MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jack White - Entering Heaven Alive (2022)

poster
4,5
En toen kregen we ineens een vrijwel akoestische Jack White unplugged. Vanaf de eerste songs van zijn tweede nieuwe al dit jaar word je aangenaam bij de keel gegrepen door de rust en de levendige frisheid die van 'Entering Heaven Alive' uitstraalt. We horen countryfolky akoestische gitaren, viool, bevallige piano, orgeltje, marimba, mellotron en zo. Allemaal verwerkt in hoogst melodieuze, uitgeklede prachtliedjes en vooral gebracht door een totaal ontspannen Jack White, de haren passend hemelsblauw geverfd, die, soms samen met vrouwtje Olivia Jean, het beste uit zichzelf ophaalt, waarbij ze zelfs in hoge mate lijken te genieten, bijvoorbeeld van al het romantisch fraais dat wordt neergezet. Wat een immens verschil de toegankelijkheid hier, vergeleken met de losgeslagen elektriciteit van het ook wel even degelijke 'Fear of the Dawn' van eerder dit jaar. De Dr. Jekyll én Mr. Hyde in een en dezelfde man, Jack White. Ter opluchting van de eventueel dan toch teleurgestelde fans van die ruigere Jack: even was er het idee om de beide zo tegengestelde platen als dubbelalbum uit te brengen. Hoe dan ook wat een veelzijdig en creatief muzikant is hij toch, doet intussen ook alleen nog maar wat hij graag wil. Bij deze nieuwe denk je onwillekeurig ook vaak terug aan de Jack White uit de begindagen, met The White Stripes.

Bovendien absoluut geen zwakke broeders op dit album. Het opent met een aantal sfeervolle americanasongs. Het zachte 'A Tip from You to Me' mijmerend en intens met akoestische gitaar en dwarrelende piano. "Vraag jezelf af of je gelukkig bent en dan houd je op te zijn", vernemen we er filosofisch. Het geheimzinnige 'All Along The Way' gaat op dit ingetogen élan verder, een Hammond-orgel duikt op. Een pareltje. 'Help Me Along' vertoeft in idyllische Beatles-sferen en drijft op knusse Wurlitzer en viool. Er is daarna de hoogstaande folk van 'Love Is Selfish', met Jack fingerpickend als een volleerde Leo Kotke en voor de gelegenheid met Robert Plant-aandoende vocalen. Hoe schoon is dat! Er is het groepsmeesterwerkje, de totaal blije jazzimprovisatie 'I’ve Got You Surrounded (With My Love)' Het nummer heeft naast de piano, hier opvallend als enige een zwaar piepend bewerkte elektrische gitaar, zoals er daarvan op wilde voorganger 'Fear of the Dawn' zoveel waren. Het prachtig orgelend 'Queen of the Bees' is swingende rag-time door de bril van Jack's verliefdheid. De behaaglijke eenvoud van 'A Tree on Fire from Within' is weer Beatle-lesk, met Jack als de Macca van dienst voortdurend op de bas.

In het film-noir-achtige 'If I Die Tomorrow' dan, over 'morgen sterven en je moeder huilt van verdriet', gebruikt hij een mellotron, soort sixties synthesizer, beetje zoals The Beatles, jawel, het ook deden op 'Strawberry Fields Forever'. Nee, je hoort hier dus zeker geen fluit. Jack is verzamelaar van vintage instrumenten en houdt van het verwerken ervan in zijn muziek. 'Please God, Don't Tell Anyone' is nog zo'n bloedernstige vintage bluessong over leven, sterven en Jack's doodsangsten. 'A Madman from Manhattan' schakelt opnieuw over naar schemerige seventiesjazz, staccatodrums, groovy bas en Jack in een parlandotriootje met gitaar en piano.
'Taking Me Back (Gently)' is tenslotte een reprise van het helse openingsnummer van voorganger 'Fear of the Dawn'. Master White maakt er hier evenwel een vrolijk, bijna kitcherig dixieland-feestje van, met glansrol voor de viool! Zoals alleen toppers de modus van hun muziek meesterlijk kunnen herturnen. Kan je je plaat olijker en sierlijker afsluiten?

Op 'Entering Heaven Alive' is er, ondanks de veelheid van stijlen, een grote eenheid van stemming en diepgang. Ze is daarbij zo hemels melodisch. Verrassend album misschien, maar sowieso is het geweldig. "Mijn zachte zondagmorgen-album", zo omschrijft Jack het zelf. Een laat vakantieplaatje ook, besluiten wij dan, om op een zomerse dag vol op mee achterover te leunen.

Jack White - No Name (2024)

Alternatieve titel: Untitled

poster
4,0
In de releasearme weken van 2024 lanceert Jack White's nieuwe 'No Name' zich precies zoals het er staat: volledig naamloos en helemaal gratis te grabbel voor een select aantal nietsvermoedende platenkopers. Eenmaal de mist volledig opgetrokken onthult zijn 'No Name' zich uiteindelijk ook voor de rest van het nieuwsgierige muziekwereldje en met zijn blauwe cover en zijn dertien songs staat het album er nu wel netjes voorzien van al zijn namen.
Deze plaat van onze excentrieke White Stripe/Raconteur is vooral op en top verrassend. Ineens een scherpe heavy gitaarplaat 'solo met band' waar full in the face één groot aura wervelende Led Zeppelin-energie van uitstraalt. Met zijn gekende halfhese stemrasp, ruwe riffs en bluesakkoorden alom, daarmee scheurt Jack in één grote explosieve stofwolk door je straatje. Een spervuur van louter frisse rock totally back to basics, voor aan je zwembad, je strand, voor op je weg naar de berghut, boeiende rechttoe rechtaan moddervette blues recht uit de garage.

Pluk van dit 'No Name' dus zelf maar vrijelijk je toppers eruit, de parels liggen zo voor het rapen of nog beter: consumeer dit prachtige 'No Name' gewoon maar 'en bloc'...

- Het zinderende met orgel gepimpte 'Old Scratch Blues',
- de coole rauwte van riffrocker 'Bless Yourself',
- het swingende 'That's How I'm Feeling',
- het Led Zeppelin-neefje 'It's Rough on Rats (If You're Asking)',
- het funky prekerige 'Archbishop Harold Holmes',
- de vuile punker 'Bombing Out',
- de verblindende groove van het dramatisch opgaande 'What's the Rumpus?',
- de laaiende AC/DC-vibe van 'Tonight (Was a Long Time Ago)',
- het poppy volop op slidegitaar jengelende 'Underground',
- de opgefokte spierkracht van het aanjagende 'Number One With a Bullet',
- de regelrechte meeklapper 'Morning at Midnight',
- de brute power van rammer 'Missionary', of
- de bedwelmende psychedelica van 'Terminal Archenemy Endling'.

'No Name' is van een weggevertje vanuit het niets een van 2024's belangrijke platen geworden. Volledig in de lijn van overduidelijk Jimmy Page of, dichter bij huis, Black Box Revelation, maar vooral toch een opwindend adrenalineshot ongeschaafde bluesrock met wel heel veel White Stripes allures. Alles wat deze gestreepte man met zijn blues doet zet hij hier zo consistent als wat neer, maar binnen het geheel is het toch even gevarieerd als zijn hele kleurige songbook. Grandioos gewoon dat dergelijk puntig album ter verrukking van de massa's zomaar landt middenin de zomer- en festivaltijd. Vertel dit dus gauw door aan minstens zeven van je beste vrienden.

Jackson Browne - Downhill from Everywhere (2021)

poster
4,0
Juli 2021. Nog niet helemaal bekomen van 'For Free', prima nieuwe van gouwe ouwe David Crosby, komt daar gelijk met de Californische countrydrums van opener 'Still Lookin For Something' ook senior Jackson Browne's voice de speakers uitgerold... Man, wat klinkt ook die eerder 27 dan 72, bedenk je dan doodeerlijk. Ontdek je bovendien ook weer die sound, naadloos alsof 't nog gisteren was vindt die aansluiting bij de nog jonge langharige composer van toen, de Jackson uit de seventies. Met ongeschonden heerlijk nasale stem, melancholische, nostalgische americana à la The Eagles, overigens zeer aan hem schatplichtig. Effenaf een uitstekende, perfectionistisch door hem geproduceerde plaat krijgen we hier, 10 songs met wisselende insteek van country, folk tot rock (met als rockuitschieter : 'My Cleveland Heart'). Een aantal keer ook mooi sfeervol in 't spaans, niet vreemd dit, wat tex-mex-latino-touch voor een South-Californian singer-songwriter.
Voor de nodige muzikale omkadering als vanouds heel sterk gediend door z'n ouwe maten, is ook Jackson zelf weer bijzonder op dreef. Nog steeds fel maatschappelijk bevlogen, toch nooit prekerig, overdacht, altijd met het hart op de juiste plaats, bovendien vele jaren ouder en wijzer, zo vult ie nieuwe songs met de volgens de problematische stand van de wereld passende lyrics. Duidend én hoopvol. Beluister z'n songs vol warme menselijkheid. Een mens heeft er nood aan in bezwarende tijden. Een op piano en lap steel traag slepende ballade, schitterend duet met Leslie Mendelson, 'A Human Touch'. Een met creools frans doorspekt 'Love Is Love', over de verwachting van een wereld oprijzend uit het puin van 't verleden. Een ontroerend, met het combo Los Cenzontles afwisselend in 't spaans gezongen 'The Dreamer', over het drama van de vluchtelingen. De kritische song uit de plaattitel gaat over de plasticbergen,  continu van overal de wereldzeeën in stromend. Ook superlange sfeervolle afsluiter 'A Song for Barcelona' is een hoogtepunt. In rumbastijl, flamenco en met 'n vleugje catalaans. Dit expressieve eerbetoon aan Barcelona, de 'city that gave me back my fire, and restored my appetite', vat alles samen waarvoor Jackson ook nu nog helemaal staat. Na 'n curriculum van meer dan 50 jaar, heeft ie zonder zweem van routine andermaal nieuwe muzikale uitwegen gevonden, is ie even perfect in staat z'n boodschap over te brengen en jawel, zeker beter zelfs dan menig jongere (dan hem). So, Jackson Browne, go on. Je escapecity Barcelona... blijf daar toch nog maar even weg!

Jamila Woods - Water Made Us (2023)

poster
4,0
"Al het water heeft een perfect geheugen en probeert voor altijd terug te keren naar waar het was." - Toni Morrison.

Nog eentje dat alhier nobel onbekend is gebleven, ook al had ze zichzelf in 2019 met haar 'Legacy! Legacy!'-plaat nochtans al zeer goed op de muzikale kaart gezet: Jamila Woods uit Chicago. Een sociaal bewogen dichteres die van dan af fulltime als singer-songwriter aan de slag wilde. Die twee hoedanigheden voegt ze hier wonderwel samen in een album dat hoewel moeizaam tot stand kwam tijdens de lockdown. Een barre periode voor velen en vaak aanleiding geweest tot dieppersoonlijke reflectie. Het zoeken en niet zeker weten waar de weg loopt. Zo ook bij Janila Woods die met haar album deze keer niet de diepte ingaat van haar zwarte rootsplaat ('Legacy! Legacy!', waar ze elk nummer opdroeg aan een legendarische artiest van kleur), maar zich helemaal naar binnen keert en nu een weloverwogen indringend persoonlijk relaas vol symboliek en metaforen neerzet. Een reis vol geduld doorheen de verschillende stadia van haar leven, 34 is ze, trip naar haar eigen geheel van romantiek ontdane relatiecyclus, voor elke fase een song. Zo de bevallige single 'Tiny Garden' bijvoorbeeld, waar ze romance typeert als die kleine dagelijks te onderhouden tuin, nooit als een 'big production', 'butterfies' of 'fireworks. Ook zij bezingt vanuit eigen ervaring de liefde, haar eigenste studie over wat ze erbij heeft verloren en gewonnen. Vertrekken doet ze daarbij van het opbouwen van de relatie, met die aarzeling en spanning, de nieuwsgierigheid, het geliefd worden, het (zelf)vertrouwen, het zich staande houden, verzuring, breuk, tot alle mogelijke trieste ruïnes nadien ('Wreckage Room'), de rancunes, eenzaamheid en tenslotte: loslaten, dankbaarheid, wijsheid. Een heel individuele exploratie dus van een heel ragfijn netwerk aan emoties. Ze legt die in 13 songs en 4 intermezzo's, met gespreksfragmenten van familie, vrienden en een kaartlezer (want geboeid is ze door tarot en astrologie).

Muzikaal staat Jamila Woods op 'Water Made Us' voor afwisseling van zachte neo-soul, up-tempo, met een catchy funky flair, r&b, hiphop, droompop, spoken word en akoestische folk. Dit alles caprioleert zelfs binnen eenzelfde song, zo ook haar krachtig stemgebruik, al of niet vervormd. Een mix waaraan je hoe dan ook onmiddellijk verslingerd raakt. Geholpen werd ze hierbij door producer Chris McClenney, door rapper Saba ('Practice'), componist Peter CottonTale ('Thermostat') en duendita ('Tiny Garden').

Het water is Janila Woods' grote symbool. Naakt staat ze daar voor jou, zoals in haar grappige, kunstige video voor het zwoele 'Practice', terwijl ze met 'Water Made Us' zichzelf loodst doorheen haar woelige innerlijke wateren. De making-of van de albumhoes alleen al illustreert het, een onderwater-foto waarmee een zwevende Jamila waterangst en zichzelf overwint en tegelijk op sublieme wijze haar reflectie-thema in beeld brengt. Met het loslaten van angst in plaats van die blind te bestrijden komt de ontspanning vanzelf. Symbolisch trouwens ook voor het langdurige creatieproces van de plaat, overwinning van de angst voor de vele deadlines.
Water zuivert donkerte en onvolmaaktheden uit het bestaan, het is die humane boodschap die ze lijkt te willen meegeven, een mogelijk leitmotiv voor wie uitkijkt naar persoonlijke groei. Net als het citaat van Toni Morrison helemaal hierboven, kan een mens ondanks alle wisselvallige wegen die het leven inslaat intuïtief leren begrijpen hoe als die rivier terug te keren naar die voldoende staat van welbevinden.

Jamila Woods presenteert zich in 'Water Made Us' als een creatieve zangeres met heel wat soul. In een harmonieus, gracieus en helder concept brengt ze hier haar kijk op wat voor haar voor 'lovesong' doorgaat. Ze verpakt het in een uitstekend, warm, hoopvol en opzwepend album.

Jan Verstraeten - Violent Disco (2022)

poster
4,0
Was ik hem echt bijna straal voorbijgelopen, deze sterke Jan Verstraeten. Mogelijks, gewoontjes, omdat m'n verre buurman ook zo heet. Gelukkig, dan hoor je hem toch een paar keer voorbijkomen op Vox, het onvolprezen alternatieve hitprogramma van Radio 1 en ja, raak je toch nog gelijk om.

Volgens zijn bio is hij een artistieke nomade. Maakt zijn muziek in een eenheid met film en beeldende kunst. Heeft nu een voorkeur voor roze, tekent en schildert zelf alle platenhoezen, zoals de vervaarlijke tongzoen hier tussen mens en demon, tatoeëert eigenhandig zijn fans en ontwerpt podiumoutfits voor zijn band, ook de grandioze videoclips regisseert en animeert hij zelf. Maar Jan is in zijn songwriting een echte loner, die zich pas sinds zijn relatie met Lingerie Fille d'O, Murielle Scherre, echt in z'n kunstenaarschap gerespecteerd weet en zich in zijn eenzaam scheppen nu zelfs de koning te rijk voelt.

Z'n plaat. De titel ervan, 'Violent Disco' heeft met de gehate coronalockdown te maken, toen dansfeestjes gereduceerd werden tot nepevents, in het beste geval tot 'silent disco', helemaal in je eentje, disco thuis, koptelefoon erop.

Jan Verstraeten maakt aanstekelijke, onbelgisch duistere blues en soul met een onweerstaanbare groove, een volstrekt eigenzinnige Verstraeten-sound. Wat je dus zeker moet gehoord hebben! De muziek is zijn speeltuin en bevat tal van stijlen, pop, blues, soul, funk, triphop, house, Moby, maar vooral filmisch grootse dingen als komend van soundtrackorkesten en bigbands. De fraaie soulvolle melodieën komen dan weer voort uit 'de soul in maffiafilms', bekeken in tijden van corona. In zijn muziek ook passende vaak creepy klinkende filmdialogen. 'Violent Disco', het album, is dus dansbaar, maar gaat tegelijk samen met melancholie, tristesse, somberte. Jan, niet alleen treurwilg met veel gevoel voor humor, soms ook griezelig als een alien. Oordeel, lyrics die gaan over vampieren en andere duivelse gedachten, ijselijke dromen, scary movies, krijsende kinderen, moeilijke liefde, verbroken relaties, liefdesverdriet...

Muzikaal prominent aanwezig op het album zijn de strijkers, die in vrijwel elk nummer een hoogst sierlijke begeleidingsrol krijgen. Het macabere 'Vampire in My Bed' is een om liefde smachtende, slepende blues à la Charles Bradley. In de vingerknippende klassieke soulsong 'Gone Gone Gone', zie je de full-Motown-danspasjes en dito samenzang weer voor je. En dus die heel mooie strijkersarrangementen! Een mysterieuze reis maak je met 'Cry Baby', dramatische strijkers volgen de dialoogsample met de peuter die geen mens wil worden. Titelsong 'Violent Disco' is klaagzang der liefde, na de droeve intro vol zwaarwegende violen start met de sambapercussie toch een dans, nerveuze triphop, trieste Moby-gezangen van schitterende soulzangeres Monique Harcum. Covertje ook, 'Hit Me Baby' van Britney Spears hier in de dreigende Verstraeten-sfeer, dus met z'n somberste strijkers overladen.Topper is het blij klinkende 'Goodbye World', zang, percussie en vioolpartijen uit voorbije tijden, zo Morricone-filmisch als wat, inclusief met hoogjengelend vrouwenkoor. Een behaaglijke pianosong in de aftiteling, 'Lover, I Wanna Be Forgotten', prachtig intimistisch, sereenst mogelijke weggalmende afsluiter.

En zo kan het dus ook voor Jan Verstraeten niet anders. Met een uitstekende, sfeervolle plaat als 'Violent Disco' moet zelfs de loner de boer, het podium op. Want, zeg nu zelf, wie houdt er nog van 'silent disco'?

Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025)

poster
4,0
'Foxes In The Snow', een album zwevend in biezondere sferen, getooid in americana van het puurste soort. Verrassend, deze keer moet je daarvoor bij Jason Isbell zijn. Je kent deze gerespecteerde singer-songwriter wellicht nog van onder een van zijn vroegere gedaanten. Voorheen zat hij eerst bij de Amerikaanse southern-rockband Drive-By Truckers. Hij ging daarna onder eigen naam verder, dan wel telkens al tourend versterkt met een begeleidingsband, The 400 Unit.

Met dit nieuwe, tiende studioalbum 'Foxes In The Snow' komt de intussen al met zes Grammy's overladen artiest nu pas voor het eerst ook zonder zijn The 400 Unit voor het voetlicht. Met elf songs dus helemaal solo en met een album in vijf dagen zonder overdubs opgenomen. Alles daarop deed hij nu bewust helemaal zelf en dit dan nog met niet meer dan zijn uitstekende zangstem en die heldere, 85 jaar oude mahoniehouten akoestische gitaar.

Moeten er wel redenen voor zijn geweest, zou je aannemen. Blijkt effectief, want er zat deze keer een op en top persoonlijk verhaal achter, dat bij deze van zijn lever afmoest. Hij reflecteert dus op 'Foxes In The Snow' heel intiem over het leven zo pijnigend als het hem de laatste jaren overkwam. Contradictorisch, precies vanaf het overwinnen van zijn alkoholisme, de liefdesperikelen die dan toch nog opdoken en die leidden tot de gemediatiseerde breuk van een gouden koppel, tot aan zijn zoektocht naar nieuw houvast in een kersverse relatie. Van zo'n voor de buitenwereld misschien alledaags recept maakt hij hier dan toch een universele, tijdloze break-upplaat, een energiek album met alleen hem in het midden en met omwille van de hoeveelheid collateral damage tegelijk een verwoestende schoonheid.

'Bloeddruppels als door vossen achtergelaten in de sneeuw', treffend beeld in de titelsong voor de sporen bij hem van bitterheid, woede en verdriet. Het vat het pak emotionele herinneringen samen aan zijn op de klippen gelopen relatie met violiste Amanda Shires, voormalig lid van zijn tourband. Ze zitten onverholen tot grimmig verwerkt in deze voorraad prachtige liedjes. Zoals duidelijk in 'Eileen' of 'Gravelweed', waarin Isbell een stuk verleden nu een andere betekenis geeft, een nieuwe inhoud als een vergelend document in de tijd. Tegelijk blijkt er dan, in 'Ride to Robert's' of 'Don't Be Tough', ook plaats voor Isbell's nieuwe vlam, de 30-jarige schilderes Anna Weyant, zijn huidige muze.

Dit resulteert samen in talrijke pareltjes, naast de titelsong, zoals de opener 'Bury Me', Nashville-song 'Ride to Robert's', 'Eileen', 'Gravelweed', 'Crimson and Clay' of 'Good While It Lasted'...

Toegegeven, deze nummers zullen zeker ook in een andere setting gedijen. Maar zo wordt vooral weer eens bewezen, grote artiesten als Isbell, een Kristofferson, Springsteen, Richard Thompson of Steve Earle, die maken altijd van zelfs iets 'less' zomaar iets 'more'.

Ook 'Foxes In The Snow' wordt ondanks zijn voor de gelegenheid volledige stripping, ondanks zijn uitsluitend akoestische gitaarsnaren toch een boeiend en gevarieerd gearrangeerd album met nu al classics die helemaal baden in zuiderse Alabama-countrysfeer. Isbell kon al rockend al perfect om met de electriciteit van Drive-By Truckers. Met deze goudeerlijke, emotionele verhalen over de pijn van het zijn etaleert hij hier nu helemaal passend, open en bloot, fragiel en indrukwekkend ook zijn kunde als akoestisch gitaarvirtuoos. Geflankeerd door zijn eigen altijd aantrekkelijke gitaarmelodieën, -akkoorden en solo's levert hij daarmee met 'Foxes In The Snow' zonder meer al de meest gracieuze rootsmuziek van dit jonge jaar. Er zitten dus zeker en vast nóg meer Grammy's in de pipeline.

Jay Chakravorty - A Map with No Memory (2021)

poster
4,0
Op gezonde wijze door Eric 'Aero' aangestoken, waarvoor dank, smul ik nu van een debuut als dit. Jay treft als componist het label 'modern-klassiek', waardoor ie direct voor tevelen onzichtbaar wordt. Maar wat een pracht mis je dan! Filmische evocaties, ontegensprekelijk Nyman, Tierssen, Jóhannsson en Morricone waardig. Zelf is ie, naast componist en producer, duiveltje-doet-al-muzikant met respectabele staat van dienst op piano, synths, accordion, gitaar, bas en percussie. Dit is verstilde muziek die diep aangrijpt, tot en met de gezongen eindnoot, 'Maps'. Dit buitenbeentje lijkt me dan weer klassieke Arab Strap of Adrian Crowley wel. Aero, dit alles over Jay Cha-kra-kov-ski vertel ik zeker verder door!

Jeff Rosenstock - SKA DREAM (2021)

poster
4,0
Was ska niet al een tijdje dood? Nee hoor, Jeff bewijst hier het tegendeel. Men volledige skabewerking van zijn succesvolle No Dream-cd van 2020. Slechts één conclusie : ska blijft very cool! Origineel lockdownproject.

Jethro Tull - Curious Ruminant (2025)

poster
4,0
Zitten ze nu al aan hun 24ste reguliere album, Jethro Tull, de band van de Schotse voorman Ian Anderson. Ze bestaan intussen ook al 58 jaar en van dan af gezien is de 'last man standing' Anderson intussen nu al de 77 voorbij. In die tijdspanne beroerden ze onafgebroken met hun folkmuziekjes, blues, rock, progrock, jazz en klassiek. Sedert 2022 gingen ze daarmee zelfs, ongelooflijk, alweer met drie reguliere albums in hun discografie verder: 'The Zealot Gene', 'Rökflöte' en nu dus dit 'Curious Ruminant'.

Op 'Curious Ruminant' opnieuw die geliefde mix van stijlen van blues, rock en jazz in elektrische en akoestische instrumentatie, helemaal trouw aan de aloude Jethro Tull-sound. Waar Anderson dan met zijn dwarsfluit parmantig en dartel als een harlekijnvis tussen de anemonen doorheen zwemt. Om het even of ze daarbij ook eindigen in de breder uitzwermende bandarrangementen is er deze keer toch wel een hogere akoestische folkoriëntatie. Een Tull dus vooral eerder zachter, persoonlijker en intiemer dan met het hard gedreven werk. Met een Anderson die daarbij aftrapt met stem, mandoline of kleine tenorgitaar om zich dan pas te laten opjagen door de accordeons, orgels en de hele rest van het bandinstrumentarium. Hij zingt daarbij nog steeds prima - ook nu weer - , al zoekt hij weliswaar al albums lang meer de lagere registers en is het dus - who cares - inderdaad wat minder fel en krachtig dan in de gloriedagen van de seventies.

Opvallend, deze keer is een jonge dertiger, Jack Clark, verantwoordelijk voor de elektriciteit. Hoewel een onmogelijke opdracht om hierbij ook oergitarist Martin Barre's schoenen te vullen, hij mag met toestemming van de boss Anderson dan toch her en der ware schittering aan diens fluitnoten toevoegen.

We krijgen een mooi ingetogen piano-opstart met de uitstekende opener 'Puppet and the Puppet Master´ en dat tot het verwachte moment dat, onhoudbaar, puppet master Anderson zo fluitend als zijn alter ego, 'the minstrel in the gallery', weer de kamer binnenschiet. Een compositie als uit de seventies bijna, met een lichte rocktoets, wisselende zang en solo's tussen die rollende fluit, met als vanouds flitsend opsnijdende gitaar, gekleurd hier met accordeonlijnen vanuit de achtergrond en zowaar ook met dampen van orgelwerk.

Volgt 'Curious Ruminant', die ook de plaattitel levert. 'Curious Ruminant' laat zich vooreerst als 'nieuwsgierige herkauwer' vertalen, net als de voormalige graseter wiens hoorns de cover sieren. Maar Anderson zou Anderson niet zijn als hij het niet eerder dieper bedoelde. 'Curious Ruminant' figuurlijk dus als een 'steeds overdenkend contemplatieve persoon', de nieuwsgierige wijsneus die hij wellicht zelf ook is en altijd is geweest.

Nieuwe topsingle 'Curious Ruminant' is een luimige overpeinzing over lezen en zo elke dag proberen iets nieuws te leren vóór je gaat slapen. Met eenzelfde waardige piano-intro als de opener, gevolgd door dwarsfluit dan als zalige corridor naar het nostalgisch deinend Tull-rockgeluid vol sprankelende details, waarin naast dwarsfluit en keyboards nu ook de schitterende riffs en hoogvliegende solo's van nieuwkomer Jack Clark mogen meevieren.

Daarin ook de woordverwijzing 'Wond'ring Aloud' naar de gelijknamige 'Aqualung'-song opgemerkt in de lyrics? Laat Anderson bij de release bij de toelichting over zijn huidige manier van werken dan ook naar dit Aqualung-album van 1971 hebben verwezen: net als daar nu grotendeels starten met een zelf uitgewerkt vast hoofdkader en je dan met het oog op een goede vlucht en zachte landing laten verrassen door de dynamiek van de band.

In het zalige 'Dunsinane Hill' zit Anderson even in parlando-modus. Een vredig melodisch stukje over wreed politiek gekrakeel als voert hij je doorheen een schouwspel van Shakespeare. Met zijn plechtige hoofse fluitintro en melodisch meetronende accordeon een traag voortslepende folkdans voor fluit en accordeon die finaal uitdraait als op een drumwandeling van een Schots aanroffelende marsband.

Dan een trio van door Anderson alle in dezelfde week geschreven songs. Daarvan de tweede topper, 'The Tipu House', de levendigste folkrocker van het album. Anderson's sfeerbeeld van de achtergestelde omstandigheden waarin sommige mensenkinderen in steden als Barcelona opgroeien. Ook de pastorale ballade 'Savannah of Paddington Green' is vintage de akoestische Tull. Fluit en accordeon en Anderson dan op de proppen met zijn serene klimaatsong. Het meeslepende 'Stygian Hand' huppelt vervolgens als een traditionele tapdance, terwijl Anderson andermaal onvermoeibaar jongleert met zijn fluitstok. Zwierige folkrock dus in progminiatuurformaat waarin het hele Tull-arsenaal de revue passeert.

Dan zweeft het sterke 'Over Jerusalem' binnen. Over de regio met wel 5000 jaren turbulente geschiedenis en onuitroeibare vreselijke daden van intolerantie en vergelding. Fascinerend opgebouwd, met frisse elektrische injecties, weerkerend dramatische rockriffs en passages waar de Tull-turbo helemaal op dreef mag. Anderson dan even bijna spuwend in zijn dwarsfluit. Daarbij ook zeker letten op die fraai de compositie kleurende gitaarsolo, goed halverwege de song.

We hadden ooit al de beroemde mammoetstukken 'Thick as a Brick' en 'Baker Street Muse'. Op plaats drie komt vanaf nu het bijna 17 minuten lange epische, in fracties opgedeelde koninginnestuk 'Drink from the Same Well'. Dé soundtrack hier voor individuele reflectie en tegelijk bijna een Dylaneske beschouwing over veranderende tijden. Hier is de bron waarvan Anderson je gratis laat meedrinken. Aan ons dan ook, werp hij toe, om alles zoals hij het ziet te herkauwen.

Tal van songs op het album hebben al een lange ontstaansgeschiedenis. 'Drink from the Same Well' bestond al embryonaal in 2007 als een vergeten, onuitgevoerde demo, toendertijd geheel Indisch geïnspireerd met het oog op een optreden met toenmalig meesterfluitist Hariprasad Chaurasia in India. Het wordt nu het titanenstuk dat Anderson in de making-of als laatste aanpakt. Met volledige herwerking van de fluitpartijen, toevoeging van bas, drums en handtrommel, elektrische en akoestische gitaren, maar met behoud van de keyboards van de toenmalige toetsenist Andrew Giddings.
Een minutenlange prachtige instrumentale opbouw met als in de lucht wijzigend fluitspel. De eerste passage vertoeft in vrijwel Indisch klassieke sferen, een kenmerkend folky Ian Anderson-variant neemt over en verdwaalt vervolgens in een heerlijk jazzy meetokkelend pianoveld. Ineens dan, tussen het gelaagd fluitspel en de sierlijk afgemeten pianonoten, uitrusten in een muzikaal bedje donkere poëzie. Gracieus gedebiteerd bovendien als zit je weer helemaal bij 'Living in the Past'. Het schitterende epos wordt afgerond in keltische sferen, fluit en accordeon tegen een ronkend uitdeinende achtergrond. Groots.

Gewoon als vanuit de sterren neerdalend tenslotte valt het opbeurend spiritueel gedicht 'Interim Sleep'. Omdat het daarmee ook waardiger en ontroerender binnenkomt, hier welbewust in de vorm van een spoken word-uitgeleide. In Anderson's beeldrijke taal is 'Interim Sleep' een warm aangrijpende troost voor nabestaanden. Laat ons het maar niet teveel op ook Anderson's sterfelijkheid betrekken, al laten ongetwijfeld dergelijke onderwerpen ook hem steeds minder los.

Anderson staat hier als laatste van de grote rockfluitisten zoals steeds kwiek en stevig aan het roer van zijn legendarische band. Met zijn dwarsfluit bepaalt hij er als componist met een onuitputtelijke inspiratie al zolang energiek het woord en de sound. Binnen die lijnen en ondanks de groeiende ik's en mij's die opduiken in de lyrics is evenwel ook dit 'Curious Ruminant' allesbehalve een soloalbum. Het is weer een levende, eigenzinnige groepsplaat geworden van een band die perfect de subtiliteit en de door zijn frontman verwachte nuances aanvoelt, aanneemt en vertolkt.

Deze man zorgt trouwens ook na de opnames liever helemaal zelf voor het afgewerkt product. Mixen en masteren: Anderson doet het en als geschoold kunstenaar en fotograaf werkt hij zelfs het volledige artwork uit tot en met de fotografie en de lyrics van elk albumpakket.

'Curious Ruminant' is daarmee een waar feest voor oor en oog. Jethro Tull bevestigt hier met een album met een heel mooie flow, met muzikale miniatuurtheaterstukjes goed voor lichaam en geest. En ook het touren gaat gewoon door. Alsof ook dat nog steeds niks is.

Line-up:
- Ian Anderson - fluit, zang, akoestische gitaar, tenorgitaar
- John O'hara - piano, keyboards, accordeon
- David Goodier - basgitaar
- Jack Clark - gitaar
- Scott Hammond - drums,

- Andrew Giddings ('Drink from the Same Well') - piano, keyboards, accordeon
- James Duncan - drums, cajón, percussie

Jethro Tull - The Zealot Gene (2022)

poster
4,5
Echt, de volle return van Jethro Tull? Groep die dwarsfluit nieuwe stijl introduceerde, ze meteen een prominent centrale plaats gaf in de rock, die zo op 't gehoor anno 2022 nóg stukken herkenbaarder is dan het laatst achter covers verscholen Deep Purple? Herkenbaarheid zo typerend, om het even dan nog of je ze van sedert hun leuk kerstalbum van 2003, van hun laatste reguliere album 'J-Tull Dot Com' van 1999 of zelfs van nog veel langer geleden laatst in de oren kreeg.
Nu, sedert 2003, zolang al werden er onder de groepsnaam 'Jethro Tull' alvast geen platen meer opgenomen. Baas Ian Anderson bleef dan wel bij Tull de touwtjes strak in handen houden, vanaf de Tull-dipperiode van de nineties al gingen vooral hij en Martin Barre, soms zeer verdienstelijk, op de solotoer. De afstand tussen de groepsleden - de drummer was ook al in LA gaan wonen - werd zo zelfs letterlijk onwerkbaar groot. Maar het einde van Jethro Tull, nee, dat was nooit afgekondigd noch zelfs aan de orde. Wel integendeel. Want dan deed Anderson in 2018 expliciet onder de groepsnaam shows met zijn eigen musici om de vijftigste verjaardag van Jethro Tull te vieren. Waarna ie over die al in vijftien jaar tot hechte groep geknede solo-line-up, met hemzelf als nog enig founding member van de oude 'JT', diep nadacht en de knoop doorhakte voor de opname van dan toch weer een 'echte' Tull-plaat : als dank ook zogenoemd aan de naarstige line-up die zo consistent en het langst ooit samen het hele Jethro Tull-repertoire al speelde en daarbij o.a. ook het best lofwaardige 'Thick As A Brick 2' en 'Homo Erraticus' mee inblikte. De making-of startte weliswaar as usual solo bij Anderson in 2016, maar heel vlug evolueerde het project naar een echt live in studio opgenomen groepsalbum met, net zoals de klassieke Jethro Tull voorheen, expliciete progrockoriëntatie. Tot de lockdown bijna in de eindfase ook hier het stokje ervoor stak. Uiteindelijk raakte alles pas 'op afstand' afgewerkt in de zomer van 2021. Mogelijks komt bij de appreciatie van het resultaat, aldus Anderson zelf, voor een en ander wel weer de zeis en de kritiek, 'so be it then, I'm the boss', daar kwam het ongeveer op neer. Een even Brits flegmatiek Anderson-antwoord dus als die keer toen ie in de VS na ontvangst van de Grammy categorie Hardrock-Metal smalende reacties over hun metalgehalte lakoniek pareerde met een 'So what, is mijn dwarsfluit dan geen pure metal?'

Maar voor de wereld finaal toch het belangrijkste : dat nu o zo vertrouwd klinkend nieuwe Tull-album. Voor de vele aanhangers is het dus weer onmiddellijk thuiskomen. En inderdaad toch geheel anders dan de toch ook superbe 'Anderson solo'-sound.

Woordkunstenaar Anderson's hoge fluwelen zangstem levert hem hier, zelfs op zijn vierenzeventigste, opnieuw bij uitstek de oscar voor grootste 'minstrel in the gallery'. Naast mandoline en luit uit vervlogen tijden serveert hij er vooreerst al een nieuw blik wervelend pakkende fluitsolo's. Naast Jethro Tull, de naam, is dus de volle sound van hun in de middeleeuwen gedrenkte muziek onmiskenbaar terug. Het album is en surplus creatief, geïnspireerd en tot in het detail afwisselend samengesteld en afgewerkt. Evenwel zonder de kenmerkend lange progrocksuites, tot spijt van wie 't benijdt.

Inhoudelijk vertrekt het album met zijn twaalf songs van een concept van twaalf simpele woorden die - Anderson gelovig of niet - allen toch ergens in de bijbel hun oorsprong vinden en die via door Anderson geïnterpreteerde verhalen expliciet aan het nu worden gerelateerd. Belangrijke en rijke boodschappen zeker om je er eventueel uren in te verdiepen, terwijl je alles hoe dan ook gewoon enkel voor de muziek intens op je af kunt laten komen.

Prijsbeest van de plaat is ontegensprekelijk het zwaar Tull-rockend, stuwende titelnummer, 'The Zealot Gene'. Met wat voor een prachtige animatieclip van de Iraniër Sam Chegini, die overigens ook de nog schitterender clip voor 'Aqualung' aan de wereld schonk! Het nummer bevestigt tegelijk dat Anderson zich dus nog steeds inhoudelijk aan de stand van de wereld laaft, zijn Jethro Tull is dus allesbehalve 'living in the past'. Die zeloten uit de plaattitel, dat zijn bijbelse fanatici, politiek of religieus, die zwart-wit slechts één doel nastreven en daarbij met extremisme haat en verdeeldheid zaaien. Bewust hedendaags kan je je er misschien onmiddellijk de Trumpfiguur bij voorstellen, maar de wereld vandaag bevat heus nog tal van andere even 'gelijkgestemden'. Een zware thematiek van enge contrasten, vandaar ook de schrale kleuren van de hoes, die zovele actuele bekrompen tegenstellingen willen onderlijnen.

Sam Chegini - Aqualung - Jethro Tull

'Mrs. Tibbets', inhoudelijk over massavernietiging, twin towers, is een vol gedreven fockrocker met typische JT-versnellingen en wendingen, dwarsfluit-oases en een fantastische splijtende elektrische gitaarsolo. En een Anderson die het ook hier niet kan laten het toch weer even kritisch over Christmas te hebben. In 'Jacob's Tales' grijpt dan weer onmiddellijk die geweldige, bluesy mondharmonica uit hun begintijd nostalgisch aandacht en bewondering. Het prachtige, theatrale operaminiatuurtje 'Mine Is the Mountain' komt er met beklijvend geheimzinnige piano aanzetten, het lijkt de aanloop van 'Locomotive Breath' wel! En van wie is dat grappige, hoge stemmetje? Soit, alles heel mooi.

In de aardige erotische topsong 'Shoshana Sleeping', met Anderson-parlando, haalt de stuiterende dwarsfluiter Anderson onvermijdelijk ook weer iets over de 'early bird' aan. Fan van 'The Secret Language of Birds', weet je wel. 'Sad City Sisters' is een heel prettige folky jig met dartel accordeon. 'Barren Beth, Wild Desert John', met elektrische begeleiding vol in de nostalgische Barre-sound. In het uptempo 'The Betrayal of Joshua Kynde' klinkt warme Tull-folkrock als uit de vroege seventies en een swingend, dan weer buitelend pianootje. Dan weer wat songs vol ingetogenheid. 'Where Did Saturday Go?', stemmig nummer, charmant gezongen, met voluit reminiscenties aan het vroege Tull-geluid. Erop volgend, zacht romantisch, het op mandoline drijvend 'Three Loves, Three'. 'In Brief Visitation', opnieuw een aangrijpend gezongen folkballade. In het finale 'The Fisherman of Ephesus' komt dan het heavier geluid nog eenmaal impressionant aanlopen, plechtige dans, ultiem tuimelend duet met Jetho Tull's zachte toetsen.

Alleen voor al wie, vroegere of nieuwe luisteraar, na de bibliotheek aan Tull-albums echt diep luisterbereid is... is dit dus een geweldig, evenwichtig, uitstekend opgenomen nieuw album, met bovendien ook een enorme lyrische diepgang, waarop we hier zeker veel te weinig zijn ingegaan. De plaat zit boordevol melodieuze songs die pakkend en verleidelijk heel Tull's folkrockinstrumentarium uitspelen. Deze line-up musiceert hier met dergelijk talent dat ze het karakter en erfgoed van 'de oude groep', inclusief met de typisch krakende rockgitaren die de vibes van Martin Barre oproepen, respectvol in nieuwe Tull-klankschappen weten om te zetten. En ja, dan zeker nog die fladderende fluit... Nog altijd is het creatief genie overcentraal, Ian Anderson, alhoewel longpatiënt intussen, op deze plaat is ie toch nog best indrukwekkend zingend. Als vanouds blaast hij met een gezwindheid alsof het leven ervan afhangt. Geen therapie beter inderdaad dan spelen, beste man. Kijk naar astmapatiënt bij uitstek Toots Thielemans, Ian! Stond met mondharmonica tot z'n eenennegentigste in de spotlights. Hele tijd voor jou nog te gaan dus. Doe het ook op één been zolang het lukt... maar doe het zeker ook met dit Jethro Tulll.

Sam Chegini - The Zealot Gene - Jethro Tull

Jimi Hendrix Experience - Los Angeles Forum: April 26, 1969 (2022)

poster
4,0
Way back to the sixties. In die times of flower power triomfeerde The Jimi Hendrix Experience. 1967, eerst met 'Are You Experienced'. Kwamen ze in hetzelfde jaar nog met 'Axis: Bold As Love' en tenslotte verscheen in 1968 het onvolprezen 'Electric Ladyland', elpee, weetjewel, met de beruchte hoes, die ook de toenmalige paterscolleges in hevige beroering bracht. Al hoorde naar verluidt ophef van die aard nimmer of nooit tot Jimi's intenties, gefocust als de man altijd was op het creëren van zijn perfecte songs...

Intussen 2022. In de Hendrix-tijd waren ook wij nog teveel snotneus om de geadoreerde platen van de grote helden te recenseren. Kan daarom hier en nu, dankbaar, de nostalgie alsnog even toeslaan. Omwille van nu, de na 53 jaar splinternieuwe release van groots Hendrix-materiaal, opgenomen in het Los Angeles Forum op 26 april 1969, enkele maanden na de lancering van dat befaamde 'Electric Ladyland'. Omwille van nu, de reconstructie van de opname die al doorging als de beste registratie van de hele Electric Ladyland-tour. In het L.A. Forum in Inglewood dan nog, toen prille multifunctionele arena en dito muzieklocatie, waar enkel andere groten als Aretha Franklin, Cream, Deep Purple en Chicago al concerteerden. Met een geluidskwaliteit bovendien die al helemaal niet zo belabberd meer was als tijdens de passage bijvoorbeeld van The Beatles in de toenmalige Amerikaanse sportstadia.

Bepaalde opnames maakten 32 jaar geleden al deel uit van een postuum verknipte bloemlezing uit het werk van de grootmeester, een reductie tot grote fragmenten en zo zonder de logica en dynamiek van het optreden in zijn totaliteit. Nu komt, beter laat dan nooit, voor het eerst het concert compleet én geremastered, met de juiste mensen aan het roer, waardoor Hendrix' nalatenschap nu nog beter wordt geconserveerd en gepresenteerd. Verantwoordelijken voor deze zeer respectvolle benadering van een fantastisch optreden in moeilijke omstandigheden waren zus Janie Hendrix, voormalig Hendrix-producer Eddie Kramer en catalogusbeheerder John Mc Dermott. Het eigen songmateriaal dat Hendrix die dag voor de setlist koos komt uit de geciteerde drie bestaande albums van The Jimi Hendrix Experience, aangevuld nog met drie covers, opener 'Tax Free', Cream's 'Sunshine of Your Love' en de beruchte Jimi-versie van het Amerikaanse volkslied.

In het gezegende jaar 1969 waren zich binnen The Jimi Hendrix Experience evenwel al volop de wrijvingen aan het manifesteren. Hendrix werkte al samen met zijn nieuwe coming man Billy Cox. Hetgeen uiteindelijk, met het opstappen van gefrustreerde huurling-bassist Noel Redding amper twee maanden na dit concert, tot de definitieve breuk van het trio zou leiden. Hoe dan ook, hier is tijdens dit live-optreden muzikaal alvast helemaal niks van te merken, integendeel. Een strak en overdonderend spelende band en het werd dus - misschien wilde Redding alsnog iets bewijzen? - zelfs verreweg de beste performance uit de Electric Ladyland-tour.

Hendrix start zijn optreden met een afzonderlijke introductie, om in de destijds altijd chaotische, hyperkinetische sixtiesmeute ondanks politieaanwezigheid wat rust te brengen. Al loopt het verder, zo bijvoorbeeld bij 'I Don't Live Today', dan toch wel eens mis met die al te ontstuimig het podium opklimmende fans. Of de altijd inventieve Hendrix die zijn lyrics van 'Purple Haze' daarom verandert in 'Scuse me while I kiss that policeman'. Remember Woodstock, remember Isle of Wight, zeg maar. Een gemoedelijke publieksbabbel en de, zoals zo dikwijls, van snelle droge humor voorziene, goedgemutste Hendrix. Neemt hij daarbij, zoals eveneens zo vaak, eerst ruim de tijd om zelf zijn gitaar vakkundig te prepareren. Van dan af evenwel speelt hij de zaal plat. Goed, een pakket van zijn in recordtijd verworven smash-hits zullen ze daar in Los Angeles ook wel gaan krijgen, maar niet de recente kleppers als het onovertrefbare 'All Along The Watchtower' of 'Crosstown traffic' van het nagelnieuwe 'Electric Ladyland'.

Aftrappen doet hij dan wel met verve met een diepgravend 'Tax Free', een verrassende lel van meer dan een kwartier. Hier, in een smeltkroes van jazz, blues en rock, hoor je de microkosmos van 'Tax Free' en meteen het genie van Hendrix op z'n best. Net als Dylan's 'All Along The Watchtower' een recompositie bijna van het voorheen onuitgegeven covernummer van de Zweedse jazzfusionprogressievelingen Hansson & Karlsson. Bijna zestien beukend hardgespeelde instrumentale minuten, met een oersterke, gedreven drumsolo van trouwe Mitch Mitchell, waarmee Hendrix' hypnotiserende gitaar met volle plezier en overgave communiceert en zich improviserend doorheen kronkelt. Net zo'n ongetemde oersensatie bij de gloeiende riff van 'Foxey Lady', de performance van de song volgt in zijn volste, bruisendste vitaliteit.

Met de terugkeer dan vroeg in de set naar de superieure rootsblues van 'Red House' neemt de zachte Hendrix op het vertraagde ritme van zijn twee spitsbroeders royaal zijn tijd. Zijn soulvolle expressieve karakterstem schuift even vlot mee met zijn gitaar, tot hij ook hier de song zich tot in zijn volle complexiteit en stormachtigheid doet transformeren. Even sterk scheurt Hendrix vervolgens los in een episch spetterend 'Spanish Castle Magic', een twaalf essentiële minutenjam van jewelste, vol ongebreidelde solo's. Rispt daarna warempel ook al een premature versie van het vernietigende 'Star Spangled Banner' op, met zijn onorthodoxe gitaareffecten, aangekondigd als "de song waarmee we allen gehersenspoeld zijn" en die vier maanden later op Woodstock zijn fenomenale erfgoedstatus zal verwerven.

Ook 'Purple Haze' komt verpletterend voorbij. Hendrix weet het nummer voor zijn livegild meesterlijk uit te rekken zonder het minste krachtverlies. In 'I Don't Live Today', intens en furieus, voorziet de meester, alhoewel ingeleid door Mitchell's pittige percussie, evengoed een prominente plaats voor de bas en solo van Redding. De songs eerst samen ontmantelen en ze dan ingenieus weer ineenzetten, dat is Hendrix-live ten voeten uit. Tenslotte ook nog het memorabele één-in-drie-nummer, het zwart riffende 'Voodoo Child (Slight Return)' van 'Electric Ladyland', dat met zijn voor dit album in drie losgemaakte delen, bijna zeventien minuten beslaat. Weer met een machtige Mitchel-drumsolo. Middenstuk van dienst is een adembenemend eerbetoon aan Cream's psychedelische blueskraker 'Sunshine of Your Love'. Al improviserend injecteerde hij dit nummer eerder ook al in 'Spanish Castle Magic'

The Jimi Hendrix Experience in het Los Angeles Forum op 26 april 1969. Hier is kraakhelder te horen waarom deze Hendrix zijn gitaristen-tijdsgenoten al enkele jaren deed verbleken, hoe hij de history van de elektrische gitaar per optreden bleef veranderen, kortom, hoe hij de rockmuziek hertekende. Goed, talloze eigen versies zijn er van die toppers uit zijn songbook, maar geen ervan doet afbreuk aan de andere. Die vernieuwende kracht van toen, die zeker afstraalde uit een integraal optreden als dit van 26 april 1969 in Inglewood, blijft daarom ook na 52 jaar na zijn vroege dood pal overeind. Zijn The Jimi Hendrix Experience zat toen op zijn hoogtepunt en speelde letterlijk op volle toeren. Een postume corrigerende release van een dergelijk meeslepend historisch live-optreden, in handen bovendien van een man als Eddie Kramer, maakte alles het wachten overwaard. Jimi Hendrix zou nu tachtig zijn geworden. Bij deze uitgave zal hij zich alvast niet spreekwoordelijk hoeven om te draaien. Het was ooit anders.

Neen, ondanks al het gedenkwaardige van tijdens het Atlanta Pop Festival, Berkeley, Filmore East, Isle of Wight, Maui, Monterey, Winterland of Woodstock, krijgen we hier eindelijk het ultieme The Jimi Hendrix Experience-livealbum. Het meest authentieke, met het originele trio en het bevat enkel hoogtepunten en grensverleggende versies. Het aan een Hendrix-fancollectie toevoegen is een must.

Jockstrap - I Love You Jennifer B (2022)

poster
4,0
Jockstrap, aka het Londense duo, zangeres-violiste Georgia Ellery en producer Taylor Skye, maakt zijn eigen popmuziek en heeft met 'I Love You Jennifer B' een opgemerkt, opwindend debuutalbum uit. Georgia Ellery verdient tegelijk ook al serieuze strepen met die andere inventieve band Black Country, New Road. Maar wees hier wat Jockstrap betreft toch wel gewaarschuwd. Al blijkt Georgia heus wat van songwriting te kennen, deze popmuziek is van het moeilijker, rustelozer soort, dat met van die verwringende weerhaakjes er prominent in verwerkt. Jockstrap tapt instinctief uit alles behalve evidente vaatjes, je hebt bij voorbaat gewoon geen idee welke onbekende straatjes het inslaat en evenmin hoe het daar ook weer uitraakt. Extreem bijna, zeg maar gerust. De tien songs van dit debuut klinken zo drie kwartier lang als chaotische potpourri, als onversneden spectaculair experiment vol met vrolijke stijlen, maar alles samen zo avontuurlijk samenhangend dat het aantrekt en zelfs in schoonheid verblindt. Je hoort vanalles, zowel Deerhoof, als Fiona Apple, Regina Spektor, Joanna Newsom, maar evengoed Spice Girls of Madonna.

Maar Ellery en Skye staken vooral samen heel wat op in de Londense Guildhall School of Music & Drama, conservatorium gekend voor opera, orkest, viool en stem en in hun geval ook voor zijn elektronische muziekafdeling. De muzikale wereld van Jockstrap zit vol met van die elektronisch gemanipuleerde texturen waarbinnen keer voor keer hun uitgebreid klassiek instrumentarium naar hartelust kan worden verstoord of gesloopt, waar met de orkestrale elementen wordt gecombineerd en gepuzzeld.

Neem nu 'Concrete Over Water', de meer dan zes langzame minuten lange klepper van de plaat, waarin Georgia een liefdesrelatie herbeleeft. De song begint zowaar met een beatlelesk omgedraaide eerste strofe, tot, klein en fragiel, ook haar zoetgevooisde stem, op zacht kerkorgel begeleid, invalt met de strofe toch in de juiste volgorde. "Tower's blue and the sky is black I feel the night, I see it, it's on my back, on my back." In het tussenstuk valt dan het hele soundarsenaal neer, heftig, weids. Elektronica, tegendraadse drums, alles kwistig rondgestrooid. En hoor, zelfs de hond uit Silvie Kreusch' 'Walk Walk' lijkt aanwezig in de run naar een en al uitbundige finale warrigheid. Net zo ook opener 'Neon'. Hoe zoet ook Georgia's heldere vocals van wal steken over 'rode ogen na de dageraad, na onophoudend 'neonkijken', het is de gruizig splijtende elektronica uit de instrumentale break die de song als een splinterbom uiteenrijt. Of in 'Jennifer B', het is een als met kinderlijke gamegeluidjes volgeladen elektronische soundtrack waartegen de strijkers het vruchteloos zullen afleggen.

'Greatest Hits', klinkt wat bekend in de oren. Het danst als op een 'Kelly Watch The Stars'-groove van Air. Virgin Georgia beeldt er zich met intieme ontboezemingen als 'for the first time I like it when he's inside' onverhuld Madonna in. Love and emotion, je krijgt er hier wat van! Ook het liefdeslied 'What’s It All About?' is Georgia's openhartige hunkering naar lichamelijke genegenheid, het zweeft binstdien met zijn strijkers weldadig in een fifties retrojasje.

En angsten... Het luchtige folky 'Angst', met harp en zang à la Joanna Newsom, verbergt een bizar paniekerig verhaal over zwangerschap als metafoor om eigen angsten te ontleden... Het spooky 'Lancaster Court' heeft het evenzeer over angstgevoelens: "get a job, get a house, get a car, get a record deal".

Is daar ook 'Debra'. Al start het tweeslachtig en heel levenswijs ("verdriet is liefde die nergens heen kan"!), het mondt als ultieme uitlaatklep onvermijdelijk uit in de eerste opgewekt stuiterende synth-springer van jewelste. Die dansdrang vertaalt zich ook in de trance van de volbloed techno-dansvloersong '50/50', met zijn excentrieke beat, geagiteerde samples en vervormde vocals als van Spice Girls op hol.

Ook 'Glasgow' is een topper. Daar horen we Georgia weer als in een sprookje kleinzingend opstartend, emotioneel rollercoasteren overheen wijfelende Joanna Newsom-harpakkoorden en bellen, tot de song zich ongedacht ontbolstert als een heel catchy countrysong vol strijkers.

Al bij al geen spek dus voor ieders bek, dit 'I Love You Jennifer B', het weze duidelijk. Tovenaars Ellery en Skye verleggen hier vanuit de studio grenzen en ze maken nieuwe kleuren en bochten met alles wat de muziek heeft voortgebracht. Ineens staat daar de nieuwe eigenzinnige band die maar eens in zoveel tijd opduikt en die van kakofonie toch muziek maakt met een kloppend hart. Dat van de naar liefde zoekende Georgia Ellery.

En wat nu, Georgia, Jockstrap of Black Country, New Road: twee heren dienen? Totaal zinloze kwestie en geen issue. Voorbeelden te over toch waar zoiets perfect werkt. Experimenteer dus vooral verder. We all love you Jennifer B!

Joe Strummer - Assembly (2021)

poster
4,0
De legendarische frontman van The Clash is jammer genoeg niet meer. Maar hier wordt zijn muzikaal genie en ontembare rock'n'roll-spirit nog eens passend tot leven gewekt. Van The Clash tot zijn solo-werk : alles even impressionant.

Joesef - Permanent Damage (2023)

poster
4,0
Joesef, ho daar, toch niet weer een aanpassing van de naam van Cat Stevens? Neen dus. 'Permanent Damage' is, na een paar uitstekende ep'tjes, het stevige debuut van een sympatieke teddybeer, een Schotse bink met ontwapenende Boy George-blik. Joesef maakt net van diezelfde aanstekelijke jazzy danspop als die we ergens van onze eigen kwetsbare Oscar And The Wolf herkennen. Met op zijn album een plejade aan wellustige queerzangnummers met boterzachte melancholische soulinslag.

Het beeld voor de plaattitel haalde hij in een opwelling bij een pakje sigaretten: Joesef kijkt terug op zijn eigen 'blijvende damage'. Net als Max Colombie worstelt hij met verscheurende emoties en complexen, laat hij even diep in zijn ziel kijken als hij zingt over eenzaamheid, depressie, liefde en gebroken harten. Hij tobt over zijn jeugd in het grijze Glasgow, tijd die niet bepaald over rozen liep. Hij rouwt over een versie van zichzelf die hij nu wellicht definitief kwijt is en ontdekt gaandeweg vooral, met alle pijn vandien, zijn eigen homo-identiteit.

Getalenteerd als ie is, schrijft, boetseert, zingt en producet hij al die lieflijke songs zelf, voorziet hij hun pakken trieste inhoud van het luxueus, supercatchy popjasje dat je je als vanzelf laat aanmeten. Wordt al direct vergeleken met Sam Smith of Amy Winehouse, neem dit erbij voor wat het waard is. Joesef is gewoon heel onthullend in zijn heel lichamelijke muziek. Dansbare, ongrijpbare soul, r&b en elektro, doordrongen van vintage texturen, boven alles moderne versies van een nostalgische Motown-sound uit zijn jeugd en uit mama's platenkast.

In een hemels orkestrale ouverture, de opener 'Permanent Damage', zet Joesef, omgeven door violen, zijn gouden falsetto voor het eerst magistraal in de etalage. Eropvolgend komt het heerlijke, zachte disconummer, 'It's Been a Little Heavy Lately', gelaagde song, aanvoelend als een bad trip, met springerige Tame Impale-vibe en een gevocoderde Joesef zalig drijvend op levendige percussie. 'East End Coast' is een hommage aan een Londense relatie en tegelijk expressie van zijn ontworteling en emotionele band met zijn ma daar in het verre Glasgow.

Als een breekbare Frank Ocean zingt hij vervolgens op zijn persoonlijke favoriet over wanhoop, het tedere 'Just Come Home With Me Tonight', hunkering naar toch nog een laatste toekomstloze nacht. In het zachte maar kwetsbare 'Borderline' komt hij met alle 'permanente schade' in zijn rugzak als in een coming of age tot inzicht dat iets zijn levensblik nu wel voorgoed veranderd heeft.

Na het zuiders broeierige, funky 'Didn't Know How (To Love You)' komt de pure soul van 'Apt. 22' tot leven, song met de ziel van The Mamas & The Papas, met z'n mooie violen en met ook verrassende samenzang met 'big papa teddy bear' Guy Garvey van Elbow. De douchesong, het spacey, etherische 'Shower' is weids en bevat veel zelfgemaakte koorzang en beelden van vervlogen vriendschap.

Het pure, meest persoonlijke juweeltje is dan toch wel het overrompelende 'Joe', over de opkomst en verval van een hoogst passionele tienerrelatie, groovy en tegelijk filmisch en dramatisch én met voldoende stuff dan ook voor die veelzeggende video. Ook 'Blue Car' is triest pakkend, andermaal een filmische song als een in en uitwervelende angstdroom. Evenzo 'Moment', terugkijkend op een voorbije romance als op een terminale ziekte en dan toch maar alles vrolijk verpakken in een regelrechte dansvloerpopsong. Sterk. De prikkelende soul van 'Last Orders' dan, roept inderdaad onweerstaanbaar Amy Winehouse op.

Op dit toch wel spectaculair debuutalbum 'Permanent Damage' is Joesef grotendeels teruggegaan naar één toxische, manipulatieve relatie uit zijn tienertijd. De man leerde veel uit dit verdriet: heeft van 'Permanent Damage' niet enkel zijn uitlaatklep gemaakt, maar ook het handvat om nu te leven en zijn serieuze zet naar persoonlijke groei. Hij noemt zich honderduit gelukkig nu. Doen, laten en relaties zijn op een rijtje gezet, zijn leven in het moment is bruisender dan ooit en hij sluit het album zelfs af met 'All Good'. Dit alles duurt ook mooi al zoveel langer dan het goede weer in Schotland. De zalen lopen vol en het grote internationale succes wenkt ineens meer dan ooit. Goed zo, dat het Joesef van harte gegund is.

John Grant - Boy from Michigan (2021)

poster
4,5
Lockdown, 2020-2021. In het verre Reykjavik telt John Grant z'n lidtekens, begint er aan z'n hoogst persoonlijke Ijslandsuite. Na de vreemde begintonen -begint hier de 'The Shining'-soundtrack?- doemen de als vanuit wolken scherper wordende contouren van zijn getroubleerde vaderland Amerika op, van zijn geboortestreek ook. In de suite, een sleutelvers, "Никогда не извиняйтесь чем вы стали. Всё что мы имеем заработали потом и кровью", diep in 't stuk verborgen, "Verontschuldig nooit voor wat je bent geworden. Alles wat we hebben is met zweet en bloed verdiend." (In 'Your Portfolio').
Nja, het beeld door de songs opgeroepen is ambigu. Een aantal scenes verre van fraai. De synths klinken er o zo dissonant donker, knellend en bijtend. Daarnaast zijn er ook die andere, warme, zo luchtig dansende, zo tedere, of grappig en frivole als wat. Er is z'n hunker naar de zorgeloze kindertijd, z'n roze kinderlijke onschuld. Vergeten we daarin de scary movie in 'Dandy Star', dan toetsen z'n drie beginsongs de Michiganperiode als nostalgie ten top. John groeit vervolgens op in Denver in een voor zijn geaardheid vijandige conservatieve omgeving vol masculiniteit. Ie is dan ook laat uit de kast gekomen, pas rond z'n vijfentwintigste. Wat een totale openheid hier van John Grant! 'The Cruise Room', over 'zijn dingen met een vriend, waarover ze toen het fijne niet wisten'. Aandoenlijk! 'Mike and Julie', prachtige schets over de moeilijkheden met het aanvaarden van zijn geaardheid. " 'k Weet dat ik toch niet mijn hele leven op de loop kan. Schande over mij als ik anderen laat beslissen over wie ik ben." Of 't melancholisch wringende terugdenken aan z'n bedvriendje 'Billy  (in 'Billy')... Slíkkén! Vergeet zeker ook niet z'n schitterende ode bij leven aan z'n dierbare geliefden, 'Just So You Know', andere song dit om in te kaderen. Wat een songwriter. Maar zoals Roger Chapman op zijn uitstekende laatste, veegt de volwassen John tegelijk ook fel schertsend, minachtend, bijna absurd de vloer aan met de kwalijke American-dreamlucht, gevestigde machten, 't meedogenloze kapitalisme, geldzucht, de US aan flarden en met tegenwoordige waarden die enkel bastaards als Trump voortbrengen ('The Only Baby'). Z'n continu meesterlijk spel met de taal! In het engels, duits, russisch, hem totaal om 't even. Neologismen en 't cynisch citeren van de lege woordenschat der bekrompenen, hi-la-risch! De muziekband, de sound dient overal consequent en synchroon de uitzonderlijke lyrics. Als een Rufus Wainwright op zijn melodische best, een even mooie nasale bariton, z'n stem is een sterinstrument. Maar ook veel synths dus hier, in tal van stijlen, epische soundtrack, retro wave, synthpop, elektronische drums. Ze volgen de sfeer, onderlijnen de charmante muzieklijnen. Maar net zo John's mooie piano en bekoorlijke blazers. En een dank ook voor 't puntgave werk van Cate Le Bon, z'n producer-maatje...
Wat een wonderbaarlijk pakkende zit, wat een diepmenselijke plaat! John Grant, boy from Michigan, je vurige rechteroog ziet het vlammend en schiet. Doe vooral verder, zelfs als een Don Quichote, hard tegen de molens in (DQ in 'Just So You Know'). Grotesk of niet, "никогда не извиняйтесь", verontschuldig je vooral niet, je herinnert je tenminste de maatstaven van beschaving. Daarop heeft inderdaad niemand, nooit, persoonlijk noch maatschappelijk, op in te leveren. Weergaloze luisterplaat dit.

John Grant - The Art of the Lie (2024)

poster
4,5
Gelukkig nooit te laat om John Grant op zijn best te leren kennen. Zoals hier op zijn nieuwste wapenfeit. Sommigen herademen, drie lange wachtjaren na het sublieme 'Boy From Michigan'. "The Art Of The Lie" dus, opnieuw spectaculaire pur sang Grant.

Met vanzelfsprekend behoorlijk wat elektronische saus er mooi overheen. Over zijn her en der uniek gevocoderde zang zoals op die prachtige openingsknaller 'All That School for Nothing', de funk-r&b-song die Blondie blijkbaar niet wilde. Je dus eerst omverblazen met een ongelooflijk groovy bassend funkbeest van een song. Ja, ook dat is John Grant. Overigens, Ivor Guest die Grant-lieveling Grace Jones produceerde, werd zijn co-piloot. En of het tussen beiden klikte.

John Grant is bittersweet en houdt zijn tegenpolen altijd mooi in evenwicht. Veel narigheid klinkt opgewekt en wordt sensueel verpakt. Emoties, veel ongeveinsde emoties in zowel zijn stampers als zijn ballades. Zo dieppersoonlijk de ontroerend nostalgische flash-back 'Father', over zijn spijt dat hij niet kon uitgroeien tot de man die zijn pa zich inbeeldde. Of de hartverscheurende liefdessong 'Mother and Son', met de stem van Rachel Sermanni.

Tekstsample 'Twistin Scriptures' is een klein bruggetje naar twee volbloedstompers. De hitsige, funky rapper 'Meek AF' die de conservatieve geesten ferm tegen de schenen schopt. Daarna 'It's a Bitch', pure Prince, Yello en David Bowie, alles in één song.

'Daddy' dan, wat een indukwekkend filmisch nummer, pure Vangelis, groots en majestueus en tegelijk vintage Grant. Als een even wijdse ode aan Vangelis of Dead Can Dance start in 'The Child Catcher' de dreigende ambient net als een 'Blade Runner'-soundtrack. Een metafoor van het personage uit 'Chitty Chitty Bang Bang', ontluisterend gevocoderd relaas over de gevolgen van de hysterie rond een Trump-figuur die messias wordt, met dat memorabel gitaareinde vol krijsende woede en chaos.

Grant's hemelsmooi vibrerende bariton bloeit nog het meest open in zoveelste hoogtepunt 'Laura Lou'. Experimentele synthese van pakkende schittering, met echte en bewerkte stemmen, van synths en elektronica. Opzienbarend.

Een atmosferisch 'Zeitgeist' besluit een vol uur later even poëtisch groots als somber. De wereld sluit zich die avond weer om Grant heen en hij kan zien dat het een lange weg wordt naar het ochtendlicht.

Dit 'The Art Of The Lie' is zuivere liefde en schoonheid mooi op muzieknoten gezet.
Een oprecht album vol krachtige momentopnames, in kleine muzikale filmfragmentjes. Met als vanouds kostelijk taalgebruik en zelfspot (hoor maar eens het sterke 'Marbles'!), dit alles als wapen tegen een wrede wereld. Leugens omarmen de wereld en laten enkel gebrokenheid achter, wezens, verwrongen en misvormd door de kunst van het almaar liegen. Net als op 'The Boy From Michigan' gaat het dan ook nogmaals uitdagend over de door een lgbtq+-onvriendelijkere tijdsgeest heropende wonden.

John Grant blijft het hierbij allemaal perfect in zich hebben. Een poëet die in zijn zoektocht naar het geluk al verbluft van sinds zijn 'Marz' van 'Queen of Denmark' tot veel van al het moois op die vooral lange songs van 'The Art of the Lie'. Grant, man van het hart, moedige kerel met dit hart op de radde tong. Olijke balladeer met fluwelen stemgeluid, die veelzijdige muzikale keuzes maakt die niet zullen ophouden te ontroeren.

John Hiatt with The Jerry Douglas Band - Leftover Feelings (2021)

poster
4,0
In 't moderne Nashville 2021? Begin je, net zoals John Hiatt, je nieuwe toch geestig kwelend over je lange zwarte, nu elektrische Cadillac? Grapje dit dan, want inhoudelijk houdt Hiatt zich voor het overige altijd ver van voorgebakken Nashville-clichés. Getuigt de releasevideo van single 'All The Lilacs In Ohio' dan weer wel en onmiddellijk : deze gezellige plaat hier werd vooral met de grootst mogelijke gretigheid en enthousiasme door 't gezelschap ingeblikt. Ongelooflijke meezinger ook, echt live klinkend, gebracht door rotten in het vak. Hiatt, met 'n goedgesmeerd gruiziger stemgeluid en Douglas en zijn band. Nee, je hoort geen drums, enkel gitaar, dobro, lap steel, viool en contrabas, maar samen leveren ze altijd de juiste emotie, de juiste sfeer. Je hoort bluegrass, americana, countryblues en countryrock, up-temponummers en andere, met de sound van een Ry Cooder, een late Dylan, een Steve Forbert. Het gaat zoals meer over melancholie, sentimenten, gebroken harten en groter verdriet. Hiatt zelf kende in z'n jeugd ook z'n deel van de smarten. Hier brengt ie bloedstollend de zelfmoord van z'n 21-jarige broer tijdens z'n schooltijd. Het nummer is tegelijk ook uiterst representatief voor de uitgesproken muzikale chemie tussen Hiatt en de subtiel spelende Douglas. 't Is ook de sleutel van de grootsheid van de hele plaat. Wat klinkt ze vitaal en veerkrachtig! Hiatt zit nu op z'n 69ste al zeker boven de 20 platen, maar toch is de houdbaarheidsdatum van z'n songschrijverschap, zo je 't wil, op verre na niet bereikt. Hij deed het hier net iets anders dan gebruikelijk, zoals Bruce Springsteen ooit met z'n ode aan de Pete Seegersound. Maar grote talenten puren dit uit en leveren ook dan steevast iets unieks. Hier, bij John Hiatt en kompaan Jerry Douglas, is dit dus uiteraard niet anders.

John Mellencamp - Orpheus Descending (2023)

poster
4,5
Met z'n uitmuntend 'Strictly a One-Eyed Jack' bracht hij verleden jaar een mens al helemaal in de wolken. Album weetjewel met in de groeven bovendien z'n driemaal enthousiast meezingende boezemvriend Bruce Springsteen. Komt John Mellencamp in 2023 dan toch verrassend snel met een prachtige opvolger op de proppen: 'Orpheus Descending', plaat nummer vijfentwintig, jawel. Met behalve de song 'Perfect World' deze keer bijna geheel zonder medewerking van The Boss. Maar, geloof het, ook nu wordt het een even indrukwekkende, inspirerende, volbloed americanaplaat van de intussen krasse tweeënzeventiger.

Eerst over naar die Orpheus uit de plaattitel. Een mythische Griekse zanger die in de onderwereld met de goden onderhandelde, maar uiteindelijk faalde omdat hij tijdens zijn terugkeer achteropkeek. In een meer moderne versie van Tennessee Williams', 'Orpheus Descending', (auteur ook gekend van 'A Streetcar Named Desire') wordt Orpheus de zwervende man met de gitaar en gaat het in essentie over moedig en eerlijk proberen te leven in een gevallen wereld, over de kracht van kunst en de verbeeldingskracht om levens te bevrijden en te inspireren. Mellencamp's 'Orpheus Descending' leunt op deze beide. Een zeer persoonlijke plaat, trouwens geheel in eigen productie met zijn trouwe band opgenomen in eigen studio in Belmont Mall Indiana. Zelfs de in elegant expressionistische stijl geschilderde cover is van eigen hand.
Ook Mellencamp dus als verpersoonlijking van een Orpheus. Hij die afdaalt en bezingt, die ziet wat allesbehalve vrolijk of opbeurend is, een activistische troubadour die al reflecterend over de grote zaken des levens zijn trouwe zelf uitstraalt. Een zelfbenoemde 'little bastard' die almaar voortrebelleert tegen de trieste stand van zijn buitenwereld, de verdeeldheid in zijn Amerika, het gratuit wapengekletter, de psychische problemen van het individu. Van dat alles weergekeerd geeft hij daarom tegenwoordig als antwoord: doe het juist als individu maar zo goed mogelijk en zie daarbij vooral niet om... want daar valt toch niks stichtends te rapen.

Maar goed, ook zonder groot begrip van al zijn omstandige, bewogen lyrics is ook louter muzikaal 'Orpheus Descending' een sublieme, ongekunstelde rootsplaat geworden, van de bard met een door jaren rook en leven steeds karteliger, steeds verweerder doorzingende stem. Prominent aanwezig in het Mellencamp-geluid zijn de snaren, de slidegitaar, geweldig het samengaan van al die traditioneel aandoende instrumentatie. Met nieuwe zaken om van te houden bij iedere luisterbeurt. Mellencamp's typische, zo sfeervolle, ritmisch akoestische speelwijze die zijn weg zoekt in sterk melodische folk, warme Deltablues, country of rock. Extra energie brengt Andy York's gitaar en bas aan en even aangenaam opvallend is de sierlijk terugkerende violiste Lisa Germano, die in vroeger jaren al zo hemels met hem samenspeelde.

Het album is bezaaid met prijsnummers. Het verzengend fors 'Hey God' valt binnen - vergeet ook de video niet - met als door een zweep aangeslagen gitaarsnaren, verfrissend krols aanschurkende viool en Mellencamp's verrafeld keelgeluid dat God ter verantwoording roept. Meer wil hij dan louter Zijn woorden ter ontwarring van Amerika's verlammende malaises, de misstanden door het zogezegde recht op wapens en geweren, de doden, de sociale ongelijkheid, het Amerika dat stilaan buiten de wet dreigt te gaan leven.

De van degout vervulde americana van 'The Eyes of Portland' dan, fraaie slide-gitaar springt eruit, over het uitzichtloze daklozenprobleem in de hoofdstad van Oregon. Ook weer die pakkende video. Tussen Portland en Mellencamp: komt dit ooit weer goed?

De bijtende op orgel en gitaar drijvende blues dan van 'The So-Called Free', inhoudelijk weer zo duidelijk als wat. Radeloze burgers in een land vol 'land of the free'-profeten, waar die underdog zichzelf uiteindelijk veeleer de revolver tegen de slaap zet.

Een bluesy 'The Kindness of Lovers' vervolgens hoort bij de meer ingetogen songs. Dan gaat 'Amen' algauw weer over een heikel onderwerp, de groeiende Amerikaanse verdeeldheid, vol Fiona Apple-gewijs dissonante pianotoetsen en zowaar een paar zeldzame elektrische gitaarsolo's.

Doorheen het meer springerig, volfunky 'Orpheus Descending' piept er zowaar een zonnestraaltje, Mellencamp lost dat er altijd wel een 'fucking way' is. Simultaan meeswingende background vocals en een boven alles de kronkelende vioolsolo van Germano.

Een heel ander geluid dan in het tedere 'Understated Reverence', pianoballade over de dood. Naast treurige viool een regelrecht pianogedreven Tom Waits-geluid met een rustig gruizig grommende Mellencamp.

'One More Trick' gaat even kort op de countryrocktoer. Tot sombere herinneringen opduiken in het Dylanesk beschouwende 'Lightning and Luck'. Stijlvolle zang ingebed in klagende gitaren en warme vioolklanken. 'Volhard maar, zingt Mellencamp, gebruik wat je hebt om te krijgen wat je wilt.'

Het ingetogen weemoedige 'Perfect World' is dan die ene romantische Bruce Springsteen-song voor goeie vriend Mellencamp. Met naast zijn stemrasp, zijn akoestische gitaar en het orgel ook nog een in het oor springende, aangrijpende Springsteen-mondharmonicapartij van Troye Kinnett.

Tenslotte dan het grote 'Backbone'. Wordt dit misschien Mellencamp's testamentsong? "Aan het einde van dit alles hoop ik dat ik iets heb geleerd. Maar waarschijnlijk helemaal niets." Lege handen, net als Orpheus. Een indrukwekkende finale song met heel finaal toch het laatste voornemen. " 'k Zal proberen beter te worden in welke tijd ook die me nog rest." Zonder om te zien...

John Mellencamp is een schitterende singer-songwriter met in zich de ernstige wijsheid van die Oude Grieken. Die zich ermee ten huize Amerika in perfecte ongebondenheid boven elk partijengekrakeel probeert te plaatsen. Maar die door zijn ongezouten maatschappelijke meningen ongetwijfeld bij velen al bij voorbaat als veel te politiek zal overkomen, gecatalogeerd zal worden en daardoor toch niet het brede gehoor zal vinden dat hij verdient. De vastberaden man die nu niettemin wars van glamour of toegift aan commercieel stardom, eerlijke boodschappen in solide songs als deze blijft verpakken. Hij klinkt er ook op deze ongelooflijke plaat even legendarisch mee als dat handvol andere muzikaal gerijpte klassebakken. Die nog krakender boezemvriend van hem, Bob Dylan of een Tom Waits, Willie Nelson, Neil Young, Kris Kristofferson. Orpheussen alle nog bij leven, die we best hoog in ere hebben te houden. Grandioze zilveren jubileumplaten als 'Orpheus Descending' zijn hun gewicht waard, in goud.

John Mellencamp - Strictly a One-Eyed Jack (2022)

poster
4,0
Intussen legendarische singer-songwriter, classic rocker ook, John Mellencamp, vriendje voor het leven van Bruce Springsteen, weet ons op z'n zeventigste toch maar weer eens te verrassen met een vierentwintigste plaat. John Mellencamp? Altijd al is hij omwille van zijn sociale gedrevenheid met The Boss vergeleken, zij het dat hij met zijn activisme, incluis met houthakkershemd, elders opkwam, met name voor de werkmens van de centrale Amerikaanse Midwest. Bruce doet hier zelfs goedkeurend mee op drie van zijn songs. Aandoenlijk trouwens de band tussen die social brothers in crime in het clipje van 'Wasted Days', ook één van de hoogtepunten van het album, met harmonische samenzang en die pakkende gitaarsolo.
John brengt zijn americana, zij het zijn akoestische songs en rockers, smartlappen of rootsnummers, nog steeds met z'n innemend doorrookte Tom Waits-Louis Armstrong-keelgeluid. Het zijn brutale verhalen van eenzame introspectie, over tegenslag, piekeren, verkeerde beslissingen, eindigend leven, verloren tijd, over een wereld 'gerund door mensen die veel schever zijn dan hij'.

Van bij de opener 'I Always Lie to Strangers' grijpt de eenvoud van de Mellencampsfeer je bij het nekvel, knarsende stem, piepende viool, heerlijk nummer, maar in het o zo donker, de wereld is een leugentoneel. Een eerlijk openzetten van z'n ziel.

Net zo folky, 'Driving in the Rain' en de rootsy blues van 'I Am a Man That Worries'.
'Streets of Galilee', Mellencamp als een de blues croonende Mark Knopfler. 'Sweet Honey Brown' kon dan weer een perfecte Arno-song zijn, met een integraal sterk meespelende band.

'Did You Say Such a Thing' is een kenmerkende upbeat Springsteenrocker, eerste duet van The Boss op de plaat.
De ballade 'Gone So Soon' dan. Wat een supersterke avondlijke Tom Waits-sleper met die trage jazzblazers, schuifelend drumwerk en pianotoetsen.
'Lie to Me', Mellencamp nogmaals dampend rockend, nu à la Mark Lanegan. 

En die schitterende afsluiter, het treurende 'A Life Full of Rain' met inleidende piano en weemoedige accordeon, memorabele gitaarsolo's en ondersteuning van Springsteen. Passend muzikale omkadering bij een dergelijk episch terugkijken op een leven.

Dit is een album vol poëzie, passie en strakke muzikaliteit van de hand van een door het leven gelouterde, zichzelf relativerende zanger-muzikant. Hoe grimmig ook Mellencamp soms voor de dag komt, toch bevat het in het mooie, optimistische 'Chasing Rainbows' een wijze les voor ons, miljarden aarbewoners :
"Deze wereld zit vol met mooie dromen en geld kan er je alles opleveren. Maar dat is niet echt zo, het is gewoon schijngeloof. Terwijl je door de straten van gebroken dromen loopt, waar sommigen alles hebben verloren, terwijl anderen nog steeds op zoek zijn naar een gemakkelijke pot met goud. Aan het einde van de regenboog blijkt dat die niet ergens is. Kijk rond, ie is overal, voor iedereen die erom geeft." Ook met één oog heeft een zeventigjarige dit dus goed gezien!

Jon Batiste - WE ARE (2021)

poster
4,5
Toptalent dat blijkbaar overal thuis is, gaat van pop, over James Brown, gospel, naar de Kendrick Lamars en de Paaks tot aan de jazz van een Kamasi Washington.
Bovendien heel sociaal gedreven, zo zie je 't aan de titels : Freedom, Cry, Tell The truth... Black Lives Matter is heel dichtbij.
En de muziek, gewoonweg subliem! Al die kleurige highlights flitsen je toe als vanaf één grote spiegelbol van een (gesloten) dancing.

Jon Campbell - Wolfen (2021)

poster
4,0
In Berlijn residerend singersongwriter-kunstenaar met een naam die klinkt als goede Schotse whisky. Even geproefd. Wolfen is een kleinood met 8 persoonlijke liedjes over zijn queerbewustzijn. Puur, want enkel acoustisch begeleid met gitaar, piano, viool, cello, een trompet... Schoon dit, in al zijn eenvoud. Less is more! Figuurlijk dan.

Jonathan Jeremiah - Horsepower for the Streets (2022)

poster
4,0
Leerde hem indertijd al kennen op Werchter 2013 waar hoofdzakelijk tienermeisjes hem aanbaden voor zijn hits 'Happiness' en 'Heart of Stone'. Maar voor wie deze bebaarde bard Jonathan Jeremiah anno 2022 niks zegt, de groovy soul van deze Londenaar nu opzetten is als in een harmonieuze droomwereld van feelgood binnenstappen en song na song meegegrepen worden in een universum van liefde, hoop, weldadige strijkers, piano en handclaps. Op zich heeft Jonathan eigenlijk misschien niet meer nodig dan die nostalgie oproepende fluwelen baritonstem van hem. Waarmee hij zich ook al jaren op de podia presenteert. Michael Kiwanuka, Marvin Gay, Bill Withers, George Esra, Gregory Porter, Ray Lamontagne, jawel, in dat illustere rijtje hoort ie nu wel thuis.
Je verwacht met zijn nieuwe, 'Horsepower For The Streets', niet dat dergelijke filmisch meeslepende soulmuziek, die zo een Amerika uit vroegere tijden oproept, precies tijdens een trip naar Franse steden tot stand kwam en dan nog eens in een Amsterdamse kerk werd opgenomen. Plaat die daar schitterend versterkt en nog groter gemaakt werd door het gerenommeerde Amsterdam Simfonietta strijkorkest, dat ooit al met Patrick Watson en Rufus Wainwright werkte. Het geluid werd nog uitgebreid met het even prachtig vrouwelijk achtergrondkoor. Hoe indrukwekkend hij die formule met drie, de akoestische singer-songwriter met zijn orkest en koor, weet te combineren, komt bijvoorbeeld meesterlijk tot uiting in een van die hoogtepunten, het energieke 'Youngblood'.

Al is ook de pandemie erin binnengesijpeld, toch was het album al deels vóór de lockdown geschreven. Het is ondanks de moeilijke tijden een positieve plaat geworden. Kan moeilijk anders, uit de koker van een optimist die volgens zijn leitmotiv opmerkt dat donkere wolken ook altijd een zilveren randje hebben. Hij geeft hier dan ook de nodige 'Horsepower For The Streets', of zoals hij het ook al verwoordde: "I give you all my good energy".

Dit is al bij al een uitmuntend, georkestreerd album geworden met een prominente plaats voor het koor, de melodieuze strijkers en de verslavende ritmesecties. Laatst bij Ayco op Radio 1 noemde Jonathan het nog 'een dansplaat met een flamencovibe voor de mensen, nu ze eindelijk weer samen kunnen zijn'. Maar dan wel met ritmes zonder echte flamenco en zonder echt een dansvloer.

Hoe dan ook Jonathan Jeremiah maakte een heerlijk, delicaat, tijdloos album met topnummers als 'Youngblood', titelnummer 'Horsepower for the Streets', 'Cut A Black Diamond', 'Restless Heart' en 'Lucky', die in een eerlijker wereld al universele hits konden zijn. Nu groeit de elegante man zijn succes nog steeds in Nederland, België en Duitsland. Mag het vanaf nu toch iets meer zijn?

Hij komt op 18 april 2022 langs in de Trix Antwerpen en in Nederland in meerdere zalen.

José González - Local Valley (2021)

poster
4,0
t Zijn altijd zeer schone liedjes, maar José González lost ze ons sinds z'n succesjaar 2003 toch maar met mondjesmaat. Ook deze keer hield hij eerst weer een behoorlijke periode mediastilte. Deze hier waren al gemaakt vóór corona, maar nu presenteert hij ze ons eindelijk, z'n nieuwe zeer intimistische songs, zowel in het Spaans, het Engels als het Zweeds.

Jawel, José gaat nu ook vol voor multicultureel en dit hoor je zelfs nog meer in de ritmes dan in de taal. Nu, met dat prachtig ingetogen spaans openingsnummer 'El Invento', daar scoor je sowieso mee, José! Net zoals Gabriel  Rios beroerde, terugkerend back to his spanish roots. Hier evenwel veranderen om de haverklap de gepassioneerde ritmes, om het even welke gefluisterde taal erbovenop ligt. Vanaf het verspaanste titelnummer 'Valle Local' worden die ritmes en percussie keer op keer uitgesproken Afrikaans. Geweldig, het kleurige Tinariwen of z'n muzikale zielsgenoten uit de stoffige woestijn komen plots even héél dichtbij. Of de swingende bossa nova en opgewekt fluitende singalong voor het jonge dochtertje op 'Lilla G'.

In zijn lyrics blijft González energiek en krachtig, hij weet je emoties tot in de diepste hoekjes te beroeren. Neem zo het stapvoetse, met zweedse vogelgeluidjes verfriste 'Visions', waar hij iedereen op zijn unieke mystieke manier hart onder de riem weet te steken in getroebleerde tijden.

Deze plaat is charmant, verademend, hypnotiserend, een relaxte omhelzing. Geweldig om je er met je oortjes aan in te verdiepen. Zachte wolk ook bij het volgende dinertje bij dempend kaarslicht.
José González, donkere bard is een meesterlijk verteller, schittert met enkel zijn getalenteerde zelf. En met pure schoonheid. 

Jungle - Loving In Stereo (2021)

poster
4,0
Ook zin in een energiek muzikaal nazomertje? Hier dan Jungle's 'Loving In Stereo'. Dachten wij zonet, hadden de 2 geile Britten wel evengoed voor een lekkerder in 't gehoor liggende plaattitel kunnen gaan, zeker na vijf straffe vooruitgeschoven singlejuweeltjes, inclusief pittige video's. Want 'Keep Moving', titel van precies hun tweede song, da's een perfecte vlag toch die de lading van zo'n zonnige plaat helemaal toedekt? Spetterende disco, in een mix met pop, rock, funk en soul, dat was al hun gelauwerde handelsmerk en zo vertrouwd als zij het brengen, met een massa dichtgeknepen Gibb-stemmetjes, krijg je hier weer non-stop voer voor de dansvloer of gewoon veertig lollige minuutjes muzikale opwinding.
Meteen hoor je het, dit producerduo voelt zich zielsverwant met Daft Punk, Moby, Soulwax, Justice en andere acrobaten die binnenkamers euforische tapes meesterlijk door elkaar weten te husselen. Des te meer van hun escapisme ook nu weer bij deze jongste, frisse lockdown-boreling...
Nieuw, naast falsetjes hebben ze er nu ook andermans vocals bijgehaald, die van Bas en Priya Ragu - geheel Moby-like dus - en er wordt bovendien tal van variatie uit het kastje getoverd om toch maar nergens met een zweem van platte muzakdisco binnen te komen.
Eerst wel een troostend openbrekend stukje klassieke ouverture, het dromerige 'Dry Your Tears', violen die na de tranen van een voorbije droom naar het erg frivole, positieve van dit album toe lichten. Van dan af, wel voor goed vertrokken ben je op een ondeelbare upbeat-discorollercoaster, vol hits : 'Keep Moving', 'Romeo', 'Talk About It', 'Truth', 'Can't Stop The Stars'... Erg seventies. Maar alles tegelijk prima beschenen door het nu, met zelfs rap en hiphopbeats. Plus ook ballades, de voor je totaalbeleving essentiële rustpunten.
Vreesde Jungle, in paniek door de lockdown, eerst voor de hakbijl van de vergetelheid, kwamen ze toch wel uit op een heel nieuw dansbaar élan. Zegden ze 't zelf, deze plaat gaat over vrijheid, heropnemen en vooruitgaan. Bevrijdende upbeat tunes.
Die liefde voor muziek... is nu precies ook waar vele al even opgesloten fans van de danstent al die tijd, ook in paniek, op zaten te wachten. Ja dus, loving in stereo! Begrijpen we 'm nu. Goeie vondst die plaattitel, Jungle.