MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Loudness - Loudness (1992)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
In 1992 kwam dit elfde studioalbum uit van Loudness met de originele titel “Loudness”. Akira Takasaki (gitaar) en Munetaka Higuchi (drums) bleven trouw op post. Mike Vescera (zang) ging na twee (redelijk zwakke) albums met Loudness solo en Masayoshi Yamashita (bass) vertrok. Beiden werden vervangen door zanger Masaki Yamada (ex-EZO) en bassist Taiji Sawada (ex-X-Japan) en dit laat zich positief gevoelen: een hard Loudness-album met de gekende ingrediënten volop in overvloed aanwezig: harde riffs en spetterend werk van de heren muzikanten – eindelijk, na jaren van het vruchteloos proberen de Amerikaanse markt te doorbreken. Goede nummers zijn Pray for the Dead, Slaughterhouse, Racing The Wind en Firestorm. Firestorm heeft rond 2m10 een verschroeiende tempoversnelling met dito solo.

Loudness - On the Prowl (1991)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Deze On the Prowl uit 1991 is het negende studio-album van Loudness en het tweede met Amerikaanse zanger Mike Vescera: zo mogelijk een nog grotere smeekbede om in de U.S. of A een poot aan de grond te krijgen. Dit album toont duidelijk aan hoe Loudness in een neerwaartse spiraal ging. Waar dit vroeger een groep van virtuozen was, hoor je hier een dertien-in-een-dozijn groepje met massale koortjes en stompzinnige refreintjes. Pluspunten blijven het samenspel van de heren muzikanten en opnieuw gitarist Akira Takasaki die hier en daar nog maar eens bewijst hoe goed hij wel is. Enkel als Loudness eens goed het gaspedaal intrapt en een blik virtuositeit opentrekt, komen er nog goede nummers uit: In The Mirror, Find a Way en Deadly Player. Verder is dit album een dieptepunt in hun loopbaan.
Voor de twijfelaars: nummer 9 In The Mirror is orgineel afkomstig van het album The Law of Devil's Land (1983) en dus opnieuw ingezongen door Mike Vescera.

Loudness - Pandemonium (2001)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Vandaag zet ik mijn reis door de Loudness catalogus verder: het is een groep die me nauw aan het hart ligt want ze zijn verantwoordelijk voor één van de beste live-albums aller tijden: Live-Loud-Alive: Loudness in Tokyo uit 1983. Als ik goed kan tellen, is dit studioworp nummer zestien van dit Japans gezelschap en het tweede album na de grote reünie, dus met volgende line-up: gitarist Akira Takasaki, zanger Minoru Niihara, bassist Masayoshi Yamashita en drummer Munetaka Higuchi (RIP). Deze keer zingt Minoru in het Engels, maar het is nog altijd even onverstaanbaar en charmant als altijd. Dit album is topheavy en loodzwaar: opener Ya Stepped On a Mine is een regelrechte aanslag op de trommelvliezen en doet het beste verhopen…. Belangrijke verbetering ten opzichte van de vorige albums vind ik dat er een duidelijkere lijn in de nummers zit, hoewel de riffs van Akira behoorlijk dominerend kunnen zijn, wordt er eindelijk ook meer aandacht geschonken aan het catchy maken van de song. Voor mij duidelijk de verdienste van één van de beste ritmesecties aller tijden: Masayoshi Yamashita en Munetaka Higuchi, ze voelen elkaar blind aan. Volgende hoogtepunten op dit album zijn: The Pandemonium, What’s the Truth, Chaos en Inflame (fantastisch nummer). Nummers die mij niet zo bevallen zijn: Suicide Doll en The Candidate.
Met dit album heeft Loudness een statement gemaakt: we zijn terug. Ik mag eindelijk nog eens een welverdiende vier sterren geven.

Loudness - Shadows of War (1986)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Ik plaats hier mijn bericht van bij Lighting Strikes daar dit om één en hetzelfde album gaat:

Volgens Wikipedia is Lighting Strikes het zesde studio-album van deze Japanse heavy metal groep die me tamelijk nauw aan het hart ligt en eigenlijk het tweede album dat het bijzonder goed deed in de U.S. of A. Blijkbaar is dit album in hun thuisland uitgekomen als Shadows of War, met weliswaar dezelfde nummers in een andere volgorde en Ashes in the Sky werd hernoemd als Shadows of War. Het is maar dat je het weet.
Voor mij een tegenvaller na het leuke Thunder in the East: de eerste drie nummers dartelen voort op hetzelfde midtempo en een gevoel van opluchting ontstaat bij Face to Face waar het gaspedaal een beetje meer wordt ingetrapt en gitarist Akira Takasaki eens lekker zijn duivels mag ontbinden. Dit gebeurt ook bij Black Star Oblivion (heerlijke song) maar de rest van de songs zijn weliswaar verre van slecht maar onderling te weinig gevarieerd: zelfde opbouw, zelfde tempo en te weinig avontuurlijk samenspel, hoewel de solo's van Akira altijd een plezier zijn om naar toe te luisteren. Hier maakt zanger Minoru Niihara een stap voorwaarts: je begint waarempel te verstaan wat hij zingt…

Loudness - Soldier of Fortune (1989)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Ik heb nog eens mijn oude Aardschok n° 11 van november 1989 opgediept, omdat ik mij grotendeels kan vinden in volgende recensie:
Tussen '81 en '84 leverde Loudness een vijftal uitstekende metalelpees af. Toen de Japanners begin '85 een deal bij het Amerikaanse Atco tekenden werd de metal vaarwel gezegd en kwamen meer commerciële deuntjes binnen drijven. De drie volgende elpees waren niet slecht, maar in Amerika kon men niets beginnen met het dialect van zanger Minoru Niihara en zo werd deze in '88 gedumpt en kwam van Obsession Mike Vescaras. Hier is ie dan de nieuwe elpee "Soldier of Fortune", die gelukkig iets beter is dan zijn voorganger. Nog steeds zijn het meesterdrummer Munetaka Higuchi en stergitarist Akira Takasaki die bij Loudness de kar trekken, zoals al meteen op het openende titelnummer te horen is. Zanger Mike Vescara is niet slecht - hij heeft af en toe wel iets van Graham Bonnet weg - maar om nou te zeggen dat het een geweldige zanger is, is weer teveel van het goede. Kon deze major-act in Amerika niets beters vinden? Of was geen andere zanger van plan om een spoedcursus Japans te gaan volgen? You Shook Me met een Ratt-achtig riffje vervolgt matig en dezelfde band diende waarschijnlijk ook als voorbeeld bij het begin van het navolgende Danger of Love. Na de matige ballad Twenty-Five Days en het redelijke Red Light Shooter, dat alleen tijdens de gitaarsolo interessant is, komt met Running for Cover weer een hardere track. Het beste nummer is voor mij echter Demon Disease, omdat dat het meeste van de goeie ouwe Loudness weg heeft. Een aardige elpee maar Loudness kan veel beter, dat hebben ze in het verleden vaak genoeg bewezen.

Loudness - Spiritual Canoe (2001)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Studio-album nummer vijftien en naast blijver gitarist Akira Takasaki de grote terugkeer van oudgedienden van het eerste uur, zanger Minoru Niihara, bassist Masayoshi Yamashita en meesterdrummer Munetaka Higuchi (RIP). Tussen hun laatste gezamenlijke wapenfeiten (de EP Jealousy uit 1988) en deze Spiritual Canoe zitten dus dertien lange jaren van zeer wisselvallige albums, dus de hoop laait terug op.
Opnieuw zang in overwegend Japans en een beetje Engels en wat valt nog meer op? Loodzwaar gitaargeluid opnieuw en zowaar – eindelijk – enkele lekkere pittige nummers (The End of Earth, Stay Wild, The Seven Deadly Sins, Picture Your Life) met – eindelijk – de voor Akira Takasaki zo typisch waanzinnige solo’s. The End of Earth kan zich makkelijk meten met die andere snelle klassieker Speed, want je hoort hoe de muzikanten elkaar zo goed aanvoelen. Het titelnummer Spiritual Canoe is een kort instrumentaal tussendoortje. Toch enkele minpuntjes: How Many More Times (een rappende Minoru) en Touch My Heart (een beetje gespiekt bij Led Zeppelin), The Power of Love (overbodig).
Hier en daar steekt dat experimenteergedoe van Akira een beetje de kop op maar – eindelijk - een Loudness-album die de hoge verwachtingen grotendeels inlost en een verdiende 3,50.

Loudness - The Battleship Musashi (2005)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Loeiharde single / EP van onze vier Japanse metalhelden: Minoru Niihara (zang), Akira Takasaki (gitaar), Masayoshi Yamashita (bass) en meester Munetaka Higuchi (drums en jammer genoeg RIP). Dit verscheen een jaar na hun studioalbum Racing.
De ingrediënten van Loudness blijven dezelfde: stevig ritmewerk van drums en bass met daarop de loeiharde riffs en furieuze solo's van Akira Takasaki. De zang is per uitgave voor interpretatie vatbaar, hier is er dikwijls vervorming op de stem. Op dit album stelen drummer en gitarist de show, wat een drumbeest slaat er daar op de vellen!
Vier nummers, dus veel kun je er niet over zeggen dan dat het titelnummer een geweldige Loudness beuker is, Wolfgang Amadeus me minder bevalt en More Than Machine een instrumentaal nummer met elektronische tussenstukken is. Verrassend maar ik vind het wel wat hebben. Die "battle mix" van het titelnummer is leuk om eens te horen maar ook niet meer.

Loudness - The Birthday Eve (1981)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Gisteren op vinyl aangeschaft in "near mint" in Antwerpen: 10,00 eurokes was de prijs voor mijn uitgave Roadrunner RR 9897, onbetaalbaar was de glimlach op mijn gezicht toen ik eindelijk dit album in mijn noeste handen kon vasthouden. Een eerste "yes" van blijdschap bij de vondst en een kamerbrede glimlach op mijn gezicht bij het beluisteren hiervan. Het is dus het debuutalbum van een legendarische Japanse hardrock/metal groep, bij vele mensen in de culthoek gebleven maar bij de oudere en krakende generatie rockers maar al te bekend als "da's die groep waar dat kleine gitaarwondertje/-dondertje de pannen van het dak speelt". Akira Takasaki, dames en heren, maar ook een keigoede, strakke en krachtige drummer Munetaka Higuchi, moge hij in vrede rusten want ook hij heeft het aardse voor het andere verruild. Prachtige, krachtige muziek, een voorbode van wat nog komen moest. De zanger zingt in het Japans maar doet het uitstekend en is een onderdeel van het mystieke aan deze groep. Ik adverteer nog maar eens, nochtans verdien ik er geen procentje aan .

Loudness - The Everlasting (2009)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Voor dit album van Loudness recycleer ik een beetje mijn bericht bij Loudness zelf, gedateerd 17 januari 2009.
Op 30 november 2008 overleed Munetaka Higuchi, de drummer van Loudness, als gevolg van leverkanker. Toch is hij op dit studio-album van de band te horen. Hij heeft namelijk een groot aantal opnames achtergelaten. Gitarist Akira Takasaki schreef de riffs die bij Higuchi's drumtracks pasten. De bedoeling was om een gigantische rock plaat te maken die Higuchi voldoening zou geven, aangezien hij voortdurend mopperde: "Dit is niet luid genoeg" of "Dit moet meer heavy worden".
Meneer Higuchi zal deze keer meer dan tevreden zijn, het is een beetje een terugkeer naar de oude Loudness stijl van de jaren tachtig, maar nog altijd met dat loodzwaar en hoofdsplijtend gitaarwerk van Mr. Akira Takasaki. Hit the Rails is de snelle opener, gevolgd door een uptempo Flame of Rock, twee nummers die onmiddellijk mijn goedkeuring wegdragen. Het gas wordt een beetje teruggenomen met I Wonder maar dan komt een scherpe gitaarsolo met veel wah. The Everlasting is zware stamp in de maag met een hoge zang maar met solo’s om duimen en vingers af te likken. Akira is daar en het titelnummer is prachtig. Life Goes On is ietwat beheerster en laat veel meer melodie horen, de teksten zijn wel minder en het Engels van Minoru Niihara is nog nooit zo verstaanbaar geweest. Let It Rock jaagt het tempo weer omhoog en groeit uit tot een van mijn favorieten samen met de twee openers. Crystal Moon opent met bass waarna de rest invalt, sfeervol en dreigend nummer, maar ik heb liever dat het vooruitgaat. Het wordt een beetje gered door de gitaarsolo. Change heeft opnieuw zo’n enorme monsterriff welke de trommelvliezen doet beuken. Rock into the Night is iets sneller. I’m in Pain heeft een break van jewelste zo rond de vierde minuut, bangen en airdrummen geblazen. Thunder Burn met dat funky bassloopje is voor mij een misser, het zwakste nummer en die skip ik in het vervolg. Idem voor Desperate Religion. Jammer van dat einde dus.
Samengevat, een meer dan passend eerbetoon aan hun overleden drummer en Akira Takasaki die alles uit de kast heeft gehaald om de ene na de andere moordriff uit zijn gitaar te toveren. Het geluid is hard en zuiver en de heren muzikanten zetten een door mij fel gesmaakte prestatie neer.
Oh, Loudness is die legendarische groep uit Japan met volgende klassiekers op hun conto: The Birthday Eve, Devil Soldier, The Law of Devil’s Land en mijn persoonlijke favoriet Disillusion. Die tijden zullen niet herleven, maar deze plaat is oerdegelijk en topheavy. Hulde aan Munetaka Higuchi en aan de muziek van Loudness.

Loudness - The Law of Devil's Land (1983)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Een mens moet ambities hebben en het liefst haalbare anders veranderen ambities in frustraties. Dit album stond tot voor kort ook op mijn must-have-lijst en dan het liefst op de glorieuze geluidsdrager. Sinds gisteren heb ik deze ambitie vervuld, uitgave Megaton 0003 met papieren binnenhoes, geen teksten en raar maar waar geen vermelding van de tracklist op de achterzijde. Ik vermoed dat ik nog een inlegblad te kort heb maar dat kan mijn pret niet drukkken want dit is genieten geblazen. Het is een prachtig album met de ondertussen vertrouwde ingrediënten: krachtig en solide samenspel, een expressieve Japanse zanger en een gitarist met spetterende gitaarlijnen en -solo's. In the Mirror, The Law of Devil's Land en natuurlijk Speed blijven nog altijd even prachtig en krachtig. Minder nummer is wellicht Sleepless Nights en Mr. Yes man is inderdaad geniaal! En toen kwam mijn absolute favoriet ... Disillusion.

Loudness - Thunder in the East (1985)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Na vier studio-albums en een machtig live-album komt in 1985 deze Thunder in the East uit met een hoes die niets aan de verbeelding overlaat: het is een Japanse groep. Aartslelijk is hij niet maar een domper na de hoezen van de vorige vier studio-albums waarin een duidelijke rode draad zat.

Op de achterzijde kun je overduidelijk de hand van enkele stylisten zien, nooit geweten dat Japanners zo'n bruine teint kunnen hebben. Belachelijk zijn hun kapsels en de eyeliner, enkel Munetaka Higuchi blijft zijn oude norse zelve. Voor de eerste keer in hun jonge loopbaan laten ze de productie over aan een “buitenstaander”. Max Norman is zijn naam en op Wikipedia staat een overzicht van zijn loopbaan: Max Norman - Wikipedia, the free encyclopedia - en.wikipedia.org.

Waarom vermeld ik dit? Het bericht van Kronos van 1 januari 2010 is hiervoor de directe aanleiding, “hun Japanse ziel”. Het blijft een moeilijk te definiëren begrip maar ik kan hem zovele jaren later geen ongelijk geven. Qua productie voel ik toch dat het duidelijk anders is dan hun vorige platen, gelukkig hebben ze de kracht in de muziek behouden. Niettegenstaande Akira Takasaki kwistig blijft strooien met puntgave solo's is de omkadering anders, de nummers zijn iets eenvoudiger van opzet. Het drumgeluid is ook krachtig maar ik mis dan het oude drumgeluid van Munetaka Higuchi (RIP), het is iets te vol voor mijn smaak.

De aard van de songs, de verpakking van de plaat, de restyling van de groepsleden, de Westerse lees Amerikaanse invloed op de songs en de Engelstalige zang zorgen misschien voor meer succes wereldwijd maar die typische Loudness charme van de vorige platen smelt als sneeuw voor de zon. Misschien is dat het verlies van “hun Japanse ziel”. Of wat een paar woorden van Kronos bij mij kunnen teweegbrengen .

Eenvoudiger is niet noodzakelijk slechter, laten we wel wezen maar een Disillusion haalt het nog gemakkelijk van dit album. Alle muziek buiten één nummer (Heavy Chains) komt van Akira Takasaki, alle teksten komen van zanger Minoru Niihara. Nergens zie ik invloeden van buitenaf, dus ik vermoed een keuze van de groep zelf om deze richting in te slaan. Bij We Could Be Together krijg ik een ongemakkelijk gevoel, net alsof gelijk welke Amerikaanse groep dit nummer kon geschreven hebben, het Desmond Child syndroom. Gelukkig hebben wij nog het superieure Clockwork Toy.

Lynyrd Skynyrd - Live at Knebworth '76 (2021)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
“8,88 eur voor combinatie cd /dvd op Amazon.be... laat ik niet liggen.” Dat was mijn commentaar bij de aankoop hiervan op 23 augustus laatstleden in de topic “Wat heb je als laatste gekocht? #2”. De dvd hiervan moet ik nog altijd eens bekijken, maar herfst en later winter zijn op komst, seizoenen waarin ik meer tijd zal hebben / maken om voor die lichtbak te zitten...

Bijzondere dank aan collega Gommans bij de uitstekende en omvangrijke achtergrondinformatie bij dit album, wat mij alvast tijd uitspaart (om die dvd binnenkort te bekijken). Volledig optreden van de beste bezetting van een topgroep die een aantal krakers heeft op zijn conto, kijk maar eens naar die tracklist met topnummers.

Welgekomen aanvulling op het bekendere One More from the Road met een enthousiast publiek (nochtans Southern Rock gespeeld voor een stel Europeanen, verrassend). Zoals altijd is Free Bird de moeder aller afsluiters. Heerlijk en waardevol document.

Lynyrd Skynyrd - Lyve from Steel Town (1998)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
“Lyve from Steel Town” is een verslag van een optreden op 15/07/1997 in Burgettstown, Pennsylvania en omdat Burgettstown tot de stad Pittsburgh behoort, welke laatste ook wel gekend is als Steel City, is hiermee ook de herkomst van de albumtitel verklaard.

In 1997 zag ik Bruce Dickinson zijn album Accident of Birth voorstellen in het voorprogramma van Lynyrd Skynyrd in de AB in Brussel: van Bruce en zijn groep zag ik een heel memorabel optreden, bij Lynyrd Sknynyrd maakte ik een geweldig feestje mee, want wat een rijke verzameling geweldige nummers annex klassiekers hebben ze altijd opnieuw op hun setlist staan.

En toch houden ze het niet enkel op die klassiekers, want van het album Twenty uit hetzelfde jaar 1997 worden hier We Ain't Much Different, Bring It On en Berneice gepresenteerd. De rest van de setlist bevat die schat aan geweldige klassiekers hoewel ik een Tuesday's Gone lijk te missen en met aftrek van de twintig minuten van de twee interviews kom je aan een voor hun doen normale 90 minuten. Ook ervaar ik toch weer zo'n plezier bij – even diep ademhalen – On the Hunt, Simple Man, Sweet Home Alabama en het orgelpunt Free Bird. Prachtig is Travelin' Man waar huidige zanger Johnny Van Zant met behulp van een videoscherm begeleid wordt door zijn in 1977 overleden broer Ronnie: Lynyrd Skynyrd - Travelin' Man (Lyve From Steel Town) - YouTube.

Van Lynyrd Skynyd heb ik hun reguliere platen tot en met 1977 en One More for the Road op vinyl, van de periode na dat smartelijk vlieguitongeval heb ik de box set uit 1991 en deze “Lyve from Steel Town”. Lynyrd Skynyrd stelt live zelden of nooit teleur, daar zorgen de klassemuzikanten en een rijk maar tragisch verleden voor.

Postscriptum: het blijkt overigens dat ik nummer 25.727 heb van de beperkte oplage van 30.000 exemplaren van de SPV editie van dit album, verdere info op Discogs: Lynyrd Skynyrd - Lyve From Steel Town (CD, Album, Album) at Discogs.