Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Echo & The Bunnymen - Ocean Rain (1984)

5,0
0
geplaatst: 9 maart 2009, 21:21 uur
Echo & The Bunnymen bivakkeerde begin jaren ’80 in de twilight zone tussen de mainstream en het alternatieve cirtcuit. Nummers als Seven Seas en Bring On The Dancing Horses flirtten met de hitparades, maar op basis van hun albums passen de Britten beter in het rijtje met The Smiths, The Cure en Lloyd Cole & the Commotions.
Terwijl tijd- en soortgenoten als Simple Minds en U2 doorstootten naar het grote publiek, bleven Echo & The Bunnymen steken in de kleinere zalen. Maar daar hoeven we niet rouwig om te zijn. Daar komen ze het beste tot hun recht. De Bunnymen hebben nooit concessies hoeven doen, ze speelden het spel zoals zij dat wilden. Ook Ocean Rain klinkt weer heerlijk eigenwijs.
Maar waar hun vorige albums opvallen door schurende rocksongs (met hakkende gitaren van Will Sergeant) is Ocean Rain gehuld in een serene waas. Geen rammende Pete de Freitas op drums, maar voorzichtig roffelend met kwastjes en cymbalen. Geen raggende gitaren, maar epische strijkorkesten. Ocean Rain klinkt groots, theatraal en poëtisch. Maar jongens, wat is dit mooi.
Silver laat meteen horen dat de Bunnymen een nieuwe koers varen, en het magnifieke Nocturnal Me bevestigt dat het de goede koers is. McCullough brengt het met veel gevoel voor drama.
Chrystal Days blinkt door het prachtige gitaarwerk, net zoals bijna-hit Seven Seas en het grandioze My Kingdom.
Smaken verschillen, maar over het beste nummer van Ocean Rain hoeven we eigenlijk niet te discussiëren: The Killing Moon. Ian McCullough noemde het zelf eens 'het mooiste nummer ooit geschreven'. Omdat het zo’n arrogante kwal is zou je eigenlijk niet willen toegeven, maar ik zoek nog steeds naar argumenten...
Ocean Rain bulkt van het zelfvertrouwen. Laat die andere bands maar 'groter' worden, de Bunnymen hadden dat niet nodig.
Terwijl tijd- en soortgenoten als Simple Minds en U2 doorstootten naar het grote publiek, bleven Echo & The Bunnymen steken in de kleinere zalen. Maar daar hoeven we niet rouwig om te zijn. Daar komen ze het beste tot hun recht. De Bunnymen hebben nooit concessies hoeven doen, ze speelden het spel zoals zij dat wilden. Ook Ocean Rain klinkt weer heerlijk eigenwijs.
Maar waar hun vorige albums opvallen door schurende rocksongs (met hakkende gitaren van Will Sergeant) is Ocean Rain gehuld in een serene waas. Geen rammende Pete de Freitas op drums, maar voorzichtig roffelend met kwastjes en cymbalen. Geen raggende gitaren, maar epische strijkorkesten. Ocean Rain klinkt groots, theatraal en poëtisch. Maar jongens, wat is dit mooi.
Silver laat meteen horen dat de Bunnymen een nieuwe koers varen, en het magnifieke Nocturnal Me bevestigt dat het de goede koers is. McCullough brengt het met veel gevoel voor drama.
Chrystal Days blinkt door het prachtige gitaarwerk, net zoals bijna-hit Seven Seas en het grandioze My Kingdom.
Smaken verschillen, maar over het beste nummer van Ocean Rain hoeven we eigenlijk niet te discussiëren: The Killing Moon. Ian McCullough noemde het zelf eens 'het mooiste nummer ooit geschreven'. Omdat het zo’n arrogante kwal is zou je eigenlijk niet willen toegeven, maar ik zoek nog steeds naar argumenten...
Ocean Rain bulkt van het zelfvertrouwen. Laat die andere bands maar 'groter' worden, de Bunnymen hadden dat niet nodig.
Editors - An End Has a Start (2007)

5,0
0
geplaatst: 16 maart 2009, 11:37 uur
Dit was de plaat waar ik lang naar uitgekeken had. Zou het Editors lukken om het briljante debuut uit 2005 te evenaren. Het antwoord was yes!
Editors borduurt voort op het geluid van The Back Room maar de nummers zijn grootser en de arrangementen weidser.
De bekende gezellige thema’s (dood, verlies, misère) brengen niets nieuws maar An End Has A Start kent geen zwakke momenten. Het is wel zo’n plaat die even tijd nodig heeft, die moet groeien. Maar vervolgens ook blijft groeien.
Het zwaarbeladen Smokers Outside The Hospital Doors (met een koor in de finale) zou je eerder als afsluiter verwachten. Editors gebruikt het als openingsnummer en het werd meteen ook maar de eerste single. Eventjes wennen maar geef toe, het wordt na iedere draaibeurt mooier.
De tweede single An End Has A Start is met zijn gierende gitaren en galmende synthesizers de ideale kennismaking voor Editors-leken.
Het ingetogen Weight Of The World is magistraal en strijdt met het titelnummer om de uitverkiezing tot het beste nummer van de plaat.
Het intro van Bones lijkt even op een freelance klus van The Edge maar de kracht en dynamiek van dit nummer vergoeden alles.
Dit is zo'n album waar je na iedere draaibeurt weer een nieuwe favoriet ontdekt.
When Anger Shows, The Racing Rats, Escape The Nest of zelfs het introverte Spiders. Geen zwakke momenten te bekennen.
En om me nog even in de Interpol vs Editors discussie te mengen...de stand Our Love To Admire-An End Has a Start is wat mij betreft 1-1. Ook na verlenging.
Editors borduurt voort op het geluid van The Back Room maar de nummers zijn grootser en de arrangementen weidser.
De bekende gezellige thema’s (dood, verlies, misère) brengen niets nieuws maar An End Has A Start kent geen zwakke momenten. Het is wel zo’n plaat die even tijd nodig heeft, die moet groeien. Maar vervolgens ook blijft groeien.
Het zwaarbeladen Smokers Outside The Hospital Doors (met een koor in de finale) zou je eerder als afsluiter verwachten. Editors gebruikt het als openingsnummer en het werd meteen ook maar de eerste single. Eventjes wennen maar geef toe, het wordt na iedere draaibeurt mooier.
De tweede single An End Has A Start is met zijn gierende gitaren en galmende synthesizers de ideale kennismaking voor Editors-leken.
Het ingetogen Weight Of The World is magistraal en strijdt met het titelnummer om de uitverkiezing tot het beste nummer van de plaat.
Het intro van Bones lijkt even op een freelance klus van The Edge maar de kracht en dynamiek van dit nummer vergoeden alles.
Dit is zo'n album waar je na iedere draaibeurt weer een nieuwe favoriet ontdekt.
When Anger Shows, The Racing Rats, Escape The Nest of zelfs het introverte Spiders. Geen zwakke momenten te bekennen.
En om me nog even in de Interpol vs Editors discussie te mengen...de stand Our Love To Admire-An End Has a Start is wat mij betreft 1-1. Ook na verlenging.
Editors - The Back Room (2005)

4,0
0
geplaatst: 16 maart 2009, 11:27 uur
Wellicht een eentonige discussie, maar je kunt het inderdaad niet ontkennen: Editors strijdt samen met Interpol om de nalatenschap van Joy Divison.
De donkere klanken maken van The Back Room een desolate plaat zoals alleen Joy Division, The Cure of Echo & The Bunnymen dat vroeger deden.
En dus gaan wanhoop en schoonheid hand in hand op het beste debuutalbum van 2005. Epische gitaren vol galm, striemende synthesizers en de gekwelde bariton van zanger Tom Smith laten het donderen en bliksemen boven Birmingham.
Het Editors geluid kopieert de duistere wave uit de kille jaren 80 naar de 21e eeuw. En dat doen ze hard, snel en dynamisch.
De eerste tien minuten van The Back Room zijn weergaloos: Lights, Munich (wat een nummer) en Blood zijn kanjers die in een razend tempo voorbij scheuren.
Het rustige Fall is een welkome adempauze. Bij All Sparks schiet het vuur weer uit de hemel.
De tweede helft van de plaat staat in de schaduw van de eerste. De songs missen de scherpte en dynamiek van het begin al grenzen het serene Camera (met prachtige opbouw) en het bijtende Fingers In The Factories opnieuw aan het briljante.
Bij de laatste tonen van Distance is de lucht nog steeds niet opgeklaard maar de voorspellingen zien er voor Editors goed uit. Die band gaat een grootse toekomst tegemoet.
De donkere klanken maken van The Back Room een desolate plaat zoals alleen Joy Division, The Cure of Echo & The Bunnymen dat vroeger deden.
En dus gaan wanhoop en schoonheid hand in hand op het beste debuutalbum van 2005. Epische gitaren vol galm, striemende synthesizers en de gekwelde bariton van zanger Tom Smith laten het donderen en bliksemen boven Birmingham.
Het Editors geluid kopieert de duistere wave uit de kille jaren 80 naar de 21e eeuw. En dat doen ze hard, snel en dynamisch.
De eerste tien minuten van The Back Room zijn weergaloos: Lights, Munich (wat een nummer) en Blood zijn kanjers die in een razend tempo voorbij scheuren.
Het rustige Fall is een welkome adempauze. Bij All Sparks schiet het vuur weer uit de hemel.
De tweede helft van de plaat staat in de schaduw van de eerste. De songs missen de scherpte en dynamiek van het begin al grenzen het serene Camera (met prachtige opbouw) en het bijtende Fingers In The Factories opnieuw aan het briljante.
Bij de laatste tonen van Distance is de lucht nog steeds niet opgeklaard maar de voorspellingen zien er voor Editors goed uit. Die band gaat een grootse toekomst tegemoet.
Elbow - The Seldom Seen Kid (2008)

5,0
0
geplaatst: 2 september 2009, 13:56 uur
Waar komt deze muziek toch vandaan? Dat dacht ik toen ik The Seldom Seen Kid voor de zoveelste keer beluisterde. Blind gekocht omdat deze plaat de Mercury Music Prize had gewonnen (en daar kun je je nooit een buil aan vallen). Ik moest 'm even gewennen, maar het was de moeite.
Elbow produceert geen hapklare brokken. Het zijn geen liedjes die het beste met je humeur voor hebben. Geslachtofferd door verdriet bindt Guy Garvey de strijd aan met demomen uit een recent verleden. Het op de klippen lopen van zijn huwelijk en de dood van een dierbare vriend verwoordt hij op indringende wijze. Een inktzwart album, met weinig ruimte voor een straaltje zonneschijn. Van de 11 songs mag er maar eentje als hard in de boeken (Grounds For Divorce).
Maar de onwaarschijnlijk manier waarop Guy Garvey goochelt met taal zorgt voor verlichting. De muzikale verpakking doet de rest.
Want die is wondermooi. Starlings is de wat moeilijke eerste (vooruit, het minste nummer) maar de striemende synths schudden je wel goed wakker. Het getuigt van lef (en eigenzinnigheid) om je abum op deze manier te beginnen.
Daarna is het puur genieten. Van The Bones Of You (met een melodie die maar blijft groeien) tot Friends Of Ours.
Mirrorrball is even mooi als beklemmend. Everything has changed. Prachtig hoe intiem gitaren en toetsen samengaan, voordat dit lied door strijkers naar een absoluut hoogtepunt gedirigeerd wordt.
Grounds For Divorce valt met stevige gitaren als enige uit de toon, maar wat voor een toon. Op Led Zeppelin-achtige wijze verlaat Elbow voor even het ingetogen pad. Om daar met An Audience With The Pope weer terug te keren. Met een pianoriedel die doet denken aan de soundtrack van een Franse b-film. Het samen met Richard Hawley (ex-Pulp) gecomponeerde en gezongen The Fix heeft ook zo'n Café Paris gehalte.
Bij Weather To Fly beroert Guy Garvey de hogere regionen van zijn single malt whiskey strot. Begeleid door een prachtig blazersarrangement is dit misschien wel hét hoogtepunt van The Seldom Seen Kid. Een nummer op eenzame hoogte. En dat geldt eigenlijk ook -letterlijk- voor The Loneliness Of A Tower Crane Driver.
Het heartbreaking gezongen Some Riot gaat er dan weer vandoor met de mooiste melodie, als was het maar omdat bij het refrein die andere grote plaat van vorig jaar, Fleet Foxes, voorbij lijkt te komen.
Some Day Like This is de grote, in aanzwellende bombast gestoken meezinger die het prachtig deed op de festivals. Friends Of Ours bedient zich van een Hallelujah-achtige gitaar (in Jeff Buckley vorm) en eindigt boordevol orkestrale passie.
Elbow wordt nog wel eens met Coldpay vergeleken, maar deze sound is voor mij helemaal nieuw. Persoonlijk vind ik Radiohead (of dEUS is zijn intiemste vorm) dichter in de buurt komen.
Maar na dit album is Elbow dé band die als referentiekader in aanmerking komt. Een openbaring. Nu nog die andere albums ontdekken.
Elbow produceert geen hapklare brokken. Het zijn geen liedjes die het beste met je humeur voor hebben. Geslachtofferd door verdriet bindt Guy Garvey de strijd aan met demomen uit een recent verleden. Het op de klippen lopen van zijn huwelijk en de dood van een dierbare vriend verwoordt hij op indringende wijze. Een inktzwart album, met weinig ruimte voor een straaltje zonneschijn. Van de 11 songs mag er maar eentje als hard in de boeken (Grounds For Divorce).
Maar de onwaarschijnlijk manier waarop Guy Garvey goochelt met taal zorgt voor verlichting. De muzikale verpakking doet de rest.
Want die is wondermooi. Starlings is de wat moeilijke eerste (vooruit, het minste nummer) maar de striemende synths schudden je wel goed wakker. Het getuigt van lef (en eigenzinnigheid) om je abum op deze manier te beginnen.
Daarna is het puur genieten. Van The Bones Of You (met een melodie die maar blijft groeien) tot Friends Of Ours.
Mirrorrball is even mooi als beklemmend. Everything has changed. Prachtig hoe intiem gitaren en toetsen samengaan, voordat dit lied door strijkers naar een absoluut hoogtepunt gedirigeerd wordt.
Grounds For Divorce valt met stevige gitaren als enige uit de toon, maar wat voor een toon. Op Led Zeppelin-achtige wijze verlaat Elbow voor even het ingetogen pad. Om daar met An Audience With The Pope weer terug te keren. Met een pianoriedel die doet denken aan de soundtrack van een Franse b-film. Het samen met Richard Hawley (ex-Pulp) gecomponeerde en gezongen The Fix heeft ook zo'n Café Paris gehalte.
Bij Weather To Fly beroert Guy Garvey de hogere regionen van zijn single malt whiskey strot. Begeleid door een prachtig blazersarrangement is dit misschien wel hét hoogtepunt van The Seldom Seen Kid. Een nummer op eenzame hoogte. En dat geldt eigenlijk ook -letterlijk- voor The Loneliness Of A Tower Crane Driver.
Het heartbreaking gezongen Some Riot gaat er dan weer vandoor met de mooiste melodie, als was het maar omdat bij het refrein die andere grote plaat van vorig jaar, Fleet Foxes, voorbij lijkt te komen.
Some Day Like This is de grote, in aanzwellende bombast gestoken meezinger die het prachtig deed op de festivals. Friends Of Ours bedient zich van een Hallelujah-achtige gitaar (in Jeff Buckley vorm) en eindigt boordevol orkestrale passie.
Elbow wordt nog wel eens met Coldpay vergeleken, maar deze sound is voor mij helemaal nieuw. Persoonlijk vind ik Radiohead (of dEUS is zijn intiemste vorm) dichter in de buurt komen.
Maar na dit album is Elbow dé band die als referentiekader in aanmerking komt. Een openbaring. Nu nog die andere albums ontdekken.
