aangebroken? Zo wordt het minstens gefluisterd. Hoe dan ook, King Creosote staat er met dit 'I DES' helemaal. Dit is een uitstekende avondplaat voor avontuurlijke genieters!
Suggestie, begin met 'Burial Bleak', 'I DES' en 'Please Come Back I Will Listen, I Will Behave, I Will Toe the Line'...
It's Sin That's Got Its Hold Upon Us
Blue Marbled Elm Trees
Ides
Eigenlijk vertrekt King Creosote's plaat vanuit zijn voorliefde voor de neo-klassieke componist Nils Frahm en tegelijk sluit ze ook aan bij zijn succesvolle 'Diamond Mine'-samenwerking in 2011 met de even befaamde elektronicacomponist Jon Hopkins, een album dat toen overigens werd genomineerd voor de Mercury Prize. Met dit 'I DES' word je omstandig ondergedompeld in rijke, traag aanschrijdende en als highlandnevels weer uitzwermende klanktapijten, gelardeerd met raadselachtig zachte Schotse zang van Z.K.H. Creosote, zijn unieke stem vol warme, emotionele breekbaarheid. Een bonte wirwar guitig als wolken transformerende liedjes waar zijn fragiele Schotse ziel weifelend in rondzweeft. Zigzaggend met wonderlijke synthesizers, aanhoudende drones, samplers en housemuziekbeats brengt hij alles mooi in de maat met zijn fysieke instrumenten als accordeons, vibrafoons, violen, elektrische strijkgeluiden. Hij zorgt op een groot deel van het album en zeker in de twee laatste lange composities voor schitterende mysterieuze ambient-geheimzinnigheid die we bijvoorbeeld ook al op 'Long Lost', Lord Huron's meesterwerk terughoorden of laatst ook nog bij Melanie Di Biassio's 'Il Viaggio'. Maar altijd heeft King Creosote, zelfs in zijn ambient, een heel groot oor voor melodie.
Het is 'It's Sin That's Got Its Hold Upon Us' dat het album inleidt met achtergrondgeluiden en zwevende strijkers. Een roffelend en snerpende start, The Flaming Lips van 'Yoshimi...' wel. De zonde krijgt je in zijn greep net zoals drugs dat doen, oreert een grafstem afsluitend in een sample. Voorspel voor een drietal songs over de dood.
Het opzwepend speelse 'Blue Marbled Elm Trees', een persoonlijke song vol harmoniums, zang, ritme en nog veel meer, groots maar luchtig reflecterend over leven, dood, universum, kunst, gezin en liefde. Een hartelijke terugblik die raakt dat het pijn doet. Met zeker ook een heerlijk bijpassende Kubrickiaanse video.
Ontroerend schoon hoogtepunt is zeker 'Burial Bleak'. Met de rustige kadans van een minimalistisch Michael Nyman-hymne. King Creosote's opwekkend stemgeluid beschouwt weer over sterven en liever nog over hang naar het leven. Een weemoedige burial die met zijn wijdse cello, accordeons, orgel, synths, koorzang en aanzwellende strijkers in fraaie harmonie vertrekt, recht naar een hemels Schots hoogtepunt. Net zo is de psychedelische ambient van 'Dust' balsem voor het hart. Als dit dan de hemel is, prima zo.
Ook de statige ballade 'Walter de la Nightmare' blijft ingetogen en gevoelig in zijn langzame beat, mijmerende synths, pianoakkoordenwisselingen en begeleidende folky strijksounds en in zich die zweverig Schotse feel. Begrafenisstemming? Ja, maar ook hier weer: bemoedigend, opmonterend.
Daar dan ineens, zo tussenin, snel en luid, het krautrock-popnummer 'Susie Mullen'. Een verrassend hitnummer zowaar waarop het even dansen en springen is. Het kleine, zachtaardige 'Love Is a Curse' hervalt vervolgens al vlug in treurige klaagzang in een notendop. Het sterke titelnummer 'I DES' is stralend en sereen tegelijk, een onvergetelijke folkballade op piano, door de King grandioos ingezongen.
Laat je dan na 'I DES' vervolgens niet afschrikken door de twee afsluitende composities. De prachtige suite 'Please Come Back I Will Listen, I Will Behave, I Will Toe the Line' luistert als hypnotiserende, verstilde schittering uit een parallel universum. Vocaal hoogstandje met het weidse geluid als van topkunstenaars als Vangelis en I Muvrini.
Het monumentale 'Drone in B#' tenslotte, een meer dan 36 minuten verre van onaangename of vermoeiende ambient-luisterervaring. Compositie in één langgerekte noot gemengd met orkest en effecten, waarmee alles in golven wordt opgebouwd tot op en top lenigende psychedelica.
'I DES', duidelijk een album waaraan hard is gewerkt. Een groots, dramatisch geluid met intrinsiek de sporen van traditionele Schotse folkmuziek. Op één na allemaal uitgestrekte nummers die je met hun instrumentatie wegblazen en die het perfecte kader zijn voor King Creosote's verheven stem.
En ja, nu ook nog die raadselachtige Romeins aandoende titel en albumcover. De iden van maart, verwijzing naar de dag dat Julius Caesar werd vermoord. Al werd de albumtitel opzettelijk van elkaar geschreven als knipoogje naar co-producer Des Lawson, zijn belangrijkste muzikale medewerker, de sublieme video van de song 'I DES' maakt toch wel wat meer duidelijk: het hoofd van Kenny Anderson als een totaal afbrokkelende Caesar. Op de grafsteen '2023' in Romeinse cijfers. Wordt dit de laatste plaat onder het alter ego King Creosote, is de tijd voor een wedergeboorte van Kenny Anderson aangebroken? Zo wordt het minstens gefluisterd. Hoe dan ook, King Creosote staat er met dit 'I DES' helemaal. Dit is een uitstekende avondplaat voor avontuurlijke genieters!
Suggestie, begin met 'Burial Bleak', 'I DES' en 'Please Come Back I Will Listen, I Will Behave, I Will Toe the Line'...
It's Sin That's Got Its Hold Upon Us
Blue Marbled Elm Trees
Ides
King Gizzard & The Lizard Wizard - Butterfly 3000 (2021)

4,0
1
geplaatst: 13 juni 2021, 12:22 uur
Via huisvlijt ook in coronaomstandigheden doodleuk albums blijven afleveren gaat een supercreatieve band als KG&LW perfect af. Dat onze kameleonband op deze 18e (!) zo op afstand bovendien nog eens met een geheel andere sound uitpakt, geheel vanzelfsprekend. Dat het uiteindelijk synthesizer-gedreven droompop met een aureooltje van luchtige feelgood is geworden, nee, hadden wij dan weer helemáál niét verwacht. Eens die onwennigheid overwonnen dus, blijkt hun radicale switch op de koop toe behoorlijk innovatief, zo totaal ook zonder de vertrouwde elektrische gitaren. En al die dichtgeknepen, hoge stemmetjes à la Of Montreal, er is dus nu ook een dance-KG&LW! Het begint even vreemd en bovenaards als 'The Wild Signals' in Spielbergs 'Close Encounters...' Het luistert als één ondeelbare brok speelse futuristische muziek voor het verre Oosten, waarbinnen de stukjes geheel natuurlijk bij elkaar horen en een na een in elkaar overlopen. Leuk en bovendien goed gearrangeerd dit alles. Luister maar naar het frivole 'catching Stars' of '2.02 Killer Year', staalkaarten voor het hele virtuoze werkstuk. Op de festivals kan deze veelkleurige live-band KG&LW dus straks steeds meer podia gaan vullen. Vóór de moshpit of de dampende dance-tent, geen probleem, ze presteren het telkens met verve!
King Gizzard and The Lizard Wizard - Omnium Gatherum (2022)

4,0
1
geplaatst: 28 april 2022, 19:22 uur
Fans van King Gizzard and The Lizard Wizard - daar kunnen er zo onderhand toch niet genoeg van zijn - bij deze, jawel, de band doet het weer! Tijdens de pandemie kwamen ze al losjes op met twee nieuwe albums, 'L.W.' en 'Butterfly 3000' en nu is daar zo maar eventjes 'Omnium Gatherum', een nieuwe blinkende dubbelaar. Het zestal stak nochtans pas sinds 2010 de neus aan het muziekvenster, maar hun carrière is intussen best indrukwekkend en zit al echt overvol genreoverschrijdende hoogtepunten. Wie echt nog niet goed weet tot wat deze overgetalenteerde krachtpatsers al die jaren in staat waren, beluister dan toch deze maar even, de staalkaart eigenlijk van alles waar ze zo puur en eigenzinnig goed in zijn. 16 nieuwe songs, een huzarenstuk van 80 minuten. In tijden van onbetaalbare energie morsen deze Aussies er dus onvermoeibaar kwistig op los. Hun klanktanks plein-vol bruisende ideeën. Wat tijdens jams startte als potpourri van nog nooit uitgebrachte sterke nummers, groeide het snel uit tot hun grootste project so far. De titel werd dan ook 'Omnium Gatherum', wat in neologistisch latijn ergens moet klinken als, 'alles bijeen'. De nagalm van hun vroegere gitaarsongs, van behoorlijk heavy stuff tot en met hun metal, zachtere synthpop, jazzy dingen en nu, als nieuwe eenden in de bijt, zelfs rap en hiphop. Alles bijeen, alles erin. De onophoudelijke kriskas-opeenvolging van die leuke melodieën waaien binnen als blind dates, waarbij je heerlijk in het ongewisse bent of je bij het volgende nummer zal chillen dan wel uit de bol gaan. Voor hen was het proeven van oases waar ze al eens succesvol passeerden. Tegelijk was er de geestdrift als er tijdens de exploratie toch weer nieuwe bronnen ontsprongen.
Het begint met het pièce de résistance, de memorabele vreugdestoot 'The Dripping Tap', een verbijsterende knoert van een topsong, meer dan achttien intense minuten lange, transcendente prog- en krautrockjam, topcocktail van stijlen, prachtig netwerk van psychedelische gitaren en het vliegt allemaal zomaar vloeiend voorbij.
Bij de zwaarste nummers zitten het epische 'Gaia', als een Mastodon met z'n gejaagde percussie, schrapende vocals, vette riffs en akkoorden, het is bezwerende sludge en thrashmetal en 'Predator X', nog zo'n ratelende thrasher met Metallica-allures. Het best lange 'Evilest Man' is dan weer dromerige prog en acid-rock vol op hol gedraaide elektronica en gitaren.
Onder het hoofdstuk 'zacht' valt het pure 'Magenta Mountain', atmosferisch gelaagde dreampop, vol meerstemmigheid, lieflijke synths en dito beats, dat best ook op hun voorganger 'Butterfly 3000' had gekund. Ook teder : 'Candles', zweverige dancetrack. Even vriendelijk, 'The Garden Goblin', nostalgisch soulnummer incluis met etherisch hoge stemmetjes, alles op één lange dansbare synths-lijn. 'Blame It on the Weather', andermaal opvallend door zijn toegeknepen falsetto-stemmetjes en repetitieve samenzang. Rustig, het door soul verlucht gezongen 'Persistence', fraaie melodie dansend op de percussie. De perfecte groove en smachtende harmonieën zitten in 'Kepler-22b', zonnig, lui en jazzy met zijn in suiker wentelende piano- en basakkoorden. Evenals 'Ambergris', loungy funkjazz met een Steely Dan-feel. Ook 'Red Smoke', zo sfeervol, met z'n The Doors-pianootje.
In het nostalgische 'Presumptuous' komen ze aan met springerige lounge-elektrische piano, maar dan gaan ze ongedacht met pompende bas en seventies dwarsfluit vooral een zomerse Carlos Santana achterna. Evengoed uit vervlogen tijden, het afsluitende 'The Funeral', instrumental, één lang exotisch oosters klanktapijt op akoestische gitaren, traag langs Indische landschappen denderende treintrip overheen hobbelige fuzzy percussie.
Voor het opzienbarend nieuwe bij King Gizzard and The Lizard Wizard moet je dan bij het krakend orgelende 'Sadie Sorceress' zijn. KGLW goes Beastie Boys-hiphop, je meent het, en ze doen hun rapping o zo voortreffelijk. Naast de holle percussie zo gaaf ondersteund door het exotische orgeltje. Even energiek, de crossover in 'The Grim Reaper', microtonaal en funky fluitende hiphopper in een spannend oriëntaals sfeertje.
'Omnium Gatherum'. Hier dus weer het magische KGLW ten voeten uit. In de nasleep van de lockdown effe gretig retrospectie doen met nieuwe nummers en onconventionele combinaties en dan groots en verrassend uitpakken met een eclectisch pakket dat hun hele muzikale spectrum etaleert. Maar pas op, wellicht is dit KGLW met zijn vrijmoedig opeenvolgende smaken, mogelijks, toch niet voor iederéén bedoeld. Het 'Omnium Gatherum'-menu zal perfect matchen in eetkamers of eetkroegen waar de muzikale omnivoren thuis zijn. Dan de hele lange, uiteenlopende hap zonder voorbehoud consumeren zoals in de plaattitel gesuggereerd, dan kom je gegarandeerd tot de zalige meer-dan-de-delen-luisterervaring.
King Gizzard and The Lizard Wizard's instelling van nieuwsgierigheid en verkenning maakt ze intussen in alle geval, al 20 albums lang, tot de grootste muzikale durvers van de jonge eeuw. Ze zijn de genre-band al een tijd voorbij en toch is hun gelijktijdige succesklim nog bezig. King Gizzard, zelfs in deze zestien gangen, het houdt het muzikale hoofd fit! Ook wederzijds, wel te verstaan.
Het begint met het pièce de résistance, de memorabele vreugdestoot 'The Dripping Tap', een verbijsterende knoert van een topsong, meer dan achttien intense minuten lange, transcendente prog- en krautrockjam, topcocktail van stijlen, prachtig netwerk van psychedelische gitaren en het vliegt allemaal zomaar vloeiend voorbij.
Bij de zwaarste nummers zitten het epische 'Gaia', als een Mastodon met z'n gejaagde percussie, schrapende vocals, vette riffs en akkoorden, het is bezwerende sludge en thrashmetal en 'Predator X', nog zo'n ratelende thrasher met Metallica-allures. Het best lange 'Evilest Man' is dan weer dromerige prog en acid-rock vol op hol gedraaide elektronica en gitaren.
Onder het hoofdstuk 'zacht' valt het pure 'Magenta Mountain', atmosferisch gelaagde dreampop, vol meerstemmigheid, lieflijke synths en dito beats, dat best ook op hun voorganger 'Butterfly 3000' had gekund. Ook teder : 'Candles', zweverige dancetrack. Even vriendelijk, 'The Garden Goblin', nostalgisch soulnummer incluis met etherisch hoge stemmetjes, alles op één lange dansbare synths-lijn. 'Blame It on the Weather', andermaal opvallend door zijn toegeknepen falsetto-stemmetjes en repetitieve samenzang. Rustig, het door soul verlucht gezongen 'Persistence', fraaie melodie dansend op de percussie. De perfecte groove en smachtende harmonieën zitten in 'Kepler-22b', zonnig, lui en jazzy met zijn in suiker wentelende piano- en basakkoorden. Evenals 'Ambergris', loungy funkjazz met een Steely Dan-feel. Ook 'Red Smoke', zo sfeervol, met z'n The Doors-pianootje.
In het nostalgische 'Presumptuous' komen ze aan met springerige lounge-elektrische piano, maar dan gaan ze ongedacht met pompende bas en seventies dwarsfluit vooral een zomerse Carlos Santana achterna. Evengoed uit vervlogen tijden, het afsluitende 'The Funeral', instrumental, één lang exotisch oosters klanktapijt op akoestische gitaren, traag langs Indische landschappen denderende treintrip overheen hobbelige fuzzy percussie.
Voor het opzienbarend nieuwe bij King Gizzard and The Lizard Wizard moet je dan bij het krakend orgelende 'Sadie Sorceress' zijn. KGLW goes Beastie Boys-hiphop, je meent het, en ze doen hun rapping o zo voortreffelijk. Naast de holle percussie zo gaaf ondersteund door het exotische orgeltje. Even energiek, de crossover in 'The Grim Reaper', microtonaal en funky fluitende hiphopper in een spannend oriëntaals sfeertje.
'Omnium Gatherum'. Hier dus weer het magische KGLW ten voeten uit. In de nasleep van de lockdown effe gretig retrospectie doen met nieuwe nummers en onconventionele combinaties en dan groots en verrassend uitpakken met een eclectisch pakket dat hun hele muzikale spectrum etaleert. Maar pas op, wellicht is dit KGLW met zijn vrijmoedig opeenvolgende smaken, mogelijks, toch niet voor iederéén bedoeld. Het 'Omnium Gatherum'-menu zal perfect matchen in eetkamers of eetkroegen waar de muzikale omnivoren thuis zijn. Dan de hele lange, uiteenlopende hap zonder voorbehoud consumeren zoals in de plaattitel gesuggereerd, dan kom je gegarandeerd tot de zalige meer-dan-de-delen-luisterervaring.
King Gizzard and The Lizard Wizard's instelling van nieuwsgierigheid en verkenning maakt ze intussen in alle geval, al 20 albums lang, tot de grootste muzikale durvers van de jonge eeuw. Ze zijn de genre-band al een tijd voorbij en toch is hun gelijktijdige succesklim nog bezig. King Gizzard, zelfs in deze zestien gangen, het houdt het muzikale hoofd fit! Ook wederzijds, wel te verstaan.
King Hannah - Big Swimmer (2024)

4,0
1
geplaatst: 3 juli 2024, 18:50 uur
Geplaagd door de lockdown is ook King Hannah maar vertraagd uit de startblokken kunnen schieten. Maar nu lijkt het oorspronkelijke indiefolkrockduo uit Liverpool toch de aandacht te gaan krijgen die het verdient. Misschien had je ze toen toch al aangestipt bij de release van hun indrukwekkende debuutalbum 'I'm Not Sorry. I Was Just Being Me' bij City Slang, of zelfs nóg eerder, bij hun al even opvallend debuutepeetje met kleppers als 'Crême Brulée' en 'And Then out of Nowhere, It Rained', prille songs die nog steeds staan als een huis.
Maar het gaat ze dus nu gelukkig meer voor de wind en ze kregen door hun eerste 'hit' 'Crême Brulée' nu op hun nieuweling 'Big Swimmer' zelfs de enthousiaste en vocale medewerking mee van Sharon Van Etten in de titelsong en 'This Wasn't Intentional'.
De setting van het schrijversduo is intussen aangevuld met een bassist en drummer. Maar de vocale kunsten van zangeres Hannah Merrick die springen er als vanouds uit: een diepcoole postpunk-spokenwordprésence à la Florence Shaw van Dry Cleaning enerzijds en de gracieus melancholische zangstem van een Melanie Di Biasio of Beth Gibbons anderzijds. Daarmee staat ze er volledig, met altijd relaxed dobberende zanglijnen en nergens vervallend in banale cheesy easy-listening. Ontspannen dus beslist, maar met elf songs die vooral door hun volumewisselingen vaak ook hun bijtende weerhaakjes krijgen. In hun geheel nieuwe dynamiek wringen zich nu vooral de orkestraties van muzikale compagnon de route Craig Whittle een heel stuk meer naar de voorgrond. Met sierlijk en tegelijk vuil Neil Young- tot grunge-verwant improvisatiegitaarwerk brengt hij de nodige diepgang en weet hij Merrick hypnotiserend tot op de huid te omkringelen tot ze wel zwevend de lucht ingaat. Een voortdurend spannende evenwichtsdans op de dunne lijn tussen fragiel en fors, waarin ook Garbage uitblonk, maar nu vernieuwd tot de volstrekt eigen etherische wijze van King Hannah.
Het openingsnummer, regelrechte klapper, is wat dat betreft exemplarisch. Akoestisch ingeleid met bevallige akkoorden en delicaat gezongen, zij en Sharon Van Etten, en dan toch gevuld met puur afschurende energie van zodra Whittle zijn elektrische gitaar omgordt en alles wat voorafging gewoon in een andere kosmos herneemt, hetgeen uiteindelijk leidt tot de schitterende instrumentale break waar een vlekkeloze solo van Whittle hoge toppen scheert en ze tenslotte toch mooi samen musicerend de kerk uitgaan. Nog een klepper van dat kaliber, het zwoel drijvende 'The Mattress' waaraan tijdens de hete onderdelen zelfs Young zich de vingers zou branden. Tal van dergelijke lange nummers zijn er nog op 'Big Swimmer' en ze trekken voorbij als fraaie muzikale landschappen.
Regelrechte reisverhalen meteen die groeiden tijdens het touren doorheen Europa en vooral het fascinerende Amerika, impressies en rauwe feiten als werden ze rechtstreeks vanuit hun tourbus naar binnen getrokken. De nostalgieke hang naar Amerika kwam al tot uiting in olijke single 'Davey Says', waarin ook Whittle - uiteraard met gierende gitaar - mee aan de microfoon staat. Maar wat dacht je verder van het sinistere 'Milk Boy (I Love You)', over de man uit Philadelphia die een wel gruwelijk sadistisch spelletje uithaalt met het kind dat op hem wacht. Verder ook nog de tweede Van Etten-song 'This Wasn't Intentional', met schone samenzang tussen de twee dames, over het medelijden dat kinderen verdienen voor wat ze soms moeten meemaken. Of het schitterend desolate van 'Somewhere Near el Paso'. Inderdaad, je waant je ineens zelf in die hete achterhoek van de VS. Of in metropool New-York in 'New York, Let's Do Nothing', nog zo'n slome grungesong.
Niet verwonderlijk dan ook dat beiden verzot zijn op de grote muzikale verhalenvertellers-inspirators Bill Callahan en John Prine. Daarmee herken je ineens Callahan in veel van Merrick's parlando. Ze maken de diepe buiging ook bijna letterlijk: naar Callahan in de eerste regel van het serene zangstuk 'Suddenly Your Hand' (wat een solo daarin ook weer!) en wat Prine betreft in de huiselijke afsluiter met zijn naam, de sublieme countrysong 'John Prine on the Radio'.
Het duo van King Hannah heeft met 'Big Swimmer' de grote stap voorwaarts gezet, zonder daarbij hun al gevormde identiteit van de begindagen te verloochenen. Terwijl hun meeslepend geluid vrijwel als vanzelf is geëvolueerd, blijven ze met de huidige soundscapes even intiem, ontwapenend en overtuigend. Ze hanteren een frisse quasi-livesound die leunt op groten uit het verleden, van de seventies tot en met indie-garagerock uit de nineties, maar één die heel natuurlijk en elegant inpassing vindt in het eigen sfeervolle King Hannah-universum. De productie staat bovendien met Ali Chant van PJ Harvey en Perfume Genius aan de knoppen op een hoog niveau.
King Hannah slaagt erin om met de vernieuwende sound in 'Big Swimmer' onder de huid kruipen. Merrick en Whittle zijn ongetwijfeld beiden die 'big swimmers' uit de plaattitel. Na nauweliijks twee en een halve slag weten ze al waarvoor groots klinken staat. Een veelbelovende band dus, zonder meer.
Maar het gaat ze dus nu gelukkig meer voor de wind en ze kregen door hun eerste 'hit' 'Crême Brulée' nu op hun nieuweling 'Big Swimmer' zelfs de enthousiaste en vocale medewerking mee van Sharon Van Etten in de titelsong en 'This Wasn't Intentional'.
De setting van het schrijversduo is intussen aangevuld met een bassist en drummer. Maar de vocale kunsten van zangeres Hannah Merrick die springen er als vanouds uit: een diepcoole postpunk-spokenwordprésence à la Florence Shaw van Dry Cleaning enerzijds en de gracieus melancholische zangstem van een Melanie Di Biasio of Beth Gibbons anderzijds. Daarmee staat ze er volledig, met altijd relaxed dobberende zanglijnen en nergens vervallend in banale cheesy easy-listening. Ontspannen dus beslist, maar met elf songs die vooral door hun volumewisselingen vaak ook hun bijtende weerhaakjes krijgen. In hun geheel nieuwe dynamiek wringen zich nu vooral de orkestraties van muzikale compagnon de route Craig Whittle een heel stuk meer naar de voorgrond. Met sierlijk en tegelijk vuil Neil Young- tot grunge-verwant improvisatiegitaarwerk brengt hij de nodige diepgang en weet hij Merrick hypnotiserend tot op de huid te omkringelen tot ze wel zwevend de lucht ingaat. Een voortdurend spannende evenwichtsdans op de dunne lijn tussen fragiel en fors, waarin ook Garbage uitblonk, maar nu vernieuwd tot de volstrekt eigen etherische wijze van King Hannah.
Het openingsnummer, regelrechte klapper, is wat dat betreft exemplarisch. Akoestisch ingeleid met bevallige akkoorden en delicaat gezongen, zij en Sharon Van Etten, en dan toch gevuld met puur afschurende energie van zodra Whittle zijn elektrische gitaar omgordt en alles wat voorafging gewoon in een andere kosmos herneemt, hetgeen uiteindelijk leidt tot de schitterende instrumentale break waar een vlekkeloze solo van Whittle hoge toppen scheert en ze tenslotte toch mooi samen musicerend de kerk uitgaan. Nog een klepper van dat kaliber, het zwoel drijvende 'The Mattress' waaraan tijdens de hete onderdelen zelfs Young zich de vingers zou branden. Tal van dergelijke lange nummers zijn er nog op 'Big Swimmer' en ze trekken voorbij als fraaie muzikale landschappen.
Regelrechte reisverhalen meteen die groeiden tijdens het touren doorheen Europa en vooral het fascinerende Amerika, impressies en rauwe feiten als werden ze rechtstreeks vanuit hun tourbus naar binnen getrokken. De nostalgieke hang naar Amerika kwam al tot uiting in olijke single 'Davey Says', waarin ook Whittle - uiteraard met gierende gitaar - mee aan de microfoon staat. Maar wat dacht je verder van het sinistere 'Milk Boy (I Love You)', over de man uit Philadelphia die een wel gruwelijk sadistisch spelletje uithaalt met het kind dat op hem wacht. Verder ook nog de tweede Van Etten-song 'This Wasn't Intentional', met schone samenzang tussen de twee dames, over het medelijden dat kinderen verdienen voor wat ze soms moeten meemaken. Of het schitterend desolate van 'Somewhere Near el Paso'. Inderdaad, je waant je ineens zelf in die hete achterhoek van de VS. Of in metropool New-York in 'New York, Let's Do Nothing', nog zo'n slome grungesong.
Niet verwonderlijk dan ook dat beiden verzot zijn op de grote muzikale verhalenvertellers-inspirators Bill Callahan en John Prine. Daarmee herken je ineens Callahan in veel van Merrick's parlando. Ze maken de diepe buiging ook bijna letterlijk: naar Callahan in de eerste regel van het serene zangstuk 'Suddenly Your Hand' (wat een solo daarin ook weer!) en wat Prine betreft in de huiselijke afsluiter met zijn naam, de sublieme countrysong 'John Prine on the Radio'.
Het duo van King Hannah heeft met 'Big Swimmer' de grote stap voorwaarts gezet, zonder daarbij hun al gevormde identiteit van de begindagen te verloochenen. Terwijl hun meeslepend geluid vrijwel als vanzelf is geëvolueerd, blijven ze met de huidige soundscapes even intiem, ontwapenend en overtuigend. Ze hanteren een frisse quasi-livesound die leunt op groten uit het verleden, van de seventies tot en met indie-garagerock uit de nineties, maar één die heel natuurlijk en elegant inpassing vindt in het eigen sfeervolle King Hannah-universum. De productie staat bovendien met Ali Chant van PJ Harvey en Perfume Genius aan de knoppen op een hoog niveau.
King Hannah slaagt erin om met de vernieuwende sound in 'Big Swimmer' onder de huid kruipen. Merrick en Whittle zijn ongetwijfeld beiden die 'big swimmers' uit de plaattitel. Na nauweliijks twee en een halve slag weten ze al waarvoor groots klinken staat. Een veelbelovende band dus, zonder meer.
