MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Father John Misty - Chloë and the Next 20th Century (2022)

poster
4,5
Zie eens aan, waar Father John Misty, a.k.a. Josh Tillman, nu wel staat. Ooit door Fleet Foxes als tweede zanger gerecruteerd, komt hij op zijn vijfde album sierlijk het sepia-bruine showpodium opgeschoven, met in de rug niet minder dan een volledige filharmonische bezetting, strijkers, koper- en houtblazers, wat nog meer. Alweer een adembenemend conceptverhaal met nieuwe personages in de animatie : kwetsbare en eenzame silent lover en zijn passie voor ene Chloë, op handen gedragen ster in het parallel universum van The Next 20th Century. Het verhaal, geplaatst in een zo vintage kader, is als zachtromantisch neuriën over eindeloze liefde, liefdespijnen, over zaken die het hart beroeren. Voor Father John Misty is dit niet meer dan fun. Als songwriter, naast de ironische toets en het geven van commentaar op de American way of life, effe geconcentreerd gaan balanceren op herinneringen aan verdwenen melodieën.

Het orkest zet in en hij zingt. Een opwindende sound uit lang voorbije, oogverblindende, oorstrelende decennia waait aangenaam tegemoet, weelderige klanken uit zwart-witjaren dertig, tot polaroidjaren zestig, tijden van nostalgische bigbands, dromerige bossa nova als galmend uit oud-filmische bars, met warme jazzvocalen à la Frank Sinatra, sferen van uitbundige Kurt Weil of gewoon vervlogen barokke pop en zoete cowboy-country. Een pak perfect gearrangeerde songs, gespiegeld aan het gouden American Songbook. Daarmee dat podium op dus, Father John Misty, met z'n hoogst veelzijdig stemgeluid, een en al in metamorfose, crooner van weldadig retrosentiment.

Het concept van zijn prachtige album is niet nieuw. Het grijpt qua sfeersetting zelfs terug naar wat anderen al even goed deden. Een perfecte Bryan Ferry bijvoorbeeld, die in zijn Bitter-Sweet-album in 2018 met zijn Roxy Musicrepertoire schitterend hommage bracht aan een even verre andere tijd. Of een totaal ondergewaardeerde Gregory Page, in 'Love Made Me Drunk', ook zo'n fenomenale ode in puur Parijse stijl.

Voor de enorme arrangementen daarvoor nodig kon Father John Misty ferm rekenen op het talent van Jonathan Wilson, de Drew Erickson van Florence & The Machine en Weyes Blood en geluidsman Dave Cerminara, klassebakken, gelet op het resultaat.

Chloë and The Next 20th Century begint met de figuur van 'Chloë'. 'Chloë', ballade met jazzdrums, xylofoon en verre koperblazers en Father John Misty jonglerend als een Badly Drawn Boy in z'n beste jaren, traditional boy wordt verliefd op de vrije, onafhankelijke Chloë, dat wordt een onmogelijk iets. Het melancholische 'Goodbye Mr. Blue', geheel andere, zacht akoestische sound met beduidend minder orkestratie, 'Midnight Cowboy'-country à la Harry Nilsson zeg maar, over het verzinken in eenzaamheid na een verbroken relatie. Het extatische 'Kiss Me (I Loved You)' dan, zachte verleiding van nachtelijke piano en harmonica solo, als in een droom en Tillman met de micro zo zwoel croonend, tot aan de lippen gedrukt. In het zalig melodieuze '(Everything but) Her Love' ontbrandt de liefde verder, da's alsof je een prachtige Lennon - McCartney hoort. Even magisch dan, naast Father John Misty zelf, is die sax in het ingetogen 'Buddy's Rendez-vous'.

'Q4', roept Roy Orbison, of recenter nog, de psychedelia van Lord Huron's sublieme 'Long Lost' op. Met heerlijke sixties-Rolling Stones-clavecimbeltjes ook! De chillende bossa-nova-kraker 'Olvidado (Otro Momento)' is een en al golvende romance op vergeelde jazz. Nog een ballad, 'Funny Girl', met gezwollen strijkers- en blazersarrangement als uit die o zo hartverscheurende Hollywoodprent. Door de pijn van de liefde geslagen, ontroostbare Father John Misty. 'Only a Fool' en 'We Could Be Strangers', almaar verbluffend melodische zangperformances en verderzetting van de ongelukkige liefdeslijn.

De overweldigende laatste song 'The Next 20th Century' schetst dan de mensheid in die voorbije tijd, weer met Lord Huron-eske strijkers, wat een complex hoogtepunt. Na tien nummers lang bedwelmende ingetogenheid, barst hier in deze grillige elfde plots dissonant en bonkend de gitaardistortion van tussen de voegen. Daar buiten het glimmende showpaleis breekt al evengoed bij wijlen de hel los.

Father John Misty maakte hier, tegen alle trends in, een verrassende plaat. Met mateloos respect voor zijn klassiekers leverde hij met 'Chloë and The Next 20th Century' een topprestatie van muzikale inleving. Met Father John Misty weet je het gewoon nooit. In alle geval, weinig kans dat er dit jaar een nog mooiere stijloefening passeert.
So, father Tillman, we live up to your next misty project!

Fear Factory - Aggression Continuum (2021)

poster
4,0
Kijk, de inmiddels ex-zanger Burton C. Bell, die gast met z'n gekende roterende Dr. Jekyll-Mr. Hyde-stem, geeft er op deze tiende FF dan toch nog 's goed een lap op. Hun nieuwe, weliswaar al eerder opgenomen fearstory, waarmee voor hem intussen zijn finale zwanezang is ingeluid na voorbije getroubleerde nadagen bij FF, die is nu eindelijk toch gereleased. Bovendien ook nog eens zo mooi en zo brutaal mogelijk opgepoetst. Doek dus nu daarmee over al die jarenlang duivels felle FF-zang, met al die duizelingwekkend mitraillerende staccatoriffs eromheen. Nu, 't moet gezegd, samen met gitarist-medestichter Cazares en nieuwe drummer Heller tonen die mannen zich na meer dan 30 jaren industrial metal ook hier toch nog muzikaal van hun beste kant, 100% adhd, messcherp en continu agressief. 'Disruptor', 'Fuel Injected Suicide', Aggression Continuum', 'Purity', ze vallen ons op als de nieuwe koninginnestukken, de ongetemde gitaar van Cazares caprioleert er nóg dat ietsje meer. Ook het naar FF-normen softere, rockier en catchier 'Monolith', minder mechanische vocals, meer ingehouden gitaar die zelfs even gaat soleren, valt hier verrassend aangenaam in den bak. Maar goed, 't zijn misschien geen Edgecrushers, Replica's of Linchpins meer die passeren, maar 't is minstens een meer dan elegant afscheid in (de) stijl van een roemrucht pioniersduo. Naast hen de ritmesectie, lijnrecht en synths, als oceanen, samen waardig mee in de rit. Is die plaat bovendien ook weer dramatisch! Opent futuristisch als een duistere Star Wars, een vertellende Darth Father én een Robocop diep dreigend in het geweer in 'n voor de mens desolaat universum. Vintage FF! Daarnaast ook thema's als weerstand,  ongehoorzaamheid, je eigen weg volgen. Minder origineel dit allemaal als tegenwoordig ook popMarina's ermee uitpakken, maar geen band serveert het je apocalyptischer. FF heeft met een fris en harmonisch georchestreerd werkstuk hier zijn sublieme uitstraling behouden. Lagen voor uitzwaaiende Bell bepaalde lyrics beslist al dubbelzinnig in de mond -'Can all this be reality?', 'Imagine your life taken from you', ...- pas later zal blijken of FF nu echt z'n 'Monolith' is kwijtgeraakt. Uitkijken dus al naar FF's volgende rauwe sequel.

Feu! Chatterton - Palais D'argile (2021)

poster
4,5
Parijse groep die zijn invloeden haalt uit de erfenis van chansonniers als Brel, Gainsbourg, Renaud en die met verve weet te fuseren met die van Talking Heads, LCD Soundsystem, Stromae, Radiohead, Velvet Underground, e.a. ... Verbazende rollercoaster van franse geëngageerde eloquentie en muzikaal vakmanschap en dit 70 minuten lang! Alors, à la fin on dit...merci. Chapeau!!

First Aid Kit - Who by Fire (2021)

Alternatieve titel: Live Tribute to Leonard Cohen

poster
4,0
Aan weinigen gegeven iets toe te voegen aan de songs van Leonard Cohen. Komt daar eventjes First Aid Kit & friends met een optredenvullend live-tribute met enkel poezie en muziek van de grootmeester. Memorabel, met verschillende herinterpretaties die ongetwijfeld zullen overleven, net als ooit Buckley's Hallelujah. Het beluisteren meer dan waard dus... Vergeet zeker 'You Want It Darker' niet.

Floating Points - Cascade (2024)

poster
4,5
Voorjaar 2021, Floating Points bracht zijn 'Promises' uit, een pracht van een jazzy ambientplaat drijvend op negen golvende bewegingen, waar, tussen de strijkers van het London Symphony Orchestra, saxlegende Pharaoh Sanders de hoofdtoon mocht voeren. Rust en schoonheid waren de twee sleutelwoorden op deze crossoverplaat. Wegdromen, vele avonden lang.

Tracht Sam Shepherd, de producer achter Floating Points evenwel nooit voor één gat te vangen. We zijn 2024 en hij gaat opnieuw solo. Weg is de jazz, want onze eclectische man zoekt op zijn derde soloplaat ineens iets totaal anders. Deze keer weer even helemaal alleen zijn tussen zijn synthesizers. Op 'Cascade' terug naar de roots, naar de biotoop waar hij al zijn verbeelding kan loslaten op de elektronische dancemuziek en de technische house. Op weinig alledaagse wijze tovert hij zo een oogverblindend technoalbum te voorschijn, krachtig, minimalistisch, repetitief en meeslepend, waar zowel de beats zich vrij en vrolijk op de danceclubs mogen oriënteren, als waar etherisch verdampende ambientgedeelten de weg openen voor trance, huiselijk zelfbeschouwen en dito loslaten.

Genieten wordt het. Opnieuw negen geweldig klinkende nummers die als watervallen door het album stromen, negen composities op een groovy palet van zich in weelderigheid en gelaagde texturen ontwikkelende soundscapes.

Verslavende synths, synths en nog eens synths, elektronische vibraties en exaltatie, telkens begeleid door adembenemende percussie, indringend knallende beats. De klemtoon ligt deze keer dus duidelijk op een pak caleidoscopische bangers voor de dansvloer, met op kop de opener 'Vocoder [Club Mix]', 'Birth4000' of 'Del Oro'.

Die sprankelende opener 'Vocoder [Club Mix]' dat is alle energie los, raven en opveren op de beats. Een voormalige single nu voor de clubs als booster tot en met dansbaar gemaakt.

Het wervelende kaal over en weer stuiterende 'Key103', scherp en indringend, opgejaagd door die solide pulserende kickdrum. Shepherd keert even terug naar het gelijknamige underground-radiostation uit zijn geboortestad Manchester, de zender die hem zoveel inspiratie leverde.

Uit het waanzinnig intense 'Birth4000' walmt spetterend de herbakken hitsigheid van de gouwe ouwe Moroder- en Donna Summer-sound. Pure opwinding en de klapper van het album. 'Del Oro', een gouden, teugelloos ongebreidelde housetrack op de wilde hartslag van de dansvloer. Net zo in het transcenderende 'Fast Forward' draaien de synths almaar kleuriger en melodieuzer om je heen, klaar om weer een prachtige technoroes af te leveren.

Dan is dat andere hoogtepunt, het ingetogen 'Ocotillo', briljant in zijn gedetailleerdheid. Fraai en ongerept ook met zijn voortschrijdende synths en prikkelende percussie en met o.a. ook die druppelende harp en antieke klavierpiano mee opgenomen in de akoestische outfit. Allemaal vermengingen die voor verbluffende extra-schoonheid zorgen.

Het coole 'Afflecks Palace' is meer dan zes minuten lang langzaam in het duister uitrollende vervoering, naar een extatisch groeiende verkeerschaos van tegen elkaar opbotsende instrumenten, tot op het einde na de digitale beats echte percussie het punt mag zetten achter al die psychedelica, trance en verwarring.

Uit de desolaat echoënde woestenij van 'Tilt Shift' ontluikt knisperend en ritselend de percussie. Constant muterend zoekt die zijn verloop, in ongekende richtingen. Finaal ook nog even vier minuten gelukzalig wegdrijven in een uitzettende atmosfeer, dat wordt de afsluitend heerlijke ambient van 'Ablaze'.

Heel bijzonder toch dat grenzeloze universum, die magisch weidse, almaar vlotjes transformerende microkosmos van intellectueel en laptopman Sam Shepherd. Prachtig gewoon om in al die technische eenvoud weg te deinen, in al die opeenvolgende groots opgeroepen stemmingen.

'Cascade' is de onmiskenbaar leuke ontdekkingstrip van een veelzijdig componist en producer. Na een voor iedereen ellendige coronatijd zonder dansvloer was een uurlange ontlading in de best denkbare ravemuziek voor Shepherd zelf gewoonweg een must. 'Promises' blijft dan wel zijn magnum opus, dit tot in de puntjes vakkundig gemaakte 'Cascade' komt binnen als een live dj-set uit de duizend en voor 2024 ongetwijfeld als de technoplaat van het jaar.
Benieuwd waarmee hij de volgende keer opdaagt.

Floating Points, Pharoah Sanders & The London Symphony Orchestra - Promises (2021)

poster
4,5
Een pracht van een ambientplaat drijvend op 9 golvende bewegingen, waar, tussen de strijkers van het L.S. Orchestra, saxlegende Sanders de hoofdtoon mag voeren. Rust en schoonheid, de twee sleutelwoorden! Wegdromen maar, vele avonden lang.

Flock of Dimes - Head of Roses (2021)

poster
4,0
"I have two heads inside my mouth" zingt Jenn Wassner van Wye Oak hier in de opener.  Moet ze daarom met haar minder omfloerste alter ego, i.p.v. naar Wye Oak, voortaan maar naar het eigen FOD? Al waart daar haar prominente Wye Oak-gitaarsound ook nog rond, het gros van de bijna poppy songs blijkt er opvallend directer, teder en kwetsbaar en verdraagt dus eigenlijk maar een navenante verstilde instrumentenkeuze. Gaandeweg deze intieme plaat daagt het dat de 'two heads' eigenlijk geen tegenstelling met Wye  Oak, maar precies haar ambivalente gevoelswereld beschrijven, haar zoektocht, ondanks duistere demonen en persoonlijke beperkingen, naar licht. Op een prachtige afsluitende titelsong op eenzame, mijmerende piano vat ze dit alles -'held by seven angels'- nog eens hartbrekend samen. Bijzonder indringend pareltje van muzikale introspectie deze!

Fontaines D.C. - Romance (2024)

poster
4,5
Na een vakantie op Mars met royale vertraging toch met de nieuwste van Fontaines D.C. weer de lucht mogen ingaan, wat een weelde. Ok, die hoes van hun vierde album ziet er op het eerste flauw en melig uit met dat softroze huilende hartje. Maar wat een indrukwekkende inhoud schuilt er achter die elf kort gehouden leuke nummers waarop echt alles klopt. Het gaat daar dus over romantiek zogezegd, maar dan weer enkel door de zelfrelativerende, donkertrieste bril waarmee Fontaines D.C.'s frontman Grian Chatten en zijn kompanen de wereld der emoties aankijken.

Het blijft sinds 2016 almaar crescendo gaan met dit vijftal. Niet in het minst na Chatten's opmerkelijke prestatie van vorige zomer waar hij de wereld aangenaam verraste met zijn jaarplaat 'Chaos For The Fly', knaller van een solodebuut. Bij Fontaines D.C. klinkt hij intussen als vanouds weer fantastisch en verfijnd als zwijmelende lijkbidder van dienst, maar op zijn stempalet zitten blijkbaar nog heel wat méér kleuren.

Eigenlijk schittert dit nieuwe werkstuk in zijn geheel als één oogverblindende rit over de Icefields Parkway, waarbij de Ieren hier in muzikale hoogtepunten grossieren als waren het die adembenemend op elkaar opvolgende landschappen, gletsjers en besneeuwde bergtoppen die elkaar in al hun diversiteit en schoonheid de loef afsteken. Het totale evenwicht halen zij omwille van hun doorgedreven ernst voor het vak en mede dankzij meester-dirigent Arctic Monkeys/Blur-producer James Ford die alles schitterend in juiste banen leidde.

'Romance', het album is één wervelende expositie van stijlen samengebracht in een symfonie van songs die je als duiven bij zonsopgang voor je ziet opstijgen. Stuk voor stuk zijn ze het waard ze in hun volle diepgang te ontdekken.

Aftrapper 'Romance', een geheel atypisch titelnummer als Fontaine D.C.'s eigenzinnige openingszet 'into the darkness'. Dit is dus Fontaines D.C.-nieuwste stijl, een donkere ouverture zowaar, vol sombere elektronica, met die enorm onheilspellende pathetiek van de beste metal- en progrockbands. Arenagroot geluid kortom met naar het einde haast de dreigend laag overscheurende Pink Floyd-helicopters. Daarbinnen lyrics over liefde en relaties. Jawel, misschien is romantiek gewoon een plek, steekt de zoekende Chatten van wal, iets waar elkeen individueel en driedimensionaal tegenaan kijkt. Daarmee is nog maar de kop eraf en zijn voor dit 'Romance' al onmiddellijk de torenhoge verwachtingen gewekt.

Vervolgens die complexe eerste single en klassieker in spe 'Starburster', waar je eerst op het verkeerde been wordt gezet. Zomaar opstarten in een serene The Beatles-mood, om daaropvolgend verder in paniekerige hiphopsferen loos te gaan. Terwijl een wanhopige Chatten weer een neerwaartse spiraal beschrijft, klinkt hij bij wijlen, vergeef de omschrijving, zalig echt alsof ie finaal aan 't verzuipen is.

Het angstige 'Here's the Thing' dan, de derde single, die meedogenloos elektrisch geladen voorbijschiet in zijn knoestig doordringende nineties-toon.

In het uitdagende 'Desire' haalt Chatten uit als ware hij een jonge Chris Martin op ijle Coldplay-hoogte. Een vocale topper met 's mans stem in ontelbare lagen. Een Fontaines D.C. bovendien met een heus strijkkwartet in een heerlijk centrale rol.

Sluit aan het dromerige 'In the Modern World', dat baadt in een hemels Lana Del Rey-sfeertje en waar in al de wervelende harmonieën Chatten vrij van alle hedendaagse angsten zijn onverwacht kortstondig moment van griezelige vrede en onthechting beleeft.

Het opzwepende 'Bug', dat is een o zo oergezellig-samen-in-de kamer-met-elkaar-musiceren-nummer. Pakkend in zijn eenvoud en directheid, meer moet niet om toch groot te zijn.

'Motorcycle Boy' dan weer, waar waardige piano doorklinkt, een waarschuwende song voor Chatten's jongere broer, die net zo goed van de hand van Pumpkin-voorman Billy Corgan kon zijn.

'Sundowner' is gedrenkt in zijn diepe bassen en etherische vocals, waarin gitarist Conor Curley zijn eigen ode aan de vriendschap aanheft. Een onverwacht niet door Chatten gezongen song.

Het breekbare 'Horseness Is the Whatness' is naar een citaat uit James Joyce's 'Ulysses'. Een hartverscheurende Chatten als op hartslag voortgetrokken door trage strijkers.

Het brutale en allerzwartgalligste 'Death Kink' drijft dan nog eens op datzelfde 'Nirvana Unplugged'-sfeertje dat ook 'Bug' in zich had. Dampende en pure emotie in het licht van de apocalyps, met een volleerde grunge-gitaarsolo er gewoon gratis bij.

Tenslotte van de duisternis van opener 'Romance' helemaal naar het licht van prachtige afsluiter 'Favourite', het hart van de plaat. Op een gedreven The Cure-aanvoelende gitaarlijn opnieuw eerbetoon aan de hechte vriendschapsbanden tussen de groepsleden. Een tweede single ook zo gedoopt omdat het ook werkelijk ieders favorietje bleek, gebaseerd als het was op de uiteenlopende emoties uit hun persoonlijke levens. De videoclip is wat dat betreft dan ook onthullend. De gasten van Fontaines D.C., ja, ook zij houden onbeschroomd nostalgisch vast aan de romantiek van hun verledens.

Al was met hun drie voorgangers al een stevige reputatie opgebouwd, voor de twijfelaars en vooral voor de nieuwe fanbase breekt Fontaines D.C. met dit zeer aanstekelijke 'Romance' de deur nu helemaal wijdopen. Wat is Fontaines D.C. monumentaal geworden. Hier zijn geweldige songschrijvers aan het werk die zelfverzekerd en doordacht steeds verder van broeierige postpunk hun weg zijn gegaan. Maar die onder die veranderde, meer toegankelijke, grootsere gedaante evenwel eenzelfde cool, weerbarstigheid en agressiviteit blijven etaleren. Hoe terecht bejubeld ze al waren en hoe sterk voorheen al de energie uit hun live-performances spatte, met deze foutloze 'Romance' verbluffen ze dus opnieuw en totaal. Dit opwindende, inventieve vijftal uit Dublin is vanaf heden de urgentste keuze voor elk festival met naam op zoek naar zijn headliners. 'Romance' wordt gegarandeerd een van de briljantste platen van 2024 en op hun volgende passage gaat minstens iedereen gewoon weer mee. Het wordt heel druk daar aan het podium en in de moshpits van Fontaines D.C.

Fontaines D.C.:
- Grian Chatten - zang
- Conor Curley - gitaar
- Carlos O'Cornell - gitaar
- Conor Deegan III - basgitaar
- Tom Coll - drums

Fontaines D.C. - Skinty Fia (2022)

poster
4,5
Ze zijn aan hun derde toe, die van Fontaines D.C., zanger Grian Chatten, gitaristen Carlos O'Connel en Conor Curley, bassist Conor Deegan en drummer Tom Coll, vroeg mature, vitale band uit Dublin die sinds z'n bestaan nog geen ogenblik zin had in ter plaatse trappelen. Integendeel, als waren het bliksemschichten zo was het er almaar evolueren en muteren. Ze injecteren nu met nóg meer muziekstijlen en overstijgen daarbij in hun creativiteit vooral zichzelf. Maar, geef toe, 't is aanvankelijk toch bijna vervreemd terugkijken, op al het verbluffende wat ze net ervoor nochtans al even goed presteerden. En jawel, het zijn wel degelijk de vocals van Grian Chatten die je nu weer uit de duizend herkent. De nieuwe Fontaines D.C.est arrivé!

Inhoudelijk is hun 'Skinty Fia' allesbehalve lichtvoetig. Fontaines D.C. legt emotioneel vingers op wonden. Grian Chatten zingt veel, heel veel, op zijn kenmerkende manier. Hij zingt je nu eens teder, dan weer stoer, sterk en vol licht toe. Hier trekt Fontaines D.C. je vooral een blik intense epische muziek open die eerlijk, authentiek en nostalgisch teruggaat naar hun Ierland waarin het niet steeds zo goed en mooi was om leven en dat ze allen ook verlieten. Intussen wonen ze met z'n vieren in Londen - Curley woont in Parijs - en vandaaruit kijken ze ineens met een apart Iers oog mistroostig neer op hun homeland. Vaak met van dat soort 'Skinty Fia', vaag gevoel van 'vervloeking' in hoofd en hart, omwille van hun aller exit-pijnen, hun gevoelens van eenzaamheid en schuld. En met dit 'Skinty Fia', het album, hopen ze de beslommeringen wat weg te schrapen, meer, ze gewoon van zich af te spelen.

Volop Ierland is het al onmiddellijk in de complexe triphoptrance 'In ár gCroíthe Go Deo', grotendeels traditioneel in harmonie gezongen prachtsong. 'Voor eeuwig in ons hart', Fontaines D.C. in het Gaelisch spookachtig de mantra scanderend als een stel prille Ierse koorknapen. 'In ár gCroíthe Go Deo' voor de vrouw op wiens grafsteen de dichtregel zelfs anno 2018 nog niet in het Gaelisch mocht worden gezet, wegens 'te politiek'. Gevat boze repliek voor de eeuwigheid van Chatten, op de Ierse huichelarij. 'Big Shot' is dan weer O'Connell's gevecht om in z'n nieuwe leven het echte te bereiken in plaats het louter oppervlakkig materiële. Slepende oppepper met vette riffs en expressieve gitaarakkoorden.
De ferme single dan, het zowel melancholisch als stormachtige 'Jackie Down the Line', over hoe relaties kunnen stuklopen, het is één muzikale hoogvlieger, heerlijke kruising van Morrissey, The Cure en Echo & The Bunnymen.

Grian Chatten's weemoedige afscheid van Dublin zit in 'Bloomsday', met veel schitterende reverb in de klagende gitaren.16 juni, Ierland, herdenkingsdag van gevierd schrijver James Joyce, nostalgisch terugdenken aan zijn pintelieren met vrienden tijdens altijd regenachtige Dublinse dagen. 'Roman Holiday' omarmt de nieuwe Londense omgeving, ze zijn er als een groep van vrienden met dezelfde achtergrond en er ontstaat een nieuwsoortig Iers identiteitsgevoel. 'The Couple Across the Way' is dan Chatten's bijna angstige mijmering, in oud-Iers traditionele stijl met slepend accordeon, over hoe ook jonge liefdes mettertijd moeten overgaan in liefde op leeftijd.

Ander topnummer, is het zowel zwaar politiek als emotioneel getinte verwerkingsnummer 'I Love You'. Woede en teleurstelling over de Ierse schandvlekken als de babymoorden in de kloosters, maar ook nu, de huisvestingscrisis, de zelfmoordcijfers, het offeren van de Ierse jeugd op het altaar van hebzucht en winstbejag. Waarna, na Chatten's typisch aanhoudende parlando, hier tot aan z'n bijna exorcistische bevrijding, de rust helemaal weerkeert. In afsluiter 'Nabokov' roept Chatten's het uit over verstandsrelaties. Hij wordt door de groep chaotisch galmend ingepakt en tegen een immense sonische muur elektronica aangekwakt. Schitterend samenspel, zoals ook zoveel elders in de songs!

Wat een avontuurlijke plaat dus van deze bruisende, energieke band die er op zijn nummer drie alleen maar zwaar op vooruit is gegaan. Fontaines D.C. vestigt zich definitief als gepassioneerde, contemplatieve band met een volstrekt eigen identiteit, met een eigen muzikale taal en diepgang. Je ziet daarbij, al of niet met lede ogen, hun rock- of postpunkimago wegdeemsteren en andere instrumenten opduiken in de plaats van de louter gitaar-bas-drumopstelling. Met die gedurfd experimenterende zevenmijlsstap blijven ze wel consequent doen waar ze heel goed in zijn, bewijzen ze des te meer dat, in tegenstelling tot velen die in blinde onbestemdheid rondscharrelen in de overvolle postpunkkrabbenmand, dat zij hun muzikale houdbaarheidsdatum met lengten van tijd weten veilig te stellen.

Ze hebben hen daar, met andere woorden, daar bij NME begin maart oververdiend tot 'Best Band In The World 2022' uitgeroepen. Terwijl notabene toen hun meest vooruitstrevende, beste plaat so far nog niet eens het levenslicht had gezien. Fijne neus dus niet alleen bij NME. Maar daarom des te groter applaus voor wereldgroep Fontaines D.C. en 'Skinty Fia', de nieuwe klassieker in hun oeuvre!

For Those I Love - For Those I Love (2021)

poster
4,0
Confronterende spoken-word danceplaat uit grootstad Dublin, in de stijl van The Streets, Fontaines DC en Burial. Uit de dood van een goede vriend vloeit een grootse ode aan Liefde en Verbondenheid. Ook de donkerste schaduwen bestaan dus niet zonder licht. Overweldigend debuut.

Frank Boeijen - Subliem Gebaar (2022)

poster
4,0
Elvis Costello, zojuist aan album 32. Frank Boeijen, hij, aan album 30. Jawel, hiermee zijn we direct in de ban van zijn 'Subliem Gebaar'. Wat een gevoelige jongen toch die Frank Boeijen, nog steeds´. De innemende klassieke platen als 'Welkom In Utopia', 'As' of al die hits van de man, sedert de jaren tachtig al of niet gemaakt met zijn 'Groep', de reeks is inmiddels meer dan indrukwekkend. Al meer dan vier decennia lang levert hij alhier van de meest sfeervolle Nederlandstalige pop, is hij in de Lage Landen zowat de Nederlandstalige Ramazzotti, en zeg ook maar, iemand van van het slag van Costello, musicus van een blijvende, torenhoge klasse.

De mistroostige sound die Boeijen kenmerkt zit zeker ook in deze 13 nieuwe songs van 'Subliem Gebaar'. Allemaal schetsjes over leven en liefde, verdriet en blijdschap, met positieve boventoon, maar evenzeer gedrenkt in melancholie des te meer opgeroepen door de aanhoudende tijden van culturele opsluiting. Kunstenaars trekken ondanks alles toch de band met hun publiek zoveel als mogelijk aan en een nieuwe plaat is daarbij altijd de meest welkome ingeving. Steeds in afwachting dan toch, in verlangen naar het ultieme moment dat, als was het maar met mondjesmaat, weer live de lichten aan gaan.

Samen met pianoman Ton Snijders kwamen ze in isolement aldus toch weer tot een schare van die typisch Boeijense catchy oorwurmen. Alle samengeschilderd van een veelkleurig, evenwichtig palet aan stijlen en met Boeijen als vanouds evenzeer als de man van de muziek als het woord. We sprokkelen uitschieters zoals de prachtige, weidse opener, 'Die Zelfbedachte Hemel' , 'In Tijden Van Stilte', het live opgenomen hoogtepunt 'Een Subliem Gebaar Van Liefde', de grootse ode aan de liefde 'Als Geen Ander'. En... Frank gaat ook zelfs even terug naar 'Kronenburg Park', in zijn 'Het Park'!

Deze uitstekende dertigste valt zo inderdaad binnen als een subliem, teder gebaar als geen ander. Waarmee tevreden fans hun Frank Boeijen weer even warm in het hart zullen sluiten.

Frank Turner - FTHC (2022)

poster
4,5
'FTHC' als plaattitel staat voor 'Frank Turner Hardcore', dat zegt het al ongeveer. Frank's muziek klinkt hier op behoorlijk wat songs weer heel back to basics, dus hard ertegenaan. De keren dat het zo nodig is schopt geëngageerde Frank wild om zich heen, bruist hij als een doldrieste The Hold Steady in hun beste dagen en beleven wij met dit 'FTHC' nu weer zo'n heerlijk wegblazend moment.

Hardcore is het wel maar 'ongeveer', want evenveel is het hier ook wat rustiger. Zingt de punker eerder als tegengewicht om de gekende, hartverscheurende folky Frank draaglijk te maken? Hoe mooi hij ook doorslaat in zijn inleving en betrokkenheid, vóór die liedjes moet het dus toch ergens serieus pijn hebben gedaan. Inderdaad, daarom doen bij deze man de lyrics er altijd zo toe, de inhoud van zijn rauwe goudeerlijke songs, over de vele shit die hijzelf in voorbije tijden heeft meegemaakt, over de vragen die hij zich stelt over emotioneel welzijn in een wereld vandaag, ouder wordend, over zijn eigen foutenparcours in relaties en hoe met dat alles om te gaan.

Ja, zeker gaat het dus ook over zijn eigen benarde state of mind, zoals zijn bekentenis in 'The Ressurectionists', met zijn : "In 1981 was ik perfect voor een maand, maar de waarheid is dat het sindsdien bergafwaarts is gegaan." Of: "We zijn maar kinderen losgelaten in de wereld, op zoek naar iets wat ons tot leven brengt." Maar is het nu fulminerend of beschouwend, iedere keer weet ie zijn hart als een echte Dylan raak op de tong te leggen. Geheel en al zo in het onthutsende country-bluesy 'Miranda', over het loslaten van wrok na een verleden vol misbruik aangedaan door z'n intussen vrouw geworden vader. In de staart wordt het verzoenend bijna een meezinger. "De jaren die we nog hebben, laat ons ons beste zelf zijn, laten we vrienden zijn." Maar dan blijven toch dat paar schrijnende eerdere songs nog hangen. 'Fatherless' bijvoorbeeld, "Hier een verhaal dat ik nog niet heb verteld. Ik werd uitgezet toen ik acht was. Werd naar een slaapzaal verscheept vol kinderen die geen zin in me hadden" : of hoe op lekker speedtempo, tussen tranen door, toch een aangrijpend trauma eruitgooien. Of de regelrecht razende punker 'My Bad', mitraillerende drums, over van huis weglopen 'om niet de zoon van zijn vader hoeven te zijn'.

Nog andere punkturbo's voor het livepodium straks zitten zomaar rond en tussen de folkies. Bliksemende opener 'Non Serviam', als dat losbandig gesprek tussen God en de rebellerende duivel over ten dienste staan. Net zo schreeuwt linkse Frank het in zwaar punkgeweld uit dat hij zich niet laat ketenen door maatschappelijke hypocrisie, dat hij eerder zal bijdragen om de geesten open te houden. Even explosieve grooves, in 'The Gathering', woedend tegen lockdown en zichzelf inschreeuwende Frank, met niettemin mooie piano en eindgitaarsolo van Jason Isbell. Neem ook 'Untainted Love', zijn stomende open waarheid over drugs en verslaving of ook de even frisse podiumkraker 'Punches'. Het zowel leuk als helse 'Perfect Score' dan, heftig riffend bekennen dat je oprecht spijt hebt van de massa domme dingen die je hebt uitgevreten.

Daartegenover positioneert zich een troostend folk-anthem 'Haven't Been Doing So Well', over zijn eigen mentale strubbelingen en aanzetten tot hulp zoeken. Dan, heel biezonder op deze plaat, 'A Wave Across a Bay', tedere popsong bijna over groot gemis, zelfmoord van z'n vriend Scott Hutchinson van Frightened Rabbit, subliem, met enkel die afgewogen woorden die ertoe doen, met gitaren en meezingend elfenkoor opklimmend als een eerbetoon.
Liefdesliedjes ook. Daarvan is 'The Work' lovesong op z'n Franks. Of 'Little Life', stukje akoestische eenzaamheid, met wijsheid als "een beetje leven is al wat we nodig hebben".

Prominente plaats op de plaat verdient zeker 'Farewell to My City'. Net als Arno's ontroerende 'Oostende Bonsoir' laatst, hier een liefdevolle afscheidswandeling in zijn hometown Camden, in aangrijpend parlando startend, in bijna triomferende piano en koorzang uitlopend in "Londen, ben nog maar een van je geesten. Londen, je mag mijn botten houden." Ook Engeland viel ooit al zo'n vriendelijk slotwoord te beurt.

Alles samen, wat een ongelooflijk zelfbewustzijn heeft de man Frank Turner, karaktermens met ervaring, onconventioneel nog steeds met z'n tegendraadse opinies. Brulboei en gevoel in één persoon. Zelfs daar waar ie volledige inkijk geeft in z'n ziel blijft hij zijn spontane zelve. Wordt dit 'FTHC' zo evengoed biechtstoel van z'n directe verhalen vol herkenbare eerlijkheid en woede, terugkijken naar wat eens was en het gelouterd inpassen in het heden. Frank Turner zet als weinig anderen zijn smurrie om in schitterende songwriting, een gepassioneerd verteller over verdriet en hartzeer vervlochten in grootse folkrock.

En met dit album 'FTHC', zijn negende intussen, met weer een vat vol uitstekende songs, kaapt hij inmiddels de 'number one'-positie in de British Album Charts. Na zo'n kleurrijk gevulde loopbaan van ups en downs verdient deze sympathieke Brit niks minder. Respect!

Frank Zappa - Zappa '88: The Last U.S. Show (2021)

poster
4,0
Behoorlijk wat jeugdig zakgeld, dat ging vanaf 1971 naar idool Frank Zappa, 'Fillmore East', '200 Motels', 'The Grand Wazoo', 'Apostrophe (')'... Je herbeleeft dus nu wat bij de tonen van  deze 1988-live-registratie in New-York van 's mans laatste American Tour. Een zit van 150 minuten, 31 nummers. Ja, ze zijn daarna nog met z'n allen richting Europa vertrokken. Helaas, interne spanningen, de groep valt er uiteen en de Frank moet er de boel afblazen. Door fragiel gekomen gezondheid en zware ziekte belandt hij in een epiloogperiode. Veel te voortijdig (1993 ) maakt het lot komaf met 't supercreatieve genie van een al bij leven legendarisch muziekicoon. Je zie het allemaal al terug in Zappa, de biografische rockdocumentaire. Maar welnee dus, geen release hier voor louter de superfans! Neem deze gerust maar op als proefplaat. Is Zappa overigens niet altijd relevant gebleven, wordt ie nu zelfs niet steeds meer hip? Zie al die frisse jazzbloemetjes, vandaag overal opschietend bij stuiterende jonge bands. Ze kunnen wel iets met zijn immense discografie vol experimentele sounds en met al wat voor straks na jaren nog in zijn schatkamer ligt. Dit hier is bovendien onuitgegeven sterk, een complete registratie, zonder intern gekrakeel, perfect klare uitgave. Perfectionist Frank kon ze je in '88 zelf nooit zo af presenteren. Nu dus toch, dankzij spectaculair verbeterde digitale technieken. En tal van zijn topnummers staan erop. Vond je die op andere live-platen van 'm misschien ook al eerder, hier zijn ook de toegiften biezonder en leuk. Hits van vroeger, op z'n Zappa's. Zo nu voor het eerst ook de verschillende Zappa-Beatlessongs, Michael Jackson verbood  eerder nog de toevoeging ervan. Of Led Zeppelin's 'Stairway To Heaven', nu in handen van gepassioneerd gitaarvirtuoos Zappa, die, naar men grappend beweert, de song eerder zelfs nog niet kende. En vergeet ook niet :  'Whipping Post' van The Allman Brothers Band!
 't Begint en eindigt alles wel wat weird. Die minutenlange intro en oproep je te registreren,  te gaan stemmen, het muzikaal uit volle borst uitzwaaien met 'America The Beautiful'. Maar ook dit was Frank ten voeten uit, politiek heel bevlogen. Daartussenin krijg je dus wel een volmaakte impressie van wat 't Zappagebeuren toen voor de fans wereldwijd voorstelde. Overweldigend kopergeluid, geroutineerde 12-kopige band in één unieke, chaotische en toch extreem gestroomlijnde vertel-pop-rock-klassiek-jazzperformance. Met vooraan een dirigerende charismatische voorman die van zijn snor  logo en uithangsbord kon maken. Krachtvoer voor jong en ouder, dit hier!

Frateur-Rombouts - ECHO_RE_ECHO (2025)

poster
4,5
Een dansvoorstelling die uiteindelijk uitmondt in de reünie van de kern van Dez Mona en een album Echo_re_echo om dat heuglijke feit te vieren. Twee mannen die elkaar na 10 jaar terugvinden, een gouden muzikaal duo dat elkaar ooit perfect aanvoelde, frontman-begenadigd zanger Gregory Frateur en contrabassist-alleskunner Nicolas Rombouts, het is bij deze weer net zoals in the old days, twee enthousiastelingen samen aan de slag.

Maar heel oorspronkelijk was er dus evenwel nog eerst die ‘aanleiding tot’, het gelijknamig project met choreografe Ann Van den Broek en dansgezelschap WArd/waRD. Daarin kwamen deze muziek en zang van Echo_re_echo samenvloeien in heftige performance en dans. Zowel Frateur als Rombouts waren wat dat betreft trouwens niet aan hun proefstuk toe.

En zo dus ook nu weer, Frateur, Van den Broeck herself en een paar dansers samen op een podium: elk vanuit hun disciplines voluit ‘echo’s’ laten resoneren vanuit hun eigen persoonlijkheden, ze theatraal laten botsen, ze laten versmelten en daarmee al hun innerlijk wrijvende emoties, verlangens, conflicten, fantasieën in vrije loop laten.

Die voorstelling consumeerde je al als een mix van dans en concert. Want alles dreef duidelijk op de muziek enerzijds van die andere aanwezige daar op het podium, componist-contrabassist Nicolas Rombouts die er loos ging met zijn loodzware baspartijen en soms knetterende of juist sluipend als drones glijdende synths. Maar anderzijds steunde de voorstelling even sterk op de vocalen van de als vanouds uitzonderlijke Frateur. Frateur, de drama-man aan de tafel die je nog steeds onmiddellijk op sleeptouw neemt met zijn typisch melancholische stem met zijn verrassend wisselende registers.

Op deze soundtrack met de donkere sferen van de voorstelling maakte het muzikale duo nu een vervolg en ze werkten het nog verder uit voor een plaat. Daar transformeerden diezelfde existentiële kwesties van Echo_re_echo zich in de tien songs, de queeste naar kracht en verbinding, een nieuwe, opgefriste klankband van al wat de makers verenigt en afstoot.

Hoewel radiovriendelijkheid nu niet bepaald het uitgangspunt was, afgeleid als het was van het dansproject, hun kwetsbare alternatieve pop, hun jazz, hun raves en industrial op vaak vervaarlijk volume, al die dramatiek en poëtische voordracht, het werd verrassend toch al behoorlijk opgepikt. De toegankelijke singles ervan drongen zelfs al verder in de ether door dan enkel tot – met respect – radio Klara.

Echo_re_echo, het album, begint met Seen_scene en dat wordt heerlijk raven op contrabassnaren, een song voor het individu hunkerend naar erkenning. In Nothing to Be Liked, hoor je andermaal die combinatie van eenzaam diepe bas, onbestemde electronica en ijle androgyne stem. Met een Frateur pleitend om in plaats van die altijd dreigende gemakzucht te kiezen voor authenticiteit. Het pulserend opstartend I Don’t Want to Be Here dan, tweede single, lijkt een sinister luidende halloweentocht doorheen een noisy schurend Frateur-Rombouts-universum.

Derde single en topper Wrap Your Mind Around It, noemden ze wellicht net niet House on Fire. Dansend op Rombout’s contrabas fileert Frateur er eerst de stand van een apatische wereld, maar er komt warempel licht doorheen de song te schijnen en op het einde gospelt zwierig zelfs een koortje. Evenzo sleept onder de holle echo’s van Restless Sleeper het metalen parlando van Frateur je hoopvol uit je droefgeestigste droom.

Eerste single Call it an Escape houdt je hartslag rustig en stabiel op het ritme van Rombouts’ bas. Zwevend door de zwarte stilte van hun heelal leert Frateur je geduldig hoe een weg te zoeken, je eigen escape-room uit. Het supersterk koppel Are We Doing This en het confronterende, traag voortkruipende Who Are We Exactly lijken zwarte missen wel, in donderend mineur à la Nine Inch Nails met een met kracht hoogbezwerende Frateur als eigenzinnig vervanger hier van Reznor of waarom ook niet, van Bowie. De Heroes-hint is dan ook helemaal raak.

Don’t Let Go of My Hand passeert vervolgens op episch zwevende orgeltonen en in een sublieme afwisseling van Frateur’s parlando met zijn fragiele klaagzang. Het sereen vooruitkijkende Our Children mag dan fraai afsluiten, met een exclusief, prachtig duet van hemels stemgeluid met spaarzaam meewandelende basnoten.

Echo_re_echo, het is aldus een intens minimalistisch experiment geworden van een esthetisch duo dat al sinds jaren zijn vaardigheid heeft bewezen. Ze komen nu opnieuw voor het voetlicht met een volwaardig album vol grootsheid en tegelijk zo vol verstilling en intimiteit. Zo monumentaal en bij momenten tegelijk zo persoonlijk en klein. Net als in een van de songs wil het zelf een grote escape zijn, badend in die conspiracy of silence. Die wisselwerking van tegenpolen straalt ook hier zoveel van die essentiële warmte uit, zoveel expressiviteit en hang naar verbinding.

Het lijkt dan wel een (uitstekend) album van een rustiger gezelschap geworden, maar hun ijzers liggen alweer in het vuur voor de afwerking van een ongetwijfeld nog belangrijkere volgende plaat. Eén van een volledig herenigd Dez Mona. Waarom willen wij daar dan niet al te lang op wachten?

Na de tour met de dansvoorstelling 'Echo_re_echo' in Nederland en België loopt deze nu nog eventjes. Op 30 oktober nog te horen en te zien in de Corso in Berchem (B).