MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ramkot - In Between Borderlines (2023)

poster
4,0
Hun clubhuis, de Charlatan in Gent raken ze nu stilaan wel ontgroeid. Ramkot, coole Belgische band met een voor de Vlamingen onder ons veelzeggende naam, probleemloos geleend overigens van een Nepalees dorpje waar bandlid Tom ooit een tijd verbleef. Begonnen al als jonge tieners met covers en muteerden sedert hun twee EP's met enkel eigen songs volwaardig tot Ramkot: 'Ramkot' (2019) en 'What Exactly Are You Looking For' (2021). Na de lockdown ging hun reputatie als vurige moshpitbouwende podiumgroep pas echt steil de hoogte in. Pinkpop, Lokerse Feesten, Rock Herck, Rock Zottegem, ESNS...

Het vriendentrio uit Gent, broers Tim (zang, gitaar) en Tom (drums) Leyman en Hannes Cuyvers (zang, bas) kwam voor het eerst vol in de publieke aandacht toen ze Studio Brussel's Nieuwe Lichting 2021 wonnen met hun single 'Red'. Zorgeloos knallend laat hun sound je sindsdien elke hoek van de kamer, zaal of weide zien. Goed gemaakte stukken altijd die radio- en tv-zenders als StuBru, Willy, KINK en 3voor12 gretig weten op te pikken.

Met 'In Between Borderlines' is er dan eindelijk ook een volwaardig album, zelf geproducet en gemixt door zanger-bassist Hannes Cuyvers. Daarop acht nieuwe melodieuze songs - drie die intussen al als hapklare singles werden vooropgestuurd -, die je, behoudens één buitenbeentje misschien, weer als volbloed Ramkot zult mogen koesteren. Want het blijft vooral aanstekelijke 'Ramrock', zoals ze hun decibelrijke genre zelf graag betitelen, waarbij het dus per definitie gespierd vooruit moet, rock die je hier als het ware live over je heen krijgt. Wat een groove, een betonhard fundament van loodzwaar schurende stonerriffs, pompende bassen, murw slaande drums. Altijd is het dansen of headbangen op wisselende tempo's, verrassende ritmische accenten waartegen de melodieën inspelen. Zijn ze even stiller, straks gaat alles wel weer luider. Wordt het donker, seffens komt er toch wel weer licht. Vanalles hebben ze daarvoor opgezogen en geduldig geshaket tot een nieuwe catchy mix van genres. Zelfs het blind algoritme zou vlot leiden overheen Black Sabbath, Led Zeppelin, via Millionnaire, Soulwax, Queens of the Stone Age, Triggerfinger tot bij STAKE, De Staat, Royal Blood, SONS, It It Anita, Dirk., Raketkanon, enzovoort. Geheel volgens Ramkot's leuze in het refrein van 'Heart Shaped Minds': "To overthink is to create something new."

De songs van dit 'In Between Borderlines' zijn inhoudelijk niet gelinkt met elkaar. De 'borderlines' refereren enkel naar de verschillende levensfasen van de bandleden tijdens de making-of van het album, de transities in hun persoonlijk levens, relaties, afstuderen, keuze voor een Ramkot op professionele basis.

Een surprise dan toch nog het daverende openingsnummer waarop Ramkot al onmiddellijk de rug recht. Met het veelgelaagde 'Don't Drop Down' wordt, loeiend begeleid door wel een hele Gentse politiecolonne, een kanjer van een slepende stonerriff vol je straat ingeduwd. Vocals trekken krijsend de wall of sound op gang die in de brug uitmondt in fraaie melodieuze samenzang. Het blijft log en macaber tot in de outro die met een Metallica-grafstem afrondt. De plaattitel "In between borderlines" ritueel gescandeerd. Sluipend waait het als een mantra mee met de alweer alarmerende riffs.

Gejaagde radiosingle en 'De Afrekening'-song 'Exactly What You Wanted' wordt een kort gebalde schreeuw met referenties aan The Hives en Triggerfinger, een en al potig doorbeuken aan een verschroeiend tempo, doorramrock, wat wil je. Met oppeppende backing vocals van broedergroep RHEA, met wie ze kenschetsend op StuBru nog een knallende Rage Against The Machine ten beste gaven. 'Tied Up' is regelrechte stoner over de stress van Tim. Hoezo, Tim, plankenkoorts!

De sublieme, supersnelle hardrocker 'Heart Shaped Minds', binnenvallend met een korte heuse Purple-riff en dan als de bliksem weer de De Staat-trein op, waarna Hannes' tot bijna ultrasoon verknipte falsetto een stevig achtervolgend sprintje inzet op Tim's walmende leadzang. Bij Tim's finale gitaarsolo gaat hij er uiteindelijk zegevierend overheen. Ook in de tweede single, hardrocker 'I Can't Slow Down', over de hunkering naar helemaal opnieuw beginnen, heeft Ramkot de zaken weer stevig in handen, hard en swingend en met een meesterlijk refrein, voor je 't weet zit je weer mee in de dans.

Met de donderende metaller die 'Dancing in a Dream' is, gaat Ramkot haast de huidige Ozzy Osbourne achterna. Komen ze dan, nà dit oorverdovend geweld, ineens, geheel atypisch, met de psychedelische titelsong op de proppen. Akoestische gitaar én vol elektronica. Lijkt een opzienbarende klankenritus wel, ter ere en glorie van het Nepalese Ramkot ongetwijfeld. In alle geval, het exotische 'In Between Borderlines' is zo oriëntaals als ook een experimenterende Page en Plant het met brio zouden doen. Het fungeert als de rustbrengende outro van 'Dancing in a Dream', maar evengoed als duistere instrumentale inleiding, perfecte opstap naar de derde catchy single, het energieke 'One More'. Dat schiet opnieuw stevig meppend uit de sloffen, een springerige riff en de adrenaline als weer van De Staat op speed. Intussen staan tussen de pittige riffs, de tempowisselingen en het vleugje synths twee leadzangers aan de micro, Tim én Hannes. De song 'One More' werd intussen ook opgepikt voor de docureeks over oorlogsjournalistiek 'War Junkies', waarvoor de Ramkotters, jaja, in een maandje een hele troebele elektronische soundtrack schreven.

Al valt er bij de superheavy 'Ramkot-songs' en hun niet te versmaden melange van rock ogenschijnlijk weinig nieuws te speuren, ze vinden toch maar fris en monter het warme water heruit met de verbazende authenticiteit van een doorwinterde liveband. Vergeleken met de ep's horen we op deze relatief korte, compacte plaat met sterke hyperkinetische nummers zelfs al een veel volwassener sound. De synths hebben naast de gitaren hun plaats gekregen in de handen van het trio. Dat Ramkot echt meer in zijn mars heeft gekregen dan enkel maar rammen, dat begint zeker ook bij henzelf al te dagen na hun soundtrack voor 'War Junkies'. Extra smaken maken gerechten immers interessanter.

Ze tourden al volop doorheen België en Nederland, waren al in Duitsland (Hamburg, Stuttgart) en de jongelui mikken nu ook op Frankrijk, Denemarken en Noorwegen. Ze staan dus onrustig klaar in de startblokken richting de rockmaalstroom. Voor deze jonge, frisse, ruige band met krachtige uitstraling is het nu kwestie of, na alle bejubeling in België en Nederland, 2023 effectief hun jaar van de internationale doorbraak wordt. En of wij ervan overtuigd zijn. Krant De Morgen schoof hen in januari al in bij het kleine kransje nieuwlichters voor wie dit het jaar van de brutale waarheid wordt. Naar verluidt - met voorlopig nog even wat journalistieke geheimzinnigheid - staan alvast de sterren voor hen uitermate gunstig aan de hemel.

Welja, op 22 februari rammen ze toch eerst nog even het kot plat in hun bakermat de Charlatan, dankfeestje vieren met de pre-orderfans. Lekker tussen de borderlines. Meer moet dat niet zijn.

Rammstein - Zeit (2022)

poster
4,0
En ineens is daar onverwacht toch weer Rammstein. Op de hoes van hun 'Zeit'-album volesthetisch de trappen afdalend van de iconische Trudelturm in Berlin-Adlersdorf - gefotografeerd notabene door Bryan '69' Adams.

Je nieuwste plaat bovendien vingerdik eropgelegd afsluiten met iets als 'Adieu', met kooszinnetjes als "Ein letztes Lied, ein letzter Kuss", "die Zeit mit dir war schön" of, in 'Zeit', met zaken als "wenn unsere Zeit gekommen ist, dann ist es Zeit zu gehen"... Wat er ook van zij, zeker is dat de voorbije jaren ook Rammstein zijn aardse tijd hier zag krimpen en hun aller kwetsbaarheid blijkbaar toenam. Vooral zanger Till Lindemann kon na hevig gevecht tegen ziekte in aanloop naar dit album alsnog gelukkig en glorieus afronden dat 'the virus that wants to conquer me is not created yet!' Houden we dus wat dit nieuwe 'Zeit' betreft alles maar minstens deels op verzuchtingen van na kwalijke tijden als deze, eerder dan op speculatie over Rammstein's daadwerkelijk afbouwen van een carrière die trouwens nog steeds doorraast als een trein. Getuigt in ons voordeel alvast al de supervitaliteit van dit album.

Ja, het statige Rammstein is een instituut. Al jaren weet je perfect wat deze Duitse metalband in het aanbod heeft en hoe apart polariserend ze alles naar de buitenwereld verpakken. Als linkse shockrockers hebben ze een heel eigen, flamboyante vorm van 'Tanzmetall' ontwikkeld op basis van progressieve metal, industrial, gotic, symfonische elementen, techno, zelfs disco. Teatrale grandeur met veel dubbele bodems, ironiserend spelen met symbolen en zelfspot en daardoor bepaald zeker nooit gratuit. Het zijn ook de handelsmerken van hun altijd memorabele livespektakels, waar de boel steevast letterlijk vuurspuwend de fik in gaat.
Positief deze keer dus, de pandemie die er precies voor zorgde dat er weer geen tien jaar op dit 'Zeit', hun achtste album, hoefde gewacht. Ook nu is het op dezelfde manier genieten van hun provocatie en de elegantie van hun brute kracht.

Rammstein gaat op 'Zeit' zodoende wel, zoals begrijpelijk, meer naar de binnenkant, ze staan vaker kwetsbaar stil, open en bloot, zachter en emotioneler, bij sombere, fatalistische aspecten van het leven. 'Armee der Tristen' is zo niet voor niks hun opener, waaroverheen al voluit tristesse en levensmoeheid zweemt.

Schrijver-dichter van dienst blijft vooral, intelligent en doordacht, de charismatische zanger-frontman Lindemann. Hij heeft het over vermeende en feitelijke taboes, is bij wijlen weer behoorlijk maatschappijkritisch**, schopt volgens de stand van de wereld een mening, een geweten. Rammstein steekt alles daarbij in kinderlijk eenvoudige, o zo aanstekelijke teksten en melodieën. Met Lindemann monumentaal, rauw, bot en dominant, met gekende lijzig snijdende zang, nu eens fluisterend laag in zeemzoet lijkende ballades, dan weer overrompelend smerig croonend in het door hem rockmodieus gemaakt sierduits.

Ook in dit 'Zeit' spatten, in hun gekende luid-stil bombast, royaal de gensters van de groepsenergie eraf. De band, het zestal vrienden nog steeds vanuit verre DDR-tijd, is sedert zijn oprichting honkvast standing. Furieus beuken en hameren sindsdien de drums van Christoph 'Doom' Schneider, even zwaar industrieel heersen de vlijmscherpe hooks van Richard 'Scholle' Kruspe's en Paul Landers' pompende gitaren of Oliver Riedel's bas, even prominent zweverig weven de speelse keyboards van Christian 'Flake' Lorenz zich overal doorheen de ruimte.

'Armee der Tristen' is Rammstein's opener en aanmoediging tot solidariteit en samenhorigheid. Het nummer zet melancholisch de toon, langzaam, op en top Rammstein, met schrikwekkende elektronica, stotende riff's en een massief 'Komm Mit'-refrein. In 'Zeit', het titelnummer, spaarzaam geïntroduceerd met z'n eenzaam ingehouden piano, balladeert Lindemann grimmig mediterend over het voortschrijden van de Zeit, over leven en dood, de vergankelijkheid van het moment. Een in angst ver meedeinend koor, mooi staccato tot rocknummer aanzwellend met dramatische bijdragen van het complete Rammsteinergild.
Even Game of Thrones-filmisch en dramatisch is 'Zeit''s meesterlijke videoclip, met z'n achteruitkerende beelden tot aan de controversiële geboortescene.

'Schwarz' is statige somberte en ode aan nachtelijke duisternis, het terrein der eenzamen, de nacht als vrouw die velen aan haar borst houdt... Met weer die fraaie minimalistische piano om alles behaaglijk aan op te hangen, alles uitvloeiend in obscure gothic-broeierigheid. 'Giftig', toepasselijk over een giftige relatie, priemende heavy elektronicastoten, een stamper hard als de vroege Rammstein, met repetitief chuggende gitaren.

Het bijtende 'Zick Zack', met als motto 'mooier, groter, harder, straffer, gladder, sterker', typische over-de-top-song over de groeiende uitwas van kosmetische chirurgie, dito met hossend diepe zickzack-groove, heavy Rammstein-riffs, discobeats en snerende Kraftwerkelektronica. Zal ook showman Lindemann bij het komen der jaren zijn natuurlijke staat aankunnen en huppelt ook hij, na de satire, dan hups en chirurgieclean verder tot hij zowat de fysieke status uitstraalt van een Iggy Pop?
'OK', eenmalig Rammstein's eigen afkorting van 'Ohne (zonder) Kondom'. Het hoog zwevend kerkkoor opent komisch passend de rockopera, op volspeed opgejaagd volgen de keyboards, alsmede, als in de beginjaren, de op massief ijzer riffende gitaren. Kolos Till debiteert z'n kurkdroge bezorgdheid over seks zonder condooms, ha, zelfs een rock & roll-riedeltje komt erbij. Swingt als een Katzenjammer, maar dan op hard metaal.

Het emotioneel zwaarbeladen 'Meine Tränen', behandelt het Iocaste-complex, incest en huiselijk geweld van moeders en hun seksuele verlangens naar hun zonen. Sinistere kippenvelsoundtrack, ondersteund met strijkers, sober en melodramatisch, ondanks z'n geselende gitaren. Het gespannen 'Angst' gaat over xenofobie, vreemdelingenangst. Machtige riff en één grote bezeten shaker. Het hilarisch twinkelende 'Dicke Titten', het vrouwenideaal van de fantaserende eenzame zonderling. Weg IQ, schoonheid of geld, geef hem maar zijn 'D.T.'... Grotesker nog in z'n Beiers hoempa-orkestrale optooiing rond en tussen de onverminderd denderende industrialsound, de brute drums en de loden riffs. Net als de obscene lichamelijkheid ooit van 'Pussy', en 'MeinTeil' opnieuw een Rammstein-stupied, excentriek persiflerend item, maar niettemin toch weer grandioos afgebakken in een vaudevillesong.

In de traag groeiende ballade, het steeds opzwepender uitzwermende 'Lügen', "niemand vertrouwt me, zelfs ikzelf niet", muteert dan voor het eerst, charmant en donker, Lindemann's commanderende keelgeluid tot de rollende geautotunede versie ervan. Zeldzaam wel in metal tout court, maar O.K. (okay), als experimentje toch wel geslaagd. Het krachtige slotnummer 'Adieu', requiem voor een overledene, start pakkend op met troosteloos galmende N.I.N.-noten en des te meer koude, betonzware industrial. Regelrechte Sound of Music-Adieu-Goodbye-Auf Wiedersehen-emotionaliteit, maar dan à la Rammstein, op z'n puurst, op z'n zwartst.

Rammstein heeft hier weer met veel bravoure met zijn vuur gespeeld. En dan zijn de noodzakelijke epische live-spektakelshows nog niet eens gezien. Dit album van Rammstein is zo fris en consistent dat je het intussen wel blijft opzetten. Opvullers? Echt geen enkele gehoord. Misschien wel verstoken van de instant-hits als hun 'Deutschland', 'Du Hast' of 'Sonne', maar ze brengen het nieuwe materiaal met evenveel vuurkracht. Hier is over alles goed nagedacht en het kruipt uiteindelijk toch tot diep onder de huid. Dat belooft. Het album is bijaldien evengoed wéér een hoogtepunt. Dit album is allesbehalve een eindpunt. Dit Rammstein is springlevend!




** Kleine kanttekening als afsluiter. Uit internationale berichtgeving van 2 mei 2022 blijkt onder meer dat het Russische trollenleger, dat desinformatie verspreidt en dat Kremlincritici onder vuur neemt en spamt met pro-Poetin-commentaren, nu ook de website van Rammstein in het visier heeft genomen. Feit is dat Rammstein sinds vele jaren een enorme Russische fanbase heeft en er in 2021 zelfs nog optrad op een militair festival op het Rode Plein in Moscou. Zoals nog steeds op hun website te lezen nemen zij het nu wel radicaal op voor het lot van het belaagde Oekraiense volk. Ze verklaren zich goed bewust te zijn van de vertwijfeling van de Russische fans ten overstaan van de daden van hun regering en herinneren aan de banden van menselijkheid tussen het Russische en het Oekraiense volk.
Als penitentie niettemin voor hun nobel, maar toch wat laat inzicht, misschien, om hun woorden dan toch kracht bij te zetten, zag ik hen deze nacht een alternatieve tracklist, met toepasselijke lyrics, brengen op een tweede rendez-vous op het Rode Plein. Er werd vrijelijk geimproviseerd op basis van hun daverende songbook: 1. Russland, 2. Armee der Tristen, 3. Angst, 4. Lügen, 5. Mein Herz Brennt, 6. Roter Sand, 7. Mann Gegen Mann, 8. Stirb Nicht Vor Mir, 9. Links 2 3 4, 10. Feuer Frei, 11. Rein Raus, 12. Wollt Ihr Das Bett In Flammen Sehen, 13. Der Meister, 14. Ashe zu Ashe, 15. RaMstein. Und viele Andere... I had a dream.

RAYE - My 21st Century Blues. (2023)

poster
4,0
Staat ze dan ineens toch volop in the picture, de Londense Raye, aka Rachel Keen. Wordt ze gevraagd voor de meest gerenommeerde tv-shows, mag ze de grootste festivalpodia op, zo ook Rock Werchter straks...
Maar ze hielden ze daar bij Polydor voorheen wel eerst een aantal jaren aan het lijntje. Terwijl ze eigenlijk al veel eerder thuishoorde in het rijtje van Beyoncé, Winehouse, SZA, Rosalía, Monáe, FKA Twigs en consoorten. Tijdens een lange kwakkelperiode van ter plaatse trappelen, met een sussend epeetje hier en daar, ging haar ster desondanks toch hoger stijgen, want Raye beleverde als componiste en songwriter intussen al kleppers als Beyoncé, John Legend of Ellie Goulding.

Op de hoes van haar debuutplaat, eindelijk, bij haar eigen onafhankelijk Human Re Sources-label, staat ostentatief de wankelende Raye in jonge versie bovenop een witte berg muziekinstrumenten. Veel te groot in haar rode naaldhakken, symbool van gedwongen push naar te snelle volwassenheid. De grijpgrage, graaiende handen daartussen van de witte mannen die haar aan banden hielden. Graffitti op de instrumenten overloopt de songtitels.

De huidige Raye staat voor prille, regelloze muziek, gemaakt zonder concessies, met volledig eigen controle op de richting die ze uitwil en gemaakt met vriend-producer Mike Sabath. Van louter dance is ze veelzijdig geëvolueerd naar hitgevoelige pop en house, gemengd met r&b, soul, gospel en jazz, doorgaans op een dancy beat. Vooral die stem van haar is energiek, haar tong messcherp en een karakter onbevangen recht voor de raap.

In wat ze te vertellen heeft is ze behoorlijk somber. Raye omschrijft zichzelf als een vrouw van gemengd ras, individu als resultaat van verschillende afkomsten en culturen. Ze laat hier pur sang het diep persoonlijke verhaal van haar leven los, eerlijke songwriting, rauw en geneeskrachtig, als therapie voor haar vele existentiële blues. Trauma's die ze te verwerken kreeg, ervaringen met mannen die in de eerste plaats aan haar twijfelden, alles passeert in de songs in chronologische volgorde de revue. Daarbij ook verslaving, vertekend zelfbeeld (het openhartige 'Body Dysmorphia'), onzekerheid, aanranding. Ze presenteert haar story zwoel nachtelijk in een loungy piano-'Introduction', warm jazzy, inclusief met enthousiast applaus. Raye sluit het achteraf even intiem af met 'Fin'. Persoonlijke afscheidswoorden op een bedje van piano-akkoorden, dertig seconden dank aan vooral familie en producer Mike Sabath die haar zeven jaar vechten voor dit fraai 'My 21st Century Blues' ondersteunden.

Ja, Raye en de liefde. Het zwevende 'Oscar Winning Tears' is een terugblik in IMAX op de eerste rij op fake-tranen van een intussen. irrelevant geworden ooit te lang aanslepende relatie. Of is dit tegelijk een metafoor voor haar vroegere professionele kooiing? Piano, strijkers, een beat en, voor het eerst, die orkaan van een stem. Nog meer daarvan in de iconische triphopper 'Escapism'. Deze monster-Tiktok-hit so far met zanger-rapper 070 Shake camoufleert catchy een depressieve, zelfdestructieve periode na relatiebreuk. Je hoort gelijk in het gebruik van de instrumenten, gitaren, strijkers en als sirenes snerpende synths hoe hard drugverslaving zich invreet.

In de hitsig uitdagende single 'Hard Out Here' doet een vocoderende Raye onder een Peppers'-'Take It Away'-ritme, verweven met opgetogen strijkertoetsen, haar onthutsend boekje open over 'het leven zoals het is onder contract bij een platenmaatschappij'. Polydor in haar geval, met zijn 'witte CEO's met hun mollige roze handen. Raye spaarde overigens haar intense, emotioneelste relaas op voor haar debuut. De ballad 'Ice Cream Man', song die die ze al had in 2018, wordt een ongezouten aanklacht over aanranding door een Polydor-producent.

De vrolijke popdancehit 'Black Mascara', geladen beats maskeren weer een rauw empowerend verhaal over misleid worden. Bedoeld als hart onder de riem ook voor al de vrouwen van haar generatie die door hun eigen '21ste eeuw-blues' moeten. Het sober soul-jazzy 'Mary Jane' brengt Raye weer geweldig croonend tussen afgebeten gitaarnoten en ingetogen beat. Moedige Raye en haar eigen 'liefdesliedje' over verslaving aan marihuana, codeïne en alcohol. Een fragiele artieste, hier in gedachten zeker bij overleden stadsgenote Amy Winehouse.
Ook 'The Thrill Is Gone' is een topsingle, in genre bewust beïnvloed door B.B.King's gelijknamige song. Moderne gloedvolle soul op z'n Raye's, nu eens rauw zingend opgenomen zonder autotune. Zit je pardoes live tussen de vurige blazers en backgroundzangeressen van The Moon Girls.

'Flip a Switch' mengt vervolgens tere klassieke gitaar met onverschrokken dance-beats, electronica en autotune. Rosalía is niet ver weg. 'Environmental Anxiety' is qua thema wat atypisch op dit album, het is Raye's chaotische milieusong, eerst een sample van stemmen, dan droog met doorslaande drums en politiesirenes overgaand in een breakbeat. 'Five Star Hotels' is sensuele r&b met een trapbeat en Raye in een melodieus romantisch duet met de Britse Mahalia. Met een avondlijke jazz-intro glijdt zwoel en funky 'Worth It' binnen, vol charmante instrumentatie en souplesse. De 'happiest song', volgens Raye zelf. 'Buss It Down' is dan afsluitend de schattige gospel-soulpopper, waarmee Raye nog eens met haar uitzonderlijke stemgeluid vrijuit haar ziel mag blootleggen. Het gospel-effect komt er overigens door opeenstapeling van haar eigen stem.

Raye is een fascinerende karakterzangeres nu pril aan het popfirmament, rastalent dat in haar muziek woest vecht voor leven en toekomst. Letterlijk een vrijgevochten artieste. 'My 21st Century Blues' is een verkennend, weliswaar nog niet geheel perfect, maar heel solied album. Veel nummers erop, maar alle essentieel voor het verhaal dat ze wil vertellen. Een debuut bovendien met zomaar een parade van hits. Raye, iemand die straks in staat zal zijn om ons als performer ook live door de puinhoop van haar leven te leiden. Zeker, live kunnen haar kwetsbare, eerlijke songs alleen maar nog meer renderen. Met 'My 21st Century Blues' mikt een muzikale persoonlijkheid recht op de Pop Champions League.

Red Hot Chili Peppers - Unlimited Love (2022)

poster
4,0
The Red Hot Chili Peppers hebben net hun twaalfde uit. Voor velen een bijzonder album om naar uit te kijken. Vooral, geen enkele twijfel, vanaf de eerste zwevende noten, vanaf die infectueuze groove van 'Black Summer' zal het enthousiasme onverwoestbaar overspringen en zullen geesten weer vertoeven, bedwelmd en ontroerd, in sferen van de Peppers' hoogdagen. Van, zeg dus maar, de tijden van die andere ook echt goeie dubbelaar 'Stadium Arcadium' of bij die nog andere schijven ervóór. Inderdaad, die vertrouwde afgekloven cleane Pepper-sound, die pure zang van Anthony Kiedis, die melodieuze muzieklijnen van John Frusciante, dat is er allemaal weer als vanouds. Klinken ze hier her en der misschien wat braver, gelikter of afgeborsteld, laat dat dan aan die geweldige producer Rick Rubin liggen, want hier krijg je van de Peppers geen kleffe herhaling. Er zit integendeel heel wat fraais in the pipeline, met nu ook de voorzichtige diepgang van de intussen wijzere groep, met toch zeker wel een hele schare nieuwe funkers en funkrockers, tot en met, enkel risicovol voor de gevoelige zielen, ook een aangenaam experimentje hier en daar. Het wordt, na de terugkeer van bloedbroeder-meestergitarist Frusciante, man die zuivere emotie uit zijn gitaarsnaren tovert, eindelijk en vooral weer vintage-funkyfeest van vier getrouwen, een onophoudelijk sympatieke buiteling ter ere van eindeloze liefde en vriendschap. 'Unlimited Love'. De magie van de beste Peppersline-up ooit is weer daar en dat hoor je. Dit maakt deze nieuwe zo'n spannend album, met zowel honneurs aan de goede smaak als aan hun stijlvolle terugkeer naar het rockpodium. Geen van het viertal is zijn technische vaardigheden verleerd, meer, je hoort ze hier als groep weer boven zichzelf en de som der delen uitstijgen.

Verwacht, als van zoveel groepen met een mooie, lange staat van dienst, van deze iets oudere heren nu geen 'Blood Sugar Sex Magik' meer. En jawel, anderen maken er straks om welke slappe redenen dan ook hoe dan toch een gemakkelijke schietschijf van. Genieten is het echter sowieso: van een heerlijk zingende Kiedis, van Flea's funkende bas of Smith's rechttoe rechtaan drumspel en bovenal van een alles bij de Peppers verbindende, vloeiende Frusciante.
Vandaag maken ze hedendaagse, zeer goede songs met relevante actuele teksten, met een groot bereik en met de goede zomerse feel. 'Black Summer' bijvoorbeeld, ingetogen melodisch in de start, Anthony Kiedis' steeds kinetischer wordende 'red-de-natuur'-song, met een Pepperstrakke beat en dan hoor je voor het eerst sinds jaren weer echt Frusciante's befaamde atmosferische gitaargeluid.

Hun rocksongwriting klinkt verre van verwaarloosd. 'Here Ever After', is zo'n energiek stuiterend funkrocknummer, in Kiedis' kenmerkend speedparlando over z'n foute liefde. En met wat een fraaie Frusciante-eindsolo! Neem 'The Great Apes', aantrekkelijke rocker, statig opstartend, met een Kiedis die zich opwindt en de in distortion solerende gitaren die de boel dan maar helemaal de fik in steken. Evenzo 'Whatchu Thinkin', funkrocker die Frusciante ook hier bijna een minuutlang wild Jimi Hendrixend afrondt. 'The Heavy Wing', wat bluesy in de opstart, Kiedis en Frusciante zingend over alles wat meer is dan blinkend goud, vliegen daar, samen met de indrukwekkende rockgitaareffecten, even heavy mee op als de aangegeven songnaam.

Bij de loutere funkers, Poster Child', uitstekende funkpop met Kiedis op zijn Peppers mitraillerend rappend over zijn iconen in de pop- en rockcultuur. Of 'It's Only Natural', over verliefd worden ondanks klassenverschillen, Frusciante's swingende gitaardans-vrije stijl overheen Flea's ongehaaste funkbasnoten. Evenzo het dartele samenzingertje 'She's a Lover', over verliefdheid en onafhankelijkheid of het uptempo, in de jam lichtrockende roadtripsong 'One Way Traffic', twee even heerlijke funkgeschenken. 'Let 'Em Cry', Kiedis croonend in funky sferen van een Barry White, repeterend pulserende bas en drums, met eenzaam improviserende trompet en Frusciante die het met niet minder dan imponerende solo's overneemt.

Experimenteler gaan de Peppers tekeer in hoogtepunt 'Aquatic Mouth Dance', vintage funky Flea, met werveling van dansende basnoten in duel met zijn in z'n tekst voortdurend naar hun carriërestart refererende Kiedis, Chad Smith pittig meedrummend en Frusciante gitaarlicks uitstrooiend, allen dan helemaal verrast door de jammende jazzblazersexcursie op het einde. Evenzeer opkijken wordt het bij 'These Are the Ways'. Van langzaam ingetogen, verfijnde popopbouw gaat ie regelrecht naar een rauw doorslaande grungerocker. Over het 'bullebak-Amerika'. Ok. Sterk.
Evengoed nog wat experiment in 'Bastards of Light', starten met Peppervreemd zwaar staccaterende synths, een akoestisch tussenstukje en finaal kanjers van hardrocknoten.

De Peppers on the poppy side gaan dan weer voluit op 'Not the One'. Melancholisch over liefde mediterende popsong, traag drijvend over vredig romantische synths, zachte piano en Frusciante's bijna meefluitende reverbgitaar. Ook de aangename rustigheid van 'White Braids & Pillow Chair' is een van die tedere lovesongs op zijn Peppers. Het schitterende 'Veronica' is een en al gevoeligheid, zo passend in het universele thema van het album 'Unlimited Love'. Hoe zit het, ervaren verschillende mensen hun liefde niet elk verschillend? Vergeten we daarbij toch maar de geweldige instrumentatie van het nummer niet.

Het beatlelesk akoestisch afsluitende 'Tangelo' is een sublieme tour de force van de hele herenigde band, hier zo helemaal op het einde. Sereen, met ook hier opnieuw de geest van 'unlimited love' en hemels aangroeiende achtergrondharmonieën. De Peppers verzoenen zich even perfect met elkaar als wij met het aflopen van dit fraaie album.

Want wat zalig, deze 73 minuten The Red Hot Chili Peppers! We krijgen een topgroep hier, herenigd in vriendschap, met teruggevonden vertrouwen. Door hun uitbundige jams al heel vlug weer geïnjecteerd met nieuwe ideeën en zin voor musiceren én plezier maken zonder moeite. Het leidt tot hun beste album sinds 16 jaar. Dit boostert alleen maar de Peppersnostalgie in afwachting van hun zomerse passages straks in Nijmegen of Werchter 2022. We tellen af.

Reigning Sound - A Little More Time with Reigning Sound (2021)

poster
4,0
RS's hoofdman Cartwright investeert z'n vrijgekomen coronatijd in een muzikale terugblik, vormt zo 'gelegenheidsband' met z'n ouwe RS-kompanen van het eerste uur... Zijn prangende boodschap van hoop en verlangen knalt meteen uit de speakers. Overvallen doen ze met een meer dan leuke dynamische retroplaat, wat breekbaarder gezongen wel, maar o zo aanstekelijke zomerse rock n roll/r&b, soms punky of wat pedal-steelcountry. Rechttoe-rechtaan rollen de gitaren over elkaar, alles mooi ingekleurd met begeleidende vocalen, al of niet kwelend vanuit de achtergrond, olijk nostalgiek orgel en veel ander instrumentaal moois. Binnen het 3-minutengemiddelde vloeiden zo als bijna vanzelf zomaar weer 12 puntige, aanstekelijke songs uit z'n pen. Even als vanzelf blijven die hier op repeat. Ook dat is RS.

Rev. Peyton's Big Damn Band - Dance Songs for Hard Times (2021)

poster
4,0
Zoals de titel het aankondigt krijg je met dit trio gegarandeerd de feelgood die een mens nu zo broodnodig heeft. Rootsy blues tussen Nathaniel Rathecliff, Tiny Legs Tim en ZZ Top. Stevige zang met een knipoog, snelle gitaren, wasbord (!) en opzwepende percussie.  Moet er nog meer zijn?

Rhiannon Giddens with Francesco Turrisi - They're Calling Me Home (2021)

poster
4,5
In lockdown in Ierland gaat de gelauwerde zwarte zangeres met de stem als een klok weer op zoek naar rootsparels. Samen met haar Italiaanse vriend geeft ze hier aan folktraditionals een superieur eerbetoon. De soundtrack van 'O Brother Where Art Thou' is nooit veraf. En zelfs in het Italiaans, 'Nenna Nenna' bv., schittert ze.

Ringo Starr - Look Up (2025)

poster
4,0
Straks in 2025 staan er 85 kaarsjes op zijn verjaardagstaart. Ringo Starr, die andere, oudste overlevende Beatle die in de volle herfst van zijn leven warempel dan net nog zijn sterkste plaat aflevert...

Doorgaans is het omgekeerd, is het aan anderen om in hun volle adoratie The Beatles te bezingen. Nu gaat Ringo Starr zelf als fervent cowboyfan in zijn allernieuwste, twintigste album 'Look Up' de country in het zonnetje zetten. Eigenlijk is hij nooit van het genre vies geweest, ook bij The Beatles niet, maar hier, op de cover bovendien met zijn monumentale cowboy-stetson op het oude hoofd, zijn het toch verre van belegen klassieke countrysongs, die elf nieuwe nummers die hij opdient. En verrassend, alles klinkt er zelfs behoorlijk fris en eigentijds bij.

Natuurlijk gezellige Ringo is altijd zo slim geweest om zich goed te omringen. Zo is er nu vooral de verbluffende klik met ouwe Dylan-getrouwe T Bone Burnett die hier als producer en medeschrijver de grootste honneurs waarneemt. Verder, naast intussen hemzelf als rode draad voortdurend prominent aan de tuimelende, borstelende drums, zijn er ook nog tal van Nashville-kleppers als Billy Strings en Molly Tuttle en artiesten als Alison Krauss, Larkin Poe en de harmoniezangeressen Lucius die hem met heel veel liefde omarmen.

In het naïeve 'Breathless' is de zouterige voice van Ringo Starr voor het eerst aan zet en gegoten wordt ze in ingetogen rockabilly, met gitaargrootheid Billy Strings welwillend aan de snaren. De stuwende countryrocker 'Look Up' met zijn gitaren in alle kleuren is zonder meer een van de sterkhouders. Jankende pedal steel sleept het verdriet van de ballad 'Time on My Hands' dan naar passende hoogten en de nostalgische harmonicasong 'Never Let Me Go', dat is Ringo gepassioneerd in een muzikaal duet met Billy Strings. Hier ruikt alles nog het meest naar de vroege The Beatles.

In 'I Live for Your Love' komt de emotionaliteit van een oude man naar boven, die noch in de toekomst, noch in het verleden leeft. Lieflijk gesteund door huilende gitaren en de zoete vocalen van Molly Tuttle. In 'Come Back' is eeuwige positivo Starr nog steeds stoffig op kamp en hij gaat daarbij helemaal fluitend door het leven. Met Lucius hemels in de achtergrond. In de country van 'Can You Hear Me Call' ontspint zich andermaal een groots duet met Molly Tuttle.

Op de gepeperde rocker 'Rosetta' klinkt de hele groep dan weer ineens vurig en fantastisch. Met Billy Strings en Larkin Poe in een pittige hoofdrol. Ook in het met heerlijke honky tonk-piano vrolijk huppelende 'You Want Some' valt weer een lekker snuifje The Beatles te ontwaren. 'String Theory' is dan haast psychedelische contemplatie. Met  kleurrijke bijdragen van Molly Tuttle en Larkin Poe.

De lome slotlovesong 'Thankful' is Starr's pakkende eigen nummer. Hij, wankel zingend tegenover zijn engel Alison Krauss. Het is waardig afsluiten in zijn dankbaarste 'peace, love en understanding'.

Neen, gebruik Ringo Starr dus maar niet als je meest favoriete schietschijf. Want de minst toonvaste, meest aimabele Beatle brengt het er deze keer met zijn enthousiaste 'Look Up'-rootsplaat wel degelijk uitstekend van af. Absoluut geen country-serieproduct, maar een gevarieerd, toegankelijk organisch werkstuk van een zanger-drummer met een prima van warme country-tristesse doortrokken stemgeluid. Even vertederend, vredevol als onschuldig blijft hij daarbij vanaf zijn song één helemaal tot aan zijn song elf. Zoals het hem als vanouds als vierde Beatle nu eenmaal zo gegoten past.

Rise Against - Nowhere Generation (2021)

poster
4,0
Gepassioneerd een revolutie starten, dat doe je toch pas na het zingen van de Internationale? Dat is wat de punkers van RA zullen hebben gedacht, waarna als een vurige  raket hun gewichtige punkriffs en roffelende  ritmes weer eens de huiskamer inschieten. Voor de groeiende  'nowhere generation' uit de titel is het dat ze 't hier met hun hardcore opnemen, brandende revolutionaire statements, furieus, agressief met hart en ziel. Opwindend, wat een boost van energie! En vooral met die felle boodschap, zij komen er goed mee weg. Ondanks toch al twee decennia schreeuwend voortouw te hebben genomen voor scanderende punkhordes, weten ze zich hier voor 100% herop te laden. Voor RA is en blijft de missie dan ook tijdloos. Armoede en sociale ongelijkheid, onrecht, klimaatverandering, ze declameren het zo doorleefd eerbaar en wars van platte clichés, dat je 't slikt. Een pure band als RA is al die tijd toch ook consequent dicht bij de punkbron gebleven. Ja, een opduikend rocknummer hier en daar, wat gedeisder acoustisch instrumentarium ook, maar hun spirit en dito melodieuze anthems blijven blijkbaar toch probleemloos de nieuwe punkgeneratie aansteken. Vandaar, vanuit zijn punkbiotoop heeft RA terecht zijn wilde vleugels weer uitgeslagen, hebben ze je ruim toegeblaft waar het nu op staat. Fans uitgeput en tevreden. En voor de wereld meer hoop? Alvast zeer geslaagde plaat.

Rivers of Nihil - The Work (2021)

poster
4,5
2013, 2015, 2018. Sindsdien verliepen drie lange getijden Rivers of Nihil: 'The Conscious Seed of Light', 'Monarchy', 'Where Owls Know My Name'. Lente. Zomer. Herfst. Hier komt finaal, van idyllisch tot hardvochtig, het winterse sluitstuk 'The Work'.

Met 'The Work' ontrolt zich een filmische metalconceptplaat die een uur lang diepzinnig reflecteert over de energie en pijn die het menselijk wezen moet investeren om tot zinvol bestaan te komen: The Work! Het Amerikaanse kwintet uit Pennsylvania verpakt weer een lading beschouwingen in hoogstaande, door genreoverstijgend experimenteren tot heel progressief omgeturnde technische deathmetal. Zowel in als tussen songs slaagt de band erin het juiste evenwicht te vinden op de weegschaal van bikkelhard, koud, brullend versus licht, clean en vriendelijk. Hun filosofische lyrics werken af tot een geheel. 'The Work', 't is een theatrale, dramatische wereld van uitersten in melodie en sfeer. Progmetalsoundscapes, deathcore, djent van Meshuggah, blastbeats, technische solo's, je waant je vaak in 't powerhouse van Devin Towsend, van The Ocean. Ook opvaĺlend weer toegevoegd hier, jawel, controversiële saxofoon. Zwijg intussen stil, de aparte progtoets van Zach Strouse' etherische sax staat alleen maar heel nederig de hele vitaliteit van het album ten dienste.

'The Tower (Theme from 'The Work')' ontvouwt in één grote filmische ouverture de diverse muzikale thema's van het album. De tarotkaart The Tower, dreigende voorbode van woelige tijden, maar ook oproep om er toch tegenaan te gaan. "Let this work go on till the day is won". Grappig, jazztune 'la-di-da-di-da', wel degelijk boodschap van de Toren. 'The Tower' opent sereen, zwevend de piano, fluisterend, naar clean zingend evoluerend de vocals, melodisch uitnodigend, in het arrangement schitterend ondersteund door rustig meevolgende jazzy drums en sax. De huiveringwekkend opduikende deathmetalgrowl van zanger Jake Dieffenbach onderstreept mee het kapitale belang van de missie, let's do 'The Work'.

De grauwe duisternis van prachtnummer 'Dreaming Black Clockwork', de pure dissonante industrial met rauwblaffende vocals, ratelende, scheurende snaren, drums als kletterend staal, topcrazy geluiden en machinaal gebonk. Slechts een vocale break als schemerlampje in een holle spelonk vol verre, akelige stemmen. De oorverdovend zwart opstijgende maalstroom van noise slaat uit de nachtmerrie : towerhoge angst voor de obscure klok, sleur van de dag, tijd voor koortsachtig zoeken naar uitwegen.

Het proggy pauzenummer 'Wait'. Bijna lachwekkend poppy klinkende gezangen, gewilde oase van rust na de brute voorganger, kan contrast groter? Hommage aan 'een' classic rockband, zegt Rivers of Nihil geheimzinnig. Mooi! Op elkaar inspelende Slash-rockgitaren, cleane zang.  Bedwelmende marihuanatrip tout court om zorgen even te vergeten. Hoe behaaglijk is dit, zo een song uit te kunnen zweven.

Volgt nog een verfijnde drugstrack: 'Focus'. Startend met dreigend gefluister zo uit het Nine Inch Nails-universum, tot van tussen de breuklijnen onvermijdelijk krijtend brutale pijn weer doorbreekt. Kwaadheid voor het met amfetaminen kraken van het fragiele lichaam, het in chemisch moeras vergiftigen van jongeren, enkel om ze in de pas te houden.

'Clean', het waggelend schreeuwend drugmonster, de smerige poel van armoede en het onvermogen om zaken op beide fronten weer 'clean' te krijgen. Afwisselende catchy song met majestueuze riffs en keyboards, afbijtende grunts. Via de gitaarsolo gaat het naar het om hulp krijsend eindrefrein.

'The Void from Which No Sound Escapes'. Ingetogen proggy inleidende toetsen, in volume en snelheid aanzwellende drums, grunts en gitaren. Krachtig refrein, weids overgaand in jazzy synthesizer- en zeer memorabele saxsolo. De kunstenaar en z'n splijtende worsteling met vrijheid en verwachtingen. Vluchten? Ervan wegrennen? Blijven? Je door leegte laten opslokken? Dans op de dunne lijn van miskennen van jezelf of van je buitenwacht. Eindigt altijd weer met de aanhoudend scanderende massa...'One more song'!

De straight-up roffelendste deathmetalsong 'More?' Ironisch antwoord op het eindeloze 'One more song!' Rustig maar, zijn we hier dan toch met een portie kille brutaliteit? Draai de zaak als je wil, maar hier enkel gedoseerde involging van verwachtingen, waar we ze harmonisch kunnen inbedden in 't geheel. Essentiele, krachtige accenten voortaan, binnen Rivers of Nihil's favoriete hang naar prog.

'La-di-da-di-da'... Holadida, komt daar 'Tower 2, reprise van de ouverturethema's 'toekomstdreiging' en 'hoop'. De Toren trekt weer bij de les. Vreemd maar hoogst  verrukkelijk deuntje van intens croonende Dieffenbach.

De queeste voor de afronding van 'The Work' strompelt nu in ups en downs, nadenken verloopt nooit zonder pijn. Onvermijdelijk, moeilijke keuzes zal je maken: harde boodschap achter zowel  'Episode' als 'Maybe One Day.' 'Episode''s ongeruststellend ingetogen intro schiet door in lekkere prog-deathmetal, imponerende clair-obscur. Twee spetterende gitaarsolo's duwen synthesizer en sax op verre-afstandnavolgen. Glansrol voor de machtige machinaal opererende drums. Sax blaast de eindnoten, laat de dualistische song met simpele mechanische klik gewoon overslaan en opgaan in 'Maybe One Day.'  Akoestisch aanzettende gitaar, orgeltoetsen, weer melodisch cleane zang daar. Tot stilaan geagiteerde drums geirriteerd afbreken, gaan overheersen. Gitaren muterend tot één brede soundscape die in grootsheid uitloopt en finaal in vredigheid toch weer afkalft.

Het verrukkelijke elf minuten-slotepos 'Terrestria IV: Work', overweldigend terugblikkende filmische aftiteling, overkoepelend sluitstuk van sluitstuk, balt alles samen, schrijverstalent en al het op deze plaat muzikaal verder verkend potentieel. Atmosferische bombast, militair aanstappende roffels, bij afwezigheid van Morricone-harmonicariff dan maar even indrukwekkend uitvloeiende saxgrandeur. Het verbluffend gaaf en hard overnemend deathmetalintermezzo met gemene vocals, enorme riffs, turbodrums,... alle waanzin in ultieme stelling. Tot definitief puur magische samples van gure winterse wind uitwaaien de ruimte in... En ver daar, het lentegekwetter van de wedergeboorte?

Ook Rivers of Nihil heeft, geholpen door de pandemie, alle tijd moeten/kunnen/mogen nemen om hier hun beste 'Work' tot op heden neer te zetten en het van alle schoonheid te voorzien. Zalig wat ze met deze kanjer, wars van verwachtingen, aan juweeltjes uit de prog- en metalkast wisten te halen. Hun leuze : zachtaardige soundscapes vol vurige dosissen pit. Zonde als de progmetalfan nu niet evenzo z'n tijd kan/wil/zou nemen om dit prachtuur van de nieuwe progmeesters tot in z'n finesses te verkennen, te ontdekken. Overigens geheel pijnloos, our part of 'The Work'.

Robert Finley - Sharecropper's Son (2021)

poster
4,0
Dan 'Black Key' Auerbach bewaakt de rootsmuziek, dat is duidelijk. Na z'n eigen bluesparel 'Delta Kream' met The Black Keys en de postume van Tony Joe White, scoort hij hier een rootshattrick door nu een werkelijk totaal ondergewaardeerd blind soultalent voor het voetlicht te halen. Deze, net als Charles Bradley, decennia  in anonimiteit volhardende veteraan met ongelooflijke soulflexibiliteit in de doorleefde stem kan aldus toch een derde muzikale  diamant op zijn naam schrijven. Met, naast covers, ontroerende eigen songs uit z'n harde leven gegrepen. Met Auerbach op gitaar en  tal van klassemusici uit de entourage van  R.L.Burnside, Mississippi Hill Country, Dap Kings en Johnny Cash bovendien zeer sterk omringd. Blues, gospel, R&B en soul het gaat allemaal in de blender. Deze krasse Finley en z'n pop-upband maken er samen een spetterend, spiritueel vuurwerk van. Wat een ongelooflijke ontdekking!
Pluim voor Auerbach!

Robert Forster - The Candle and the Flame (2023)

poster
4,5
Toepasselijk, kaars en vlam... 'The Candle and the Flame' is er voor sfeerzoekers die wachten op zeldzaam eerlijke muziek om ook in eigen familiale kring bij gedempt kaarslicht stilletjes te laten inwerken.

Het befaamde Australische singer-songwritersduo The Go-Betweens was eerder al ter ziele gegaan zonder dat het ooit verdiende vrucht heeft mogen plukken van het schitterende songbook dat het vanaf de jaren tachtig samenschreef. In 2006 overleed in ellende die ene steunpilaar, Grant McLennan. Robert Forster, de andere, stopte er even mee, ging een tijdje muziek onderwijzen, schreef zelfs ergens een boek: 'The Ten Rules of Rock and Roll'. Maar op tijd en stond kwam er gelukkig toch altijd nog weer zo'n mooi solo-album. Herinner je zo nog het geweldige 'The Evangelist', zijn vijfde uit 2008, tribuut aan muzikale partner Grant.

Nu is daar de achtste soloplaat. Volledig in eigen beheer tot stand gekomen, gemaakt met familie en vrienden-oud-bandleden. Een album van heel andere orde. Negen prachtsongs op die heldere, emotionele manier Forster eigen. Het meest persoonlijke muzikaal verslag over wat Robert Forster en zijn dierbaren is overkomen, hoe hun tijd is verstreken in liefde en pijn, over hunker en expressie van tederheid. Robert Forster's verhaal was nog nooit zo intiem en tegelijk ook van zo'n indrukwekkend diepe universaliteit.

She's A Fighter

Forster's vrouw, Karin Bäumler, heeft diagnose eierstokkanker gekregen. De fundamenten van de nummers voor een nieuwe plaat waren juist daarvóór geschreven, maar nu krijgen ze wonderwel een geheel andere dimensie. Van dan af zweemt over de afwerking van 'The Candle and the Flame' permanent een lange slagschaduw van menselijke sterfelijkheid en kwetsbaarheid in al zijn directheid. De video van het jachtige openingsnummer 'She’s a Fighter' met zijn krachtig aansporende ritmiek toont het allemaal duidelijk: het gezin Forster is voor dit 'The Candle and The Flame' speciaal bijeengekomen om met de muziek als louterende uitlaatklep de kracht van hun verbondenheid te doen zegevieren. Even talentrijke zoon Louis, van The Goon Sax, op bas en gitaar, dochter Loretta op tweede gitaar, vrouw Karin zelf dapper op viool, xylofoon en backing vocals. 'She’s a Fighter', het nummer had nog helemaal geen tekst, brug en refrein. Er kwam uiteindelijk alleen een veelbetekenend "Ze is een vechter, vechtend voor het goede". Een song die bovendien, helemaal op het einde, even significant wordt afgesloten met Karin's energieke ademtocht.

Tender Years

Volgt de harmonische, eeuwige liefdessong 'Tender Years', hoogst ontroerende kroniek van twee verbonden levens, 'duizend bladzijden' over tedere jaren met zijn Karin. Zie hem aandoenlijk bezig in de door Karin geregiseerde video, zelfs zoon Louis' luchtgitaar komt een paar keren in Forster's handen opduiken! Wat een intens nummer.
'It's Only Poison' dan, een rustige gitaarsong met een The Velvet Underground-vibe en Karin's achtergrondzang. Schitterende lyrics weer: "Your body is a temple, the mind is a box, your heart is like a river that no-one can stop."

Het gereserveerde 'The Roads' ziet uit op de Beierse Alpen van Karin's thuisstreek. Een zachtdroeve reflectie over wegen die mensen afleggen. In het bijna psychedelische 'I Don’t Do Drugs I Do Time' onderneemt Forster, die zelf al jaren de drugs heeft afgezworen, nu in plaats daarvan met al zijn zintuigen tijdsreizen in zijn hoofd. 'Always', klinkt zo fris als de vroege The Shins. Een song over alles wat eeuwig is, maan en sterren, en de plaats ook van onvergankelijke vriendschap daarin.

'There’s a Reason to Live' heeft het over opkomende herinneringen aan vroeger, gewoon via een verloren stukje papier in de jas, een vergeten optreden, ooit in een ongelukkige tijd. Erop terugkijkend, altijd een reden dus om verder te zoeken tot iets weer goed wordt. 'Go Free', Forster's coronasong als een hart onder de riem, aan alle opsluiting komt ooit een eind en ga je gewoon weer vol vrijuit. In afsluiter 'When I Was a Young Man' kijkt Forster, nu 65, terug op de jonge Robert op z'n eenentwintigste, ziet hij in zijn onbekommerde terugblik op carrière en idolen de wereld weer opengaan.

Robert Forster is op 'The Candle and the Flame' nog niks van zijn muzikaal talent als singer-songwriter kwijt. Zijn nasaal melancholische zangstem is zijn geweldig instrument. De aankleding is vrijwel akoestisch, minimaal, onthecht, maar zijn arrangementen zijn zo effectief. De voormalige Go-Between heeft hier in zijn gekende rustige vastheid een prachtig, ontroerend album gemaakt dat luistert als een persoonlijk gesprek tussen mensen. Al is het vanuit intieme huiselijke stilte gemaakt om groot onheil te doen keren, doorheen klinkt er een en al optimisme. Een openhartig document, een vrolijk klinkende soundtrack als een warme deken voor wie onverzettelijk blijft geloven in de kracht van het leven.

Roger Chapman - Life in the Pond (2021)

poster
4,0
Chapman kwam hier ooit binnen als de 'Imbecile' en 'Run Like The Wind' zingende rauwe kraai op de onvolprezen Tarot Suite van Mike Batt & Friends (1979). Sindsdien is ie nooit meer weg geweest. Zijn laatste wapenfeit, laatste aankoop hier van nieuw werk van 'm dateert toch alweer van 2009, de schitterende dubbelaar-'compilatie' 'Hide Go Seek'. De mediastilte rond hem wordt nu eindelijk doorbroken met een verrassende nieuwe van de voor mij legendarische, kranige bijna tachtiger en een mooie video van 'The Playtime Is Over' waar ie croonend en gesticulerend als een frisse Joe Cocker verduidelijkt hoe je waardig ouder wordt. " 'k Had heimwee naar al de verschillende stijlen die mijn leven beïnvloedden", zei ie ergens, “Amerikaanse rock van de fifties tot nu, Britse r&b van de sixties als Georgie Fame, the Stones, Zoot Money, folk, blues, Motown, Stax, Blue Note jazz, klassiek, americana, country..." Zijn gebetenheid op politiekers hielden het muzikale vuur warm, zei ie verder. 't Zit inderdaad allemaal in die lyrics, naast de gebeurtenissen van de dag, het wereldnieuws, mensen en ontmoetingen. Songs met inhoud en lef kon ie intussen al schrijven als de besten, poëtisch, kleurig, grappig en met de nodige woordspelingen en, jongens, zo doet hij het hier toch ook weer! Van al bij de honky-tonk-openingsnoten hoor je't al, zijn krasse vibrato schuurt en sneert als vanouds. De uithalen blijven ondanks onderhuidse frustratie wel behoorlijk 'onder ons', op z'n Engels heel fijntjes verpakt. Alleen in 'Green As Guacamole' zet hij schijnheilige politici ongezouten een neus. Zo bevat ook de titel een dubbele bodem en valt ie nog het best te vertalen als : "En intussen hier in de UK..." Gelukkig, ook rocken doet Roger nog als de besten. Met een nieuwe rits songs hier die er helemaal toe doen en die met volle overgave worden gespeeld. Terugkijkend vond ie z'n ouwe maatje Poli Palmer terug als medeschrijver en producer, evenals Geoff Whitehorn (Procol Harum) op gitaar. Gaaf, alles samen. Ook met orgeltje en blazers, die diverse songs in de passende mood brengen, luister in dit verband zeker maar naar het ingetogen 'On Lavender Heights'.
Dylan, Cohen, eens oud en grijs, het componeren ra(a)k(t)en ze helemaal niet kwijt. Net zomin Roger Chapman, maar met zijn krakende voice staat ie er wel nog geheel ongeschonden en zijn performance is net zo beresterk. 2021, een dozijn jaar later... Roger, bedankt, we kunnen weer verder!

Róisín Murphy - Crooked Machine (2021)

poster
4,0
Riosin gaf compagnon de route, producer Crooked Man, vrij spel om met 'hun' Machine, sterrenalbum van 2020, aan de slag te gaan. Opdracht die normaal enkel lui à la Soulwax-Dewaele Brothers tot een goed einde zouden brengen. Maar al van bij de opener voel je : waaw, wat zit dit goed. De 10 songs veranderden subtiel van naam en volgorde, de tijdsduur werd iets langer. Maar de uitkomst van deze naadloos bestudeerde remix geeft : zeker even goed dit hier als het origineel! Meer, 't zal zelfs méér kolkende, hypnotiserende wervelingen genereren 'straks' in de verhitte dancetenten. Sterk.

Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms (2022)

poster
4,0
'Endless Rooms'. Geheel in de schaduw van een post-coronalawine aan uitstekende nieuwe releases leverde ook het intrigerende 'The Rolling Blackouts Costal Fever' zijn derde even bruisende gitaarrockplaat af.

Op de hoes, hun 'huis van verlichting' in de bush aan het Australische Victoriameer, waar de opnames eindelijk plaats mochten vinden, lokatie heel symbolisch opgeslokt door eindeloos staaldonkere nacht. Net als de barre lockdownperiode waarin ze het net als zovelen echt moeilijk hadden, maar overleefden.

Ook bij hen een ingenieus staaltje van door omstandigheden opgedreven groepswerk, anders dan hun samen jammend opbouwen zoals bij de twee voorgangers. Het gros van de nummers waren zo al eerst als louter stand-alonesongs, volledig apart geschreven vanuit ieders wereld en ieders 'eindeloze' mogelijkheden. Dan komt toch, met de schitterend afgewerkte songs, weer die creatieve rockband naar buiten, die ook hier ontegensprekelijk progressie weet te maken, die zich mijlenver houdt van herhaling en beproefde recepten, die frisweg de voortreffelijke melodieën, flitsende ritmes en felle gitaareffecten introduceert die het geluid doen voortstuwen en alles nog helderder doen klinken, die hier dus een album etaleert dat uitblinkt in zijn nuances en af is tot in de kleine subtiele details. Wars van mode of trends zijn ze zeker, maar dan toch vatten ze hier aangename sferen die ergens zwemen tussen The Go-Betweens en die ander gitaargrootheid, The War On Drugs.

Ook inhoudelijk hangt er, samen met al die felheid, na de lange impasse, meer vlees aan de ribben. Naast het bezingen van hart en romantiek, zijn ze behoorlijk sociaal geëngageerd geworden en overschouwen ze in alle bescheidenheid de belabberde toestand van de wereld. Niet in het minst de zaken die volgens de band moeilijk verlopen in hun Australië, de bosbranden daar, de vernietiging van hun prachtige, levensnoodzalijke koraalriffen.

In een kort instrumentaal minuutje draait 'Pearl Like You' je met schurende scharniertjes op psychedelische synths de plaat in. Direct al komt groovende milieurocksong 'Tidal River' op je brood. Die raast als geagiteerde punk doorheen het afstervende Australische koraalrif, grootse driftige gitaaroprispingen à la U2's The Edge, of klinkt alles daar soms als doedelzakken weeklagend over de Australische apathie en het opportunisme, het geluid van finale teloorgang?
Nog een hoogtepunt, classic RBCF, het upbeat 'The Way It Shatters'. Waar je uitkomt in het leven is resultaat van absolute willekeur. Heb je toevallig het geluk van de Australiër, misbeoordeel of misprijs daarom niet wie aan de andere kant staat van de gelukschaal. Veelgelaagde gitaarlijnen en oppompende ritmes. Het meer ingetogen 'Caught Low' eindigt in kletterende regendruppels, of zijn het gemeende handklapjes omwille van hun aanklacht op de klimaatcrisis?

De grinta van rocker 'My Echo' dan weer, met, naast de hoogvliegende vocals en dreunende bas, weer die gitaren riffend in overdrive. 'Dive Deep' drijft opklaterende gitaren voort in vele gedaanten, grungy en andere, alles in aanloop naar de finale solo, alles grijpt bij de keel. 'Open Up Your Window' is een folkrocker met fraai gitaargepingel. Met het sterke 'Blue Eye Lake' beland je in een wolk van vocalen, een en al harmonisch in z'n damp van elektrische dance-pop. Het galmend inkomende 'Saw You at the Eastern Beach' is nog zo'n dreunende oorwurm. Met betrokken parlando over de neergang van een badplaats. Het aanjagende 'Vanishing Dots' spuit een aangename walm van effecten en flitsend weerkaatsende gitaargeluiden.'Endless Rooms'. Hoe verdacht ingehouden het zich ook ontwikkelt, met zijn etherische vocals, toetsen en spinnende gitaren, RBCF weet hier verrassend toch alle rust te bewaren. De plezant ritmische afsluiter 'Bounce Off the Bottom' dan, gaat over de Australiërs en hun bosbranden, gekleurd met jengelende gitaar, sprankelende synths en pakkend glockenspiel.

Hoe gedreven live ze hier schijnbaar ook mogen klinken, Rolling Blackouts Costal Fever zet geen rockmuziek neer die zomaar schaamteloos mikt op de grote festivalweiden. In hun zomers klinkende muziekkamers kan je je wel eindeloos amuseren.
En wat doe je dan met al die fijnzinnig op je overgebrachte adrenaline? Die warme gloed van hoogtepunten gewoon voor jezelf houden? Nee, je vertelt dat gewoon even eindeloos verder.

Rolling Stones - Hackney Diamonds (2023)

poster
4,0
Ze sluiten dus toch niet af met dat fraaie album vol schone bluescovers van 2016. De legendarische The Rolling Stones halen integendeel uit met iets waar weinigen ze nog voor in staat hielden. In plaats van tot een rusthuisact van heel ouwe knarren te verstenen, brengen ze hier anno 2023 op eigentijdse manier nieuwe, opwindende rock-'n-roll uit die deze keer veel meer opvolging verdiend dan enkel beleefd beluisterd en daarna geklasseerd te worden. In die zin is 'Hackney Diamonds' dan ook een ongelooflijke plaat. Ze serveert een knallende The Rolling Stones, in volle overtuiging, en, behoudens die enkele ballads, voluit op speed. Het is daarom minstens hun allerbeste voorlaatste sinds tijden, alvast sinds vier decennia. Hun energieke 'Angry' en hun spectaculaire extatische zevenminuter 'Sweet Sounds of Heaven' zijn intussen al helemaal grijs gedraaid. Die laatste met virtuoze Stevie Wonder en een Lady Gaga die zich ermee op vocale hoogte van Merry Clayton of Tina Turner probeert te hijsen. Maar 'Hackney Diamonds' bewijst onmiddellijk nog een pak meer van die stonegoeie krakers te bevatten. Verbluffend daarbij toch hoe Jagger's vrijwel intacte tachtigjarige keelgeluid die songs met eeuwige verwaandheid even volbloedig woedend als toen vooruit blijft stuwen. En op welke fantastische wijze Keith Richards' snaren als vanouds elk pand van een overdosis elektriciteit blijven voorzien.
Twaalf songs krijgen we waaraan ze heel lang gewerkt hebben en toch werd het geen lappendeken. Bovendien met support van een resem gaststerren, gaande dus van bakvis Lady Gaga tot carrièregenoten als Paul McCartney, Elton John, Stevie Wonder en de eventjes glorieus herintredende Rolling Stone Bill Wyman.

Bij The Stones gaat het eerst en vooral om de muziek. Op de bruisende making-of daarvan, ja, daar mocht nu, met uitstekend gevolg, een vastberaden jongeling-producer Andrew Watt op toezien, de man die ook Ozzy Osbourne en Iggy Pop weer tot leven wekte. Goed getipt, Paul McCartney, ook The Stones heeft hij blijkbaar goed wakker gehouden!

What about die andere eerder nog niet gekende nummers. Een dankzij Richards klassiek rollende gitaar lichtfantastisch 'Get Close' is een gespierde rocker die helemaal aan The Rolling Stones uit een ver verleden doet denken. Met een fraaie sax-solo en ook een braaf in de achtergrond meetokkelde Elton John. 'Depending on You', da's een melancholische bluesrockballad, met pedal steel en uitdeinend op een wolk van strijkers. 'Bite My Head Off', een hectische klapper met Jagger in een ziedende Johnny Rotten-pose en een ongewoon meegrungende McCartney. Met 'Whole Wide World' werpen ze even een blik in de achteruitkijkspiegel, met weer een vintage bijtende riff en een prominente rol voor Ronnie Wood.

Vreemde eend in de bijt, om je helemaal bij het kampvuur op te warmen, is de country van 'Dreamy Skies', met Jagger in een hoofdrol en Ronnie Wood weer op pedal steelgitaar. 'Mess It Up', dat klinkt weer lekker funky The Rolling Stones.

Het razende 'Live by the Sword' bijt dan af met een regelrechte Creamy 'Sunshine of Your Love-riff en een vurige honkytonk-piano-hamerende Elton John. Bassist Bill Wyman werd voor deze song terug opgevorderd. Een in één take opgenomen track die ook het laatste drumwerk van Charlie Watts bevat vóór zijn overlijden in 2021. Memorabele song dus, met vijf Stones aan het roer. Het schitterend slome 'Driving Me Too Hard' is een gitaarkraker van jewelste, met een verre Bruce Springsteen-feel. In het rustnummer 'Tell Me Straight' horen we ook eens Richards schorre stemgeluid, in een triest mijmerende klaagzang.

Als postscriptum bij het album komt finaal dan nog 'Rolling Stone Blues'. Een back to the well, ruig gestripte Muddy Waters-harmonicablues in de stijl van 'Blue & Lonesome. Met naast Jagger weer een opvallende Richards. Passend eerbetoon aan hun founding father Muddy Waters.

'Hackney diamonds', naar verluidt zijn dat stukjes gebroken glas van verbrijzelde autoruiten na een inbraak. Net zo krijg je dit groots klinkend album van The Rolling Stones right in your face. Geen groep ook die het, met meerderheid nog van zijn originele leden, met nieuw materiaal nog zo knetterend, swingend en op de top van al zijn kunnen kan uitzingen. 'Hackney Diamonds' klinkt dan ook net zo doelgericht en vitaal omdat ze er zich ook echt weer mee hebben willen bewijzen. The Rolling Stones zijn niet tot een stofferige museumstukgroep verworden die alleen wegdeemstert met touren en teren op het songbook van oude hits. Het vermaarde songwritersduo Jagger-Richards heeft zelfs op vandaag de spirit van toen nog helemaal behouden en is daarom muzikaal nog in staat om songs af te leveren die helemaal zo robuust klinken als... The Stones. Die mannen mogen dus staande sterven.

Rolo Tomassi - Where Myth Becomes Memory (2022)

poster
4,0
Het Britse Rolo Tomassi, dat ooit de wereld instormde met onvervalst rauwe mathcore, blinkt, intussen ook zoveel wijzer geworden in jaren, nog altijd even uit in originaliteit. Met dat nieuwe zelfverzekerde Where Myth Becomes Memory komt het dus straks zeker opnieuw aan een zegetocht toe. Met de twee voorafgaande Grievances en Time Will Die And Love Will Bury It vormt dit album het sluitstuk van een trilogie. Naast een terugkijken op een lockdown en het uitzien naar een nieuwe toekomst gaat het er over de diepe kwetsuren in een mensenleven en hoe daar na ups en downs uiteindelijk mee om te gaan.

Maar verder nog even over dat Rolo Tomassi dus... Onconventioneel als ze zijn gebleven krijg je ze ook nu weer gegarandeerd niet in een passend vakje gepropt. Laten we 't zo zeggen, vertrekken doen ze nog altijd van hun schitterende post-hardcore, maar ze breien er zo vlotjes, vanaf het aanvaardbare nog steeds nieuwe stukken aan, tot aan het ogenschijnlijk oncombineerbare. Nu gooien ze periodes van behoorlijke rust als 'Almost Always', met ingetogen zang en galmende gitaar, of verrassend zelfs totale oases van serene schoonheid als de ballad (!) 'Closer' of 'Stumbling', met bijna een hoofdrol voor minimalistisch emotionele piano en elfenzang in hun amalgaam van schreeuwende zang en woedend gitaargeweld. Daarmee zijn ze meteen nog duidelijker geëvolueerd naar het echt volwassen songschrijverschap van opnieuw prachtig gelaagde, vloeiende composities. Het meest nog vinden ze daarmee aansluiting bij de progrock, waar tegenstellingen in abstract aandoende soundscapes, als licht tegenover donker, atmosferisch tegenover zwaar, zacht tegenover oorverdovend, nu eenmaal goed gedijen. Metallo's vrees echter niet, dat oorspronkelijke doldrieste van hen hoor je echt nog meer dan genoeg, zoals in het extreme 'Cloaked', nog des te meer in het overrompelende 'Labyrinthe', in het venijnig dissonante 'Prescience' of in het machtige 'Drip', waar alles kolkt van de losgeslagen growls, geselende gitaren en fabuleus gevarieerde drums. Als vulkanen die ook bij een Converge, Meshuggah of recenter een Employed To Serve zo meedogenloos gloeiend overstromen!

Ook 'Mutual Ruin' is een topper, het moet zich op één enkele persevererend puntige noot op gang trekken tot alles door de wild om zich heen slaande intensiteit regelrecht de chaos ingesleurd wordt. Serene reflecties van frontvrouw Eva Korman en drums tikkend als een holgeslagen metronoom trachten zacht toch het Philip Glass-pianootje weer te introduceren en die song landt dan inderdaad ook gewoon zachtjes in lieve neo-klassieke toetsen.

Nog zo'n water en vuur-song is 'To Resist Forgetting', waarbinnen zich geen ongemakkelijke, neen integendeel, een juist geslaagde omhelzing van verzengende en verspringende technische metal met bijna croonende poppy prog zomaar natuurlijk voor je oren voltrekt. Om finaal met 'The End Of Eternity', behoudens een enkele eruptie van razernij, met weer dromerig pianowerk en dezelfde gelatenheid te eindigen als waarmee het album ook begonnen was.

Zeker interessant feit nog in verband met de making-of van deze hoogst boeiende plaat van Rolo Tomassi. De instrumenten speelden deze keer helemaal afzonderlijk in Groot-Brittanië, terwijl de schreeuwende of juist heel zoetgevooisde gezangen weerklonken over de plas, in de VS waar Eva Korman intussen al twee jaar resideert. Net zoals de harmonie waarmee deze afstandsbrug is gelegd, zo luistert ook deze hele compromisloze plaat weg. Geleidelijk ontdek je immers de toch authentieke, elegante symbiose van z'n verschillende uitersten. Even wennen en doorbijten dus wel, maar Rolo Tomassi blijft sowieso o zo cool. Wat een mooi weerzien.

Rosali - No Medium (2021)

poster
4,5
Rosalía? Rosali, wie? Zet dan maar even kort het karakterstemgeluid van deze singer-songwriter en dito muziek op. 't Lijkt een zelfbewuste, vrijgevochten Joni Mitchell of Patti Smith wel. Zo ineens staat ze er, met warmhartige, mature, melodische songs, op smaak gebracht door een vakkundige countryrockband eromheen. Met geweldig gedreven gitaren soms, als van een freewheelende Neil Young (bv. 'Pour Over Ice')! Je focust evenwel linea recta op Rosali, daar middenin, brok ruwe emotie en kwetsbaarheid,  afstand nemend van een bepaald verleden, zoekend naar wat daarna komt aan liefde en intimiteit. Een laatbloeier, perfecte sound, je blijft ernaar luisteren.

ROSALÍA - LUX (2025)

poster
4,5
De Catalaanse Rosalía strijkt radicaal tegen de haren in. Met een atypisch album om bijna bang van te zijn, zo erg gaat ze weer tegen alle conventies in. Na het beluisteren van haar vierde album LUX is het hoe dan ook wel heel duidelijk dat zij een van de grootste durvers in muziekland is geworden. Dan nog ligt met haar nieuwe ondansbare album LUX het hele culturele najaar nu al aan haar voeten.

Rosalía, het singer-songwriter-performance-fenomeen dat voor ons aller ogen in 2023 op Rock Werchter toch maar met veel lef en branie horden tieners bijna in katzwijm bracht met haar arty flamenco pop vermengd met verbluffende reggaeton en experimentele elektronica.

In de plaats van Motomami, haar album van toen, krijgen we nu op zijn minst weer een plaat als een donderslag. Want 'LUX' is andermaal een gebeurtenis in die zin dat weer alle monden openvallen. Omwille van dat pak schijnbaar ongeordende, zonder enige catchiness onophoudelijk opeenvolgende impressies. Ver van alle simplistische frames eigen aan de hapklare seriesongs van de pophitfabriekjes. Integendeel zij slijpt veel liever geduldig haar luisterplaat tot een donker juweel vol orkestrale en klassieke crossover. Daarin - de grandeur van rocker Freddie Mercury achterna - wordt met veel liefde nu zelfs opera omarmd. Een unieke rit langsheen aaneengeschakelde liedjes die zich pas na herhaalde aandachtige beluistering helemaal zullen prijsgeven.

Het vlotst lukt dit wellicht nog bij - hoe kort ook - dat groots orkestwerk Berghain, de 'grote hit' ook en sleutelsong van de plaat, met dito clip en met glansrol voor het London Symphony Orchestra onder leiding van Daniel Bjarnason, bovendien versterkt met de vocalen van Björk en Yves Tumor.

Dat Berghain, het overvalt je met zijn wervelstorm aan muzieknoten à la Vivaldi, Wagner en Orff. Zowaar een mini-Queen-opera die straks net zo de tand des tijds zal doorstaan. Met Rosalía als het 'Sneeuwwitje' dat doorheen haar verdriet navigeert terwijl ze worstelt om haar gebroken hart te herstellen. Om uiteindelijk haar troost en genezing te vinden in spiritualiteit.

https://youtu.be/htQBS2Ikz6c?si=nbhT7rcf1DW-p1iT

Onmisbaar voor de uitdieper van dit hele album is een volledig vertalend tekstboekje. Want Rosalía is deze keer ook polyglot geworden. Een massa talen, van Duits over Latijn, Oekraiens, Arabisch, Italiaans, naar overwegend Spaans en Engels tot Japans, deze en nog meer, het buitelt allemaal over elkaar heen.

Rosalía blijft als conservatoriumgeschoolde opvallen met haar muzikale basis, geworteld als ze is in de traditionele wereldmuziek, je moet het daarmee dus maar doen. Haar Latin Music waar ze zo zielsveel van houdt, die blijft ze hier heel vernuftig aanpakken, ontdoen van alle stoffige lagen, om dan uiteindelijk een en ander creatief in een andere context te zetten.

Rosalía is begenadigd met die magnifieke, warme sopraan van het zuiden en ze zingt nu tot in de allerhoogste registers haar verhalen over de vrouwelijke heiligenlevens waaraan ze zich spiegelt. Op zoek als ze is naar het goddelijke is dit album dan ook geheel doortrokken van een intens religieus gevoel.

En toch wordt zelfs dit opnieuw geen commerciële zelfmoord. Neen, ze zal zich met dit met niks vergelijkbare LUX finaal als een komeet nog verder schieten dan heel het gild aan popvernieuwers anno 2025.

Ze arrangeerde met haar fantasierijk klankenpalet al het perfecte huwelijk tussen pop engelse en spaanse stijl. Nu staat ze met deze pop met de sloophamer voor de muren van de Klassieke Muziek met de grote 'K'. Daar verzet ze zo maar even de norm met haar kruisbestuivingen van geluiden uit alle uithoeken van die klassieke wereld. Al bestond zoiets natuurlijk al, nergens klikt die verbinding zo verduiveld goed als hier. Haar futuristisch amalgaam van stijlen vermengt ze in een aangename 'chaos' van vaak haast contradictorisch klinkende experimenten. Rosalía, dus net als in Motomami meesteres van de transformatie en ja, daar gaat toch sowieso iedere liefhebber overrompeld voor overstag.

Tot spijt van de purist die Rosalía omwille van haar radicale aanpak van bijvoorbeeld flamenco of klassieke muziek benijdt en, toegegeven, nummers als Berghain horen misschien inderdaad wel niet direct in een Klassieke Top 100 van een Radio Klara, maar haar expressieve verhaal op het ritme van flamenco of op de tonen van canonische muziek is wel van de puurste dramatische kunst. Die figuurlijke muren sloopte ze overigens in schoonheid en met haar vurigste gevoel. In schril contrast met de muzikale tijdsgeest die tegenwoordig zelfs steeds meer het artificiële blijkt te moeten aanhangen.

LUX, Rosalia's ambitieus oratorium met koor en orkest is in zijn vier bewegingen een uitdagend en weer grensoverschrijdend werkstuk zonder meer. Zonder op de songs ervan stuk voor stuk in te gaan, noem het geheel een hemelse ervaring. Als onder het intense zonlicht dat in verspreide orde door onze herfstbossen straalt.

Even omzien misschien toch nog? Zal opnieuw die hele piepjonge generatie zich net zo enthousiast als toen door haar shows laten opzwepen? Wees gerust, jawel.

ROSALÍA - MOTOMAMI (2022)

poster
4,5
Opzij, hier 'Motomami' van Rosalía! Net als bij geestesgenoten, neem Charli XCX of Self Esteem, kan je er tegenwoordig gewoon niet meer omheen, pure sensualiteit omhult nu ook de Catalaanse Rosalía. Kijk zo maar eens sluiks naar die luchtige plaatcover van haar nieuwe, waar het vrij en vrolijk etaleren van de eigen blote female body als statement nu toch mooi opgeld maakt. Grappig, want Rosalía doet tegelijk alleen maar kunstzinnig die beroemde pose van 'De geboorte van Venus' van Botticelli na, alhoewel, voor bepaalde markten, misschien wel wat zedig bijgewerkt met pen, stift en graffiti.

Wellustige schoonheid hoe dan ook van een zich wild in bochten wervelende kat en die beauty zit - gelukkig maar! - nog veel meer in haar stemgeluid en in haar van fantastische grooves en ritmes voorziene songs. Rosalía was al icoon en dan komt met deze derde nog een veel grotere donderslag. Zo maar eventjes, resoluut, heeft ze traditionele wereldmuziek en Latin Music, waar ze al zo zielsveel van hield, aangepakt, van wat stoffige lagen ontdaan, creatief en vernuftig met een schare nieuwigheden van vandaag in een andere context gezet. En daarmee schiet ze zich dan finaal als een komeet nog verder dan het andere pak popvernieuwers anno 2022.

Rosalía beschikt daarvoor dus over die magnifieke, warme sopraan van het zuiden waarmee ze zich ineens haast provocerend in verblindende popqueen kan transformeren. Zo te horen kan ze ook werkelijk alles aan. Hoor zo maar even vóór de autotune, naar die hoogst onweerstaanbare flamencofantasie 'Bulerías', prachtstaaltje van vurig stampende Spaanse furie uit het zuiden. Maar wat al hemels doet ze er verder mee! Een amalgaam van stijlen vermengt ze, verbindt ze in haar haast duivelse experimenten, en ja, je gaat er overrompeld voor overstag. Grote beats, hiphop, mengelmoes aan geluidjes, invloeden uit reggaeton, r&b, jazz, flamenco, zuiderse smartlap. Het ligt op deze feestelijke spektakelplaat allemaal op de taart!

Maar toch is ook emotionele fragiliteit daar. In 'Motomani' maken we eigenlijk kennis met de constructie van het zelfportret Rosalía nieuwe stijl, wedergeboorte van de Venus van de hoes, metamorfose van een zangeres. Conceptplaat kortom over hoe je als vrouw, geheel selfmade, bouwt aan jezelf.
De plaat valt open in twee delen als twee zijden van een medaille. Het agressievere deel 'Moto' en het meer natuurverbonden deel 'Mami'. 'Motomami', samengevoegd levert haar de energie en de way of life om zich goed te voelen in de wereld.
In het smachtend openende 'Saoko' zitten smaken en ritmes van Puerto Rico, Afrika, Latin urban, jazz, reggaeton en elektro. Inhoudelijk is het opgesmukt met variaties op de symboliek van de vlinder, want deze song viert het feest van de verandering. Denk dus straks toch maar niet dat je Rosalía kent, want dan transformeert ze opnieuw: "Me contradigo, yo me transformo". Sublieme entrée!
Bitterzoete lovesong 'Candy' dan, over een niet pakkende liefde en de pijn die een en ander veroorzaakt, die begint met walmend orgeltje, slepend, klagend en tovert zich dan, weer met autotune en een sample van Burial, om in een onontwarbare verblindende mélange van Portoricaanse reggaeton.
De smartlapperige emotie van 'La Fama' brengt ze samen in haar duet over roem en bekendheid als waardeloze minnaars. Ze doet het spaanscroonend met The Weeknd, ja, fijne vrienden heeft ze ook al. Weer een hoogtepunt én verslavend tot en met.

Ja, en dan dat zegevierende hooglied 'Hentai', met Pharrell Williams-bijdrage. Het baadt in de weemoedige piano van de nostalgische jaren veertig-hollywoodprent. De lyrics schurken sensueel aan bij de pornografische Japanse strip, suggestief versus expliciet en, hoho, Rosalía kirrend ode afsteken voor haar vriendje's pistool, tot en met diens diamantje op het puntje van de loop. Schitterende hybride song die, op het flitsend mitraillerende eind, een wel heel flashy jasje krijgt aangemeten. Evenzo de jumpende reggaetonsingle 'Chicken Teriyaki', met wulpse twerkvideo, nu gebaseerd op schattige Japanse kawaii-esthetiek. 'Bizcochito' of hoe zelfs miniatuurtjes zich extreem springerig opwerken tot dansvloermeezinger. Het treurende slaapliedje 'G3 N15' is heimwee vanaf Rosalía's verre oorden, gericht aan neefje 'Genis', het mondt ontroerend uit in een tussenkomst van Rosalía's eigen oma over de waarde van familie. Het betoverende mini-'Motomami', één minuutlang verend beatbrugje in een wirwar van stuiterend koeterwaals.

'Diablo' dan, zwoele mix van klassieke wereldmuziek, reggaeton, vervreemdende experimentele synthpop en de zang en keyboards van James Blake. 'Delirio de Grandeza', bijna een in nachtnevels gedompelde Buena Vista-hit, maar hier grandioos gemixt met die rapsamples. Het spetterende 'Cuuuuuuuute' dan. Vietnamees TikTokkertje Soytiet schattig meetellend in de intro, blijft de song even hangen en kaatst Rosalía, met weer dat vlinderbeeld, dan toch over en weer als een losgeslagen springbal. Een huilerige Rosalía daarop in 'Como un G', nostalgische liefdesgedachten in haar langzaamst schuivende ballad. 'Abcdefg' , Rosalía en de introductie van haar eigen woorden-alfabet. 'La Combi Versace', nogmaals fraaie reggaeton, nu met rapper Tokisha.

In 'Sakura' gaat Rosalía nog een laatste keer helemaal voluit. Tussen opgenomen live-geluiden, kijkt haar tachtigjarige zelf lacherig terug op de vergankelijkheid van haar vroegere succes. Als sakura, kersenbloesems, zo prachtig was alles, maar ook o zo vluchtig, net als zovele mooie momenten van het leven...

Waar Rosalía's plaat ging over persoonlijke transformatie als popster, oogt na haar doortocht zeker ook de popmuziek niet meer als voorheen. Ineens krijgt met een dergelijke experimentplaat de mainstreampop regelrecht een geweldig schot voor de boeg. Want deze Rosalía verzet de norm. Kruisbestuivingen van geluiden uit alle uithoeken van de wereld, het bestond al, maar nergens klikte de verbinding zo als hier! Zagen we laatst ook een Stromae iets in die richting doen met 'Multitudes'. Rosalía arrangeert met haar fantasierijk klankenpalet het perfecte huwelijk tussen pop engelse en spaanse stijl. Binnen de spaanstalige pop versmelt dan ook nog eens het Europese en het Latijns-Amerikaanse vuur.
Tot spijt van de purist die 't benijdt : Rosalía, straks ligt de wereld aan haar voeten (lees: naaldhakken).

Rowwen Hèze - Onderaan Beginne (2021)

poster
4,0
Na het licht fantastische 'Voorwaartsch' van twee jaar geleden is er daar weer een nieuwe van 't Nederlands-Limburgse Rowwen Hèze. Coronaproof en met meer tijd gemaakt. De groep van Jack Poels, bescheiden jongens zeker en vast, ziet zichzelf als bandje groot (ge)worden door gewoon klein te blijven. Dit mooie motto klinkt alvast door in hun plaattitel én openende titelsong. 'Onderaan Beginne' is weten waar je vandaan komt en een aansporing om je naar boven te werken. Ze zingen zoals steeds in 't Limburgs en dat is ook voor Vlamingen nog juist begrijpbaar. De teksten zijn weer schoon en verfijnd opgesteld en de meeste liedjes klinken als vanouds gelaagd, energiek en opzwepend. Want 't is te weten, de band startte ooit als feestband en de folkies van Rowwen Hèze houden er ook nu nog erg van om in de dorpstenten overal te lande harten te veroveren. Maar Rowwen Hèze is vooral een heel professionele band met musici die een heel breed instrumentarium beheersen, met o.a. mooie rollen voor accordeon, piano, blazers, koortjes en een enkele keer ook een simpel fluitlijntje à la Triggerfinger. Breed zijn ze daarmee ook in stijlen, veel up-tempo nummers, swingende folk, polka's maar evengoed melancholieke ballades. Die laatste komen even charmant en warm binnnen als een mijmerende Reinhard Mey in 't nederlands.  De jongens kijken bovendien ook ver buiten hun eigen landsgrenzen. Je hoort verschillende keren rootsy tex mex à la Los Lobos of Calexico. Al weten ze daar dan telkens weer een lekker europese draai aan te geven. Het prachtige, Argentijns startende, 'Bruid op Bloete Veut' dan weer -het echte koninginnestuk van de plaat-,  flegmatieke tangoklanken à la Piazzolla om dan verder door te vloeien met trompetjes, gitaar en een zigeunerviooltje. Héél goed gedaan! Op een aangename manier weten ze je soms wel eens op 't verkeerde been te zetten. 'Ierst gedoan' pakt je dan weer in zoals ook een Luka Bloom het zou doen. Ze zingen met liefde, zoals ze 't zelf zeggen, 'over dieren en vreemde vogels', die laatste, dat zijn de aandoenlijke typetjes waarvan iedere lokale gemeenschap er altijd zijn getal van heeft. Of soms zitten er ook filosische lyrics in de mix met een stamper, zoals 't schitterende  ''t End van 't Touw'.
Kortom, Rowwen Hèze heeft met deze hier een eigen heel sterke, evenwichtige seizoensplaat afgeleverd. Met songs die al in veel meer dan louter de dorpsfeesttent passen.  Gelijk dus als je 't vraagt -we moeten 't aan Nederland doorspelen- verdienen deze mannen niet iets meer dan één enkel bescheiden plaatsje in de jaarlijkse 'De Lage Landenlijst'? Hun onvolprezen 'De Peel In Brand' met name en al van 1991. Als je 't Rowwen Hèze vraagt, die zeggen je : 'Onderaan Beginne'. Maar goed, na deze sterk overtuigende laatste zijn en blijven we gewoon superfan!

Royal Blood - Typhoons (2021)

poster
4,0
Dit hippe rockduo schiet al jaren recht in de roos en met deze is het weer van dat. Ze gaan onweerstaanbaar groovy om met de rock-anthems, maar verbreden hun kleurrijke stijl nu ook tot op de dansvloer!

RuWann - Passé Composé (2025)

poster
4,0
Een Gents duo met een geweldige, in het Frans zingende Runa Lotigiers en een Johan ‘Wanne’ Maekelberg die voor haar de arrangementen maakt, alle instrumenten bespeelt en samen met Runa spaarzame backing vocals doet. Aldus is een nieuwe naam, RuWann, geboren en gevierd wordt dit met een prima eerste plaat die 'Passé Composé' mag heten.

Runa kreeg haar frans er als de spreekwoordelijke pap ingelepeld tijdens haar kindertijd in het land van Molière. Wat meer is, ze kan in die taal die zo sterk bij haar aansluit niet alleen uitstekend zingen, met wat ze zingt trekt ze bovendien ook direct de aandacht. Het zijn dan ook nog, op eentje na, hoogsteigen composities van hen beiden en allen hebben ze een regelrechte franse catchiness in zich.

Het duo houdt met betrekking tot hun songmateriaal eigenlijk niet zo van de belegen aanvoelende omschrijving ‘chanson’. Al sluit bijvoorbeeld de met zijn trage gitaarakkoorden mooi slepende opener 'La fillette et la lune' toch wel op en top aan bij dat klassieke franse levenslied. Het is één lange gepassioneerde, weemoedige mijmering van Runa die alleen op het einde in duet ruggesteun vindt bij Johan’s keldergefluister à la Serge Gainsbourg.

Vanaf de volgende songs hoor je inderdaad dat zij hun half uurtje Franse chanson ook met graagte mixen met wereldse ritmes van elders. Zo is het vertwijfelde 'Mais qu’est-ce tu veux' pure bossanova. Het coole hoogtepunt 'Toi' is dan weer een lofzang op familiale banden in stoffig repetitieve afro die zelfs zou kunnen aansluiten bij het meest etherische van dat andere donkere duo, The Limiñanas uit Toulouse. Een richting om zeker verder op door te gaan.

Alle genoemde songs werden de terechte singles. Verder is er 'La place du village', flamboyante franse pop à la Olivia Ruiz.
Of het vederlichte 'Je te suis partout' dat deint als een walsend songfestivalliedje met van die leuke franse pop uit de oude doos, het pak la-la-la’s inbegrepen.

In haar poëtisch frans zingt Runa fors en vol warmte en zachtheid over hun ‘passé composé’, liefde, melancholie, verlies, hoop en de wonderen der natuur. Ze bezingt het met veel flair en karakter, met dezelfde authentieke naturel waarmee bijvoorbeeld ook die andere Vlaming Patrick Riguelle zich in de franse zang zo thuisvoelt. En het klikt daarbij met multi-instrumentalist Wanne. Hij weet Runa’s onweerstaanbare zangstem telkens op het meest passende klanktapijtje te leggen.

Een fijn plaatje voor in de intimiteit van de huiskamer, sereen kleinood waar ook fans van Zaz, Véronique Sanson of Axelle Red wel eens voor zouden kunnen vallen. RuWann brengt fris van de lever van die universele Franse liedjes die al onmiddelijk stuk voor stuk op geen enkele actuele Franse playlist zouden misstaan en dat is voor een debuut toch echt al heel wat. Zet ze dus maar eens op terwijl je toch met 'Le disque bleu', Benjamin’s Biolay’s nieuwe bezig bent.

Passé Composé, ondanks zijn drukke dagen gemixt door gevierd producer-zoon Jasper Maekelberg, je weet wel, van Balthazar, Warhaus, Sylvie Kreusch en Faces on

Ryley Walker - Course in Fable (2021)

poster
4,0
Maakte in het begin van zijn carrière al indruk als meersterfolkgitarist. Is op hetzelfde elan doorgegroeid tot een polyvalent singer-songwriter, die zowel op de markt van folk, jazz, Americana als rock thuis is. Deze plaat is opnieuw een hoogtepunt.