MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Mad Daddy - Mad Daddy (2021)

poster
4,0
Zo ongepolijst, gruizig en recht voor de raap hoorde je je rock and roll dit jaar nog niet. Tussen The Stooges, Jon Spencer en Mötörhead. Met de bluesharmonica op een prominente plaats. Superleuk dit!

Madness - Theatre of the Absurd Presents C'Est la Vie (2023)

poster
4,0
The Selecter, The Specials, Madness, samen verantwoordelijk voor de knotsgekke Two Tone-soundtrack van een vervlogen tegencultuurgeneratie. En voor 'House of Fun', 'Baggy Trousers', 'Our House', 'One Step Beyond' of nog andere van die vierkantspringende eighties-skashits van onze Madness-maatpakkenmannen kan je vandaag nog steeds naar hun immer enthousiaste liveoptredens toe. Weet evenwel tegelijk, het huidige Madness is echt toch nog veel meer dan hun loutere adhd-hitmachine. Heel soms, zoals hier tot onze verrassing, weet het gezelschap zelfs helemaal boven zichzelf uit te groeien. Want neem nu dit immens intense nieuwe 'Theatre of the Absurd Presents C'est la Vie'. Dat is het waarin onze sierlijke klassebakken intussen zijn aangeland, in het comedytheater van hun leven. Als vanouds met een hele hoop kunstige madness, maar hier verpakt in zo theatraal mogelijk paraderen in een decor van een duister en koud Victoriaans cabaretzaaltje. Het olijke zestal gedijt er als de besten. Op dit 'C'est La Vie' performen ze bijna een uur vol in een ultieme maffe angstsuite in drie bedrijven. Samuel Beckett zit in de proloog, er is ook een epiloog en erbovenop een heuse master of ceremonies, Martin Freeman van The Breeders. Hun 'wreedste comedy', zo horen we, als perfect tegengif voor al de chaos uit hun net verlopen jaren. Het werd dan ook in coronatijden opgenomen in een industriële loods in het Londense Cricklewood.

Op onnavolgbaar filmische wijze, bekkentrekkend en capriolerend, exploreert frontman-zanger Suggs er de sfeer, de irritaties en de sociale craziness van de Londense way of life en bij uitbreiding van het diepgezonken Engeland. Dit alles in schitterende donkere Dickensiaanse lyrics die, volgens eigen zeggen, inspiratie vonden bij het cynisch observatievermogen van opperkink Ray Davies.

Met tuurlijk ook nog die vijf andere gedreven acteurs, allen even verantwoordelijk voor de sensationele collectieve tour-de-force. Samen ook de volledige line-up notabene van Madness' debuutalbum 'One Step Beyond'. Naast zonnebrilman Suggs, toetsenist Mike 'Barso' Barson, bassist Mark 'Bedders' Bedford, gitarist Chris 'Chrissy Boy' Foreman, drummer Dan 'Woody' Woodgate en saxofonist Lee 'El Thommo' Thompson.

In een wereld afgesloten van de podia brouwden ze met de hen kenmerkende humor, flair en melancholie een massa sterke, geweldig georkestreerde songs die vooral in zijn geheel steeds dieper onder de huid gaan. Het titelnummer 'Theatre of the Absurd' al, in Suggs' sappigste, lijzigste Engels, dient als voortreffelijke creepy inleiding. Het beukende, grappende, kermisorgelende 'If I Go Mad' daarop, is de eerste coronasong in een reeks, volledig in samenzang illustreren ze hun ziekmakende lockdownisolatie. Een lichte oprisping van verfijnde ska laait op in het fraaie maar duistere 'Baby Burglar', over een buiten de wet levende jongere. Dan tijd voor een bijna Madness-klassiek door piano voortgejaagd 'C'est la Vie', de ergernis van Suggs, die voor zijn krom Frans ongetwijfeld even bij Sandra 'J'aime, j'aime le vie' Kim in de leer moet zijn geweest. Veel beter deed dan Helen Mirren het in haar video, waar ze ter ondersteuning van het album de hele fraaie tekst van de song, koket Frans incluis, op zijn dramatischst debiteert.

Op 'What on Earth Is It [You Take Me For?]' valt ineens Thompson heerlijk op met zijn sloom giftige praatzang. In de dreigende ballade 'Hour of Need' passeert de behoefte aan contact en liefde tijdens de pandemie en streelt je, naast de andere grootse vioolopsmuk, aanhoudend een spervuur van vinnige pizzicatosnaren. Volgt met 'Round We Go' de zonnigste popsong , met vooral piano, sax en weer die sterke vocale prestatie van Suggs. De alarmende shanana-song 'Lockdown and Frack Off' fulmineert vervolgens over het rijk worden in de Britse pandemie.

Topper ongetwijfeld is het introspectieve 'Beginners 101', af van begin tot einde, met andermaal hoofdrol voor die lekkere sax van El Thommo. In het epische 'The Law According to Dr. Kippah', etaleert hij aansluitend nog eens zijn zangkunsten. Zalige discostamper dit, geheel op de wijze van Sparks.

Pink Floyd aandoende doemtitels ook in 'Is There Anybody Out There?' of in de extreem ritmische raprocker 'Run for Your Life', laatste als met Ian Dury en Talking Heads samen opzwepend met het sextet verenigd. Meer wrang pandemiegevoel in 'Set Me Free (Let Me Be)'. De lockdown en opgesloten zijn in spooksteden, waar enkel schreeuwen helpt je te bevrijden van de claustrofobie.

Nachtbar-honky-tonk en klagende sax van de huiveringwekkende afsluiter 'In My Street' kleurt het ontluisterend portret van het Londen anno 2023, iedereen klaagt, maar wacht toch gewoon af. Niettemin, na een heel hels uur, worden de zes acteurs in de arena op een groot, oververdiend applaus onthaald.

Want Madness inderdaad, wie had ze na hun weergaloze 'The Liberty of Norton Folgate' nu nog op deze wijze verwacht? Wij ook niet, maar Suggs & Company zijn nog steeds alert en scherp genoeg voor dergelijke grandioze carnavaleske fun. De zwetende en springende skadanspasjes zijn nu meer verruild voor een perfect samenhangend conceptalbum met ongehoorde songs en stijlen waar je zelfs best even voor gaat zitten. Maar vervolgens blazen ze je toch wel letterlijk weer weg met deze nieuwe beresterke playlist prachtig afgewerkte feelgoodpop en -rock nieuwe stijl. Alles zelfgeproduceerd bovendien, want het album had nu eenmaal al zijn tijd om organisch te groeien tijdens die vermaledijde lockdown.
Dit is bijgevolg iets voor Madness-adepten die net zo flexibel in hun vel zitten als zijzelf, die samen met hen de switch naar deze coole dertiende zullen willen maken en er in de beats vlug hetzelfde kloppend Madness-hart zullen terugvinden. Dit Madness in het Theatre of the Absurd, andermaal schoolvoorbeeld van waardig ouder worden. C'est ça, la vie!

Madrugada - Chimes at Midnight (2022)

poster
4,0
Madrugada, Spaans ochtendgloren, nieuwe dag, begin van nieuw leven… Komt zo aldus verrassend in het hier en nu net zo de Noorse band met die naam weer opduikelen en vol zelfvertrouwen heropstarten. Toch wel een eeuwigheid geleden, bijna. Betreurde hoofdrolspeler, gitarist-songwriter Robert Burås was in 2007 al overleden, Madrugada's laatste plaat dateerde ook alweer van 14 jaar terug. Maar het succesvol touren n.a.v. hun 20-jarige klassieker 'Industrial Silence' in 2019 bracht de groep toch weer in een stroomversnelling en de opnamestudio.

Madrugada, band die gelukkig ook vandaag nog steeds perfect komt samen te vallen met een weidse sound, dromerige sferen, wat sombere melancholie en een uit de duizend herkenbare, unieke zang van die andere charismatische spilfiguur, frontman Siver Høyem. Zit die man nu hoog of heel laag, zingt hij solo of in groep, altijd klinkt zijn timbre zo hartverwarmend mooi. Maar verwacht met deze doorstart nu ook weer niet een doorslag van 'het oude Madrugada'. De vroegere songwriter Borås wordt door iedereen gemist, zeker. Twee nummers op deze 'Chimes At Midnight' vonden trouwens nog hun oorsprong bij hem, het hier goed passende 'The World Could Be Falling Down' en het slowrockpareltje 'Slowly Turns the Wheel', met hoog uithalende Høyem en de mooi presence gevende podiumgitaristen Salsa en Knutsen. Nu krijgen we van dit kwintet, vergeten we dus ook Frode Jacobsen's bas en Jon Lauvland Petterson' drums niet, goed opgebouwde, best lange songs, veel ballades die telkens in hoogtepunten uitmonden en die muzikaal met weelderige, zelfs met strijkers ingeklede arrangementen zijn toegerust. Zo start direct al het pakkende loungy 'Nobody Loves You Like I Do' met de vertrouwde en opstuwende wisselwerking van stem, gitaar, bas en drums. Wees evenwel gewaarschuwd, dit Madrugada gaat hoogstens mid-tempo. Minder rockstandaarden dus, maar daarom krijg je nog steeds geen Demis Roussos. Ook tekstueel is het onloochenbaar lichter, met behoorlijk in romantische liefde en passie gedrenkte lyrics. Wennen dus zeker ook aan de afgenomen cryptische poëzie en aan de introductie zelfs van 'la la la's'. Maar all correct, werden ook niet tal van anderen tijdloos met 'I Love You Yeah Yeah's' en gelijkaardig even meligs? Het belangrijkste bij de volgende draaibeurt is dat die 'Madrugada nieuwe stijl' al is doorgegroeid, dat alles vloeiend vervlochten raakt in de kersverse, altijd van prachtmelodieën voorziene composities.

Ook 'Help Yourself to Me' is een melodieus meesterwerkje. Het duistere 'Stabat Mater', met koorrefrein opstartend, heeft, naast piano, dan toch iets meer elektriciteit tussen de lijnen. 'Empire Blues', schoon, maar eerder typisch Høyem-solo-nummer. 

Hier beleven we de hergeboorte van een sowieso nog steeds betoverend Madrugada, dat in plaats van het krieken van het ochtendgloren wel duidelijk meer sensueel avondrood en zelfs 'Dreams At Midnight' oproept. Effe plooien dus, maar toch beslist een heel mooi weerzien.

Manchester Orchestra - The Million Masks of God (2021)

poster
4,0
Je hoort een indierockband schitterend op dreef. Ze zingen over de hoogten en laagten van 't sterfelijk leven. Zo klinkt ook hun muziek. Uitgebalanceerde dynamische rocksongs, hand in hand met de ingetogen meer acoustische pareltjes. Moest nu eens denken aan Gomez en Mumford & Sons, dan weer aan de voices van Band of Horses en Passenger. Mooie referenties.

Måneskin - Teatro d'Ira: Vol. 1 (2021)

poster
4,0
Alsjeblief, pikt Italië met Måneskin zojuist met een rocksong de Songfestivaltrofee in! Al staat deze nieuwe van hen mijlenver van het gelauwerde Italiaanse songbook opgebouwd door de Ramazotti-, Cutugno-, Conte-, Tozzi- en Zucchero's, al komt het werk van Celentano hierin misschien nog in de buurt, klasse heeft ie wel. Nee, het gaat hier om piepjonge ambitieuze springers met felle frontman die op eigen houtje het rockidioom van hun idolen omarmen en in hun moerstaal bewijzen dat de Italiaanse rock toch wel zeer sterk is gegroeid. Eerste single van de plaat, 'Vent'Anni' was al een voltreffer, song vol levenswijsheid voor twintigjarigen van nu, majestueus aanleunend bij de gekendste rockballad van Metallica. Hun winning song beukt op ditzelfde élan verder, fraai toegeëigende rock van 30 jaar terug. Ook 'Coraline' leent structuur en opwinding van Led Zeppelin's grootste classic. Soit dit allemaal! Ze schreeuwen het met zo'n ontwapenende verbetenheid uit, ze pakken je tijdens de intimistische momenten zo in, dat je nu al wacht op hun Vol.2. Maar die dan volledig in 't Italiaans, graag! In alle geval een winnaar van 't Songcircus die niet al na een week is vergeten!

Manic Street Preachers - Critical Thinking (2025)

poster
4,0
Je hebt van die bands die bij iedere nieuwe release altijd blij de oren zullen doen spitsen. Zo komen dus ook hoopvol met hun vijftiende reguliere album de Manic Street Preachers weer binnen. Een ovenverse 'Critical Thinking' en, je voelt het zo aankomen, andermaal een afwisselend menu van verfrissende rock, punk en pop zoals alleen zij die kunnen blijven maken. Een grijzend trio nochtans al dat in de vroege nineties ooit wild, ruig en geëmotioneerd om zich heen sloeg en provoceerde tot op het podium vóór Fidel in Cuba. Een gezelschap dat met hun 'Motorcycle Emptiness' niet alleen het statement voor hun generatie schreef, maar dat met hun massieve gitaarsound ook de rockmuziek mee deed herboren worden, dat daarbij met hun opeenvolgende hitsingles altijd welbewust de geschiedenis in de achtergrond in de gaten hield. Ze zijn er dus nog en ze bemoeien zich nog steeds met wat er in hun wereld omgaat, reflecterend en met nog voldoende angryness in de aderen bovendien. Vooral Nicky Wire ziet er nog uit als een echte gebrilde rockstar in pak, maar uiteraard zijn ze nu als royale vijftigers matuurder en daarmee intussen muzikaal ook van heel veel markten thuis.

Er zit gestroomlijnde power in die machinebeat en bas van die onverwachte opener, het aanvurende titelnummer. Een new wave-geinspirireerde song haast, met zowaar ook nog eens Nicky Wire aan de micro met zijn lijzigste pissed-off-parlando, rappend en gloeiend improviserend over de teloorgang van 's werelds kritisch denken.

Met 'Decline & Fall' licht vervolgens de albumcover ineens sterk op. Een song als een eindeloze mentale roadtrip omwille van de kronkelende hersenspinsels waar ook de band mee worstelt. En hiermee komen de vertrouwde Manics pas echt in stelling. Almaar doorratelende drums, een hemelse ABBA-piano-riff voor de eeuwigheid en bovenal zanger-stergitarist Bradfield's onverslijtbare gitaargeluid, met daarbovenop zijn vertrouwde messcherpe vocale uithalen. Supersterk.

Het haastige 'Brushstrokes of Reunion' laat zich bewonderen vanaf zijn Manics-klassieke openingsriff en in zijn prachtige keyboardinstrumentatie. Een hoogst persoonlijke song van Bradfield, hoogzingend over een overgebleven schilderij dat hij van zijn stervende moeder kreeg. Over de gevoelens van nabijheid, verlies en pijn die zoiets blijft oproepen.

Met 'Hiding in Plain Sight' nu ook een intieme song van Nicky Wire. Nostalgisch in de spiegel kijkend realiseert hij zich wat zo intussen al definitief voorbij is. Klinkt daarbij even ingetogen en verfijnd als het beste van The Go-Betweens. Sublieme song die gaandeweg zo mooi wordt ontsloten door Bradfield's gitaar en -solo's.

'People Ruin Paintings': hop en vertrokken voor nog maar eens een bevallig zwaar Bradfield-gitaarmotief. Opnieuw een van die sprankelende, montere gitaarsongs die illustreert hoe de Manics zich intussen vrijwel blindelings vinden. Laat de natuur en de wereld maar beter zichzelf zijn in plaats van er kriskras doorheen te lopen én hoe je dit muzikaal helemaal weids vertaalt en alles dan nog even groot blijft in al zijn soberheid. Niet in het minst door die heerlijke, tot aan het summum erdoorheen zwevende Bradfield-vocals .

'Dear Stephen' van Nicky Wire is een weloverwogen liefdesverklaring naar The Smiths, naar aanleiding van de troostende postkaart die hij als kind ooit kreeg van Morrissey na een wegens ziekte gemist optreden. Met Bradfield hier zijn gitaar wringend als een echte Johnny Marr, een metafoor voor blijvende liefde voor ogenschijnlijke futiliteiten en het in perspectief plaatsen van al het voorbije dat je toch nooit zult loslaten, omdat het zich voordeed in een persoonlijk belangrijke levensfase.

Het zalige 'Being Baptised', glinsterende parel van een gitaarsong die gelaten wegdrijft als de nu weer tot rust gekomen Mississippi. Waterklatering en reverbgitaar. Bradfield vertrekt van de dag die hij doorbracht met de door hem geadoreerde Allen Toussaint. De legendarische r&b- en soulpianist dacht toen minzaam terug aan die rampdag waarop de goden zijn hele hebben en houden en studio 'onderdoopten' met het dodende orkaanwater van Katrina.

Het teder klagende 'My Brave Friend' refereert kwetsbaar aan een overleden dierbare. Nog zo'n topsong waarin de Manics je op schitterende wijze weer helemaal nostalgisch terug de nineties doen inslowen.

'Out of Time Revival', keert zich dan tegen pretentieuze verklaringenzoekers voor die massa nonsens zwervend om je heen. Song die met zijn synths regelrecht naar de eighties terugvoert.

Als energieshot naar het einde toe wat meer uitgesproken grootse drums en andere direct inslaande onstuimige actie, gelijklopend met een etherische aankleding. 'Deleted Scenes' dus. Over in de groei naar volwassenheid kritisch leren terugkijken op fouten uit het verleden.

De neerslachtige rust van het herfstige 'Late Day Peaks' is ook letterlijk een piekmoment. Alle paniek voorbij schept zijn warme lyriek hoop voor wat in de wereld zo verkeerd loopt. 'Er komt zicht op een lang verloren gewaande weg en een enkele vogel zingt een lief oud lied.'

Het repetitief punky 'OneManMilitia' is als afsluiter helemaal op zijn plaats en wordt net als de opener aan een combatieve Wire overgelaten. Back to basics, desolate vocals debiteren als een mantra old skool Manics' slogans. Gekruid worden ze met Moore's drums (die hoorbaar aan 'No Fun' van Sex Pistols refereren) en met Bradfield's nihilistisch klinkend gitaarspel. Freakend gaan de Preachers met dit anthem samen de nacht in en finaal ook helemaal de plaat uit.

Manic Street Preachers staat nog steeds scherp, krachtig, vastberaden en strijdbaar. Hier spelen drie gedreven bandleden zonder ego die elkaar al zo lang door en door kennen. Ze grossieren in creativiteit, discipline, energie en spelvreugde en genereren daarmee als vanouds en zonder doorslagjes verslavende Manics-melodieën.

Hun albums komen al jaren aanrollen in steeds wisselende golfbewegingen. Deze keer zijn de drums, de soundscapes en de texturen globaal wel minder prominent aanwezig. Maar altijd present is de vertrouwde gitaar en die fantastische messcherpe stembanden van topgitarist, opzwepende topzanger James Dean Bradfield. Al zingt een trekkende Nicky op dit 'Critical Thinking' voor het eerst meer dan ooit.

Ze maakten een groot album met twaalf korte betekenisvolle muziekstukken die er ook alle toe doen. Ze zijn voor de Manics-smuller bovendien voorzien van weer een nieuwe voorraad anthems en eersteklasmelodieën. Veel eighties referenties daarbij ook naar de era van indies als The Smiths, Echo&The Bunnyman, Gang of Four, PiL en anderen.

De lyrics zijn hier des te meer voortreffelijk en verdiepend, zowel heel brutaal als intimistisch. Vijftigers die een stand van zaken opmaken en nog tegelijkertijd bijten en hoop en verbinding geven aan wie dreigt op te geven. Dergelijke mannen hebben we dus nodig, want de Manics zijn nog helemaal bij de tijd. Een sterk album zonder meer en een antidotum voor warrige tijden, daarenboven nu al toepasselijk met de 'Plaattitel van het Jaar'.

Manic Street Preachers - The Ultra Vivid Lament (2021)

poster
4,0
Met 14 studioplaten op de teller, een mens zal het zich afvragen. Bah, die zullen intussen toch wel allemaal inwisselbaar zijn geworden? Welnu, neen, integendeel, de Manics kennen er nog steeds alles van!  Wel neen, integendeel, dit album staat werkelijk vol schitterende karakteristieke Manic-nummers die er zelfs nog meer dan op hun vorige goede releases allemaal toe doen.

Zal je je veel eerder afvragen, waar blijven ze verdorie die boeiende melodieën toch weer vinden? Want de skip-knop die laat je sowieso gewoon onaangeroerd. Zelfs als deze keer de totaliteit ook veel poppier over komt. Zeker maar dat ze ermee wegkomen. Terwijl ze daar, in zowel 'Orwellian' als 'The Secret He Had Missed', een herkenbaar ABBA-piano-riedeltje uit de duizend hebben ingelast en die prima gaststem van Julia Cummins, dat die toch op en top ABBA is. Of het grootse 'Afterending', met het meewiegende la-la-la-koortje, da's een regelrechte ABBA-iaanse afsluiter. De mannen hebben dus voor een keer de piano gewoonweg een prominente plaats gegeven. Op het lichtjes fantastische 'Diapause' steken ze er ook nog wat echo bovenop.

Tegelijk zijn ze in hun lyrics nog steeds verre van oppervlakkig, ze blijven bevlogen en hun oude kritische zelve. Hier natuurlijk hier geen verbijsterend vitrool meer zoals bv. op hun meesterwerk  'The Holy Bible'. Maar een nummer als 'Orwellian' neemt met Orwell als tussenweg dan weer nog steeds al het bedenkelijke van de Engelse samenleving, hun biotoop, danig op de korrel.

En dan die unieke stem van James Dean Bradfield, de haters ervan hebben hier intussen al lang afgehaakt, die doet de plaat alleen maar weer vol als Manic Street Preachers klinken. Door de tijd gepolijster die stem, maar even krachtig nog als op hun eersteling Generation Terrorists. Ook in het akoestisch ingeleide tweede duet, schoon samen met kelderstem Mark Lanegan, brengt Bradfield het er, net als Lanegan overigens, schitterend van af.

Geef dus, zoals veel Manic- en Bradfieldplaten, ook dit album maar weer wat tijd om te groeien. Het begint misschien wat sombertjes met het sterke 'Still Snowing In Sapporo'. Maar het bruist in z'n geheel van vitaliteit. En dat is toch wel wat na bijna 30 jaar. Jazeker, blijven uitkijken dus naar elke nieuwe release van de Manic Street Preachers. Want deze hier is nogmaals een fraai statement van relevantie.

Manu Chao - Viva Tu (2024)

poster
4,0
17 jaar verdwenen uit de winkelrekken en het zicht van de grote media en daar is hij weer, José Manuel Tomás Arturo Chao Ortega, alias Manu Chao. Waar hij dan al die tijd wel was daar hebben we het raden naar. Enerzijds leeft hij sowieso al altijd wat mysterieus in het verborgene en zal je hem bovendien minder ontmoeten rondom de mega-tempels van de grote pop- en rocksterren. Hoewel hij die allemaal wel probleemloos kan vullen, draait hij veel liever de kleine wegen in naar die kleinere, betaalbare, meer intimistische festivals en zaaltjes waar hij, ritmisch zijn akoestische gitaar aanslaand, kan genieten van het moment en het contact met zijn gelijkgestemden. Anderzijds is hij tot in de uithoeken van het Amerikaanse en zelfs Aziatische continent zeker nog steeds een van de meest beluisterde Franse artiesten ter wereld, met miljoenen volgers onder oud en jong. Jongeren met wie hij overigens via de moderne sociale media slim en continu contact houdt, waarlangs zijn tophits als 'Me Gustas Tu', 'Bongo Bong' en 'Clandestino' dagelijks nog massaal gestreamd worden.

De fleurige lay-out van zijn nieuwe album die is nog geen haar veranderd. Het palet kon dan ook zo van het hitalbum 'Clandestino' zijn. Met 'Viva Tu' pakt de geëngageerde wereldreiziger met zijn eeuwige smile van oor tot oor dus simpelweg de draad weer op.

De songs op het album vloeien in al hun diversiteit toch naadloos in elkaar over. Net als zijn multiculturalisme spat ook muzikaal de harmonische veelkleurigheid er weer van af. Genres en talen, ze wisselen elkaar af, telkens in hun eigen sfeertje. Een hybride plaat dus vol folk-, wereldmuziek, bliepjes en samples, latijnse klanken en warme repetitieve ritmes als flamenco, rumba, cumbia, reggae, verder met chanson, country, pop en uiteraard de punk à la zijn vroegere Mano Negra of Les Négresses Vertes.

Opener, het minimalistische 'Vecinos en el Mar' grijpt je in zijn ontwapenende eenvoud aan vanaf de eerste noot. Chao in een ontroerende Zuid-Amerikaans aandoende samenzang over immigratie - 'de buurman daar in de zee op zoek naar zijn weg' - en de verblinde wereld op drift. Een volkslied haast, door hem in Athene geschreven samen met Koerdische vluchtelingen.

Ontspint zich aansluitend het ontspannen wandelend 'La Couleur du Temps', regelrecht uit het klassiek Frans chanson, stijlvol, een pessimistische bespiegeling over een waanzinnige wereld.
Op de voet gevolgd door het huppelende dansritme van 'River Why', de opdrogende rivier als strijdlustige metafoor voor de gevaren van neoliberalisme.

Nog intenser wordt de titelsong 'Viva Tu'. Deze gezondheidsgroet is een hemels ritmische mengelmoes van rumba, flamenco en spetterende percussie. Manu Chao die het gemeenschapsleven met zijn buurtgenoten in Barcelona volop in het zonnetje zet. Even spetterend als pophit 'Borrequito' indertijd van Peret en tegelijk volbloed Manu Chao.

In de Amerikaans swingende rootscountrysong 'Heaven's Bad Day', westernmondharmonica, handclaps en wasbord inbegrepen, gaat hij opmerkelijk in duo met zijn 91-jarige zielsgenoot, country-legende Willie Nelson. Jawel, gewoon blijk van diep wederzijds respect hier tussen twee wereldburgers.

Met het ritmisch gescandeerde 'Tu Te Vas' breit hij er nog een tweede dynamisch duet aan vast met de gevocoderde Laeti. Laeti zingt in het Frans, Chao geeft weerwerk in het Spaans.
Hoewel in het Portugees gezongen is de roep van de zee in 'Coraçao No Mar' met zijn massa hooggetokkelde snaren even vurig Spaans-aanvoelend als even verder de stampende flamenco van het tegen de verwaandheid agerende 'La Colilla'.

Volgt ook de lieflijk intieme ballade 'Cuatro Calles' over het verlangen naar een hereniging. Piano en akoestische gitaren ingekleed met mooie Buena Vista-samenzang.
Nog zo'n fraai nummer, het stapvoetse 'São Paulo Motoboy'. Chao's eerbetoon in op elektronica wiegend parlando, waarbij hij zich even in de weinig benijdenswaardige schoenen zet van de brommerkoeriers in een Braziliaanse miljoenenstad.
In 'Tom et Lola' wordt het melancholisch verhaal van de love-story van Tom en Lola de aanzet voor een flitsende Franse accordeon-danser.

Met het zangerige 'Lonely Night' komt ook de pure reggae op het menu en net zo in 'Tantas Tierras', een lied over hoop in tijden van wereldwijde onzekerheid. Die afsluiter opent en sluit af met de waardige stem van de Argentijnse Carina Díaz Morena, al jaren voorvechtster tegen vervuilende megamijnbouw in haar land.

'Viva Tu' is zoveel jaar na datum toch weer een schitterende plaat vol vrijheid, blijheid geworden. Gevuld met die openlijke alegria en oprechte spontaniteit die deze verslavende dertien songs in een mum van tijd in lichaam en geest doen nestelen. De sound van het unieke universum van Manu Chao is zo vertrouwd, zijn nieuwe composities - who cares - hebben nu eenmaal hetzelfde dna als zovele van zijn vorige.

Hij blijft daarmee de atypische sociaal bevlogen zanger die houdt van zijn vak, uitbundige vrolijkmaker, geluksbrenger en spektakelman die met al de aanstekelijke golven op dit 'Viva Tu' weer het nodige heilig vuur zal doen ontbranden. Een verzuurde wereld heeft nood aan meer van dergelijke essentiële albums.

Line-up:
Manu Chao - zang, gitaar, productie
Lucky Salvadori - gitaren, backing vocals
Madjid Fahem - gitaar
Joan Garriga - accordeon, mondharmonica
Mickey Raphael - basmondharmonica
Mauro Mancebo, Chalart58 - percussie
Josep Blanes - trombone
Marita Pereji, Pupa Congo, Soraya González García - backing vocals
Willie Nelson - zang op 'Heaven's Bad Day'
Laeti - zang op 'Tu Te Vas'
Carina Díaz Moreno - voordracht op 'Tantas Tierras'

Marillion - An Hour Before It's Dark (2022)

poster
4,5
Met Marillion's twintigste krijg je een album van een aangrijpende schoonheid, met een verheven boodschap. Hun 'An Hour Before It's Dark' komt verrassend toegankelijk uit de lockdown en klinkt vaak zelfs eerder vrolijk upbeat, ondanks die toch allesbehalve evidente onderwerpen. Na protestplaat 'F.E.A.R.' trakteren ze je nu op een reis doorheen tal van dimensies, individueel, humanitair, mondiaal. Creëren ze nu eens mistroostige, dan weer juist levendig troostende soundscapes. Gitarist Steve Rothery vormt weemoedig aan- en afkomende, echoënde of juist in verschroeiing schreeuwende gitaarlijnen. Drummer Ian Mosley beroert ingehouden of juist gepassioneerd aanjagend zijn percussie. Mark Kelly's ingewikkelde, luisterrijke keyboards en Pete Trewavas' donderende bassen, ja, ze laten weer heerlijk van zich horen.

Verdenk Marillion en vooral frontman-zanger-songwriter Steve Hogarth bij het scheppingsproces nog steeds niet van oppervlakkigheid. Hogarth heeft al zolang over zoveel zaken een mening en van zijn gedachten smeedt ie zomaar boeiende, eigentijdse poëzie alsof het een niks is. Die lyrics strooit hij met bij wijlen van angst dan weer met aanmoediging doortrokken krachtige zangstem gesticulerend in het rond.

Hier gaat het bij Marillion over eindtijden. Zeer symbolisch, dat laatste uur voordat ons aller speeltijd finaal voorbij kan zijn. Frasen vol droefenis enerzijds, vol warmte en hoop anderzijds, alles coherent verpakt in dit episch conceptalbum over leven in pandemische tijden en wereldwijd apocalyptisch lijkende veranderingen. Grandioos harmonische progrock die ons dus hier over de stand van de wereld bericht. Eminent tijdsdocument als groots weemoedig treurlied, dat ondanks onzekerheden toch hoopvol uitkijkt naar het licht.

Over de diepe gelaagdheid van dit album valt wel weer een boek op te zetten. Helaas, altijd slechts met subjectieve vertalingen die mogelijks maar even of zelfs helemaal niet zullen matchen in een ander, even enthousiast proggersuniversum.

Een als The Darkside of the Moon sterk aansprekende hoes bovendien, die in eenheid met wereld en beeldende kunst in deze aangrijpende Marillion-soundtrack zit verweven.

'Be Hard on Yourself,
(I) The Tear in the Big Picture',
(II) Lust for Luxury, 
(III) You Can Learn'.
Wat een indrukwekkende, directe intro met Floydiaanse orkesttonen, koorzang van het Choir Noir en Mark Kelly's galmende piano-aanslagen. Sfeervol reflecteren over ieders eigen materialisme, loslaten van verwaandheid en doorbijten. Want de wereld, werd het me een janboeltje wel.

'Reprogram the Gene
(I) Invincible,
(II) Trouble‐Free Life,
(III) A Cure for Us?'
Een vrolijke, ongekunsteld lieflijke ode aan de aarde, z'n onoverwinnelijke vooruitgang in wetenschap, genetica, vaccinontwikkeling, getrokken in een hoogst creatieve muzikale textuur, tussen rockende gitaren en solo's.
En heb je de toekomst gezien? Hij is groen, Marillion heeft naar Greta T. geluisterd. Sterk!

'Murder Machines', na z'n instrumentale voorloper 'Only a Kiss', een tragische pandemiesingle over ziekte die vermoordt via liefde en tederheid. Universeel tragische lyrics op een toch levendiger sound. Een empathische song om innig te omhelzen.

'The Crow and the Nightingale' of de dood en de schoonheid. Steve Hogarth's persoonlijke Leonard Cohen-tribute, naar verluidt. De piano opstartend als een zalig requiem en met weer dat hemelse Choir Noir en die glinsterende solo van Rothery. Meeslepend tot de laatste noot.

'Sierra Leone
(I) Chance in a Million,
(II) The White Sand,
(III) The Diamond,
(IV) The Blue Warm Air,
(V) More Than Treasure'
Filmische parabel, dromend over de waardigheid van een verloren Afrikaanse continent. Met visioen over de schitterende diamant, die tegelijk refereert naar de iconische plaatcover. "Hou hem voor m'n ogen. Starend naar de hemel, zie ik zijn kleuren splitsen en het licht verdelen. Het brengt me tot dromen dit, het vuur van binnenin, het paars, het groen, precies met laserflitsen doorschoten." Hoe gaat de mensheid ermee om, als op een dag die kleine man de allergrootste diamant opdelft. Moet dit niet een onschatbaar geschenk zijn van God? Of neen, schatten we eerder geldwaarde in, verkwanselen we het hoger symbool liever gauw op de markt van de meestbiedende?

Alle voorgaande muzikale wegen komen uiteindelijk meanderend samen in het finale 'Care'.
'Care
(I) Maintenance Drugs,
(II) An Hour Before It's Dark,
(III) Every Cell,
(IV) Angels on Earth'
Ultieme afsluiter en regelrechte klassieker. De engelen van deze wereld zitten niet in de muren van kerken, ze staan niet in een hall of fame, ze werken wel terwijl we allemaal slapen en ze brengen je terug naar huis. Een ontroerende suite in een prachtig vierluik, eerbetoon voor menselijke zorgsystemen wereldwijd en een memoriaal voor alle slachtoffers van de pandemie. Deze finale song dekt samenvattend integraal de lading van de plaattitel. Gevecht, dag op dag, ook voor de individuele patiënt, tot 'an hour before it's dark'. En weer die fonkelende aardse diamant, van de plaatcover, uit Sierra Leone? Mens, vind er je vrijheid in, ruil hem voor niets, zelfs niet voor de hemel!

Marillion, die levenslustige band zestigers die hier met gretigheid bewijst dat ze niet alleen nog steeds koningen van de progrock zijn, maar die je daarbij ook nog wat geweten schoppen. Cool! Een succesplaat als deze oogst je bovendien enkel door, je leuze indachtig, een lockdown lang zelf heel hard te zijn voor jezelf. Relevantie duurt nu eenmaal maar zolang als je laatste plaat. Maar wat een resultaat. Dus driewerf hoera. Hun 'Last Hour Before It's Dark' blijkt nog lang niet aangebroken. Meer, maakten ze nu zelfs niet een plaat voor alle prille Greta Thunberg's van deze tijd?

Epiloog. Ook de tijd, anno 2022, net vóór duisternis, die wakker houdt wegens bombardementen van waanzin, snakt hevig naar symboliek van kunstenaars als Marillion. Hun universele oproep om, al ware het in het laatste uur van verlichting, vernuft, gezond verstand, waarden, hart en ziel toch te laten zegevieren, zoals het hoort.

Mastodon - Hushed and Grim (2021)

poster
4,5
"We beleefden en ademden uw duizenden woorden. In uw slaap zullen we uw werk afmaken." Geweldig emotioneel gewicht torst deze nieuwe van Mastodon!

De plaathoes is al een voor Mastodon ongebruikelijk grillig en donker kunstwerk van oudgediende Paul Romano. Afterlife mythology. In het hart van de majestueuze boom is een geest verhuisd, Nick John, in afwachting van zijn opstijgen naar een nieuwe dimensie. Nick John, vriend-vader-manager-inspirator van de bands Mastodon en Gojira, overleed in september 2018. Voor Mastodon opnieuw een schok. De eerste verwerking van die mentale dreun was de hommage 'Stairway To Nick John' in 2019 (ook op Spotify).

Maar verstild en grimmig in hun gedachten bleef de geliefde John toch al die tijd verder rondwaren. Geholpen door de pandemie, kwamen ze tot een eigen, groots plan, een groepsverwerkingsplaat, gezamenlijke contemplatie over tranen, verdriet, pijn en bitterheid. Uiteindelijk meer dan een jaar lang verwerking en omzetting in woord en muziek. Het bracht de ziel van Nick John ook nu weer in elke vezel van elk nummer. Nu als 'Hushed and Grim', Mastodon's Requiemplaat.

Verhaal dat ze niet opstarten bij het fatale einde. Onbewust, organisch  becommentarieert en begeleidt Mastodon het hele stervensproces van een dierbare tot en met z'n transcendent uittreden uit het rijk der levenden. In bloedstollende poëzie schijven ze, als directe bewogen getuigen van Nick John's aftakeling, een indrukwekkend album. Helemaal niet bedoeld om extra-verdriet mee te oogsten. Wel in een poging om de donkere diepten die het album bevat te vertalen in positieve energie, als nagedachte voor de doden, als meerwaarde van troost en empathie voor de levenden. Zonder bullshit, eerlijk, refereert hun relaas aan hun eigen verstilling, maar evengoed ieders mogelijke oerschreeuw. Rijpe, volwassen beschouwingen maken dit 'Hushed and Grim', hoe somber soms ook, een uitzonderlijk Memoriaal.

Weet de band wel dat het album op basis van vermeend softe of te emotionele mindset wellicht niet overal zal ingevolgd worden, but who cares. Mastodon deelt in deze stand van zijn currculum een regelrechte mokerslag uit, als groep op de top van zijn kunnen.

Hier presenteert zich ook een heel ander Mastodon, voor het eerst met een monster van een conceptdubbelalbum, met voor z'n 15 perfecte, doorwrochte songs toch een adembenemend comfortabele zit van 86 minuten. Voor hun eerste album sedert maart 2017 namen ze alle tijd, hadden ze mateloos energie en uiteindelijk zoveel goed inlevend klankmateriaal dat tot de perfectie werd afgetoetst dat het wel terecht op een dubbelplaat moest. Alleen de door de hele band goedgekeurde geliefde rememberancesongs gingen mee.

Dit opus is filmisch uitgestrekt, gestroomlijnd, met proggy panorama's en tal van hardrockgedreven episodes, maar ook zoveel meer. Songs vol rauw brullende brutaliteit met huizenhoge riffs, zieke solo's en malend drumwerk, vreedzaam naast compleet beheerste subtiliteit. Prog, rock, psychedelia, punk, metal en alternative, de invloeden van Rush, Thin Lizzy, Melvins, Björk tot Neurosis en Isis, naadloos zit het allemaal verweven. Daarenboven klinkt het verduiveld fenomenaal, mede door het schitterend helder werk van nieuwe producer David Bottrill (Tool, Dream Theater, Peter Gabriel). Vocals hier dus zuiver, bewust onvervormd.
 
"...De hardste pil die ik ooit te slikken heb gekregen. Terwijl het karma fluistert..." De herdenking leidt zich in met het spiraalvormige   meesternummer 'Pain With The Anchor', magistraal melodische opener, voldramatisch, waardig gestileerde op- en neer-song. Drummer Brann Dailor drijft, tussen de neergeslagen heavy riffs en godverlaten akkoorden door, z'n hele drumbatterij in razende galop tot bij zijn eigen huilende zangverzen, ment het wilde span, ondanks uit de diepte brutaal schreeuwend weerwerk van leadzanger Troy Sanders, een volle vijf minuten later toch tot bij het voorlopig finale rustpunt. 

"...Je aanwezigheid vervaagt in herinnering... Houd vast de agressie..."  Droef inzoemend ontwikkelt het geweldige 'The Crux' terstond dezelfde, nee nog meer brute intensiteit. Prachtige Soundgardeneske vocals met ritmisch echoënd achtergrondgeschreeuw. Schitterend volgende riffs. Even een pauzerende riitmewisseling met bluesy in duet opzingende vocals en gitaar, tot de dynamische eindrit 'The Crux' met huilende gitaar weer stevig op gang trekt.

"...Nu sta ik er alleen voor, om van mezelf te leren. Waar ik was, waar ik ga, het blijft onbekend..."  Subliem griezelige single 'Sickle and Peace'. Spookachtig ingetogen ingeleid met klagende kindercameo. "Durf de vredige barmhartigheid te zien die de sikkel van de dood brengt aan zij die lijden." Funky ritme, weids en hoogdravend.

"....Zeg alleen wanneer. En ik zal terugkomen. Lopend..." Het ingenieuze 'More Than I Could Shew'. Van hartzeer ingetogen orchestrale keyboards, tot weelderig en melodieus massief geweld binnendondert. Lange progsong met genadeloos snijdende riffs van Bill Kelliher. De drums strak drijvende Brann gaat er vocaal ijzersterk overheen. De laatste riff wordt door een geweldige solo omarmd. En die lange Wish You Were Here-eindnoot...

"...Ga het gerucht van het beest voorbij. Weet dat het je niet pijnigt als je bij me bent..." 'The Beast', na een inleidend zuiders bluegrass  snarenplukken volgt een machtig ruimtelijke King Crimson-progsong met bedarende Toto-falsetto's van Brent Hints, Cream-achtergrondzang en schitterende solo van rijzende gitaargod Marcus King.

"...We beleefden en ademden uw duizenden woorden. In uw slaap zullen we uw werk afmaken..." 'Skeleton Of Splendor', akoestisch gitaargetokkel introduceert de rust van een dromerig progstuk, met hoofdrol voor serene vocals tot solo's waardig overnemen. Alhoewel, toch even knipperen bij het waanzinnig solerend synthesizercrescendo van João Nogueira (The Claypool Lennon Delirium).

"...U achterlaten is het hardste wat ik ooit deed..." De hooky topsingle 'Teardrinker' met z'n machtige riff. Contemplatie van een groep in een puur, afwisselend opgebouwd prognummer, met mooie samenzang, dito opmerkelijk synthesizerstuk. (En schitterende video.)

"...De getijden weerstaan. Proberen om niet in de diepte  meegesleurd te worden..." Eerste single 'Pushing the Tides', schitterende compositie, als vlammend hardcore duw- en trekwerk. Escalerende riffs, groots refrein, stijgende vocale hook van Brann Dailor.

"...Ik blijf wachten op iemand om me te redden. Tot iemand me vraagt : "Hoe heet jij?"..." 'Peace and Tranquility', knallende hardcore en versnipperende prog met lange hoge Yes-falsetto-uithalen, als waren 'Tales From Topographic Oceans' even terug. Melodieuze  en technische perfectie.

"...Je glimlach strekt zich uit van tussen de sterren..." Het prachtige exotische 'Dagger', gracieus als een psychedelisch oriëntaals rouwritueel. Tribaal nummer met oosterse  sarangi-snaren, sinister klinkende vocals en percussie. Plechtig, heavy synthesizer gedreven uitlopend. Troy Sanders' stem brengt je terug : dit is echt Mastodon!

"...Je had het allemaal. Morgen komt het nooit goed. Onze innerlijke vrede die we kwijtraakten..." 'Had It All', ontroerende rustpuntballade. Weidse, hartverscheurende  progsong, ongestoorde oase met psychedelisch mediterende solo-hommage van Soundgarden-klepper Kim Kayil. Met zelfs klassiek hoornarrangement van Troy's moeder.

"...Gedachten en visioenen blijven hangen. Beelden hoe ze blijven branden. Cementeren van jouw legacy..."  De razend vlammende thrash van 'Savage Lands', melodieus, galopperend, met mitraillerende drums en ruw indringende doemsolo.

"...Zoek mijn hand die uitsteekt uit puin en klei..." Het complexe 'Gobblers Of Dregs', langste song, opent met torenhoge riff, schakelt in z'n ijverige begeleiding van z'n vier vocalisten halverwege over op zalige Toolrepetitiviteit en finaal op een furieus ritmische riff tot in de sterren.

"...De as achter mij laten. Er is geen andere keuze dan verder te gaan..." Loungy synths openen het emotionele 'Eyes Of Serpents', melodieuze muzikale trip met een psychedelisch hard randje. Uitbundig gerekte gitaarsolo in de sober met strijkers uitdijende finale.

"...Mijn liefde, zo sterk. De bergen die we in de verte maakten. Bij ons zullen ze blijven..."
Het stijlvolle, zuiverende klapstuk 'Gigantium' - pompende kracht van een verblindend epische finale. Verstillend schone samenzang. Trieste maar hoopvolle eindriff, de gloeiende gitaarsolo wordt sereen overgedragen aan pakkend vervagende strijkers. De culminatie van een gestadig opgebouwde opluchting.


'Hushed and Grim', het is een frase uit de legendarische filmklassieker 'Gone With The Wind', die zich afspeelde precies in hun huisstad Atlanta. Deze ouder geworden, ervaren groep, Mastodon, die al vele jaren in zijn wereld het label echtheid uitstraalt, levert hier met zijn meest gezamenlijke inspanning ooit, zelf zijn eigen klassieker af. Een duaal meesterwerk zonder meer, hun magnum opus.

Zet het dus nu al maar daar, naast die andere vermaarde dubbelaars, Led Zeppelin's 'Physical Graffiti, Genesis' 'The Lamb Goes Down On Broadway', Pink Floyd's 'The Wall'... Hmm, Mastodon's 'Hushed and Grim'. Passend!

Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy - Superwolves (2021)

poster
4,5
Will Oldman's frele stem brengt je breekbare, intimistische liedjes, zo ken ik deze folkie al twintig jaar. De muzikale chemie met gitarist Matt Sweeney staat garant voor een uitstekend vervolg op hun 'Superwolf'-samenwerking van 2005. Het goud van die combinatie blinkt weer in deze 14 songs, die er stuk voor stuk toe doen, spaarzaam gedrenkt in een bad van rustige snaren. Variatie en de harmonie met de arrangementen, kortom, prachtig. Toetsen van een Tinariwengeluid, Richard Thompson of een Don McLean. Koesterplaatje en voor mij classic in spe.

Matt T Mahony - Good Man Blues (2025)

poster
4,0
Is er iets heerlijker om op te kil regenachtige januaridagen op je te laten inwerken dan van die tijdloze muggy sounds als van Gentenaar Matt T Mahony? Prettige stemmingen volop in de aanbieding en ze komen zowel zwoel als benauwd op je af vanaf 'Good Man Blues', zijn nieuwe prachtalbum. De vraagstelling bekruipt je, maar luister naar zijn slepende verzengende openingsblues 'Muggy Days' en je begrijpt het wel helemaal. Vibes als deze, die ook al van het stijlvolle artwork van het album en de vooruitgeschoven singles afstralen, ze maken volkomen deel uit van het natuurlijk palet aan blues- en jazzmelodieën van deze muzikale klassebak. Ze stijgen kringelend op als van tussen brandend woestijnzand, onder altijd staalblauwe hemelen.

Vooral heel wat gevoel van eenheid dus in een pak diverse stijlen en wat een vakbekwaamheid springt er overal uit. Verdiensten die alleen maar bewonderend, belangstellend doen opkijken naar de man en zijn hele begeleidingsband. Topmuzikanten tout court en niet voor niks blijkt momenteel al de halve band genomineerd voor de Belgian Blues Awards categorie Beste Instrumentalist.

Na de loeiende, schurende bluesentrée krijg je dan als tweede nummer en heuse oplawaai ineens 'On Time', zo mogelijk de regelrechtste 'Pink Floyd-blues', gehuld in galmend psychedelische sferen. Matti Derijcke, tussen zijn etherische gitaar en Vander Bauwede's lap steel, met een stem in zuivere Gilmour-modus op zoek naar identiteit en betekenis. Onmiddellijk erachteraan zowaar dan weer een hypnotiserende boogie die met 'Run Away' gezwind komt binnengehuppeld, al gaat het er over de fake-relaties waarvan je je best in een grote bocht omheen houdt. Het ontvouwt zich al gauw in een heerlijk bluesduet van gitaar en mondharmonica.

Drie nummers boven de vier/vijf minuten al voorbij, even plaatsmaken voor zeventig seconden 'It Happens (Again)'. Verrassend, een uitzonderlijk voljazzy miniatuurtje, juweeltje ook waarin de geest van Toots Tielemans zalig mag rondfladderen. Met dank ook weer aan compaan Vander Bauwede op zijn altijd heerlijk ondersteunende chromatische mondharp. Jawel, Matt T Mahony mag dan wel aan de blues zijn hart hebben verpand, na zijn universitaire studie moraalfilosofie heeft hij zich daarna wel ook jarenlang aan het conservatorium in de jazz bekwaamd en dat hoor je hier wel fraai, duidelijk en niet voor het laatst.

Ingetogenheid en filosofische mijmering zijn de ingrediënten van 'True Bird' om er de eerste plaatkant mee af te sluiten, over verscheurende liefdeswegen als trekvogels die in verschillende banen voorgoed uiteenvliegen. Sterke vocale prestatie van Matt T Mahony overigens en tegelijk een hemelsmooi melancholisch prijsnummer dat weer lekker jazzy wegzwelgt in zijn ijle harmonicaklanken.

Weet dat 'Good Man Blues' ook het album is dat er met de nodige volharding na tegenslag uiteindelijk toch wilde komen. De pandemie knipte de opnamesessies brutaal in tweeën. Het overgrote deel van de opnames was er al in de lente van '21, de rest kon er pas in de zomer van '23 worden aangebreid. Niet getreurd, het leverde Matt T erbovenop het sterke, claustrofobische 'Jetlagged', dat hij opgesloten in vervreemdende hotelquarantaine in Seoel van zich af moest schrijven. Een song ingebed tussen kille corona-orders declamerende luidsprekers én muzikaal een glansrijke groepsprestatie.

'Good Man Blues', een album met vocals en gitaren in wisselende stemmingen, met doordringende bluesgrooves en knappe ritmes. In 'The Big Spender' duiken ze op als helemaal vanuit de verte van een duistere western. Een compositie die zich organisch ontplooit in alle richtingen, blues en jazz, gewoon een moderne smeltkroes fraai verenigd. In 'Spirits' ontwaar je, net zo, niet enkel de spirit van John Mayall, ook die van Thielemans duikt weer op in een verrukkelijke jazz-improvisatie en recenter is ook Dans Dans niet veraf.

Niet minder indrukwekkend daarop zijn de tribaal pompende blues over voorbije liefde in 'I Don't Want To' en met zijn eigen afsluitende 'Good Man Blues', een slome coming of age-song, kan hij zich haast naadloos aansluiten in de rij der grote traditionals.

De bruisende Gentse Missy Sippy Blues & Roots Club, hij blijft zijn zonen uitzenden. Na de betreurde bluesman Tiny Legs Tim, laatst hadden we nog de nieuwe Guy Verlinde of het swingende A Murder In Mississippi is het nu de beurt aan ervaren bluesrot-songwriter Matt T Mahony om de springlevende blues van de Lage Landen net zo verfrissend als op 'Good Man Blues' uit te dragen voor echt iedereen. Dit is dan ook een schitterend, hartverwarmend album dat je met zijn tien originele, diep in de blues gedrenkte nummers aankijkt als een fata morgana in een bloedhete woestijn.

Live line-up:
Matt T Mahony - vocals, gitaar
Olivier Vander Bauwede - harmonica, lap steel
Filip vandebril - bass, double bass
Frederik Van Den Berghe - drums

Mdou Moctar - Afrique Victime (2021)

poster
4,5
Mdou Moctar is een begenadigd singer-songwriter, dito autodidact gitaarbouwer en virtuoos gitarist die zich vanuit zijn geboorteland Niger met z'n Toearegwoestijnblues/woestijnrock uit de Sahara internationaal bekend maakte. Werd ie onlangs door de Vlaamse Radio 1 in Niger opgebeld n.a.v. het verschijnen van deze plaat, gebruikte Mdou vurig bijna heel de zendtijd om het vooral over de moeilijke toestand in zijn thuisland te hebben en hoe hij het bij uitbreiding met hand en tand voor heel het Afrikaanse volk opneemt. Ook in zijn dorp, heel letterlijk, waren er die dag problemen met de waterputten... De problematiek komt zeker terug in zijn songs, getuige ook de plaattitel. Maar net zoals elders zingt men ook daar graag over liefde en geluk, maar hier dus ook over eigenwaarde en bovenal : onderdukking en onrechtvaardigheid. De titelsong, koninginnenstuk, is in dit verband een niet te missen, pakkend en episch strijdbaar hymne, dat muzikaal in prachtrock uitwaaiert als een regelrechte Nigerese 'Child In Time'. Maar de plaat van Mdou en z'n band is in zijn geheel sowieso opnieuw één lange onweerstaanbare bron van primair borrelende energie. Weidse soundscapes out of Africa, gedragen door die fantastische repetitieve gitaar, z'n iele zang en die betoverend spontane african style harmonieën. En ook dansbaar als wat! Desert blues en de meermaals onvervalste desert rock hier, de stijlen blijken verrassend steeds meer aan te schurken bij die van onze eigen gitaaridolen. Mdou straks de grote Desert Jimi ? Onduidelijk, momenteel drukt diep op hem het grote onrecht. Bestrijd het met je muziek! Indien niet, evenveel groot respect, dappere man uit Niger.

MEER - Playing House (2021)

poster
4,0
Acht Noorse jongelui fixen een plaat waarop echt alles klopt : fantastische stemmen en wat een melodieuze instrumentenpracht!

Melanie De Biasio - Il Viaggio (2023)

poster
4,5
Melanie Di Biasio, je weet wel, de broze Belgische singer-songwriter-fluitiste die met haar intussen gekend rokerige fluisterstem internationale bekendheid verwierf met haar in nachtclubsfeer verstilde jazz, ze realiseert nu toch wel weer een tour-de-force. In de nasleep van haar laatste muzikale wapenfeit was ze in Charleroi alleen nog druk bezig met de afwerking van die andere droom van haar, een eigen kunsthuis 'l Alba', renovatie van een oude Italiaanse residentie tot een stille oase die artiesten ondersteunt. Het Europalia-festival 2021 vroeg haar toen iets te doen rond het thema 'trein en immigratie'. Alle opgestapelde Belgische stress -en dat was blijkbaar nogal wat- viel terstond van haar af. Ze nam rugzak, microfoon, digitale recorder, notitieboekjes, camera en ze vertrok op pad. Aldus ziet nu, al die jaren na haar epische 'Blackened Cities' (2016) en betoverende 'Lilies' (2017), een nieuw ontroerend dubbelalbum het levenslicht, het uniek muzikaal reisdagboek van haar herbronning.

Maar het is echt wel iets geheel ànders geworden dan het voorgaande. Iets wat van de luisteraar bij voorbaat ook de bereidheid zal vragen om mee te gaan in haar avontuurlijke ambitie. Sowieso, voor wie er zich kan in inleven, het loont. Ze heeft ons een verhaal te vertellen van ontworteling, het weer opzoeken van natuur en spiritualiteit. Enerzijds keert ze met 'Il Viaggio' helemaal terug op de weg die ooit haar Italiaanse voorouders aflegden na de Tweede Wereldoorlog. Samen met duizenden per spoor naar de Belgische koolmijnen van Marcinelle. Zij wilde ginder alles pril gaan herontdekken, haar indrukken opslaan als door de ogen van een kind, smaken en voelen als in de huid van een kind. Ze deed een eigen queeste vanaf haar geboortestad Charleroi terug naar Lettomanoppello (Pescara), verloren dorp op de flanken van de Abruzzen, en verder op haar weg, naar Montereale Valcellina (Friuli), heimat van haar Italiaanse familie in de Dolomieten. Anderzijds zwierf ze voor haar project ook een tijd rond in de omgeving van de Amerikaanse hippiestad Woodstock, in de bossen van de Catskill Mountains om er vooral de lange compositie 'The Chaos Azure' af te werken.

Die andere sound nu van 'Il Viaggio'. Melanie Di Biasio boog in haar carrière als muzikante ooit al eens twee tegenslagen om in twee voordelen. Bij haar start aan het Brusselse Conservatorium moest ze het daar de eerste zes maanden nog zonder zangleraar doen. Die tussentijd zette ze in door gedreven met geluid te gaan improviseren, te experimenteren. Vervolgens, in 2004, door langdurig stemverlies ten gevolge van longontsteking tijdens een tournee door Rusland, moest ze zelfs, heel lichamelijk, het zingen van nul af heruitvinden. Produceren van klanken, die laten resoneren, laten echoën. Sindsdien investeert ze ook bewust meer in fluisteren dan in kracht, forceert ze nooit meer haar stem. Die twee zaken komen nu des te duidelijk in 'Il Viaggio' terug. Tot spijt van wie 't benijdt daardoor, weg nu de jazzreferenties, weg de Afro-Amerikaanse invloeden. Komt nu consequent in de plaats haar nieuwe invalshoek, die eigen sound sluimerend vanuit haar studententijd, aanleunend bij neoklassiek, postrock en vooral ambient. Een nieuwe muzikale wereld tussen Brian Eno en Ry Cooder. Al hoorden we zoiets deels al opkomen tussen de jazzflarden van 'Blackened Cities'.

Het nieuwe album vertrekt van in Italië en Amerika opgenomen veldopnamen samenvallend met haar rondtrekken in de natuur: kwetterende vogels, nachtelijk blaffende honden, wind, kerkklokken, treinen... Dit arsenaal aan materiaal werd dan samengevoegd tot composities. Melodie en tempo erbij, de zang van Di Biasio, samen met die even prominente dwarsfluit van haar, cello, keyboards, piano, elektrische gitaar, drums, elektrobeats e.a. Het finale geheel roept een intens gevoel van grootsheid, weidsheid en rust op.

De donkere track 'Lay Your Ear to the Rail' opent nog met wat vogelzang, wind in de bergen, tot krakend het Italiaans van Cicco Pepe invalt. De man die als kind zijn hele speeltuin moest achterlaten om papa te volgen naar het verre België. Cicco keerde uiteindelijk toch terug naar Lettemanoppello en symboliseert hier de ontworteling in dit hele 'Il Viaggio'. Dreigende dendering erbij van de mistige treinreis naar het verre onbekende. Beelden als deze komen als vanzelf op je netvlies. Melanie Di Biasio's sluipt er doorheen met haar als een mantra repeterende fluisterstem, spannend, onheilspellend : leg als een kind je oor op de rails...

In groot contrast daarmee dan de weemoedige, zuiders warme gitaartokkels, cellogeluiden en de Italiaanse zang van het liefdeslied 'Nonnarina' en 'Il Vento', beide geïnspireerd op de vele herinneringen aan haar oma's dorpje. Di Biasio's aangrijpende vocalen, haar eerste in het Italiaans, het gevoel van nabijheid en troost, als opgewekt uit haar eigen Italiaans retro-liedboek.

'We Never Kneel to Pray' en 'Now Is Narrow', zijn de twee singles. Het ene is akoestisch, het andere elektrisch, het zijn de twee zijden van eenzelfde muntstuk, met in de lyrics twee variaties van hetzelfde. 'I'm Looking For' en het Italiaanse 'Mi Ricordo di Te' zijn opgenomen in de kerk van Lettomanopello. Hun gemene deler: je kan ze 'echotracks' noemen. 'I'm Looking For', met die breed uitwaaierende Neil Young-gitaren. 'Mi Ricordo di Te', weer van die beklijvende Italiaanse treurzang. Sinds het einde van haar 'Lilies'-tour had ze toen nochtans geen noot meer gezongen. Toen ze het intieme dorpskerkje van haar familie binnenstapte begon het bij de niet-katholieke Di Biasio tot haar eigen verbazing als vanzelf weer los te komen, spontaan ging ze weer aan het zingen.

'Chiesa', 'San Liberatore' wijzen naar de kerk waar alle fluit-, piano- en kooropnames doorgingen. Je droomt er weg met de echo's en Di Biasio's aparte texturen. 'Chiesa', dat is Di Biasio's dwarsfluit ronddwalend als een donkere verre geest, terwijl onder een voortdurend dreigend pulserende treinkadans een reis in het duister wordt verdergezet. 'San Liberatore', een samengang van dwarsfluit en gestoord wervelende psychedelische gitaren.

Een van Di Biasio's dierbaarste tracks is dan 'The Chaos Azure', opgenomen in de VS met David Baron, die al 'Blackened Cities' mixte en masterde, en cellist Rhubin Khodeli, een twintig minuten lange, haast sacrale improvisatie gebaseerd op de poëtische lyrics van 'We Never Kneel to Pray'.
Ook de laatste track 'Alba' is één lange improvisatie, achttien minuten. 'Alba' is het Italiaans voor zonsopkomst. Di Biasio tracht hier de grens tussen de nacht en de opkomende dageraad te vatten vanop het terras van haar verblijf in Lettomanoppello. De wereld die ontwaakt, eerst de honden, dan de vogels die uiteindelijk alles overnemen. Het werd afgewerkt in Brussel met Pascal Paulus, de geluidskunstenaar met wie ze al sinds haar eerste album samenwerkt. 'Alba' vat ook op organische wijze de verschillende soundscapes samen die ze evoceerde. Ze refereert zo helemaal op het einde van het album nog eens aan de plaats waar alles startte.

'Il Viaggio', twee delen, één verhaal, met Italië helemaal in het hart van de plaat. Maak vooral kennis met de hypnotiserende uitgesponnen soundscapes, maak er als in een schemerige droom een eigen 'viaggio' van. Laat met dezelfde nieuwsgierigheid als die van Melanie Di Biasio eerst de eerste negen tracks indalen. Ze bevatten de sleutels die de twee ultieme, extralange soundscapes 'The Chaos Azure' en 'Alba' ontsluiten. 'Il Viaggio', een groot, sereen, verfijnd maar complex album.



Geïnteresseerd ook in Di Biasio's eigen Italiaans Liedboek 'Dolce Vita' met talloze oude, vervlogen parels? Ziehier de link:

Melanie Di Biasio - Liedboek 'Dolce Vita'

Meltheads - Decent Sex (2024)

poster
4,0
Laatst waren ze nog de meest vreemde en allerhoogste nieuwkomer, op 55, in de Belpop 100, je weet wel, die ranking met muziekjes met Belgische eeuwigheidswaarde. Een tot voor kort onbekende bende garage-/postpunkers/coldwavers, Meltheads de naam, vielen er met hun Nederlandstalige toevalstreffer 'Naïef' zomaar stoemelings mee binnen. Een ongeplande instant klassieker. Vier Antwerpse snotneuzen die zich met een uitvergrote rauwe act à la 'Arme Joe' van Noordkaap bovendien ferm in de kijker werkten in De Nieuwe Lichting en de Rock Rally. Een 'Naïef' dat, terwijl hun debuut nog volop in de steigers stond, dus al lustig grijsgedraaid werd en door henzelf uiteindelijk gaandeweg zelfs al bijna uitgekotst. Want Meltheads timmerde, onder andere tijdens hun tour met stadsgenoten dEUS, liever onverzettelijk voort aan een stevige internationale live-reputatie met als hoger doel airplay in de wereld. Prequel van die jonge band-live-ervaringen zitten allemaal daar in hun video van 'I Want It All'...

Maar zijn we dan nu in Meltheads' echte jaar 'nul'. Na wat vooruitgestuurde singles, zijn we eindelijk bij hun coming of age, het volledige debuut 'Decent Sex'. En warempel dat atypische 'Naief' is er zelfs nergens meer op te bespeuren. De mannen zien Meltheads' toekomst momenteel dan ook resoluut en eigenzinnig door een donkere Engelse bril. Ja, knallen moet het daarbij, freaken en scheuren vanuit the underground. Met mitraillerende drums en dolgedraaide bassen, schroeiend harde hardcore, mathrock zelfs. Leve de moshpitten als bij Turnstile, de uppercuts als bij het vroege IDLES, Sons, Equal Idiots, Peuk of The Stooges. Een rusteloze roedel jonge wolven hier wegsnauwend in zoveel verschillende richtingen. Want 'Decent Sex' met zijn elf songs is los van de unieke Meltheads-sound die de rode lijn houdt, toch nummer na nummer een schitterende combinatie van met z'n allen opgezogen genresmaken.

Zo bijten ze dan af met de onhandelbaar kastijdende, explosieve titelsong 'Decent Sex'. Waar de hoekige ritmes en riffs je met wiskundige precisie rond de oren slaan en waar het stijgende krijsen van blonde adonis-frontman Sietse 'Kobain' Willems je ineens als in een onverlichte Amenra-séance regelrecht mee naar het nirvana sleurt. Bedenkingen van de jongelui over routine in leven en seks so far: na een nummertje ongeveer een keertje per week met een braaf iemand, fatsoenlijk en kuis, volgt ergens tussen geluk en ongeluk toch vlug de ontnuchterende 'is this it'-vaststelling. Worden er tijdens de shows wel vrolijk 'decent safe sex'-bedrukte condooms uitgedeeld. Immer creatief die merch-boys.

Het wilde 'Night Gym' kon van The Hives zijn, een volgepeperde song, zoals vaak bij het viertal, voorthossend op snelheden, hier eerst vurig headbangen op leuke hooks en vol voortgeselende riffs en dan heel even chillen op zijn Meltheads. Aan het woord 'dominee' Willems over een vuige Praagse striptent met die coole naam uit de titel. Waarom daar toch liefde en seks te koop stellen? "Why can't you love me for free?"

Tijd voor de zalige chaos van het ultrakort dissonant 'Vegan Leather Boots', zowel song over toxische mannelijkheid als een pure anti-'echte mannen eten vlees'-song die de 'meat is murder'-hypocrisie even hard aankaart als ons aller militante Morrissey. Perfect bas- en drumrushfeest à la IDLES overigens waarmee je gegarandeerd in een mum in de supergrote moshpit opgaat.

Ook het onstuitbare 'I Want It All' komt recht uit de garage. Eerst hijgend als een moeilijk opstartende diesel tot hij supersonisch, vurig meppend en uitzonderlijk riffend toch uit zijn startblokken schiet. Willems' diepzinnig vierwoordenrefein wordt onderweg goedkeurend ondersteund door het lief meekraaiend backing-meisje.

Het verrassende marslied 'White Lies', over jezelf als groter voorliegen dan je bent, is zo opzwepend als aanstormende British Grenadiers. Blijkt een echt nijdige psycho-killer met sinister solerende Millionaire-gitaren, Willems' dreigende mantra overslaand in een wit-hete psych-ritus met zowaar ook weer een medepriesteres in de vocals.

In de vette, grimmige topper 'Theodore' staat Sietse Willems, passend versterkt met pompende industrial, noise en IDLES-allures als op Munch's brug zijn existentiële angsten over eigenliefde uit te schreeuwen. Hoe mezelf leren accepteren, ik kan het niet, zij wel. I can't adore, 'they'adore'. Heb j'em? Ook de vertroebelde relatie met zijn vader passeert bezorgd de revue. Alles samen in een lekker zwaar aangezet jasje.

Full speed met de (bas)gitaren open dan naar 'No One Is Innocent', een verbeten, catchy punksong donker filosoferend over diepere kwesties als ongelijkheid, schuld en onschuld en hoe moeilijk het is om ieders aandeel daarin vast te stellen.

In het met z'n allen gescandeerde 'Arbeit' met andermaal die steeds weer heerlijke percussie en ook in het verhitte 'Gear' wordt het op het politieke af fulmineren tegen het zich uitzichtloos afjakkeren in derderangswerk versus zij die het wel zomaar fluitend goed hebben. Omgeven in een waas van drugs - gelukkig zijn ze zelf niet tot het niveau van de 'gesmolten hersenen' (meltheads) doorgegaan - 'Gear' met al zijn versnellingen is een postpunker van jewelste die zich onmiddellijk pingelend bovenin je zuchtige hersenpan ophangt.

Het bravere, harmonisch 'clean' gezongen 'Screwdrivers' keert dan verrassend ineens helemaal terug naar het soort rock'n'roll dat ook cokesnuivende Herman 'Dope Sucks' Brood er vlotjes indraaide, boogie-piano volstrekt incluis.

Het drugsgerelateerde 'Melvin' - subtiel hintje hier naar the postpunk-heavy metal van The Melvins? - is hoe dan ook Meltheads' laatste tollende droom, een minuut lang schuimend vervormde brulbrij, hardcore punk die er helemaal tot aan het gaatje wordt ingesmeerd.

Zongen Meltheads het dan in al hun bescheidenheid eerst ongeveer als: 'zijn we misschien niet de slimsten, we zijn toch niet naïef'... Geloof dit toch maar, ze zetten je op het verkeerde been. Werd 'Naief' intussen gewoon hun eigenste 'Creep', een voor hen uit onvoorzienigheid geboren hit, hun hele muzikale project is allerminst een one-hit-toevalsshot. Achter al die top klinkende catchy donkerte en waanzinnig energieke sets van hun Engelse postpunk zit een absoluut clevere, koppige band die met jeugdige Sturm und Drang uiteindelijk ook wel dat ietsje extra biedt. Met pep, vitaliteit en geen greintje amateurisme of cliché wordt hier het pak doem en demonen, inspiraties en fascinaties van weer een nieuwe generatie er groen uitgespuwd. Ze hebben daarvoor, naast een nu al constant zonder meer solide spelende band, ook een ziedende frontman met charisma en sexappeal, brains om het te bedenken en de Jagger-bek om het allemaal uit te schreeuwen. Is het hele debuut 'Decent Sex' dan nu nog geen regelrechte klassieker, ze hebben hier met dit spannende viersterrenalbum toch al onmiddellijk een ferme smoel aan het venster gezet.

En dus ja, in verband met die toch niet afgenomen vragen over een 'eventuele volgende vollédig Nederlandstalige plaat'. Ook bij Meltheads zegden ze tot op vandaag wel nog nooit nooit. Maar, wees eens beleefd, laat ze ons eerst maar eens op dit élan hun hemel zien. Geloof me, die belooft.

Meltheads zijn:
Sietse Willems, zang-gitaar
Tim Pensaert, bas
Simon de Geus, drums
Yunas de Proost, gitaar.

Meshuggah - Immutable (2022)

poster
4,5
De plaattitel zet er meteen voor iedereen de deur mee open. Het Zweedse monument Meshuggah, al 35 jaar met zijn eigen keurmerk op eenzame hoogte metallierend, van daar z'n grenzen verleggend en daarvoor in het kennersgild al die tijd vol bejubeld, bewijst hier nog maar eens hoe 'immutable' sterk z'n extreme, alternatieve metal er anno 2022 wel voorstaat. Al is vóór die tijd het gros van de zieltjes intussen allang gewonnen, toch ziet Meshuggah zich nog niet direct tot een kolos verstenen. Want met zijn verbazende spelvreugde, verbetenheid en energie staat het hier z'n nieuwe Meshuggah-libre te shaken tot weer een geëvolueerde coctail met gedurfd frisse smaken.

Zes jaar later komen ze hier met een diversiteit van 13 verse woedeuitbarstigen of dito rustpunten, uitgesmeerd over hun langste werkstuk so far, 66 minuten onveranderlijke Meshuggah-sound. Vol hoogtepunten, zeer wel te verstaan.

Het 'Broken Cog'-experiment, een unieke drummer Tomas Haake en een loodzwaar chuggende gitarist Mårten Hagstrom leiden de dans. Door industrieel beton gestut spervuur van krachtige chugs en staccato-tomtoms trekt onheilspellend binnen, Dick Lövgren's superb knallende bas ondersteunt, spookachtig langs elkaar zwevende gitaarlijnen, Jens Kidman begint z'n lange verwrongen fluistering. Clean en naadloos past die in de metalen jas die Hagstrom en Fredrik Thordendal hem almaar boosaardiger aanpassen. Dreigend! Het raderwerk is gebroken en de waarheid is dat de mensheid heeft gespuugd op zijn ultieme doel en de echte waarheid daarbij zelfs geen moment in zicht heeft gehad. Waar leidt dit heen?

Topnummer 'The Abysmal Eye' - met schitterende clip! Angst en ontmoediging zetten zich onvermoeibaar verder in kwaadaardig geschreeuw, ziedende kickdrums en tremologitaren. Het mensdom on the run, de massa volgelingen van groot, niet te vatten kwaad groeit, scheppers van een nieuw Frankensteinmonster, Artificiële Intelligentie. Het creatuur staat vol brandend op de plaatcover, losgebroken uit zijn kwantumgevangenis vervolgt het zelfvernietigend zijn weg, alles verpulverend wat het beroert. Werveling van polyritmische bombast in de drums, kwaadaardige grunts, griezelige synths en vooral de magie van Meshuggah's fenomenale, zo kenmerkend complexe djent-riffing.

Meesterlijk jumpende drums begeleiden de brutale thrasher 'Light the Shortening Fuse', geweldige groove, vloeiende, razende accusatie over hoe sociale media met idiotie en desinformatie tot verneukers van de leefgemeenschap zijn verworden. Weer muteert de textuur van het stuk voortdurend, want Meshuggah's virtuositeit bepaalt de richting.

Het creepy 'Phantoms', Tool-verwante song volledig steunend op de itererende drums en intense chugs. Kidman's fenomenale keelgat heeft het over trieste herinneringen en spijt over wat voorbij is. Geweldig geconstrueerde song, weer gebaseerd op transcenderende repeat, meeslepend dit van begin tot einde.

'Ligature Marks', de loodzware jam staat stil bij sadisme en masochisme op spiritueel niveau. Eén grote wenteling van vervaarlijk huilende leads, catchy riffs en keelzang op ritmiek van onvermoeibaar doorrommelende oorlogsdrums en grimmige bastonen. Eindigt het dan toch abrupt in een fraai melodische climax.

Het voortdurend in hoog tempo verspringend 'God He Sees in Mirrors' komt op. Op en top hedendaags, over het individueel welzijn dat wordt geknecht door tirannen die zich in hun glimmende spiegels als goden zien. Eén brok woedende extremiteit en complexiteit van doorriffende gitaren, indringende atonale solo's als draaikolken cirkelend boven chaotisch hossende bas en drums.

Het fascinerende 'They Move Below', langste compositie pal in het centrum van het album. Nee, het moet inderdaad niet onophoudelijk brute kracht zijn. Het start als Meshuggah's elegantste ambient-instrumental, want eerst breekbare rust, blijmoedig lijkende melodische gitaar en onmerkbaar in elkaar overlopende progmuzieklijnen. Maar toch, ja, hortend en stotend monden de gitaren weer uit op een verpletterende confrontatie van geweld en lompe metalhoekigheid. Sturend als loeiende sirenes deemsteren de elektrische snaren uiteindelijk weg in die heerlijk langerekt uitbloeiende riff.

'Kaleidoscope', bijna huppelende Rage Against The Machine-rockriff. De destructieve dans wordt gestuurd door meedogenloze drums, vol groezelige gitaren en gebrulde lyrics die onverkort altijd precies op hun plaats landen. Kidman blaffend over nood aan iets als kaleidoscopische doorkijk om de de realiteit te zien zoals hij echt is, voorbij alle onrechtvaardigheid en leugens dus. Nieuwe tsunami van het Meshuggah anno 2022!

Het explosieve 'Black Cathedral' bant dan even de drums. Sinistere kathedraal met een vuile black-metalsound, vol dissonant kruipende gitaren, precies twee minuten durende agressieve, non-stop-ritmische snaren als ingeleide voor 'I Am That Thirst'.

Deze bijna catchy thrasher, 'I Am That Thirst', met z'n aan- en afkomende furiositeit, melodische gitaarlijnen en Kidman nu verbolgen fulminerend over de ongebreidelde zucht naar rijkdom en onsterfelijkheid. Het immense Meshuggah-vernuft weer geïntegreerd in één high-tech-compositie, in perfect evenwicht gehouden tot en met de laatste groteske noot.

Komt daarop het in de groove verwarring uitschallende 'The Faultless'. Wilde rit, drumdonderend opstartend met de gitaren voortdurend bruut en tranceverwekkend op repeat, dan weer eens jazzy solerend. Grommen over hoe verkeerde woorden kunnen folteren en velen er gewoon nooit rekenschap over geven. Met Tomas Haake en Mårten Hagström als extra duellerende zangers. Kidman's sluipend kwaadaardige stem vol doemverwensingen zakt weg in steeds akeliger diepten.

De laatste verbijsterend zware Meshuggah-uitbarsting 'Armies of the Preposterous' is een woest deathmetalpamflet tegen de heropkomst van neonazisme en extreemrechts wereldwijd. Perfect getimed, oorverdovend brutaal opgebouwd, met explosief aanvallende groove.

De finale, delicate instrumental 'Past Tense' dan, schone, sonore, uitgeklede gitaarsong als schrilst mogelijke antithese van rust, harmonie en trieste melancholie, als subtiele filmische aftiteling na de horror van een voorbije orkaan.

Wat is dit Meshuggah ook hier cool, consistent en onstuimig Meshuggah gebleven! Verrassend, nog steeds kan geen ander in het genre zelf zo vooruitgaand klinken als deze founding fathers. Ook dit verse metalverhaal ademt onverminderd hun zoektocht naar avontuur. En niet te vergeten, hoe sfeervol is dit hier! Maatschappelijk betrokken als ze zijn, zetten ze je in hun lyrics bovendien ook aan het denken, houden ze met kritische boosheid de vinger aan de pols van hun hier en nu.
Maar tot blijdschap van iedereen razen ze, met hun afranselende techniciteit en alleen maar essentiële riffs goed voor de leerscholen straks, met donderslagen en bombardementen, in de eerste plaats nog steeds over de scene. Tegelijk is al wat ze daarbij voorleggen bedacht, tot in de kleinste hoekjes uitgepuurd en in de opname hier in z'n geheel schitterend geproduceerd.
Het is uiteindelijk ook een wat speciale, zelfs toegankelijke plaat geworden. Waarop het vooral echt niet overal meer aanval moet zijn wat de klok slaat. Meshuggah beslist nu bij wijlen zelf autoritair waar hun tomeloze agressie eventjes te dimmen voor cleane zang, zoals in de opener, of voor hun meer ingetogen instrumentenarsenaal her en der.

'Immutable'? Nu, in tegenstelling tot de plaattitel is het toch wel degelijk Meshuggah dat in de metal precies het woord 'verandering', inherent voor grensverlegging, heeft verankerd. Des te meer waar is dit voor een verfijnd album als dit, dat continu sterk is en waarop iedere compositie z'n terechte plaats heeft gekregen, waar er samenhang is en waar alles juist zit tot in z'n finesses.
Hier komt dus, na 'ObZen', 'Koloss' en 'The Violent Sleep of Reason', jaren na datum, dan dus toch nóg maar eens een regelrechte klassieker van Meshuggah. Wordt hierbij op basis van dit prachtig werkstuk ook deze bescheiden conclusie 'immutable'.

Mick Fleetwood & Friends - Celebrate the Music of Peter Green and the Early Years of Fleetwood Mac (2020)

poster
4,0
Big event op zich, die beroemde schare 60's en 70's-helden samen in Londen juist vóór de lockdown, voor hun Last Waltz voor Peter Green & Z'n Vroege Fleetwood Mac! Overlever Mick Fleetwood vond hiervoor John Mayall, Jeremy Spencer, David Gilmour, Pete Townshend, Bill Wyman, Steven Tyler, maar ook Christine Mc Vie, Noel Gallagher, Kirk Hammett e.v.a. Je hoort het direct, memorabel bluesfeest. Niet enkel door Albatross en Oh Well pt.2 met de Floydgitarist, maar evenzeer door de zovele tot leven gewekte bluesparels van Green. Waar liggen mijn ouwe Fleedwood Mac-platen...!

Mitski - The Land Is Inhospitable and So Are We (2023)

poster
4,5
Een Nobelprijs ging ooit naar Bob Dylan, omwille van het hoogwaardige van zijn songteksten. Kendrick Lamar kreeg om dezelfde reden al eens de Pulitzerprijs en deze week ging onder grote internationale belangstelling aan de UGent een professor met een vak 'Literature (Taylor's Version)' van start, waar, jaja, Taylor Swift's songteksten als insteek dienen voor beter begrip van de Engelse literatuur. Aan zo'n zaken denk je onwillekeurig ook eens als nu ook de songs en lyrics van Mitski Miyawaki, het gevoelig Amerikaans singer-songwritertje met Japanse roots, dezer dagen druk besproken blijken op Engelstalige poëziefora.
Wees bijgevolg verwittigd. Zet een rastalent als Mitski, zangeres met het bijzonder klare stemgeluid en met de aparte oosterse dans-choreografieën, nooit meer zomaar bij die dertien die passen in een dozijn. Want intussen en nu des te meer met dit 'The Land Is Inhospitable And So Are We' bewijst ze thuis te horen in het rijtje van la Swift, Lana del Rey of een Weyes Blood. Groeiden inmiddels ook haar fanbases op de sociale media evenredig, zoniet massaal, al werkte die druk al eens op haar frele persoonlijkheid.

Wat dan ook opvallend bij de nieuwe Mitski binnenkomt is inderdaad die krachtige, vlekkeloos ontroerende poëzie en de subtiliteit die ze daarbij voordurend aanwendt bij al die pure tedere melodieën. Weg hier dus deze keer alle popspringerigheid of beats. Elf lichtjes krijg je die voortdurend door de donkerte van haar onherbergzame wereld proberen te puren. Mitski is perfectie in complexloze beknoptheid, luister zo maar even naar het in zijn liefdesverdriet gekwelde 'I Don't Like My Mind', korte krachtige song, drijvend op stem, piano en slidegitaar. Mitski gaat ook meer dan ooit akoestisch en daarbij is ze tegelijk telkens zo toegankelijk. Enkel waar nodig worden de songs mooi, zelfs weelderig bijgekleurd met een vaak gothic aandoende orkest- en kooraankleding. Dan weer zijn het sloomwalsende ballades badend in seventies reverb en met pedalsteelgitaren uit Nashville, haar huidige woonplaats. Dit alles mengt ze tot één coherent compact geheel.

Ze zingt over eenzaamheid, breuk, ontgoocheling, liefde en pijn. Wat een indrukwekkende albumopener 'Bug Like an Angel', ook eerste single. Die valt na enkele schoolse gitaaraanslagen met dronken zwalpende pianoakkoorden binnen en ontplooit zich tot een grootse verslavingssong die de hele trieste leefwereld van de alcoholist doorloopt. Zachte Mitski met akoestische instrumentatie tegenover -out of nowhere- het fel contrasterend gospelkoor. Beresterke song over eerlijk tot de vaststelling komen dat men net als 'family' daarvoor drinker is geworden, dat men uiteindelijk alleen maar leeft op loze en gebroken beloften. Song des te imponerend tot leven gebracht in die aardedonkere video van 'Bug Like an Angel'.

'Buffalo Replaced' staat dan zowat voor de vervlogen countrypopsound van de rest van het album. Met Mitski als een volleerde Dolly Parton ontwikkelt zich in de song langzaam een dosis wilde Velvet Underground-energie die finaal mooi culmineert in aanhoudend onstuimige pianoaanslagen.

Een triomferende ballad als 'Heaven' zit vol religieuze beeldspraak, dartelt voorbij als een luie vintage swing en gaat in zijn dramatiek gaandeweg over in volle orkestrale grandeur.

Een moedeloos verhalend 'The Deal' opent ritmisch akoestisch. Het is Mitski's parabel over ruilen van je ziel met de vogel op een lantaarnpaal, gewoon om ervan af te zijn, om pijn eindelijk te voelen verzachten. Wat een morbied,  beklijvend pareltje van songwriting, uitrollend in wervelende percussie.

In het weer originele 'When Memories Snow' staat ze contemplatief stil bij het onbevredigend laten dansen van herinneringen op de rand van je geweten. Een romantische lovesong voor haar partner is het zachte folky 'My Love Mine All Mine'. Een rauw hymne van ontroerende dankbaarheid over enkel de liefde die ultiem  zal overblijven als alles van haar, haarzelf incluis, zal zijn verdwenen. Het met pedalsteel countrygedreven 'The Frost' klinkt weer post-apocalyptisch wanhopig, doordrengt als het is van vereenzaming en isolatie. Het complexe 'Star' gaat over de herinnering van geliefden die nog om elkaar geven omwille van wat intussen voorbij is. Prachtig gekaderd door een voortdurend atmosferisch aanzwellend Baba O'Riley-orgel dat de song uiteindelijk ook naar een opzienbarend hoogtepunt doet opstijgen.

Na de hondenwalk van Sylvie Kreusch is er nu ook Mitski's 'I'm Your Man', dus geen Cohen-cover hier. Vervuld van ruwe zelfspot en wroeging over het afbreken van een ongelijkmatige relatie met een hondstrouwe partner. Zullen de honden nu de jacht inzetten en Mitski naar de hel sleuren? Een filmisch Morricone-koor, ondersteund met steeds aanhitsender wordend gesnauw voorspelt alvast weinig goeds.

Het hoopvolle 'I Love Me After You' eindigt het album met een meditatie over het gevoel van persoonlijke groei, bevrijding en zelfacceptatie na het afsluiten van een relatie. Mitski doet weer vrij wat ze wil en stapt poedelnaakt door het huis. De song kruipt in slow motion voort naar een euforische shoegazy climax vol effect.

Elf songs passeren zo in een ruk, ook nu absoluut wars van hitgevoeligheid. Maar je zet ze toch spontaan op repeat. Je herkent de vele hoogtepunten in hun intens pakkende schoonheid. Hier is een geweldige zangeres aan het werk, in een intiem album met een eigen geluid, altijd relaxed, betoverend, bevreemdend. Het sleept mee in zijn kwetsbare melancholie, Mitski's sterke emoties, haar aparte barok en epische bombast vermengd met americana en country. Zoals al vermeld is haar poëzie verheven en to-the-point, zowel wrang als grappig soms tegelijk en vol verrassende beeldspraak. Voor wie er nood aan heeft inhoudelijk bovendien even helend als therapie. Een schitterende passage aldus zonder meer dit 'The Land Is Inhospitable And So Are We' voor wie belangstelling kan opbrengen voor de ontdekking van de warme ziel van het album. Die waart nu rond in een onherbergzaam land, het Amerika van vandaag op de helling. Maar Mitski is er op het einde van het album -overigens ook haar laatste woorden in 'I Love Me After You' - een lichtende koningin in geworden. Mitski, zeker ook een nieuwe queen of songwriting. And so, we love her.

Moby - Reprise (2021)

poster
4,0
Deze week nog gelezen over Moby's weinig benijdenswaardige leventje en z'n nieuwe documentaire 'Moby Doc'. Nu brengt ie hier samen met vrienden Gregory Porter, Kris Kristofferson en Mark Lanegan e.a. z'n muzikale ambienthoogtepunten uit zijn beginperiode volledig unplugged én orkestraal  heruit. Bij het prestigieuse Deutsche Gramophon dan nog wel. Een totale terugblikplaat en zonder de ambitie wellicht om er nieuwe generaties mee aan te spreken. 't Lijkt inderdaad iets volgend op wat al voorbij is, 70 minuten soundtrack bij een imaginaire filmaftiteling! Vallen met de reprise de miljoenen Mobyfans van weleer nog wel te verleiden? Welnu, we hopen het zeker! Het orkest uit Boedapast verdient alvast een pluim, het haalt alles uit de kast, gaat met de Moby-songs volledig uit de bol. De gelegenheidsvocalen passen er overtuigend. Deze plaat is van begin tot einde ingetogen, zachter, trager, emotioneel, vol gebrokenheid en tristesse, weemoedig, dromerig zoekend, elegant en gratieus, luchtig, gedempt in klaagzang, vol plechtige grandeur, explosief,...  dankbaar. Deze plaat grijpt aan, reprise, jawel, meer nog totale recompositie, toevoeging. Intrigerend schoon en nostalgisch. Geslaagd.

Moon Safari - Himlabacken Vol. 2 (2023)

poster
4,5
Een wonderlijk muzikaal kerstgeschenk zo helemaal op het einde van het jaar bezorgt je het Zweedse Moon Safari met 'Himlabacken (Vol.2)'. Ineens, na tien jaar mediastilte, staan ze daar opnieuw dampend in de gang. Al is de band dus ervaren, al openden ze live voor kleppers als Yes en Fish, alhier genieten ze nog onvoldoende bekendheid. Toch is het over deze band dat Graham Gouldman van 10cc ooit verklaarde: "Als Queen en 10cc getrouwd waren geweest dan waren die van Moon Safari de kinderen." Mooie referentie en wie de moeite neemt om deze méér dan een uur lange prachtplaat over zich heen te laten wentelen, zal ontdekken dat het zeker ook ergens is op gebaseerd. Gaan we hier wellicht ook al direct overheen spoilers met de vaststelling dat de als een trein rockende albumopener '198X (Heaven Hill)' niet alleen een nostalgische 'welcome back' is, maar tegelijk ook een tribute aan dat paar legendarisch jumpende eightiescollega's. Wat Moon Safari vooral zo uniek maakt is hun fris en vrolijke mix van ongelooflijke vocale harmonieën van liefst zes sterke classic rock-zangstemmen van laag tot heel hoog- sublieme staaltjes daarvan vind je onmiddellijk op juweeltjes als 'Beyond the Blue' en het in 't Zweeds afgeronde 'Epilog' -, naast al die grootse melodieën, symfonische arrangementen en romantische lyrics.
Episch hoogtepunt van de plaat is ongetwijfeld het 21 minuten durende 'Teen Angel Meets the Apocalypse', klapper in de beste rockopera-traditie, waar Moon Safari, laat het ons zo maar aannemen, de kerstbelletjes tot bij de laatste noot laten uitrinkelen. "For every child beneath the sun". Immer wervelende keyboard- en gitaarsolo's daarbij en altijd weer die fabelachtige koorpartijen Queen waardig. Ook de korte nummers zijn even sterk. Neem 'Emma, Come On', glorieuze rit van drie minuten theatrale samenzang.

Met 'Himlabacken (Vol.2)' beleven we de opwindende return van een unieke band in het genre, perfecte zanggroep die niet alleen voorzien is van alle bombast groepen als Queen eigen, maar die bovendien op pakkende wijze zowat alles tussen pop, folk, rock, tot wat ook aan jazzy progressiviteiten aankan. Dergelijke uitstekende, positieve kerstplaat had dit jaar niemand meer verwacht.

Myles Kennedy - The Ides of March (2021)

poster
4,0
Geen strot tegenwoordig beter geschikt om  rock of metal te zingen dan die van Myles Kennedy. Bij Alter Bridge en Slash, waar ie al de dienst uitmaakt, bewees hij dit ten overvloede. Nu gaat hij met z'n talent als zanger-gitarist-songwriter voor de tweede maal solo en opnieuw gooit hij hoge ogen. De sound is nog steeds ongeveer die van Alter Bridge/Slash, energieke heavy rock die verder invloeden ontleent bij pioniers als Led Zeppelin. Luister wat dit betreft zeker naar het hoopvolle epische titelnummer, pièce de résistance, geënt op de chaos van de shutdown, meeslepend staaltje van stem- en instrumentenbeheersing. Naast de 2 andere prijsnummers, 'Get Along' en 'In Stride' bewijst Myles ten overvloede in hoeveel rock- en bluessubgenres hij wel thuis is. In zijn geheel een sociaal strijdbare plaat, ontloken in tourbussen, gerijpt in een tijdsgewricht vol in de knoop geraakte burgers, hijzelf inbegrepen. Topplaat!

Myrddin - Monstruos y Duendes Vol. 3 : Médyn (2021)

poster
4,0
Myrddins derde van z’n vierdelige solo-flamencosuite Monstruos y Duendes is nu uit. Zoals door velen verwacht. Ver van de toeristen, flamenco van de vernieuwers. Ook iets voor jou?

Flamenco, in 2010 erkend als werelderfgoed. “Waar het in de flamencokunst om gaat (…) is niet in woorden of omschrijvingen te vatten. Het is de diepte, de duisternis onder of achter de uiterlijkheden, de demon tussen de lijnen die de vorm afbakenen. Dát aanvoelen en begrijpen vereist een heel apart soort intuïtie, die van de desperado, de outcast…”, dixit Wannes van de Velde. Is Myrddyn soms zo’n zoeker langs de zijwegen?

Fraaie beschouwing, maar zeker bij de Myrddin-eigen flamenco moeten we het, jawel, ook nog over passie hebben, bezieling en jazeker, ook over bewondering, afición. De YouTube-beelden getuigen…

Myrddin Monstruos y Duendes

Passie, je ziet het begrip zichzelf plots woordenloos uitleggen daar op de trappen van de Gentse Sint-Anna. Ondanks de het gezelschap fel omheersende kou straalt hevig ene Myrddin vurigheid en de gelukzalig Andalusische warmte van zijn compositie Ama om zich heen. Ama, één van die mooie nummers uit deel één van Monstruos y Duendes. Vanuit rust gaand naar één en al indrukwekkende hartstocht, een man en zijn gitaar.

Afición… Diezelfde video lang daar ook de sjofele man rechts bij de meesterspeler. Zoals straks Myrddins nieuwe stukken op dit Médyn het vragen, is het heerschap, zelf topmusicus, hier luisteraar in volkomen inleving. Neemt daar, naar binnen gekeerd, een houding om door vingervlugge gitaartoetsen voortgebrachte gevoelens aan te nemen en ze trekkend aan een sigaret hemels mee naar binnen te zuigen. Aficionados, admiradores, adoradores, adictos…

Flamenco, die doorgaans niet genoteerde muziek, wordt zo al eeuwen via overlevering aan generaties doorgegeven. Net zoals het eigenlijk ook Myrddin voor een stuk verging, zelf telg van Vlaanderens zowat grootste muziekdynastie. Tussen opeenvolgende geslachten voegen nu ook zijn nieuwe elementen zich toe aan de flamenco van de grootmeesters. Myrddins eigen vrije stijloefeningen verrijken de grote traditie.

Zelf kreeg ie het dus ferm mee van z’n eigen ouders, vader Koen de Cauter vooreerst, die de microbe ook al erfde van zíjn vader. Ook hij, Myrddin, gaf zijn flamenco inmiddels verder door, aan dochterlief Imre. Haast ontroerende overdrachten die bewegingen tussen muziekgeneraties, onder het welziend oog van YouTube. Koen en Myrddin. Myrddin en Imre.

Myrddin - Koen

Myrddin Imre

Maar hier is dus, Médyn, na Myfyrio en Longhin, deel drie van zijn ambitieuze gitaarsuite Monstruos y Duendes. Met weer die zelfgetekende mooie hoes, weer een prachtig staaltje van naïeve kunst. Eenheid in stijl, nu centraal de mens, in eenheid met de natuur. De vorige delen en nu ook dit derde bevestigen het, Myrddin hoort op zijn terrein, de gitaar en de flamenco, echt tot de groten. Er volgen andermaal vier grootse composities, klankbeelden van Myrddins wonderbaarlijke universum vol passie en intimiteit, gegenereerd door enkel dat ene instrument. Een enkele keer, in Kundalini doen rustbrengend aanslaande watergolven kort ingeleide.

Die stukken heeft ie al heel lang in de vingers, sommige melodieën groeiden al vanaf z’n veertiende. De gekende melodische pracht van Kundalini bracht hij live ook al in een verbluffend jazzy versie met Jef Neve. Ook hier loopt het uit in een even emotionele finale. Marmorera, naar het in het Zwitserse meer Lai da Marmorera ondergelopen dorp. Ook die ernstig, klagelijk en tragisch klinkende seguiriya kreeg eerder al een pakkende totaalversie met top-flamencodanseres Ana Llanes. Het in dynamiek wisselend miniatuurtje Djura ademt weemoed, tedere ingetogenheid en eenzaam verlangen, maar ook hier komen de wervelend vechtlustige snarenexplosies langs.

Médyn bevat meest opvallend ook het langste stuk van de reeks tot op heden. Een indrukwekkende alegria voor kleinzoon Médyn, Myrddins ‘hemelse kindje dat altijd naar het licht kijkt’, geboren op 30 mei 2021 en ook op het artwork prominent aanwezig. Dit titelnummer Médyn wordt één volle negentien minuten wakkere, ingetogen, fladderende blijheid.

Myrddin hier dus weer volop solo in de schijnwerpers met het muzikale verhaal van die gitaar, zonder andere ondersteuning of begeleiding van stem. Ook in die verse epische stukken presenteert onze man zijn vingeroefeningen technisch uitzonderlijk, lyrisch en in één en al vrijheid. ‘t Is ook zijn meest geliefde bezigheid naast de talloze projecten, dat soleren. Het is een godsgeschenk van verpozing nu ook in dit derde deel. Verbaasd, soms met siddering volgend, al die wisselende gitaarklanken en ritmes, duistere emoties verpakt in bravoure, waarbij we alle hoeken van z’n vele flamencokamers zien. Maar neem vooral zelf de tijd om het aan te voelen, inhaleer en zo, onopvallend raak je ingewijd. Aficionado.

Inderdaad, of hij nu vertrekt vanuit de flamenco of niet, Myrddin is de desperado van de spontane eigen weg, een kind van zijn tijd dat zonder complexen zoekt naar de creatieve vlakte. Daar ergens reikt hij, met intuïtie en zoveel kunde, aan zijn wereld van geestelijke zuiverheid in eenheid met de natuur. Zijn virtuoze flamenco verheft er zich tot een experimentele wereld op zich. Deze Myrddin maakt verfijnde muzikale kunst in zijn puurste vorm.

En die tien levendige vingertjes, Myrddin? Die vijfde generatie? Jazeker, je zal al wel hebben gezien en gedacht.