Hier kun je zien welke berichten ABDrums als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Genesis - Foxtrot (1972)

5,0
13
geplaatst: 13 april 2022, 13:30 uur
Op 6 oktober 1972, 18.086 dagen geleden, slingerde Genesis haar vierde studioalbum de wereld in. Na het weifelende debuut, het nog zoekende (maar wel erg mooie) Trespass en de eerste klassieker genaamd Nursery Crime, is hier nummer vier in de reeks. Waar voor anderen een album als Selling England By The Pound of The Lamb Lies Down On Broadway het hoogtepunt is van de carrière van Genesis, is dat voor mij het album dat vaak als nummer drie wordt genoemd in het rijtje van de klassiekers. Sterker nog, dit album is één van mijn favoriete platen allertijden: Foxtrot.
Watcher of the Skies vangt aan met een aanzwellende mellotronlijn, die als introductie dient voor een buitenstaander die een lege aarde treft bij aankomst. Het is lastig om dit intro te beschrijven. Bij mij komen termen als koninklijk, of zelfs keizerlijk aan de orde (ik ben een beelddenker, dus ik stel me meteen de aanvang van een soort keizerlijk buitenaards creatuur aan die met deze vorstelijke mellotron begroet wordt: 'behold, our majesty!'). De eerste woorden van Gabriel op Foxtrot geven hierbij meteen aan waar het in Watcher of the Skies over gaat:
Watcher of the skies, watcher of all
His is a world alone, no world is his own
He whom life can no longer surprise
Raising his eyes, beholds a planet unknown
Gabriel schept hier een soort alwetend creatuur dat zich het hele universum toe-eigent ('His world is a world alone, no world is his own' en 'he whom life can no longer surprise').
Vervolgens laat de ritmesectie Collins-Rutherford horen wat ze in huis hebben met een geweldige groove (waar de mellotron nog steeds zo 'koninklijk' overheen bungelt). De song is druk, welhaast nerveus (met de tekst erbij is dat natuurlijk logisch, aangezien er potverdorie wel wat gebeurd is: de mens is niet meer, en ons buitenaards hoofdpersoon vraagt zich af hoe dat kan!), maar er zit zoveel dynamiek in de stukken die elkaar afwisselen: hard - zacht, druk - rustig en nerveus - kalm wisselen elkaar moeiteloos af zonder dat het geforceerd of gemaakt klinkt.
Na Watcher of the Skies pakt Genesis verder uit met het rustigere Time Table. Als geschiedenisstudent / aanstormend historicus word ik heel blij van deze song, aangezien Gabriel hier naar mijn mening probeert ons als mensheid aan te sporen beter na te denken over het verleden. In principe zegt hij: 'ja, het tijdperk van koningen en ridders is voorbij, maar dat betekent niet dat wij moeten denken dat wij op de één of andere manier veel beter zijn dan dat zij toentertijd waren'. Hier zit bijna een soort darwinistische gedachte achter die Gabriel hier bekritiseerd, maar dan niet op basis van ras, maar op basis van een vergelijking met mensen van andere tijden van weleer:
Why, why can we never be sure till we die
Or have killed for an answer
Why, why do we suffer each race to believe
That no race has been grander
It seems because through time and space
Though names may change each face retains the mask it wore
'It seems because through time and space, though names may change each face retains the mask it wore' illustreert de moralistische boodschap eigenlijk perfect: ieder mens door de geschiedenis heen heeft een eigen perceptie op de tijd daar voorafgaand (humanisten keken bijvoorbeeld met minachting naar de 'middeleeuwen') en op de toekomst, maar uiteindelijk zijn we in de kern allemaal gelijk en proberen we er het beste van te maken met de mogelijkheden die we hebben. Deze boodschap laat zien dat inlevingsvermogen, zowel in de hedendaagse tijd jegens elkaar, maar ook het inleven in hoe mensen vroeger leefden, essentieel is.
Get Em' Out By Friday is mijn minst favoriete song van de plaat. Dit is niet omdat het niet een goede compositie is, maar omdat je voor de manier waarop Gabriel de karakters (op z'n gabriëliaans) naar voren brengt in een bepaalde stemming moet zitten. Je moet kortom zin hebben om dit nummer ten volste te kunnen waarderen. Het dynamische aspect dat ik eerder benoemde bij Watcher of the Skies speelt op Get Em' Out By Friday een nog grotere rol en wordt hier nog beter uitgevoerd. Het is een waar sonisch rollercoaster, en wanneer je er eenmaal in zit voel je ook mee met die arme mensen die (onterecht) hun huis uitgezet worden.
Het thema van dit nummer is tegelijkertijd ook een sneer van Gabriel naar het wettelijk gezag en speelt zelfs in onze huidige tijd nog een grote rol van betekenis. Denk bijvoorbeeld aan de recente toeslagenaffaire: mensen die onterecht al hun bezittingen kwijt raken, terwijl zij daar zelfs niks aan konden doen. Kortom: Get Em' Out By Friday bevat een kritische boodschap en heeft mede daardoor de tand des tijds doorstaan.
Can-Utility and the Coastliners is, naast Time Table, ook een nummer waar mijn geschiedkundige hart sneller van gaat kloppen. Het vertelt het verhaal van koning Knoet, die als prins van Denemarken voor een periode koning van (een deel van) Engeland werd, en later ook nog werd gekroond tot koning van Denemarken. Over deze koning Knoet heerst een bekende legende: volgens de legende beval Knoet aan de golven zich terug te trekken. Er zijn twee versies van deze legende bekend, waarbij de ene versie beweert dat Knoet dit deed om af te zijn van de hielenlikkerij van zijn hofhouding, terwijl de andere versie beweert dat Knoet werkelijk dacht de golven te kunnen bevelen zich terug te trekken. Het geniale van de teksten (van Hackett deze keer), is dat beide versies van deze legende in Can-Utility and the Coastliners aan bod komen:
Versie 1:
They told of one who tired of all
Singing "Praise him, praise him"
"We heed not flatterers" he cried
"By our command
Waters retreat
Show my power
Halt at my feet"
But the cause was lost, now cold winds
Blow
Versie 2:
"Nothing can
My peace destroy
As long as none smile"
More opened ears
And opened eyes
And soon they dared to laugh
See a little man with his face turning red
Though his story's often told you can tell he's dead
Vooral het middenstuk, dat duurt tot de solo van Banks, vind ik te gek: je waant je in spanning af wat er gaat gebeuren. Zullen de golven zich terugtrekken of niet? In het laatste deel van het nummer komt de tweede versie van het verhaal van Knoet aan bod. Het briljante vind ik hier dat de muziek hier heel goed matcht met wat Gabriel in zijn tekst naar voren brengt: het joviale, humoristische en vrolijke van de muziek weerspiegelt de volgelingen van Knoet die zich een breuk lachen om hun koning die probeert de zee te temmen. Meesterlijk hoe Genesis zich dit verhaal eigen maakt.
Op het korte Horizons mag Hackett zijn klasse laten zien door middel van een meeslepend solostukje, dat als opmaat dient naar de afsluiter van Foxtrot. Toen ik Mood for a Day van Yes laatst hoorde, waarin Steve Howe eenzelfde soort compositie laat horen, dacht ik meteen aan Hacketts Horizon. Waar ik bij Howe het idee kreeg dat het meer ging om een show-off (die ook nog eens te lang duurde), krijg ik bij Horizon het idee dat dit echt dient als een heel natuurlijke opmaat naar Supper's Ready. Daarnaast is Horizon niet te lang, zoals Mood for a Day wel is, wat maakt dat het niet snel verveelt om naar te luisteren.
Na vijf geweldige, meeslepende composities zou je bijna denken dat het niet beter kan. Dan is daar echter Supper's Ready, het magnum opus van de band, het beste dat Genesis ooit zou uitbrengen en tevens mijn favoriete nummer aller tijden. Na zo'n lange recensie als deze kan Supper's Ready er ook nog wel bij zou je denken, maar uit respect voor de grootsheid van deze song en wetende dat het me toch niet lukt het nummer onder woorden te brengen, laat ik Supper's Ready aan mijn toetsenbord voorbij gaan. Supper's Ready is een nummer dat beter niet gerecenseerd en geanalyseerd kan worden, maar één waar je je ogen moet laten dichtvallen en 23 minuten lang moet genieten van Peter Gabriel, Phil Collins, Mike Rutherford, Steve Hackett en Tony Banks.
Foxtrot is een meesterwerk en staat niet voor niets bovenaan in mijn top 10. Het is een plaat die onovertroffen is in haar schoonheid, thematiek, moralistisch-filosofische boodschappen en meeslepende songs. Foxtrot koester ik en zal altijd een speciaal plaatsje in mijn hart blijven bezitten. Ik zet Watcher of the Skies nog maar eens op, en zie dat een buitenaards figuur op keizerlijke wijze zijn entree maakt in mijn gedachten...
Watcher of the Skies vangt aan met een aanzwellende mellotronlijn, die als introductie dient voor een buitenstaander die een lege aarde treft bij aankomst. Het is lastig om dit intro te beschrijven. Bij mij komen termen als koninklijk, of zelfs keizerlijk aan de orde (ik ben een beelddenker, dus ik stel me meteen de aanvang van een soort keizerlijk buitenaards creatuur aan die met deze vorstelijke mellotron begroet wordt: 'behold, our majesty!'). De eerste woorden van Gabriel op Foxtrot geven hierbij meteen aan waar het in Watcher of the Skies over gaat:
Watcher of the skies, watcher of all
His is a world alone, no world is his own
He whom life can no longer surprise
Raising his eyes, beholds a planet unknown
Gabriel schept hier een soort alwetend creatuur dat zich het hele universum toe-eigent ('His world is a world alone, no world is his own' en 'he whom life can no longer surprise').
Vervolgens laat de ritmesectie Collins-Rutherford horen wat ze in huis hebben met een geweldige groove (waar de mellotron nog steeds zo 'koninklijk' overheen bungelt). De song is druk, welhaast nerveus (met de tekst erbij is dat natuurlijk logisch, aangezien er potverdorie wel wat gebeurd is: de mens is niet meer, en ons buitenaards hoofdpersoon vraagt zich af hoe dat kan!), maar er zit zoveel dynamiek in de stukken die elkaar afwisselen: hard - zacht, druk - rustig en nerveus - kalm wisselen elkaar moeiteloos af zonder dat het geforceerd of gemaakt klinkt.
Na Watcher of the Skies pakt Genesis verder uit met het rustigere Time Table. Als geschiedenisstudent / aanstormend historicus word ik heel blij van deze song, aangezien Gabriel hier naar mijn mening probeert ons als mensheid aan te sporen beter na te denken over het verleden. In principe zegt hij: 'ja, het tijdperk van koningen en ridders is voorbij, maar dat betekent niet dat wij moeten denken dat wij op de één of andere manier veel beter zijn dan dat zij toentertijd waren'. Hier zit bijna een soort darwinistische gedachte achter die Gabriel hier bekritiseerd, maar dan niet op basis van ras, maar op basis van een vergelijking met mensen van andere tijden van weleer:
Why, why can we never be sure till we die
Or have killed for an answer
Why, why do we suffer each race to believe
That no race has been grander
It seems because through time and space
Though names may change each face retains the mask it wore
'It seems because through time and space, though names may change each face retains the mask it wore' illustreert de moralistische boodschap eigenlijk perfect: ieder mens door de geschiedenis heen heeft een eigen perceptie op de tijd daar voorafgaand (humanisten keken bijvoorbeeld met minachting naar de 'middeleeuwen') en op de toekomst, maar uiteindelijk zijn we in de kern allemaal gelijk en proberen we er het beste van te maken met de mogelijkheden die we hebben. Deze boodschap laat zien dat inlevingsvermogen, zowel in de hedendaagse tijd jegens elkaar, maar ook het inleven in hoe mensen vroeger leefden, essentieel is.
Get Em' Out By Friday is mijn minst favoriete song van de plaat. Dit is niet omdat het niet een goede compositie is, maar omdat je voor de manier waarop Gabriel de karakters (op z'n gabriëliaans) naar voren brengt in een bepaalde stemming moet zitten. Je moet kortom zin hebben om dit nummer ten volste te kunnen waarderen. Het dynamische aspect dat ik eerder benoemde bij Watcher of the Skies speelt op Get Em' Out By Friday een nog grotere rol en wordt hier nog beter uitgevoerd. Het is een waar sonisch rollercoaster, en wanneer je er eenmaal in zit voel je ook mee met die arme mensen die (onterecht) hun huis uitgezet worden.
Het thema van dit nummer is tegelijkertijd ook een sneer van Gabriel naar het wettelijk gezag en speelt zelfs in onze huidige tijd nog een grote rol van betekenis. Denk bijvoorbeeld aan de recente toeslagenaffaire: mensen die onterecht al hun bezittingen kwijt raken, terwijl zij daar zelfs niks aan konden doen. Kortom: Get Em' Out By Friday bevat een kritische boodschap en heeft mede daardoor de tand des tijds doorstaan.
Can-Utility and the Coastliners is, naast Time Table, ook een nummer waar mijn geschiedkundige hart sneller van gaat kloppen. Het vertelt het verhaal van koning Knoet, die als prins van Denemarken voor een periode koning van (een deel van) Engeland werd, en later ook nog werd gekroond tot koning van Denemarken. Over deze koning Knoet heerst een bekende legende: volgens de legende beval Knoet aan de golven zich terug te trekken. Er zijn twee versies van deze legende bekend, waarbij de ene versie beweert dat Knoet dit deed om af te zijn van de hielenlikkerij van zijn hofhouding, terwijl de andere versie beweert dat Knoet werkelijk dacht de golven te kunnen bevelen zich terug te trekken. Het geniale van de teksten (van Hackett deze keer), is dat beide versies van deze legende in Can-Utility and the Coastliners aan bod komen:
Versie 1:
They told of one who tired of all
Singing "Praise him, praise him"
"We heed not flatterers" he cried
"By our command
Waters retreat
Show my power
Halt at my feet"
But the cause was lost, now cold winds
Blow
Versie 2:
"Nothing can
My peace destroy
As long as none smile"
More opened ears
And opened eyes
And soon they dared to laugh
See a little man with his face turning red
Though his story's often told you can tell he's dead
Vooral het middenstuk, dat duurt tot de solo van Banks, vind ik te gek: je waant je in spanning af wat er gaat gebeuren. Zullen de golven zich terugtrekken of niet? In het laatste deel van het nummer komt de tweede versie van het verhaal van Knoet aan bod. Het briljante vind ik hier dat de muziek hier heel goed matcht met wat Gabriel in zijn tekst naar voren brengt: het joviale, humoristische en vrolijke van de muziek weerspiegelt de volgelingen van Knoet die zich een breuk lachen om hun koning die probeert de zee te temmen. Meesterlijk hoe Genesis zich dit verhaal eigen maakt.
Op het korte Horizons mag Hackett zijn klasse laten zien door middel van een meeslepend solostukje, dat als opmaat dient naar de afsluiter van Foxtrot. Toen ik Mood for a Day van Yes laatst hoorde, waarin Steve Howe eenzelfde soort compositie laat horen, dacht ik meteen aan Hacketts Horizon. Waar ik bij Howe het idee kreeg dat het meer ging om een show-off (die ook nog eens te lang duurde), krijg ik bij Horizon het idee dat dit echt dient als een heel natuurlijke opmaat naar Supper's Ready. Daarnaast is Horizon niet te lang, zoals Mood for a Day wel is, wat maakt dat het niet snel verveelt om naar te luisteren.
Na vijf geweldige, meeslepende composities zou je bijna denken dat het niet beter kan. Dan is daar echter Supper's Ready, het magnum opus van de band, het beste dat Genesis ooit zou uitbrengen en tevens mijn favoriete nummer aller tijden. Na zo'n lange recensie als deze kan Supper's Ready er ook nog wel bij zou je denken, maar uit respect voor de grootsheid van deze song en wetende dat het me toch niet lukt het nummer onder woorden te brengen, laat ik Supper's Ready aan mijn toetsenbord voorbij gaan. Supper's Ready is een nummer dat beter niet gerecenseerd en geanalyseerd kan worden, maar één waar je je ogen moet laten dichtvallen en 23 minuten lang moet genieten van Peter Gabriel, Phil Collins, Mike Rutherford, Steve Hackett en Tony Banks.
Foxtrot is een meesterwerk en staat niet voor niets bovenaan in mijn top 10. Het is een plaat die onovertroffen is in haar schoonheid, thematiek, moralistisch-filosofische boodschappen en meeslepende songs. Foxtrot koester ik en zal altijd een speciaal plaatsje in mijn hart blijven bezitten. Ik zet Watcher of the Skies nog maar eens op, en zie dat een buitenaards figuur op keizerlijke wijze zijn entree maakt in mijn gedachten...
Genesis - The Lamb Lies Down on Broadway (1974)

4,5
1
geplaatst: 9 oktober 2024, 21:48 uur
Afgelopen zondag was ik bij een concert van The Watch, een redelijk onbekende Italiaanse progband die dit album intergraal ten gehore bracht ter ere van het vijftigjarig jubileum dat het dit jaar mag vieren. The Lamb is voor mij altijd een moeilijkere plaat gebleken dan de andere uit de klassieke periode van de band. Het is zeker niet het geval dat ik moeite heb met relatief lange albums, maar op de één of andere manier pakte het album mij nooit zo. In ieder geval niet zoals de andere parels van Genesis me wel bij de muzikale lurven weten te nemen.
Wat me het meest van het concert is bijgebleven is de ongelooflijk grote hoeveelheid spelplezier van de heren. Vaak genoeg heb ik bands meegemaakt die zo levensmoe en afgepoeierd op het podium hun ding stonden te doen, dat het gewoon moeizaam was er doorheen te komen. Hier heb ik continue met een grote glimlach op mijn gezicht zitten kijken naar een groep mensen die zo zichtbaar veel lol en plezier met elkaar en het publiek aan het hebben waren, dat het gewoon immens aanstekelijk was. Daar komt nog bovenop dat het spel van een uitmuntende kwaliteit was en dat met een toegift in de vorm van The Musical Box de avond knallend werd afgesloten.
Het is me al meermaals overkomen dat een liveregistratie van een nummer of een album een heel positieve uitwerking op me heeft. Gelukkig is dat ook bij The Lamb het geval; meer en meer begin ik de genialiteit en schoonheid van dit belachelijk goede album in te zien en te waarderen. Dus om kort te zijn; hulde aan alle progbands die de prachtige progressieve muziek uit de jaren zeventig in leven houden door het live te blijven opvoeren, want dit tijdloze werk verdient - en zo ook hun medekompanen uit hetzelfde decennium - niks meer en niks minder.
Wat me het meest van het concert is bijgebleven is de ongelooflijk grote hoeveelheid spelplezier van de heren. Vaak genoeg heb ik bands meegemaakt die zo levensmoe en afgepoeierd op het podium hun ding stonden te doen, dat het gewoon moeizaam was er doorheen te komen. Hier heb ik continue met een grote glimlach op mijn gezicht zitten kijken naar een groep mensen die zo zichtbaar veel lol en plezier met elkaar en het publiek aan het hebben waren, dat het gewoon immens aanstekelijk was. Daar komt nog bovenop dat het spel van een uitmuntende kwaliteit was en dat met een toegift in de vorm van The Musical Box de avond knallend werd afgesloten.
Het is me al meermaals overkomen dat een liveregistratie van een nummer of een album een heel positieve uitwerking op me heeft. Gelukkig is dat ook bij The Lamb het geval; meer en meer begin ik de genialiteit en schoonheid van dit belachelijk goede album in te zien en te waarderen. Dus om kort te zijn; hulde aan alle progbands die de prachtige progressieve muziek uit de jaren zeventig in leven houden door het live te blijven opvoeren, want dit tijdloze werk verdient - en zo ook hun medekompanen uit hetzelfde decennium - niks meer en niks minder.
Gentle Giant - Acquiring the Taste (1971)

4,0
0
geplaatst: 28 mei 2022, 20:02 uur
Ik ben pas bij het tweede album van deze Britse progressieve rockpioniers, maar ik zie ze nu al bijna mijn top tien artiesten binnen denderen. Waar ik het debuut al heel indrukwekkend vond (en waar ik tevens al bekend mee was), is Acquiring the Taste een voortborduursel op de stijl die op het debuut werd geïntroduceerd. Er wordt op dit tweede album echter een grote stap voorwaarts gemaakt wat betreft het componeren: ondanks de 'geordende rommeligheid', zoals hierboven terecht opgemerkt, zijn de composities op dit album inventiever en krachtiger dan op het debuut. Uitschieters zijn niet echt te vinden vind ik, aangezien het album over de hele linie vrij sterk en constant is. Als ik dan toch twee favorieten aan zou moeten wijzen, dan zouden dat het openingsnummer en Wreck zijn, op de voet gevolgd door afsluiter Plain Truth.
Ten slotte denk ik dat Gentle Giant een serieuze gooi gaat doen naar de titel 'meest progressieve rockband aller tijden' als dit zo door gaat (dit geld natuurlijk alleen voor alle bands die ik ken. Er zullen vast nog meer zeer progressieve bands zijn waar ik geen weet van heb). Afgezien van King Crimson heb ik nog nooit een band gehoord die zo 'progressief' te werk gaat als deze Vriendelijke Reus, en dan moet de rest van hun oeuvre zich nog aan mij openbaren...
Ten slotte denk ik dat Gentle Giant een serieuze gooi gaat doen naar de titel 'meest progressieve rockband aller tijden' als dit zo door gaat (dit geld natuurlijk alleen voor alle bands die ik ken. Er zullen vast nog meer zeer progressieve bands zijn waar ik geen weet van heb). Afgezien van King Crimson heb ik nog nooit een band gehoord die zo 'progressief' te werk gaat als deze Vriendelijke Reus, en dan moet de rest van hun oeuvre zich nog aan mij openbaren...
Gentle Giant - In a Glass House (1973)

4,5
2
geplaatst: 7 juni 2022, 21:02 uur
Is dit de ultieme Gentle Giant plaat?
"I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time, Why does everybody else think that I'm mad
I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time and that I'm mad
Lying down here in the afternoon
In my pretty cosy little cushioned room
I can talk to all my funny friends in here
I was told to rest why ... I am not quite clear"
Het gezegde waar Gentle Giants vijfde studio-album op is gebaseerd luidt: 'Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien', wat zoiets betekent als 'als men zelf genoeg aanleiding gegeven heeft tot kritiek, moet men geen afkeurend oordeel over anderen uitspreken; immers de kritiek wordt dan teruggekaatst en de eigen reputatie valt aan diggelen'. Met andere woorden: denk goed na voordat je iemand bekritiseerd, want je hebt zelf ook genoeg boter op je hoofd. Ook op In A Glass House gaat Gentle Giant door met de weg die vanaf het begin af aan al werd bewandeld: het proberen te verleggen van de conventionele muzikale grenzen, waarbij niks aangetrokken wordt van de mening van anderen. Kunnen we, met dit gegeven in het achterhoofd, het concept dat achter dit album schuilgaat lezen als een dikke middelvinger van deze eigenzinnige, hoogstunieke progressieve band uit Groot-Brittannië richting de muziekindustrie? Ik denk van wel.
Het hierboven geformuleerde gezegde dient als basis voor het beste dat Gentle Giant tot dusverre heeft uitgebracht. In A Glass House bevat zes composities waar he-le-maal niets op af te dingen is. Of dit album een conceptalbum is durf ik niet met zekerheid te stellen, maar wie een blik op de teksten werpt ziet dat deze aansluiten bij het hierboven geformuleerde gezegde. Op In A Glass House worden psychologische concepten zoals ons verantwoordelijkheidsgevoel, hoe het is om vrij te zijn en onze levensvisies aan de kaak gesteld. Het maakt dat In A Glass House een heel intiem en persoonlijk album is om naar te luisteren, waarbij 'confronterend' het woord is dat het beste passend is.
De muziek is zoals we van de Reus gewend zijn, alleen liggen de accenten hier een beetje anders dan op voorgaande albums. Dat heeft alles te maken met het vertrek van één van de gebroeders Shulman, Phil. Voor mijn gevoel is de sound van Gentle Giant op dit album wat directer, rockender en catchier (voor zover dat mogelijk is bij deze band...). Exemplarisch hiervoor zijn het openingsnummer en het slotnummer: op het eerste gehoor doet dit vrij simplistisch en straight-forward aan. Vooral de drums zorgen voor dit gevoel, en ook de bass klinkt vrij stabiel. Maar luisterbeurt na luisterbeurt openbaart zich de genialiteit van In A Glass House: de onorthodoxe akkoorden, de manier waarop de verschillende instrumenten elkaar versterken en elkaar soms tegenspreken (hoe moet je het anders verwoorden?), en dan heb ik het nog niet eens gehad over de souplesse waarmee de ritmes, tempowisselingen en maatsoorten moeiteloos worden afgewisseld.
Een nummer waarbij de haren me recht overeind gaan staan is An Inmates Lullaby. Bij de eerste paar luisterbeurten vond ik deze track dus helemaal niks. Een slaapliedje dat overheerst wordt door pauken, een vibrafoon en glockenspiel, wat duf zeg... Maar een apart gevoel bekruipt je naarmate dit nummer je muzikale zenuwstelsel binnensluipt, waarbij het voelt alsof je meekijkt door de ogen van een geïnterneerd patiënt die volslagen krankzinnig is en probeert de wereld te omschrijven zoals hij deze ziet. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de tekst in een ik-perspectief is geschreven, wat het nog beklemmender en onderhuidser maakt dan dat het al is. Het is een gevoel dat moeilijk te omschrijven is, want dit is een nummer dat niet beschreven moet worden, maar dat ondergaan moet worden.
Vervolgens is Way of Life een uitstekende illustratie van waarom Gentle Giant (nu al) één van mijn favoriete bands is. Wie verzint het om een bloedserieus, creepy nummer als An Inmates Lullaby op te volgen door een nummer dat het beste kan worden omschreven als de sound van Yes die op 2x speed is gezet? Briljant aan dit nummer vind ik vooral het spottende, cynische toontje waarmee Derek Shulman de luisteraar toespreekt. Het lijkt erop alsof hij hiermee wil zeggen: 'ik leid mijn leven op deze manier en ik doe alles hoe ik het zelf wil. Dit is mijn 'way of life', lekker puh'. Of zoals we als kleuter vroeger zeiden: ‘nana nanana!’.
Ook Experience, een nummer over verantwoordelijkheid, is een waar muzikaal rollercoaster en past perfect binnen alles waar dit album voor staat en gaat. Vooral de tweede helft van de song is werkelijk geniaal: catchy klinkend, maar toch zo typisch Gentle Giant. Na het korte intermezzootje dat A Reunion heet, waarin we getrakteerd worden op een hoogstaand stukje kamermuziek, komen we aan bij afsluiter In A Glass House.
En dit nummer bevat eigenlijk alles wat Gentle Giant te bieden heeft en wat deze band zo steengoed maakt. Het is dé archetypische Gentle Giant-song als je het mij vraagt. Dit wordt meteen aan het begin al duidelijk: een akoestische gitaar die afgewisseld wordt door een viool met drums, waarna vervolgens twee violen op de voorgrond treden met een voortstuwende bass op de achtergrond. Vervolgens krijgen we een middeleeuws-klinkend synthesizer-loopje met in de achtergrond iets dat klinkt als tamboerijnen. En man man man wat kan die Derek Shulman toch belachelijk goed zingen zeg, iets wat ik nog helemaal niet heb benoemt. Naast het feit dat hij een heel herkenbare en fijne stem heeft, weet hij er ook nog eens briljante zanglijnen uit te stampen, bijvoorbeeld in het titelnummer vanaf 1:01. Kippenvel.
Alleen de eerste minuut van het titelnummer levert al veel verhaal op. Net zoals alle andere Gentle Giant albums zou je ook over deze In A Glass House een boekwerk vol kunnen schrijven. Ik ben echter van mening dat dit album zich onderscheidt ten opzichte van de voorafgaande albums. In A Glass House is vrolijk doch melancholiek, speels doch serieus en complex doch catchy en daarmee een album dat voor mij, naast compositionele perfectie, deze keer ook emotionele perfectie weet te benaderen.
Ik heb met mezelf afgesproken dat ik na afloop van deze marathon de nummer 1 in de stand, mijn favoriete Gentle Giant album dus, in mijn top tien ga zetten. Ik zal er zeker niet wakker van liggen als op het einde van de rit blijkt dat In A Glass House als winnaar uit de bus komt rollen van deze marathon. Vijf dikke sterren zijn hier meer dan terecht en zeer verdient voor dit progressieve meesterwerkje.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Gentle Giant - 4,5*
5. Octopus - 4,0*
"I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time, Why does everybody else think that I'm mad
I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time and that I'm mad
Lying down here in the afternoon
In my pretty cosy little cushioned room
I can talk to all my funny friends in here
I was told to rest why ... I am not quite clear"
Het gezegde waar Gentle Giants vijfde studio-album op is gebaseerd luidt: 'Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien', wat zoiets betekent als 'als men zelf genoeg aanleiding gegeven heeft tot kritiek, moet men geen afkeurend oordeel over anderen uitspreken; immers de kritiek wordt dan teruggekaatst en de eigen reputatie valt aan diggelen'. Met andere woorden: denk goed na voordat je iemand bekritiseerd, want je hebt zelf ook genoeg boter op je hoofd. Ook op In A Glass House gaat Gentle Giant door met de weg die vanaf het begin af aan al werd bewandeld: het proberen te verleggen van de conventionele muzikale grenzen, waarbij niks aangetrokken wordt van de mening van anderen. Kunnen we, met dit gegeven in het achterhoofd, het concept dat achter dit album schuilgaat lezen als een dikke middelvinger van deze eigenzinnige, hoogstunieke progressieve band uit Groot-Brittannië richting de muziekindustrie? Ik denk van wel.
Het hierboven geformuleerde gezegde dient als basis voor het beste dat Gentle Giant tot dusverre heeft uitgebracht. In A Glass House bevat zes composities waar he-le-maal niets op af te dingen is. Of dit album een conceptalbum is durf ik niet met zekerheid te stellen, maar wie een blik op de teksten werpt ziet dat deze aansluiten bij het hierboven geformuleerde gezegde. Op In A Glass House worden psychologische concepten zoals ons verantwoordelijkheidsgevoel, hoe het is om vrij te zijn en onze levensvisies aan de kaak gesteld. Het maakt dat In A Glass House een heel intiem en persoonlijk album is om naar te luisteren, waarbij 'confronterend' het woord is dat het beste passend is.
De muziek is zoals we van de Reus gewend zijn, alleen liggen de accenten hier een beetje anders dan op voorgaande albums. Dat heeft alles te maken met het vertrek van één van de gebroeders Shulman, Phil. Voor mijn gevoel is de sound van Gentle Giant op dit album wat directer, rockender en catchier (voor zover dat mogelijk is bij deze band...). Exemplarisch hiervoor zijn het openingsnummer en het slotnummer: op het eerste gehoor doet dit vrij simplistisch en straight-forward aan. Vooral de drums zorgen voor dit gevoel, en ook de bass klinkt vrij stabiel. Maar luisterbeurt na luisterbeurt openbaart zich de genialiteit van In A Glass House: de onorthodoxe akkoorden, de manier waarop de verschillende instrumenten elkaar versterken en elkaar soms tegenspreken (hoe moet je het anders verwoorden?), en dan heb ik het nog niet eens gehad over de souplesse waarmee de ritmes, tempowisselingen en maatsoorten moeiteloos worden afgewisseld.
Een nummer waarbij de haren me recht overeind gaan staan is An Inmates Lullaby. Bij de eerste paar luisterbeurten vond ik deze track dus helemaal niks. Een slaapliedje dat overheerst wordt door pauken, een vibrafoon en glockenspiel, wat duf zeg... Maar een apart gevoel bekruipt je naarmate dit nummer je muzikale zenuwstelsel binnensluipt, waarbij het voelt alsof je meekijkt door de ogen van een geïnterneerd patiënt die volslagen krankzinnig is en probeert de wereld te omschrijven zoals hij deze ziet. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de tekst in een ik-perspectief is geschreven, wat het nog beklemmender en onderhuidser maakt dan dat het al is. Het is een gevoel dat moeilijk te omschrijven is, want dit is een nummer dat niet beschreven moet worden, maar dat ondergaan moet worden.
Vervolgens is Way of Life een uitstekende illustratie van waarom Gentle Giant (nu al) één van mijn favoriete bands is. Wie verzint het om een bloedserieus, creepy nummer als An Inmates Lullaby op te volgen door een nummer dat het beste kan worden omschreven als de sound van Yes die op 2x speed is gezet? Briljant aan dit nummer vind ik vooral het spottende, cynische toontje waarmee Derek Shulman de luisteraar toespreekt. Het lijkt erop alsof hij hiermee wil zeggen: 'ik leid mijn leven op deze manier en ik doe alles hoe ik het zelf wil. Dit is mijn 'way of life', lekker puh'. Of zoals we als kleuter vroeger zeiden: ‘nana nanana!’.
Ook Experience, een nummer over verantwoordelijkheid, is een waar muzikaal rollercoaster en past perfect binnen alles waar dit album voor staat en gaat. Vooral de tweede helft van de song is werkelijk geniaal: catchy klinkend, maar toch zo typisch Gentle Giant. Na het korte intermezzootje dat A Reunion heet, waarin we getrakteerd worden op een hoogstaand stukje kamermuziek, komen we aan bij afsluiter In A Glass House.
En dit nummer bevat eigenlijk alles wat Gentle Giant te bieden heeft en wat deze band zo steengoed maakt. Het is dé archetypische Gentle Giant-song als je het mij vraagt. Dit wordt meteen aan het begin al duidelijk: een akoestische gitaar die afgewisseld wordt door een viool met drums, waarna vervolgens twee violen op de voorgrond treden met een voortstuwende bass op de achtergrond. Vervolgens krijgen we een middeleeuws-klinkend synthesizer-loopje met in de achtergrond iets dat klinkt als tamboerijnen. En man man man wat kan die Derek Shulman toch belachelijk goed zingen zeg, iets wat ik nog helemaal niet heb benoemt. Naast het feit dat hij een heel herkenbare en fijne stem heeft, weet hij er ook nog eens briljante zanglijnen uit te stampen, bijvoorbeeld in het titelnummer vanaf 1:01. Kippenvel.
Alleen de eerste minuut van het titelnummer levert al veel verhaal op. Net zoals alle andere Gentle Giant albums zou je ook over deze In A Glass House een boekwerk vol kunnen schrijven. Ik ben echter van mening dat dit album zich onderscheidt ten opzichte van de voorafgaande albums. In A Glass House is vrolijk doch melancholiek, speels doch serieus en complex doch catchy en daarmee een album dat voor mij, naast compositionele perfectie, deze keer ook emotionele perfectie weet te benaderen.
Ik heb met mezelf afgesproken dat ik na afloop van deze marathon de nummer 1 in de stand, mijn favoriete Gentle Giant album dus, in mijn top tien ga zetten. Ik zal er zeker niet wakker van liggen als op het einde van de rit blijkt dat In A Glass House als winnaar uit de bus komt rollen van deze marathon. Vijf dikke sterren zijn hier meer dan terecht en zeer verdient voor dit progressieve meesterwerkje.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Gentle Giant - 4,5*
5. Octopus - 4,0*
Gentle Giant - Octopus (1972)

4,5
2
geplaatst: 2 juni 2022, 21:53 uur
"The laugh that love could not forgive
Is gone and tells no call to live
And we who look in beauty's love
Must now through all think back on before
The tears that first I cried, no more
Your love has come and gone, no more
And we who look in beauty's love
Must now through all think back on before"
Het voordeel van de platen van Gentle Giant is dat ze een korte speelduur hebben. Dit hangt natuurlijk af van wat je als een 'lange' of 'korte' speelduur ervaart (toch Mssr Renard?
). Desalniettemin zorgt het ervoor dat je platen die niet heel lang duren vaak achter elkaar aan kan spelen, iets waar de complexe muziek van Gentle Giant zich bij uitstek voor leent, want het verveelt nooit. Daarnaast kende ik Octopus al, dus na mijn geheugen even opgefrist te hebben durf ik het wel aan mijn gedachten over deze plaat te verwoorden.
Het is lastig om uit te drukken waarom ik moeite heb met dit album. Deze schijf bevat namelijk materiaal dat tot het beste uit de discografie van de band gerekend kan worden, met songs als The Advent of Panurge, Knots, The Boys in the Band en Think of Me with Kindness (!). Het probleem is echter dat ik het gevoel heb dat de muziek hier té complex wordt, dat er een abstractieniveau wordt bereikt waar ik (nog) niet bij kan.
Misterfool, een user die zichzelf heeft uitgeschreven, verwoord het in zijn bijdrage hierboven op een zeer treffende manier. Ik citeer:
"Kort gezegd dit is de ultieme cerebrale muziek. Emotioneel gezien wordt ik niet geraakt en echt heel sfeervol is het niet. Hiervoor trek ik een punt af. Daarentegen kan ik echt genieten van hoe sterk deze muziek in elkaar zit. Compositiegewijs benaderd het echt perfectie."
Vandaar dat ook ik op 4* sterren blijf steken, want zoals gezegd: enkele van de mooiste momenten (zover ik heb geluisterd) staan op Octopus, en ook deze schijf is net zo consistent als Three Friends. De plaat ligt me gewoon niet zo vrees ik, om bovenstaande, door Misterfool verwoordde, reden. Dat zeg ik echter wel met enige (lees: heel veel) voorzichtigheid, want bij een plaat van Gentle Giant weet je het nooit. Als 'ie eenmaal beklijft, laat 'ie je ook niet meer los. Octopus is dus zeker een plaat die nog vaak mijn oorschelpen zal gaan binnendringen, want ik moet en zal hem snappen...
Stand:
1. Three Friends - 4,5*
2. Acquiring the Taste - 4,5*
3. Gentle Giant - 4,5*
4. Octopus - 4,0*
Is gone and tells no call to live
And we who look in beauty's love
Must now through all think back on before
The tears that first I cried, no more
Your love has come and gone, no more
And we who look in beauty's love
Must now through all think back on before"
Het voordeel van de platen van Gentle Giant is dat ze een korte speelduur hebben. Dit hangt natuurlijk af van wat je als een 'lange' of 'korte' speelduur ervaart (toch Mssr Renard?
). Desalniettemin zorgt het ervoor dat je platen die niet heel lang duren vaak achter elkaar aan kan spelen, iets waar de complexe muziek van Gentle Giant zich bij uitstek voor leent, want het verveelt nooit. Daarnaast kende ik Octopus al, dus na mijn geheugen even opgefrist te hebben durf ik het wel aan mijn gedachten over deze plaat te verwoorden.Het is lastig om uit te drukken waarom ik moeite heb met dit album. Deze schijf bevat namelijk materiaal dat tot het beste uit de discografie van de band gerekend kan worden, met songs als The Advent of Panurge, Knots, The Boys in the Band en Think of Me with Kindness (!). Het probleem is echter dat ik het gevoel heb dat de muziek hier té complex wordt, dat er een abstractieniveau wordt bereikt waar ik (nog) niet bij kan.
Misterfool, een user die zichzelf heeft uitgeschreven, verwoord het in zijn bijdrage hierboven op een zeer treffende manier. Ik citeer:
"Kort gezegd dit is de ultieme cerebrale muziek. Emotioneel gezien wordt ik niet geraakt en echt heel sfeervol is het niet. Hiervoor trek ik een punt af. Daarentegen kan ik echt genieten van hoe sterk deze muziek in elkaar zit. Compositiegewijs benaderd het echt perfectie."
Vandaar dat ook ik op 4* sterren blijf steken, want zoals gezegd: enkele van de mooiste momenten (zover ik heb geluisterd) staan op Octopus, en ook deze schijf is net zo consistent als Three Friends. De plaat ligt me gewoon niet zo vrees ik, om bovenstaande, door Misterfool verwoordde, reden. Dat zeg ik echter wel met enige (lees: heel veel) voorzichtigheid, want bij een plaat van Gentle Giant weet je het nooit. Als 'ie eenmaal beklijft, laat 'ie je ook niet meer los. Octopus is dus zeker een plaat die nog vaak mijn oorschelpen zal gaan binnendringen, want ik moet en zal hem snappen...
Stand:
1. Three Friends - 4,5*
2. Acquiring the Taste - 4,5*
3. Gentle Giant - 4,5*
4. Octopus - 4,0*
Gentle Giant - The Power and the Glory (1974)

4,0
0
geplaatst: 29 juni 2022, 10:59 uur
The Power and the Glory is alweer het zesde album van deze eigenzinnige Britse progressievelingen. Na het verbluffende In A Glass House en met de kennis in het achterhoofd dat tot nu toe alle albums van de band mij behoorlijk goed zijn bevallen (kijk naar de scores), begon ik aan dit album met torenhoge verwachtingen. Heeft Gentle Giant de verwachtingen in weten te lossen, of maakt de band hier haar eerste slippertje?
Het antwoord op die vraag is tweeledig, want ik moet zeggen dat ik behoorlijke mixed-feelings heb met betrekking tot dit album. Het is lastig om bij complexe muziek als deze uit te leggen waarom je iets beter of minder vind dan iets anders, maar ik ga het proberen duidelijk te maken. Enerzijds staan hier weer een paar composities op om je vingers bij af te likken, maar anderzijds speelt bij dit album het euvel op waar Gentle Giant op andere albums ook al last van had: zó ontzettend perfect en vernuftig spelen dat ik soms de emotie mis. Ik zal het uitleggen, beginnende met enkele kritische noten, waarna vervolgens mijn lofzang zal volgen.
The Power and the Glory weet me niet te overtuigen zoals Three Friends en In A Glass House dat wel wisten te doen. Gevoelsmatig zit er in laatstgenoemde twee albums veel meer gevoel, beleving en spelplezier. The Power and the Glory voelt over hele linie zeer consistent, intelligent en enorm vernuftig aan, maar ik mis de spelbeleving, plezier en emotie die wel bij andere Gentle Giant albums aanwezig is.
Daarnaast heb ik bij The Power and the Glory nog meer het idee alsof de composities veel van elkaar afhangen. Wat ik daarmee bedoel te zeggen is dat dit album vooral als geheel erg sterk is. Andere Gentle Giant albums hebben dit ook (Octopus en Three Friends voornamelijk), maar bij The Power and the Glory is dit in een dergelijke mate aanwezig dat ik het zie als een kritiekpuntje. Natuurlijk zijn er een aantal sterke, op zichzelf staande, composities (Proclamation, Aspirations, Playing the Game, No God's a Man), maar dat neemt niet weg dat dit album haar kracht vooral haalt uit de samenhang en de synergie tussen de nummers.
Dit waren slechts marginale kritiekpuntjes voor een verder behoorlijk goed album. The Power and the Glory zit wederom boordevol moeilijke muzikale magie (om maar een alliteratie te gebruiken), wat door de band op een catchy en toegankelijke manier gebracht wordt, in dit geval verhuld in een interessant concept over wat politieke macht kan doen met een individu. Naar mijns inzien is dit ook de grote kracht van Gentle Giant: een scala aan muzikale genres, maatsoorten, akkoorden, en noem het allemaal maar op, weten te verpakken in een product dat toch uitnodigend en catchy klinkt, in plaats van té lastig en afstotend voor de luisteraar. Alles klinkt uitermate verzorgd en doordacht, de melodieën zijn (zoals gewoonlijk) buitengewoon creatief, uniek en pakkend en de composities werken uitstekend als samenhangend geheel.
The Power and the Glory zou ik niet willen betitelen als een meesterwerk, gezien het feit dat het album wat mij betreft een stuk bezieling mist, alsmede het feit dat het compositioneel iets minder spannend en goed is dan bijvoorbeeld Three Friends en In A Glass House. Dat bedoel ik relatief, want wie The Power and the Glory objectief en zonder vergelijkingen beoordeeld zal tot de conclusie komen dat de briljantie en het muzikale vakmanschap van deze plaat afdruipt. Ik kan echter niet anders dan concluderen dat ik deze plaat gewoonweg een tikkeltje minder overdonderend, ontroerend en overtuigend vind dan andere platen uit het oeuvre van de band. Vier sterren lijken me dan ook zeer op zijn plaats voor een beresterke plaat, die een tikje minder is dan haar voorgangers, maar alsnog zorgt voor een kleine veertig minuten genieten.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Octopus - 4,5*
5. Gentle Giant - 4,5*
6. The Power and the Glory - 4*
Het antwoord op die vraag is tweeledig, want ik moet zeggen dat ik behoorlijke mixed-feelings heb met betrekking tot dit album. Het is lastig om bij complexe muziek als deze uit te leggen waarom je iets beter of minder vind dan iets anders, maar ik ga het proberen duidelijk te maken. Enerzijds staan hier weer een paar composities op om je vingers bij af te likken, maar anderzijds speelt bij dit album het euvel op waar Gentle Giant op andere albums ook al last van had: zó ontzettend perfect en vernuftig spelen dat ik soms de emotie mis. Ik zal het uitleggen, beginnende met enkele kritische noten, waarna vervolgens mijn lofzang zal volgen.
The Power and the Glory weet me niet te overtuigen zoals Three Friends en In A Glass House dat wel wisten te doen. Gevoelsmatig zit er in laatstgenoemde twee albums veel meer gevoel, beleving en spelplezier. The Power and the Glory voelt over hele linie zeer consistent, intelligent en enorm vernuftig aan, maar ik mis de spelbeleving, plezier en emotie die wel bij andere Gentle Giant albums aanwezig is.
Daarnaast heb ik bij The Power and the Glory nog meer het idee alsof de composities veel van elkaar afhangen. Wat ik daarmee bedoel te zeggen is dat dit album vooral als geheel erg sterk is. Andere Gentle Giant albums hebben dit ook (Octopus en Three Friends voornamelijk), maar bij The Power and the Glory is dit in een dergelijke mate aanwezig dat ik het zie als een kritiekpuntje. Natuurlijk zijn er een aantal sterke, op zichzelf staande, composities (Proclamation, Aspirations, Playing the Game, No God's a Man), maar dat neemt niet weg dat dit album haar kracht vooral haalt uit de samenhang en de synergie tussen de nummers.
Dit waren slechts marginale kritiekpuntjes voor een verder behoorlijk goed album. The Power and the Glory zit wederom boordevol moeilijke muzikale magie (om maar een alliteratie te gebruiken), wat door de band op een catchy en toegankelijke manier gebracht wordt, in dit geval verhuld in een interessant concept over wat politieke macht kan doen met een individu. Naar mijns inzien is dit ook de grote kracht van Gentle Giant: een scala aan muzikale genres, maatsoorten, akkoorden, en noem het allemaal maar op, weten te verpakken in een product dat toch uitnodigend en catchy klinkt, in plaats van té lastig en afstotend voor de luisteraar. Alles klinkt uitermate verzorgd en doordacht, de melodieën zijn (zoals gewoonlijk) buitengewoon creatief, uniek en pakkend en de composities werken uitstekend als samenhangend geheel.
The Power and the Glory zou ik niet willen betitelen als een meesterwerk, gezien het feit dat het album wat mij betreft een stuk bezieling mist, alsmede het feit dat het compositioneel iets minder spannend en goed is dan bijvoorbeeld Three Friends en In A Glass House. Dat bedoel ik relatief, want wie The Power and the Glory objectief en zonder vergelijkingen beoordeeld zal tot de conclusie komen dat de briljantie en het muzikale vakmanschap van deze plaat afdruipt. Ik kan echter niet anders dan concluderen dat ik deze plaat gewoonweg een tikkeltje minder overdonderend, ontroerend en overtuigend vind dan andere platen uit het oeuvre van de band. Vier sterren lijken me dan ook zeer op zijn plaats voor een beresterke plaat, die een tikje minder is dan haar voorgangers, maar alsnog zorgt voor een kleine veertig minuten genieten.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Octopus - 4,5*
5. Gentle Giant - 4,5*
6. The Power and the Glory - 4*
Gentle Giant - Three Friends (1972)

4,5
0
geplaatst: 2 juni 2022, 10:49 uur
"Three friends are made, three lives are laughs and tears
Through years of school and play they share
As time stands still the days change into years
And future comes without a care
But fate and skill and chances play their part
The wind of change leaves no good-bye
Three boys are men their ways have drawn apart
They tell their tales to justify"
Ik bleef maar schipperen tussen 4* en 4.5*, maar na wederom een verse luisterbeurt deze ochtend kan ik toch niet anders dan de op één na hoogste score geven aan dit derde werkje (dat begrip is wel op zijn plaats met deze speellengte...) van Gentle Giant.
Het is naar mijn idee wat puntiger en gestroomlijnder dan het debuut en Acquiring the Taste. Waar de band op het debuut nog zoekende was naar een eigen sound, deze op Acquiring the Taste min of meer werd gevonden middels experimenteren, kunnen we op Three Friends een uitgekristalliseerde en volledige sound van de band herkennen.
Vooral de wijze waarop Gentle Giant de onwijs complexe muzikale materie zo weet te presenteren dat het behapbaar klinkt, zoals ook Mssr Renard hierboven heeft vermeld, is echt een enorme pluim waardig. Daarnaast passen de nummers, zeker conceptueel, maar ook muzikaal, enorm goed bij elkaar.
Dit is dan ook de eerste plaat van Gentle Giant waar helemaal niets op aan te merken is naar mijn idee. Het vervolg op Three Friends, Octopus, is een plaat waar ik al bekend mee ben, en ik moet zeggen dat Three Friends me dieper weet te raken dan dat Octopus dat doet. Dat komt eigenlijk grotendeels doordat het 'universele concept', zoals de band dit destijds zelf verwoordde, van drie vrienden die uit elkaar gaan en zich van elkaar vervreemden, een onderwerp is dat mij persoonlijk behoorlijk aan het hart gaat. Daarnaast valt me op dat de muziek op Octopus nog een tandje compexer is dan op Three Friends, zelfs dermate complex dat het me wat koud begint te laten ('Ja, ze kunnen fabelachtig musiceren, so what?').
De hele plaat is naar mijn mening zeer consistent, maar als ik wat hoogtepunten aan zou moeten stippen, dan zouden dat Schooldays, Working All Day en Peel The Paint zijn. Vooral het negrospiritual-aandoende Working All Day vind ik echt geniaal.
De muziek van Gentle Giant is dermate complex dat ik eigenlijk geen 5* durf te geven, aangezien ik bij elke plaat het gevoel heb nog een heel groot deel te missen. De 4,5* die hier staat gaat in de toekomst gegarandeerd stijgen naar de maximale score, daar ben ik zeker van. Dat vergt alleen wat tijd.
Laat ik er dan ook maar een competitietje van maken, we zijn nu toch bezig...
Stand:
1. Three Friends - 4,5*
2. Acquiring the Taste - 4,5*
3. Gentle Giant - 4,5*
Through years of school and play they share
As time stands still the days change into years
And future comes without a care
But fate and skill and chances play their part
The wind of change leaves no good-bye
Three boys are men their ways have drawn apart
They tell their tales to justify"
Ik bleef maar schipperen tussen 4* en 4.5*, maar na wederom een verse luisterbeurt deze ochtend kan ik toch niet anders dan de op één na hoogste score geven aan dit derde werkje (dat begrip is wel op zijn plaats met deze speellengte...) van Gentle Giant.
Het is naar mijn idee wat puntiger en gestroomlijnder dan het debuut en Acquiring the Taste. Waar de band op het debuut nog zoekende was naar een eigen sound, deze op Acquiring the Taste min of meer werd gevonden middels experimenteren, kunnen we op Three Friends een uitgekristalliseerde en volledige sound van de band herkennen.
Vooral de wijze waarop Gentle Giant de onwijs complexe muzikale materie zo weet te presenteren dat het behapbaar klinkt, zoals ook Mssr Renard hierboven heeft vermeld, is echt een enorme pluim waardig. Daarnaast passen de nummers, zeker conceptueel, maar ook muzikaal, enorm goed bij elkaar.
Dit is dan ook de eerste plaat van Gentle Giant waar helemaal niets op aan te merken is naar mijn idee. Het vervolg op Three Friends, Octopus, is een plaat waar ik al bekend mee ben, en ik moet zeggen dat Three Friends me dieper weet te raken dan dat Octopus dat doet. Dat komt eigenlijk grotendeels doordat het 'universele concept', zoals de band dit destijds zelf verwoordde, van drie vrienden die uit elkaar gaan en zich van elkaar vervreemden, een onderwerp is dat mij persoonlijk behoorlijk aan het hart gaat. Daarnaast valt me op dat de muziek op Octopus nog een tandje compexer is dan op Three Friends, zelfs dermate complex dat het me wat koud begint te laten ('Ja, ze kunnen fabelachtig musiceren, so what?').
De hele plaat is naar mijn mening zeer consistent, maar als ik wat hoogtepunten aan zou moeten stippen, dan zouden dat Schooldays, Working All Day en Peel The Paint zijn. Vooral het negrospiritual-aandoende Working All Day vind ik echt geniaal.
De muziek van Gentle Giant is dermate complex dat ik eigenlijk geen 5* durf te geven, aangezien ik bij elke plaat het gevoel heb nog een heel groot deel te missen. De 4,5* die hier staat gaat in de toekomst gegarandeerd stijgen naar de maximale score, daar ben ik zeker van. Dat vergt alleen wat tijd.
Laat ik er dan ook maar een competitietje van maken, we zijn nu toch bezig...
Stand:
1. Three Friends - 4,5*
2. Acquiring the Taste - 4,5*
3. Gentle Giant - 4,5*
Ghost - Impera (2022)

4,0
2
geplaatst: 11 maart 2022, 15:48 uur
Ik begin met 4 sterren, met ruimte voor verhoging tot 4,5.
Met speels gemak laat Ghost met haar nieuwste wapenfeit 'Impera' zien dat rock (en zelfs enkele snufjes metal) pakkend en catchy kunnen klinken.
Alle songs steken geweldig in elkaar, maar voor mij springen vooral Kaisarion, Spillways, Call Me Little Sunshine en Respite on the Spitalfields eruit. Daarnaast valt er tekstueel gezien (wederom) genoeg te ontdekken op Impera.
Speciale aandacht moet naar mijn mening geschonken worden aan de productie en de mix van dit album, want man, man, man wat klinkt dit album ongelooflijk goed. Alle instrumenten zijn kraakhelder en hebben een goede plaats in de mix gekregen en met name de bass klinkt echt als een klok. Chapeau aan de heren Klas Åhlund en Andy Wallace!
Echter heb ik naast deze lofzang toch enkele puntjes van kritiek: Twenties is, in vergelijking met de rest van de songs, echt een vreemde eend in de bijt en had misschien beter als bonusnummer kunnen fungeren. Daarnaast komt Watcher of the Sky ook nog niet helemaal binnen.
De tijd zal ons leren hoe dit album zich ontwikkeld binnen het oeuvre van Ghost, maar één ding is zeker: dit album zal nog lang niet vervelen en heeft potentie om één van de beste, zo niet het beste, album(s) van Ghost te worden.
Met speels gemak laat Ghost met haar nieuwste wapenfeit 'Impera' zien dat rock (en zelfs enkele snufjes metal) pakkend en catchy kunnen klinken.
Alle songs steken geweldig in elkaar, maar voor mij springen vooral Kaisarion, Spillways, Call Me Little Sunshine en Respite on the Spitalfields eruit. Daarnaast valt er tekstueel gezien (wederom) genoeg te ontdekken op Impera.
Speciale aandacht moet naar mijn mening geschonken worden aan de productie en de mix van dit album, want man, man, man wat klinkt dit album ongelooflijk goed. Alle instrumenten zijn kraakhelder en hebben een goede plaats in de mix gekregen en met name de bass klinkt echt als een klok. Chapeau aan de heren Klas Åhlund en Andy Wallace!
Echter heb ik naast deze lofzang toch enkele puntjes van kritiek: Twenties is, in vergelijking met de rest van de songs, echt een vreemde eend in de bijt en had misschien beter als bonusnummer kunnen fungeren. Daarnaast komt Watcher of the Sky ook nog niet helemaal binnen.
De tijd zal ons leren hoe dit album zich ontwikkeld binnen het oeuvre van Ghost, maar één ding is zeker: dit album zal nog lang niet vervelen en heeft potentie om één van de beste, zo niet het beste, album(s) van Ghost te worden.
Gov't Mule - Déjà Voodoo (2005)

4,0
0
geplaatst: 2 juli 2022, 19:09 uur
Gisteren heb ik deze CD voor een prikje gekocht bij Plato in Zwolle. Behalve het feit dat ik wist dat het een bluesrock-achtig georiënteerd album is, kende ik verder eigenlijk niks van Gov't Mule. Maar omdat Mssr Renard meermaals een lans voor deze band heeft gebroken, durfde ik het risico wel aan.
Gelukkig heeft deze spontane aankoop me geen windeieren gelegd, want wat een fijne plaat is dit zeg. Heerlijk om te beluisteren met dit lekkere zomerweer. Onder het mom van de bluesrock, aangevuld met wat funk, hardrock en wat folk elementen, wordt de luisteraar hier getrakteerd op twaalf sfeervolle, sterke composities. Ik lees hier in enkele bovenstaande reacties dat dit het eerste album is waarbij Gov't Mule een vaste toetsenist in dienst heeft. Ik kan alleen maar zeggen dat ik volledig achter die keuze sta: de toetsen hier passen perfect bij het bluesy-geluid van de band en geven het album veel meer diepgang en dynamiek (nu ben ik sowieso al een toetsen-fanaat, dus dat komt goed uit
).
Al met al dus een heel prettige luisterervaring. Hier zullen nog veel meer luisterbeurten van gaan volgen, waarna ik me dan ook maar eens in wat ander werk van deze band moet verdiepen. Op voorhand dacht ik dat dit type muziek niet echt 'mijn muziek' zou zijn (wat betreft deze muziek ken ik alleen de band Clutch, wat nog wat meer de stoner-kant op gaat), maar daar zou best wel eens verandering in kunnen komen. Ik heb me namelijk meer dan kostelijk vermaakt met dit album, en dat slechts na één luisterbeurt. Na dit werk ben ik benieuwd naar de rest van het oeuvre van deze band. Zo zie je maar dat een spontane aankoop kan zorgen voor veel 'bijkomende schade' (lees: nieuw luistermateriaal)
.
Gelukkig heeft deze spontane aankoop me geen windeieren gelegd, want wat een fijne plaat is dit zeg. Heerlijk om te beluisteren met dit lekkere zomerweer. Onder het mom van de bluesrock, aangevuld met wat funk, hardrock en wat folk elementen, wordt de luisteraar hier getrakteerd op twaalf sfeervolle, sterke composities. Ik lees hier in enkele bovenstaande reacties dat dit het eerste album is waarbij Gov't Mule een vaste toetsenist in dienst heeft. Ik kan alleen maar zeggen dat ik volledig achter die keuze sta: de toetsen hier passen perfect bij het bluesy-geluid van de band en geven het album veel meer diepgang en dynamiek (nu ben ik sowieso al een toetsen-fanaat, dus dat komt goed uit
).Al met al dus een heel prettige luisterervaring. Hier zullen nog veel meer luisterbeurten van gaan volgen, waarna ik me dan ook maar eens in wat ander werk van deze band moet verdiepen. Op voorhand dacht ik dat dit type muziek niet echt 'mijn muziek' zou zijn (wat betreft deze muziek ken ik alleen de band Clutch, wat nog wat meer de stoner-kant op gaat), maar daar zou best wel eens verandering in kunnen komen. Ik heb me namelijk meer dan kostelijk vermaakt met dit album, en dat slechts na één luisterbeurt. Na dit werk ben ik benieuwd naar de rest van het oeuvre van deze band. Zo zie je maar dat een spontane aankoop kan zorgen voor veel 'bijkomende schade' (lees: nieuw luistermateriaal)
.