Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Calexico - El Mirador (2022)

4,0
1
geplaatst: 15 april 2022, 13:27 uur
Fans van all the way light and shiny music! Nu is ook Calexico de lockdown uitgekomen, met werk dat nóg meer glinstert en straalt dan veel van hun laatste uitmuntende exploten van ervoor. Na de pandemie, tijd nu voor een odeplaat aan familie, vrienden en samenzijn, die deze keer ook des te meer Latin klinkt.
Calexico heeft, zoals z'n naam het ook allang duidelijk aangeeft, de voorbije 32 jaren zijn solide identiteit gevestigd met fraaie 'bipolaire' muziek. Kozen als naam immers niet voor niks een samentrekking van CALifornië en mEXICO, stadje bovendien dat zich pal op de grens van de bloedhete Amerikaanse en Mexicaanse borders bevindt. Aldus zat de ziel van Calexico van meetaf aan al geheid vol met vibes van dat zuidwesten van de VS, met een volstrekt leuke, van de Colombiaanse cumbia-volksdans afkomstige, maar intussen toch unieke Mexicaans-Spaanse sound en het even levendig Amerikaanse tegenbeeld ervan.
Bloedbroeders Joey Burns en John Convertino hebben voor dit 'El Mirador' zelfs ettelijke zuidelijke mijlen afgelegd, in hun terugkeer naar het brandend zanderige Tucson, Arizona, waar ze ten huize van bandtoetsenist Sergio Mendoza deze nieuwe woestijnplaat opnamen. Blijkt die nog altijd even dicht te liggen bij hun bron van tien albums geleden. 'El Mirador', suggestieve liefdesbrief, een broeierige filmische roadtrip tot dicht bij de Mexicaanse grens waar nog altijd hun hart klopt en vol mariachi-zuiders temperament. Mix van stijlen en ritmes dus onvermijdelijk, met ook hier weer de vertrouwde extra kleurrijke laagjes gitaren, bas, synths, cello, strijkers en kopers.
Ze openen met het titelnummer 'El Mirador', prachtige, langzame cumbia, met warme zang van compagnon Gaby Moreno. Even schitterend daaropvolgend is de lichtvoetige samenzinger 'Harness the Wind', liefdeslied met bijdrage van andere grootheid Iron & Wine. 'Cumbia Peninsula' dan, nochtans over 'een plaats waar de leugen heerst', pakt je in met al z'n Mexicaans schetterende trompetten. Onweerstaanbare danser 'Cumbia del Polvo', met z'n tropisch vogelgekwetter, is mix van je reinste westernsoundtrackgitaren en mooie Manu Chao. In het mijmerende 'Then You Might See', komt weer de rust van een oneindig doorstuiterende indierocksong. 'El Paso', Joey Burns fluisterend over de nog moelijk te begrijpen toestand aan hun grens, 'nog onbegrijpelijker dan zoeken naar waarheid in de VS'.
De zuiderse ambiance stoomt uit het perfecte 'The El Burro Song', een eindeloos mariachi-trompettenfeest in harmonisch duel met dansense strijkers. Dan de volkssamenzang van 'Liberada', subliem danklied voor alle naasten, grootse viering van het leven.
Het bluesy 'Turquoise' is een schitterende Calexico-noir instrumental met etherisch zwoele trompetten, pure kwaliteitsvolle Calexico-jazz eigenlijk. Het zwierige 'Constellation' dan, nog zo'n sfeervolle lofrede van Calexico ten overstaan van hun heimat.
Het rockabilly 'Rancho Azul is een karaktervolle uptempo westerner, weer gloedvol ondersteund met veel koper.
Met het dramatisch geladen, epische 'Caldera', saga van dood en wedergeboorte, gaat Calexico onder akoestische fingerpicking dan smeulend de deur uit. Prachtig, en what will come for us next?...
'El Mirador' bevat hier heel wat nostalgisch verlangen. Maar Calexico maakt hier, na de lockdown, opnieuw een brug naar de fans die ze zo lang hebben moeten missen. Voorbij of bestaand verdriet verdoezelen ze niet, maar nu zie je vanuit hun Mirador eens wat meer de sunny side of life. En of dat hier zal worden gewaardeerd!
Calexico heeft, zoals z'n naam het ook allang duidelijk aangeeft, de voorbije 32 jaren zijn solide identiteit gevestigd met fraaie 'bipolaire' muziek. Kozen als naam immers niet voor niks een samentrekking van CALifornië en mEXICO, stadje bovendien dat zich pal op de grens van de bloedhete Amerikaanse en Mexicaanse borders bevindt. Aldus zat de ziel van Calexico van meetaf aan al geheid vol met vibes van dat zuidwesten van de VS, met een volstrekt leuke, van de Colombiaanse cumbia-volksdans afkomstige, maar intussen toch unieke Mexicaans-Spaanse sound en het even levendig Amerikaanse tegenbeeld ervan.
Bloedbroeders Joey Burns en John Convertino hebben voor dit 'El Mirador' zelfs ettelijke zuidelijke mijlen afgelegd, in hun terugkeer naar het brandend zanderige Tucson, Arizona, waar ze ten huize van bandtoetsenist Sergio Mendoza deze nieuwe woestijnplaat opnamen. Blijkt die nog altijd even dicht te liggen bij hun bron van tien albums geleden. 'El Mirador', suggestieve liefdesbrief, een broeierige filmische roadtrip tot dicht bij de Mexicaanse grens waar nog altijd hun hart klopt en vol mariachi-zuiders temperament. Mix van stijlen en ritmes dus onvermijdelijk, met ook hier weer de vertrouwde extra kleurrijke laagjes gitaren, bas, synths, cello, strijkers en kopers.
Ze openen met het titelnummer 'El Mirador', prachtige, langzame cumbia, met warme zang van compagnon Gaby Moreno. Even schitterend daaropvolgend is de lichtvoetige samenzinger 'Harness the Wind', liefdeslied met bijdrage van andere grootheid Iron & Wine. 'Cumbia Peninsula' dan, nochtans over 'een plaats waar de leugen heerst', pakt je in met al z'n Mexicaans schetterende trompetten. Onweerstaanbare danser 'Cumbia del Polvo', met z'n tropisch vogelgekwetter, is mix van je reinste westernsoundtrackgitaren en mooie Manu Chao. In het mijmerende 'Then You Might See', komt weer de rust van een oneindig doorstuiterende indierocksong. 'El Paso', Joey Burns fluisterend over de nog moelijk te begrijpen toestand aan hun grens, 'nog onbegrijpelijker dan zoeken naar waarheid in de VS'.
De zuiderse ambiance stoomt uit het perfecte 'The El Burro Song', een eindeloos mariachi-trompettenfeest in harmonisch duel met dansense strijkers. Dan de volkssamenzang van 'Liberada', subliem danklied voor alle naasten, grootse viering van het leven.
Het bluesy 'Turquoise' is een schitterende Calexico-noir instrumental met etherisch zwoele trompetten, pure kwaliteitsvolle Calexico-jazz eigenlijk. Het zwierige 'Constellation' dan, nog zo'n sfeervolle lofrede van Calexico ten overstaan van hun heimat.
Het rockabilly 'Rancho Azul is een karaktervolle uptempo westerner, weer gloedvol ondersteund met veel koper.
Met het dramatisch geladen, epische 'Caldera', saga van dood en wedergeboorte, gaat Calexico onder akoestische fingerpicking dan smeulend de deur uit. Prachtig, en what will come for us next?...
'El Mirador' bevat hier heel wat nostalgisch verlangen. Maar Calexico maakt hier, na de lockdown, opnieuw een brug naar de fans die ze zo lang hebben moeten missen. Voorbij of bestaand verdriet verdoezelen ze niet, maar nu zie je vanuit hun Mirador eens wat meer de sunny side of life. En of dat hier zal worden gewaardeerd!
Cancer Bats - Psychic Jailbreak (2022)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2022, 13:36 uur
Een herboren, zij het een tot drietal herleid Cancer Bats, met zanger Liam Cormier, gitarist-bassist Jaye R. Schwarzer en drummer Mike Peters gaat op dit 'Psychic Jailbreak', geheel zoals het hen best past, en, net zoals voorheen totaal tegen de regels in, keihard ertegenaan. Het Canadese Cancer Bats was en blijft zo de verrassende, creatieve band die met hun hardcore-heavy metal-punkrock het metaluniversum beukend en tierend weet onveilig te maken. Stoner, doom, sludge of zelfs classic rock, ze gaan er op hun zevende des te fris en pittig mee aan de slag en ze maken er samen weer één grote chaotische omwenteling van.
Het stormachtig schurend 'Radiate' opent zo hectisch als plant het een anthem van Rage Against The Machine, met blastbeats, wilde riffs en schrille zang des duivels. De best mogelijke fulminerende opener en al onmiddellijk bewijs hoe sterk het gezelschap nog wel op z'n zes pootjes staat. De stuwende rush van het duistere 'The Hoof', met skateboardsamples her en der, poot zich bezwerend sludgy de hele song door, vuile doompolka's tussen vervormde gitaren en harmonisch crescendo van gekrijs.
Wolvengehuil! Als een razende zandstorm van riffs, percussie en zang overvalt je daarop krachtige topstoner 'Lonely Bong' - de hele moshpit gaat er inmiddels mee in overdrive. En dan moeten ze nog de Black Sabbath-wateren in.
Strijdvaardig roffelend en oorverdovend vintage punky neemt 'Friday Night' met eenzelfde speed over, onnavolgbaar snelle gitaarsolo, heerlijke nevel van noise en agressie. Het monsterlijk groovende 'Hammering On' ploegt traag stonerend, pompend, headbangend verder door het veld. Sloom getrokken als naar een sinistere Sabbath met twee in occult duet croonende hogepriesters, Cormier en ene folkzanger Brooklyn Duran. Het wilde 'Crocodiles' dan, met z'n tuimelende bas, warrelend bijtende litanie van heerlijke grungry sludge. Het over de chaos vlammende 'Shadow of Mercury', even furieus in zijn roffelende drums, moordend in z'n riffs, als bezwerend in z'n krijsende vocals. Het sublieme 'Keep on Breathin' dat verbluft met z'n superieure Thin Lizzy-riffing, heldhaftige zangpartijen, één aaneengesloten stuwende metalroffeling van de bovenste plank. Ook hier is in z'n riffing Black Sabbath helemaal terug. Het op en top catchy 'Pressure Mind' - met wat een ferme, loom optrekkende gitaarsolo! - en samen dan zo baldadig mogelijk een nieuw Cancer Bats-volkslied scanderen. Het onrustige 'Rollin Threes' stuitert binnen, Schwarzer's gitaar en bas maken overuren in hun achtervolging op de als griezelige Alice Cooper kelende Cormier. In het weer supersnelle 'Psychic Jailbreak', vette riffs, huilende vocals, drie minuten durend bombardement van donderende drums, nu eens in halsbrekende upbeat, dan weer onheilspellend in loodzware stoner.
Toch wel een wonder dat, rauw en fors, de veteranen van Cancer Bats zo'n monumentale, complete groep zijn kunnen blijven. Hun 'Psychic Jailbreak' is niet minder dan één grote explosieve mosh-pit van elf pompende bangers geworden én de bevestiging dat ze hun op en top ziedende geluid zelfs nog konden perfectioneren. Where the hell mogen we dus die intense metalbats straks live over het podium zien scheuren? Dit 'Psychic Jailbreak' is na de afstap van stichtend gitarist Scott Middleton geen zwanenzang geworden, integendeel, het werd een regelrechte mijlpaal.
Het stormachtig schurend 'Radiate' opent zo hectisch als plant het een anthem van Rage Against The Machine, met blastbeats, wilde riffs en schrille zang des duivels. De best mogelijke fulminerende opener en al onmiddellijk bewijs hoe sterk het gezelschap nog wel op z'n zes pootjes staat. De stuwende rush van het duistere 'The Hoof', met skateboardsamples her en der, poot zich bezwerend sludgy de hele song door, vuile doompolka's tussen vervormde gitaren en harmonisch crescendo van gekrijs.
Wolvengehuil! Als een razende zandstorm van riffs, percussie en zang overvalt je daarop krachtige topstoner 'Lonely Bong' - de hele moshpit gaat er inmiddels mee in overdrive. En dan moeten ze nog de Black Sabbath-wateren in.
Strijdvaardig roffelend en oorverdovend vintage punky neemt 'Friday Night' met eenzelfde speed over, onnavolgbaar snelle gitaarsolo, heerlijke nevel van noise en agressie. Het monsterlijk groovende 'Hammering On' ploegt traag stonerend, pompend, headbangend verder door het veld. Sloom getrokken als naar een sinistere Sabbath met twee in occult duet croonende hogepriesters, Cormier en ene folkzanger Brooklyn Duran. Het wilde 'Crocodiles' dan, met z'n tuimelende bas, warrelend bijtende litanie van heerlijke grungry sludge. Het over de chaos vlammende 'Shadow of Mercury', even furieus in zijn roffelende drums, moordend in z'n riffs, als bezwerend in z'n krijsende vocals. Het sublieme 'Keep on Breathin' dat verbluft met z'n superieure Thin Lizzy-riffing, heldhaftige zangpartijen, één aaneengesloten stuwende metalroffeling van de bovenste plank. Ook hier is in z'n riffing Black Sabbath helemaal terug. Het op en top catchy 'Pressure Mind' - met wat een ferme, loom optrekkende gitaarsolo! - en samen dan zo baldadig mogelijk een nieuw Cancer Bats-volkslied scanderen. Het onrustige 'Rollin Threes' stuitert binnen, Schwarzer's gitaar en bas maken overuren in hun achtervolging op de als griezelige Alice Cooper kelende Cormier. In het weer supersnelle 'Psychic Jailbreak', vette riffs, huilende vocals, drie minuten durend bombardement van donderende drums, nu eens in halsbrekende upbeat, dan weer onheilspellend in loodzware stoner.
Toch wel een wonder dat, rauw en fors, de veteranen van Cancer Bats zo'n monumentale, complete groep zijn kunnen blijven. Hun 'Psychic Jailbreak' is niet minder dan één grote explosieve mosh-pit van elf pompende bangers geworden én de bevestiging dat ze hun op en top ziedende geluid zelfs nog konden perfectioneren. Where the hell mogen we dus die intense metalbats straks live over het podium zien scheuren? Dit 'Psychic Jailbreak' is na de afstap van stichtend gitarist Scott Middleton geen zwanenzang geworden, integendeel, het werd een regelrechte mijlpaal.
Car Seat Headrest - The Scholars (2025)

4,5
1
geplaatst: 10 mei 2025, 16:51 uur
De Amerikaanse band Car Seat Headrest timmerde al twaalf albums lang aan de weg toen in 2020 ook voor hen de coronapandemie genadeloos toesloeg, met de aanslepende covid-problemen van frontman-multi-instrumentalist Will Toledo tot gevolg. Maar nu na vijf jaar zijn ze dan toch weer als herboren op het voorplan verschenen.
Hun nieuwste album 'The Scholars' is nu ook het eerste waar ze met z'n allen de schouders onder zetten. Eens alles doen met de energie van hun vieren samen dus, schrijven, zingen, Toledo en zijn gitarist Ethan Ives, bassist Seth Dalby en drummer Andrew Katz. Terwijl ze voordien met soms wisselend succes gewoon volgden wat er eenzaam en tegendraads uit Toledo's koker kwam.
Het huidige meer dan fraaie resultaat is tegelijk even ambitieus als helemaal onthutsend. Een verbazend conceptalbum dat drijft op ontelbaar veel instrumenten en aankledingen, dat bij wijlen wild in het rond stuitert, dat links en rechts wegexplodeert, terwijl het toch altijd blijkbaar onverstoord zijn uitgekiend bochtige weg vervolgt.
Wapen je dus voor deze geweldige, filmische muzikale ervaring, een spannende trip vol theatraliteit. De gedachte aan een oldskool (prog)rockopera is ook allesbehalve ver weg. Integendeel, het album bevat een filosofisch-religieus verbindend verhaal dat zich afspeelt in een imaginaire universiteit met naar hun volwassenheid dolende personages die elk met een eigen stem de nummers als suites aan elkaar rijgen. Leven, ziekte en er weer bovenop raken, maar voor het overige onmogelijk te volgen waarover het precies gaat. Tenzij voor wie zich al grondig in het heuse libretto van 'The Scholars' zou hebben verdiept.
Bovendien wordt het soms ook wel even wennen aan bepaalde van die onverwachte vocalen. Maar luisterbeurt na luisterbeurt dalen ze in en bijten zowel het geheel als de details van dit hele rock-opus zich voorgoed vast.
Car Seat Headrest houdt in dit 'The Scholars' ook des te meer van intrigerend lange rocknummers als de opener 'CCF (I'm Gonna Stay with You)'. Dat start met vervreemdend eenvoudige pianotoetsen, terwijl het dan ineens helemaal wervelend, met veel Pete Towsend-bombast en bizarre samenzang de richting van een uitzinnige tribale song uitgaat.
Naast 'CCF (I'm Gonna Stay with You)' zijn overigens ook al die andere lange nummers regelrechte sterkhouders, de vlaggenschepen van het album. Neem die ongelooflijk sterke eerste single 'Gethsemane', een goddelijke vertelling die muzikaal andermaal met verve The Who achterna gaat. Of het muziekstuk 'Reality' dat weer heel seventies klinkt en heel bewust dicht bij David Bowie aanschurkt. Of het verbluffende 'Planet Desperation' dat het met zijn bijna negentien minuten presteert om toch geen moment uit de toon te vallen en om bij uitstek Car Seat Headrest's langste pièce de résistance ooit te worden. Qua inventiviteit muzikaal een ongeëvenaarde top-lasagne, het harmonisch universum van Car Seat Headrest volgestouwd met onverbiddelijke rockgitaren en aan Radiohead en The Beach Boys schatplichtige schone samenzang.
Want 'The Scholars' is nu eenmaal doordesemd van ingenieus in het album verwerkte invloeden, Toledo was er zelfs heel open over. Naast The Who, Bowie, Radiohead of The Beach Boys maken evengoed The Beatles, Leonard Cohen, The Monkees, R.E.M., Nirvana, Pavement, Kendrick Lamar, Daniel Johnston, Sufjan Stevens, Destroyer, Frank Ocean of They Might Be Giants deel uit van die heerlijke kruidencoctail die de 'The Scholars'-opera heerlijk op smaak heeft gebracht. Om dan nog zeker ook de klassieke Mozart niet te vergeten.
Al de kortere nummers zijn daarom nog absoluut geen vulsel. Luister zo maar naar het riffende 'Devereaux', een melodische knaller die voor de pittigste samenwerking met Green Day had kunnen doorgaan. Of ingetogen naar het verfijnd folky 'Lady Gay Approximately' of naar 'The Catastrophe (Good Luck with That, Man)', een in vele kleuren samengebalde punker die bijna een episch muziekstuk op zich wordt.
Wat een uitermate boeiend album is 'The Scholars' dus geworden. Intelligent, zelfverzekerd, barstensvol muzikalteit en creativiteit, een project de benaming rock-opera helemaal waardig. Zeker na Car Seat Heatrest's vallen en opstaan is het niet alleen een verslavende topaanrader, het is zelfs zonder meer hun gezamenlijke meesterwerk.
Neem als voorgerecht misschien gewoon maar al die uitzonderlijke negentien minuten van 'Planet Desperation'.
Hun nieuwste album 'The Scholars' is nu ook het eerste waar ze met z'n allen de schouders onder zetten. Eens alles doen met de energie van hun vieren samen dus, schrijven, zingen, Toledo en zijn gitarist Ethan Ives, bassist Seth Dalby en drummer Andrew Katz. Terwijl ze voordien met soms wisselend succes gewoon volgden wat er eenzaam en tegendraads uit Toledo's koker kwam.
Het huidige meer dan fraaie resultaat is tegelijk even ambitieus als helemaal onthutsend. Een verbazend conceptalbum dat drijft op ontelbaar veel instrumenten en aankledingen, dat bij wijlen wild in het rond stuitert, dat links en rechts wegexplodeert, terwijl het toch altijd blijkbaar onverstoord zijn uitgekiend bochtige weg vervolgt.
Wapen je dus voor deze geweldige, filmische muzikale ervaring, een spannende trip vol theatraliteit. De gedachte aan een oldskool (prog)rockopera is ook allesbehalve ver weg. Integendeel, het album bevat een filosofisch-religieus verbindend verhaal dat zich afspeelt in een imaginaire universiteit met naar hun volwassenheid dolende personages die elk met een eigen stem de nummers als suites aan elkaar rijgen. Leven, ziekte en er weer bovenop raken, maar voor het overige onmogelijk te volgen waarover het precies gaat. Tenzij voor wie zich al grondig in het heuse libretto van 'The Scholars' zou hebben verdiept.
Bovendien wordt het soms ook wel even wennen aan bepaalde van die onverwachte vocalen. Maar luisterbeurt na luisterbeurt dalen ze in en bijten zowel het geheel als de details van dit hele rock-opus zich voorgoed vast.
Car Seat Headrest houdt in dit 'The Scholars' ook des te meer van intrigerend lange rocknummers als de opener 'CCF (I'm Gonna Stay with You)'. Dat start met vervreemdend eenvoudige pianotoetsen, terwijl het dan ineens helemaal wervelend, met veel Pete Towsend-bombast en bizarre samenzang de richting van een uitzinnige tribale song uitgaat.
Naast 'CCF (I'm Gonna Stay with You)' zijn overigens ook al die andere lange nummers regelrechte sterkhouders, de vlaggenschepen van het album. Neem die ongelooflijk sterke eerste single 'Gethsemane', een goddelijke vertelling die muzikaal andermaal met verve The Who achterna gaat. Of het muziekstuk 'Reality' dat weer heel seventies klinkt en heel bewust dicht bij David Bowie aanschurkt. Of het verbluffende 'Planet Desperation' dat het met zijn bijna negentien minuten presteert om toch geen moment uit de toon te vallen en om bij uitstek Car Seat Headrest's langste pièce de résistance ooit te worden. Qua inventiviteit muzikaal een ongeëvenaarde top-lasagne, het harmonisch universum van Car Seat Headrest volgestouwd met onverbiddelijke rockgitaren en aan Radiohead en The Beach Boys schatplichtige schone samenzang.
Want 'The Scholars' is nu eenmaal doordesemd van ingenieus in het album verwerkte invloeden, Toledo was er zelfs heel open over. Naast The Who, Bowie, Radiohead of The Beach Boys maken evengoed The Beatles, Leonard Cohen, The Monkees, R.E.M., Nirvana, Pavement, Kendrick Lamar, Daniel Johnston, Sufjan Stevens, Destroyer, Frank Ocean of They Might Be Giants deel uit van die heerlijke kruidencoctail die de 'The Scholars'-opera heerlijk op smaak heeft gebracht. Om dan nog zeker ook de klassieke Mozart niet te vergeten.
Al de kortere nummers zijn daarom nog absoluut geen vulsel. Luister zo maar naar het riffende 'Devereaux', een melodische knaller die voor de pittigste samenwerking met Green Day had kunnen doorgaan. Of ingetogen naar het verfijnd folky 'Lady Gay Approximately' of naar 'The Catastrophe (Good Luck with That, Man)', een in vele kleuren samengebalde punker die bijna een episch muziekstuk op zich wordt.
Wat een uitermate boeiend album is 'The Scholars' dus geworden. Intelligent, zelfverzekerd, barstensvol muzikalteit en creativiteit, een project de benaming rock-opera helemaal waardig. Zeker na Car Seat Heatrest's vallen en opstaan is het niet alleen een verslavende topaanrader, het is zelfs zonder meer hun gezamenlijke meesterwerk.
Neem als voorgerecht misschien gewoon maar al die uitzonderlijke negentien minuten van 'Planet Desperation'.
Cave In - Heavy Pendulum (2022)

4,5
1
geplaatst: 2 juni 2022, 21:51 uur
En dus toch is het legendarische, gerespecteerde Cave In uit Boston zijn grootste klap, de plotse dood van hun zanger-bassist Caleb Scofield, glorieus te boven gekomen. Gesteund door Converge-bassist Nate Newton, nieuw aan de bas, hebben ze de groep van het infuus gehaald en hebben ze zelfs een zevende album afgekregen. Je hoort het terstond, het vurige bloed stroomt eindelijk weer volop doorheen de aderen op dat felle nieuwe 'Heavy Pendulum'. Je krijgt zelfs een lange zit van zowat 70 minuten voorgeschoteld. Maar no problem, het zal het luisterplezier echt alleen maar vergroten. Alvast een aantal zaken zijn zeker, creativiteit is er bij de vleet, hun horizon die hebben ze verbreed, gediversifieerd en de kwaliteit van hun progressieve, bij wijlen psychedelische hardcore is zonder meer gaaf en boeiend gebleven. Je krijgt complexe songs, in alle maatsoorten en met huizenhoge riffs. Cave In laveert nu zowat tussen The Dillinger Escape Plan, Converge, Mastodon, de grunge van Soundgarden en de prog van Opeth.
'New Reality' is het prima brutale riffbeest om mee te openen. Inderdaad, Cave In zit in een 'nieuwe realiteit'. Maar in tegenstelling tot wat die titel doet vemoeden is hier de dreigende riffing nog van de hand van Scofield zaliger. Een oerdegelijke gepeperde rocker, sterke melodie, drive van een orkaan, afwisselende clean- en keelzang, alles samen in een zware heavy-metaljas. Prachtige compositie! En zo zijn er nog een paar van dat kaliber. Het onstuimige 'Amaranthine', ook met de lyrics van Scofield nog. Of het hoekige 'Searchers of Hell' dat met zijn wild razende riffs en diepe grunts z'n titel alle eer aandoet. Even meeslepend, 'Blood Spiller'. De riffs gaan zwaar pompend op het heavy élan door, ze verstrengelen zich meedogenloos rondom brulboei-frontzanger Stephen Brodsky. Gelijk zo in 'Floating Skulls'. Brodsky moet zich zelfzeker een weg zoeken doorheen het hyperkinetische netwerk van ruig voortschietende rock, met donder slaande percussie van John Robert Conners en messcherp rondsnijdende gitaren. Gelukkig, z'n heavy zangstem evolueert mooi ziedend mee op het helse ritme en haalt zegevierend de uitstoot van z'n finale grunt.
Aan de andere kant van het spectrum staan dan transcendente en als trips aandoende stukken. Vooreerst die twee fraaie interludia 'Pendulambient' en 'Days of Nothing'. Ook het uitmuntende titelnummer, 'Heavy Pendulum' een stuk psychedelische metal, dat tegelijk doom is, sloom, slepend én bluesy. Net zo de schemerachtige topper 'Careless Offering' met zijn dansend voortrollende riffs. De grootse single 'Blinded by a Blaze' is dan bijna acht minuten lang Soundgardenesk downtempo smeulende grooviness, slow-motiontrip met laagwiekende gitaren, met na drie minuten tussen al die de akkoorden-pickende riffs die snerpend in de hoogte opkomende schrille loopjes die zich almaar pulserend weten in te voegen. De verblindende vlam dooft in totale distortion.
In het bluesy, grotendeels akoestische 'Reckoning' neemt gitarist Adam McGrath even de honneurs waar als leadzanger à la Lindsey Buckingham, magnifiek! Een wazige, ingetogen maar regelrechte hoogvlieger. Ook 'Nightmare Eyes' is een doomsong, op volle diepte, met glansrol voor de bassende Newton.
'Rest' nog de kers op de taart, het beklijvend hoogtepunt 'Wavering Angel', een volle twaalf minuten lang epos. Het start aarzelend met de snaren-akoestiek à la Fleedwood Mac's Oh Well pt.2, het verglijdt in een rustige opbouw à la het Led Zeppelin van 'Stairway to Heaven' en belandt finaal bij zijn climax met jankend repeterende en schitterend solerende gitaren. Het had globaal een heus Opeth-nummer kunnen zijn.
We beleven hier een uitstekende thuiskomst van Cave In! Een hele sterke harmonische plaat, catchy, avontuurlijk en onverkort vol hoogten en geen dalen. Verwacht werd dat ze alleen de eer hadden hoog te houden. Neen hoor, staan ze hier eventjes fris van de lever te spelen als jonge honden. Met een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre. Geweldig!
'New Reality' is het prima brutale riffbeest om mee te openen. Inderdaad, Cave In zit in een 'nieuwe realiteit'. Maar in tegenstelling tot wat die titel doet vemoeden is hier de dreigende riffing nog van de hand van Scofield zaliger. Een oerdegelijke gepeperde rocker, sterke melodie, drive van een orkaan, afwisselende clean- en keelzang, alles samen in een zware heavy-metaljas. Prachtige compositie! En zo zijn er nog een paar van dat kaliber. Het onstuimige 'Amaranthine', ook met de lyrics van Scofield nog. Of het hoekige 'Searchers of Hell' dat met zijn wild razende riffs en diepe grunts z'n titel alle eer aandoet. Even meeslepend, 'Blood Spiller'. De riffs gaan zwaar pompend op het heavy élan door, ze verstrengelen zich meedogenloos rondom brulboei-frontzanger Stephen Brodsky. Gelijk zo in 'Floating Skulls'. Brodsky moet zich zelfzeker een weg zoeken doorheen het hyperkinetische netwerk van ruig voortschietende rock, met donder slaande percussie van John Robert Conners en messcherp rondsnijdende gitaren. Gelukkig, z'n heavy zangstem evolueert mooi ziedend mee op het helse ritme en haalt zegevierend de uitstoot van z'n finale grunt.
Aan de andere kant van het spectrum staan dan transcendente en als trips aandoende stukken. Vooreerst die twee fraaie interludia 'Pendulambient' en 'Days of Nothing'. Ook het uitmuntende titelnummer, 'Heavy Pendulum' een stuk psychedelische metal, dat tegelijk doom is, sloom, slepend én bluesy. Net zo de schemerachtige topper 'Careless Offering' met zijn dansend voortrollende riffs. De grootse single 'Blinded by a Blaze' is dan bijna acht minuten lang Soundgardenesk downtempo smeulende grooviness, slow-motiontrip met laagwiekende gitaren, met na drie minuten tussen al die de akkoorden-pickende riffs die snerpend in de hoogte opkomende schrille loopjes die zich almaar pulserend weten in te voegen. De verblindende vlam dooft in totale distortion.
In het bluesy, grotendeels akoestische 'Reckoning' neemt gitarist Adam McGrath even de honneurs waar als leadzanger à la Lindsey Buckingham, magnifiek! Een wazige, ingetogen maar regelrechte hoogvlieger. Ook 'Nightmare Eyes' is een doomsong, op volle diepte, met glansrol voor de bassende Newton.
'Rest' nog de kers op de taart, het beklijvend hoogtepunt 'Wavering Angel', een volle twaalf minuten lang epos. Het start aarzelend met de snaren-akoestiek à la Fleedwood Mac's Oh Well pt.2, het verglijdt in een rustige opbouw à la het Led Zeppelin van 'Stairway to Heaven' en belandt finaal bij zijn climax met jankend repeterende en schitterend solerende gitaren. Het had globaal een heus Opeth-nummer kunnen zijn.
We beleven hier een uitstekende thuiskomst van Cave In! Een hele sterke harmonische plaat, catchy, avontuurlijk en onverkort vol hoogten en geen dalen. Verwacht werd dat ze alleen de eer hadden hoog te houden. Neen hoor, staan ze hier eventjes fris van de lever te spelen als jonge honden. Met een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre. Geweldig!
Chantal Acda - Saturday Moon (2021)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2021, 13:57 uur
Ik zag ze openbloeien bij Isbells. Intussen is gebleken dat ze ook alleen haar vrouwtje staat. Dat ze bovendien in het wereldje zeer gerespecteerd wordt, getuigen de samenwerkingen op deze plaat, o.m. met leden van Sigur Rós, Low, Björk, dEUS, Marble Sounds e.a. Onbekend? Geef ze dus maar gerust een kans.
Charlotte Adigéry & Bolis Pupul - Topical Dancer (2022)

4,0
3
geplaatst: 11 maart 2022, 17:28 uur
Je kan er maar beter eens goed mee lachen, dachten ze bij Charlotte Adigéry en Bolis Pupul. En terwijl maakten de Gentenaars spirituele alternatieve elektropop die je gewoonweg niet links kunt laten liggen, ritmes die je niet zullen stilhouden, dance waaraan je zo verslingerd raakt. Het duoproject van Charlotte en Bolis heeft inderdaad ergens dat onbevangene van Bananarama en Fun Boy Three ooit, nu omgeturnd naar anno 2022, samen ook met al dat gelaagde van een David Byrne. Er wordt vrank en vrijelijk geëxperimenteerd met gradaties van stoeierige guitigheid en als resultaat krijg je een schitterende productie met meer speelse echtheid dan de groene Spice Girls in hun eerste jaar.
Vreemd toch dat je straks op je houseparty weer zo doorluchtig en vrolijk uit de bol kan op een serie hier allesbehalve oppervlakkige vertelsels des levens. Op intelligente, handel en wandel becommentariërende songs die altijd iets dieper gaan en die je, smile on the face, botsend deelgenoot maken van al die herkenbare groeipijnen van jongelui. Dit album luistert als het plakboek van hun voorgeschiedenissen.
Dat ze hierbij van meetaf aan full support kregen van de Soulwax-brothers valt nergens weg te steken. Het gerenommeerde Dewaele-duo weet hier zelfs het beste uit Adigéry en Pupul naar boven te puren. Het vertaalt zich in staalharde minimale beats, een intense techno-aankleding à la Soulwax, een en al springerigheid en constant... die positieve vibes.
De kolder begint al bij 'Bel Deewee', knotsgekke telefooncollage van telkens weer bij de Dewaele Brothers aanbellende Charlotte, hallo, bij DEEWEE, label van de twee mecenassen. Alleen pas als 'Bel Deewee' helemaal goed zat opende voor charmante Charlotte wellicht de deur.
In het olijk gezongen 'Esperanto' wordt direct het eerste zwaarbeladen onderwerp aangesneden, racisme, maar dit dan verpakt in grappige oneliners. Sterk. Evenzo, in de ironische kraker 'Blenda', of hoe aan individuele kracht te winnen door in één lange tirade Belgisch racisme en kolonialisme op techno-noten te zetten. "Ga terug naar je land waar je thuishoort. Siri, kan je me vertellen waar ik dan thuishoor?" Goddelijk.
'Hey', elektrosoul-song met heel veel beklagenswaardige waardenwoorden als gelijkheid, verscheidenheid, harmonie, integriteit. Het zwoel overheen pulserende Afrikaanse ritmes gezongen 'It Hit Me' dan, over seksuele volwassenwording, onder laag gefluit en loense Gentse blikken, uitgroeiend tot een oneindige dance-floorfiller van formaat. Als doet het er uiteindelijk niet onmiddellijk toe waar precies 'it hit her'.
Het frans en creools gezongen 'Ich Mwen' is daarna zowel komische als onroerende conversatie met onder meer wijsheden van mama Christiane Adigéry voor dochterlief, met als positieve uitsmijter voor de wereld dat je ook als vrouw best ballen hebt. 'Reappropriate' over vrouwelijke seksualiteit, vrouw-worden, vrouw-zijn in een vrouwonvriendelijk kader. De hilarisch, cynische afsluiter 'Thank You', een en al ontwapenende middelvinger naar al Charlotte's voormalige betuttelaars.
Heel wat koldereske songs dus. 'Ceci N'est Pas un Cliché', funky techno-dans met opeenstapeling van grijsgezongen songclichés, net als Barclay James Harvest in zijn 'Titles' ooit. Of 'Huile Smisse' - lees : Will Smith! -, mooi opeenvolgend draak steken met de Fransman en z'n Engels, het 'Franglais' weinig flatterend aaneengeregen tot een spelenderwijze chill-song. 'Mantra' dan, een in parlando gezongen spreukenrij over hoe zichzelf te bevrijden van mentale belasting, tegelijk ode aan natuurlijke schoonheid. 'Haha', weirde collage van tot lied gebricoleerde proest-het-maar-uit-samples, evenveel variaties op Adigery's lach. Naar het einde toe, muzieksoep 'Making Sence Stop', met in de titel en de grooves de onverholen hint naar geadoreerde David Byrne van Talking Heads.
Grappend en grollend op een verfrissende, opwindende soundtrack valt er dus best goed te leven met alle maatschappelijke en persoonlijke somberte uit de koker van Charlotte Adigery en Bolis Pupul.
Hun plaat heeft, met dank o.m. ook aan Pitchfork, hier en nu alles om van iedereen, tot over verre grenzen, toch een 'Topical Dancer' te maken. Nu alleen de donkere wereld nog.
Vreemd toch dat je straks op je houseparty weer zo doorluchtig en vrolijk uit de bol kan op een serie hier allesbehalve oppervlakkige vertelsels des levens. Op intelligente, handel en wandel becommentariërende songs die altijd iets dieper gaan en die je, smile on the face, botsend deelgenoot maken van al die herkenbare groeipijnen van jongelui. Dit album luistert als het plakboek van hun voorgeschiedenissen.
Dat ze hierbij van meetaf aan full support kregen van de Soulwax-brothers valt nergens weg te steken. Het gerenommeerde Dewaele-duo weet hier zelfs het beste uit Adigéry en Pupul naar boven te puren. Het vertaalt zich in staalharde minimale beats, een intense techno-aankleding à la Soulwax, een en al springerigheid en constant... die positieve vibes.
De kolder begint al bij 'Bel Deewee', knotsgekke telefooncollage van telkens weer bij de Dewaele Brothers aanbellende Charlotte, hallo, bij DEEWEE, label van de twee mecenassen. Alleen pas als 'Bel Deewee' helemaal goed zat opende voor charmante Charlotte wellicht de deur.
In het olijk gezongen 'Esperanto' wordt direct het eerste zwaarbeladen onderwerp aangesneden, racisme, maar dit dan verpakt in grappige oneliners. Sterk. Evenzo, in de ironische kraker 'Blenda', of hoe aan individuele kracht te winnen door in één lange tirade Belgisch racisme en kolonialisme op techno-noten te zetten. "Ga terug naar je land waar je thuishoort. Siri, kan je me vertellen waar ik dan thuishoor?" Goddelijk.
'Hey', elektrosoul-song met heel veel beklagenswaardige waardenwoorden als gelijkheid, verscheidenheid, harmonie, integriteit. Het zwoel overheen pulserende Afrikaanse ritmes gezongen 'It Hit Me' dan, over seksuele volwassenwording, onder laag gefluit en loense Gentse blikken, uitgroeiend tot een oneindige dance-floorfiller van formaat. Als doet het er uiteindelijk niet onmiddellijk toe waar precies 'it hit her'.
Het frans en creools gezongen 'Ich Mwen' is daarna zowel komische als onroerende conversatie met onder meer wijsheden van mama Christiane Adigéry voor dochterlief, met als positieve uitsmijter voor de wereld dat je ook als vrouw best ballen hebt. 'Reappropriate' over vrouwelijke seksualiteit, vrouw-worden, vrouw-zijn in een vrouwonvriendelijk kader. De hilarisch, cynische afsluiter 'Thank You', een en al ontwapenende middelvinger naar al Charlotte's voormalige betuttelaars.
Heel wat koldereske songs dus. 'Ceci N'est Pas un Cliché', funky techno-dans met opeenstapeling van grijsgezongen songclichés, net als Barclay James Harvest in zijn 'Titles' ooit. Of 'Huile Smisse' - lees : Will Smith! -, mooi opeenvolgend draak steken met de Fransman en z'n Engels, het 'Franglais' weinig flatterend aaneengeregen tot een spelenderwijze chill-song. 'Mantra' dan, een in parlando gezongen spreukenrij over hoe zichzelf te bevrijden van mentale belasting, tegelijk ode aan natuurlijke schoonheid. 'Haha', weirde collage van tot lied gebricoleerde proest-het-maar-uit-samples, evenveel variaties op Adigery's lach. Naar het einde toe, muzieksoep 'Making Sence Stop', met in de titel en de grooves de onverholen hint naar geadoreerde David Byrne van Talking Heads.
Grappend en grollend op een verfrissende, opwindende soundtrack valt er dus best goed te leven met alle maatschappelijke en persoonlijke somberte uit de koker van Charlotte Adigery en Bolis Pupul.
Hun plaat heeft, met dank o.m. ook aan Pitchfork, hier en nu alles om van iedereen, tot over verre grenzen, toch een 'Topical Dancer' te maken. Nu alleen de donkere wereld nog.
Charlotte Cardin - Phoenix (2021)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2021, 20:54 uur
Nog een ruw diamantje met een aandachttrekkende Winehouse-stem. Deze Canadese singer-songwritet zowel in 't engels als in 't frans. Meer poppy dan Amy, maar wel altijd geheel ontwapenend.
CMAT - Crazymad, for Me (2023)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2023, 18:46 uur
"Where are your kids tonight" - CMAT feat. John Grant
Voor mij en voor velen totaal onopgemerkt stond ze dit jaar al op Rock Wechter: CMAT. Achter die vier matte letters schuilt evenwel voluit de flamboyante Ciara Mary-Alice Thompson uit Dublin. Heel eerlijk, de reden waarom ze nu wel opviel met haar tweede album 'Crazymad, For Me' was enkel omwille van die ene ongewone songnaam op haar plaat, 'Vincent Kompany'. Hé, zingt daar nu een Ierse toch wel iets over de Belgische ex-Rode Duivels-aanvoerder-voetbalmanager! Maar dan vervolgens een nog grotere verrassing omwille van nog een ander nummer, 'Where Are Your Kids Tonight?', een groots duet met de Amerikaanse troubadour John Grant. Vergeet daarbij zeker ook niet de bijhorende 'grand'-ioze video. Twee aanknopingspunten dus waardoor CMAT uiteindelijk meer dan verrassend binnenkwam en het een meer dan toffe kennismaking werd.
'Vincent Kompany' blijkt een fraaie teatrale piano-popballade waar -niet voor het eerst- de lunatieke Ciara een monoloog voert met haar huidige en haar vroegere crazy zelf. Waarbij ze ontboezemt dat ze zichzelf ooit zo goed als kaal knipte om er, haha, als Kompany uit te zien. En wat dat 'Where Are Your Kids Tonight?' betreft. Met John Grant heeft ze werkelijk een artiest in huis met één van de heerlijkste stemmen en dan ook nog met een aangrijpende wereldsong die invalt met klagend jankende gitaren. Alles bloeit zo open tot het majestueuze hoogtepunt van het album. Met een prachtige Ciara Thompson warempel met ware Karla 'Meat Loaf' DeVito-allures in de stijgende samenzang met Grant. Wat een talent om die twee stemmen meer dan vijf minuten lang zo harmonieus en dramatisch rond elkaar te horen verstrengelen.
CMAT, ja ze is hitsig helros, fel, kleurrijk, een zangeres die qua presence een pak gemeen heeft met collega-popdiva's Adele en haar voorbeeld Dolly Parton. Met een opvallend veelzijdig stemgeluid dat als een windhaantje dat van tal van vele anderen, o.m. Sela Sue, Kate Bush, Lily Allen en Regina Spektor, doet aanwijzen.
Ze komt vooral zo frivool voor de dag, met heel toegankelijke, vaak in luxueuze strijkersarrangementen gedrenkte pop . Dolkomisch en vertederend tegelijk, een wervelende sensatie. Haar luchtige, geestige teksten zijn melancholische open boeken van zelfexploratie. Ze voert cynische gesprekken met zichzelf waarbij haar droef gevoelsleven en uit de hand gelopen relaties nergens uit de weg worden gegaan. Ze verpakt dit alles in een maf conceptalbum, een soort science-fiction-rockopera met overwegend korte popsongs over een 47-jarige vrouw (zijzelf is er 27) die in de toekomst een machine bouwt om in de tijd terug te gaan en zich te redden van een slechte relatie. Ze vertoeft dan even in haar 'tijdwoestijn', om tenslotte te crashen in het Parijs van 1890. Alles dus vooral onwaarschijnlijk, maar een vehikel voor haar vele melodische songs en uiteindelijk komt ze met dit alles toch goed weg.
Opener 'California' gaat over het vertrekken naar Californië en is al direct de staalkaart voor alles wat komen zal, spek voor je bek of niet. Een volop orkestrale popsong met country-inslag en met een sterk Selah Sue en Kate Bush-gehalte. Die laatste hoor je verder zelfs nog meer uitgesproken in het onconventionele, ondeugende 'I... Hate Who I am When I'm Horny'.
Ook het funky 'Phone Me' gaat op dit élan door, maar er zijn ook zacht akoestische songs als het diepdroeve 'Such a Miranda' en het wanhopig pijnlijke 'Rent' met Thompson's emotionele vocalen helemaal in het midden. Meeslepende woestijnbluessnaren leiden 'Can't Make Up My Mind' in, een authentiek en diepgaand verhaal.
De single 'Whatever's Inconvenient' is traag opkringelende country met fraaie instrumentale ondersteuning. Het geweldig sprankelend 'Stay for Something' is een nostalgische kijk op een ontbonden relatie, het kon net zo goed een klassieke Fleedwood Mac-song zijn . Zwierig rollende piano en Iers dansende violen worden tenslotte verwerkt in nog een beresterk pophoogtepunt 'Have Fun!'. Ongetwijfeld om een album vol diepe emotie toch louterend af te ronden met alsnog een hoopvol vrolijke noot.
Met CMAT hebben we er een indrukwekkende, charismatische Ciara Mary-Alice Thompson bij. Andermaal een getalenteerde ontluikende singer-songwriter met een klok van een stem die hier met dit 'Crazymad, For Me' op originele wijze het hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Al bevatten haar songs heel veel ernst, ze brengt ze toch maar allemaal met zoveel provocerende luchtigheid en verkwikkende opwinding van orkest, beats en gitaren dat het direct hoogst innemend wordt. Ook een triest verleden verdient een kolderieke act, moet ze zelfcynisch hebben gedacht. En inderdaad, slechts even doorluisteren en je bent er helemaal aan verk(n)ocht. Nu wordt het zelfs bijbenen, want met slechts twee albums op haar conto is ze intussen al een regelrechte internationale topper.
Voor mij en voor velen totaal onopgemerkt stond ze dit jaar al op Rock Wechter: CMAT. Achter die vier matte letters schuilt evenwel voluit de flamboyante Ciara Mary-Alice Thompson uit Dublin. Heel eerlijk, de reden waarom ze nu wel opviel met haar tweede album 'Crazymad, For Me' was enkel omwille van die ene ongewone songnaam op haar plaat, 'Vincent Kompany'. Hé, zingt daar nu een Ierse toch wel iets over de Belgische ex-Rode Duivels-aanvoerder-voetbalmanager! Maar dan vervolgens een nog grotere verrassing omwille van nog een ander nummer, 'Where Are Your Kids Tonight?', een groots duet met de Amerikaanse troubadour John Grant. Vergeet daarbij zeker ook niet de bijhorende 'grand'-ioze video. Twee aanknopingspunten dus waardoor CMAT uiteindelijk meer dan verrassend binnenkwam en het een meer dan toffe kennismaking werd.
'Vincent Kompany' blijkt een fraaie teatrale piano-popballade waar -niet voor het eerst- de lunatieke Ciara een monoloog voert met haar huidige en haar vroegere crazy zelf. Waarbij ze ontboezemt dat ze zichzelf ooit zo goed als kaal knipte om er, haha, als Kompany uit te zien. En wat dat 'Where Are Your Kids Tonight?' betreft. Met John Grant heeft ze werkelijk een artiest in huis met één van de heerlijkste stemmen en dan ook nog met een aangrijpende wereldsong die invalt met klagend jankende gitaren. Alles bloeit zo open tot het majestueuze hoogtepunt van het album. Met een prachtige Ciara Thompson warempel met ware Karla 'Meat Loaf' DeVito-allures in de stijgende samenzang met Grant. Wat een talent om die twee stemmen meer dan vijf minuten lang zo harmonieus en dramatisch rond elkaar te horen verstrengelen.
CMAT, ja ze is hitsig helros, fel, kleurrijk, een zangeres die qua presence een pak gemeen heeft met collega-popdiva's Adele en haar voorbeeld Dolly Parton. Met een opvallend veelzijdig stemgeluid dat als een windhaantje dat van tal van vele anderen, o.m. Sela Sue, Kate Bush, Lily Allen en Regina Spektor, doet aanwijzen.
Ze komt vooral zo frivool voor de dag, met heel toegankelijke, vaak in luxueuze strijkersarrangementen gedrenkte pop . Dolkomisch en vertederend tegelijk, een wervelende sensatie. Haar luchtige, geestige teksten zijn melancholische open boeken van zelfexploratie. Ze voert cynische gesprekken met zichzelf waarbij haar droef gevoelsleven en uit de hand gelopen relaties nergens uit de weg worden gegaan. Ze verpakt dit alles in een maf conceptalbum, een soort science-fiction-rockopera met overwegend korte popsongs over een 47-jarige vrouw (zijzelf is er 27) die in de toekomst een machine bouwt om in de tijd terug te gaan en zich te redden van een slechte relatie. Ze vertoeft dan even in haar 'tijdwoestijn', om tenslotte te crashen in het Parijs van 1890. Alles dus vooral onwaarschijnlijk, maar een vehikel voor haar vele melodische songs en uiteindelijk komt ze met dit alles toch goed weg.
Opener 'California' gaat over het vertrekken naar Californië en is al direct de staalkaart voor alles wat komen zal, spek voor je bek of niet. Een volop orkestrale popsong met country-inslag en met een sterk Selah Sue en Kate Bush-gehalte. Die laatste hoor je verder zelfs nog meer uitgesproken in het onconventionele, ondeugende 'I... Hate Who I am When I'm Horny'.
Ook het funky 'Phone Me' gaat op dit élan door, maar er zijn ook zacht akoestische songs als het diepdroeve 'Such a Miranda' en het wanhopig pijnlijke 'Rent' met Thompson's emotionele vocalen helemaal in het midden. Meeslepende woestijnbluessnaren leiden 'Can't Make Up My Mind' in, een authentiek en diepgaand verhaal.
De single 'Whatever's Inconvenient' is traag opkringelende country met fraaie instrumentale ondersteuning. Het geweldig sprankelend 'Stay for Something' is een nostalgische kijk op een ontbonden relatie, het kon net zo goed een klassieke Fleedwood Mac-song zijn . Zwierig rollende piano en Iers dansende violen worden tenslotte verwerkt in nog een beresterk pophoogtepunt 'Have Fun!'. Ongetwijfeld om een album vol diepe emotie toch louterend af te ronden met alsnog een hoopvol vrolijke noot.
Met CMAT hebben we er een indrukwekkende, charismatische Ciara Mary-Alice Thompson bij. Andermaal een getalenteerde ontluikende singer-songwriter met een klok van een stem die hier met dit 'Crazymad, For Me' op originele wijze het hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Al bevatten haar songs heel veel ernst, ze brengt ze toch maar allemaal met zoveel provocerende luchtigheid en verkwikkende opwinding van orkest, beats en gitaren dat het direct hoogst innemend wordt. Ook een triest verleden verdient een kolderieke act, moet ze zelfcynisch hebben gedacht. En inderdaad, slechts even doorluisteren en je bent er helemaal aan verk(n)ocht. Nu wordt het zelfs bijbenen, want met slechts twee albums op haar conto is ze intussen al een regelrechte internationale topper.
Counting Crows - Butter Miracle, Suite One (2021)

4,0
2
geplaatst: 30 mei 2021, 14:55 uur
Zanger-songschrijver Adam 'Dreadlock' Duritz kent geen haast, maakt zich nul kopbrekens over de dikte van z'n songbook en maakt het dan tóch nog altijd waar(d) naar eender welke Crows-release, hoe klein ook, te doen uitkijken. Zoals nu deze. Vanuit zijn Engelse isolement loste hij een Suitje nr°1 met vier in elkaar overlopende songs. Wie CC al zo'n 7 jaar moest missen, weet -bij deze- dat dit werkstuk, met Duritz's fijnste poëzie eroverheen, je vanaf noot één inpakt. Zoals hij zelf recent toevertrouwde op de Vlaamse Radio 1 was hij met een emotionele zoektocht naar z'n plaats in de muziek bezig, intussen ouder wordend en terugblikkend op wat al voorbij is. Of daarbij al dan niet de muziekregels suiteschrijven zijn gevolgd doet eigenlijk weinig ter zake. Feit is dat hier 4 zeer sterke gevoelige nummers vintage Crows de revue passeren. Ze lopen suitegewijs van behoorlijk beheerst acoustisch op in intensiteit en virtuositeit. In de finale 'Bobby And The Rat-Kings' gaan de elektrische gitaren haast tekeer als Lou Reed's rock en roll-animals. Dus toch een onmisbaar stuk Counting Crows dit. Wel móet nu Adam als de gesmeerde bliksem (of echt maar volgend jaar?!) terug naar die Engelse middle of nowhere. Wij willen een even spirituele schitterende lange Suite Two!
Counting Crows - Butter Miracle, the Complete Sweets! (2025)

4,0
4
geplaatst: 17 mei 2025, 20:36 uur
Zanger-songschrijver Adam 'ooit-Dreadlock' Duritz kent al lang geen haast meer. Hij maakt zich nul kopbrekens over de dikte van z'n songbook, maar maakt het dan tóch nog altijd waar(d) naar eender welke Crows-release te doen uitkijken. Zoals toen hij in volle pandemie in 2021 vanuit zijn Engelse isolement enkel het kleine, coole Suitje nr°1 met vier sterke songs loste. Zijn aanhang die Counting Crows toen al zovele jaren miste, was zelfs door een kleinood als dit onmiddellijk ingepakt.
Gevoelige nummers vintage Counting Crows en met wat van Duritz's fijnste poëzie eroverheen. Begonnen met de verrukkelijke rijkdom van 'The Tall Grass'. Alles erop liep suitegewijs van behoorlijk beheerst akoestisch op in intensiteit en virtuositeit. Met een subliem volgend 'Elevator Boots', Duritz aan de piano met zijn flegmatieke kijk op het tourleven. Een spetterend feest in 'Angel of 14th Street' met gospelzang en die uitzonderlijke trompetsolo om het allemaal te onderstrepen. Songs die als warm bloed in elkaar overvloeiden en uitmondden in een suitefinale met het verhalende 'Bobby And The Rat-Kings', waar de elektrische gitaren van de Crows nog eens tekeer gingen als waren het Lou Reed's rock en roll-animals.
Die songs waren in suitevorm al klaar vóór corona toesloeg. Nu verhuizen ze alle opgepimpt en mooi verenigd naar de staart van 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', of - zo je het wil - naar de b-kant van je vinylplaat. Enkel de ondertitel 'The Complete Sweets' hint nog heimelijk naar de vervollediging van het suite-idee.
Want er was kort na 'Suite nr°1' een stilte ingevallen en de beloofde, nochtans al geschreven 'Suite nr°2'- de huidige songs 2 tot en met 5 - bleef uit. Met de lockdown was ook Duritz in zijn zwart gat getuimeld, een vertrouwenscrisis die hem minstens twee jaar lang blokkeerde. Een emotionele zoektocht naar z'n plaats in de muziek en die hem intussen ouder wordend deed terugblikken op wat al gerealiseerd was. Precies 'Angel in Real Time', plaat van Australische stadionrockers Gang of Youths waaraan hij toen meewerkte, deed hem voor het eerst in zijn carrière twijfelen aan zichzelf en hem zelfs al zijn klaarliggende muziek herschrijven.
Het resultaat mag er niettemin helemaal wezen. Vooraan, samen met het ruige 'With Love, from A-Z', een als laatst bij 'Suite 2' bijgeschreven openingssong, staan vooral rechttoe rechtaan hooky rocktracks voor de stadions. Zoals een ware Led Zeppelin-riffsong als het pompende 'Boxcars', met een mooi glamrocksausje eroverheen. Counting Crows heeft sedert neem zo maar 'Angels Of The Silences', 'Catapult' of '1492' in jaren niet meer zo driest het rockbeest losgelaten als op dit album. Allemaal Duritz' ontlading in hoogste versnelling na al zijn ellendige lockdownfrustraties.
Ook in de explosieve rockbandsong 'Spaceman in Tulsa' ga je automatisch op en neer met Duritz die als een zelfverklaarde 'motherf***ing rock'n'roll star' zijn piano geselt en met zijn hele gezellige bende samenzingt over de marginalisering in de VS.
Een meer als Pearl Jam groots uitwaaierende pianoballade is dan het heerlijke 'Virginia Through the Rain', dat 'A Long December' oproept. Een juweel van een song hier helemaal op sleeptouw genomen door die prachtig mijmerende soulstem van Duritz. Een net zo verbazend weelderig hoogtepunt is tenslotte de samenspeler 'Under the Aurora', dat met blazers en strijkers naar zijn melodieus hoogtepunt gaat.
En daarmee is Adam Duritz met frisse moed uit zijn dal gekropen en kon het pittige, achtste volwaardig album van Counting Crows uiteindelijk dan toch naar de persen. Een heuse staalkaart van hun intussen al 34 jaar durende vakmanschap. Vanuit de grunge helemaal naar hun unieke, meeslepenste anthem-rock'n'roll. Counting Crows, met een exceptionele frontman die als herboren en verlangend weer zijn verhalen brengt, een band met heel veel gevoel en diepgang. 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', het bijeengebrachte album dat er dus zonder enig voorbehoud mag wezen.
Gevoelige nummers vintage Counting Crows en met wat van Duritz's fijnste poëzie eroverheen. Begonnen met de verrukkelijke rijkdom van 'The Tall Grass'. Alles erop liep suitegewijs van behoorlijk beheerst akoestisch op in intensiteit en virtuositeit. Met een subliem volgend 'Elevator Boots', Duritz aan de piano met zijn flegmatieke kijk op het tourleven. Een spetterend feest in 'Angel of 14th Street' met gospelzang en die uitzonderlijke trompetsolo om het allemaal te onderstrepen. Songs die als warm bloed in elkaar overvloeiden en uitmondden in een suitefinale met het verhalende 'Bobby And The Rat-Kings', waar de elektrische gitaren van de Crows nog eens tekeer gingen als waren het Lou Reed's rock en roll-animals.
Die songs waren in suitevorm al klaar vóór corona toesloeg. Nu verhuizen ze alle opgepimpt en mooi verenigd naar de staart van 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', of - zo je het wil - naar de b-kant van je vinylplaat. Enkel de ondertitel 'The Complete Sweets' hint nog heimelijk naar de vervollediging van het suite-idee.
Want er was kort na 'Suite nr°1' een stilte ingevallen en de beloofde, nochtans al geschreven 'Suite nr°2'- de huidige songs 2 tot en met 5 - bleef uit. Met de lockdown was ook Duritz in zijn zwart gat getuimeld, een vertrouwenscrisis die hem minstens twee jaar lang blokkeerde. Een emotionele zoektocht naar z'n plaats in de muziek en die hem intussen ouder wordend deed terugblikken op wat al gerealiseerd was. Precies 'Angel in Real Time', plaat van Australische stadionrockers Gang of Youths waaraan hij toen meewerkte, deed hem voor het eerst in zijn carrière twijfelen aan zichzelf en hem zelfs al zijn klaarliggende muziek herschrijven.
Het resultaat mag er niettemin helemaal wezen. Vooraan, samen met het ruige 'With Love, from A-Z', een als laatst bij 'Suite 2' bijgeschreven openingssong, staan vooral rechttoe rechtaan hooky rocktracks voor de stadions. Zoals een ware Led Zeppelin-riffsong als het pompende 'Boxcars', met een mooi glamrocksausje eroverheen. Counting Crows heeft sedert neem zo maar 'Angels Of The Silences', 'Catapult' of '1492' in jaren niet meer zo driest het rockbeest losgelaten als op dit album. Allemaal Duritz' ontlading in hoogste versnelling na al zijn ellendige lockdownfrustraties.
Ook in de explosieve rockbandsong 'Spaceman in Tulsa' ga je automatisch op en neer met Duritz die als een zelfverklaarde 'motherf***ing rock'n'roll star' zijn piano geselt en met zijn hele gezellige bende samenzingt over de marginalisering in de VS.
Een meer als Pearl Jam groots uitwaaierende pianoballade is dan het heerlijke 'Virginia Through the Rain', dat 'A Long December' oproept. Een juweel van een song hier helemaal op sleeptouw genomen door die prachtig mijmerende soulstem van Duritz. Een net zo verbazend weelderig hoogtepunt is tenslotte de samenspeler 'Under the Aurora', dat met blazers en strijkers naar zijn melodieus hoogtepunt gaat.
En daarmee is Adam Duritz met frisse moed uit zijn dal gekropen en kon het pittige, achtste volwaardig album van Counting Crows uiteindelijk dan toch naar de persen. Een heuse staalkaart van hun intussen al 34 jaar durende vakmanschap. Vanuit de grunge helemaal naar hun unieke, meeslepenste anthem-rock'n'roll. Counting Crows, met een exceptionele frontman die als herboren en verlangend weer zijn verhalen brengt, een band met heel veel gevoel en diepgang. 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', het bijeengebrachte album dat er dus zonder enig voorbehoud mag wezen.
Cradle of Filth - Existence Is Futile (2021)

4,5
3
geplaatst: 3 november 2021, 15:02 uur
Het sluipt de speakers binnen, 'The Fate Of The World On Our Shoulders', instrumental, getekend Cradle of Filth...
Herfstige tijden, ontwaken gedachten aan doden van slachtvelden, staan lieden als schaduwen aan mistige graftomben, somberder wereld, land in bruingelig verval. Hét getijde voor de release van, jawel, hun dertiende, 'Existence Is Futile'. Cradle of Filth, meesterlijke schetsers van duistere horrorgothic scenery, tot in wel vijftig tinten zwart. Komen ze met lasterende séance of met vurige toortsen? Een brandstapel onder de Symphonic Black Metal? Neen, zowaar, ze zijn alive and kicking deze bijtende theatralico's. Ze ontvouwen op hun best hun obscuurste doemboodschap sinds heugenis. "Er Zijn Is Nutteloos!"
'Existence Is Futile' wat een geweldige partituur in Cradle of Filth's gekende barokke grandeur, een nieuwe glamoureuze zwarte symfonie vol melodieuze, exuberante orkestratie.
Neem alleen al die drie korte verbluffende symfonische instrumentals. Het al vernoemde 'The Fate Of The World On Our Shoulders', in mineur opkomend verdriet en somberte in de intro als dramatische toonzetter, hoor, griezelig huilende sopraanzang, dreiging. Het prachtige 'Here Come's a Candle...(Infernal Lullaby)'', prachtig melancholisch ijl zwevend pianointerludium, omstrikt met strijkers en hoge vocalen. 'Ashen Mortality', schitterend orkestraal tussenspel, desolate harp, strijkers en toetsen, overgaand in benauwend dramatische pauken, blazers en koorzang.
Daarbinnenin en contrasterend met al hun hoogstaande, buiten hun wereld zelfs smadelijk onerkende filmklassieke inkleuringen, kolkt de energieke, zinderende, proggy powermetal, de thrash- en hardcoretoetsen. Hoe typeer je het : macaber, morbide, koud cerebraal, magisch, Iron Maidenesk, hondsbrutaal. Geweldig muzikaal versterkt zijn ze, dankzij toevoeging van nieuw gezicht en female touch, Annabelle Iratni, sopraan-toetseniste. Ook de vorige gitaristeninjectie met Rich Shaw en Marek 'Ashok' Smerda rendeert hier op volle toeren, alom verfrissende en briljante stalen van ongemeen sterke snarenkunst.
De schitterende horrorcover à la Jeroen Bosch, in rood, goud, zwart spreekt boekdelen over de weer zwaarwichtige lyrics. Achter een nihilistische mare van zinloosheid schuilt fatalistisch existentiële angst voor apocalyptische dreiging, voor existentiële terreur, algemene angst voor het onbekende. Klepper 'Existential Terror', steekt er al mee van wal, "we zijn slechts stof en schaduw", duistere Carmina Burana-declamering van het latijns Horatiusvers, de aanzet tot een ziedende draf black metal op orkaankracht, gillend of met Rammsteinfrasering doordrammende vocals, hongerblinde riffs en door het wilde heenslaande drumpolka's.
Even groots en episch, als een door Ramin Djawadi* perfect symfonisch gearrangeerde griezelprent is single 'Necromantic Fantasies' met z'n indrukwekkende diepzwaaiende orgelbassen en Metallica-riff, waanzinnige fuhrerpathetiek beklijvende brug, spetterende solo en refrein. Iconisch!
De dramatische kolos, eerste single 'Crawling King Chaos. Variaties van traag, sneller, snelst met perfecte medewerking van de apocalyptische groove. Verpletterende blastbeats, vernietigende drumpolka's, onmiskenbaar woedend doorkrijsende Dani Filth en dan dat groots refrein, de dramatische orgel- en pianobruggen, de aanzwellende en weer wegstervende koorzang.
Het creatieve, 'Black Smoke Curling From The Lips Of War', begroet met de Filth's langste merg-en-beenscream, loeiharde song, in majestueuze coupletten en refleinen tegen glasheldere Annabelle opblaffende, growlende, reciterende vocals, duellerende gitaren, furieus bonkende en roffelende blastbeats.
Het grommende diepte inluidend 'Discourse Between A Man And His Soul' verdraait zich dan weer sloom naar een rockballadmiddendeel. Filth's slijmende zangdeclamatie dooft in macabere piano-eindnoten.
Nieuw hoogtepunt in regelrecht excentrieke CoF-stijl, het in ijzig vrouwelijk parlando in- en uitleidend 'The Dying Of The Embers', hardcore, proggy, razend sissende zang en Annabelle's sopraan dan juist weer in hemelse hoogten overgaand. De rommelende beats, de in meanderende arpergioakkoorden wiegende riffs. En tussen het krijsen door opduikend, die onvervalste killersolo.
'How Many Tears To Nurture A Rose', vintage hels CoF-nummer met buitelende polka's en beukende bas en drums en Filth in een Alice Cooper-mood. 'Suffer Our Dominion', proggy gestart met een met donders omgeven apocalyptische vertelling van filmacteur Dough Bradley, ontaardt in extreme uitbarsting van screams, thrashriffs, supersnelle gitaarsolo en Dani's allerdiepste eindgrowl. Het weerkerend vooruitlopend pianomotiefje voorspelt enige zeldzame flitsen rust van Annabelle's tot goud verheven vocalen. Ook het statige 'Us, Dark, Invincible', langzaam met dreigende minimalistische toetsen opstartend, ontwikkelt een vlammende dosis furiositeit. Het sluit in de eindminuut met trage piano en barok orgel het inferno en daarmee ook het officieel album sereen af.
Verrassend daarna toch ook twee zeer verdienstelijke bonussen. Het allerlangste, ziedende 'Sisters Of The Mist' met verrukkelijke, zwaar barokke bachtoccatatoetsen en weids zwervende, epische gitaren en achtergrondkoren. Acteur Bradley opnieuw debiterend uit zijn horrorklassieker 'Hellraiser'. Indrukwekkend eenzame eindnoten. Het uitzinnige 'Unleash The Hellion' tenslotte, met de mooiste symfonisch kleuren opgetuigd, een extreem bulderende song, met woeste hoofdrol voor de drums.
Cradle of Filth, de band opgericht in 1991, ook zij mogen dertig donkere horrorkaarsjes uitblazen, wegens extreem verdienstelijke aanwezigheid in de cradle van de extreme metal. Ook zij blijken nog uitermate in staat om in een kraakheldere muzikale productie een topzwart catchy verhaal over de stand van de wereld volgens CoF te brengen. Gewoon door daarbij op een constant hoog niveau te herhalen wat ze al die tijd al brachten. Wordt het hen allen nu enkel maar makkelijker gemaakt. Kunnen intussen hun ooit complete horrorficties gewoon volop met bangelijke realiteiten van vandaag worden geïnjecteerd. Cynische grijns, wordt Cradle of Filth zo hedentendage alleen maar relevanter. De enige stabiele factor tussen al dat hallucinante wat definitief terminaal is, blijkt uiteindelijk Cradle of Filth zelf.
Finale zinvolle typeringen bij het passeren van dergelijk schitterend epos: dreigend, wervelend, woest, wiegend, snijdend, pompeus. Zo leggen de Britten je hun nummer 13 vrolijk eigentijds op het bord. Voor hen dus, 13, geen zinloze ongelukstreffer. Net zomin voor hun stevige metalaanhang. Die krijgen er gewoon een heel zinvol pareltje bij.
* Ramin Djawadi, soundtrackcomposer, o.a. van acht seizoenen 'The Game Of Thrones'.
Herfstige tijden, ontwaken gedachten aan doden van slachtvelden, staan lieden als schaduwen aan mistige graftomben, somberder wereld, land in bruingelig verval. Hét getijde voor de release van, jawel, hun dertiende, 'Existence Is Futile'. Cradle of Filth, meesterlijke schetsers van duistere horrorgothic scenery, tot in wel vijftig tinten zwart. Komen ze met lasterende séance of met vurige toortsen? Een brandstapel onder de Symphonic Black Metal? Neen, zowaar, ze zijn alive and kicking deze bijtende theatralico's. Ze ontvouwen op hun best hun obscuurste doemboodschap sinds heugenis. "Er Zijn Is Nutteloos!"
'Existence Is Futile' wat een geweldige partituur in Cradle of Filth's gekende barokke grandeur, een nieuwe glamoureuze zwarte symfonie vol melodieuze, exuberante orkestratie.
Neem alleen al die drie korte verbluffende symfonische instrumentals. Het al vernoemde 'The Fate Of The World On Our Shoulders', in mineur opkomend verdriet en somberte in de intro als dramatische toonzetter, hoor, griezelig huilende sopraanzang, dreiging. Het prachtige 'Here Come's a Candle...(Infernal Lullaby)'', prachtig melancholisch ijl zwevend pianointerludium, omstrikt met strijkers en hoge vocalen. 'Ashen Mortality', schitterend orkestraal tussenspel, desolate harp, strijkers en toetsen, overgaand in benauwend dramatische pauken, blazers en koorzang.
Daarbinnenin en contrasterend met al hun hoogstaande, buiten hun wereld zelfs smadelijk onerkende filmklassieke inkleuringen, kolkt de energieke, zinderende, proggy powermetal, de thrash- en hardcoretoetsen. Hoe typeer je het : macaber, morbide, koud cerebraal, magisch, Iron Maidenesk, hondsbrutaal. Geweldig muzikaal versterkt zijn ze, dankzij toevoeging van nieuw gezicht en female touch, Annabelle Iratni, sopraan-toetseniste. Ook de vorige gitaristeninjectie met Rich Shaw en Marek 'Ashok' Smerda rendeert hier op volle toeren, alom verfrissende en briljante stalen van ongemeen sterke snarenkunst.
De schitterende horrorcover à la Jeroen Bosch, in rood, goud, zwart spreekt boekdelen over de weer zwaarwichtige lyrics. Achter een nihilistische mare van zinloosheid schuilt fatalistisch existentiële angst voor apocalyptische dreiging, voor existentiële terreur, algemene angst voor het onbekende. Klepper 'Existential Terror', steekt er al mee van wal, "we zijn slechts stof en schaduw", duistere Carmina Burana-declamering van het latijns Horatiusvers, de aanzet tot een ziedende draf black metal op orkaankracht, gillend of met Rammsteinfrasering doordrammende vocals, hongerblinde riffs en door het wilde heenslaande drumpolka's.
Even groots en episch, als een door Ramin Djawadi* perfect symfonisch gearrangeerde griezelprent is single 'Necromantic Fantasies' met z'n indrukwekkende diepzwaaiende orgelbassen en Metallica-riff, waanzinnige fuhrerpathetiek beklijvende brug, spetterende solo en refrein. Iconisch!
De dramatische kolos, eerste single 'Crawling King Chaos. Variaties van traag, sneller, snelst met perfecte medewerking van de apocalyptische groove. Verpletterende blastbeats, vernietigende drumpolka's, onmiskenbaar woedend doorkrijsende Dani Filth en dan dat groots refrein, de dramatische orgel- en pianobruggen, de aanzwellende en weer wegstervende koorzang.
Het creatieve, 'Black Smoke Curling From The Lips Of War', begroet met de Filth's langste merg-en-beenscream, loeiharde song, in majestueuze coupletten en refleinen tegen glasheldere Annabelle opblaffende, growlende, reciterende vocals, duellerende gitaren, furieus bonkende en roffelende blastbeats.
Het grommende diepte inluidend 'Discourse Between A Man And His Soul' verdraait zich dan weer sloom naar een rockballadmiddendeel. Filth's slijmende zangdeclamatie dooft in macabere piano-eindnoten.
Nieuw hoogtepunt in regelrecht excentrieke CoF-stijl, het in ijzig vrouwelijk parlando in- en uitleidend 'The Dying Of The Embers', hardcore, proggy, razend sissende zang en Annabelle's sopraan dan juist weer in hemelse hoogten overgaand. De rommelende beats, de in meanderende arpergioakkoorden wiegende riffs. En tussen het krijsen door opduikend, die onvervalste killersolo.
'How Many Tears To Nurture A Rose', vintage hels CoF-nummer met buitelende polka's en beukende bas en drums en Filth in een Alice Cooper-mood. 'Suffer Our Dominion', proggy gestart met een met donders omgeven apocalyptische vertelling van filmacteur Dough Bradley, ontaardt in extreme uitbarsting van screams, thrashriffs, supersnelle gitaarsolo en Dani's allerdiepste eindgrowl. Het weerkerend vooruitlopend pianomotiefje voorspelt enige zeldzame flitsen rust van Annabelle's tot goud verheven vocalen. Ook het statige 'Us, Dark, Invincible', langzaam met dreigende minimalistische toetsen opstartend, ontwikkelt een vlammende dosis furiositeit. Het sluit in de eindminuut met trage piano en barok orgel het inferno en daarmee ook het officieel album sereen af.
Verrassend daarna toch ook twee zeer verdienstelijke bonussen. Het allerlangste, ziedende 'Sisters Of The Mist' met verrukkelijke, zwaar barokke bachtoccatatoetsen en weids zwervende, epische gitaren en achtergrondkoren. Acteur Bradley opnieuw debiterend uit zijn horrorklassieker 'Hellraiser'. Indrukwekkend eenzame eindnoten. Het uitzinnige 'Unleash The Hellion' tenslotte, met de mooiste symfonisch kleuren opgetuigd, een extreem bulderende song, met woeste hoofdrol voor de drums.
Cradle of Filth, de band opgericht in 1991, ook zij mogen dertig donkere horrorkaarsjes uitblazen, wegens extreem verdienstelijke aanwezigheid in de cradle van de extreme metal. Ook zij blijken nog uitermate in staat om in een kraakheldere muzikale productie een topzwart catchy verhaal over de stand van de wereld volgens CoF te brengen. Gewoon door daarbij op een constant hoog niveau te herhalen wat ze al die tijd al brachten. Wordt het hen allen nu enkel maar makkelijker gemaakt. Kunnen intussen hun ooit complete horrorficties gewoon volop met bangelijke realiteiten van vandaag worden geïnjecteerd. Cynische grijns, wordt Cradle of Filth zo hedentendage alleen maar relevanter. De enige stabiele factor tussen al dat hallucinante wat definitief terminaal is, blijkt uiteindelijk Cradle of Filth zelf.
Finale zinvolle typeringen bij het passeren van dergelijk schitterend epos: dreigend, wervelend, woest, wiegend, snijdend, pompeus. Zo leggen de Britten je hun nummer 13 vrolijk eigentijds op het bord. Voor hen dus, 13, geen zinloze ongelukstreffer. Net zomin voor hun stevige metalaanhang. Die krijgen er gewoon een heel zinvol pareltje bij.
* Ramin Djawadi, soundtrackcomposer, o.a. van acht seizoenen 'The Game Of Thrones'.
Creeper - Sanguivore (2023)

4,5
0
geplaatst: 27 oktober 2023, 16:30 uur
Vroeger zat de Engelse band Creeper in de punk en de hardcore. Nu hebben ze zich voor hun derde album resoluut gehergroepeerd tot een gedistilleerde theatrale goth-rockband die voortaan vooral grootse klassieke rock speelt. Niet toevallig op vrijdag de dertiende laatst is hun ambitieuze 'Sanguivore' uitgekomen, om de wereld te bewijzen dat daarmee hun muzikaal leven een herstart heeft genomen. Met 'Sanguivore' hebben ze nu namelijk twee plaatkantjes vol heel aanstekelijke songs over oprijzende vampieren geschreven, een rock-act waar ze vanaf nu met heel veel inleving mee over-the-top willen. De creepy groepsnaam hadden ze al, maar nu is zelfs de artiestennaam van frontzanger Will Gould voor de gelegenheid passend omgevormd naar William Von Gould.
En de sanguivoren uit de titel die staan voor creaturen, weetjewel, die zich voeden met bloed. Creeper volgt op het album een meedogenloze vampierenhoofdvrouw Mercy die in haar reis doorheen een wereld van dood, godslastering en seks op zoek is om iets van haar menselijkheid te herontdekken.
Daarnaast getuigt het album van nog een andere wederopstanding, de terugkeer op de frontstage van vriend-stergitarist Ian Miles, na z'n lange psychiatrische behandeling voor bipolaire stoornis.
Het hele album is bovendien ingeblikt in nauwe samenwerking met producer Tom Dalgety, die eerder ook groten als Ghost en Rammstein bijstond. Voordat Creeper's symfonische rockopera hier helemaal levensgroot in zijn lange dramatische ouverture openbarst, opent het filmische 'Further Than Forever' eerst nog met wat fijnzinnige John Williams-pianonoten. Maar vooral dan bij al die bombast en grandeur, al die ritmeversnellingen, gitaarsolo's en ongure spoken-word helemaal richting het Armageddon, daar hoor je overduidelijk aan wie deze plaat is opgedragen: de componist-producer Jim Steinman, waaraan Meat Loaf zowat alles te danken had. Het was immers Will Gould's en Tom Dalgety's gezamenlijke liefde voor de man die de doorslag gaf voor het samen in zee gaan voor dit 'Sanguivore'-project.
Het hele bonte 'Rocky Horror Picture Show'-sfeertje zit er na 'Further Than Forever' al goed in, een in optima forma romantisch horroralbum dat evengoed passeert met de nostalgie van een 'Phantom of The Opera', waarin overigens ook Zijne Creepyness Alice Cooper zich prima in z'n sas zou voelen. Een opwindende single als het geile 'Cry to Heaven' staat al klaar voor de dansvloer, uit de startblokken schiet die als pompende Rammstein en een Till Lindemann in ademnood. Maar gevuld ook met enorme Sisters of Mercy-koorvegen, keyboards en zware synths bij Gould's stijgende vocals. De furieuze gitaarsolo's en -riffs vliegen je erbij rond de oren.
Je voorvoelt het dan al aan dat klein inkomende pianoriedeltje, het duistere, met vanuit diepe krochten opwalmende, van sinistere voice-over voorziene 'Sacred Blasphemy' ontaardt helemaal in razende, verschroeiende horrorpunk. Maar al dat stuitend schoffelend heerlijks, da's toch onloochenbaar weer nog eens helemaal uit de doos van het ouwe Creeper.
Een paar draaibeurten en je weet het, de hoogst bloederige 'The Ballad of Spook & Mercy' zet er voor het eerst even heel weloverwogen en ondubbelzinnig een nodige rem op. Die sublieme sleper heeft bewust de griezelige lyriek van Nick Cave & The Bad Seeds' 'Murder Ballads' opgezogen. Hoor tijdens het crescendo rijzend volume intussen ook die fraai kabbelende, rustige Metallica-gitaarsolo, naast de voortdurend geweldig naargeestig tekeergaande topzanger 'Von Gould'.
Ook in de catchy beukend en stuwende hardrocker 'Lovers Led Astray' zit in het ver meedeinend koor, de grimmige fluistering, croonende woede, wentelende synths en de pittige riffs weer die sterk meeslepende eighties-vibe. De dreigend opstartende single 'Teenage Sacrifice' vervolgens, da's toch gewoon met de wind meehuilen en zo stampend en fors mogelijk doorriffen met, zie daarvoor maar de video, meer dan duidelijke knipogen naar Brian De Palma's rode wraakengel 'Carrie'. Het vervaarlijke 'Chapel Gates' is weer zo'n wilde rechttoe-rechtaan Greenday-punker waarop tegenwoordig zelfs een gestroomlijnde The Rolling Stones wel zeker tekeer zouden willen gaan.
Het kort instrumentaaltje 'The Abyss' dan, waarop de duisterste kerkorgels opzwellen als nederige opstap naar het decadent in galop dravende single 'Black Heaven'. Lekker morbied uptempobeat, echt een nachtclub-discodansnummer, maar dan ressorterend onder het zwartste van The Sisters of Mercy-eighties.
In de afsluitende tranentrekkende pianoballad 'More Than Death' wordt een macaber liefdeslied herboren, met als altijd Gould's enthousiaste vocalen vol in de picture, die zich van rustig andante tussen de pathetisch aangeslagen pianoakkoorden helemaal dramatisch weten op te drijven tot in zijn helderste, hoogst mogelijke stemregister.
Sterk dit! Ze hebben er lang aan gewerkt, maar dit is een heel gevarieerde verzameling heel theatrale hits opgetrokken in een vrolijk op vampierenfilms geïnspireerde fantasiewereld, een helse soundtrack vol muzikale invloeden. Samen creëert een zelfverzekerd Creeper een gedurfd album met daarin een mooi samenhangend melodische sound, heel filmisch en heel Steinman-getint, gelukzalige harmonieën en grandioze bombast, en niet te vergeten die regen van de fraaiste gitaarsolo's. Een toegewijd spelende band die hier duidelijk met heel veel plezier in de studio stond. Die daarmee ons applaus verdient. Op naar de podia dus met die handel. Maar eerst komt nog Halloween...
En de sanguivoren uit de titel die staan voor creaturen, weetjewel, die zich voeden met bloed. Creeper volgt op het album een meedogenloze vampierenhoofdvrouw Mercy die in haar reis doorheen een wereld van dood, godslastering en seks op zoek is om iets van haar menselijkheid te herontdekken.
Daarnaast getuigt het album van nog een andere wederopstanding, de terugkeer op de frontstage van vriend-stergitarist Ian Miles, na z'n lange psychiatrische behandeling voor bipolaire stoornis.
Het hele album is bovendien ingeblikt in nauwe samenwerking met producer Tom Dalgety, die eerder ook groten als Ghost en Rammstein bijstond. Voordat Creeper's symfonische rockopera hier helemaal levensgroot in zijn lange dramatische ouverture openbarst, opent het filmische 'Further Than Forever' eerst nog met wat fijnzinnige John Williams-pianonoten. Maar vooral dan bij al die bombast en grandeur, al die ritmeversnellingen, gitaarsolo's en ongure spoken-word helemaal richting het Armageddon, daar hoor je overduidelijk aan wie deze plaat is opgedragen: de componist-producer Jim Steinman, waaraan Meat Loaf zowat alles te danken had. Het was immers Will Gould's en Tom Dalgety's gezamenlijke liefde voor de man die de doorslag gaf voor het samen in zee gaan voor dit 'Sanguivore'-project.
Het hele bonte 'Rocky Horror Picture Show'-sfeertje zit er na 'Further Than Forever' al goed in, een in optima forma romantisch horroralbum dat evengoed passeert met de nostalgie van een 'Phantom of The Opera', waarin overigens ook Zijne Creepyness Alice Cooper zich prima in z'n sas zou voelen. Een opwindende single als het geile 'Cry to Heaven' staat al klaar voor de dansvloer, uit de startblokken schiet die als pompende Rammstein en een Till Lindemann in ademnood. Maar gevuld ook met enorme Sisters of Mercy-koorvegen, keyboards en zware synths bij Gould's stijgende vocals. De furieuze gitaarsolo's en -riffs vliegen je erbij rond de oren.
Je voorvoelt het dan al aan dat klein inkomende pianoriedeltje, het duistere, met vanuit diepe krochten opwalmende, van sinistere voice-over voorziene 'Sacred Blasphemy' ontaardt helemaal in razende, verschroeiende horrorpunk. Maar al dat stuitend schoffelend heerlijks, da's toch onloochenbaar weer nog eens helemaal uit de doos van het ouwe Creeper.
Een paar draaibeurten en je weet het, de hoogst bloederige 'The Ballad of Spook & Mercy' zet er voor het eerst even heel weloverwogen en ondubbelzinnig een nodige rem op. Die sublieme sleper heeft bewust de griezelige lyriek van Nick Cave & The Bad Seeds' 'Murder Ballads' opgezogen. Hoor tijdens het crescendo rijzend volume intussen ook die fraai kabbelende, rustige Metallica-gitaarsolo, naast de voortdurend geweldig naargeestig tekeergaande topzanger 'Von Gould'.
Ook in de catchy beukend en stuwende hardrocker 'Lovers Led Astray' zit in het ver meedeinend koor, de grimmige fluistering, croonende woede, wentelende synths en de pittige riffs weer die sterk meeslepende eighties-vibe. De dreigend opstartende single 'Teenage Sacrifice' vervolgens, da's toch gewoon met de wind meehuilen en zo stampend en fors mogelijk doorriffen met, zie daarvoor maar de video, meer dan duidelijke knipogen naar Brian De Palma's rode wraakengel 'Carrie'. Het vervaarlijke 'Chapel Gates' is weer zo'n wilde rechttoe-rechtaan Greenday-punker waarop tegenwoordig zelfs een gestroomlijnde The Rolling Stones wel zeker tekeer zouden willen gaan.
Het kort instrumentaaltje 'The Abyss' dan, waarop de duisterste kerkorgels opzwellen als nederige opstap naar het decadent in galop dravende single 'Black Heaven'. Lekker morbied uptempobeat, echt een nachtclub-discodansnummer, maar dan ressorterend onder het zwartste van The Sisters of Mercy-eighties.
In de afsluitende tranentrekkende pianoballad 'More Than Death' wordt een macaber liefdeslied herboren, met als altijd Gould's enthousiaste vocalen vol in de picture, die zich van rustig andante tussen de pathetisch aangeslagen pianoakkoorden helemaal dramatisch weten op te drijven tot in zijn helderste, hoogst mogelijke stemregister.
Sterk dit! Ze hebben er lang aan gewerkt, maar dit is een heel gevarieerde verzameling heel theatrale hits opgetrokken in een vrolijk op vampierenfilms geïnspireerde fantasiewereld, een helse soundtrack vol muzikale invloeden. Samen creëert een zelfverzekerd Creeper een gedurfd album met daarin een mooi samenhangend melodische sound, heel filmisch en heel Steinman-getint, gelukzalige harmonieën en grandioze bombast, en niet te vergeten die regen van de fraaiste gitaarsolo's. Een toegewijd spelende band die hier duidelijk met heel veel plezier in de studio stond. Die daarmee ons applaus verdient. Op naar de podia dus met die handel. Maar eerst komt nog Halloween...
Crowded House - Dreamers Are Waiting (2021)

4,0
1
geplaatst: 9 juni 2021, 08:11 uur
CH is al 36 jaar een huis van vertrouwen. Tal van grote muzieknamen verworden mettertijd tot huizen van verval, maar CH blijft ondanks alles en ook na meer dan 10 jaar stilte mooi zichzelf. Founding father Neil Finn's is nog steeds de motor, misschien vond ie precies in zijn touren laatst met Fleetwood Mac de drive voor een heropstart van CH. Zijn voor CH zo karakteristieke stemgeluid leidt nog steeds de dans. 'The house' is nu bovendien ook nog letterlijk meer 'crowded', nu nog twee Finn's, Neil's 2 zonen, er mee introkken, zij ook als songschrijvers. Vooruitziende jongen dus, Neil. Hier in alle geval andermaal 'n aangename luisterplaat vol korte songs, catchy oorwurmpjes met harmonietjes om, koptelefoon op, te ontdekken en zalig door te luisteren. Ook de nieuwelingen kwijten zich voortreffelijk van hun schrijfkunsten. De songs als vanouds zacht melancholisch, met als echte CH-topper 'To The Island', nostalgische mijmering over homeland Nieuw Zeeland. Her en der schijnen Neil's twijfels over de prestaties van zijn generatie door. Het hilarische 'Whatever You Want' zet dan weer de Amerikaanse politiek van de laatste jaren goed te kakken. Sprankelende albums als dit verdienen het volle licht onder de muziekzon. CH did it again!
