MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

a-ha - Headlines and Deadlines (1991)

Alternatieve titel: The Hits Of

poster
4,0
Take On Me en The Sun Always Shines On TV brengen me in gedachten weer terug naar 1985, toen deze Noren met geweldige singles en videoclips de hitparades én Music Box veroverden.

Het waren de eerste singles van Hunting High And Low, een fris debuut met aanstekelijke synthipop en vooral prachtige melodieën. Vervolgalbum Scroundel Days (met hits I've Been Losing You, Cry Wolf en Manhattan Skyline) en de titelsong voor de nieuwe James Bond (The Living Daylights) bewezen dat het geen toeval was.

Dit waren geen doorsnee tieneridolen, maar producenten van pure kwaliteitspop. A-ha hoort in het rijtje jeugdsentiment met de vroege Duran Duran, Tears For Fears en Spandau Ballet.

Headlines And Deadlines is een feest van herkenning en herinnering. Nostalgische verzamelaar die weer even doet verlangen naar de playbackshows van de basisschool. Naar de tijd toen ik één van de grootste ontdekkingen van mijn leven deed: muziek.

a-ha - Hunting High and Low (1985)

poster
4,0
Take On Me hoort in het rijtje met The Reflex, Dont You Want Me, Shout en Relax. Van die legendarische jaren ''80 klassiekers. Hits die voor eeuwig met het decennium zijn verbonden, of je ze nu goed vindt of niet.

En dan zou je bijna vergeten dat deze acts ook nog gewoon geweldige albums hebben gemaakt. Zo ook A-ha. Hunting High And Low is zo'n heerlijk, frisse popclassic die in 1985 de leemte vulde die Duran Duran en Spandau Ballet openlieten.

A-ha voorzag het new romantic genre van een nieuw vlot jasje. Commercieel en muzikaal een slimme combinatie. Een sublieme songschrijver (Pal Waktaar), een klassiek geschoolde toetsenist (Mags) en een leadzanger met een bereik van 5 octaven en de looks voor de juiste verkoopcijfers (Morten Harket).

Take On Me is natuurlijk de ultieme popsingle. Een vloeiende melodie met onweerstaande synths en een waanzinnige videoclip. En dat stukje verkoopondersteuning was het zetje dat A-ha nodig had, want Take On Me werd pas na de derde single release de wereldhit die ze in gedachten hadden.

Maar Hunting High And Low heeft meer moois in petto. The Sun Always Shines On TV is een knap staaltje barokpop met een theatrale wall of sound. Minstens zo mooi als Take On Me, en een dikverdiende tweede hit.

Singlekandidaten genoeg op dit frisse debuut. Het schitterende Hunting High And Low en Train Of Thought (honderd procent eighties) mochten met de eer lopen, maar The Blue Sky had de charts ook wel bereikt. Boordevol hooks en een gelikte tune...wat wil je nog meer. Living A Boys Adventure Tale doet het dan weer met sfeer en dromerige synths.

Huntingh High And Low is net geen superdebuut. Het lauwe tussendoortje And You Tell Me en de vederlichte confectiepop van Love Is Reason en I Dream Myself Alive vormen de jammerlijke missers.

Maar met Here I Stand And Face The Rain komt het toch nog goed. Een atmosferische en waardige afsluiter van een plaat die je zo af en toe gewoon eens uit de kast moet trekken. Hij verdient het.

a-ha - Scoundrel Days (1986)

poster
4,0
Hunting High And Low was in 1985 een mooie belofte, Scoundrel Days zorgde een jaartje later voor de bevestiging.

Een rijpere groep, een evenwichtig album en weer zo'n klinkende serie hits. Misschien een trapje lager dan Take On Me en The Sun Always Shines On TV, maar Scroundel Days is als album net iets beter in balans.

Scoundrel Days roept herfstgevoelens op. Dat zal wel liggen aan die schemerende hoesfoto en die met rain en wind doorspekte songteksten. Maar ook de muziek klinkt weemoedig, somber bijna. En mooi.

De diepste buiging is voor Ive Been Losing You, een kraker van jewelste die alles in zich had om het succes van de eerste twee singles te evenaren. Dat lukte net niet, maar leverde wel het definitieve bewijs dat A-ha een dikke vette 10 scoort als het hebben over de catch factor. Ingenieuze synthpop die overloopt van de spannende en blinkende laagjes.

Luister nog maar eens naar Cry Wolf, al moet deze single het vooral van het refrein hebben. Manhatten Skykine was de pompeuze derde single. Met dat Phil Spector achtig geluidsbehang heeft deze song een behoorlijke Top 100 aller tijden potentie, maar op de een of andere manier ook weer net niet. Qua productie glijdt ie net over het randje. Manhattan Skyline vervulde in de hitparade slechts een bijrolletje. Maar past wel perfect in de sfeer van het album.

Een album dat op grootse wijze begint. Het refrein van Scoundrel Days brengt je meteen in hogere sferen en The Swing Of Things is een rasecht elektropop juweeltje. En waar het debuutalbum op kant B een beetje dreigde in te zakken, daar blijven de albumtracks hier constant op niveau. We're Looking For The Whales, The Weight Of The Wind en Maybe, Maybe hebben allen zo'n magisch vonkje .

Of je de muziek nu hebt ontdekt in de sixties, de seventies, de eighties of later'...deze plaat moeten meer mensen mooi vinden.

a-ha - Stay on These Roads (1988)

poster
3,0
In 1987 was A-ha niet meer die frisse elektroband uit Noorwegen.
Ze waren internationale supersterren, tieneridolen en multimiljonairs.
En wat doe je dan? Dan maak je de tietelsong van de nieuwe James Bond. En vervolgens zit je op een dood spoor.

The Living Daylights was het meteen het laatste echte hoogtepunt. Album Stay On These Roads haalt het gewoon niet bij de eerste platen, en ook niet bij deze laatste hitsingle.

The Living Daylights werd voor de albumrealease opgepoetst en voor de aardigheid van een nieuwe slotscène voorzien. Overbodig, want de singleversie is zo veel beter. A-ha had goed geluisterd naar Duran Duran bij de vorige 007. The Living Daylights teert op dezelfde spannende synthrocktrucjes als A View To A Kill. Al had huiscomponist John Barry natuurlijk ook een vinger in de pap.

Het album volgde enkele maanden later, ditmaal met titelsong Stay On These Roads als visitekaartje. Deze stroperige ballade is een glazuren aanval op je trommelvliezen. Een nieuwe superhit, dat wel.

Met maar liefst 4 singles (5 als je The Living Daylights meetelt) is dit de meest uitgemolken A-ha plaat. Maar het waren geen topsingles. The Blood That Moves The Body klinkt als de minder bedeelde tweelingbroer van The Living Daylights en Touchy! en You Are The One neigen, ondanks de aardige melodietjes, te veel naar de ingeblikte seriesound uit de Stock, Aitken en Waterman fabriek.

Dat herfstkleuren die Scoundrel Days zo weemoedig maakten, horen we hier voorzichtig terug bij het sfeervolle This Alone Is Love, There's Never A Forever Thing en het met veel drama opgesmukte sluitstuk You'll End Up Crying.

Maar het wordt nooit echt meer dan een zacht briesje.
En zo waait Stay On These Roads vrij geruisloos voorbij.

Abel - De Stilte Voorbij (2000)

poster
3,0
Er bestaan van die nummers die je de adem doen afsnijden. Die je de rillingen over je rug doen lopen. Die je tot tranen toe kunnen roeren. Onderweg is zo'n nummer. Een lied met de regen op de ramen, met de sfeer van neerslachtige herfstdag. Maar ook met een sprankje hoop.

Abel scoorde er in 1999 een gigantische hit mee en nog belangrijker, een klassieker. Onderweg behoort zonder twijfel tot het mooiste dat de Nederlandstalige pop in vijftig jaar tijd heeft voortgebracht.

Daarom is het zo jammer dat die lijn op De Stilte Voorbij niet kan worden doorgetrokken. Er staan best aardige liedjes op, met mooie melodieën, aardige teksten, losjes uit de pols gespeeld en de stem van Joost Rasenberg heeft een hoog knuffelgehalte. Maar toch mis ik iets. Liedjes als Neem Me Me, De Stilte Voorbij, Tot Het Je Raakt en Zonder Een Woord zijn op een of andere manier net niet mooi genoeg.

En daarom blijft De Stilte Voorbij toch vooral dat album van die ene goddelijke klassieker.

Acda en de Munnik - Acda en de Munnik (1997)

poster
4,0
De perfecte brug tussen theater en pop. In 1997 brachten Thomas Acda en Paul de Munnik de kleinkunst in de hitparade. Met breekbare liedjes en teksten die zowel de 3fm luisteraar als het publiek in de theaterzaal wisten te boeien. De Munnik is een fantastische zanger en pianist, terwijl Thomas Acda de blues er ingooit. Met liedjes als Vondelpark Vannacht, Das Esmee, Als Het Vuur Gedoofd Is, Het Geeft Niet, Henk en zeker ook de De Stad Amsterdam (een bewerking van Brel) maakten ze een plaat die de Nederpop mag koesteren.

Acda en de Munnik - Hier Zijn (2000)

poster
3,0
Wisselvallig album met een adembenemende start. De eerste drie liedjes zijn geweldig maar daarna krijg ik het gevoel dat ik alles toch al een keer gehoord heb. De Beatles En De Buren, Verkeerd Verbonden en Foto's Van Vandaag mogen alledrie vooraan op een best of.

Maar na die pakkende popliedjes vallen Acda & De Munnik te veel in herhaling, een manco dat ook hun vorige album kenmerkte. Te vaak hetzelfde liedje. Na deze plaat ben ik afgehaakt, al maakten Acda & De Munnik met de Poema's nog een paar fantastische singles (Mijn Houten Hart en Zij Maakt Het Verschil).

Acda en de Munnik - Naar Huis (1998)

poster
3,0
Andermaal een aardige serie luisterliedjes van deze kleinkunstenaars, met veel gevoel gebracht en enkele meesterlijke uitschieters. De teksten zijn nog steeds het belangrijkste wapen van Acda & De Munnik, en op de een of andere manier lijken die twee stemmen voor elkaar gemaakt. Als ze samenzingen, dan gebeurt er iets.

Toch is Naar Huis geen grote sprong voorwaarts. Daarvoor pakt hun debuut net iets meer, en zijn deze liedjes wat te veel van hetzelfde (om er eens een dooddoener tegenaan te gooien). Single Niet Of Nooit Geweest werd een grote hit, maar is zo'n nummer dat mij juist gaat irriteren. Als dat harmonicaintro op de radio voor de zoveelste keer voorbijkwam, skipte ik altijd even verder.

Gelukkig staan er op Naar Huis wel een aantal juweeltjes die de mindere nummers verbloemen: Slaap Zacht Elizabeth (bewerking van de Counting Crows song), Het Regent Zonnestralen en vooral Brussel Moeten Heten.

Admiral Freebee - Songs (2005)

poster
4,0
In mijn eerste reactie schreef ik al "Songs is een groeiplaat". Wel, ik heb 'm de laatste weken in de cd speler later liggen en er regelmatig de meetlat naast gelegd. En of ie gegroeid is.

Deze plaat heeft even tijd nodig. De eerste luisterbeurten was het te veel het ene oor in, het andere weer uit. En vond ik Major Tom als artiestennaam toepasselijker dan Admiral Freebee. Die rangorde is inmiddels hersteld. Ik moet met m'n gedachten elders geweest zijn.

Songs klinkt afwisselend gruizig en subtiel. Stevige rootsrockers worden afgewisseld met kleine ingetogen juweeltjes.

Voor deze plaat trok Admiral Freebee naar de Verenigde Staten. Wellicht op zoek naar de roots van Neil Young en Bob Dylan (de levende geesten van deze grootheden dolen van begin tot eind door dit album) verzamelde Tom Van Laere een stel muzikanten om zich heen die De Laatste Showband van de mat afspelen. Er werd gerommeld met versterkers, er werd met kloten gespeeld en de liedjes en verhalen van Admiral Freebee hebben hét.

The Worst Is Yet To Come is de spectaculaire eerste Song. Als een grungende Neil Young stuitert Admiral Freebee door de studio. Rammelende rock van de bovenste plank.

Oh Lucky bruist van de summer vibes. Een zalige laid back meezinger. Een zinderend autorrijnummer ook, volumknop op max, raampje open, de wind in je haren...

Admiral Freebee klinkt groots en stevig, maar komt af en toe ook heel intiem uit de hoek. De singles Recipe For Disaster en Boy You Never Found zijn de beste voorbeelden van dit ruwe bolster, blanke pit gehalte. Prachtige luisterliedjes.

Maar waarom, waarom, waarom is Sad Rebel niet op single uitgebracht? Een dijk van nummer met een machtig refrein. De gitaarpatserij wordt netjes afgeroomd door mooie pianoklanken en zo voor een groot (radio)publiek toegankelijk gemaakt. Een parel die mee mag doen voor de beste track van het album.

Al blijft het absolute hoogtepunt Oh Darkness, energieke stamprock met gierende gitaren en een klassieker in de dop. Neil Young in optima forma. De Keep On Rocking In The Free World van Songs.

Deel twee van het album haalt het duidelijk niet bij de eerste 30 minuten. Carry On is een van de laatste echte hoogtepunten. Bij Wating For Nothing en Murder Of The Sun gaat het volume nog even omhoog, maar deze nummers missen de overtuiging van de start. Misschien moet 'kant B' ook nog even groeien.

Afghan Whigs - Up in It (1990)

poster
3,0
De tweede van The Afghan Whigs, uitgebracht bij Sub Pop één jaar voordat Nirvana het label onsterfelijk maakte. Een plaat die Greg Dulli & co in zijn meest pure vorm etaleert. Rauwe en dynamische garage rock, agressief en vernietigend.

De muziek van The Afghan Whigs heeft altijd al een destructief kakarakter gehad. Maar waar ze hun sound op de latere succesalbums Congregation en Gentlemen een meer beheersbaare snit aanmeten, belicht Up In It vooral nog het slechte van de wereld.

Up In It klinkt als een duivelse rit in een rollercoaster. Als een niet te temmen monster. Zanger Greg Dulli lijkt alle geloof in de wereld (en in de relatie tussen man en vrouw in het bijzonder) te zijn verloren. Dat resulteert in een reeks explosieve, puntige, beukende en krijsende songs die je naar adem doen snakken. De wanhopige schreeuwen van Dulli (zingen kun je het nauwelijks noemen) en de verpletterende rifs van gitarist Rick McCollum zijn verantwoordelijk voor één van de gevaarlijkste platen van het jaar.

Maar is het ook een goeie plaat? Ja en nee. Up In It begint overdonderend met songs als Retarted (fantastisch!), White Trash Party en Hated maar verdrinkt gaandeweg in een zelf gecreëerde geluidsbrei. Alsof ze niet goed raad weten met hun eigen twisted minds. Qua sound zou je deze Afghan Whigs kunnen vergelijken met de beginjaren van The Pixies (Come On Pilgrim en Surfer Rosa).

Van Up In It werden twee versies uitgebracht. De laatste versie (zoals afgebeeld op musicmeter) is uitgebreid met een aantal nummers van debuutalbum Big Top Halloween (waaronder het machtige titelnummer).

Twee jaar later maakten The Afghan Whigs met Gentlemen één van de beste gitaarplaten ooit.

Air Traffic - Fractured Life (2007)

poster
4,0
Air Traffic is niet zomaar die volgende gitaar met pianoband die, in de slipstream van Coldplay, van het Britse continent komt overwaaien. Over kwantiteit hoeven we de afgelopen jaren niet te klagen, kwaliteit blijkt niet altijd even dik gezaaid. Air Traffic hoort echter bij de goeien.

Denk je bij het aanzwellende intro van Come On (op mijn persing de eerste track) met Coldplay nummer 47 te maken te hebben (overigens hoeft goede namaak ook niet slecht te zijn), 10 minuten verder weet je dat deze band een eigen formule in gedachten heeft.

Air Traffic put net zoveel uit Coldplay (de falset van Chris Martin, gevoelige popsongs) als The Kooks (het accent van Luke Pritchard, swingende rifjes) als de Britse jaren 60 (The Beatles, The Kinks). Het resultaat? Een afwisselende, onderhoudende plaat die af en toe grenst aan het briljante.

Vooral Shooting Star heeft alles in zich om uit te groeien tot een klassieker. Vanaf de eerste seconden zit je gebeiteld, met die prachtige melodie, die subtiele opbouw en die fenomenale zang van Chris Wall. Bij het daverende refrein volgt het tweede kippenvelmoment en als gitarist Tom Pritchard aan zijn monumentale solo begint hoor je Johnny Buckland denken waarom heb ik dit niet verzonnen?.

Ook Time Goes By is zo'n magisch moment, een prachtnummer dat samen met No More Running Away de melancholische stemming nog even in stand houdt. Alleen jammer van het overdramatische Empty Space, een onfortuinlijke misser tussen zoveel moois.

Het is niet alleen mooi wat Air Traffic laat horen, het is ook leuk, vrolijk en swingend. Charlotte en Never Even Told Me Her Name schreeuwen om een vergelijking met The Kooks en de uitvoering is ronduit geweldig. De dansende piano van Just Abuse Me zorgt ook voor een vrolijke noot.

Het sombere sluitstuk Your Fractured Life is dan weer te licht om als vaandeldrager dienst te doen, maar dit album mogen we met recht een van de Grote Debuten van 2007 noemen.

Alphaville - Forever Young (1984)

poster
5,0
Duitsers en synthesizers. Op de een of andere manier is dat altijd al een logische combinatie geweest. Ergens tussen Kraftwerk en Modern Talking vinden we Alphaville. Tussen kunst en kitsch.

Al mogen we Forever Young rustig in de categorie elektronische kunst onderbrengen. Dit debuut uit 1984 is het klinkende Duitse antwoord op de Britse New Romantics. Bij Alphaville hoor je echo's van acts als Ultravox, Bronski Beat en Gary Numan maar ook uit de klassieke muziek gekaapte melodieën. Dat levert een bombastisch meesterwerkje op dat je als The Human League meets Beethoven zou kunnen omschrijven.

Met Big In Japan scoorden Marian Gold, Bernhard Lloyd en Frank Mertens in mei 1984 hun eerste superhit (nummer 2 in de Top 40). Het was een voorproefje van de later uitgebrachte LP. Melancholische pop met waanzinnig catchy melodieën, vormgegeven in een bedje van verslavende jaren '80 elektro. Big In Japan is één van mijn favoriete eighties singles; een hemelse melodie verpakt in neon en plastic.

Sounds Like A Melody was de volgende Top 10 hit en het bewijs dat elektronische muziek wel degelijk warm en mooi kan zijn.

En de derde single Forever Young staat vandaag de dag als klassieker in de boeken; een barokke ballade, theatraal gezongen tegen een muur van elektronische bombast. Denk aan Human van The Killers, maar dan tien keer beter.

Alphaville strooit op Forever Young met dit soort composities. Wat mij betreft waren ze allemaal voor een single release in aanmerking gekomen. Zoals A Victory Of Love, Summer In Berlin of To Germany With Love. Stuk voor stuk prachtige arrangementen met dat decadente jet set sfeertje. De jaren '80 dus.

Forever Young klinkt 25 jaar na dato nog steeds even fris en aanstekelijk.

Arcadia - So Red the Rose (1985)

poster
5,0
Een recensent noemde So Red The Rose eens 'het beste album dat Duran Duran nooit maakte.'

Arcadia was het zijproject van Simon LeBon en Nick Rhodes (Roger Taylor was slechts een figurant) toen John en Andy Taylor samen met Robert Palmer en Tony Thompson een nieuwe hobby vonden bij The Power Station. Beide acts stonden lijnrecht tegenover elkaar. The Power Station was een onvervalste rockband terwijl het artistieke Arcadia op Japan geënte avant-garde pop maakte.

So Red The Rose is een prachtalbum. De mysterieuze hoes laat zien hoe Arcadia klonk: gevaarlijk, erotisch en vol geheimen. LeBon is hier op zijn best. Zijn vlijmscherpe vocalen snijden dwars door het schemerige klankentapijt van Rhodes.

Election Day werd een hit maar prachtsongs zoals The Promise, The Flame, Keep Me In The Dark en El Diablo maken So Red The Rose tot een excentriek kunstwerk, een luisterervaring die je moet ondergaan. Arcadia maakte nooit een tweede album en dat draagt bij aan de grandeur van deze plaat.

Op So Red The Rose spelen verscheidene beroemde gastmuzikanten mee, waaronder Grace Jones, David Gilmour en Sting. Maar de ware kunstenaars hier zijn Rhodes en LeBon.

Arctic Monkeys - Whatever People Say I Am, That's What I'm Not (2006)

poster
4,0
De Britse hype van 2006.

En het bewijs dat de muziekindustrie anno nu op z'n kop staat. Doorgebroken via internet, binnengehaald door Domino en omarmd door de media en het publiek nog voordat er één noot op de plaat stond.

Dat laatste is niet helemaal waar, want I Bet You Look Good On The Dance Floor kwam in 2005 op nummer 1 van de UK Singles Chart. De band had toen al een mega live reputatie en weigerde de ene na de andere platenmaatschappij. Uiteindelijk zwichtten ze alsnog voor de charmes van het do it yourself label Domino.

En toen kwam de plaat. Whatever People Say I Am, That's What I'm Not. Die titel. Die vreselijke hoesfoto. Het past allemaal precies. De Artic Monkeys hebben schijt aan alles en doen alleen maar wat ze zelf willen. En geef ze eens ongelijk.

Niet dat ze echt iets nieuws doen overigens, The Jam, The Clash , The Strokes, The Libertines en zelfs The Sex Pistols zijn nooit ver weg. Maar het klinkt allemaal zo weergaloos strak, zo onmetelijk catchy en zo ontzettend puur dat ik daar geen problemen mee heb.

The View Of The Afternoon is misschien wel het strakste nummer van de plaat. Boordevol ijzersterke rifjes, tempowisselingen en kwajongensachtige zang van Alex Turner.

I Bet You Look Good On The Dance Floor, die eerste grote hit, lijkt wel een staaf dynamiet. Zo explosief.

Fake Tales From San Francisco laat de andere kant van de Monkeys horen, heerlijk laid back, groovy en een vleugje disco. En, alsof ze het niet kunnen laten, een knallende finale met raggende gitaren.

Andere hoogtepunten zijn het vrolijk beukende Still Take You Home en het jazzy Riot Van -een welkome adempauze - waarin Turner bewijst behalve heel veel energie ook heel veel gevoel in zijn zang te kunnen leggen en het

Red Light Indicates Doors Are Secured en Mardy Bum drijven op Franz Ferdinand- achtige rifjes (de hype van een jaar eerder), maar met name het laatste nummer is zo catchy dat je ze deze na aperij (hoe schrijf je dat?) makkelijk vergeeft.

Het grandioos swingende When The Sun Goes Down werd de tweede UK nummer 1 hit en A Certain Romance speelt met afwisselend met frivole riedeltjes en moddervette licks.

Een bijzonder debuutalbum. Niet verrassend (we hebben dit allemaal al eens eerder gehoord) maar wel avontuurlijk, energiek en enthousiast. Minpuntje is dat niet alle albumtracks (de hier niet genoemde) aan die beschrijving voldoen. Hoe strak ze het ook brengen, soms lijkt het allemaal net iets te veel op elkaar. Hadden ze maar een paar nummers geskipt, dan was het een meesterwerk.

Ash - 1977 (1996)

poster
4,0
De titel 1977 staat voor het geboortejaar van de bandleden, jonge gastjes dus toen deze plaat in 1996 verscheen. En ze werden op handen gedragen, bewierookt en de hemel in geprezen. De Engelse muziekpers had weer een nieuwe oogappel, maar ik hoor nog steeds niet wat Ash zoveel beter maakt dan al die andere gitaarbands.

Eerlijk gezegd vind ik Amerikaanse collega's zoals The Posies en Fountains Of Wayne beter en origineler. Goldfinger had zelfs een Posies-song kunnen zijn en Girl From Mars lijkt wel een cover van Fountains Of Wayne. Of is het andersom? In ieder geval brak Ash wel door en The Posies en Fountains Of Wayne bleven underground. Kwaliteit hoeft niet altijd een graadmeter te zijn voor succes.

Maar 1977 is natuurlijk geen slechte plaat. Een aantal songs steekt ver boven de middelmaat uit. De onstuimige punkpop van Lose Control en Kung Fu nodigt op z'n minst uit tot een voorzichtige pogo, Gone The Dream en Oh Yeah zijn aanstekerballades uit het boekje en bij Angel Interceptor worden al deze ingrediënten nog eens op heerlijke wijze versmolten.

Vul dit aan met een leuke verzameling B-kantjes en je hebt een vrij behoorlijke plaat. Maar een meesterwerk?

Asia - Alpha (1983)

poster
3,0
Hoe komt het toch dat bands met namen als Europe, Boston, America en Chicago allemaal hetzelfde klinken? Want ook Asia behoort met die mix van symfo, rock en AOR tot die categorie. (*)

Na het sterke debuut Asia uit 1982 (met de alltime classic Heat Of The Moment) volgde een jaar later het teleurstellende Alpha. Wat ik niet begrijp is dat een band waarvan de muzikanten het vak geleerd hebben bij zogenaamde supergroepen er samen niet in slagen om iets bijzonders neer te zetten.

Zanger John Wetton (King Crimson), de formidabele gitarist Steve Howe (bekend van Yes en de klassieke solo op Queen’s Innuendo), drummer (Carl Palmer Emerson, Lake & Palmer) en Geoffrey Downes (ex-Yes en The Buggles) zijn nochtans gelikte namen. Maar op een op andere manier komt Alpha niet op gang.

Don’t Cry opent veelbelovend met duellerende toetsen en gitaren, maar verzandt al snel in een bloedeloze standard die me ook nog eens net iets te veel aan Alan Parson’s Don’t Answer Me laat denken.

The Smile Has Left Your Eyes is een klassieke rockballad met een hoog AOR-gehalte. Een typisch Amerikaans product uit dezelfde koker als Foreigner, Toto en Chicago. Maar wel een hele mooie melodie.

Never In A Million Years is de moeite waard. Een mooi gearrangeerde ballad met een knap refrein, een van de wenige nummers waar de symfo achtergrond van de bandleden zich echt laat gelden.

Maar My Own Time kan dat moment suprème helaas geen passend vervolg geven.

The Heat Goes On, met een groots intro, lijkt de draad weer enigszins op te pakken maar halverwege constateer je het grote manco van deze plaat. Het is het allemaal nét niet. Knap gespeeld, subliem gearrangeerd en vlekkeloos geproduceerd. Maar achter deze glanzende facade gaapt een behoorlijk gat. De songs missen klasse, originaliteit en vooral bezieling!

Zo ook bij Eye To Eye, weer met een interessante opening, maar andermaal een bloedeloos vervolg.

Vervolgens sterft Alpha aan een overdosis standaardwerk.

Van zo’n geweldige muzikanten verwacht je een geweldig album. En dat is deze plaat, op een paar geslaagde aanzetten, helaas niet.

(*) Correctie: Japan, Texas en Hallo Venray zijn geen genregenoten!

Athlete - Tourist (2005)

poster
4,0
Athlete wordt nog wel eens afgeschilderd als een Coldplay kloon. Dat is niet helemaal eerlijk. Ondanks de muzikale raakvlakken heeft deze Londense band op eigen kracht veel bereikt.

In 2003 werd debuutplaat Vehicles & Animals genomineerd voor de Mercury Music Prize en de prachtige single Wires van het tweede album Tourist won de prestigieuze Ivor Novello Award.

Wires is een aangrijpend verhaal over de premature geboorte van het zoontje van zanger/gitarist Joel Potts. Kippenvel gegarandeerd.

Tourist is gewoon een mooi album. Net als genregenoten Keane en Thirteen Senses strooit de groep met melancholische hoogtandjes met pakkende melodieën en fragiel gitaar- en toetsenwerk (Chances, If I Found Out, Yesterday Threw Everything At Me).

Het titelnummer klinkt heerlijk easy, als het relaxte muziekje op de i-Pod van een backpacker.

Maar waar het aan ontbreekt is pit, peper, spierballen! Het klinkt allemaal zo voorzichtig. Alleen bij Half Light en Modern Mafia veren we even uit onze zetel. Met wat forsere gitaren had dit album wel eens voor een grote doorbraak kunnen zorgen.

Autopulver - F-Words (1997)

poster
3,0
Autopulver. Klinkt als Bulldozer. Maar zo heftig is het nou ook weer niet.
Nog maar eens uit de kast getrokken. Uit de categorie "toch nog maar eens proberen."

Het debuutalbum van deze Noorse rockers verscheen in 1998. Een lyrische recensie zette me toen op het verkeerde been. Want Autopulver raakte me niet echt. De lome houthakkersrock miste hooks, snelheid en overtuiging. Met veel distortion maak je nog geen goede songs.

Maar zie...F-Words bevalt me nu stukken beter dan tien jaar geleden. The songs remain the same...Dus het lag toch echt aan mezelf. Al komt de plaat nog even aarzelend op gang als toen.

Funfair opent met een koele Scandinavische lick maar loopt al snel vast in een oersaai refrein. Flycatcher heeft een tikkeltje meer schwung, maar de houterige zang van frontman Dagga kan me niet bekoren.

Frisbee heeft hét dan weer wel. Een fijne uptempo rocker die nu eens niet verveelt. Een vlotte melodie en dito gitaren; compleet met een bezinnend intermezzo. Zo maakten The Posies ze vroeger ook. Flu is ook zo'n nummer. Strak en catchy. Zo horen we ze graag.

De beste tracks is absoluut F-word. Een song die je laag voor laag inpakt en niet meer loslaat. In ieder geval niet voordat dat geweldige refrein je te pakken heeft. Een topper.

De snijdende gitaren uit het intro van Fame beloven van ook van alles, maar dit nummer verslikt zich weer in z'n eigen loomheid.

Femme Fatale is geen Velvet Underground-cover, maar een niemendalletje dat je toch weer aan het twijfelen brengt. Gelukkig rocken de laatste songs aardig weg en mag het tempo af en toe zelfs omhoog. Het venijn zit 'm in de staart. Met name Fast Forward mag er wezen.

Eindoordeel: behoudens enkele missers helemaal zo slecht nog niet. Hij verdiende die tweede kans in ieder geval dubbel en dwars.