MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten ABDrums als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Wilderun - Olden Tales & Deathly Trails (2012)

poster
4,0
Het mooie aan deze duo-marathon is dat er zowel sprake is van iemand die aardig thuis is in de discografie van de band als van iemand die de muzikale paden van Wilderun voor het eerst bewandeld. Zo kan een zo genuanceerd als mogelijk beeld worden gecreëerd van de muzikale beleving van het oeuvre van deze jonge, uit Boston afkomstige band. Ik zal dan ook meermaals proberen dit debuut in te bedden in de bredere discografie van de band en hoop zo ook de juiste verwachtingen te scheppen voor de albums die komen.

Wanneer ik denk aan Wilderun of zin heb om naar de band te luisteren, dan grijp ik eigenlijk altijd terug op de twee meest recente albums. Voor mij zijn die twee albums het meest representatief voor de artistieke en creatieve visie die de band nastreeft. De eerste twee albums - en zeker dit debuut - zijn in mijn herinnering toch behoorlijk weggezakt. Daarom is deze marathon ook een goede casus belli om mijn oordeel over die beide albums eens te herzien en van opfrissing te voorzien.

Wat me meteen opvalt aan dit debuut is dat Wilderun eigenlijk al ontzettend volwassen klinkt als collectief. De eerste kinderziekten die vaak inherent zijn aan een debuut hoor ik hier absoluut niet in terug (uitzonderingen daargelaten, daar kom ik straks op terug). Sterker nog, de composities op Olden Tales & Deathly Trails getuigen van een enorme vernuftigheid, veelzijdigheid en complexiteit, die hun geheimen pas na meerdere luisterbeurten prijsgeven.

Ik blijf me erover verwonderen hoezeer deze band meteen vanaf het begin zichzelf een geluid heeft weten aan te meten dat zo karakteristiek en herkenbaar. Het 'typische' Wilderun-geluid is hier namelijk al prominent aanwezig: een combinatie die primair bestaat uit symfonisch-orkestrale elementen en death-metal, doorspekt met allerhande folkinvloeden en aangekleed in grandioze, epische en progressieve songstructuren. De ogenschijnlijk moeiteloz inéénvloeing van metal en folk-symfonie is op Olden Tales & Deathly Trails al van een torenhoog niveau, maar wordt op de volgende albums nog verfijnder en smaakvoller uitgevoerd. Het meest opvallende van deze plaat is in mijn optiek dan ook het gegeven hoezeer Wilderun hier al als Wilderun klinkt in termen van stijl van componeren en schrijven van melodieën.

De band klinkt dus ontzettend volwassen op zijn debuut en beschikt over de gave om overtuigende en complexe composities neer te zetten die - althans in mijn beleving - nergens geforceerd aanvoelen of gaan vervelen. Maar ik beschouw Olden Tales & Deathly Trails als een soort nul-meting, ook omdat ik weet wat er nog gaat komen. En dan moet ik concluderen dat sommige muzikale overgangen binnen de nummers íets te geknutseld en gemaakt aanvoelen. Het natuurlijk laten ontwikkelen van composities, zonder daarbij overigens maar een moment de kern van de song uit het oog te verliezen, komt pas echt volledig tot wasdom op Veil of Imagination en Epigone. Dat neemt niet weg dat de composities ontegenzeggelijk van een erg hoog niveau zijn. Bovenstaande is daarom meer een 'aandachtspunt voor verdere verfijning' dan een kritiekpunt.

Olden Tales & Deathly Trails is echter niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Twee kritiekpunten mogen niet onbenoemd worden gelaten: het piraten-element en de daarmee samenhande tekstuele oppervlakkigheid. Reflecterende op de rest van de discografie die nog komen gaat, ben ik erg blij met het feit dat deze beide kritiekpunten alleen van toepassing zijn op dit album. Aan de 'piratenvibe' ben zo langzamerhand aardig gewend geraakt na talloze luisterbeurten, maar het is simpelweg niet mijn ding. Op die momenten is het mij een tikkeltje te flauw en te jolig. Gelukkig weet de band daar wel briljante composities en melodieën tegenover te zetten, wat maakt dat ik toch mee wordt genomen in de overkoepelende thematiek.

De jolige en flauwe tekstuele inhoud van de plaat hangt hiermee samen, omdat die logischerwijs is toegespitst op het piratenthema. Die teksten zijn wat mij betreft erg oppervlakkig en bieden weinig diepzinnige / inhoudelijke reflectie. Hier maakt de band gelukkig echt enorme sprongen in: ik kijk ontzettend uit naar de dichterlijke, poëtische en diepzinnige lyrics van Veil of Imagination bijvoorbeeld. Mocht het op instrumentaal / compositioneel terrein onduidelijk zijn dat we hier te maken hebben met een debuut, dan is dat tekstueel gezien wel duidelijk te merken.

Het debuut van Wilderun had ik op 3,5* staan, maar er staat genoeg bruikbaars op deze plaat waardoor ik hier met gemak 4,0* aan kwijt kan. Wilderun levert hier een ijzersterk debuutalbum af waarbij alle ingrediënten voor de toekomstige succesformule al volop aanwezig zijn. Het is opvallend dat dit een band is die kennelijk geen moment heeft hoeven zoeken naar een definitieve eigen sound die karakteristiek en representatief is voor hetgeen zij aristiek en creatief willen bewerkstelligen. Dat is denk ik de belangrijkste les die uit Olden Tales & Deathly Trails kan worden getrokken. Vooruitblikkend op de rest van de discografie - ik heb dat al meermaals laten doorschemeren - wordt het mijns inziens alleen nog maar beter.

In relatie tot de rest van de discografie denk ik dat de ultieme kracht van Olden Tales & Deathly Trails de relatieve simpelheid is ten opzichte van de rest van de platen. Op de andere werken wordt het allemaal nóg gelaagder, complexer, verfijnder en expressiever dan dat het op dit debuut al is. Naar mijn mening is dat in een notendop ook de reden waarom de toekomstige platen beter zijn, maar er schuilt mijns inziens ook iets aantrekkelijks in deze wat gestroomlijndere, puntigere versie van Wilderun (hetgeen vanzelfsprekend allemaal is!). Olden Tales & Deathly Trails is wat mij betreft in ieder geval een ontzettend gave plaat die ik in de toekomst absoluut met veel plezier nog eens ga draaien.

Tussenstand:
1. Olden Tales & Deathly Trails (4,0*)

Wilderun - Sleep at the Edge of the Earth (2015)

poster
4,5
Op de 'Aanbevolen voor jou'-pagina van YouTube kom ik soms verrassend leuke, mooie en intrigerende dingen tegen. Zo stuitte ik een hele poos geleden per toeval op deze geweldige Playthrough video van het nummer 'The Garden of Fire' van het album Sleep at the Edge of the Earth. Via een reactievideo was ik de week ervoor voor het eerst in contact gekomen met Wilderun via het nummer 'The Unimaginable Zero Summer' van de grandioze opvolger Veil of Imagination. Het algoritme moet me kennelijk goed gezind zijn geweest, want toen ik de (tot mijn toentertijdse verbazing zeer jonge) bandleden 'live' aan het werk zag, was ik helemaal verkocht, voor zover ik dat nog niet was.

Omdat Veil of Imagination veel bekender is dan zijn voorganger (en omdat dat op dat ogenblik het meest recente album van de band was), besloot ik me eerst daarop te richten, waardoor Sleep at the Edge of the Earth automatisch figuurlijk in de ijskast werd gezet. En ondanks het feit dat Veil - ik wil niet al teveel op de zaken vooruitlopen, maar toch - in mijn optiek een hedendaags metalmeesterwerk is, mag de voorganger en tweede album van de band, Sleep at the Edge of the Earth er ook zeker zijn. Sterker nog: dit is een album dat mijns inziens, hoewel begrijpelijk, zeer onterecht in de vergetelheid is geraakt en daardoor absoluut onderschat wordt.

In mijn uiteenzetting over de voorganger van dit album, Olden Tales & Deathly Trails, heb ik uitvoerig het 'Wilderun-geluid' besproken. Voor het gemak verwijs ik hier graag terug naar die beschrijving:
ABDrums schreef:
Het 'typische' Wilderun-geluid is hier namelijk al prominent aanwezig: een combinatie die primair bestaat uit symfonisch-orkestrale elementen en death-metal, doorspekt met allerhande folkinvloeden en aangekleed in grandioze, epische en progressieve songstructuren. De ogenschijnlijk moeiteloze inéénvloeing van metal en folk-symfonie is op Olden Tales & Deathly Trails al van een torenhoog niveau, maar wordt op de volgende albums nog verfijnder en smaakvoller uitgevoerd. Het meest opvallende van deze plaat is in mijn optiek dan ook het gegeven hoezeer Wilderun hier al als Wilderun klinkt in termen van stijl van componeren en schrijven van melodieën.
In feite neemt de band op dit album al deze karakterbepalende elementen die het op het debuut tentoonspreidde, om daar vervolgens nog een flink aantal scheppen bovenop te gooien. Het is helemaal in lijn met de uitstekende besprekingen van mijn voorgangers, waar ik eigenlijk niet erg veel aan toe heb te voegen. Om een herhalingsoefening te vermijden beperk me slechts tot enkele algemene opmerkingen.

Het overdreven jolige, mierzoete karakter van de folk-passages is, in tegenstelling tot het debuut, veel beter uitgekristalliseerd en opgenomen in het geheel op dit album. Bovendien valt op dat aan de symfonische passages meer en meer een leidende en centrale rol wordt toebedeeld, waar het gitaarwerk omheen lijkt te zijn gecomponeerd. Mijns inziens is dit de grootste stijlbreuk ten opzichte van het debuut, omdat daar de gitaarpassages leidend waren in het voortstuwen van de composities. Bovendien heeft de band mijn kritiekpunt op de voorganger kennelijk ter harte genomen, want de overgangen tussen de verschillende passages komen veel natuurlijker en oprechter over: alle overgangen en losse elementen vloeien beter in elkaar over en van fragmentarisme is absoluut geen sprake, met uitzondering van het nummer 'The Means to Preserve', een nummer dat, zoals namsaap terecht opmerkt, meer aanvoelt als een verzameling losse ideeën dan als een coherent en gestructureerd geheel. Kortgezegd is de integratie van folk, symfonie en metal veel uitgebalanceerder, diepgaander en volwassener geworden dan het debuut, hetgeen als de grootste ontwikkeling van Wilderun op dit album kan worden bestempeld.

Naast de sonische ontwikkeling heeft de band ook op compositioneel niveau enorme stappen gemaakt ten opzichte van het debuut. Dat licht ik graag toe aan de hand van het epische vierluik 'Ash Memory', het even epische en grandioze 'The Garden of Fire' en het atmosferische 'Linger'. Ik bespeur hier namelijk drie verschillende manieren van componeren die Wilderun zichzelf eigen heeft gemaakt (voor zover daar nog geen sprake van was op het debuut), waardoor de band in staat is om ook op dat vlak onvoorspelbaarder en diverser te worden.

Op 'Ash Memory', dat de eerste paar luisterbeurten erg fragmentarisch overkwam maar waarvan de puzzelstukjes langzaam op hun plek vielen, laat Wilderun overtuigend zien een track van epische proporties te kunnen componeren die de lange speelduur absoluut rechtvaardigt en waarbij de losse 'parts' smaakvol worden samen gesmeed als één geheel. Dat de band niet beslist negentien minuten nodig heeft om episch uit de hoek te komen, bewijst 'The Garden of Fire'. Dit nummer is wat mij betreft het absolute prijsbeest van dit album en kan zich met gemak meten met het beste dat Wilderun bij elkaar heeft gemusiceerd. Hier komen de door Apollo aangehaalde Opeth-invloeden, met name door het slepende gitaarwerk in een 6/8 maatsoort, het meest prominent naar voren. Storend vind ik het echter nergens, omdat de band die invloed weet te kanaliseren tot een eigen geluid en product. Het is een nummer waar ik keer op keer kippenvel van krijg. Ten slotte laat de band op 'Linger' zien dat het ook met één muzikaal thema prima uit de voeten kan, want in feite is dit nummer één lange aaneenschakeling van verschillende variaties op hetzelfde motief. Het is het sprekende voorbeeld van zowel de geluidstechnische als compositorische volwassenheid waartoe de band zich heeft ontwikkeld.

Een relaas over de tekstuele voordrachten op dit album zal ik de lezer besparen, daarvoor verwijs ik graag naar de uiteenzetting van mijn bovenbuurman. Desalniettemin ben ik nog niet klaar, want ondanks de onmiskenbare kwaliteit van Sleep at the Edge of the Earth is er ook een kritiekpunt te vermelden, hoewel ik dat wat een te zware connotatie vind hebben voor het punt in kwestie. Het is eerder een punt van een orde, een persoonlijke smaakkwestie. De structuur van het album waar de band voor heeft gekozen vind ik namelijk niet optimaal. De twee korte instrumentale composities die het album openen en afsluiten vind ik waarlijk briljant. Door met hetzelfde thema te openen en te eindigen suggereert de band een overkoepeld verband, waardoor het album echt als een geheel aanvoelt. Ditzelfde trucje zal ook op Veil of Imagination worden toegepast, maar dan met spoken word. Maar door vervolgens met een lang epos ('Ash Memory') en een fabelachtige en beresterke track ('The Garden of Fire') aan te komen, maken de laatste twee volwaardige nummers ('Linger' en 'The Means to Preserve') nét niet genoeg indruk op me. Ondanks het feit dat laatstegenoemde nummers kwaliteit erg sterk zijn, met name 'Linger', voelen ze een beetje als mosterd na de maaltijd.

Ik rond af. Sleep at the Edge of the Earth is een duidelijke stap voorwaarts ten opzichte van het debuut, hoewel het me wel enorm veel moeite kostte het album volledig te doorgronden. Dat gezegd hebbende bekruipt me nog steeds het gevoel dat Sleep at the Edge of the Earth nog wel meer in het vat heeft zitten, hetgeen zich hopelijk na nóg meer luisterbeurten aan mij openbaart. Maar goed, persoonlijk vind ik juist de albums die hun geheimen langzaam prijsgeven en waar veel tijd in moet worden gestoken, het leukste om te beluisteren. Dan is de beloning namelijk ook het grootst. Wilderun laat hier zien kwalitatief mee te kunnen met de absolute top van de metal. Maar het kan nog beter, zo blijkt achteraf. Wordt vervolgd...

Tussenstand:
1. Sleep at the Edge of the Earth (4,5*)
2. Olden Tales & Deathly Trails (4,0*)

Wilderun - Veil of Imagination (2019)

poster
5,0
Apollo schreef:
Op aanraden van ABDrums bewandelen wij samen de discografie van Wilderun.

Weet je wat ik ga doen?

Ik ga doen alsof er niet twee jaar is verstreken sinds deze mini-marathonsessie door de muzikale van wereld van Wilderun is aangevangen door, zonder nader stil te staan bij de precieze redenen voor de door mijn schuld opgelopen vertraging, 'gewoon' te hervatten met het bespreken van alweer het derde album van dit uit Boston afkomstige (toentertijd) vijftal. Want er valt veel te zeggen over Veil of Imagination van mijn kant. In dat kader is het wellicht raadzaam om vooraf te beginnen met een confessie. Of eerder, een voorbehoud. Het zijn er twee.

Ten eerste heb ik, de verhandelingen van mijn twee bovenbuurmannen nog eens bestuderende, eigenlijk weinig toe te voegen aan die uitgekiende en intelligente analyses van wat Veil of Imagination muzikaal zoal heeft te bieden. Daar neem ik mijn petje voor af. De kolkende mixtuur van furieuze death metal, weelderige symfonische orkestraties en romantische folkinvloeden, verpakt in epische en meeslepende songstructuren is door jullie reeds voortreffelijk onder woorden gebracht en behoeft geen verdere uitweiding van mijn kant. Het andere voorbehoud, wat wellicht wél enige uitweiding van mijn kant vereist, heeft te maken met het feit waarom er naast het blauwe sterretje onder mijn avatar fier de maximaal toe te bedelen score prijkt. Dat heeft er alles mee te maken dat Veil of Imagination mij persoonlijk diep heeft geraakt en dat nog steeds doet.

De ervaring leert me dat ik, sinds ik mij vier jaar geleden actief ben op begon te stellen op deze website, altijd moeite heb ervaren met het prieces onder woorden kunnen brengen van mijn gedachten en gevoelens over albums waar ik een speciale band mee heb of die een wezenlijke impact op me hebben weten te maken, een gegeven waar menig user zich waarschijnlijk wel mee kan identificeren. Ik kan me slechts twee instanties van schrijfsels van mijn kant heugen die me echt het gevoel hebben gegeven redelijk geslaagd te zijn in de nobele poging om de geschreven woorden mijn gedachten en gevoelens over een speciale plaat adequaat te laten weerspiegelen. Laat me dan hier en nu eens pogen om er driemaal scheepsrecht van te maken.

De oplettende en scherpe lezer heeft wellicht al lang en breed opgemerkt dat de tergende opbouw van dit stuk en het al schrijvend blijven ratelen zonder concrete boodschap mijn huivering belichaamt om daadwerkelijk te beginnen met schrijven en daarmee een stukje van mezelf bloot te leggen, omdat het eng en confronterend is in de wetenschap dat je van te voren niet kunt rekenen op wederzijds begrip, of dat je je tevreden moet stellen met ontstelde en verwarde (virtuele) blikken. Het is exact deze ontridderende machteloosheid die de basis vormt van mijn verhaal over Veil of Imaginations. De plaat resoneert namelijk sterk met mijn persoonlijke wezen en de manier waarop zich dat in mijn leven tot dusverre heeft ontwikkeld en gemanifesteerd.

Ik heb me in mijn omgeving namelijk dikwijls niet begrepen en als gevolg daarvan vaak alleen gevoeld, waarbij ik een bewust en delicaat onderscheid tussen 'alleen zijn' en 'je alleen voelen' maak. Hoewel ik mezelf een trotse Fries voel en het ook niet schuw dat te laten blijken, wil het enigszins paradoxale feit zich voordoen dat de notoire Friese eigenheid en het hechte saamhorigheidsgevoel ('mienskip') alhier mij in zekere zin niet bepaald windeieren heeft gelegd. Ik heb namelijk altijd het gevoel gehad dat ik wat anders ben dan andere mensen in mijn (directe) omgeving en de manier waarop ik me tot hen verhoud, waarbij mijn interesses, intellectueel niveau (hier absoluut niet bedoeld om mee te koop te lopen) en algemene levensbeschouwing of manier van denken afweken van al dat gangbaar is of 'normaal' wordt geacht.

Hierdoor heb ik in de loop der tijd geleerd om goed alleen te kunnen zijn in mijn persoonlijke, imaginaire en ongrijpbare wereld. Met mijn eigen gedachten, gevoelens, (denk)beelden, creaties, ideeën en fantasieën. Het is met geen pen of toetsenbord te beschrijven wat dat precies in mij losmaakt en hoe verbonden ik me op die momenten met mezelf voel, als een soort fundmantele, ultieme naar binnen gekeerde eigenheid waarbij ik thuis met en in mezelf ben. Ik kan het eigenlijk ook bijna niet anders onder woorden brengen dan dat Veil of Imagination de begeleidende soundtrack is voor die toestand, omdat ik voel dat de eigenzinnigheid en de expressiviteit van de muziek en de cryptische, beeldende teksten precies deze diepverborgen en uiterst persoonlijke snaar bij mij weet te raken. Dit album laat mij de diepgewortelde emoties die daarmee gepaard gaan in al hun rauwe echtheid weergaloos voelen. Of misschien beter verwoord, Veil of Imagination biedt mij een muzikaal medium om die emoties te kanaliseren, ermee om te gaan en ze een plekje te geven.

De opening van Veil of Imagination blijft in dat kader keer op keer tot mijn verbeelding spreken. Het eerste stanza van het gedicht "Ode: Intimations of Immortality from Recollections of Early Childhood" uit 1804 van de Engels dichter William Wordsworth, dat wordt voorgedragen bij aanvang van The Unimaginable Zero Summer, weet het gevoel van de ondoorgrondelijkheid van en het ontzag voor de aard van het leven en de creatie van het bestaan in tijdloze poëtische en ontroerende bewoordingen te vatten. Zoals Veil of Imagination voor mij een instrument is om me te kunnen verzoenen met moeilijke emoties en de realiteit van het zijn, zo verwordt het gedicht van Wordsworth tot een vehikel om in het reine te komen met het onvatbare en onvoorstelbare van wat zij inhoudelijk blijft:

There was a time when meadow, grove, and stream,
The earth, and every common sight,
To me did seem
Apparelled in celestial light,
The glory and the freshness of a dream.
It is not now as it hath been of yore;—
Turn wheresoe'er I may,
By night or day,
The things which I have seen I now can see no more


Het heeft mij enkele jaren gekost om tot deze zelfreflectie te komen en deze ook voor mezelf te accepteren. Veil of Imagination heeft in dat moeilijke proces een onmiskenbaar grote en dankbare rol gespeeld door me in te laten zien dat je je eigen uniciteit en wezen met al haar mooie, lelijke, goede en slechte eigenaardigheden nimmer dient te verloochenen of compromitteren door wie of wat dan ook, maar dat het juist de krachtigste en meest betekenisvolle toonbeelden zijn van wie je bent en streeft te zijn als mens, persoonlijkheid en ziel.

Tussenstand:
1. Veil of Imagination (5,0*)
2. Sleep at the Edge of the Earth (4,5*)
3. Olden Tales & Deathly Trails (4,0*)

Wolves in the Throne Room - Two Hunters (2007)

poster
4,5
Prachtige atmosferische blackmetal van een torenhoog niveau, dat is hoe deze plaat het beste te omschrijven is. Dankzij de top 100 metalsongs van Kondoro0614 kwam ik in aanraking met deze plaat en sindsdien raak ik hier maar niet op uitgeluisterd. Je waant je door de diepe Scandinavische bossen met ijskoude temperaturen en een knisperend vuurtje om je handen op te warmen. Wolves in the Throne Room weet als geen ander hoe je deze menselijke oergevoelens in muziek moet vertalen en doet dat dan ook met verve.

Weergaloos zijn de sfeervolle, rustige instrumentale stukken vol met natuurgeluiden die dit album voor mij van een extra glans voorzien en het niveau een extra trede hoger weten te leggen. Dia Artio en het eerste gedeelte van Cleansing zijn om je muzikale vingers bij af te likken en zorgen ervoor dat je helemaal in de desolate, leem-aandoende landschappen van Wolves in the Throne Room wordt gezogen. Koppel dit aan de rauwe blackmetalsound van de band, met overigens voldoende ruimte voor melodie en afwisseling, en je zit naar een top blackmetalplaat te luisteren waar er maar een handje vol van zijn. Uitschieter op deze plaat is, hoe kan het ook anders, het afsluitende beest van een song: I Will Lay Down My Bones Among the Rocks and Roots. Misschien, zoals hierboven reeds vermeld, wel één van de beste blackmetalsongs allertijden, waarin de trip van de luisteraar centraal staat. Ik krijg er keer op keer rillingen over mijn lijf van.

Two Hunters is een muzikale reis door de oergevoelens die in ons allen herbergen. Wanneer je je open durft te stellen voor dit album zal je merken hoezeer Wolves in the Throne Room deze (oer)gevoelige snaren weet te raken en te bespelen. Waanzinnig goed, deze plaat, die zomaar eens kan uitgroeien tot een maximale score.