MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Todd Rundgren - Healing (1981)

poster
It said “It's time to make the world a little wiser. There are enough destroyers and criticizers. The world needs a healer.”

Healing kwam uit in februari 1981 met de nummers 1 t/m 9 van de tracklist op de LP en in de hoes erbij geschoven de single Time Heals met op de B-kant Tiny Demons.

Todd Rundgren doet het hier weer helemaal alleen: schrijven, zingen, alle instrumenten en de productie. Teruggetrokken in zijn studio Utopia Sound, samen met technicus Mike Young, kwam hij tot dit brouwsel dat we wel kunnen rekenen tot zijn meest spirituele albums. Om dat te illustreren volg ik de tekst vanaf het eerste nummer: Healer.

In een droom, zo begint het album, kwam een stem naderbij en die zei me: 'Kind, het is tijd om de wereld een beetje wijzer te maken. Er zijn al genoeg verwoesters en criticasters. Wat de wereld nodig heeft is: een healer.'

Hoe vertaal je dan 'healer' in dit verband? Rechtstreeks: genezer. En dan kom je al snel op een Jomanda-associatie als we de medische wetenschap erbuiten willen laten. Maar als we het nummer verder volgen, zegt de stem: die 'healer' ben jij, als de tijd rijp is. 'Neem de last van je bestemming op je. Dan help ik je die te dragen.'

Het is een religieus moment. Een initiatie, een aanwijzing tot een bijzondere taak. De healer is een heelmaker, een heiland, van boven aangewezen, zoals de hoes ons duidelijk laat zien. Die hand is geen mensenhand. Het is de hand van de eeuwige Wijsheid.

In Pulse ontdekt de healer de kracht van die initiatie. Het is een kracht van een andere wereld:
'It's just stepping in another world; like a breath coming from another world, like a magnet pulling from another world; like a siren singing in another world; like a heartbeat pumping from another world'.

En dan volgt Flesh. De geest kan het niet alleen. Er is een wet. Als je die wet volgt, dan volgt het lichaam. Voor wie wil. 'Just as action follows thought. You can be whole again. Be healed again. And make your body follow'. De kern van het spiritualisme: volg de levenswet en door de kracht van je geest zal je lichaam volgen. Doe je dat niet, dan is het je eigen schuld: 'Only fools fear the law that can save them'.

Zo gaat het verder op het pad van de healer. Het gaat over hebzucht en compassie, licht en duisternis en in het klapstuk van de plaat in drie delen: Healing, volgt de oproep: 'Listen! Listen to the voice, the voice is an illusion. Listen to the voice, don't let the words confuse you.' De muziek gaat nu verder in het ritme van een hartslag. Het ritme van het geluid dat diep in je zit. Concentreer je daarop en volg je hart. En dan eindigt het derde deel van deze meditatie met de woorden:

'You could not be closer to your maker. Never more or less alone. If you know thyself there's nothing else to know. You are whole, you are whole.' Ken uzelve! Dat lijkt hier de samenvatting van de levensles.

Tja, en dan biedt de bijgesloten single nog een recept voor genezing, waar ik wel wat meer mee kan: 'Time Heals the wounds no one can see.' Laten we het hopen, beste Todd.

Muzikaal is dit voor die tijd wel een modern opgenomen album. Rundgren gebruikte volop de synths en maakte gebruik van de splinternieuwe Lynn Drum computer. Kennelijk omdat de boodschap hem dicht op het hart lag, koos hij voor harde zangpartijen in veel nummers. En daarbij heeft de emotie hem soms zo te pakken dat zijn stem overslaat en het niet altijd prettig wegluistert. Vooral in Flesh en Shine wekt dat irritatie op. Té nadrukkelijk boodschappelijk. En dat geldt eigenlijk wel voor het hele album dat overhelt naar een stichtelijke monoloog. Graag had ik wat meer hoor en wederhoor, stem en tegenstem gehoord in de teksten. Kom op man: dat verkoop je toch niet. Jezelf genezen. De wereld helen door de reis naar binnen te maken. Waar hebben we dat meer gehoord?

Hierna zou Rundgren een meer aards bestaan op zich nemen als producer en video-kunstenaar om uiteindelijk gewoon een aardige huisvader te worden met een paar uit de hand gelopen hobby's.

Toch wel een knap album dat vandaag 4,5 sterren in de wacht sleept. Positief denken, dat helpt.

Todd Rundgren - Nearly Human (1989)

poster
4,0
"If our love could not withstand this jealousy, we'd remember the day we threw away our eternity"

Tweede album (na A Cappella,1985) van Todd Rundgren op het Warner label. Rundgren's fascinatie voor het live inspelen van een album wordt hier beproefd. Rundgren was inmiddels een nieuwe fase ingegaan. Zijn band Utopia had hij opgeheven en muzikaal liet hij zich hier verleiden tot een flinke scheut 'blue eyed soul'. Productioneel is dit album het omgekeerde van Hermit of Mink Hollow (1978) waarop hij ieder instrument spoor na spoor inspeelt en de zang laag voor laag overdubt. Een waar soloproject waarvoor hij de deur niet uit hoefde.

Totaal anders is de benadering hier. De tracks zijn live ingezongen en gespeeld zonder overdubs. En dat betekent ook hier volledige concentratie, maar zonder herkansing. In plaats van alles zelf te doen heeft Rundgren hier de beschikking over een duizelingwekkende rij artiesten in de studio. Om er maar een paar van de ruim 75 (!) medewerkenden te noemen: Brent Bourgeois, Clarence Clemons, Roger Powell, Prairie Prince, Kasim Sulton, Larry Tagg, Narada Michael Walden, Vince Welnick, John Wilcox en Bobby Womack.
In het koor zong een zekere Michele Gray, die later Rundgren's vrouw zou worden.

Maar bij al dit imposante moet allereerst gezegd worden dat het geluidstechnisch een matige beleving is. Wat zo vol en warm had kunnen klinken werd door een fout in de mix&mastering voor een belangrijk deel om zeep geholpen. En dat is een drama zoals we wel vaker hebben meegemaakt op Rundgren's albums.

Tekstueel staan er prachtige dingen op dit album. The Waiting Game, Parallel Lines en Fidelity zijn buitengewoon diep rakend van inhoud. Bijtend scherp is Unloved Children, heel aardig de Costello-cover Two Little Hitlers. Opener The Want of a Nail met Bobby Womack is best goed als binnenkomer maar afsluiter I Love My Life heeft van alles teveel, ontspoort en zorgt ervoor dat je het album liefst voor het einde al afzet.

Er zijn dus best wel gemengde gevoelens waar te nemen bij dit album. In zekere zin een comeback van de multi-getalenteerde artiest. Veel emotie en diepte maar ook veel geschreeuw en druktemakerij. En dan die belabberde geluidsregistratie terwijl zowat half Hollywood in je dure studio staat te zingen.

Zucht. Waarom toch? De opvolger Second Wind (1991) werd volgens hetzelfde live-concept opgenomen maar met meer discipline. Integraal interessante albums heeft de man, in mijn ogen, vervolgens niet meer gemaakt. De tragiek van te veel talent en te weinig richting.

Todd Rundgren - Something / Anything? (1972)

poster
5,0
Terecht kan dit album gerekend worden tot de klassiekers in de Rockgeschiedenis en we vinden het album dan ook op een redelijke plaats 173 van Rolling Stone's definitive list of the 500 greatest albums of all time.

Rundgren had het ambitieuze plan opgevat, na teleurstellende ervaringen met sessiemuzikanten, om een plaat op te nemen met het multi-tracking systeem, waarbij hij alle zang en instrumenten, spoor na spoor, zelf wilde uitvoeren.

Opgenomen in de herfst van 1971 bevat dit dubbelalbum eigenlijk twee albums in één hoes.
De plaatkanten 1 t/m 3 werden op band gezet in Los Angeles. Ruim voldoende materiaal voor één album.
Een aardbeving deed hem besluiten hier niet verder op te nemen en naar New York uit te wijken om aanvullend live-materiaal op te nemen. Die live-sessies, nam hij met een band op in New York en in de Bearsville-studio in Woodstock. Uiteindelijk ruim voldoende opnames voor een dubbelalbum.
Om het materiaal te ordenen bedacht Rundgren voor de vier plaatkanten de volgende titels:
1: A Bouquet of Ear-catching Melodies
2: The Cerebral Side
3: The Kid Gets Heavy
4: Baby Needs a New Pair of Snakeskin Boots (A Pop Operetta)

Begint kant 1 nog als een regulier popalbum, daarna neemt de ontregeling toe. The Night the Carousel Burned Down, prachtige song waarin het muzikaal helemaal misloopt met de draaimolen; het bizarre Song of the Viking; het “heavy” Black Maria op kant 3 en tenslotte de pseudo live-operette op kant 4.

Je wordt als luisteraar zelden helemaal serieus genomen, zoals in de studiotest aan het begin van kant 2. De onderonsjes op kant 4 moeten ons laten geloven dat het even uit de losse pols werd ingespeeld. Niets is minder waar. Het verhaaltje is melig, maar indrukwekkend vind ik hier het nummer Dust in the Wind, van Mark Klingman (overleden in 2011).

Rundgren heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij bij zijn onstuitbare creativiteit en werkvermogen hulp kreeg van een geestprikkelend goedje als Ritalin. Slapen was dan niet nodig. Het kenmerkt ook wel het manische van zijn werk in het algemeen. Was die invloed er niet geweest, dan had Rundgren wellicht een mooie loopbaan gehad als hulpje van Carole King of James Taylor om er een paar te noemen. Al snel voelde hij de behoefte zich van zijn romantische liedjesschrijverij te ontdoen en verder het progressieve pad te kiezen. Een nummer als Marlene paste nog wel op een voorgaand album als The Ballad of Todd Rundgren (1971), maar eigenlijk was de man hier al het stadium van de schoolromantiek voorbij.

De Wizard moest verder, de studio in, op ontdekkingstocht.

Todd Rundgren - The Ever Popular Tortured Artist Effect (1982)

poster
3,0
In 1982 kwam het tot een breuk tussen Rundgren’s band Utopia en huislabel Bearsville Records. De relatie was flink verstoord, maar Rundgren had nog een contractuele verplichting liggen als soloartiest een album af te leveren aan Bearsville. Ontevreden over de geringe moeite die het label had gedaan voor de promotie van zijn geesteskind Healing, een jaar eerder, kunnen we de titel van dit album moeiteloos verklaren uit zijn frustratie.

Oké, jullie willen een makkelijk album, nou dan krijg je het ook. Zoiets moet de getergde artiest gedacht hebben. Terwijl Rundgren intussen volop experimenteerde met electronica nam hij tussen de bedrijven door een serie songs op voor dit album. En nu eens geen spirituele zoektochten of introspectieve klaagzangen, maar gewoon een popalbum met pret.

There Goes Your Baybay, Emperor of the Highway en Bang the Drum All Day passen moeiteloos in die categorie. Lichtgewicht tot smakeloos. Bij Emperor zet hij weer eens zijn bekakte Gilbert & Sullivan- stemmetje op, waar hij als kind al zo van hield. (vergelijk Lord Chancellor's Nightmare Song op Todd (1974)).
Tin Soldier is een aardige kopie van het origineel, in de stijl waarmee hij ooit op Faithful (1976) een plaatkant vol maakte.

Hoewel gedomineerd door LynnDrum (een nieuwe vinding op dat moment) en synthesizer staan de eerste drie nummers nog wel in de traditie van Hermit of Mink Hollow (1978). Het zijn de sterkere songs op het album. Drive is ronduit lelijk gezongen en is niet alleen een 'torture’ voor de artiest maar ook voor de luisteraar. In slottrack Chant worden we getrakteerd op een soort electrobeat-disco maar is het spirituele element wel weer te vinden.

Todd Rundgren hield uitverkoop en gaf dit zijn fans nog mee voordat hij de deur bij Bearsville definitief dichtgooide. En waarachtig, in plaats van kritiek kreeg hij lof voor dit werkje. Lovend was Rolling Stone en Allmusic waardeert de plaat nu met 4 sterren. Begrijpelijk? Zonder het een meesterwerk te noemen, is het wel een toegankelijke plaat geworden. Zoiets draai je nog wel eens voor de aardigheid en het gaat niet te diep. Ook wel weer een verademing na jaren van zweverigheid. Maar artistiek kon het beslist beter …

PS: Officieel kwam het album uit op 30 december 1982

Todd Rundgren - Todd (1974)

poster
You're so long ago and so far away, but my dream lives on forever ...

Ontregelend. Grensoverschrijdend. Provocatief. Diepgravend. Ontroerend. Expressief. Explosief.
Zomaar een paar kwalificaties die je best in één adem kunt noemen met dit dubbelalbum van Todd Rundgren.

Om dat provocatieve nog even beter te verklaren, kun je zeggen dat Rundgren hier bezig is de grenzen te ontdekken en overschrijden, van zichzelf als totaal-muzikant, maar niet minder van zijn luisteraars. Hoe ver kun je gaan? Een trip door het onbegrensde heelal van de verbeelding. Nou nou, dat klinkt wel erg hoogdravend. Je kunt ook zeggen dat Rundgren hier een pilletje teveel geslikt heeft en er een rommeltje van maakt. Pure vinylverspilling, zeggen sommigen. Misschien is dat ook wel een beetje zo. Maar dan blijft de artiest niet in zichzelf opgesloten, maar zoekt de communicatie. Hij geeft zichzelf bloot en wil wat bereiken; een emotie losmaken, een gevoel van liefde, iets wat er écht toe doet te midden van alle nep. Doorprikken, de lucht eruit.

Dat losmaken doet hij met een batterij space-geluiden uit de synthesizer, maar net zo goed met een gillende gitaar, zoals in The Spark of Life en het bizarre In and Out the Chakras We Go(formerly Shaft Goes to Outer Space) . Tussen deze nauwelijks te verdragen sonische ervaringen door zet hij de meest tedere en ontroerende songs neer. Ik denk aan A Dream Goes on Forever, het zwaarmoedige The Last Ride en het ouderwets rundgreniaanse (Carole King-achtige) Useless Begging.

Erg fraai zijn de instrumentale nummers, met de piano in de basis, zoals Drunken Blue Rooster of de razendsnelle gitaarsolo (?) in Sidewalk Cafe. 'Real Heavy' wordt het in Everybody's Going to Heaven / King Kong Reggae en natuurlijk Heavy Metal Kids . Maar bij alle gillende gitaren en hamerende drums klinkt daar doorheen de parodie, de tekstuele grap en de dubbele bodem komt in zicht. Rundgren kun je nooit vastpinnen op een genre. Is het rock, is het soul, is het operette? Hij speelt ermee, doet wat hij op dat moment nodig heeft om zijn verhaal te vertellen.

Is er dan een verhaal? Is er sprake van enig concept? Nee, dat is lastig te vinden. Het idee is Todd zelf. Een verslag van zijn ontwikkeling op dat moment. Met alle vraagtekens die je daar wel bij kunt zetten. Want het richtingloze is ontregelend en kan je soms flink irriteren. En wie is hij dan wel om zo in het middelpunt te moeten staan. Een eigenwijze kwast is hij toch. Gaat het dan allemaal nergens heen?

Toch kan Rundgren het niet laten ook op dit album een gedachte mee te geven. Een leermoment: Don't You Ever Learn ? En intens brult hij het uit in het, met 10.000 man live gezongen Sons of 1984 :
"Worlds of tomorrow
Life without sorrow
Take it because it's yours
Sons of 1984"

Een droom en een illusie. A Wizard, a True Star. Todd op z'n best.

Tom Parker - The Commandments (1990)

Alternatieve titel: The Commandments - A Tom Parker Project

poster
3,0
Een bijzonder project en een zijstapje voor Tom Parker met deze Nederlandse vocalisten. Een beetje flets en het ontbreekt wat aan contrast omdat de zoete ballades overheersen. Toch wel aardig. Rob de Nijs zingt hier Engelstalig en brengt het er goed vanaf, ook al ontbreekt ook bij hem nodige kruiding in het resultaat. Kayak-man Edward Reekers doet het goed en zijn gedragen stijl past eigenlijk best in de opzet van het album. Anita Meyer brengt het meeste temperament in haar vertolkingen.

Hoewel het thema bijbels-religieus is, valt op hoe de geboden waarnaar gerefereerd wordt in menselijke liefdesliedjes zijn verpakt. God en gebod worden slechts zijdelings belicht. En zo heel bereikbaar gemaakt voor een groot publiek. Menig gospelkoor heeft liederen van dit album op het repertoire gehad en de galm van een kerkzaal combineert inderdaad wel met deze nummers.

De scherpte wordt wat gemist en geheel in lijn met Parker's New London Chorale is de omlijsting verzorgd maar weinig spannend. Misschien mag dat ook wel. Parker is de man van de gulden middenweg. Wil niemand kwetsen en is de degelijkheid zelve. Mag ik het dan een beetje saai vinden soms?

Tom Petty - Wildflowers (1994)

poster
4,0
Nog eens goed beluisterd, dit Lynne-loze, eerste Warner-album van Petty. Tom Petty is voor mij een sympathieke rocker, new waver, die uit vaatjes tapt waar ik belangstelling voor heb. Het is wat van The Byrds, Bob Dylan, Neil Young en Elvis Costello. En van zichzelf natuurlijk. Petty heeft het imago van de eeuwig verongelijkte puber. Verliezer op het schoolplein, afgewezen door de meisjes en daaruit destilleert hij een wrang soort, toch wel leuke humor. Op dit album doet hij echt zijn best een stapje verder te gaan. Puurder, meer vanuit zichzelf. Tikje zwaar zelfs, Deels gelukt, mijns inziens.

Het gelukte is samen te vatten met de volgende nummers: Time to move on, You wreck me, It' s good to be a king, Hard on me, To find a friend, Crawling back to You en Wake up time.
Allemaal prachtige songs, helder en indringend opgenomen.

Only a broken heart en Honey Bee zijn dan weer een beetje jammer. Titelsong Wildflowers is wel aardig, maar geen geniaal nummer. Een vol uur speelduur was in de mode in 1994, maar leidde niet direct ook tot betere platen. Het had kernachtiger gekund met pakweg 40 minuten.

Petty gaat dit jaar touren met dit album als setlist. Daarbij komt het album opnieuw uit, met een pak bonustracks waarmee we op een echt dubbelCDalbum komen. Zo moet het ooit bedoeld zijn. Maar nogmaals, het kan ook te veel worden.

Toto - Past to Present 1977-1990 (1990)

poster
3,0
Met weglating van de vier nummers met zanger Jean-Michel Byron een heel aardige 'best of'.
Ik denk zo dat de schrijvers hierboven die mening ook zijn toegedaan. Dat drukt de waardering.

Voordeel van deze CD uit 1990 is dat de race om het hardste volume hier nog niet is ingezet. De tracks klinken nog prettig dynamisch. Vooral in Nederland zeer goed verkocht. Nummer 1 op de albumlijst en best verkochte album ooit van Toto.

Hold the Line is voor mij de favoriet. Verder mogen Africa, 99 en Pamela er ook zijn.

Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)

poster
4,0
Opvallend debuut. Tracy schreef de songs in haar studentenjaren '82-'87. Toen ze een platencontract kreeg bij Elektra had ze meteen genoeg materiaal op de plank liggen voor dit album waarmee ze doorbrak.

Tracy Chapman heeft een pure doorleefde stem met een emotioneel randje. Ze was nog maar 23 toen ze de plaat opnam, zingt over volwassen onderwerpen en klinkt eigenlijk wat ouder en wijzer dan haar leeftijd.

Haar grote hit is natuurlijk Fast Car, maar ik hoor liever nummers als For My Lover, If Not Now of het fraai rockende Talkin' 'Bout a Revolution. Baby Can I Hold You is een prachtig klein gebroken-liefdesliedje. Met een paar woorden en regels zegt ze veel.

Mooi album, dat ze op haar volgende albums kwalitatief wel evenaarde, maar niet wist te overtreffen. De verrassing zat bij haar toch echt in het begin.