Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Iceage - Seek Shelter (2021)

4,0
1
geplaatst: 11 mei 2021, 07:36 uur
Met het rijpen der jaren zijn ook de punkrockers van Iceage muzikaal geëvolueerd : nemen nu schoon hun tijd voor alles, vallen zelfs in met een heus dameskoor, doen een Thom Yorkeje op 'Love Kills Slowly', weg ook het Shane MacGowangebral, in de plaats komt een toonzoekende Pete Doherty-soundalike. Kijken ook diepzinniger naar het leven, liefde en het gebrek eraan. Maar komen op deze bestudeerde en coherent opgepoetste rock&rollplaat vooral mooi met alles weg : sterk songmateriaal, melodieus, gevarieerd ingekleed. Iceage, blijft Deense glorie!
IDLES - Crawler (2021)

5,0
1
geplaatst: 7 juli 2022, 14:23 uur
Idles staat met zijn topalbum 'Crawler' voor de grote doorbraak. deric raven 's laaiende review, ergens hierboven, nog eens herlezen en al opgesnoven hoe ook in 't publiek hier op Rock Werchter 2022 de verwachtingen torenhoog gespannen staan. 't Begint te dagen: straks op de Main Stage wordt het hun grote lakmoestest. Vrijdagnamiddag, 1 juli, staat de Idles-bom te ontploffen?
We komen intussen al van ver van over de wei, maar precies als vanuit de underground waait de Bristol-postpunk van Idles al toe. De verre vocals van zanger-frontman Joe Talbot brengen Jim Morrison in trance terug onder de Werchterse hemel of ook een dan héél furieuze Iggy Pop. We zien Talbot, met zijn Verhofstadt-tandspleetjes en beaderd voorhoofd, hij staat daar wild ogend oog in oog met zijn publiek. Wees gerust, hij spreekt ze even vaak doorleefd smilend, heel open en innemend toe. Ha, hilarisch is Idles wildbebaarde leadzanger, Mark Bowen. In zijn met fiftiesbehang bebloemde lange jurk beenschaart ie voortdurend als een psychiatrische AC-DC-er over het podium en uiteindelijk duikt ie, netjes onder de stagediving-verbodsbordjes, mooi de massa in. Bassist Adam Devonshire doet zijn werk niet minder vervaarlijk. Goed, samen met Lee Kiernan en mokerende John Beavis doen ze eigenlijk allemaal niks onder in totale weirdness. Nog maar eens een heftig scanderende band hier. Wilde postpunk. Het leven in Idles' moshpit oogt helemaal op zijn ruigst. Een massa adrenaline hebben die kerels, constant Engelse f**ck-offs, geweldige drums, microfoons tierend bijna half afbijten, een totaal imponerende sound! Zanger Joe doet geen moeite, nee, geen moeite om mooi in de toon te zingen. Zelfs in zijn 'zoetere' nummers als 'A Hymn' niet, waar het foute zo charmant opvalt. Maar wat een karakter en power stralen hij en zij samen uit. Dan kom je meteen met héél veel weg. Maakt zo dat de halve zopas nog zonnende wei al uit het lome zand is rechtgeveerd. Indrukwekkend. Kennen ze nu plots Idles, dat zijn verraste toehoorders stelselmatig alleen maar ziet vermenigvuldigen. Wordt het ook even tijd om met de al uren vooraan insijpelende mentaal afwezige Metallica-fans te dollen. Ze zijn er al overal, ze zijn net als het nu weer goeie weer, dé vaststelling van de dag. "Save your energy, nooit gedacht ooit met jullie de frontstage te delen", grapt ie, geen greintje kwaadaardig. Maar behoorlijk maatschappelijk gedreven ook, Idles. "Long live the immigrants in your country and in mine" en nog zo wat items.
De passage van Idles, da's gewoonweg een verpletterende nieuwe festivalact aan het firmament, uniek om die te zien en te herzien. Voldoening tot in het lyrische bij iedereen die er al spontaan voor openstond. Een groep sindsdien fier vermeld door wie daar ter plekke door hen werd omgewalst. Zo was het, je zag het zo, op en heel ver over de Werchterwei, een zuivere vijf sterrenprestatie!
Setlist: 'Colossus', 'Car Crash', 'Mr. Motivator',
'Mother', 'Divide and Conquer', 'The Beachland Ballroom', 'Never Fight a Man With a Perm',
'Crawl!', 'A Hymn', 'The Wheel', 'Danny Nedelko',
'Rottweiler'.
We komen intussen al van ver van over de wei, maar precies als vanuit de underground waait de Bristol-postpunk van Idles al toe. De verre vocals van zanger-frontman Joe Talbot brengen Jim Morrison in trance terug onder de Werchterse hemel of ook een dan héél furieuze Iggy Pop. We zien Talbot, met zijn Verhofstadt-tandspleetjes en beaderd voorhoofd, hij staat daar wild ogend oog in oog met zijn publiek. Wees gerust, hij spreekt ze even vaak doorleefd smilend, heel open en innemend toe. Ha, hilarisch is Idles wildbebaarde leadzanger, Mark Bowen. In zijn met fiftiesbehang bebloemde lange jurk beenschaart ie voortdurend als een psychiatrische AC-DC-er over het podium en uiteindelijk duikt ie, netjes onder de stagediving-verbodsbordjes, mooi de massa in. Bassist Adam Devonshire doet zijn werk niet minder vervaarlijk. Goed, samen met Lee Kiernan en mokerende John Beavis doen ze eigenlijk allemaal niks onder in totale weirdness. Nog maar eens een heftig scanderende band hier. Wilde postpunk. Het leven in Idles' moshpit oogt helemaal op zijn ruigst. Een massa adrenaline hebben die kerels, constant Engelse f**ck-offs, geweldige drums, microfoons tierend bijna half afbijten, een totaal imponerende sound! Zanger Joe doet geen moeite, nee, geen moeite om mooi in de toon te zingen. Zelfs in zijn 'zoetere' nummers als 'A Hymn' niet, waar het foute zo charmant opvalt. Maar wat een karakter en power stralen hij en zij samen uit. Dan kom je meteen met héél veel weg. Maakt zo dat de halve zopas nog zonnende wei al uit het lome zand is rechtgeveerd. Indrukwekkend. Kennen ze nu plots Idles, dat zijn verraste toehoorders stelselmatig alleen maar ziet vermenigvuldigen. Wordt het ook even tijd om met de al uren vooraan insijpelende mentaal afwezige Metallica-fans te dollen. Ze zijn er al overal, ze zijn net als het nu weer goeie weer, dé vaststelling van de dag. "Save your energy, nooit gedacht ooit met jullie de frontstage te delen", grapt ie, geen greintje kwaadaardig. Maar behoorlijk maatschappelijk gedreven ook, Idles. "Long live the immigrants in your country and in mine" en nog zo wat items.
De passage van Idles, da's gewoonweg een verpletterende nieuwe festivalact aan het firmament, uniek om die te zien en te herzien. Voldoening tot in het lyrische bij iedereen die er al spontaan voor openstond. Een groep sindsdien fier vermeld door wie daar ter plekke door hen werd omgewalst. Zo was het, je zag het zo, op en heel ver over de Werchterwei, een zuivere vijf sterrenprestatie!
Setlist: 'Colossus', 'Car Crash', 'Mr. Motivator',
'Mother', 'Divide and Conquer', 'The Beachland Ballroom', 'Never Fight a Man With a Perm',
'Crawl!', 'A Hymn', 'The Wheel', 'Danny Nedelko',
'Rottweiler'.
IDLES - TANGK (2024)

4,5
3
geplaatst: 23 februari 2024, 17:49 uur
De nieuwe van IDLES. Explosie op de cover. Als met vijf frisgewassen snoeten schuiven de turbulente Bristollers weer aan op de rockscene. Dat eerste geluid. Zitten ze daarmee toch wel in gloednieuwe sferen? De minste IDLES-vreemde glinstering van hun postpunk, zeker weten dat her en der de messen der verdeeldheid zullen worden aangeslepen. Nochtans, het zijn zaken die er bijhoren wanneer artiesten met een zekere staat van dienst - 14 jaar zeker in hun geval - beslissen om zich iets uit hun bestaande hokjes weg te werken, om op zoek te gaan naar nieuwe muzikale uitdagingen. Nu, het weze met betrekking tot deze vurige nieuwe 'TANGK' duidelijk, in de monumentale hemelen waarin IDLES nu vertoeven groeit en landt draaibeurt na draaibeurt, ook na een eerst de argwanende verbazing, eenzelfde zalige IDLES-euforie.
Een altijd openhartige frontman Joe Talbot, het muzikale hart van de groep, kan er nog altijd een ferm stukje op affoeteren tegen zijn Engelse regering of de barbaarse maatschappij waarvan de muren blijkbaar op instorten staan, maar hier hebben ze - hij en gitarist Mark Bowen met name - in plaats van constant ziedend hun lyrics af te scanderen, er vooral ook de verantwoordelijke allures van het vaderschap in verweven. Ze releasen 'TANGK' bovendien in de Valentijnsmaand. Met een Talbot tegenwoordig bijna op melancholie zwelgend in zijn (nieuwe) liefde en expliciete dankbaarheid. Wat ze daarvoor extra hebben hebben opgedolven zijn - lieve god! - warempel een resem een en al lieve, kwetsbare, vaak zelfs melig gezongen lovesongs, aangeboden als de pennenvruchten van hun erkentelijkheid. Maar hier gelukkig overwegend nog zo vurig en atypisch rauw gebracht dat het toch enkel maar van IDLES kan zijn. Bekijk die songtitels, 'Grace', of 'Gratitude', waar Talbot's stem ook heel duidelijk het stormkracht 7-gehalte van 'Brutalism' verlaat. Al is er, neem 'Gift Horse', voor de brutaaltjes ook nog voldoende aan splijtende riffs, doodsmakbeats en adrenalinezang om er de koude voeten stampend mee warm te lopen.
Serieus medeverantwoordelijk voor die andere sound en de nieuwe texturen hier is, naast gouwe getrouwe gitarist Mark Bowen, een gedreven Nigel 'Radiohead' Godrich en Kenny Beats aan de knoppen. Wat al vanaf de opener een 'IDLES-fijngevoelige stijl' oplevert. 'Idea 01', het eerste 'idea' dat ze voor het album hadden en Talbot er in weemoed terugdenkend aan enkele dierbaren uit zijn geboortestreek Devon en over 'the things he lost in the fire'. Talbot hier op zijn zachtst croonend, op de onregelmatige hartslag van de percussie en omzwermd door zacht tollende belletjes, arpeggio-pianogepingel en atmosferisch gezoem.
In de funky topper 'Gift Horse', derde single, wordt vader Joe bij het aanschouwen van zijn dochter helemaal lyrisch: "My baby is beautiful/all is love and love is all". Als ferm antiroyalist wil hij dit dan meteen ook laten 'rijmen' op "fuck the king/he ain't the king, she's the king". IDLES klinkt hier evenwel zo onstuimig als de Engelse Peppers in een bos vol industrial en racende gitaren. Naar verluidt luisterden ze in de aanloop hiervoor duchtig naar techno en disco (!). Hoe dan ook, heerlijke groove hier en wat een geweldige song.
Het groezelige 'POP POP POP' dan, weer over zijn geluksroes een kind te hebben en tegelijk ook over 'Freudenfreude', iets wat recht tegenover wijdverbreid 'leedvermaak' zou staan, echt kunnen meegenieten van andermans geluk. Een met dreigende bas-stoomstoten doortrokken rapper op een grimmige beat uit de koker van Talbot. Met buitelende percussie rolt daarop 'Roy' in. Talbot haalt voor zijn verhaal over zijn vriendin vocaal nog maar eens alles uit de kast. Fraai opgesmukt, alsjeblieft, met Motown-soulgeluiden.
De intiem meeslepende breakup-song 'A Gospel' is een milde, bijna dankbare terugblik op een voorbije relatie, gekaderd in de rust van een simpele pianolijn en fijnbesnaarde strijkersbegeleiding.
Hoogtepunt op 'TANGK' is de al gekende zwiepende floorfiller en eerste single 'Dancer', met LCD Soundsytem in de achtergrond. Bijna dierlijk samen de dansvloer op. Met Joe Talbot de nacht in op de magie van het ritme.
Komt vervolgens de eenvoud zelve van tweede single 'Grace'. Of hoe Talbot, doormijmerend op zijn intussen gekende thema's, je op een pompend uitvloeiende bas en spaarzame percussie toch weer aan het dansen krijgt. Op liefde en anti-religieus en anti-royaal gevoel. "No God. No King. I said Love is the fing" (sic), dit wordt wel de leuze van 'TANGK'.
Een rammend en schurend 'Hall & Oates' doet opeens terugdenken aan de rockhoogdagen van 'The Eighties Matchbox B-line Disaster'. Krachtige compositie met machtige groove over Talbot's eerste bedwelmde vrijpartij die nadien als een Hall&Oats blijft rondfladderen in zijn hoofd. H&O, die twee songwriters die in hun songs als geen ander de kracht van vriendschap vertolkten. Tot je wrang constateerde hoe ze uiteindelijk met de rechtszaken tegen elkaar tot op het bot hun eigen magie sloopten. Juist vóór de song kriepend halttrekt duwt Talbot er zich nog even als ons aller eightiescrooner Simple Minds' Jim Kerr nostalgisch zwalpend door.
'Jungle' is Talbot's knarsende gevangenisdroom, een bedwelmende, stuiterende stammendans - komt 'Read The Room' van The Smile daar niet even opduiken, Nigel? - waarvan de riff uiteindelijk de akkoorden werden en het refrein een Caraïbische swing. 'Gratitude', gewoon een geweldig dansnummer met een aanstekelijke beat over Talbot dankbaar terugblikkend op waar hij vandaan komt. 'Monolith' en daarmee de laatste ontplooiing van Talbots vocaal talent, met riffs en muziekflarden die als monolieten op je af komen drijven en finaal transformeren in een eenzaam treurende Morphine-sax. Gewoon een heel eenvoudige manier van IDLES om een prachtalbum als 'TANGK' stemmig af te sluiten.
IDLES hoort immers op vandaag duidelijk thuis in het rijtje van de grote, creatieve postpunkbands die de ene belangrijke plaat na de andere bewijzen dat hun stomende genre zo springlevend blijft als zijzelf. Verkopen ze je hier dan wel niet meer als weleer de ene harde linkse na de andere meedogenloze rechtse, met het machtige volwassen totaalgeluid dat ze nu hebben gevonden presenteren ze zich hier als een gezwind ronddansende, durvende Mohammed Ali en wel net zo onvoorspelbaar en gedreven als voorheen. Ok ze hebben het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Maar het resultaat is er, niks bestoft. Hier kijk je aan tegen een andere groep dan vroeger, minder gruizig, vol punch, subtiliteit en details. Verrassend evenwichtig in een complex geheel van aantrekkelijke muzikale kleuren, nieuwe toetsen van hiphop, soul, techno en verfijnde elektronica. Zelfs na toevoeging daarbij van een pak teder rondwarende rode hartjes in plaats van notoire somberte kunnen ze met behoud van hun overeind gebleven donderende stijl er opnieuw een heel end mee verder. Positiviteit, love and understanding dus, IDLES' huidige wapens. En toch is het een liefdesalbum om er ook alles weer eens mee van je af te schudden, af te schreeuwen. Kunnen bijgevolg ook de fans van de bonkende albums I tot IV probleemloos op het IDLES-schip blijven. 'TANGK'-you!
IDLES zijn:
Joe Talbot - leadzanger
Mark Bowen - gitaar, elektronica, keyboards
Lee Kiernon - rhythmgitaar
Adam Devonshire - bas
Jon Beavis - drums
Een altijd openhartige frontman Joe Talbot, het muzikale hart van de groep, kan er nog altijd een ferm stukje op affoeteren tegen zijn Engelse regering of de barbaarse maatschappij waarvan de muren blijkbaar op instorten staan, maar hier hebben ze - hij en gitarist Mark Bowen met name - in plaats van constant ziedend hun lyrics af te scanderen, er vooral ook de verantwoordelijke allures van het vaderschap in verweven. Ze releasen 'TANGK' bovendien in de Valentijnsmaand. Met een Talbot tegenwoordig bijna op melancholie zwelgend in zijn (nieuwe) liefde en expliciete dankbaarheid. Wat ze daarvoor extra hebben hebben opgedolven zijn - lieve god! - warempel een resem een en al lieve, kwetsbare, vaak zelfs melig gezongen lovesongs, aangeboden als de pennenvruchten van hun erkentelijkheid. Maar hier gelukkig overwegend nog zo vurig en atypisch rauw gebracht dat het toch enkel maar van IDLES kan zijn. Bekijk die songtitels, 'Grace', of 'Gratitude', waar Talbot's stem ook heel duidelijk het stormkracht 7-gehalte van 'Brutalism' verlaat. Al is er, neem 'Gift Horse', voor de brutaaltjes ook nog voldoende aan splijtende riffs, doodsmakbeats en adrenalinezang om er de koude voeten stampend mee warm te lopen.
Serieus medeverantwoordelijk voor die andere sound en de nieuwe texturen hier is, naast gouwe getrouwe gitarist Mark Bowen, een gedreven Nigel 'Radiohead' Godrich en Kenny Beats aan de knoppen. Wat al vanaf de opener een 'IDLES-fijngevoelige stijl' oplevert. 'Idea 01', het eerste 'idea' dat ze voor het album hadden en Talbot er in weemoed terugdenkend aan enkele dierbaren uit zijn geboortestreek Devon en over 'the things he lost in the fire'. Talbot hier op zijn zachtst croonend, op de onregelmatige hartslag van de percussie en omzwermd door zacht tollende belletjes, arpeggio-pianogepingel en atmosferisch gezoem.
In de funky topper 'Gift Horse', derde single, wordt vader Joe bij het aanschouwen van zijn dochter helemaal lyrisch: "My baby is beautiful/all is love and love is all". Als ferm antiroyalist wil hij dit dan meteen ook laten 'rijmen' op "fuck the king/he ain't the king, she's the king". IDLES klinkt hier evenwel zo onstuimig als de Engelse Peppers in een bos vol industrial en racende gitaren. Naar verluidt luisterden ze in de aanloop hiervoor duchtig naar techno en disco (!). Hoe dan ook, heerlijke groove hier en wat een geweldige song.
Het groezelige 'POP POP POP' dan, weer over zijn geluksroes een kind te hebben en tegelijk ook over 'Freudenfreude', iets wat recht tegenover wijdverbreid 'leedvermaak' zou staan, echt kunnen meegenieten van andermans geluk. Een met dreigende bas-stoomstoten doortrokken rapper op een grimmige beat uit de koker van Talbot. Met buitelende percussie rolt daarop 'Roy' in. Talbot haalt voor zijn verhaal over zijn vriendin vocaal nog maar eens alles uit de kast. Fraai opgesmukt, alsjeblieft, met Motown-soulgeluiden.
De intiem meeslepende breakup-song 'A Gospel' is een milde, bijna dankbare terugblik op een voorbije relatie, gekaderd in de rust van een simpele pianolijn en fijnbesnaarde strijkersbegeleiding.
Hoogtepunt op 'TANGK' is de al gekende zwiepende floorfiller en eerste single 'Dancer', met LCD Soundsytem in de achtergrond. Bijna dierlijk samen de dansvloer op. Met Joe Talbot de nacht in op de magie van het ritme.
Komt vervolgens de eenvoud zelve van tweede single 'Grace'. Of hoe Talbot, doormijmerend op zijn intussen gekende thema's, je op een pompend uitvloeiende bas en spaarzame percussie toch weer aan het dansen krijgt. Op liefde en anti-religieus en anti-royaal gevoel. "No God. No King. I said Love is the fing" (sic), dit wordt wel de leuze van 'TANGK'.
Een rammend en schurend 'Hall & Oates' doet opeens terugdenken aan de rockhoogdagen van 'The Eighties Matchbox B-line Disaster'. Krachtige compositie met machtige groove over Talbot's eerste bedwelmde vrijpartij die nadien als een Hall&Oats blijft rondfladderen in zijn hoofd. H&O, die twee songwriters die in hun songs als geen ander de kracht van vriendschap vertolkten. Tot je wrang constateerde hoe ze uiteindelijk met de rechtszaken tegen elkaar tot op het bot hun eigen magie sloopten. Juist vóór de song kriepend halttrekt duwt Talbot er zich nog even als ons aller eightiescrooner Simple Minds' Jim Kerr nostalgisch zwalpend door.
'Jungle' is Talbot's knarsende gevangenisdroom, een bedwelmende, stuiterende stammendans - komt 'Read The Room' van The Smile daar niet even opduiken, Nigel? - waarvan de riff uiteindelijk de akkoorden werden en het refrein een Caraïbische swing. 'Gratitude', gewoon een geweldig dansnummer met een aanstekelijke beat over Talbot dankbaar terugblikkend op waar hij vandaan komt. 'Monolith' en daarmee de laatste ontplooiing van Talbots vocaal talent, met riffs en muziekflarden die als monolieten op je af komen drijven en finaal transformeren in een eenzaam treurende Morphine-sax. Gewoon een heel eenvoudige manier van IDLES om een prachtalbum als 'TANGK' stemmig af te sluiten.
IDLES hoort immers op vandaag duidelijk thuis in het rijtje van de grote, creatieve postpunkbands die de ene belangrijke plaat na de andere bewijzen dat hun stomende genre zo springlevend blijft als zijzelf. Verkopen ze je hier dan wel niet meer als weleer de ene harde linkse na de andere meedogenloze rechtse, met het machtige volwassen totaalgeluid dat ze nu hebben gevonden presenteren ze zich hier als een gezwind ronddansende, durvende Mohammed Ali en wel net zo onvoorspelbaar en gedreven als voorheen. Ok ze hebben het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Maar het resultaat is er, niks bestoft. Hier kijk je aan tegen een andere groep dan vroeger, minder gruizig, vol punch, subtiliteit en details. Verrassend evenwichtig in een complex geheel van aantrekkelijke muzikale kleuren, nieuwe toetsen van hiphop, soul, techno en verfijnde elektronica. Zelfs na toevoeging daarbij van een pak teder rondwarende rode hartjes in plaats van notoire somberte kunnen ze met behoud van hun overeind gebleven donderende stijl er opnieuw een heel end mee verder. Positiviteit, love and understanding dus, IDLES' huidige wapens. En toch is het een liefdesalbum om er ook alles weer eens mee van je af te schudden, af te schreeuwen. Kunnen bijgevolg ook de fans van de bonkende albums I tot IV probleemloos op het IDLES-schip blijven. 'TANGK'-you!
IDLES zijn:
Joe Talbot - leadzanger
Mark Bowen - gitaar, elektronica, keyboards
Lee Kiernon - rhythmgitaar
Adam Devonshire - bas
Jon Beavis - drums
Iggy Pop - Every Loser (2023)

4,0
5
geplaatst: 11 januari 2023, 18:52 uur
"So gimme a try before I fuckin' die.
My mind is on fire when I oughta retire."
('Frenzy - strofe 2)
Het jaar aangenaam inzetten met een schop pur-sang-rock uit die bijna zestig jaar oude doos van Iggy Pop, waarom niet? Vooral als deze kranige vijfenenzeventigjarige ouderling hier deze keer met zijn oerpunkrock zo explosief, autoritair en authentiek tekeer gaat en je met zijn luidruchtige naturel precies persoonlijk wil bewijzen hoe goed, wel en hard hij nog naar het leven snakt, zie maar 'Frenzy' hierboven. De energieke stripper, met z'n verfrommelde body intussen van verweerd, altijd glimmend leer, zet hier elke introspectieve gelatenheid en iedere escapade van de voorbije jaren resoluut opzij en diept, in negen songs, nog eens furieus en krachtig de hoogste wattages uit wat rest van zijn pezige lijf. Maar bovenal, hier duwt de rauwe strot van de meester zich weer constant in de hoofdrol.
Hij bestelde voor zijn laatste show - 'laatste', maar wie weet dat?- Andrew Watt als producer, de man die ook Ozzy Ozbourne weer geheel onder de levenden kreeg. Hij aanvaardde hierbij bovendien met graagte alle professionele hulp van veel schoon volk als Tayler Hawkins (inmiddels helaas zaliger) en van mannen van Red Hot Chili Peppers van nu en vroeger (Chad Smith en Josh Klinghoffer), Guns N' Roses (Duff McKagan), Jane's Addiction (Dave Navarro en Eric Avery) en nog anderen. Ze begeleiden hem in tal van zinderende kleppers.
De melodieuze single 'Frenzy' opent, scheldend en croonend als een Alice Cooper, in drie stoere, vurig exploderende minuten Stooges-rock. Even 'slikken' dan voor de overweldigende grunger 'Strung Out Johnny', over een archetypische Johnny, opgroeiend in een donker leven vol junks en heroine, traject dat verdacht oogt als dat van Pop zelf. Schitterende softrock ook in loveballade 'New Atlantis', hommage aan Donovan, over het Atlantis nu ergens zinkend in Miami, een van Pop's geliefde stekjes. 'Modern Day Rip Off' dan, is een wilde tongue-in-cheek-song, pianogedreven, met ook hier weer een geweldige Stooges-vibe.
Komt dan het verdriet van 'Morning Show', ballad op de wijze van de Stones, over de tranen van een Iggy Pop die zich achter een clownface evengoed down en depri voelt. Met het sierlijke parlando van 'The News for Andy [Interlude]', raapte Pop dan warempel een oud idee van Andy Warhol op, om van de tekst van krantenadvertenties gewoon de lyrics van een song, een interludium te fabriceren. Net vóór de coole, bruisende punkthrasher 'Neo Punk', die gaat over snel snel, heel veel geld verdienen door dingen in de punk-way-of-life te doen.
Nog een Ig-topper is het chagrijnig snauwende 'All the Way Down' en Pop in full-beast-modus. Volgt het fonkelende, mooi eenzaam retro klinkende 'Comments', met vrolijk refrein, over 'comments', reacties op sociale media die blijkbaar altijd maar extremen moeten aanhangen in plaats van de realiteit in het midden. Met ook wat heuse Pop-filosofie voor de kids in de brug: "Het probleem met het leven is dat het stopt."
Met 'My Animus [Interlude]' volgt andermaal een schoon interludium, met Iggy Pop's bijna trotse ontboezeming dat hij in zijn lange leven, ondanks sterrendom, altijd de belangrijke dingen heeft opgezocht. Eindigen doet hij met het tegen de sterren op vloekende 'The Regency', onvervalste punkrock, nog geschreven samen met de betreurde Taylor Hawkins.
'Every Loser', het is een verzorgd, vintage Iggy Pop-album geworden, weliswaar kort en bondig, maar zo catchy als wat en vitaal back to basics. Een fantastisch meeslepende soundtrack vol power, da's wat in alle geval nablijft bij deze woedende joy-de-vivre-lofzang van Iggy Pop aan zichzelf. Hier geen zwalpende dinosaurus op pad dus, maar een tijdloos stampende rocksurvivor die eindelijk weer een handvol memorabele songs weet te serveren als van tijdens zijn meest glorieuze dagen. De man van vele boodschappen ook, die altijd alleen zichzelf is en die ons zo, in dit jonge jaar al direct weer op scherp zet. Iggy Pop's 'Every Loser' is een album uit één stuk, zonder afdankertjes, waar de gensters van zijn voordurende spelplezier je zomaar aansteken.
My mind is on fire when I oughta retire."
('Frenzy - strofe 2)
Het jaar aangenaam inzetten met een schop pur-sang-rock uit die bijna zestig jaar oude doos van Iggy Pop, waarom niet? Vooral als deze kranige vijfenenzeventigjarige ouderling hier deze keer met zijn oerpunkrock zo explosief, autoritair en authentiek tekeer gaat en je met zijn luidruchtige naturel precies persoonlijk wil bewijzen hoe goed, wel en hard hij nog naar het leven snakt, zie maar 'Frenzy' hierboven. De energieke stripper, met z'n verfrommelde body intussen van verweerd, altijd glimmend leer, zet hier elke introspectieve gelatenheid en iedere escapade van de voorbije jaren resoluut opzij en diept, in negen songs, nog eens furieus en krachtig de hoogste wattages uit wat rest van zijn pezige lijf. Maar bovenal, hier duwt de rauwe strot van de meester zich weer constant in de hoofdrol.
Hij bestelde voor zijn laatste show - 'laatste', maar wie weet dat?- Andrew Watt als producer, de man die ook Ozzy Ozbourne weer geheel onder de levenden kreeg. Hij aanvaardde hierbij bovendien met graagte alle professionele hulp van veel schoon volk als Tayler Hawkins (inmiddels helaas zaliger) en van mannen van Red Hot Chili Peppers van nu en vroeger (Chad Smith en Josh Klinghoffer), Guns N' Roses (Duff McKagan), Jane's Addiction (Dave Navarro en Eric Avery) en nog anderen. Ze begeleiden hem in tal van zinderende kleppers.
De melodieuze single 'Frenzy' opent, scheldend en croonend als een Alice Cooper, in drie stoere, vurig exploderende minuten Stooges-rock. Even 'slikken' dan voor de overweldigende grunger 'Strung Out Johnny', over een archetypische Johnny, opgroeiend in een donker leven vol junks en heroine, traject dat verdacht oogt als dat van Pop zelf. Schitterende softrock ook in loveballade 'New Atlantis', hommage aan Donovan, over het Atlantis nu ergens zinkend in Miami, een van Pop's geliefde stekjes. 'Modern Day Rip Off' dan, is een wilde tongue-in-cheek-song, pianogedreven, met ook hier weer een geweldige Stooges-vibe.
Komt dan het verdriet van 'Morning Show', ballad op de wijze van de Stones, over de tranen van een Iggy Pop die zich achter een clownface evengoed down en depri voelt. Met het sierlijke parlando van 'The News for Andy [Interlude]', raapte Pop dan warempel een oud idee van Andy Warhol op, om van de tekst van krantenadvertenties gewoon de lyrics van een song, een interludium te fabriceren. Net vóór de coole, bruisende punkthrasher 'Neo Punk', die gaat over snel snel, heel veel geld verdienen door dingen in de punk-way-of-life te doen.
Nog een Ig-topper is het chagrijnig snauwende 'All the Way Down' en Pop in full-beast-modus. Volgt het fonkelende, mooi eenzaam retro klinkende 'Comments', met vrolijk refrein, over 'comments', reacties op sociale media die blijkbaar altijd maar extremen moeten aanhangen in plaats van de realiteit in het midden. Met ook wat heuse Pop-filosofie voor de kids in de brug: "Het probleem met het leven is dat het stopt."
Met 'My Animus [Interlude]' volgt andermaal een schoon interludium, met Iggy Pop's bijna trotse ontboezeming dat hij in zijn lange leven, ondanks sterrendom, altijd de belangrijke dingen heeft opgezocht. Eindigen doet hij met het tegen de sterren op vloekende 'The Regency', onvervalste punkrock, nog geschreven samen met de betreurde Taylor Hawkins.
'Every Loser', het is een verzorgd, vintage Iggy Pop-album geworden, weliswaar kort en bondig, maar zo catchy als wat en vitaal back to basics. Een fantastisch meeslepende soundtrack vol power, da's wat in alle geval nablijft bij deze woedende joy-de-vivre-lofzang van Iggy Pop aan zichzelf. Hier geen zwalpende dinosaurus op pad dus, maar een tijdloos stampende rocksurvivor die eindelijk weer een handvol memorabele songs weet te serveren als van tijdens zijn meest glorieuze dagen. De man van vele boodschappen ook, die altijd alleen zichzelf is en die ons zo, in dit jonge jaar al direct weer op scherp zet. Iggy Pop's 'Every Loser' is een album uit één stuk, zonder afdankertjes, waar de gensters van zijn voordurende spelplezier je zomaar aansteken.
Iron and Wine - Archive Series Volume No. 5: Tallahassee Recordings (2021)

4,5
1
geplaatst: 10 mei 2021, 18:57 uur
Net als Neil Young's steengoeie 'Homegrown' verleden jaar, komt hier uit de Archive Series van I&W deze prequelplaat uit 1998-1999 zomaar binnenvallen als de donder in Keulen. Jeugdig onbevangen songs met een graad van tristesse als die we ook van Low kennen, maar in alle eenvoud acoustisch gespeeld als ware het de jonge Neil Young zelve of als op de eersteling van Nick Drake. Intieme, delicate, soms filmische liedjes op het rustige tempo van de gitaar, over eenvoudig leven in Amerika, over liefde, en bedrog. Als prominente gangmaker, dan al, dat krachtige typische stemgeluid dat I&W zo uniek maakt. Een studentenplaat, ja, maar toch regelrechte must in de discografie van I&W. Dankjewel, Sam.
Iron Maiden - Senjutsu (2021)

4,5
4
geplaatst: 13 september 2021, 13:23 uur
Somewhere in Heavymetalland. Dessel? Arnhem? Keulen? Imagine ... Onrustig uitgelaten mensenzee, aanschoffelend vóór nog gigantisch lege scène. Voor een gegarandeerd absolute avondlijke headliner, de Legacy of the Beast Tour 2022. Imagine... Serveert Iron Maiden je daar, binnen de grandeur van Harris', Dickinson's, Murray's, Smith's, Gers' en McBrain's extravagante liveshow, zomaar vooraf en integraal, vóór die hele schare hits uit een 46 jaar overspannende legendarische carrière, de 80 powerminuten van hun nieuwste epos Senjutsu? Allright, please, go ahead with it!!
Senjutsu! 't Japans voor 'Tactieken en Strategie'. Want, Iron Maiden is anno 2021 weer in big battle tegen 't gespuis dat kruipt vanuit alle richtingen.
Imagine... over de massa galmen de majestueus dreigende taiko-drumslagen, vanuit het stille zwart, steigende grom, sloom opzwellende gitaren, ratelende drums. 'Senjutsu'! Het magistrale stemgeluid van Bruce Dickinson neemt de riff over, bouwt alsmaar op, dramatisch, tot in extase verschietende hoogte, bijwijlen een Roger Waters, overslaand in z'n eigen The Wall. Dit. Is. Een. Gedroomde. Ongelooflijk. Geslaagde. Live-opener!
Onder militaire roffels vervolgt de meute het verraderlijke 'Stratego', het dodelijke Senjutsu- schaakspel. Indrukwekkend wilde ritmes in bass en drums, in kleur fluctuerende, declamerende Dickinsonvocalen, virtuoze gitaarsolo. Op de schermen simultaan flitsend, de beelden uit Maiden's hallucinante videoclip. Ijzingwekkend, zo aansluitend op 't rauwe leven 'Behind the Wall' uit The Game of Thrones.
Komt al stormachtig golvend aan, die epische eerste single 'The Writing On the Wall'. Opnieuw verbluffend videowerk Rammstein achterna, verblindende eye-opener! De song is bijbels, het verzet van de groeiende groep have-nots in een teloorgaande Mad Max-wereld, gedomineerd door profiterende elites. In de stoffige intro waan je je zowat achtergebleven in een desolaat akoestische westernsoundtrack voor Death Valley, tot een grootse riff je daar wegtrok en je weergaloos op en neer de folky rocksong door ment. Tot en bij het suikeren Adam en Eva-happy ending!
'Lost in a Lost World', langgerekt kosmische sfeerwending. Gelaagde proggy sound en echo's refereren andermaal overduidelijk aan Pink Floyd's 'The Wall', het mystieke van The Moody Blues. Iron Maiden maakt er z'n even imaginaire, eigen duivelse hoogvlieger van. Grandioos na de synths, het gevecht tussen de opeenvolgende solo's, tussen de Dickinson-falsetto en de in intensiteit afwisselend pulserende staccato-riffs. De song hervindt z'n rust van z'n aanvang in een subliem uitdeinende vocale prog-oase.
'Days of Future Past', komt uit de kast als vintage Iron Maiden op vol voltage, verschroeiende riff, supersterk refrein en vocals, over de voor z'n schepselen ambiguë, manipulerende opstelling van de godsfiguur.
Het meeslepend dramatische 'The Time Machine' is weer zo'n energieke killersong, inclusief met kop en staart. Op kousenvoeten aanlopend z'n intro, krachtig melodisch, pompend het refrein, finaal met sterke, folky aandoende riffs. De tijdsmachine ontbolstert tot een flitsend, ruig, zwaar heavy metalgeluid, maar sereen vocaal tot stilstand gebracht door alweer stemmagister Bruce.
De meeuwen, de zee, het trieste 'Darkest Hour'. De aannemende bedroefde gitaren adapteren het scherpe krijsen. Onconventioneel, pakkende huldesong voor leiderschap van staatslui à la Winston Churchill, weerstand van een volk tegen misleiding en agressieve machtswellust. Kusten gingen er ooit bloodrood voor in over op die langste dag. Krijgen uiteindelijk toch altijd weer vrij spel, de scherende meeuwen, wat ook onder hen passeerde aan gruwelijk mensengekrakeel. Emotionele sound, sombere, uitgeklede bluesy gitaarakkoorden overgaand in grootse solo's, naakte vocals, afremmend treurend, overpeinzend. Dickinson, wat een stembereik toch heeft die man.
Harris' ontzagwekkende melodische progsong, uitblinker 'Death of The Celts', eerste van de kolossale eindtriptiek, komt in met een lange vocale, akoestische opstap. Hij vloeit over in instrumentale folkmetal en Dickinson's plechtig vertellende zangfrazen. De song ontdubbelt, een rockmachine trekt op langsheen lieflijk gevarieerde muzikale valleien, hooks, tempowisselingen, tot op de kruissnelheid van een sneltrein.
In een complexe tweede monstertrack, het zwarte, filmische The Parchment' leiden zweverige synths op 't hypnotiserende ritme van een oriëntaalse bolero zoetjes de optocht. Tot voor het lange middenstuk brutaal de song openbreekt, Dickinson bezwerend en voldramatisch invalt, met in z'n kielzog fel duellerende solo's. Op de toon van weer een imponerende vocale melodie, laag op laag opstapelende hernemingen, gallopeert de song naar het einde, waar de synths de processie beheerst orkestraal afsluiten, met dezelfde vreemd oosterse openingsnoten.
De cirkel is rond. Het fantastische hymne 'Hell on Earth', een grote gracieuze finale vol troosteloze, ellendige taferelen. De samenvatting van Senjutsu en alluderend op ieders betrokkenheid ergens bij de hoogheidswaanzin van oorlog versus z'n vele slachtoffers. Eenzaam de lange intro, beelden van het gloren van de dag, vredevol indruppelend weer die weeë Pink Floyd-noten. Daarop, Dickinsons zangkunsten, emotionele tempowisselingen, sterke riff's en akkoorden, catchy melodieën. Na de horror, cyclisch, terugkeer naar de verdachte rust van de intro.
Iron Maiden. Deze ervaren heren op leeftijd maken al 17 ambitieuze studioplaten lang extatische muziek met volle overgave van hart en spirit en dit op een honderd procent Maiden-frame. Krachttoer dan ook voor een echte albumband om ze zo'n meeslepend episch meesterwerk, dubbelplaat dan nog, nu nog te horen brengen. 10 memorabele songs zonder enige ballast. Des duivels onzinnig natuurlijk om onmiddellijk iedere noot, iedere muzieklijn daarvan op geluid, lengte of gelijkenis binnen het immense songbook af te meten en af te rekenen. Zou je dit dan eerder ook eerst met het oeuvre van een Bach of Mozart moeten proberen. Respect voor het geëtaleerde compositorisch vernuft verdient dat je een toprealisatie als deze als geheel, in z'n volle diepte, met al z'n verrukkelijke melodieën laat inwerken en inwerken.
En ja... Hoe die liveset er in 2022 dan in werkelijkheid moet uitzien? Imagine this for yourself. Met de ogen toe hoor je nu vast al hun Sound of Distant Drums!
Senjutsu! 't Japans voor 'Tactieken en Strategie'. Want, Iron Maiden is anno 2021 weer in big battle tegen 't gespuis dat kruipt vanuit alle richtingen.
Imagine... over de massa galmen de majestueus dreigende taiko-drumslagen, vanuit het stille zwart, steigende grom, sloom opzwellende gitaren, ratelende drums. 'Senjutsu'! Het magistrale stemgeluid van Bruce Dickinson neemt de riff over, bouwt alsmaar op, dramatisch, tot in extase verschietende hoogte, bijwijlen een Roger Waters, overslaand in z'n eigen The Wall. Dit. Is. Een. Gedroomde. Ongelooflijk. Geslaagde. Live-opener!
Onder militaire roffels vervolgt de meute het verraderlijke 'Stratego', het dodelijke Senjutsu- schaakspel. Indrukwekkend wilde ritmes in bass en drums, in kleur fluctuerende, declamerende Dickinsonvocalen, virtuoze gitaarsolo. Op de schermen simultaan flitsend, de beelden uit Maiden's hallucinante videoclip. Ijzingwekkend, zo aansluitend op 't rauwe leven 'Behind the Wall' uit The Game of Thrones.
Komt al stormachtig golvend aan, die epische eerste single 'The Writing On the Wall'. Opnieuw verbluffend videowerk Rammstein achterna, verblindende eye-opener! De song is bijbels, het verzet van de groeiende groep have-nots in een teloorgaande Mad Max-wereld, gedomineerd door profiterende elites. In de stoffige intro waan je je zowat achtergebleven in een desolaat akoestische westernsoundtrack voor Death Valley, tot een grootse riff je daar wegtrok en je weergaloos op en neer de folky rocksong door ment. Tot en bij het suikeren Adam en Eva-happy ending!
'Lost in a Lost World', langgerekt kosmische sfeerwending. Gelaagde proggy sound en echo's refereren andermaal overduidelijk aan Pink Floyd's 'The Wall', het mystieke van The Moody Blues. Iron Maiden maakt er z'n even imaginaire, eigen duivelse hoogvlieger van. Grandioos na de synths, het gevecht tussen de opeenvolgende solo's, tussen de Dickinson-falsetto en de in intensiteit afwisselend pulserende staccato-riffs. De song hervindt z'n rust van z'n aanvang in een subliem uitdeinende vocale prog-oase.
'Days of Future Past', komt uit de kast als vintage Iron Maiden op vol voltage, verschroeiende riff, supersterk refrein en vocals, over de voor z'n schepselen ambiguë, manipulerende opstelling van de godsfiguur.
Het meeslepend dramatische 'The Time Machine' is weer zo'n energieke killersong, inclusief met kop en staart. Op kousenvoeten aanlopend z'n intro, krachtig melodisch, pompend het refrein, finaal met sterke, folky aandoende riffs. De tijdsmachine ontbolstert tot een flitsend, ruig, zwaar heavy metalgeluid, maar sereen vocaal tot stilstand gebracht door alweer stemmagister Bruce.
De meeuwen, de zee, het trieste 'Darkest Hour'. De aannemende bedroefde gitaren adapteren het scherpe krijsen. Onconventioneel, pakkende huldesong voor leiderschap van staatslui à la Winston Churchill, weerstand van een volk tegen misleiding en agressieve machtswellust. Kusten gingen er ooit bloodrood voor in over op die langste dag. Krijgen uiteindelijk toch altijd weer vrij spel, de scherende meeuwen, wat ook onder hen passeerde aan gruwelijk mensengekrakeel. Emotionele sound, sombere, uitgeklede bluesy gitaarakkoorden overgaand in grootse solo's, naakte vocals, afremmend treurend, overpeinzend. Dickinson, wat een stembereik toch heeft die man.
Harris' ontzagwekkende melodische progsong, uitblinker 'Death of The Celts', eerste van de kolossale eindtriptiek, komt in met een lange vocale, akoestische opstap. Hij vloeit over in instrumentale folkmetal en Dickinson's plechtig vertellende zangfrazen. De song ontdubbelt, een rockmachine trekt op langsheen lieflijk gevarieerde muzikale valleien, hooks, tempowisselingen, tot op de kruissnelheid van een sneltrein.
In een complexe tweede monstertrack, het zwarte, filmische The Parchment' leiden zweverige synths op 't hypnotiserende ritme van een oriëntaalse bolero zoetjes de optocht. Tot voor het lange middenstuk brutaal de song openbreekt, Dickinson bezwerend en voldramatisch invalt, met in z'n kielzog fel duellerende solo's. Op de toon van weer een imponerende vocale melodie, laag op laag opstapelende hernemingen, gallopeert de song naar het einde, waar de synths de processie beheerst orkestraal afsluiten, met dezelfde vreemd oosterse openingsnoten.
De cirkel is rond. Het fantastische hymne 'Hell on Earth', een grote gracieuze finale vol troosteloze, ellendige taferelen. De samenvatting van Senjutsu en alluderend op ieders betrokkenheid ergens bij de hoogheidswaanzin van oorlog versus z'n vele slachtoffers. Eenzaam de lange intro, beelden van het gloren van de dag, vredevol indruppelend weer die weeë Pink Floyd-noten. Daarop, Dickinsons zangkunsten, emotionele tempowisselingen, sterke riff's en akkoorden, catchy melodieën. Na de horror, cyclisch, terugkeer naar de verdachte rust van de intro.
Iron Maiden. Deze ervaren heren op leeftijd maken al 17 ambitieuze studioplaten lang extatische muziek met volle overgave van hart en spirit en dit op een honderd procent Maiden-frame. Krachttoer dan ook voor een echte albumband om ze zo'n meeslepend episch meesterwerk, dubbelplaat dan nog, nu nog te horen brengen. 10 memorabele songs zonder enige ballast. Des duivels onzinnig natuurlijk om onmiddellijk iedere noot, iedere muzieklijn daarvan op geluid, lengte of gelijkenis binnen het immense songbook af te meten en af te rekenen. Zou je dit dan eerder ook eerst met het oeuvre van een Bach of Mozart moeten proberen. Respect voor het geëtaleerde compositorisch vernuft verdient dat je een toprealisatie als deze als geheel, in z'n volle diepte, met al z'n verrukkelijke melodieën laat inwerken en inwerken.
En ja... Hoe die liveset er in 2022 dan in werkelijkheid moet uitzien? Imagine this for yourself. Met de ogen toe hoor je nu vast al hun Sound of Distant Drums!
Israel Nash - Topaz (2021)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2021, 13:59 uur
Gaat door als echte Neil Young-lookalike, incl. met het hoge stemmetje en (soms) mondharmonica. Maar soms ook een vleug soul of wat The War On Drugs. Maar het blijft vooral steengoede eigengemaakte americana.
It It Anita - Sauvé (2021)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2021, 15:00 uur
Laat de onbekende naam je niet verblinden! Of je mist een knoert van een plaat van deze bende Luikenaars. Noiserock? Gitaarplaat, dat zeker. Ik hoor nu vooral tien maal okselfris geluid als van een naar 2021 getransformeerde vroege dEUS, Millionaire of Mintzkov. Zetten ze de teller op speed, nemen ze gas terug, ze etaleren je hun eigen smoel, appetijtelijke nummers én een sublieme instrumentenbeheersing. Komt daarvoor, net als bij hun vorige, Rolling Stone weer met 4 sterren? Ik alvast nu al!
Ivy Falls - Sense & Nonsense (2024)

4,5
3
geplaatst: 21 maart 2024, 20:01 uur
Ze had het eerder al gladjes geprobeerd met pop, dan weer kleurde de elektronica haar eerste epeetjes. Maar toen keek Fien Deman, de Vlaamse muzikante achter Ivy Falls, zichzelf diep in de ogen en kwam ze te zien wat ze eigenlijk veel liever wilde. Komt ze zo met 'Sense & Nonsense' ineens met een heel andere plaat voor de dag. Een met een ongerepte warme sound van de singer-songwriters uit haar jeugd, behaaglijk geluid vol prachtige eenvoud dat meteen haar hele debuutalbum vult. Een zwenk dus naar bijna puur akoestische indiefolk, in drie jaar gegroeid met vallen, opstaan en weer doorgaan. Met tal van songs die jaren geleden al ontkiemden en pas helemaal op het einde het fiat kregen. Een stap die ze nu uiteindelijk vol zelfvertrouwen durft te zetten, helemaal ondersteund door Bram Vanparys, haar lief sinds vier jaar. Hij, The Bony King of Nowhere, vond met het album 'Everybody Knows' onlangs al met succes zijn eigen stiel heruit. Voor vrouwlief zette hij zich voor het eerst gidsend achter de knoppen, speelde mee en arrangeerde Fien's melancholie haast perfectionistisch alsof het helemaal voor hemzelf was.
'Sense & Nonsense' was bij de bron inderdaad Fien's break-upweemoed en werd bij uitbreiding het volgroeid afsluiten van een stuk verleden, een hectische etappe in een jongmensleven, naar aanleiding waarvan haar gedachten terugkeerden naar haar al voorbije jaren als twintiger. Scheiden van zin en onzin, de plaattitel was geboren. De periode ook waarin ze haar job opzij zette om op eigen houtje in eigen huisstudio gitaar en piano te gaan leren. Hetgeen dan met veel drang en bijna op natuurlijke, intuïtieve wijze leidde tot al die fonkelende juweeltjes van songschrijverschap die hier op 'Sense & Nonsense' hun volle rust en charme mogen uitstralen.
Neem de stersingle 'Golden', die opent met zachtgedempt wegtikkende percussie en even zacht elektrisch gitaargepingel. De frêle stem van Ivy Falls valt er in en heeft het ingetogen over bevrijding, loskomen en het terugvinden van de geluksweg. Over het gewicht ook dat van schouders afvalt waardoor, door de vrijheid van de voortgang, op den duur een afgesloten levensfase toch in een 'gouden' schijn mag oplichten. 'Golden', zoals het hele album door overigens, ingetogen, opgesmukt met piano, fijngevoelig ondersteunende backing vocals en her en der frisse Sufjan Stevensviooltjes. Net als het artwork van het album, een artieste op een ladder, treden hoog balancerend temidden van sprankelende natuur, reikend naar de machtige boom in gevecht met zijn vlierbloesems en klimrozen. Net als haar songversterkende video's badend in zomers groen. Mooie ontspannende sites voor de onthaasting, dat zijn de idyllische plekken waar een artieste als Ivy Falls zich helemaal voelt toe aangetrokken.
Doorheen het slowjazzy 'Water' vloeit wijfelend het water waarvan relatiebreuken helen. Ivy Falls nog engelachtiger dan Adrianne Lenker op haar bebloemde 'Songs'-album. Met hemelse backgroundvocals en pianoaanslagen voor een loungy avond. Helemaal om ontspannen op mee te deinen. Pakkend.
'Sense & Nonsense', een album als oefening in ongekunsteldheid. Zo vanaf de beheerste elektriciteit die Fien's break-upsong 'Time' mag inleiden. Wat volgt kon wel een schitterende Suzanne Vega zijn en het geweldige 'Willing' wordt de statige pianosong waarin Ivy Falls haar gevarieerde stembereik mag etaleren. Of 'Don't Wait', met bijna een betekenisvolle ondertitel in de aanhef: "I did'nt make plans for you and me". Twee minuten sfeer fraai gecondenseerd in een megakorte pianosong.
De intrigerende harmonie van tweede single 'Strange Way' ontroert en weet zich voor je 't weet te nestelen. Sober getokkelde akoestische gitaarakkoorden en verder erachteraan de spaarzaam invallende pianonoten, verzachters van de hardheid van haar introspectie. De hartepijn en stress omwille van het door anderen geleefd te worden. Kleren aan, kleren uit, zie daarvoor haar jachtige video, de symbolische stappenreeksen gerythmeerd als in die oude stomme film.
De derde single is een groots, zwevend gearrangeerd 'Blue', met nederige gitaar, piano en drums. 'Blue', een gevoelige vertaling van een mindere levensfase, het zoeken naar een andere kleur dan blauw. Het opgroeien en zoeken naar een way-out, wegzwemmen uit de stressgevende patronen. Met Fien's etherische stem recht mee de hemelen in.
De in behaaglijke folk gearrangeerde single 'Not Cool' is de eerste track die ze schreef in de periode toen ze zichzelf gitaar aanleerde. Versterkt met achtergrondzang en mooie elektrische gitaar en piano van The Bony King of Nowhere. In de video schiet Fien gericht haar pijlen af. Een sleutelsong over een scharniertijd waarin haar leven, persoonlijk en creatief, volop anders werd.
Ook in 'Lists' is Ivy Falls helemaal 'stuck in the chaos of things'. Haar ijle stem gaat weer solo, waardig omgeven door de keyboards. Een nevelige promenade sierlijk overgenomen door klarinet en die altijd stijlvolle backings.
Afsluiten in volle mysterieuze schoonheid met 'Lemons', zes minuten lang zalig wegchillen tussen transcenderend orgelende keyboards en plechtige piano, traag aanzwellend, weer wegdeemsterend, tussen het verre geroezemoes van wel honderd stemmetjes. Fien staat er weer alleen voor haar spiegel en ze zweert het finaal allemaal af, "the war of my life", "the knife in my heart", "the pin through my brain"... Een heerlijk hoogtepunt, een dromerige slow motion om de plaat passend uitgeleide te doen.
'Sense & Nonsense' is aldus een album geworden vol aangrijpende miniatuurtjes waarmee Ivy Falls met terechte trots haar nieuwe muzikale identiteit aan de buitenwereld mag tonen. Ze komt met een diep, intiem album waar we voor het eerst in haar carrière de stukjes netjes op hun plaats horen vallen en waar de songs als in een ballet van harmonie van de ene naar de andere overglijden.
Er is daarbij vooral dat delicate, feeërieke stemgeluid van haar. Dat prachtige instrument dat dan ook in elke song spontaan de voorgrond neemt. Samen met al die seizoenfrisse harmonieën klinkt 'Sense & Nonsense' als één organisch, evenwichtig geheel.
De volwassen terugblik van Fien Deman is door haar alias Ivy Falls omgezet in een muzikale coming of age. Een innemende vocaliste die zich op lieflijke wijze transformeert tot pure singer-songwriter. Elders zijn er uiteraard ook al de Adrianne Lenkers, Mitski's, boygeniussen of First Aid Kits van deze wereld. Maar eens om de zoveel tijd introduceren ook de Lage Landen hun hoogvliegers met albums als dit 'Sense & Nonsense'. Ivy Falls die met alle zintuigen open de problemen duidt van haar generatie en die weet te ontroeren door het contact dat ze vindt met haar emoties. Haar 'Sense & Nonsense' is de onberispelijke uitstalling van een reeks gestripte, gedempte songs. Gedrenkt in cryptische lyrics die het tijdsbeeld en de kwetsuren en lidtekens van een prille biografie weergeven. Veel indringende, geblesseerde donkerte erin wel, maar daarnaast evenveel licht aan het einde van de tunnel. Ivy Falls beklijft in al haar authenticiteit en oprechtheid. Na een paar draaibeurten wordt 'Sense & Nonsense' als vanzelf een intens, verslavend plaatje.
Dit is zo al het vijfde album waarmee het Vlaamse Unday-label zijn onwaarschijnlijk heftig voorjaar beleeft na de onverdeeld sterke releases van Het Zesde Metaal, The Bony King of Nowhere, Porcelain id en BLUAI. Met deze onbevangen Ivy Falls hebben ze hier daarbovenop nog de eerste zwaluw die echt de lente maakt.
Ivy Falls zijn live:
Fien Deman - vocals, gitaar
Simon Raman (Steiger) - drums
Trui Amerlinck (Tsar B) - bas
Jasper Morel (Black Box Revelation) - gitaar
Anton De Boes (Philemon) - gitaar
'Sense & Nonsense' was bij de bron inderdaad Fien's break-upweemoed en werd bij uitbreiding het volgroeid afsluiten van een stuk verleden, een hectische etappe in een jongmensleven, naar aanleiding waarvan haar gedachten terugkeerden naar haar al voorbije jaren als twintiger. Scheiden van zin en onzin, de plaattitel was geboren. De periode ook waarin ze haar job opzij zette om op eigen houtje in eigen huisstudio gitaar en piano te gaan leren. Hetgeen dan met veel drang en bijna op natuurlijke, intuïtieve wijze leidde tot al die fonkelende juweeltjes van songschrijverschap die hier op 'Sense & Nonsense' hun volle rust en charme mogen uitstralen.
Neem de stersingle 'Golden', die opent met zachtgedempt wegtikkende percussie en even zacht elektrisch gitaargepingel. De frêle stem van Ivy Falls valt er in en heeft het ingetogen over bevrijding, loskomen en het terugvinden van de geluksweg. Over het gewicht ook dat van schouders afvalt waardoor, door de vrijheid van de voortgang, op den duur een afgesloten levensfase toch in een 'gouden' schijn mag oplichten. 'Golden', zoals het hele album door overigens, ingetogen, opgesmukt met piano, fijngevoelig ondersteunende backing vocals en her en der frisse Sufjan Stevensviooltjes. Net als het artwork van het album, een artieste op een ladder, treden hoog balancerend temidden van sprankelende natuur, reikend naar de machtige boom in gevecht met zijn vlierbloesems en klimrozen. Net als haar songversterkende video's badend in zomers groen. Mooie ontspannende sites voor de onthaasting, dat zijn de idyllische plekken waar een artieste als Ivy Falls zich helemaal voelt toe aangetrokken.
Doorheen het slowjazzy 'Water' vloeit wijfelend het water waarvan relatiebreuken helen. Ivy Falls nog engelachtiger dan Adrianne Lenker op haar bebloemde 'Songs'-album. Met hemelse backgroundvocals en pianoaanslagen voor een loungy avond. Helemaal om ontspannen op mee te deinen. Pakkend.
'Sense & Nonsense', een album als oefening in ongekunsteldheid. Zo vanaf de beheerste elektriciteit die Fien's break-upsong 'Time' mag inleiden. Wat volgt kon wel een schitterende Suzanne Vega zijn en het geweldige 'Willing' wordt de statige pianosong waarin Ivy Falls haar gevarieerde stembereik mag etaleren. Of 'Don't Wait', met bijna een betekenisvolle ondertitel in de aanhef: "I did'nt make plans for you and me". Twee minuten sfeer fraai gecondenseerd in een megakorte pianosong.
De intrigerende harmonie van tweede single 'Strange Way' ontroert en weet zich voor je 't weet te nestelen. Sober getokkelde akoestische gitaarakkoorden en verder erachteraan de spaarzaam invallende pianonoten, verzachters van de hardheid van haar introspectie. De hartepijn en stress omwille van het door anderen geleefd te worden. Kleren aan, kleren uit, zie daarvoor haar jachtige video, de symbolische stappenreeksen gerythmeerd als in die oude stomme film.
De derde single is een groots, zwevend gearrangeerd 'Blue', met nederige gitaar, piano en drums. 'Blue', een gevoelige vertaling van een mindere levensfase, het zoeken naar een andere kleur dan blauw. Het opgroeien en zoeken naar een way-out, wegzwemmen uit de stressgevende patronen. Met Fien's etherische stem recht mee de hemelen in.
De in behaaglijke folk gearrangeerde single 'Not Cool' is de eerste track die ze schreef in de periode toen ze zichzelf gitaar aanleerde. Versterkt met achtergrondzang en mooie elektrische gitaar en piano van The Bony King of Nowhere. In de video schiet Fien gericht haar pijlen af. Een sleutelsong over een scharniertijd waarin haar leven, persoonlijk en creatief, volop anders werd.
Ook in 'Lists' is Ivy Falls helemaal 'stuck in the chaos of things'. Haar ijle stem gaat weer solo, waardig omgeven door de keyboards. Een nevelige promenade sierlijk overgenomen door klarinet en die altijd stijlvolle backings.
Afsluiten in volle mysterieuze schoonheid met 'Lemons', zes minuten lang zalig wegchillen tussen transcenderend orgelende keyboards en plechtige piano, traag aanzwellend, weer wegdeemsterend, tussen het verre geroezemoes van wel honderd stemmetjes. Fien staat er weer alleen voor haar spiegel en ze zweert het finaal allemaal af, "the war of my life", "the knife in my heart", "the pin through my brain"... Een heerlijk hoogtepunt, een dromerige slow motion om de plaat passend uitgeleide te doen.
'Sense & Nonsense' is aldus een album geworden vol aangrijpende miniatuurtjes waarmee Ivy Falls met terechte trots haar nieuwe muzikale identiteit aan de buitenwereld mag tonen. Ze komt met een diep, intiem album waar we voor het eerst in haar carrière de stukjes netjes op hun plaats horen vallen en waar de songs als in een ballet van harmonie van de ene naar de andere overglijden.
Er is daarbij vooral dat delicate, feeërieke stemgeluid van haar. Dat prachtige instrument dat dan ook in elke song spontaan de voorgrond neemt. Samen met al die seizoenfrisse harmonieën klinkt 'Sense & Nonsense' als één organisch, evenwichtig geheel.
De volwassen terugblik van Fien Deman is door haar alias Ivy Falls omgezet in een muzikale coming of age. Een innemende vocaliste die zich op lieflijke wijze transformeert tot pure singer-songwriter. Elders zijn er uiteraard ook al de Adrianne Lenkers, Mitski's, boygeniussen of First Aid Kits van deze wereld. Maar eens om de zoveel tijd introduceren ook de Lage Landen hun hoogvliegers met albums als dit 'Sense & Nonsense'. Ivy Falls die met alle zintuigen open de problemen duidt van haar generatie en die weet te ontroeren door het contact dat ze vindt met haar emoties. Haar 'Sense & Nonsense' is de onberispelijke uitstalling van een reeks gestripte, gedempte songs. Gedrenkt in cryptische lyrics die het tijdsbeeld en de kwetsuren en lidtekens van een prille biografie weergeven. Veel indringende, geblesseerde donkerte erin wel, maar daarnaast evenveel licht aan het einde van de tunnel. Ivy Falls beklijft in al haar authenticiteit en oprechtheid. Na een paar draaibeurten wordt 'Sense & Nonsense' als vanzelf een intens, verslavend plaatje.
Dit is zo al het vijfde album waarmee het Vlaamse Unday-label zijn onwaarschijnlijk heftig voorjaar beleeft na de onverdeeld sterke releases van Het Zesde Metaal, The Bony King of Nowhere, Porcelain id en BLUAI. Met deze onbevangen Ivy Falls hebben ze hier daarbovenop nog de eerste zwaluw die echt de lente maakt.
Ivy Falls zijn live:
Fien Deman - vocals, gitaar
Simon Raman (Steiger) - drums
Trui Amerlinck (Tsar B) - bas
Jasper Morel (Black Box Revelation) - gitaar
Anton De Boes (Philemon) - gitaar
