Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Led Zeppelin - Led Zeppelin II (1969)

5,0
0
geplaatst: 30 april 2009, 21:15 uur
Toen ik als 17-jarige met een tweederangs electrische gitaar vocht met het intro van Smells Like Teen Spirit, speelden goede vrienden met hun band covers van The Who en Led Zeppelin.
Ik vond die ouwe lullen muziek toen maar niets. Ik was doof.
Een half leven verder, heb ik me alsnog bekeerd. Wat een band is dit.
Smerige blues in combinatie met dampende hardrock. Songs die roken en branden, maar ook ontroeren. Led Zeppelin II heeft het allemaal, inclusief een duivelse Plant en een onnavolgbare Page.
Jimmy Page, wat een gitarist, eist de hoofdrol op.
De moddervette rif van Whole Lotta Love zet meteen de toon. Dit is geen muziek van/voor lieverdjes. Een briljante rocksong, hall of fame waardig. Met een krijsende Plant, een diabolisch intermezzo en een vlammende gitaarsolo als toetje. Een dijk van een nummer, nog steeds.
What Is And What Should Never Be is andere koffie. Alsof deze song geen keuze maken kan tussen het slaapwiegende effect van een intiem liefdeslied en de decibellen van de bluesrock. Dat levert een spannend pareltje op, dat beide kanten van Led Zep laat horen.
Dat ze de blues in hun genen hadden, hoor je op The Lemon Song. Bluesrock in zijn meest elementaire vorm, gruizig, smerig en stinkend naar diesel. Alsof Page geen electrische gitaar, maar er eentje op mazout bespeelt. En die meesterlijke solo weer...
Thank You is het volgende hoogtepunt. Ditmaal gewapend met hammond orgel en fantastische melodielijnen. Meer pop dan rock, bij vlagen Byrdsiaans en met een leuk boeketje flower power.
De trage maar niet minder grandioze rif van Heartbreaker luidt weer een paragraafje oerdelijke rock in.
Living Love Maid sluit zich daarbij aan. Het minste nummer (lees: het meest doorsnee of het minst verrassend) maar wel een lekkere meezinger natuurlijk.
Dat akoestische gitaren ook kunnen rocken hoor je op Ramble On, al mist dit nummer een vonkje heilig vuur.
Moby Dick is een exercitie van de kunsten van Jimmy Page en John Bonham en aan afsluiter Bring It On Home (weer zo'n superrif) zul je je ook geen buil vallen.
Klassieker die het waard is om te ontdekken. Ik was er blij mee in ieder geval.
Ik vond die ouwe lullen muziek toen maar niets. Ik was doof.
Een half leven verder, heb ik me alsnog bekeerd. Wat een band is dit.
Smerige blues in combinatie met dampende hardrock. Songs die roken en branden, maar ook ontroeren. Led Zeppelin II heeft het allemaal, inclusief een duivelse Plant en een onnavolgbare Page.
Jimmy Page, wat een gitarist, eist de hoofdrol op.
De moddervette rif van Whole Lotta Love zet meteen de toon. Dit is geen muziek van/voor lieverdjes. Een briljante rocksong, hall of fame waardig. Met een krijsende Plant, een diabolisch intermezzo en een vlammende gitaarsolo als toetje. Een dijk van een nummer, nog steeds.
What Is And What Should Never Be is andere koffie. Alsof deze song geen keuze maken kan tussen het slaapwiegende effect van een intiem liefdeslied en de decibellen van de bluesrock. Dat levert een spannend pareltje op, dat beide kanten van Led Zep laat horen.
Dat ze de blues in hun genen hadden, hoor je op The Lemon Song. Bluesrock in zijn meest elementaire vorm, gruizig, smerig en stinkend naar diesel. Alsof Page geen electrische gitaar, maar er eentje op mazout bespeelt. En die meesterlijke solo weer...
Thank You is het volgende hoogtepunt. Ditmaal gewapend met hammond orgel en fantastische melodielijnen. Meer pop dan rock, bij vlagen Byrdsiaans en met een leuk boeketje flower power.
De trage maar niet minder grandioze rif van Heartbreaker luidt weer een paragraafje oerdelijke rock in.
Living Love Maid sluit zich daarbij aan. Het minste nummer (lees: het meest doorsnee of het minst verrassend) maar wel een lekkere meezinger natuurlijk.
Dat akoestische gitaren ook kunnen rocken hoor je op Ramble On, al mist dit nummer een vonkje heilig vuur.
Moby Dick is een exercitie van de kunsten van Jimmy Page en John Bonham en aan afsluiter Bring It On Home (weer zo'n superrif) zul je je ook geen buil vallen.
Klassieker die het waard is om te ontdekken. Ik was er blij mee in ieder geval.
Led Zeppelin - Led Zeppelin III (1970)

4,0
0
geplaatst: 12 augustus 2009, 22:45 uur
Led Zeppelin III doet nauwelijks onder voor z’n legendarische voorganger. Met een ‘elektrische’ kant A en een ‘akoestische’ kant B heeft deel drie twee gezichten.
Immigrant Song geeft je, murw geslagen door de speakers, geen enkele kans. Knallende gitaren, een militaristisch ritme en een commanderende Plant. Genadeloos hard, wat een nummer.
In Friends bindt de akoestische gitaar van Page de strijd aan met een onheilspellend strijkersorkest. Het is een angstaanjagende confrontatie. Led Zeppelin kon rock soms echt eng maken.
Celebration Day is een pak toegankelijker, en iets minder verpletterend. Oerdegelijke rock, dat wel, en met een briljante gitaarlick halverwege.
De smekende blues van Since I’ve Been Loving You stijgt langzaam naar grote hoogte. Plant is hier op z’n best. En Page’s gitaar huilt stevig met hem mee. Een klassieker die meer aandacht verdient.
Out On The Tiles teert vooral op dat uiterst meeschreeuwbare refrein, maar moet het afleggen tegen de pracht en praal van z’n voorganger.
Gallows Pole opent het akoestische kwintet op kant B met veel vuur, terwijl Tangerine een ballade uit de categorie van Stairway To Heaven brengt, maar dan in amper 3 minuten.
Het sombere That’s The Way overtuigt me minder, maar met Bron-y-aur Stomp volgt het onbetwiste hoogtepunt. Hekserij op de akoestische gitaar, opzwepende handclaps…Led Zeppelin heeft helemaal geen versterkers nodig. Bij het intro van dit nummer krijg ik de dezelfde kriebels als bij die legendarische tokkelscène uit de film Deliverance.
Hats Off To (Roy) Harper is de hypernerveuze toegift.
Wat een band, hè?
Immigrant Song geeft je, murw geslagen door de speakers, geen enkele kans. Knallende gitaren, een militaristisch ritme en een commanderende Plant. Genadeloos hard, wat een nummer.
In Friends bindt de akoestische gitaar van Page de strijd aan met een onheilspellend strijkersorkest. Het is een angstaanjagende confrontatie. Led Zeppelin kon rock soms echt eng maken.
Celebration Day is een pak toegankelijker, en iets minder verpletterend. Oerdegelijke rock, dat wel, en met een briljante gitaarlick halverwege.
De smekende blues van Since I’ve Been Loving You stijgt langzaam naar grote hoogte. Plant is hier op z’n best. En Page’s gitaar huilt stevig met hem mee. Een klassieker die meer aandacht verdient.
Out On The Tiles teert vooral op dat uiterst meeschreeuwbare refrein, maar moet het afleggen tegen de pracht en praal van z’n voorganger.
Gallows Pole opent het akoestische kwintet op kant B met veel vuur, terwijl Tangerine een ballade uit de categorie van Stairway To Heaven brengt, maar dan in amper 3 minuten.
Het sombere That’s The Way overtuigt me minder, maar met Bron-y-aur Stomp volgt het onbetwiste hoogtepunt. Hekserij op de akoestische gitaar, opzwepende handclaps…Led Zeppelin heeft helemaal geen versterkers nodig. Bij het intro van dit nummer krijg ik de dezelfde kriebels als bij die legendarische tokkelscène uit de film Deliverance.
Hats Off To (Roy) Harper is de hypernerveuze toegift.
Wat een band, hè?
Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (1971)

4,0
0
geplaatst: 9 september 2009, 17:01 uur
Led Zeppelin IV is in de eerste plaats het album van het nummer dat bij miljoenen kampvuren voor de muzikale omlijsting moet hebben gezorgd. Stairway To Heaven, met misschien wel het meest getokkelde gitaarintro aller tijden, is ook één van de mooiste songs aller tijden. Volgens de luisteraars van Top 2000 schijnt alleen Bohemian Rhapsody nog mooier te zijn. Ik hou het bij deze klassieker.
Stairway To Heaven heeft alles. Van die lang uitgesponnen opbouw tot die vurige eruptie halverwege, van een hemelse melodie tot en met die Hall Of Fame waardige gitaarsolo. Een rocksong ook, die beide kanten van Led Zeppelin laat horen: de melodieuze én de harde. In die acht minuten puur muzikaal genot komt het allemaal voorbij.
De andere prijsnummers van deel vier zijn Black Dog en When The Levee Breaks. De eerste track brengt allesverwoestende rock in de stijl van Immigrant Song. Op het scherpst van de snede, dampend vanaf de eerste seconde. Het was de eerste single van dit album. Slotnummer When The Levee Breaks is er ook een van bloed, zweet en tranen. Krachtige bluesrock, waarbij die harmonica Page prima bijbeent.
Single Rock And Roll doet wat de titel belooft: rock and roll dus. Misty Mountain Hop en Four Sticks (de b-kantjes van respectievelijk Black Dog en Rock And Roll) zijn gevlochten rondom zo'n ronkende rif van Page. The Battle Of Evermore is andere koffie. Met die middeleeuwse songtitel, die griezelige folky instrumentatie en een smekende Plant is dit de meest obscure track. Het akoestische Going To California, dat door Plant naar grote hoogte wordt gezongen, completeert het geheel.
Led Zeppelin IV, grotendeels opgenomen in de The Rolling Stones Mobile Studio is niet echt beter, maar ook niet minder dan deel I, II of III. Dat maakt Led Zeppelin tot één van de meest constante hardrockbands van die tijd. Met een diepste buiging voor Stairway To Heaven.
Stairway To Heaven heeft alles. Van die lang uitgesponnen opbouw tot die vurige eruptie halverwege, van een hemelse melodie tot en met die Hall Of Fame waardige gitaarsolo. Een rocksong ook, die beide kanten van Led Zeppelin laat horen: de melodieuze én de harde. In die acht minuten puur muzikaal genot komt het allemaal voorbij.
De andere prijsnummers van deel vier zijn Black Dog en When The Levee Breaks. De eerste track brengt allesverwoestende rock in de stijl van Immigrant Song. Op het scherpst van de snede, dampend vanaf de eerste seconde. Het was de eerste single van dit album. Slotnummer When The Levee Breaks is er ook een van bloed, zweet en tranen. Krachtige bluesrock, waarbij die harmonica Page prima bijbeent.
Single Rock And Roll doet wat de titel belooft: rock and roll dus. Misty Mountain Hop en Four Sticks (de b-kantjes van respectievelijk Black Dog en Rock And Roll) zijn gevlochten rondom zo'n ronkende rif van Page. The Battle Of Evermore is andere koffie. Met die middeleeuwse songtitel, die griezelige folky instrumentatie en een smekende Plant is dit de meest obscure track. Het akoestische Going To California, dat door Plant naar grote hoogte wordt gezongen, completeert het geheel.
Led Zeppelin IV, grotendeels opgenomen in de The Rolling Stones Mobile Studio is niet echt beter, maar ook niet minder dan deel I, II of III. Dat maakt Led Zeppelin tot één van de meest constante hardrockbands van die tijd. Met een diepste buiging voor Stairway To Heaven.
Lily Allen - It's Not Me, It's You (2009)

3,0
0
geplaatst: 15 augustus 2009, 10:18 uur
Op die waanzinnige single The Fear klinkt Lily Allen als het ondeugende buurmeisje van The Pet Shop Boys, maar als je alle songs van It’s Not Me, It’s You onder de loep neemt dan denk ik eerder aan Karin, Kristel en Kathleen.
Een wat ruwere versie uiteraard, want Lily neemt geen blad voor de mond. Ze nagelt ex-vriendjes publiekelijk aan de schandpaal, ze wil fuckloads of diamonds en de hele wereld krijgt er van langs. Fuck you very much.
Het zijn de ludieke teksten die deze plaat de moeite waard maken, ook al ligt het fuck you gehalte er af en toe net iets te dik bovenop. De muziek kan me iets minder overtuigen. Het is een wisselvallige plaat met liedjes met een hoog het ene oor in, het andere uit gehalte. Met kinderlijk eenvoudige melodietjes. Alleen de verhaaltjes blijven hangen.
Er zijn uitschieters. Zoals het verslavende The Fear - wat mij betreft één van de beste singles van het jaar. Geweldige popmuziek.
In Not Fair krijgt haar bedgenoot er stevig van langs, begeleid door een aanstekelijk elektronisch country & western deuntje. Een serieuze single kandidaat.
Back To The Start doet het ook met elektro, beats en een catchy refreintje en Fuck You was de (logische) tweede hit.
Het romantische Chinese behoort ook tot de betere helft, maar in zijn geheel stelt deze populaire tante me een tikkeltje teleur.
Een wat ruwere versie uiteraard, want Lily neemt geen blad voor de mond. Ze nagelt ex-vriendjes publiekelijk aan de schandpaal, ze wil fuckloads of diamonds en de hele wereld krijgt er van langs. Fuck you very much.
Het zijn de ludieke teksten die deze plaat de moeite waard maken, ook al ligt het fuck you gehalte er af en toe net iets te dik bovenop. De muziek kan me iets minder overtuigen. Het is een wisselvallige plaat met liedjes met een hoog het ene oor in, het andere uit gehalte. Met kinderlijk eenvoudige melodietjes. Alleen de verhaaltjes blijven hangen.
Er zijn uitschieters. Zoals het verslavende The Fear - wat mij betreft één van de beste singles van het jaar. Geweldige popmuziek.
In Not Fair krijgt haar bedgenoot er stevig van langs, begeleid door een aanstekelijk elektronisch country & western deuntje. Een serieuze single kandidaat.
Back To The Start doet het ook met elektro, beats en een catchy refreintje en Fuck You was de (logische) tweede hit.
Het romantische Chinese behoort ook tot de betere helft, maar in zijn geheel stelt deze populaire tante me een tikkeltje teleur.
