MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Yann Tiersen - Rathlin from a Distance | The Liquid Hour (2025)

poster
4,0
Hij is weer op het pianopodium verschenen, Yann Tiersen, de meester van het lieflijk minimalisme. Inderdaad, hij komt met een splinternieuw dubbelalbum, 'Rathlin From A Distance/The Liquid Hour', een expressief opus waarop meer dan tachtig minuten muziek harmonieus tegenover elkaar liggen in twee, in tijdsduur netjes verdeelde helften. Op die tweede transformeert hij zich dan wel op heel toegankelijke wijze tot de sound engineer die sinds jaren op experimentele wijze de elektronika omarmt. Ogenschijnlijk contrasterende polen worden hier in een schoon doorstromende lijn mooi siamees met elkaar verbonden tot een adembenemend album. Op de zachte akoestische zijde gaat hij solo met pure piano, acht mijmerende, melancholische, vredevolle stukken die sierlijk ebben en vloeien en onvermijdelijk tot introspectie moeten leiden. De andere zijde is, alhoewel op een heel andere wijze even innemend, onstuimiger en verpakt in vijf uiteenlopende soundscapes. Elegante, hoewel soms tot kwaadheid gedreven elektronische ambient, dance en postrock. Dit alles met tal van instrumenten, w.o. een resem drumcomputers en, heel speciaal, uit Gotye's privé-verzameling ook een Ondioline, unieke analoge synthesizer uit 1941 waarmee je elektronische metaalklanken produceert.

Yann Tiersen is natuurmens, globetrotter, denker en activist. Hij, samen met zijn vrouw Émilie Quinquis, beiden zijn ze artiesten-muzikanten die op een zeer geëngageerde manier in het leven staan, in verbondenheid met de planeet. Welbewust wilden ze al een tijd de drukte, de onrust en de consumptiedrift van de maatschappij van zich afschudden. Tegelijk ambieerden ze, in plaats van het rollercoasterend reizen op automatische piloot, een meer voldoening gevende benadering van hun publiek en ook een meer aanvaardbare, groenere manier van touren. Maar hoe raak je tegelijk dichter bij de natuur en bij je publiek?

Welnu, gejaagd door de wind, vertrokken ze in de zomer van 2023 voor de 'Ninnog Summer Tour', een queeste langs alle keltische eilanden, samen met vrouw, kind en hun zeilboot, de Ninnog. Ze zwaaiden uit vanaf hun Bretoense eiland Ouessant en de grenzen vervaagden. Ze voeren langsheen Ierland, de Faeröer Eilanden, Schotland, Wales en Cornwall. Waarlangs ze telkens ook als ware het een expeditie een uitgestippelde reeks van atypische, altijd intieme concertlokaties, pubs, kerken, ecogemeenschappen aandeden en er hun publiek verrasten.

Tegelijk kwam tijdens die maanden van intieme, existentiële verbondenheid met de zee bij het componistenduo heel wat verse inspiratie opborrelen. Tal van locaties waar ze langsheen voeren kregen dan ook de songtitels van composities op de plaat en elk pianostuk valt samen als een moment van meditatie.

Het deel 'Rathlin From A Distance' is dus een heel speelse neo-klassieke pianoplaat, waarmee hij na zijn zuiver elektronische '11 5 18 2 5 18 ' (2022) toch ineens weer aansluit bij de pure pianisten als Eric Satie, Max Richter, Nils Frahm of Ólafur Arnalds. Zo straalt van opener 'Ninnog' de rust af en de intimiteit van hun maritieme woonst, dobberend wachtend op de lichting van het anker. Zo vertolkt het ruimtelijke 'Fastnet' zalig de passage in volle oceaan van die eenzame vuurtoren op Fastnet Rock, houvast voor avontuurlijke zeilers als zij. Zo is het zwevende 'Rathlin from a Distance' Tiersen's eerbiedige score over hoe hij het pittoreske Noord-Ierse papegaaiduikerseiland vanop een afstand aanvoelt in al zijn schoonheid.

Net zo voel je de nuances van tijdloosheid, stilte en afstand bij het voorbijschrijden van hoofdstad 'Tórshavn' en Norðragøta op de Faeröer Eilanden, de ruwe eenzaamheid van en zijn diepe verbondenheid met plaatsjes op de Shetlands-eilanden als 'Papa Stour' en 'Bigton'.

Het even gestripte, maar al meer gedreven 'Caledonian Canal' doet zich op het einde van deel één net als het Schotse kanaal voor als de compositie die de brug maakt. Na hun transformatie hebben de Tiersens immers zichzelf teruggevonden en ze verzamelden moed om te strijden voor hun idealen.

Want meer experimenteel, intenser, krachtiger volgt daarop 'The Liquid Hour', de soundtrack van Tiersen's opstand, muzikaal op poten gezet samen met zijn echtgenote. De verbetenheid van het majestueuze 'Stourm' (het Bretoense 'storm') groeide bij Tiersen toen hij uitkeek op het nachtelijke Belfast, stad met een geschiedenis van hevig activisme. Het vredige water werd de spiegel van zijn boosheid en hoop, van waaruit 'Stourm' uitloopt als een episch meeslepende, politiek geladen hymne die militant verlangen naar sociale en politieke verandering symboliseert. Een mix van texturen hier vol strijkers, Ondioline- en blazerssound à la Beirut, verweven met elektronica, beats en ook de eerste vocale tussenkomst van Quinquis die hemels kan zingen in het Bretoens.

De 'Ninnog' van deel één wordt hernomen in 'Ninnog at Sea', maar turbulenter, de Ninnog in actie, volop in beweging in open zee, uit de stilte opstevenend naar stormachtiger horizonten.

Het schurende 'Arne' is een hulde aan de Noorse filosoof Arne Næss, die de ecologische beweging inspireerde. Andermaal een uitgestrekte, hypnotiserende soundscape nu met vervormde vocalen van Quinquis.

In het verbazingwekkende 'The Liquid Hour' walst vervolgens de elektronica over je heen met uit alle vaatjes de vreemdste geluiden, ritmes en beats. Heerlijk rondzwemmen wordt het in die kolkende, aanzwellende maalstroom van belletjes en interstellair transcenderend geluid. Het 'uur' vloeit tenslotte uit in een rustige haven waar Tiersen's klavecimbel weerklinkt.

Tot het album dan ook echt eindigt met 'Dolores', naar de Spaanse antifascistische politica Dolores Ibárruri. Een imponerend sluitstuk drijvend op een prachtige repetitieve melodie, met Dolores zelf aan het woord, gedrenkt in een met violen, fluiten, synths en Bretoense zang, groots georkestreerde finale. Met de plechtige tubular bells op het einde inbegrepen.

Yann Tiersen blijft een fenomeen. 'Rathlin From A Distance/The Liquid Hour' is na 'Eusa' (2016) en 'Kerber' (2021) de afsluiting van een trilogie. Op deze dertiende plaat, met een dergelijk breed klankenpalet, heeft hij zich in creativiteit zowaar heruitgevonden.

Hij is daarbij als mens op een punt gekomen dat hij kapitalistische kaders rondom zijn muziek en het leven zelf actief uitdaagt en daadwerkelijk aanpakt. Dit samen met al de uiteenlopende emoties verwerkt in dit prachtige 'Rathlin From A Distance/The Liquid Hour' maakt dat de waarde van deze muzikale odyssee niet enkel persoonlijk maar net zo goed hoogst universeel.

En ja, aspirant-minimalisten verzot op Tiersen's bladmuziek. Haast jullie nu dus naar de partiturenshop!

Yard Act - The Overload (2022)

poster
4,5
Voorjaar '21, ze buitelden over elkaar. Shame, Viagra Boys, Sleaford Mods, Black Country, New Road, For Those I Love, Dry Cleaning en nog een krabbenmand andere acts met - don't mention the war! - allemaal ergens het etiket postpunk opgeplakt. Die bruisende bron lijkt in Engeland blijkbaar nog verre van opgedroogd. Want tal van nijdige jonge gitaarbands gaan er ook in 2022 gewoon mee door, plaatsen hun welgemikte muzikale fluim over sociaal kritieke toestanden allerhande in de wereld en Great Old Britain in het bijzonder. Wie zich hierbij, met een vernietigend debuut, bij een major platenmaatschappij dan nog, al direct flitsend op de eerste rij drummen, dat zijn die schijnbaar studentikoze, maar o zo mondige wijsneuzen van Yard Act uit Leeds, die met het zinderend lokaal Brits parlando van frontman James Smith aankomen met een yard act vol karakter en schwung. Een eerder epeetje en een aantal vooruitgeschoven, gretig klinkende singles zeiden al genoeg als kennismaking. Met bijtende, niet zomaar leuke, ook empatische vertellinkjes over altijd pijnlijke en donkere zaken, laten ze alleen maar grote indruk na en ja, het is toch wel weer iets heel anders. De trieste herkenbaarheid van hun haast politieke pamfletten maakt immers dat ze er het hart van de moedeloze John Modaal regelrecht mee weten te raken. Nu, hondsbrutaal zijn ze nu ook niet echt. Net als voorbeelden Talking Heads, Art Brut en Arctic Monkeys verkopen ze hun scherpe kicks under the ass met een zekere muzikale en theatrale galanterie, want dus, zonder enig roepen, razen en tieren.

Het loopt wel meteen los van bij ouverture 'The Overload', openende titelsong waar een aan de toog hangende, betweterige pintelierder norsweg als medium fragmenten debiteert van z'n daar afgeluisterde gesprekken en meningen en daarbij bijvoorbeeld direct ook voorstelt om die praatjesmakende dickhead Smith de band uit te kieperen. Dit alles op een manisch versnelde drum-and-basloop die energiek het élan van de band etaleert. Het grappige 'Dead Horse' daarop, met verslavend ritmische hook, is een bitse, zelfs woedende scoop op de Brexit en het nepnieuws.

Daarop volgt elektrofunksong 'Payday', een antikapitalistisch volkslied vol David Byrne-ritmes en verrassende folkfluitjes. 'Rich' dan,
minimalistisch gezongen stuk poëzie, klets recht in het gezicht van in bekrompenheid wentelend profitariaat. In 'The Incident' werpt Smith het dan tussen de druk dansende bas wel zestien keer uit, 'I'm irrelevant!', terwijl Yard Act, met z'n verbluffende woordkunst in het vaandel, in feite toch juist bezig was de vloedgolf van temperamentvolle Britse bands mee aan te trekken.
Het poppy 'Witness (Can I Get A?)', doet het ultrakortst maar schitterend met wat gitaarrock en drummachines, het is dus meer dan een 'leuk nummertje om er kant één mee af te sluiten', dixit Yard Act.

Het 'Land of the Blind', met weer niet meer dan een zware drum-and-bas-groove, andermaal cynische aanklacht tegen Brits imperialistisch gedachtengoed. En zo trefzeker rolt het er altijd allemaal uit... "Terwijl vredesverdragen worden geschonden kunnen wij zowat halfnaakt neuken op de stranden van een ver vreemd land."
Het melodieuze 'Quarantine the Sticks' zet zijn baslijnen dansend tussen verschillende toetsen en met Billy Nomates zingend in de achtergrond. Priemende aanklacht tegen de drukkende Britse bureaucratie waar, terwijl de massa probeert te overleven, gelikte bedriegers toch altijd doorheen alles weten te zwemmen.

Andere koek is 'Tall Poppies'. Extra lang punknummer met piano en elektronische beats, levenskroniek van een ex-voetballer, rake, toch welwillende karakterschets over verloren dromen. Hun maatschappijkritiek bevind zich ergens tussen de snijdende lyriek van ooit Nederlander Armand, flowerpowerman die de bekrompen middelmaat fileerde en het slinkse 'Het Leven Is Een Apekot' van de militante Belgen van Vuile Mong.
'Pour Another', door de band geclaimd als 'cover van Elton John's 'Tiny Dancer', gaat sowieso weemoedig en dansbaar naar het einde van goede tijden, naar brute confrontatie met de toekomst.

En dan komt verrassend toch nog een buitenaards, bijna teder '100% Endurance' - surrealistisch overschouwd vanuit lede ogen van een wakker wordende katerlijder! - , een hoopvolle, wijze nabeschouwing. "Geef het leven al wat je hebt, wetende dat je niks kunt meenemen. En al wat je nodig had om te bestaan heeft altijd in je gezeten." Sentimenteel? In de song nuanceren ze inderdaad plots veel, maar ze komen er grandioos mee weg. Ook in hun eigen woorden. "Alles heeft zich ooit al eens voorgedaan. Het lijkt hippy bullshit, maar waar is het wel."

Dit 'Overload'-album van Yard Act is fris, speels en catchy, maar vooral gedenkwaardig. De plaat luistert als een Jeroen Bosch-levenstableau vol huiveringwekkende woordtaferelen over een manke en hypocriete mensheid. Yard Act's sociale observaties leiden tot monologen vol wrange ideeën en duistere, sarcastische oneliners, waarbij karikaturaal leugenachtige, zakkenvullende leidinggevenden op de korrel worden genomen. Hierbij nemen ze misschien risico's, maar met die grappend en grollende Monty Pyton/'Spitting Image'-instelling maken ze hun komisch activisme tegen de meest bedenkelijke personages uiteindelijk toch met stijl verteerbaar en waar. Ze verkopen ook geen goedkope blabla. Naast het somber cynisme is er evenzeer hun zelfrelativering, nuancering en... de hoop.

Dit is een grootse, wakkere gitaarplaat waar de directe en intelligente lyrics uiteindelijk minstens even belangrijk zijn als de omnivore, muzikale omkadering. Het tekstblad dus volgend, terwijl de nummers voortgaan met knallen en rondspringen, schopt Yard Act je een portie begrip en geweten. Ideale boosterprik tegen de overbelasting van ontevredenheid, da's zeker.

Yard Act - Where's My Utopia? (2024)

poster
4,0
Ze stonden al vooraan in het selecte rijtje met Idles, Fontaines D.C., Black Country, New Road, Squid, The Murder Capital,... : het Leedse viertal Yard Act. En nu, wat een zalig geregelde chaos toch op die moeilijke tweede van hen. Uitbundigheid erafspattend als van een flashy Cobra-schilderij. Een flitsend Zappaïaans experiment? Ha, olijke Gorillaz-man Remi Kabaka zat mee achter de knoppen. Nam die hen op sleeptouw? Of ook het nieuwe popicoon Raye? Of eerder nog de woelige meesterwerken van Kendrick Lamar en zijn verwoed samplende vrienden? Nu, hier bemerk je toch wel meer vage sporen van hiphop (zo in opener 'An Illusion' of in 'The Undertow'). Maar hoezeer onorthodox ook buiten de lijntjes kleurend, Yard Act is op vandaag evenwel toch meer een swingend dance-punk rockalbum geworden, waarbij ook enthousiast disco wordt aangesleept en dat uitpakt met een trukendoos vol aanstekelijke verrassingen in de achtergrond.

Zo presenteren ze hun 'Where's My Utopia?' als een hoogst maffe totaalsoundtrack, met heel veel branie en tegelijk met een zo dagdagelijks mogelijke naturel. Hun leven zoals het intussen is, niet alleen in het grijze land van Charles en Camilla, maar tussendoor ook songwritend hoppend wereldwijd. Dit alles recht uit de mond van een als altijd zelfspottend reflecterende frontman James Smith. Hij erfde al de nasaliteit van Beck en in Yard Act maakt hij van kletsen met stijl een deugd. 'Where's My Utopia?' met veel schwung een polonaise van authentieke Britse ironie. Hun muzikale gouden eieren als 'We Make Hits', 'Down By The Stream', 'Dream Job', 'Petroleum' of 'When The Laughter Stops' liggen daar dan zomaar tussenin hun luchtige sketcherij te grabbel. Onverkort fantastische nummers van welke je na hun indrukwekkend debuut ook zomaar verwacht had dat ze die in zich hadden.

Deze keer wordt er hier ook echt wel meer gezongen, zelfs met z'n allen. Maar niet getreurd, er zitten nog behoorlijk wat stukken postpunk-spoken word in het pak. Waar ze gelukkig ook nog altijd schitterend mee wegkomen. Niet in het minst omwille van hun zorg voor de erbijgeleverde, mee-evoluerende klankband.

Zo is bijvoorbeeld de meer dan zeven minuten tellende, verbluffende toogbabbel 'Blackpool Illuminations' zelfs de sleutelsong van het album. Op het komische af, een heel stuk minder politiek, chilly, over ditjes en datjes, over z'n 'mam and dad', liefde en het krijgen van een kind, heel belangrijke items op de plaat. Des te meer dus over de James Smith die nu met zoontjelief net als hijzelf vroeger over de strip slentert in Blackpool. Samen terug in de voetstappen van de tijd. Om dan vervolgens filosofisch te constateren dat de toekomst zo op een vergelijkbare manier over het verleden heenstapt. Daarnaast de vaststelling dat hij ooit zelf op zoek was om vanuit persoonlijke diepten toch verder te kunnen groeien, je vastklampend aan utopische internethersenspinsels. Daarmee zitten we al heel dicht bij de titel van de plaat. Echt niet doen, declameert hij nu zelfanalytisch wijs, op inmiddels raphaastig tempo. Doorzetten in het onbekende biedt een stuk meer hoop op een haalbare toekomst. Smith zo bijna euforisch en op de afrobeats gaat zijn promenade naar zijn einde. Nu voelt hij zijn vrijheid als echt, perfect met een gezinnetje en gerealiseerde 'dreamjob. "Waarom me dus afvragen wat een hoop rukkers van 'album twee' zou vinden?". Maar ook dan is hij weer dubbel, want evengoed krijgt hij die op een moment 'alles' heeft bereikt net als voorheen toch nog zijn deel van de 'unhappiness'. 'Depression exists in the hour of succes', zoiets. Of hoe moeilijk het zelfs is om in een Mercury Prize-genomineerde band op te trekken.

De lyrics van 'Where's My Utopia?' liggen aldus bezaaid met van die autobiografisch ogende weetjes. Al zal - net als bij Bowie zaliger - misschien ook Smith nooit helemaal het achterste van zijn tong laten zien.

Klapper 'We Make Hits' is in plaats van een klucht vooral een stuk de geboortestory van Yard Act zelf en liefdebetuiging aan de echt samenhorige band tijdens het hele songschrijversproces van 'Where's My Utopia'. In 'Down by the Stream' zit Smith dan weer met een blik op zijn eikelverleden, want ook hij reed met zijn pestgedrag blijkbaar niet altijd een foutloos parcours. Een song met de drijvende power van House of Pain's 'Jump Around' en met heerlijk scheurende sax van Christopher Duffin.

In 'Petroleum' biecht hij op dat hij als uitgebluste performer mede door drankgebruik ooit eens volledig uit zijn rol viel. Boetvaardige Smith heeft sindsdien om zijn zelfbeheersing op te krikken - en ook om de toekomst van de groep te vrijwaren - effectief de drank afgezworen. 'Petroleum', compositie die naar hiphop ruikt en waaraan zowaar een industrialstaartje kwispelt.

De tol van de roem, die vlag dekt evenzeer de lading van 'Dream Job' en 'The Undertow'. Worden alle worstelingen van 'geslaagden' nu ineens luxeproblemen? Het poppy gezongen 'The Undertow' gaat nóg dieper en filosofeert over ieders gebonden zijn aan zijn eigen individuele wereldje en perspectieven én de quasi onvergelijkbaarheid daardoor met de leefwereld van anderen. Een doordenker.

Het sprankelende 'When the Laughter Stops' krijgt schone assistentie van Katy J Pearson die met haar stemmetje de hook van de song nog versterkt. Alles eindigt als op de creepy wijze van Michael Jackson's Thriller met een sinister belerend stukje proza uit Macbeth.

Met zijn veel meer uitgesproken groove is 'Where's My Utopia?' duidelijk Yard Act's klankbord van de hectische levensstijl van tijdens de recente periode na 'The Overload', het vorige album.
Hier ontvouwt zich een feest van creativiteit en sowieso een verslavende, coole luisterervaring. Verre van zo ernstig als uit de erover gedrapeerde introspectieve lyrics blijkt, is het ook letterlijk een funky feestalbum in de traditie van Talking Heads waar het manische spelplezier van het viertal eruit overstroomt. Hoor ook het gelach maar van de band op 'Grifter's Grief', met zijn sterke Gorrillaz-vibe, tussen de Tom Waits-cameo en de zwalpende sax in. Hier is een uitstekende Britse funband op zijn nonchalantst aan het werk en wel haast zo geschift als Madness.
Er is voor dit Yard Act echt leven na de postpunk.

Yard Act line-up:
James Smith - zang, synths, percussie
Sam Shipstone - gitaar
Ryan Needham - bas
Jay Russell - drums, mellotron, synths, samples

Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down (2022)

poster
4,0
Hoelang negen jaar wachten ook was, de alternatieve rockers Yeah Yeah Yeahs komen toch maar weer door de grote poort naar binnen. Wat ze na die jaren nu in de aanbieding hebben is kort maar krachtig: super! Sinds die tijd maakte de wereld een en ander mee en kwam er een plaat tot stand, aldus de band, "tussen rillingen, tranen en euforie, optrekkende pijn en onthulling van de waarheid". Ze deinzen er dus niet voor terug om tal van netelige gevoeligheden in de ogen te zien en wat iedereen in de greep houdt te delen.
Al vanaf de filmisch grootse opener 'Spitting Off the Edge of the World', song over de klimaatcatastrofe, gaan ze met vocale bijstand van Perfume Genius rebellerend de ruimte in, omgeven door bommen en buigende hoofden, met kosmische synths en beats die zo van Gary Numan lijken te komen. Er is ook het zeer zwoele kantje aan Yeah Yeah Yeahs, als in 'Lovebomb', waar Karen O's sensuele stemgeluid als vanouds over de nieuwe, donkere soundscapes zweemt, net zoals tegenwoordig ook nieuwkomers als Sylvie Kreusch het zo schitterend doen. Daarna krijgen we new wave-orkestraties in 'Wolf'. Wat een zwiepende synthpopsong is dat! En wat een funky extatische stamper is het eropvolgende 'Fleez', Karen O blijmoedig jonglerend met een prominent buitelende bas.
'Burning' is een soulvolle banger, met fraaie energieke piano, die smeekt om afkoeling ('cool it down') van een wereld in brand. De song gaat over de hoop dat het meest geliefde beschermd blijft en dat we daar met z'n allen ook alles voor doen. Aan de basis liggen de Californische bosbranden, maar ook een persoonlijk trauma van Karen O, die zelf een helse brand meemaakte waar gelukkig haar meest persoonlijke bezittingen bij wonder volledig gevrijwaard bleven. De dromerige rust in 'Blacktop' is een en al intieme sensualiteit met een melodieuze hoofdrol voor een aangenaam hoogsnerpende synthesizer. In het opgewekte 'Different Today' leert Karen O ons dat de wereld ook bij de pijn van een verbroken liefdesrelatie gewoon blijft doordraaien. In het stilte-na-de-storm-slotnummer 'Mars' krijgen we dan, bijna op minimalistische E.T.-elektronica, moeder Karen O in een spoken-word met haar zoon. Meer nabije communicatie kan je op een plaat niet prijsgeven.

De huidige sound van het gerevitaliseerde Yeah Yeah Yeahs is matuurder geworden, het geheel is o zo kleurrijk, de instrumentatie zit minder bij de elektrische gitaren, maar voller bij synths en elektro, we krijgen tweeëndertig minuten vol weelderigheid en alles zo dramatisch als wat. Acht songs tout court die energiek en behaaglijk van de ene versnelling naar de andere stuiteren en nadien alleen maar om de repeatknop vragen. Schitterende rentrée!

Yola - Stand for Myself (2021)

poster
4,5
'The Pines' van haar vroegere groep Phantom Limb zegt je niks? Een nieuw geluid dan wellicht, deze Yola aka Yolanda Quartey. Pas nu wel op, Yola heeft 'n veelzijdige soulstem die je wel eens zomaar zal wegblazen! Na 'n pendeltocht tussen haar Britse thuisland en Nashville deed ze al zoiets na haar debuut 'Walk Through Fire'. Waarmee haar soulsound uit een ver verleden behoorlijk wat sterren verzamelde en de Grammy-nominaties volgden. 36 jaar, eindelijk echt succes! Ze was, geluk voor haar, door de befaamde Dan Auerbach van The Black Keys -hij weeral!- onder de vleugels genomen en nu andermaal neemt ie als producer, zelfs nog intenser, de honneurs waar.

Komt ze nu, twee jaar later, weer vanuit Nashville waar ze intussen resideert, met de 12 nummers die ze al vele jaren probeerde af te werken, die dus samen al een ferm stuk bewogen Yola-leven overspannen. De 'making of' daarvan, zei ze, begon eigenlijk met de springerige dancesong 'Break The Bough' waarin ze 't, vreemd genoeg, net over het de dood van haar ma heeft. Vanaf de daarop volgende songs groeide alles dan organisch en alle stukjes vonden mooi hun plaats.

Yola is echt waar een souldiamant met vele kantjes. Als Britse stonden haar muzikale voelsprieten al richting genreloze melange.  Haar allereerste stapjes waren jazz, nu zijn het tal van stijlen tegelijk. Ze omarmt ze hier meesterlijk : r&b, disco-tunes, funky, britpop, classic rock, rock 'n roll, alles in de soulmix. Ze pakt daarbij regelrecht uit met de krasse grinta van de beste Joss Stone, Alabama Shakes of des te meer een Tina Turner. Luister zo maar eens naar haar ruwe rasp in 't luchtige 'Diamond Studded Shoes' of het krijsende 'Whatever You Want'. Of naar 't lichtjes fantastische, rustig voortschrijdend titelnummer dat in de finale in grandeur aanzwelt. Geïnspireerd dit, zegt ze zelf, op de feel van haar geadoreerde Minnie Ripperton. Hoor je  de Mary J. Blige-vibes in 'Starlight' en 'If I Had To Do It All Again'? Of neem gewoon ook de melodische pracht van 'Be My Friend' of dat andere vocale doo-wop- hoogstandje 'The Great Divide'.

De plaat opent ze in ingetogen Smokey Robinson-sferen met haar eigenste, trieste coronalied 'Barely Alive'. Gefrustreerd door wat uiteraard ook haar de laatste tijd overkwam, ingehouden tranen, hunkert ze angstvallig naar 'n heropstart van 't leven. Die kwetsbaarheid na een vorig leven in diepe armoede zit in de plaat verweven, eenzaamheid, liefdesverdriet, vergankelijkheid, zie alleen maar  de songtitels, een lange, logisch kronkelende weg tot aan de afsluiter, de titelsong. Zelfbewust, onafhankelijk, triomferend zelfs neemt ze daar dan gelukkig 't heft en de moed toch weer in handen.

De rechtuite Yola weet, samen met Auerbach, verduiveld goed wat en wie ze wil om haar sound nu Amerikaanser en vooral super te doen klinken. De omringende band is ook niet minnetjes, drums met o.a. Aaron Frazer van Durand Jones & The Indications, bas voor Nick Movshon van Amy Winehouse('s 'Back To Black'). De hele plaat krijgt zo een dress-up van top-arrangementen uit vervlogen en recentere tijden.

Een imposante, assertieve dame die Yola, beetje als de rock 'n roll-godmother Sister Rosetta Tharpe, voor wiens filmrol ze trouwens door Baz Luhrmann perfect werd gecast in diens Presley-movie. In afwachting daarvan (2022), google alvast Rosetta's video 'Didn't It Rain' (1964) maar even, weet je meteen waar ook Yola, voormalige backgroundzangeres, voor staat.
'Stand For Myself' van Yola, alleen sterke nummers, een repeatplaat, da's dus duidelijk!