Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Eddie Vedder - Earthling (2022)

4,0
3
geplaatst: 13 maart 2022, 18:05 uur
Zanger-gitarist Eddie Vedder spoedt zich al decennia lang, tour op tour, in sneltreinvaart de aardbol rond met z'n immer nog oversuccesvolle Pearl Jam. Waar ie eerst evenwel, in al de hectiek, vaak niet het flauwste idee had waar naartoe z'n expres heenraasde, weet hij als 57-jarige intussen wel hoe bij wijlen wat stoom af te laten en ook waar dan eens de afslag in de luwte te nemen. Dit ook nu weer, met z'n derde persoonlijke project 'Earthling'.
Op 'Earthling' trekt hij solo wel alle registers open met gelegenheidsband 'The Earthlings', met o.m. Glen Hansard en Josh Klinghoffer (Frusciante-vervanger) en Chad Smith, beide van de Peppers. Assistentie deze keer ook van muzieklegendes-alle bijna toevallige studiogasten- als Stevie Wonder, Elton John, Ringo Starr en technische bijstand ook van Andrew Watt, producer achter Justin Bieber en Miley Cyrus. Bieber, Cyrus?! Hell, why not!
De plaat begint behoorlijk in Pearl Jam-grungy-stijl met verschillende best aantrekkelijke solonummers. Het prima bombastische 'Invincible', bijna Bono-pleidooi, hier voor het belang van elk individu en voor empathie tussen de 'earthlings' onderling. Volgen ook de intussen succesvolle singles. Rustige poprocker 'Long Way', typische Pear Jam-rockballad 'Brother the Cloud' en het ingetogener, pianogedreven 'The Haves'. In het 'Brother the Cloud', betekenisvol openend met 'I had a brother...', weidt hij uit over dood en universele gevoelens van droefheid en frustratie en hoe dit alles in balans te houden. De zelfmoord van een goede vriend - heel vermoedelijk Chris Cornell van Soundgarden - en Vedder's pijn daarbij. Waarom heb ik niks gemerkt? Waarom is hij niet langsgekomen? Zijn vragen, nu voorgoed zonder antwoorden.
In 'Fallout Today', geschreven vanuit vrouwelijk perspectief, spreekt hij zich dan weer uit over vrouwenzaken en abortus en, wat dat betreft, het feit dat blijkbaar tegenwoordig 'the times they are a-changing backwards'.
Pas in het einddeel doen - niet onopgemerkt - ook de gasten hun aardige duit in het zakje. In 'Try', gedenkwaardige Stevie Wonder, die zichzelf zoals steeds met z'n harmonica volledig weet te verdampen in de muziek. Vervolgens komt in 'Picture' met vocals en piano ook Elton John sterk voor de dag en in het fraai beatleleske 'Mrs. Mills' beroert Ringo Starr even nederig als altijd de drums.
In het geheel aparte 'On My Way' duikt plots dan ook de 'gaststem' van Vedder's biologische vader op. Pearl Jam's allergrootste knaller 'Alive' was ooit al aan hem opgedragen. Zoon Vedder leerde de man pas postuum kennen, samen met de vaststelling welke fantastische voice ook hij als muzikant had. Collage van enkele van zijn songs werd door Watt vakkundig in de afsluiter van 'Earthling' verwerkt. Pure persoonlijke ontroering wanneer beider stemmen, van vader en zoon, zich hier op dit 'On My Way' finaal dan toch eenmaal weten te versmelten.
Ook op de solo-zijweg maakt machinist Eddie Vedder dus weer zeer goede sier met een hoogst geslaagd 'Earthling'. Maar nu dan toch wel, na de hel van de lockdown, met volle focus de Pearl Jam-locomotief weer via de hoofdbaan op dreef krijgen, richting fantastische festivalzomer. Next stops Pearl Jam Pinkpop-Werchter!
Op 'Earthling' trekt hij solo wel alle registers open met gelegenheidsband 'The Earthlings', met o.m. Glen Hansard en Josh Klinghoffer (Frusciante-vervanger) en Chad Smith, beide van de Peppers. Assistentie deze keer ook van muzieklegendes-alle bijna toevallige studiogasten- als Stevie Wonder, Elton John, Ringo Starr en technische bijstand ook van Andrew Watt, producer achter Justin Bieber en Miley Cyrus. Bieber, Cyrus?! Hell, why not!
De plaat begint behoorlijk in Pearl Jam-grungy-stijl met verschillende best aantrekkelijke solonummers. Het prima bombastische 'Invincible', bijna Bono-pleidooi, hier voor het belang van elk individu en voor empathie tussen de 'earthlings' onderling. Volgen ook de intussen succesvolle singles. Rustige poprocker 'Long Way', typische Pear Jam-rockballad 'Brother the Cloud' en het ingetogener, pianogedreven 'The Haves'. In het 'Brother the Cloud', betekenisvol openend met 'I had a brother...', weidt hij uit over dood en universele gevoelens van droefheid en frustratie en hoe dit alles in balans te houden. De zelfmoord van een goede vriend - heel vermoedelijk Chris Cornell van Soundgarden - en Vedder's pijn daarbij. Waarom heb ik niks gemerkt? Waarom is hij niet langsgekomen? Zijn vragen, nu voorgoed zonder antwoorden.
In 'Fallout Today', geschreven vanuit vrouwelijk perspectief, spreekt hij zich dan weer uit over vrouwenzaken en abortus en, wat dat betreft, het feit dat blijkbaar tegenwoordig 'the times they are a-changing backwards'.
Pas in het einddeel doen - niet onopgemerkt - ook de gasten hun aardige duit in het zakje. In 'Try', gedenkwaardige Stevie Wonder, die zichzelf zoals steeds met z'n harmonica volledig weet te verdampen in de muziek. Vervolgens komt in 'Picture' met vocals en piano ook Elton John sterk voor de dag en in het fraai beatleleske 'Mrs. Mills' beroert Ringo Starr even nederig als altijd de drums.
In het geheel aparte 'On My Way' duikt plots dan ook de 'gaststem' van Vedder's biologische vader op. Pearl Jam's allergrootste knaller 'Alive' was ooit al aan hem opgedragen. Zoon Vedder leerde de man pas postuum kennen, samen met de vaststelling welke fantastische voice ook hij als muzikant had. Collage van enkele van zijn songs werd door Watt vakkundig in de afsluiter van 'Earthling' verwerkt. Pure persoonlijke ontroering wanneer beider stemmen, van vader en zoon, zich hier op dit 'On My Way' finaal dan toch eenmaal weten te versmelten.
Ook op de solo-zijweg maakt machinist Eddie Vedder dus weer zeer goede sier met een hoogst geslaagd 'Earthling'. Maar nu dan toch wel, na de hel van de lockdown, met volle focus de Pearl Jam-locomotief weer via de hoofdbaan op dreef krijgen, richting fantastische festivalzomer. Next stops Pearl Jam Pinkpop-Werchter!
Eels - Eels Time! (2024)

4,0
2
geplaatst: 28 juni 2024, 18:14 uur
What about eels? Want daar is 'EELS TIME!', met hoofdletters geschreven en met uitroepteken, het vijftiende album van eels sedert hun debuut 'Beautifull Freak'. Kan een mens er nog gelukkig van worden? Hoe dan ook het is al een release met een bijzonder verhaal. Vooral omdat alles zo definitief anders had gekund. Een als een tijdbom tikkend aneurisma kon op tijd, centimeters boven Mark Oliver 'E' Everett's hart, door een stuk kunststof-aorta worden vervangen. Hij was er ooit voor verwittigd. Herinner je zijn beroemde wiskundige vader, voor wie het allemaal ineens en fataal voorbij was, de dag dat de 19-jarige E hem thuis dood vond. E daarentegen kon nog naar zijn operatie toeleven en in die bijzondere gemoedsgesteltenis broeide wat uiteindelijk weer een nieuw album werd. Een heel intense tijd voor hem, nu Magere Hein zich zovele jaren later ook aan zijn venster vertoonde. Nu, een openhartoperatie en een langdurige revalidatie, twee zaken sowieso niet van aard om er onmiddellijk andermaal de overweldigende energie van rockende voorganger 'Extreme Witchcraft' bij te verwachten. En al helemaal niet die misleidende onstuimigaard op de hoesfoto. Ook zijn lange baard is intussen al weer gekortwiekt. Wat we als artistiek resultaat krijgen is zeker niet minnetjes. Twaalf bespiegelende songs waarin we onze notoire melancholicus bijna magisch zien switchen in de richting van de pakkende indiepop van weleer.
Daarom klinkt E's lieveling, die eerste akoestische drumloze single 'Time' ook zo ongewoon en onwennig mooi. Een emotionele opener waarin E in een goeie twee minuten zijn 'tijd' vóór de hartoperatie overschouwt. Tijd, het universele onderwerp waarvan hij als geen ander in spaarzaam simpele lijnen het punt kan maken. Drie verzen maar die elk een deel van het familiealbum van de drie generaties Everett bestrijken en een indringende video bovendien die alles des te meer impact geeft. Een E die we na zijn gekend al heel trieste voorgeschiedenis toch terug zien vallen op familie, waarvoor zijn hart klopt. En daarin is 'Time', weer zo'n schitterend akoestisch kleinood. Direct even akoestisch gevolgd door het prachtige, melodieuze 'We Won't See Her Like Again', over iemand die hij in de loop der tijden is kwijtgeraakt.
Met de elektriciteit van het aparte 'Goldy' hebben we zowat het 'hardste' nummer van de plaat al gehad. Een tragikomisch tafereel over de man die alleen zijn goudvis nodig heeft om te overleven. Song die ook niet verrassend metafoor is voor E's liefde voor zijn zielsvriend, zijn hond Bundy. De charmante luchtigheid van 'Sweet Smile' is daarop een leuk, onschuldig liedje over over straat lopen en je realiseren dat alles beter en gemakkelijker aanvoelt van zodra je je glimlach opzet. Weg depri-frons op het gezicht. Sixtiesfan E had het kleurrijke feelgoodhitje 'Georgy Girl' van The Seekers in gedachten toen hij het schreef.
Tussen het kwetsbare, benauwde 'Haunted Hero' en de zonnige kamerpop van 'And You Run' zit er iets etherisch, psychedelisch in 'If I'm Gonna Go Anywhere'. De sterke productie van buurman Tyson Ritter valt onmiddellijk op. En ja, die mooie plaats waar E vertoeft, als hij nergens heengaat, is ondubbelzinnig: bij de liefde. In het voluit gevocoderde 'Lay with the Lambs' verhogen de decibels dan toch nog iets, maar het blijft een nummer met vooral sfeervolle strijkers en belletjes en op ijle hoogte dartel zingende stemmetjes.
Korste nummer 'Song for You Know Who', vintage eels, heeft het dan weer over het niet herhalen van misstappen uit het verleden. Over wie de song daarwerkelijk gaat daarover houdt E de lippen stijf op elkaar. Terwijl schitterende lovesong 'I Can't Believe It's True' er dan misschien eentje wordt om vanaf nu bruiloften mee in te zetten. Evenwel, E dacht bij het schrijven eerder aan zijn zoontje Archie. Misschien voor geboortefeesten dan maar? Op 'On the Bridge' is het dan weer een en al ingetogenheid.
Slotsom over 'EELS TIME!'. Na zijn operatie wordt het voor de E-lovers gelukkig weer 'EELS TIME!' als voorheen. Tijdloze muziek op eenvoudige akkoorden waaruit deze keer fris van de lever dankbaarheid en behoorlijk wat optimisme spreekt. Bovendien is E in zijn relatie met de tijd voor de zoveelste keer in een creatieve bui. Hij leeft door zijn geslaagde operatie daarenboven volop in zijn 'eels time', de bonustijd van zijn leven. Met 'EELS TIME!' etaleert Everett hier op een meer aparte wijze dat hij de weg naar zijn indrukwekkende lyrische en muzikale bronnen niet is kwijtgeraakt. Met zijn vertrouwde raspige stem laveert hij behendig tussen zijn emotionele polen. Als je zelf tijd over hebt, lijkt hij te zeggen, profiteer er dan maar van, vier het! En met hoogschallende trompetten besluit hij dit album resoluut met 'Let's Be Lucky'.
Op zijn vijftiende bewijst E dat hij een van de grootste iconen van de indierock blijft. Goed hoorbaar hier dat hij er na zijn fysieke update, samen met The Chet, P-Boo, Koool g Murder, Knuckles en Royal Al, gewoon verder plezier aan beleeft. Muziek in een andere modus, een slowburner die zeker bij de fans een pak songs zal opleveren die het waard zijn te overleven. 'EELS TIME!' is een warme plaat en in alle geval veel beter dan een Best-of met een donkerzwart randje.
Daarom klinkt E's lieveling, die eerste akoestische drumloze single 'Time' ook zo ongewoon en onwennig mooi. Een emotionele opener waarin E in een goeie twee minuten zijn 'tijd' vóór de hartoperatie overschouwt. Tijd, het universele onderwerp waarvan hij als geen ander in spaarzaam simpele lijnen het punt kan maken. Drie verzen maar die elk een deel van het familiealbum van de drie generaties Everett bestrijken en een indringende video bovendien die alles des te meer impact geeft. Een E die we na zijn gekend al heel trieste voorgeschiedenis toch terug zien vallen op familie, waarvoor zijn hart klopt. En daarin is 'Time', weer zo'n schitterend akoestisch kleinood. Direct even akoestisch gevolgd door het prachtige, melodieuze 'We Won't See Her Like Again', over iemand die hij in de loop der tijden is kwijtgeraakt.
Met de elektriciteit van het aparte 'Goldy' hebben we zowat het 'hardste' nummer van de plaat al gehad. Een tragikomisch tafereel over de man die alleen zijn goudvis nodig heeft om te overleven. Song die ook niet verrassend metafoor is voor E's liefde voor zijn zielsvriend, zijn hond Bundy. De charmante luchtigheid van 'Sweet Smile' is daarop een leuk, onschuldig liedje over over straat lopen en je realiseren dat alles beter en gemakkelijker aanvoelt van zodra je je glimlach opzet. Weg depri-frons op het gezicht. Sixtiesfan E had het kleurrijke feelgoodhitje 'Georgy Girl' van The Seekers in gedachten toen hij het schreef.
Tussen het kwetsbare, benauwde 'Haunted Hero' en de zonnige kamerpop van 'And You Run' zit er iets etherisch, psychedelisch in 'If I'm Gonna Go Anywhere'. De sterke productie van buurman Tyson Ritter valt onmiddellijk op. En ja, die mooie plaats waar E vertoeft, als hij nergens heengaat, is ondubbelzinnig: bij de liefde. In het voluit gevocoderde 'Lay with the Lambs' verhogen de decibels dan toch nog iets, maar het blijft een nummer met vooral sfeervolle strijkers en belletjes en op ijle hoogte dartel zingende stemmetjes.
Korste nummer 'Song for You Know Who', vintage eels, heeft het dan weer over het niet herhalen van misstappen uit het verleden. Over wie de song daarwerkelijk gaat daarover houdt E de lippen stijf op elkaar. Terwijl schitterende lovesong 'I Can't Believe It's True' er dan misschien eentje wordt om vanaf nu bruiloften mee in te zetten. Evenwel, E dacht bij het schrijven eerder aan zijn zoontje Archie. Misschien voor geboortefeesten dan maar? Op 'On the Bridge' is het dan weer een en al ingetogenheid.
Slotsom over 'EELS TIME!'. Na zijn operatie wordt het voor de E-lovers gelukkig weer 'EELS TIME!' als voorheen. Tijdloze muziek op eenvoudige akkoorden waaruit deze keer fris van de lever dankbaarheid en behoorlijk wat optimisme spreekt. Bovendien is E in zijn relatie met de tijd voor de zoveelste keer in een creatieve bui. Hij leeft door zijn geslaagde operatie daarenboven volop in zijn 'eels time', de bonustijd van zijn leven. Met 'EELS TIME!' etaleert Everett hier op een meer aparte wijze dat hij de weg naar zijn indrukwekkende lyrische en muzikale bronnen niet is kwijtgeraakt. Met zijn vertrouwde raspige stem laveert hij behendig tussen zijn emotionele polen. Als je zelf tijd over hebt, lijkt hij te zeggen, profiteer er dan maar van, vier het! En met hoogschallende trompetten besluit hij dit album resoluut met 'Let's Be Lucky'.
Op zijn vijftiende bewijst E dat hij een van de grootste iconen van de indierock blijft. Goed hoorbaar hier dat hij er na zijn fysieke update, samen met The Chet, P-Boo, Koool g Murder, Knuckles en Royal Al, gewoon verder plezier aan beleeft. Muziek in een andere modus, een slowburner die zeker bij de fans een pak songs zal opleveren die het waard zijn te overleven. 'EELS TIME!' is een warme plaat en in alle geval veel beter dan een Best-of met een donkerzwart randje.
Eels - Extreme Witchcraft (2022)

4,5
0
geplaatst: 3 februari 2022, 19:35 uur
Hoe zou het nog met eels wezen? Hoe zou het beroepstreurwilg Mark Everett, a.k.a. E voor z'n vrienden, over wiens verdriet en neuroses we nu zowat alles wel weten, in corona zijn vergaan? Hewel verrassend, we krijgen hier een nieuw album dat het eels-geluid monter en fris de speakers uitstuwt. Met naast enkele uitstekende eels-ballades vooral zeer aantrekkelijke kale rock of vuile blues. Zijn meest springerige werk kortom sinds heugenis. Vrijwel de hele plaat lijkt dolle fun. 'Men zegt' dat de rock-and-roller in E toevallig 'Souljacker'-nostalgie kreeg, hij zijn vriendje John Parish heropzocht, met wie hij in 2001 die plaat inblikte en een even bruisende plaat, 'Extreme Witchcraft ' zag in volle lockdown het levenslicht. Een echte sámenwerkingsplaat bovendien, met een door de pandemie ver op afstand, tussen Bristol en Los Angeles knippend en plakkend duo, langs beide kanten van de oceaan.
Maar vergissen we ons toch weer niet. In elk, zelfs meest hups nummer loert nog steeds de gekwelde Everett-ziel van de talrijke vorige eels-albums. Al vertoeft hij nu basic in een andere mood - beoordeel maar de titel van de aanstekelijke, dansbare eelsrocker 'Better Living Through Desperation' -, toch zijn er heus ook nog àndere, zoals met die met de naam 'Learning While I Lose', wat toch meer zijn levensmotto is. Of het stijlvolle 'Stumbling Bee', over een buiten het seizoen nog verdwaasd over schitterende gitaar- en keyboardlijnen rondvliegend bijtje, metafoor voor de struikelende psyche van de man Everett op zoek naar de juiste weg. Hij schrijft over persoonlijk leven, trauma's, streven om ergens toch op een positieve plek te geraken. Maar nu geniet hij als verantwoordelijke solitary father van een vierjarig kind vooral van kinderlijke onschuld, van verwondering, m.a.w. van constant hilarische leute, hetgeen zich dan weer sprankelend vertaalt in z'n gekende droge humor.
'Amateur Hour' is een aftrap in optima forma van een rock & roll-feestje vol energie, Keith Richards-elektriciteit, riffs, helse dansritmes. 'Good Night On Earth', ook opzwepend, op speed met altijd inventieve gitaren, maar toch altijd het tegengestelde van highway-to-hellrock. En dat cool vibrato op het bruggetje! Voor eels is de wereld shit, maar hij heeft het er best naar zijn zin. Met ook hier een 'I can't stand eels'-zinnetje als komische gimmick.
De weer perfecte popsong 'Strawberries & Popcorn' komt voort uit z'n overleven op zoontje's etenresten. Vandaar de maffe titel, maar inhoudelijk filosofeert ie wel ongelukkig over alleenvallen en ontdekken dat z'n eigen herwonnen vrijheid verre van alleen positiefs oplevert. Hemelsmooi klassiek eels-nummer met verrukkelijke solo- en reverbgitaren.
'Steam Engine' is een volgende toffe maar smerige rock&roller, met retroklinkende gitaren en vette bas, over sterfelijkheid en zich toch nog jong voelen in een ouder vel. In het heerlijke 'Grandfather Clock Strikes Twelve' gaat hij vervolgens volledig loos in funk en soul, saluut aan die andere 'sexy motherfucker' Prince. 'The Magic', subliem rockend als pompende ZZ Top-per en toch meteen ook triest hengelen naar je sympathie: "niet iedereen houdt van me, maar probeer het en vind me misschien een persoonlijkheid waar je geen genoeg kunt van krijgen". 'So Anyway', de meer ingetogen vintage eels-ballade op zachtaardige piano, bedrieglijk rustige voorloper naar 'What Isn't'...
'What It Isn't' begint heel 'Dear Prudence'- beatle-esk om dan toch ongedacht heet en dreigend uit te monden in een zeldzaam brutale 'Shut Up'-oerschreeuw naar al E's demonen. Met medewerking ook van Manson en Bundy, z'n toevallig meeblaffende hondjes, precies tussen eerste refrein en tweede couplet. Het vertederend folky juweeltje 'Learning While I Lose' is met het klassiek instrumentarium weer dartel trippelend, mooi ingetogen eels. En het knap wentelende 'I Know You're Right', zingend leren en toegeven dat je gewoon niet alles kan weten en dat jij nu eenmaal de fool was die alles verknalde. Mister E ten voeten uit.
En de plaattitel? Gaat zomaar helemaal terug naar Beyoncé die onlangs door haar ex-drummer voor 'Extreme Witchcraft' werd aangeklaagd. Louter omwille van de - dixit E - 'mooie woordcombinatie' dus én de bijna voodoo- band die hij toch ergens voelde met Parish was de passendste plaattitel gevonden.
'Extreme Witchcraft' dus, weer een crème van een plaat van eels én John Parish, foutloos op alle vlakken en zelfs een stuk beter dan oudere geestesgenoot 'Souljacker'! Wat een knappe, afwisselende songs hier vol mooie melodieën en wendingen, spetterende muzikale ideeën. Parish levert het technisch vernuft, de krakende of over-de-top, maar toch veel zuiverder gitaren, spitsvondige samples en Everett komt met de tragische melancholie in met kenmerkend afstandelijke zelfspot doorspekte lyrics. Het vriendenduo doet je hier dus zelfs na decennia eels steeds trouw naar dit altijd innemend wanhopig buitenbeentje teruggrijpen. Wordt ie nu in een pandemie vol narigheid zelfs onze baken vol jolijt. Kunnen bijna niet wachten om dat allemaal live te zien.
Maar vergissen we ons toch weer niet. In elk, zelfs meest hups nummer loert nog steeds de gekwelde Everett-ziel van de talrijke vorige eels-albums. Al vertoeft hij nu basic in een andere mood - beoordeel maar de titel van de aanstekelijke, dansbare eelsrocker 'Better Living Through Desperation' -, toch zijn er heus ook nog àndere, zoals met die met de naam 'Learning While I Lose', wat toch meer zijn levensmotto is. Of het stijlvolle 'Stumbling Bee', over een buiten het seizoen nog verdwaasd over schitterende gitaar- en keyboardlijnen rondvliegend bijtje, metafoor voor de struikelende psyche van de man Everett op zoek naar de juiste weg. Hij schrijft over persoonlijk leven, trauma's, streven om ergens toch op een positieve plek te geraken. Maar nu geniet hij als verantwoordelijke solitary father van een vierjarig kind vooral van kinderlijke onschuld, van verwondering, m.a.w. van constant hilarische leute, hetgeen zich dan weer sprankelend vertaalt in z'n gekende droge humor.
'Amateur Hour' is een aftrap in optima forma van een rock & roll-feestje vol energie, Keith Richards-elektriciteit, riffs, helse dansritmes. 'Good Night On Earth', ook opzwepend, op speed met altijd inventieve gitaren, maar toch altijd het tegengestelde van highway-to-hellrock. En dat cool vibrato op het bruggetje! Voor eels is de wereld shit, maar hij heeft het er best naar zijn zin. Met ook hier een 'I can't stand eels'-zinnetje als komische gimmick.
De weer perfecte popsong 'Strawberries & Popcorn' komt voort uit z'n overleven op zoontje's etenresten. Vandaar de maffe titel, maar inhoudelijk filosofeert ie wel ongelukkig over alleenvallen en ontdekken dat z'n eigen herwonnen vrijheid verre van alleen positiefs oplevert. Hemelsmooi klassiek eels-nummer met verrukkelijke solo- en reverbgitaren.
'Steam Engine' is een volgende toffe maar smerige rock&roller, met retroklinkende gitaren en vette bas, over sterfelijkheid en zich toch nog jong voelen in een ouder vel. In het heerlijke 'Grandfather Clock Strikes Twelve' gaat hij vervolgens volledig loos in funk en soul, saluut aan die andere 'sexy motherfucker' Prince. 'The Magic', subliem rockend als pompende ZZ Top-per en toch meteen ook triest hengelen naar je sympathie: "niet iedereen houdt van me, maar probeer het en vind me misschien een persoonlijkheid waar je geen genoeg kunt van krijgen". 'So Anyway', de meer ingetogen vintage eels-ballade op zachtaardige piano, bedrieglijk rustige voorloper naar 'What Isn't'...
'What It Isn't' begint heel 'Dear Prudence'- beatle-esk om dan toch ongedacht heet en dreigend uit te monden in een zeldzaam brutale 'Shut Up'-oerschreeuw naar al E's demonen. Met medewerking ook van Manson en Bundy, z'n toevallig meeblaffende hondjes, precies tussen eerste refrein en tweede couplet. Het vertederend folky juweeltje 'Learning While I Lose' is met het klassiek instrumentarium weer dartel trippelend, mooi ingetogen eels. En het knap wentelende 'I Know You're Right', zingend leren en toegeven dat je gewoon niet alles kan weten en dat jij nu eenmaal de fool was die alles verknalde. Mister E ten voeten uit.
En de plaattitel? Gaat zomaar helemaal terug naar Beyoncé die onlangs door haar ex-drummer voor 'Extreme Witchcraft' werd aangeklaagd. Louter omwille van de - dixit E - 'mooie woordcombinatie' dus én de bijna voodoo- band die hij toch ergens voelde met Parish was de passendste plaattitel gevonden.
'Extreme Witchcraft' dus, weer een crème van een plaat van eels én John Parish, foutloos op alle vlakken en zelfs een stuk beter dan oudere geestesgenoot 'Souljacker'! Wat een knappe, afwisselende songs hier vol mooie melodieën en wendingen, spetterende muzikale ideeën. Parish levert het technisch vernuft, de krakende of over-de-top, maar toch veel zuiverder gitaren, spitsvondige samples en Everett komt met de tragische melancholie in met kenmerkend afstandelijke zelfspot doorspekte lyrics. Het vriendenduo doet je hier dus zelfs na decennia eels steeds trouw naar dit altijd innemend wanhopig buitenbeentje teruggrijpen. Wordt ie nu in een pandemie vol narigheid zelfs onze baken vol jolijt. Kunnen bijna niet wachten om dat allemaal live te zien.
Elbow - Audio Vertigo (2024)

4,0
4
geplaatst: 29 maart 2024, 13:17 uur
Straks een kwarteeuw in de running en intussen alweer trots daar met een tiende album: de Britten van Elbow met hun 'Audio Vertigo'. Blijken ze deze keer bovendien een richting ingeslagen waarbij er eindelijk weer wat pit en punch door hun pipelines stroomt. Edoch, Elbowfans, geen paniek, al is dit speelse album groovy en ongeremd, veel is tegelijk ook knus en hetzelfde gebleven. Niet in het minst het teddybeergehalte van de altijd lieve en joviale frontman Guy Garvey, 50 intussen, die als altijd met zijn présence ook alle radiostudio's van hier tot in Mexico met verve inneemt.
Vanaf de diepe gitaarakkoorden van opener 'Things I've Been Telling Myself for Years' klinkt veel op 'Audio Vertigo' rockend. Maar niet in het minst ook warmer en zuiderser, getuige de opvallende percussie en het energieke blazerscombo op de stuiterende nieuwe Elbowklassiekers 'Lovers' Leap' - over een dubbele zelfmoord! - en het vrolijke synthsgedreven hoogtepunt 'Balu', vanaf zijn indrukwekkende intro helemaal gericht aan de vrienden. Jawel, zo wordt het nu zelfs een keer dansen op Elbow. De ellende in de wereld even vergeten, zei Garvey minzaam, wie had zoiets ooit gedacht.
Er zitten drie intermezzo-songs in, '(Where Is It?)', 'Poker Face' en 'Embers of Day', leuke niemendalletjes waarrond alle prijsbeesten netjes gerangschikt liggen. Samen 39 minuutjes toch maar, want ook Elbow werkt tegenwoordig opnieuw op vinyllengte.
Volgt na het ijzersterke openingstrio het sfeervolle funky 'Very Heaven'. Dat klinkt bijna bovenaards met zijn fraaie gitaren en net zo hip is 'Her to the Earth'. Zweverig pompende synths, die uitblinken tussen hypnotiserende ambient en elegante Guy Garvey-pop. Het schuivende 'The Picture' is even pakkend proggy als catchy. 'Knife Fight' dan weer is een groovy swinger met grandioze gitaren, zomaar wrang over een messengevecht in Istambul.
Applaus op alle banken dan voor de op uiteenlopende elektrische snaren drijvende 'Good Blood Mexico City'. Tussen opzwepende rockfestivalriffs een heuse ode aan Mexico City, waar hun fanbasis groot is en tevens tribute aan Taylor Hawkins. Een compositie de Foo Fighters helemaal waardig.
Afsluiten met een tedere Garvey die het in het bijna zes minuten lange 'From the River' nog uitgebreid over zijn zoon heeft. Dromerig met hem wegmeanderen als op een rivier tussen de heuvels.
Er zit dus blijkbaar nog heel veel leven, vreugde en spelplezier in dit Elbow. Ze maakten vanaf de eerste noot weer een hoogstaand album dat als altijd vintage Elbow klinkt. Er is die uitzonderlijke, vaderlijke stem van Garvey die de plaat door schittert als een vertrouwde Peter Gabriel op zijn best. Zijn lyrische mijmeringen zitten vol gevoel, tederheid en Britse flair. Bovendien wordt hij door een band klassebakken-musici perfect gediend en in evenwicht gehouden. Bijzondere rol daarbij voor de jongste Elbower, de altijd creatieve huidige drummer Alex Reeves, die zich met al zijn complexe ritmes intussen volledig in zijn sas voelt in het gezelschap.
'Audio Vertigo' is daarmee even toegankelijk als avontuurlijk geworden. Het zit toch maar weer eens vol geweldige, spannende composities. Globaal zullen ze er wel mooier mee gedijen op het rockpodium dan tegenover de comfortabele schouwburgfauteuils. Maar het blijven immer coole Elbow-melodieën die vastpakken, songs die verfrissen met hun ritmes en subtiele arrangementen. Een resem nieuw materiaal dus vol contrasten en met weer, net als in hun early days, flarden experimentele randjes.
Mooi zo. De kameleons van Elbow zijn nog steeds niet van plan om slaafs te gaan conformeren, dus blijven ze al verkennend plaat na plaat gewoon glansrijk zichzelf. Gegarandeerd in alle geval, straks op de wei of in de arena, die immer glimlachende Guy laat je met de handjes meedeinend in de hoogte ook dit gehele 'Audio Vertigo' helemaal in perfect vierstemmige koren meescanderen. Als volmaakte remedie tegen elke opkomende audio-vertigo-variant.
Elbow is:
Guy Garvey - vocals
Mark Potter - gitaar
Craig Potter - keyboards
Alex Reeves - drums
Pete Turner - bas
Vanaf de diepe gitaarakkoorden van opener 'Things I've Been Telling Myself for Years' klinkt veel op 'Audio Vertigo' rockend. Maar niet in het minst ook warmer en zuiderser, getuige de opvallende percussie en het energieke blazerscombo op de stuiterende nieuwe Elbowklassiekers 'Lovers' Leap' - over een dubbele zelfmoord! - en het vrolijke synthsgedreven hoogtepunt 'Balu', vanaf zijn indrukwekkende intro helemaal gericht aan de vrienden. Jawel, zo wordt het nu zelfs een keer dansen op Elbow. De ellende in de wereld even vergeten, zei Garvey minzaam, wie had zoiets ooit gedacht.
Er zitten drie intermezzo-songs in, '(Where Is It?)', 'Poker Face' en 'Embers of Day', leuke niemendalletjes waarrond alle prijsbeesten netjes gerangschikt liggen. Samen 39 minuutjes toch maar, want ook Elbow werkt tegenwoordig opnieuw op vinyllengte.
Volgt na het ijzersterke openingstrio het sfeervolle funky 'Very Heaven'. Dat klinkt bijna bovenaards met zijn fraaie gitaren en net zo hip is 'Her to the Earth'. Zweverig pompende synths, die uitblinken tussen hypnotiserende ambient en elegante Guy Garvey-pop. Het schuivende 'The Picture' is even pakkend proggy als catchy. 'Knife Fight' dan weer is een groovy swinger met grandioze gitaren, zomaar wrang over een messengevecht in Istambul.
Applaus op alle banken dan voor de op uiteenlopende elektrische snaren drijvende 'Good Blood Mexico City'. Tussen opzwepende rockfestivalriffs een heuse ode aan Mexico City, waar hun fanbasis groot is en tevens tribute aan Taylor Hawkins. Een compositie de Foo Fighters helemaal waardig.
Afsluiten met een tedere Garvey die het in het bijna zes minuten lange 'From the River' nog uitgebreid over zijn zoon heeft. Dromerig met hem wegmeanderen als op een rivier tussen de heuvels.
Er zit dus blijkbaar nog heel veel leven, vreugde en spelplezier in dit Elbow. Ze maakten vanaf de eerste noot weer een hoogstaand album dat als altijd vintage Elbow klinkt. Er is die uitzonderlijke, vaderlijke stem van Garvey die de plaat door schittert als een vertrouwde Peter Gabriel op zijn best. Zijn lyrische mijmeringen zitten vol gevoel, tederheid en Britse flair. Bovendien wordt hij door een band klassebakken-musici perfect gediend en in evenwicht gehouden. Bijzondere rol daarbij voor de jongste Elbower, de altijd creatieve huidige drummer Alex Reeves, die zich met al zijn complexe ritmes intussen volledig in zijn sas voelt in het gezelschap.
'Audio Vertigo' is daarmee even toegankelijk als avontuurlijk geworden. Het zit toch maar weer eens vol geweldige, spannende composities. Globaal zullen ze er wel mooier mee gedijen op het rockpodium dan tegenover de comfortabele schouwburgfauteuils. Maar het blijven immer coole Elbow-melodieën die vastpakken, songs die verfrissen met hun ritmes en subtiele arrangementen. Een resem nieuw materiaal dus vol contrasten en met weer, net als in hun early days, flarden experimentele randjes.
Mooi zo. De kameleons van Elbow zijn nog steeds niet van plan om slaafs te gaan conformeren, dus blijven ze al verkennend plaat na plaat gewoon glansrijk zichzelf. Gegarandeerd in alle geval, straks op de wei of in de arena, die immer glimlachende Guy laat je met de handjes meedeinend in de hoogte ook dit gehele 'Audio Vertigo' helemaal in perfect vierstemmige koren meescanderen. Als volmaakte remedie tegen elke opkomende audio-vertigo-variant.
Elbow is:
Guy Garvey - vocals
Mark Potter - gitaar
Craig Potter - keyboards
Alex Reeves - drums
Pete Turner - bas
Elder - Innate Passage (2022)

4,5
4
geplaatst: 6 december 2022, 17:14 uur
Die voortdurende maalstroom aan nieuwe muziek die continu je oor vraagt, waar je de echte kleppers altijd des te meer goed moet zien uit te vlooien en dan, ja, was deze je toch bijna ontgaan. Het grote Elder, die tegenwoordig voornamelijk in Berlijn residerende Amerikaanse band, met op zang en gitaar Nick DiSalvo, toetsen Mike Risberg, drums Georg Edert en bas Jack Donovan.
Vreemd genoeg krijgen ze soms nog steeds het etiket stoner of doom opgekleefd, daar zijn ze inderdaad wel grensverleggend in geweest, maar daar mag men dus stilaan mee ophouden. Wat Elder hedentendage met zijn zesde project brengt is intussen, in verderzetting van hun vorige, 'Omens', toch wel andere koek. Meergranenkoek. Met 'Innate Passage' leveren ze anno 2022 een ontzagwekkend volcreatief en stijlvol kunstwerk af dat, hoewel eigentijds, met de voeten duidelijk diep in die vette klei staat van de progressieve rock. Lange weelderige tienminutenstukken die rijden als expedities en die een ingewikkelde dynamiek ontwikkelen die je tegelijk - niet evident - tijdens elk ritonderdeel toch alert en gefascineerd houden. Bij het ondergaan van die constant prachtige sfeervolle mix van zinderende riffs, onverwachte grooves, ongebreidelde keyboardpassages, altijd weldadige, meervoudige zanglijnen en inventieve percussie, waan je je zo vaak terug in de transcenderende expressiviteit van de seventies. Zwem je met hun kleurrijk uitdijende jams weer mee in de topographic oceans van mannen ooit als Howe, Wakeman, Anderson, Squire, White en van al die respectabele progressievelingen die sindsdien de creatie van suggestieve, psychedelische soundscapes mee hebben bepaald. Dergelijke wonderlijke structuren zet Elder tegenwoordig ook op en ok, dit Elder doet het dan op 'Innate Passage' bij wijlen ook nog eens gepeperder, on a very heavy metal way.
Ze trappen deze keer af door in het magische 'Catastasis', tussen vele ritmische oorverbluffende tableaus, melodisch onbestemd gemaakt door hun verenigde synths, gitaren en drums, vooral de vocalen een ereplaats te geven. Een complexe harmonische vervlechting daarenboven van DiSalvo's verfijnde gezangen met - en dat voor het eerst - die van een gastzanger, Behrang Alavi van de Berlijnse rockband Samavayo.
Het epische 'Endless Return' is opgebouwd in meeslepende lagen van versnipperde gitaren, indrukwekkende solo's en opzwepende riffs, die verschillende stemmingen oproepen.
'Coalescence' heeft een wild rammend rockgeluid in zich, een voortdurende fonkeling van repeterende melodielijnen en boeiende geluidscascades waarbinnen elk bandlid onderweg evenwichtig zijn plaats krijgt en ieder de ander naar nieuwe pieken duwt. Het rondt af met een fraaie vintage synthsolo. In 'Merged in Dreams – Ne Plus Ultra' zit een stuk treurende, meanderende syntheziserambient, een ingewikkelde ritmiek en de zware duistere gitaren roepen hier nog het meest Elder's voorgeschiedenis als stoner- doommetalplayers op. Vooral daar waar het gestaag opbouwend golft naar z'n kolkende eindculminatiepunt. Maar dan nog dwalen je gedachten steeds weer en meer nog naar oersfeervaders à la Yes of King Krimson. 'The Purpose', het wonderbaarlijke einde, opstartend in ogenschijnlijke zachtheid van rondcirkelende akkoorden, groeit in zijn weelderige directheid langs ijzig scherpe riffs uit naar een gepassioneerd vocaal hoogtepunt. Na de finale gitarenvloed ebt met de fade-out de totale introspectieve rust weer binnen.
'Innate Passage' is, aldus tekstschrijver Nick DiSalvo zelf, een geluidsfantasie ontluikt tijdens de pandemie, over hoe we, elk op eigen manier, zelfbeschouwend of niet, onze surreële wereld van vandaag verwerken om weer tot groei te kunnen komen. 'Innate Passage' staat daarbij voor het intrinsieke overgaan als een existentieel menselijk proces. Met hun meesterlijk uitgestrekte progwoordenschat zetten ze een amalgaam aan emoties tot in het detail om in één lang volwassen sonisch avontuur, wederom in vijf fantastische, subtiele passages, bovendien in een zonneklare productie. Daarmee overtreft 'Innate Passage' zijn ook al niet onverdienstelijke voorganger 'Omens' moeiteloos. Sta dus open voor deze virtuozen, neem een koptelefoon en laat je leiden door de heerlijke kracht van DiSalvo's hoge vocalen. Beleef vooral het prachtige muzikale verhaal van Elder in hun reeks van vijf haast psychedelische boosts. 'Innate Passage' is één duizelingwekkend stromende roes in tijdloze diepten van eerder nog nooit verkende wereldzeeën. In de nadagen van het jaar zit er altijd nog wel een juweel van een album in het pak. Haalt dit Elder daarmee tijdig de eindejaarslijstjes?
Vreemd genoeg krijgen ze soms nog steeds het etiket stoner of doom opgekleefd, daar zijn ze inderdaad wel grensverleggend in geweest, maar daar mag men dus stilaan mee ophouden. Wat Elder hedentendage met zijn zesde project brengt is intussen, in verderzetting van hun vorige, 'Omens', toch wel andere koek. Meergranenkoek. Met 'Innate Passage' leveren ze anno 2022 een ontzagwekkend volcreatief en stijlvol kunstwerk af dat, hoewel eigentijds, met de voeten duidelijk diep in die vette klei staat van de progressieve rock. Lange weelderige tienminutenstukken die rijden als expedities en die een ingewikkelde dynamiek ontwikkelen die je tegelijk - niet evident - tijdens elk ritonderdeel toch alert en gefascineerd houden. Bij het ondergaan van die constant prachtige sfeervolle mix van zinderende riffs, onverwachte grooves, ongebreidelde keyboardpassages, altijd weldadige, meervoudige zanglijnen en inventieve percussie, waan je je zo vaak terug in de transcenderende expressiviteit van de seventies. Zwem je met hun kleurrijk uitdijende jams weer mee in de topographic oceans van mannen ooit als Howe, Wakeman, Anderson, Squire, White en van al die respectabele progressievelingen die sindsdien de creatie van suggestieve, psychedelische soundscapes mee hebben bepaald. Dergelijke wonderlijke structuren zet Elder tegenwoordig ook op en ok, dit Elder doet het dan op 'Innate Passage' bij wijlen ook nog eens gepeperder, on a very heavy metal way.
Ze trappen deze keer af door in het magische 'Catastasis', tussen vele ritmische oorverbluffende tableaus, melodisch onbestemd gemaakt door hun verenigde synths, gitaren en drums, vooral de vocalen een ereplaats te geven. Een complexe harmonische vervlechting daarenboven van DiSalvo's verfijnde gezangen met - en dat voor het eerst - die van een gastzanger, Behrang Alavi van de Berlijnse rockband Samavayo.
Het epische 'Endless Return' is opgebouwd in meeslepende lagen van versnipperde gitaren, indrukwekkende solo's en opzwepende riffs, die verschillende stemmingen oproepen.
'Coalescence' heeft een wild rammend rockgeluid in zich, een voortdurende fonkeling van repeterende melodielijnen en boeiende geluidscascades waarbinnen elk bandlid onderweg evenwichtig zijn plaats krijgt en ieder de ander naar nieuwe pieken duwt. Het rondt af met een fraaie vintage synthsolo. In 'Merged in Dreams – Ne Plus Ultra' zit een stuk treurende, meanderende syntheziserambient, een ingewikkelde ritmiek en de zware duistere gitaren roepen hier nog het meest Elder's voorgeschiedenis als stoner- doommetalplayers op. Vooral daar waar het gestaag opbouwend golft naar z'n kolkende eindculminatiepunt. Maar dan nog dwalen je gedachten steeds weer en meer nog naar oersfeervaders à la Yes of King Krimson. 'The Purpose', het wonderbaarlijke einde, opstartend in ogenschijnlijke zachtheid van rondcirkelende akkoorden, groeit in zijn weelderige directheid langs ijzig scherpe riffs uit naar een gepassioneerd vocaal hoogtepunt. Na de finale gitarenvloed ebt met de fade-out de totale introspectieve rust weer binnen.
'Innate Passage' is, aldus tekstschrijver Nick DiSalvo zelf, een geluidsfantasie ontluikt tijdens de pandemie, over hoe we, elk op eigen manier, zelfbeschouwend of niet, onze surreële wereld van vandaag verwerken om weer tot groei te kunnen komen. 'Innate Passage' staat daarbij voor het intrinsieke overgaan als een existentieel menselijk proces. Met hun meesterlijk uitgestrekte progwoordenschat zetten ze een amalgaam aan emoties tot in het detail om in één lang volwassen sonisch avontuur, wederom in vijf fantastische, subtiele passages, bovendien in een zonneklare productie. Daarmee overtreft 'Innate Passage' zijn ook al niet onverdienstelijke voorganger 'Omens' moeiteloos. Sta dus open voor deze virtuozen, neem een koptelefoon en laat je leiden door de heerlijke kracht van DiSalvo's hoge vocalen. Beleef vooral het prachtige muzikale verhaal van Elder in hun reeks van vijf haast psychedelische boosts. 'Innate Passage' is één duizelingwekkend stromende roes in tijdloze diepten van eerder nog nooit verkende wereldzeeën. In de nadagen van het jaar zit er altijd nog wel een juweel van een album in het pak. Haalt dit Elder daarmee tijdig de eindejaarslijstjes?
Employed to Serve - Conquering (2021)

4,5
1
geplaatst: 23 september 2021, 18:52 uur
Die openingsnoten, mooi akkoordengepingel, een cello warempel, wordt dit het voorportaal van een gezapige Muse? Neen, komt ineens daar uit het onbekende, in volle glorie het heavy Employed To Serve je straat opdenderen en op full speed met hun staccato-mathcore-riffs, aanzwellende blastbeats, alles vurig schreeuwend, gruntend, schuddend en buitelend inpalmen. Waaw, 'Universal Chokehold', beestig heerlijk!
Van dan af, 'Exist', krijg je in die onophoudelijke ketting van riffs en ritmische tempoversnellingen een screamende frontvrouw Justine Jones en een zelfverzekerde band die een fucking eigentijdse draai geeft aan de metalgeschiedenis. Voorop de mathcore van Meshuggah, Converge, Rolo Tomassi ('We don't Need You', de geregelde chaos van 'Set in Stone'). Schurken ze ook aan bij nu-metal ('Twist The Blade'), de groove metal van Machine Head ('Sun Up Sun Down', het moddervette 'Mark of the Grave') of thrash (The Mistake'). Kortom een vijftal Britten dat zijn wereldje door en door kent en sedert 2015, vallend en opstaand, alleen maar verbazend is doorgegroeid
Dit hier is melodieus, catchy, fris swingende metal met veel dynamiet, agressie, bombast en vooral technische kunde. Wat een riffs! Wat een power in de drums! Met daar bovenop de geslaagde introductie van de cleane zang en 't keelgebrul van gitarist Sammy Erwin. Maakt het geluid rijker en doet het alleen maar uitstekend in combinatie met Justine's indringende vocals. Hoor je zo in 'Twist The Blade' of in het machtige 'World Ender', uitgeklede trage pomper op plechtstatig marcherende drums met beiden in een hoogstaand donker duet.
Het titelnummer 'Conquering' is groots. Met z'n brute kracht doet het zijn titel alle eer aan en bij uitbreiding ook de heel terechte plaattitel.
Afsluiter 'Stand Alone' reserveert het 'best of all worlds' tot op het einde, andermaal sfeervol openend, in vloeiende opbouw culminerend in totale verwoesting.
Nog zo'n groep hier die met z'n krachtige sound als een volbloed klaar is voor de heropstartende festivals. Ja, zoals ze het bewijzen op dit 'Conquering' - enkel essentiële songs zijn er weerhouden - horen ze straks op de podiaplaatsen voor de eredivisie. Naast de bands die ze voorheen adoreerden, met wiens erfenis ze hier de toekomst van de metal verder uitpuurden. Huldigen ze daarmee ook mooi hun eigenste groepsnaam!
Van dan af, 'Exist', krijg je in die onophoudelijke ketting van riffs en ritmische tempoversnellingen een screamende frontvrouw Justine Jones en een zelfverzekerde band die een fucking eigentijdse draai geeft aan de metalgeschiedenis. Voorop de mathcore van Meshuggah, Converge, Rolo Tomassi ('We don't Need You', de geregelde chaos van 'Set in Stone'). Schurken ze ook aan bij nu-metal ('Twist The Blade'), de groove metal van Machine Head ('Sun Up Sun Down', het moddervette 'Mark of the Grave') of thrash (The Mistake'). Kortom een vijftal Britten dat zijn wereldje door en door kent en sedert 2015, vallend en opstaand, alleen maar verbazend is doorgegroeid
Dit hier is melodieus, catchy, fris swingende metal met veel dynamiet, agressie, bombast en vooral technische kunde. Wat een riffs! Wat een power in de drums! Met daar bovenop de geslaagde introductie van de cleane zang en 't keelgebrul van gitarist Sammy Erwin. Maakt het geluid rijker en doet het alleen maar uitstekend in combinatie met Justine's indringende vocals. Hoor je zo in 'Twist The Blade' of in het machtige 'World Ender', uitgeklede trage pomper op plechtstatig marcherende drums met beiden in een hoogstaand donker duet.
Het titelnummer 'Conquering' is groots. Met z'n brute kracht doet het zijn titel alle eer aan en bij uitbreiding ook de heel terechte plaattitel.
Afsluiter 'Stand Alone' reserveert het 'best of all worlds' tot op het einde, andermaal sfeervol openend, in vloeiende opbouw culminerend in totale verwoesting.
Nog zo'n groep hier die met z'n krachtige sound als een volbloed klaar is voor de heropstartende festivals. Ja, zoals ze het bewijzen op dit 'Conquering' - enkel essentiële songs zijn er weerhouden - horen ze straks op de podiaplaatsen voor de eredivisie. Naast de bands die ze voorheen adoreerden, met wiens erfenis ze hier de toekomst van de metal verder uitpuurden. Huldigen ze daarmee ook mooi hun eigenste groepsnaam!
English Teacher - This Could Be Texas (2024)

4,5
5
geplaatst: 25 april 2024, 20:05 uur
We zagen ze hun neus voor het eerst aan het venster steken in november 2023 in Later... with Jools Holland op de BBC. Hun naam viel alhier ook al op de jongste Eurosonic. Maar toch, dan moest het voor hen nog allemaal echt beginnen...
Intussen zijn we april en hup, daar heb je met English Teacher nog zo'n wildfrisse, aanstekelijke Britse gitaarband die met een avontuurlijk debuut als 'This Could Be Texas' de oren doet spitsen. Eentje dat al door de jazz, de klassiek en de folk van Leeds geïnfecteerd was. Leeds, inderdaad, die vervelende stad die altijd maar ontwaakt als het duister wordt. Bandje dat zich nog steeds in het hoekje van de postpunk ziet geduwd. Welnu, hierbij verklaren we dat ze het genre eerder op bijna feestelijke wijze weten uit te diepen, het weten op te frissen, het veeleer tot iets geheel eigens weten op te zetten.
English Teacher, dat is dus spannend, bijtend en melodieus, delicaat en kunstig. Met tussenin nergens een lading eenheidsworst, integendeel, zo uiteenlopend en altijd flanerend in een muzikaal landschap vol verrassingen. Vooral met de alomaanwezige, passionele frontvrouw Lily Fontaine die helemaal daar in het midden met haar haast onweerstaanbare zangstem het gros van de aandacht naar zich toezuigt. Dat deze donkere weelderige krullenbol inderdaad dat zelfverzekerde smoeltje heeft konden we overigens deze week op Radio 1's onvolprezen 'Wonderland' al vaststellen, toen ze er English Teacher's debuut gloedvol mocht inleiden.
Hier zijn dus vier muzikanten aan 't werk die welbewust tal van stijlen introduceren, die ze gewoonweg met van die catchy rare dingen en fuzzyness mixen, maar die tegelijk ook de sierlijke pianolijnen, strijkers, fluitjes absoluut niet schuwen. Naast de kronkelende gitaren krijg je zo de grilligheid en de niet alledaagse opbouw tot en met een progsound die we al kennen van een Black Country, New Road of Jockstrap.
Zo zal opener 'Albatross' dan als het ware in het album naar binnenglijden met van die heerlijk dreigende gitaar- en pianokabbelingen die we ons nog zo goed van bij ...And You Know Us By The Trail Of Dead herinneren. Om dan net zo bruusk op een absolute aandachtstrekker als hun hit 'The World's Biggest Paving Slab' te stoten. Ineens een geheel ander geluid, een op en top melodieuze song, een en al urgentie, met in zich een riffje dat zich even poepsimpel nestelt als in good old classics, neem 'Smoke On The Water'. Maar dat is andere koek.
'Broken Biscuits', dat is zalige mengelmoes van repetitieve piano, gitaren en chaotische blazers. De adrenaline van 'I'm Not Crying, You’re Crying' rolt daarop met zijn hectische ritmiek alleen maar overweldigend over je heen. Lily Fontaine declameert daarbij vurig en onverstoorbaar over sociale angsten en sleept je mee overheen hun steen voor steen opgebouwde rockwall of sound.
Zeker de prachtige muzikale kleuren van 'This Could Be Texas' leunen aan bij de ritmische complexiteit van Black Country, New Road. Een serene diversiteit van instrumenten, waaronder naast de hoofdrol voor de piano, ook strijkers en blazers. Het vreemde 'Not Everybody Gets to Go to Space' is een psychedelisch zwevend popliedje waarin cynische Fontaine als in trance de klassenongelijkheid bezweert. Niet iedereen zal zomaar de ruimte in gaan schitteren, bepaalde groepen hebben het nu eenmaal te druk om de boel hier proper te houden...
Die andere single op speed, het swingende 'R&B', is duidelijk gedrapeerd met de postpunk à la Dry Cleaning. Een stellingname van Fontaine hier over het vastpinnen van de muziekvoorkeur op huidskleur. Ze vindt fijntjes dat zij wel R&B zou kunnen schrijven voor anderen maar niet voor zichzelf, omdat ze er als pur-sang indie-zangeres gewoonweg niet voor in de wieg is gelegd.
Nog zo'n topper 'Nearly Daffodils', een en al dansende bas. Liefdesverdriet deze keer en een charmante filosofie over de pakken moeite die je wel kan doen om iets te laten groeien, zonder evenwel dat dit dan ook gegarandeerd succesvol zal zijn. Een song die door Time Magazine in 2023 al uitgeroepen werd tot een der 10 besten van 2023.
In het beklemmende 'The Best Tears of Your Life' wordt nu warempel op een bedje van pianotoetsen en steeds meer tollende chaos - vergeef het haar - de zang van Fontaine geautotuned. Vervolgens is het in het hulpeloos jazzy duizelend 'You Blister My Paint' de subtiliteit helemaal in slow motion. Het brengt haar ook eens als balladerende popzangeres op het podium. Net zo poppy, warm en schoon daarna, misschien voor als het zonnetje zakt, is 'Sideboob'. Haast een duet in een walm van als doedelzakken zweverig aandoende elektronica.
Dan is daar ook nog niet in het minst het breekbare hoogtepunt, de single-afsluiter 'Albert Road'. Een uitgeklede ballade bij de start, sterk gezongen. Fontaine rebellerend als een Amanda Palmer, terwijl de decibels aanzwellen naar hun climax. 'Albert Road', over de straat met die naam in haar geboortedorp, prachtsong over kromme opvoeding en sociale intolerantie. Even diepsnijdend als de video ervan. Over haar anders-zijn, de meegemaakte vooroordelen, dubbelzinnigheden en het niet echt erbijhoren: een opstandige Fontaine die als een huilende sirene hartverscheurend de nacht ingaat.
Lily Fontaine alom dus, cool, brutaal en kwetsbaar, maar een en al soul. Ze trekt je op aangrijpende, humoristische wijze haar eigen universum in. Met haar altijd inspirerende poëtische songteksten vol metaforen en zelfspot. Neem bijvoorbeeld haar heeskrakende beschouwingen in het akoestische, muzikaal rijkgevulde 'Mastermind Specialism'. Haar leven, één inconsistentie en met eeuwige twijfel er troef. Altijd zat ze tussen twee stoelen in, want van een gemengd ras en in haar jonge leven al twaalf keer kriskras doorheen Engeland op de hort.
Slotsom, dit album 'This Could Be Texas' is supersterk, alhoewel toch niet direct hapklaar. Door zijn diversiteit is het even zoeken naar de samenhang. Voor wie doorzet is het evenwel een regelrechte groeier. English Teacher staat met dit groots debuut met zoveel muzikaliteit, energie en experimentele flair al direct als een huis. 'Not everybody gets to go to space'? Voor deze band is er zeker nog plaats in de sterrenruimte van Yard Act, Black Midi, Squid en Black Country, New Road en de anderen. Het viertal bewijst met zijn imposant avontuurlijke geluid al zoveel meer snaren op de strijkstok te hebben dan het gros van al die bij voorbaat vergeten praatgrage parlando-punkers.
Line-up:
Lily Fontaine - zang, rythm gitaar, synths.
Douglas Frost - drums, synths
Lewis Whiting - gitaar, synths
Nicholas Eden - bas
Intussen zijn we april en hup, daar heb je met English Teacher nog zo'n wildfrisse, aanstekelijke Britse gitaarband die met een avontuurlijk debuut als 'This Could Be Texas' de oren doet spitsen. Eentje dat al door de jazz, de klassiek en de folk van Leeds geïnfecteerd was. Leeds, inderdaad, die vervelende stad die altijd maar ontwaakt als het duister wordt. Bandje dat zich nog steeds in het hoekje van de postpunk ziet geduwd. Welnu, hierbij verklaren we dat ze het genre eerder op bijna feestelijke wijze weten uit te diepen, het weten op te frissen, het veeleer tot iets geheel eigens weten op te zetten.
English Teacher, dat is dus spannend, bijtend en melodieus, delicaat en kunstig. Met tussenin nergens een lading eenheidsworst, integendeel, zo uiteenlopend en altijd flanerend in een muzikaal landschap vol verrassingen. Vooral met de alomaanwezige, passionele frontvrouw Lily Fontaine die helemaal daar in het midden met haar haast onweerstaanbare zangstem het gros van de aandacht naar zich toezuigt. Dat deze donkere weelderige krullenbol inderdaad dat zelfverzekerde smoeltje heeft konden we overigens deze week op Radio 1's onvolprezen 'Wonderland' al vaststellen, toen ze er English Teacher's debuut gloedvol mocht inleiden.
Hier zijn dus vier muzikanten aan 't werk die welbewust tal van stijlen introduceren, die ze gewoonweg met van die catchy rare dingen en fuzzyness mixen, maar die tegelijk ook de sierlijke pianolijnen, strijkers, fluitjes absoluut niet schuwen. Naast de kronkelende gitaren krijg je zo de grilligheid en de niet alledaagse opbouw tot en met een progsound die we al kennen van een Black Country, New Road of Jockstrap.
Zo zal opener 'Albatross' dan als het ware in het album naar binnenglijden met van die heerlijk dreigende gitaar- en pianokabbelingen die we ons nog zo goed van bij ...And You Know Us By The Trail Of Dead herinneren. Om dan net zo bruusk op een absolute aandachtstrekker als hun hit 'The World's Biggest Paving Slab' te stoten. Ineens een geheel ander geluid, een op en top melodieuze song, een en al urgentie, met in zich een riffje dat zich even poepsimpel nestelt als in good old classics, neem 'Smoke On The Water'. Maar dat is andere koek.
'Broken Biscuits', dat is zalige mengelmoes van repetitieve piano, gitaren en chaotische blazers. De adrenaline van 'I'm Not Crying, You’re Crying' rolt daarop met zijn hectische ritmiek alleen maar overweldigend over je heen. Lily Fontaine declameert daarbij vurig en onverstoorbaar over sociale angsten en sleept je mee overheen hun steen voor steen opgebouwde rockwall of sound.
Zeker de prachtige muzikale kleuren van 'This Could Be Texas' leunen aan bij de ritmische complexiteit van Black Country, New Road. Een serene diversiteit van instrumenten, waaronder naast de hoofdrol voor de piano, ook strijkers en blazers. Het vreemde 'Not Everybody Gets to Go to Space' is een psychedelisch zwevend popliedje waarin cynische Fontaine als in trance de klassenongelijkheid bezweert. Niet iedereen zal zomaar de ruimte in gaan schitteren, bepaalde groepen hebben het nu eenmaal te druk om de boel hier proper te houden...
Die andere single op speed, het swingende 'R&B', is duidelijk gedrapeerd met de postpunk à la Dry Cleaning. Een stellingname van Fontaine hier over het vastpinnen van de muziekvoorkeur op huidskleur. Ze vindt fijntjes dat zij wel R&B zou kunnen schrijven voor anderen maar niet voor zichzelf, omdat ze er als pur-sang indie-zangeres gewoonweg niet voor in de wieg is gelegd.
Nog zo'n topper 'Nearly Daffodils', een en al dansende bas. Liefdesverdriet deze keer en een charmante filosofie over de pakken moeite die je wel kan doen om iets te laten groeien, zonder evenwel dat dit dan ook gegarandeerd succesvol zal zijn. Een song die door Time Magazine in 2023 al uitgeroepen werd tot een der 10 besten van 2023.
In het beklemmende 'The Best Tears of Your Life' wordt nu warempel op een bedje van pianotoetsen en steeds meer tollende chaos - vergeef het haar - de zang van Fontaine geautotuned. Vervolgens is het in het hulpeloos jazzy duizelend 'You Blister My Paint' de subtiliteit helemaal in slow motion. Het brengt haar ook eens als balladerende popzangeres op het podium. Net zo poppy, warm en schoon daarna, misschien voor als het zonnetje zakt, is 'Sideboob'. Haast een duet in een walm van als doedelzakken zweverig aandoende elektronica.
Dan is daar ook nog niet in het minst het breekbare hoogtepunt, de single-afsluiter 'Albert Road'. Een uitgeklede ballade bij de start, sterk gezongen. Fontaine rebellerend als een Amanda Palmer, terwijl de decibels aanzwellen naar hun climax. 'Albert Road', over de straat met die naam in haar geboortedorp, prachtsong over kromme opvoeding en sociale intolerantie. Even diepsnijdend als de video ervan. Over haar anders-zijn, de meegemaakte vooroordelen, dubbelzinnigheden en het niet echt erbijhoren: een opstandige Fontaine die als een huilende sirene hartverscheurend de nacht ingaat.
Lily Fontaine alom dus, cool, brutaal en kwetsbaar, maar een en al soul. Ze trekt je op aangrijpende, humoristische wijze haar eigen universum in. Met haar altijd inspirerende poëtische songteksten vol metaforen en zelfspot. Neem bijvoorbeeld haar heeskrakende beschouwingen in het akoestische, muzikaal rijkgevulde 'Mastermind Specialism'. Haar leven, één inconsistentie en met eeuwige twijfel er troef. Altijd zat ze tussen twee stoelen in, want van een gemengd ras en in haar jonge leven al twaalf keer kriskras doorheen Engeland op de hort.
Slotsom, dit album 'This Could Be Texas' is supersterk, alhoewel toch niet direct hapklaar. Door zijn diversiteit is het even zoeken naar de samenhang. Voor wie doorzet is het evenwel een regelrechte groeier. English Teacher staat met dit groots debuut met zoveel muzikaliteit, energie en experimentele flair al direct als een huis. 'Not everybody gets to go to space'? Voor deze band is er zeker nog plaats in de sterrenruimte van Yard Act, Black Midi, Squid en Black Country, New Road en de anderen. Het viertal bewijst met zijn imposant avontuurlijke geluid al zoveel meer snaren op de strijkstok te hebben dan het gros van al die bij voorbaat vergeten praatgrage parlando-punkers.
Line-up:
Lily Fontaine - zang, rythm gitaar, synths.
Douglas Frost - drums, synths
Lewis Whiting - gitaar, synths
Nicholas Eden - bas
Enslaved - Heimdal (2023)

4,5
2
geplaatst: 21 maart 2023, 16:54 uur
Mysterieus, die nieuwe Enslaved-cover. Droomgezicht van onbestemd Noorse diepten met dreigende nevels overtrokken. In de waterspiegeling, vaag, Heimdal. De plaattitel verwijst naar de Noorse god van het licht, zoon van Odin en wachter van de goden. Heimdal, staat altijd onvervaard op post aan zijn regenboogbrug, bij de ingang van de hemel. Zijn Gjallarhoorn weergalmt oorverdovend tussen de fjorden bij elk naderend onheil. Heimdal, ook de god die met die meest magische en machtigste der basbazuinen iedere nieuwe dageraad inleidt. Net zo episch en groots komt Enslaved hier binnen met zijn zestiende, een compositie in zeven mooi behapbare bewegingen. Het Noorse vijftal, dat indertijd de pure vikingmetal op de kaart zette, is in de huidige line-up* met het majestueuze 'Heimdal' nog steeds aan een steile opmars in de sfeervolle progressieve metal bezig. Maar waardig gaan ze hun eigen weg van daar ergens waar Opeth's voetsporen in de sneeuw ooit afbogen...
In magistrale opener 'Behind the Mirror' verscheurt met dank aan geweldige Eilif Gundersen van Wardruna een minuut lang allesoverheersend Gjallarhoorngeschal elke kabbelende onschuld aan flarden. Onthutst slepen Enslaved's gigantische doomriffs en keyboards je mee de mist in, de nieuwe vage ochtendschemering van de mystieke wereld. Waar het gezelschap vervolgens toeslaat in al zijn expansieve hevigheid. Met godenteksten die zeker de Noren tot diep in hun zeevaardershart zullen raken en gedonder, riffs, grunts en met hevig gekrijs als bij 'Congelia', dat hen ternauwernood van een nieuwe plundering van Engeland zal weerhouden. Want ja, Enslaved, da's Noorse authenticiteit, altijd innig verworteld in rijke Noorse mythologie met pakken heidense riten.
'Congelia', een regelrecht door de bochten scherend zwart powermonster. Een acht minuten lange ontzaglijke black-metaljam geperst in een overdonderdend opgebouwde topcompositie, één oorverdovend vurige explosie van complex pulserende Iver Sandøy-drums, indrukwekkend geriff, met blastbeats opgesmukt en brullend gezang. Die ene onverlichte kant van Enslaved dus ten voeten uit, een en al zwarte kracht en brutaliteit. Terwijl toetsenwizzard Vinje dan even in de achtergrond zijn synthezisers mag laten afkoelen.
'Forest Dweller', voortgaande duistere reis in Noorse tradities. Akoestische opstap in intrinsiek Led Zeppelin's psychedelische 'Kasjmir'-sferen, clean vocale sereniteit tegelijk in beste Emerson, Lake & Palmer-traditie, met inclusief tussen de riffs heerlijke orgeling en dan kolkend en weerbarstig weer de extreemste der blackmetal-demons volop met de remmen los.
Het aarzelend optrekkend 'Kingdom' gaat zowel als eerbetoon aan de Duitse thrashers, spacerockers, als aan de seventies ambientpioniers en hoor, het vervloeit na de cleans zowaar in lekker krijtend en gruntende polka.
'The Eternal Sea', is een soort rustbrenger, complexe ritmes, weer fraaie toetsen en baspassages en stijlvolle cleanzang die altijd weer door boosaardige viezigheid wordt bijgehaald.
De explosieve kracht dan van het eerder al vooruitgeschoven, wild door de wind gierende 'Caravans to the Outer Worlds'. Nog zo'n gedenkwaardige opwindende bulldozersong vol uitzinnige riffs en tremologitaarnoten, memorabel Kjellson-gekrijs, maar evengoed met de ambient van wriemelend opeenvolgende synths en sussende cleanzang van Vinje uit de chaos zoekend naar de veilige oase.
Ook 'Heimdal', de titelsong, is opnieuw een hoogtepunt. Indrukwekkende black metal, met sludge- en industrial-erupties, onheilspellend zwaar ingeleid door synths. Een Enslaved behendig stuiterend over zijn stijlen, maar vertrouw maar dat het ook hier weer psychedelisch wordt. Fraai eindigen ze tenslotte, vervagend, met de laagst hoorbare orgelnoot.
Bij dit Enslaved verwacht je dus sowieso altijd die hard-kalm-dynamiek, grunts en growls harmonisch tegenover clean. Al die vocals, beats en riffs mooi op en neer op het ritme van de synths. Met Håkon Vinje op 'Heimdal' hier in een fantastische rol met zijn spacy keyboardpassages. Wat Enslaved serveert is verdergaande progressiviteit met grillige wendingen en geluiden. Eclectisch met zijn zwevende psychedelica, maar evengoed met zijn heavy metal, rock & roll, jazz, sax, folk of experimenterende elektronica. Enslaved versmelt het allemaal tot één organisch lichaam, wervelende soundscapes, theatrale vocals, killerriffs en -solo's, heel veel moois met wel altijd die heel rauwe, snijdende randen. Trouw aan de black metal van uur één en naadloos vervlochten in een progressieve sound op de leest van vandaag.
En dan nog zal het helaas altijd makkelijker zijn om Enslaved te verguizen voor wat ze in dertig jaar geworden zijn. In hun lange carrière in de extreme metal hebben ze een lange weg afgelegd en omwille van dit sterke 'Heimdal' is er hier niet de geringste scrupule om ze te bewieroken voor de verrassende wijze waarop ze nu ook hun zestiende hoofdstuk weten in te kleuren. Hun 'Utgard' is er zwaar mee overtroffen. Nog nooit is Enslaved met 'Heimdal' zo ver buiten zijn comfortzone getrokken. Met als resultaat een verbluffend creatief kunstwerk, donker en puur, een triomf van geslaagde vermenging van stijlen en genres, het oudere telkens als gangmaker voor het nieuwe, alles in een genuanceerde mix. Enslaved, nee, die zijn dus verre van dood. Met dit hemelse epos gaan ze een eigenzinnige weg. In 'Heimdal' zijn ongetwijfeld al de muzikale zaden geplant voor de komst van weer een nieuwe Noorse dageraad. Laat dan Heimdal's hoorn maar weer zo monumentaal schallen.
*Enslaved's line-up sedert 2020 - Stichtende bandleden: gitarist-synths-backing vocalist Ivar Bjørnson en leadzanger-bassist-synths Grutle Kjellson. Verder: drummer-keyboards-clean vocalist Iver Sandøy, keyboards-clean vocalist Håkon Vinje en sologitarist Arve 'Ice Dale' Isdal.
In magistrale opener 'Behind the Mirror' verscheurt met dank aan geweldige Eilif Gundersen van Wardruna een minuut lang allesoverheersend Gjallarhoorngeschal elke kabbelende onschuld aan flarden. Onthutst slepen Enslaved's gigantische doomriffs en keyboards je mee de mist in, de nieuwe vage ochtendschemering van de mystieke wereld. Waar het gezelschap vervolgens toeslaat in al zijn expansieve hevigheid. Met godenteksten die zeker de Noren tot diep in hun zeevaardershart zullen raken en gedonder, riffs, grunts en met hevig gekrijs als bij 'Congelia', dat hen ternauwernood van een nieuwe plundering van Engeland zal weerhouden. Want ja, Enslaved, da's Noorse authenticiteit, altijd innig verworteld in rijke Noorse mythologie met pakken heidense riten.
'Congelia', een regelrecht door de bochten scherend zwart powermonster. Een acht minuten lange ontzaglijke black-metaljam geperst in een overdonderdend opgebouwde topcompositie, één oorverdovend vurige explosie van complex pulserende Iver Sandøy-drums, indrukwekkend geriff, met blastbeats opgesmukt en brullend gezang. Die ene onverlichte kant van Enslaved dus ten voeten uit, een en al zwarte kracht en brutaliteit. Terwijl toetsenwizzard Vinje dan even in de achtergrond zijn synthezisers mag laten afkoelen.
'Forest Dweller', voortgaande duistere reis in Noorse tradities. Akoestische opstap in intrinsiek Led Zeppelin's psychedelische 'Kasjmir'-sferen, clean vocale sereniteit tegelijk in beste Emerson, Lake & Palmer-traditie, met inclusief tussen de riffs heerlijke orgeling en dan kolkend en weerbarstig weer de extreemste der blackmetal-demons volop met de remmen los.
Het aarzelend optrekkend 'Kingdom' gaat zowel als eerbetoon aan de Duitse thrashers, spacerockers, als aan de seventies ambientpioniers en hoor, het vervloeit na de cleans zowaar in lekker krijtend en gruntende polka.
'The Eternal Sea', is een soort rustbrenger, complexe ritmes, weer fraaie toetsen en baspassages en stijlvolle cleanzang die altijd weer door boosaardige viezigheid wordt bijgehaald.
De explosieve kracht dan van het eerder al vooruitgeschoven, wild door de wind gierende 'Caravans to the Outer Worlds'. Nog zo'n gedenkwaardige opwindende bulldozersong vol uitzinnige riffs en tremologitaarnoten, memorabel Kjellson-gekrijs, maar evengoed met de ambient van wriemelend opeenvolgende synths en sussende cleanzang van Vinje uit de chaos zoekend naar de veilige oase.
Ook 'Heimdal', de titelsong, is opnieuw een hoogtepunt. Indrukwekkende black metal, met sludge- en industrial-erupties, onheilspellend zwaar ingeleid door synths. Een Enslaved behendig stuiterend over zijn stijlen, maar vertrouw maar dat het ook hier weer psychedelisch wordt. Fraai eindigen ze tenslotte, vervagend, met de laagst hoorbare orgelnoot.
Bij dit Enslaved verwacht je dus sowieso altijd die hard-kalm-dynamiek, grunts en growls harmonisch tegenover clean. Al die vocals, beats en riffs mooi op en neer op het ritme van de synths. Met Håkon Vinje op 'Heimdal' hier in een fantastische rol met zijn spacy keyboardpassages. Wat Enslaved serveert is verdergaande progressiviteit met grillige wendingen en geluiden. Eclectisch met zijn zwevende psychedelica, maar evengoed met zijn heavy metal, rock & roll, jazz, sax, folk of experimenterende elektronica. Enslaved versmelt het allemaal tot één organisch lichaam, wervelende soundscapes, theatrale vocals, killerriffs en -solo's, heel veel moois met wel altijd die heel rauwe, snijdende randen. Trouw aan de black metal van uur één en naadloos vervlochten in een progressieve sound op de leest van vandaag.
En dan nog zal het helaas altijd makkelijker zijn om Enslaved te verguizen voor wat ze in dertig jaar geworden zijn. In hun lange carrière in de extreme metal hebben ze een lange weg afgelegd en omwille van dit sterke 'Heimdal' is er hier niet de geringste scrupule om ze te bewieroken voor de verrassende wijze waarop ze nu ook hun zestiende hoofdstuk weten in te kleuren. Hun 'Utgard' is er zwaar mee overtroffen. Nog nooit is Enslaved met 'Heimdal' zo ver buiten zijn comfortzone getrokken. Met als resultaat een verbluffend creatief kunstwerk, donker en puur, een triomf van geslaagde vermenging van stijlen en genres, het oudere telkens als gangmaker voor het nieuwe, alles in een genuanceerde mix. Enslaved, nee, die zijn dus verre van dood. Met dit hemelse epos gaan ze een eigenzinnige weg. In 'Heimdal' zijn ongetwijfeld al de muzikale zaden geplant voor de komst van weer een nieuwe Noorse dageraad. Laat dan Heimdal's hoorn maar weer zo monumentaal schallen.
*Enslaved's line-up sedert 2020 - Stichtende bandleden: gitarist-synths-backing vocalist Ivar Bjørnson en leadzanger-bassist-synths Grutle Kjellson. Verder: drummer-keyboards-clean vocalist Iver Sandøy, keyboards-clean vocalist Håkon Vinje en sologitarist Arve 'Ice Dale' Isdal.
Ernst Jansz - Een Liefdeslied (2024)

4,5
3
geplaatst: 18 maart 2025, 17:11 uur
In de Vlaamse Radio 1 Vox Top 30 is momenteel bijna als vreemd eendje in de bijt 'Als de avond valt' binnengetuimeld. Hetgeen vooral kleinkunstliefhebbers al aangenaam zal zijn opgevallen. Een ontroerend liefdesliedje dan ook van de Nederlander Ernst Jansz en hij zingt het breekbare kleinood pakkend in een wondermooi duet met zijn dochter Luna. De tekst bevat zinnen die nog door zijn vader zijn geschreven in een brief vanuit een Indisch concentratiekamp en gestuurd naar zijn moeder.
Ernst Jansz, inderdaad, de oprichter, toetsenist en zanger van het legendarische Doe Maar, de schitterende band die er ooit omwille van te succesvol is mee opgehouden. Daarnaast was Jansz
ook vele jaren begeleider, bandleider en producer bij Boudewijn de Groot en daarnaast was hij zeer nauw betrokken bij de tournées en albums van de betreurde Bram Vermeulen. Minder geweten is waarschijnlijk dat hij sinds 2000 ook solo is gegaan en hij aldus bij regelmaat én succesvol ingetogen, intimistische Nederlandstalige liedjes maakt. Hij bracht daarbij onder meer een geprezen album vol Bob Dylan-songs uit in het Nederlands. Maar al een aantal platen lang verkent hij nu vooral zijn Indische roots en ze hebben er daardoor in Nederland bovendien een gewaardeerd schrijver bij.
Bij die Indiërreeks past dit album 'Een Liefdeslied'. Want eigenlijk is het tegelijk de soundtrack bij het gelijknamig boek dat eind 2024 al verscheen en waarin hij nu uitweidt over de bijzondere liefdesgeschiedenis van zijn ouders net vóór het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Hij een Indische student, zij een arm meisje uit Amsterdam, die samen in het verzet gingen en door internering in een concentratiekamp gescheiden werden. Lang verhaal kort, ze vonden elkaar na de oorlog terug en bleven sindsdien altijd onafscheidelijk en liefdevol samen.
Het aandoenlijke op muzieknoten gezette verhaal van Ernst Jansz past intussen des te meer in het nu, een bewuste aanklacht als het is tegen alle oorlogen. Nog anderen gingen hem daar (even) indrukwekkend in voor: Mikis Theodorakis met 'Mauthausen Trilogy' of dichter bij huis, Bram Vermeulen met zijn 'Oorlog aan den Oorlog'. Jansz schreef het ook zelf: "Liefdesverhalen en liefdesliedjes zijn belangrijk. Zij kunnen ons sterken in onze hoop, in ons hartstochtelijk verlangen dat alles uiteindelijk goedkomt. Zij tonen ons het mooiste dat de mens te bieden heeft: de liefde. Vooral in tijden van duisternis, juist in tijden van duisternis, laat de liefde zich vaak in haar schitterendste gedaantes zien. Liefde is het enige wat deze wereld nog kan redden."
Maar vrijwel de hele muziekpers moet blijkbaar zo goed als glad aan dit album zijn voorbijgegaan. Terwijl 'Als de avond valt' inmiddels al als vierde single van het album getrokken werd en eerder waren daar ook al het grandioze 'Er Is een Lied Geschreven', het swingende 'Die Ene Die' en 'Nu Jij Dan Bent Geboren'.
Het album begint en eindigt schitterend akoestisch instrumentaal, ietwat in de sferen van Jansz' grote voorbeeld Dylan in diens 'Pat Garrett and Billy the Kid'-soundtrack. Van dan af hoor je hem zeer melodisch en gaaf bezig met zijn vertrouwde bandleden Guus Paat op gitaar en Richard Wallenburg op bas. Samen vormen ze een charmante, soepele eenheid die op de aparte, soms folk- en country-manier dat ze het brengen veraf staat van Doe Maar. Of het moeten dan misschien toch de sporadische achtergrondkoortjes zijn. Veeleer zijn de Beatles daar, zoals op en top in het nostalgische 'Dansen Met een Ander', met zijn hoge oh-la-laatjes en het Lennon-mondharmonicaatje dat ook het sierlijke slotakkoord mag blazen. In 'Die Ene Die' waan je je dan weer bij The Beach Boys meedansend en meeklappend in de perfecte samenzang.
Op 'Een Liefdeslied' hoor je vooral Jansz de troubadour en poëet, doorleefd en verstild. Nu eens denk je aan Boudewijn de Groot, dan weer aan Alex Roeka of Lieven Tavernier. Op deze plaat zo sfeervol en gepassioneerd duikt nog meer de gedachte op aan de al genoemde, grote Bram Vermeulen, wiens beste albums door Jansz handen gingen. Jansz' eigen stemtimbre en poëtische frasering schurken overigens ook opmerkelijk aan bij de innemende heesheid van Vermeulen.
Zoals hij het zelf aankondigde wordt - om gezondheidsredenen: Jansz heeft een bindweefselziekte waardoor het moeilijker musiceren wordt - 'Een Liefdeslied' helaas waarschijnlijk ook Ernst Jansz' allerlaatste plaat. Uit de beelden van de studio-opnamen blijkt intussen toch met welk haast kinderlijk spelplezier ook deze 76-jarige toch weer in de weer was. Opnieuw denken aan Bram Vermeulen die in Jansz een absolute meester zag die andermans muzikale dromen kon omzetten, zo heeft hij nu gezwind en blij als een veulen voor het eerst ook zijn eigen droom waargemaakt. De succesvolle producer voor anderen die zich achter de knoppen zet voor een delicaat en intiem album helemaal van hemzelf.
Dit 'Een Liefdeslied' is, naast het boek, een helemaal op zich staande prachtplaat geworden. Met oer-lovesongs zonder weerga als 'We hebben Gedanst'. Een Ernst Jansz die de polariteit van de samenleving wil doorbreken met songs die verbinden. Hij, de man die liefdesliedjes als 'Er is een Lied Geschreven' schrijft als waren het protestsongs. Wat een mooi mens!
Ernst Jansz tourt momenteel nog in Nederland en tekent naar verluidt straks ook present op de Gentse Feesten
Ernst Jansz, inderdaad, de oprichter, toetsenist en zanger van het legendarische Doe Maar, de schitterende band die er ooit omwille van te succesvol is mee opgehouden. Daarnaast was Jansz
ook vele jaren begeleider, bandleider en producer bij Boudewijn de Groot en daarnaast was hij zeer nauw betrokken bij de tournées en albums van de betreurde Bram Vermeulen. Minder geweten is waarschijnlijk dat hij sinds 2000 ook solo is gegaan en hij aldus bij regelmaat én succesvol ingetogen, intimistische Nederlandstalige liedjes maakt. Hij bracht daarbij onder meer een geprezen album vol Bob Dylan-songs uit in het Nederlands. Maar al een aantal platen lang verkent hij nu vooral zijn Indische roots en ze hebben er daardoor in Nederland bovendien een gewaardeerd schrijver bij.
Bij die Indiërreeks past dit album 'Een Liefdeslied'. Want eigenlijk is het tegelijk de soundtrack bij het gelijknamig boek dat eind 2024 al verscheen en waarin hij nu uitweidt over de bijzondere liefdesgeschiedenis van zijn ouders net vóór het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Hij een Indische student, zij een arm meisje uit Amsterdam, die samen in het verzet gingen en door internering in een concentratiekamp gescheiden werden. Lang verhaal kort, ze vonden elkaar na de oorlog terug en bleven sindsdien altijd onafscheidelijk en liefdevol samen.
Het aandoenlijke op muzieknoten gezette verhaal van Ernst Jansz past intussen des te meer in het nu, een bewuste aanklacht als het is tegen alle oorlogen. Nog anderen gingen hem daar (even) indrukwekkend in voor: Mikis Theodorakis met 'Mauthausen Trilogy' of dichter bij huis, Bram Vermeulen met zijn 'Oorlog aan den Oorlog'. Jansz schreef het ook zelf: "Liefdesverhalen en liefdesliedjes zijn belangrijk. Zij kunnen ons sterken in onze hoop, in ons hartstochtelijk verlangen dat alles uiteindelijk goedkomt. Zij tonen ons het mooiste dat de mens te bieden heeft: de liefde. Vooral in tijden van duisternis, juist in tijden van duisternis, laat de liefde zich vaak in haar schitterendste gedaantes zien. Liefde is het enige wat deze wereld nog kan redden."
Maar vrijwel de hele muziekpers moet blijkbaar zo goed als glad aan dit album zijn voorbijgegaan. Terwijl 'Als de avond valt' inmiddels al als vierde single van het album getrokken werd en eerder waren daar ook al het grandioze 'Er Is een Lied Geschreven', het swingende 'Die Ene Die' en 'Nu Jij Dan Bent Geboren'.
Het album begint en eindigt schitterend akoestisch instrumentaal, ietwat in de sferen van Jansz' grote voorbeeld Dylan in diens 'Pat Garrett and Billy the Kid'-soundtrack. Van dan af hoor je hem zeer melodisch en gaaf bezig met zijn vertrouwde bandleden Guus Paat op gitaar en Richard Wallenburg op bas. Samen vormen ze een charmante, soepele eenheid die op de aparte, soms folk- en country-manier dat ze het brengen veraf staat van Doe Maar. Of het moeten dan misschien toch de sporadische achtergrondkoortjes zijn. Veeleer zijn de Beatles daar, zoals op en top in het nostalgische 'Dansen Met een Ander', met zijn hoge oh-la-laatjes en het Lennon-mondharmonicaatje dat ook het sierlijke slotakkoord mag blazen. In 'Die Ene Die' waan je je dan weer bij The Beach Boys meedansend en meeklappend in de perfecte samenzang.
Op 'Een Liefdeslied' hoor je vooral Jansz de troubadour en poëet, doorleefd en verstild. Nu eens denk je aan Boudewijn de Groot, dan weer aan Alex Roeka of Lieven Tavernier. Op deze plaat zo sfeervol en gepassioneerd duikt nog meer de gedachte op aan de al genoemde, grote Bram Vermeulen, wiens beste albums door Jansz handen gingen. Jansz' eigen stemtimbre en poëtische frasering schurken overigens ook opmerkelijk aan bij de innemende heesheid van Vermeulen.
Zoals hij het zelf aankondigde wordt - om gezondheidsredenen: Jansz heeft een bindweefselziekte waardoor het moeilijker musiceren wordt - 'Een Liefdeslied' helaas waarschijnlijk ook Ernst Jansz' allerlaatste plaat. Uit de beelden van de studio-opnamen blijkt intussen toch met welk haast kinderlijk spelplezier ook deze 76-jarige toch weer in de weer was. Opnieuw denken aan Bram Vermeulen die in Jansz een absolute meester zag die andermans muzikale dromen kon omzetten, zo heeft hij nu gezwind en blij als een veulen voor het eerst ook zijn eigen droom waargemaakt. De succesvolle producer voor anderen die zich achter de knoppen zet voor een delicaat en intiem album helemaal van hemzelf.
Dit 'Een Liefdeslied' is, naast het boek, een helemaal op zich staande prachtplaat geworden. Met oer-lovesongs zonder weerga als 'We hebben Gedanst'. Een Ernst Jansz die de polariteit van de samenleving wil doorbreken met songs die verbinden. Hij, de man die liefdesliedjes als 'Er is een Lied Geschreven' schrijft als waren het protestsongs. Wat een mooi mens!
Ernst Jansz tourt momenteel nog in Nederland en tekent naar verluidt straks ook present op de Gentse Feesten
Ex:Re - Ex:Re with 12 Ensemble (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 april 2021, 11:13 uur
Classical meets non-classical. Deze keer fikst Elena Tonra, zangeres van Daughter, het met een schitterende herwerking van haar scheidingsplaat Ex:Re ('Ex Ray'). Als een unplugged Florence, zonder the Machine. Unieke, fragiele concertregistratie, op de valreep toen dit nog kon!
