menu

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A.S.A.P. - Silver and Gold (1989)

3,0
Alle respect voor Adrian Smith maar zijn solo-album toont aan waarom een geheel dikwijls meer is dan de som van alle delen. Bij Iron Maiden vormde/vormt hij een machtige gitaartandem met Dave Murray, hier hoor ik enkel softe nummers die mij gauw vervelen, enkel onderbroken door zijn gitaarsolo's die voor een opleving zorgen. Hoed af dat hij iets totaal anders doet dan gewoonlijk, maar het blijft een saai album, ook al door zijn zang. Productie is ook te mechanisch, overkill aan productie, een verschijnsel van de tachtiger jaren (toppunt hiervan blijft nog altijd die gitaar op de tune van Miami Vice). Ach, verdienstelijk zal ik dit maar noemen maar niet onvergetelijk.

Abattoir - No Sleep 'Til Kalamazoo (2001)

3,5
Na enkele demo’s verschijnt er een track van dit Amerikaanse Speed Metal vijftal op deel IV van de roemruchte reeks verzamelaars Metal Massacre. In 1985 brengen ze hun debuutalbum Vicious Attack uit en in 1986 hun tweede album The Only Safe Place met een nieuwe zanger. Daarna wordt het stil.

En opeens verschijnt in 2001 dit livealbum in eigen beheer met als belangrijkste verschil dat ze nog met zijn vieren overblijven: Steve Gaines (zang en bass), Mel Sanchez (gitaar), Mark Caro (gitaar) en nieuweling Kevin MacShane (drums). Sanchez en Caro verschenen op beide studioalbums, Gaines enkel op hun debuutalbum. Dit zijn live-opnames van de reünie, ik vind niet terug waar en wanneer..

Welke nummers staan hierop: vijf van het debuutalbum (The Enemy, Vicious Attack, Stronger Than Evil, Screams from the Grave en Ace of Spades), ééntje van hun tweede album (Under My Skin). Drie nieuwigheden (Vicious Return, Everybody Dies en Off) staan hierop waarvan de herkomst mij alsnog onduidelijk is. De nieuwigheden zijn aardig maar mij is het te doen om de andere nummers.

Luisterervaring? Tamelijk goed mits het nodige voorbehoud bij het geluid dat naar bootleg ruikt waarbij je het publiek nauwelijks hoort en bij de zang van Steve Gaines die de hoge tonen niet altijd meer haalt maar wat wil je zovele jaren later en hij moet dan ook nog de bass beroeren. Het is toch een plezier om die uitstekende “oude” nummers van hun twee studioalbums live te horen en na een half uurke is het alweer gedaan. Tof eerbetoon van Steve Gaines bij het inzetten van Ace of Spades van Motörhead: “This next song was written by my dad.”

Abattoir - The Only Safe Place (1986)

4,0
Als debuutalbums jonge snaken laten horen na een eerste studio-ervaring, dan laat de opvolger en/of opvolgers dikwijls ervaren muzikanten horen. De binnenkant van een studio is niet meer nieuw, ze hebben al één of meerdere concertreeksen ondernomen in het voorprogramma en… ze leren bij.

Ervaring brengt meer professionalisme teweeg en minder onstuimigheid. Bij de eerste moet het rap gaan, bij de tweede is er al meer tijd en geld om ideeën uit te werken. Zo ook hier want de zuivere speed metal van de eersteling verdwijnt iets naar de achtergrond maar daar tegenover staat ook wat: goede songs, altijd al het belangrijkste geweest, daar blijf ik bij. Van de glorieuze opener Bring on the Damned tot de snelle afsluiter van dit album hoor je heerlijke songs van dat tijdperk. De intro en outro laat ik even buiten beschouwing. Blijft één van mijn doelen om binnen te doen op vinyl bij voorkeur.

Abattoir - Vicious Attack (1985)

3,5
Mag ik dit debuutalbum van deze volbloed Amerikaanse Speedmetal groep heel smakelijk vinden? Ja, het is goed, het is vijfentwintig jaar oud en het jong metalgrut zal dit zo ouderwets vinden. Ik vind het heerlijk: een op hol geslagen drummer en bassist, een zanger die tekeer gaat als een brandweersirene en twee gitaristen die vuurwerk spuwen. Plastisch genoeg? Ik dacht het ook. Hier staat ook een cover van Motörhead, de legendarische Ace of Spades, zoals collega Guinness1980 al aangaf. Het heeft een ferm trek weg van Agent Steel en volgens mij heeft Juan Garcia van Agent Steel op een blauwe maandag bij Abattoir gespeeld. Wil de trotse eigenaar van dit album hierover haar/zijn licht schijnen. Een klein half uurtje speedmetal, niet nadenken maar meedeinen op de muziek.

Abigor - Time Is the Sulphur in the Veins of the Saint (An Excursion on Satan's Fragmenting Principle) (2010)

2,5
Met zekerheid kan ik zeggen dat dit album de langste titel heeft in de geschiedenis van Het Metal Album van de Week en ik heb dit een drietal keren beluisterd. Tamelijk heftige en sporadisch chaotische Black Metal waar ik toch mijn tanden op stuk bijt. Na een kijk op Metal Archives ontdek ik dat Part I en Part II zelf nog onderverdelingen hebben. Het meeste sukkel ik nog met het gitaarwerk waar de supersnelle loopjes de bovenhand krijgen boven de riffs. Ik ontdek mooiere stukken in Part II, Part I is moeilijk…

AC/DC - Back in Black (1980)

4,5
"Nostalgie aan”

Ik was nog één van de laatste miliciens in België tussen maart en december 1993 want pas toen had ik gedaan met mijn hogere studies, ik koos voor de landmacht en ik kon dicht bij huisje weltevree aan de zee blijven. Als barman (hik!) in de Mess Officieren in Middelkerke werd ik op een zondagochtend door de adjudant uit mijn bed gerold, Koning Boudewijn was gestorven. Op een nuchtere maag moesten we een glas champagne drinken (jekkes) en zeggen “De Koning is dood, leve de Koning”. Rare kerels, die boefers.

“Nostalgie uit”

De Koning is dood, inderdaad had Bon Scott ons verlaten, nog altijd een groot verlies. Een nieuwe Koning kwam in zijn plaats, Brian Johnson, die toch ondertussen al meer dan dertig jaar de zanger is bij één van de grootste groepen ter wereld. De verkoopcijfers van dit album hebben gezorgd voor roem en financiële zekerheid. Terecht, want onze vier mannekes met de nieuwe Koning leveren een prima album af, tevens een soort eerbetoon aan Bon.

En dan heb ik een vraag voor de “kenners”: mij lijkt het na al die jaren nog altijd zo dat er twee gitaarsolo’s worden gespeeld in Shake a Leg, mocht Malcolm ook eens of is het telkens Angus die ze inspeelt? Hoe dan ook blijft het fantastisch om te horen.

Een paar nummers hoor ik niet zo graag meer zoals Have a Drink on Me en Rock and Roll Ain't Noise Pollution, maar een aantal raspaardjes staan hier ook op met Hells Bells, Back in Black en You Shook Me All Night Long met de hilarische videoclip met Koning Brian in een glansrol. Heerlijk blijft nog altijd die voor AC/DC zo typische en swingende “drive” in de nummers en als nieuwe tekstschrijver laat Brian Johnson horen dat hij ook over de nodige humor in zijn teksten beschikt. Bon zou trots geweest zijn.

AC/DC - Blow Up Your Video (1988)

3,5
Tussen het teleurstellende en doffe Fly on the Wall in 1985 en deze Blow Up Your Video in 1988 verscheen ter gelegenheid van de film Maximum Overdrive in 1986 de verzamelaar Blow Up Your Video. Een pauze van drie jaar tel ik dus tussen de twee reguliere albums, niet moeilijk vermits hun toers niet van de poes zijn.

Er wordt teruggegrepen naar het producersduo Harry Vanda & George Young en je merkt duidelijk het verschil, veel beter en veel helderder van geluid. De stem van Brian Johnson gaat verder achteruit maar hier vind ik hem wel goed zingen. Misschien is deze plaat beter verteerbaar dan Fly on the Wall door de “hit” Heatseeker en nummer twee That's the Way I Wanna Rock & Roll: no nonsens AC/DC met tempo. Het laatste woord van de vorige zin zit niet in de volgende matige drie nummers. Dan is gelukkig Nick of Time veel beter dankzij het iets hoger tempo. De volgende twee nummers zijn opnieuw verre van onvergetelijk maar er volgen nog twee leuke songs met Two's Up en This Means War.

Conclusie? Welgekomen terugkeer van Vanda & Young die ook al de nieuwe nummers hadden geproduceerd op Blow Up Your Video en een album met een aantal goeie nummers, het is te zeggen de iets snellere nummers, maar het blijft smachtend verlangen naar oersterke toekomstige klassiekers.

AC/DC - Fly on the Wall (1985)

3,0
Opnieuw is dit geen meesterlijk album (waarvan ik de cd Atlantic 7567-81263-2 uit 1995 heb) maar die tijden zijn lang voorbij, vanaf Back in Black. Vanaf dan zijn er nog opflakkeringen op de diverse albums maar AC/DC wordt definitief een live groep met de hits, een album lijkt enkel nog een aankondiging voor een nieuwe toer. Ik heb daar verder geen problemen mee, niemand dwingt je om het album te kopen.

Ook ik heb een aantal dingen aan te merken over het geluid van dit album want over de balans tussen de heren muzikanten heb ik opmerkingen. In het openingsnummer is het al fronsen bij het horen van de stem van Brian Johnson, later lijkt dit zich te stabiliseren. Ook hoor ik veel galm op de prominente drums van Simon Wright die later op de drumstoel bij Ronnie James Dio terecht kwam. Angus en Malcolm deden de productie van dit album, hiermee kunnen ze toch niet tevreden zijn geweest?

De songs zijn maar gewoontjes en volgen braafjes het beproefde AC/DC recept, het is nog meer hard rock geworden, het is iets minder swingend en weinig bluesy elementjes zul je nog horen. Bij het nummer Danger lijkt men iets af te wijken van het vertrouwde pad. Hier en daar vind ik het ronduit saai en weinig begeesterend, ene oor binnen, ander oor buiten.

Voor een zelf samen te stellen verzamelaar zou ik nog gaan voor Fly on the Wall, Shake Your Foundations en Sink the Pink. De andere nummers bevatten te weinig inhoud om verder nog te onthouden. Gewoontjes.

AC/DC - For Those About to Rock (1981)

Alternatieve titel: For Those About to Rock (We Salute You)

3,5
Na het uitkomen van Back in Black toert AC/DC vanaf 29 juni 1980 tot 28 februari 1981, startende met 6 warm up gigs in de Lage Landen. In november 1981 komt dit album uit met opnieuw een sobere maar universeel herkenbare hoes. De beroemde kanonnen doen hun intrede, de trommelvliezen zijn gewaarschuwd.

Hoe volg je een topalbum als Back in Black op? Volgens mij moet je het zelfs niet proberen want het zorgt alleen maar voor druk, volgens mij moet je gewoon lekker je eigen ding doen. Zo’n goed gevoel krijg ik niet bij dit album, een aantal vullers en/of halve missers staan een topalbum in de weg.

Voor een AC/DC verzamelaar kies ik zeker het titelnummer, Evil Walks en misschien nog Night of the Long Knives. Na dit album werd het moordend tempo qua opnemen en touren afgezwakt. Hun opvolger Flick of the Switch schat ik iets hoger in.

AC/DC - Let There Be Rock (1977)

5,0
Hier volgt weer één van mijn beruchte invalshoeken die kan tellen maar toen men middenvelder Franck Berrier van mijn “weireldploegsje” KV Oostende (voetbal is een spel, rugby een sport) enige jaren geleden vroeg waarom hij nooit lachte zelfs na een prachtassist of -doelpunt, was zijn antwoord: “Op mijn werk ben ik om te werken, lachen doe ik na het werk.”

Door mijn Stoïcijns karakter en de aard van mijn job, sinds vorig jaar voltijds credit controller met nog een beetje armslag in de boekhouding, ben ik net zoveel een lachebekje maar als dit album opligt en daar volgen weer mijn fameuze drie puntjes...

Dit is mijn versie: AC/DC - Let There Be Rock (Vinyl) | Discogs. Dit is dus mét Crabsody in Blue en zonder Problem Child. Het is een album dat anno 1977 staal en staalhard is met een geweldig swingende ritmesectie, de bovenmenselijke gitaarsolo's van ene Angus Young maar vooral de geweldige, grappige tongue-in-cheek teksten van ene Bon Scott (RIP), waar zelfs een viezen aap als ik zijn laatste verdediging laat vallen om volop mee te knikken met de muziek en waar dat rechtervoetje veertig minuten lang meestampt.

Het is voor mij een speciaal album waarbij ik zelfs niet moet kijken naar de tracklist om te weten wat er volgt, het is een album dat ik opleg en achterover leun en geniet van werelderfgoed: Go Down, Let There Be Rock, Bad Boy Boogie, Overdose, Whote Lotta Rosie.

Ik kan er ook niet aan doen maar kijkende naar dat jaartal besef ik hoe oud dit album is en hoe oud en soms versleten ik ondertussen al ben. Persoonlijk kenmerk van dit album? Alle gezeik eens van je afgooien, flink rocken en met een kamerbrede glimlach gaan naar je stamcafé (wat mis ik die momenteel) want daar past het niet om over dat werk te mekkeren. Je bestelt voldoende Belgisch erfgoed, je geniet van het gezelschap van je vrienden (én van het “weireldploegsje” maar vooral van het gezelschap) en je herinnert je hoe mooi het leven is. No nonsense makes all the more sense, dat is AC/DC voor mij op dit fenomenaal album.

AC/DC - The Razors Edge (1990)

3,5
Klassiek AC/DC-album in die zin dat er geen hoogtepunten noch dieptepunten opstaan, maar zeker geen AC/DC-klassieker in die zin dat dit een onvergetelijk album is. Ik zeg met opzet "album" want AC/DC blijft voor mij een albumband zoals ze zelf ook aangeven. Ze weten wel de beste nummers van dit album uit te kiezen voor de daaropvolgende toer: Thunderstruck, Fire Your Guns, The Razor's Edge, Moneytalks en Are You Ready.
Volgende zaken staan mij echt niet aan: het belachelijk kinderlijke drumwerk van Chris Slade dat vele klassen onder dat van Phill Rudd en Simon Wright is. Ook een speciale vermelding voor de teksten van titelsong "The Razor's Edge": waar trekt dat op? Dan vind ik de teksten van Moneytalks veel beter gevonden.
Mijn conclusie: tot en met nummer 7 prima album, vanaf nummer 8 gaat het achteruit. Een 3,50 is voor mij voldoende.
Edit: ook zo'n raar gevoel dat vele mensen enkel maar AC/DC kennen door het gigantisch succes van Thunderstruck?

Accept - Breaker (1981)

3,5
Accept is altijd al een geval apart geweest, vele mensen kunnen om met de zang van Udo Dirkschneider, anderen dan weer niet. Toch blijft Udo een groot onderdeel uit het totale Accept geluid. Ik beschouw dit net als Sinner als het debuut van Accept, want op de twee vorige platen valt zeer weinig te beleven. Mijn toppers op dit album blijven: Starlight, Breaker, Son of a Bitch en Burning welke zeer sterke nummers zijn. Breaking Up Again is een afknappper. Het blijft genieten van het gitaarwerk, maar pas op het volgende album laat Accept werkelijk zijn tanden zien.

Accept - Eat the Heat (1989)

3,0
Op het achtste studio-album van Accept is dit radiovriendelijker geluid niet echt een verrassing te noemen. Na Restless and Wild wordt het geluid alsmaar beter maar daarmee verdwijnen ook de scherpe randjes. Verandering van zanger is een risico, gegarandeerd zul je oude fans verliezen spijts de bedoeling om nieuwe fans bij te winnen. Qua stemgeluid is er toch geen hemelsbreed verschil tussen deze David Reece en Udo Dirkschneider.

Lichtpuntjes bevinden zich voor mij halverwege het album met Turn the Wheel, Hellhammer en Prisoner. Break the Ice en D-Train kunnen er ook nog mee door. De eerste vier nummers gaan zo aan mij voorbij en zijn saai. Accept is nooit een wervelende groep geweest maar hier vervallen ze in wat wij zo gemeenzaam standaard songs en standaard muziek noemen. Netjes binnen de lijntjes kleuren en niet van het pad afwijken. David Reece is als zanger technisch iets beter dan Udo Dirkschneider, maar minder karakteristiek dan hem, dat mis ik hier een beetje.

Na dit album heb ik er de brui aan gegeven, Accept verdwijnt lange tijd uit mijn gezichtsveld: “nog een goede groep die eraan is”. De volgende albums ken ik niet, dus dat wordt inhalen.

Accept - I'm a Rebel (1980)

3,0
Productiegewijs is dit een ferme stap voorwaarts ten opzichte van het debuut van een jaar eerder. De songs vind ik heel behoorlijk, zelfs die twee kalme nummers met bassist Peter Baltes als zanger. Het geluid is mooi direct, maar mijn wenkbrauwen schieten altijd in een “fronshouding” bij sommige zanglijnen, in het bijzonder die koortjes (bijvoorbeeld Save Us). I’m a Rebel en Thunder and Lightning (mooie solo’s) mag ik nog graag horen.

Accept - Metal Heart (1985)

4,0
Ik heb een honderdtal albums op vinyl, niet omdat ik een verzamelaar ben, maar domweg omdat ik de meeste albums in de jaren tachtig en negentig heb gekocht. Ze staan mooi rechtop alfabetisch gerangschikt en deze staat als eerste in de rij, logisch.
Album nummer zes van de Duitse groep met schreeuwlelijkerd Udo Dirkschneider. Zo cliché als maar kan maar het stoort niet: als cliché met stijl wordt uitgevoerd, dan is het stijlvol “been there, done that”. Accept heeft heel mooie dingen op de metalheads losgelaten.
Hier staan toch zeer lekkere schotels op het menu: Metal Heart (de traditionele hymne), Midnight Mover (de single en blijkbaar bestaat hier een video van – iemand?), Up To The Limit (rechtaan), Wrong Is Right (de snelle beuker). De A-kant (1 tot en met 5) vind ik ietsje sterker dan de B-kant, die verre van slecht is maar gewoon ietsje minder (6 tot en met 10). Zwak nummer vind ik Teach Us To Survive, welke ik veelal oversla. De bonustracks staan niet op mijn exemplaar dus hierover geen oordeel. Al gezegd, ik oordeel enkel nog over de originele albumversies.
Grappig, op de achterzijde van de albumhoes staat per nummer wie wat doet (logisch) maar ook welk instrument ze hiervoor gebruiken: overdreven of sponsoring?

Accept - Objection Overruled (1993)

3,5
De reünie, de grote terugkeer van Udo Dirkschneider, Wolf Hoffman als enige gitarist en lang geleden mijn eerste live-ervaring met Accept in een sportzaal in Ichtegem of Eernegem, West-Vlaanderen. Ik mis altijd tussen die twee buurgemeenten en het is ook al twintig jaar geleden.

Objection Overruled knalt er onmiddellijk goed in met zijn gedreven tempo, alles lijkt bij het oude te zijn, alles ligt in de lijn van de voorgaande albums met Udo als zanger. Ik vind de midtempo nummers op dit album wel iets te eenvoudig van opzet en iets te “Teutoons” qua koortjes. All or Nothing is de hymne met smakelijk gitaarspel. Amamos La Vida (wie niet?) is een halve ballad maar kan bijvoorbeeld niet tippen aan een Winter Dreams van het album Balls to the Wall. Ik voel dat ik aan het wachten ben tot het volgende uptempo nummer die er maar niet lijkt te komen... tot Sick, Dirty and Mean en het slotnummer This One's for You. Just by My Own is volgens mij hun eerste instrumentaal nummer ooit.

Nog een klein weetje, Wikipedia vermeldt dat Wolf Hoffman zorgde voor de hoes. Mijn exemplaar van de Hard Rock & Heavy Metal Encyplodie vermeldt dat Wolf Hoffman onder het pseudoniem Ashely Kramer een redelijke bijverdienste had als fotograaf. Aardig album met een altijd voortreffelijke gitarist.

Accept - Restless and Wild (1982)

4,0
Een van de beste metal-albums van 1982 en van de jaren ’80 tout court: lekker foute hoes met de brandende Flying-V gitaren van de heren Wolf Hofmann en Herman Frank. Wel heeft Wolf Hofmann al het gitaarwerk op dit album gedaan, zo leert ons Wiki.
Het album begint met één van de ludiekste intro’s op aarde en Fast as a Shark: een heerlijk speedmetal-nummer met alles erop en eraan: verschroeiend tempo, een scheurende Udo op zang en fantastische solo’s. Dan volgen een aantal midtempo-nummers met Restless and Wild, Ahead of the Pack en Shake Your Heads: heavy met prima solo’s. Volgend hoogtepunt is voor mij Neon Nights: kalm intro gevolgd door lekker overstuurde Wah, heerlijke gitaarpartijen, prachtsolo van Wolf en met als climax een verschroeiende tempowisseling en solo’s: dames en heren, dit is metal! De twee volgende nummers Get Ready en Demon’s Night vind ik niet zo goed en vormen het dipje in dit album, soms skip ik beide nummers. Dan volgt een fantastisch trio van nummers om dit album te beëindigen: Flash Rocking Man, Don’t Go Stealing My Soul Away en volgend klassieker: Princess of the Dawn.
Voor mij heeft Accept met dit album een zeer belangrijk document voor de metal anno jaren ’80 gemaakt en hoewel dit geen uitzonderlijk album is, blijft dit voor mij een klassieker.

Accept - Russian Roulette (1986)

3,0
Album nummer zeven in zeven jaar tijd van Udo Dirkschneider en compagnons en het laat zich gevoelen. Er staan zeker heel aardige maar weinig verrassende nummers op (TV War, Russian Roulette, Heaven Is Hell) en een aantal redelijke stinkers steken ook de kop op (It’s Hard to Find a Way, Man Enough to Cry, Stand Tight). De andere nummers zijn bevredigend maar ook niet meer dan dat: het gevoel bekruipt je dat je het allemaal al gehoord hebt: de muzikale inlijsting, die koortjes, …
Ik hou wel van het geluid van deze plaat: voor deze plaat koos de band opnieuw voor de Dierks Studio maar verkoos het album zelf te produceren met als resultaat een iets directer geluid dan voorganger Metal Heart. Het was het laatste album met zanger Udo tot Objection Overruled (1993). Nu ik het bekijk: van die zeven albums in zeven jaar tijd kun je een meer dan aardige verzamelaar maken…

Accept - Symphonic Terror (2018)

Alternatieve titel: Live at Wacken 2017

4,0
Laat ik Accept het best kennen van de eerste periode met Udo Dirkschneider en ik noem hun muziek soms gekscherend “Teutoonse Metal”, vanwege het sporadisch bombastisch karakter van hun muziek zoals een Metal Heart of een Balls to the Wall.

Spijts een aantal bedenkingen geef ik toch een mooi cijfer, want ondanks de goede bedoelingen ga ik nooit vergeten dat de muziek van Accept nooit symfonische elementen heeft gekend en dat hoor je, daar waar een Dimmu Borgir al jaren symfonische / orkestrale elementen kent die tot in de puntjes zijn uitgewerkt en ik ben dan nog geen Dimmu Borgir fan, zie hun Forces of the Northern Night uit 2017.

Het klinkt als een klok en zanger Mark Tornillo laat nog maar eens horen dat hij een meer dan waardige opvolger is van Udo, maar ik heb te weinig voeling als vroege fan met de eerste helft van het album en soms vind ik het orkest overbodig maar dat is zo persoonlijk natuurlijk.

Voor mij is dit als livealbum annex dvd / blu-ray pakket interessant genoeg als eenmalig project waar ik thuis in mijn knusse zetel het wel uithoud met een goeie Trappist, in de zaal of op het veld daarentegen zou ik me toch niet zo amuseren. En u raadt het al: in 2019 trekken ze op toer ter promotie met “The Orchestra of Death”, verder info: ACCEPT - announce „Symphonic Terror" shows! - Nuclear Blast - nuclearblast.de.

Acid - Acid (1983)

3,5
Acid is the Name, Heavy Metal is the Game. Dit is de tekst van de chorus van het eerste nummer van dit debuut-album van deze Brugse Heavy Metal groep. Vergeet de armzalige productie en compenseer door de volume-knop een ferme ruk naar rechts te geven.
Dit heeft zijn kwaliteiten in 1982, maar 27 jaar later zullen velen de wenkbrauwen fronsen en de schouders ophalen. Ik niet, potverdomme, noem het heimwee, noem het nostalgie, noem het Alzheimer light, noem het wat je wilt. Ik vind dit nog een heerlijk plaatje om af en toe eens te draaien en dat is het belangrijkste voor mij.
Uptempo nummers bij de vleet en vlammen maar, gedachten op nul en spelen maar. Voor mij een kruising tussen Motörhead en Accept: lekker druk. Volgens mij was dit ook één van de eerste Belgische (metal) groepen met een zangeres (Kate) en ze heeft een intrigerende stem, geen operastem, geen duizelingwekkende techniek maar een presence van ‘kijk lelijk naar mij en ik geef je een djoef op uw kin”.
Leuke nummers vind ik nog steeds Anvil en Demon. De bonusnummers zoals hier vermeld ken ik niet en mis ik niet.

Acid - Black Car (1984)

4,0
Metalgroep uit Brugge, een van de parels der Vlaamse steden met een karakterzangeres, met haar voeten ga je niet rammelen. Ik weet het, hier ben ik weer met het glorieuze jaar 1984 (heilig jaar) maar ... Black Car is het monster op deze EP: vuisten in de lucht, haar of wat er nog van overschiet in de lucht, niet peinzen maar headbangen. Uptempo nummers zo uptempo als ze maar kunnen zijn, volumeknop op de pijngrens draaien en genieten. Vettige riffs, nog vettiger als de vettigste schotel in het vettigste restaurant op de aardkloot.
De nummers van deze EP staan op de heruitgave van hun tweede album Maniac. Proberen is mijn boodschap! Niet aan te raden om in de auto af te spelen, want het zal mucho dinero aan boetes kosten.

Acid - Engine Beast (1985)

3,5
Hun eerste album is een meer dan aardige binnenkomer, hun tweede Maniac is een heel goed album zolang je verwachtingen niet te hoog liggen. Het gaat om full throttle Metal, vanwaar komt die term eigenlijk vandaan.

Het prettige rommelige is verdwenen en zoals ik al zei, is het te proper qua geluid, te klinisch. Ze proberen iets anders want herhaling was al dreigende op hun tweede album. Slecht is het niet maar een Maniac gaat daar moeiteloos over heen. Als generatiegenoot van Kronos ga ik ook akkoord dat er een paar mindere nummers op staan, Big Ben en She Loves You. Deze ontbreekt nog in mijn vinylverzameling, het zal er ooit eens van komen.

Er is nog een live-album, Live in Belgium '84, deze komt ook nog aan de beurt. Het is één van mijn toevoegingen maar ik heb nog altijd twijfels over die tracklijst, ik ga daar binnenkort eens werk van maken.

Acid - Live in Belgium '84 (2009)

4,0
Acid is een Full Throttle Heavy Metal groep uit Brugge en bracht in korte tijd drie albums en een EP uit. Tamelijk uniek was toen de aanwezigheid van frontvrouw Kate, zoals de hoes van dit livealbum laat zien. Ik heb Acid altijd al een toffe groep gevonden.

Een hele tijd geleden heb ik deze toegevoegd, maar ik had toen al twijfels over die tracklist. De originele versie van dit album telt 10 nummers, Acid - Live In Belgium '84 (Vinyl, LP) at Discogs , Maniac en Hooked on Metal worden apart vermeld. Een jaar oudere versie heeft nog twee nummers, namelijk America en Drop Dead, Acid - Live In Belgium '84 (CD, Album) at Discogs , Maniac en Hooked on Metal worden als één nummer vermeld. Ik “heb” de tweede versie.

De opnames dateren van 2 juni 1984 ergens in Leuven, België, en bevatten nummers van de eerste twee albums én de EP Black Car maar niet het nummer Black Car zelf. Dat is enorm jammer want het is één van hun beste nummers maar het is gesneuveld omdat door het wisselen van de opnamebanden het nummer niet volledig werd opgenomen. Deze EP zou later dat jaar verschijnen, zoals Kate ook aangeeft in het nummer Exterminator.

Acid is the name, Heavy Metal is the game. Dit krijg je, niet meer, niet minder. Fans kennen de nummers, het gaat overwegend uptempo vooruit. In de eerste nummers lijkt de geluidbalans niet denderend maar dat euvel duikt later niet meer op hoewel de bassgitaar soms erg op de voorgrond verschijnt. Het gehele geluid is meer dan aanvaardbaar en de opnames doen mij veel plezier.

Acid Bath - When the Kite String Pops (1994)

2,5
Acid Bath komt uit de Verenigde Staten en het zou sludge / doom metal moeten zijn. Dat is niet echt mijn favoriete subgenre geweest in de wonderlijke reis van Het Metal Album van de Week. Dit album zal het voor mij ook niet worden. Producer is Spike Cassidy van D.R.I., hoesontwerper is John Wayne Gacy, een notoire Amerikaanse seriemoordenaar.
Zodra het tempo een beetje hoger is, vind ik het nog best te pruimen maar wanneer een versnelling lager wordt geschakeld, vind ik het tamelijk monotoon. Raar maar waar, soms denk ik naar een nu-metalplaat te luisteren, bizar. De schreeuwende zanger helpt ook mijn luisterervaring niet. De flarden cleane zang op Finger Painting of the Insane vind ik dan weer dreigender dan de schreeuwende zang die me meer irriteert. Bij Jezebel geniet ik van het geleverde drum- en baswerk. Scream of the Butterfly vind ik het beste nummer, tegelijk het kalmste nummer op deze plaat maar tegen het einde hiervan komt er toch een dubbele bassdrum aan te pas. The Bones of Baby Dolls is ook een kalm akoestisch nummer.
Positief vind ik wel het kurkdroog geluid met ruimte voor alle instrumenten, Acid Bath heeft een goeie bassist en drummer. Redelijke nummers vind ik verder nog Tranquilized, Cheap Vodka en het lekker snelle What Color is Death maar dit album met zijn zeventig minuten is voor mij een lange zit geweest. En zo ben ik klaar met de tweede ronde .

ADX - Division Blindée (2008)

3,5
Tien jaar na het vorige studioalbum Résurrection en zeven jaar na het livealbum Live: VIII Sentence verschijnt dan opnieuw een studioalbum. Het voelt aan als een tweede comeback na de periodes 1985-1990 en 1998-2001. Voor wie hierover meer wil weten kan ik de uitstekende franstalige site France Metal Museum aanraden.

Tien jaar later zijn er ook veranderingen in de line-up waarbij oudgedienden Philippe Grelaud (zang) en Didier Bouchard (drums) drie nieuwe mensen mogen verwelkomen: Pascal Betov (gitaar), Bernard-Yves Quérel (gitaar) en Claude Thill (bass).

Veranderingen zijn er niet echt in de stijl, het gaat nog altijd om French Full Throttle Metal, ook wel Speed Metal, in een moderne productie. Begin en einde van het album bevatten een kort instrumentaal intro en een kort instrumentaal nummer. Rode draad in een aantal teksten lijkt oorlogen en conflicten te zijn, ze worden nog steeds in het Frans gezongen. Leidraad in de songs is het opgedreven tempo met heel veel plaats voor gitaar en gitaarsolo's, mooi voorbeeld hiervan is het titelnummer. Laat ik nu net daarvan houden.

ADX kan ik altijd smaken om het gitaarwerk, niet altijd om de kwaliteit van hun songs. Dit is echter een degelijk album met het gevoel van de “eighties” maar met het moderne geluid van de 'noughties”, naar het einde toe vind ik het een beetje inzakken (La Parodie du Fou, Livide). Aangename verrassing na het matte Résurrection van 1998.

ADX - Execution (1985)

4,0
Dit is een debuutalbum van een rasechte Speed Metal Groep uit Frankrijk dat met opgeheven hoofd kan fietsen in het Speed Metal peloton achter koplopers als o.a. Savage Grace, Agent Steel en landgenoten H-Bomb.

Het ademt ook die geest uit met tempowisselingen en fikse gitaarsolo’s, hier en daar wordt het gaspedaal eens gelost (stukken in bijvoorbeeld L'Étranger, het instrumentale titelnummer Exécution of Prière de Satan) maar ze laten het flink vooruit gaan met twee goede gitaristen. Weinig kwantiteit met acht nummers in dik zevenendertig minuten maar wel met kwaliteit. Dit album heeft voor mij de perfecte speelduur. Afsluiter Caligula is geweldig!

Opmerkelijk is natuurlijk de Franse zang van Phil Grelaud die misschien een taalbarrière kan vormen, maar niet voor mij. Hij zoekt veelal de hogere regionen op en soms klopt hij aan de deur van de valse zang, dat is toch mijn indruk. Soms twijfel ik echt.

Dankzij Guinness1980 staat dit mooi debuutalbum op onze site, werd mijn aandacht getrokken en heb ik een jaartje later de rest van hun discografie ook maar toegevoegd. Net zoals Barfly zeg ik dat dit naar meer smaakt.

ADX - Exécution Publique (1988)

4,0
ADX is een Speed Metal groep uit Frankrijk en brengt na drie studioalbums dit livealbum uit. Het gaat om een liveoptreden in zaal La Mutualité in Parijs op 27 december 1987, het gaat tevens om dezelfde line-up die het derde album Suprématie heeft ingespeeld: Didier Bouchard (drums), Pascal Betov (gitaar), Phil Grelaud (zang), Deuch (bass) en Hervé Marquis (gitaar).

Het gaat vooruit op dit album met een in zijn moedertaal zingende frontman die de hoge noten niet schuwt en met vet gitaargeweld van twee uitmuntend op elkaar ingespeelde gitaristen. De lekkere snelle nummers laten dit overduidelijk horen. Het derde nummer Brocéliande duurt hier langer omdat zanger Phil het publiek laat meezingen maar dan volgt mijn favoriete nummer van ADX, Caligula dat simpelweg een explosie van fikse riffs en solo's is in een galopperend tempo.

Hun eerste drie albums vallen bij mij in de smaak en kregen telkens mijn vier sterren, ik geef hetzelfde aan dit livealbum met twee nummers van hun debuut, drie nummers van hun tweede en drie nummers van hun derde. Voor mensen die meer willen weten over Metal in Frankrijk kan ik deze prachtige site aanbevelen: http://france.metal.museum.free.fr/. Deze staat al jaren in mijn favorieten.

ADX - Immortel (2011)

4,0
Voor jullie en mijn eigen gemak laat ik Terrreurs (zie mijn bericht daar) uit 2010 buiten beschouwing in mijn reis door het land van ADX. Dit is voor mij hun zevende studioalbum na het verrassend aardige Division Blindée uit 2008 én in een ongewijzigde bezetting met de oudgedienden zanger Phil Grelaud en drummer Didier Bouchard.

Een kort triest aandoend (zoals het weer momenteel) intro trapt dit album af en het gaat in de ADX stijl: vooruit met double bass en fikse gitaarsolo's, getuige vooral het titelnummer, Baptême de Sang, Se Perdre. Opnieuw is de zang van Phil Grelaud in het Frans. Helaas is het niet al goud dat blinkt, daarvoor vind ik dit album iets te lang duren en zitten de midtempo nummers (o.a. Délirium, Le Dernier Geste) niet goed in mijn vel. Toch blijft het genieten van fikse riffs, fikse gitaarsolo's en overwegend goede nummers, toch wel. Ik geef ook een pluim aan de voor mij heel genietbare productie en hun kwaliteit om nooit de melodie uit het oog te verliezen. Afsluiten doet men met een kort akoestisch outro.

Nog even vermelden voor de eventuele geïnteresseerden dat ook dit album in twee versies bestaat, geweldig toch? De digipack editie bevat een DVD met een optreden op Raismesfest in 2009. Kijk maar eens op Metal Archives: ADX - Immortel - Encyclopaedia Metallum: The Metal Archives - metal-archives.com. Geef dan iedereen die dvd, verdomme. Volgend album Ultimatum verschijnt in 2014, daarover later meer.

ADX - In Memorium (1998)

4,0
Na drie aangename Franse studioalbums en een livealbum krijgt deze Speed Metal groep uit het land van Molière zijn kans bij een groot label als Noise maar het album Weird Visions (in het Engels gezongen) is verre van indrukwekkend. En dan wordt het stil tot 1998, wanneer plots deze In Memorium verschijnt als opwarmer voor het nieuwe studioalbum, Résurrection.

Puur rekenkundig kun je deze verzamelaar als perfect beschouwen vermits het van elk studio-album vier nummers bevat. Vier maal vier is zestien. Muziekmatig is geen enkele verzamelaar “perfect” vermits een persoonlijke voorkeur altijd een andere tracklist zal opleveren. Natuurlijk staat een verzamelaar zo proppensvol mogelijk en daarom geef ik de voorkeur aan de korte maar krachtige studioalbums.

Bij de hieronder genoemde albums staat telkens een korte bespreking van mij, dus doe er uw profijt mee, en Caligula blijft nog altijd mijn favoriete nummer van deze mannen. Deze verzamelaar bevat echter niets nieuws onder de zon in de vorm van “nooit eerder verschenen” nummers. Lekker uptempo met veel gitaarsolo's, daarvoor maak ik altijd tijd vrij.

Meer gedetailleerde informatie:
Le Fléau de Dieu (4:15): (album 1) Exécution (1985)
Notre Dame de Paris (4:28): (album 3) Suprématie (1987)
Fortune Telling (4:30): (album 4) Weird Visions (1990)
L'étranger (5:25): (album 1) Exécution (1985)
Mémoire de L'éternel [Live] (3:54): (album 2) La Terreur (1986) + Exécution Publiqiue (1988)
L'ordre Sacré (4:13): (album 3) Suprématie (1987)
Déesse du Crime (4:27): (album 1) Exécution (1985)
Sign of the Time (5:30): (album 4) Weird Visions (1990)
Suprématie (2:58): (album 3) Suprématie (1987)
Les Enfants de L'ombre [Live] (4:05): (album 2) La Terreur (1986) + Exécution Publiqiue (1988)
Marquis du Mal [1998 Version] (4:46): (album 2) La Terreur (1986)
King of Pain (4:11): (album 4) Weird Visions (1990)
Brocéliande [Live] (6:44): (album 3) Suprématie (1987) + Exécution Publiqiue (1988)
Caligula (4:58): (album 1) Exécution (1985)
Lost Generation (4:22): (album 4) Weird Visions (1990)
Tourmente et Passion [Live] (6:09): (album 2) La Terreur (1986) + Exécution Publiqiue (1988)

ADX - La Terreur (1986)

4,0
Een jaar na het debuut Exécution verschijnt op een ander label het tweede album van deze Franse Speed Metal groep met een ongewijzigde line-up. Het is een kort album met zeven nummers in vijfendertig minuten, er verschijnen in onze tijden langere EP’s.

Na een korte keyboardintro barst Les Enfants de L'ombre los met de bekende ingrediënten: veel uptempo werk, veel knallend (twin-)gitaarwerk maar met minder hoog (en beter) zangwerk van Phil Grelaud. In Marquis du Mal komen die keyboards tegen het einde van het nummer opzetten. Opnieuw staat er een instrumentaal nummer op met Alesia, de stad waar Vercingetorix zich overgaf aan Caesar. La Terreur laat een midtempo nummer horen met de nodige twingitaren. Bij Mémoire de l’éternel wordt het gaspedaal weer ingedrukt. Bij le Blason de la Honte ontwaar ik invloeden van Iron Maiden, wie nam ze niet als voorbeeld? Bij afsluiter Tourmente et Passion wordt nog eens alles gegeven, goed zo!

Tweede album, consolidatie van de eerdere beloftevol stappen met zanger die aan kracht heeft gewonnen, fijne nummers met op godzijdank maar twee plaatsen keyboards. Frankrijk heeft fijne groepen afgeleverd dik twintig jaren geleden, eens verder kijken dan de traditionele Metal landen kan de moeite lonen. French Full Throttle.