MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Talk Talk - It's My Life (1984)

poster
4,0
Het op één-na-beste album van Talk Talk, en de plaat met misschien wel de mooiste single van de vroege jaren tachtig. Het is voor mij altijd een raadsel gebleven waarom Such A Shame in de UK nog niet eens in de buurt van de hitlijsten kwam. Inderdaad, schande. Voor mij is het een iconisch nummer. Striemende synthesizers in duet met warme hammondklanken, een hemelse melodie, een strot uit duizenden.

Talk Talk is niet eenvoudig in te delen. Te artistiek om als new wave, blitz of new romantic geafficheerd te worden, en toch ook net weer te poppy voor het underground circuit. Althans, op deze plaat. Het klankbeeld van Talk Talk is sowieso gewaagd: modieuze synthesizers en beats, maar ook spaarzame goedgemikte akoestische gitaren, blazers, elementen van jazz en soul.

Beste voorbeelden van het hitpotente materiaal zijn de singles Dum Dum Girl (met dat heerlijke sweeping basje) en It's My Life, twee schoolvoorbeelden van klassieke synthpop uit het boekje.

Maar de meer ingetogen songs winnen hier zelfs van de hits: Het meeslepende Renee is een voorproefje van The Colour Of Spring en Tomorrow Started, in Nederland schijnbaar ooit als live versie op single uitgebracht, is bloedstollend. Iedere noot beroert me.

Dat moment supreme wordt op de laatste songs niet meer gehaald (eigenlijk kan alleen sluitstuk It' You me nog echt bekoren) maar dan heb je in ieder geval al vijf wereldsongs achter de kiezen. Met Such A Shame als onbetwiste winnaar.

Tears for Fears - Songs from the Big Chair (1985)

poster
5,0
Je moet het maar durven. Je nieuwe album, dat de eerste successen met The Hurting een goed vervolg moet geven, openen met 6.31 minuten aan pure bombast.

Tears for Fears deed het met Shout, en het werd een wereldhit. Uiteraard was er een radiovriendelijke 7” versie voor nodig, maar de albumversie blijft onovertroffen. Shout klinkt zoals de songtitel: hard, strak en markant. Met stuwende percussie en pompende synths en een weergaloze gitaarsolo die keurig binnen het hakstrakke kader marcheert. Geen seconde te veel. Een monumentje.

Het was de leading single van het album en het nummer dat Tears for Fears definitief op de wereldkaart zette. Met Everybody Wants To Rule The World en Head Over Heels volgden daarna nog twee wereldhits.

Maar als Songs from the Big Chair één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat Tears for Fears meer is dan een goed geoliede hitmachine. Dit album bulkt van de pareltjes, en die zijn echt niet allemaal op de hitparade gericht.

Neem The Working Hour. Aangezwengeld door een zwoele saxsolo en een formidabele grand piano tune. Pas na twee minuten puur muzikaal genot neemt de stem van Roland Orzabal je mee op weg. Fantastisch.

Maar ook het slaapwiegende I Believe is een albumjuweeltje. Na het stampende Mothers Talk heerlijk tot rust komen op de deinende vocals van Curt Smith. Dit nummer werd uiteindelijk als laatste single uitgebracht, in een soulful re-recording.

En dan Listen, met een gitaarriedel die ergens tussen het reportoire van Pink Floyd en Marillion valt, wederom akelig briljant. En wie geen rillingen krijgt van de vocale eruptie aan het einde moet naar de dokter.

De singles natuurlijk. Everybody Wants To Rule The World is net als Shout een klassieker. 25 jaar later nog steeds niet kapot te krijgen.

Head Over Heels is misschien nog wel mooier, en vormt op Songs from the Big Chair een perfecte eenheid met Broken.

Een monument van het decennium. Songs from the Big Chair verdient een standbeeld. Waarom staat dit album eigenlijk niet in mijn Top 10?

Tears for Fears - The Hurting (1983)

poster
5,0
Toen Tears for Fears in 1983 voor het eerst van zich liet horen wisten platenmaatschappij en pers er niet zo goed raad mee. Was dit de laatste exponent van de new romantics, een nieuwe synthesizer act als Depeche Mode of The Human League of waren het nieuwe tieneridolen?

Eigenlijk waren ze niks van dat. Voor Roland Orzabal en Curth Smith was muziek maken een manier om te ontsnappen aan de misère. De jonge twintigers kampten beiden met forse jeugdtrauma's. Hoe toegankelijk de muziek van Tears for Fears misschien mag klinken, hun ongelukkige jeugd ligt opgesloten in de teksten, de hoes en de albumtitel.

Alle songs werden geschreven op akoestische gitaar, maar als tweemansband maakten Roland Orzabal en Curt Smith dankbaar gebruik van nieuwe technologie: sequencers, drumcomputers, synthesizers. In de studio werden ze bijgestaan door Ian Stanley en Manny Elias.

Door de bijzondere stemmen van Orzabal en Smith, de combinatie van akoestische gitaar en die typische eighties productie, de sombere sfeer en de melodieën in mineur is The Hurting een echte popparel. Niet alle songs zijn even sterk, maar toch is dit een plaat die je niet snel loslaat.

De eerste single Suffer The Children deed nog niet echt veel, maar met drie Top 10 hits ging het publiek overstag (Mad World, Change en het fantastische Pale Shelter). En met ijzersterkte albumtracks als The Hurting, Memories Fade en Match Me Bleed bewees Tears for Fears meer te zijn dan de zoveelste Hitkrantband.

Tears for Fears - The Seeds of Love (1989)

poster
5,0
De derde van Tears For Fears, en het is even zoeken naar het juiste etiket. Kun je de organische sound van The Hurting en Songs From The Big Chair nog in de categorie synthpop/new wave plaatsen, het groots geproduceerde The Seeds Of Love graaft opvallend dieper in de muzikale historie.

The Beatles worden op I Am The Walrus-achtige wijze geëerd (hitsingle Sowing The Seeds Of Love) en Orzabal en Smith hebben hun grenzen duidelijk verlegd naar andere genres. Op momenten neigt de plaat naar pure jazzrock, de fantastische Oleta Adams tovert met een flinke dosis soul en de synths worden steeds vaker ingeruild voor de grand piano.

Maar het resultaat is er naar. Een wijds en avontuurlijk album met epische allures. Songs als The Working Hour, I Believe en Listen van Songs From The Big Chair toonden al aan dat Tears For Fears zoveel meer is dan een leverancier van hitparadepop.

Op The Seeds Of Love gaat de band nog een stapje verder. De wetten van het klassieke popliedje worden aan diggelen geslagen. Vijf van de acht songs klokken ruim boven de zes minuten. Maar je hoort mij niet klagen.

Woman In Chains is de meeslepende openingsdans. Prachtig hoe die eerste seconden langzaam binnensluipen. Aan iedere pingel en pongel is gesleuteld en Orzabal en Oleta Adams lijken voor elkaar bestemd. Het prijsnummer.

Bij Badman's Song haalt Tears For Fears alles uit de kast. De koele electronica van weleer heeft plaats gemaakt voor rijk georkestreerde jazzrock boordevol frivoliteiten die je van groepen als Steely Dan of Supertramp gewend bent. Even wennen dus, maar de uitvoering wint het van de twijfel.

Met het machtige Sowing The Seeds Of Love werd de hitparade opnieuw bestormd en het weemoedige Advice For The Young At Heart deed ook een dappere poging. Maar The Seeds Of Love is geen singles album. De kracht van dit album schuilt in de bombastische composities, songs die met grote gebaren op je worden afgevuurd. Af en toe dreigt er eentje kopje onder te gaan in symfonische dadendrang (Swords And Knives) maar toch...Tears For Fears blijft boeien.

In Standing On The Corner Of The Third World krijgt de hele wereld er van langs, het stevig rockende Year Of The Knife zit boordevol ouderwetse hooks en met het bloeimooie Famous Last Words wordt de epische vlam nog maar eens hartstochtelijk aangewakkerd.

The Seeds Of Love mist de uitgesproken sound van The Hurting en Songs From The Big Chair maar toch ... dit album blijft een van de laatste mijlpalen van het decennium.

The Afghan Whigs - Gentlemen (1993)

poster
5,0
Begin jaren '90 toen de grunge van Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden de wereld veroverde, deden The Smashing Pumpkins en The Afghan Whigs het op hun eigen manier. Waar de Pumpkins de grenzen van de metal opzochten, daar experimenteerden de Whigs met een variant die je soul grunge zou kunnen noemen. Siamese Dream en Gentlemen werden bijna gelijktijdig uitgebracht. Het zijn twee van de meest verschroeiende, verpletterende gitaarplaten uit de rockgeschiedenis.

Met hun eerste drie albums Big Top Halloween, Up In It en Congregation gunde frontman Greg Dulli ons al een kijkje in zijn ongeneeslijk zieke geest. De wereld van The Afghan Whigs bestaat uit drank, drugs, sex en geweld. Op Gentlemen is het niet anders. Zijn partner heeft hem in de steek gelaten. Woede, angst, onzekerheid en schuldgevoelens worden verpakt in 11 naar de strot grijpende songs.

Zelden klonk een album zo verstikkend. Vanaf de ongure opener If I Were Going wordt je langzaam meegesleurd in een inktzwarte draaikolk. Het emotionele exhibitionisme van Dulli wordt gevangen in wervelende, broeierige songstructuren. Waar The Afghan Whigs op vorige platen wel eens in hun geluidsmoeras ten onder dreigden te gaan, daar slagen ze er in om op Gentlemen échte songs af te leveren.

Zanger/gitarist Greg Dulli en gitarist Rick McCollum lijken voordturend met elkaar in gevecht. Met tegendraadse gitaarlicks wordt er een imposante muur van geluid opgetrokken, een betonnen geraamte dat steeds op onverwachte momenten wordt doorbroken met een piano, slide guitar, cello of mellotron. En dat geeft Gentlemen net dat beetje lucht dat ik bij de vorige albums node miste. Het maakt van Gentlemen een waar meesterwerk.

Gentlemen is een aaneenschakeling van (destructieve) hoogtepunten. If I Were Going is het voorbereidende openingsnummer van een 45 minuten durende bad trip. Bij het fantastische titelnummer komt de dreigende gitaarmuur van de Whigs voor het eerst tor volle wasdom. Be Sweet begint ingetogen, maar explodeert halverwege met een duivelse gitaarsolo van McCollum.

Ook bij Debonair, Fountain And Fairfax en What Jail Is Like draait de geluidscarrousel op volle toeren. Maar achter deze wervelwinden gaan steeds hemelse melodieën schuil. En als de wind even gaat liggen ontdek je van die prachtige parels als When Whe Two Parted (met jankende slide) of My Curse (fantastisch gezongen door gastvocaliste Macy Gray).

Gentlemen is het hoogtepunt uit het toch al niet misselijke muzikale oeuvre van Greg Dulli. Een album dat zich kan meten met de allergrootsten.

The Beach Boys - Pet Sounds (1966)

poster
4,0
Toen Brian Wilson Rubber Soul van de Beatles hoorde, moest en zou hij dat overtreffen. Het resultaat werd Pet Sounds.

Toen Paul McCartney Pet Sounds hoorde moest en zou hij dat overtreffen. Het resultaat: Sgt Peppers And His Lonely Hearts Club Band.

Toen Brian Wilson die plaatse hoorde moest en en zou hij dat overtreffen. En toen ging het fout. Smile werd door band en maatschappij niet begrepen en eigenlijk nooit voltooid. Pas jaren en verschillende nervous breakdowns later, voltooide Wilson zijn onbegrepen meesterwerk.

Maar Smile zal voor altijd in de schaduw blijven staan van Pet Sounds. Dat is een album dat iedere muziekliefhebber in huis moet hebben. Het is niet eens mijn grootste favoriet, maar toch heeft deze muziek iets magisch. Zoveel bezieling. Van begin tot eind klopt iedere noot, iedere riedel en ieder geluid. De sfeer die dit album oproept is vrolijk en melancholisch tegelijkertijd. Pet Sounds moet je gewoon ervaren.

Iedereen kent hits als Sloop John B en God Only Knows (aanvankelijk b-kantje van Wouldn't It Be Nice) maar in combinatie met die andere nummers van Pet Sounds zijn ze alleen nog maar mooier. Net alsof alles op z'n plek valt. Met als hoogtepunten That's Not Me en Caroline, No.

Natuurlijk, je moet er wel van houden. Die typische sixties sound moet je kunnen waarderen. Deze kostbare vorm van antiek is niet voor iedereen weggelegd. Maar als je houdt van eerlijke close harmony muziek, gecomponeerd vanuit het hart, dan moet het raar lopen wil je Pet Sounds niet in je collectie opnemen.

Vreemdgenoeg was dit album destijds geen grote hit. De commerciële surfliedjes van de Beach Boys deden het beter in de hitparade. Het zal Brian Wilson worst wezen. Hij bewerkstelligde iets dat veel belangrijker is dan verkoopcijfers. Hij maakte muziek die generaties later nog steeds aanspreekt.

The Blue Nile - A Walk Across the Rooftops (1984)

poster
4,0
The Blue Nile is misschien wel het best bewaarde geheim van de popmuziek. Dit Schotse kunstenaarscollectief maakt maar af en toe een plaat, maar wat voor een platen. Volgens mij werden ze begin jaren ’80 ‘ontdekt’ door een geluidsfabrikant die de band wilde gebruiken voor de promotie van een nieuw hifi-systeem. Het resultaat was echter zo indrukwekkend dat ze en passent besloten een eigen label op te richten. A Walk Across The Rooftops is een plaat als geen ander. De ijzingwekkende zang van Paul Buchanan ,de striemende synthesizers en die strakke bas bezorgen mij steeds weer kippenvel. Het is allerminst een toegankelijke plaat, nummers als A Walk Across The Rooftops en From Rags To Riches zijn kil, somber zelfs. De ware schoonheid van deze plaat wordt pas na vele luisterbeurten onthult. Stay en Heatwave zijn prachtig maar het absolute hoogtepunt, en misschien wel het beste nummer van de jaren ’80, is Tinseltown In The Rain. Alsof de herfst uit je speakers schalt. En laat ik dat nou het mooiste jaargetij vinden.

The Gaslight Anthem - The '59 Sound (2008)

poster
4,0
De eerste seconden van The '59 Sound zeggen veel: een krassende pick-upnaald die het vinyl beroert. The Gaslight Anthem ademt muziekgeschiedenis nog voordat de eerste noot gespeeld is. Van die retro plaathoes tot de nostalgische albumtitel en tot dat mooie eerbetoon aan enkele groten der aarde. Elvis, Miles Davis, Tom Petty en The Boss krijgen allemaal in plekje in de teksten van frontman Brian Fallon.

De vergelijking met Bruce Springsteen is terecht (en op dit forum eigenlijk al uitgebreid besproken). Niet alleen komt de rauwe strot van Fallon dicht in de buurt bij die van zijn held, ook zijn manier van songsmeden is hetzelfde.

Nummers als Meet Me By The River's Edge en Great Expectations ademen dezelfde sfeer als pakweg Born To Run en The River. Nummers gedrenkt in melancholie, tussen hoop en vrees balancerende teksten. Working class stories uit de voorste linie, recht uit het hart.

De muziek is anders. Okee, je zou het een opgevoerde versie van Springsteen kunnen noemen, maar qua tempo ligt een vergelijking met Amerikaanse punk rock en college bands meer voor de hand. Met een flinke peut blues!

Sterkste punt is de ongekende energie waarmee deze gasten uit New Jersey de songs op je afvuren. Het eerste kwartet (Great Expectations, The '59 Sound, Old White Lincoln -waar je Springsteen gewoon kunt horen zingen!- en High Lonsesome) is overweldigend. Up tempo rock van de bovenste plank met heerlijk (en subtiel) samenspel tussen de gitaren van Fallon en Rosamila.

Film Noir begint als een kleine adempauze, maar eindigt in dezelfde versnelling.

Miles Davis & The Cool is mijn persoonlijke favoriet. De versterkers staan een graadje minder hard, maar je hoort des te beter wat The Gaslight Anthem allemaal in huis heeft.

Net als de plaat dreigt in te zakken met meer-van-hezelfde (The Patient Ferris Wheel en Casanova, Baby) volgt Even Cowgirls Get The Blues: op meeslepende wijze bezingt de band, mét bluesgitaar, de onvermijdelijkheid van het ouder worden.

Meet Me By The River's Edge is dé ultieme Springsteen song. The Boss wordt zelfs geciteerd (No Surrender, Bobby Jean).

Met een ballad met een zalig gitaarriedeltje (Here's Looking At You Kid) en een daverend eindsalvo (The Backseat) is deze plaat af. En daarmee één van de betere releases van 2008.

The Killers - Day & Age (2008)

poster
4,0
Vooropgesteld, Day and Age is een ode aan de jaren '80. Brandon Flowers heeft zijn liefde voor de (met name Britse) new wave scene nooit onder stoelen en banken gestoken. Dat hoorden wel al terug op het blinkende Hot Fuss. Maar waar op die fantastische debuutplaat naast megacatchy melodieën ook een flinke peut rock te bespeuren viel, daar staat Day and Age volledig in het teken van good old elektropop. Disco from Vegas dus

Met andere woorden: die stekelige, naar roestige prikkeldraad riekende gitaarrifs zul je op dit album niet horen. Wel een goedgeoliede hitmachine die de ene na de andere meezinger neerzet. Met de synthesizerkunsten van Flowers in een absolute hoofdrol. De jaren '80 dus. En is daar iets mis mee? Wat mij betreft niet.

Zo lijkt het heerlijke Losing Touch wel een verdwaalde hit uit de Top 40 van 1984. Wie Day and Age luistert, hoort een hele sterrenparade uit die jaren voorbijtrekken: van New Order, ABC, The Cure, Duran Duran tot Pet Shop Boys, Roxy Music, ELO en Bowie.
Luister maar eens naar Spaceman of Joyride. En Human natuurlijk, de veelbesproken eerste hit, die elektroballad die zomaar een cover van A-ha of Alphaville had kunnen zijn. Sommigen dragen 'm op handen, anderen vinden het eersteklas rubbish.

Misschien is dit niet de Killers-plaat waar iedereen op zat te wachten, maar het is wel een hele leuke. En een vrij constante. Het vervelende I Can't Stay daargelaten, is Day and Age stiekum wel behoorlijk gevuld met potientiële hitsingles. Met het galmende Neon Tiger als grootste kanshebber.

The Killers dragen de jaren '80 op handen. Er zijn legio bandjes die hetzelfde doen met de sixties en de seventies. Laat iedereen de muziek maken en luisteren die hij wil. Over smaak zal men het nooit eens worden.

En als je muziek uit de eighties niet te pruimen vindt, dan vind je Day and Aage waarschijnlijk een rukplaat. Zo niet, blind aanschaffen!

The Police - Ghost in the Machine (1981)

poster
4,0
Een plaat met twee gezichten.

De kilte van de jaren ’80 wordt magistraal gevangen in Spirits In The Material World en ook in de donkere toonzetting van Invisible Sun .

Tussendoor worden we met Every Little Thing She Does Is Magic getrakteerd op de zoveelste nummer 1 hit.

Sting, Summers en Copeland doen hier prachtige dingen. Eigenlijk was hun muziek nog nooit zo coherent, zo vloeiend en de sfeervolle synths geven de nummers een magisch tintje.

Maar dan gaat het een beetje mis. Vanaf Hungry For You gaat het roer helemaal om. De ingetogen, sobere weelde van de eerste nummers maakt plaats voor het opzwepende geluid van een Caribische feestband.

Het resultaat is een hele serie snelle, zwoele, dansbare melodietjes die nog eens worden aangewakkerd door een compleet blazersensemble. Het swingt allemaal als een tiet zonder BH maar de klassieke Police-sound wordt aardig om zeep geholpen. En dat is jammer.

The Police heeft die toeters en bellen eigenlijk niet nodig. Gelukkig vinden ze de juiste koers met het atmosferische nummers als Secret Journey en Darkness net op tijd terug . Houd ik toch nog een goed gevoel over aan deze plaat!

The Police - Greatest Hits (1992)

poster
4,0
16 nummers, het is te weinig. Eigenlijk moet je gewoon alle vijf hun studioalbums in huis hebben. Ik krijg het in ieder geval nog steeds niet voor elkaar om een persoonlijke Police Top 10 samen te stellen. Te veel keuze, te veel hoogtepunten.

Maar Greatest Hits is in de eerste plaats natuurlijk een verzameling van de best verkochte singles. Met vijf Britse nummer 1 hits (Message In A Bottle, Walking On The Moon, Don't Stand So Close To Me, Every Little Thing She Does Is Magic en Every Breath You Take) en 11 singles die ook allemaal fantastisch zijn.

The Police was begin jaren '80 de grootste band op aarde en dit is onweerlegbaar bewijsmateriaal.

The Police - Outlandos d'Amour (1978)

poster
4,0
De eerste van The Police. Sting zingt onbevangen en naïef en het idealisme dat zijn latere teksten tekent is hier in geen velden of wegen te bekennen. Maar jongens, wat een liedjes. De magie tussen Sting, Summers en Copeland is bij de eerste maten van Next To You al hoorbaar. Wat kunnen die gasten spelen. Als jonge honden, uitdagend, vol spelvreugde en met een eigen geluid. Outlandos d’Amour is een rauwe mengelmoes van reggae, pop, rock…en het is immers 1978… punk! Snelle nummers als Next To You en Truth Hits Everybody zijn lichtjaren beter dan die van hun tijdgenoten. Maar The Police is toch op zijn best als er blanke regatta uit de speakers schalt. Met de kolkende afsluiter Masoko Tanga bijvoorbeeld, of met een typisch Stingproduct als Hole In My Life. Al is Outlandas d’Amour vooral groot geworden (en gebleven) door die Grote Drie: So Lonely, Can’t Stand Losing You en natuurlijk Roxanne. Zo’n plaat noemen ze een klassieker. Voor de fans: lees Sting's autobiografie Broken (over de eerste jaren van de band).

The Police - Reggatta de Blanc (1979)

poster
4,0
Reggatta de Blanc. Zwarte muziek door witte mannen. Geen ‘echte’ reggae natuurlijk, als zullen ze in Jamaïca waarschijnlijk met de voetjes meetikken, zeker bij het zinderende titelnummer.

Na deze tweede LP van The Police kon niemand meer om Sting , Andy Summers en Stewart Copeland heen. De ongekende chemie tussen bas, gitaar en drums blijft spannend tot aan de laatste seconden van No Time This Time. En dan die snijdende zang van Sting.

Reggatta de Blanc opent natuurlijk fantastisch met Message In A Bottle. Met een riff van Andy Summers die vraagt om een heiligverklaring. Wat een nummer, wat een gitarist!

De subtiele reggaeklanken van titelsong Reggatta de Blanc, Bring On The Night en Deathwish zorgen daarna voor exotische temperaturen en andere hoogtepunten zijn de singles Walking On The Moon en The Bed’s Too Big Without You.

Het poppy Contact mag er ook wezen. Wereldplaat.

The Police - Synchronicity (1983)

poster
4,0
Vijf jaar later, het vijfde album, met de vijfde Britse nummer-1 hit.

Maar toen Every Breath You Take het best verkochte 45 toeren plaatje was, waren de dagen van The Police nagenoeg geteld. De ego’s van Sting, Summers en Copeland botsten wel vaker maar de opnamen van Synchronicity verliepen moeizamer dan ooit. Het zou hun laatste studioalbum worden. Een bijzonder album.

De onderlinge spanningen zijn in alle nummers voelbaar, alsof ze elkaar ieder moment de hersens kunnen inslaan. Het zinderende tweeluik Synchronicity is het beste voorbeeld.

Toch komt de plaat moeilijk op gang en je vraagt je af wat hen bezielde om Mother op te nemen, een ronduit krankzinnig nummer en een vreemde eend in hun oeuvre.

Maar Synchronicity groeit langzaam naar grootse hoogte. Kant B levert de klassieke pareltjes met het onweerstaanbare King Of Pain en Every Breath You Take, hun eerste en tevens laatste ballad.

Wrapped Around Your Finger en Tea In The Sahara zijn ook fantastisch. Klassiekers.

Op de hoes staan de bandleden afzonderlijk afgebeeld. Een metafoor voor de problemen of een leuke vondst van de ontwerper? Wie zal het zeggen. Het zou bijna 25 jaar duren voordat The Police weer op het podium stond.

The Police - Zenyatta Mondatta (1980)

poster
3,0
De derde van The Police. Beetje een tegenvaller. Wat de heren op Outlandos d'Amour en Reggatta de Blanc klaarspeelden was natuurlijk niet misselijk, en het kan gewoon niet altijd feest zijn.

Het ontbeert Zenyatta Mondatta aan een paar prachtsongs, nummers zoals Roxanne, Message In A Bottle of Walking On The Moon. Nummers die een album onsterfelijk maken en waarvan de kwaliteit een graadmeter vormt voor alles wat komen gaat. Feit is dat The Police de lat erg hoog heeft gelegd.

Er zijn maar een paar songs die kunnen tippen aan het niveau van de eerdere platen. Het dichtst in de buurt komen single Don't Stand So Close To Me en het prachtige Driven To Tears.

When The World Is Running Down is lekker jazzy en een nummer zoals Voices In My Head, met opzwepende reggae uit de categorie Masoko Tanga en Reggatta de Blanc, kan ik ook goed horen.

Maar dan houdt het voor mij op. Waar is die power, die energie, dat brutale geluid? Zenyatta Mondatta is een beetje...eh... saai.

De Do Do Do, De Da Da Da heb ik altijd een irritant nummer gevonden en ook de instrumentale escapades op "kant B" kunnen mij niet echt bekoren. Sting is goed op dreef met zijn teksten maar ik kom niet verder dan drie sterren.

The Smiths - The Queen Is Dead (1986)

poster
5,0
The Queen Is Dead wordt beschouwd als hét meesterwerk van The Smiths. Terecht. Dit is een bijzondere plaat.

De wonderbaarlijke synergie tussen de knallende drums van Jim Joyce , de pulserende baspartijen van Andy Rourke en het gitaarspel van Johnny Marr, die zijn instrument afwisselend geselt en liefkoost, reikt op dit album tot grote hoogte. Maar de ware ster is tekstdichter Morrissey. Zijn zalige gevoel voor humor, cynisme en zelfspot maken The Queen Is Dead tot die felbegeerde plaat.

De titelsong is een hilarische kijk op het Koningshuis, Frankly, Mr Shankly een cynische sneer naar de muziekindustrie en I Know It's Over een dramatisch verhaal over een onbeantwoorde liefde.

Cemetry Gates en Bigmouth Strikes Again brengen opliftende indiepop maar The Smiths bewaren het lekkerste voor het laatst.

There Is A Light That Never Goes Out is misschien wel de ultieme Smiths-song en Some Girls Are Bigger Than Others (met fonkelend gitaarspel van Marr) is prachtig en grappig tegelijk.

Een heerlijk album dat ik pas 20 jaar na dato écht ontdekte. Schande.

The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967)

poster
3,0
In 1987 en in 2007 vroeg muziekblad Oor aan honderd popjournalisten om een Album Top 100 Aller Tijden samen te stellen. Beide keren eindige The Velvet Underground & Nico bovenaan.

En dat is best ironisch als je weet dat deze plaat in een paar dagen tijd voor amper $ 2000 werd opgenomen en dat Rolling Stone het destijds niet eens een recensie waardig achtte.

Maar Lou Reed, John Cale en Andy Warhol schreven geschiedenis. Volgens de kenners van vandaag is het een meesterwerk. Ik heb nogal wat moeite met die classificatie. Dat het een belangrijke plaat is die veel bands heeft beïnvloed staat buiten kijf, maar muzikaal rammelt ze aan alle kanten. En toch heeft het 'iets'.

The Velvet Underground & Nico piept, knarst en schuurt. Alsof alles er in één take op geslingerd werd. De teksten zijn pervers, de muziek is ruw en sfeer shockerend. Een album van de duivel. De verleidingen liggen voor het oprapen.

Sunday Morning zet je met die fluwelen (inderdaad) melodie nog op het verkeerde been, maar I'm Waiting For The Man is rauwe rock n' roll.

Femme Fatale is verbijsterend. De zang van het door Andy Warhol ontdekte fotomodel Nico is tenenkrommend.

Bij Venus in Furs, een loflied over SM, pijnigt de viool van John Cale op genadeloze wijze en het hallucinerende Heroin eindigt in een gigantische bad trip.

There She Goes Again klinkt als de Beach Boys in een grauw en regenachtig New York en European Son is net een ontspoorde goederentrein.

Een meesterwerk of een publiciteitsstunt van Andy Warhol. Ik ben er nog niet uit. Misschien ben ik van de verkeerde generatie. En ik ben ook niet zo gek op bananen.

The Verve - Urban Hymns (1997)

poster
4,0
Urban Hymns is een klassieker, zo’n plaat die je keer op keer kunt beluisteren en die blijft intrigeren.

Frontman Richard Ashcroft is een meesterlijke singer/songwriter die de mooie liedjes schijnbaar achteloos uit zijn gitaar schudt. Zijn donkere teksten en klagende stem kleuren het album inktzwart, maar de schoonheid overheerst.

Bij de eerste klanken van de 'Jagger/Richards' compositie Bitter Sweet Symphony weet je al dat je naar goud aan het luisteren bent.

Sonnet is een prachtig liefdesliedje, The Rolling People met zijn pompende riffs genadeloze rock ’n roll en The Drugs Don’t Work een pijnlijke parel.

Psychedelische jams als Catching The Butterfly en Neon Wilderness verraden invloeden van de late sixties.

The Verve rockt en ontroert. Met het stevige Space And Time bijvoorbeeld, en Lucky Man is dan weer de perfecte ballad.

Urban Hyms is met 14 nummers (waarvan één verborgen jam) wat aan de lange kant en weet de adembenemende start niet tot het einde vol te houden, maar klinkt gevarieerd en buitengewoon geïnspireerd.

The Who - Who's Next (1971)

poster
5,0
Ik ken maar weinig rockbands die zou kunnen vlammen als The Who, de legendarische band van meestergitarist en componist Pete Townsend. Al mag je Roger Daltrey, Peter Entwistle en drummer Keith Moon natuurlijk niet vergeten. Stuk voor stuk gevierde namen.

Who's Next wordt algemeen beschouwd als hun grote meesterwerk, al ging er een turbulente geschiedenis aan vooraf.

Townsend was bezig met zijn nooit voltooide Lifehouse project: een omvangrijk conceptdubbelalbum dat echter niet begrepen werd door de platenmaatschappij en het management van de band. Het project strandde, Townsend raakte gefrustreerd en uiteindelijk werd besloten om de beste nummers van Lifehouse op één plaat te zetten: Who's Next.

Het werd één van de krachtigste rockalbums van de seventies.

De nerveuze synthesizers en zwierige violen maken het eerste nummer Baba O'Riley tot een klassieker en het geweldige Bargain is rock, rock en nog eens rock.

Met Love Ain't For The Keeping bewees The Who dat ze zelfs met akoestische gitaren als een hardrockband klinken.

De songwritingskills van Townsend blijken uit nummers als The Song Is Over en Getting In Tune waar gitaren en piano op hemelse wijze samengaan.

En dan hebben we de beroemdste nummers nog steeds niet gehad: het poëtische Behind Blue Eyes en het ruim 8 minuten durende orgasme Won't Get Fooled Again, de bekendste live klassieker.

Mijn Who's Next-versie is uitgebreid met 7 nog niet eerder uitgebrachte Lifehouse nummers waaronder de eerste versies van Behind Blue Eyes en het later uitgebrachte Pure And Easy. Aanrader!

Thirteen Senses - Contact (2007)

poster
3,0
Het eerste album van Thirteen Senses miste buskruit. Het sentimentele The Invitation was mooi, erg mooi zelfs, maar met een overschot aan droevige ballads net een beetje te lief.

De opvolger Contact brengt helaas weinig nieuws. Het beetje buskruit dat er is blijkt na een paar nummers al verschoten en daarmee strandt deze plaat op dezelfde manier als de voorganger.

Contact is geen slechte plaat, maar onder het motto 'stilstand is achteruitgang' loop ik er ook niet echt warm voor.

Het titelnummer is één van de weinige echte uitschieters (klinkt als een kruising tussen Politik van Coldplay en Atlantic van Keane) en bij de up-tempo single All That You Can Leave Behind geeft de band nog even vol gas.

Vervolgens kan ik ze alleen nog in Follow Me op een enigszins opwindende riff betrappen. Contact grossiert net als The Invitation in tragische ballades. En daar zitten best aardige liedjes tussen (Talking To Sirens, Under The Sun, Ones & Zeros) maar het is allemaal net een beetje te licht.

Thirteen Senses - The Invitation (2004)

poster
4,0
Het muzikale landschap zag er na Coldplay heel anders uit. Platenmaatschappijen roken goud. Ze lanceerden de ene na de andere pop act met gitaar & piano. Goeie en minder goeie.

Thirteen Senses behoort zonder twijfel tot de eerste categorie. Thirteen Senses is een band van het mooie liedje. Vooral geschikt voor de romantische zielen onder ons.

De bekende ingrediënten: gevoelige piano- en gitaarakkoorden en een engelachtig stemgeluid (frontman Will South).

The Invitation begint grandioos met Into The Fire en Thru The Glass, onweerstaanbaar mooie hard/zacht nummers. Vooral dat tweede nummer had alles in zich om tot een culthit uit te groeien, maar kreeg niet die dik verdiende airplay. Jammer.

Gone is een onvervalste tranentrekker en Do Not Wrong verrast na een voorzichtige opbouw met een denderend refrein. Ook een hele mooie.

Maar na dat sterke begin lopen we langzaam vast op het grote manco. En dat zijn de talrijke, zwaarmoedige ballades. Stuk voor stuk mooie stukjes muziek (vooral The Salt Wound Routine en Saving) maar op een gegeven moment heb je het wel een beetje gehad. The Invitation dooft als een nachtkaarsje.

Dit album mist vuurwerk! The Invitation ontwikkelt zich gaandeweg van sprankelend popalbum tot sfeervol achtergrondplaatje. De plaat sukkelt naar het einde en je wordt nietsvermoedend in slaap gewiegd.

En dat is jammer van die eerste rits prachtnummers. Want daarmee bewijst Thirteen Senses wel dat het ver boven de middenmoot uitstijgt. Iets meer volume de volgende keer graag.

Toontje Lager - Er Op of Er Onder (1982)

poster
4,0
In 1982 (ik was 8 jaar) kreeg in van mijn tante een écht cassettebandje met liedjes van Toontje Lager en andere Nederpopbands. Het moet zo'n beetje mijn eerste kennismaking met de popmuziek geweest zijn.

Toontje Lager liftte begin jaren '80 een aardig eindje mee met de Nederpopkaravaan die triomfantelijk werd aangevoerd door Doe Maar en de Frank Boeijen Groep. Nederlandstalige muziek was ineens weer hip, en waarom ook niet. De volgelingen waren talrijk (Het Goede Doel, Kadanz, Het Klein Orkest,...) en zelfs Herman van Veen stond weer in de Top 40!

Er Op of Er Onder was de tweede LP (zoals dat toen nog heette) van Toontje Lager en zorgde voor de definitieve doorbraak. De singles Net Als In De Film en Ben Jij Ook Zo Bang zijn mooie voorbeelden van het typische jaren '80 Nederpopgeluid: aanstekelijke popliedjes met een flinke scheut ska.

Toontje Lager bezingt op deze plaat de liefde, het leven na de dood en (op verukkelijke wijze) de Lente In Twente.

Leuke teksten, leuke muziek. De klinisch perfecte eindmix en het brave Hendriken stemgeluid van zanger Erik Mesie zullen tegenwoordig bij velen de nekharen overeind doen staan, maar...dit is pure nostalgie.

Een leuke passage uit een mooi hoofdstuk van de Nederlandse popgeschiedenis.

Tori Amos - Little Earthquakes (1992)

poster
4,0
Een album van Tori Amos besluisteren is geen gemakkelijke opgave. Daarvoor is de muziek te intens, zijn de teksten te diepgravend en de thema' s misschien wel te confronterend.

Maar als je je ervoor openstelt, dan is Little Earthquakes een adembenemende luisterervaring. Eén brok emotie. Vanaf de eerste klanken van Crucify tot en met het fantastische titelnummer. Met hemelse liedjes als Winter, Silent All These Years en China.

Als dochter van een Cherokee en een methodistische predikant vormen haar gedachten en twijfels over religie het belangrijkste thema van deze plaat. En dat thema is automatisch verbonden met liefde, relaties en sex.

In 12 afwisselend krachtige en breekbare liedjes gunt Tori Amos je een blik in haar ziel. Met gekwelde zangstem (die je de eerste keer aan Kate Bush doet denken), met magisch pianospel en vooral met eindeloos veel passie en bezieling.

Kippenvel. Brok in je keel.

Toto - The Seventh One (1988)

poster
3,0
Als Toto een plaat maakt dan weet je van te voren eigenlijk al genoeg. Popmuziek uit het boekje. Geen liedjes maar compoisities. Niet-alledaagse toonladders.Complexe arrangementen. Wat wil je ook met een groep die alleen uit hogeschoolmuzikanten bestaat. Met name gitarist Steve Luthaker en drummer Jeff Porcaro. Klasse muzikanten.

Toto veroverde in 1982 de wereld met nummers als Africa en Rosanna. Vervolgens gingen ze op de automatische piloot verder. Met The Seventh One uit 1988 weken ze dus niet af van het vertrouwde pad. Niets nieuws dus, maar wel energieke en glanzende rockcomposities. Natuurlijk met voldoende ruimte voor alle bandleden om hun virtuositeit nog eens te benadrukken.

The Seventh One leverde weer twee wereldhits (Pamela, Stop Loving You), één wereldnummer (Mushanga) en een flinke overdosis ballades.

Het klinkt wel behoorlijk glad allemaal, superknap gespeeld maar té perfect eigenlijk. Een typische supergroepplaat! En daarom misschien een tikkeltje saai.

Train - Drops of Jupiter (2001)

poster
3,0
Train dendert als een vrolijk boemeltreintje langs Amerikaanse stationnetjes, vlot, gemoedelijk en in volle vaart, al krijgt de locomotief op het einde wel wat kuren en tegen de tijd dat we in Missisippi zijn aangekomen is het niveau toch wel wat weggezakt.

Maar met deze kleurrijke verzameling goed in het gehoor liggende deuntjes (Drops Of Jupiter is een echte meezinger) is Train een (w)aardige vertegenwoordiger van Amerikaanse radiopop voor de grote massa.

Niets meer, niets minder.

Train - My Private Nation (2003)

poster
3,0
Geen nummer als Drops Of Jupiter op de zogenaamde cruciale derde van Train, geen nieuwe wereldhit dus.

Maar wel een evenwichtigere CD dan de voorganger. Calling All Angels is de ideale opener: stevige gitaren en een lekker refrein.

All American Girl (klinkt als Scissor Sisters) geeft de plaat een feestelijk tintje en nummers als Counting Airplanes en Following Rita zijn puur vakwerk. Verder geen wonderbaarlijke uitschieters, maar ook weinig minpunten deze keer. Aardig plaatje.

Travis - The Invisible Band (2001)

poster
4,0
Mooie plaat met treurige gitaarliedjes. Deze Schotse band werd in 1999 na het verschijnen van hun 'tweede' The Man Who nog liefdevol omarmd door de Britse pers. Als een welkome tegenreactie op de sex, drugs and rock & roll van Oasis.

Maar een paar jaar later, na explosieve toename van soortgelijke acts is Travis niet meer in. Te soft.

Ze moeten het zelf maar weten, maar The Invisible Band is een blijvertje; mooi, simpel, tijdloos. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen.

De singles Sing en Side trekken de kar en hebben het in zich om uit te groeien tot echte klassiekers.

Maar er staat nog veel meer moois op deze plaat. Flowers In The Window, Safe en Pipe Dreams bijvoorbeeld. Mooie akoestische liedjes met stuk voor stuk heerlijke intro’s. Een must voor de gitaartokkelaar.

Minpuntjes? Tja, de plaat is wat aan de lange kant. Op het einde heb je het wel gehad en begin je stilaan te snakken naar wat meer vuurwerk. Oasis of zo.