Hier kun je zien welke berichten sebas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
OMD - Dazzle Ships (1983)

4,0
0
geplaatst: 1 september 2009, 10:36 uur
Met Architecture & Morality (1982) liet OMD horen zoveel meer te zijn dan die goedgeoliede hitmachine van Enola Gay. Subtiele experimenten werden afgewisseld met hemelsmooie melodieën. Hits en indrukwekkende soundscapes vloeiden naadloos samen. Een klassiek popalbum.
Hoewel opvolger Dazzle Ships op veel minder bijval kon rekenen, werd de lijn van Architecture & Morality verder doorgetrokken. Met (nog) meer ruimte voor experiment, dat wel. Zoals de vreemde radiofragmenten van Radio Praque en Time Zones. Maar als je niet bang bent voor een album met een niet-alledaagse structuur dan valt er op Dazzle Ships veel moois te ontdekken.
Dazzle Ships heeft twee gezichten. De vreemde, bij vlagen unheimische soundscapes, die de kilte van de koude oorlog symboliseren. Als tegenhanger zijn er de warmere, toegankelijke popsongs. Op deze plaat wellicht een metafoor voor hoop in bange dagen?
Laat ik met die laatste categorie beginnen. Electric Engineering, de in de hitparade mislukte eerste single, ofwel die geslaagde commerciële zelfmoordpoging. Ik vind het een krachtige song met een hypnotiserende synthmelodie. In dezelfde stijl als The New Stone Age van Architecture & Morality. De voorlaatste track, Radio Waves, stuitert op soortgeluike wijze uit de speakers.
Telegraph was de tweede single, en tevens één van de aardigste OMD-singles. Een Enola Gay achtige melodie, onwijs stuwende synthpatronen en een zanglijn die geïnspireerd lijkt op de fameuze girlgroups uit de sixties. Opvallend trouwens dat de albumversie korter is dan de single versie.
International is de Maid Of Orleans van Dazzle Ships. Een stille, traag voorttrekkende parel die me, als de synths halverwege in overdrive gaan, visioenen van kerken, kloosters en monniken bezorgt. The Romance Of The Telescope past in dezelfde categorie.
Silent Running is misschien de wel meest hitpotente track van Dazzle Ships, wat een magistrale melodie (doet me een beetje denken aan Keane). Of All The Things We've Made is een sfeervolle afsluiter. Kalm en berustend. Alsof het Dazzle Ship weer in rustig vaarwater is beland.
Van de meer experimentele songs zijn de radiocollages van Radio Praque en Time Zones de meest bizarre. Dazzle Ships (Parts II, III & VII) is ronduit spooky. Lees de tekst in het cd-booklet en je begrijpt waarom.
ABC Auto-Industry is op het eerste gehoor even vreemd, maar intrigeert mateloos. Mijn dochtertje (7 jaar oud) luisterde hier gisteren naar en constateerde dat het einde verdacht veel lijkt op een geluidsstellage uit ons Neerpeltse Klankenbos. Mooi bedacht, want OMD is een Klankenbos.
This Is Helena lijkt op een jamsessie van een nooit voltooide hit. Want de melodie is geweldig.
Dazzle Ships haalt het niet bij Archirecture & Morality, maar Paul Humphreys en Andrew McCluskey waren hun tijd in 1983 al ver vooruit. De rest van de wereld was er toen nog niet klaar voor.
Hoewel opvolger Dazzle Ships op veel minder bijval kon rekenen, werd de lijn van Architecture & Morality verder doorgetrokken. Met (nog) meer ruimte voor experiment, dat wel. Zoals de vreemde radiofragmenten van Radio Praque en Time Zones. Maar als je niet bang bent voor een album met een niet-alledaagse structuur dan valt er op Dazzle Ships veel moois te ontdekken.
Dazzle Ships heeft twee gezichten. De vreemde, bij vlagen unheimische soundscapes, die de kilte van de koude oorlog symboliseren. Als tegenhanger zijn er de warmere, toegankelijke popsongs. Op deze plaat wellicht een metafoor voor hoop in bange dagen?
Laat ik met die laatste categorie beginnen. Electric Engineering, de in de hitparade mislukte eerste single, ofwel die geslaagde commerciële zelfmoordpoging. Ik vind het een krachtige song met een hypnotiserende synthmelodie. In dezelfde stijl als The New Stone Age van Architecture & Morality. De voorlaatste track, Radio Waves, stuitert op soortgeluike wijze uit de speakers.
Telegraph was de tweede single, en tevens één van de aardigste OMD-singles. Een Enola Gay achtige melodie, onwijs stuwende synthpatronen en een zanglijn die geïnspireerd lijkt op de fameuze girlgroups uit de sixties. Opvallend trouwens dat de albumversie korter is dan de single versie.
International is de Maid Of Orleans van Dazzle Ships. Een stille, traag voorttrekkende parel die me, als de synths halverwege in overdrive gaan, visioenen van kerken, kloosters en monniken bezorgt. The Romance Of The Telescope past in dezelfde categorie.
Silent Running is misschien de wel meest hitpotente track van Dazzle Ships, wat een magistrale melodie (doet me een beetje denken aan Keane). Of All The Things We've Made is een sfeervolle afsluiter. Kalm en berustend. Alsof het Dazzle Ship weer in rustig vaarwater is beland.
Van de meer experimentele songs zijn de radiocollages van Radio Praque en Time Zones de meest bizarre. Dazzle Ships (Parts II, III & VII) is ronduit spooky. Lees de tekst in het cd-booklet en je begrijpt waarom.
ABC Auto-Industry is op het eerste gehoor even vreemd, maar intrigeert mateloos. Mijn dochtertje (7 jaar oud) luisterde hier gisteren naar en constateerde dat het einde verdacht veel lijkt op een geluidsstellage uit ons Neerpeltse Klankenbos. Mooi bedacht, want OMD is een Klankenbos.
This Is Helena lijkt op een jamsessie van een nooit voltooide hit. Want de melodie is geweldig.
Dazzle Ships haalt het niet bij Archirecture & Morality, maar Paul Humphreys en Andrew McCluskey waren hun tijd in 1983 al ver vooruit. De rest van de wereld was er toen nog niet klaar voor.
Orchestral Manœuvres in the Dark - Architecture & Morality (1981)

5,0
0
geplaatst: 5 maart 2009, 15:55 uur
Vroeger (toen ik nog de Hitkrant las) kende ik O.M.D. enkel van lichtvoetige deuntjes als Enola Gay, Locomotion en So In Love. Een fijne singles band met dansbare en catchy liedjes voor de hogere regionen van de hitparade.
Ik werd op het verkeerde been gezet. Want de ware klasse van deze band (of misschien beter duo?) schuilt niet enkel in de 'hits', maar vooral in atmosferische geluidsescapades zoals we die op Architecture & Morality horen. Een bijzonder album dat bij mij in retrospectief opzicht alsnog de naam 'klassieker' verdient.
Na het beluisteren naar The New Stone Age inspecteerde ik razendsnel de inhoud van het cd doosje. Had die doos nou per ongeluk een cd van The Cure ingepakt? Toch niet, O.M.D. blijkt ook groots in het creëren van chaotische new wave.
She's Leaving tapt uit een heel ander vaatje; prachtig melodieuze synthesizers in een dromerige setting. Een lijn die wordt doorgetrokken op de beeldschone single Souvenir (onbegrepen in Nederland -slecht nummer 29- maar een grote hit in de rest van Europa).
Dan volgt een bijzondere luisterervaring, Sealand, een warme en tegelijkertijd ijzingwekkende soundscape met Gregoriaans aandoende zang dat zo een filmscore had kunnen zijn.
Van de twee Joan of Arcs geniet de tweede versie (Maid of Orleans) de meeste bekendheid. Een prachtig voorbeeld van hoe een a commercieel nummer het toch wereldhit cq klassieker weet te schoppen. Hetzelfde gevoel bekruipt me ook altijd bij Ultravox' Vienna (al zullen de ware fans me die vergelijking misschien niet vergeven).
De titeltrack borduurt voort op de sfeer van Sealand, terwijl Georgia en The Beginning and the End het album in grootse schoonheid afsluiten.
Wie zegt dat synthesizer muziek kil, koud en gevoelloos moet echt een keertje tijd vrijmaken voor A&M.
Ik werd op het verkeerde been gezet. Want de ware klasse van deze band (of misschien beter duo?) schuilt niet enkel in de 'hits', maar vooral in atmosferische geluidsescapades zoals we die op Architecture & Morality horen. Een bijzonder album dat bij mij in retrospectief opzicht alsnog de naam 'klassieker' verdient.
Na het beluisteren naar The New Stone Age inspecteerde ik razendsnel de inhoud van het cd doosje. Had die doos nou per ongeluk een cd van The Cure ingepakt? Toch niet, O.M.D. blijkt ook groots in het creëren van chaotische new wave.
She's Leaving tapt uit een heel ander vaatje; prachtig melodieuze synthesizers in een dromerige setting. Een lijn die wordt doorgetrokken op de beeldschone single Souvenir (onbegrepen in Nederland -slecht nummer 29- maar een grote hit in de rest van Europa).
Dan volgt een bijzondere luisterervaring, Sealand, een warme en tegelijkertijd ijzingwekkende soundscape met Gregoriaans aandoende zang dat zo een filmscore had kunnen zijn.
Van de twee Joan of Arcs geniet de tweede versie (Maid of Orleans) de meeste bekendheid. Een prachtig voorbeeld van hoe een a commercieel nummer het toch wereldhit cq klassieker weet te schoppen. Hetzelfde gevoel bekruipt me ook altijd bij Ultravox' Vienna (al zullen de ware fans me die vergelijking misschien niet vergeven).
De titeltrack borduurt voort op de sfeer van Sealand, terwijl Georgia en The Beginning and the End het album in grootse schoonheid afsluiten.
Wie zegt dat synthesizer muziek kil, koud en gevoelloos moet echt een keertje tijd vrijmaken voor A&M.
Orchestral Manoeuvres in the Dark - Orchestral Manoeuvres in the Dark (1980)

4,0
0
geplaatst: 7 september 2009, 21:36 uur
Op OMD ontdekkingstocht belandde ik bij Orchestral Manoeuvres In The Dark, het debuutalbum uit 1980. Het einde van de punk, de hoogtijdagen van de new wave en de opkomst van de synthpop. Op deze plaat hoor je het allemaal.
OMD heeft duidelijk twee gezichten. Het ene gezicht toont een band die grossiert in hitpotente en uiterste dansbare songs, het andere gezicht toont avontuur, bewandelt nieuwe paden en kiest voor experiment. OMD hoort ergens in de twilight zone tussen De Afrekening en de Top 40. Zonder dat het botst overigens. Sommigen beschuldigen de band van het hinken op twee gedachten. Persoonlijk vind ik die wisselwerking tussen luchtigheid en wat zwaardere kost juist prima werken.
In de linernotes bij de geremasterde versie kijkt Andy McCluskey terug: "It was punk synths. It was two teenagers in somebody's back room who decided to do it themselves and were playing with the most ridicously cheap load of second-hand equipement and playing with self-taught knowledge - one-fingered melodies and simple primary chord structures." Voor zoveel jeugdige onschuld is dit een buitengewoon volwassen album. Fris en overtuigend.
Bunker Soldiers brengt de plaat langzaam op stoom. Een interessante, maar wat aarzelende opener. Ik mis dat uplifting refrein (dat maar niet wil komen). Ik heb het idee dat er veel meer uit dit nummer viel te halen.
Almost overtuigt me wel. Dat minimalistische arrangement met staccato synths, pulserende bas en monotone zang...een sobere beauty. Synthpop avant la lettre. Wees niet te zuinig met de volumeknop bij dit nummer. Hoe harder, hoe beter!
Mystereality is een vreemde eend in de bijt. Deze track drijft op een vrolijke saxofoonsolo en daardoor lijkt OMD hier meer op Madness dan op zichzelf.
Een van de hoogtepunten is Electricity; ongelofelijk dat deze eerste single destijds geen hit mocht worden. Terwijl Enola Gay een jaar later wél scoorde. Het zijn immers soortgelijke nummers, al vind ik Electricity geraffineerder.
Het wondermooie Messages werd gelukkig -en terecht- wel een hit (nummer 13 in de UK). Ongetwijfeld een van de mooiste OMD songs ever. Een dansvloerkraker met een melancholische ondertoon. Tot nu toe kende ik enkel de single versie, maar deze albumversie is misschien nog wel beter. Ik ben er nog niet uit.
Julia's Song is de meest rock georiënteerde track. OMD meets The Cure, of zoiets. Het zijn de punk synths waar Andy McCluskey het over had. En er komt zowaar een gitaar aan te pas. Geen standaard OMD track, maar wél een van de betere van dit album.
De zoete melodie van Red Frame/White Light doet me denken aan het eerste album van The Buggles; dat staat ook boordevol met dit soort elektronische fratsen. Het b-kantje van Electricity, maar met een beetje fantasie had dit de A-kant van de derde single (die er volgens mij nooit is gekomen) kunnen zijn. Al was het donkere Pretending To See The Future in een iets fijnere vorm ook een kandidaat geweest.
The Messchersmitt Twins en Dancing zijn de eerste, echte experimentele songs. Ik moet eerlijk bekennen dat ik ze dat op Architecture & Morality en Dazzle Ships beter heb horen doen.
Maar dat zal de pret niet drukken. Op naar Organisation.
OMD heeft duidelijk twee gezichten. Het ene gezicht toont een band die grossiert in hitpotente en uiterste dansbare songs, het andere gezicht toont avontuur, bewandelt nieuwe paden en kiest voor experiment. OMD hoort ergens in de twilight zone tussen De Afrekening en de Top 40. Zonder dat het botst overigens. Sommigen beschuldigen de band van het hinken op twee gedachten. Persoonlijk vind ik die wisselwerking tussen luchtigheid en wat zwaardere kost juist prima werken.
In de linernotes bij de geremasterde versie kijkt Andy McCluskey terug: "It was punk synths. It was two teenagers in somebody's back room who decided to do it themselves and were playing with the most ridicously cheap load of second-hand equipement and playing with self-taught knowledge - one-fingered melodies and simple primary chord structures." Voor zoveel jeugdige onschuld is dit een buitengewoon volwassen album. Fris en overtuigend.
Bunker Soldiers brengt de plaat langzaam op stoom. Een interessante, maar wat aarzelende opener. Ik mis dat uplifting refrein (dat maar niet wil komen). Ik heb het idee dat er veel meer uit dit nummer viel te halen.
Almost overtuigt me wel. Dat minimalistische arrangement met staccato synths, pulserende bas en monotone zang...een sobere beauty. Synthpop avant la lettre. Wees niet te zuinig met de volumeknop bij dit nummer. Hoe harder, hoe beter!
Mystereality is een vreemde eend in de bijt. Deze track drijft op een vrolijke saxofoonsolo en daardoor lijkt OMD hier meer op Madness dan op zichzelf.
Een van de hoogtepunten is Electricity; ongelofelijk dat deze eerste single destijds geen hit mocht worden. Terwijl Enola Gay een jaar later wél scoorde. Het zijn immers soortgelijke nummers, al vind ik Electricity geraffineerder.
Het wondermooie Messages werd gelukkig -en terecht- wel een hit (nummer 13 in de UK). Ongetwijfeld een van de mooiste OMD songs ever. Een dansvloerkraker met een melancholische ondertoon. Tot nu toe kende ik enkel de single versie, maar deze albumversie is misschien nog wel beter. Ik ben er nog niet uit.
Julia's Song is de meest rock georiënteerde track. OMD meets The Cure, of zoiets. Het zijn de punk synths waar Andy McCluskey het over had. En er komt zowaar een gitaar aan te pas. Geen standaard OMD track, maar wél een van de betere van dit album.
De zoete melodie van Red Frame/White Light doet me denken aan het eerste album van The Buggles; dat staat ook boordevol met dit soort elektronische fratsen. Het b-kantje van Electricity, maar met een beetje fantasie had dit de A-kant van de derde single (die er volgens mij nooit is gekomen) kunnen zijn. Al was het donkere Pretending To See The Future in een iets fijnere vorm ook een kandidaat geweest.
The Messchersmitt Twins en Dancing zijn de eerste, echte experimentele songs. Ik moet eerlijk bekennen dat ik ze dat op Architecture & Morality en Dazzle Ships beter heb horen doen.
Maar dat zal de pret niet drukken. Op naar Organisation.
Orchestral Manoeuvres in the Dark - Organisation (1980)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2009, 11:36 uur
De eerste credits zijn voor de hoes. Een prachtige foto. Donkere schaduwen gevangen in een gitzwart frame, maar witte wolken zorgen voor licht aan de horizon. Kortom: er is nog hoop.
Zeker als het stuiterende Enola Gay je om de oren vliegt. Voortbordurend op de sfeer van het debuut (en met name single Electricity) zet deze okselfrisse hit je stiekum op het verkeerde been. Lichtere kost krijg je op dit album niet meer voorgeschoteld.
Want Organisation klinkt zoals de hoes dat doet vermoeden: donker, treurig, bij vlagen onheilspellend maar tegelijkertijd romantisch en bemoedigend. En vaak verbijsterend mooi. De follow up van het succesvolle debuut laat een groep horen die zich in korte tijd ontpopte van hitpotente synthpopact tot een postpunkgroep met interessante fratsen.
2nd Thought bezorgt me iedere keer weer visioenen van leegstaande fabriekshallen. Dezelfde mechanische kilte die je bij Joy Division proeft. Een spookachtige song en een abrupte U-turn als je de openingstrack nog op de trommelvliezen hebt. Die industriële sfeer komt in volle glorie treug bij de griezelig mooie afsluiter Stanlow. Een ware epic.
VCL XI doet me dan weer eerder aan The Cure denken. Het zal de zang wel zijn, in combinatie met dat rinkelende en ratelende hoorspel. Een knap staaltje studio art.
Het matige Motion And Heart was de (voorgestelde) tweede single. Die single kwam er niet, en wat mij betreft waren er betere opties. Om te beginnen Statues. De glazen bol van dazzler (....iets zegt me dat Sebas uit zijn dak zal gaan bij Organisation...) sprak de waarheid. Wat een w.a.a.n.z.i.n.n.i.g nummer is dit. Een melancholische beauty die ik meteen tot één van mijn favoriete O.M.D. songs bombardeer.
The Misunderstanding opent angstaanjagend met electronische heavy metal, maar je kunt opgelucht ademhalen als een instant synthmelodietje de spanning wegneemt. Maar dan volgt die bezwerende vocale tirade...Deze song heeft even tijd nodig. Maar dan heb je ook wat.
The More I See You is een cover van Chris Montez (iemand???), terwijl ik hier toch echt vier minuten lang Depeche Mode hoor. Topnummer. En dan is er nog het chique Promise. Iets toegankelijker dan Statues, en daarmee toch een meer voor de hand liggende singlekandidaat...Maar goed, de platenmij dacht er anders over.
Interessante bonustracks ook...Annex is een intstrumental in de lijn van 2nd Thought, Introducing Radios en Distance Fades Between Us voorproefjes van Dazzle Ships en Architecture & Morality.
Nou nog eens goed dubben over welke O.M.D. plaat nu eigenlijk de beste is...
Zeker als het stuiterende Enola Gay je om de oren vliegt. Voortbordurend op de sfeer van het debuut (en met name single Electricity) zet deze okselfrisse hit je stiekum op het verkeerde been. Lichtere kost krijg je op dit album niet meer voorgeschoteld.
Want Organisation klinkt zoals de hoes dat doet vermoeden: donker, treurig, bij vlagen onheilspellend maar tegelijkertijd romantisch en bemoedigend. En vaak verbijsterend mooi. De follow up van het succesvolle debuut laat een groep horen die zich in korte tijd ontpopte van hitpotente synthpopact tot een postpunkgroep met interessante fratsen.
2nd Thought bezorgt me iedere keer weer visioenen van leegstaande fabriekshallen. Dezelfde mechanische kilte die je bij Joy Division proeft. Een spookachtige song en een abrupte U-turn als je de openingstrack nog op de trommelvliezen hebt. Die industriële sfeer komt in volle glorie treug bij de griezelig mooie afsluiter Stanlow. Een ware epic.
VCL XI doet me dan weer eerder aan The Cure denken. Het zal de zang wel zijn, in combinatie met dat rinkelende en ratelende hoorspel. Een knap staaltje studio art.
Het matige Motion And Heart was de (voorgestelde) tweede single. Die single kwam er niet, en wat mij betreft waren er betere opties. Om te beginnen Statues. De glazen bol van dazzler (....iets zegt me dat Sebas uit zijn dak zal gaan bij Organisation...) sprak de waarheid. Wat een w.a.a.n.z.i.n.n.i.g nummer is dit. Een melancholische beauty die ik meteen tot één van mijn favoriete O.M.D. songs bombardeer.
The Misunderstanding opent angstaanjagend met electronische heavy metal, maar je kunt opgelucht ademhalen als een instant synthmelodietje de spanning wegneemt. Maar dan volgt die bezwerende vocale tirade...Deze song heeft even tijd nodig. Maar dan heb je ook wat.
The More I See You is een cover van Chris Montez (iemand???), terwijl ik hier toch echt vier minuten lang Depeche Mode hoor. Topnummer. En dan is er nog het chique Promise. Iets toegankelijker dan Statues, en daarmee toch een meer voor de hand liggende singlekandidaat...Maar goed, de platenmij dacht er anders over.
Interessante bonustracks ook...Annex is een intstrumental in de lijn van 2nd Thought, Introducing Radios en Distance Fades Between Us voorproefjes van Dazzle Ships en Architecture & Morality.
Nou nog eens goed dubben over welke O.M.D. plaat nu eigenlijk de beste is...
Orchestral Manoeuvres in the Dark - The Best of OMD (1988)
Alternatieve titel: In the Dark

4,0
0
geplaatst: 3 augustus 2009, 23:23 uur
Ik heb moeite met de albumtitel The Best of OMD, aangezien het pionierswerk van Architecture & Morality en Dazzle Ships hier eigenlijk maar mondjesmaat aan bod komt.
Logisch natuurlijk, Dazzle Ships werd door zijn experimentele dadendrang als snel bestempeld als een typisch geval van commerciële zelfmoord en het A&M is met drie singles al rijkelijk vertegenwoordigd. Maar She's Leaving, Sealand en The New Stone Age behoren wat mij betreft ook tot the best of OMD.
Maar goed, maar weinig verzamelaars worden opgedist met albumtracks. Het publiek wil hits en bekende namen, de platenmaatschappij wil verkoopcijfers. En dan speel je op safe. Het resultaat is een vlotte plaat, boordevol popparels die vooral de hitpotente kant van OMD belichten.
Electricity -die te vroeg geboren eighties song- is over honderd jaar nog niet kapot te krijgen. Een onvervalste synthpop classic (met een machtige basmelodie).
Messages vind ik een van de mooiste OMD nummers, en het bewijs dat een synthesizer net zo romantisch is als een Weense concertvleugel.
Enola Gay, in al zijn uitbundigheid, was vroeger nooit mijn favoriet. Maar ik ben dit nummer in de loop der jaren meer en meer gaan waarderen.
De heilige drie-eenheid (Souvenir, Joan of Arc, Maid of Orleans) spreekt voor zich. Maar ik blijf erbij dat een échte best of OMD minimaal die andere tracks van A&M nodig heeft.
Dazzle Ships komt er met Telegraph -een heerlijk nummer- aanvankelijk karig vanaf, als duikt bij track nummer 16 plots nog Genetic Engineering op.
Locomotion is een stukje jeugdsentiment. Als 10-jarige ontdekte ik deze op de Now This Is Music volume 1 LP van een kennis, ergens tussen The Reflex, Dancing With Tears In My Eyes, Tinseltown In The Rain en Such A Shame. Bijgevolg beschouw ik deze LP zo’n beetje als de bakermat van mijn als eighties verslaving. En Locomotion is een van die drugs. Talking Loud And Clear en Tesla Girls (een vleugje New Order) horen daar inmiddels ook bij.
Ook So In Love vind ik een parel -hoewel velen vinden dat OMD hier definitief voor het mainstream pad koos- en het melancholische Secret link ik op de een of andere manier altijd aan The Pet Shop Boys.
Met Forever Live And Die is als popsong an sich ook niets mis, al is de sfeer van Electricity inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen. Met de 12" versies van We Love You en La Femme Accident eingigt het voor de synthfreak in ieder geval toch nog goed.
Voor 1 euro gekocht in de uitverkoopbakken van VanLeest. Ik voelde me een dief.
Logisch natuurlijk, Dazzle Ships werd door zijn experimentele dadendrang als snel bestempeld als een typisch geval van commerciële zelfmoord en het A&M is met drie singles al rijkelijk vertegenwoordigd. Maar She's Leaving, Sealand en The New Stone Age behoren wat mij betreft ook tot the best of OMD.
Maar goed, maar weinig verzamelaars worden opgedist met albumtracks. Het publiek wil hits en bekende namen, de platenmaatschappij wil verkoopcijfers. En dan speel je op safe. Het resultaat is een vlotte plaat, boordevol popparels die vooral de hitpotente kant van OMD belichten.
Electricity -die te vroeg geboren eighties song- is over honderd jaar nog niet kapot te krijgen. Een onvervalste synthpop classic (met een machtige basmelodie).
Messages vind ik een van de mooiste OMD nummers, en het bewijs dat een synthesizer net zo romantisch is als een Weense concertvleugel.
Enola Gay, in al zijn uitbundigheid, was vroeger nooit mijn favoriet. Maar ik ben dit nummer in de loop der jaren meer en meer gaan waarderen.
De heilige drie-eenheid (Souvenir, Joan of Arc, Maid of Orleans) spreekt voor zich. Maar ik blijf erbij dat een échte best of OMD minimaal die andere tracks van A&M nodig heeft.
Dazzle Ships komt er met Telegraph -een heerlijk nummer- aanvankelijk karig vanaf, als duikt bij track nummer 16 plots nog Genetic Engineering op.
Locomotion is een stukje jeugdsentiment. Als 10-jarige ontdekte ik deze op de Now This Is Music volume 1 LP van een kennis, ergens tussen The Reflex, Dancing With Tears In My Eyes, Tinseltown In The Rain en Such A Shame. Bijgevolg beschouw ik deze LP zo’n beetje als de bakermat van mijn als eighties verslaving. En Locomotion is een van die drugs. Talking Loud And Clear en Tesla Girls (een vleugje New Order) horen daar inmiddels ook bij.
Ook So In Love vind ik een parel -hoewel velen vinden dat OMD hier definitief voor het mainstream pad koos- en het melancholische Secret link ik op de een of andere manier altijd aan The Pet Shop Boys.
Met Forever Live And Die is als popsong an sich ook niets mis, al is de sfeer van Electricity inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen. Met de 12" versies van We Love You en La Femme Accident eingigt het voor de synthfreak in ieder geval toch nog goed.
Voor 1 euro gekocht in de uitverkoopbakken van VanLeest. Ik voelde me een dief.
