Hier kun je zien welke berichten henrie9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lambchop - Showtunes (2021)

4,0
4
geplaatst: 2 juni 2021, 06:58 uur
Aan die typisch melancholische, wat sombere Lambchopsfeer, daar raakt een mens toch echt aan gehecht. Al is Kurt nu al een paar jaren buiten zijn veilige paden zoekende, dan levert ie hier toch wel weer onopgesmukt een rustige, emotionele, lieflijke plaat af en zien we hem daarom straks met z'n integrale showtunespakket graag terug op een in passende nachtsfeer gehuld schouwburgpodium. (En evenzo in de après lounge, waar deze sympathieke Lambchopvrienden zich nu eenmaal thuisvoelen.) Er zit warmte én verwarring in deze 8 korte songs van de weer collectief sterk musicerende groep, de sound vooral pianogedreven, met breekbare, soms vervormde stem. Blazers ook, een enkele acoustische gitaar, heel wat elektronische ambient en aan het einde verrassende soprano. Zoals het eerste nummer 'A Chef's Kiss' aangeeft zou hij het over voorbijgaande dingen hebben in 't leven en bij uitbreiding in de muziek. Toch zit er bij wijlen ook 'n luchtige knipoog in de teksten en titels, instrumentaaltje 'Impossible Meatballs' , titel over over z'n 'Papa Was A Rolling Stone Journalist'. Slotnummer ''The Last Benedict' is een hoogstandje, cryptische zang, sfeervol opgedirkt in laagjes, geluidsbehang van onbestemde opera, zee... Mooi, zinvol plaatje kortom. Best te consumeren bij kaarslicht.
Lana Del Rey - Chemtrails over the Country Club (2021)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2021, 13:31 uur
Het oorspronkelijk lelijk eendje zwemt nu tussen de mooie zwanen van de vijver. In haar verstilde plaat blikt ze nostalgisch maar zelfbewust terug. Je hoort haar voorbeelden : Joni Mitchell, Joan Baez en Stevie Nicks. Applaus.
Lankum - False Lankum (2023)

4,5
3
geplaatst: 4 mei 2023, 19:45 uur
Muzikale openbaringen doen zich wel meer voor in de luwte na de grote ovatie. Maar ook dan nog kan je even hard uitschreeuwen hoe fantastisch bijvoorbeeld deze nieuwe shit van het Ierse Lankum wel is en hoe zwaar ze zich hier (weer) mee hebben overtroffen. Laat dit hier zo aan de vooravond van Labadoux, eerste Belgische folkfestival van 2023 - waar ze, nu ja, nog nièt optreden - voor thuisblijvers alvast een ultieme goedmaker zijn.
Zet deze folkie Dubliners daar dan wel niet in de vrolijke zuiptent. Want hun nieuwe, ja, da's meer dan een uur lang een uitzonderlijke, pure Ierse whiskey, met de blend erin van hun hele vaderlandse muzikale traditie, van hun hele geschiedenis tout court voilà én tegelijk ook van een muzikaal experiment en avant-garde à la Warren Ellis en doom met elektronica-affiniteiten à la Sunn O))) en Swans. Nieuwsoortige overweldigende folkmuziek dus met dito overrompelende lyrics, met altijd rillend donkere randen, Ierse kroegen en de veilige folklore al heel ver voorbij. Dit is het eigenzinnige Lankum, met hun 'False Lankum' zo turbulent en getroebleerd als de histories op het hele groene Ierse eiland zelf, in een oogverblindend muzikaal tableau, harmonisch en zacht en even vaak aardedonker, smartelijk en intens.
Lankum vertrekt vanuit de tragedie van waaruit de meeste van hun songs werden geschreven, vaak eeuwenoude zeemansliederen over gebroken liefdes, wraak en moord, maar dan herinterpreteren ze welbewust het oude en verbinden het geniaal met het nieuwe en de manke tijdsgeest van vandaag. Hun originaliteit ontsluit zich al onmiddellijk in die onthutsende, verontrustende opener, met die al door zovelen gecoverde traditional 'Go Dig My Grave'. Die krijgt hier al direct een dreigende drone mee, een door Ierse doedelzak alarmerend lang aangeblazen rituele klaagtoon bij het verdriet van en om het tienermeisje en haar zelfgekozen einde met de strop. Meteen een prachtige moderne horrorballade vol droefenis, door zangeres Radie Peat bovendien hartverscheurend sterk bezongen en rechtstreeks geïnspireerd op de traditionele door de 17e eeuwse Ierse kerk verguisde 'keening'-klaagzang, waarbij men zogenaamd de verloren zielen van de doden opzocht. We krijgen het net zo in het opwindende 'Master Crowley's', een psychedelische oplichtende traditional-instrumental. Begint opgewekt met levendige concertina's als een keurige zeemansreel, hapklaar voor de enthousiaste rijen in de balroomdancing, maar het feest wordt in zijn lieve rust gauw verstoord, manischer en van dan af niet afgevend geteisterd door somber dreigende, overwaaiende industrial-metalen. Muziek dus die na de sereniteit vaak ineens in andere richtingen blijkt weg te draaien. Zoals ook in het eigen nummer 'Netta Perseus', wervelende akoestische kabbelingen ontaarden algauw in krassende industrial, opgejaagd door onrustig rommelende percussie. Even onnegeerbaar als apart in zijn abrupt vervormende versnellingen is de indrukwekkende stamper 'The New York Trader', dat en passant ook het deuntje meeneemt van 'Big Black Cat'. Een en al dansbare intensiteit opgevoerd tot psychedelisch opperste extase.
Nu, daartegenover bevat 'False Lankum' evengoed zijn aantal fragiele akoestische nummers vol fraaie vocale harmonieën, maar altijd wel met iets subtiel elektronisch borrelends eronder. Het in begrafenisstemming schurend optrekkend 'Clear Away in the Morning', met wazige harmonieën over de zeeman die uitkijkt naar zowel de zee als naar thuis. Het lijkt onwillekeurig een hemels eerbetoon aan Low en hun dit jaar overleden zangeres Mimi Parker. Vredige zangerigheid van de altijd sublieme Radie Peat ook in die eenvoudige liefdesballade 'Newcastle', over de hartbrekende zoektocht tot in Londen van de Newcastle-man naar zijn weggelopen vrouw, dit hoorden ze vermoedelijk al zingen rond 1620! 'On a Monday Morning' dan, even akoestische pracht en de bitterzoete weelde verder van 'Lord Abore and Mary Flynn', nog zo'n griezelig fraaie ballad.
Het sonisch meest gewaagde bravourestuk wordt bewaard tot op het einde: Lankum's eigen, in twaalf duistere minuten uitgesponnen trip 'The Turn'. Finale rouw na de catastrofe en hoop op betere tijden. Eén epische hap filmische ambient, zinderende uitdaging tot het uiterste. In Pink Floyd-progparlando opstartend, terwijl met de mistige rookslierten van vocalen en instrumenten noise het overneemt. Doet sterk terugdenken aan 'Time's Blur', afsluiter van Lord Huron's meesterwerk 'Long Lost'.
Dit fascinerend Lankum is een de folk diep toegewijde multi-instrumentalistenband, met naast excellerende zangeres Peat, de broers Daragh en Ian Lynch en Cormac MacDiarmada. Samen bespelen ze naast de electronics hun kastvol niet alledaagse folkinstrumenten. 'False Lankum' is zo meer dan een uurlang unieke folk met een geluid dat zich zelfs verrassend evenwichtig verbindt met originele soundscapes uit prog en death- of doommetal. Hun producer, daarbij zeker niet onbelangrijk, is John 'Spud' Murphy, die net zo het mooie werk leverde bij de duizelingwekkende mixers van Black Midi en die Lankum vooral inspireerde om verwachtingen en conventies van de behoudsgezinde folkmiddens eens en voorgoed overboord te gooien. 'False Lankum' blikten ze zodoende in in de fameuze Hellfire Studio's in de heuvels van Dublin. Het werd de ambitieuze bevestiging van hun 'fuck them'-mentaliteit én van de muzikale reuzensprongen die ze maken. Beoordeel dus vooral zelf de ongeslepen schoonheid van het resultaat.
Zet deze folkie Dubliners daar dan wel niet in de vrolijke zuiptent. Want hun nieuwe, ja, da's meer dan een uur lang een uitzonderlijke, pure Ierse whiskey, met de blend erin van hun hele vaderlandse muzikale traditie, van hun hele geschiedenis tout court voilà én tegelijk ook van een muzikaal experiment en avant-garde à la Warren Ellis en doom met elektronica-affiniteiten à la Sunn O))) en Swans. Nieuwsoortige overweldigende folkmuziek dus met dito overrompelende lyrics, met altijd rillend donkere randen, Ierse kroegen en de veilige folklore al heel ver voorbij. Dit is het eigenzinnige Lankum, met hun 'False Lankum' zo turbulent en getroebleerd als de histories op het hele groene Ierse eiland zelf, in een oogverblindend muzikaal tableau, harmonisch en zacht en even vaak aardedonker, smartelijk en intens.
Lankum vertrekt vanuit de tragedie van waaruit de meeste van hun songs werden geschreven, vaak eeuwenoude zeemansliederen over gebroken liefdes, wraak en moord, maar dan herinterpreteren ze welbewust het oude en verbinden het geniaal met het nieuwe en de manke tijdsgeest van vandaag. Hun originaliteit ontsluit zich al onmiddellijk in die onthutsende, verontrustende opener, met die al door zovelen gecoverde traditional 'Go Dig My Grave'. Die krijgt hier al direct een dreigende drone mee, een door Ierse doedelzak alarmerend lang aangeblazen rituele klaagtoon bij het verdriet van en om het tienermeisje en haar zelfgekozen einde met de strop. Meteen een prachtige moderne horrorballade vol droefenis, door zangeres Radie Peat bovendien hartverscheurend sterk bezongen en rechtstreeks geïnspireerd op de traditionele door de 17e eeuwse Ierse kerk verguisde 'keening'-klaagzang, waarbij men zogenaamd de verloren zielen van de doden opzocht. We krijgen het net zo in het opwindende 'Master Crowley's', een psychedelische oplichtende traditional-instrumental. Begint opgewekt met levendige concertina's als een keurige zeemansreel, hapklaar voor de enthousiaste rijen in de balroomdancing, maar het feest wordt in zijn lieve rust gauw verstoord, manischer en van dan af niet afgevend geteisterd door somber dreigende, overwaaiende industrial-metalen. Muziek dus die na de sereniteit vaak ineens in andere richtingen blijkt weg te draaien. Zoals ook in het eigen nummer 'Netta Perseus', wervelende akoestische kabbelingen ontaarden algauw in krassende industrial, opgejaagd door onrustig rommelende percussie. Even onnegeerbaar als apart in zijn abrupt vervormende versnellingen is de indrukwekkende stamper 'The New York Trader', dat en passant ook het deuntje meeneemt van 'Big Black Cat'. Een en al dansbare intensiteit opgevoerd tot psychedelisch opperste extase.
Nu, daartegenover bevat 'False Lankum' evengoed zijn aantal fragiele akoestische nummers vol fraaie vocale harmonieën, maar altijd wel met iets subtiel elektronisch borrelends eronder. Het in begrafenisstemming schurend optrekkend 'Clear Away in the Morning', met wazige harmonieën over de zeeman die uitkijkt naar zowel de zee als naar thuis. Het lijkt onwillekeurig een hemels eerbetoon aan Low en hun dit jaar overleden zangeres Mimi Parker. Vredige zangerigheid van de altijd sublieme Radie Peat ook in die eenvoudige liefdesballade 'Newcastle', over de hartbrekende zoektocht tot in Londen van de Newcastle-man naar zijn weggelopen vrouw, dit hoorden ze vermoedelijk al zingen rond 1620! 'On a Monday Morning' dan, even akoestische pracht en de bitterzoete weelde verder van 'Lord Abore and Mary Flynn', nog zo'n griezelig fraaie ballad.
Het sonisch meest gewaagde bravourestuk wordt bewaard tot op het einde: Lankum's eigen, in twaalf duistere minuten uitgesponnen trip 'The Turn'. Finale rouw na de catastrofe en hoop op betere tijden. Eén epische hap filmische ambient, zinderende uitdaging tot het uiterste. In Pink Floyd-progparlando opstartend, terwijl met de mistige rookslierten van vocalen en instrumenten noise het overneemt. Doet sterk terugdenken aan 'Time's Blur', afsluiter van Lord Huron's meesterwerk 'Long Lost'.
Dit fascinerend Lankum is een de folk diep toegewijde multi-instrumentalistenband, met naast excellerende zangeres Peat, de broers Daragh en Ian Lynch en Cormac MacDiarmada. Samen bespelen ze naast de electronics hun kastvol niet alledaagse folkinstrumenten. 'False Lankum' is zo meer dan een uurlang unieke folk met een geluid dat zich zelfs verrassend evenwichtig verbindt met originele soundscapes uit prog en death- of doommetal. Hun producer, daarbij zeker niet onbelangrijk, is John 'Spud' Murphy, die net zo het mooie werk leverde bij de duizelingwekkende mixers van Black Midi en die Lankum vooral inspireerde om verwachtingen en conventies van de behoudsgezinde folkmiddens eens en voorgoed overboord te gooien. 'False Lankum' blikten ze zodoende in in de fameuze Hellfire Studio's in de heuvels van Dublin. Het werd de ambitieuze bevestiging van hun 'fuck them'-mentaliteit én van de muzikale reuzensprongen die ze maken. Beoordeel dus vooral zelf de ongeslepen schoonheid van het resultaat.
Laura Mvula - Pink Noise (2021)

4,0
1
geplaatst: 6 juli 2021, 17:52 uur
Ze stond bij mij voordien ook al op een zeer mooi blaadje, deze conservatoriumzangeres Laura Mvula. Maar het gebeurde eerder al dit jaar met St.Vincent en nu herhaalt het zich bij haar. Terugduiken in oude platenkasten met een sound van decennia geleden en eruit weerkeren en opveren met niet minder dan een persoonlijk en muzikaal hoogtepunt. Zichzelf daarbij verloochenen doet ze niet, nee. Dat niet bij een ervaren en zelfbewust iemand als Laura, eerder integendeel. Ze vond wel haar zelfzekerheid terug en oplevend door haar sterke nieuwe plaat kijkt ze nu terug op dieptes, liefdes, frustraties, haar tranen en 't loslaten van verleden. Haar voorheen in andere pop, soul en jazz gedrenkt stemgeluid, waarmee ze blijkbaar toch niet helemaal tevreden meer was, past nu naadloos in een veel frisser, tegelijk eigentijdser jasje. Met die fantastische stem van haar staat ze er nu na jaren van stilte ineens weer, vol overgave, met energiek meanderende songs. Ze doet het nu zuiverder poppy, funkier, met meer disco en met synths, vooral meer synths. Net als haar idolen uit de eighties. Je wijst zelfs klakkeloos aan waar ze de mosterd vond, bij Janet en Michael Jackson, Whitney Houston, Chic, Grace Jones, Prince, en ongetwijfeld nog anderen. In beginsong, 'Safe Passage' showt ze al direct haar nieuwe outfit : komt op met smachtende krachtstem, geflankeerd door strakke drummachines, pompende bas en vuurwerk in de synths. Ook zo in t daarop volgende 'Conditional', dansbaar, gelaagde vocalen, breaks en beats op diep rollende synths. Ze kijkt bitter terug op haar droge drop bij Sony Records en 't leed dat die periode haar berokkende. 'Church Girl', vrolijke Whitney Houston/Prince-discofloorfiller over schijnheiligheid. 'Remedy', kordaat naar de dance-party als tegengif voor vijandige anderen die zomaar mensen neerschieten en tot "I can't breathe" drijven. 'Magical', sterke r&b-song met de nieuwe soul van Laura. 'What Matters', mooi ongerimpeld duet met Simon Neil van Biffy Clyro, gegarandeerde plakker voor de dansvloer. 'Got Me', Laura subliem gereincarneerd in Michael Jackson, nog zo'n hoogtepunt met alles erop en eraan. 'Before The Dawn', vat het dan muzikaal nog eens mooi samen. Jezelf op schitterende wijze terugzoeken in de eighties en je op de koop toe als ambitieuze diva heruitvinden. 't Is niet alleen een nieuwe start dus dit. Ook Laura Mvula is nu een nieuwe ster voor de grote podia.
Leprous - Aphelion (2021)

4,5
1
geplaatst: 15 september 2021, 23:29 uur
Echt, staat de bandnaam je tegen? Je denkt onwillekeurig aan afzichtelijk lepreus, vermoedt extreme geluiden, Cannibal Corpse? Nou man, think again...
Ziehier, wat moois Leprous ons deze keer brengt! Hier een volleerd dramatisch klinkend muzikaal epos, dat vanaf de dreigende beginnoten van 'Running Low' heel toegankelijk als een imaginaire Noorse progrockopera binnenkomt. Met de schitterende pathetische falsetto rockstem van frontman Einar Solberg glijdt, stuitert de plaat een uur lang teatraal in z'n wilde universum rond de zon.
Dit is filmisch, dramatisch, klagend. 't Zijn losse, maar opzwepende, vaak beangstigende scores, vocals die je pakken, tot in de ziel raken. Spannend, 't is avontuur.
Naast het rockinstrumentarium, de riffs en de behoorlijk stevig doordenderende ritmes, de synths, etaleert het vijftal ook mooi krassende viool- en cellogeluiden, piano, zelfs blazers.
'Out of Here' is een spaarzaam, relatief rustig nummer, hemelse zanglijn op wiegende gitaren, zelfs de passerende rocktrein remt eerbiedig af.
'Silhouette', stompende electronica-rocksong met vocals in hoge registers, ha, met poppy o-ho-ho-achtergrondkoortjes. Het melodische 'All The Moments', schitterende totaalprestatie, zalig elektrisch ontbolsterend in een vredig piano en cello-intermezzo, uitwaaierend in een ongelooflijk muzikaal spectrum vol interferende emoties.
Het diepgrommende, in sci-fi-electronics ingeklede 'Have You Ever', fraaie donkere ruimtefantasie met oriëntaalse orkestratie.
The Silent Revelation, andermaal een hoogstandje. Episch funky openend, geeft het al vlug, in een furieuze maalstroom, de volle plaats aan de met z'n superieure klaagvocalen croonende Einar. Geagiteerde celloritmes, sluipende jazztoetsen die in kletterend beukwerk uiteenspatten. Onder alarmerende riffs en huilende vocals culmineert de prachtsong in die ene abrupt funky afsluitende rocknoot.
Een plechtig opstrijkend 'The Shadow Side', weer een ingenieus, rond Einar's stem ineengeknutseld miniatuurtje, waarrond de constant als orkest gefocuste groep, inspelend, samenzingend, harmonie in perfectie haalt.
Het prachtige 'On Hold', die melodieën in hoogtes en dalen, het legt zo mogelijk in zijn verscheiden schoonheid de gradatie nog hoger. Alle registers open! Het bijna akoestisch, sereen klassiek gedreven 'Castaway Angels', vertwijfeld repetitieve vocalen, jammerende treurzang.
Nog zo'n juweel, het afsluitende 'Nighttime Disguise'! Hevigste song op de plaat, gelaagd, indrukwekkende aanjagende riffs en drums begeleiden Einars verhaal. Droeve pianotoetsen kunnen zijn vocale erupties niet weerhouden, ze schieten door tot op de rand der metalscreams. Metalfinale als deze, die is, zo blijkt, zeldzaam geworden in Leprous' huidige sound.
Maar wat een totale luisterervaring, dit nieuwe Leprous. Is deze plaat dynamisch, boeiend! De vocale prestatie van Einar Solberg op deze plaat is effenaf indrukwekkend. Niettemin vergt elk afzonderlijk nummer het uiterste van ieder bandlid. En zie, de stukjes vallen in elke song telkens precies en mooi op hun plaats.
Aphelion, bij een planeet in een baan om de zon is 't Aphelium de plaats waar ze het verst van de zon verwijderd is. Zou hier een depressieve onderlaag in de lyrics illustreren. Laat dit nu wel het laatste zijn wat je bij dit Aphelion overkomt. Grote klasse, ja, dat des te meer!
Ziehier, wat moois Leprous ons deze keer brengt! Hier een volleerd dramatisch klinkend muzikaal epos, dat vanaf de dreigende beginnoten van 'Running Low' heel toegankelijk als een imaginaire Noorse progrockopera binnenkomt. Met de schitterende pathetische falsetto rockstem van frontman Einar Solberg glijdt, stuitert de plaat een uur lang teatraal in z'n wilde universum rond de zon.
Dit is filmisch, dramatisch, klagend. 't Zijn losse, maar opzwepende, vaak beangstigende scores, vocals die je pakken, tot in de ziel raken. Spannend, 't is avontuur.
Naast het rockinstrumentarium, de riffs en de behoorlijk stevig doordenderende ritmes, de synths, etaleert het vijftal ook mooi krassende viool- en cellogeluiden, piano, zelfs blazers.
'Out of Here' is een spaarzaam, relatief rustig nummer, hemelse zanglijn op wiegende gitaren, zelfs de passerende rocktrein remt eerbiedig af.
'Silhouette', stompende electronica-rocksong met vocals in hoge registers, ha, met poppy o-ho-ho-achtergrondkoortjes. Het melodische 'All The Moments', schitterende totaalprestatie, zalig elektrisch ontbolsterend in een vredig piano en cello-intermezzo, uitwaaierend in een ongelooflijk muzikaal spectrum vol interferende emoties.
Het diepgrommende, in sci-fi-electronics ingeklede 'Have You Ever', fraaie donkere ruimtefantasie met oriëntaalse orkestratie.
The Silent Revelation, andermaal een hoogstandje. Episch funky openend, geeft het al vlug, in een furieuze maalstroom, de volle plaats aan de met z'n superieure klaagvocalen croonende Einar. Geagiteerde celloritmes, sluipende jazztoetsen die in kletterend beukwerk uiteenspatten. Onder alarmerende riffs en huilende vocals culmineert de prachtsong in die ene abrupt funky afsluitende rocknoot.
Een plechtig opstrijkend 'The Shadow Side', weer een ingenieus, rond Einar's stem ineengeknutseld miniatuurtje, waarrond de constant als orkest gefocuste groep, inspelend, samenzingend, harmonie in perfectie haalt.
Het prachtige 'On Hold', die melodieën in hoogtes en dalen, het legt zo mogelijk in zijn verscheiden schoonheid de gradatie nog hoger. Alle registers open! Het bijna akoestisch, sereen klassiek gedreven 'Castaway Angels', vertwijfeld repetitieve vocalen, jammerende treurzang.
Nog zo'n juweel, het afsluitende 'Nighttime Disguise'! Hevigste song op de plaat, gelaagd, indrukwekkende aanjagende riffs en drums begeleiden Einars verhaal. Droeve pianotoetsen kunnen zijn vocale erupties niet weerhouden, ze schieten door tot op de rand der metalscreams. Metalfinale als deze, die is, zo blijkt, zeldzaam geworden in Leprous' huidige sound.
Maar wat een totale luisterervaring, dit nieuwe Leprous. Is deze plaat dynamisch, boeiend! De vocale prestatie van Einar Solberg op deze plaat is effenaf indrukwekkend. Niettemin vergt elk afzonderlijk nummer het uiterste van ieder bandlid. En zie, de stukjes vallen in elke song telkens precies en mooi op hun plaats.
Aphelion, bij een planeet in een baan om de zon is 't Aphelium de plaats waar ze het verst van de zon verwijderd is. Zou hier een depressieve onderlaag in de lyrics illustreren. Laat dit nu wel het laatste zijn wat je bij dit Aphelion overkomt. Grote klasse, ja, dat des te meer!
Limiñanas / Garnier - De Pelicula (2021)

4,5
5
geplaatst: 22 oktober 2021, 09:55 uur
Eerder dit jaar werden we al zeer aangenaam verrast door Nicolas Jaar's fraaie samenwerking met Dave Harrington, hetgeen toen leidde tot DARKSIDE's machtige 'Spiral'. En nu weet dat andere techno-icoon, de fransman Laurent Garnier met z'n cross-over met het Franse psychedelische garageduo The Limiñanas en hun beider recente conceptplaat 'De Película' dit succesverhaal te evenaren.
The Limiñanas? De groep van de bebaarde Lionel en de roodharige Marie Limiñana, illuster garagerockgezelschap uit Perpignan, dat houdt van The Stooges en The Jesus and Marie Chain, maakte eerder al enkele opgemerkte oversteekjes met vooraanstaanden van New Order, Brian Jonestown Massacre en met de Franse filmster Emmanuelle Seigner in hun project L'Epée. Nu was het precies hun beider zwak voor dance, hypnotiserende psychedelica, trancemuziek, krautrock en Duitse progressieve bands als Can en Neu die de vonk bij Garnier deed overspringen. Wat volgde was een intens computerping-pong op afstand. Het verbluffende resultaat is een uniek 'best of both worlds' geworden, een trippy samensmelting waarin beiders kunnen even schoon schittert.
De elf overwegend lang uitgesponnen songs werden op Garnier's verzoek volledig ontdaan van clichématige technokicks, maar door hem dan zo gemixt en voorzien van loops, geluidjes en ritmes dat de dancespirit er toch continu in rondwaart, zoniet eruitspat. Er is bovendien evenwicht tussen Garnier's monumentale strijkersarrangementen en structuren en daartegenover de verdovende beats en drones uit het The Limiñanas-universum. Lange weidse, levendige instrumentals in westernsfeer, royaal doordrenkt met Morricone, tegenover de psychedelische fuzzy acidgitaren van The Limiñanas, hun swingende beats, diepe grooves en ruige rock'n roll.
'De Película', luistert zo als een fascinerende, grootse soundtrack voor een film-noir roadtripfilm. Verliefd Frans tienerkoppel, halfstudent Saul en caravanhoertje Juliette, losers, als in David Lynch' Wild at Heart samen on the road aan een bloedhete Franse zuidgrens. De verbeelding bij de etappes van hun hectische romance langs sombere industriële zones, smerige bordelen, schemerige discotheken vol broeierigheid, drugs en alcohol en sinistere personages, het worden evenveel hallucinante songs op een witgloeiende plaat.
Hé, is dit soms Tom Barman van dEUS' 'Quatre Mains'? Neen, het is wel degelijk de geest van Serge Gainsbourg die het prachtige openingsnummer 'Saul' is binnengedrongen. Zwoel fluisterend Frans parlando-zang op een gelaagd schel hekwerk van Garniertexturen, psychedelisch repetitieve verlatenheid, de dans- en trancevibes van Can zijn gewekt. De tornado van intense ritmes zet zich voort in de even psychedelische rocksong 'Je Rentrais Par Le Bois... BB' en in het sensuele 'Juliette Dans La Caravane.'
Volgt jaardansvloerknaller, de bonkende, stomende nachtclubsong 'Que Calor!' met een in het Spaans vuilzingende Edi Pistolas van de Chileense punkband Panico.
Het filmische, instrumentale 'Promenade Oblique', één lange pulserende beatsong, één massief, op krautrock geïnspireerd stuk highway-psychedelica. Garnier zelf levert even zijn zangbijdrage op 'Juliette Dans La Caravane' en hij doet het nog eens op 'Tu Tournes En Boucle'. Het geniale, instrumentale 'Steeplechase' dan, regelrechte bezwering, met een hoofdrol voor het Hammond-orgel, een en al actie, een almaar tot trance herhalende discotheekmeestamper.
Slepende spoken-wordsong 'Juliette' vervolgens als een nieuw perfect sensueel Gainbourg-Birkin-duet. Net zo erotisch zuchtend gaat Marie daar nog even mee door op een door drukkend onweer ingeleid 'Ne Gâche Pas L'aventure Humaine'. In de spookachtig mooie tranerige ballade 'Au Début C'était Le Début' komt voor het eerst de gekwelde stem van medetekstschrijver Bertrand Belin meecroonen.
Filmisch afsluitend, in de verte uit de western wegrazend verkeer, de verzengende klaagzang 'Saul S'est Fait Planter', langgerekte distortiongitaren, met de gejoste Saul meetreurende achtergrondvocals, tot alle geluiden van haast en wind zijn weggedeemsterd, tot er na de aftiteling van de roadmovie alleen weemoed overblijft en leegte...
'De Película' is meer dan zomaar een spannende, melodieuze samenwerkingsplaat van talenten uit twee werelden. Je voelt, er is vooreerst met heel veel liefde en speelplezier samen aan geboetseerd. Als een wilde ballade die constant harmonieus slingert en golft is ze uiteindelijk ook meer en beter geworden dan de som der delen. 'De Película ' werd een meesterwerk, tout court.
The Limiñanas zullen het op de podia met 'De Película' uiteraard toch zonder Garnier moeten doen. Maar zo'n plaat wereldkundig maken is sowieso verplichting voor dit bruisend zuiders zevental Lionel, Marie en hun kornuiten.
Een niet te missen Franse topplaat, alweer, na Feu! Chatterton laatst met hun Palais d'Argile!
The Limiñanas? De groep van de bebaarde Lionel en de roodharige Marie Limiñana, illuster garagerockgezelschap uit Perpignan, dat houdt van The Stooges en The Jesus and Marie Chain, maakte eerder al enkele opgemerkte oversteekjes met vooraanstaanden van New Order, Brian Jonestown Massacre en met de Franse filmster Emmanuelle Seigner in hun project L'Epée. Nu was het precies hun beider zwak voor dance, hypnotiserende psychedelica, trancemuziek, krautrock en Duitse progressieve bands als Can en Neu die de vonk bij Garnier deed overspringen. Wat volgde was een intens computerping-pong op afstand. Het verbluffende resultaat is een uniek 'best of both worlds' geworden, een trippy samensmelting waarin beiders kunnen even schoon schittert.
De elf overwegend lang uitgesponnen songs werden op Garnier's verzoek volledig ontdaan van clichématige technokicks, maar door hem dan zo gemixt en voorzien van loops, geluidjes en ritmes dat de dancespirit er toch continu in rondwaart, zoniet eruitspat. Er is bovendien evenwicht tussen Garnier's monumentale strijkersarrangementen en structuren en daartegenover de verdovende beats en drones uit het The Limiñanas-universum. Lange weidse, levendige instrumentals in westernsfeer, royaal doordrenkt met Morricone, tegenover de psychedelische fuzzy acidgitaren van The Limiñanas, hun swingende beats, diepe grooves en ruige rock'n roll.
'De Película', luistert zo als een fascinerende, grootse soundtrack voor een film-noir roadtripfilm. Verliefd Frans tienerkoppel, halfstudent Saul en caravanhoertje Juliette, losers, als in David Lynch' Wild at Heart samen on the road aan een bloedhete Franse zuidgrens. De verbeelding bij de etappes van hun hectische romance langs sombere industriële zones, smerige bordelen, schemerige discotheken vol broeierigheid, drugs en alcohol en sinistere personages, het worden evenveel hallucinante songs op een witgloeiende plaat.
Hé, is dit soms Tom Barman van dEUS' 'Quatre Mains'? Neen, het is wel degelijk de geest van Serge Gainsbourg die het prachtige openingsnummer 'Saul' is binnengedrongen. Zwoel fluisterend Frans parlando-zang op een gelaagd schel hekwerk van Garniertexturen, psychedelisch repetitieve verlatenheid, de dans- en trancevibes van Can zijn gewekt. De tornado van intense ritmes zet zich voort in de even psychedelische rocksong 'Je Rentrais Par Le Bois... BB' en in het sensuele 'Juliette Dans La Caravane.'
Volgt jaardansvloerknaller, de bonkende, stomende nachtclubsong 'Que Calor!' met een in het Spaans vuilzingende Edi Pistolas van de Chileense punkband Panico.
Het filmische, instrumentale 'Promenade Oblique', één lange pulserende beatsong, één massief, op krautrock geïnspireerd stuk highway-psychedelica. Garnier zelf levert even zijn zangbijdrage op 'Juliette Dans La Caravane' en hij doet het nog eens op 'Tu Tournes En Boucle'. Het geniale, instrumentale 'Steeplechase' dan, regelrechte bezwering, met een hoofdrol voor het Hammond-orgel, een en al actie, een almaar tot trance herhalende discotheekmeestamper.
Slepende spoken-wordsong 'Juliette' vervolgens als een nieuw perfect sensueel Gainbourg-Birkin-duet. Net zo erotisch zuchtend gaat Marie daar nog even mee door op een door drukkend onweer ingeleid 'Ne Gâche Pas L'aventure Humaine'. In de spookachtig mooie tranerige ballade 'Au Début C'était Le Début' komt voor het eerst de gekwelde stem van medetekstschrijver Bertrand Belin meecroonen.
Filmisch afsluitend, in de verte uit de western wegrazend verkeer, de verzengende klaagzang 'Saul S'est Fait Planter', langgerekte distortiongitaren, met de gejoste Saul meetreurende achtergrondvocals, tot alle geluiden van haast en wind zijn weggedeemsterd, tot er na de aftiteling van de roadmovie alleen weemoed overblijft en leegte...
'De Película' is meer dan zomaar een spannende, melodieuze samenwerkingsplaat van talenten uit twee werelden. Je voelt, er is vooreerst met heel veel liefde en speelplezier samen aan geboetseerd. Als een wilde ballade die constant harmonieus slingert en golft is ze uiteindelijk ook meer en beter geworden dan de som der delen. 'De Película ' werd een meesterwerk, tout court.
The Limiñanas zullen het op de podia met 'De Película' uiteraard toch zonder Garnier moeten doen. Maar zo'n plaat wereldkundig maken is sowieso verplichting voor dit bruisend zuiders zevental Lionel, Marie en hun kornuiten.
Een niet te missen Franse topplaat, alweer, na Feu! Chatterton laatst met hun Palais d'Argile!
Lingua Ignota - Sinner Get Ready (2021)

4,5
3
geplaatst: 13 augustus 2021, 13:21 uur
Dit jaar al 's zwaar buiten je muzikale luistercomfortzone gestapt? Hier 'n biezonder avontuur, unieke plaat van neoklassieke multi-instrumentaliste Kristin Hayter. Goed, de titels ruiken erg naar christelijkheid en naar 't geloof is Hayter onlangs op wel aparte wijze teruggekeerd.
Z' is klassiek geschoold, volgde erg tegen de zin van haar streng katholieke ouders 'n opleiding piano, opera, zang en polyfonie, Bach bestudeerde ze grondig. Kende een allesbehalve rooskleurig leven, als kind gepest, 'n decennium lang anorexie, bij herhaling slachtoffer van jarenlang huiselijk, zwaar seksueel geweld. Zingt dit nu al een paar platen van zich af, verbijsterend, vol eenzame kwetsbaarheid en mededogen. Vertoefde ervoor met haar extreem gewelddadige (ex-)vriend-muzikant een tijdlang in extreme metalsferen. Vandaar haar verblijf, nog steeds, op het Profound Lore Records-metallabel.
Maar met metal heeft precies deze 'Sinner Get Ready' nu uiteindelijk nog weinig uitstaans. Grunts, riffs, blastbeats, helemaal ver te zoeken. Of 't moet - wel gedoseerd - 't duistere, compromisloos hondsbrutale dan zijn, 't losgeslagene, 't verstoorde, de ijzingwekkende martelslagen op de piano, 't katastrofale en apocalyptische in haar story. Jawel, wel zeker in haar geval, 't zijn duistere, elk op hun manier tuchteloos eigenzinnige songs, die Kristin, die toch haar hel overleefde, nu in 9 creatieve anthems van Lingua Ignota over je heen stort.
Die naam 'Lingua Ignota', ze eigende hem zich welbewust toe , 't latijn voor 'onbekende taal'. Via heel eigen naamgeving, bij uitbreiding eigen taalontwikkeling pogen zo dicht mogelijk bij je god te komen, hem uiteindelijk zelfs door je heen laten spreken. Excentriek dus wel zeker, dit alles...
Haar godsvisie gaat terug naar 't streng godvrezende Pennsylvania, waar ze nu woont.
Haar plaat is één grote weerspiegeling van de vaak barre religieuze godsbeleving daar, het thema van godswraak en 't noodzakelijke bekennen en bekeren prominent eroverheen. 't Slachtoffer zoekt steun bij een wrekende god. 't Klinkt bezwerend, zelfs inquisitorisch soms als voor een bijbels tribunaal. Song twee, 'I Who Bend The Tall Grasses', furieuze psalm, zingt op diepe kerkorgeltonen, in allesbehalve devoot woordgebruik, haar god toe haar misbruiker te doden. Ook 'Pennsylvania Furnace', over eenzaamheid en afwezigheid, weer 't onvermijdelijke godsoordeel, verderfelijk individu wordt de hel ingesleurd door zijn eigen honden.
Haar projecten zijn zowel muzikale uitwegen naar survival als persoonlijke veldslagen tegen vrouwenhaat in relaties, voor empowering van die vrouwen tegen mannelijke overheersing en geweld.
Een in z'n geheel met weinig vergelijkbare plaat dus, die luistert als een lange esoterische muzikale bezwering. Vaak bijtend dissonant , maar overwegend toch behoorlijk melodisch, ja veelvuldig zelfs hemels. Met tientallen instrumenten, vooral piano, orgel en electronica, maar ook percussie, viool, dulcimer, banjo, houtblazers, kerkbelletjes, krekelgeluiden en ook illustrerende veldopnames.
Wees gewaarschuwd, op een bedje van drones en piano zal plaatopener 'The Order Of Spiritual Virgins' uitgebreid starten met Bulgaars klinkende polyfonie, zoals je die ook van Le Mystère des Voix Bulgares kan kennen. Zeker niet verwonderlijk, ze legde er zich ooit intens op toe, dus dergelijke mooi gelaagde samenzang verpakt als pastorale folkhymnes komt voortdurend terug. Zo in 'Repent Now Confess Now', met minimale banjo en stemmen.
Bovendien helemaal niks commercieels aan haar plaat. In 't bijbels vertaalde 'Perpetual Flame of Centralia', spookstad in Pennsylvania met z'n ondergrondse koolmijnbrand sinds 1964, zou je 't enige relatieve hitje van de plaat kunnen zien, de rustigste, meest desolaat mogelijke pianosong die je dit jaar zal horen. Of ook nog misschien 't even serene 'Pennsylvania Furnace', drijvend op piano en haar mooie natuurlijke vibrato.
Maar de plaat bevat dus enorm veel moois. 'The Sacred Linament of Judgment', over schijnheilige evangelisten, de beklijvende biechtsong over de gevallen Jimmy Swaggart, ingepakt in polyfonische folk. In spannend lang uitgebouwd hoogtepunt 'Man Is a Spring Flower', gaat na de repetitieve intro de song biezonder fraai over in dartel georchestreerd minimalisme.
Finaal zing je de kerk uit met een verrukkelijke, ingetogen Hayter-psalm 'The Solitary Brethren of Efhrata', prachtige melodische samenzang, slepender dan Low, over 't bizarre geloof in Jezus' bloed als afdoende bescherming tegen gevaarlijke virussen...
Met emotionele stem, van lieflijk tot rauw, en de schitterende harmonische lagen waarin die gedijt, staat Lingua Ignota, Kristin Hayter, hier pal in het midden van een theatrale muzikale performance. Op fenomenale wijze drukt haar bloedrode horizon je met de neus op weerzinwekkende sociale feiten en op de tragische en afschrikwekkende verwerking ervan door fanatieke godsdienstbelevers. Aanleiding tot muzikaal genieten en diep existentieel doordenken te over. Blijf wel op 't rechte pad!
Z' is klassiek geschoold, volgde erg tegen de zin van haar streng katholieke ouders 'n opleiding piano, opera, zang en polyfonie, Bach bestudeerde ze grondig. Kende een allesbehalve rooskleurig leven, als kind gepest, 'n decennium lang anorexie, bij herhaling slachtoffer van jarenlang huiselijk, zwaar seksueel geweld. Zingt dit nu al een paar platen van zich af, verbijsterend, vol eenzame kwetsbaarheid en mededogen. Vertoefde ervoor met haar extreem gewelddadige (ex-)vriend-muzikant een tijdlang in extreme metalsferen. Vandaar haar verblijf, nog steeds, op het Profound Lore Records-metallabel.
Maar met metal heeft precies deze 'Sinner Get Ready' nu uiteindelijk nog weinig uitstaans. Grunts, riffs, blastbeats, helemaal ver te zoeken. Of 't moet - wel gedoseerd - 't duistere, compromisloos hondsbrutale dan zijn, 't losgeslagene, 't verstoorde, de ijzingwekkende martelslagen op de piano, 't katastrofale en apocalyptische in haar story. Jawel, wel zeker in haar geval, 't zijn duistere, elk op hun manier tuchteloos eigenzinnige songs, die Kristin, die toch haar hel overleefde, nu in 9 creatieve anthems van Lingua Ignota over je heen stort.
Die naam 'Lingua Ignota', ze eigende hem zich welbewust toe , 't latijn voor 'onbekende taal'. Via heel eigen naamgeving, bij uitbreiding eigen taalontwikkeling pogen zo dicht mogelijk bij je god te komen, hem uiteindelijk zelfs door je heen laten spreken. Excentriek dus wel zeker, dit alles...
Haar godsvisie gaat terug naar 't streng godvrezende Pennsylvania, waar ze nu woont.
Haar plaat is één grote weerspiegeling van de vaak barre religieuze godsbeleving daar, het thema van godswraak en 't noodzakelijke bekennen en bekeren prominent eroverheen. 't Slachtoffer zoekt steun bij een wrekende god. 't Klinkt bezwerend, zelfs inquisitorisch soms als voor een bijbels tribunaal. Song twee, 'I Who Bend The Tall Grasses', furieuze psalm, zingt op diepe kerkorgeltonen, in allesbehalve devoot woordgebruik, haar god toe haar misbruiker te doden. Ook 'Pennsylvania Furnace', over eenzaamheid en afwezigheid, weer 't onvermijdelijke godsoordeel, verderfelijk individu wordt de hel ingesleurd door zijn eigen honden.
Haar projecten zijn zowel muzikale uitwegen naar survival als persoonlijke veldslagen tegen vrouwenhaat in relaties, voor empowering van die vrouwen tegen mannelijke overheersing en geweld.
Een in z'n geheel met weinig vergelijkbare plaat dus, die luistert als een lange esoterische muzikale bezwering. Vaak bijtend dissonant , maar overwegend toch behoorlijk melodisch, ja veelvuldig zelfs hemels. Met tientallen instrumenten, vooral piano, orgel en electronica, maar ook percussie, viool, dulcimer, banjo, houtblazers, kerkbelletjes, krekelgeluiden en ook illustrerende veldopnames.
Wees gewaarschuwd, op een bedje van drones en piano zal plaatopener 'The Order Of Spiritual Virgins' uitgebreid starten met Bulgaars klinkende polyfonie, zoals je die ook van Le Mystère des Voix Bulgares kan kennen. Zeker niet verwonderlijk, ze legde er zich ooit intens op toe, dus dergelijke mooi gelaagde samenzang verpakt als pastorale folkhymnes komt voortdurend terug. Zo in 'Repent Now Confess Now', met minimale banjo en stemmen.
Bovendien helemaal niks commercieels aan haar plaat. In 't bijbels vertaalde 'Perpetual Flame of Centralia', spookstad in Pennsylvania met z'n ondergrondse koolmijnbrand sinds 1964, zou je 't enige relatieve hitje van de plaat kunnen zien, de rustigste, meest desolaat mogelijke pianosong die je dit jaar zal horen. Of ook nog misschien 't even serene 'Pennsylvania Furnace', drijvend op piano en haar mooie natuurlijke vibrato.
Maar de plaat bevat dus enorm veel moois. 'The Sacred Linament of Judgment', over schijnheilige evangelisten, de beklijvende biechtsong over de gevallen Jimmy Swaggart, ingepakt in polyfonische folk. In spannend lang uitgebouwd hoogtepunt 'Man Is a Spring Flower', gaat na de repetitieve intro de song biezonder fraai over in dartel georchestreerd minimalisme.
Finaal zing je de kerk uit met een verrukkelijke, ingetogen Hayter-psalm 'The Solitary Brethren of Efhrata', prachtige melodische samenzang, slepender dan Low, over 't bizarre geloof in Jezus' bloed als afdoende bescherming tegen gevaarlijke virussen...
Met emotionele stem, van lieflijk tot rauw, en de schitterende harmonische lagen waarin die gedijt, staat Lingua Ignota, Kristin Hayter, hier pal in het midden van een theatrale muzikale performance. Op fenomenale wijze drukt haar bloedrode horizon je met de neus op weerzinwekkende sociale feiten en op de tragische en afschrikwekkende verwerking ervan door fanatieke godsdienstbelevers. Aanleiding tot muzikaal genieten en diep existentieel doordenken te over. Blijf wel op 't rechte pad!
Linkin Park - From Zero (2024)

4,0
2
geplaatst: 21 november 2024, 17:16 uur
Op 1 juli 2017 stond hij nog jumpend en blij Rock Werchter aan te vuren. Amper 3 weken later volgde hij zijn vriend Chris Cornell al op in de zelfmoord. Chester Bennington, gevierde brulboei van Linkin Park deed daarmee tegelijk ook helemaal het licht uit voor de flamboyante Amerikaanse nu-metal-, rap- en rockband Linkin Park. En meteen ook voor het pak intrieste fans.
Helemaal? Niet dus. Na de lancering dit jaar van eerst een paar nieuwe singletjes, moet de bevestiging van Linkin Park's comeback met een heus achtste album voor al die miljoenen dan toch wel het onwaarschijnlijkste event van het jaar 2024 zijn geworden. Met als surplussurprise in het pakket de vaststelling dat Chester's lege plaats, daar frontaal aan de microfoon naast Mike Shinoda, door ene blonde Emily Armstrong wordt opgenomen. Linkin Park zowaar verder met een bevallige dame aan hun roer.
Voor een muzikaal rimpelvrije aanname van dit toch niet evidente nieuwsfeit is weliswaar een globale suggestie op zijn plaats. Vergeet alles wat je muzikaal ooit van Linkin Park hebt gehoord, vergeet hun door eenieder afgekraakte laatste album 'One More Light' en de inmiddels opgekleefde etiketten als 'kindermetal', vergeet ook alle ruis die je in aanloop tot deze release toch over hen zou kunnen hebben opgevangen. Pijnlijke uitlatingen bijvoorbeeld van Chester Bennington's moeder en zoon aan het adres van de groep, boude beweringen over mogelijke foute bindingen van het nieuwe zangeresje met bedenkelijke lui en/of sekten, zure oprispingen bovendien over de met zijn half uur lachwekkend veel te korte duur van het nieuwe plaatje. En dergelijke meer. Slik alles mild, geef hen eens vlakweg het voordeel van de twijfel en beoordeel zonder cynisme deze risicovolle doorstart op zijn muzikale verdiensten. Zo zal de eventueel glorieuze opstap naar een hoger schavotje van een band die bij het overlijden van Bennington nog vertwijfeld zoekend was al niet bij voorbaat zijn gefnuikt.
Al heeft ze evenveel power in de longen als Bennington, met haar energieke geluid is die Emily Armstrong zeker al geen klakkeloze copy-cat van haar voorganger. Een elegante sirene is ze, die het recept van Linkin Park als die voor eenieder vriendelijk klinkende nu-metalband voor de stadions perfect naar zich heeft toegetrokken. Ze heeft alle stijlen haar voorgeschoteld gedwee opgenomen, heeft alles opgezogen en uiteindelijk met het nodige respect naar haar hand gezet. Hier staat iemand die een goede chemie heeft gevonden met de hele band en die met hen alle richtingen opgaat, een popdiva die kan performen, een operazangeres met een scala tot en met screamen als een Dead Sara.
'From Zero' start met een tweeëntwintig seconden a capella-intro, wat cryptisch geneuzel tussen Shinoda en Armstrong om de nieuwe Linkin Park te introduceren.
Dan is het de beurt aan de nu al klassieker 'The Emptiness Machine'. Inderdaad de grootste topper van het album, enerzijds een vintage Linkin Park-song, anderzijds een song die binnenroffelt met een kersvers energieke vibe. Vocale clash ook tussen de twee vocalisten Shinoda en Armstrong die door de collega's tot op barre hoogten worden opgestuwd.
De geagiteerd scanderende punker 'Cut the Bridge' trekt op langs een spoorlijn van ongenadig aangemepte drumslagen, een pad met daarop de beide vocalisten heen en weer slingerend tussen de mistnevels.
'Heavy Is the Crown' zweeft aanvankelijk wat symfonisch binnen, tot gezapig Shinoda's rap invalt en ook de warrige elektronica, maar dan wordt het vooral heerlijk samen rocken met een Armstrong die er steeds oorverdovend bovenuit komt.
Even wat zachtheid en melodie inbouwen dan met 'Over Each Other', hoedanook door Armstrong vurig gecroonde elektropop, helemaal dramatisch solo deze keer, tussen wild tekeergaande rockgitaren en drums.
De grootste metalklets op de plaat komt van het van metalcore riffende en bruisende 'Casualty'. Armstrong, hevig oerschreeuwend in het rond, geeft Shinoda zuiver het nakijken en nieuwe drummer Brittain toont met zijn keer op keer hevig aanrollende drumpolka's nogmaals wat ie in zijn mars heeft. Zalig, extreem en met een dierlijke Armstrong volledig in haar sas.
Het fraaie 'Overflow', een hoekige poprocker opstartend in een bad van psychedelische Nine Inch Nails-industrial. Beklijvend verre piano en elektronica en in echo omhulde vocals galmend à la Ghost.
Het extra-knoestige, van scherpe kartelmessen voorziene 'Two Faced' is opnieuw een classic woedende rock-hiphop-potpourri. In staccato rappen, scratchen en helemaal tot aan de climax duivels krijsen in een pittige Rage Against The Machine-modus.
'Stained' is net als 'Overflow' nog zo'n hartstochtelijke Shinoda-Armstrong-interactie gewikkeld in een strak industrial-popkleedje.
Ook in het met vlijmende gitaarriffs razend gemaakte 'IGYEIH' is DJ Joe Hahn goed scratchend op dreef. "I Gave You Everything I Have" debiteert Armstrong terwijl ze weer het diepste van haar keel opzoekt.
Een supersterk 'Good Things Go' is de afsluiter in typische Linkin Park-stijl. Een weemoedig en sierlijk kronkelend duet waarin Armstrong en Shinoda, begeleid door de vol gas vooruit stuwende gitaren, steeds steiler de atmosfeer ingaan.
Linkin heeft met 'From Zero' tegelijk achteruit gekeken én vooruit. Bij leven en welzijn kan deze band - weze het nu echt 'from zero' of een gewoon als een geslaagde nostalgische reprise - nog jaren mee met de stroom des tijds. De huidige upgrade in de rangen blijkt na alles alvast een bijzonder staaltje van veerkracht. De inschuiving van Emily Armstrong daarbij gaat gepaard met een intense explosie van grinta en daarmee komt Linkin Park niet alleen uit op de best mogelijke opvolging voor de betreurde Chester Bennington, maar muzikaal steekt het het Linkin Park versie 2017 zelfs royaal voorbij.
Op dit fascinerende album zijn er immers momenten te over om verrukt achterover te leunen op het machtig opgevoerde geluid. Dan wel geen miljardenstreamers hier à la 'In The End' of 'Numb', maar de nieuwe bevat voldoende absolute toppers om er zonder meer een sterke aanvulling op te zijn. Met 'From Zero' brengen ze dus vooral succesvol hulde aan zichzelf. Met een dergelijke magie kan Linkin Park niet bleekjes maar zonder blozen weer de wereldpodia op.
Line-up:
Mike Shinoda - zang
Emily Armstrong - zang
Brad Delson - gitaar
Dave “Phoenix” Farrell - bas
Joe Hahn - DJ en video
Colin Brittain - drums
Helemaal? Niet dus. Na de lancering dit jaar van eerst een paar nieuwe singletjes, moet de bevestiging van Linkin Park's comeback met een heus achtste album voor al die miljoenen dan toch wel het onwaarschijnlijkste event van het jaar 2024 zijn geworden. Met als surplussurprise in het pakket de vaststelling dat Chester's lege plaats, daar frontaal aan de microfoon naast Mike Shinoda, door ene blonde Emily Armstrong wordt opgenomen. Linkin Park zowaar verder met een bevallige dame aan hun roer.
Voor een muzikaal rimpelvrije aanname van dit toch niet evidente nieuwsfeit is weliswaar een globale suggestie op zijn plaats. Vergeet alles wat je muzikaal ooit van Linkin Park hebt gehoord, vergeet hun door eenieder afgekraakte laatste album 'One More Light' en de inmiddels opgekleefde etiketten als 'kindermetal', vergeet ook alle ruis die je in aanloop tot deze release toch over hen zou kunnen hebben opgevangen. Pijnlijke uitlatingen bijvoorbeeld van Chester Bennington's moeder en zoon aan het adres van de groep, boude beweringen over mogelijke foute bindingen van het nieuwe zangeresje met bedenkelijke lui en/of sekten, zure oprispingen bovendien over de met zijn half uur lachwekkend veel te korte duur van het nieuwe plaatje. En dergelijke meer. Slik alles mild, geef hen eens vlakweg het voordeel van de twijfel en beoordeel zonder cynisme deze risicovolle doorstart op zijn muzikale verdiensten. Zo zal de eventueel glorieuze opstap naar een hoger schavotje van een band die bij het overlijden van Bennington nog vertwijfeld zoekend was al niet bij voorbaat zijn gefnuikt.
Al heeft ze evenveel power in de longen als Bennington, met haar energieke geluid is die Emily Armstrong zeker al geen klakkeloze copy-cat van haar voorganger. Een elegante sirene is ze, die het recept van Linkin Park als die voor eenieder vriendelijk klinkende nu-metalband voor de stadions perfect naar zich heeft toegetrokken. Ze heeft alle stijlen haar voorgeschoteld gedwee opgenomen, heeft alles opgezogen en uiteindelijk met het nodige respect naar haar hand gezet. Hier staat iemand die een goede chemie heeft gevonden met de hele band en die met hen alle richtingen opgaat, een popdiva die kan performen, een operazangeres met een scala tot en met screamen als een Dead Sara.
'From Zero' start met een tweeëntwintig seconden a capella-intro, wat cryptisch geneuzel tussen Shinoda en Armstrong om de nieuwe Linkin Park te introduceren.
Dan is het de beurt aan de nu al klassieker 'The Emptiness Machine'. Inderdaad de grootste topper van het album, enerzijds een vintage Linkin Park-song, anderzijds een song die binnenroffelt met een kersvers energieke vibe. Vocale clash ook tussen de twee vocalisten Shinoda en Armstrong die door de collega's tot op barre hoogten worden opgestuwd.
De geagiteerd scanderende punker 'Cut the Bridge' trekt op langs een spoorlijn van ongenadig aangemepte drumslagen, een pad met daarop de beide vocalisten heen en weer slingerend tussen de mistnevels.
'Heavy Is the Crown' zweeft aanvankelijk wat symfonisch binnen, tot gezapig Shinoda's rap invalt en ook de warrige elektronica, maar dan wordt het vooral heerlijk samen rocken met een Armstrong die er steeds oorverdovend bovenuit komt.
Even wat zachtheid en melodie inbouwen dan met 'Over Each Other', hoedanook door Armstrong vurig gecroonde elektropop, helemaal dramatisch solo deze keer, tussen wild tekeergaande rockgitaren en drums.
De grootste metalklets op de plaat komt van het van metalcore riffende en bruisende 'Casualty'. Armstrong, hevig oerschreeuwend in het rond, geeft Shinoda zuiver het nakijken en nieuwe drummer Brittain toont met zijn keer op keer hevig aanrollende drumpolka's nogmaals wat ie in zijn mars heeft. Zalig, extreem en met een dierlijke Armstrong volledig in haar sas.
Het fraaie 'Overflow', een hoekige poprocker opstartend in een bad van psychedelische Nine Inch Nails-industrial. Beklijvend verre piano en elektronica en in echo omhulde vocals galmend à la Ghost.
Het extra-knoestige, van scherpe kartelmessen voorziene 'Two Faced' is opnieuw een classic woedende rock-hiphop-potpourri. In staccato rappen, scratchen en helemaal tot aan de climax duivels krijsen in een pittige Rage Against The Machine-modus.
'Stained' is net als 'Overflow' nog zo'n hartstochtelijke Shinoda-Armstrong-interactie gewikkeld in een strak industrial-popkleedje.
Ook in het met vlijmende gitaarriffs razend gemaakte 'IGYEIH' is DJ Joe Hahn goed scratchend op dreef. "I Gave You Everything I Have" debiteert Armstrong terwijl ze weer het diepste van haar keel opzoekt.
Een supersterk 'Good Things Go' is de afsluiter in typische Linkin Park-stijl. Een weemoedig en sierlijk kronkelend duet waarin Armstrong en Shinoda, begeleid door de vol gas vooruit stuwende gitaren, steeds steiler de atmosfeer ingaan.
Linkin heeft met 'From Zero' tegelijk achteruit gekeken én vooruit. Bij leven en welzijn kan deze band - weze het nu echt 'from zero' of een gewoon als een geslaagde nostalgische reprise - nog jaren mee met de stroom des tijds. De huidige upgrade in de rangen blijkt na alles alvast een bijzonder staaltje van veerkracht. De inschuiving van Emily Armstrong daarbij gaat gepaard met een intense explosie van grinta en daarmee komt Linkin Park niet alleen uit op de best mogelijke opvolging voor de betreurde Chester Bennington, maar muzikaal steekt het het Linkin Park versie 2017 zelfs royaal voorbij.
Op dit fascinerende album zijn er immers momenten te over om verrukt achterover te leunen op het machtig opgevoerde geluid. Dan wel geen miljardenstreamers hier à la 'In The End' of 'Numb', maar de nieuwe bevat voldoende absolute toppers om er zonder meer een sterke aanvulling op te zijn. Met 'From Zero' brengen ze dus vooral succesvol hulde aan zichzelf. Met een dergelijke magie kan Linkin Park niet bleekjes maar zonder blozen weer de wereldpodia op.
Line-up:
Mike Shinoda - zang
Emily Armstrong - zang
Brad Delson - gitaar
Dave “Phoenix” Farrell - bas
Joe Hahn - DJ en video
Colin Brittain - drums
Liquid Tension Experiment - 3 (2021)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2021, 19:20 uur
Deze hevig geanticipeerde progmetalplaat lost alles in. LTE (met Portnoy en Petrucci van Dream Theater in de rangen) weten ook in coronatijden hoe toch een teamplaat als deze moet worden afgeleverd. Met meer improvisatie dan ooit ervoren, is het resultaat een meesterlijk hypersonische rit door hun universum die je verbluft achterlaat. En zie, ook Gershwin's 'Rhapsody in Blue' krijgt een unieke progvertaling. Majestueus!
Little Simz - NO THANK YOU (2022)

4,5
3
geplaatst: 21 december 2022, 17:50 uur
Emotion is energy in motion.
Honour your truth and feelings.
Eradicate fear.
Boundaries are important.
(Little Simz - Intro video 'NO THANK YOU')
Little Simz, bij de intimi gekend als Simbiatu 'Simbi' Abisola Abiola Ajikawo, is een Britse rapster, zangeres en actrice. Kreeg laatst in oktober met vertraging de Mercury Prize for Music voor haar vierde album 'Sometimes I Might Be Introvert', ('SIMBI') uit 2021. Wordt sedertdien voor haar platen- en podiumwerk in de hiphopwereld nog verder de sterrenhemel in geprezen. Alles zeer mooi en oververdiend.
Nu, terug in het heden moet zo dichtbij het op z'n einde lopend muziekjaar dan toch nog - uit oververplicht enthousiasme - weer naar een resterend pakketje superlatieven gezocht. Want plots kwam daar uit het niets haar op z'n Saults onaangekondigde release van een nieuw album 'NO THANK YOU', zonder voorafgaande singles, zonder beelden of promotiepraatjes. Qua statement als onafhankelijke artieste, zwerend bij resoluut doorduwend selfgovernment en zelfbeheer, kan dit tellen. Bovendien doet Little Simz hier welbeschouwd wat Kendrick Lamar haar laatst in mei 2022 ook al zo schitterend voordeed. Ons in volle overtuiging met een dijk van een plaat om de oren slaan, daarbinnenin voorzien van een arsenaal aan gevoel, bijten met humor, ja, en toch haar smile on the face doen gelijklopen met al haar kwellingen, ergernis en drift. Haar muziek emotie maken, vervuld van kritische bezorgdheid, persoonlijk zowel als maatschappelijk, zeker ook voor haar eigen zwarte gemeenschap. Je voelt hoe het leven haar verwart, hoe hard ze dan ook met haar onafhankelijkheidsgevecht ertegenaan wil. Little Simz, een dame uit één stuk, met een klare kijk op de stand der dingen, bij wie het op deze plaat nog meer dan op de vorige helemaal klopt. Een oprecht verhaal, anders, met een visie, dat ook luistert als een zuivering en gaat over geestelijke gezondheid. Weg alle taboes daar, erover praten, het moet. Rappen, zingen over zelfontdekking en mentale wederopstanding na algehele uitputting, afrekenen met diepgeworteld racisme of de worsteling met bonzen, met hun klauwen op haar mastertapes, bijvoorbeeld, harteloze, geldbeluste managers van 'de slavenschepen', de uitzuigende platenlabels. Tegen al dit ongeregeld zegt ze vanaf hier dus voortaan vlakaf "No, thank you".
Bovenal zit er op dit 'NO THANK YOU' ook een fascinerende toonzetting, zo onverbeterbaar juist, een warme soundtrack recht uit het hart, die al op zich, op al die rauwe kwetsuren een helende laag zalf legt. Huisproducer-vernieuwer-jeugdvriendje Inflo, overgekend voor zijn werk achter het cultcollectief Sault, smeert het samen met frele Simz zo zachtjes uit. Veel rond-de-vijfminutensongs die zich overwegend laten uitlopen in fraaie instrumentals, in een weelde aan verbazende arrangementen, sublieme grooves, variaties op de allerfijnste funk, soul, gospel, Afrikaanse percussie, groots aantrekkend orkest, klassiek. Met vocale ondersteuning ook nu weer van vurige Cleo Sol, Inflo's poulain.
Kort na die spectaculaire release bracht kleine Simz dan alsnog een verbluffende tienminutenfilm uit, die als een exuberante albumsuite van impressies schitterend doorheen de thematiek en muziek van 'NO THANK YOU' hopt. Symbolische beelden naadloos aansluitend op haar in boosheid verweven nieuwe prachtsongs, haar terugblik op en balans van een 28 jaar jong leven.
Little Simz - NO THANK YOU - The Video
'Angel', croont openhartig over die persoonlijke groei en haar gevecht voor artistieke onafhankelijkheid. Hier hoor je 'the artist versus the industry', na een woelig jaar met uit geldnood de annulering van haar Amerikaanse tournée en het ontslag van haar manager. Kon die blijkbaar niks schelen of de artiest mentaal op de rand van een of andere afgrond staat, zolang ze maar geknipt bleef voor royale loonstroken. Verder nog, op het cassante 'No Merci', onderlijnen de beats en de dramatisch opzwepende violen andermaal het eerlijke, koele relaas van de pikkerij, teren op succes en de turbulentie die dit bij haar teweegbrengt. Net zo weinig timide of introvert - remember 'SIMBI' - klinkt ze op het cool bassend funky 'Gorilla' dat plechtig opent met verheven blazers. Charismatische hiphop over 'gesneden te zijn uit hetzelfde doek als haar geliefde voorouders', maar weliswaar, goed gevonden, 'met een andere schaar'.
In het beklijvende 'Silhouette' met weidse blazers, zwevend koor en daarboven engel Cleo Sol en een muur van kletterende drums, beweegt Simz zich, even geniaal rappend als landgenote Kae Tempest laatst, in een onophoudend majestueuze kadans doorheen het hoogstplechtige van haar eigen kerkfeest. Song met duidelijk religieuze insteek en om er waarlijk geheel stil bij te worden.
Het uniek doorleefde 'X' dan is een nog meer adembenemende séance van gospel, soul en Afrikaanse percussie à la Paul Simon's bevrijdende 'Rythm of the Saints'. In hetzelfde straatje als op 'Angel' beginnen met de op de kolonisatie van Afrika teruggaande generatietrauma's, de slavendeportatie naar het westen, vervolgens even waardig verder gospelen over de hedendaagse onderwaardering op de werkvloer, om finaal, samen met heel het koor, statig daverende drums en weer die glansrijk solerende Cleo Sol, bij het vuurwerk te komen van wat kortom één onovertrefbaar verblindende geloofshoogmis mag heten.
De symfonische symbiose van prachtige soul en gospel houdt aan in 'Heart on Fire', volharding is nodig om het leven nog als een zegen aan te nemen. In de complexe orkestrale soul van zevenminutensong 'Broken' etaleert Simz een botte zelfreflectie over struggle for life, haar eigen struggle for money, nog steeds, over het taboe geestelijke gezondheid en het generatietrauma, dit onder zelden gehoord fraai aanwaaiende gospel. Boeiend tot de laatste noot! De soul van 'Sideways' klinkt opnieuw geheel anders, Simz doet er haar verhaal als een (huilende) 'queen in her seat', omgeven met fel opsnijdende vocalsamples. In het broeierig pompende 'Who Even Cares' horen we zelfs even een subtiel autotunend zingende Simz, over de dagelijkse sleur en de plaats van het geloof in een kromme wereld. Maar met dit 'who cares, we zijn niet bang' steekt ze ook zichzelf een hart onder de riem.
'Control' sluit het album af met sober minimalistische piano en Simz duetterend als met Stevie Wonder wel, in een intiem, eerlijk, onvolmaakt portret van een mooie relatie. Die liefde, je kan toch niet zonder? Een onzekere en kwetsbare Simz die er ook een stuk van haar wereldbeeld blootgeeft: zoek naar je evenwicht, maar als de oncontroleerbare golven tegen jou zijn drijf dan gewoon maar met het tij mee.
Little Simz stoffeert 'NO THANK YOU' met opzienbarende hiphop buiten de standaarden, met verbazende neo-soul en met experimenteren met gospel, koor en klassiek. Tegelijk vernemen we uit haar ontzaglijke woordenvloed waar en hoe ze nu in het leven staat. Is ze daarmee nu de vrouwelijke Lamar of niet, ze zit met haar boodschap en haar muziek, met permissie van zielsverwant Inflo en diens feilloze productie, wel op eenzelfde torenhoog verheffend niveau. Als de queen uit haar introductievideo, in glanzend wit op haar troon, regeert ze nu al eigenzinnig mee in de hiphopwereld, voorheen nochtans één en al mannenbastion. Levert ze je zo, als verrassing uit een doosje, dit regelrechte eindejaarsgeschenk. Little Simz is hier al rappend alleen maar weer een heel stuk groter geworden, respect. Laat haar rauwe 'kerstverhaal' dus maar binnenkomen. Ah, pas met haar aan je proefstuk? Proef dan op dit 'NO THANK YOU' toch zeker het magistrale 'X' of 'Silhouette' of 'Gorilla'. Intussen is mijn eindejaarslijst aan een revisie toe.
Honour your truth and feelings.
Eradicate fear.
Boundaries are important.
(Little Simz - Intro video 'NO THANK YOU')
Little Simz, bij de intimi gekend als Simbiatu 'Simbi' Abisola Abiola Ajikawo, is een Britse rapster, zangeres en actrice. Kreeg laatst in oktober met vertraging de Mercury Prize for Music voor haar vierde album 'Sometimes I Might Be Introvert', ('SIMBI') uit 2021. Wordt sedertdien voor haar platen- en podiumwerk in de hiphopwereld nog verder de sterrenhemel in geprezen. Alles zeer mooi en oververdiend.
Nu, terug in het heden moet zo dichtbij het op z'n einde lopend muziekjaar dan toch nog - uit oververplicht enthousiasme - weer naar een resterend pakketje superlatieven gezocht. Want plots kwam daar uit het niets haar op z'n Saults onaangekondigde release van een nieuw album 'NO THANK YOU', zonder voorafgaande singles, zonder beelden of promotiepraatjes. Qua statement als onafhankelijke artieste, zwerend bij resoluut doorduwend selfgovernment en zelfbeheer, kan dit tellen. Bovendien doet Little Simz hier welbeschouwd wat Kendrick Lamar haar laatst in mei 2022 ook al zo schitterend voordeed. Ons in volle overtuiging met een dijk van een plaat om de oren slaan, daarbinnenin voorzien van een arsenaal aan gevoel, bijten met humor, ja, en toch haar smile on the face doen gelijklopen met al haar kwellingen, ergernis en drift. Haar muziek emotie maken, vervuld van kritische bezorgdheid, persoonlijk zowel als maatschappelijk, zeker ook voor haar eigen zwarte gemeenschap. Je voelt hoe het leven haar verwart, hoe hard ze dan ook met haar onafhankelijkheidsgevecht ertegenaan wil. Little Simz, een dame uit één stuk, met een klare kijk op de stand der dingen, bij wie het op deze plaat nog meer dan op de vorige helemaal klopt. Een oprecht verhaal, anders, met een visie, dat ook luistert als een zuivering en gaat over geestelijke gezondheid. Weg alle taboes daar, erover praten, het moet. Rappen, zingen over zelfontdekking en mentale wederopstanding na algehele uitputting, afrekenen met diepgeworteld racisme of de worsteling met bonzen, met hun klauwen op haar mastertapes, bijvoorbeeld, harteloze, geldbeluste managers van 'de slavenschepen', de uitzuigende platenlabels. Tegen al dit ongeregeld zegt ze vanaf hier dus voortaan vlakaf "No, thank you".
Bovenal zit er op dit 'NO THANK YOU' ook een fascinerende toonzetting, zo onverbeterbaar juist, een warme soundtrack recht uit het hart, die al op zich, op al die rauwe kwetsuren een helende laag zalf legt. Huisproducer-vernieuwer-jeugdvriendje Inflo, overgekend voor zijn werk achter het cultcollectief Sault, smeert het samen met frele Simz zo zachtjes uit. Veel rond-de-vijfminutensongs die zich overwegend laten uitlopen in fraaie instrumentals, in een weelde aan verbazende arrangementen, sublieme grooves, variaties op de allerfijnste funk, soul, gospel, Afrikaanse percussie, groots aantrekkend orkest, klassiek. Met vocale ondersteuning ook nu weer van vurige Cleo Sol, Inflo's poulain.
Kort na die spectaculaire release bracht kleine Simz dan alsnog een verbluffende tienminutenfilm uit, die als een exuberante albumsuite van impressies schitterend doorheen de thematiek en muziek van 'NO THANK YOU' hopt. Symbolische beelden naadloos aansluitend op haar in boosheid verweven nieuwe prachtsongs, haar terugblik op en balans van een 28 jaar jong leven.
Little Simz - NO THANK YOU - The Video
'Angel', croont openhartig over die persoonlijke groei en haar gevecht voor artistieke onafhankelijkheid. Hier hoor je 'the artist versus the industry', na een woelig jaar met uit geldnood de annulering van haar Amerikaanse tournée en het ontslag van haar manager. Kon die blijkbaar niks schelen of de artiest mentaal op de rand van een of andere afgrond staat, zolang ze maar geknipt bleef voor royale loonstroken. Verder nog, op het cassante 'No Merci', onderlijnen de beats en de dramatisch opzwepende violen andermaal het eerlijke, koele relaas van de pikkerij, teren op succes en de turbulentie die dit bij haar teweegbrengt. Net zo weinig timide of introvert - remember 'SIMBI' - klinkt ze op het cool bassend funky 'Gorilla' dat plechtig opent met verheven blazers. Charismatische hiphop over 'gesneden te zijn uit hetzelfde doek als haar geliefde voorouders', maar weliswaar, goed gevonden, 'met een andere schaar'.
In het beklijvende 'Silhouette' met weidse blazers, zwevend koor en daarboven engel Cleo Sol en een muur van kletterende drums, beweegt Simz zich, even geniaal rappend als landgenote Kae Tempest laatst, in een onophoudend majestueuze kadans doorheen het hoogstplechtige van haar eigen kerkfeest. Song met duidelijk religieuze insteek en om er waarlijk geheel stil bij te worden.
Het uniek doorleefde 'X' dan is een nog meer adembenemende séance van gospel, soul en Afrikaanse percussie à la Paul Simon's bevrijdende 'Rythm of the Saints'. In hetzelfde straatje als op 'Angel' beginnen met de op de kolonisatie van Afrika teruggaande generatietrauma's, de slavendeportatie naar het westen, vervolgens even waardig verder gospelen over de hedendaagse onderwaardering op de werkvloer, om finaal, samen met heel het koor, statig daverende drums en weer die glansrijk solerende Cleo Sol, bij het vuurwerk te komen van wat kortom één onovertrefbaar verblindende geloofshoogmis mag heten.
De symfonische symbiose van prachtige soul en gospel houdt aan in 'Heart on Fire', volharding is nodig om het leven nog als een zegen aan te nemen. In de complexe orkestrale soul van zevenminutensong 'Broken' etaleert Simz een botte zelfreflectie over struggle for life, haar eigen struggle for money, nog steeds, over het taboe geestelijke gezondheid en het generatietrauma, dit onder zelden gehoord fraai aanwaaiende gospel. Boeiend tot de laatste noot! De soul van 'Sideways' klinkt opnieuw geheel anders, Simz doet er haar verhaal als een (huilende) 'queen in her seat', omgeven met fel opsnijdende vocalsamples. In het broeierig pompende 'Who Even Cares' horen we zelfs even een subtiel autotunend zingende Simz, over de dagelijkse sleur en de plaats van het geloof in een kromme wereld. Maar met dit 'who cares, we zijn niet bang' steekt ze ook zichzelf een hart onder de riem.
'Control' sluit het album af met sober minimalistische piano en Simz duetterend als met Stevie Wonder wel, in een intiem, eerlijk, onvolmaakt portret van een mooie relatie. Die liefde, je kan toch niet zonder? Een onzekere en kwetsbare Simz die er ook een stuk van haar wereldbeeld blootgeeft: zoek naar je evenwicht, maar als de oncontroleerbare golven tegen jou zijn drijf dan gewoon maar met het tij mee.
Little Simz stoffeert 'NO THANK YOU' met opzienbarende hiphop buiten de standaarden, met verbazende neo-soul en met experimenteren met gospel, koor en klassiek. Tegelijk vernemen we uit haar ontzaglijke woordenvloed waar en hoe ze nu in het leven staat. Is ze daarmee nu de vrouwelijke Lamar of niet, ze zit met haar boodschap en haar muziek, met permissie van zielsverwant Inflo en diens feilloze productie, wel op eenzelfde torenhoog verheffend niveau. Als de queen uit haar introductievideo, in glanzend wit op haar troon, regeert ze nu al eigenzinnig mee in de hiphopwereld, voorheen nochtans één en al mannenbastion. Levert ze je zo, als verrassing uit een doosje, dit regelrechte eindejaarsgeschenk. Little Simz is hier al rappend alleen maar weer een heel stuk groter geworden, respect. Laat haar rauwe 'kerstverhaal' dus maar binnenkomen. Ah, pas met haar aan je proefstuk? Proef dan op dit 'NO THANK YOU' toch zeker het magistrale 'X' of 'Silhouette' of 'Gorilla'. Intussen is mijn eindejaarslijst aan een revisie toe.
London Grammar - Californian Soil (2021)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2021, 19:17 uur
In tegenstelling tot nogal wat lauwe reacties alhier kreeg LG's nieuweling elders toch ook héél veel laaiende beoordelingen. Met hun topzangeres en andermaal een schare absolute topsongs is hun droompop hier verder gunstig geëvolueerd. Naar de mainstream? So what! Je hoort het, deze artrockband heeft echt nog meer dan voldoende soul onder de leden om het verder op hoog niveau uit te zingen.
Lord Huron - Long Lost (2021)

4,5
0
geplaatst: 3 juni 2021, 13:19 uur
Ben Schneider blaast je al van bij z'n eerste ijle westernklanken van je stoel. Na de sfeervolle terugkeer van de lonesome cowboy uit de midwestprairies zoekt de emotie van deze plaat zich dan almaar verder baan naar je muzikale hart. Hallo!? Met van dan af toch alleen maar romantiek met strijkers, reverb-gitaar, eenzame harten en liefdesverdriet, nostalgische retro als wel uit de vervlogen fifties, wordt dat soundtrack voor een nostalgische zomer!? Ewel...best graag. Het is overweldigende American folkrock/-pop in vele melodieuze toonaarden, met in sound en harmonieën nog best met The Raveonettes en Fleet Foxes vergelijkbaar. In warmte omhelzende songs dansen vreemd wiegend voorbij. Mede door de sfeerscheppende interludia tussenin (radio?) als die we onlangs ook hoorden bij de laatste van The Coral, nog zo'n klepper. Maar Long Lost blijkt geboren in de droefenis van de pandemie, reflecteert over 't wegdeemsteren van 't voorbije en 't houdt angst in voor finale crash. Long Lost begint en, vooral, het eindigt episch met een hap filmische ambient, een behoorlijk relaxerende, bevrijdende trip, stress of tegenslag, wegdrijvend als wegtuimelende tumbleweeds in LH's imaginaire woestijn. Niet verrassend alzo de veelzeggende plaathoes. Long Lost dus : sublieme introspectieplaat! Soundtrack voor een onbestemde coronazomer.
Los Lobos - Native Sons (2021)

4,0
1
geplaatst: 4 augustus 2021, 12:36 uur
Denk je bij Los Lobos anno 2021 nog altijd aan die ene grijsgedraaide superkraker van hen, 'La Bamba' uit die film van 1987? Nou, Los Lobos is toch meer. 't Is een legendarische groep, oorspronkelijk feestband uit de seventies, die, nog steeds onder originele bezetting, dus straks al 50 jaar lauweren oogst! Startten ze in 1978 inderdaad bescheiden met een elpeetje 'Just Another Band from East L.A.', dan trekt dit bandje uit L.A. intussen ook nu nog telkens de aandacht van het muziekgild. Oorspronkelijk verblijdden ze je met tex-mex-rootsmuziek, met mariachi of bolero. Maar net zo verscheiden als het multi-culturele L.A., verbreedden en ontwikkelden ze bij iedere nieuwe release hun sound, rock-'n-roll, r&b, rockabilly, soul, country, blues, folk, jazz... Opnieuw zo'n uitstekende totale mix van stijlen is ook deze geïnspireerd en spontaan klinkende coronaplaat 'Native Sons', met Los Angeles op de achtergrond. Ze brengen er met bestaande, uiteenlopende songs van artiesten van aldaar hulde aan hun heimatstad L.A. Gelukkig, veel meer dan losse, slappe kopieën, worden het hier perfect onder de kleurrijke vlag van Los Lobos passende anthems. Neem bv. de twee songs van Stephen Stills, 'Bluebird' (Buffalo Springfield) en 'For What It's Worth', het fraaie akoestische 'Jamaica Say You Will' van Jackson Browne, surfer 'Sail On, Sailor' van The Beach Boys, lekkere rocker 'Farmer John' van The Premiers, de swingende rockabilly-hit 'Flat Top Joint' van The Blasters of 't dynamische uitgesponnen 'The World is a Ghetto' van War. Voor de essentiële gezellige latinsfeer zorgen dan weer de schitterende rumbastamper 'Los Chucos Suaves' en 't gevoelige in nachtelijke Buena Vista-stijl gezongen 'Dichoso'. Zelf voegen ze er als toetje hun enige nieuwe, de plakker-titeltrack aan toe.
Deze hier van Los Lobos is een feelgoodplaat geworden, hun zoveelste. Of het nu over punk gaat, latin, rock of wat ook meer, dit energieke gezelschap vindt altijd wel het draadje dat alles mooi verbindt. Alle goedkeuring dus weer voor deze bijna jubilerende L.A.'s Native Sons!
Deze hier van Los Lobos is een feelgoodplaat geworden, hun zoveelste. Of het nu over punk gaat, latin, rock of wat ook meer, dit energieke gezelschap vindt altijd wel het draadje dat alles mooi verbindt. Alle goedkeuring dus weer voor deze bijna jubilerende L.A.'s Native Sons!
Loverman - Lovesongs (2023)
Alternatieve titel: Lovesongs and Some

4,5
6
geplaatst: 1 februari 2024, 17:20 uur
"Nice to meet you, I'm James but you can call me Loverman" zo introduceerde de Brusselse James de Graef zich in 2021 ineens op Gent Jazz. Kort voordien was hij alleen bij insiders bekend van zijn weirde spacerockgroep Shht of van zijn wilde experimentenduo Partners. Tot tijdens de lockdown de bliksem voor hem insloeg. Hij nam de Spaanse gitaar van zijn zus ter hand, veranderde van koers en van naam. Volgens de legende is toen Loverman - naar de song van Nick Cave? - als alter ego 'tot hem gekomen'. En sedertdien, wie had het verwacht, maakte hij een prachtdebuut vol melodische 'Lovesongs', treedt Loverman hoofdzakelijk op met akoestische gitaar of piano, als singer-songwriter pur-sang alsjeblieft, en draait de succestrein voor hem op volle toeren richting de wereld.
Loverman - Tinderly
Op 21 januari mocht hij zo ook in VRT-primetime in De Zevende Dag live zijn debuutalbum 'Lovesongs' voorstellen, waar hij met tedere stem, onverstoorde cool en geheel solitaire zijn 'Tinderly' en 'Nothings Ties' aan de vleugelpiano ten gehore bracht. Enkele dagen later opnieuw prachtig, tijdens De Toots Sessies. Loverman, een indrukwekkende crooner met een uitzonderlijk fraaie bariton wiens diepe stemtimbre zowel bij Adrian Crowley, Madrugada's Sivert Høyen, Lee Hazlewood of bij Leonard Cohen aanschurkt. Met deze twee laatsten, met Nick Drake ook en Nick Cave, heeft ook de muziekstijl veel gemeen. In eenvoud en met weinig middelen samengebracht hoeft er om uren nachtelijk ernaar te luisteren in essentie weinig meer te zijn dan die uitzonderlijke stem, wat akoestische snaren, pianoaanslagen, strijkers en her en der een mooie backing-'Nancy Sinatra'-vrouwenstem.
De naam Loverman zegt al bewust iets over de romantische James 'as a lover and as a man'. Zijn 'Lovesongs' zijn neerslag van een muzikale ontdekkingsreis met gekneusde liefde en hartepijn als vertrekpunt. Ooit maakte hij een thesis over het ontmaskeren van schadelijke patronen in de liefde, bij songs schrijvende, witte cismannen als Cohen en Cave notabene en hun omgang met vrouwen. Om te ontdekken dat hij er zelf ook wel problematische gedragsvormen op nahield. 'Lovesongs' is daarenboven ook een breakup-plaat, testament van een voorbije liefde, zijn vriendin Daisy van het voormalige duo Partners die nog bij de hele making-of van het album betrokken was. Pas in eenzaamheid en rust teruggetrokken, het thema ook van 'Another Place', vond hij de ruimte om alles te verwerken, te laten helen, om weer te groeien.
'Lovesongs' zijn elf oertraditionele 'songs of love', in taalgevoelige lyrics, in het foutloze Engels dat hem met de pap mee werd ingelepeld door zijn Britse mama en papa-prof Engelse letterkunde aan de KU Leuven. Op muziek die onmiddellijk snaren raakt en universeel resoneert. James inspireerde hierbij James. Tijdens zijn studie voor muziekproductie in Liverpool raakte hij verslingerd op James Blake, maar evengoed op Burial en Mount Kimbie. Het spelen met de emotie van de ruimte, het isoleren van klanken om sferen ermee op te roepen, je hoort het helemaal terug in de sound van 'Lovesongs'.
Een hele plaat pure, eerlijke, intieme songs in een badje van ruis, daarmee heeft geweldige performer James de Graef zijn entrée als Loverman niet gemist. Een uitzonderlijk debuut met een achtbaan aan onvervalste toppers. Het schitterende akoestische 'Another Place' met als figuranten de zee en de krijsende meeuwen. De diepduistere Nosferatu-song 'Into the Night'. De indringende broken-heartsong 'Who's Going to Love You', met zus Rebecca in de achtergrond, met de kapitale vraag van de plaat: "What will you leave behind?" Het huppelende 'Tinderly', over de virtuele liefde op bestelling. Het gevoelige katerliedje 'Differences Aside' dat regelrecht een hit werd. Met de idee erin vervat van de universele liefde, te bereiken door verschillen te overbruggen. 'Candyman', met hemelse zang, pure akoestische gitaar en strijkers. 'Limbo (We'll Meet Again)', uitgepuurde Kings of Convenience wel. De opzwepende hitsingle 'Would (Right in Front of Your Eyes)' met Daisy Ray. 'Nothing Ties', net zoveel kippenvel als Adrian Crowley's onvolprezen 'The Magpie Song'. 'Call Me Your Loverman', gepassioneerde oproep aan Daisy tussen de vele pakkende Cohen-referenties. De krakkemikkige blues 'Ballad of the Songbirds' als eigenzinnige afsluiter.
Met zijn apart melancholisch stemgebruik, de wat obscure vertolking en zijn expressieve lyrics geeft Loverman zijn eigen draai aan de singer-songwriterstraditie. Na de al uitverkochte zalen treedt hij vanaf 2024 pas echt met 'Lovesongs' in de spotlights.
Een muzikale persoonlijkheid met puur charisma die de luisteraar niet alleen liefkozend charmeert, warm omhelst, maar die als antithese in zich ook de ingehouden ruwe woede heeft van de hyperkinetisch rammende punker. Noem het die soms razende Grinderman, om nog even bij Nick Cave te blijven. In De Tootssessies kwam dit er tijdens zijn krijsende vertolking van 'En toen was er niets meer' van De Brassers nog eens helemaal uit.
Loverman, straks moeten we hem dankbaar zijn voor zijn moeilijke momenten. Want met 'Lovesongs' levert hij het visitekaartje af van een meer dan belovende singer-songwriter.
Loverman - Into The Night
Loverman - Tinderly
Op 21 januari mocht hij zo ook in VRT-primetime in De Zevende Dag live zijn debuutalbum 'Lovesongs' voorstellen, waar hij met tedere stem, onverstoorde cool en geheel solitaire zijn 'Tinderly' en 'Nothings Ties' aan de vleugelpiano ten gehore bracht. Enkele dagen later opnieuw prachtig, tijdens De Toots Sessies. Loverman, een indrukwekkende crooner met een uitzonderlijk fraaie bariton wiens diepe stemtimbre zowel bij Adrian Crowley, Madrugada's Sivert Høyen, Lee Hazlewood of bij Leonard Cohen aanschurkt. Met deze twee laatsten, met Nick Drake ook en Nick Cave, heeft ook de muziekstijl veel gemeen. In eenvoud en met weinig middelen samengebracht hoeft er om uren nachtelijk ernaar te luisteren in essentie weinig meer te zijn dan die uitzonderlijke stem, wat akoestische snaren, pianoaanslagen, strijkers en her en der een mooie backing-'Nancy Sinatra'-vrouwenstem.
De naam Loverman zegt al bewust iets over de romantische James 'as a lover and as a man'. Zijn 'Lovesongs' zijn neerslag van een muzikale ontdekkingsreis met gekneusde liefde en hartepijn als vertrekpunt. Ooit maakte hij een thesis over het ontmaskeren van schadelijke patronen in de liefde, bij songs schrijvende, witte cismannen als Cohen en Cave notabene en hun omgang met vrouwen. Om te ontdekken dat hij er zelf ook wel problematische gedragsvormen op nahield. 'Lovesongs' is daarenboven ook een breakup-plaat, testament van een voorbije liefde, zijn vriendin Daisy van het voormalige duo Partners die nog bij de hele making-of van het album betrokken was. Pas in eenzaamheid en rust teruggetrokken, het thema ook van 'Another Place', vond hij de ruimte om alles te verwerken, te laten helen, om weer te groeien.
'Lovesongs' zijn elf oertraditionele 'songs of love', in taalgevoelige lyrics, in het foutloze Engels dat hem met de pap mee werd ingelepeld door zijn Britse mama en papa-prof Engelse letterkunde aan de KU Leuven. Op muziek die onmiddellijk snaren raakt en universeel resoneert. James inspireerde hierbij James. Tijdens zijn studie voor muziekproductie in Liverpool raakte hij verslingerd op James Blake, maar evengoed op Burial en Mount Kimbie. Het spelen met de emotie van de ruimte, het isoleren van klanken om sferen ermee op te roepen, je hoort het helemaal terug in de sound van 'Lovesongs'.
Een hele plaat pure, eerlijke, intieme songs in een badje van ruis, daarmee heeft geweldige performer James de Graef zijn entrée als Loverman niet gemist. Een uitzonderlijk debuut met een achtbaan aan onvervalste toppers. Het schitterende akoestische 'Another Place' met als figuranten de zee en de krijsende meeuwen. De diepduistere Nosferatu-song 'Into the Night'. De indringende broken-heartsong 'Who's Going to Love You', met zus Rebecca in de achtergrond, met de kapitale vraag van de plaat: "What will you leave behind?" Het huppelende 'Tinderly', over de virtuele liefde op bestelling. Het gevoelige katerliedje 'Differences Aside' dat regelrecht een hit werd. Met de idee erin vervat van de universele liefde, te bereiken door verschillen te overbruggen. 'Candyman', met hemelse zang, pure akoestische gitaar en strijkers. 'Limbo (We'll Meet Again)', uitgepuurde Kings of Convenience wel. De opzwepende hitsingle 'Would (Right in Front of Your Eyes)' met Daisy Ray. 'Nothing Ties', net zoveel kippenvel als Adrian Crowley's onvolprezen 'The Magpie Song'. 'Call Me Your Loverman', gepassioneerde oproep aan Daisy tussen de vele pakkende Cohen-referenties. De krakkemikkige blues 'Ballad of the Songbirds' als eigenzinnige afsluiter.
Met zijn apart melancholisch stemgebruik, de wat obscure vertolking en zijn expressieve lyrics geeft Loverman zijn eigen draai aan de singer-songwriterstraditie. Na de al uitverkochte zalen treedt hij vanaf 2024 pas echt met 'Lovesongs' in de spotlights.
Een muzikale persoonlijkheid met puur charisma die de luisteraar niet alleen liefkozend charmeert, warm omhelst, maar die als antithese in zich ook de ingehouden ruwe woede heeft van de hyperkinetisch rammende punker. Noem het die soms razende Grinderman, om nog even bij Nick Cave te blijven. In De Tootssessies kwam dit er tijdens zijn krijsende vertolking van 'En toen was er niets meer' van De Brassers nog eens helemaal uit.
Loverman, straks moeten we hem dankbaar zijn voor zijn moeilijke momenten. Want met 'Lovesongs' levert hij het visitekaartje af van een meer dan belovende singer-songwriter.
Loverman - Into The Night
Low Island - If You Could Have It All Again (2021)

4,0
0
geplaatst: 19 april 2021, 20:56 uur
Debuterend 4-tal uit Oxford dat me al direct weet te grijpen met z'n geheel eigen stijl. Dat (falset)stemgeluid! Melodieuze ambient, nu eens dansvloer- of festivalpodiumgericht met energiek pulserende beats en synths, dan weer dromerig intimistisch. Beklijvend songmateriaal, over existentiële levensvragen blijkbaar en de zoektocht naar antwoorden. Ik vind het sterk. Te volgen!
Lucinda Williams - Lu's Jukebox Vol. 7 (2024)
Alternatieve titel: Sings the Beatles from Abbey Road

4,0
2
geplaatst: 6 januari 2025, 18:00 uur
Al meer dan vijftig jaar geleden legden The Beatles er als groep hun muzikale bijltjes bij neer en toch blijven ze nog steeds onverstoord in het hier en nu. In november laatst kwam Universal nog met de acht elpees tellende box set '1964 U.S. Albums in Mono' op de proppen. En nu achtte in de staart van 2024 ook Lucinda Williams de tijd gekomen voor haar 'Lucinda Williams Sings The Beatles From Abbey Road'.
Wel, Lucinda Williams, 71 jaar intussen en gerenommeerde roots-/americana-zangeres, bewijst in haar pakkende vertolking van twaalf Beatles-songs dat dus ook de goedgevooisde muziek van de allergrootste Britpoppers niet iets was dat zich ver van haar rootsbed afspeelde. Integendeel, rock n roll zit al die tijd diep in haar hart en nieren, kijk zo maar terug op haar laatste eigen werk, 'Stories From A Rock n Roll Heart' van 2023.
Maar de idee voor haar Beatles-plaat dateert van nog een stuk verder terug. Van de geboorte in volle corona-tijd van haar 'Lu's Jukebox'-ondersteuningsproject, waar ze zich om de tijd te doden enthousiast op de productie van zes tribute-volumes begon te gooien met daarbij, naast een prima kerstplaat, niet te versmaden hommages aan Tom Petty, Southern Soul, Bob Dylan, Country en The Rolling Stones.
Nu dus eind 2024 ook het afrondend album zeven, in twee dagen opgenomen, waarin ze The Beatles aanpakt. Bovendien helemaal 'From Abbey Road'. Waarmee je haar nu dus ook de eerste artieste kan noemen die een Beatlesplaat ook in het heilige Abbey Road zelf ging opnemen.
Het werd een fraaie, wijd uitwaaierende selectie nummers uit het The Beatles-songbook en alles werd weer live in één take ingeblikt. Zoals te verwachten baadt basic bij haar alles uiteraard in de meer rootsy rustiger sferen en Williams' wankele stemgeluid klinkt zelfs een stuk emotioneler dan toen bij de originele Fab Four.
Prima starten met 'Don't Let Me Down' waar Williams in een mum de radeloze Lennon wordt en haar begeleidingsband onmiddellijk ook alles uit de kast haalt. Vervolgt ze dan met korrelig klagende stem met een royaal uitgesponnen americana-versie van 'I'm Looking Through You'. De prille hit en samenzinger 'Can't Buy Me Love' komt er strak en gestript achteraan.
'Rain', zelden gecovered, is hier getooid met een psychedelica à la WiIlliams. Zij met haar band en backing vocals, alles wordt netjes naar haar hand gezet. Vervolgens haar sublieme interpretatie van 'While My Guitar Gently Weeps', de song weent, sleept en is net zo prachtig. Met dus naast Williams de gitaar in eenzelfde prominente hoofdrol.
In de eerste helft van 'Let It Be' flaneert Williams nog fraai tussen de sobere gitaarlijnen, tot met het hammondorgel, drums, de solerende gitaar en het achtergrondkoor alles naadloos wordt afgerond. De duistere blues dan van 'Yer Blues', één ruige wenteling haar helemaal op het lijf geschreven en 'I've Got a Feeling' is nog zo'n heftige blues mooi uitmondend in beatleleske samenzang. Zie die klassebakken heerlijk samen aan het werk in de video ervan. 'I'm So Tired' vervolgens is op zijn superkortst maar o zo gedreven heftig, helemaal Williams.
Lui bluesy kronkelt daarop ook Harrison's 'Something'. Met Williams een en al emotionaliteit en gesteund door weer die onovertroffen gitaren.
Overtreft ze in haar versie dan wel Joe Cocker niet - wie wel? - hoed af toch voor de stevigheid waarmee zij hier met 'With a Little Help from My Friends' aankomt. Met de loeiende gitaren en het achtergrondkoor op hun best. Ook de gelaten versie van 'The Long and Winding Road' om af te sluiten is zonder meer prachtig, The Beatles volledig op de wijze van Lucinda Williams.
Wat een geluk, na haar beroerte eind 2021 is Lucinda Williams er vlug weer mogen invliegen. Dat illustreert ze net zo op deze blije, uitstekende afsluiter van haar 'Jukebox'-reeks waar ze met haar schitterende band met veel respect toch dicht bij de originals van The Beatles blijft. Maar waarbij ze zich vanaf noot één niettemin als de karaktervolle, doorleefde en geïnspireerde vertolkster ontpopt die we al zolang kennen. 'Lu's Jukebox' is dan wel een tussendoortje, het werd een verzameling die met zijn zeven stuks in omvang en kwaliteit gewoonweg groots is geworden. Ze gunt ons op eigentijdse wijze een blik op haar veelzijdige kunstenaarschap. Wie daarom gunt haar tegelijk niet een carrière even lang en vruchtbaar als die van al haar illustere voorbeelden uit haar 'Jukebox'?.
Wel, Lucinda Williams, 71 jaar intussen en gerenommeerde roots-/americana-zangeres, bewijst in haar pakkende vertolking van twaalf Beatles-songs dat dus ook de goedgevooisde muziek van de allergrootste Britpoppers niet iets was dat zich ver van haar rootsbed afspeelde. Integendeel, rock n roll zit al die tijd diep in haar hart en nieren, kijk zo maar terug op haar laatste eigen werk, 'Stories From A Rock n Roll Heart' van 2023.
Maar de idee voor haar Beatles-plaat dateert van nog een stuk verder terug. Van de geboorte in volle corona-tijd van haar 'Lu's Jukebox'-ondersteuningsproject, waar ze zich om de tijd te doden enthousiast op de productie van zes tribute-volumes begon te gooien met daarbij, naast een prima kerstplaat, niet te versmaden hommages aan Tom Petty, Southern Soul, Bob Dylan, Country en The Rolling Stones.
Nu dus eind 2024 ook het afrondend album zeven, in twee dagen opgenomen, waarin ze The Beatles aanpakt. Bovendien helemaal 'From Abbey Road'. Waarmee je haar nu dus ook de eerste artieste kan noemen die een Beatlesplaat ook in het heilige Abbey Road zelf ging opnemen.
Het werd een fraaie, wijd uitwaaierende selectie nummers uit het The Beatles-songbook en alles werd weer live in één take ingeblikt. Zoals te verwachten baadt basic bij haar alles uiteraard in de meer rootsy rustiger sferen en Williams' wankele stemgeluid klinkt zelfs een stuk emotioneler dan toen bij de originele Fab Four.
Prima starten met 'Don't Let Me Down' waar Williams in een mum de radeloze Lennon wordt en haar begeleidingsband onmiddellijk ook alles uit de kast haalt. Vervolgt ze dan met korrelig klagende stem met een royaal uitgesponnen americana-versie van 'I'm Looking Through You'. De prille hit en samenzinger 'Can't Buy Me Love' komt er strak en gestript achteraan.
'Rain', zelden gecovered, is hier getooid met een psychedelica à la WiIlliams. Zij met haar band en backing vocals, alles wordt netjes naar haar hand gezet. Vervolgens haar sublieme interpretatie van 'While My Guitar Gently Weeps', de song weent, sleept en is net zo prachtig. Met dus naast Williams de gitaar in eenzelfde prominente hoofdrol.
In de eerste helft van 'Let It Be' flaneert Williams nog fraai tussen de sobere gitaarlijnen, tot met het hammondorgel, drums, de solerende gitaar en het achtergrondkoor alles naadloos wordt afgerond. De duistere blues dan van 'Yer Blues', één ruige wenteling haar helemaal op het lijf geschreven en 'I've Got a Feeling' is nog zo'n heftige blues mooi uitmondend in beatleleske samenzang. Zie die klassebakken heerlijk samen aan het werk in de video ervan. 'I'm So Tired' vervolgens is op zijn superkortst maar o zo gedreven heftig, helemaal Williams.
Lui bluesy kronkelt daarop ook Harrison's 'Something'. Met Williams een en al emotionaliteit en gesteund door weer die onovertroffen gitaren.
Overtreft ze in haar versie dan wel Joe Cocker niet - wie wel? - hoed af toch voor de stevigheid waarmee zij hier met 'With a Little Help from My Friends' aankomt. Met de loeiende gitaren en het achtergrondkoor op hun best. Ook de gelaten versie van 'The Long and Winding Road' om af te sluiten is zonder meer prachtig, The Beatles volledig op de wijze van Lucinda Williams.
Wat een geluk, na haar beroerte eind 2021 is Lucinda Williams er vlug weer mogen invliegen. Dat illustreert ze net zo op deze blije, uitstekende afsluiter van haar 'Jukebox'-reeks waar ze met haar schitterende band met veel respect toch dicht bij de originals van The Beatles blijft. Maar waarbij ze zich vanaf noot één niettemin als de karaktervolle, doorleefde en geïnspireerde vertolkster ontpopt die we al zolang kennen. 'Lu's Jukebox' is dan wel een tussendoortje, het werd een verzameling die met zijn zeven stuks in omvang en kwaliteit gewoonweg groots is geworden. Ze gunt ons op eigentijdse wijze een blik op haar veelzijdige kunstenaarschap. Wie daarom gunt haar tegelijk niet een carrière even lang en vruchtbaar als die van al haar illustere voorbeelden uit haar 'Jukebox'?.
Lucky Came to Town - The River Knows My Name (2025)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2025, 23:35 uur
Lucky Came To Town, met debuutplaat The River Knows My Name, een nieuwe naam aan het firmament van de Belgische americana om al direct rekening mee te houden. Maar voortgaande op hun socials waren ze er toch al even. Je stoot dan steevast op die charismatische wat grijsbebaarde frontman Kim Van Weyenbergh. Altijd ontwapenend sympathiek in de weer om zijn levensproject Lucky Came To Town helemaal tot in de schijnwerpers te tillen. God, ademt die man zijn muziek, de americana, uit.
Ronduit aandoenlijk is het daarbij wanneer hij bij kaarslicht samen met tienerdochterlief (!) een verbluffend akoestisch coverduet ten beste geeft van Zach Bryan’s schitterende I Remember Everything. Zach Bryan en Kacey Mushgrave waarlijk even helemaal overtroffen daar in de intimiteit van die Franse zomeravond. Want country, folk, blues of rock, het blijkt het gezinnetje uit Linden-Lubbeek met de paplepel ingegoten. Ergens vind je verder ook nog wel het clipje terug waar hij en partner Annemie Moons in de keuken al als duo schoon samenzingend aan de weg timmeren.
https://www.facebook.com/share/v/1H3bpVSPeh/
En ja, ook vader Van Weyenbergh organiseerde al folkoptredens, met goed volk als Ramblin’ Jack Elliot, Derroll Adams en andere legendes op de affiche. Zoontje Kim beleefde het allemaal vanop de eerste rij en hij zoog alles graag en gretig op, tot en met papa’s wondermooie platen van de grote Springsteen. Met het opgroeien kwamen dan steeds meer ook de eigen idolen als eerst het ‘wilde’ Pearl Jam zich erbij vervoegen. Maar de kiem voor het luisteren naar, het spelen en uiteindelijk het componeren van die americana was voor deze muzikale allesbrander dus al helemaal gelegd.
Betitelen we, nu bekeken, Van Weyenbergh’s beginjaren als muzikant eerlijkheidshalve dan toch maar wat als ploeteren. Met zijn project Rain Dog alleen de boer op, tot zwerven toe in Amerika. Tot hij die solotrips zelf maar wat beu werd en eindelijk in 2015 zijn Lucky Came To Town, de groep, het levenslicht mag zien. Een duidelijke groet overigens toch wel zeker, jongens, die naam, naar Springsteen’s Lucky Town? In alle geval, vanaf dan enkel nog maar een aantal personeelswissels, waaronder de gelukkige toevoeging van een leadgitarist en sinds 2021 valt vooral alles meer in zijn vaste plooi.
Twee gitaren nu, toetsen, bas, drums én harmonie van stemmen. Daarmee rollen ook de eerste epeetjes van de band. Met één van die songs notabene, Ghost of the Mississippi uit 2022, die de zes met hun neuzen meteen al even aan het grotere venster zet. Ze halen er dat jaar de halve finale mee van de americana-sectie van Nashville’s vermaarde International Songwriting Competition.
Maar vooral, geheel organisch raakte nu eindelijk ook dat eerste album The River Knows My Name in de steigers. Met Van Weyenbergh als de aanbrenger van al de primaire teksten én de muziek om er met de band volop mee aan de slag te gaan. Gidsend voor hem daarbij waren de woordkunstenaars als Jason Isbell, Ryan Adams, John Hiatt en bij uitbreiding – vooruit, nog wat namedropping – de hele americana-sound opwellend uit de platen van Steve Earle, John Moreland, Bruce Springsteen, The Jayhawks, John Prine, Townes Van Zandt, The Felice Brothers, Tom Waits, Justin Townes Earle.
In dit album neemt hij je mee, dixit storyteller Van Weyenbergh zelf, naar een wereld van ‘boxcars, murderers, thieves, lovers, all kinds of people’, doorgaans tegen een achtergrond van het land van Uncle Sam. Stuk voor stuk verhalen ook in essentie over overleven, met als constante de mythische Mississippi als de rivier vol stenen verlegd door zovelen ooit op aarde.
The River Knows My Name start zijn zinderende Ain’t No Blues in een waas van zoemend orgel. Het wordt een bluesy countryrocker waar je al onmiddellijk kennismaakt met de heersende karakterstem van Van Weyenbergh. Waar evenwel niet alleen zijn vrouw Annemie Moons maar tussen de schelle honky-tonk-toetsen ook vrijwel de hele band zich in enthousiaste samenzang mogen aansluiten. Mooi al zonder meer en dan moeten al de highlights nog komen.
Zoals ook de topper van al even, die jolige countrysong Come Dance op dit album zeker niet mocht ontbreken. Een perfecte illustratie van de constante samenwerking van zes bedreven muzikanten. Hier wordt de song bovendien nog wat bijgekleurd door de viool van Katrien Bos en de slidegitaar van producer Dirk Lekenne.
Lucky Came to Town plays Even Now Live at Het Groot Ongelijk
Het moordlied letterlijk en figuurlijk Oh, Loretta luistert daarop weg als een regelrechte Steve Earle. Wat schurkt Van Weyenbergh’s stemtimbre hier dan ook schitterend aan bij dat van de gevierde singer-songwriter.
Ook klepper Hands on the Wheel past Lucky Came To Town als gegoten. Wat een groepsprestatie, die toetsen, piano, orgel, die scherende gitaar, in vurig driespan met de schitterende zang. Een bonkende song uit één stuk die zich heimelijk optrekt en openbloeit tot een countryrocker van jewelste. Met Van Weyenbergh die zich met zijn op- en neergaande vocalen hier uitleeft als een plaatsvervangende Eddie Vedder.
Even balladeren dan met het slepende Lone Wolf, de sierlijk inleidende gitaristen, een onkreukbaar volgende band, inclusief die fladderende viool. En Van Weyenbergh, hij is ‘the wolf howling at the moon’.
Grijpt de drinkende zanger op retour zijn kans tot ommekeer nu het nog kan? Hoe ook de lyrics, het zalig wegtikkend Going Back staat sowieso voor een topsong. Heerlijk toch weer daarbij dat hele rijke instrumentarium van die band, die dwarrelende akoestische en elektrische gitaren en die intussen bijna onmisbare viool. Met z’n allen dus samen met het briljante verhaal van Van Weyenbergh meedeinen tot aan het gaatje.
Pure opwinding, dat is ook Soulfire, een geweldige rocker. Een scanderende frontman door de pittige percussie op speed gedreven. Lekker elektrisch ook, met applausje voor het uitmuntende slide-solowerk van de producer.
Dan het hemels catchy Even Now. Even een a capella-intro, waarna alles in gang schiet. Samenzang, gitaren, percussie, gewoon met z’n allen op het elan van een stoomtrein door tot aan die dartele finale piano-nootjes. Met uiteraard Van Weyenbergh in zijn zoveelste glansrol.
In Coal Blues zoekt voor even ver van de Mississippi de zanger letterlijk en figuurlijk zijn zwarte blues diep in die rampzalige mijn van Marcinelles. Traag, piano en orgel in mineur, plechtige samenzang, droefenis die uitgalmt.
Waardige afsluiter wordt New York City Nights, de finale uptempo rocksong over Van Weyenbergh zelf die ooit over de plas zijn New Yorkse dromen najoeg.
Maar ‘Lucky Van Weyenbergh’ heeft nu na jaren geduldig zoeken een vastberaden gezelschap van gelijkgestemde ‘Luckies’ bij elkaar gekregen en de Lucky Came To Town-trein lijkt er in die constellatie goed mee op snelheid te komen. Hijzelf is en blijft naast singer-songwriter ook een topclass americana-crooner met een karakterstem die op Vlaamse bodem nog het meest doet denken aan die van Leander Vandereecken, die andere americana-klasbak van A Murder in Mississippi.
Dus ineens staan ook zijzelf er als groep, met een authentiek album vol doorleefde, nostalgische songs die in hun intensiteit verbazen, het hart raken en zich per luisterbeurt dieper nestelen. Een plaat vol bluesy americana bovendien die in al zijn variatie coherent is en knap gearrangeerd.
Men kan het bijaldien in verband met de band nu al niet meer louter hebben over ‘Lucky Came…’ maar met deze eerste steen in de Mississippi-river evengoed over ‘Lucky Came, Saw and Won‘. Dikke duim bij deze voor een zeer geslaagd debuut dat enkel vraagt om nog veel meer.
En ja, heel misschien zien we daarbij dan ooit, in het backing-koor, ook die jongste Van Weyenbergh als zevende ‘Lucky’ in die ambitieuze band opduiken. Het bloed dat kruipt…?
– Kim Van Weyenbergh – ritmegitaar, vocals,
– Annemie Moons – vocals,
– Wouter Grauwels – leadgitaar, vocals,
– Dimitri Laes – toetsen, vocals,
– Joost Buttiens – basgitaar,
– Bart Steeno – percussie.
Opgenomen in de rootsstudio Fandango in Boutersem met producer Dirk Lekenne.
Ronduit aandoenlijk is het daarbij wanneer hij bij kaarslicht samen met tienerdochterlief (!) een verbluffend akoestisch coverduet ten beste geeft van Zach Bryan’s schitterende I Remember Everything. Zach Bryan en Kacey Mushgrave waarlijk even helemaal overtroffen daar in de intimiteit van die Franse zomeravond. Want country, folk, blues of rock, het blijkt het gezinnetje uit Linden-Lubbeek met de paplepel ingegoten. Ergens vind je verder ook nog wel het clipje terug waar hij en partner Annemie Moons in de keuken al als duo schoon samenzingend aan de weg timmeren.
https://www.facebook.com/share/v/1H3bpVSPeh/
En ja, ook vader Van Weyenbergh organiseerde al folkoptredens, met goed volk als Ramblin’ Jack Elliot, Derroll Adams en andere legendes op de affiche. Zoontje Kim beleefde het allemaal vanop de eerste rij en hij zoog alles graag en gretig op, tot en met papa’s wondermooie platen van de grote Springsteen. Met het opgroeien kwamen dan steeds meer ook de eigen idolen als eerst het ‘wilde’ Pearl Jam zich erbij vervoegen. Maar de kiem voor het luisteren naar, het spelen en uiteindelijk het componeren van die americana was voor deze muzikale allesbrander dus al helemaal gelegd.
Betitelen we, nu bekeken, Van Weyenbergh’s beginjaren als muzikant eerlijkheidshalve dan toch maar wat als ploeteren. Met zijn project Rain Dog alleen de boer op, tot zwerven toe in Amerika. Tot hij die solotrips zelf maar wat beu werd en eindelijk in 2015 zijn Lucky Came To Town, de groep, het levenslicht mag zien. Een duidelijke groet overigens toch wel zeker, jongens, die naam, naar Springsteen’s Lucky Town? In alle geval, vanaf dan enkel nog maar een aantal personeelswissels, waaronder de gelukkige toevoeging van een leadgitarist en sinds 2021 valt vooral alles meer in zijn vaste plooi.
Twee gitaren nu, toetsen, bas, drums én harmonie van stemmen. Daarmee rollen ook de eerste epeetjes van de band. Met één van die songs notabene, Ghost of the Mississippi uit 2022, die de zes met hun neuzen meteen al even aan het grotere venster zet. Ze halen er dat jaar de halve finale mee van de americana-sectie van Nashville’s vermaarde International Songwriting Competition.
Maar vooral, geheel organisch raakte nu eindelijk ook dat eerste album The River Knows My Name in de steigers. Met Van Weyenbergh als de aanbrenger van al de primaire teksten én de muziek om er met de band volop mee aan de slag te gaan. Gidsend voor hem daarbij waren de woordkunstenaars als Jason Isbell, Ryan Adams, John Hiatt en bij uitbreiding – vooruit, nog wat namedropping – de hele americana-sound opwellend uit de platen van Steve Earle, John Moreland, Bruce Springsteen, The Jayhawks, John Prine, Townes Van Zandt, The Felice Brothers, Tom Waits, Justin Townes Earle.
In dit album neemt hij je mee, dixit storyteller Van Weyenbergh zelf, naar een wereld van ‘boxcars, murderers, thieves, lovers, all kinds of people’, doorgaans tegen een achtergrond van het land van Uncle Sam. Stuk voor stuk verhalen ook in essentie over overleven, met als constante de mythische Mississippi als de rivier vol stenen verlegd door zovelen ooit op aarde.
The River Knows My Name start zijn zinderende Ain’t No Blues in een waas van zoemend orgel. Het wordt een bluesy countryrocker waar je al onmiddellijk kennismaakt met de heersende karakterstem van Van Weyenbergh. Waar evenwel niet alleen zijn vrouw Annemie Moons maar tussen de schelle honky-tonk-toetsen ook vrijwel de hele band zich in enthousiaste samenzang mogen aansluiten. Mooi al zonder meer en dan moeten al de highlights nog komen.
Zoals ook de topper van al even, die jolige countrysong Come Dance op dit album zeker niet mocht ontbreken. Een perfecte illustratie van de constante samenwerking van zes bedreven muzikanten. Hier wordt de song bovendien nog wat bijgekleurd door de viool van Katrien Bos en de slidegitaar van producer Dirk Lekenne.
Lucky Came to Town plays Even Now Live at Het Groot Ongelijk
Het moordlied letterlijk en figuurlijk Oh, Loretta luistert daarop weg als een regelrechte Steve Earle. Wat schurkt Van Weyenbergh’s stemtimbre hier dan ook schitterend aan bij dat van de gevierde singer-songwriter.
Ook klepper Hands on the Wheel past Lucky Came To Town als gegoten. Wat een groepsprestatie, die toetsen, piano, orgel, die scherende gitaar, in vurig driespan met de schitterende zang. Een bonkende song uit één stuk die zich heimelijk optrekt en openbloeit tot een countryrocker van jewelste. Met Van Weyenbergh die zich met zijn op- en neergaande vocalen hier uitleeft als een plaatsvervangende Eddie Vedder.
Even balladeren dan met het slepende Lone Wolf, de sierlijk inleidende gitaristen, een onkreukbaar volgende band, inclusief die fladderende viool. En Van Weyenbergh, hij is ‘the wolf howling at the moon’.
Grijpt de drinkende zanger op retour zijn kans tot ommekeer nu het nog kan? Hoe ook de lyrics, het zalig wegtikkend Going Back staat sowieso voor een topsong. Heerlijk toch weer daarbij dat hele rijke instrumentarium van die band, die dwarrelende akoestische en elektrische gitaren en die intussen bijna onmisbare viool. Met z’n allen dus samen met het briljante verhaal van Van Weyenbergh meedeinen tot aan het gaatje.
Pure opwinding, dat is ook Soulfire, een geweldige rocker. Een scanderende frontman door de pittige percussie op speed gedreven. Lekker elektrisch ook, met applausje voor het uitmuntende slide-solowerk van de producer.
Dan het hemels catchy Even Now. Even een a capella-intro, waarna alles in gang schiet. Samenzang, gitaren, percussie, gewoon met z’n allen op het elan van een stoomtrein door tot aan die dartele finale piano-nootjes. Met uiteraard Van Weyenbergh in zijn zoveelste glansrol.
In Coal Blues zoekt voor even ver van de Mississippi de zanger letterlijk en figuurlijk zijn zwarte blues diep in die rampzalige mijn van Marcinelles. Traag, piano en orgel in mineur, plechtige samenzang, droefenis die uitgalmt.
Waardige afsluiter wordt New York City Nights, de finale uptempo rocksong over Van Weyenbergh zelf die ooit over de plas zijn New Yorkse dromen najoeg.
Maar ‘Lucky Van Weyenbergh’ heeft nu na jaren geduldig zoeken een vastberaden gezelschap van gelijkgestemde ‘Luckies’ bij elkaar gekregen en de Lucky Came To Town-trein lijkt er in die constellatie goed mee op snelheid te komen. Hijzelf is en blijft naast singer-songwriter ook een topclass americana-crooner met een karakterstem die op Vlaamse bodem nog het meest doet denken aan die van Leander Vandereecken, die andere americana-klasbak van A Murder in Mississippi.
Dus ineens staan ook zijzelf er als groep, met een authentiek album vol doorleefde, nostalgische songs die in hun intensiteit verbazen, het hart raken en zich per luisterbeurt dieper nestelen. Een plaat vol bluesy americana bovendien die in al zijn variatie coherent is en knap gearrangeerd.
Men kan het bijaldien in verband met de band nu al niet meer louter hebben over ‘Lucky Came…’ maar met deze eerste steen in de Mississippi-river evengoed over ‘Lucky Came, Saw and Won‘. Dikke duim bij deze voor een zeer geslaagd debuut dat enkel vraagt om nog veel meer.
En ja, heel misschien zien we daarbij dan ooit, in het backing-koor, ook die jongste Van Weyenbergh als zevende ‘Lucky’ in die ambitieuze band opduiken. Het bloed dat kruipt…?
– Kim Van Weyenbergh – ritmegitaar, vocals,
– Annemie Moons – vocals,
– Wouter Grauwels – leadgitaar, vocals,
– Dimitri Laes – toetsen, vocals,
– Joost Buttiens – basgitaar,
– Bart Steeno – percussie.
Opgenomen in de rootsstudio Fandango in Boutersem met producer Dirk Lekenne.
