MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paramore - This Is Why (2023)

poster
4,5
Paramore. Wie heeft hen daar zo onzalig tegen hun glazen hoes gekwakt? Ze komen uit Tennessee en bedrijven al sinds 2005 met zekere regelmaat pop-/rockpunk en emocore. Laat de geeuw en nee, loop nog niet weg. Al is het gekende trio al een heel tijdje zijn frisse kinderschoenen uit, ook in de huidige jaren is het beslist niet bij de pakken gebleven. Met altijd van een flinke dosis adrenaline voorziene songs voelt het zich zelfs in een donker tijdvak als 2023 nog als een vis in het water. Vandaar dit onvoorspelbaar behendig zesde album vol dampende artpunk. Of noem het omwille van zijn overvloed aan gedreven ritmes evengoed spetterende postpunk. Met naast flink wat van die verwachte doortastendheid ook een portie ingetogenheid in de nieuwe tracklist geïnjecteerd.

Inhoudelijk zingt en reflecteert Paramore heel ernstig over de rauwe afgronden die ze nu zien, de labiliteit in een door een pandemie hevig naschokkende wereld, het verbitterd ontwaken in een wereld vol machtige 'bad guys', ze hebben gezouten meningen over politieke, sociale en raciale onrust, en, niet in het minst, over de blijvende aantasting van het vrouwelijke zelfbeschikkingsrecht, als daar zijn, de intrekking van de al diep verworven abortuswet.

Het explosieve titelnummer en eerste single 'This Is Why', dat al dansend op de rand van de wereldvulkaan het album bitter opent is al onmiddellijk een absoluut koninginnenstuk, met fraaie baslijn en springerigheid à la David Byrne. In tweede single 'The News' - verontwaardigd over een onmiskenbaar verschrikkelijk wrede wereld en over de nefaste invloed van media op ieders individuele geestelijke gezondheid - gaan de geagiteerde drums van oorspronkelijke tromslager Zac Farro, het flitsend gitaarwerk en de spectaculaire riffs van Taylor York alleen maar op hun driftig élan door. Leadzangeres-bandleidster-toesteniste Hayley Williams van haar kant springt in en toont zich vertolkster van vuurspuwende verbolgenheid op zijn Shirley Manson's, haar net zo vlijmscherpe collega van Garbage.

In nóg zo'n swingende rocksong vol melodie en punch, 'Running Out of Time', en ook in derde single 'C'est Comme Ça', roostert Hayley dan weer zichzelf: een veelvoud aan diffuse realiteiten krijgt ze niet onder controle en uit louter knusse zelfbescherming is haar reflex er dan ook een van existentiële huiver voor onzekere veranderingen. In 'C'est Comme Ça' waagt ook zij zich eens, als een heuse Florence Shaw van het nieuwbakken Dry Cleaning, aan parlandocrooning. Ook Yard Act is dan helemaal niet ver weg. Het sterke 'Big Man, Little Dignity' is tot in zijn outro helemaal omgeven met warme dwarsfluiten. Het gaat over belachelijke grofheid, haat zelfs van fake-lui, mannen die bewust traditionele machorollen hooghouden in een poging om politiek en sociaal de dominantie over vrouwen en genderminderheden te handhaven.

'You First' 's bruinroeste openingriff dan, drumsticks viermaal opeen en vooruit met die stuwende baslijn. Halsey over haar individuele tweedeling. "I'm living in a horror film, where I'm both the killer and the final girl." Ziet de nihilistische American Psycho-maatschappij al helemaal dichterbij sluipen. Bij het cool met marimba en blazerstonen ingeleide 'Figure 8' voegen zich ineens ook spetterende gitaarstoten. Een verhaal over een vroegere toxische relatie dat in al zijn vocaal heftige zwartigheid voorbijschuift, een zuivere Bloc Party-tornado. Schril daartegenover staat Hayley in het romantisch eerlijke 'Liar' dan weer stil bij haar rationele ontkenning ooit van de groeiende verliefdheidsgevoelens voor Taylor York, naar verluidt intussen ook haar partner.

Het nostalgische 'Crave' is dan zowaar bijna een Fleetwood Mac-popsong en begeleid door transcenderend kringelende gitaren wordt zachtjesaan ook een The Cure-bedje gespreid. 'Thick Skull' mag groots afsluiten. Hayley schoon en genadeloos in haar zelfverwijt, het afscheid van haar ongegronde onzekerheden als muziekartieste. Letterlijk ook het einde van Paramore's tienercontract. Vanuit 'Thick Skull' 's contemplatieve rust bouwt alles geleidelijk op, zeldzame piano, botsende gitaarpatronen, uitbrekende drums, een sierlijk crescendo van epische kracht.

Ja dus, er is leven na de jeugd. Paramore voelde de nood om even neer te kijken op hun volwassenheid. Ze zijn zeker met panache teruggekomen, met hun gitaren en drums en met Hayley's manen weer vlammend rood. Hun oprechte speelsheid en vastberadenheid zijn ze niet kwijt. Hun kritische ingesteldheid verpakt in bevrijdende statements evenmin. De creativiteit staat pal overeind en tegelijk kwam er imput van hedendaagse, vooral Britse stijlen. Zo werd het een mooi samenhangend album dat perfect samenvat waar ze op vandaag als band staan. Bevestigend dat al transformerend naar een zoveelste, zesde album de groei van een band niet per definitie hoeft halt te houden. Integendeel. And this was why.

Parquet Courts - Sympathy for Life (2021)

poster
4,0
Deze vier New-Yorkers waren ook als punkrockers nooit voor één gat te vangen en nu weer vergeet je vooraf best even zowat alles wat je al over hen dacht te weten. Over deze 'Sympathy For Life' van Parquet Courts al drie grote tips van de sluier : 't rolde eruit als één lang psychedelisch geïmproviseerd experiment, 't zit vol politiek engagement én ze kwamen van pré-lockdownfeestjes terug en nodigen nu vol finesse zelf uit... ten dans!

Nu, dat ze uitstekende grooves in de vingers hadden, wisten we al van sedert hun 'Wide Awake' en hun kennismaking sindsdien met de techno- en housescene van hun thuisbasis. Hier is het echt het dancegebeuren zelf waar het helemaal om draait. Niet alleen oog en oor voor de pulserende power maar evengoed voor de chill en de rust erop of errond. Die mix van groove, dance en rock sneden ze op in elf uiteindelijk zeer aangenaam in 't gehoor liggende songs, voorzagen ze bovendien van meer dan banale gedachten.

Het openingsnummer, een hectisch 'Walking At a Downtown Pace', wat een heerlijk alarmerend jankend, gitaarmotief! Buitelende drums, al meteen een shaking voltreffer. Gaat de hele bende er vrolijk zwalpend mee op en neer. Springerige rockpop dus à la... Parquet Courts, met tegelijk al het beste erin van The Strokes en Maxïmo Park. 

Maar vergis je niet. Zoals al uit de lyrics van de opener blijkt is ook dit springerig 'Sympathy For Life', gemaakt in tijden van corona en is het dus tegelijk ook voor een groot part ontlader van zorgen. Je hoort het frontman Savage ergens in de opener zelf kwetsbaar uitzingen : "Hoeveel vormen van belabberdheid kwam ik wel niet tegen? Niet geteld eigenlijk de laatste tijd..."

Punkrockertje 'Black Widow Spider' dan, mijmering over een op de klippen gelopen relatie. Poepsimpele catchy breaks en vocals, aangevuurd door holderdebolderdrums, een waas vroege psychedelische Pink Floyd. En ja, 't nestelt zich allemaal weer razendsnel in het oor!

'Marathon of Anger', over 't roerige New York en het America op drift. Electrofunky herhalend African dance, overvol Talking Heads-ritmiek en handklappende achtergrondmeezingers, vooral gelabeld door het futuristisch duet van electrobliepjes. Hier laat de nieuwe Parquet Courts er helemaal geen twijfel meer over, hier wentelen ze zich voortaan, met vocals, gitaren en drums, met gretig genoegen, in 't bad der dansbare Kraftwerk-electronics.

'Just Shadows', zo repetitief daisy als groene sixtiespop in de apenjaren van The Who. Primitieve onschuld in riffs en solo's. Maar ook nu weer : het blijft hangen! Helemaal geen goede zanger overigens, die Andrew Savage, maar wat zou het. Daltrey indertijd toch ook niet? Hoe doet hij zijn stinkende best bij het debiteren van de coupletjes over sociale desillusie anno 2021.

Het speelse Bananarama-kinderliedje over de  milieuproblematiek, 'Plant Life', is uitgeklede huppelende funkypop-improvisatie, psychedelisch kronkelend op een The Doors-orgeltje en bezwerend repetitieve African groove.

Het even creatieve, op automatische piloot voortdrijvende 'Application/Apparatus', over de ridesharing taxichauffeur en zijn triest solitaire contact met z'n pratende gps. Op electronische zweepslagen binnenkomend, Savage's drammerig praatzangerige vocals er mechanisch overheen, spacey riffs, kosmische drummachines, rollende bas in een rit naar ruis en distortion.

Het felle 'Homo Sapien', kritische beschouwing over verstikkend menselijk creatievermogen, verpakt in een knallend sixties rockpopliedje. Met als vroege Pink Floyd herhalende riff, catchy als een wilde Deerhoofsong.

Funky drums in 'Sympathy For Life', de enthousiaste roep naar het leven en zelfexpressie haalde de plaattitel. Ritmisch en oneindig in repeat op het zwoele sexy orgeltje en de dansende bas.

'Zoom Out'. Zoom uit! Draai wat stappen terug. 't Is allemaal niet zo superbelangrijk. Leef nu, geniet van een lach en verbondenheid en 't gevoel mens te zijn. De fun van 'Zoom Out', weer zo'n strakke funky song met itererend ritme, techno-groove, oersimple riff. Meer heeft de dansvloer niet nodig!

'Trullo'. Kom uit je kleine coconnetje, word het zelfstandig kritisch individu dat tot meer in staat is dan het slikken en spuien van voorgekauwde gedachten. Nog een minimalistische funky Bananarama-song met handklapritmes, zwervende gitaren en piepend en krakende electronica uit de David Byrne-cataloog.
 
Het voor Parquet Courts onherkenbare bluesy 'Pulcinella', een zeven minuten uitdeiende lovegitaarslow met vocale glansrol voor Savage. Dit verbazingwekkende afsluitingsnummer met minimaal muzikale aankleding refereert aan Pulcinella en zelfingenomen gemaskerde poesjenelclownfiguren uit commedia dell'arte. Ze doken zomaar op in hun acidtrips tijdens de making-of van het album. Het masker valt af in "Darling it's me, as the mask comes off, it always was." Pulcinella's (of Andrew Savage's?) schreeuw uit de eenzaamheid.

'Sympathy For Life', het album. Puur emotionele naast puur politieke songs. Meest prominent gebruikt Parquet Courts het muzikaal platform om welbewust kritische standpunten tegenover het laat-kapitalisme te lanceren en de groei van nieuwe generaties protestbewegingen volop te ondersteunen. De bijtendste boodschappen, bijdragen tot de protestsongs, het zijn deze keer o.m. 'Black Widow Spïder', 'Just Shadows' of 'Marathon of Anger'.

Punkrock goes dance. Zoals indertijd ook het intussen iconische Talking Heads de pure rock verliet. Parquet Courts' nieuwe weg is bezaaid met een vette groove, heel wat meer digitale toetsen, een heel arsenaal aan synths en drummachines. Hun frisse demarche zal ongetwijfeld toch ergens verdeeldheid zaaien bij de punkfanbase. Maar Parquet Courts blijft een wonderlijk strakke, unieke 'band on the run'. Blijven hun muziek bewust veranderen, hun leefwereld bevlogen beïnvloeden. Meer dan sympathiek van die mannen, voor het leven. Absoluut niks mis mee!

Paul Weller - Fat Pop (Volume 1) (2021)

poster
4,0
Geen verrassing, ook in coronatijden hoort sympatieke Paul bij de bezige bijtjes. Zijn tweede in minder dan een jaar is dan misschien wel een buitenbeentje, 't is er wel een om in te lijsten. Als een wilde Ian Dury valt ie bij je binnen. Uitstekend 'vette' popplaat, waar dan verder meer Bowie of The Divine Comedy in gedachten opkomt. Disco, soul, funk, r&b, rock...meer kleuren in genres en songs dan een kameleon aankan, maar de eenheid is er en alles werkt. 't Hele instrumentarium uit zijn rijke carrière en nog meer schuift er je voorbij. Daarbij ook het pareltje 'Cobweb/Connections',  op acoustische gitaar! En prachtig afsluiten doet hij ook met een kwetsbaar 'Still Slides The Stream'. Buiging voor jou, Paul Weller!

Perfume Genius - Ugly Season (2022)

poster
4,0
Mag er in muziekbeleving ook wat uitdaging bij, zo nu en dan? Voel je het ook aan, soms, dat bepaalde albums gewoonweg meer focus vragen, dat ze eenzelfde drive en passie zelfs als van de kunstenaar vereisen om de lijnen die er altijd ergens zijn ingelegd te achterhalen, tenvolle te degusteren?

Welaan, heb je hier dan 'Ugly Season', waarin Mike Hadreas, gezicht van Perfume Genius - eigenlijk toch niet echt verwonderlijk van de man - de experimenterende stap zet richting avant-garde. De tedere score die de ruimte binnenstroomt was in de eerste plaats bedoeld om in een concept melodiën, harmonie en ritme te leveren voor een dansstuk 'The Sun Still Burns Here', van Kate Wallich, in 2019. Dansstuk, what the hell! Jawel, en samen met partner Alan Wyffels en producer-gitarist Blake Mills vormde hij dit nu om tot een zeer uitnodigend en beluisterbaar album. Helaas het stuk zelf kon ten gevolge van de lockdown slechts heel kort touren, waardoor de zeer biezondere geluidsband van Perfume Genius op deze manier dan toch een verdiende tweede leven krijgt. Ook als op zichzelf staande productie blijft de vreemde schoonheid en teatraliteit van de samenwerking met Wallich op het album netjes overeind. Tegelijk weet Hadreas ook vanuit zijn queer-identiteit weer zijn gekend prachtige emotionele zelve uit te stralen. Het resultaat is dus ook op zichzelf staand effenaf geweldig. Een fraai, maar weliswaar onconventioneel voorbeeld van modern songwriting, met hits incluis, zo je dit wil. Inventief, subtiel en wat een temperament wordt hier tentoongespreid.

Het zijn vooral abstracte soundscapes in een apart tempo en met boeiende arrangementen, uitbundig en rijk, donker en dreigend, gelaagd, vaak instrumentaal, tien composities vol ambient, minimalistisch neo-klassiek, naast de meer traditionele barokke pop. En de vocals van Hadreas, voorwaar een heus instrument op zich. Die totaliteit aan suggestieve klanken en stemmingen, de luisteraar laat ze, net als bij de dans, het best als één grote performance vrijelijk over zich heen wervelen.

De compositie kreeg zelfs nog een derde leven, via de begeleidende film 'Pygmalion's Ugly Season'', van de hand van gerenommeerde Jacolby Satterwhite, de dansvoorstelling geïntegreerd in 3D-animatie.
Toch nood aan wat voorstellingsvermogen vanuit de originele uitvoering? Handig meegenomen dus dit.

Langzaam, als in cinemascope, zet 'Just a Room' in, het roept een even groots en weids traporgelend harmoniumgeluid op als bij Nick Cave & Ellis laatst in 'Lavender Fields', een mijmerend fluisterende Hadreas in een wirwar van piano, strijkers en binnendruppelende engelengeluiden. In 'Herem' duikt zwaar die orgelsound weer op, na de sax en de fluitjes, de mellotron en de synths, droomwereld op hartslagritme waarin Hadreas' etherische Sigur Rós-falset rondzweeft als in een voorttikkende wedloop tegen de tijd. Komt dan fladderende popsong 'Teeth' met twinkelende xylofoon- en harpakkoorden. Stilgeworden pracht tout court, in een heel klassiek kader.

De catchy pop van 'Pop Song' is gestript. Het houdt Hadreas' smachtende falsetto op eenzame hoogte boven de spetterende elektronica, piano en de ketelpercussie. 'Scherzo', een niet-alledaagse stijlvol pianostuk, het dient zich perfect aan als experimenteel intermezzo. Pianoloopjes en achtergronggeluidjes in één levendige dissonante ritseling. Verbazingwekkend!

Titelnummer 'Ugly Season' draaft plots op met zompig pompende reggaetoetsen en dito backinggezang. Met Hadreas' mistig cryptisch gemompel en synths en klarinet eromheen. Als bijwijlen schril doorkruist door Morricone's harmonica-man uit 'Once Upon A Time In The West'. In de bijna negen minuten durende ambient van 'Eye in the Wall', in 2019 al als single uitgebracht, drijft, na twijfelende aanzet, de percussie ritme en Hadreas' verrukkelijke zanglijnen nog meer omhoog. De song vervliegt als in een langdurende, ingetogen roffelende en in kleur muterende Afrikaanse trip naar het einde der tijden.

Het schitterende 'Photograph', romantische ode aan een overleden geliefde zanger, ontplooit zich als haast door Tindersticks verzonnen, klagende en vooruitslepende schoonheid. De sfeervolle oorlogszuchtige industrial van de onkarakteristieke gitaarknaller 'Hellbent' verrast en blijft maar roteren, aanzwellen en weer afnemen. De overweldigende synths en hectische percussie van 'Hellbent' draaien weg in een duizelingwekkende draaikolk van vervormde, dissonante gitaren. 'Cenote' sluit mooi af in een oase van heldere jazzy pianotoetsen en elektronisch gestrijk.

Perfume Genius heeft met zijn experimentele kunstbeoefening duidelijk risico's genomen. Sowieso is dit heerlijke album niet hapklaar als mainstream voor het grote publiek en wellicht zal het ook voor een groot deel van zijn vurige fanbase als ontoegankelijk overkomen. Maar toch, beste fans, is dit een regulier album en geen bijzaak. Het doet ongedacht terugdenken aan een Bob Dylan die in 1973 ineens met een mysterieuze, a-Dylaneske soundtrack voor de film 'Pat Garrett and Billy The Kid' opdaagde. Een geheel andere ijle Dylan, maar even volbloed en sfeervol Bob, die zich net als Hadreas bekwaam toonde om zich ook perfect in een ander medium, film of dans, in te leven. Z'n soundtrack was los van de film een even fantastische trip. 'Ugly Season' is bijaldien dan zowat Perfume Genius' eigenzinnige, diepzinnige sonische promenade langsheen tien magistrale doeken uit een persoonlijke schilderijententoonstelling. Hadreas heeft er beslist hart en ziel in gelegd en de uitkomst is indrukwekkend. Mis bijgevolg deze kleurrijke exhibitie niet, verplaats je in zijn uniek kunstkabinet, volg met open geest de meanderende stream of sounds. Het wordt verrukkelijk.

Pink Floyd - Live at Knebworth 1990 (2021)

poster
4,0
Na afloop kopen sommigen ook instant live-cd's van de PF's covergroepen... Begrijp je dan het jolijt bij de release van een volledige remix (!) als deze, met the real stuff door 3 real PF-men (excl. Waters)! Versterkt ook met  de real Gig In The Sky-lady Clare Torry, de onvolprezen Candy Dulfer én de betreurde Michael Kamen, allen ook door PF hoog ingeschat. Akkoord, zoals steeds bij perfectiezoekers als PF, hoor je misschien weinig versieverschillen, alhoewel. Wat torent coole Gilmour's gitaarspel en zang hier live toch constant meesterlijk, jankend of furieus boven alles uit. En de 120 000 juichten! Welaan, hier een prachtige weergave van de live-thuismatch van PF in 1990. Bovendien muziekhistorisch zeker even onmisbaar als bv. David Bowies lopende zes Brilliant Live Adventures-serie.

Pitou - Big Tear (2023)

poster
4,5
In Nederland is een ruw diamantje ontgonnen. Pitou - zo heet ze ook echt, voluit Pitou Nicolaes -, zangeres-gitariste-multi-instrumentaliste, met roots in Amsterdam en nu al enkele jaren toepasselijk in diamantstad Antwerpen residerend. Haar nummer 'Dancer' van haar debuutplaat 'Big Tear' krijgt dezer dagen regelmatig airplay op de Vlaamse radio. Pitou, Vlaanderen leerde haar in primetime kennen via Spinvis, ze maakte er een geweldige presence tijdens diens Radio 1-sessie op 22 november 2022, waar er tijdens zijn song 'Trein Vuur Dageraad' een en al elektriciteit knetterde tussen de Nederlandstalige meester en de bevallige onbekende nimf in het wit. Maar hé, o.a. ook Rock Werchter, de BBC-radio en de Britse The Independent hadden de charismatische zangeres al opgepikt. De kleine, toen nog louter gitaargedreven songs van haar twee eerdere uitstekende epeetjes gingen voor een steeds groeiende schare enthousiaste bewonderaars op als kleurige heliumballonnetjes.

Pitou doet aan een soort atypische, heel subtiele folkpop, betoverend, etherisch en altijd met een melancholieke inslag. Kunstige kippenvelsongs die ze eigenhandig schrijft, nergens hapklaar, want steeds met de nodige weerhaakjes. Ze zingt beheerst, overwegend ingetogen zelfs, met een expressieve capriolerend hoge stem die de ene keer Florence Welch oproept, dan weer Joanna Newsom, Laura Marling, Feist of Dolores O'Riordan van de Cranberries.

Haar muziekblad is verre van onbeschreven en het zijn haar eigen inspiratiebronnen. Ze is een klassiek geschoolde zangeres-muzikante die van kindsaf de klassieke muziek ontdekte. Haar ouders creëerden zelf ook wereldmuziek tijdens hun reizen door Afrika en Azië. Zijzelf zong jaren bij het Nationale Kinderkoor van Nederland, o.a. voor Kinderen voor Kinderen en als koorzangeres trok ze op met gerenommeerde orkesten als het Berliner Philharmoniker.
...maar die jonge Pitou hield dus ook zielsveel van niet-alledaagse pop.

Ja, je hoort dat allemaal aan haar fraai instrumentarium waarmee ze onmiddellijke aandacht trekt, crossover van lieflijke, fragiele pop, geheel doordrongen van haar klassieke voorgeschiedenis. Haar songs zijn muzikale totaalschilderijtjes waarin haar stem een niet-pretentieuze hoofdrol heeft en die er vaak in bijna gregoriaanse laagjes over elkaar heen komt uit te rollen. Naast gitaar, piano en strijkers staan vooral ook tal van weinig courante instrumenten in de speelruimte. Harp, theorbe, sax, en andere, voor een groot deel aangedragen door het Baroque Orchestration X en op de plaat ingespeeld door het Belgische Sun Sun Sun Orchestra. Groot was ook de rol van drummer Micha Porte en percussionist Frank Wienk, die in samenwerking met Pitou de songlijnen uittekenden en haar pop en klassiek naadloos in elkaar lieten overvloeien. Evenzeer van de partij, de elektronica en de software, alles voor de creatie van verrassend aparte songstructuren. De orkestrering werd kunstig en minimalistisch, de harmonieën klinken hemels, de ritmes transcenderend.

Pitou's lyrics, die zijn intiem en persoonlijk, herinneringen aan emoties met een diep donker randje. Ze wervelt erdoorheen als een fee tussen elfen en trollen, tussen goed en kwaad. Prachtige poëzie die een venster opent op het uniek universum waarin ze rondkijkt, hoopvol zoekend naar vrijheid, joie de vivre, naar sprankels die leren hoe je echt mens wordt.

Vanaf noot één etaleert Pitou in het fragiele openings- en titelnummer 'Big Tear' te midden van haar rijk klassiek klankenpalet een harmonische samenzang met zichzelf. Want ja, Pitou's zoetgevooisde stem legt ze er bij wijlen in laagjes fraai opeen. 'Big Tear', als een Florence Welch in een gracieuze Oosterse ritusdans. Aan de basis een kinderlijk droombeeld over schoon- en lelijkheid. Toen ze negen was werd ze aangegrepen door het onrecht op straat een vogel zomaar te zien sterven tussen volwassenen die het gebeuren toch totaal onverschillig voorbijlopen. Tot daar het hemelsgroot oog opdoemt dat de mensheid met een catastrofale 'big tear' overspoelt. Voor Pitou staat 'learn to swim in the big tear' sindsdien voor het als mens leren zwemmen tussen al wat schoon en lelijk is, in plaats van van de zaken weg te rennen. Met dit 'Big Tear' hebben we tegelijk ook het muzikaal 'heftigste' nummer van de plaat gehad.

Tweede single, het vredige 'Angel', dat samen met de engel met de gebroken vleugels ook muzikaal de hoogste sferen bereikt, breekt dan weer uit met zijn rauwe tekst. De song is net zo wondermooi gearrangeerd, met weer een ongestoord Indisch ritme dat aan haar ouders' wereldmuziek refereert. 'Greed' krijgt zwoele jazzy ondersteuning van de percussie en in het bijzonder zijn er opnieuw de vocale harmonieën. 'Helium', de opstijgende heliumballon als metafoor voor het heerlijke gevoel van liefde. Ze gaat in het nummer evenzeer met haar stem de hoogte in, begeleid door akoestische gitaar en strijkers.
In het meeslepende 'Animal' filosofeert ze dan weer over het beest in ons en over wat het betekent om als mens uiteindelijk toch méér te zijn dan louter dierlijk.

Single op kloktempo 'Devote' is dan, aldus Pitou, 'het hart van de plaat'. Ze heeft het, net zoals in haar knappe video, over het vergankelijke, "here're I am dying slowly inside" en over haar 'songs of hope en sadness'. Ook bij de verrukkelijke single 'Knife' hoort een pakkende video vol emoties. 'Knife', een op menselijke ademhaling stotend duister sprookje over eenzaamheid, liefde en verlangen. Nog een schitterende single 'Dancer' bevat een Oosters kronkelend dansritme. Pitou richt haar blik op waar ze nu staat: "als de gordijnen opgaan, voel ik eindelijk het vuur, zie ik eindelijk het licht." Het jazzy 'Comfort' is een mix van harp, magische fluit, spaarzame percussie en heerlijk opeengestapelde engelenstem. 'Melody' is mijmering over een verbroken relatie, harp, sax en nog een laatste staaltje van Pitou's unieke stembeheersing.

Tekst en sounds, alles op 'Big Tear' klinkt innemend, sierlijk, harmonisch en in zijn geheel daardoor organisch, ondanks productiebeperkingen in coronatijden die de zaken voor een groot stuk op afstand lieten verlopen.

Pitou is een opkomend talent dat daar dan toch ineens staat, dat nu al gekend is tot in Londen en Parijs, met een prachtstem, expressief en theatraal, fijnzinnig en vol gratie. Haar 'Big Tear' is ondanks haar liefde voor pop en de bonte diversiteit in haar tien pareltjes van eenvoud verre van het modale popplaatje. Pitou's eigenzinnige soundscapes verdienen het allerminst om weggezet te worden als té intimistisch 'peaceful'. Dit debuut verdient om door zoveel mogelijk muzikale fijnproevers te worden gesavoureerd als bovenbeste wijn met een betoverend aangename, lange afdronk. De songs van 'Big Tear' die ze al live bracht, als de titelsong, 'Dancer' of 'Angel' bevestigen het alleen maar, dit wordt zonder meer nóg indrukwekkender.

Placebo - Never Let Me Go (2022)

poster
4,0
Conditionering zeker zoiets? Na een paar noten Placebo al direct aangename roes proeven, de broeierige opwinding van festivalweiden? Dat gevoel, nu dus ook met de onverwacht glorieuze terugkomst van een daar altijd overweldigende headliner, met huidige kern, het duo Brian Molko en Stefan Olsdal. Lijkt het zelfs alsof ze wel helemaal nooit zijn weggeweest. Edoch hier komen ze, tot veler verrassing en goed negen jaar later, toch met een oersterk album op de proppen, dertien pakkende rocksongs alweer, gegarandeerd goed voor een boeiende gloednieuwe setlist. Ze hadden naar verluidt gewoon weer zin om, eens de neuzen in de goede richting, als groep volop vooruit te kijken. Niet dat hun serieuze aanhang sedert de nineties ook maar een fractie was geslonken. Neen, alleen even geen verbluffende oldies-best-of-tours meer, of zaken van dat slag, maar precies als toen, als bij een echte hergeboorte, vertrouwd en fris klinken. Weer van de grond opbouwen en vertalen naar vandaag. Nieuwe items in chaotische tijden en des te meer in gloeiende kwaadheid zingen over hun grote nihil, over hun in angst en vrees tobben over de pijnlijke stand van de wereld, seksualiteit en teloorgang. Een schreeuwende cover daarom die al direct boekdelen spreekt.

Die kundigheid om met stijl de draad herop te nemen gewoon daar waar ie was neergelegd, die hebben ze dus, blijkbaar. Inderdaad en voor hen lonkt daardoor onmiddellijk, vol elektriciteit, warme gloed en Placebo-glamour, het pad weer recht omhoog, niet meer verder vlak glijdend op verstenend succes.

Zo horen we ze dus weer graag, dat Placebo, die sound van hen als geen ander. Molko, karakterman met kenmerkende van vloeibaar metaal en mysterieze erotiek doortrokken stembanden. Ze versmelten hun jams en experimenten met vaak muren van gitaren en elektronica tot donkere stuwende alternatieve rock. Tegelijk aantrekkelijk en toegankelijk hun melodieën en alles altijd zo kunstig gearrangeerd.

Cryptische opener 'Forever Chemicals' is ijzersterk. Opstarten met geagiteerde ketelpercussie, 't blijkt een vervormde harp, kort stotende drums, verdraaide gitaren en verstoord glinsterende synths, helemaal rond de als vertrouwd bezwerend croonende Molko. Het meeslepende 'Beautiful James', genderonduidelijke relatie-/liefdesong, teder zwevende techrocker op een bedje van zware elektro en gitaren. Energieboost 'Hugz', rocker met fraaie synth-en gitaarmelodielijnen, bijna mysantrope mijmering over de dualiteit van een omhelzing, verbergen versus intimiteit. Het schitterende 'Happy Birthday in the Sky', midtempo, met pakkend refrein en shoegaze-outro, Molko's emotionele verjaardagswens voor afgestorvenen alom, daarbij ook nog donkerweg "I want my medicine, give me my medicine"-declamerend.

Dan verrassende switch, het voor Placebo atypisch blije 'The Prodigal', een door orkest en strijkers gedragen song met stuwende pizzicato's en deinende tegenbewegingen, simpelweg een bitterzoet nummer over sterven. Het dramatische 'Surrounded by Spies', mysterieus propagerend opstartend, uitbloeiend in steeds hevigere percussie, waanzin onder een duister gesternte, Molko's vrijheid door de lens van paranoia, privacy uitgehold en gestolen door de je omringende samenleving. Het melodieuze 'Try Better Next Time', Moeder Natuur is extreem moe geworden van zijn bewoners. Op aanstekelijke bijna poppy groove voortmarsjerende rouwzang voor een wegzinkende mensheid. 'Sad White Reggae', een stevig upbeatnummer met lekkere basgroove en energieke gitaren.

'Twin Demons', op regelrechte Kings of Leon- groove kolkende hitrocker, yoga-geïnspireerde song over de dubbele demonen van verslaving en depressie. 'Chemtrails', prachtig opgebouwde en geinstrumenteerde postpunker. Molko's fuck-you aan de Brexit, reden ook van zijn definitief vertrek uit Engeland. In de dramatische pianoballad 'This Is What You Wanted' gaat Molko in dialoog met zichzelf. Boodschap: schuif je fouten niet af op anderen. Het ingetogen ritmische 'Went Missing', mooie ballad met veel bespiegelend parlando van Molko over zijn manier van zijn en overleven in relaties, in een wereld vol drugs, verslavingen en ziekten.
De kaakslag 'Fix Yourself', het zoemende anti-'Fix You'-Coldplay-nummer, waarom mensen willen repareren, laat ze zelf eerst eens nadenken!

Placebo is muzikaal nooit de weg van hun tijdsgenoten-Britpoppers ingeslagen, steevast volgden ze de compexere richtingen als die van The Cure, David Bowie of Lou Reed. Zoveel jaren later kunnen ze zo nog steeds gezwind tot aan de pieken van hun muzikale himalaya vol toppers geraken. Zoveel ouder en wijzer warmen ze er zich nog steeds aan hun heilige vuur. Vitaal en relevant als nooit tevoren.

Pokey LaFarge - In the Blossom of Their Shade (2021)

poster
4,0
Van het vele muziekmoois dat de pandemie inmiddels voortbracht hoort dat van Pokey LaFarge uit Illinois wel bij het meest exotische. Tot Jack White hem opviste en voor onze contreien nog steeds, was het een goed bewaard geheim, die muziek van Pokey LaFarge. Nochtans is z'n nieuwe een en al fantasie, retro, warme gezelligheid, hetgeen dan ook spontaan aanzet tot de danspasjes zoals op de plaathoes van 'In The Blossom Of Their  Shade'. Pokey gaat er gewoon nostalgisch tegenaan, back to basics, zomaar terug naar de tijd van vóór de seventies, ook zelfs helemaal tot bij de Hank Williamsen of de Fats Domino's.

Vleugje Jd Mc Pherson, Tiny Legs Tim, The Beatles zelfs, heerlijk opduikende CCR-gitaarriffs, volop melodische en ritmische hooks, leuke honky tonkpianotoetsen, orgel, pedal steel. 't Is allemaal zwoel en vol beweging.

Als een meester-muziekshaker weet hij met heel veel stijl tussen van alles en ongelooflijk nog wat te jongleren, dit dan te hersmeden tot sterk, meeslepend eigen geluid. Pop, r&b, rockabilly, rock & roll, doo-wop, caribbean calypso, reggae, swingjazz, country, folk, niets is veilig, het zit hier allemaal in. Vocaal hoor je een hoog Benjy-Ferree/Jake Bugg/Kevin Morby-stemgeluid met in een sha-la-la sfeertje harmonisch meeneuzende achtergrondkoortjes, handklapjes en ooh-aah's.

Topnummers : de reggae-opener 'Get It 'Fore It's Gone', zo surrealistisch zorgeloos zomers als wat. De ritmische calypso-tex-mex, het in creools Spaans gezongen 'Me Ideal'. Het bevat ook de plaattitel : 'Make siesta love in the blossom of their shade'. Het als  'Wooley Bully' opstartend, almaar CCR wasemend 'Fine To Me'. De swingende, vingerknippende rockabillysong 'Rotterdam', de met a cappella backing vocals gezongen Creedence chooglin' song  'Killing Time'

Het lijkt warempel op een verre vlucht die songs allemaal, dat nostalgisch verlangen naar vroeger, weg van vele verschrikkingen van deze tijd. En inderdaad Pokey had tijdens de lockdown wat duiveltjes te bezweren. Diep als ie zat vond hij juist toen de broodnodige ruimte om zich in stilte te herbronnen, om erna meer zelfverzekerd weer op te staan. "Ik kon herbekijken wat ik doe en waarom ik het doe. Met wie ik het moet doen en vooral voor wie."  Pandemiefrustratie leidde zo tot ontdekking van de zalvende old-schoolmuziekjes van de generaties van ver voor Woodstock.

Vreemd toch -of juist leuk!- dat alle problemen van de wereld zich hier dan toch in een bijna onverenigbaar jasje van vrolijke deuntjes en romantische liefdesmuziekjes kunnen presenteren. Opbeurend kan je veel van de lyrics nochtans bezwaarlijk noemen. Het veelbetekenende slotlied 'Goodnight, Goodbye (Hope Not Forever)' bevat misschien tekstueel toch een positieve eindnoot. Maar voor het overige is het vanuit onbehagen overschakelen naar verzonnen utopisch verlangen. Neem nu dat surfrockende 'Rotterdam'. Het Goede Doel twijfelde dan vele jaren voorheen nog diep over België. Pokey gaat resoluut voor Nederland als het ultieme paradijs voor vluchtende  Amerikanen.

Neen, hoe dan ook, dit hier is een regelrechte  aanrader. Wars van de lyrics, zit het zalvende hem precies, totaal en duidelijk, in de verpakking van de levendig rondspringende songs en hun tijdloze sound. Dit is een verslavend geurige bloesem, een zeer verfrissend album!

Psychedelic Porn Crumpets - Carpe Diem, Moonman (2025)

poster
4,0
De Australiërs van de Psychedelic Porn Crumpets scoorden verleden jaar uitmuntend op Rock Werchter met de energieke wijze waarop ze stormenderhand het podium van The Slope innamen. Psychedelic Porn Crumpets - met klemtoon op het eerste deel van de naam - , waarvan kwatongen beweerden dat ze elkaar via hun wederzijdse drugdealer leerden kennen.

Psychedelic Porn Crumpets - Rock Werchter 2024

En zie, hier is de cool psychedelische bende van opper-guru Jack McEwan alweer, met een flitsend, mooi gedoseerd nieuw album, 'Carpe Diem, Moonman'.

De vooruitgeschoven singles, het rauwe stonersalvo 'Another Reincarnation', de even intense booster 'March On for Pax Romana' en de superleuke doordrammer, extatische half-parlandosong 'Weird World Awoke' waren al helemaal de bevestiging van hun gekende perfect in de hand gehouden verwarring. Een blitz-start en hop, onmiddellijk de wilde achtbanen op van meedogenloos psychedelische rock aan een verschroeiend mitraillerende snelheid, een en al complexiteit, vol ongebruikelijke ritmes en gitaarlijnen. Nog van dat met de echoënde grunge van 'Incubator (V2000)' of de broeierige knaller 'Out of the Universe Pours', alle passen ze precies in het heel directe rijtje.

Hun wervelende sound vol ideeën is trouwens aangenaam verwant aan hetgeen ook hun landgenoten, de experimenterende genieën van zowel Tame Impala als King Gizzard & The Lizard Wizard presteren, al inspireren de Crumpets zich ook op The Beatles en klassieke rockers als Led Zeppelin en Black Sabbath. Ze schilderen intens vanaf een gevarieerd palet vol kleurige popklodders, met weelderige woeste geluidsmuren, ze strooien hardrock-, stoner-, progrock- en metaltoetsen, tot en met experimentele jazz-elementen van het beste soort.

Er zit niettemin overal voldoende zuurstof in dit avontuurlijke album. 'Carpe Diem, Moonman', aldus McEwan, blaast je dus de ene keer de poort uit, dan weer word je meegenomen voor een ritje en nog een andere keer kom je gewoon op een leuke, boeiende plek terecht.

Onder die laatste ressorteren zeker het verfijnd twinkelende 'Qwik Maff', een staaltje van heel subtiele mathrock of helemaal tussen de rookslierten de rust en ontspanning van het dromerige 'As the Hummingbird Hovers'. En evengoed die andere pakkende psychedelische popsong 'Scapegoat' of de verademende oase 'Winter in Parachutes' dat inderdaad even gezellig sleept als een akoestische Oasis.

Biezonder tenslotte is ook die lange experimentele afronder 'Concrete & Cola'. Weelderig, ruimtelijk, vol aangename effecten als recht uit Pink Floyd's 'Atom Heart Mother' en met fluitende vogeltjes gaan ze de plaat uit.

Met Psychedelic Porn Crumpets heeft Australië er nog een grootse, al te weinig gekende live-band bij. Die staat met zoveel flair garant voor een opwindende mix van snuggere composities voor gitaar en synthesizer. Ze maakten met 'Carpe Diem, Moonman' een geïnspireerd album vol melodie, gelaagde harmonieën, stevige ritmes en verse wervelende transcenderende trips om met z'n allen op te raven. Enthousiasme is verantwoord.

Line-up:
Jack McEwan - zanger-gitarist
Luke Parish - gitarist
Wayan Biliondana - bassist
Chris Young - toetsenist
Danny Caddy - drummer