Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Interpols' tweede album Antics werd aanvankelijk met gemengde gevoelens ontvangen, twee jaar na het beroemde debuut Turn On The Bright Lights uit 2002. Die plaat had ik nog niet gehoord toen ik me aan Antics waagde, dus ik kon met een schone lei beginnen.
Een plaat van Interpol kun en mag je niet na één luisterbeurt beoordelen. Dat kan pas na vele draaibeurten, als de nummers onder je huid zitten. Hoewel dit voor Antics minder geldt dan zijn voorganger. De songs zijn compacter, hoekiger en rechtlijniger. De nummers zijn ook echt nummers. Ik hoor zelfs singles, terwijl Turn On The Bright Lights als geheel meer een echte sfeerplaat is.
However, met zijn duistere, wervelende songstructuren is Antics gewoon een dijk van een album. Klaar. De vergelijkingen met Britse voorlopers zoals Joy Division en The Smiths zijn de voor de hand liggend, maar Interpol klinkt wel degelijk Amerikaans. Duidelijk hoorbaar zijn de raakvlakken met een band als The Afghan Whigs. De ijskoude zang van frontman Paul Banks en de strakke, uitgeklede gitaarrifs dragen bij aan een broeierige en onheilspellende sfeer. De spanning wordt overal zorgvuldig opgebouwd.
Het zeurende orgeltje in Next Exit opent de deuren voor een reeks grootse nummers. Evil (met dat prachtige basloopje), Narc en vooral het zinderende Take You On A Cruise zijn van een zeldzame schoonheid. De uptempo single Slow Hands is een knaller en het inktzwarte Not Even Jail het onbetwiste hoogtepunt.
Op Antics is geen vrolijke noot te horen, wel één van de interessantste bands van de laatste jaren.
Na de releases van Our Love To Admire en An End Has A Start in de zomer van 2007 liet de pers het wedstrijdje Interpol-Editors maar weer eens van start gaan. Beide bands moeten schijnbaar nog steeds afrekenen met het Joy Division-imago. Hoe dan ook, de tussenstand was al snel 1-0 voor Birmingham.
Nou zijn de albums van het New Yorkse Interpol wel echte groeibriljanten. De incubatietijd tussen de eerste luisterbeurt en de dag dat het Interpol-virus je te pakken krijgt kan even duren. Maar uiteindelijk krijgt de koorts je te pakken, zo ook bij Our Love To Admire.
Het geluid is nog steeds uit duizenden herkenbaar, maar veel nummers missen aanvankelijk die scherpe hooks die Antics zo goed maken. Maar de schijn bedriegt. Ze zijn er wel degelijk, ze zitten goed verstopt en na vele luisterbeurten komt het toch weer goed.
En dan is de eindstand van Interpol-Editors weer 1-1. Of 7-7. Want beide albums bulken van de juweeltjes.
Zoals No1 In Threesome, Pace Is The Trick [/i]en Rest My Chemistry. Die worden na iedere draaibeurt weer een stukje mooier.
[i][i]De plaat begint veelbelovend met het spookachtige Pioneer To The Falls [/i]waar de climax op betoverende wijze wordt opgevoerd. Maar ook veel prima uptempo werk, met single The Heinrich Maneuver als de beste vertegenwoordiger.
Volgens zanger/gitarist Paul Banks was het schrijven en opnemen van Our Love To Admire een moeilijk proces. Dat geldt ook voor het luisteren. Wees niet te vroeg met je oordeel.
Al bij de eerste klanken van Untiteld voelde je dat er iets bijzonders aan de hand was. Dit is niet de zoveelste nieuwe gitaaract uit NYC; dit zijn de eerste akkoorden van een debuutalbum dat wel eens legendarisch zou kunnen worden.
In 2002 was iedereen het roerend eens; Interpol is een gitaarband die je eens in de zoveel jaren nodig hebt. Een nieuw geluid dat de muziekwereld eens goed wakker schudt. Alhoewel, nieuw? De donkere new wave uit Engeland, begin jaren tachtig, is overduidelijk de belangrijkste inspiratiebron van Paul Banks & co. Joy Division was een veelgehoorde vergelijking, maar dan doe je Interpol eigenlijk tekort.
Daarvoor heeft hun sound te veel smoel. Donkere staccato gitaar rifs, pulserende baslijnen, strakke drums en monotone zang zorgen voor een intense sfeer en een van de spannendste debuten van de laatste jaren. En ook al lijkt de stem van Paul Banks op Ian Curtis, en klinken die basschema's af en toe als Peter Hook...
Untiteld zet de toon, als een sobere aankondiging van wat je allemaal mag verwachten. En als Interpol bij Obstacle 1 een tandje hoger schakelt, dan blijkt hoe imposant deze wall of sound is.
Moeilijk om hier favorieten aan te wijzen; nog moeilijker om hier mindere nummers aan te duiden. NYC en Hands Away zijn nummers die je laagje voor laagje inpakken, heel langzaam en met een meesterlijke melodie. PDA en Say Hello To The Angels done hetzelfde, maar dan in een hogere versnelling. Als je één nummer zou mogen aanwijzen dat Turn On The Bright Lights het beste samenvat, dan is dat Stella Was A Diver And She Was Always Down.
Interpol produceert geen hapklare brokken. Het duurt even voor de nummers onder je vel kruipen, maar dan blijven ze er ook stevig zitten. Cool en retestrak album.