Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Saille - V (2021)

4,0
2
geplaatst: 18 april 2021, 10:33 uur
Met hun nieuwe frontman maken deze 5 heren een pittige doorstart. Hun blackened deathmetalgeluid blijft melodieus, maar wordt donkerder en heavier. I.p.v. keyboards voeren nu gitaren resoluut de boventoon. Verdienen ons respect als een der invloedrijkste extreme metalbands van de Lage Landen.
Sam Fender - People Watching (2025)

4,0
3
geplaatst: 25 februari 2025, 15:51 uur
Dat Sam Fender al groots uit zijn artistieke schelp aan het kruipen was weten we al van sedert zijn coming of age-plaat én hitsong 'Seventeen Going Under' van 2021. Nu zoveel hitsingles later ziet deze sociaal rockende Britse singer-songwriter met zijn derde werkstuk, 'People Watching' de miljoenen volgelingen al aan zijn voeten liggen en de zalen waar hij komt zijn dus intussen lang op voorhand hopeloos uitverkocht.
Opvallend, ondanks zijn hartbrekende eerlijke verhalen of al zijn bijtende, immer authentieke boodschappen over de na de brexit nog triestere britse uithoeken is dit dus dan toch een man die met diepgaand, ernstig materiaal gemaakt lijkt voor de meest Brits mogelijke heartlandrock en de wild met hem meedeinende stadions.
Hij doet het allemaal met flair, met dat fors toch gouden stemgeluid van hem en met een gedreven weidse sound die het midden houdt tussen die van Bruce Springsteen, The War On Drugs en The Killers. Niet toevallig, de naam van die door hem bewonderde Bruce is er trouwens een die hem al vanaf dag één achtervolgt en de schurende Clarence Clemons-saxofoon hoor je ook al vanaf de openende titelsong. Ook de hoofdman van The War On Drugs, Adam Granduciel, zit om alles mooi te bevestigen zelfs als producer mee achter de knoppen. Gewoon onmogelijk om ook diens brede epiek vanaf noot één al niet te herkennen.
Fender's songs zijn persoonlijke zoekende getuigenissen en het is daarbij dan wel de vraag in hoeverre hij met zijn huidige roem al aan zijn lang gedroomde geluk heeft mogen tippen. In 2022 moest hij er immers al even uit omdat al die ontwortelende ervaringen en torenhoge verwachtingen hem carrément dreigden te fnuiken.
De song 'TV Dinner' is in dat verband in zijn droevige herinnering aan wat Amy Winehouse overkwam een regelrecht striemende vingerwijzing naar de toxische uitwassen van de muziekindustrie. Schitterend episch opgebouwd nummer overigens, met zwart zwevende piano, dreigende violen en verre trompet. Fender's vocalen debiteren eerst haastig, magistraal zwelt dan zijn tenor mee aan met de dramatisch uitzwermende arrangementen. Een eigen muzikale kant van Sam Fender die op 'People Watching' al eens op die andere manier groot komt opduiken.
Maar wees voorbereid, Sam Fender savoureer je dus desnoods tegelijk met het tekstblad erbij. Vanaf de groovy titelsong mag je zijn lyrics vooral ook heel letterlijk als 'people watching' zien, observeren als ware het zijn ontsnappingsroute. Zijn verhalen schreeuwen de desillusie uit van de onoverwinnelijkheid, samen met de depri-twijfel of deze wereld het sowieso waard kan zijn om van te dromen. Ook die stevige opener is een prachtcompositie vol herinneringen aan zijn jeugd, gekoppeld aan de dood van de persoon die er als een moeder voor hem was, helemaal tegen de achtergrond van een kreupel eiland in een onrustige tijd.
Vervolgens zoomt het gelaagde 'Chin Up' in op de sociale misère van zovelen van zijn werkende klasse, zijn meest dierbaren incluis. Een ontroerend folky nummer dat gaandeweg afkoeling gaat zoeken in een bad van strijkers.
Ander hoogtepunt, over jeugdherinneringen die pijnigen als tinnitus, is het uitgestrekte 'Rein Me In', met op een mooie baslijn bijna folky meedansende pianotoetsen. Ook 'Nostalgia's Lie' is groots, sierlijk en weemoedig tegelijk, een troostend topnummer vol subtiliteit.
Het verfijnde 'Wild Long Lie' is dan zes minuten lang raak getypeerde bedenkingen over Fender die zijn thuisbiotoop heeft verlaten en stilstaat bij 'die tijd van het jaar waarin je verleden thuiskomt'. Akoestisch gedreven met statige The Cure-pianoakkoorden en weer die opduikende sax-sirenes.
Andere geweldige nummers zijn het swingend pompende anthem 'Arm's Length' en de politieke afbrander 'Crumbling Empire' met andermaal in zijn somptueuze gitaren en synths de vibes verzameld van The Boss en The War On Drugs.
'Little Bit Closer' klinkt expansief en weelderig in zijn soundscape met zwervende gitaren en Fender die daarbinnen weer ontwapenend eerlijk is en ontroerend in de analyse van zijn ziel en de bredere maatschappelijke context.
Nog een topper met het hele Springsteen-instrumentarium in stelling, het louterende 'Something Heavy'. Het vertrekt relaxt, maar het ontlaadt zijn opwinding en energie pas helemaal op het einde. 'Remember My Name' is om af te ronden, een atypische finale song als een hemels oratorium voor orgel en blazers. Fender zoekt er, als soleert hij in de opera, zijn hoogste, waardigste registers op. Tenslotte richt hij zich in een pakkend eerbetoon tot familie en grootouders.
Sam Fender is een getalenteerde songwriter pur sang begiftigd met een pure rockstrot. Hij weet daarmee zijn catchy verhaal vast te leggen in zoveel schitterend gelaagde tableautjes vol innemende gitaarrifs, harmonicaatjes en blazers. 'People Watching' bevestigt dat hij er na zijn persoonlijke dip dan toch weer helemaal staat. Een bevlogen mannetje om vanaf nu nooit meer te skippen. Straks passeert hij weer Rock Werchter 2025 bijvoorbeeld. Alleen al om te constateren of hij ook als headliner intussen die superlatieve vergelijkingen met de allergrootsten waardig doorstaat. Zijn 'dancing in the dark'-periode is nu eenmaal verrassend vlug aan hem voorbijgegaan. Dit 'People Watching' doet het beste verhopen.
Opvallend, ondanks zijn hartbrekende eerlijke verhalen of al zijn bijtende, immer authentieke boodschappen over de na de brexit nog triestere britse uithoeken is dit dus dan toch een man die met diepgaand, ernstig materiaal gemaakt lijkt voor de meest Brits mogelijke heartlandrock en de wild met hem meedeinende stadions.
Hij doet het allemaal met flair, met dat fors toch gouden stemgeluid van hem en met een gedreven weidse sound die het midden houdt tussen die van Bruce Springsteen, The War On Drugs en The Killers. Niet toevallig, de naam van die door hem bewonderde Bruce is er trouwens een die hem al vanaf dag één achtervolgt en de schurende Clarence Clemons-saxofoon hoor je ook al vanaf de openende titelsong. Ook de hoofdman van The War On Drugs, Adam Granduciel, zit om alles mooi te bevestigen zelfs als producer mee achter de knoppen. Gewoon onmogelijk om ook diens brede epiek vanaf noot één al niet te herkennen.
Fender's songs zijn persoonlijke zoekende getuigenissen en het is daarbij dan wel de vraag in hoeverre hij met zijn huidige roem al aan zijn lang gedroomde geluk heeft mogen tippen. In 2022 moest hij er immers al even uit omdat al die ontwortelende ervaringen en torenhoge verwachtingen hem carrément dreigden te fnuiken.
De song 'TV Dinner' is in dat verband in zijn droevige herinnering aan wat Amy Winehouse overkwam een regelrecht striemende vingerwijzing naar de toxische uitwassen van de muziekindustrie. Schitterend episch opgebouwd nummer overigens, met zwart zwevende piano, dreigende violen en verre trompet. Fender's vocalen debiteren eerst haastig, magistraal zwelt dan zijn tenor mee aan met de dramatisch uitzwermende arrangementen. Een eigen muzikale kant van Sam Fender die op 'People Watching' al eens op die andere manier groot komt opduiken.
Maar wees voorbereid, Sam Fender savoureer je dus desnoods tegelijk met het tekstblad erbij. Vanaf de groovy titelsong mag je zijn lyrics vooral ook heel letterlijk als 'people watching' zien, observeren als ware het zijn ontsnappingsroute. Zijn verhalen schreeuwen de desillusie uit van de onoverwinnelijkheid, samen met de depri-twijfel of deze wereld het sowieso waard kan zijn om van te dromen. Ook die stevige opener is een prachtcompositie vol herinneringen aan zijn jeugd, gekoppeld aan de dood van de persoon die er als een moeder voor hem was, helemaal tegen de achtergrond van een kreupel eiland in een onrustige tijd.
Vervolgens zoomt het gelaagde 'Chin Up' in op de sociale misère van zovelen van zijn werkende klasse, zijn meest dierbaren incluis. Een ontroerend folky nummer dat gaandeweg afkoeling gaat zoeken in een bad van strijkers.
Ander hoogtepunt, over jeugdherinneringen die pijnigen als tinnitus, is het uitgestrekte 'Rein Me In', met op een mooie baslijn bijna folky meedansende pianotoetsen. Ook 'Nostalgia's Lie' is groots, sierlijk en weemoedig tegelijk, een troostend topnummer vol subtiliteit.
Het verfijnde 'Wild Long Lie' is dan zes minuten lang raak getypeerde bedenkingen over Fender die zijn thuisbiotoop heeft verlaten en stilstaat bij 'die tijd van het jaar waarin je verleden thuiskomt'. Akoestisch gedreven met statige The Cure-pianoakkoorden en weer die opduikende sax-sirenes.
Andere geweldige nummers zijn het swingend pompende anthem 'Arm's Length' en de politieke afbrander 'Crumbling Empire' met andermaal in zijn somptueuze gitaren en synths de vibes verzameld van The Boss en The War On Drugs.
'Little Bit Closer' klinkt expansief en weelderig in zijn soundscape met zwervende gitaren en Fender die daarbinnen weer ontwapenend eerlijk is en ontroerend in de analyse van zijn ziel en de bredere maatschappelijke context.
Nog een topper met het hele Springsteen-instrumentarium in stelling, het louterende 'Something Heavy'. Het vertrekt relaxt, maar het ontlaadt zijn opwinding en energie pas helemaal op het einde. 'Remember My Name' is om af te ronden, een atypische finale song als een hemels oratorium voor orgel en blazers. Fender zoekt er, als soleert hij in de opera, zijn hoogste, waardigste registers op. Tenslotte richt hij zich in een pakkend eerbetoon tot familie en grootouders.
Sam Fender is een getalenteerde songwriter pur sang begiftigd met een pure rockstrot. Hij weet daarmee zijn catchy verhaal vast te leggen in zoveel schitterend gelaagde tableautjes vol innemende gitaarrifs, harmonicaatjes en blazers. 'People Watching' bevestigt dat hij er na zijn persoonlijke dip dan toch weer helemaal staat. Een bevlogen mannetje om vanaf nu nooit meer te skippen. Straks passeert hij weer Rock Werchter 2025 bijvoorbeeld. Alleen al om te constateren of hij ook als headliner intussen die superlatieve vergelijkingen met de allergrootsten waardig doorstaat. Zijn 'dancing in the dark'-periode is nu eenmaal verrassend vlug aan hem voorbijgegaan. Dit 'People Watching' doet het beste verhopen.
Sam Fender - Seventeen Going Under (2021)

4,0
2
geplaatst: 12 oktober 2021, 08:53 uur
Goed, cliché, maar 't leven passeert maar zelden over rozen, toch? Neem nu Sam Fender, precies zo herinnert ie zich z'n jeugdjaren. In het verarmde Engeland van het grijze North Shields, middenin z'n door politiek en media vergeten klasse verarmden. Pesten, gewelddadigheid, z'n zoektocht naar identiteit, de broeihaard van zich vormende relaties, omgang met leven, dood, verdriet, spijt, woede, faalangst, zelfhaat, zelfmoordgedachten. Familiaal dan ook nog een stroeve relatie met z'n pa, strijd van zijn ma tegen een door de overheid miskende ongeneeslijke ziekte. Helemaal eenzaam daar middenin, een hulpeloze Sam... 17 jaar, 'Seventeen Going Under'. Jeetje!
Vandaar begrijpelijk dat een laag zelfbeeld lang doorzweemde tijdens zijn groei naar volwassenheid. Zelfs het plotse grote succes leverde hem eerst slechts Impostersyndroomgevoelens. Wanneer barst die zeepbel? Wanneer volgt de ontmaskering?
Het zij zo, maar van deze tweede maakt hij met al dat ongerief, met die gitaar en die engelenstem van hem, dan toch wel een mooie, heel sterke verwerkingsplaat, meer, hij balt voor iedereen de vuist. 'Seventeen Going Under' is het afsluiten van die negatieve periode vol strijd. In de plaats nu een met empathie gevulde reikende hand, troostend voor wie de zelfkant van de gemeenschap is ingeschopt. Tegelijk volgt het aan de kaak stellen van wereldwijd onrecht, sociale hypocrisie, van walgelijke Jeffrey Epstein-sujetten ('Aye').
Zonder meer ijzersterk grijpt daarbij gitaarman Fender onmiddellijk de volle aandacht. Vanaf het openingsnummer 'Seventeen Going Under', spreidt hij, uptempo een kingsizebedje The War On Drugs, overdekt met Springsteensax. Song twee, 'Get Started' is zelfs helemaal vintage The War On Drugs. Evengoed zijn The Killers heel dichtbij. Met nu ook nog wat bevallige strijkers en tokkels piano her en der kneedt hij verder aan z'n succesvolle, hartverwarmende sound.
Kleppers zijn vanzelfsprekend de vooruitgeschoven singles. Het titelnummer, luistert als een open boek. Op een militant punkrock-ritme, 'Aye', doorleefde protestsong bij uitstek. Een stuiterend 'Get You Down', weer zeer persoonlijk. Sam's eigen favoriet, het emotionele 'Spit Of You'. Vergeet ook niet 'The Leveller', meest persoonlijke vechtlied, op sneltreinritme en prachtig Queenesk ingezongen. Of de schitterend geïmproviseerde Fender-geluidsmuur in 'Mantra', de sociopatensong. En die extatisch rushende Springsteen-rocker 'Paradigms', pleidooi voor eigenwaarde, vocaal ondersteund door een koor van niet toevallig 17 thuisvrienden. Of het ontroerende 'The Dying Light', episch overlevingslied, weer met zware Springsteen-inslag.
Onwaarschijnlijk dat onder een warm en zelfs vrolijk klinkend album als dit, met een set van hoogstaande meezingsongs, rockers en ballads, zo ambigu ook een even grote hoeveelheid confronterend gevoel en diepe menselijkheid schuilgaat. Uitmuntende muziek met aangrijpende boodschap, met een hart onder de riem, niet alleen voor zijn hometown, maar evenzeer voor de wereld. Uitbundig. Introspectief. Combattant. Rockplaat. Luisterplaat. Een weelde!
Heeft als songcomponist tegelijk goed geleerd van de rockgroten. Sam Fender is tijdens zijn muzikale reis, opzienbarend, ook daar een grote jongen geworden. Echte dubbelslag, dit coming of age.
Vandaar begrijpelijk dat een laag zelfbeeld lang doorzweemde tijdens zijn groei naar volwassenheid. Zelfs het plotse grote succes leverde hem eerst slechts Impostersyndroomgevoelens. Wanneer barst die zeepbel? Wanneer volgt de ontmaskering?
Het zij zo, maar van deze tweede maakt hij met al dat ongerief, met die gitaar en die engelenstem van hem, dan toch wel een mooie, heel sterke verwerkingsplaat, meer, hij balt voor iedereen de vuist. 'Seventeen Going Under' is het afsluiten van die negatieve periode vol strijd. In de plaats nu een met empathie gevulde reikende hand, troostend voor wie de zelfkant van de gemeenschap is ingeschopt. Tegelijk volgt het aan de kaak stellen van wereldwijd onrecht, sociale hypocrisie, van walgelijke Jeffrey Epstein-sujetten ('Aye').
Zonder meer ijzersterk grijpt daarbij gitaarman Fender onmiddellijk de volle aandacht. Vanaf het openingsnummer 'Seventeen Going Under', spreidt hij, uptempo een kingsizebedje The War On Drugs, overdekt met Springsteensax. Song twee, 'Get Started' is zelfs helemaal vintage The War On Drugs. Evengoed zijn The Killers heel dichtbij. Met nu ook nog wat bevallige strijkers en tokkels piano her en der kneedt hij verder aan z'n succesvolle, hartverwarmende sound.
Kleppers zijn vanzelfsprekend de vooruitgeschoven singles. Het titelnummer, luistert als een open boek. Op een militant punkrock-ritme, 'Aye', doorleefde protestsong bij uitstek. Een stuiterend 'Get You Down', weer zeer persoonlijk. Sam's eigen favoriet, het emotionele 'Spit Of You'. Vergeet ook niet 'The Leveller', meest persoonlijke vechtlied, op sneltreinritme en prachtig Queenesk ingezongen. Of de schitterend geïmproviseerde Fender-geluidsmuur in 'Mantra', de sociopatensong. En die extatisch rushende Springsteen-rocker 'Paradigms', pleidooi voor eigenwaarde, vocaal ondersteund door een koor van niet toevallig 17 thuisvrienden. Of het ontroerende 'The Dying Light', episch overlevingslied, weer met zware Springsteen-inslag.
Onwaarschijnlijk dat onder een warm en zelfs vrolijk klinkend album als dit, met een set van hoogstaande meezingsongs, rockers en ballads, zo ambigu ook een even grote hoeveelheid confronterend gevoel en diepe menselijkheid schuilgaat. Uitmuntende muziek met aangrijpende boodschap, met een hart onder de riem, niet alleen voor zijn hometown, maar evenzeer voor de wereld. Uitbundig. Introspectief. Combattant. Rockplaat. Luisterplaat. Een weelde!
Heeft als songcomponist tegelijk goed geleerd van de rockgroten. Sam Fender is tijdens zijn muzikale reis, opzienbarend, ook daar een grote jongen geworden. Echte dubbelslag, dit coming of age.
Sarin - You Can't Go Back (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 april 2021, 15:56 uur
Een stevig potje post-metal dat zich ruig en krachtig, instrumentaal of grommend, door iedere eigentijdse frustratie heen zal weten te beuken. Kunnen daarmee mooi naast Cult Of Luna of de Vlaamse Stake en Amenra gaan staan.
Selah Sue - Persona (2022)

4,0
0
geplaatst: 30 maart 2022, 17:48 uur
Ze is één van de grote dames van de Belgische popmuziek intussen, Selah Sue. Maar toch was na zeven jaar, op een korte 'Bedroom'-lockdown-ep na, toch ook zij aan een inhaalbeweging toe. En geef nu toe, met deze nieuwe derde van haar komt ze weer glansrijk langs de grote poort naar binnen.
Nog steeds is ze singersongwriter én dansvloerdiva ineen, maakt ze zoals steeds onverwacht mooie melodische, meerstijlige pop, soul, funk, r&b, jazz en meer, maar met nu vooral meer klemtoon op rap. Hiphop op z'n Selah Sue's, het gaat haar wel heel goed af. Solo in opener 'Kingdom' of verder met rappers TOBi, Damso en Mick Jenkins. Nu, bijna alles wat ze in haar mix bereidt blijft dansbaar en omdat dit dan bij haar ook nog zo perfect mogelijk moet klinken liet ze zich tijdens haar huisvlijt, samen met haar bandgenoot-partner, via lange-afstandsamenwerkingen assisteren door niet de allerminsten. Naast de guests bij de duetten, zijn het tal van gedegen vaklui uit de kring van Prince, Anderson.Paak, Pharrel, Kanye West en Lizzo.
Selah Sue oogde al altijd als het bevallig stralend blitsmeisje met het hooimijtkapsel, vol vrijheid, blijheid, maar binnenin huisden er toch behoorlijk wat kwalijke demonen en vooral weemoedigheid. Die teisterden de nochtans nuchtere dame met het gouden hart op de tong al jarenlang en houden haar breekbaar. Ouder wordend heeft ze er intussen wel geen taboes meer over, legt ze je desgevraagd uitvoerig haar ziel bloot, over haar migraine ooit en haar chronisch depressieve aard. De nieuwe plaattitel werd overigens zo uit haar 'Voice Dialogue'-therapie overgenomen. 'Persona', songs krijgen stem als aparte deeltjes van haar persoonlijkheid: Selah Sue, de introspectieve, melancholische, apathische, onzekere, assertieve, activistische, bezorgde, hedonistische, verzoenende, (zelf)kritische, scherpe, aandacht zoekende, verliefde... Een mens is verzameling van zijn personalities en enkel aanvaarding van elk ervan afzonderlijk leidt je uit de kwelling naar nieuwe evenwichten. Zo is 'Selah Sue-Sanne Putseys' dus vrouw met meerdere gezichten. Zowel gedreven muzikante die alles met sfeer en charme inpakt als zorgzame mama van twee koters, zowel vrouw, liefdevol in de omgang als zelf altijd vol liefde zoekend. Maar ook vrouw, kattig, pissig tot bitcherig, zo vurig dat mogelijks de micro ervan wordt doorgeschreeuwd. Alle facetten zitten ergens verborgen in deze 'Persona'. Dat ze er voor het brengen ervan met tomeloze energie tegenaan gaat, zal je hier dus straks gehoord hebben.
Een ongekend losbrandende Selah Sue in opener 'Kingdom'. Elektronische wirwar, kraaiachtig gekrijs, eventjes een verfoeide lockdown assertief afsluiten, het leidt tot haar eerste sprankelend gevocoderde hiphop. Uitblazertje daaropvolgend 'Hurray', song met de criticus en de aandachtzoeker, over oordelen op sociale media, maar daar zelf ook wel bevestigd willen zijn, rustige jazzy samenzinger met de Nigeriaans-Canadese rapper TOBi, met terecht applaussampletje op het einde.
Sleutelnummer 'Try to Make Friends', een beat, geweldige bas en Selah Sue's wanhopig gevecht om haar angsten te vriend te maken en de crash te vermijden. Het uptempo 'Pills'. Selah Sue's apathiesong of haar gevecht met de antidepressiva. Intussen wijdbekend verhaal dat ze haar zombiemakers uiteindelijk alle afzwoor om in de therapie over te schakelen naar psychedelica. De feestelijke sound van 'Pills' is trouwens compleet tegengesteld aan de lome lyrics en haar depri-performance in haar dance-clip.
'Wanted You to Know', hier met haar melancholische en onafhankelijke zelf, trap swingduet met in 't frans rappende Damso.
'There Comes a Day', kermerkende Selah-Sue-soul met weer een hoofdrol voor haar energieke, emotionele sopraan en blazers.
De relaxte blues van 'All the Way Down', song vol pijn, de verzoener aan het woord, over veroordelen en gebrek aan empathie waar het toch nodig was, rustige ballad die onderlijnt hoe flexibel die soulstem van haar wel is en hoe emotioneel, als een perswee, die waar nodig in eenzelfde song kan uithalen. Prima uitgeleid door bas en drums.
Het zinnelijke 'Catch My Drift', opnieuw gepassioneerde soul zoals die enkel uit Selah Sue's songwriterspen kan vloeien, met lieflijk blazerstunetje.
Soulballad 'Twice a Day', over angst en schaamte die plots kunnen overvallen, met passend droeve galmende pianonoten. De zwoele neo-soul-lovesong 'Celebrate', fraai samen met de Amerikaanse rapper Mick Jenkins. Het dreigend oplopende funkrocker 'Karma', stompend basgeluid en strijkers in de strofen, snerende gitaar in het refrein, Selah Sue's bijtend fulminerende anti-Trump-song. 'Full of Life', enige song over hoop en moederliefde voor haar kids. Zo goed voor haar mental state, het kunnen overleven in een coconnetje.
Ook na dit derde album, blijft de legende hier dus overeind. Van de jonge gracieuze Belgische artieste waarover haar grootste genregenoot zich toendertijd ontfermde, die haar meteen een droomtoekomst toedichtte, nadat ie het soulzangeresje op haar podium gewoon muziek zag ademen, nadat ie overweldigd raakte door de vibes die ze zo verrassend natuurlijk uitstraalde. Niet verwonderlijk. De man zo laaiend over haar dat ze zelfs onmiddellijk in zijn voorprogramma kwam, die kleurrijke Prince, was ook zelf man van vele stijlen, had, net als de frele Selah Sue, evenveel 'Persona' en demonen in z'n tengere lijf.
Nog steeds is ze singersongwriter én dansvloerdiva ineen, maakt ze zoals steeds onverwacht mooie melodische, meerstijlige pop, soul, funk, r&b, jazz en meer, maar met nu vooral meer klemtoon op rap. Hiphop op z'n Selah Sue's, het gaat haar wel heel goed af. Solo in opener 'Kingdom' of verder met rappers TOBi, Damso en Mick Jenkins. Nu, bijna alles wat ze in haar mix bereidt blijft dansbaar en omdat dit dan bij haar ook nog zo perfect mogelijk moet klinken liet ze zich tijdens haar huisvlijt, samen met haar bandgenoot-partner, via lange-afstandsamenwerkingen assisteren door niet de allerminsten. Naast de guests bij de duetten, zijn het tal van gedegen vaklui uit de kring van Prince, Anderson.Paak, Pharrel, Kanye West en Lizzo.
Selah Sue oogde al altijd als het bevallig stralend blitsmeisje met het hooimijtkapsel, vol vrijheid, blijheid, maar binnenin huisden er toch behoorlijk wat kwalijke demonen en vooral weemoedigheid. Die teisterden de nochtans nuchtere dame met het gouden hart op de tong al jarenlang en houden haar breekbaar. Ouder wordend heeft ze er intussen wel geen taboes meer over, legt ze je desgevraagd uitvoerig haar ziel bloot, over haar migraine ooit en haar chronisch depressieve aard. De nieuwe plaattitel werd overigens zo uit haar 'Voice Dialogue'-therapie overgenomen. 'Persona', songs krijgen stem als aparte deeltjes van haar persoonlijkheid: Selah Sue, de introspectieve, melancholische, apathische, onzekere, assertieve, activistische, bezorgde, hedonistische, verzoenende, (zelf)kritische, scherpe, aandacht zoekende, verliefde... Een mens is verzameling van zijn personalities en enkel aanvaarding van elk ervan afzonderlijk leidt je uit de kwelling naar nieuwe evenwichten. Zo is 'Selah Sue-Sanne Putseys' dus vrouw met meerdere gezichten. Zowel gedreven muzikante die alles met sfeer en charme inpakt als zorgzame mama van twee koters, zowel vrouw, liefdevol in de omgang als zelf altijd vol liefde zoekend. Maar ook vrouw, kattig, pissig tot bitcherig, zo vurig dat mogelijks de micro ervan wordt doorgeschreeuwd. Alle facetten zitten ergens verborgen in deze 'Persona'. Dat ze er voor het brengen ervan met tomeloze energie tegenaan gaat, zal je hier dus straks gehoord hebben.
Een ongekend losbrandende Selah Sue in opener 'Kingdom'. Elektronische wirwar, kraaiachtig gekrijs, eventjes een verfoeide lockdown assertief afsluiten, het leidt tot haar eerste sprankelend gevocoderde hiphop. Uitblazertje daaropvolgend 'Hurray', song met de criticus en de aandachtzoeker, over oordelen op sociale media, maar daar zelf ook wel bevestigd willen zijn, rustige jazzy samenzinger met de Nigeriaans-Canadese rapper TOBi, met terecht applaussampletje op het einde.
Sleutelnummer 'Try to Make Friends', een beat, geweldige bas en Selah Sue's wanhopig gevecht om haar angsten te vriend te maken en de crash te vermijden. Het uptempo 'Pills'. Selah Sue's apathiesong of haar gevecht met de antidepressiva. Intussen wijdbekend verhaal dat ze haar zombiemakers uiteindelijk alle afzwoor om in de therapie over te schakelen naar psychedelica. De feestelijke sound van 'Pills' is trouwens compleet tegengesteld aan de lome lyrics en haar depri-performance in haar dance-clip.
'Wanted You to Know', hier met haar melancholische en onafhankelijke zelf, trap swingduet met in 't frans rappende Damso.
'There Comes a Day', kermerkende Selah-Sue-soul met weer een hoofdrol voor haar energieke, emotionele sopraan en blazers.
De relaxte blues van 'All the Way Down', song vol pijn, de verzoener aan het woord, over veroordelen en gebrek aan empathie waar het toch nodig was, rustige ballad die onderlijnt hoe flexibel die soulstem van haar wel is en hoe emotioneel, als een perswee, die waar nodig in eenzelfde song kan uithalen. Prima uitgeleid door bas en drums.
Het zinnelijke 'Catch My Drift', opnieuw gepassioneerde soul zoals die enkel uit Selah Sue's songwriterspen kan vloeien, met lieflijk blazerstunetje.
Soulballad 'Twice a Day', over angst en schaamte die plots kunnen overvallen, met passend droeve galmende pianonoten. De zwoele neo-soul-lovesong 'Celebrate', fraai samen met de Amerikaanse rapper Mick Jenkins. Het dreigend oplopende funkrocker 'Karma', stompend basgeluid en strijkers in de strofen, snerende gitaar in het refrein, Selah Sue's bijtend fulminerende anti-Trump-song. 'Full of Life', enige song over hoop en moederliefde voor haar kids. Zo goed voor haar mental state, het kunnen overleven in een coconnetje.
Ook na dit derde album, blijft de legende hier dus overeind. Van de jonge gracieuze Belgische artieste waarover haar grootste genregenoot zich toendertijd ontfermde, die haar meteen een droomtoekomst toedichtte, nadat ie het soulzangeresje op haar podium gewoon muziek zag ademen, nadat ie overweldigd raakte door de vibes die ze zo verrassend natuurlijk uitstraalde. Niet verwonderlijk. De man zo laaiend over haar dat ze zelfs onmiddellijk in zijn voorprogramma kwam, die kleurrijke Prince, was ook zelf man van vele stijlen, had, net als de frele Selah Sue, evenveel 'Persona' en demonen in z'n tengere lijf.
Self Esteem - Prioritise Pleasure (2021)

4,0
3
geplaatst: 12 november 2021, 13:55 uur
"Als we worden benaderd door een groep mannen, zullen we blaffen als honden. Er is niets wat een man meer schrik aanjaagt dan een vrouw die volledig gestoord lijkt." Als hart onder de riem voor lotsgenoten opent Rebecca Taylor haar plaat met de langzame beat van het aanrandingsnummer 'I'm Fine'. Licht cynische songtitel over een persoonlijke traumatische gebeurtenis in de relatiesfeer en haar vastberadenheid om voor haar onafhankelijkheid en seksualiteit te vechten tot ze alles weer helemaal in eigen handen heeft.
Rebecca Taylor ademt nu zelfvertrouwen, 'self esteem'... Ze is intussen een rebelse tafelspringende Amerikaanse singer-songwriter. Ze ontpopt zich op haar tweede plaat tot een progressieve blijmakende popzangeres, een die zich tegelijk engageert tot het open en bloot brengen van diep emotionele boodschappen. Slaat daarbij vrij en vrank nagels met koppen. Op haar plaat valt gewoonweg niks te skippen, perfect weet ze hoe een geniaal nummer moet klinken. Songs voor de hitparade, songs voor de besloten intimiteit, het klopt gewoon. Je krijg pop, r&b, soul, gospel, snelle beats, veelal in een ongehoorde electronische aankleding.
Jawel, door haar voorgeschiedenis erfde ze een onzeker kantje. Ze verkeerde zelf jaren in volle twijfel, stond op de rand van zelfvernietiging. Maar hier weet ze het om te buigen in assertieve erkenning van eigenwaarde, betrokkenheid en levenslust. Met uiteenlopende onderwerpen werpt ze zich op als spreekbuis, uitdagend, vol kwaadheid, voor een zwijgende massa ondergeschikte vrouwen. Ze voert een opbouwend pleidooi voor betere samenlevingsnormen. Maar ze doet dit onuitgegeven right in the face.
Na opener 'I'm Fine' komt up-en-downsong 'Fucking Wizardry', over Rebecca's ups en downs, onderstreept door een in extase orgelend koor. Het sexy stuwende 'Prioritise Pleasure', the song dan. Al linken alle songs naar elkaar, deze vreugdevolle springer, dreunende clubbeat met schelschurende electronica, is de prototypesong van de plaat. Seks, zelfgevoel, liefdesverdriet en opstandigheid, het keert in choreografie overal in terug. Als in een uitgelaten gospel wordt er vrijheid uitgezongen.
Prachtige knuffelsong 'I Do This All The Time', bevat nogmaals de plaattitel. Een in uitdagende praatzang verpakte song, samen met backgroundzangeressen en strijkers, over hoe moeilijk het is om samen gewoon mens te zijn. Het hart onder de riem voor de wereld spat uit de video. Je voelt de vibes van 'Dirrty' van Christina Aguilera. Meidenpopsong 'Moody', zonder opsmuk, Rebecca's realistische relatiesong, r&b-pop geinspireerd op 'We Found Love' van Rihanna.
De op Rebecca's voortdurende rockdrumroffel drijvende woede van 'How Can I Help You' neemt de typering van vrouwen door mannen op de korrel.
'Prioritise Pleasure'. Een compromisloos persoonlijk manifest voor anderen, eerlijk, vol gratie, humor en power. Verpakt in inventieve pop, r&b, rock, gospel. Met mooie harmonieën en spoken word. Vol percussie, verrassende, soms dissonante geluiden, instrumenten.
Prachtplaat. Hoe subversief ook, ze blijft zo attractief en vreugdevol.
Blijft de vraag, wat met de thematiek, pakkend zeker, maar voor het overige eerder ver Amerikaans? Of toch een universele plaat over vrouw-zijn? En dus om er overal zonen en dochters mee op te voeden.
Rebecca Taylor ademt nu zelfvertrouwen, 'self esteem'... Ze is intussen een rebelse tafelspringende Amerikaanse singer-songwriter. Ze ontpopt zich op haar tweede plaat tot een progressieve blijmakende popzangeres, een die zich tegelijk engageert tot het open en bloot brengen van diep emotionele boodschappen. Slaat daarbij vrij en vrank nagels met koppen. Op haar plaat valt gewoonweg niks te skippen, perfect weet ze hoe een geniaal nummer moet klinken. Songs voor de hitparade, songs voor de besloten intimiteit, het klopt gewoon. Je krijg pop, r&b, soul, gospel, snelle beats, veelal in een ongehoorde electronische aankleding.
Jawel, door haar voorgeschiedenis erfde ze een onzeker kantje. Ze verkeerde zelf jaren in volle twijfel, stond op de rand van zelfvernietiging. Maar hier weet ze het om te buigen in assertieve erkenning van eigenwaarde, betrokkenheid en levenslust. Met uiteenlopende onderwerpen werpt ze zich op als spreekbuis, uitdagend, vol kwaadheid, voor een zwijgende massa ondergeschikte vrouwen. Ze voert een opbouwend pleidooi voor betere samenlevingsnormen. Maar ze doet dit onuitgegeven right in the face.
Na opener 'I'm Fine' komt up-en-downsong 'Fucking Wizardry', over Rebecca's ups en downs, onderstreept door een in extase orgelend koor. Het sexy stuwende 'Prioritise Pleasure', the song dan. Al linken alle songs naar elkaar, deze vreugdevolle springer, dreunende clubbeat met schelschurende electronica, is de prototypesong van de plaat. Seks, zelfgevoel, liefdesverdriet en opstandigheid, het keert in choreografie overal in terug. Als in een uitgelaten gospel wordt er vrijheid uitgezongen.
Prachtige knuffelsong 'I Do This All The Time', bevat nogmaals de plaattitel. Een in uitdagende praatzang verpakte song, samen met backgroundzangeressen en strijkers, over hoe moeilijk het is om samen gewoon mens te zijn. Het hart onder de riem voor de wereld spat uit de video. Je voelt de vibes van 'Dirrty' van Christina Aguilera. Meidenpopsong 'Moody', zonder opsmuk, Rebecca's realistische relatiesong, r&b-pop geinspireerd op 'We Found Love' van Rihanna.
De op Rebecca's voortdurende rockdrumroffel drijvende woede van 'How Can I Help You' neemt de typering van vrouwen door mannen op de korrel.
'Prioritise Pleasure'. Een compromisloos persoonlijk manifest voor anderen, eerlijk, vol gratie, humor en power. Verpakt in inventieve pop, r&b, rock, gospel. Met mooie harmonieën en spoken word. Vol percussie, verrassende, soms dissonante geluiden, instrumenten.
Prachtplaat. Hoe subversief ook, ze blijft zo attractief en vreugdevol.
Blijft de vraag, wat met de thematiek, pakkend zeker, maar voor het overige eerder ver Amerikaans? Of toch een universele plaat over vrouw-zijn? En dus om er overal zonen en dochters mee op te voeden.
serpentwithfeet - Deacon (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 april 2021, 15:34 uur
Pop/R&B in 'n vernieuwend jasje. Met inspirerende songs zo teder en klein gezongen dat ze als een warme deken over je heen vallen. Hooglied van romantiek én aanvaarding van de (zwarte) herenliefde. Met sterren overladen.
Shapeshifted - Gimme Rock'N'Roll (2023)

4,0
4
geplaatst: 6 november 2023, 17:51 uur
De artiesten die ons tot groot genoegen dag in dag uit zomaar met hun fijne muziekkunst verblijden, je vindt ze in geuren en kleuren, tot aan de uiteinden van alle spectra. Halen we er nu zo, tijdens die momentumweken waarin het hitalbum 'Hackney Diamonds' van The Rolling Stones nog wordt grijsgedraaid, even de steeds krimpender krans der bluesrockers bij... Zijn daar uiteraard ten overvloede de bejubelden en de altijd druk becommentarieerden als The Stones zelf, maar op eenzelfde warme lijn bevinden zich verder evenzeer de nog goed bewaarde geheimen als die van Shapeshifted. Die met tal van anderen tot de artiesten behoren die zich inmiddels zelfs nog niet van de lockdownklap hebben hersteld. Die, in het geval van Shapeshifted, aldaar in Gent uiteraard nooit van hetzelfde licht van de zon zullen genieten, maar die niettemin, album na album, tot in hart en nieren even onverminderd door passie en talent worden voortgedreven. Mannen van Shapeshifted, wiens namen in de belpophistorie toch ook al wat belletjes laten rinkelen, omwille van hun uitlopers tot bij The Scabs, Red Zebra, An Pierlé of Derek and the Dirt en zo nog een paar anderen. In wiens eigen kleine bandgeschiedenis er bovendien evengoed al memorabele hoogtepunten te sprokkelen vielen. Als die keer omwille van de eervolle vermelding voor hun (nog altijd) topsingle 'Spit It Out' van hun vorig album. Vanwege de Italiaanse Rolling Stone dan nog, jawel, in wiens jaarranking ze ooit binnenin de top 10 werden gestemd tussen niet de minsten. Of door Virgin Radio Italy waar ze zelfs een half jaar de top 20 afscheerden. Italië, waaruit ze overigens nog steeds een deel van hun internationale fanbase genereren.
Eigenlijk staat Shapeshifted's naam niet echt voor wat ze doen. Erg weinig shapeshifting hier, want sedert hun ontstaan zijn ze nooit bepaald helemaal 'van vorm veranderd'. Integendeel, al die tijd zijn frontman-singer-songwriter Marc Van der Eecken en zijn mannen consistent heel dichtbij hun coresound gebleven, bij het onderdeel 'rijkelijk dampende rock' dan nog vooral, die rechtstreeks bij The Stones, The Ramones, Iggy Pop en consoorten aanleunt.
Net zo pakken ze nu met hun derde album zelfs des te meer uit met dat passende geluid van vol bevrijdende ontlading, een regelrechte postcorona-rock'n'rollplaat helemaal op speed. Uit de lyrics van het ijzersterke 'Good Times Will Come' weerklinkt dan ook een heus verlossingshymne. Vanaf de met heilig vuur openende single-titelsong 'Gimme Rock'N'Roll', overheen de voortrazende klappers en singles als 'Rock'N'Roll Cities' of het zich veel lager dan vanuit het middenrif verslikkende 'Get High', tot helemaal aan die glorieuze afsluiter, die pure The Stones-energiebooster 'Good Times Will Come'... komt alles er vrijwel zonder adempauze in een geut uitgegulpt. Vooral die aanvangsnummers, verschroeiend overdonderende vintage rock'n'roll met de ongepolijste urgentie van The Sex Pistols in nood. Kunnen we ons bij al deze hete stuff, waarin bedwelmende riffs en adrenalinesolo's je voortdurend gratis rond de oren vliegen, evenwel ook best goed een zoveelste volgende van de Black Box Revelation voorstellen. Want ondanks alle vuigheid Shapeshifted's bluessound eigen klinkt deze voor het podium gemaakte kickass-rock'n'roll nergens aftands en ook op vandaag zelfs heel eigentijds.
De verzamelde genen van Mick Jagger, Guy Swinnen, Jan Paternoster en Iggy Pop wringen zich doorheen de strot van Marc Van der Eecken. Een muzikale aanvoerder en zijn band in voortdurend heessnijdende combat. In de extreme catchiness van die twaalf heerlijk melodieus over je heen rollende opgestoken middenvingers waar dimmen dus nauwelijks aan de orde is. Of het moet dan in 'Next Best Thing' zijn waar ietwat gas wordt teruggenomen. Alhoewel, ja, die tweede helft van het album licht dan toch enigszins anders op, meer puur The Rolling Stones van kleur. Neem het warmbloedige, prachtige 'Sweet Fanny Mae' of een even sterke rythmische soulrocker als 'Ain't No Doubt About It' met een ritmesectie op dreef, beide onvergetelijke singles waarbij je je onmiddellijk een stuiterende Jagger voorstelt. In de begeleidende video's moet je het evenwel met een bevallige schone of met de slanke pasjes van een meute springerige dansmeiden doen.
Shapeshifted is vandaag een door de wol geverfde rockformatie op zijn sterkst. Verre van als coverband te touren, verkiest het gezelschap onkreukbaar om nieuwe songs te brengen die het pure geluid van old skool-rock'n'roll uit vervlogen decennia echt levend houden. Weinig anderen sluiten daarbij zo goed aan bij het werk van hun idolen. Altijd als eerbetoon, zonder poespas, altijd met verve. In tegenstelling tot hun meer diverse vorige album of hun heel recente single 'Stoned Flowers', waar ze bewijzen evengoed met de zachtere blues aan de slag te kunnen, zijn ze op dit 'Gimme Rock'N'Roll' bewust helemaal back to basics gegaan. In originele bezetting de studio in en daar alles zowat live inblikken. Met overweldigend resultaat.
Ondanks een terechte ambitie knallen ze niettemin precies in Vlaanderen en Nederland geheel ten onrechte nog veel te weinig uit de boxen. De wedloop om media-airplay is moordend. Maar intussen laat overal waar het gezelschap live aanmeert hun besmettelijke rechttoe-rechtaan-sound enkel geestdriftigen achter. Ze verdienen dus wel beter, veel beter. Of om even The Stones te parafraseren: "Shapeshifted is only rock'n'roll (but when the hell are we gonna like it)!" Kan het krasse herentrio Jagger-Richards-Wood deze op hen geïnspireerde speed of sound van Shapeshifted trouwens zelf nog bijhouden?
- Get High/
- Sweet Fanny Mae
- Ain't No Doubt About It
- Good Times Will Come/
- Stoned Flowers/
Eigenlijk staat Shapeshifted's naam niet echt voor wat ze doen. Erg weinig shapeshifting hier, want sedert hun ontstaan zijn ze nooit bepaald helemaal 'van vorm veranderd'. Integendeel, al die tijd zijn frontman-singer-songwriter Marc Van der Eecken en zijn mannen consistent heel dichtbij hun coresound gebleven, bij het onderdeel 'rijkelijk dampende rock' dan nog vooral, die rechtstreeks bij The Stones, The Ramones, Iggy Pop en consoorten aanleunt.
Net zo pakken ze nu met hun derde album zelfs des te meer uit met dat passende geluid van vol bevrijdende ontlading, een regelrechte postcorona-rock'n'rollplaat helemaal op speed. Uit de lyrics van het ijzersterke 'Good Times Will Come' weerklinkt dan ook een heus verlossingshymne. Vanaf de met heilig vuur openende single-titelsong 'Gimme Rock'N'Roll', overheen de voortrazende klappers en singles als 'Rock'N'Roll Cities' of het zich veel lager dan vanuit het middenrif verslikkende 'Get High', tot helemaal aan die glorieuze afsluiter, die pure The Stones-energiebooster 'Good Times Will Come'... komt alles er vrijwel zonder adempauze in een geut uitgegulpt. Vooral die aanvangsnummers, verschroeiend overdonderende vintage rock'n'roll met de ongepolijste urgentie van The Sex Pistols in nood. Kunnen we ons bij al deze hete stuff, waarin bedwelmende riffs en adrenalinesolo's je voortdurend gratis rond de oren vliegen, evenwel ook best goed een zoveelste volgende van de Black Box Revelation voorstellen. Want ondanks alle vuigheid Shapeshifted's bluessound eigen klinkt deze voor het podium gemaakte kickass-rock'n'roll nergens aftands en ook op vandaag zelfs heel eigentijds.
De verzamelde genen van Mick Jagger, Guy Swinnen, Jan Paternoster en Iggy Pop wringen zich doorheen de strot van Marc Van der Eecken. Een muzikale aanvoerder en zijn band in voortdurend heessnijdende combat. In de extreme catchiness van die twaalf heerlijk melodieus over je heen rollende opgestoken middenvingers waar dimmen dus nauwelijks aan de orde is. Of het moet dan in 'Next Best Thing' zijn waar ietwat gas wordt teruggenomen. Alhoewel, ja, die tweede helft van het album licht dan toch enigszins anders op, meer puur The Rolling Stones van kleur. Neem het warmbloedige, prachtige 'Sweet Fanny Mae' of een even sterke rythmische soulrocker als 'Ain't No Doubt About It' met een ritmesectie op dreef, beide onvergetelijke singles waarbij je je onmiddellijk een stuiterende Jagger voorstelt. In de begeleidende video's moet je het evenwel met een bevallige schone of met de slanke pasjes van een meute springerige dansmeiden doen.
Shapeshifted is vandaag een door de wol geverfde rockformatie op zijn sterkst. Verre van als coverband te touren, verkiest het gezelschap onkreukbaar om nieuwe songs te brengen die het pure geluid van old skool-rock'n'roll uit vervlogen decennia echt levend houden. Weinig anderen sluiten daarbij zo goed aan bij het werk van hun idolen. Altijd als eerbetoon, zonder poespas, altijd met verve. In tegenstelling tot hun meer diverse vorige album of hun heel recente single 'Stoned Flowers', waar ze bewijzen evengoed met de zachtere blues aan de slag te kunnen, zijn ze op dit 'Gimme Rock'N'Roll' bewust helemaal back to basics gegaan. In originele bezetting de studio in en daar alles zowat live inblikken. Met overweldigend resultaat.
Ondanks een terechte ambitie knallen ze niettemin precies in Vlaanderen en Nederland geheel ten onrechte nog veel te weinig uit de boxen. De wedloop om media-airplay is moordend. Maar intussen laat overal waar het gezelschap live aanmeert hun besmettelijke rechttoe-rechtaan-sound enkel geestdriftigen achter. Ze verdienen dus wel beter, veel beter. Of om even The Stones te parafraseren: "Shapeshifted is only rock'n'roll (but when the hell are we gonna like it)!" Kan het krasse herentrio Jagger-Richards-Wood deze op hen geïnspireerde speed of sound van Shapeshifted trouwens zelf nog bijhouden?
- Get High/
- Sweet Fanny Mae
- Ain't No Doubt About It
- Good Times Will Come/
- Stoned Flowers/
Shirley Davis & The Silverbacks - Keep on Keepin' On (2022)

4,0
1
geplaatst: 5 september 2022, 18:33 uur
Soul- en funkliefhebbers, aan zet hier is een uitmuntende zangeres met rond zich een indrukwekkende zeskoppige Spaanse band die, je kon het uit die hoek nooit vermoeden, de funk- en soulpannen van je dak af speelt. Deze Shirley Davis is in Londen geboren, heeft Jamaicaanse ouders en was als zestienjarige al achtergrondzangeres voor Wilson Pickett. Ze leefde en werkte daarna vele jaren in Australië. Dat ze leadzangeres werd bij The Silverbacks is al bij al één groot toeval. Tijdens een concert van de Queen of Deep Funk Sharon Jones & The Dap-Kings in Madrid, waar ook het Tucxone Records Team aanwezig was, werd Shirley op uitnodiging van Sharon door het publiek op het podium geduwd. Met haar krachtige soulstem straalt ze een onweerstaanbare onbevangen natuurlijkheid uit. Na haar spontane samenzang met de beroemde souldiva van The Dap-Kings wist Tucxone direct hoe laat het was en kreeg ze prompt een contract aangeboden. De rest is geschiedenis. The Silverbacks zijn bovendien zelf niet de minsten, sterren van de Spaanse soulscene, vlaggenschipband van Tucxone Records, op wiens moderne Europese soulgeluid het label is gebouwd. Muzikaal leider-gitarist Eduardo 'Duduman' Martinez is verder omgeven door Jorge 'Canario' Suarez op drums, bassist Diego 'Comandante' Miranda, toetsenist Lucas 'Puplash' Duplá en ondersteund door een briljante blazerssectie The Mighty Roaring Tigers met saxofonist Aarón Pozón en Javi 'Martintxo' Martinez. Hun manier van opnemen is bovendien tot op heden nog steeds die van de legendarische sixties-labels als Stax Records die toendertijd nog absoluut analoog en met authentieke instrumentatie werkten. Het creëren van een vintage soulsound dus liever dan zich over te leveren aan allerhande moderne hoogtechnologische snufjes.
In maart 2016 werd Shirley zo frontvrouw van het gezelschap. Samen betraden ze de internationale soulscene met hun bekroonde debuutalbum ' Black Rose'. De plaat inspireerde niet alleen de critici werelwijd, maar ook collega's als Lee Fields, die haar de hoogte in prezen. Een sound van pure soul met een vleugje afrobeat, het leverde de groep in 2016 de titel van 'Best New International Artist' op tijdens de Pop-Eye Awards. Op hun tweede, 'Wishes & Wants', van april 2018, klonken de melodieën en ritmes sterker dan ooit, een kleurrijke mix van exotische soul en funk, licht en heavy. Shirley leverde vervolgens ook zelf verschillende songs aan Sharon Jones.
Ook de derdeling, deze 'Keep on Keepin' on', gereleased op het Spaanse label Lovemonk Records, klinkt met zijn gloedvolle soul en hard stepping funk weer heel internationaal en roept volop de gouden jaren op van de Chicago-soulmuziek. De plaattitel is afgeleid van de laatste woorden die haar mentor Sharon Jones Shirley nog sms-te. Veelzeggend ook, want Shirley zelf bracht in 2018 maanden in het ziekenhuis door na een virale infectie die haar verlamde en in coma achterliet.
'Keep on Keepin' On', het album, dat zijn een pak sterke, warme nummers vol grooviness in de beste soultraditie. Proef maar eens van het zachtjes op Marvin Gaye-strijkers deinende 'Culture or Vulture', het pittige midtempo 'Wild Girl', ode aan Shirley's dochter, het met veel klasse pompende funksoulgeweld 'Keep on Keepin' On', de kwetsbare soulserenade 'Love Insane' met zijn Stax-blazers, het bevlogen, door piano en trompet gestuurde 'True People'. Of neem het fullspeed funky 'Take Out the Trash', regelrecht een oppeppend souldansnummer. Ze zetten de soulwereld er nu misschien niet zomaar mee op zijn kop, maar het is toch van die echte bruisende soulstuff net zoals we dat laatst ook nog op Yola's schitterende 'Stand For Myself' hoorden. En er is ook nog die instrumental, het heerlijke met trompet en orgel funkende 'It's All Right', daarin gaan The Silverbacks dan zelf ook eens meesterlijk solo.
Vanaf de plaatcover kijkt een charismatische Shirley Davis je zelfverzekerd, als een krachtige soulmother aan, met een houding van 'ik kan met dit repertoire de hele wereld aan'. Ze hoeft ook nergens spijt van te hebben, ze gebruikt de kracht van de souldiva's uit het verleden en put vol gevoel haar soul uit haar eigen levensgeschiedenis. Sommigen noemen haar met haar unieke stem nu al de nieuwe diva van de Europese soul, niet alleen omwille van dat stemgeluid, maar ook omwille van haar sterrenpotentieel. Samen met haar opzwepende band vol klassebakken ziet men in hen de opvolgers van Sharon Jones & The Dap-Kings. Toegegeven, na zo'n dartele opwindende plaat zien we dergelijke eerbetuigingen ook wel zitten. Nu alleen de brede erkenning nog.
In maart 2016 werd Shirley zo frontvrouw van het gezelschap. Samen betraden ze de internationale soulscene met hun bekroonde debuutalbum ' Black Rose'. De plaat inspireerde niet alleen de critici werelwijd, maar ook collega's als Lee Fields, die haar de hoogte in prezen. Een sound van pure soul met een vleugje afrobeat, het leverde de groep in 2016 de titel van 'Best New International Artist' op tijdens de Pop-Eye Awards. Op hun tweede, 'Wishes & Wants', van april 2018, klonken de melodieën en ritmes sterker dan ooit, een kleurrijke mix van exotische soul en funk, licht en heavy. Shirley leverde vervolgens ook zelf verschillende songs aan Sharon Jones.
Ook de derdeling, deze 'Keep on Keepin' on', gereleased op het Spaanse label Lovemonk Records, klinkt met zijn gloedvolle soul en hard stepping funk weer heel internationaal en roept volop de gouden jaren op van de Chicago-soulmuziek. De plaattitel is afgeleid van de laatste woorden die haar mentor Sharon Jones Shirley nog sms-te. Veelzeggend ook, want Shirley zelf bracht in 2018 maanden in het ziekenhuis door na een virale infectie die haar verlamde en in coma achterliet.
'Keep on Keepin' On', het album, dat zijn een pak sterke, warme nummers vol grooviness in de beste soultraditie. Proef maar eens van het zachtjes op Marvin Gaye-strijkers deinende 'Culture or Vulture', het pittige midtempo 'Wild Girl', ode aan Shirley's dochter, het met veel klasse pompende funksoulgeweld 'Keep on Keepin' On', de kwetsbare soulserenade 'Love Insane' met zijn Stax-blazers, het bevlogen, door piano en trompet gestuurde 'True People'. Of neem het fullspeed funky 'Take Out the Trash', regelrecht een oppeppend souldansnummer. Ze zetten de soulwereld er nu misschien niet zomaar mee op zijn kop, maar het is toch van die echte bruisende soulstuff net zoals we dat laatst ook nog op Yola's schitterende 'Stand For Myself' hoorden. En er is ook nog die instrumental, het heerlijke met trompet en orgel funkende 'It's All Right', daarin gaan The Silverbacks dan zelf ook eens meesterlijk solo.
Vanaf de plaatcover kijkt een charismatische Shirley Davis je zelfverzekerd, als een krachtige soulmother aan, met een houding van 'ik kan met dit repertoire de hele wereld aan'. Ze hoeft ook nergens spijt van te hebben, ze gebruikt de kracht van de souldiva's uit het verleden en put vol gevoel haar soul uit haar eigen levensgeschiedenis. Sommigen noemen haar met haar unieke stem nu al de nieuwe diva van de Europese soul, niet alleen omwille van dat stemgeluid, maar ook omwille van haar sterrenpotentieel. Samen met haar opzwepende band vol klassebakken ziet men in hen de opvolgers van Sharon Jones & The Dap-Kings. Toegegeven, na zo'n dartele opwindende plaat zien we dergelijke eerbetuigingen ook wel zitten. Nu alleen de brede erkenning nog.
Slipknot - The End, So Far (2022)

4,0
2
geplaatst: 30 september 2022, 00:56 uur
Slipknot, de allerkleurrijksten, het ten allen tijde in onguur horrortenue gemaskerde negental uit Des Moines Iowa, staat al 23 jaar aan de top van de heavymetalbands. Deze zomer voerden ze nog met vlammende precisie een nieuw creepy dansje macabre op tijdens Pukkelpop 2022, stonden ze er met een nieuwbakken serie zombiemaskers weer letterlijk en figuurlijk geweldig te wezen. De nieuwe plaat was vrij van tumult door de groep ingeblikt en klaar, maar voor de hongerige en horige fans werd het evenwel toch nog wachten tot eind september, 'The End, So Far', de zevende Slipknot. Met de groei van de hype en de prijsgegeven prima singles voor velen sinds maanden een loodzwaar om dragen kruis. Naar verluidt is dit ook hun laatste bij Roadrunner Records. Geen verdere speculatie, enkel een 'Slipknot's end, so far' dus.
Nu, de nieuweling klinkt al zeker niet als een eindpunt. Vooreerst wel als de natuurlijke verderzetting van hun vorige 'We Are Not Your Kind'. Maar met dit materiaal etaleert Slipknot vooral nog lang niet rijp te zijn voor de afslag richting geriatrie. 't Is meer, aldus de band zelf, een zwaardere, donkerdere versie van hun energieke 'Vol.3: (The Subliminal Verses)'. Inderdaad, een meer eclectische plaat, meer gestructureerd. Maar vooral, dit Slipknot experimenteert warempel als jonge honden, zonder gène in stijlen en in diepgang. Het wordt ook een plaat waarop frontman Corey Taylor meer dan ooit charismatisch staat te zingen, te croonen, te entertainen.
Die diverse stijlbreuken manifesteren zich al van bij de schitterende opener. Op de trage tonen van een door sinistere industrial omgeven rouwhymne wringt proggy de prelude 'Adderall' zich daar de plaat binnen en komt het monster Slipknot heel stilaan tot leven. Verontrustend, groots, dreigend, maar naar Slipknot-normen vooral geheel atypisch 'rustig'. Het lijkt Therapy?'s intro van 'Diane' wel! Pas als Corey Taylor zijn grote keelgat op zijn cleanst openzet weten we dat hier waarachtig, plechtig en indrukwekkend een door elektronica opgejaagde rocksong wordt opgediend. De sereenste Slipknot in tijden!
Maar dan komt er, luid, snel, tomeloos krachtig, schurend en dissonant, dan toch tweemaal vintage Slipknot op zijn heaviest op het bord. Ja, het merk dat Slipknot heet, daarmee schiet de furieuze single 'The Dying Song (Time to Sing)' uit de startblokken, waarbij Taylor alle shit die op zijn lever ligt er onweerstaanbaar uitbrult: "Think hard you bastards. You're gonna tell me why. If I don't get the answer. You're gonna sing and die." Dan volgt ook, met vertrouwde drum-'n-baslijnen, die even spannende single 'The Chapeltown Rag' die Slipknot's electriciteit en chaos nog meer ten top weet te drijven.
Ook de volgende, 'Yen', is een experimentele topper. 'Yen, slang voor 'verlangen', vol vurige elektronische knettering en atmosferische dreiging Nine In Nails waardig. Met Taylor's grijnslachend parlando, benauwende riffs en die toch wel verrassende tussenkomsten op de draaitafel van dj Sid Wilson.
Taylor fulmineert er verder op los op de doortastende thrasher voor de festivals 'Hivemind', één helse scandering, vol op speed tussen denderende blastbeats. Maar zie, in het refrein komt Slipknot telkens weer even melodieus nahijgend op adem. Als volleerde rockers daar, wat een contrast.
Ook 'Warranty' is een woest oorlogslied en headbanger met Rage Against The Machine-allures, inclusief met militaire drums en zalvend koortje ermiddenin.
Zesminutensong 'Medicine for the Dead' start adembenemend weids als in een elektronisch Tool-universum: dankjewel Tool-producer Joe Baresi! De song evolueert tot een lange oriëntaalse rit waarin clean en grunt elkaar harmonisch laten voorgaan.
De ballad (!) 'Acidic' begint op kousenvoeten trancendent, wentelt zich in een schijnbeweging even richting bruut geweld, maar van zodra Taylor's growl abrupt tot clean afsmelt showt Slipknot hoe ook zij, ondanks de enkele Nirvana-explosies, met galmende akkoorden evengoed een onheilspellende bluesrocker kunnen neerzetten.
In de compacte stevigheid van 'Heirloom' zit zowaar tegelijk haast een poppy zangnummer voor de arena's verborgen. Dat wel heftig en zwaar op het ritme van de metalen rodeostier wordt dooreengeschud.
Op 'H377' loeien agressieve riff's, flitsen solo's, hameren woeste drums en schreeuwt het hele Slipknot extatisch. Maar ze leggen het af tegen Taylor's razend mitraillerend rappende vocals. Finaal huilen alleen de sirenes om al die overgewaaide kracht en wreedheid.
Een melodieus 'De Sade' ontvouwt zich dan proggy in een beangstigend duistere kosmos, maar het mondt uit in een indrukwekkende, brutale rocksong met over- en weerscherende solo's om u tegen te zeggen.
In het epische 'Finale' duiken finaal plukkende bas, piano en strijkerspizzicato's op om Corey Taylor zacht in te leiden, maar zijn als een mantra repeterend 'I know it's a shame, but I gotta stay because I like it here" wint almaar aan kracht, het hele Slipknot springt in de dans en de dramatiek eindigt in harmonisch wervelende lagen. Boven krassende kraaien zingt hemels hoogzwevende koorzang, als ware het de symfonische metal van Cradle of Filth. Een zachte landing, hoe dan ook.
Het rauwe Slipknot is op 'The End, So Far' nog steeds precies die band van outer space, met monsters en vreemde geluiden die als van verre onbekende planeten naar beneden zijn gehaald. Achter de doodsmaskers zit anno 2022 evenwel een bende muzikale enthousiastelingen die nu blindelings voor elkaar door het heilige vuur gaan dat Slipknot al sinds 1999 brandend houdt. Wars van formules werden hier op 'The End, So Far' bovendien brakke gronden doorploegd en bewerkt die ze voordien nog nooit hadden betreden. Die keuzes kunnen de fans verdelen. Maar na afsluiten van de opnames viel het gezelschap zich alvast en voor het eerst met z'n allen in geëmotioneerde eenheid in de armen. Het opus dat ze samen zo creatief en gepassioneerd opbouwden was drie jaar na datum glorieus tot een eind gebracht. Slipknot, so far. Laat het maar oorverdovend losbreken.
Nu, de nieuweling klinkt al zeker niet als een eindpunt. Vooreerst wel als de natuurlijke verderzetting van hun vorige 'We Are Not Your Kind'. Maar met dit materiaal etaleert Slipknot vooral nog lang niet rijp te zijn voor de afslag richting geriatrie. 't Is meer, aldus de band zelf, een zwaardere, donkerdere versie van hun energieke 'Vol.3: (The Subliminal Verses)'. Inderdaad, een meer eclectische plaat, meer gestructureerd. Maar vooral, dit Slipknot experimenteert warempel als jonge honden, zonder gène in stijlen en in diepgang. Het wordt ook een plaat waarop frontman Corey Taylor meer dan ooit charismatisch staat te zingen, te croonen, te entertainen.
Die diverse stijlbreuken manifesteren zich al van bij de schitterende opener. Op de trage tonen van een door sinistere industrial omgeven rouwhymne wringt proggy de prelude 'Adderall' zich daar de plaat binnen en komt het monster Slipknot heel stilaan tot leven. Verontrustend, groots, dreigend, maar naar Slipknot-normen vooral geheel atypisch 'rustig'. Het lijkt Therapy?'s intro van 'Diane' wel! Pas als Corey Taylor zijn grote keelgat op zijn cleanst openzet weten we dat hier waarachtig, plechtig en indrukwekkend een door elektronica opgejaagde rocksong wordt opgediend. De sereenste Slipknot in tijden!
Maar dan komt er, luid, snel, tomeloos krachtig, schurend en dissonant, dan toch tweemaal vintage Slipknot op zijn heaviest op het bord. Ja, het merk dat Slipknot heet, daarmee schiet de furieuze single 'The Dying Song (Time to Sing)' uit de startblokken, waarbij Taylor alle shit die op zijn lever ligt er onweerstaanbaar uitbrult: "Think hard you bastards. You're gonna tell me why. If I don't get the answer. You're gonna sing and die." Dan volgt ook, met vertrouwde drum-'n-baslijnen, die even spannende single 'The Chapeltown Rag' die Slipknot's electriciteit en chaos nog meer ten top weet te drijven.
Ook de volgende, 'Yen', is een experimentele topper. 'Yen, slang voor 'verlangen', vol vurige elektronische knettering en atmosferische dreiging Nine In Nails waardig. Met Taylor's grijnslachend parlando, benauwende riffs en die toch wel verrassende tussenkomsten op de draaitafel van dj Sid Wilson.
Taylor fulmineert er verder op los op de doortastende thrasher voor de festivals 'Hivemind', één helse scandering, vol op speed tussen denderende blastbeats. Maar zie, in het refrein komt Slipknot telkens weer even melodieus nahijgend op adem. Als volleerde rockers daar, wat een contrast.
Ook 'Warranty' is een woest oorlogslied en headbanger met Rage Against The Machine-allures, inclusief met militaire drums en zalvend koortje ermiddenin.
Zesminutensong 'Medicine for the Dead' start adembenemend weids als in een elektronisch Tool-universum: dankjewel Tool-producer Joe Baresi! De song evolueert tot een lange oriëntaalse rit waarin clean en grunt elkaar harmonisch laten voorgaan.
De ballad (!) 'Acidic' begint op kousenvoeten trancendent, wentelt zich in een schijnbeweging even richting bruut geweld, maar van zodra Taylor's growl abrupt tot clean afsmelt showt Slipknot hoe ook zij, ondanks de enkele Nirvana-explosies, met galmende akkoorden evengoed een onheilspellende bluesrocker kunnen neerzetten.
In de compacte stevigheid van 'Heirloom' zit zowaar tegelijk haast een poppy zangnummer voor de arena's verborgen. Dat wel heftig en zwaar op het ritme van de metalen rodeostier wordt dooreengeschud.
Op 'H377' loeien agressieve riff's, flitsen solo's, hameren woeste drums en schreeuwt het hele Slipknot extatisch. Maar ze leggen het af tegen Taylor's razend mitraillerend rappende vocals. Finaal huilen alleen de sirenes om al die overgewaaide kracht en wreedheid.
Een melodieus 'De Sade' ontvouwt zich dan proggy in een beangstigend duistere kosmos, maar het mondt uit in een indrukwekkende, brutale rocksong met over- en weerscherende solo's om u tegen te zeggen.
In het epische 'Finale' duiken finaal plukkende bas, piano en strijkerspizzicato's op om Corey Taylor zacht in te leiden, maar zijn als een mantra repeterend 'I know it's a shame, but I gotta stay because I like it here" wint almaar aan kracht, het hele Slipknot springt in de dans en de dramatiek eindigt in harmonisch wervelende lagen. Boven krassende kraaien zingt hemels hoogzwevende koorzang, als ware het de symfonische metal van Cradle of Filth. Een zachte landing, hoe dan ook.
Het rauwe Slipknot is op 'The End, So Far' nog steeds precies die band van outer space, met monsters en vreemde geluiden die als van verre onbekende planeten naar beneden zijn gehaald. Achter de doodsmaskers zit anno 2022 evenwel een bende muzikale enthousiastelingen die nu blindelings voor elkaar door het heilige vuur gaan dat Slipknot al sinds 1999 brandend houdt. Wars van formules werden hier op 'The End, So Far' bovendien brakke gronden doorploegd en bewerkt die ze voordien nog nooit hadden betreden. Die keuzes kunnen de fans verdelen. Maar na afsluiten van de opnames viel het gezelschap zich alvast en voor het eerst met z'n allen in geëmotioneerde eenheid in de armen. Het opus dat ze samen zo creatief en gepassioneerd opbouwden was drie jaar na datum glorieus tot een eind gebracht. Slipknot, so far. Laat het maar oorverdovend losbreken.
Sonderwålt - Nighthawks (2021)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2021, 09:40 uur
Voor vriendelijke catchy popsongs in een sober lo-fi jasje kan je voortaan ook bij het Gentse Sonderwalt terecht. Nu eens hoor je eels, dan weer Courtney Barnett. Probeer zelf maar eens uit : hun 'Crazy', 'Astronaut', 'Stranger' of 'Quadruple'. Heerlijk, in een knus clubtentje straks op je volgende festival!
Sons of Kemet - Black to the Future (2021)

4,5
3
geplaatst: 14 mei 2021, 09:28 uur
Precies zoals in the 80's in de UK Linton Kwesi Johnson al anti-racismepoezie koppelde met frivole reggae mengt SOK dit nog steeds even trieste (BLM-)verhaal met zonnige jazz. Met als basis 2 drummers, tuba, saxofoon en fluiten weven ze wervelend dansbaar Carribean klanktapijt. Daarop brengen tal van bevriende stemmen, w.o. die van Lianne La Havas, allen gepassioneerd en hoopvol de pijnlijke story van de Black Culture wereldwijd. Muzikaal duidelijk Afrikaans getint en toch maar mooi passend tussen de actuele jazzgeïnspireerde succesbands, als bv. Black Country, New Road. Leg daarna die hun 'Instrumental' bv. maar even op. Regelrechte sterrenplaat!
Spellling - The Turning Wheel (2021)

4,5
3
geplaatst: 8 juli 2021, 14:08 uur
Ja, 'SpeLLLing'... Horen wij hier soms een musical? Soundtrack misschien van een of andere Frozen 3? Nee, stil, Chrystia Cabral aka Spellling beseft het waarschijnlijk zelf ook nog niet, maar ze maakte hier zomaar haar hoogst persoonlijke schitterende editie van Alice in Wonderland! Muziek is beweging, zei ze, waarna ze na de release al weer onmiddellijk zelf aan de slag toog om haar goud- tot paarskleurige muzikale sprookjeswereld van The Turning Wheel om te zetten in kunstige, hippe liveperformances voor na de corona.
De hele making off was nochtans ook al geen sinecure. Alles was uitgeschreven, maar ze wilde -ja, 'n willetje en ambitie heeft die jonge Amerikaanse dus zeker- een dure, bruisende productie zoals in de seventies met een pak muzikanten. Ze ronselde dus op originele wijze fondsen en kon uiteindelijk met liefst 31 medewerkers aan de slag. Dan kwam corona en toch presteerde ze alles zelf, met haar vrolijke groep, allen veilig op afstand. Heus huzarenstukje voor een beginner, zeg maar, hoe zij zich alles zelf perfect verbeeldde, hoe zij alles zelf minutieus en totaal overzag. Ieder geluid, ieders instrument gaf ze de gewenste plaats, zo groeide haar droomproject uit tot een verbluffende productie.
Die stem, de zang van Chrystia bindt er de delen tot een geheel. Een mystiek wervelende wereld, haar monologen. Hier is een songwriter aan 't werk die niet zomaar lyrics pent, maar uitzonderlijke, fantasierijke poëzie. Ze maakte eerst heftige schetsen van leuke of grillige, donkere ingevingen in haar dromen, ze ontving klankspiralen tussen licht en duisternis, was op zoek naar psychisch ruimtelijke landschappen. Hét specifiek filosofisch thema van The Turning Wheel gaat cryptisch over voortdurend veranderende, bedreigende gebeurtenissen die inwerken en de helende kracht daarbij van vriendschap en verbondenheid. Met het spinnewiel, haar metafoor voor de zoektocht naar zichzelf, naar uitkomsten, ondanks apocalyptische dreiging steeds zoekend naar happy endings. Op de plaat deelde ze alles netjes op in twee helften, de funside aan de ene kant, de meer dark side erachteraan.
En dan zingt ze, met die intonatie in haar stem even afwisselend als haar kleurrijke arrangementen, ogenschijnlijk niet altijd als een nachtegaal, maar even matuur als die andere uitzonderlijke karakterstemmen, haar charisma neemt het over. Met de zangstijl van een Kate Bush, een Joanna Newsom, zeker niet in diezelfde iele hoogten, maar zeker hun opvallend klassieke invloeden, hun unieke popbenadering. En de soul, hemelse soul, hevig gepassioneerd en toch ook ingehouden, die heeft ze, Motown op z'n best.
Wat maakte ze haar plaat rijk! Vanaf opener 'Little Deer', zo groots en barok, tegen een achtergrond van dansende violen, piano, harp, koor, hoge vocalen en blazers. Tegelijk soms zo freel en voorzichtig, als het onschuldig hertenjong in dreiging vernesteld, zoals het persoonlijk en maatschappelijk ook wel bij mensen gebeurt.
Een plaat vol met enkel hoogtepunten, superdivers, arty popsongs, ballades, rockanthems met lekkere gitaarsolo's. Met speciale plaats ook voor de elektronica en de drummachines. De synths vaak minimaal, retro, sound van Mike Oldfield, dreigend voortstuwend of ritmisch hypnotiserend in de meer duistere onderzijde van de plaat. Spellling's The Turning Wheel is een kunstig, feilloos geproduceerd, noodzakelijk, tijdloos album, met een pak fijne muziek voor het hart. Laat Chrystia's grote droom je daarom overrompelen, overspoelen! 2021 zal voor Spellling 't jaar zijn dat de onderwaardering meer dan terecht voorgoed stopte.
De hele making off was nochtans ook al geen sinecure. Alles was uitgeschreven, maar ze wilde -ja, 'n willetje en ambitie heeft die jonge Amerikaanse dus zeker- een dure, bruisende productie zoals in de seventies met een pak muzikanten. Ze ronselde dus op originele wijze fondsen en kon uiteindelijk met liefst 31 medewerkers aan de slag. Dan kwam corona en toch presteerde ze alles zelf, met haar vrolijke groep, allen veilig op afstand. Heus huzarenstukje voor een beginner, zeg maar, hoe zij zich alles zelf perfect verbeeldde, hoe zij alles zelf minutieus en totaal overzag. Ieder geluid, ieders instrument gaf ze de gewenste plaats, zo groeide haar droomproject uit tot een verbluffende productie.
Die stem, de zang van Chrystia bindt er de delen tot een geheel. Een mystiek wervelende wereld, haar monologen. Hier is een songwriter aan 't werk die niet zomaar lyrics pent, maar uitzonderlijke, fantasierijke poëzie. Ze maakte eerst heftige schetsen van leuke of grillige, donkere ingevingen in haar dromen, ze ontving klankspiralen tussen licht en duisternis, was op zoek naar psychisch ruimtelijke landschappen. Hét specifiek filosofisch thema van The Turning Wheel gaat cryptisch over voortdurend veranderende, bedreigende gebeurtenissen die inwerken en de helende kracht daarbij van vriendschap en verbondenheid. Met het spinnewiel, haar metafoor voor de zoektocht naar zichzelf, naar uitkomsten, ondanks apocalyptische dreiging steeds zoekend naar happy endings. Op de plaat deelde ze alles netjes op in twee helften, de funside aan de ene kant, de meer dark side erachteraan.
En dan zingt ze, met die intonatie in haar stem even afwisselend als haar kleurrijke arrangementen, ogenschijnlijk niet altijd als een nachtegaal, maar even matuur als die andere uitzonderlijke karakterstemmen, haar charisma neemt het over. Met de zangstijl van een Kate Bush, een Joanna Newsom, zeker niet in diezelfde iele hoogten, maar zeker hun opvallend klassieke invloeden, hun unieke popbenadering. En de soul, hemelse soul, hevig gepassioneerd en toch ook ingehouden, die heeft ze, Motown op z'n best.
Wat maakte ze haar plaat rijk! Vanaf opener 'Little Deer', zo groots en barok, tegen een achtergrond van dansende violen, piano, harp, koor, hoge vocalen en blazers. Tegelijk soms zo freel en voorzichtig, als het onschuldig hertenjong in dreiging vernesteld, zoals het persoonlijk en maatschappelijk ook wel bij mensen gebeurt.
Een plaat vol met enkel hoogtepunten, superdivers, arty popsongs, ballades, rockanthems met lekkere gitaarsolo's. Met speciale plaats ook voor de elektronica en de drummachines. De synths vaak minimaal, retro, sound van Mike Oldfield, dreigend voortstuwend of ritmisch hypnotiserend in de meer duistere onderzijde van de plaat. Spellling's The Turning Wheel is een kunstig, feilloos geproduceerd, noodzakelijk, tijdloos album, met een pak fijne muziek voor het hart. Laat Chrystia's grote droom je daarom overrompelen, overspoelen! 2021 zal voor Spellling 't jaar zijn dat de onderwaardering meer dan terecht voorgoed stopte.
Spinvis - Be-Bop-A-Lula (2023)

4,5
2
geplaatst: 11 april 2023, 20:25 uur
Hé, Spinvis releast zoals voorzien zijn 'Be-Bop-A-Lula'-album op Goede Vrijdag 2023. Waardoor de meeste commentaren, de goede zowel als andere, dus mooi vijgen na Pasen worden... 
Alles past onder Erik de Jong's 62-jarige tingeltangelhersenpan. Dat zie je zo op de cover van zijn nieuwe plaat, de regenboog van kleuren die als een aureool van energie vanaf die hersenpan extatisch van hem afstraalt. Een met krantenknipsels geheel homemade kunstwerk overigens. Zoiets ongeveer is ook 'Be-Bop-A-Lula', waar onze man tot zijn en onze grote voldoening jumpt van het ene naar het andere. Ja, 'Tingeltangelhersenpan', de aanstekelijke song, is een doldwaas op één akkoord heet doordenderende tram met een trip aan niet meer te verwerken indrukken. Eén lange, geestige collage van crazy muzikale samples, even freakend als zeg maar de psychedelica van een Jacco Gardner of Ty Segall. Met dergelijk fraai allergaartje heeft Eric de Jong het Nieuwegeinse 'Vaticaan', zijn persoonlijke puzzelwerkstudio, weer eens verlaten. Alle woorden- en tekststukjes zijn uit zijn koker geduwd, gevouwen en geplooid tot ze met zijn vele ouwe apparatuur netjes samen met de muziek op hun plaats zijn gevallen. De perfectionistische arbeid van een poëet die met lichtvoetige taalvaardigheid vol krachtige symbolentaal al het alledaagse biezonder weet te maken. Zo presteert hij nu iets helemaal 'Be-Bop-A-Lula', een sterk nieuw werkstuk, als een oerkreet die ooit de wereld van de rock 'n roll spleet, maar iets wat in het geval van Spinvis net zo goed een nonsensikale vrijheidsslogan mag zijn. Laat je eigen pogingen tot begrip van zijn poëzie én muziek dus maar gerust verder de totaal vrije loop.
'Be-Bop-A-Lula' bevat een pak behaaglijke luisterliedjes over plezier, duisternis en alles ertussenin en bovendien dingen die zeker ook live heel goed zullen gaan werken. 'Oogstlied' en 'Lente 22' bijvoorbeeld. Spinvis' vijf portretjes in dat 'Lente '22' over vijf verschillende personages om gewoon in je voorstelling te laten leven, alle enkel met elkaar verbonden door het zonlicht van een eerste lentedag. Het fijn dreunende 'Oogstlied' is dan weer een contrasterend eerbetoon aan de graanvelden van Oekraïne vol mijnen en doden. Met indrukwekkend daarbij zeker de pakkende video van zoon de Jong. 'Portugal' is uitstekend in zijn ingetogenheid, over de ongemakkelijke situaties tijdens een ziekenbezoek. 'Wie Zag het Licht' schittert met zijn drumbeat, strijkers en kerkkoor. Het bespiegelende 'Weg Zijn Doet Geen Pijn' zweemt over een verlaten fabriek in een troosteloos landschap. Het funky dansbare 'Paradijs' kan alleen maar Spinvis' antiwereld zijn, hilarisch ten top, inclusief met finale tongzoenvideoscène. Vervolgens het met bigband nieuwe verjaardagsanthem. Spinvis' alternatieve 'Lang Zal Hij Leven', voor feestvierders vanaf nu, lekker leuk en ook ruim lang genoeg om schallend rondom taart en kaarsjes heen te polonaisen. Dit om er slechts enkele van dit stijlvolle 'Be-Bop-A-Lula' te benoemen...
Ja, Spinvis maakte zo al minstens zes van zijn albums, met tegelijk ook altijd een aantal creatieve zaken en extra-platen eromheen, hetgeen precies samentellen moeilijk maakt. Evenzo was er nu, tijdens de schepping van 'Be-Bop-A-Lula', ook nog het theaterproject 'Neveldieren' met zijn vertrouwde Saartje Van Camp. Met zoveel aangenaams voortdurend aan en in het hoofd van Spinvis gaat hij om met het veel te korte leven van Eric de Jong. Dat is bovendien opgesplitst in een leven van vóór en vooral een van na de artistieke geboorte van Spinvis in 2002.
In die 21 jaren sinds is hij ook in Vlaamse contreien verworden tot de mainstream volkszanger van de kwetsbare, melancholische teksten vol aparte humor, de man van altijd mooie melodieën en rigoureus uitgekiende arrangementen, met op die manier een intussen ellenlang repertoire vol eeuwige blijvers als 'Voor Ik Vergeet', 'Bagagedrager', 'Kom Terug', 'Stefan en Lisette', 'Trein Vuur Dageraad'. Met dit 'Be-Bop-A-Lula' wordt de setlist nog een stuk moeilijker om maken. Spinvisminnaars reiken, soms ook tot hun eigen verwondering, al van superjong tot aan helemaal het tegenovergestelde. Al die generaties zullen ook nu weer graag vallen, elk met hun eigen redenen, voor de gevoeligheid van die altijd gelijkmatige man met zijn altijd nog even temperamentloze stem, voor de nieuwe, moderne Drs. P. Van de Lage Landen, die zelf dagelijks nog dolgelukkig wordt van de eigen nieuwe creaties. Zo blijmoedig raakt zeker ook de fan, draaibeurt na draaibeurt, tijdens zijn exploratie van een prachtalbum als 'Be-Bop-A-Lula'.
Tingeltangelhersenpan
Oogstlied
Paradijs
Lente '22

Alles past onder Erik de Jong's 62-jarige tingeltangelhersenpan. Dat zie je zo op de cover van zijn nieuwe plaat, de regenboog van kleuren die als een aureool van energie vanaf die hersenpan extatisch van hem afstraalt. Een met krantenknipsels geheel homemade kunstwerk overigens. Zoiets ongeveer is ook 'Be-Bop-A-Lula', waar onze man tot zijn en onze grote voldoening jumpt van het ene naar het andere. Ja, 'Tingeltangelhersenpan', de aanstekelijke song, is een doldwaas op één akkoord heet doordenderende tram met een trip aan niet meer te verwerken indrukken. Eén lange, geestige collage van crazy muzikale samples, even freakend als zeg maar de psychedelica van een Jacco Gardner of Ty Segall. Met dergelijk fraai allergaartje heeft Eric de Jong het Nieuwegeinse 'Vaticaan', zijn persoonlijke puzzelwerkstudio, weer eens verlaten. Alle woorden- en tekststukjes zijn uit zijn koker geduwd, gevouwen en geplooid tot ze met zijn vele ouwe apparatuur netjes samen met de muziek op hun plaats zijn gevallen. De perfectionistische arbeid van een poëet die met lichtvoetige taalvaardigheid vol krachtige symbolentaal al het alledaagse biezonder weet te maken. Zo presteert hij nu iets helemaal 'Be-Bop-A-Lula', een sterk nieuw werkstuk, als een oerkreet die ooit de wereld van de rock 'n roll spleet, maar iets wat in het geval van Spinvis net zo goed een nonsensikale vrijheidsslogan mag zijn. Laat je eigen pogingen tot begrip van zijn poëzie én muziek dus maar gerust verder de totaal vrije loop.
'Be-Bop-A-Lula' bevat een pak behaaglijke luisterliedjes over plezier, duisternis en alles ertussenin en bovendien dingen die zeker ook live heel goed zullen gaan werken. 'Oogstlied' en 'Lente 22' bijvoorbeeld. Spinvis' vijf portretjes in dat 'Lente '22' over vijf verschillende personages om gewoon in je voorstelling te laten leven, alle enkel met elkaar verbonden door het zonlicht van een eerste lentedag. Het fijn dreunende 'Oogstlied' is dan weer een contrasterend eerbetoon aan de graanvelden van Oekraïne vol mijnen en doden. Met indrukwekkend daarbij zeker de pakkende video van zoon de Jong. 'Portugal' is uitstekend in zijn ingetogenheid, over de ongemakkelijke situaties tijdens een ziekenbezoek. 'Wie Zag het Licht' schittert met zijn drumbeat, strijkers en kerkkoor. Het bespiegelende 'Weg Zijn Doet Geen Pijn' zweemt over een verlaten fabriek in een troosteloos landschap. Het funky dansbare 'Paradijs' kan alleen maar Spinvis' antiwereld zijn, hilarisch ten top, inclusief met finale tongzoenvideoscène. Vervolgens het met bigband nieuwe verjaardagsanthem. Spinvis' alternatieve 'Lang Zal Hij Leven', voor feestvierders vanaf nu, lekker leuk en ook ruim lang genoeg om schallend rondom taart en kaarsjes heen te polonaisen. Dit om er slechts enkele van dit stijlvolle 'Be-Bop-A-Lula' te benoemen...
Ja, Spinvis maakte zo al minstens zes van zijn albums, met tegelijk ook altijd een aantal creatieve zaken en extra-platen eromheen, hetgeen precies samentellen moeilijk maakt. Evenzo was er nu, tijdens de schepping van 'Be-Bop-A-Lula', ook nog het theaterproject 'Neveldieren' met zijn vertrouwde Saartje Van Camp. Met zoveel aangenaams voortdurend aan en in het hoofd van Spinvis gaat hij om met het veel te korte leven van Eric de Jong. Dat is bovendien opgesplitst in een leven van vóór en vooral een van na de artistieke geboorte van Spinvis in 2002.
In die 21 jaren sinds is hij ook in Vlaamse contreien verworden tot de mainstream volkszanger van de kwetsbare, melancholische teksten vol aparte humor, de man van altijd mooie melodieën en rigoureus uitgekiende arrangementen, met op die manier een intussen ellenlang repertoire vol eeuwige blijvers als 'Voor Ik Vergeet', 'Bagagedrager', 'Kom Terug', 'Stefan en Lisette', 'Trein Vuur Dageraad'. Met dit 'Be-Bop-A-Lula' wordt de setlist nog een stuk moeilijker om maken. Spinvisminnaars reiken, soms ook tot hun eigen verwondering, al van superjong tot aan helemaal het tegenovergestelde. Al die generaties zullen ook nu weer graag vallen, elk met hun eigen redenen, voor de gevoeligheid van die altijd gelijkmatige man met zijn altijd nog even temperamentloze stem, voor de nieuwe, moderne Drs. P. Van de Lage Landen, die zelf dagelijks nog dolgelukkig wordt van de eigen nieuwe creaties. Zo blijmoedig raakt zeker ook de fan, draaibeurt na draaibeurt, tijdens zijn exploratie van een prachtalbum als 'Be-Bop-A-Lula'.
Tingeltangelhersenpan
Oogstlied
Paradijs
Lente '22
Spoon - Lucifer on the Sofa (2022)

4,5
1
geplaatst: 21 februari 2022, 17:22 uur
Altijd fel fan geweest van het Amerikaanse trio Spoon, omdat die mannen gewoon ook nooit teleurstellen, hoezeer ook het groot publiek hen hier om onduidelijke redenen al dertig jaar gewoon links laat liggen. De titel van de nieuwe plaat 'Lucifer On The Sofa' mag je zien als hun zelfverzekerdste gevecht tegen de Lucifer van de verlammende bitterheid, van het gebrek aan motivatie of wanhoop, waardoor je 'in de sofa' bij de pakken zou gaat zitten. Niet getreurd dus, de rauwe energie, de wilde frisheid die ze al die tijd in zich hadden weten ze nu ook in de grauwe engten van een pandemie perfect gaaf te houden. Ze luisterden tijdens hun making-of wat meer dan gewoonlijk naar ZZ Top en bewijzen nog maar eens, tot spijt van wie 't benijdt, dat rock'n roll helemaal niet is leeggeschreven. Absoluut geen reden om de riem er stilletjes af te leggen, integendeel, Spoon's terugblik illustreert krachtig, kleurrijk en tot in het detail hoe je de sound van aloude rockvoorbeelden vandaag weer springlevend maakt.
Ja, het gruis zit daarbij nog steeds op de stem van Britt Daniel en al rockend gaat ie er ergens een vurige John Lennon mee achterna. Met de herkenbare stijl Spoon eigen, pakken ze het hier ook luider aan dan ooit. Tien songs met puntige melodieuze hooks, ze klinken zo strak en stuwend als voor het live-podium gemaakt en ze brengen alles met een massa flair en precisie. Een once-in-a-lifetime-ervaring dat opnameproces, aldus Daniel zelf.
De plaat loopt in met wat studiogeneuzel. Maar van dan af steken ze schalks de lucifer aan de lont met het heerlijk energieke 'Held', verrassend. En een cover dan nog! Gelukkig, vol elektriciteit en met pianoslagen weten ze het origineel van Bill Callahan's Smog zelfs nóg een niveau hoger te tillen. Hier zijn vol vertrouwen rasmuzikanten aan het werk, een hecht blok dat z'n vak onder de knie heeft.
De assertieve bluesrockstamper 'The Hardest Cut' gaat vervolgens een versnelling hoger, het volume harder, een uitgeklede boogie met tussen de onstuimig ZZ Top-riffende en solerende gitaren inderdaad die regelmatige echt hete 'hardest cuts'.
'The Devil & Mister Jones' is een zwoele r&b met de precisie van Steely Dan. En ergens denk je dan onwillekeurig toch ook even aan The Counting Crows. In het parmantig vrolijke 'Wild' gaat een in extase musicerende band door, met in het oor springend, die epische piano-akkoorden die telkens weer ergens heel bekend Rolling Stones klinken. Het weemoedige liefdeslied 'My Babe' gaat over de complexiteit en de magie van de oprechte, diepe relatie. De eerst zachte piano en akoestische, galmende gitaarakkoorden evolueren al vlug naar sterke zangperformance en weer pittige weidse elektrische snaren.
De knaller 'Feels Alright', over dat geweldige gevoel voor het eerst je eigen regels te kunnen maken, opent met een stevige riff en beat en stroomt funkend een zee van ritmes in. In 'On the Radio', met grootse swingende honkytonktoetsen, is radio de eenzame levenslijn naar de buitenwereld. 'Astral Jacket' is liefkozend een lovesong met ingetogen enkel akoestische gitaar en Wurlitzer.
Het fraaie 'Satellite', dat ze al jaren live speelden, valt hier eindelijk mooi in z'n definitieve plooi. 'Lucifer on the Sofa' is Daniel's rustige, nachtelijke uitgeleide door z'n stad Austin, met hypnotiserende sax en piano, in z'n eenzame introspectie mistroostig mijmerend over "Wat te doen met je laatste sigaretten, oude platen en cassettes..."
Kortom, als het van een geniale band als Spoon komt, moet je niet gecompliceerd doen om verbluffend goed te zijn. Ga er maar van uit, deze hier van Spoon hoort straks bij de beste onconventionele classic rockplaten van 2022. En geloof het, nooit gaan die Lucifer's sofa in!
Ja, het gruis zit daarbij nog steeds op de stem van Britt Daniel en al rockend gaat ie er ergens een vurige John Lennon mee achterna. Met de herkenbare stijl Spoon eigen, pakken ze het hier ook luider aan dan ooit. Tien songs met puntige melodieuze hooks, ze klinken zo strak en stuwend als voor het live-podium gemaakt en ze brengen alles met een massa flair en precisie. Een once-in-a-lifetime-ervaring dat opnameproces, aldus Daniel zelf.
De plaat loopt in met wat studiogeneuzel. Maar van dan af steken ze schalks de lucifer aan de lont met het heerlijk energieke 'Held', verrassend. En een cover dan nog! Gelukkig, vol elektriciteit en met pianoslagen weten ze het origineel van Bill Callahan's Smog zelfs nóg een niveau hoger te tillen. Hier zijn vol vertrouwen rasmuzikanten aan het werk, een hecht blok dat z'n vak onder de knie heeft.
De assertieve bluesrockstamper 'The Hardest Cut' gaat vervolgens een versnelling hoger, het volume harder, een uitgeklede boogie met tussen de onstuimig ZZ Top-riffende en solerende gitaren inderdaad die regelmatige echt hete 'hardest cuts'.
'The Devil & Mister Jones' is een zwoele r&b met de precisie van Steely Dan. En ergens denk je dan onwillekeurig toch ook even aan The Counting Crows. In het parmantig vrolijke 'Wild' gaat een in extase musicerende band door, met in het oor springend, die epische piano-akkoorden die telkens weer ergens heel bekend Rolling Stones klinken. Het weemoedige liefdeslied 'My Babe' gaat over de complexiteit en de magie van de oprechte, diepe relatie. De eerst zachte piano en akoestische, galmende gitaarakkoorden evolueren al vlug naar sterke zangperformance en weer pittige weidse elektrische snaren.
De knaller 'Feels Alright', over dat geweldige gevoel voor het eerst je eigen regels te kunnen maken, opent met een stevige riff en beat en stroomt funkend een zee van ritmes in. In 'On the Radio', met grootse swingende honkytonktoetsen, is radio de eenzame levenslijn naar de buitenwereld. 'Astral Jacket' is liefkozend een lovesong met ingetogen enkel akoestische gitaar en Wurlitzer.
Het fraaie 'Satellite', dat ze al jaren live speelden, valt hier eindelijk mooi in z'n definitieve plooi. 'Lucifer on the Sofa' is Daniel's rustige, nachtelijke uitgeleide door z'n stad Austin, met hypnotiserende sax en piano, in z'n eenzame introspectie mistroostig mijmerend over "Wat te doen met je laatste sigaretten, oude platen en cassettes..."
Kortom, als het van een geniale band als Spoon komt, moet je niet gecompliceerd doen om verbluffend goed te zijn. Ga er maar van uit, deze hier van Spoon hoort straks bij de beste onconventionele classic rockplaten van 2022. En geloof het, nooit gaan die Lucifer's sofa in!
SPRINTS - Letter to Self (2024)

4,5
5
geplaatst: 5 januari 2024, 15:39 uur
Je kan 2024 maar best zo dampend rockend mogelijk inzetten en dan word je met een memorabel debuutalbum als dat van SPRINTS als vanuit het niets ineens perfect bediend. Een viertal brutaaltjes met intussen al een verschroeiend stevige live-reputatie in Dublin en heel ver in de omstreken.
Ja, ze schrijven behoorlijk sombere rocksongs, maar wel knallend, ritmisch, melodisch als de beste popsongs van Garbage, vol doelgerichte opwinding, taai volhoudende power en krachtig zuiverende emoties.
Al van bij de doortastende opener 'Ticking', onheilspellend als een tijdbom bovendien, met die kwetsbare, van oorsprong Duitse frontvrouw Karla Chubb die we het keer op keer als een ziedend op en neer over het podium rollende Frank Black van Pixies horen uitschreeuwen. Net zo in het schrikwekkende, tot aan zijn hartverscheurende explosie langzaam doortikkende 'Shadow of a Doubt', eerst even als PJ Harvey de spanning opbouwen en vervolgens een vier minuten lange angstige ontladingsschreeuw als na welk trauma of depressie ook. Of zoals in een der hoogtepunten, de sneltrein 'Literary Mind', een jachtige queerlovesong met veel gruizige gitaren en The Strokes-vibes, meezinger, met een altijd furieuze Chubb, hier vocaal ondersteund door bassist McCann. In 'Cathedral' ook, met queervrouw Karla als een bezwerende Jim Morrison hevig tegen de vastgeroeste Ierse moraal aanschoppend.
Ook de referenties naar U2 zijn niet van de lucht, neem het rauw exploderende 'Heavy', met Chubb weer vol in mantra-modus, dat 'Desire' oproept. Of in het goedkeuring zoekende 'Adore Adore Adore'. Evengoed is deze laatste dankbare knipoog naar 'Adore Life' van Savages, hun inspiratieband. Na de katharsis van een witheet album besluiten ze in de finale woeste titelsong toch met positieve lyrics: we hoeven niet op elkaar te lijken om elkaar te aanvaarden. En in het slotparlando, Chubb's allerlaatste woorden "Any night can become day."
'Letter To Self', een kolkend album met een heel pak uitmuntende, opzwepende ADHD-songs op rij, met in zich, hoe kan het anders, een diep kwetsbare Ierse bodem. Ze borrelt daar in Dublin dus mooi verder die bron van bruisende creativiteit, van steengoede bands op zoek naar bevestiging. Een muzikale tsunami als SPRINTS hoort in al zijn frisheid bij diegenen die in dit jonge 2024 zeker de grote sprong verdienen. Karla Chubb, zang-gitaar, Colm O'Reilly, gitaar, Sam McCann, bas, Jack Callan, drums, traag maar zeker groeien ze uit tot een band van niet meer te negeren drieste gitaarhonden.
'Ze zeggen dat ze goed is voor een groentje', zingt cynische Karla Chubb over zichzelf in 'Up and Comer'. Maar samen vormen ze intussen een ambitieus, meedogenloos kwartet, dat niet in de pas wil lopen en dat drie jaar, in singletjes en epeetjes, dit glorieus debuut met zijn fantastische soundmuur van wegschurende gitaren en doordollende bassen en drums hebben gewikt en afgewogen. Tot het hier dan ook helemaal goed zit. Met dank daarvoor ook aan producer Daniel Fox, bassist van de even wild confronterende Gilla Band.
Een knetterend debuut, op het City Slang-label notabene, van energievreters die hun bandnaam niet hebben gestolen, die als een Usain Bolt sprint na sprint weten te trekken. Met als uithangsbord hun ongeremd intense zangeres wiens vocals tot lang nadien blijven nagalmen als in één lange bevrijdende schreeuw. Losgeslagen verslavend plaatje, zoveel is duidelijk. Het wordt lekker druk rond Fontaines D.C. en The Murder Capital, al zo helemaal aan het begin van het jaar.
Ja, ze schrijven behoorlijk sombere rocksongs, maar wel knallend, ritmisch, melodisch als de beste popsongs van Garbage, vol doelgerichte opwinding, taai volhoudende power en krachtig zuiverende emoties.
Al van bij de doortastende opener 'Ticking', onheilspellend als een tijdbom bovendien, met die kwetsbare, van oorsprong Duitse frontvrouw Karla Chubb die we het keer op keer als een ziedend op en neer over het podium rollende Frank Black van Pixies horen uitschreeuwen. Net zo in het schrikwekkende, tot aan zijn hartverscheurende explosie langzaam doortikkende 'Shadow of a Doubt', eerst even als PJ Harvey de spanning opbouwen en vervolgens een vier minuten lange angstige ontladingsschreeuw als na welk trauma of depressie ook. Of zoals in een der hoogtepunten, de sneltrein 'Literary Mind', een jachtige queerlovesong met veel gruizige gitaren en The Strokes-vibes, meezinger, met een altijd furieuze Chubb, hier vocaal ondersteund door bassist McCann. In 'Cathedral' ook, met queervrouw Karla als een bezwerende Jim Morrison hevig tegen de vastgeroeste Ierse moraal aanschoppend.
Ook de referenties naar U2 zijn niet van de lucht, neem het rauw exploderende 'Heavy', met Chubb weer vol in mantra-modus, dat 'Desire' oproept. Of in het goedkeuring zoekende 'Adore Adore Adore'. Evengoed is deze laatste dankbare knipoog naar 'Adore Life' van Savages, hun inspiratieband. Na de katharsis van een witheet album besluiten ze in de finale woeste titelsong toch met positieve lyrics: we hoeven niet op elkaar te lijken om elkaar te aanvaarden. En in het slotparlando, Chubb's allerlaatste woorden "Any night can become day."
'Letter To Self', een kolkend album met een heel pak uitmuntende, opzwepende ADHD-songs op rij, met in zich, hoe kan het anders, een diep kwetsbare Ierse bodem. Ze borrelt daar in Dublin dus mooi verder die bron van bruisende creativiteit, van steengoede bands op zoek naar bevestiging. Een muzikale tsunami als SPRINTS hoort in al zijn frisheid bij diegenen die in dit jonge 2024 zeker de grote sprong verdienen. Karla Chubb, zang-gitaar, Colm O'Reilly, gitaar, Sam McCann, bas, Jack Callan, drums, traag maar zeker groeien ze uit tot een band van niet meer te negeren drieste gitaarhonden.
'Ze zeggen dat ze goed is voor een groentje', zingt cynische Karla Chubb over zichzelf in 'Up and Comer'. Maar samen vormen ze intussen een ambitieus, meedogenloos kwartet, dat niet in de pas wil lopen en dat drie jaar, in singletjes en epeetjes, dit glorieus debuut met zijn fantastische soundmuur van wegschurende gitaren en doordollende bassen en drums hebben gewikt en afgewogen. Tot het hier dan ook helemaal goed zit. Met dank daarvoor ook aan producer Daniel Fox, bassist van de even wild confronterende Gilla Band.
Een knetterend debuut, op het City Slang-label notabene, van energievreters die hun bandnaam niet hebben gestolen, die als een Usain Bolt sprint na sprint weten te trekken. Met als uithangsbord hun ongeremd intense zangeres wiens vocals tot lang nadien blijven nagalmen als in één lange bevrijdende schreeuw. Losgeslagen verslavend plaatje, zoveel is duidelijk. Het wordt lekker druk rond Fontaines D.C. en The Murder Capital, al zo helemaal aan het begin van het jaar.
Squid - Bright Green Field (2021)

4,5
2
geplaatst: 7 mei 2021, 07:40 uur
Voilà, hier nog een groepje om serieus in de gaten te houden! Rusteloze parlandopostpunk die, net als bij tijdsgenoten Dry Cleaning, Black Country, New Road of Black Midi, experimenteert met het zaaigoed van Art Brut, Talking Heads en Parquet Courts. Ook hier weer rijk geruggesteund door megagetalenteerde musici die stuiterende, dansbare chaos en creatieve jazzy wendingen telkens met waanzinnige muzikaliteit, vlekkeloos dus, in goede banen krijgen. En landen met goeie nieuwe stuff als dit. Grandioos!
St. Vincent - Daddy's Home (2021)

4,0
3
geplaatst: 14 mei 2021, 10:08 uur
De 70's platencollectie van haar gedetineerde daddy doet Annie vervellen tot een bijzondere soulvolle zangeres. Door die bril en met een en al warme bezieling en openhartigheid smeedt ze op deze funky, spacey nieuweling een geweldige reeks topsongs. Stevie Wonder, Bowie, Prince, Pink Floyd, Steely Dan... je herbeleeft de soundtrack van een halve eeuw geleden. Met haar wulpse, nostalgische retrolook is hiermee voor muzikale omnivoor en vernieuwster St. Vincent meer dan een bladzijde omgeslagen. Er lonkt brede sterrenstatus. Zéér terecht!
STAKE - LOVE, DEATH and DECAY (2022)

4,0
5
geplaatst: 19 oktober 2022, 18:16 uur
Uit de chaotische wereld vol ellende zijn ook de Belgische alternatieve geweldenaars van STAKE, voorheen Steak Number Eight, weer opgedoken. Met een stevige verse portie ongeregelde postrock-, sludge- en progmetal: hun zesde plaat. Verwoestende tsunami's zijn in beweging om straks je nog rustige strand op- en afgerold te komen. Koos je de (ev. paarsgroene) vinyl, ja dan start hun 'Love, Death and Decay' toch nog wel eerder kabbelend en vredig dommelend met 'Dream City' en de schrijnende emotionaliteit van 'Ray of the Sun' en waaien er nog enigszins weidse stilte-voor-de-storm-soundscapes je baaitje in. Maar met de digitale versie zit je meteen headbangend middenin het golvende geweld van het geselende en donderende titelnummer, meer, dit monolitische 'Love, Death and Decay' doet je steil achterover slaan. Weliswaar enkele transcenderende ambient-tussenzangen tussen het pak heetgebakerde riffs, maar alles meteen razend groots en alle hens aan dek. Evenzo het grungy 'Deliverance Dance', song met flarden hoop, waar fraai repeterende openingsakkoorden vakkundig evolueren naar gloeiende geluidsgolven à la The Dillinger Escape Plan. Of neem de vervormde psychedelica van 'Zone Out' met ijle vocalen, terwijl op ijzingwekkende beat de elektrocuterende gitaren het volume en het tempo almaar doen aanzwellen, finaal wegstervend in één lange macabere lachreutel.
Hoe desoriënterend ook, de kwaliteisboog houden ze bij STAKE weer strak gespannen. Krijg je achtereenvolgens de onuitputtelijke hardcore-energieboost van recht-door-zee-topper 'F*ck My Anxiety' over je heen. Riffen maar. En onvermoeibaar schreeuwen. Komt dan, even onverbiddelijk, na de synthsferen en plechtige vocalen, kanjer 'Queen in the Dirt' aangolven, met zijn potige breakdowns, een doomy smeltkroes van energie op het hoogste voltage, een echte doodsmak, op de voet gevolgd door de even moordende hectiek van 'Deadlock Eyes', met zijn bijna in overdrive schreeuwende grungezang en onvergetelijk bonkende riffs.
'Love, Death and Decay' is een epische plaat vol introspectie, woede en melancholie. Bij wijlen is STAKE in zijn verpletterende techniciteit als een kolkend Mastodon, dan weer even hoog intensief als Amenra of evengoed zo berekenend als Tool in het spectrum van verlatenheid. Hier op hun zesde laat STAKE je horen hoe zij hun ellende en isolatie van de pandemie hebben verteerd en prachtig uitgewerkt. Een robuuste band met vier sterke muzikale persoonlijkheden, gegroeid sinds vele jaren, die, vrij en excentriek plukkend uit verschillende stijlen van het rock-, hardcore-en metalrepertorium, uit al hun narigheid een hoogst bevallige, gelaagde nieuwe creatie weten te puren. In een als naar de lijnen van het artwork kleurig wentelend album.
'Liefde, dood en verval', het is inderdaad, zoals uit de titel spreekt, een pikzwarte plaat over tragisch verlies van geliefden bij bandleden en over de turbulente demonen van frontman-zanger-gitarist Brent Vanneste. Maar terwijl zijn emoties via zijn furieuze of juist tedere soundscapes over geweldige muzikale survivalbanen worden gestuurd, krijg je een rouwverwerkingsproces als geen ander en raakt hij op het eind juist weer met alle worstelingen in balans. 'Fuck my anxiety'! Verdriet, angst, ijselijk gelach, krachtige emoties, het zuivert en verfrist. Op het einde van het avontuur heb je zelf ook de catharsis ondergaan. Een meer dan meeslepend album.
Hoe desoriënterend ook, de kwaliteisboog houden ze bij STAKE weer strak gespannen. Krijg je achtereenvolgens de onuitputtelijke hardcore-energieboost van recht-door-zee-topper 'F*ck My Anxiety' over je heen. Riffen maar. En onvermoeibaar schreeuwen. Komt dan, even onverbiddelijk, na de synthsferen en plechtige vocalen, kanjer 'Queen in the Dirt' aangolven, met zijn potige breakdowns, een doomy smeltkroes van energie op het hoogste voltage, een echte doodsmak, op de voet gevolgd door de even moordende hectiek van 'Deadlock Eyes', met zijn bijna in overdrive schreeuwende grungezang en onvergetelijk bonkende riffs.
'Love, Death and Decay' is een epische plaat vol introspectie, woede en melancholie. Bij wijlen is STAKE in zijn verpletterende techniciteit als een kolkend Mastodon, dan weer even hoog intensief als Amenra of evengoed zo berekenend als Tool in het spectrum van verlatenheid. Hier op hun zesde laat STAKE je horen hoe zij hun ellende en isolatie van de pandemie hebben verteerd en prachtig uitgewerkt. Een robuuste band met vier sterke muzikale persoonlijkheden, gegroeid sinds vele jaren, die, vrij en excentriek plukkend uit verschillende stijlen van het rock-, hardcore-en metalrepertorium, uit al hun narigheid een hoogst bevallige, gelaagde nieuwe creatie weten te puren. In een als naar de lijnen van het artwork kleurig wentelend album.
'Liefde, dood en verval', het is inderdaad, zoals uit de titel spreekt, een pikzwarte plaat over tragisch verlies van geliefden bij bandleden en over de turbulente demonen van frontman-zanger-gitarist Brent Vanneste. Maar terwijl zijn emoties via zijn furieuze of juist tedere soundscapes over geweldige muzikale survivalbanen worden gestuurd, krijg je een rouwverwerkingsproces als geen ander en raakt hij op het eind juist weer met alle worstelingen in balans. 'Fuck my anxiety'! Verdriet, angst, ijselijk gelach, krachtige emoties, het zuivert en verfrist. Op het einde van het avontuur heb je zelf ook de catharsis ondergaan. Een meer dan meeslepend album.
Static Dress - Rouge Carpet Disaster (2022)

4,5
1
geplaatst: 25 juni 2022, 08:48 uur
Le nouveau metalcore est arrivé! Schande, bijna was het zelfs in mijn donkere vergeethoekje terechtgekomen dit brutale schreeuwdebuut van Static Dress uit Leeds. Neen, genuanceerder, ze tappen voluit uit de verschillende vaatjes van shoegaze, post-hardcore, rock, punk, nu-metal, pop, elektronics, ambient en leuken het op met geluidssamples, maar weten alles zo onweerstaanbaar fris, vurig en right in the face te lanceren dat je hier inderdaad van een heuse revival moet spreken. Sfeer en warrigheid en de wortels stevig in de hard- en emocore. Gegarandeerd ga je dan al om voor opener 'Fleahouse', schoolvoorbeeld van Static Dress' universum dat schril schreeuwt, gromt, slaat en zalft tegelijk, loeiende politie-sirenes, melodieuze gitaarrifs en refrein, het elektrocuteert je met zijn geagiteerde screamo met flitsen en vonken van je stoel. Maar vergis je niet, seconden na de chaos beland je bij Static Dress evengoed toch weer in een rustiger postrock-interval met cleane zang. Neem nu het allerzachtste, filmische 'Attempt 8', dat zelfs bijna getuigt van poëtische en instrumentale lieflijkheid en dat, zo hoort het, de spanning voor wat erna zeker komt alleen maar genadeloos de hoogte in jaagt. Roffelend trekt chaos, noise, zelfdestructie en spannend geschreeuw zich door in allereerste single 'Sweet.', wat een meesterlijke compositie waar je, meegetrokken door de altijd weer verbazend van emotionele vocaliteit wisselende Olli Appleyard - rastalent! - van de ene in de andere geluidservaring tuimelt!
In 'Push Rope', met zijn grungy At The Drive In-punkhooks, verkent Static Dress verder zijn geluidsgrenzen, maar alles blijft desondanks altijd perfect in balans. Het meesterstuk 'Courtney, Just Relax' is met voorsprong het meest bijtend agressieve nummer van de plaat, de heavyness ervan, omrand met duivels gefluister, gaat almaar crescendo, de ene sectie is de overtreffende trap van de vorige, maar één zekerheid: het houdt nooit op. In nog zo'n ogenschijnlijke loeier, 'Di-sinTer', zitten catchy melodie, harmonie en ritme dan weer anders gecombineerd, het bevat ook meer elektronische elementen en digitale versterking én de hulp van King Yosef's keelgeluid, alsof dat van Appleyard alleen nog niet volstond.
Het meer melancholische 'Such.A.Shame' illustreert dat Static Dress zich in zijn keuzes niet laat kooien, minder gloeiend inderdaad, maar heel aanstekelijk refrein en sowiewo niettemin weer geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. '...Maybe!!?' is dan opnieuw klassiek Static Dress, het dwaalt over en weer in een wildernis van vocals en gitaarnoise. Een echt eerbetoon aan Underoath dit. Volgt het 'Lye Solution'-experiment. Of, hoever zonder te forceren raak je in het ruige jasje van een een zwaar rocknummer? Met meedogenloze vocals en geluidsvolume geheel open. Ook 'Unexplainabletitlesleavingyouwonderingwhy (Welcome In)' is een en al rauwheid. Dit is de hoeveelheid punch die je kan inpakken in minder dan twee minuten!
Het multi-instrumentele 'Marisol' is één fraai stuk atmosferische soundscape. Met grote emotionaliteit wordt uitgezongen hoe volgens Static Dress liefde klinkt. Met bijna zachte geluidsexperimenten en veldopnamen als van een vroege Pink Floyd, zelfs een ware strijkerssectie zit erin gemengd. Geen betere overgang mogelijk daarmee naar het afsluitende 'Cubicle Dialogue', post-hardcore op perfectie, dat nogmaals onderstreept wat voor fastastisch veelzijdige zanger Olli Appleyard wel is.
We hebben hier met Static Dress een ambitieuze band met een mysterieus imago, die de sound van de emocore-scene gewoon baanbrekend aan het perfectioneren is. Een band met duidelijk visie in een weldadige orkaan van hectiek. Was hun artwork voorheen resoluut gedompeld in honderd tinten blauw, nu kiezen ze resoluut voor het vurige rood van hun 'Rouge Carpet Disaster'. Welhaast elk nummer van dit album heeft een eigen, andere aantrekkelijke flow die het geheel spannend houdt. Deze jongens maken momenteel zelfs gewoonweg van de meest opwindende en aanstekelijke post-hardcore die er is en daarmee hebben ze met 'Rouge Carpet Disaster' naast een debuut meteen hun eerste emo-klassieker al binnen!
In 'Push Rope', met zijn grungy At The Drive In-punkhooks, verkent Static Dress verder zijn geluidsgrenzen, maar alles blijft desondanks altijd perfect in balans. Het meesterstuk 'Courtney, Just Relax' is met voorsprong het meest bijtend agressieve nummer van de plaat, de heavyness ervan, omrand met duivels gefluister, gaat almaar crescendo, de ene sectie is de overtreffende trap van de vorige, maar één zekerheid: het houdt nooit op. In nog zo'n ogenschijnlijke loeier, 'Di-sinTer', zitten catchy melodie, harmonie en ritme dan weer anders gecombineerd, het bevat ook meer elektronische elementen en digitale versterking én de hulp van King Yosef's keelgeluid, alsof dat van Appleyard alleen nog niet volstond.
Het meer melancholische 'Such.A.Shame' illustreert dat Static Dress zich in zijn keuzes niet laat kooien, minder gloeiend inderdaad, maar heel aanstekelijk refrein en sowiewo niettemin weer geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. '...Maybe!!?' is dan opnieuw klassiek Static Dress, het dwaalt over en weer in een wildernis van vocals en gitaarnoise. Een echt eerbetoon aan Underoath dit. Volgt het 'Lye Solution'-experiment. Of, hoever zonder te forceren raak je in het ruige jasje van een een zwaar rocknummer? Met meedogenloze vocals en geluidsvolume geheel open. Ook 'Unexplainabletitlesleavingyouwonderingwhy (Welcome In)' is een en al rauwheid. Dit is de hoeveelheid punch die je kan inpakken in minder dan twee minuten!
Het multi-instrumentele 'Marisol' is één fraai stuk atmosferische soundscape. Met grote emotionaliteit wordt uitgezongen hoe volgens Static Dress liefde klinkt. Met bijna zachte geluidsexperimenten en veldopnamen als van een vroege Pink Floyd, zelfs een ware strijkerssectie zit erin gemengd. Geen betere overgang mogelijk daarmee naar het afsluitende 'Cubicle Dialogue', post-hardcore op perfectie, dat nogmaals onderstreept wat voor fastastisch veelzijdige zanger Olli Appleyard wel is.
We hebben hier met Static Dress een ambitieuze band met een mysterieus imago, die de sound van de emocore-scene gewoon baanbrekend aan het perfectioneren is. Een band met duidelijk visie in een weldadige orkaan van hectiek. Was hun artwork voorheen resoluut gedompeld in honderd tinten blauw, nu kiezen ze resoluut voor het vurige rood van hun 'Rouge Carpet Disaster'. Welhaast elk nummer van dit album heeft een eigen, andere aantrekkelijke flow die het geheel spannend houdt. Deze jongens maken momenteel zelfs gewoonweg van de meest opwindende en aanstekelijke post-hardcore die er is en daarmee hebben ze met 'Rouge Carpet Disaster' naast een debuut meteen hun eerste emo-klassieker al binnen!
Stef Bos - Kaartenhuis (2025)

4,0
1
geplaatst: 20 mei 2025, 18:55 uur
Eerbetoon hier voor de grote Stef Bos. Want hij komt met zijn twintigste plaat en wat zit hij ons weer mooi dicht op de huid. Bos, de man die weet hoe je het nu, het later, de liefde, de leegte, het vuur, het zien, het donker, het licht, de storm, de kern of een papa bezingt.
De Nederlandse Tukker die daarmee ook Vlaanderen en Zuid-Afrika veroverde, die nu de kaap van de zestig al een paar jaar heeft overschreden en juist dan nog zijn leven ingrijpend zag veranderen. Zestig, het jaar dat zijn kinderen het auto-ongeval dertig meter diep van de Zuid-Afrikaanse rotsen hoogst bij wonder overleven, hij als vader het merkwaardigste meest surrealistische niemandsland betrad en na die eindeloze val in de leegte een oerschreeuw slaakte omdat dat allergrootste verdriet aan zijn horizon toch was afgewend.
Dan begrijp je hem als hij in zijn melancholische liedjes onvermijdelijk stilstaat bij het relatieve en het intense van het leven. Herken je het gevoel dat volop ademt in dit 'Kaartenhuis' en in de naam op zich van het nieuwe album. Meer passend kan ook niet voor de filosoof die van verwondering zijn carrière maakte, de milde zelfonderzoeker die al zijn hele leven zichzelf, zijn eigen afgelegde weg en zijn wereld in kaarten legt.
Ook die elf nieuwe ingetogen songs mogen er weer helemaal zijn. De minzame openingssong 'Kaartenhuis' over een break-up. Zelfs als het kaartenhuis instort vermoedt zeker Bos, half in parlandozang, erachter nog een nieuwe weg of een nieuw begin. 'Opeens Staat Alles Stil', die monumentale song en fragmentatiebom van ontroering. Des te meer meegenomen door zijn revaliderende zoon zweeft Bos, omgeven door waardige blazers, overheen de menselijke levensfasen van geboorte tot sterven. 'Eindeloze Stroom Gedachten', een zalige zomermijmering over kunnen loslaten. Als onder de sterren van een warme Afrikaanse nacht vloeit Stef Bos' onvoltooid verleden traag voorbij.
Als in de gewijde stilte van de Grote Sept van
Baelor, op de minimalistische piano van 'Leer Mij' leert Bos je te zien wat zogezegd onbereikbaar is. Zijn en ook onze ruimte is oneindig zolang je er telkens maar je grenzen in verlegt.
Het dagdromende 'Mijn Hoofd Zat in de Weg' bestrijkt het eeuwige gevecht tussen hoofd en hart, met Stef Bos daartussen koortsachtig zoekend naar het onverwachte en de vrijheid. Zoals wat verder ook in het hemelse 'Eindelijk Ben Je Vrij', een onbenoemd in memoriam, over een toestand van eindeloze onthechting.
'Het Verschil' is dan de Stef Bos-parade van de tegenstellingen, een vintage nummer dat in zijn verschillen weer de filosofie van die andere grote song 'Het Midden' oproept. In 'Vertel Mij Wie Ik Vroeger Was' zingt verder de man die aanvoelde dat hij te hard voor zich was uitgelopen, voorbij al die kleine momenten des levens die er ook toe deden. Voor de man Bos die nu eerst weer wil zien voor hij verdergaat, die probeert dus al die voorbije levenslagen er weer af te pellen.
Ook 'Het Leven Moet een Wals Zijn', naar een gezegde van zijn vader, is zo bewust en heerlijk als dat walsje dat zeker geen mars mag zijn. En daarmee Stef Bos' doeltreffendste tegengif wordt voor elke deprimerend kletterende oorlogsretoriek.
'Ik Zing' is een hymne voor het metier dat hem zoveel vrijheid verschafte, wellicht straks in de zalen evenzeer culminerend in deze pakkende samenzang. Bos heeft in een lied zijn publiek weer bij elkaar gebracht en in koor zingt zich dat finaal met hem nu de longen uit het lijf.
Het hemelse instrumentale kleinood 'Tijd Om Stil Te Staan', is een hoogstaand slot, een fragiel neuriënde piano-aftiteling voor de film van ieders leven, als een verstilde, indrukwekkende Arvo Pärt-compositie.
In dit 'Kaartenhuis' is Stef Bos, de grote woordkunstenaar met die uitzonderlijke en uitbundige verbeelding, voor de zoveelste maal opgestaan. Hij brengt zijn poëzie deze keer met ongepolijste stem en met rondom hem enkel spaarzame arrangementen. Met Tom Vanstiphout en Ruben Block, een gitaar, een piano, wat strijkers en blazers en geen bas of drums. Want Stef Bos was eraan toe, hij is op weg met een reis naar binnen, op zoek naar de rust en verstilling tegen de doorrazende tijd van veel teveel lawaai.
Hij wordt er dan toch steeds jonger mee in zijn hoofd. Dit 'Kaartenhuis' is dan wel zijn donkerste en bij wijlen diep ontroerende persoonlijke prentenboek, maar zo voert het hem uiteindelijk ongetwijfeld weer dichter bij zichzelf. Al is er altijd, overpeinst hij, meer wat hij nog niet weet, hij blijft de man die al pratend en zingend tot rust komt en die rust ook overbrengt. Daarom lopen bij Stef Bos de zalen altijd, keer op keer en naar verwachting zeker voor zijn 'Tijd Om Stil Te Staan'-tour ook zo vlug vol. Want dit is nu eenmaal een gouden jubileumplaat.
De Nederlandse Tukker die daarmee ook Vlaanderen en Zuid-Afrika veroverde, die nu de kaap van de zestig al een paar jaar heeft overschreden en juist dan nog zijn leven ingrijpend zag veranderen. Zestig, het jaar dat zijn kinderen het auto-ongeval dertig meter diep van de Zuid-Afrikaanse rotsen hoogst bij wonder overleven, hij als vader het merkwaardigste meest surrealistische niemandsland betrad en na die eindeloze val in de leegte een oerschreeuw slaakte omdat dat allergrootste verdriet aan zijn horizon toch was afgewend.
Dan begrijp je hem als hij in zijn melancholische liedjes onvermijdelijk stilstaat bij het relatieve en het intense van het leven. Herken je het gevoel dat volop ademt in dit 'Kaartenhuis' en in de naam op zich van het nieuwe album. Meer passend kan ook niet voor de filosoof die van verwondering zijn carrière maakte, de milde zelfonderzoeker die al zijn hele leven zichzelf, zijn eigen afgelegde weg en zijn wereld in kaarten legt.
Ook die elf nieuwe ingetogen songs mogen er weer helemaal zijn. De minzame openingssong 'Kaartenhuis' over een break-up. Zelfs als het kaartenhuis instort vermoedt zeker Bos, half in parlandozang, erachter nog een nieuwe weg of een nieuw begin. 'Opeens Staat Alles Stil', die monumentale song en fragmentatiebom van ontroering. Des te meer meegenomen door zijn revaliderende zoon zweeft Bos, omgeven door waardige blazers, overheen de menselijke levensfasen van geboorte tot sterven. 'Eindeloze Stroom Gedachten', een zalige zomermijmering over kunnen loslaten. Als onder de sterren van een warme Afrikaanse nacht vloeit Stef Bos' onvoltooid verleden traag voorbij.
Als in de gewijde stilte van de Grote Sept van
Baelor, op de minimalistische piano van 'Leer Mij' leert Bos je te zien wat zogezegd onbereikbaar is. Zijn en ook onze ruimte is oneindig zolang je er telkens maar je grenzen in verlegt.
Het dagdromende 'Mijn Hoofd Zat in de Weg' bestrijkt het eeuwige gevecht tussen hoofd en hart, met Stef Bos daartussen koortsachtig zoekend naar het onverwachte en de vrijheid. Zoals wat verder ook in het hemelse 'Eindelijk Ben Je Vrij', een onbenoemd in memoriam, over een toestand van eindeloze onthechting.
'Het Verschil' is dan de Stef Bos-parade van de tegenstellingen, een vintage nummer dat in zijn verschillen weer de filosofie van die andere grote song 'Het Midden' oproept. In 'Vertel Mij Wie Ik Vroeger Was' zingt verder de man die aanvoelde dat hij te hard voor zich was uitgelopen, voorbij al die kleine momenten des levens die er ook toe deden. Voor de man Bos die nu eerst weer wil zien voor hij verdergaat, die probeert dus al die voorbije levenslagen er weer af te pellen.
Ook 'Het Leven Moet een Wals Zijn', naar een gezegde van zijn vader, is zo bewust en heerlijk als dat walsje dat zeker geen mars mag zijn. En daarmee Stef Bos' doeltreffendste tegengif wordt voor elke deprimerend kletterende oorlogsretoriek.
'Ik Zing' is een hymne voor het metier dat hem zoveel vrijheid verschafte, wellicht straks in de zalen evenzeer culminerend in deze pakkende samenzang. Bos heeft in een lied zijn publiek weer bij elkaar gebracht en in koor zingt zich dat finaal met hem nu de longen uit het lijf.
Het hemelse instrumentale kleinood 'Tijd Om Stil Te Staan', is een hoogstaand slot, een fragiel neuriënde piano-aftiteling voor de film van ieders leven, als een verstilde, indrukwekkende Arvo Pärt-compositie.
In dit 'Kaartenhuis' is Stef Bos, de grote woordkunstenaar met die uitzonderlijke en uitbundige verbeelding, voor de zoveelste maal opgestaan. Hij brengt zijn poëzie deze keer met ongepolijste stem en met rondom hem enkel spaarzame arrangementen. Met Tom Vanstiphout en Ruben Block, een gitaar, een piano, wat strijkers en blazers en geen bas of drums. Want Stef Bos was eraan toe, hij is op weg met een reis naar binnen, op zoek naar de rust en verstilling tegen de doorrazende tijd van veel teveel lawaai.
Hij wordt er dan toch steeds jonger mee in zijn hoofd. Dit 'Kaartenhuis' is dan wel zijn donkerste en bij wijlen diep ontroerende persoonlijke prentenboek, maar zo voert het hem uiteindelijk ongetwijfeld weer dichter bij zichzelf. Al is er altijd, overpeinst hij, meer wat hij nog niet weet, hij blijft de man die al pratend en zingend tot rust komt en die rust ook overbrengt. Daarom lopen bij Stef Bos de zalen altijd, keer op keer en naar verwachting zeker voor zijn 'Tijd Om Stil Te Staan'-tour ook zo vlug vol. Want dit is nu eenmaal een gouden jubileumplaat.
Stef Kamil Carlens & The Gates of Eden - Play Bob Dylan (2023)
Alternatieve titel: Live 2021-2022

4,5
3
geplaatst: 26 mei 2023, 17:15 uur
Net mooi Stef Kamil Carlens and The Gates of Eden play Bob Dylan Live meegenomen op vakantie en jawel jongens, wat een ervaring!
Dan zeggen dat straks op 2 juni 2023 ook Bob Dylan zelf weer ons aller aandacht zal vragen bij de release van zijn nieuwste, de soundtrack van zijn 'Shadow Kingdom: The Early Songs of Bob Dylan'. Bij deze kunstige concertfilm van 18 juli 2021, opgenomen en gestreamd in Santa Monica, keek de toen 80-jarige bij wijze van eigen verjaarsdagsgeschenk terug op zijn jongere zelf en liet hij er verrassend alleen anders uitgedoste jeugdsongs torenhoge vluchten scheren.
Net in diezelfde coronaperiode kwamen er uiteraard meerderen met een eerbetoon aandraven aan de oude maestro. Evenzo, voorjaar 2021, Stef Kamil Carlens. Omdat Dylan ook in kringen van filosofen en denkers een heel geapprecieerd man is - bracht laatst nog zijn boek 'The Filosophy of Modern Song' uit - , triggerde het Filosofisch Huis in Antwerpen Carlens om iets rond Bawb's verjaardag te doen. Hij was daarvoor trouwens ontegensprekelijk Vlaanderen's meest geknipte man, heel lang vertrouwd als ie al is met Dylan en zijn werk. De eerste gensters van de grootmeester's aura sloegen over in de jaren zeventig, na dankbare ontvangst van zijn nichtje's cassette van het 'Nashville Skyline'-album uit 1969. De succesalbums volgden elkaar toen op, werden auditief gretig door de jonge Stf Kamil verslonden en sindsdien is de liefde eigenlijk nooit meer overgegaan. Vóór zijn dEUS-periode bracht hij al filmische songs van 'Blood on the Tracks' en 'Desire' op straat en in donkerbruine kroegjes. Officieel live bracht hij Dylan wel pas voor het eerst naar buiten op Theater aan Zee in 2006 en van dan af dook Zijne Nasaliteit steeds sporadischer op in en naast Carlens eigen solo-werken. In dit speciale verjaardagsproject nu werd het evenwel voor het eerst exclusief in één stuk alleen maar Bob Dylan, samen met, behoudens de ritmesectie, een geheel nieuwe begeleidingsband, en route gevormd zonder audities, met negen 'toevallig' aangewaaide klassemuzikanten (waaruit nadien enkel zangeres Leki wegviel wegens ziekte). Eengezind transformeerde dit gezelschap tot 'The Gates of Eden' naar de gelijknamige Dylan-song op 'Bringing it all Back Home' uit 1965 en ook b-kant van 'Like a Rolling Stone'. Uiteindelijk helemaal nachtelijk kreeg het zijn beslag. 'Bob, Till We Drop - A Midnight Special' werd een intens broeierige livestream die vanuit Carlens' eigen homestudio in Hoboken de wereld werd ingestuurd, met daarin de hele, even magische als vrijgevochten selectie uit Dylan's songbook. Een voor de vele Bobcats al te beperkte reeks concerten volgde, tot begin 2023. Bob Dylan-songs opgedirkt in nieuwe kleedjes, met creatieve herschikkingen zo sterk, terwijl we dachten dat alleen Bob Dylan dit maar kan - (getuige ook zijn al geprezen 'Shadow Kingdom').
Stef Kamil Carlens mijmerend over zijn idool : "Ik hou ervan deze songs te zingen. Ze zijn zo goed geschreven. Zinnen komen vol en rijp uit zijn pen. Ze zijn zintuigelijk, je voelt ze, je ziet ze. Maar ze hebben ook die prachtige muzikale kadans, waardoor ze zich zo mooi op de melodie laten draperen."
Nu staan de beste van zìjn livestream en zìjn concerten in Antwerpen, Breda en Utrecht op het achteraf-album 'Stef Kamil Carlens and The Gates of Eden play Bob Dylan Live 2021-2022' , het kende zijn release op 24 februari 2023.
Die zeventien prachtsongs van Dylan hierna geschikt op de tijdslijn van 's mans songwriterspen....
- 1965 - 'Like a Rolling Stone' van 'Highway 61 Revisited', klinkt vrij getrouw aan Dylan's origineel, even vastberaden meeorgelend en, hé, speels almaar die creatief rondcirkelende bas.
- 1966 - 'Most Likely You Go Your Way (And I'll Go Mine)' van 'Blonde on Blonde'. Dit goedgemutste 'Most Likely You Go Your Way (And I'll Go Mine)' maakte een geestdriftig rocktrio op het album rond.
- 1966 - 'All Along the Watchtower' van 'John Wesley Harding'. Het album openen doen ze schitterend met dit vurig 'All Along the Watchtower'. Vergeet dus even Jimi! Het wordt in Carlens energieke versie een met orgel en fluit à la Ian Anderson's Jethro Tull opgesmukte, dampende rocker.
- 1974 - 'Forever Young' van 'Planet Waves' wordt in de karakteristieke vertolking à la Stef Kamil Carlens een en al aantrekkelijke frivoliteit.
- 1975 - 'Shelter from the Storm' van 'Blood on the Tracks' krijgt een Caribische calipso-opsmuk en weer die fraai gospelende backing vocals.
- 1978 - 'New Pony' van 'Street Legal' overtreft zelfs Dylan's uitvoering. Bluesy gospelend, wordt het hier een nog meer uitgesponnen versie, die met de elektriciteit van zijn gitaren op het einde de energie in één beweging doet overslaan op de zaal. Geen wonder.
- 1981 - 'Dead Man, Dead Man' van 'Shot of Love'. Dit enthousiast onthaalde 'Dead Man, Dead Man' wordt net als het origineel een pure, pompende reggaeër.
- 1981 - 'The Groom's Still Waiting at the Alter' ook van 'Shot of Love'. Op hetzelfde vurig groovende élan als 'Dead Man, Dead Man' trekt Carlens's band verder, een nog ongelooflijker rockversie dan het origineel. Vond blijkbaar duidelijk ook het publiek.
- 1981 - Het vrijwel onbekende 'Carribean Wind', een outtake nog van 'Shot of Love', recht zich hier robuust als een ovationele rocker in overdrive.
- 1983 - 'I and I' van 'Infidels'. Dit bloedstollend mooie'I and I' van het meer experimentele 'Infidels' is een en al warme gevoeligheid en het wordt weer versterkt door het schitterende duo backing vocals.
- 1985 - 'Never Gonna Be the Same Again' van 'Empire Burlesque'. Dit tot twee minuten verkorte 'Never Gonna Be the Same Again' wordt intens retro begeleid als staat Stef Kamil met Dylan's ouwe The Band op de planken.
- 1985 - 'Emotionally Yours' van 'Empire Burlesque', het blijft een doorleefd intieme ballade, hier wordt de song groots in zijn onopgesmukte bescheidenheid.
- 1989 - 'Political World' van 'Oh Mercy' - Het gefrustreerde 'Political World' met zijn oceaan aan teksten, voor Carlens, met zijn tekstboek zoals Wannes Van de Velde bij de hand, nergens een struikelblok. Het krijgt een swingend ongebonden aankleding mee typisch Stef Kamil Carlens, geruggesteund door zijn twee backing-dames.
- 1989 - 'Most of the Time' van 'Oh Mercy'. Het fraaie 'Most of the Time', Dylan's herinneringen aan een eigenlijk totaal vergeten lovestory, dezelfde rust, fantastisch drijvend op de keyboards.
- 1989 - 'What Was It You Wanted' van 'Oh Mercy'. Eindigen doen Stef Kamil Carlens en zijn kornuiten hier in schoonheid met het misschien betekenisvolle 'What Was It You Wanted', mystiek orgel is er en een aanhoudend parlando op de wijze van Dylan.
- 1997 - 'Not Dark Yet' van 'Time Out of Mind'. In 'Not Dark Yet' wordt door Carlens, zoals ook elders, even heerlijk heesschurend meegezongen als de meester. En wordt door The Gates even triest ingetogen gespeeld.
- 1997 - 'Can't Wait' van 'Time Out of Mind'. In deze achtminuten-bluessong kunnen The Gates of Eden zich al improviserend pas helemaal loos laten gaan. Indrukwekkend.
Aan dit project vol ambitie is tot in de puntjes gewerkt. De eenvoud van Dylan's muziek, zijn teksten, zijn stem en de hele sfeer errond zijn belangrijk, de aandacht voor de evolutie van de akoestische folk en blues spelende protestzanger tot later de oude zingende crooner. Hier overstijgt de tributeband de coverband in al zijn emotionele oprechtheid en diep respect voor Dylan. Dit bijna negentig minuten lange muzikaal verslag met echte interpretaties in plaats van banale covers, het is één en al verbluffende inleving en authentieke verfrissing, regelrecht machtig Dylan-geluid gepresenteerd in een perfecte live-opname. Nu is het evenwel Carlens die, moeiteloos en natuurlijk, de honneurs van charismatische podiumpersoonlijkheid waarneemt, die zonder de minste imitatiedwang doorheen Dylan's frasering zwemt. Toevallig accordeert met hem wel het gelijksoortig karakteristiek hees stemtimbre maar, misschien gelukkig daarmee voor enkelen, dan toch niet tegelijk Dylan's kraaierig nasale. De luisteraar wordt volop getrakteerd op opzwepend topentertainment dat bulkt van professioneel enthousiasme en onverschrokken lange solo's en dat als live-ervaring, jaja, de op het podium vaak voorkomende nukkigheid en schijnbare dedain van Dylan glansrijk voorbijsteekt.
Dit had dus evengoed Carlens' neverending tour kunnen worden, met de souplesse en zijn naturel waarop hij die goudmijn aan Dylan-songs beheerst. Hij beperkte zich echter bewust, naast die enkele overbekende songs, tot vooral het minder vermaarde van Dylan's oeuvre. Als jonge fan, kind van de eighties, eert Carlens dan nog vooral die periode. Door slechts sporadisch hits aan te snijden en juist bijzonder te worden door helemaal in de diepte te duiken, werden de optredens en wordt meteen dit album voor velen veel meer zelfs een fraaie ontdekkingstocht dan de zoveelste plejade van herkenning. Feit dat er enkele duizenden op een tribute-evenement als dit zijn afgekomen en door al die menigen die hun afwezigheid nu nog hardsgrondig betreuren, het is een ongelooflijk compliment voor het grote talent van de artiest Bob Dylan, maar beslist niet in het minst ook dat van de professional-fan Stef Kamil Carlens, die het hele gebeuren perfect naar zijn hand zette. Maar, niet getreurd, naar verluidt zitten er voor The Gates of Eden en Carlens in de toekomst zeker nog meer Bobsongs in de pipeline. In alle geval, Vlaanderens' grootste Dylan-kenner Luc Devos, hier toevallig uit ons kleine dorp en altijd streng voor coveraars, kan zich over het huidige sterke exploot van Stef Kamil Carlens and The Gates of Eden enkel maar verbazen. Schreef ie op zijn facebook-pagina na zijn maartse optreden in Kortrijk dan ook: "Heb pakweg tweehonderd cd's met covers van Bob en na het beluisteren verlang ik altijd naar het origineel van Dylan. Voor deze maak ik met plezier uitzondering." Zeg dus maar dat ook Luc het gezegd heeft.
Stef Kamil Carlens' line-up:
- Stef Kamil Carlens, vocals, acoustic, resophonic & electric guitar,
- Lize Accoe, Rahmat Emonds en Karoline Leki Kamosi, backing vocals,
- Geert Hellings, electric & acoustic guitars,
- Simon Pleysier, electric guitar,
- Matt Watts, upright piano, Hohner Pianet T, mandoline,
- Thomas De Prins, Wurlitzer, Fender Rhodes, Hammond L-100, Moog Grandmother, Hohner Symphonic 31, Mellotron,
- Mirko Banovic, bass,
- Sam Gysel – drums.
Dan zeggen dat straks op 2 juni 2023 ook Bob Dylan zelf weer ons aller aandacht zal vragen bij de release van zijn nieuwste, de soundtrack van zijn 'Shadow Kingdom: The Early Songs of Bob Dylan'. Bij deze kunstige concertfilm van 18 juli 2021, opgenomen en gestreamd in Santa Monica, keek de toen 80-jarige bij wijze van eigen verjaarsdagsgeschenk terug op zijn jongere zelf en liet hij er verrassend alleen anders uitgedoste jeugdsongs torenhoge vluchten scheren.
Net in diezelfde coronaperiode kwamen er uiteraard meerderen met een eerbetoon aandraven aan de oude maestro. Evenzo, voorjaar 2021, Stef Kamil Carlens. Omdat Dylan ook in kringen van filosofen en denkers een heel geapprecieerd man is - bracht laatst nog zijn boek 'The Filosophy of Modern Song' uit - , triggerde het Filosofisch Huis in Antwerpen Carlens om iets rond Bawb's verjaardag te doen. Hij was daarvoor trouwens ontegensprekelijk Vlaanderen's meest geknipte man, heel lang vertrouwd als ie al is met Dylan en zijn werk. De eerste gensters van de grootmeester's aura sloegen over in de jaren zeventig, na dankbare ontvangst van zijn nichtje's cassette van het 'Nashville Skyline'-album uit 1969. De succesalbums volgden elkaar toen op, werden auditief gretig door de jonge Stf Kamil verslonden en sindsdien is de liefde eigenlijk nooit meer overgegaan. Vóór zijn dEUS-periode bracht hij al filmische songs van 'Blood on the Tracks' en 'Desire' op straat en in donkerbruine kroegjes. Officieel live bracht hij Dylan wel pas voor het eerst naar buiten op Theater aan Zee in 2006 en van dan af dook Zijne Nasaliteit steeds sporadischer op in en naast Carlens eigen solo-werken. In dit speciale verjaardagsproject nu werd het evenwel voor het eerst exclusief in één stuk alleen maar Bob Dylan, samen met, behoudens de ritmesectie, een geheel nieuwe begeleidingsband, en route gevormd zonder audities, met negen 'toevallig' aangewaaide klassemuzikanten (waaruit nadien enkel zangeres Leki wegviel wegens ziekte). Eengezind transformeerde dit gezelschap tot 'The Gates of Eden' naar de gelijknamige Dylan-song op 'Bringing it all Back Home' uit 1965 en ook b-kant van 'Like a Rolling Stone'. Uiteindelijk helemaal nachtelijk kreeg het zijn beslag. 'Bob, Till We Drop - A Midnight Special' werd een intens broeierige livestream die vanuit Carlens' eigen homestudio in Hoboken de wereld werd ingestuurd, met daarin de hele, even magische als vrijgevochten selectie uit Dylan's songbook. Een voor de vele Bobcats al te beperkte reeks concerten volgde, tot begin 2023. Bob Dylan-songs opgedirkt in nieuwe kleedjes, met creatieve herschikkingen zo sterk, terwijl we dachten dat alleen Bob Dylan dit maar kan - (getuige ook zijn al geprezen 'Shadow Kingdom').
Stef Kamil Carlens mijmerend over zijn idool : "Ik hou ervan deze songs te zingen. Ze zijn zo goed geschreven. Zinnen komen vol en rijp uit zijn pen. Ze zijn zintuigelijk, je voelt ze, je ziet ze. Maar ze hebben ook die prachtige muzikale kadans, waardoor ze zich zo mooi op de melodie laten draperen."
Nu staan de beste van zìjn livestream en zìjn concerten in Antwerpen, Breda en Utrecht op het achteraf-album 'Stef Kamil Carlens and The Gates of Eden play Bob Dylan Live 2021-2022' , het kende zijn release op 24 februari 2023.
Die zeventien prachtsongs van Dylan hierna geschikt op de tijdslijn van 's mans songwriterspen....
- 1965 - 'Like a Rolling Stone' van 'Highway 61 Revisited', klinkt vrij getrouw aan Dylan's origineel, even vastberaden meeorgelend en, hé, speels almaar die creatief rondcirkelende bas.
- 1966 - 'Most Likely You Go Your Way (And I'll Go Mine)' van 'Blonde on Blonde'. Dit goedgemutste 'Most Likely You Go Your Way (And I'll Go Mine)' maakte een geestdriftig rocktrio op het album rond.
- 1966 - 'All Along the Watchtower' van 'John Wesley Harding'. Het album openen doen ze schitterend met dit vurig 'All Along the Watchtower'. Vergeet dus even Jimi! Het wordt in Carlens energieke versie een met orgel en fluit à la Ian Anderson's Jethro Tull opgesmukte, dampende rocker.
- 1974 - 'Forever Young' van 'Planet Waves' wordt in de karakteristieke vertolking à la Stef Kamil Carlens een en al aantrekkelijke frivoliteit.
- 1975 - 'Shelter from the Storm' van 'Blood on the Tracks' krijgt een Caribische calipso-opsmuk en weer die fraai gospelende backing vocals.
- 1978 - 'New Pony' van 'Street Legal' overtreft zelfs Dylan's uitvoering. Bluesy gospelend, wordt het hier een nog meer uitgesponnen versie, die met de elektriciteit van zijn gitaren op het einde de energie in één beweging doet overslaan op de zaal. Geen wonder.
- 1981 - 'Dead Man, Dead Man' van 'Shot of Love'. Dit enthousiast onthaalde 'Dead Man, Dead Man' wordt net als het origineel een pure, pompende reggaeër.
- 1981 - 'The Groom's Still Waiting at the Alter' ook van 'Shot of Love'. Op hetzelfde vurig groovende élan als 'Dead Man, Dead Man' trekt Carlens's band verder, een nog ongelooflijker rockversie dan het origineel. Vond blijkbaar duidelijk ook het publiek.
- 1981 - Het vrijwel onbekende 'Carribean Wind', een outtake nog van 'Shot of Love', recht zich hier robuust als een ovationele rocker in overdrive.
- 1983 - 'I and I' van 'Infidels'. Dit bloedstollend mooie'I and I' van het meer experimentele 'Infidels' is een en al warme gevoeligheid en het wordt weer versterkt door het schitterende duo backing vocals.
- 1985 - 'Never Gonna Be the Same Again' van 'Empire Burlesque'. Dit tot twee minuten verkorte 'Never Gonna Be the Same Again' wordt intens retro begeleid als staat Stef Kamil met Dylan's ouwe The Band op de planken.
- 1985 - 'Emotionally Yours' van 'Empire Burlesque', het blijft een doorleefd intieme ballade, hier wordt de song groots in zijn onopgesmukte bescheidenheid.
- 1989 - 'Political World' van 'Oh Mercy' - Het gefrustreerde 'Political World' met zijn oceaan aan teksten, voor Carlens, met zijn tekstboek zoals Wannes Van de Velde bij de hand, nergens een struikelblok. Het krijgt een swingend ongebonden aankleding mee typisch Stef Kamil Carlens, geruggesteund door zijn twee backing-dames.
- 1989 - 'Most of the Time' van 'Oh Mercy'. Het fraaie 'Most of the Time', Dylan's herinneringen aan een eigenlijk totaal vergeten lovestory, dezelfde rust, fantastisch drijvend op de keyboards.
- 1989 - 'What Was It You Wanted' van 'Oh Mercy'. Eindigen doen Stef Kamil Carlens en zijn kornuiten hier in schoonheid met het misschien betekenisvolle 'What Was It You Wanted', mystiek orgel is er en een aanhoudend parlando op de wijze van Dylan.
- 1997 - 'Not Dark Yet' van 'Time Out of Mind'. In 'Not Dark Yet' wordt door Carlens, zoals ook elders, even heerlijk heesschurend meegezongen als de meester. En wordt door The Gates even triest ingetogen gespeeld.
- 1997 - 'Can't Wait' van 'Time Out of Mind'. In deze achtminuten-bluessong kunnen The Gates of Eden zich al improviserend pas helemaal loos laten gaan. Indrukwekkend.
Aan dit project vol ambitie is tot in de puntjes gewerkt. De eenvoud van Dylan's muziek, zijn teksten, zijn stem en de hele sfeer errond zijn belangrijk, de aandacht voor de evolutie van de akoestische folk en blues spelende protestzanger tot later de oude zingende crooner. Hier overstijgt de tributeband de coverband in al zijn emotionele oprechtheid en diep respect voor Dylan. Dit bijna negentig minuten lange muzikaal verslag met echte interpretaties in plaats van banale covers, het is één en al verbluffende inleving en authentieke verfrissing, regelrecht machtig Dylan-geluid gepresenteerd in een perfecte live-opname. Nu is het evenwel Carlens die, moeiteloos en natuurlijk, de honneurs van charismatische podiumpersoonlijkheid waarneemt, die zonder de minste imitatiedwang doorheen Dylan's frasering zwemt. Toevallig accordeert met hem wel het gelijksoortig karakteristiek hees stemtimbre maar, misschien gelukkig daarmee voor enkelen, dan toch niet tegelijk Dylan's kraaierig nasale. De luisteraar wordt volop getrakteerd op opzwepend topentertainment dat bulkt van professioneel enthousiasme en onverschrokken lange solo's en dat als live-ervaring, jaja, de op het podium vaak voorkomende nukkigheid en schijnbare dedain van Dylan glansrijk voorbijsteekt.
Dit had dus evengoed Carlens' neverending tour kunnen worden, met de souplesse en zijn naturel waarop hij die goudmijn aan Dylan-songs beheerst. Hij beperkte zich echter bewust, naast die enkele overbekende songs, tot vooral het minder vermaarde van Dylan's oeuvre. Als jonge fan, kind van de eighties, eert Carlens dan nog vooral die periode. Door slechts sporadisch hits aan te snijden en juist bijzonder te worden door helemaal in de diepte te duiken, werden de optredens en wordt meteen dit album voor velen veel meer zelfs een fraaie ontdekkingstocht dan de zoveelste plejade van herkenning. Feit dat er enkele duizenden op een tribute-evenement als dit zijn afgekomen en door al die menigen die hun afwezigheid nu nog hardsgrondig betreuren, het is een ongelooflijk compliment voor het grote talent van de artiest Bob Dylan, maar beslist niet in het minst ook dat van de professional-fan Stef Kamil Carlens, die het hele gebeuren perfect naar zijn hand zette. Maar, niet getreurd, naar verluidt zitten er voor The Gates of Eden en Carlens in de toekomst zeker nog meer Bobsongs in de pipeline. In alle geval, Vlaanderens' grootste Dylan-kenner Luc Devos, hier toevallig uit ons kleine dorp en altijd streng voor coveraars, kan zich over het huidige sterke exploot van Stef Kamil Carlens and The Gates of Eden enkel maar verbazen. Schreef ie op zijn facebook-pagina na zijn maartse optreden in Kortrijk dan ook: "Heb pakweg tweehonderd cd's met covers van Bob en na het beluisteren verlang ik altijd naar het origineel van Dylan. Voor deze maak ik met plezier uitzondering." Zeg dus maar dat ook Luc het gezegd heeft.
Stef Kamil Carlens' line-up:
- Stef Kamil Carlens, vocals, acoustic, resophonic & electric guitar,
- Lize Accoe, Rahmat Emonds en Karoline Leki Kamosi, backing vocals,
- Geert Hellings, electric & acoustic guitars,
- Simon Pleysier, electric guitar,
- Matt Watts, upright piano, Hohner Pianet T, mandoline,
- Thomas De Prins, Wurlitzer, Fender Rhodes, Hammond L-100, Moog Grandmother, Hohner Symphonic 31, Mellotron,
- Mirko Banovic, bass,
- Sam Gysel – drums.
Steiger - The New Lady Llama (2021)

4,5
0
geplaatst: 17 april 2021, 15:27 uur
Dit eigentijds genreloos Gents muziektrio moet je zeker gehoord hebben! De heren zijn nieuwe muziek aan het uitvinden die meesterlijk klinkt. Feestelijk, sfeervol, cool, ritmisch... en kleuĊrijk als een moderne Vlaamse Grandaddy.
Steven Wilson - The Overview (2025)

4,5
3
geplaatst: 28 maart 2025, 14:56 uur
Een Belgische klassieker. 'Dirk, u kunt mij Filip noemen, want ik denk dat in de ruimte geen protocol is. Kunt u mij zeggen wat u ziet door het venster?', prevelde stuntelig kroonpretendent Filip in 1992 tegen Dirk Frimout. Hij, ervaren astronaut, toertjes trekkend in zijn spaceshuttle, die toen daarop de prins waardig repliceerde: 'Het zicht op de aarde is echt buitengewoon...'.
Intussen kondigt anno 2025 op die aardbol een overgetalenteerde componist, de Brit Steven Wilson zijn rentrée aan met zijn achtste solo-langspeler. Hij, de man die met zijn band Porcupine Tree het muzikale genre voorbeoefend door rocklegendes als King Crimson, Yes, Pink Floyd en anderen op nieuwe hoogten bracht. Met hem gaan we een derde van een eeuw na Frimout toch weer die ruimte in om die geweldige cognitieve en transformatieve ervaring helemaal te zien vastleggen in diepere woorden. Om ze muzikaal uitgesponnen te horen vertalen in kloppende progrock, griezelig avangardistische psychedelica, jazzy zwevende ambient en kunstige pop. In zijn adembenemende album 'The Overview' ondergaan we dat existentiële gevoel van ongerepte schoonheid en verbondenheid met de aarde en de onrustige mens die ze bevolkt. Onze onbeduidendheid zweemt tegenover die enorme uitgestrektheid, tegenover die onvatbaar kille, zwarte plaats van anti-leven. Als doorheen een kluwen van mistige gaswolken weerspiegelt Wilson nietige beelden van het leven op aarde in al zijn goede en kwade dagen. Een onooglijke mens niettemin zo onwetend over de universaliteit van de hemelse wereld.
Wilson's 'The Overview' is muzikale filosofie nu helemaal op maat van progrockers, bovendien met zijn esoterisch verhaal aangenaam verpakt in opnieuw een fantastisch concept. Een aanzuigende soundtrack, net als toen met Mike Oldfield in de seventies, oldskoolgewijs verdeeld in twee aanstekelijke delen. 'Objects Outlive Us' en 'The Overview' elk met een aantal doolhofsecties waar heerlijk op weg te deinen valt. Best dan ook voor in een klein hoekje, knus ineengetrokken daar met verplichte hoofdtelefoon.
Steven Wilson is onze man met ervaring. Hij de clevere muzikale topatleet die ambitieus zijn hele carrière samenvat in dit epos en in schitterende, subtiel gearrangeerde en zuiver uitgevoerde composities.
Hoor die sterke, bij wijlen ijzig snijdende falsetstem en al die met elkaar verweven instrumenten. A capella scanderend koor, pianotoetsen, strijkers, sax, beats, op metaal dansende bassnaren, rechttoe rechtaan verschroeiende gitaarsolo's, nostalgische Yes-parlando's, een triphop-dansje. Alles wentelt even statig om je heen als dat wiel van Stanley Kubrick's ruimteschip in een zee van Strauss. Even dacht je, hé, daar is warempel echt de 'A Space Oddysey's'-HAL-computer en straks begint misschien ook nog Pink Floyd's 'Astronomy Domine'. Ze maken 'The Overview' tot een enig album ademend in een universum van massief elektronisch geluid.
Steven Wilson is de creatieve producer-duizendpoot die, tussen vele remasteringsopdrachten in van 'Pink Floyd at Pompei' tot weer een of andere geliefde oude klassieker van Jethro Tull of voor wie dan ook, in zijn eigen werk zijn eigenwijze draai blijft geven aan wat echt voor transcenderende progrock doorgaat.
Bepaalde albums als deze moet je sowieso eerst laten indalen, al kom je er dan ook iets later na de release mee op de proppen. Maar die luttele bezinning loont, want 'The Overview' is Steven Wilson's nieuwste uniek meesterwerk, met een bijzondere boodschap voor de wereld. Het luistert zo mooi en het vloeit als één langzaam opgebouwde ruimte-opera weg in zijn grootse kosmische geluiden. Een indrukwekkend opus met een moderne toets kortom dat iedere fan wil horen en zelfs onbepaald zal herbeluisteren. Tot weer al de diepste finesses ervan zullen zijn prijsgegeven. En ja, zelfs voor dummies is 'The Overview' daarom alsnog het proberen overwaard.
Intussen kondigt anno 2025 op die aardbol een overgetalenteerde componist, de Brit Steven Wilson zijn rentrée aan met zijn achtste solo-langspeler. Hij, de man die met zijn band Porcupine Tree het muzikale genre voorbeoefend door rocklegendes als King Crimson, Yes, Pink Floyd en anderen op nieuwe hoogten bracht. Met hem gaan we een derde van een eeuw na Frimout toch weer die ruimte in om die geweldige cognitieve en transformatieve ervaring helemaal te zien vastleggen in diepere woorden. Om ze muzikaal uitgesponnen te horen vertalen in kloppende progrock, griezelig avangardistische psychedelica, jazzy zwevende ambient en kunstige pop. In zijn adembenemende album 'The Overview' ondergaan we dat existentiële gevoel van ongerepte schoonheid en verbondenheid met de aarde en de onrustige mens die ze bevolkt. Onze onbeduidendheid zweemt tegenover die enorme uitgestrektheid, tegenover die onvatbaar kille, zwarte plaats van anti-leven. Als doorheen een kluwen van mistige gaswolken weerspiegelt Wilson nietige beelden van het leven op aarde in al zijn goede en kwade dagen. Een onooglijke mens niettemin zo onwetend over de universaliteit van de hemelse wereld.
Wilson's 'The Overview' is muzikale filosofie nu helemaal op maat van progrockers, bovendien met zijn esoterisch verhaal aangenaam verpakt in opnieuw een fantastisch concept. Een aanzuigende soundtrack, net als toen met Mike Oldfield in de seventies, oldskoolgewijs verdeeld in twee aanstekelijke delen. 'Objects Outlive Us' en 'The Overview' elk met een aantal doolhofsecties waar heerlijk op weg te deinen valt. Best dan ook voor in een klein hoekje, knus ineengetrokken daar met verplichte hoofdtelefoon.
Steven Wilson is onze man met ervaring. Hij de clevere muzikale topatleet die ambitieus zijn hele carrière samenvat in dit epos en in schitterende, subtiel gearrangeerde en zuiver uitgevoerde composities.
Hoor die sterke, bij wijlen ijzig snijdende falsetstem en al die met elkaar verweven instrumenten. A capella scanderend koor, pianotoetsen, strijkers, sax, beats, op metaal dansende bassnaren, rechttoe rechtaan verschroeiende gitaarsolo's, nostalgische Yes-parlando's, een triphop-dansje. Alles wentelt even statig om je heen als dat wiel van Stanley Kubrick's ruimteschip in een zee van Strauss. Even dacht je, hé, daar is warempel echt de 'A Space Oddysey's'-HAL-computer en straks begint misschien ook nog Pink Floyd's 'Astronomy Domine'. Ze maken 'The Overview' tot een enig album ademend in een universum van massief elektronisch geluid.
Steven Wilson is de creatieve producer-duizendpoot die, tussen vele remasteringsopdrachten in van 'Pink Floyd at Pompei' tot weer een of andere geliefde oude klassieker van Jethro Tull of voor wie dan ook, in zijn eigen werk zijn eigenwijze draai blijft geven aan wat echt voor transcenderende progrock doorgaat.
Bepaalde albums als deze moet je sowieso eerst laten indalen, al kom je er dan ook iets later na de release mee op de proppen. Maar die luttele bezinning loont, want 'The Overview' is Steven Wilson's nieuwste uniek meesterwerk, met een bijzondere boodschap voor de wereld. Het luistert zo mooi en het vloeit als één langzaam opgebouwde ruimte-opera weg in zijn grootse kosmische geluiden. Een indrukwekkend opus met een moderne toets kortom dat iedere fan wil horen en zelfs onbepaald zal herbeluisteren. Tot weer al de diepste finesses ervan zullen zijn prijsgegeven. En ja, zelfs voor dummies is 'The Overview' daarom alsnog het proberen overwaard.
Stromae - Multitude (2022)

4,5
7
geplaatst: 7 maart 2022, 20:30 uur
En dan, met de hele marketingmachine, weet ineens de hele goegemeente het, Stromae is er, gezond, wel én met z'n nieuwe plaat. Hij riep het al klaar en vloeiend om via luidsprekers in de Brusselse metro en eerder nog ook, du jamais vu, via het Franse nieuwsjournaal. Stromae die er interviewsgewijs 'L' Enfer' helemaal uitzong en daarmee ook zijn donkerste gedachten rond depressie en eenzaamheid.
En inderdaad, Stromae's ster schittert met deze derde. Het is wel wat anders, jazeker, maar het licht is even fel als voorheen. Negen lange jaren na het verschijnen van 'Racine Carrée' in een intussen gewijzigde muzikale context. In Brussel trapte hij meteen ook zijn 'Multitude'-wereldtournee af, maar neem Stromae's tour around the globe ook meer dan letterlijk. Hypersonische pop, meeslepende hiphop, bonkende reggaeton, 't zit er allemaal in, maar muzikaal voert hij op 'Mulititude' zijn fans vooral de vijf continenten rond. Soundscapes door hem in de verste culturen gedetailleerd opgezogen, met tal van exotische ritmes en stijlen, polyfonie, Turkse hobo, Chinese viool, doedelzakken, clavecimbel of Boliviaanse charango-gitaar, de meest curieuze instrumenten, vaak zelfs in een en hetzelfde nummer. En dan ook Dirk Brossé's honderdkoppig orkest in tal van songs, orkestraties in plaats van de vele samples voorheen. 'Multitude', echte veelheid dus, alles in de mix. 'Multitude' bovendien op de cover, met één extravagante Stromae voor evenveel continenten. Even toepasselijk was bijna de naam 'Folklore', maar toen was net Taylor Swift hem voor.
Stromae dus, wat een durver. Doet in zijn muziek nooit wat je spontaan verwacht en weet precies daardoor zijn vernieuwende impulsen door te geven. Was al even met Franse rappers gaan samenzitten, met Billie Eilish en Coldplay ook. Maar toch, waar is hier dan de hit-jukebox op deze derde? En ook de dancelawine is uitgebleven! Al heeft de man helemaal niet stilgezeten en is ie muzikaal alleen nog maar gegroeid. Stromae nu, hij en zijn muziek, zeven jaar na zijn laatste optreden : hij intussen 37 en z'n sound nog universeler.
Verhalen over eigen lief en leed, ze kleven aan de man en ze overstijgen hem tegelijk tot het allesomvattende. Emoties in evenveel songs en alles zo sterk geladen. Naast het genoemde, diep persoonlijke 'L' Enfer' is er vooral dat rauwe, met Afrikaanse beats en koorzang overladen overlevingsnummer 'Invaincu' als voorbeeld, Stromae rappend over het verdomde antimalariamedicijn dat hem jarenlang terug naar af serveerde, met de lichamelijke uitputting en burn-out die hem geestelijk ondermijnde en het onheil dat hem uiteindelijk toch niet kleinkreeg. Triomf daarom in de met blazers van Brossé's orkest gevulde finale.
Die gevoelige depressiviteit van 'L' Enfer' zit evenzo in de afsluitende tandemsongs, het wanhopige 'Mauvaise journée' versus het vrolijke 'Bonne Journée'. Vergelijking van het water in het halflege glas in de ene song en in het halfvolle in de andere en daarna toch maar de waarde van optimisme onderlijnen. Spreidstand die met het positieve 'Bonne Journée' dus passend de vreugdevolle slotnoot oplevert, het einde ook van een met ''Cheese' en 'Racine Carrée' alles samen schitterende maar vrij bedrukte trilogie.
Stromae is family man geworden, dat wil hij ons laten horen. Op een Braziliaans dansframe is 'C'est Que du Bonheur' vrolijk en feestelijk, hij beschrijft er het wel en wee als kersverse papa. Ondanks braaksel en kakluiers, twijfels en opofferingen, zindert toch recht uit z'n ziel het "Ik heb je het leven gegeven, je hebt het mijne gered".
Stromae blijft zijn echt gemeende betrokken zelve bij het uitstrooien van geëngageerd sociale boodschappen. In 'Santé', met de geest van Cesaria Evora en haar swingend Kaapverdisch orkest vermengd in pop-elektro, gaat er een sociaal hart onder de riem voor alle horeca-werkenden en andere kampioenen van de ergste uren, die hoe dan ook in de achtergrond voor andermans zorgeloos leven opdraaien. Blijkt het dan vooral een ode aan Rosa, zijn eigen huishoudster. In de prachtige prostitutiesong 'Fils de Joie', kruipt hij tegelijk weer even in de huid van de cliënt, de pooier, politieagent en de sekswerker's zoon, moeilijk onderwerp, maar origineel en fraai verpakt in een melodieuze topsong, met Stromae croonend als Charles Aznavour zelve.
Net zo kritisch, het Oosters klinkende 'Riez', of hoe ieders dromen zo verschillen naargelang sociale status. De dualiteit van de have's en have-nots, het dromen over het onbereikbare.
Stromae, ook observator van liefdesleven en relaties in de echte of virtuele wereld. 'La Solassitude', drijvend op zwoele percussie, over de verveelde vrijgezel, galant maar o zo routineus in al zijn wergwerp-escapades. 'Pas Vraiment', in een Zuid-Amerikaans sfeertje, over ongezonde, fake sterrenrelaties, louter gebaseerd op populariteit en hyperberoemdheid, maar ook hier even apart bekeken vanuit diverse ogen : man, vrouw en de fanbase. Het bijna akoestische 'Mon Amour' dan, over die man en z'n zielig proberen vergeven te worden van het (zoveelste) overspel.
'Déclaration', lieflijk eerbetoon aan de vrouw, in culturen zo vaak alleen voorbestemd om te baren, of anticonceptie te nemen, als werkende doorgaans ook als mindere gehonoreerd en die in haar leefwereld vooral nog heel veel geduld wordt opgelegd.
'Multitude' is een plaat die de vele facetten van een flamboyante persoonlijkheid etaleert. Rastalent dat met veel souplesse unieke, ontroerende, betoverende wereldmuziek samenpuzzelt en inhoudelijk stoffeert met verhalen van grote herkenbaarheid. Wie de man ooit live aan het werk zag in zijn vlekkeloos geregisseerde shows ziet nu al met welke behendige lenigheid hij de sound van deze derde in nieuwe wervelende choreografieën zal omzetten. Kleurrijk, complex schouwspel, als verbluffend levende clips. Want Stromae, da's niet alleen alias van die kleine Brusselse Belg Paul Van Haver, het is evenzeer een wereldwijd erkend keurmerk van een intussen hele grote Maestro
En inderdaad, Stromae's ster schittert met deze derde. Het is wel wat anders, jazeker, maar het licht is even fel als voorheen. Negen lange jaren na het verschijnen van 'Racine Carrée' in een intussen gewijzigde muzikale context. In Brussel trapte hij meteen ook zijn 'Multitude'-wereldtournee af, maar neem Stromae's tour around the globe ook meer dan letterlijk. Hypersonische pop, meeslepende hiphop, bonkende reggaeton, 't zit er allemaal in, maar muzikaal voert hij op 'Mulititude' zijn fans vooral de vijf continenten rond. Soundscapes door hem in de verste culturen gedetailleerd opgezogen, met tal van exotische ritmes en stijlen, polyfonie, Turkse hobo, Chinese viool, doedelzakken, clavecimbel of Boliviaanse charango-gitaar, de meest curieuze instrumenten, vaak zelfs in een en hetzelfde nummer. En dan ook Dirk Brossé's honderdkoppig orkest in tal van songs, orkestraties in plaats van de vele samples voorheen. 'Multitude', echte veelheid dus, alles in de mix. 'Multitude' bovendien op de cover, met één extravagante Stromae voor evenveel continenten. Even toepasselijk was bijna de naam 'Folklore', maar toen was net Taylor Swift hem voor.
Stromae dus, wat een durver. Doet in zijn muziek nooit wat je spontaan verwacht en weet precies daardoor zijn vernieuwende impulsen door te geven. Was al even met Franse rappers gaan samenzitten, met Billie Eilish en Coldplay ook. Maar toch, waar is hier dan de hit-jukebox op deze derde? En ook de dancelawine is uitgebleven! Al heeft de man helemaal niet stilgezeten en is ie muzikaal alleen nog maar gegroeid. Stromae nu, hij en zijn muziek, zeven jaar na zijn laatste optreden : hij intussen 37 en z'n sound nog universeler.
Verhalen over eigen lief en leed, ze kleven aan de man en ze overstijgen hem tegelijk tot het allesomvattende. Emoties in evenveel songs en alles zo sterk geladen. Naast het genoemde, diep persoonlijke 'L' Enfer' is er vooral dat rauwe, met Afrikaanse beats en koorzang overladen overlevingsnummer 'Invaincu' als voorbeeld, Stromae rappend over het verdomde antimalariamedicijn dat hem jarenlang terug naar af serveerde, met de lichamelijke uitputting en burn-out die hem geestelijk ondermijnde en het onheil dat hem uiteindelijk toch niet kleinkreeg. Triomf daarom in de met blazers van Brossé's orkest gevulde finale.
Die gevoelige depressiviteit van 'L' Enfer' zit evenzo in de afsluitende tandemsongs, het wanhopige 'Mauvaise journée' versus het vrolijke 'Bonne Journée'. Vergelijking van het water in het halflege glas in de ene song en in het halfvolle in de andere en daarna toch maar de waarde van optimisme onderlijnen. Spreidstand die met het positieve 'Bonne Journée' dus passend de vreugdevolle slotnoot oplevert, het einde ook van een met ''Cheese' en 'Racine Carrée' alles samen schitterende maar vrij bedrukte trilogie.
Stromae is family man geworden, dat wil hij ons laten horen. Op een Braziliaans dansframe is 'C'est Que du Bonheur' vrolijk en feestelijk, hij beschrijft er het wel en wee als kersverse papa. Ondanks braaksel en kakluiers, twijfels en opofferingen, zindert toch recht uit z'n ziel het "Ik heb je het leven gegeven, je hebt het mijne gered".
Stromae blijft zijn echt gemeende betrokken zelve bij het uitstrooien van geëngageerd sociale boodschappen. In 'Santé', met de geest van Cesaria Evora en haar swingend Kaapverdisch orkest vermengd in pop-elektro, gaat er een sociaal hart onder de riem voor alle horeca-werkenden en andere kampioenen van de ergste uren, die hoe dan ook in de achtergrond voor andermans zorgeloos leven opdraaien. Blijkt het dan vooral een ode aan Rosa, zijn eigen huishoudster. In de prachtige prostitutiesong 'Fils de Joie', kruipt hij tegelijk weer even in de huid van de cliënt, de pooier, politieagent en de sekswerker's zoon, moeilijk onderwerp, maar origineel en fraai verpakt in een melodieuze topsong, met Stromae croonend als Charles Aznavour zelve.
Net zo kritisch, het Oosters klinkende 'Riez', of hoe ieders dromen zo verschillen naargelang sociale status. De dualiteit van de have's en have-nots, het dromen over het onbereikbare.
Stromae, ook observator van liefdesleven en relaties in de echte of virtuele wereld. 'La Solassitude', drijvend op zwoele percussie, over de verveelde vrijgezel, galant maar o zo routineus in al zijn wergwerp-escapades. 'Pas Vraiment', in een Zuid-Amerikaans sfeertje, over ongezonde, fake sterrenrelaties, louter gebaseerd op populariteit en hyperberoemdheid, maar ook hier even apart bekeken vanuit diverse ogen : man, vrouw en de fanbase. Het bijna akoestische 'Mon Amour' dan, over die man en z'n zielig proberen vergeven te worden van het (zoveelste) overspel.
'Déclaration', lieflijk eerbetoon aan de vrouw, in culturen zo vaak alleen voorbestemd om te baren, of anticonceptie te nemen, als werkende doorgaans ook als mindere gehonoreerd en die in haar leefwereld vooral nog heel veel geduld wordt opgelegd.
'Multitude' is een plaat die de vele facetten van een flamboyante persoonlijkheid etaleert. Rastalent dat met veel souplesse unieke, ontroerende, betoverende wereldmuziek samenpuzzelt en inhoudelijk stoffeert met verhalen van grote herkenbaarheid. Wie de man ooit live aan het werk zag in zijn vlekkeloos geregisseerde shows ziet nu al met welke behendige lenigheid hij de sound van deze derde in nieuwe wervelende choreografieën zal omzetten. Kleurrijk, complex schouwspel, als verbluffend levende clips. Want Stromae, da's niet alleen alias van die kleine Brusselse Belg Paul Van Haver, het is evenzeer een wereldwijd erkend keurmerk van een intussen hele grote Maestro
Sufjan Stevens - Convocations (2021)

4,0
3
geplaatst: 7 mei 2021, 08:42 uur
Convocations is voor mij de klankband in de kathedraal waarin zijn pa ligt opgebaard. Het hoeft er dus niet altijd Bach te zijn of De Steen van Bram Vermeulen. Zo doet Sufjan dat. Binstdien werkt dit evengoed als loutering en genezing. Convocations is in zijn uitgestrektheid even gedenkwaardig als zijn net zo uitgebreide kerstreeks.
Sufjan Stevens - Javelin (2023)

4,5
3
geplaatst: 12 oktober 2023, 16:18 uur
Er waren al een paar schitterende singles uitgekomen, het fragiele 'So You Are Tired' en de tearjerker-ballade 'Will Anybody Ever Love Me' met zijn zelfgefabriceerde kaleidoscopische video, er waren ook al tientallen pre-listen parties gepland voor het nieuwe album 'Javelin'. En dan ineens moesten ze het op 20 september 2023 bijna in shock lezen en vaststellen, in het fankamp van Sufjan Stevens: "Hallo vrienden. Snelle update over mijn leven. Ik ben erg enthousiast over mijn nieuwe muziek ..., maar wilde je gewoon laten weten dat een van de redenen waarom ik niet heb kunnen deelnemen aan de pers en promotie in de aanloop naar de release van 'Javelin', is dat ik in het ziekenhuis ben. Vorige maand werd ik op een ochtend wakker en ik kon niet lopen. Mijn handen, armen en benen waren gevoelloos en tintelend en had geen kracht, geen gevoel, geen mobiliteit. ... De neurologen diagnosticeerden de auto-immuunziekte genaamd Guillian-Barre Syndroom. Gelukkig is er een behandeling voor. ... het is een langzaam proces, maar ze zeggen dat ik zal 'herstellen', het kost gewoon veel tijd, geduld en hard werken. ... Ik ben vastbesloten om beter te worden, ik ben vol goede moed en omringd door een echt geweldig team. Ik wil gezond zijn! ... Yours truly, vanuit mijn rolstoel, XOXOXO, Sufjan Stevens." Drie dagen voor de release verscheen vervolgens, al ging die sublieme song in essentie wel over een eerste liefde, een voor die omstandigheden bijna passend hoopvol 'A Running Start' met "so now we have a running start, my body moves in mystic ways". Op 6 oktober dan uiteindelijk het album zelf. Vanuit zijn ziekbed verrassend open geduid door Sufjan himself, nog zelden voorheen zo open over zijn privéleven en seksualiteit. Hier leidt hij met een omstandige lofzang het album in als opgedragen "aan het licht van mijn leven, mijn geliefde partner en beste vriend Evans Richardson die in april 2023 overleed." Relatie die hij in de rouwende ouverture 'Goodbye Evergreen' ook intens en finaal groots kletterend tenuitvoer brengt.
Het hele nieuwe album 'Javelin' is een ware verademing, project 100% Sufjan Stevens, door hemzelf geschreven en geproduced. Het zit weer vol met van die hemelse sufjaneske harmonieën van weleer die dan ook enkel uit 's mans' koker konden komen. Hij moet ook heel lang voor de spiegel hebben gestaan om de singer-songwriter in hem weer in zijn puurste vorm helemaal naar boven te zien komen. Dan zowat ongelooflijk als een alchemist aan het werk, met ontwapenend weelderige muziek die hoorbaar recht uit het universum komt van al zijn vorige platen. Met nieuwe elementen gekneed tot een verbluffende kleurrijke collage en vooral, op zijn trouwe zangvriendinnen en in de business alomtegenwoordige Bryce Dessner na (in de odyssee 'Shit Talk'), bijna geheel gespeeld door de Sufjan-one-man-band. Allemaal huisvlijt, net als die zelfgemaakte cover-art trouwens en bijhorend boekwerk met de eigen collages en essays. Op 'Javelin' ook behoorlijk minder elektronica, ten voordele van een aangename comeback van de meer fingerpickend akoestische stukken, de terugkeer ook naar het vaak schitterend opduikend koor en orkest met strijkers en de gestroomlijnde instrumentatie. Haast elke song vertrekt behaaglijk, melodieus, kwetsbaar, in bijna kinderlijke eenvoud. Maar rust en breekbaarheid ontwikkelen zich dan, laag na laag, bij wijlen bijna vrolijk ondanks de tristesse, tot een contrasterende wirwar van uitbarstingen in epische proporties. Zelfs in het afsluitende 'There's a World', Neil Young-song van 'Harvest', wordt de instrumentatie herschikt en de lyrics subtiel bewerkt tot enkel nog intiem hoogzwevende Sufjan Stevens-folk overblijft.
Zijn wat heesfluisterende engelachtige stem brengt een overvloed aan gevoelige diep persoonlijke lyrics voort. Alhoewel, voor de luisteraar zijn die wel niet altijd zo doorgrondelijk. Maar blijkbaar gaan ze toch steeds over grote gebeurtenissen in zijn leven, zaken die als een speer (jawel, 'javelin') door zijn hart moeten zijn gegaan. Teksten die net als de persoon Sufjan Stevens zelf altijd geheel doordrongen zijn van spiritualiteit. Op de tonen van een prachtige geluidsband zet hij je zelfs aan het denken over de schoonheid van verdriet. Niet ten gevolge van het heengaan van zijn ma deze keer, als toen in 'Carrie & Lowell', nu is het de verwarring van zijn break-ups, de liefdespijnen en de twijfel over het al of niet geliefd worden. Hij heeft het uiteindelijk ontegensprekelijk ook over de aanvaarding van dit alles, gehuld in een bijna religieuze waas. Een door en door christelijke poëet, die Sufjan, die het nu ook voor jou een plaats weet te geven.
Dit is dan ook weer een nieuw universeel barok meesterwerk vol zalige spektakelsongs van de hand van een onvoorstelbaar veelzijdige, creatieve singer-songwriter-duizendpoot. Hou nu die moed erin, Sufjan, en word vooral gauw beter. Het live-optreden van jou hier ooit, ergens, staat nog steeds op m'n bucketlist.
Het hele nieuwe album 'Javelin' is een ware verademing, project 100% Sufjan Stevens, door hemzelf geschreven en geproduced. Het zit weer vol met van die hemelse sufjaneske harmonieën van weleer die dan ook enkel uit 's mans' koker konden komen. Hij moet ook heel lang voor de spiegel hebben gestaan om de singer-songwriter in hem weer in zijn puurste vorm helemaal naar boven te zien komen. Dan zowat ongelooflijk als een alchemist aan het werk, met ontwapenend weelderige muziek die hoorbaar recht uit het universum komt van al zijn vorige platen. Met nieuwe elementen gekneed tot een verbluffende kleurrijke collage en vooral, op zijn trouwe zangvriendinnen en in de business alomtegenwoordige Bryce Dessner na (in de odyssee 'Shit Talk'), bijna geheel gespeeld door de Sufjan-one-man-band. Allemaal huisvlijt, net als die zelfgemaakte cover-art trouwens en bijhorend boekwerk met de eigen collages en essays. Op 'Javelin' ook behoorlijk minder elektronica, ten voordele van een aangename comeback van de meer fingerpickend akoestische stukken, de terugkeer ook naar het vaak schitterend opduikend koor en orkest met strijkers en de gestroomlijnde instrumentatie. Haast elke song vertrekt behaaglijk, melodieus, kwetsbaar, in bijna kinderlijke eenvoud. Maar rust en breekbaarheid ontwikkelen zich dan, laag na laag, bij wijlen bijna vrolijk ondanks de tristesse, tot een contrasterende wirwar van uitbarstingen in epische proporties. Zelfs in het afsluitende 'There's a World', Neil Young-song van 'Harvest', wordt de instrumentatie herschikt en de lyrics subtiel bewerkt tot enkel nog intiem hoogzwevende Sufjan Stevens-folk overblijft.
Zijn wat heesfluisterende engelachtige stem brengt een overvloed aan gevoelige diep persoonlijke lyrics voort. Alhoewel, voor de luisteraar zijn die wel niet altijd zo doorgrondelijk. Maar blijkbaar gaan ze toch steeds over grote gebeurtenissen in zijn leven, zaken die als een speer (jawel, 'javelin') door zijn hart moeten zijn gegaan. Teksten die net als de persoon Sufjan Stevens zelf altijd geheel doordrongen zijn van spiritualiteit. Op de tonen van een prachtige geluidsband zet hij je zelfs aan het denken over de schoonheid van verdriet. Niet ten gevolge van het heengaan van zijn ma deze keer, als toen in 'Carrie & Lowell', nu is het de verwarring van zijn break-ups, de liefdespijnen en de twijfel over het al of niet geliefd worden. Hij heeft het uiteindelijk ontegensprekelijk ook over de aanvaarding van dit alles, gehuld in een bijna religieuze waas. Een door en door christelijke poëet, die Sufjan, die het nu ook voor jou een plaats weet te geven.
Dit is dan ook weer een nieuw universeel barok meesterwerk vol zalige spektakelsongs van de hand van een onvoorstelbaar veelzijdige, creatieve singer-songwriter-duizendpoot. Hou nu die moed erin, Sufjan, en word vooral gauw beter. Het live-optreden van jou hier ooit, ergens, staat nog steeds op m'n bucketlist.
Sufjan Stevens & Angelo De Augustine - A Beginner's Mind (2021)

4,5
5
geplaatst: 30 september 2021, 13:16 uur
Na het helende requiemepos dat Convocations eerder dit jaar voor Sufjan Stevens was, is het nu tijd voor weer iets helemaal anders. Sufjan heeft namelijk op zijn eigen label in Angelo De Augustine een nieuwe hechte zielsverwant gevonden om er samen nog eens een verstild fluisterende zangplaat à la Carrie & Lowell mee op te nemen. Heel mooi, horen we onmiddellijk! Inderdaad, als waren het de Kings of Convenience zelve zo wonderwel hebben zich hier hun stemmen tot ingetogen harmonie vervlochten.
Hoor zo maar al enkele van de topnummers : 'Reach Out', 'Lady Macbeth in Chains', 'Back to Oz', 'The Pillar of Sounds' of 'Olympus'.
Maar waarover te zingen? s Avonds filmpje pikken en er 's morgens een goed liedje over maken, verrassend idee toch om er je muzikale verbeeldingskracht mee aan te zwengelen?
Een ratjetoe van 14 films passeerde de revue daar in hun schuiloord in New York, gaande van horror, Night of The Living Dead, The Thing, Silence of the Lambs tot klassiekers als The Wizzard of Oz en All About Eve. De muziek kwam en gaandeweg werden ook de scores voorzien van beeldrijke, zelfs extravagante, altijd diepzinnige lyrics. Weloverdacht leunen ze aan op het Zenboeddhisme en het oud-Chinese Boek der Veranderingen.
Ja, wat betekent het om nu mens te zijn in een wereld aan scherven? Met klimaatverandering, menselijk lijden, isolement, sociale paranoia, zin van het leven, zin van de dood en alles daartussen? Beiden dachten er lang en geestdriftig over na en legden dan stilletjes teksten op de samengeschreven akkoordenschema's.
Juist, daarin schuilt dan ook de betekenis van de plaattitel : het zenboeddhistische Shoshin, geest van de beginner. Een houding van openheid, gretigheid en gebrek aan vooroordelen, die is essentieel wil je eender welke kwestie kunnen overschouwen. Neem dus zomaar even 14 willekeurige films : wat hun makers er ooit ook mee bedoelden, een beginnersgeest zal er, als een kind zo zuiver, altijd zijn persoonlijke inspiratie weten uit te puren. Is er dan nood soms aan herbronnend kijken in de wereld anno 2021? Waarmee weer een open deur is ingetrapt...
Daarmee doet nu ook de kleurige plaatcover minder vreemd aan. Slecht ingelichte Afrikaanse kunstenaars ontwierpen in de jaren '80 gelijkaardige alternatieve filmaffiches. Net zo gaven Sufjan en Angelo daarom kunstenaar Daniel Anum Jasper vrije hand om zich op basis van heel beperkte info over enkele van de bezongen films toch een totaalposter te verbeelden.
Muzikaal levert het het gelegenheidsduo uiteindelijk een zachtdromerige, lieve soundtrack op, vooral door Angelo emotioneel en hoog ingezongen, met diepfilosofische poëzie, wat psychedelisch aandoend, nu eens melancholisch en romantisch, dan weer sprankelend, levendig, bruisend. De uitvoering van het geheel is volledig back to basics, lo-fi. Weg alle electronica, synthpop of ambient. Volle speelruimte voor het akoestische instrumentarium, de folky gitaren, piano, belletjes en cimbalen, zelfs wat Illinoisse-orkestratie. Deze fantastische nieuwe staat dus verre van na jaren slappe herhaling. Ook in deze samenwerking is ze vintage Sufjan, muziek met een hart, alles op z'n best.
Daarmee hebben ze 't bovendien ook weer bewezen : het creatief eindproduct van de ene wordt meermaals het creatieve startschot voor de andere. Of hoe een sessie avondlijk bloemlezen uit the American film history leidt tot de schepping van een indrukwekkend muziekwerk, the morning after. Werk je al aan de sequel, jongens?
Hoor zo maar al enkele van de topnummers : 'Reach Out', 'Lady Macbeth in Chains', 'Back to Oz', 'The Pillar of Sounds' of 'Olympus'.
Maar waarover te zingen? s Avonds filmpje pikken en er 's morgens een goed liedje over maken, verrassend idee toch om er je muzikale verbeeldingskracht mee aan te zwengelen?
Een ratjetoe van 14 films passeerde de revue daar in hun schuiloord in New York, gaande van horror, Night of The Living Dead, The Thing, Silence of the Lambs tot klassiekers als The Wizzard of Oz en All About Eve. De muziek kwam en gaandeweg werden ook de scores voorzien van beeldrijke, zelfs extravagante, altijd diepzinnige lyrics. Weloverdacht leunen ze aan op het Zenboeddhisme en het oud-Chinese Boek der Veranderingen.
Ja, wat betekent het om nu mens te zijn in een wereld aan scherven? Met klimaatverandering, menselijk lijden, isolement, sociale paranoia, zin van het leven, zin van de dood en alles daartussen? Beiden dachten er lang en geestdriftig over na en legden dan stilletjes teksten op de samengeschreven akkoordenschema's.
Juist, daarin schuilt dan ook de betekenis van de plaattitel : het zenboeddhistische Shoshin, geest van de beginner. Een houding van openheid, gretigheid en gebrek aan vooroordelen, die is essentieel wil je eender welke kwestie kunnen overschouwen. Neem dus zomaar even 14 willekeurige films : wat hun makers er ooit ook mee bedoelden, een beginnersgeest zal er, als een kind zo zuiver, altijd zijn persoonlijke inspiratie weten uit te puren. Is er dan nood soms aan herbronnend kijken in de wereld anno 2021? Waarmee weer een open deur is ingetrapt...
Daarmee doet nu ook de kleurige plaatcover minder vreemd aan. Slecht ingelichte Afrikaanse kunstenaars ontwierpen in de jaren '80 gelijkaardige alternatieve filmaffiches. Net zo gaven Sufjan en Angelo daarom kunstenaar Daniel Anum Jasper vrije hand om zich op basis van heel beperkte info over enkele van de bezongen films toch een totaalposter te verbeelden.
Muzikaal levert het het gelegenheidsduo uiteindelijk een zachtdromerige, lieve soundtrack op, vooral door Angelo emotioneel en hoog ingezongen, met diepfilosofische poëzie, wat psychedelisch aandoend, nu eens melancholisch en romantisch, dan weer sprankelend, levendig, bruisend. De uitvoering van het geheel is volledig back to basics, lo-fi. Weg alle electronica, synthpop of ambient. Volle speelruimte voor het akoestische instrumentarium, de folky gitaren, piano, belletjes en cimbalen, zelfs wat Illinoisse-orkestratie. Deze fantastische nieuwe staat dus verre van na jaren slappe herhaling. Ook in deze samenwerking is ze vintage Sufjan, muziek met een hart, alles op z'n best.
Daarmee hebben ze 't bovendien ook weer bewezen : het creatief eindproduct van de ene wordt meermaals het creatieve startschot voor de andere. Of hoe een sessie avondlijk bloemlezen uit the American film history leidt tot de schepping van een indrukwekkend muziekwerk, the morning after. Werk je al aan de sequel, jongens?
SUWI - Playing for Oscar (2024)

4,0
1
geplaatst: 7 mei 2024, 14:04 uur
"We houden van viby music.
We houden van blauw en roze.
We maken muziek die je verbeelding voedt.
Vredig, rustgevend, snel, rijk."
Ver van de mainstream zweeft daarmee, ergens in een universum sereen tussen psychedelische progrock en jazz: SUWI uit Gent, met hun derde album. Een bekwaam trio met leden van Nordmann, Kosmo Sound en Robbing Millions wiens zo te horen intuïtief ontwikkelende melodieën onmiddellijk aandacht weten te trekken. Intimiteit en fijnbesnaarde, ongekunstelde eenvoud, dat roepen ze op en dat is al zo vanaf die lieflijke viby gitaarintro, de opener 'Rob'.
Het daaropvolgende 'Who Are You' sommeert het hen evenwel onverbiddellijk. Wie zijn jullie? Met dit ijle 'Who Are You' zijn ze alvast niet de rockers van The Who. Wel een trio met gitaren, in een ingetogen song met een schitterende groove. De barre vraag rijst meermaals op als vanuit een kille kelder. Het antwoord dan weer volgt in lyrics die als op de wolk van Thom Yorke's falsetto hoog de lucht ingaan. Een song met een Casio en ook het hondje van de cover, dat op het einde, jawel, het liedje helemaal uitblaft.
Volgt de hijgende slow, 'I'd Rather Go Brian'. Neen, inderdaad niet ' Rather Blind'. Tien slome minuten voorthikkende gitaartranscendentie, schatplichtig aan het aangename klankenpalet van Gilmour en Dans Dans.
Dit 'Playing For Oscar', het lijkt één lange spontane live-sessie wel. Tegelijk soms ook vanuit een wereldje dat verwarrend klinkt en luidruchtig. Met voortstuwende ritmes, een en al expressiviteit, kracht, sensitieve dynamiek en energie. Fraai voorbeeldje, het bonte, bijna psychedelische 'Sterven', dat met zijn gedempte Khruangbin-sound en zijn toegenepen luchtige 'Gibb-brothers singing jazz'-vocals dus alleen maar een heel klein beetje opklinkt als 'sterven'.
Heerlijk toch, die warme bijna funky aangeslagen meanderingen van 'Vieze Frans'. Andermaal krioelen de Hendrix-vingers van Vandenabeele zich prominent in de aandacht. Een creatief en sfeervol, geestverruimend miniatuurtje opgesmukt met abstracte achtergrondzang en een ritmesectie en bas die zich in de sfeerzetting evenmin onbetuigd laten.
In het door SUWI opgetrokken samenspel ervaar je song na song die onweerstaanbaar mooi golvende groove, hun aparte levendige sound die nu eens vol decibels zit en dan weer juist niet. De muzikale bouwwerkjes van SUWI op dit 'Playing For Oscar' - tot de korste toe, neem het hyperkinetische 'Stress Beat' - , al die beats, die riffs, wat zijn ze ongrijpbaar gevoelig en mysterieus, zo sierlijk gevuld met ruimte en magie.
'We maken muziek die je verbeelding voedt'... Laat daarom 'Our Dog' in zijn uitgesponnen psychedelica dan maar het verre neefje wel lijken van It’s A Beautiful Day's 'Bombay’s Calling'. Een nieuwe sterke improvisatie ervan, zoiets, net zoals ook een geniaal Deep Purple er zich ooit op wist te inspireren.
Het avontuurlijke 'Backstreet' tenslotte is afsluiten met een bijna negen minuten proggy chillend hoogtepunt. Tuurlijk geen Backstreet Boys, wel zalig lang experiment, doorheen de ruimte zeilen en met hemelse belletjes en Vandenabeele's hoogetherische zang op alles meedrijven, ook overheen de momenten van lichte chaos.
Dit SUWI, het is basic rustig en onbekommerd improviseren. Daarbovenop met zo'n natuurlijke en vloeiende communicatie tussen de bandleden dat je als vanzelf in hun flow meeopgaat. SUWI werpt met filmisch ruimtelijke jazz nieuw licht op betovering. Niet voor niets zien je hen straks dan ook opduiken op Gent Jazz, deze zomer. Met hun derde, een sterke jazzrock-chillplaat.
Line-up:
Cyriel Vandenabeele: gitaar en zang
Mattias Geernaert: bas
Elias Devoldere: drums en zang
We houden van blauw en roze.
We maken muziek die je verbeelding voedt.
Vredig, rustgevend, snel, rijk."
Ver van de mainstream zweeft daarmee, ergens in een universum sereen tussen psychedelische progrock en jazz: SUWI uit Gent, met hun derde album. Een bekwaam trio met leden van Nordmann, Kosmo Sound en Robbing Millions wiens zo te horen intuïtief ontwikkelende melodieën onmiddellijk aandacht weten te trekken. Intimiteit en fijnbesnaarde, ongekunstelde eenvoud, dat roepen ze op en dat is al zo vanaf die lieflijke viby gitaarintro, de opener 'Rob'.
Het daaropvolgende 'Who Are You' sommeert het hen evenwel onverbiddellijk. Wie zijn jullie? Met dit ijle 'Who Are You' zijn ze alvast niet de rockers van The Who. Wel een trio met gitaren, in een ingetogen song met een schitterende groove. De barre vraag rijst meermaals op als vanuit een kille kelder. Het antwoord dan weer volgt in lyrics die als op de wolk van Thom Yorke's falsetto hoog de lucht ingaan. Een song met een Casio en ook het hondje van de cover, dat op het einde, jawel, het liedje helemaal uitblaft.
Volgt de hijgende slow, 'I'd Rather Go Brian'. Neen, inderdaad niet ' Rather Blind'. Tien slome minuten voorthikkende gitaartranscendentie, schatplichtig aan het aangename klankenpalet van Gilmour en Dans Dans.
Dit 'Playing For Oscar', het lijkt één lange spontane live-sessie wel. Tegelijk soms ook vanuit een wereldje dat verwarrend klinkt en luidruchtig. Met voortstuwende ritmes, een en al expressiviteit, kracht, sensitieve dynamiek en energie. Fraai voorbeeldje, het bonte, bijna psychedelische 'Sterven', dat met zijn gedempte Khruangbin-sound en zijn toegenepen luchtige 'Gibb-brothers singing jazz'-vocals dus alleen maar een heel klein beetje opklinkt als 'sterven'.
Heerlijk toch, die warme bijna funky aangeslagen meanderingen van 'Vieze Frans'. Andermaal krioelen de Hendrix-vingers van Vandenabeele zich prominent in de aandacht. Een creatief en sfeervol, geestverruimend miniatuurtje opgesmukt met abstracte achtergrondzang en een ritmesectie en bas die zich in de sfeerzetting evenmin onbetuigd laten.
In het door SUWI opgetrokken samenspel ervaar je song na song die onweerstaanbaar mooi golvende groove, hun aparte levendige sound die nu eens vol decibels zit en dan weer juist niet. De muzikale bouwwerkjes van SUWI op dit 'Playing For Oscar' - tot de korste toe, neem het hyperkinetische 'Stress Beat' - , al die beats, die riffs, wat zijn ze ongrijpbaar gevoelig en mysterieus, zo sierlijk gevuld met ruimte en magie.
'We maken muziek die je verbeelding voedt'... Laat daarom 'Our Dog' in zijn uitgesponnen psychedelica dan maar het verre neefje wel lijken van It’s A Beautiful Day's 'Bombay’s Calling'. Een nieuwe sterke improvisatie ervan, zoiets, net zoals ook een geniaal Deep Purple er zich ooit op wist te inspireren.
Het avontuurlijke 'Backstreet' tenslotte is afsluiten met een bijna negen minuten proggy chillend hoogtepunt. Tuurlijk geen Backstreet Boys, wel zalig lang experiment, doorheen de ruimte zeilen en met hemelse belletjes en Vandenabeele's hoogetherische zang op alles meedrijven, ook overheen de momenten van lichte chaos.
Dit SUWI, het is basic rustig en onbekommerd improviseren. Daarbovenop met zo'n natuurlijke en vloeiende communicatie tussen de bandleden dat je als vanzelf in hun flow meeopgaat. SUWI werpt met filmisch ruimtelijke jazz nieuw licht op betovering. Niet voor niets zien je hen straks dan ook opduiken op Gent Jazz, deze zomer. Met hun derde, een sterke jazzrock-chillplaat.
Line-up:
Cyriel Vandenabeele: gitaar en zang
Mattias Geernaert: bas
Elias Devoldere: drums en zang
Suzi Quatro - The Devil in Me (2021)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2021, 13:52 uur
Toegegeven, ouwe rocktante die de rockgitaar maar niet aan de wilgen kan hangen. Maar so what! Als dit zo'n opzwepende muziek oplevert, kan dit toch niet onvermeld blijven? Bravo voor Suzi!
Sylvie Kreusch - Comic Trip (2024)

4,0
2
geplaatst: 14 november 2024, 16:46 uur
"Viens petite fille dans mon comic strip", wenkte Serge Gainbourg nog in '67 en al die jaren later voelt het meisje in Sylvie Kreusch zich nog steeds zuiver door de Parijzenaar aangesproken... "Crip! Crap! Shebam! Pow! Plop! Wiz! Vlam! Splatch! Chtuck! Bomp! Humpf! Pfff!", onomatopeerde hij in zijn sevenmillionstreamer 'Comic Strip'. Met "Paaw! Beng! Kachaaw! Whem! Blem! Boem! Checa! Waaw! Whii! Whoo! Whoo-haa! Whauw!", dient Sylvie Kreusch hem nu in haar eigen 'Comic Trip' stevig stuiterend van repliek, met al de 'big bold emotions' die ze vanuit die magische stripwereld van haar kindertijd ineens weer helemaal voor zich ziet.
Met haar geprezen break-upalbum 'Mombray' had de vurige rode zichzelf, en bij uitbreiding ook haar 'Walk Walk'-stratiertje Kratje, al wereldberoemd gemaakt. Nu acht onze Vlaamse drag queen de tijd gekomen voor iets totaal anders. Waarom geen zuiders aandoende, plezante trip vanuit haar drieëndertigjarige volwassenheid helemaal terug naar die kinderlijke naïviteit en speelse onschuld van toen, naar die fantasievol de ruimte doorschietende superwoman in haar. Want hoe vlug raken volwassenen al die avontuurlijke verbeelding toch wel niet kwijt? In komen dus deze keer vanaf de Franse zuiderzon spontaan sprankelende retropopsongs met frisse songfestivalnamen als 'Ding Dong' en 'Hocus Pocus', met o.a. een fraaie video van titelsong 'Comic Trip' met kinderen prominent in de hoofdrol.
Het weze daarbij duidelijk, La Kreusch, nu even met de blonde coupe voor de gelegenheid, straalt weer. Wat zit ze tegenwoordig inderdaad weer prima in haar latexvel. Hoe kan het ook anders, een nieuw hoofdstuk in haar privéleven is aangesneden, het Antwerpse nomadenleven beëindigd en een mooi nieuw lief dat zorgt voor licht en wolkjes. Dus een heel stuk minder melancholie en bittere zwartigheid om nog eens suf op door te kauwen. Via pastelroze songs als 'Sweet Love (Coconut)', 'Ding Dong', over eeuwige trouw, en het sexy 'Home', over haar Gentse liefdesnestje 'on the highest floor', mogen we dit dan ook allemaal heel aangenaam geweten hebben.
Komt zo het nieuwe album binnen met iets wat van de weeromstuit vooral levendig van toon, kleurrijk en dansbaar is en met die echte drums en al die warme klanken zo bezwerend en repetitief.
Maar geen nood evenwel, ook de etherische arty-Kreusch in extreem vrouwelijke stijl die ook haar 'Montbray'-album zo pakkend en vurig kleurde, de meeslepende songs met het hart op de tong zijn hier niet gelost. Zie haar daar in die dartele 'Hocus Pocus'-video zomaar bezig tegen een achtergrond van Pink Floyd-koeien en kinderstemmetjes. Een flamboyant blonde tovenares, wapperend in zijderood, een en al verleidelijkheid.
Maar in die kindertijd - ook dit weze duidelijk - was het dus blijkbaar ook niet altijd allemaal rozengeur. Neem zo het hoogst persoonlijke 'Daddy's Selling Wine in a Burning House', een fluisterende prachtballade die akoestisch komt opwellen in diepdromerige Amatorski-teneur. Kreusch in een walm van sigarettenmist, in een sublieme video wegrennend in een op oneindig draaiend reuzengroot hamsterrad. Omdat ze op de pijnlijke contouren stootte van de onschuldige opsluiting van haar vader na het afbranden van zijn wijnhandel en op de even dramatische scheiding van haar ouders.
In het serene 'Final Hour' dan weer raakt ze bijna verstrikt in de complexiteit van liefde en verwachtingen. Het innerlijke kind is dan wel volop op ons losgelaten, doorheen dat pak artistiek creatieve onbezonnenheid zwemen in de achtergrond ook de geplande verantwoordelijkheden van volwassenen en de verlangens in haar nieuwe persoonlijke leven. Een pep-popliedje op het einde als 'Can't Get It Done' is er om al het eventueel negatieve in het album mooi mee af te ronden, daar waar ze tegen traumatische pratronen als faalangst tekeergaat met een sixties-onbevangenheid van The Shangri-Las. 'Wir schaffen das', op de wijze van Sylvie Kreusch, 'I can get it done'.
Er hangt bovendien onmiskenbaar ook een broeierig sfeertje van hete woestijnlucht en westernprairies over het album, met prachtig harmonicaspel, saloonpiano, Morricone-drums en weids galmende reverb-gitaren. Zo stapt ze in het filmische 'Ride Away' nogmaals 'Walk Walk'-gewijs van de zaken weg. De lonesome cowgirl, als Nancy Sinatra-stoeipoes hypnotiserend croonend in een ijle Lee Hazlewood-countrysong. Wat een schitterend opgebouwde soundtrack. Ook 'Butterfly', 'Final Hour', 'Home', 'Can't Get It Done' en het fraaie 'Interlude' hanteren dit zalig zwevend instrumentarium met jazzy piano en uitdeinende Toots-harmonica.
Net als in het uitstekende 'Montbray' rijdt Sylvie Kreusch dus ook op 'Comic Trip' een muzikaal foutloos parcours. Zij is als een drag bij uitstek weer in haar rol gekropen en, dit allemaal veruiterlijkend in nieuwe flashy looks, brengt ze zo een regelrecht eresaluut aan de vederlichte pop van de sixties. Haar moeilijke tweede wordt daardoor een heel gestileerd art-album vol vindingrijk gemaakte nummers, expressief, vol kinderlijke verwondering en zoete liefde én met uiteindelijk weer heel wat internationale uitstraling.
Lucky Luke trekt in zijn 'comic strip' steevast de zonsondergang tegemoet, in Sylvie Kreusch' coole westerntrip komt de zon nu pas weer helemaal op.
Met haar geprezen break-upalbum 'Mombray' had de vurige rode zichzelf, en bij uitbreiding ook haar 'Walk Walk'-stratiertje Kratje, al wereldberoemd gemaakt. Nu acht onze Vlaamse drag queen de tijd gekomen voor iets totaal anders. Waarom geen zuiders aandoende, plezante trip vanuit haar drieëndertigjarige volwassenheid helemaal terug naar die kinderlijke naïviteit en speelse onschuld van toen, naar die fantasievol de ruimte doorschietende superwoman in haar. Want hoe vlug raken volwassenen al die avontuurlijke verbeelding toch wel niet kwijt? In komen dus deze keer vanaf de Franse zuiderzon spontaan sprankelende retropopsongs met frisse songfestivalnamen als 'Ding Dong' en 'Hocus Pocus', met o.a. een fraaie video van titelsong 'Comic Trip' met kinderen prominent in de hoofdrol.
Het weze daarbij duidelijk, La Kreusch, nu even met de blonde coupe voor de gelegenheid, straalt weer. Wat zit ze tegenwoordig inderdaad weer prima in haar latexvel. Hoe kan het ook anders, een nieuw hoofdstuk in haar privéleven is aangesneden, het Antwerpse nomadenleven beëindigd en een mooi nieuw lief dat zorgt voor licht en wolkjes. Dus een heel stuk minder melancholie en bittere zwartigheid om nog eens suf op door te kauwen. Via pastelroze songs als 'Sweet Love (Coconut)', 'Ding Dong', over eeuwige trouw, en het sexy 'Home', over haar Gentse liefdesnestje 'on the highest floor', mogen we dit dan ook allemaal heel aangenaam geweten hebben.
Komt zo het nieuwe album binnen met iets wat van de weeromstuit vooral levendig van toon, kleurrijk en dansbaar is en met die echte drums en al die warme klanken zo bezwerend en repetitief.
Maar geen nood evenwel, ook de etherische arty-Kreusch in extreem vrouwelijke stijl die ook haar 'Montbray'-album zo pakkend en vurig kleurde, de meeslepende songs met het hart op de tong zijn hier niet gelost. Zie haar daar in die dartele 'Hocus Pocus'-video zomaar bezig tegen een achtergrond van Pink Floyd-koeien en kinderstemmetjes. Een flamboyant blonde tovenares, wapperend in zijderood, een en al verleidelijkheid.
Maar in die kindertijd - ook dit weze duidelijk - was het dus blijkbaar ook niet altijd allemaal rozengeur. Neem zo het hoogst persoonlijke 'Daddy's Selling Wine in a Burning House', een fluisterende prachtballade die akoestisch komt opwellen in diepdromerige Amatorski-teneur. Kreusch in een walm van sigarettenmist, in een sublieme video wegrennend in een op oneindig draaiend reuzengroot hamsterrad. Omdat ze op de pijnlijke contouren stootte van de onschuldige opsluiting van haar vader na het afbranden van zijn wijnhandel en op de even dramatische scheiding van haar ouders.
In het serene 'Final Hour' dan weer raakt ze bijna verstrikt in de complexiteit van liefde en verwachtingen. Het innerlijke kind is dan wel volop op ons losgelaten, doorheen dat pak artistiek creatieve onbezonnenheid zwemen in de achtergrond ook de geplande verantwoordelijkheden van volwassenen en de verlangens in haar nieuwe persoonlijke leven. Een pep-popliedje op het einde als 'Can't Get It Done' is er om al het eventueel negatieve in het album mooi mee af te ronden, daar waar ze tegen traumatische pratronen als faalangst tekeergaat met een sixties-onbevangenheid van The Shangri-Las. 'Wir schaffen das', op de wijze van Sylvie Kreusch, 'I can get it done'.
Er hangt bovendien onmiskenbaar ook een broeierig sfeertje van hete woestijnlucht en westernprairies over het album, met prachtig harmonicaspel, saloonpiano, Morricone-drums en weids galmende reverb-gitaren. Zo stapt ze in het filmische 'Ride Away' nogmaals 'Walk Walk'-gewijs van de zaken weg. De lonesome cowgirl, als Nancy Sinatra-stoeipoes hypnotiserend croonend in een ijle Lee Hazlewood-countrysong. Wat een schitterend opgebouwde soundtrack. Ook 'Butterfly', 'Final Hour', 'Home', 'Can't Get It Done' en het fraaie 'Interlude' hanteren dit zalig zwevend instrumentarium met jazzy piano en uitdeinende Toots-harmonica.
Net als in het uitstekende 'Montbray' rijdt Sylvie Kreusch dus ook op 'Comic Trip' een muzikaal foutloos parcours. Zij is als een drag bij uitstek weer in haar rol gekropen en, dit allemaal veruiterlijkend in nieuwe flashy looks, brengt ze zo een regelrecht eresaluut aan de vederlichte pop van de sixties. Haar moeilijke tweede wordt daardoor een heel gestileerd art-album vol vindingrijk gemaakte nummers, expressief, vol kinderlijke verwondering en zoete liefde én met uiteindelijk weer heel wat internationale uitstraling.
Lucky Luke trekt in zijn 'comic strip' steevast de zonsondergang tegemoet, in Sylvie Kreusch' coole westerntrip komt de zon nu pas weer helemaal op.
Sylvie Kreusch - Montbray (2021)

4,0
1
geplaatst: 20 november 2021, 08:02 uur
Een der sfeervolste gebrokenhartplaten van 2021 is die van Sylvie Kreusch. Sylvie slaagt erin de harde emotionalteit van de breuk met lief Maarten Devoldere van Balthazar op een rijtje te zetten in het Normandische Montbray. In plaats van een breakupplaat transformeert 'Montbray' zich geleidelijk in persoonlijke 'healing'.
Hiermee is de groei van Sylvie, ooit achtergrondzangeres, definief geconsolideerd als zwoele frontvrouwe. Al twijfelt ze soms nog over haar verworven leadership, dit gaat haar zoveel beter af. Als terugbladerend in een heel persoonlijk dagboek, ontrolden zich haar prachtige mystieke songs, daar in en door de natuur van Montbray. Sylvie Kreusch, verknochte Bowie-fan, nu tegelijk zwevend in hetzelfde dromerige, sensuele universum als Amatorski, Won Ton Ton en Charlotte Gainsbourg. Boosheid, woede en tranen werden losgelaten en uiteindelijk omgezet in een warme atmosferische stand-upplaat van topklasse. Hoor aan de ene zijde van het spectrum de woede, mét gelatenheid in de video van 'Let It Burn', daar aan het kolkende water nabij de Mont Saint Michel. Beleef aan de andere zijde in dezelfde wateren de mysterieuze passie van -zie ook hier zeker de video!- 'Wild Love'. Gevoelens van tristesse en de soms tegengestelde opwindende scores gaan tegen elkaar in, gaan op en neer, zoeken altijd weer naar liefde. Soms helpt daarbij zelfs, trouw en blaffend, de hond, positief en krachtig , in 'Walk Walk'.
Meeslepend catchy album. Sylvie Kreusch communiceert met zonder meer schitterende, heerlijk gedempte popsongs. Laat Maarten Devoldere dus maar gerust, Sylvie heeft zichzelf helemaal teruggevonden! Fonkelend nieuwe ster aan het firmament.
Hiermee is de groei van Sylvie, ooit achtergrondzangeres, definief geconsolideerd als zwoele frontvrouwe. Al twijfelt ze soms nog over haar verworven leadership, dit gaat haar zoveel beter af. Als terugbladerend in een heel persoonlijk dagboek, ontrolden zich haar prachtige mystieke songs, daar in en door de natuur van Montbray. Sylvie Kreusch, verknochte Bowie-fan, nu tegelijk zwevend in hetzelfde dromerige, sensuele universum als Amatorski, Won Ton Ton en Charlotte Gainsbourg. Boosheid, woede en tranen werden losgelaten en uiteindelijk omgezet in een warme atmosferische stand-upplaat van topklasse. Hoor aan de ene zijde van het spectrum de woede, mét gelatenheid in de video van 'Let It Burn', daar aan het kolkende water nabij de Mont Saint Michel. Beleef aan de andere zijde in dezelfde wateren de mysterieuze passie van -zie ook hier zeker de video!- 'Wild Love'. Gevoelens van tristesse en de soms tegengestelde opwindende scores gaan tegen elkaar in, gaan op en neer, zoeken altijd weer naar liefde. Soms helpt daarbij zelfs, trouw en blaffend, de hond, positief en krachtig , in 'Walk Walk'.
Meeslepend catchy album. Sylvie Kreusch communiceert met zonder meer schitterende, heerlijk gedempte popsongs. Laat Maarten Devoldere dus maar gerust, Sylvie heeft zichzelf helemaal teruggevonden! Fonkelend nieuwe ster aan het firmament.
